Psalmen 8
Lees Psalmen 8 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
David verheft ten hoogste Gods majesteit, almacht en wonderbare regering; in het bijzonder Zijn onbegrijpelijke goedertierenheid en genade aan de ellendige mens, in de Messias Jezus Christus.
1Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Gitthith.
2O JAHWEH, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de hele aarde! U, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.
3Uit de mond van de kinderen en van de zuigelingen hebt U sterkte gegrondvest, vanwege Uw tegenstanders, om de vijand en wraakgierige te doen ophouden.
4Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U bereid hebt;
5Wat is de mens, dat U hem gedenkt, en de mensenzoon, dat U hem bezoekt?
6En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?
7U doet hem heersen over de werken van Uw handen; U hebt alles onder zijn voeten gezet;
8Schapen en ossen, alle die; ook mee de dieren van het veld.
9Het gevogelte van de hemel, en de vissen van de zee; wat de paden van de zeeën doorwandelt.
10O JAHWEH, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de hele aarde!