{
  "number": 2,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;",
      "text1637": "ICK vermane dan voor alle dingen, [1] dat gedaen worden [2] smeeckingen, gebeden, voorbiddingen, danck-seggingen [3] voor alle menschen:",
      "text2026": "Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 dat gedaan worden: Namelijk niet alleen in het bijzonder, maar voornamelijk in de vergadering der gelovigen, alzo de openbare gebeden een deel zijn van de bediening der leraren. Zie Hand. 6:4. Handelingen 6:4: Maar wij zullen volharden in het gebed, en in de bediening des Woords.",
          "text1637": "N. niet alleen in het bysonder, maer voornamelick in de vergaderingen der geloovigen, also de publijcke gebeden een deel zijn van de bedieninge der Leeraren. Siet Act. 6.4.",
          "text2026": "1 dat gedaan worden: Namelijk niet alleen in het bijzonder, maar voornamelijk in de vergadering van de gelovigen, zo de openbare gebeden een deel zijn van de bediening van de leraren. Zie Hand. 6:4. Handelingen 6:4: Maar wij zullen volharden in het gebed, en in de bediening van het Woord."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 smekingen, gebeden: Hoewel deze soorten van gebeden somwijlen wat breder worden genomen, zo kunnen nochtans deze hier bekwamelijk worden onderscheiden, namelijk dat smekingen zijn verbiddingen van allerlei straffen en zwarigheden; gebeden, begeerten van Gods hulp en van allerlei zegen; voorbiddingen, gebeden of ook klachten, die wij bij God doen voor anderen; dankzeggingen, die geschieden voor de weldaden Gods door ons of anderen ontvangen.",
          "text1637": "Hoe wel dese soorten van bidden somwijlen wat breeder worden genomen, soo konnen nochtans de selve hier bequamelick worden onderscheyden. Namel. dat smeeckingen zijn verbiddingen van allerley straffen ende swarigheden: gebeden, begeerten van Godts hulpe ende dan allerley segen: Voorbiddinghen, ghebeden ofte oock klachten, die wy by Godt doen voor andere: danckseggingen, die geschieden over de weldaden Godts van ons ofte van andere ontfangen.",
          "text2026": "2 smekingen, gebeden: Hoewel deze soorten van gebeden somwijlen wat breder worden genomen, zo kunnen nochtans deze hier bekwamelijk worden onderscheiden, namelijk dat smekingen zijn verbiddingen van allerlei straffen en zwarigheden; gebeden, begeerten van Gods hulp en van allerlei zegen; voorbiddingen, gebeden of ook klachten, die wij bij God doen voor anderen; dankzeggingen, die gebeuren voor de weldaden Gods door ons of anderen ontvangen."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 voor alle mensen: Dat is, voor allerlei mensen, van welk beroep of volk zij zijn, hogen of lagen, gelijk dit woord alle dikwijls in Gods Woord voor allerlei wordt genomen. Zie Matth. 4:23; Luk. 11:42; Ef. 1:3; 1 Kor. 10:25. En dat het woord alle hier zo moet worden genomen, blijkt uit Joh. 17:9; Gal. 5:12; 2 Tim. 4:14; 1 Joh. 5:16; Openb. 6:10, waar betuigd wordt, dat wij voor allen en ieder niet moeten bidden, ja dat de gelovigen ook tegen sommigen hebben gebeden. Mattheüs 4:23: En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk. Lukas 11:42: Maar wee u, Farizeën, want gij vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten. Efeziërs 1:3: Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus. 1 Korinthiërs 10:25: Eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt, niets ondervragende, om des gewetens wil; Johannes 17:9: Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. Galaten 5:12: Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken! 2 Timotheüs 4:14: Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaads betoond; de Heere vergelde hem naar zijn werken. 1 Johannes 5:16: Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden. Openbaring 6:10: En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?",
          "text1637": "D. voor allerley menschen, van wat beroep ofte volck sy zijn, hooge ofte leege, gelijck dit woordt alle dickmael in Godts woordt voor allerley wordt ghenomen. Siet Matth. 4.23. Luc. 11.42. Ephes. 1.3. 1.Corinth. 10.25. Ende dat het woordt alle hier alsoo moet worden ghenomen, blijckt uyt Ioan. 17.9. 2.Timoth. 4.14. Galat. 5.12. 1.Ioan. 5.16. Apoc. 6.10. alwaer getuyght wort, dat wy voor alle ende yeder niet en moeten bidden, ja dat de geloovige oock tegen sommige hebben gebeden.",
          "text2026": "3 voor alle mensen: Dat is, voor allerlei mensen, van welk beroep of volk zij zijn, hogen of lagen, gelijk dit woord alle dikwijls in Gods Woord voor allerlei wordt genomen. Zie Matt. 4:23; Luk. 11:42; Ef. 1:3; 1 Kor. 10:25. En dat het woord alle hier zo moet worden genomen, blijkt uit Joh. 17:9; Gal. 5:12; 2 Tim. 4:14; 1 Joh. 5:16; Openb. 6:10, waar betuigd wordt, dat wij voor allen en ieder niet moeten bidden, ja dat de gelovigen ook tegen sommigen hebben gebeden. Mattheüs 4:23: En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie van het Koninkrijk, en genezende alle ziekte en alle kwalen onder het volk. Lukas 11:42: Maar wee u, Farizeën, want u vertient munte, en ruite, en alle moeskruid, en u gaat voorbij het oordeel en de liefde van God. Dit moest men doen, en het andere niet nalaten. Efeziërs 1:3: Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus. 1 Korinthiërs 10:25: Eet al wat in het vleeshuis verkocht wordt, niets ondervragende, vanwege het geweten; Johannes 17:9: Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die U Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. Galaten 5:12: Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken! 2 Timotheüs 4:14: Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaads betoond; de Heer vergelde hem naar zijn werken. 1 Johannes 5:16: Als iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot de dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot de dood. Er is een zonde tot de dood; voor dezelfde zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden. Openbaring 6:10: En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "παρακαλω",
          "strongs": "G3870",
          "lemma_strongs": "G3870",
          "morfologie": "V-PAI-1S"
        },
        {
          "woord": "ουν",
          "strongs": "G3767",
          "lemma_strongs": "G3767",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πρωτον",
          "strongs": "G4412",
          "lemma_strongs": "G4412",
          "morfologie": "ADV-S"
        },
        {
          "woord": "παντων",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GPN"
        },
        {
          "woord": "ποιεισθαι",
          "strongs": "G4160",
          "lemma_strongs": "G4160",
          "morfologie": "V-PPN"
        },
        {
          "woord": "δεησεις",
          "strongs": "G1162",
          "lemma_strongs": "G1162",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "προσευχας",
          "strongs": "G4335",
          "lemma_strongs": "G4335",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "εντευξεις",
          "strongs": "G1783",
          "lemma_strongs": "G1783",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "ευχαριστιας",
          "strongs": "G2169",
          "lemma_strongs": "G2169",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "υπερ",
          "strongs": "G5228",
          "lemma_strongs": "G5228",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παντων",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GPM"
        },
        {
          "woord": "ανθρωπων",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-GPM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik vermaan dan voor alle dingen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> dat gedaan worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> voor alle mensen;",
      "textSV1888_html": "Ik vermaan dan voor alle dingen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> dat gedaan worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> voor alle mensen;",
      "text1637_html": "ICK vermane dan voor alle dingen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> dat gedaen worden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> smeeckingen, gebeden, voorbiddingen, danck-seggingen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> voor alle menschen:",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3870",
            "G3767",
            "G4412",
            "G3956",
            "G4160",
            "G1162",
            "G4335",
            "G1783",
            "G2169",
            "G5228",
            "G3956",
            "G444"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3870",
            "G3767",
            "G4412",
            "G3956",
            "G4160",
            "G1162",
            "G4335",
            "G1783",
            "G2169",
            "G5228",
            "G3956",
            "G444"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PAI-1S",
            "CONJ",
            "ADV-S",
            "A-GPN",
            "V-PPN",
            "N-APF",
            "N-APF",
            "N-APF",
            "N-APF",
            "PREP",
            "A-GPM",
            "N-GPM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "παρακαλω",
            "ουν",
            "πρωτον",
            "παντων",
            "ποιεισθαι",
            "δεησεις",
            "προσευχας",
            "εντευξεις",
            "ευχαριστιας",
            "υπερ",
            "παντων",
            "ανθρωπων"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:1",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            "G5745",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.",
      "text1637": "[a] Voor Coningen, ende alle die in hoocheyt zijn: [4] op dat wy een gerust ende stil leven leyden mogen in alle [5] Godtsalicheyt, ende eerbaerheyt.",
      "text2026": "Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 opdat wij een gerust: Dit nemen sommigen als het doel, of de oorzaak, waartoe de overheden in hoogheid gesteld zijn, namelijk opdat wij onder hunne regering in rust zouden mogen leven, gelijk Paulus ook leert, Rom. 13:3, 13:4. Het wordt van anderen ook bekwamelijk gebruikt voor de zaak, om welke wij voor de overheden moeten bidden, daar er dikwijls overheden zijn, gelijk ten tijde der apostelen, die de Kerk Gods vervolgen en zoeken te beletten, dat haar leden in Godzaligheid en rust zouden leven. Romeinen 13:3: Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben; Romeinen 13:4: Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet te vergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.",
          "text1637": "Dit nemen sommige als het eynde, ofte de oorsake, waer toe de Overheden in hoogheyt gestelt zijn. Namel. op dat my onder hare regeringe in ruste souden mogen leven, gelijck Paulus oock leert Rom. 13. versen 3, 4. Dan wordt van andere oock bequamelick genomen voor de sake, om welcke wy voor de Overheden moeten bidden, overmidts daer dickmael Overheden zijn, ghelijck ten tijden der Apostelen, die de Kercke Godts vervolghen, ende soecken te beletten, dat de leden der selve in Godtsalicheydt, ende ruste souden leven.",
          "text2026": "4 opdat wij een gerust: Dit nemen sommigen als het doel, of de oorzaak, waartoe de overheden in hoogheid gesteld zijn, namelijk opdat wij onder hunne regering in rust zouden mogen leven, gelijk Paulus ook leert, Rom. 13:3, 13:4. Het wordt van anderen ook bekwamelijk gebruikt voor de zaak, om welke wij voor de overheden moeten bidden, daar er dikwijls overheden zijn, gelijk ten tijde van de apostelen, die de Kerk van God vervolgen en zoeken te beletten, dat haar leden in Godzaligheid en rust zouden leven. Romeinen 13:3: Want de oversten zijn niet tot een vreze de goeden werken, maar de kwaden. Wilt u nu de macht niet vrezen, doe het goede, en u zult lof van haar hebben; Romeinen 13:4: Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar als u kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet te vergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit gaat den Godsdienst of de eerste tafel van de geboden Gods aan, gelijk het volgende woord eerbaarheid, of zedigheid, op de geboden van de tweede tafel, en op de diensten, die de een den ander schuldig is, slaat. Want de rechte overheden zijn bewaarders, of beschermers, van de beide tafelen der wet.",
          "text1637": "Dit gaet aen den Godtsdienst ofte de eerste tafel van de geboden Godts, gelijck het volgende woordt eerbaerheydt, ofte zedicheydt, op de gheboden van de tweede tafel, ende op de diensten die d’een den anderen schuldich is, sijn ooghmerck heeft. Want de rechte Overheden zijn bewaerders, ofte beschermers, van beyde de tafelen der thien gheboden.",
          "text2026": "Dit gaat de Godsdienst of de eerste tafel van de geboden van God aan, gelijk het volgende woord eerbaarheid, of zedigheid, op de geboden van de tweede tafel, en op de diensten, die de één de ander schuldig is, slaat. Want de rechte overheden zijn bewaarders, of beschermers, van de beide tafelen van de wet."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 29:7. Jeremia 29:7: En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben.",
          "text1637": "Ierem. 29.7.",
