Richteren 12
Lees Richteren 12 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Die van Efraïm komen zonder reden in opstand tegen Jefta, vers 1, enz. En er worden tweeënveertigduizend van hen verslagen, 4. Jefta sterft, 7. Na hem zijn richters Ebzan, 8; Elon, 11; Abdon, 13.
1Toen werden de mannen van Efraïm bijeengeroepen, en trokken over naar het noorden; en zij zeiden tot Jeftha: Waarom bent u doorgetrokken om te strijden tegen de kinderen Ammons, en hebt ons niet geroepen, om met u te gaan? wij zullen uw huis met u met vuur verbranden.
2En Jeftha zei tot hen: Ik en mijn volk waren zeer twistig met de kinderen Ammons; en ik heb u geroepen, maar u hebt mij uit hun hand niet verlost.
3Als ik nu zag, dat u niet verloste, zo stelde ik mijn ziel in mijn hand, en trok door tot de kinderen Ammons, en JAHWEH gaf hen in mijn hand; waarom bent u dan te deze dage tot mij opgekomen, om tegen mij te strijden?
4En Jeftha verzamelde alle mannen van Gilead, en streed met Efraïm; en de mannen van Gilead sloegen Efraïm, want de Gileadieten, zijnde tussen Efraïm en tussen Manasse, zeiden: U bent vluchtelingen van Efraïm.
5Want de Gileadieten namen de Efraïmieten de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan af; en het gebeurde, als de vluchtelingen van Efraïm zeiden: Laat mij overgaan; zo zeiden de mannen van Gilead tot hem: Bent u een Efraïmiet? wanneer hij zei: Nee;
6Zo zeiden zij tot hem: Zeg nu Schibboleth; maar hij zei: Sibbolet, en kon het zo niet recht spreken; zo grepen zij hem, en versloegen hem aan de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan, dat in die tijd van Efraïm vielen twee en veertig duizend.
7Jeftha nu richtte Israël zes jaren; en Jeftha, de Gileadiet, stierf, en werd begraven in de steden van Gilead.
8En na hem richtte Israël Ebzan, van Bethlehem.
9En hij had dertig zonen; en hij zond dertig dochters naar buiten, en bracht dertig dochters van buiten in voor zijn zonen; en hij richtte Israël zeven jaren.
10Toen stierf Ebzan, en werd begraven te Bethlehem.
11En na hem richtte Israël Elon, de Zebuloniet, en hij richtte Israël tien jaren.
12En Elon, de Zebuloniet, stierf, en werd begraven te Ajalon, in het land van Zebulon.
13En na hem richtte Israël Abdon, een zoon van Hillel, de Pirhathoniet.
14En hij had veertig zonen, en dertig zoons zonen, rijdende op zeventig ezelveulens; en hij richtte Israël acht jaren.
15Toen stierf Abdon, een zoon van Hillel, de Pirhathoniet; en hij werd begraven te Pirhathon, in het land van Efraïm, op de berg van de Amalekiet.