BijbelPrediker

Prediker 9

Lees Prediker 9 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

De Prediker verhaalt enige dingen die zowel de vromen als de goddelozen overkomen, vers 1, enz. Daarom oordeelt hij dat het het beste is dat men met vrolijkheid de gaven van God geniet, 7. en naarstig is in zijn beroep, 10. En dat men de uitkomst aan God beveelt, 11. Daarna leert hij dat de mens de tijd van zijn dood of ongeluk onbekend is, 12. Ten laatste roemt hij de wijsheid in de hoogste mate, 13.

1Zeker, dit alles heb ik in mijn hart gelegd, opdat ik dit alles duidelijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen, en de wijzen, en hun werken in de hand van God zijn; ook liefde, ook haat, weet de mens niet uit al wat voor zijn aangezicht is.

2Alle ding overkomt hun, gelijk aan alle anderen; dezelfde overkomt de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en de reine, als de onreine; zo die, die offert, als die, die niet offert; zoals de goede, zo ook de zondaar, die, die zweert, gelijk die, die de eed vreest.

3Dit is een kwaad onder alles, wat onder de zon gebeurt, dat dezelfde ding allen overkomt, en dat ook het hart van de mensenkinderen vol boosheid is, en dat er in hun leven onzinnigheden zijn in hun hart; en daarna moeten zij naar de doden toe.

4Want voor degene, die vergezelschapt is bij alle levenden, is er hoop; want een levende hond is beter dan een dode leeuw.

5Want de levenden weten, dat zij sterven zullen, maar de doden weten niet met al; zij hebben ook geen loon meer, maar hun herinnering is vergeten.

6Ook is al hun liefde, ook hun haat, ook hun afgunst vergaan; en zij hebben geen deel meer in deze eeuw in alles, wat onder de zon gebeurt.

7Ga dan heen, eet uw brood met vreugde, en drink uw wijn met een vrolijk hart; want God heeft al een behagen aan uw werken.

8Laat uw kleren altijd wit zijn, en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.

9Geniet het leven met de vrouw, die u liefhebt, al de dagen van uw ijdele leven, die God u gegeven heeft onder de zon, al uw ijdele dagen; want dit is uw deel in dit leven, en van uw arbeid, die u arbeidt onder de zon.

10Alles, wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht; want er is geen werk, noch verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, daar u heengaat.

11Ik keerde mij, en zag onder de zon, dat de loop niet is van de snellen, noch de strijd van de helden, noch ook het voedsel van de wijzen, noch ook de rijkdom van de verstandigen, noch ook de gunst van de welwetenden, maar dat tijd en toeval aan alle deze overkomt;

12Ook weet de mens zijn tijd niet. Zoals de vissen die in een schadelijk net gevangen worden, en zoals de vogels die met de strik gevangen worden, zo worden de kinderen van de mensen in een kwade tijd verstrikt, wanneer die hen plotseling overvalt.

13Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien, en zij was groot bij mij;

14Er was een kleine stad, en weinig mensen waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote belegeringswerken tegen haar.

15En men vond daar een arme wijze man in, die de stad verloste door zijn wijsheid; maar geen mens gedacht dezelfde arme man.

16Toen zei ik: Wijsheid is beter dan kracht, hoewel de wijsheid van de arme veracht, en zijn woorden niet waren gehoord geweest.

17De woorden van de wijzen moeten in stilheid aangehoord worden, meer dan het geroep van degene, die over de zotten heerst.

18De wijsheid is beter dan de oorlogswapenen, maar één enig zondaar verderft veel goede dingen.