Spreuken 5
Lees Spreuken 5 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Vermaning tot het bestuderen van de wijsheid, vers 1. Ernstige waarschuwing voor onkuise vrouwen, 3. Vermaning tot een tuchtig en blij leven in de huwelijkse staat, 15. God ziet alles, vangt en verderft de goddelozen in hun zonden, 21.
1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
2Opdat u alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
3Want de lippen van de vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
4Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
5Haar voeten dalen naar de dood, haar treden houden het dodenrijk vast.
6Opdat u het pad van het leven niet zou wegen, zijn haar gangen onstandvastig, dat u het niet merkt.
7Nu dan, u kinderen! hoor naar mij, en wijkt niet van de redenen van mijn mond.
8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
9Opdat u anderen uw eer niet geeft, en uw jaren de wrede;
10Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis van de onbekenden;
11En u in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;
12En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!
13En heb niet gehoord naar de stem van mijn onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
14Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden van de gemeente en van de vergadering!
15Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;
16Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;
17Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.
18Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw van uw jeugd;
19Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten altijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.
20En waarom zou u, mijn zoon, in een vreemde dolen, en de schoot van de onbekende omvangen?
21Want de wegen van een ieder zijn voor de ogen van JAHWEH, en Hij weegt al zijne gangen.
22Zijn ongerechtigheden zullen de goddeloze vangen, en met de banden van zijn zonden zal hij vastgehouden worden.
23Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid van zijn dwaasheid zal hij verdwalen.