          "text2026": "Jer. 29:7. Jeremia 29:7: En zoekt de vrede van de stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot JAHWEH; want in haar vrede zult u vrede hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "υπερ",
          "strongs": "G5228",
          "lemma_strongs": "G5228",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "βασιλεων",
          "strongs": "G935",
          "lemma_strongs": "G935",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παντων",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GPM"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "υπεροχη",
          "strongs": "G5247",
          "lemma_strongs": "G5247",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "οντων",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAP-GPM"
        },
        {
          "woord": "ινα",
          "strongs": "G2443",
          "lemma_strongs": "G2443",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ηρεμον",
          "strongs": "G2263",
          "lemma_strongs": "G2263",
          "morfologie": "A-ASM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ησυχιον",
          "strongs": "G2272",
          "lemma_strongs": "G2272",
          "morfologie": "A-ASM"
        },
        {
          "woord": "βιον",
          "strongs": "G979",
          "lemma_strongs": "G979",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "διαγωμεν",
          "strongs": "G1236",
          "lemma_strongs": "G1236",
          "morfologie": "V-PAS-1P"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παση",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-DSF"
        },
        {
          "woord": "ευσεβεια",
          "strongs": "G2150",
          "lemma_strongs": "G2150",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "σεμνοτητι",
          "strongs": "G4587",
          "lemma_strongs": "G4587",
          "morfologie": "N-DSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> godzaligheid en eerbaarheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> godzaligheid en eerbaarheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Voor Coningen, ende alle die in hoocheyt zijn: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> op dat wy een gerust ende stil leven leyden mogen in alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Godtsalicheyt, ende eerbaerheyt.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G5228",
            "G935",
            "G2532",
            "G3956",
            "G3588",
            "G1722",
            "G5247",
            "G1510",
            "G2443",
            "G2263",
            "G2532",
            "G2272",
            "G979",
            "G1236",
            "G1722",
            "G3956",
            "G2150",
            "G2532",
            "G4587"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G5228",
            "G935",
            "G2532",
            "G3956",
            "G3588",
            "G1722",
            "G5247",
            "G1510",
            "G2443",
            "G2263",
            "G2532",
            "G2272",
            "G979",
            "G1236",
            "G1722",
            "G3956",
            "G2150",
            "G2532",
            "G4587"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "N-GPM",
            "CONJ",
            "A-GPM",
            "T-GPM",
            "PREP",
            "N-DSF",
            "V-PAP-GPM",
            "CONJ",
            "A-ASM",
            "CONJ",
            "A-ASM",
            "N-ASM",
            "V-PAS-1P",
            "PREP",
            "A-DSF",
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "N-DSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "υπερ",
            "βασιλεων",
            "και",
            "παντων",
            "των",
            "εν",
            "υπεροχη",
            "οντων",
            "ινα",
            "ηρεμον",
            "και",
            "ησυχιον",
            "βιον",
            "διαγωμεν",
            "εν",
            "παση",
            "ευσεβεια",
            "και",
            "σεμνοτητι"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:2",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5725",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;",
      "text1637": "Want [6] dat is goet ende aengenaem voor Godt onsen Salichmaker,",
      "text2026": "Want dat is goed en aangenaam voor God, onze Zaligmaker;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 dat is goed: Namelijk te bidden voor alle mensen, gelijk de volgende verzen aantonen.",
          "text1637": "N. te bidden voor alle menschen, gelijck de volghende verssen uytwijsen.",
          "text2026": "6 dat is goed: Namelijk te bidden voor alle mensen, gelijk de volgende verzen aantonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "τουτο",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-NSN"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "καλον",
          "strongs": "G2570",
          "lemma_strongs": "G2570",
          "morfologie": "A-NSN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αποδεκτον",
          "strongs": "G587",
          "lemma_strongs": "G587",
          "morfologie": "A-NSN"
        },
        {
          "woord": "ενωπιον",
          "strongs": "G1799",
          "lemma_strongs": "G1799",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "σωτηρος",
          "strongs": "G4990",
          "lemma_strongs": "G4990",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "ημων",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1GP"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> dat is goed en aangenaam voor God, onze Zaligmaker;",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> dat is goet ende aengenaem voor Godt onsen Salichmaker,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onzen",
          "new": "onze",
          "principe": "N8"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want dat is goed en aangenaam voor God, onze Zaligmaker;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3778",
            "G1063",
            "G2570",
            "G2532",
            "G587",
            "G1799",
            "G3588",
            "G4990",
            "G1473",
            "G2316"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3778",
            "G1063",
            "G2570",
            "G2532",
            "G587",
            "G1799",
            "G3588",
            "G4990",
            "G1473",
            "G2316"
          ],
          "morfologie": [
            "D-NSN",
            "CONJ",
            "A-NSN",
            "CONJ",
            "A-NSN",
            "PREP",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "P-1GP",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "τουτο",
            "γαρ",
            "καλον",
            "και",
            "αποδεκτον",
            "ενωπιον",
            "του",
            "σωτηρος",
            "ημων",
            "θεου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:3",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.",
      "text1637": "[b] Welcke wil dat [7] alle menschen salich worden, ende tot [8] kennisse der waerheyt comen.",
      "text2026": "Die wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis van de waarheid komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 alle mensen zalig: Dit woord alle wordt hier ook gebruikt voor allerlei, gelijk blijkt uit vers 2, waarvan vers 4 een reden geeft; alsook uit het woord wil, want zo God wil dat alle mensen zalig worden, zo zullen ook allen zalig worden, dewijl God doet al wat Hij wil, Ps. 115:3; Rom. 9:19; Ef. 1:11. En dit wordt ook bewezen uit hetgeen de apostel daarbij voegt, dat God wil dat zij allen tot de kennis der waarheid komen, daar de Schrift getuigt, dat dit is een voorrecht van Gods volk. Zie Ps. 147:19, 147:20; Matth. 11:25; Joh. 6:45; Ef. 2:12, enz. Dat iemand zou willen zeggen, dat God zulks wil, indien de mensen ook willen; dat is de zaligheid ten dele aan Gods wil, ten dele aan des mensen wil hangen, hetwelk strijdt met hetgeen de apostel leert, Rom. 9:16, 9:23, en Rom. 10:20, en Rom. 11:35, 11:36; en doorgaans elders. 1 Timotheüs 2:2: Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid. 1 Timotheüs 2:4: Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen. Psalmen 115:3: Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt. Romeinen 9:19: Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan? Efeziërs 1:11: In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil; Psalmen 147:19: Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten. Psalmen 147:20: Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah! Mattheüs 11:25: In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Efeziërs 2:12: Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Romeinen 9:16: Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods. Romeinen 9:23: En opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid? Romeinen 10:20: En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden. Romeinen 11:35: Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden? Romeinen 11:36: Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.",
          "text1637": "Dit woordt alle wordt hier oock ghenomen voor allerley, ghelijck blijckt uyt het voorgaende 2 vers, waer van dit vers een reden geeft: als oock uyt het woordt wil, want soo Godt wil dat alle menschen salich worden, soo sullen’se oock alle saligh worden, dewijle Godt doet al wat hy wil. Psal. 115.3. Rom. 9.19. Ephes. 1.11. Ende het selve wort oock bewesen uyt het gene den Apostel daer by voeght, dat Godt wil dat sy alle tot de kennisse der waerheyt komen, also de Schrift ghetuyght dat dit is een privilegie van Godts volck. Siet Psal. 147. versen 19, 20. Mat. 11.25. Ioan. 6.45. Ephes. cap. 2. vers 12, etc. Dat yemandt soude willen seggen, dat Godt sulcx wil, indien de menschen oock willen, dat is de salicheydt ten deele aen Godes wille, ten deele aen des menschen wille hangen, ’t welck strijdt met het gene den Apostel leert, Rom. 9.16, 23. ende 10.20. ende 11.35, 36. ende doorgaens elders.",
          "text2026": "7 alle mensen zalig: Dit woord alle wordt hier ook gebruikt voor allerlei, gelijk blijkt uit vers 2, waarvan vers 4 een reden geeft; alsook uit het woord wil, want zo God wil dat alle mensen zalig worden, zo zullen ook allen zalig worden, omdat God doet al wat Hij wil, Ps. 115:3; Rom. 9:19; Ef. 1:11. En dit wordt ook bewezen uit wat de apostel daarbij voegt, dat God wil dat zij allen tot de kennis van de waarheid komen, daar de Schrift getuigt, dat dit is een voorrecht van Gods volk. Zie Ps. 147:19, 147:20; Matt. 11:25; Joh. 6:45; Ef. 2:12, enz. Dat iemand zou willen zeggen, dat God zulks wil, als de mensen ook willen; dat is de zaligheid ten dele aan Gods wil, ten dele aan van de mensen wil hangen, dat strijdt met wat de apostel leert, Rom. 9:16, 9:23, en Rom. 10:20, en Rom. 11:35, 11:36; en doorgaans elders. 1 Timotheüs 2:2: Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid. 1 Timotheüs 2:4: Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis van de waarheid komen. Psalmen 115:3: Onze God is toch in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt. Romeinen 9:19: U zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan? Efeziërs 1:11: In Hem, in Welke wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Van Degene, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil; Psalmen 147:19: Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten. Psalmen 147:20: Zo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah! Mattheüs 11:25: In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader! Heer van de hemel en van de aarde! dat U deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelfde de kinderen geopenbaard. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iedereen dan, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Efeziërs 2:12: Dat u in die tijd was zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Romeinen 9:16: Zo is het dan niet van degene, die wil, noch van degene, die loopt, maar van de ontfermenden Gods. Romeinen 9:23: En opdat Hij zou bekend maken de rijkdom Zijn heerlijkheid over de vaten van de barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid? Romeinen 10:20: En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden. Romeinen 11:35: Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden? Romeinen 11:36: Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 kennis der waarheid: Namelijk in het Evangelie geopenbaard, gelijk de volgende verzen aanduiden.",
          "text1637": "N. in den Euangelio geopenbaert, gelijck de volgende versen mede-brengen.",
          "text2026": "8 kennis van de waarheid: Namelijk in het Evangelie geopenbaard, gelijk de volgende verzen aanduiden."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 18:23; 2 Petr. 3:9. Ezechiël 18:23: Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? 2 Petrus 3:9: De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.",
          "text1637": "Ezech. 18.23. 2.Petr. 3.9.",
          "text2026": "Ez. 18:23; 2 Petr. 3:9. Ezechiël 18:23: Zou Ik enigzins lust hebben aan de dood van de goddelozen, spreekt de Heer JAHWEH; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? 2 Petrus 3:9: De Heer vertraagt de belofte niet (gelijk enige dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enige verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ος",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-NSM"
