{
  "number": 24,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:",
      "text1637": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, in’t [1] negende jaer, in de [2] tiende maent, op den tienden der maent, seggende:",
      "text2026": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende van de maand, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 negende jaar: Na de gevankelijke wegvoering van den koning Jechonia, beschreven 2 Kon. 24:12, 24:13, 24:14, 24:15, 24:16; [vergelijk boven Ezech. 1:2; onder Ezech. 33:21, en Ezech. 40:1]; in wiens plaats Nebukadnezar Zedekia tot koning maakte; en in het negende jaar van dezen Zedekia, in de tiende maand op den tienden dag der maand werd Jeruzalem belegerd; zie 2 Kon. 25:1; Jer. 39:1, en Jer. 52:4. 2 Koningen 24:12: Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot den koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijner regering. 2 Koningen 24:13: En hij bracht van daar uit al de schatten van het huis des HEEREN, en de schatten van het huis des konings; en hij hieuw alle gouden vaten af, die Salomo, de koning van Israël, in den tempel des HEEREN gemaakt had, gelijk als de HEERE gesproken had. 2 Koningen 24:14: En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 2 Koningen 24:16: En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; dezen bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel. Ezechiël 1:2: Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin), Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Ezechiël 40:1: In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het begin des jaars, op den tienden der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op dienzelfden dag, was de hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij derwaarts. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom. Jeremia 39:1: In het negende jaar van Zedekia, koning van Juda, in de tiende maand, kwam Nebukadrezar, de koning van Babel, en al zijn heir, tegen Jeruzalem, en zij belegerden haar. Jeremia 52:4: En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en zij legerden zich tegen haar, en zij bouwden tegen haar sterkten rondom.",
          "text1637": "Na de gevancklicke wech-voeringe des Conincks Iechonie, beschreven, 2.Reg. 24.12, 13, 14, 15, 16. (vergel. boven 1.2. ende ond. 33.21. ende 40.1.) in wiens plaetse Nebucadnezar Zedekiam tot Coninck maeckte: ende in’t negende jaer deses Zedekie, inde tiende maent, op den tienden dach der maent wert Ierusalem belegert, Siet 2.Reg. 25.1. Ierem. 39.1. ende 52.4.",
          "text2026": "1 negende jaar: Na de gevankelijke wegvoering van de koning Jechonia, beschreven 2 Kon. 24:12, 24:13, 24:14, 24:15, 24:16; [vergelijk boven Ez. 1:2; onder Ez. 33:21, en Ez. 40:1]; in wiens plaats Nebukadnezar Zedekia tot koning maakte; en in het negende jaar van deze Zedekia, in de tiende maand op de tiende dag van de maand werd Jeruzalem belegerd; zie 2 Kon. 25:1; Jer. 39:1, en Jer. 52:4. 2 Koningen 24:12: Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot de koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijn regering. 2 Koningen 24:13: En hij bracht van daar uit al de schatten van het huis van JAHWEH, en de schatten van het huis van de koning; en hij hieuw alle gouden vaten af, die Salomo, de koning van Israël, in de tempel van JAHWEH gemaakt had, gelijk als JAHWEH gesproken had. 2 Koningen 24:14: En hij voerde geheel Jeruzalem weg, samen met al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk van het land. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, en ook de koning moeder, en van de koning vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen van het land bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 2 Koningen 24:16: En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; deze bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel. Ezechiël 1:2: Op de vijfde van die maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van de koning Jojachin), Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Ezechiël 40:1: In het vijf en twintigste jaar van ons gevankelijke wegvoering, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op diezelfde dag, was de hand van JAHWEH op mij, en Hij bracht mij daarheen. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn gehele legermacht, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom. Jeremia 39:1: In het negende jaar van Zedekia, koning van Juda, in de tiende maand, kwam Nebukadrezar, de koning van Babel, en al zijn legermacht, tegen Jeruzalem, en zij belegerden haar. Jeremia 52:4: En het geschiedde in het negende jaar zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn gehele legermacht, en zij legerden zich tegen haar, en zij bouwden tegen haar sterkten rondom."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 tiende maand: In het kerkelijke jaar genoemd Tebeth, in het maatschappelijke jaar Thamuz.",
          "text1637": "In’t kerckelick jaer genoemt Tebeth, in’t Politijck jaer Thamuz.",
          "text2026": "2 tiende maand: In het kerkelijke jaar genoemd Tebeth, in het maatschappelijke jaar Thamuz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִי֩",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֜/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׁנָ֤ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/תְּשִׁיעִית֙",
          "strongs": "H8671",
          "morph": "HTd/Aofsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֹ֣דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲשִׂירִ֔י",
          "strongs": "H6224",
          "morph": "HTd/Aomsa"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/עָשׂ֥וֹר",
          "strongs": "H6218",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹ֖דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het negende jaar, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tiende maand, op de tiende van de maand, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het negende jaar, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:",
      "text1637_html": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> negende jaer, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tiende maent, op den tienden der maent, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wijders geschiedde des HEEREN",
          "new": "Verder kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den tienden der",
          "new": "de tiende van de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.",
      "text1637": "Menschen kint, [3] schrijft u den naem van den dach op, [4] even van desen selven dach; De Coninck van Babel [5] legt sich voor Ierusalem, even op desen selven dach.",
      "text2026": "Mensenkind! schrijf u de naam van de dag op, juist van deze zelfde dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, juist op deze zelfde dag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 schrijf u den naam van den dag op: Ter gedachtenis, om vergeleken te worden met de uitkomst, waarvan te zien is 2 Kon. 25:1; Jer. 52:4. Die was omtrent twee jaren vóór het innemen en verwoesten van Jeruzalem, waarvan hier geprofeteerd wordt. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom. Jeremia 52:4: En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en zij legerden zich tegen haar, en zij bouwden tegen haar sterkten rondom.",
          "text1637": "Ter gedachtenisse, om vergeleken te worden met de uytkomste, waer van te sien is. 2.Reg. 25.1. jer. 52.4. Dit was ontrent by de twee jaren voor het innemen ende verwoesten van Ierusalem, waer van hier gepropheteert wort.",
