BijbelPsalmen

Psalmen 4

Lees Psalmen 4 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

David bidt om genadige verhoring, bestraft zijn vijanden en vermaant hen tot bekering; hij is verheugd, getroost en gerust in Gods genade.

1Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth.

2Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In benauwdheid hebt U mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.

3U, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult u van de zinloosheid houden, de leugen zoeken? Sela.

4Weet toch, dat JAHWEH Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; JAHWEH zal horen, als ik tot Hem roep.

5Wees beroerd, en zondigt niet; spreek in uw hart op uw bed, en wees stil. Sela.

6Offer offergaven van de gerechtigheid, en vertrouwt op JAHWEH.

7Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef U over ons het licht van Uw aangezicht, o JAHWEH!

8U hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun nieuwe wijn vermenigvuldigd zijn.

9Ik zal in vrede samen neerliggen en slapen; want U, o JAHWEH! alleen zult mij doen zeker wonen.