        },
        {
          "woord": "παντας",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-APM"
        },
        {
          "woord": "ανθρωπους",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "θελει",
          "strongs": "G2309",
          "lemma_strongs": "G2309",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "σωθηναι",
          "strongs": "G4982",
          "lemma_strongs": "G4982",
          "morfologie": "V-APN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "επιγνωσιν",
          "strongs": "G1922",
          "lemma_strongs": "G1922",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "αληθειας",
          "strongs": "G225",
          "lemma_strongs": "G225",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "ελθειν",
          "strongs": "G2064",
          "lemma_strongs": "G2064",
          "morfologie": "V-2AAN"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Die wil, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> alle mensen zalig worden, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kennis van de waarheid komen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Welke wil, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> alle mensen zalig worden, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kennis der waarheid komen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Welcke wil dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> alle menschen salich worden, ende tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kennisse der waerheyt comen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Welke",
          "new": "Die",
          "principe": "V808"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Die wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis van de waarheid komen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3739",
            "G3956",
            "G444",
            "G2309",
            "G4982",
            "G2532",
            "G1519",
            "G1922",
            "G225",
            "G2064"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3739",
            "G3956",
            "G444",
            "G2309",
            "G4982",
            "G2532",
            "G1519",
            "G1922",
            "G225",
            "G2064"
          ],
          "morfologie": [
            "R-NSM",
            "A-APM",
            "N-APM",
            "V-PAI-3S",
            "V-APN",
            "CONJ",
            "PREP",
            "N-ASF",
            "N-GSF",
            "V-2AAN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ος",
            "παντας",
            "ανθρωπους",
            "θελει",
            "σωθηναι",
            "και",
            "εις",
            "επιγνωσιν",
            "αληθειας",
            "ελθειν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:4",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            "G5683",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5629"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;",
      "text1637": "[c] Want daer is [9] een Godt, daer is oock [d] een middelaer Godes ende der menschen, [10] de mensche Christus Iesus:",
      "text2026": "Want er is één God, er is ook één Middelaar van God en van de mensen, de Mens Christus Jezus;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 de Mens Christus Jezus: Dit zegt Paulus niet om Zijn Godheid van dit Middelaars-ambt uit te sluiten, want Hij is God geopenbaard in het vlees, 1 Tim. 2;16, en God heeft door Zijn bloed Zijn kerk verkregen, Hand. 20:28, maar om aan te wijzen dat Hij in Zijn menselijke natuur het rantsoen voor ons heeft betaald, en dat Hij als een mens ons ook gelijk is, en derhalve alle soorten van mensen door het geloof tot Hem, en tot Zijn offerande een vrijmoedigen toegang hebben. Zie Hebr. 2:10, enz. Handelingen 20:28: Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Hebreeën 2:10: Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.",
          "text1637": "Dit en seght Paulus niet om sijne Godtheyt van dit Middelaers-ampt uyt te sluyten, want hy is Godt geopenbaert in den vleesche, 1.Tim. 3.16. ende Godt heeft door sijn bloedt sijne Kercke verkregen, Act. 20.28. maer om aen te wijsen dat hy in sijne menschelicke natuere het ransoen voor ons heeft betaelt, ende dat hy als een mensche ons oock gelijck is, ende derhalven alle soorten van menschen door den geloove tot hem, ende tot sijne offerandere eenen vrymoedigen toeganck hebben. Siet Hebr. 2.10, etc.",
          "text2026": "10 de Mens Christus Jezus: Dit zegt Paulus niet om Zijn Godheid van dit Middelaars-ambt uit te sluiten, want Hij is God geopenbaard in het vlees, 1 Tim. 2;16, en God heeft door Zijn bloed Zijn kerk verkregen, Hand. 20:28, maar om aan te wijzen dat Hij in Zijn menselijke natuur het rantsoen voor ons heeft betaald, en dat Hij als een mens ons ook gelijk is, en daarom alle soorten van mensen door het geloof tot Hem, en tot Zijn offerande een vrijmoedigen toegang hebben. Zie Hebr. 2:10, enz. Handelingen 20:28: Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente van God te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Hebreeën 2:10: Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de oversten Leidsman hun zaligheid door lijden zou heiligen."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 één God, er is: Namelijk in het getal; of één enig God, gelijk ook één Middelaar, dat is, één enige Middelaar. Zie Joh. 14:6; Hand. 4:12. Johannes 14:6: Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. Handelingen 4:12: En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.",
          "text1637": "N. in getal; ofte een eenigh Godt, gelijck oock een Middelaer, dat is, een eenigh Middelaer. Siet Ioan. 14.6. Act. 4.12.",
          "text2026": "9 één God, er is: Namelijk in het getal; of één enig God, gelijk ook één Middelaar, dat is, één enige Middelaar. Zie Joh. 14:6; Hand. 4:12. Johannes 14:6: Jezus zei tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij. Handelingen 4:12: En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 17:3; Rom. 3:30. Johannes 17:3: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. Romeinen 3:30: Nademaal Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof.",
          "text1637": "Ioan. 17.3. Rom. 3.30.",
          "text2026": "Joh. 17:3; Rom. 3:30. Johannes 17:3: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. Romeinen 3:30: Aangezien Hij een enig God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof, en de voorhuid door het geloof."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Galat. 3:19; Hebr. 9:15. Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars. Hebreeën 9:15: En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.",
          "text1637": "Gal. 3.19. Hebr. 9.15.",
          "text2026": "Galat. 3:19; Hebr. 9:15. Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is vanwege de overtredingen daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, die het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand van de Middelaar. Hebreeën 9:15: En daarom is Hij de Middelaar van de nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening van de overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis van de eeuwige erve ontvangen zouden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1520",
          "lemma_strongs": "G1520",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1520",
          "lemma_strongs": "G1520",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "μεσιτης",
          "strongs": "G3316",
          "lemma_strongs": "G3316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ανθρωπων",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "ανθρωπος",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "χριστος",
          "strongs": "G5547",
          "lemma_strongs": "G5547",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "ιησους",
          "strongs": "G2424",
          "lemma_strongs": "G2424",
          "morfologie": "N-NSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want er is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> één God, er is ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> één Middelaar van God en van de mensen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de Mens Christus Jezus;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want er is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> een God, er is ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> een Middelaar Gods en der mensen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de Mens Christus Jezus;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want daer is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> een Godt, daer is oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> een middelaer Godes ende der menschen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de mensche Christus Iesus:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "Gods",
          "new": "van God",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want er is één God, er is ook één Middelaar van God en van de mensen, de Mens Christus Jezus;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1520",
            "G1063",
            "G2316",
            "G1520",
            "G2532",
            "G3316",
            "G2316",
            "G2532",
            "G444",
            "G444",
            "G5547",
            "G2424"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1520",
            "G1063",
            "G2316",
            "G1520",
            "G2532",
            "G3316",
            "G2316",
            "G2532",
            "G444",
            "G444",
            "G5547",
            "G2424"
          ],
          "morfologie": [
            "A-NSM",
            "CONJ",
            "N-NSM",
            "A-NSM",
            "CONJ",
            "N-NSM",
            "N-GSM",
            "CONJ",
            "N-GPM",
            "N-NSM",
            "N-NSM",
            "N-NSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "εις",
            "γαρ",
            "θεος",
            "εις",
            "και",
            "μεσιτης",
            "θεου",
            "και",
            "ανθρωπων",
            "ανθρωπος",
            "χριστος",
            "ιησους"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:5",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;",
      "text1637": "[e] Die hem selven gegeven heeft [11] [tot] een ransoen [12] voor allen, [zijnde] [13] het getuygenisse [14] tot sijner tijdt:",
      "text2026": "Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 tot een rantsoen: Dat is, voldoening voor de zonde.",
          "text1637": "D. voldoeninge voor de sonde.",
          "text2026": "11 tot een rantsoen: Dat is, voldoening voor de zonde."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 voor allen: Namelijk die in Hem geloven. Zie Matth. 20:28; Joh. 10:15; Rom. 3:25. Mattheüs 20:28: Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Johannes 10:15: Gelijkerwijs de Vader Mij kent, alzo ken Ik ook den Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen. Romeinen 3:25: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;",
          "text1637": "N. die in hem gelooven. Siet Matth. 20.28. Ioan. 10.15. Rom. 3.25.",
          "text2026": "12 voor allen: Namelijk die in Hem geloven. Zie Matt. 20:28; Joh. 10:15; Rom. 3:25. Mattheüs 20:28: Gelijk de Zoon van de mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Johannes 10:15: Zoals de Vader Mij kent, zo ken Ik ook de Vader; en Ik stel Mijn leven voor de schapen. Romeinen 3:25: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving van de zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 de getuigenis: Of om te zijn, de getuigenis te Zijner tijd te openbaren. Of geopenbaard, namelijk van Gods overgrote liefde jegens den mens, gelijk Paulus spreekt Rom. 5:8; of, de Zaligmaker waar de profeten van getuigd hebben, om te Zijner tijd geopenbaard te worden, 1 Petr. 1:11, 1:12. Romeinen 5:8: Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. 1 Petrus 1:11: Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende. 1 Petrus 1:12: Denwelken geopenbaard is, dat zij niet zichzelven, maar ons bedienden deze dingen, die u nu aangediend zijn bij degenen, die u het Evangelie verkondigd hebben door den Heiligen Geest, Die van den hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.",
          "text1637": "Ofte, om te zijn, dat getuyghenisse te sijner tijdt te openbaren. Ofte, geopenbaert. N. van Godts over-groote liefde tegen den mensche, gelijck Paulus spreeckt, Rom. 5.8. Ofte, de Salichmaker daer de Propheten van getuyght hebben, om te sijner tijdt geopenbaert te worden. 1.Petr. 1. versen 11, 12.",