          "text2026": "3 schrijf u de naam van de dag op: Ter gedachtenis, om vergeleken te worden met de uitkomst, waarvan te zien is 2 Kon. 25:1; Jer. 52:4. Die was omtrent twee jaren vóór het innemen en verwoesten van Jeruzalem, waarvan hier geprofeteerd wordt. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn gehele legermacht, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom. Jeremia 52:4: En het geschiedde in het negende jaar zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn gehele legermacht, en zij legerden zich tegen haar, en zij bouwden tegen haar sterkten rondom."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 even van dezen zelfden dag: Hebreeuws, de kracht, of het been des daags, dat is, het wezen des daags, en [gelijk wij zeggen] even, of juist dienzelfden dag. Zie boven Ezech. 2:3, met de aantekening. Ezechiël 2:3: En Hij zeide tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen Israëls, tot de rebellerende volken, die tegen Mij gerebelleerd hebben; zij en hun vaderen hebben overtreden tegen Mij tot op dezen zelven huidigen dag.",
          "text1637": "Hebr. de kracht, ofte, het been des daegs. D. het wesen des daechs, ende (als wy seggen) even, ofte, juyst dien selven dach. Siet boven 2.3. met d’aenteeck.",
          "text2026": "4 even van deze zelfden dag: Hebreeuws, de kracht, of het been van de dag, dat is, het wezen van de dag, en [gelijk wij zeggen] even, of juist diezelfde dag (עֶצֶם). Zie boven Ez. 2:3, met de aantekening. Ezechiël 2:3: En Hij zei tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen van Israël, tot de rebellerende volken, die tegen Mij gerebelleerd hebben; zij en hun vaderen hebben overtreden tegen Mij tot op deze zelven huidigen dag."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 legt zich voor Jeruzalem: Of, is genaderd, heeft zich vervoegd. Het Hebreeuwse woord wordt veel gebruikt voor leunen, steunen, ondersteunen, idem van het opleggen der handen, hetwelk alles met enige samenvoeging, genaking, of nadering geschiedt; en in zake van belegering zeggen wij, voor ene stad liggen, zich daarvoor leggen, enz.",
          "text1637": "Ofte, is genaedert, heeft sich vervoegt. Het Hebr. woort wort veel gebruyckt voor leunen, steunen, ondersteunen, item van ’t opleggen der handen, welcks alles met eenige t’samenvoeginge, genakinge, ofte, naederinge geschiet: ende in materye van belegeringe seggen wy, voor eene stadt liggen, sich daer voor leggen, etc.",
          "text2026": "5 legt zich voor Jeruzalem: Of, is genaderd, heeft zich vervoegd. Het Hebreeuwse woord wordt veel gebruikt voor leunen, steunen, ondersteunen, idem van het opleggen van de handen, dat alles met enige samenvoeging, genaking, of nadering geschiedt; en in zake van belegering zeggen wij, voor ene stad liggen, zich daarvoor leggen, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כתוב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֣ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֔וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֶ֖צֶם",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֑ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "סָמַ֤ךְ",
          "strongs": "H5564",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶל֙",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְר֣וּשָׁלִַ֔ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֶ֖צֶם",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> schrijf u de naam van de dag op,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> juist van deze zelfde dag; de koning van Babel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> legt zich voor Jeruzalem, juist op deze zelfde dag.",
      "textSV1888_html": "Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> schrijf u den naam van den dag op,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> even van dezen zelfden dag; de koning van Babel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.",
      "text1637_html": "Menschen kint, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> schrijft u den naem van den dach op, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> even van desen selven dach; De Coninck van Babel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> legt sich voor Ierusalem, even op desen selven dach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "even",
          "new": "juist",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dezen zelfden",
          "new": "deze zelfde",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "even",
          "new": "juist",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dezen zelfden",
          "new": "deze zelfde",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.",
      "text1637": "Ende [6] gebruyckt eene gelijckenisse tot dat wederspannich huys, ende segt tot hen, Alsoo seyt de Heere HEERE: Sett eenen [a] [7] pot toe, sett [hem] toe, ende giet oock water daer in.",
      "text2026": "En gebruik een gelijkenis tot dat opstandig huis, en zeg tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 gebruik een gelijkenis: Hebreeuws alsof men zeide: parabel een parabel. Zie boven Ezech. 17:2. Ezechiël 17:2: Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israëls,",
          "text1637": "Hebr. als ofmen seyde, parabelt eene parabel. Siet boven 17. op vers 2.",
          "text2026": "6 gebruik een gelijkenis: Hebreeuws alsof men zei: parabel een parabel. Zie boven Ez. 17:2. Ezechiël 17:2: Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis van Israël,"
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 pot toe: Betekenende de belegerde stad Jeruzalem, gelijk vers 6. Zie Jer. 1:13, en boven Ezech. 11:3 met de aantekening. Ezechiël 24:6: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen. Jeremia 1:13: En des HEEREN woord geschiedde ten tweeden male tot mij, zeggende: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie een ziedenden pot, welks voorste deel tegen het noorden is. Ezechiël 11:3: Die zeggen: Men moet geen huizen nabij bouwen; deze stad zou de pot, en wij het vlees zijn.",
          "text1637": "Beteeckenende de belegerde stadt Ierusalem, als vers 6. Siet Ierem. 1.13. ende boven 11.3. met d’aenteeck.",
          "text2026": "7 pot toe: Betekenende de belegerde stad Jeruzalem, gelijk vers 6. Zie Jer. 1:13, en boven Ez. 11:3 met de aantekening. Ezechiël 24:6: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Wee van het bloedtad, de pot, welks schuim in hem is, en van welke zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen. Jeremia 1:13: En van JAHWEH woord geschiedde ten tweede male tot mij, zeggende: Wat ziet u? En ik zei: Ik zie een ziedenden pot, welks voorste deel tegen het noorden is. Ezechiël 11:3: Die zeggen: Men moet geen huizen nabij bouwen; deze stad zou de pot, en wij het vlees zijn."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 1:13. Jeremia 1:13: En des HEEREN woord geschiedde ten tweeden male tot mij, zeggende: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie een ziedenden pot, welks voorste deel tegen het noorden is.",
          "text1637": "Ierem. 1.13.",
          "text2026": "Jer. 1:13. Jeremia 1:13: En van JAHWEH woord geschiedde ten tweede male tot mij, zeggende: Wat ziet u? En ik zei: Ik zie een ziedenden pot, welks voorste deel tegen het noorden is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/מְשֹׁ֤ל",
          "strongs": "H4911",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֨רִי֙",
          "strongs": "H4805",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מָשָׁ֔ל",
          "strongs": "H4912",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׁפֹ֤ת",
          "strongs": "H8239",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/סִּיר֙",
          "strongs": "H5518",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁפֹ֔ת",
          "strongs": "H8239",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/גַם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "יְצֹ֥ק",
