BijbelPsalmen

Psalmen 94

Lees Psalmen 94 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

De profeet bidt God dat Hij wraak doe over de tirannen en goddelozen, die hij hier beschrijft, terwijl hij hun Gods voorzienigheid in het scheppen en regeren van de wereld aanwijst; en hij troost de godzaligen met de hulp en de verlossingen die de HEERE de Zijnen gewoon is te bewijzen.

1O God van wraak! o JAHWEH, God van wraak! verschijn blinkend.

2U, Rechter van de aarde! verhef U; breng vergelding weer over de hoogmoedigen.

3Hoe lang zullen de goddelozen, o JAHWEH! hoe lang zullen de goddelozen van vreugde opspringen?

4Uitgieten? hard spreken? alle werkers van de ongerechtigheid zich beroemen?

5O JAHWEH! zij verbrijzelen Uw volk, en zij verdrukken Uw erfdeel.

6De weduwe en de vreemdeling doden zij, en zij vermoorden de wezen.

7En zeggen: JAHWEH ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.

8Let op, u onvernuftigen onder het volk! en u dwazen! wanneer zult u verstandig worden?

9Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? zou Hij, Die het oog vormt, niet aanschouwen?

10Zou Hij, Die de heidenen tuchtigt, niet straffen, Hij, Die de mens wetenschap leert?

11JAHWEH weet de gedachten van de mensen, dat zij zinloosheid zijn.

12Welgelukzalig is de man, o JAHWEH! die U tuchtigt, en die U leert uit Uw wet,

13Om hem rust te geven van de kwade dagen; totdat de kuil voor de goddeloze gegraven wordt.

14Want JAHWEH zal Zijn volk niet begeven, en Hij zal Zijn erfenis niet verlaten.

15Want het oordeel zal terugkeren tot de gerechtigheid; en alle oprechten van hart zullen hetzelfde navolgen.

16Wie zal voor mij staan tegen de boosdoeners? Wie zal zich voor mij stellen tegen de werkers van de ongerechtigheid?

17Tenzij JAHWEH mij een Hulp geweest was, mijn ziel had bijna in de stilte gewoond.

18Als ik zei: Mijn voet wankelt; Uw goedertierenheid, o JAHWEH! ondersteunde mij.

19Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verfrist.

20Zou zich de stoel van de schadelijkheden met U vergezelschappen, die moeite verdicht bij inzetting?

21Zij rotten zich samen tegen de ziel van de rechtvaardigen, en zij verdoemen onschuldig bloed.

22Maar JAHWEH is mij geweest tot een Vesting, en mijn God tot een Steenrots van mijn toevlucht.

23En Hij zal hun ongerechtigheid op hen doen terugkeren, en Hij zal hen in hun boosheid vernietigen; JAHWEH, onze God, zal hen vernietigen.