          "text2026": "13 de getuigenis: Of om te zijn, de getuigenis op Zijn tijd te openbaren. Of geopenbaard, namelijk van Gods overgrote liefde tegenover de mens, gelijk Paulus spreekt Rom. 5:8; of, de Zaligmaker waar de profeten van getuigd hebben, om op Zijn tijd geopenbaard te worden, 1 Petr. 1:11, 1:12. Romeinen 5:8: Maar God bevestigt Zijn liefde tegenover ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. 1 Petrus 1:11: Onderzoekende, op welke of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende. 1 Petrus 1:12: Denwelken geopenbaard is, dat zij niet zichzelf, maar ons bedienden deze dingen, die u nu aangediend zijn bij degenen, die u het Evangelie verkondigd hebben door de Heilige Geest, Die van de hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 te zijner tijd: Grieks tot eigene tijden; namelijk van God daartoe bestemd, hetwelk de apostel de volheid des tijds noemt, Gal. 4:4. Galaten 4:4: Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;",
          "text1637": "Gr. tot eygener tijden. Namel. van Godt daer toe bestemt, het welck den Apostel de volheydt des tijdts noemt, Galat. 4.4.",
          "text2026": "14 op zijn tijd: Grieks tot eigene tijden; namelijk van God daartoe bestemd, dat de apostel de volheid van de tijd noemt, Gal. 4:4. Galaten 4:4: Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;"
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 20:28; Efez. 1:7; Kolos. 1:14. Mattheüs 20:28: Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Efeziërs 1:7: In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade, Kolossensen 1:14: In Denwelken wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden;",
          "text1637": "Matth. 20.28. Ephes. 1.7. Colos. 1.14.",
          "text2026": "Matt. 20:28; Efez. 1:7; Kolos. 1:14. Mattheüs 20:28: Gelijk de Zoon van de mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. Efeziërs 1:7: In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de misdaden, naar de rijkdom Zijn genade, Kolossensen 1:14: In Denwelken wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de zonden;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "δους",
          "strongs": "G1325",
          "lemma_strongs": "G1325",
          "morfologie": "V-2AAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "εαυτον",
          "strongs": "G1438",
          "lemma_strongs": "G1438",
          "morfologie": "F-3ASM"
        },
        {
          "woord": "αντιλυτρον",
          "strongs": "G487",
          "lemma_strongs": "G487",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "υπερ",
          "strongs": "G5228",
          "lemma_strongs": "G5228",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παντων",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GPM"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSN"
        },
        {
          "woord": "μαρτυριον",
          "strongs": "G3142",
          "lemma_strongs": "G3142",
          "morfologie": "N-NSN"
        },
        {
          "woord": "καιροις",
          "strongs": "G2540",
          "lemma_strongs": "G2540",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "ιδιοις",
          "strongs": "G2398",
          "lemma_strongs": "G2398",
          "morfologie": "A-DPM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Die Zichzelf gegeven heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een losprijs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voor allen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zijnde de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> getuigenis te zijner tijd;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Die Zichzelven gegeven heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een rantsoen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voor allen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zijnde de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> getuigenis te zijner tijd;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Die hem selven gegeven heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> [<i>tot</i>] een ransoen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voor allen, [<i>zijnde</i>] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> het getuygenisse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tot sijner tijdt:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zichzelven",
          "new": "Zichzelf",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "rantsoen",
          "new": "losprijs",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3588",
            "G1325",
            "G1438",
            "G487",
            "G5228",
            "G3956",
            "G3588",
            "G3142",
            "G2540",
            "G2398"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3588",
            "G1325",
            "G1438",
            "G487",
            "G5228",
            "G3956",
            "G3588",
            "G3142",
            "G2540",
            "G2398"
          ],
          "morfologie": [
            "T-NSM",
            "V-2AAP-NSM",
            "F-3ASM",
            "N-ASN",
            "PREP",
            "A-GPM",
            "T-NSN",
            "N-NSN",
            "N-DPM",
            "A-DPM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ο",
            "δους",
            "εαυτον",
            "αντιλυτρον",
            "υπερ",
            "παντων",
            "το",
            "μαρτυριον",
            "καιροις",
            "ιδιοις"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:6",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5631",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.",
      "text1637": "[15] Waer toe ick [f] gestelt ben [16] een Prediker ende Apostel, ( [g] ick segge de waerheyt [17] in Christo, ick en liege niet) een leeraer der Heydenen, in geloove ende waerheyt.",
      "text2026": "Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar van de heidenen, in geloof en waarheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 Waartoe ik gesteld: Of, tot welk, namelijk getuigenis, waarvan in vers 6 is gesproken. 1 Timotheüs 2:6: Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;",
          "text1637": "Ofte, tot welck, Namel. getuygenisse, waer van in het voorgaende vers is gesproken.",
          "text2026": "15 Waartoe ik gesteld: Of, tot welk, namelijk getuigenis, waarvan in vers 6 is gesproken. 1 Timotheüs 2:6: Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis op zijn tijd;"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 een prediker: Van de betekenis van dit woord, zie de aantekeningen op Rom. 10:14. Romeinen 10:14: Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?",
          "text1637": "Van de eygenschap van dit woort siet d’aenteeck. op Rom. 10.14.",
          "text2026": "16 een prediker: Van de betekenis van dit woord, zie de aantekeningen op Rom. 10:14. Romeinen 10:14: Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welke zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?"
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 in Christus: Dat is, door Christus, of bij Christus, een wijze van eed, gelijk Rom. 9:1. Romeinen 9:1: Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),",
          "text1637": "D. door Christum, ofte by Christum, een wijse van eedt, gelijck Rom. 9.1.",
          "text2026": "17 in Christus: Dat is, door Christus, of bij Christus, een wijze van eed, gelijk Rom. 9:1. Romeinen 9:1: Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mee getuigenis gevende door de Heilige Geest),"
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hand. 9:15; Hand. 13:2; Hand. 22:21; Galat. 1:16; Galat. 2:8; Efez. 3:8; 2 Tim. 1:11. Handelingen 9:15: Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israëls. Handelingen 13:2: En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Handelingen 22:21: En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden. Galaten 1:16: Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed; Galaten 2:8: (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap der besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); Efeziërs 3:8: Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus, 2 Timotheüs 1:11: Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der heidenen;",
          "text1637": "Actor. 9.15. ende 13.2. ende 22.21. Gal. 1.16. ende 2.8. Ephes. 3.8. 2.Tim. 1.11.",
          "text2026": "Hand. 9:15; Hand. 13:2; Hand. 22:21; Galat. 1:16; Galat. 2:8; Efez. 3:8; 2 Tim. 1:11. Handelingen 9:15: Maar de Heer zei tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen van Israël. Handelingen 13:2: En als zij de Heer dienden, en vastten, zei de Heilige Geest: Zondert Mij af zowel Barnabas als Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Handelingen 22:21: En Hij zei tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden. Galaten 1:16: Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Dezelfde door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik meteen niet te rade gegaan met vlees en bloed; Galaten 2:8: (Want Die in Petrus krachtelijk wrocht tot het apostelschap van de besnijdenis, Die wrocht ook krachtelijk in mij onder de heidenen); Efeziërs 3:8: Mij, de allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen de onnaspeurlijken rijkdom van Christus, 2 Timotheüs 1:11: Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar van de heidenen;"
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Rom. 1:9; Rom. 9:1. Romeinen 1:9: Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijns Zoons, hoe ik zonder nalaten uwer gedenke; Romeinen 9:1: Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),",
          "text1637": "Rom. 1.9. ende 9.1.",
          "text2026": "Rom. 1:9; Rom. 9:1. Romeinen 1:9: Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijn Zoons, hoe ik zonder nalaten uw gedenke; Romeinen 9:1: Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet (mijn geweten mij mee getuigenis gevende door de Heilige Geest),"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-ASN"
        },
        {
          "woord": "ετεθην",
          "strongs": "G5087",
          "lemma_strongs": "G5087",
          "morfologie": "V-API-1S"
        },
        {
          "woord": "εγω",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1NS"
        },
        {
          "woord": "κηρυξ",
          "strongs": "G2783",
          "lemma_strongs": "G2783",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αποστολος",
          "strongs": "G652",
          "lemma_strongs": "G652",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "αληθειαν",
          "strongs": "G225",
          "lemma_strongs": "G225",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "λεγω",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-PAI-1S"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "χριστω",
          "strongs": "G5547",
          "lemma_strongs": "G5547",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "ου",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "ψευδομαι",
          "strongs": "G5574",
          "lemma_strongs": "G5574",
          "morfologie": "V-PNI-1S"
        },
        {
          "woord": "διδασκαλος",
          "strongs": "G1320",
          "lemma_strongs": "G1320",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "εθνων",
          "strongs": "G1484",
          "lemma_strongs": "G1484",
          "morfologie": "N-GPN"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "πιστει",
          "strongs": "G4102",
          "lemma_strongs": "G4102",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αληθεια",
          "strongs": "G225",
          "lemma_strongs": "G225",
          "morfologie": "N-DSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Waartoe ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> gesteld ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> een prediker en apostel (ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> zeg de waarheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in Christus, ik lieg niet), een leraar van de heidenen, in geloof en waarheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Waartoe ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> gesteld ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> een prediker en apostel (ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> zeg de waarheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Waer toe ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> gestelt ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> ee<i>n</i> Prediker ende Apostel, ( <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> ick segge de waerheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in Christo, ick en liege niet) een leeraer der Heydene<i>n</i>, in geloove en<i>de</i> waerheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar van de heidenen, in geloof en waarheid.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1519",
            "G3739",
            "G5087",
            "G1473",
            "G2783",
            "G2532",
            "G652",
            "G225",
            "G3004",
            "G1722",
            "G5547",
            "G3756",
            "G5574",
            "G1320",
            "G1484",
            "G1722",
            "G4102",
            "G2532",
            "G225"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1519",
            "G3739",
            "G5087",
            "G1473",
            "G2783",
            "G2532",
            "G652",
            "G225",
            "G3004",
            "G1722",
            "G5547",
            "G3756",
            "G5574",