          "strongs": "H3332",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "בּ֖/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מָֽיִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> gebruik een gelijkenis tot dat opstandig huis, en zeg tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zet een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> gebruyckt eene gelijckenisse tot dat wederspannich huys, ende segt tot hen, Alsoo seyt de Heere HEERE: Sett eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> pot toe, sett [hem] toe, ende giet oock water daer in.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederspannig",
          "new": "opstandig",
          "principe": "V455"
        },
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.",
      "text1637": "Doet [8] sijne [9] stucken t’samen daerin, [10] alle goede stucken, de [11] dye ende de schouder: vult [hem] met de [12] keure der beenderen:",
      "text2026": "Doe zijn stukken samen daarin, alle goede stukken, de dij en de schouder, vul hem met het beste van de beenderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 alle goede stukken: Hebreeuws, alle, of elk goed, of beste stuk.",
          "text1637": "Hebr. alle, ofte elck goet, ofte, beste stuck.",
          "text2026": "10 alle goede stukken: Hebreeuws, alle, of elk goed, of beste stuk (טוֹב)."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 dij en den schouder: Of, lenden, heup, achterbout.",
          "text1637": "Ofte, lendenen, heupe, achter bout.",
          "text2026": "11 dij en de schouder: Of, lenden, heup, achterbout."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 keur der beenderen: Dat is, uitgelezenste beenderen, als mergbenen, of bonken.",
          "text1637": "D. uytgelesenste beenderen, als merchbeenen, ofte boncken.",
          "text2026": "12 keur van de beenderen: Dat is, uitgelezenste beenderen, als mergbenen, of bonken."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk van den pot; dat is, al zulke stukken vlees, als in den pot behoren te zijn.",
          "text1637": "N. des pots: D. alsulcke stucken vleeschs, als in den pot behooren te zijn.",
          "text2026": "Namelijk van de pot; dat is, al zulke stukken vlees, als in de pot behoren te zijn."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 stukken te zamen daarin: Betekenende de inwoners, inzonderheid de rijke, vette, weelderige burgers en groten van Jeruzalem.",
          "text1637": "Beteeckenende d’inwoonders, insonderheyt de rijcke, vette, weeldige burgers ende Groote van Ierusalem.",
          "text2026": "9 stukken te zamen daarin: Betekenende de inwoners, in het bijzonder de rijke, vette, weelderige burgers en grote van Jeruzalem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱסֹ֤ף",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "נְתָחֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H5409",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֔י/הָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֵ֥תַח",
          "strongs": "H5409",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "ט֖וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יָרֵ֣ךְ",
          "strongs": "H3409",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָתֵ֑ף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִבְחַ֥ר",
          "strongs": "H4005",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲצָמִ֖ים",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מַלֵּֽא",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVpv2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> stukken samen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> daarin, alle goede stukken, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dij en de schouder, vul hem met het beste van de beenderen.",
      "textSV1888_html": "Doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> stukken te zamen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> daarin, alle goede stukken, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dij en den schouder, vul hem met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> keur der beenderen.",
      "text1637_html": "Doet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> stucken t’samen daerin, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> alle goede stucken, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dye ende de schouder: vult [hem] met de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> keure der beenderen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "het beste van",
          "principe": "V1625"
        },
        {
          "old": "keur der",
          "new": "",
          "principe": "V1625"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.",
      "text1637": "Neemt de [13] keure van de kudde, ende stoockt oock eenen [14] brantstapel van de beenderen daer onder: doet [15] hem [16] wel opsieden; oock sullen [17] sijne beenderen [18] daer in [19] gekoockt worden.",
      "text2026": "Neem het beste van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel doorkoken; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 keur van de kudde: Dat is, het uitgelezenste schaap, of geit, neem het beste van het kleine vee daartoe.",
          "text1637": "D. het uyt gelesenste schaep ofte geyte, neemt ’tbeste van’t kleyn vee daer toe.",
          "text2026": "13 keur van de kudde: Dat is, het uitgelezenste schaap, of geit, neem het beste van het kleine vee daartoe."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, een vuur van beenderen. [Vergelijk Jes. 30:33, en onder vers 9], betekenende de zware en gedurige ellenden van het volk, die zij in de belegering van zwaard, honger en pestilentie en daarna zouden lijden; gelijk een vuur van beenderen zeer heet is en de beenderen hard en duurzaam zijn. Sommigen duiden het op het wegwerpen der dode lichamen en beenderen, die onbegraven op het open veld zouden blijven liggen, als God hen dikwijls gedreigd had, zodat er genoeg zouden te bekomen zijn om vuur daarvan te stoken, door welke straffen zij nochtans niet zouden worden gebeterd of bekeerd, gelijk volgt. Jesaja 30:33: Want Tofeth is van gisteren bereid; ja, hij is ook voor den koning bereid; Hij heeft hem diep en wijd gemaakt, het vuur en hout van zijn brandstapel is veel; de adem des HEEREN zal hem aansteken als een zwavelstroom. Ezechiël 24:9: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!",
          "text1637": "Ofte, een vyer van beenderen. (vergel. ond. vers 9. en Ies. 30.33.) beteeckenende de sware ende geduerige elenden des volcks, die sy in de belegeringe van sweert, honger ende pestilentie, ende daer na souden lijden: gelijck een vyer van beenderen seer heet is, ende de beenderen hart ende duersaem: sommige duyden’t op het wechwerpen der doode lichamen ende beenderen, die onbegraven op het open velt souden blijven liggen, als Godt hen dickwils gedreycht hadde, soo datter genoech souden te bekomen zijn, om vyer daer van te stoocken, door welcke straffen sy nochtans niet en souden worden gebetert, ofte, bekeert, als volcht.",
          "text2026": "Of, een vuur van beenderen. [Vergelijk Jes. 30:33, en onder vers 9], betekenende de zware en gedurige ellenden van het volk, die zij in de belegering van zwaard, honger en pestilentie en daarna zouden lijden; gelijk een vuur van beenderen zeer heet is en de beenderen hard en duurzaam zijn. Sommigen duiden het op het wegwerpen van de dode lichamen en beenderen, die onbegraven op het open veld zouden blijven liggen, als God hen dikwijls gedreigd had, zodat er genoeg zouden te bekomen zijn om vuur daarvan te stoken, door welke straffen zij nochtans niet zouden worden gebeterd of bekeerd, gelijk volgt. Jesaja 30:33: Want Tofeth is van gisteren bereid; ja, hij is ook voor de koning bereid; Hij heeft hem diep en wijd gemaakt, het vuur en hout van zijn brandstapel is veel; de adem van JAHWEH zal hem aansteken als een zwavelstroom. Ezechiël 24:9: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Wee van het bloedtad! Ik zal ook de brandstapel groot maken!"
