BijbelTobit

Tobit 7

Lees Tobit 7 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Tobias en zijn gids overnachten bij Raguël, die hen vriendelijk ontvangt 5 en, vragend naar de oude Tobias, verneemt dat deze zijn vader was. 9 Tobias verzoekt Sara ten huwelijk, 15 de vader Raguël geeft haar hem 18 en de moeder brengt haar wenend naar een andere kamer.

1EN gingen tot het huis van Raguël, en Sara kwam hen tegemoet, en groette hen, en zij weer haar.

2En zij bracht hen in het huis, en Raguël zei tot zijn vrouw Edna: Hoe gelijkt deze jongeling Tobias, mijn neef.

3En Raguël vroeg hun: Vanwaar bent u, broers?

4En zij zeiden tot hem: Uit de kinderen van Naftali zijn wij, van de gevangenen te Nineve.

5En hij zei tot hen: Kent u Tobias, onze broer, wel? En zij zeiden: Ja wij kennen hem wel.

6En hij zei tot hen: Is hij gezond? Zij zeiden: Hij leeft nog, en is gezond; en Tobias zei: Het is mijn vader.

7En Raguël sprong op en kuste hem, en huilde, en zegende hem, en zei tot hem: U bent de zoon van een eerlijke en goede man. En als hij hoorde, dat Tobias zijn ogen had verloren, werd hij bedroefd en huilde.

8En Edna, zijn vrouw, en Sara zijn dochter huilden ook.

9En zij ontvingen hen vriendelijk, en slachtten een ram van de schapen, en zetten hun veel voedsel voor. Maar Tobias zei tot Rafaël: Broeder Azarias, spreek nu over wat u onderweg gezegd hebt, en laat de zaak volbracht worden; en hij stelde Raguël die rede voor.

10En Raguël zei tot Tobias: Eet en drink, en wees vrolijk; want u komt het toe mijn dochter te nemen.

11Maar ik wil u de waarheid openbaren. Ik heb mijn dochter aan zeven mannen gegeven, en wanneer zij nu tot haar zouden ingaan, stierven zij tegen die nacht. Maar wat nu belangt, wees vrolijk.

12En Tobias zei: Ik zal hier geen voedsel smaken, totdat u hier zult staan en het mij toegestaan zult hebben. Raguël zei: Neem haar van nu aan tot u, naar recht, want u bent haar broer, en zij is uw zus.

13En de barmhartige God brenge u alles goeds toe!

14En hij riep zijn dochter Sara, en zij kwam tot haar vader.

15En nemende haar bij de hand, gaf hij haar Tobias tot een vrouw, en zei: Zie, neem haar naar de wet van Mozes tot u, en breng haar tot uw vader; en hij zegende haar.

16En hij riep Edna, zijn vrouw, en nam een boekje, en schreef een handschrift en verzegelde dat.

17En zij begonnen te eten.

18Daarna riep Raguël zijn vrouw Edna, en zei tot haar: Zuster, bereid de andere kamer, en breng hen daarin.

19En zij deed zoals hij zei, en zij bracht hen daar, en zij huilde, en ontving ook de tranen van haar dochter,

20En zij zei tot haar: Heb goede moed, dochter, de Heere van de hemel en van de aarde geve u vreugde voor deze uw verdriet, heb goede moed, dochter.