BijbelPsalmen

Psalmen 90

Lees Psalmen 90 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Mozes, Gods voorzienigheid en macht lovend, beschrijft de zwakheid, ellende en kortheid van het menselijk leven; en hij bidt God dat Hij hem en alle mensen die recht leer kennen.

1Een gebed van Mozes, de man van God. JAHWEH! U bent ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.

2Voordat de bergen geboren waren, en U de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U God.

3U doet de mens terugkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keer weer, u mensenkinderen!

4Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.

5U overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in de morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;

6In de morgenstond bloeit het, en het verandert; 's avonds wordt het afgesneden, en het verdort.

7Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw woede worden wij verschrikt.

8U stelt onze ongerechtigheden voor U, onze geheime zonden in het licht van Uw aangezicht.

9Want al onze dagen gaan heen door Uw toorn; wij brengen onze jaren door als een gedachte.

10Voor wat betreft de dagen van onze jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snel afgesneden, en wij vliegen daarheen.

11Wie kent de sterkte van Uw toorn, en Uw toorn, naardat U te vrezen bent?

12Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

13Keer weer, JAHWEH! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.

14Verzadig ons in de morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.

15Verblijd ons naar de dagen, in die U ons vernederd hebt, naar de jaren, in die wij het kwaad gezien hebben.

16Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.

17En de liefelijkheid van JAHWEH, van onze God; zij over ons; en bevestig U het werk van onze handen over ons, ja, het werk van onze handen, bevestig dat.