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den pot.",
          "text1637": "Den pot.",
          "text2026": "De pot."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 wel opzieden: Hebreeuws, zied zijne zoden.",
          "text1637": "Hebr. siedt sijne soden.",
          "text2026": "16 wel opzieden: Hebreeuws, zied zijne zoden."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 zijn beenderen: Van den pot, gelijk vers 4. Ezechiël 24:4: Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen.",
          "text1637": "Des pots, als vers 4.",
          "text2026": "17 zijn beenderen: Van de pot, gelijk vers 4. Ezechiël 24:4: Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en de schouder, vul hem met de keur van de beenderen."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, in zijn [des pots] midden.",
          "text1637": "Hebr. in sijn (des pots) midden.",
          "text2026": "Hebreeuws, in zijn [van de pots] midden."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 gekookt worden: Of, zieden. Hebreeuws, zijn gekookt, of gezoden.",
          "text1637": "Ofte, sieden, Hebr. sijn gekoockt, ofte, gesoden.",
          "text2026": "19 gekookt worden: Of, zieden. Hebreeuws, zijn gekookt, of gezoden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִבְחַ֤ר",
          "strongs": "H4005",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּאן֙",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לָק֔וֹחַ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "וְ/גַ֛ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "דּ֥וּר",
          "strongs": "H1754",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲצָמִ֖ים",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "תַּחְתֶּ֑י/הָ",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "רַתַּ֣ח",
          "strongs": "H7570",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "רְתָחֶ֔י/הָ",
          "strongs": "H7571",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בָּשְׁל֥וּ",
          "strongs": "H1310",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עֲצָמֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָֽ/הּ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Neem het beste van de kudde, en stook ook een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> brandstapel van de beenderen daaronder; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wel doorkoken; ook zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijn beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gekookt worden.",
      "textSV1888_html": "Neem de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> keur van de kudde, en stook ook een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> brandstapel van de beenderen daaronder; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wel opzieden; ook zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijn beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gekookt worden.",
      "text1637_html": "Neemt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> keure van de kudde, ende stoockt oock eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> brantstapel van de beenderen daer onder: doet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wel opsieden; oock sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sijne beenderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daer in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gekoockt worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de keur",
          "new": "het beste",
          "principe": "V1625"
        },
        {
          "old": "opzieden;",
          "new": "doorkoken;",
          "principe": "V1624"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.",
      "text1637": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; Wee der [b] [20] bloet-stadt, den pot, [21] welckes [22] schuym in hem is, ende van welcken sijn schuym niet en is uytgegaen: [23] treckt stuck by stuck daer uyt; en laet het lot over [24] hem niet vallen.",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Wee de bloedstad, de pot, waarvan het schuim in hem is, en waarvan zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 22;2, en onder vers 9. Ezechiël 24:9: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!",
          "text1637": "Als boven 22.2. en onder vers 9.",
          "text2026": "Gelijk boven Ez. 22;2, en onder vers 9. Ezechiël 24:9: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Wee van het bloedtad! Ik zal ook de brandstapel groot maken!"
