BijbelPsalmen

Psalmen 42

Lees Psalmen 42 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

De profeet klaagt bitter, in zijn ballingschap, over het ontberen van de openbare godsdienst en over de godslasteringen van zijn vijanden, waardoor zijn geest overstelpt wordt; maar hij wekt zijn ziel weer op tot een vaste hoop en vertrouwen op Gods genade.

1Een onderwijzing, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

2Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!

3Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?

4Mijn tranen zijn mij tot voedsel dag en nacht; omdat zij de hele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?

5Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik was gewend heen te gaan onder de menigte, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.

6Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en bent onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van Zijn aangezicht.

7O mijn God! mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik aan U uit het land van de Jordaan, en Hermon, uit het klein gebergte.

8De afgrond roept tot de afgrond, bij het geluid van Uw watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.

9Maar JAHWEH zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden, en in de nacht zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot de God van mijn leven.

10Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?

11Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn tegenstanders, als zij de hele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?

12Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de veelvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.