Psalmen 72
Lees Psalmen 72 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
David, kort voor zijn dood, bidt voor Salomo en voorzegt een zeer gezegende en gelukkige staat van zijn koninkrijk, daar dit een voorbeeld is van het Koninkrijk van Christus, over Wiens eeuwigheid, uitbreiding, heerlijkheid en genaderijke staat hij zich ten uiterste door geloof verheugt, besluitend met een hartelijke dankzegging.
1Voor Salomo. O God! geef de koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid de zoon van de koning.
2Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.
3De bergen zullen de volk vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.
4Hij zal de ellendigen van het volk richten; hij zal de kinderen van de armen verlossen, en de verdrukker verbrijzelen.
5Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.
6Hij zal neerdalen als een regen op het nagras, als de druppelen, die de aarde bevochtigen.
7In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij.
8En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden van de aarde.
9De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof likken.
10De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren.
11Ja, alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen, alle heidenen zullen hem dienen.
12Want hij zal de arme redden, die daar roept, en ook de ellendige, en die geen helper heeft.
13Hij zal de arme en behoeftige sparen, en de zielen van de armen verlossen.
14Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen.
15En hij zal leven; en men zal hem geven van het goud van Scheba, en men zal steeds voor hem bidden; de hele dag zal men hem zegenen.
16Is er een hand vol koren in het land op de hoogte van de bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als het kruid van de aarde.
17Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen.
18Geloofd zij God JAHWEH, de God van Israël, Die alleen wonderen doet.
19En geloofd zij de Naam van Zijn heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de hele aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.
20De gebeden van David, de zoon van Isaï, hebben een einde.