BijbelPsalmen

Psalmen 47

Lees Psalmen 47 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Een triomflied van de Kerk, ter ere van haar Koning Jezus Christus, in Zijn hemelvaart, afgebeeld door het opbrengen van de ark van het verbond in Sion en in de tempel; met een vermaning aan alle volken en een profetie van de roeping van de heidenen.

1Een psalm, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

2Alle volken, klapt in de hand; juich voor God met een stem van vreugdegezang.

3Want JAHWEH, de Allerhoogste, is vreselijk, een groot Koning over de hele aarde.

4Hij brengt de volken onder ons, en de natiën onder onze voeten.

5Hij verkiest voor ons onze erfenis, de heerlijkheid van Jakob, die Hij heeft liefgehad. Sela.

6God vaart op met gejuich, JAHWEH met geklank van de bazuin.

7Psalmzing voor God, psalmzingt! Psalmzing onze Koning, psalmzingt!

8Want God is een Koning van de hele aarde; psalmzing met een onderwijzing!

9God regeert over de heidenen; God zit op de troon van Zijn heiligheid.

10De edelen van de volken zijn verzameld tot het volk van de God van Abraham; want de schilden van de aarde zijn van God. Hij is zeer verheven!