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Heere wil zeggen dat de inwoners van Jeruzalem door al dat zieden en koken evenwel niet zijn gezuiverd; dat is bekeerd, maar bij hunne boosheid hardnekkig gebleven.",
          "text1637": "De Heere wil seggen, dat d’inwoonders van Ierusalem door al dat sieden ende koocken evenwel niet en zijn gesuyvert, D. bekeert, maer by hare boosheyt hartneckichlick gebleven.",
          "text2026": "De Heer wil zeggen dat de inwoners van Jeruzalem door al dat zieden en koken evenwel niet zijn gezuiverd; dat is bekeerd, maar bij hunne boosheid hardnekkig gebleven."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, roest, gelijk onder vers 11; alwaar ook een ander woord is, dat roest betekent. Het woord, dat hier gebruikt wordt en ook onder vers 11,12, schijnt te betekenen het schuim, dat niet afgegaan, afgeschuimd of verzoden zijnde, aan den rand van den pot beklijft, en tot enkel taaie vuiligheid of slijm wordt. Ezechiël 24:11: Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde. Ezechiël 24:11: Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.",
          "text1637": "And. roest, als ond. vers 11. alwaer oock een ander woort is, dat roest beteeckent. Het woort dat hier gebruyckt wort, ende oock onder vers 11, 12. schijnt te beteeckenen, het schuym, dat niet afgegaen, afgeschuymt ofte versoden zijnde, aen den rant van den pot beklijft, ende tot enckele taeye vuylicheyt, ofte slijm, wort.",
          "text2026": "Anders, roest, gelijk onder vers 11; alwaar ook een ander woord is, dat roest betekent. Het woord, dat hier gebruikt wordt en ook onder vers 11,12, schijnt te betekenen het schuim, dat niet afgegaan, afgeschuimd of verzoden zijnde, aan de rand van de pot beklijft, en tot enkel taaie vuiligheid of slijm wordt. Ezechiël 24:11: Stel hem daarna leeg op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde. Ezechiël 24:11: Stel hem daarna leeg op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 Trek stuk bij stuk daaruit: Hebreeuws, bij, of naar zijne stukken, naar zijne stukken breng hem uit; het lot is over hem niet gevallen. Dit betekent het doden en wegwerpen van velen, en het uitvoeren van de rest in de gevangenschap van Babel, zonder verschoning of onderscheid. Zie boven Ezech. 11:7. Ezechiël 11:7: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Uw verslagenen, die gij in het midden derzelve nedergelegd hebt, die zijn dat vlees, en deze stad is de pot; maar ulieden zal Ik uit het midden derzelve doen uitgaan.",
          "text1637": "Hebr. by, ofte, nae sijne stucken, nae sijne stucken brengt hem uyt: het lot en is over hem niet gevallen. Dit beteeckent het dooden ende wechwerpen van velen, ende het uytvoeren vande reste inde gevanckenisse van Babel, sonder verschooninge ofte onderscheyt. Siet boven 11.7.",
          "text2026": "23 Trek stuk bij stuk daaruit: Hebreeuws, bij, of naar zijne stukken, naar zijne stukken breng hem uit; het lot is over hem niet gevallen. Dit betekent het doden en wegwerpen van velen, en het uitvoeren van de rest in de gevangenschap van Babel, zonder verschoning of onderscheid. Zie boven Ez. 11:7. Ezechiël 11:7: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Uw verslagenen, die u in het midden van die nedergelegd hebt, die zijn dat vlees, en deze stad is de pot; maar u zal Ik uit het midden van die doen uitgaan."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 hem niet vallen: Welke stukken gij eerst, of laatst, of niet, zoudt hebben uit den pot te trekken; zij moeten allen voort, de een dood, de ander het land uit.",
          "text1637": "Wat stucken ghy eerst, ofte laetst, ofte niet, soudt hebben uyt den pot te trecken, sy moeten alle voort, d’eene doot, d’ander te lande uyt.",
          "text2026": "24 hem niet vallen: Welke stukken u eerst, of laatst, of niet, zoudt hebben uit de pot te trekken; zij moeten allen voort, de één dood, de ander het land uit."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 22:2. Ezechiël 22:2: Gij nu, mensenkind, zoudt gij der bloedstad recht geven? Zoudt gij ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen.",
          "text1637": "Ezech. 22.2.",
          "text2026": "Ez. 22:2. Ezechiël 22:2: U nu, mensenkind, zoudt u van het bloedtad recht geven? Zoudt u ze recht geven? Ja, maak haar bekend al haar gruwelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֞ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אוֹי֮",
          "strongs": "H188",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּמִים֒",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "סִ֚יר",
          "strongs": "H5518",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חֶלְאָתָ֣/ה",
          "strongs": "H2457",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בָ֔/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֶ֨לְאָתָ֔/הּ",
          "strongs": "H2457",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָצְאָ֖ה",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֑/נָּה",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְתָחֶ֤י/הָ",
          "strongs": "H5409",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְתָחֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H5409",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "הוֹצִיאָ֔/הּ",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhv2ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נָפַ֥ל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "גּוֹרָֽל",
          "strongs": "H1486",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Wee de bloedstad, de pot, waarvan het schuim in hem is, en waarvan zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> het lot over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem niet vallen.",
      "textSV1888_html": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> bloedstad, den pot,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> welks<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> het lot over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem niet vallen.",
      "text1637_html": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; Wee der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bloet-stadt, den pot, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> welckes <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> schuym in hem is, ende van welcken sijn schuym niet en is uytgegaen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> treckt stuck by stuck daer uyt; en laet het lot over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem niet vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Adonai JAHWEH: Wee",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Heere HEERE: Wee der",
          "new": "",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "welks",
          "new": "waarvan het",
          "principe": "V211"
        },
        {
          "old": "van welken",
          "new": "waarvan",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken.",
      "text1637": "Want [25] haer bloet is in’t midden van haer; op eene [26] gladde steenrotze heeft sy dat gelegt: sy en heeft het op der aerde niet uytgestort, om ’t selve met [27] stof te bedecken.",
      "text2026": "Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om het met stof te bedekken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 haar bloed: Van Jeruzalem, afgebeeld door dezen pot.",
          "text1637": "Ierusalems, afgebeelt door desen pot.",
