Prediker
Oude Testament · 12 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)
Inleiding
Velen onder de geleerden zijn van mening dat Salomo dit boek geschreven heeft op hoge leeftijd, nadat hij vele jaren van het rechte pad van de ware godsvrucht was afgeweken, maar nu opnieuw tot God bekeerd was (zie de aantekening bij 2 Kron. 11:17). Daarin betuigt hij, door ingeving van de Heilige Geest, voor de hele gemeente van de HEERE zijn ernstige berouw en spijt over zijn vroegere leven, en hij verafschuwt dat als ijdelheid der ijdelheden, waardoor de mens de tijdelijke rust en de tevredenheid van het gemoed niet kan verkrijgen, en nog veel minder het hoogste goed, dat de eeuwige zaligheid is. Tegelijk is het zijn voornemen alle mensen met zijn voorbeeld te leiden tot vroomheid en godsvrucht. Daartoe beschrijft hij eerst in het kort de loop van zijn leven en waarin hij vooral zijn genoegen en vermaak gevonden had. Daarna verhaalt hij ook dat hij gelet heeft op de bezigheden waarmee vele mensen zich in dit leven het meest bezighouden, die meestal ijdelheden zijn, ja, soms zelfs goddeloze overdenkingen; en hij betuigt dat de alwijze en almachtige God alles bestuurt en regeert naar zijn wil en welbehagen, en dat de zaken in de wereld geenszins bij toeval gaan, zoals vele mensen zich inbeelden. Ten slotte vermaant Salomo alle mensen dat zij God moeten vrezen en oprecht dienen, en alle goede werken beoefenen, terwijl zij zich met eer en vroomheid verheugen in wat zij uit de milde hand van God ontvangen hebben, vooral terwijl zij nog jong, sterk en bij verstand zijn, en altijd het strenge oordeel van God voor ogen houden.