BijbelPsalmen

Psalmen 30

Lees Psalmen 30 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

David dankt God voor zijn verlossing uit dodelijke gevaren, en vermaant de Kerk om hetzelfde met hem te doen, vanwege Gods onbegrijpelijke goedertierenheid, die hij in zijn eigen persoon duidelijk had ondervonden; toen hij door een geheel onverwachte, plotselinge en schrikwekkende overval zeer ontsteld en verbijsterd zijnde, op zijn bidden ook zeer wonderbaar en spoedig door God verlost is.

1Een psalm, een lied van de inwijding van Davids huis.

2Ik zal U verhogen, JAHWEH, want U hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

3JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij genezen.

4JAHWEH! U hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; U hebt mij bij het leven behouden, dat ik in de kuil niet ben neergedaald.

5Psalmzing JAHWEH, u Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter herinnering van Zijn heiligheid.

6Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; 's avonds overnacht het geween, maar 's morgens is er gejuich.

7Ik zei wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.

8Want, JAHWEH! U had mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen U Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

9Tot U, JAHWEH! riep ik, en ik smeekte tot JAHWEH:

10Wat winst is er in mijn bloed, in mijn neerdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

11Hoor, JAHWEH! en wees mij genadig; JAHWEH! wees mij een Helper.

12U hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; U hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;

13Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. JAHWEH, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.