Psalmen 1
Lees Psalmen 1 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Beschrijving van de wandel en de gelukzaligheid van de vromen, en daartegenover van de aard en de ellendige staat van de goddelozen.
1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad van de goddelozen, noch staat op de weg van de zondaren, noch zit in het gestoelte van de spotters;
2Maar zijn lust is in de wet van JAHWEH, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.
3Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en wiens blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.
4Zo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind wegblaast.
5Daarom zullen de goddelozen niet bestaan in het gericht, noch de zondaars in de vergadering van de rechtvaardigen.
6Want JAHWEH kent de weg van de rechtvaardigen, maar de weg van de goddelozen zal vergaan.