Zacharia 13
Lees Zacharia 13 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Profetie over de vergeving en afwassing van de zonden door Christus, vers 1. Over de uitroeiing van de afgodische dienst en van de valse leer, 2. Over het lijden en sterven van Christus, 7. Over de ondergang van de goddelozen en de behoudenis van de uitverkorenen, nadat zij door het kruis beproefd en gelouterd zouden zijn, 8, enz.
1Te die dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis van David, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.
2En het zal op die dag gebeuren, spreekt JAHWEH van de legermachten, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen van de afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen.
3En het zal gebeuren, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: U zult niet leven, omdat u valsheid gesproken hebt in de Naam van JAHWEH; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert.
4En het zal gebeuren op die dag, dat die profeten beschaamd zullen worden, ieder vanwege zijn visioen, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen, om te liegen.
5Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een man, die het land bouwt; want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan.
6En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee ik geslagen ben, in het huis van mijn liefhebbers.
7Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt JAHWEH van de legermachten; sla die Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
8En het zal gebeuren in het hele land, spreekt JAHWEH, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en de geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.
9En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: JAHWEH is mijn God.