            "G1320",
            "G1484",
            "G1722",
            "G4102",
            "G2532",
            "G225"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "R-ASN",
            "V-API-1S",
            "P-1NS",
            "N-NSM",
            "CONJ",
            "N-NSM",
            "N-ASF",
            "V-PAI-1S",
            "PREP",
            "N-DSM",
            "PRT-N",
            "V-PNI-1S",
            "N-NSM",
            "N-GPN",
            "PREP",
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "N-DSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "εις",
            "ο",
            "ετεθην",
            "εγω",
            "κηρυξ",
            "και",
            "αποστολος",
            "αληθειαν",
            "λεγω",
            "εν",
            "χριστω",
            "ου",
            "ψευδομαι",
            "διδασκαλος",
            "εθνων",
            "εν",
            "πιστει",
            "και",
            "αληθεια"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:7",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5681",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            "G5736",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.",
      "text1637": "Ick wil dan dat de mannen [h] bidden [18] in alle plaetsen, [i] opheffende [19] heylige handen sonder [20] toorn ende twistinge.",
      "text2026": "Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 in alle plaatsen: Dat is, niet alleen tehuis, en in het bijzonder, maar ook in de vergaderingen der gemeente, waar die ook geschieden. Dit stelt Paulus hierbij, omdat in het Oude Testament de gebeden aan den tempel te Jeruzalem meest gebonden waren, hetwelk ten tijde des Nieuwen Testaments in alle plaatsen zonder uitzondering geschieden mag, naar de voorzegging, Mal. 1:11; Joh. 4:21. Zie ook Matth. 18:19, 18:20. Maleachi 1:11: Maar van den opgang der zon tot haar ondergang, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenen; en aan alle plaats zal Mijn Naam reukwerk toegebracht worden, en een rein spijsoffer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenen, zegt de HEERE der heirscharen. Johannes 4:21: Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden. Mattheüs 18:19: Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mattheüs 18:20: Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.",
          "text1637": "D. niet alleen te huys, ende in het bysonder, maer oock in de vergaderingen der Gemeynte, waer die oock geschieden. Ende dit stelt Paulus hier by, om dat in het Oude Testament de gebeden aen den Tempel te Ierusalem meest gebonden waren, het welck ten tijden des Nieuwen Testaments in alle plaetsen sonder uytnemen geschieden mach, nae de voorsegginge Malac. 1.11. Ioan. 4.21. Siet oock Matth. 18.19, 20.",
          "text2026": "18 in alle plaatsen: Dat is, niet alleen tehuis, en in het bijzonder, maar ook in de vergaderingen van de gemeente, waar die ook gebeuren. Dit stelt Paulus hierbij, omdat in het Oude Testament de gebeden aan de tempel te Jeruzalem meest gebonden waren, dat ten tijde van de Nieuwen Testaments in alle plaatsen zonder uitzondering gebeuren mag, naar de voorzegging, Mal. 1:11; Joh. 4:21. Zie ook Matt. 18:19, 18:20. Maleachi 1:11: Maar van de opgang van de zon tot haar ondergang, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenen; en aan alle plaats zal Mijn Naam reukwerk toegebracht worden, en een rein spijsoffer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenen, zegt JAHWEH van de heirscharen. Johannes 4:21: Jezus zei tot haar: Vrouw, geloof Mij, het uur komt, wanneer u, noch op deze berg, noch te Jeruzalem, de Vader zult aanbidden. Mattheüs 18:19: Opnieuw zeg Ik u: Als er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal gebeuren van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Mattheüs 18:20: Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 heilige handen: Dat is, die vrij zijn van alle onrecht en verdrukking der onschuldigen. Zie Ps. 26:6; Jes. 1:15, 1:16, en worden ook de heilige handen gesteld tegen de wassingen en reinigingen, die in de wet der ceremoniën gebruikelijk waren. Zie Hebr. 9:10. Psalmen 26:6: Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE! Jesaja 1:15: En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed. Jesaja 1:16: Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. Hebreeën 9:10: Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd.",
          "text1637": "D. die vry zijn van alle onrecht ende verdruckinge der onschuldige. Siet Psal. 26.6. Esai. 1.15, 16. ende worden oock de heylige handen gestelt tegen de wasschingen ende reynigingen, die inde wet der ceremonien gebruycklick waren. Siet Hebr. 9.10.",
          "text2026": "19 heilige handen: Dat is, die vrij zijn van alle onrecht en verdrukking van de onschuldigen. Zie Ps. 26:6; Jes. 1:15, 1:16, en worden ook de heilige handen gesteld tegen de wassingen en reinigingen, die in de wet van de ceremoniën gebruikelijk waren. Zie Hebr. 9:10. Psalmen 26:6: Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o JAHWEH! Jesaja 1:15: En als u uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer u het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed. Jesaja 1:16: Wast u, reinigt u, doet de boosheid uw handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. Hebreeën 9:10: Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen van het vlees, tot op de tijd van de verbetering opgelegd."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 toorn en twisting: Door het eerste worden bekwamelijk verstaan alle kwade genegenheden des harten tegen den naaste, en door het andere de twijfeling en twisting des gemoeds, of murmurering des ongeloofs tegen Gods beloften, welke beide gebreken uit onze gebeden moeten geweerd zijn. Zie Matth. 5:22, 5:23, 5:24; Jak. 1:6, 1:7, 1:8. Mattheüs 5:22: Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur. Mattheüs 5:23: Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; Mattheüs 5:24: Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave. Jakobus 1:6: Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op geworpen en nedergeworpen wordt. Jakobus 1:7: Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere. Jakobus 1:8: Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.",
          "text1637": "Door ’t eerste worden bequamelijck verstaen alle quade genegentheden des herten tegen den naesten, ende door het andere de twijfelinge ende disputeringe des gemoets, ofte murmureringe des ongeloofs tegen Godts beloften: welcke beyde gebreken uyt onse ghebeden moeten geweert zijn. Siet Matth. 5.22, 23, 24. Iacob. 1.6, 7, 8.",
          "text2026": "20 toorn en twisting: Door het eerste worden bekwamelijk verstaan alle kwade genegenheden van de harten tegen de naaste, en door het andere de twijfeling en twisting van het gemoed, of murmurering van het ongeloof tegen Gods beloften, welke beide gebreken uit onze gebeden moeten geweerd zijn. Zie Matt. 5:22, 5:23, 5:24; Jak. 1:6, 1:7, 1:8. Mattheüs 5:22: Maar Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door de grote raad; maar wie zegt: U dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur. Mattheüs 5:23: Zo u dan uw gave zult op het altaar offeren, en daar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; Mattheüs 5:24: Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave. Jakobus 1:6: Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar van de zee gelijk, die van de wind gedreven en op geworpen en nedergeworpen wordt. Jakobus 1:7: Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van de Heer. Jakobus 1:8: Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 4:21. Johannes 4:21: Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.",
          "text1637": "Ioan. 4.21.",
          "text2026": "Joh. 4:21. Johannes 4:21: Jezus zei tot haar: Vrouw, geloof Mij, het uur komt, wanneer u, noch op deze berg, noch te Jeruzalem, de Vader zult aanbidden."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 134:2. Psalmen 134:2: Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft den HEERE.",
          "text1637": "Psal. 134.2.",
          "text2026": "Ps. 134:2. Psalmen 134:2: Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "βουλομαι",
          "strongs": "G1014",
          "lemma_strongs": "G1014",
          "morfologie": "V-PNI-1S"
        },
        {
          "woord": "ουν",
          "strongs": "G3767",
          "lemma_strongs": "G3767",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "προσευχεσθαι",
          "strongs": "G4336",
          "lemma_strongs": "G4336",
          "morfologie": "V-PNN"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "ανδρας",
          "strongs": "G435",
          "lemma_strongs": "G435",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παντι",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-DSM"
        },
        {
          "woord": "τοπω",
          "strongs": "G5117",
          "lemma_strongs": "G5117",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "επαιροντας",
          "strongs": "G1869",
          "lemma_strongs": "G1869",
          "morfologie": "V-PAP-APM"
        },
        {
          "woord": "οσιους",
          "strongs": "G3741",
          "lemma_strongs": "G3741",
          "morfologie": "A-APF"
        },
        {
          "woord": "χειρας",
          "strongs": "G5495",
          "lemma_strongs": "G5495",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "χωρις",
          "strongs": "G5565",
          "lemma_strongs": "G5565",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "οργης",
          "strongs": "G3709",
          "lemma_strongs": "G3709",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "διαλογισμου",
          "strongs": "G1261",
          "lemma_strongs": "G1261",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik wil dan, dat de mannen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bidden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> in alle plaatsen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> opheffende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> heilige handen, zonder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> toorn en twisting.",
      "textSV1888_html": "Ik wil dan, dat de mannen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bidden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> in alle plaatsen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> opheffende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> heilige handen, zonder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> toorn en twisting.",
      "text1637_html": "Ick wil dan dat de mannen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bidden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> in alle plaetsen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> opheffende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> heylige handen sonder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> toorn ende twistinge.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1014",
            "G3767",
            "G4336",
            "G3588",
            "G435",
            "G1722",
            "G3956",
            "G5117",
            "G1869",
            "G3741",
            "G5495",
            "G5565",
            "G3709",
            "G2532",
            "G1261"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1014",
            "G3767",
            "G4336",
            "G3588",
            "G435",
            "G1722",
            "G3956",
            "G5117",
            "G1869",
            "G3741",
            "G5495",
            "G5565",
            "G3709",
            "G2532",
            "G1261"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PNI-1S",
            "CONJ",
            "V-PNN",
            "T-APM",
            "N-APM",
            "PREP",
            "A-DSM",
            "N-DSM",
            "V-PAP-APM",
            "A-APF",
            "N-APF",
            "ADV",
            "N-GSF",
            "CONJ",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "βουλομαι",
            "ουν",
            "προσευχεσθαι",
            "τους",
            "ανδρας",
            "εν",
            "παντι",
            "τοπω",
            "επαιροντας",
            "οσιους",
            "χειρας",
            "χωρις",
            "οργης",
            "και",
            "διαλογισμου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:8",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5736",
            null,
            "G5738",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;",
      "text1637": "[k] Desgelijcks oock dat [21] de vrouwen in [22] een eerbaer gewaet, met schaemte ende maticheyt haer selven vercieren, niet in [23] vlechtingen [des hayrs], ofte goudt, ofte peerlen, ofte kostelicke kleedinge:",
      "text2026": "Evenzo ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelf versieren, niet in vlechtingen van het haar, of goud, of parels, of kostelijke kleding;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 de vrouwen: Namelijk overal, maar inzonderheid, wanneer zij in de openbare vergaderingen verschijnen; want daarvan spreekt hij hier voornamelijk, gelijk uit het volgende blijkt, daar velen van het vrouwelijke geslacht gewend zijn zichzelf meest op te pronken, als zij in zulke vergaderingen moeten verschijnen.",
