Psalmen 130
Lees Psalmen 130 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Deze psalm is een innig gebed van een godzalig mens, zeer ontroerd zijnde vanwege zijn zonden, maar toch vast vertrouwend dat God hem die vergeven zal; ook vermaant hij Israël om op de HEERE te hopen.
1Een lied Hammaäloth. Uit de diepten roep ik tot U, o JAHWEH!
2JAHWEH! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem van mijn smekingen.
3Zo U, JAHWEH! de ongerechtigheden gadeslaat; JAHWEH! wie zal bestaan?
4Maar bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.
5Ik verwacht JAHWEH; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
6Mijn ziel wacht op JAHWEH, meer dan de wachters op de morgen; de wachters op de morgen.
7Israël hope op JAHWEH; want bij JAHWEH is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
8En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.