BijbelPsalmen

Psalmen 27

Lees Psalmen 27 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

David verhaalt dat God zijn enige troost en toevlucht is in alle gevaren; en hoe hartelijk hij verlangt om altijd in Gods huis te zijn, waarom hij ook voortdurend bidt; terwijl hij zich ondertussen in zijn omzwervingen ophoudt en sterkt door geloof en geduldig wachten op de vervulling van Gods beloften, waartoe hij ook anderen vermaant.

1Een psalm van David. JAHWEH is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? JAHWEH is van mijn leven kracht, voor wie zou ik bevreesd zijn?

2Als de bozen, mijn tegenstanders, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stootten zij zelf aan, en vielen.

3Hoewel mij een leger belegerde, mijn hart zou niet vrezen; hoewel een oorlog tegen mij opstond, zo vertrouw ik hierop.

4Één ding heb ik van JAHWEH begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen van mijn leven mocht wonen in het huis van JAHWEH, om de liefelijkheid van JAHWEH te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.

5Want Hij versteekt mij in Zijn hut, op de dag van het kwaad; Hij verbergt mij in het verborgene van Zijn tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen.

6Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden boven mijn vijanden, die rondom mij zijn, en ik zal in Zijn tent offergaven van het geklank offeren; ik zal zingen, ja, psalmzingen JAHWEH.

7Hoor, JAHWEH! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

8Mijn hart zegt tot U: U zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o JAHWEH!

9Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; U bent mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God van mijn heil!

10Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar JAHWEH zal mij aannemen.

11JAHWEH! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, vanwege mijn spionnen.

12Geef mij niet over in de begeerte van mijn tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, en ook die wrevel uitblaast.

13Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede van JAHWEH zou zien in het land van de levenden, ik was vergaan.

14Wacht op JAHWEH, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op JAHWEH.