          "text1637": "N. soo allesins, als insonderheydt wanneer sy in de openbare vergaderingen verschijnen: want daer van spreeckt hy hier voornemelick, gelijck uyt het volgende blijckt, overmits vele van het vrouwelick geslachte haer selven gewent zijn meest op te proncken, als sy in sulcke vergaderingen moeten verschijnen.",
          "text2026": "21 de vrouwen: Namelijk overal, maar in het bijzonder, wanneer zij in de openbare vergaderingen verschijnen; want daarvan spreekt hij hier voornamelijk, gelijk uit het volgende blijkt, daar velen van het vrouwelijke geslacht gewend zijn zichzelf meest op te pronken, als zij in zulke vergaderingen moeten verschijnen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 een eerbaar gewaad: Of, een sierlijk gewaad, waardoor niet alleen de kleding, maar ook alle andere versiering wordt verstaan, die de apostel wil dat noch slordig en onachtzaam, noch opgepronkt en kostelijk zij, maar eerbaar en welvoegend, elk naar haar beroep. Zie ook de eigenschap van hetzelfde woord hierna 1 Tim. 3:2. 1 Timotheüs 3:2: Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;",
          "text1637": "Ofte, een cierlick gewaet, waer door niet alleenlick de kleedinge, maer oock alle andere vercieringe wort verstaen, die den Apostel wil dat noch slordich ende onachtsaem, noch oock opgepronckt ende kostelick en zy, maer eerbaer ende wel-voegende elck nae haer beroep. Siet oock de eygenschap van het selve woort hier nae cap. 3.2.",
          "text2026": "22 een eerbaar gewaad: Of, een sierlijk gewaad, waardoor niet alleen de kleding, maar ook alle andere versiering wordt verstaan, die de apostel wil dat noch slordig en onachtzaam, noch opgepronkt en kostelijk zij, maar eerbaar en welvoegend, elk naar haar beroep. Zie ook de eigenschap van hetzelfde woord hierna 1 Tim. 3:2. 1 Timotheüs 3:2: Een opziener dan moet onberispelijk zijn, een man met één vrouw, wakker, matig, eerbaar, graag herbergende, bekwaam om te leren;"
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 vlechtingen des haars: Niet alle vlechting des haars, noch aandoen van goud of paarlen wordt hier verboden, gelijk te zien is Gen. 24:22, 24:53; Exod. 35:22; Spreuk. 31:22; Luk. 15:22; maar die strekt tot hovaardij, lichtvaardigheid, onmatigheid, of ergerlijke oppronking van de lichamen der vrouwen tegen of boven haar staat en beroep. Zie Jes. 3:16, enz.; 1 Petr. 3:3, enz. Genesis 24:22: En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds. Genesis 24:53: En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden. Exodus 35:22: Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde, Spreuken 31:22: Mem. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; haar kleding is fijn linnen en purper. Lukas 15:22: Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten; Jesaja 3:16: Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren. 1 Petrus 3:3: Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken;",
          "text1637": "Niet allerley vlechtinge des hayrs, noch aendoen van goudt ofte peerlen, en worden hier verboden, gelijck te sien is Genes. 24. versen 22, 53. Exod. 35.22. Prov. 31.22. Luc. 15.22. maer die strecken tot hooverdye, lichtveerdigheyt, onmaticheyt, ofte ergerlicke op-pronckingen van de lichamen der vrouwen tegen ofte boven haren staet ende beroep. Siet Iesai. 3.16, etc. 1.Petr. 3.3, etc.",
          "text2026": "23 vlechtingen van het haar: Niet alle vlechting van het haar, noch aandoen van goud of parels wordt hier verboden, gelijk te zien is Gen. 24:22, 24:53; Ex. 35:22; Spreuk. 31:22; Luk. 15:22; maar die strekt tot hovaardij, lichtvaardigheid, onmatigheid, of ergerlijke oppronking van de lichamen van de vrouwen tegen of boven haar staat en beroep. Zie Jes. 3:16, enz.; 1 Petr. 3:3, enz. Genesis 24:22: En het geschiedde, als de kamelen voltooid hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, van wie gewicht was tien sikkelen gouds. Genesis 24:53: En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en kleren, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar broeder en haar moeder kostelijkheden. Exodus 35:22: Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer JAHWEH offerde, Spreuken 31:22: Mem. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; haar kleding is fijn linnen en purper. Lukas 15:22: Maar de vader zei tot zijn dienaren: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten; Jesaja 3:16: Verder zegt JAHWEH: Daarom de dochters van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarheen treden, en alsof haar voeten gebonden waren. 1 Petrus 3:3: Welker versiersel zij, niet wat uiterlijk is, bestaande in het vlechten van het haar, en omhangen van goud, of van kleren aan te trekken;"
        },
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Titus 2:3; 1 Petr. 3:3. Titus 2:3: De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteressen zijn, zich niet tot veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede; 1 Petrus 3:3: Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken;",
          "text1637": "Tit. 2.3. 1.Petr. 3.3.",
          "text2026": "Titus 2:3; 1 Petr. 3:3. Titus 2:3: De oude vrouwen ook, dat zij in haar dracht zijn, gelijk de heiligen betaamt, dat zij geen lasteressen zijn, zich niet tot veel wijn begevende, maar leraressen zijn van het goede; 1 Petrus 3:3: Welker versiersel zij, niet wat uiterlijk is, bestaande in het vlechten van het haar, en omhangen van goud, of van kleren aan te trekken;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ωσαυτως",
          "strongs": "G5615",
          "lemma_strongs": "G5615",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τας",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APF"
        },
        {
          "woord": "γυναικας",
          "strongs": "G1135",
          "lemma_strongs": "G1135",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "καταστολη",
          "strongs": "G2689",
          "lemma_strongs": "G2689",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "κοσμιω",
          "strongs": "G2887",
          "lemma_strongs": "G2887",
          "morfologie": "A-DSF"
        },
        {
          "woord": "μετα",
          "strongs": "G3326",
          "lemma_strongs": "G3326",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αιδους",
          "strongs": "G127",
          "lemma_strongs": "G127",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "σωφροσυνης",
          "strongs": "G4997",
          "lemma_strongs": "G4997",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "κοσμειν",
          "strongs": "G2885",
          "lemma_strongs": "G2885",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "εαυτας",
          "strongs": "G1438",
          "lemma_strongs": "G1438",
          "morfologie": "F-3APF"
        },
        {
          "woord": "μη",
          "strongs": "G3361",
          "lemma_strongs": "G3361",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "πλεγμασιν",
          "strongs": "G4117",
          "lemma_strongs": "G4117",
          "morfologie": "N-DPN"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G2228",
          "lemma_strongs": "G2228",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "χρυσω",
          "strongs": "G5557",
          "lemma_strongs": "G5557",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G2228",
          "lemma_strongs": "G2228",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "μαργαριταις",
          "strongs": "G3135",
          "lemma_strongs": "G3135",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G2228",
          "lemma_strongs": "G2228",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "ιματισμω",
          "strongs": "G2441",
          "lemma_strongs": "G2441",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "πολυτελει",
          "strongs": "G4185",
          "lemma_strongs": "G4185",
          "morfologie": "A-DSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Evenzo ook, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> de vrouwen, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelf versieren, niet in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vlechtingen van het haar, of goud, of parels, of kostelijke kleding;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Desgelijks ook, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> de vrouwen, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Desgelijcks oock dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> de vrouwen in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> een eerbaer gewaet, met schaemte ende maticheyt haer selven vercieren, niet in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vlechtingen [<i>des hayrs</i>], ofte goudt, ofte peerlen, ofte kostelicke kleedinge:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Desgelijks",
          "new": "Evenzo",
          "principe": "V11"
        },
        {
          "old": "zichzelven",
          "new": "zichzelf",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des haars,",
          "new": "van het haar,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "paarlen,",
          "new": "parels,",
          "principe": "V694"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Evenzo ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelf versieren, niet in vlechtingen van het haar, of goud, of parels, of kostelijke kleding;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G5615",
            "G2532",
            "G3588",
            "G1135",
            "G1722",
            "G2689",
            "G2887",
            "G3326",
            "G127",
            "G2532",
            "G4997",
            "G2885",
            "G1438",
            "G3361",
            "G1722",
            "G4117",
            "G2228",
            "G5557",
            "G2228",
            "G3135",
            "G2228",
            "G2441",
            "G4185"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G5615",
            "G2532",
            "G3588",
            "G1135",
            "G1722",
            "G2689",
            "G2887",
            "G3326",
            "G127",
            "G2532",
            "G4997",
            "G2885",
            "G1438",
            "G3361",
            "G1722",
            "G4117",
            "G2228",
            "G5557",
            "G2228",
            "G3135",
            "G2228",
            "G2441",
            "G4185"
          ],
          "morfologie": [
            "ADV",
            "CONJ",
            "T-APF",
            "N-APF",
            "PREP",
            "N-DSF",
            "A-DSF",
            "PREP",
            "N-GSF",
            "CONJ",
            "N-GSF",
            "V-PAN",
            "F-3APF",
            "PRT-N",
            "PREP",
            "N-DPN",
            "PRT",
            "N-DSM",
            "PRT",
            "N-DPM",
            "PRT",
            "N-DSM",
            "A-DSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ωσαυτως",
            "και",
            "τας",
            "γυναικας",
            "εν",
            "καταστολη",
            "κοσμιω",
            "μετα",
            "αιδους",
            "και",
            "σωφροσυνης",
            "κοσμειν",
            "εαυτας",
            "μη",
            "εν",
            "πλεγμασιν",
            "η",
            "χρυσω",
            "η",
            "μαργαριταις",
            "η",
            "ιματισμω",
            "πολυτελει"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:9",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5721",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.",
      "text1637": "Maer (’t welck den vrouwen betaemt [24] die de Godtvruchticheyt belijden) door goede wercken.",
      "text2026": "Maar (dat de vrouwen past, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 die de godvruchtigheid: Dat is, belijdenis doen van de ware godsdienstigheid, of belofte doen van godzalig en christelijk te leven.",
          "text1637": "D. belijdenisse doen van de ware Godtsdienstigheyt. Ofte, belofte doen van Godtsalichlick ende Christelick te leven.",
          "text2026": "24 die de godvruchtigheid: Dat is, belijdenis doen van de ware godsdienstigheid, of belofte doen van godzalig en christelijk te leven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "αλλ",
          "strongs": "G235",
          "lemma_strongs": "G235",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-NSN"
        },
        {
          "woord": "πρεπει",
          "strongs": "G4241",
          "lemma_strongs": "G4241",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "γυναιξιν",
          "strongs": "G1135",
          "lemma_strongs": "G1135",
          "morfologie": "N-DPF"
        },
        {
          "woord": "επαγγελλομεναις",
          "strongs": "G1861",
          "lemma_strongs": "G1861",
          "morfologie": "V-PNP-DPF"
        },
        {
          "woord": "θεοσεβειαν",
          "strongs": "G2317",
          "lemma_strongs": "G2317",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "εργων",
          "strongs": "G2041",
          "lemma_strongs": "G2041",
          "morfologie": "N-GPN"
