BijbelPsalmen

Psalmen 132

Lees Psalmen 132 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Davids zorgvuldigheid betreffende het brengen van de ark binnen Jeruzalem, alsook zijn gebed daarover gedaan, met een verhaal van de eed en de beloften die God aan David en zijn Kerk gedaan heeft, aangaande het eeuwig Koninkrijk van Christus.

1Een lied Hammaäloth. O JAHWEH! gedenk aan David, aan al zijn lijden;

2Dat hij JAHWEH gezworen heeft, aan de Machtige van Jakob een gelofte gedaan heeft, zeggende:

3Zo ik in de tent van mijn huis inga, zo ik op de koets van mijn bed klimme!

4Zo ik mijn ogen slaap geve, mijn oogleden sluimering;

5Totdat ik voor JAHWEH een plaats gevonden zal hebben, woningen voor de Machtige van Jakob!

6Zie, wij hebben van haar gehoord in Efratha; wij hebben haar gevonden in de velden van Jaär.

7Wij zullen in Zijn woningen ingaan, wij zullen ons neerbuigen voor de voetbank van Zijn voeten.

8Sta op, JAHWEH! tot Uw rust, U en de ark van Uw sterkte!

9Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid, en dat Uw gunstgenoten juichen.

10Weer het aangezicht van Uw Gezalfde niet af, omwille van David, Uw knecht.

11JAHWEH heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, zeggende: Van de vrucht van uw buik zal Ik op uw troon zetten.

12Als uw zonen Mijn verbond zullen houden, en Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal; zo zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid op uw troon zitten.

13Want JAHWEH heeft Sion gekozen, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:

14Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd.

15Ik zal haar voedsel rijk zegenen, haar armen zal Ik met brood verzadigen.

16En haar priesters zal Ik met heil bekleden, en haar gunstgenoten zullen zeer juichen.

17Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb voor Mijn Gezalfde een lamp gereedgemaakt.

18Ik zal zijn vijanden met schaamte bekleden; maar op hem zal zijn kroon bloeien.