BijbelPrediker

Prediker 1

Lees Prediker 1 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Alles is ijdelheid en onrust, zowel met het oog op de mensen zelf, als met het oog op de dingen die in de wereld gebeuren, die allemaal onbestendig, vergankelijk en vol bekommernis zijn, verzen 1, 2, enz. Dit bewijst de Prediker met zijn eigen voorbeeld, 12.

1De woorden van de prediker, de zoon van David, de koning te Jeruzalem.

2Zinloosheid van de zinloosheden, zegt de prediker; zinloosheid van de zinloosheden, het is al zinloosheid.

3Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, die hij arbeidt onder de zon?

4Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in de eeuwigheid.

5Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees.

6Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weer tot zijn omgangen.

7Al de beken gaan in de zee, toch wordt de zee niet vol; naar de plaats, waar de beken heengaan, daarheen gaande keren zij weer.

8Al deze dingen worden zo moe, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.

9Wat er geweest is, hetzelfde zal er zijn, en wat er gedaan is, hetzelfde zal er gedaan worden; zodat er niets nieuws is onder de zon.

10Is er enig ding, waarvan men zou kunnen zeggen: Zie dat, het is nieuw? Het is al geweest in de eeuwen, die voor ons geweest zijn.

11Er is geen herinnering van de voorgaande dingen; en van de navolgende dingen, die zijn zullen, daarvan zal ook geen herinnering zijn bij degenen, die later wezen zullen.

12Ik, prediker, was koning over Israël te Jeruzalem.

13En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er gebeurt onder de hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God de kinderen van de mensen gegeven, om zich daarmee bezig te houden.

14Ik zag al de werken aan, die onder de zon gebeuren; en ziet, het was al zinloosheid en kwelling van de geest.

15Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en wat ontbreekt, kan niet geteld worden.

16Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.

17En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling van de geest is.

18Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.