          "text2026": "25 haar bloed: Van Jeruzalem, afgebeeld door deze pot."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 gladde steenrots: Hebreeuws, gladdigheid, glans, of spits, uitstekendheid ener steenrots, alwaar zij, als voor Gods ogen, het bloed harer kinderen, den afgoden ter ere, heeft gestort en in het openbaar laten liggen, om God te tergen, gelijk volgt. Vergelijk de manier van spreken met onder Ezech. 26:4, 26:14. Ezechiël 26:4: Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken. Ezechiël 26:14: Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Hebr. gladdicheyt, glants, ofte, spitze, uytstekentheyt eener steenrotze, alwaer sy, als voor Godts oogen, het bloet harer kinderen, den Afgoden ter eeren, heeft gestort, ende in’t openbaer liggen laten, om Godt te tergen, als volcht. Vergel. de maniere van spreken met ond. 25.4, 14.",
          "text2026": "26 gladde steenrots: Hebreeuws, gladdigheid, glans, of spits, uitstekendheid ener steenrots, alwaar zij, als voor Gods ogen, het bloed haar kinderen, de afgoden ter ere, heeft gestort en in het openbaar laten liggen, om God te tergen, gelijk volgt (דָמָ). Vergelijk de manier van spreken met onder Ez. 26:4, 26:14. Ezechiël 26:4: Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken. Ezechiël 26:14: Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; u zult zijn tot uitspreiding van de netten, u zult niet meer gebouwd worden; want Ik, JAHWEH, heb het gesproken, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 stof te bedekken: Dit ziet op de wet Lev. 17:13; Deut. 12:16, 12:24. Leviticus 17:13: Een ieder ook van de kinderen Israëls en van de vreemdelingen, die als vreemdelingen in het midden van hen verkeren, die enig wild gedierte, of gevogelte, dat gegeten wordt, in de jacht gevangen zal hebben; die zal deszelfs bloed vergieten, en zal dat met stof bedekken. Deuteronomium 12:16: Alleenlijk het bloed zult gijlieden niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water. Deuteronomium 12:24: Gij zult dat niet eten; op de aarde zult gij het uitgieten als water;",
          "text1637": "Dit siet op de Wet Levit. 17.13. Deut. 12.16, 24.",
          "text2026": "27 stof te bedekken: Dit ziet op de wet Lev. 17:13; Deut. 12:16, 12:24. Leviticus 17:13: Een ieder ook van de kinderen van Israël en van de vreemdelingen, die als vreemdelingen in het midden van hen verkeren, die enig wild gedierte, of gevogelte, dat gegeten wordt, in de jacht gevangen zal hebben; die zal daarvan bloed vergieten, en zal dat met stof bedekken. Deuteronomium 12:16: Alleen het bloed zult u niet eten; u zult het op de aarde uitgieten als water. Deuteronomium 12:24: U zult dat niet eten; op de aarde zult u het uitgieten als water;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "דָמָ/הּ֙",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָ֣/הּ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֔ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "צְחִ֥יחַ",
          "strongs": "H6706",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "סֶ֖לַע",
          "strongs": "H5553",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שָׂמָ֑תְ/הוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָכַ֨תְ/הוּ֙",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqp3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/כַסּ֥וֹת",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֖י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָפָֽר",
          "strongs": "H6083",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haar bloed is in het midden van haar; op een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om het met stof te bedekken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup>.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haar bloed is in het midden van haar; op een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> stof te bedekken.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haer bloet is in’t midden van haer; op eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gladde steenrotze heeft sy dat gelegt: sy en heeft het op der aerde niet uytgestort, om ’t selve met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> stof te bedecken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hetzelve",
          "new": "het",
          "principe": "O4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.",
      "text1637": "[28] Op dat ick de grimmicheyt doe opgaen om [29] wrake te oeffenen, hebb’ ick [oock] haer [30] bloet op eene gladde steenrotze geleyt, op dat het niet bedeckt en worde.",
      "text2026": "Opdat Ik de woede doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt wordt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan: Dat is, om mijne grimmigheid en wraak over zulke gruwelen op het hoogste te tonen.",
          "text1637": "Dat is, om mijne grimmicheyt ende wrake over sulcke grouwelen op’t hoochste te toonen.",
          "text2026": "28 Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan: Dat is, om mijne grimmigheid en wraak over zulke gruwelen op het hoogste te tonen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 wraak te oefenen: Hebreeuws, wraak te wreken.",
          "text1637": "Hebr. wrake te wreken.",
          "text2026": "29 wraak te oefenen: Hebreeuws, wraak te wreken (נָקָם)."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "God wil zeggen dat Hij hun ook in het openbaar zal straffen, dat er de tekenen zullen zijn voor alle mans ogen.",
          "text1637": "Godt wil seggen, dat hy haer oock in’t openbaer sal straffen, datter de teeckenen van sullen zijn voor alle mans oogen.",
          "text2026": "God wil zeggen dat Hij hun ook in het openbaar zal straffen, dat er de tekenen zullen zijn voor alle mans ogen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/הַעֲל֤וֹת",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "חֵמָה֙",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְקֹ֣ם",
          "strongs": "H5358",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "נָקָ֔ם",
          "strongs": "H5359",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דָּמָ֖/הּ",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "צְחִ֣יחַ",
          "strongs": "H6706",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "סָ֑לַע",
          "strongs": "H5553",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בִלְתִּ֖י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HR/C"
        },
        {
          "woord": "הִכָּסֽוֹת",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HVNc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Opdat Ik de woede doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt wordt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Opdat Ik de grimmigheid doe opgaan om wraak te oefenen, heb Ik ook haar bloed op een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> gladde steenrots gelegd, opdat het niet bedekt worde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Op dat ick de grimmicheyt doe opgaen om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wrake te oeffenen, hebb’ ick [oock] haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> bloet op eene gladde steenrotze geleyt, op dat het niet bedeckt en worde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "worde.",
          "new": "wordt.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken!",
      "text1637": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; [c] Wee der [31] bloet-stadt: ick sal oock den [32] brandtstapel groot maken.",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Wee de bloedstad! Ik zal ook de brandstapel groot maken!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven vers 6. Ezechiël 24:6: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen.",
          "text1637": "Als bov. vers 6.",
          "text2026": "Gelijk boven vers 6. Ezechiël 24:6: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Wee van het bloedtad, de pot, welks schuim in hem is, en van welke zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 brandstapel groot maken: Vergelijk boven vers 5. Dat is, een groot vuur onder Jeruzalem [dezen pot] stoken, gelijk volgt. Ezechiël 24:5: Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden.",