        },
        {
          "woord": "αγαθων",
          "strongs": "G18",
          "lemma_strongs": "G18",
          "morfologie": "A-GPN"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar (dat de vrouwen past,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.",
      "textSV1888_html": "Maar (hetwelk de vrouwen betaamt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.",
      "text1637_html": "Maer (’t welck den vrouwen betaemt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> die de Godtvruchticheyt belijden) door goede wercken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "(hetwelk",
          "new": "(dat",
          "principe": "N6"
        },
        {
          "old": "betaamt,",
          "new": "past,",
          "principe": "V92"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar (dat de vrouwen past, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G235",
            "G3739",
            "G4241",
            "G1135",
            "G1861",
            "G2317",
            "G1223",
            "G2041",
            "G18"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G235",
            "G3739",
            "G4241",
            "G1135",
            "G1861",
            "G2317",
            "G1223",
            "G2041",
            "G18"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "R-NSN",
            "V-PAI-3S",
            "N-DPF",
            "V-PNP-DPF",
            "N-ASF",
            "PREP",
            "N-GPN",
            "A-GPN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "αλλ",
            "ο",
            "πρεπει",
            "γυναιξιν",
            "επαγγελλομεναις",
            "θεοσεβειαν",
            "δι",
            "εργων",
            "αγαθων"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:10",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            "G5740",
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.",
      "text1637": "Een vrouwe late haer leeren in stilheyt, in alle onderdanicheyt.",
      "text2026": "Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "γυνη",
          "strongs": "G1135",
          "lemma_strongs": "G1135",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ησυχια",
          "strongs": "G2271",
          "lemma_strongs": "G2271",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "μανθανετω",
          "strongs": "G3129",
          "lemma_strongs": "G3129",
          "morfologie": "V-PAM-3S"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παση",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-DSF"
        },
        {
          "woord": "υποταγη",
          "strongs": "G5292",
          "lemma_strongs": "G5292",
          "morfologie": "N-DSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.",
      "text1637_html": "Een vrouwe late haer leeren in stilheyt, in alle onderdanicheyt.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1135",
            "G1722",
            "G2271",
            "G3129",
            "G1722",
            "G3956",
            "G5292"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1135",
            "G1722",
            "G2271",
            "G3129",
            "G1722",
            "G3956",
            "G5292"
          ],
          "morfologie": [
            "N-NSF",
            "PREP",
            "N-DSF",
            "V-PAM-3S",
            "PREP",
            "A-DSF",
            "N-DSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "γυνη",
            "εν",
            "ησυχια",
            "μανθανετω",
            "εν",
            "παση",
            "υποταγη"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:11",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5720",
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.",
      "text1637": "[l] Doch ick en late de vrouwe niet toe [25] datse leere, [m] noch over den man heersche, maer [wil] dat’se in stilheyt zy.",
      "text2026": "Maar ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over de man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 dat zij lere: Namelijk anderen, in de openbare vergaderingen, gelijk Paulus uitdrukt, 1 Kor. 14:34. Anderszins mogen ook de vrouwen hare kinderen tehuis onderwijzen, gelijk de moeder van Salomo deed, Spreuk. 31:1, ja zelfs ook wel anderen, wanneer de nood of stichting zulks vordert. Zie 1 Sam. 25:24; Hand. 18:26, enz. 1 Korinthiërs 14:34: Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. Spreuken 31:1: De woorden van den koning Lemuël; de last, waarmede zijn moeder hem onderwees. 1 Samuël 25:24: En zij viel aan zijn voeten en zeide: Och, mijn heer, mijn zij de misdaad, en laat toch uw dienstmaagd voor uw oren spreken, en hoor de woorden uwer dienstmaagd. Handelingen 18:26: En deze begon vrijmoediglijk te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem den weg Gods bescheidenlijker uit.",
          "text1637": "Namel. andere, inde openbare Vergaderingen, gelijck Paulus uytdruckt. 1.Corinth. 14.34. Andersins mogen oock de vrouwen hare kinderen te huys onderwijsen, gelijck de moeder Salomons doet. Prov. 31.1. ja selfs oock wel andere, wanneer de noodt ofte stichtinge sulcx voordert. Siet 1.Sam. 25.24. Actor. 18.26, etc.",
          "text2026": "25 dat zij lere: Namelijk anderen, in de openbare vergaderingen, gelijk Paulus uitdrukt, 1 Kor. 14:34. Anders mogen ook de vrouwen haar kinderen tehuis onderwijzen, gelijk de moeder van Salomo deed, Spreuk. 31:1, ja zelfs ook wel anderen, wanneer de nood of stichting zulks vordert. Zie 1 Sam. 25:24; Hand. 18:26, enz. 1 Korinthiërs 14:34: Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. Spreuken 31:1: De woorden van de koning Lemuël; de last, waarmee zijn moeder hem onderwees. 1 Samuël 25:24: En zij viel aan zijn voeten en zei: Och, mijn heer, mijn zij de misdaad, en laat toch uw dienstmaagd voor uw oren spreken, en hoor de woorden uw dienstmaagd. Handelingen 18:26: En deze begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem de weg van God bescheidenlijker uit."
        },
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kor. 14:34. 1 Korinthiërs 14:34: Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.",
          "text1637": "1.Cor. 14.34.",
          "text2026": "1 Kor. 14:34. 1 Korinthiërs 14:34: Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt."
        },
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 3:16; Efez. 5:24. Genesis 3:16: Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben. Efeziërs 5:24: Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.",
          "text1637": "Genes. 3.16. Ephes. 5.24.",
          "text2026": "Gen. 3:16; Efez. 5:24. Genesis 3:16: Tot de vrouw zei Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uw dracht; met smart zult u kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben. Efeziërs 5:24: Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, zo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "γυναικι",
          "strongs": "G1135",
          "lemma_strongs": "G1135",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "διδασκειν",
          "strongs": "G1321",
          "lemma_strongs": "G1321",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "ουκ",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "επιτρεπω",
          "strongs": "G2010",
          "lemma_strongs": "G2010",
          "morfologie": "V-PAI-1S"
        },
        {
          "woord": "ουδε",
          "strongs": "G3761",
          "lemma_strongs": "G3761",
          "morfologie": "CONJ-N"
        },
        {
          "woord": "αυθεντειν",
          "strongs": "G831",
          "lemma_strongs": "G831",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "ανδρος",
          "strongs": "G435",
          "lemma_strongs": "G435",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "αλλ",
          "strongs": "G235",
          "lemma_strongs": "G235",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ειναι",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ησυχια",
          "strongs": "G2271",
          "lemma_strongs": "G2271",
          "morfologie": "N-DSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Maar ik laat de vrouw niet toe,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> lere, noch over de man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Doch ik laat de vrouw niet toe,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Doch ick en late de vrouwe niet toe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> datse leere, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> noch over den man heersche, maer [<i>wil</i>] dat’se in stilheyt zy.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over de man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1135",
            "G1161",
            "G1321",
            "G3756",
            "G2010",
            "G3761",
            "G831",
            "G435",
            "G235",
            "G1510",
            "G1722",
            "G2271"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1135",
            "G1161",
            "G1321",
            "G3756",
            "G2010",
            "G3761",
            "G831",
            "G435",
            "G235",
            "G1510",
            "G1722",
            "G2271"
          ],
          "morfologie": [
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "V-PAN",
            "PRT-N",
            "V-PAI-1S",
            "CONJ-N",
            "V-PAN",
            "N-GSM",
            "CONJ",
            "V-PAN",
            "PREP",
            "N-DSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "γυναικι",
            "δε",
            "διδασκειν",
            "ουκ",
            "επιτρεπω",
            "ουδε",
            "αυθεντειν",
            "ανδρος",
            "αλλ",
            "ειναι",
            "εν",
            "ησυχια"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:12",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5721",
            null,
            "G5719",
            null,
            "G5721",
            null,
            null,
            "G5721",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.",
      "text1637": "[n] Want Adam is eerst gemaeckt, daer na Eva.",
      "text2026": "Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "n",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 1:27; Gen. 2:22. Genesis 1:27: En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. Genesis 2:22: En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.",
          "text1637": "Genes. 1.27. ende 2.22.",
          "text2026": "Gen. 1:27; Gen. 2:22. Genesis 1:27: En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. Genesis 2:22: En JAHWEH God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "αδαμ",
          "strongs": "G76",
          "lemma_strongs": "G76",
          "morfologie": "N-PRI"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πρωτος",
          "strongs": "G4413",
          "lemma_strongs": "G4413",
          "morfologie": "A-NSM-S"
        },
        {
          "woord": "επλασθη",
          "strongs": "G4111",
          "lemma_strongs": "G4111",
          "morfologie": "V-API-3S"
        },
        {
          "woord": "ειτα",
          "strongs": "G1534",
          "lemma_strongs": "G1534",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ευα",
          "strongs": "G2096",
          "lemma_strongs": "G2096",
          "morfologie": "N-NSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Want Adam is eerst gemaeckt, daer na Eva.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G76",
            "G1063",
            "G4413",
            "G4111",
            "G1534",
            "G2096"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G76",
            "G1063",
            "G4413",
            "G4111",
            "G1534",
            "G2096"
          ],
          "morfologie": [
            "N-PRI",
            "CONJ",
            "A-NSM-S",
            "V-API-3S",
            "ADV",
            "N-NSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "αδαμ",
            "γαρ",
            "πρωτος",
            "επλασθη",
            "ειτα",
            "ευα"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:13",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5681",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.",
      "text1637": "[o] Ende Adam en is [26] niet verleydt geworden: maer de vrouwe verleydt zijnde [27] is in overtredinge geweest.",
      "text2026": "En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 niet verleid geworden: Namelijk eerst en door den Satan zelf.",
          "text1637": "N. eerst, ende van den Satan selve.",
          "text2026": "26 niet verleid geworden: Namelijk eerst en door de Satan zelf."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 is in overtreding: Namelijk niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haren man, dien zij tot de zonde en overtreding heeft gebracht.",
          "text1637": "N. niet alleen voor haer selven, maer oock voor haren man, dien sy tot de sonde ende overtredinge heeft gebracht.",
          "text2026": "27 is in overtreding: Namelijk niet alleen voor zichzelf, maar ook voor haar man, die zij tot de zonde en overtreding heeft gebracht."
