BijbelPsalmen

Psalmen 108

Lees Psalmen 108 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

David wekt zichzelf op tot prijs en lof van de HEERE, terwijl hij tevens God bidt om Zijn bijstand, met vast vertrouwen dat hij door Zijn goedgunstigheid de overhand over zijn vijanden hebben zou.

1Een lied, een psalm van David.

2O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer.

3Waak op, u luit en harp! ik zal in de dageraad opwaken.

4Ik zal U loven onder de volken, o JAHWEH! en ik zal U psalmzingen onder de natiën.

5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

6Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de hele aarde.

7Opdat Uw geliefden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.

8God heeft gesproken in Zijn heiligdom, daarom zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.

9Gilead is van mij, Manasse is van mij, en Efraïm is de sterkte van mijn hoofd; Juda is mijn wetgever.

10Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.

11Wie zal mij voeren in een versterkte stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

12Zult U het niet zijn, o God! Die ons verstoten had, en Die niet uittrokt, o God! met onze legermachten?

13Geef U ons hulp uit de benauwdheid; want heil van de mensen is zinloosheid.

14In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze tegenstanders vertreden.