          "text1637": "Vergel. bov. vers 5. D. een groot vyer onder Ierusalem (desen pot) stoken, als volcht.",
          "text2026": "32 brandstapel groot maken: Vergelijk boven vers 5. Dat is, een groot vuur onder Jeruzalem [deze pot] stoken, gelijk volgt. Ezechiël 24:5: Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Nahum 3:1; Habak. 2:12. Nahum 3:1: Wee der bloedstad, die gans vol leugen, en verscheuring is! de roof houdt niet op. Habakuk 2:12: Wee dien, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!",
          "text1637": "Nah. 3.1. Hab. 2.12.",
          "text2026": "Nahum 3:1; Habak. 2:12. Nahum 3:1: Wee van het bloedtad, die geheel vol leugen, en verscheuring is! de roof houdt niet op. Habakuk 2:12: Wee die, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "א֖וֹי",
          "strongs": "H188",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּמִ֑ים",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֖י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַגְדִּ֥יל",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּדוּרָֽה",
          "strongs": "H4071",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Wee de bloedstad! Ik zal ook de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> brandstapel groot maken!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Wee der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> bloedstad! Ik zal ook den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> brandstapel groot maken!",
      "text1637_html": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Wee der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> bloet-stadt: ick sal oock den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> brandtstapel groot maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Adonai JAHWEH: Wee",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Heere HEERE: Wee der",
          "new": "",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.",
      "text1637": "[33] Draecht veel houts toe, steeckt het vyer aen, [34] verteert het vleesch, ende [35] kruydet [het] met speceryen, ende laet de beenderen [36] verbranden.",
      "text2026": "Draag veel hout toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 Draag veel houts toe: Hebreeuws, vermenigvuldig de houten, of houteren; een levendige vertoning van de ellende der belegerden van Jeruzalem.",
          "text1637": "Hebr. vermenichvuldicht de houten, ofte, houteren. eene levendige vertooninge van de elende der belegerde van Ierusalem.",
          "text2026": "33 Draag veel houts toe: Hebreeuws, vermenigvuldig de houten, of houteren; een levendige vertoning van de ellende van de belegerden van Jeruzalem."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 verteer het vlees: Of, maak het gaar, doorkook het, kook het volkomenlijk.",
          "text1637": "Ofte, maeckt het gaer, doorkoockt het, koockt het volkomelick.",
          "text2026": "34 verteer het vlees: Of, maak het gaar, doorkook het, kook het volkomenlijk."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 kruid het met specerijen: Hebreeuws, specerij der specerijen, opdat de vijanden [gelijk sommigen verstaan] appetijt en lust daartoe krijgen.",
          "text1637": "Hebr. specerijt de speceryen: op dat de vyanden (als sommige verstaen) appetijt ende lust daer toe krijgen.",
          "text2026": "35 kruid het met specerijen: Hebreeuws, specerij van de specerijen, opdat de vijanden [gelijk sommigen verstaan] appetijt en lust daartoe krijgen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, aanbranden.",
          "text1637": "Ofte, aenbranden.",
          "text2026": "Of, aanbranden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַרְבֵּ֤ה",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֵצִים֙",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הַדְלֵ֣ק",
          "strongs": "H1814",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֔שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הָתֵ֖ם",
          "strongs": "H8552",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "הַ/בָּשָׂ֑ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַרְקַח֙",
          "strongs": "H7543",
          "morph": "HC/Vhv2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּרְקָחָ֔ה",
          "strongs": "H4841",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָ/עֲצָמ֖וֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HC/Td/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "יֵחָֽרוּ",
          "strongs": "H2787",
          "morph": "HVNi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Draag veel hout toe, steek het vuur aan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> verteer het vlees, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> kruid het met specerijen, en laat de beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> verbranden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Draag veel houts toe, steek het vuur aan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> verteer het vlees, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> kruid het met specerijen, en laat de beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> verbranden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Draecht veel houts toe, steeckt het vyer aen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> verteert het vleesch, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> kruydet [het] met speceryen, ende laet de beenderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> verbranden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "houts",
          "new": "hout",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.",
      "text1637": "Stelt [37] hem daerna ledich op sijne kolen; op dat hy heet worde, ende sijne roest verbrande, ende sijne onreynicheyt in’t midden van hem [38] versmelte, sijn schuym verteert worde.",
      "text2026": "Stel hem daarna leeg op zijn kolen, opdat hij heet wordt, en zijn roest verbrande, en zijn onreinheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd wordt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den pot, dat is: Jeruzalem zal niet alleen van inwoners ontbloot worden, maar de stad ook verbrand, opdat de plaats van die gruwelijke onreinheid ten enenmale uitgezuiverd worde.",
          "text1637": "Den pot: D. Ierusalem sal niet alleen van inwoonders ontbloott worden, maer de stadt oock verbrandt, op dat de plaetse van die grouwelicke onreynicheyt t’eenemael uytgesuyvert worde.",
          "text2026": "De pot, dat is: Jeruzalem zal niet alleen van inwoners ontbloot worden, maar de stad ook verbrand, opdat de plaats van die gruwelijke onreinheid ten enenmale uitgezuiverd worde."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wegvliete, afgestort worde.",
          "text1637": "Ofte, wechvliete, afgestort worde.",
          "text2026": "Of, wegvliete, afgestort worde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַעֲמִידֶ֥/הָ",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HC/Vhv2ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גֶּחָלֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H1513",
          "morph": "HNcbpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "רֵקָ֑ה",
          "strongs": "H7386",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֨עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "תֵּחַ֜ם",
          "strongs": "H3179",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָ֣רָה",
          "strongs": "H2787",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "נְחֻשְׁתָּ֗/הּ",
