BijbelPsalmen

Psalmen 10

Lees Psalmen 10 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

David, of Gods Kerk, of David in de naam van Gods Kerk, bidt vurig tegen de vervolging en verdrukking door de goddelozen, terwijl hij zeer levendig hun hoogmoed, goddeloosheid en hun wrede bloedige praktijken beschrijft. Hij begeert Gods rechtvaardige wraak, waarvan hij zich ook door geloof verzekert dat God die doen zal.

1O JAHWEH! waarom staat U van verre? waarom verbergt U Zich in tijden van benauwdheid?

2De goddeloze vervolgt hevig in hoogmoed de ellendige; laat hen gegrepen worden in de aanslagen, die zij bedacht hebben.

3Want de goddeloze roemt over de wens van zijn ziel; hij zegent de gierigaard, hij lastert JAHWEH.

4De goddeloze, gelijk hij zijn neus omhoog steekt, onderzoekt niet; al zijn gedachten zijn, dat er geen God is.

5Zijn wegen maken altijd smarte; Uw oordelen zijn een hoogte, verre van hem; al zijn tegenstanders, die blaast hij aan.

6Hij zegt in zijn hart: Ik zal niet wankelen; want ik zal van geslacht tot geslacht in geen kwaad zijn.

7Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid.

8Hij zit in de achterlage van de hoeven, in verborgen plaatsen doodt hij de onschuldige; zijn ogen verbergen zich tegen de arme.

9Hij legt hinderlagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt hinderlagen, om de ellendige te roven; hij rooft de ellendige, als hij hem trekt in zijn net.

10Hij duikt neer, hij buigt zich; en de arme hoop valt in zijn sterke poten.

11Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid.

12Sta op, JAHWEH God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.

13Waarom lastert de goddeloze God? zeg in zijn hart: U zult het niet zoeken?

14U ziet het immers; want U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, U bent geweest een Helper van de wees.

15Breek de arm van de goddelozen en bozen; zoek zijn goddeloosheid, totdat U haar niet vindt.

16JAHWEH is Koning eeuwig en altijd; de heidenen zijn vergaan uit Zijn land.

17JAHWEH! U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord; U zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;

18Om de wees en verdrukte recht te doen; opdat een mens van de aarde niet meer voortvare geweld te bedrijven.