Psalmen
Oude Testament · 150 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)
- 1
- 2
- 3
- 4
- 5
- 6
- 7
- 8
- 9
- 10
- 11
- 12
- 13
- 14
- 15
- 16
- 17
- 18
- 19
- 20
- 21
- 22
- 23
- 24
- 25
- 26
- 27
- 28
- 29
- 30
- 31
- 32
- 33
- 34
- 35
- 36
- 37
- 38
- 39
- 40
- 41
- 42
- 43
- 44
- 45
- 46
- 47
- 48
- 49
- 50
- 51
- 52
- 53
- 54
- 55
- 56
- 57
- 58
- 59
- 60
- 61
- 62
- 63
- 64
- 65
- 66
- 67
- 68
- 69
- 70
- 71
- 72
- 73
- 74
- 75
- 76
- 77
- 78
- 79
- 80
- 81
- 82
- 83
- 84
- 85
- 86
- 87
- 88
- 89
- 90
- 91
- 92
- 93
- 94
- 95
- 96
- 97
- 98
- 99
- 100
- 101
- 102
- 103
- 104
- 105
- 106
- 107
- 108
- 109
- 110
- 111
- 112
- 113
- 114
- 115
- 116
- 117
- 118
- 119
- 120
- 121
- 122
- 123
- 124
- 125
- 126
- 127
- 128
- 129
- 130
- 131
- 132
- 133
- 134
- 135
- 136
- 137
- 138
- 139
- 140
- 141
- 142
- 143
- 144
- 145
- 146
- 147
- 148
- 149
- 150
Inleiding
Dit boek wordt onder de andere canonieke boeken van het Oude Testament in Gods Kerk terecht beschouwd als een bijzonder kleinood, waarvan men de waardigheid en het nut niet genoeg kan overdenken, laat staan met de tong uitspreken of met de pen beschrijven. Sommigen noemen het een lusthof, apotheek en schatkamer van de christenen; anderen een ontleding van de gelovige zielen, een spiegel van Gods veelvuldige en ondoorgrondelijke genade; eveneens een volledige samenvatting of korte inhoud van de hele Bijbel, van de Wet en het Evangelie, of van de ware kennis en dienst van God. Want het bevat enerzijds zeer heilzame leringen over Gods wezen en de heilige Drie-eenheid, over Gods eigenschappen, eeuwige raad, heilig Woord en werken, in het bijzonder over zijn barmhartigheid en weldaden aan zijn Kerk, en zijn rechtvaardigheid en oordelen over alle goddelozen; verder over de persoon en het zaligmakende ambt van de Messias, onze Heere Jezus Christus, over zijn eeuwige Godheid, menswording, lijden en sterven, opstanding, hemelvaart, het zitten aan de rechterhand van zijn Vader, en de uitbreiding van zijn koninkrijk onder de heidenen door de prediking van het Heilig Evangelie; verder over de zondige staat van de mens, over de aard en het wezen van de wedergeboorte, ware bekering, liefde tot en vrees voor God; eveneens over de aard van het ware geloof, het vertrouwen en de roem in God, over de zekerheid van de zaligheid en de strijd tussen geest en vlees; eveneens over de algemene Kerk uit Joden en heidenen en de kerkelijke tucht, over de gemeenschap van de heiligen, de vergeving van de zonden, de opstanding van het vlees en het eeuwige leven. Anderzijds vindt men in dit boek ook allerlei heilige geestelijke oefeningen van de godsvrucht, zoals formulieren of voorbeelden van Gods lof en prijs, van dankzeggingen voor ontvangen weldaden, en geloften van dankbaarheid, en zeer vele aandachtige en vurige gebeden tot God om alles wat tot zijn eer en tot het welzijn van de gelovigen, zowel persoonlijk als gezamenlijk, zou kunnen dienen, vooral in allerlei kruis en bekommernis, met zeer heilige overdenkingen en uitermate liefelijke vertroostingen en versterkingen in geloof, geduld en alle godsvrucht. Zodat er geen toestand van enig christenmens bedacht of gevonden zal kunnen worden waarin hij niet uit dit boek naar wens gediend zou kunnen worden tot bevrediging van zijn geweten en bevordering van zijn zaligheid. Daarom behoort iedere christen, van hoge zowel als van lage stand, dit boek met bijzondere vlijt en aandacht te lezen en te overdenken, om zich te gewennen aan de stijl van de Heilige Geest die daarin gebruikt is; niet twijfelend of het zal, wanneer hij het ware sap en de doordringende kracht ervan geproefd heeft, voor zijn ziel zijn als een zeer liefelijke en heilzame hemeldauw, en het zal hem niet vervelen het steeds in zijn hart, mond en handen te dragen. Daartoe is het ons door de Heilige Geest in het Oude Testament, en door onze Heere Jezus Christus zelf en zijn apostelen in het Nieuwe Testament meermalen aanbevolen, en tot grotere aantrekkelijkheid, hulp voor ons geheugen en dagelijks gebruik, in de vorm van gezangen door de wijze en goede God aan zijn Kerk overgeleverd. De Hebreeën noemen dit boek Tehillim, of korter Tillim, dat is: lofzangen of lofprijzingen, omdat een groot deel van de psalmen van die inhoud is. De Griekse vertalers hebben het woord Psalmen en Psalter gebruikt, wat ook in het Nieuwe Testament en verder bij de Latijnen en andere christenvolken, evenals bij ons in onze taal, behouden is, hoewel het Griekse woord eigenlijk betrekking heeft op zulke gezangen die op muziekinstrumenten, die met de vingers getokkeld of geslagen werden, naar de wijze van het Oude Testament bij de openbare eredienst in de tabernakel en de tempel gespeeld en gezongen werden. In het algemeen worden ze de Psalmen van David genoemd, omdat David, die door een bijzondere gave van de Heilige Geest uitblonk in het dichten van psalmen (zoals in 2 Sam. 23:1, 2 verteld wordt), het grootste deel ervan gemaakt heeft, terwijl de rest gedicht is door andere profeten en mannen Gods, zoals Mozes, Asaf enz., en door Ezra na de Babylonische gevangenschap (naar men aanneemt) in één boek en in een zodanige volgorde als ze nu hebben bijeengebracht is, zonder de tijd te volgen waarin elke psalm gemaakt is. De Hebreeën verdelen dit boek (dat door de Heere Christus het Boek der Psalmen genoemd wordt, Luk. 20:42) in vijf delen of boekjes: het eerste strekt zich uit tot het einde van Psalm 41, besloten met "Amen, ja Amen"; het tweede tot het einde van Psalm 72, eveneens besloten met "Amen, ja Amen" en het einde van Davids gebeden; het derde tot het einde van Psalm 89, die ook besloten wordt met "Amen, ja Amen"; het vierde tot het einde van Psalm 106, waarvan het slot is: "Amen, Halleluja"; het vijfde tot het einde van Psalm 150, de laatste psalm, eindigend met "Halleluja".