BijbelPsalmen

Psalmen 3

Lees Psalmen 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

David klaagt over de menigte en de aanmatiging van zijn vijanden; troost en sterkt zich daartegen door zijn vertrouwen en gerustheid in God, en veelvuldige ondervinding van Zijn genadige bijstand in het verleden, en bidt om zijn en de Kerks behoudenis.

1Een psalm van David, als hij vluchtte voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.

2O JAHWEH! hoe zijn mijn tegenstanders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.

3Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.

4Maar U, JAHWEH! bent een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.

5Ik riep met mijn stem tot JAHWEH, en Hij verhoorde mij van de berg van Zijn heiligheid. Sela.

6Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte, want JAHWEH ondersteunt mij.

7Ik zal niet vrezen voor tienduizenden van het volk, die zich rondom tegen mij zetten.

8Sta op, JAHWEH, verlos mij, mijn God; want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen; de tanden van de goddelozen hebt U verbroken.

9Het heil is van JAHWEH; Uw zegen is over Uw volk. Sela.