        },
        {
          "marker": "o",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 3:6. Genesis 3:6: En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.",
          "text1637": "Genes. 3.6.",
          "text2026": "Gen. 3:6. Genesis 3:6: En de vrouw zag, dat die boom goed was tot voedsel, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αδαμ",
          "strongs": "G76",
          "lemma_strongs": "G76",
          "morfologie": "N-PRI"
        },
        {
          "woord": "ουκ",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "ηπατηθη",
          "strongs": "G538",
          "lemma_strongs": "G538",
          "morfologie": "V-API-3S"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSF"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "γυνη",
          "strongs": "G1135",
          "lemma_strongs": "G1135",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "απατηθεισα",
          "strongs": "G538",
          "lemma_strongs": "G538",
          "morfologie": "V-APP-NSF"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παραβασει",
          "strongs": "G3847",
          "lemma_strongs": "G3847",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "γεγονεν",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-2RAI-3S"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> En Adam is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> is in overtreding geweest.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> En Adam is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> is in overtreding geweest.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Ende Adam en is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> niet verleydt geworden: maer de vrouwe verleydt zijnde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> is in overtredinge geweest.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G76",
            "G3756",
            "G538",
            "G3588",
            "G1161",
            "G1135",
            "G538",
            "G1722",
            "G3847",
            "G1096"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G76",
            "G3756",
            "G538",
            "G3588",
            "G1161",
            "G1135",
            "G538",
            "G1722",
            "G3847",
            "G1096"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "N-PRI",
            "PRT-N",
            "V-API-3S",
            "T-NSF",
            "CONJ",
            "N-NSF",
            "V-APP-NSF",
            "PREP",
            "N-DSF",
            "V-2RAI-3S"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "αδαμ",
            "ουκ",
            "ηπατηθη",
            "η",
            "δε",
            "γυνη",
            "απατηθεισα",
            "εν",
            "παραβασει",
            "γεγονεν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:14",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5681",
            null,
            null,
            null,
            "G5685",
            null,
            null,
            "G5754"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.",
      "text1637": "Doch sy sal saligh worden [28] in kinderen te baren, [29] so sy blijft in het geloove, ende liefde, ende heylichmakinge, met maticheyt.",
      "text2026": "Maar zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 in kinderen te baren: Zo wordt het Griekse woord dia (διὰ) ook voor in genomen Rom. 4:11 en elders. De zin is: dat, hoewel het kinderbaren met smart den vrouwen tot een straf is opgelegd, het nochtans hare zaligheid niet zal hinderen, zo zij blijven in het geloof, enz. Romeinen 4:11: En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde;",
          "text1637": "Alsoo wort het Griecx woort dia oock voor in genomen, Rom. 4.11. ende elders. De sin is, dat hoewel het kinder-baren met smerte, den vrouwen tot een straffe is opgeleght, ’t selve nochtans hare saligheyt niet sal hinderen, soo sy blijven in het geloove, etc.",
          "text2026": "28 in kinderen te baren: Zo wordt het Griekse woord dia (διὰ) ook voor in genomen Rom. 4:11 en elders. De zin is: dat, hoewel het kinderbaren met smart de vrouwen tot een straf is opgelegd, het nochtans haar zaligheid niet zal hinderen, zo zij blijven in het geloof, enz. Romeinen 4:11: En hij heeft het teken van de besnijdenis ontvangen tot een zegel van de rechtvaardigheid van het geloof, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde;"
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 zo zij blijft in het: Grieks zo zij blijven; namelijk de vrouwen. De apostel spreekt hier zo veelvoudig, om te tonen, dat deze troost allen gelovigen vrouwen toekomt; hetwelk sommigen wel op de kinderen passen; maar daar de ouders niet zullen dragen de schuld hunner kinderen, wanneer zij door hun eigen schuld verloren gaan, Ezech. 18:3, 18:4, zo wordt het noodzakelijk van de vrouwen verstaan, en is hierin het getal van een uitgedrukt, om deze twijfelachtigheid weg te nemen. Ezechiël 18:3: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken! Ezechiël 18:4: Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.",
          "text1637": "Gr. soo sy blijven. N. de vrouwen. d’Apostel spreeckt hier alsoo in ’t getal van vele: om te toonen dat dese troost alle gheloovige vrouwen toekomt: het welck sommighe wel op de kinderen passen: maer alsoo de Ouders niet en sullen dragen de schult harer kinderen, wanneer sy door haer eyghen schult verloren gaen. Ezech. 18. versen 3, 4. soo wordt het noodtsakelick van de vrouwen verstaen, ende is hier in het getal van een uytgedruckt, om dese twijfelachtigheyt wech te nemen.",
          "text2026": "29 zo zij blijft in het: Grieks zo zij blijven; namelijk de vrouwen. De apostel spreekt hier zo veelvoudig, om te tonen, dat deze troost allen gelovigen vrouwen toekomt; dat sommigen wel op de kinderen passen; maar daar de ouders niet zullen dragen de schuld hun kinderen, wanneer zij door hun eigen schuld verloren gaan, Ez. 18:3, 18:4, zo wordt het noodzakelijk van de vrouwen verstaan, en is hierin het getal van een uitgedrukt, om deze twijfelachtigheid weg te nemen. Ezechiël 18:3: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heer JAHWEH, zo het u meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken! Ezechiël 18:4: Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel van de vader, zo ook de ziel van de zoon, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "σωθησεται",
          "strongs": "G4982",
          "lemma_strongs": "G4982",
          "morfologie": "V-FPI-3S"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "τεκνογονιας",
          "strongs": "G5042",
          "lemma_strongs": "G5042",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "εαν",
          "strongs": "G1437",
          "lemma_strongs": "G1437",
          "morfologie": "COND"
        },
        {
          "woord": "μεινωσιν",
          "strongs": "G3306",
          "lemma_strongs": "G3306",
          "morfologie": "V-AAS-3P"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "πιστει",
          "strongs": "G4102",
          "lemma_strongs": "G4102",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αγαπη",
          "strongs": "G26",
          "lemma_strongs": "G26",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αγιασμω",
          "strongs": "G38",
          "lemma_strongs": "G38",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "μετα",
          "strongs": "G3326",
          "lemma_strongs": "G3326",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "σωφροσυνης",
          "strongs": "G4997",
          "lemma_strongs": "G4997",
          "morfologie": "N-GSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar zij zal zalig worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> in kinderen te baren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.",
      "textSV1888_html": "Doch zij zal zalig worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> in kinderen te baren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.",
      "text1637_html": "Doch sy sal saligh worden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> in kinderen te baren, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> so sy blijft in het geloove, ende liefde, ende heylichmakinge, met maticheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4982",
            "G1161",
            "G1223",
            "G3588",
            "G5042",
            "G1437",
            "G3306",
            "G1722",
            "G4102",
            "G2532",
            "G26",
            "G2532",
            "G38",
            "G3326",
            "G4997"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4982",
            "G1161",
            "G1223",
            "G3588",
            "G5042",
            "G1437",
            "G3306",
            "G1722",
            "G4102",
            "G2532",
            "G26",
            "G2532",
            "G38",
            "G3326",
            "G4997"
          ],
          "morfologie": [
            "V-FPI-3S",
            "CONJ",
            "PREP",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "COND",
            "V-AAS-3P",
            "PREP",
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "N-DSM",
            "PREP",
            "N-GSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "σωθησεται",
            "δε",
            "δια",
            "της",
            "τεκνογονιας",
            "εαν",
            "μεινωσιν",
            "εν",
            "πιστει",
            "και",
            "αγαπη",
            "και",
            "αγιασμω",
            "μετα",
            "σωφροσυνης"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "1TI.UTR",
            "sha256": "3326733E97A59DF0BF35EB9CE0810DEE0A0D482D11D5B90C7325B01DBAEF6DA8",
            "referentie": "1TIM 2:15",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5701",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5661",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "1 Paulus gebiedt datmen bidde voor alle menschen, maer insonderheyt voor Coningen ende andere Overheden. 3 alsoo ’tselve Godt aengenaem is, ende Christus een middelaer is van alle. 8 Beveelt den mannen dat’se heylige handen opheffen in alle plaetsen. 9 maer den vrouwen dat’se in een sedigh gewaet, ende in alle stilte haer laten leeren. 12 sonder in’t publijck andere te mogen leeren, ofte over den man te heerschen. 13 overmits Adam eerst is geschapen, ende de vrouwe eerst is verleydt. 15 Betuyght nochtans dat sy sal salich worden door het geloove in het kinderbaren.",
    "text2026": "1 Paulus gebiedt dat men bidt voor alle mensen, maar inzonderheid voor koningen en andere overheden. 3 omdat dit God aangenaam is, en Christus een middelaar is van allen. 8 Beveelt de mannen dat zij heilige handen opheffen op alle plaatsen. 9 maar de vrouwen dat zij in een eerbaar gewaad, en in alle stilte zich laten onderwijzen. 12 zonder in het openbaar anderen te mogen onderwijzen, of over de man te heersen. 13 aangezien Adam eerst is geschapen, en de vrouw eerst is verleid. 15 Betuigt echter dat zij zalig zal worden door het geloof in het baren van kinderen."
  }
}