          "strongs": "H5178",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִתְּכָ֤ה",
          "strongs": "H5413",
          "morph": "HC/VNq3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/תוֹכָ/הּ֙",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "טֻמְאָתָ֔/הּ",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "תִּתֻּ֖ם",
          "strongs": "H8552",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "חֶלְאָתָֽ/הּ",
          "strongs": "H2457",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Stel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hem daarna leeg op zijn kolen, opdat hij heet wordt, en zijn roest verbrande, en zijn onreinheid in het midden van hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> versmelte, zijn schuim verteerd wordt.",
      "textSV1888_html": "Stel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> versmelte, zijn schuim verteerd worde.",
      "text1637_html": "Stelt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hem daerna ledich op sijne kolen; op dat hy heet worde, ende sijne roest verbrande, ende sijne onreynicheyt in’t midden van hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> versmelte, sijn schuym verteert worde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ledig",
          "new": "leeg",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "worde,",
          "new": "wordt,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "onreinigheid",
          "new": "onreinheid",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "worde.",
          "new": "wordt.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.",
      "text1637": "[Met] [39] ydelheden heeft sy [my] moede gemaeckt: noch en is haer overvloedich schuym van haer niet uytgegaen; haer schuym [moet] in’t vyer.",
      "text2026": "Met zinloosheden heeft zij Mij moe gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Drijvende zulk een gedurig gewoel in hare afgoderijen, heidense verbonden, inwendigen overlast, leugen, huichelarij en allerlei boze handelingen, met welke zij haar vervallen staat heeft willen ondersteunen en het gedreigde verderf afweren, in plaats van zich tot mij te bekeren, waartoe Ik hen door mijne profeten met zulke verdraagzaamheid vermaand, en met zware dreigementen zo getrouwelijk en veelvoudig gewaarschuwd heb, dat Ik des als moede ben geworden, alzo zij in het minst daardoor niet gebeterd, maar telkens niet dan te hardnekkiger geworden is, gelijk in het volgende verhaald wordt. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden, komende, naar het meeste gevoelen, van een woord dat ijdelheid, onrechtigheid, leugen, boosheid, ondeugd, ook afgoderij betekent. Anders: [met] ijdelheden heeft zij [zich] moede gemaakt.",
          "text1637": "Drijvende sulcken geduerich gewoel in hare afgoderyen, heydensche verbonden, inwendigen overlast, leugen, huychelerye, ende allerleye boose pracktijcken, met dewelcke sy haren vervalligen staet heeft willen onderstutten, ende het gedreychde verderf afweeren, in plaetse van haer tot my te bekeeren, waer toe ickse door mijne Propheten met sulcke verdraegsaemheyt vermaent, ende met sware dreygementen soo getrouwelick ende veelvoudich gewaerschouwt hebbe, dat, ick des, als moede ben geworden, also sy in’t minste daer door niet gebetert, maer ’telckens niet dan te hartneckiger geworden is, als in’t volgende verhaelt wort. het Hebr. woort wort alleenlick hier gevonden, komende, nae’t meeste gevoelen, van een woort dat ydelheyt, ongerechticheyt, leugen, boosheyt, ondeucht, oock afgoderye beteeckent. And. [met] ydelheden heeft sy [haer] moede gemaeckt.",
          "text2026": "Drijvende zulk een gedurig gewoel in haar afgoderijen, heidense verbonden, inwendigen overlast, leugen, huichelarij en allerlei boze handelingen, met welke zij haar vervallen staat heeft willen ondersteunen en het gedreigde verderf afweren, in plaats van zich tot mij te bekeren, waartoe Ik hen door mijne profeten met zulke verdraagzaamheid vermaand, en met zware dreigementen zo getrouwelijk en veelvoudig gewaarschuwd heb, dat Ik van de als moe ben geworden, zo zij in het minst daardoor niet gebeterd, maar telkens niet dan te hardnekkiger geworden is, gelijk in het volgende verhaald wordt. Het Hebreeuwse woord wordt alleen hier gevonden, komende, naar het meeste gevoelen, van een woord dat ijdelheid, onrechtigheid, leugen, boosheid, ondeugd, ook afgoderij betekent. Anders: [met] ijdelheden heeft zij [zich] moe gemaakt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תְּאֻנִ֖ים",
          "strongs": "H8383",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הֶלְאָ֑ת",
          "strongs": "H3811",
          "morph": "HVhp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵצֵ֤א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֨/נָּה֙",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "רַבַּ֣ת",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsc"
        },
        {
          "woord": "חֶלְאָתָ֔/הּ",
          "strongs": "H2457",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חֶלְאָתָֽ/הּ",
          "strongs": "H2457",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Met zinloosheden heeft zij Mij moe gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Met ijdelheden heeft zij Mij moede gemaakt; nog is haar overvloedig schuim van haar niet uitgegaan; haar schuim moet in het vuur.",
      "text1637_html": "[Met] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> ydelheden heeft sy [my] moede gemaeckt: noch en is haer overvloedich schuym van haer niet uytgegaen; haer schuym [moet] in’t vyer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ijdelheden",
          "new": "zinloosheden",
          "principe": "V258"
        },
        {
          "old": "moede",
          "new": "moe",
          "principe": "V33"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen rusten.",
      "text1637": "In uwe onreynicheyt is schendelickheyt: om dat ick u [40] gereynicht hebbe, ende ghy niet gereynicht en zijt, so en sult ghy van uwe onreynicheyt niet meer gereynicht worden, tot dat ick mijne grimmicheyt op u sal hebben doen [41] rusten.",
      "text2026": "In uw onreinheid is schandelijkheid, omdat Ik u gereinigd heb, en u niet gereinigd bent, zo zult u van uw onreinheid niet meer gereinigd worden, voordat Ik Mijn woede op u zal hebben doen rusten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 gereinigd heb: Door de vermaningen, waarschuwingen en dreigementen mijner profeten tevergeefs gezocht heb te reinigen, zo zal Ik nu een anderen weg met u ingaan.",
          "text1637": "Door de vermaningen, waerschouwingen, ende dreygementen mijner Propheten te vergeefs gesocht hebbe te reynigen, so sal ick nu eenen anderen wech met u ingaen.",
          "text2026": "40 gereinigd heb: Door de vermaningen, waarschuwingen en dreigementen mijner profeten tevergeefs gezocht heb te reinigen, zo zal Ik nu een anderen weg met u ingaan."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 5:13. Ezechiël 5:13: Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben.",
          "text1637": "Siet bov. 5. op vers 13.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 5:13. Ezechiël 5:13: Zo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, JAHWEH, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/טֻמְאָתֵ֖/ךְ",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "זִמָּ֑ה",
          "strongs": "H2154",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יַ֤עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "טִֽהַרְתִּי/ךְ֙",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HVpp1cs/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "טָהַ֔רְתְּ",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HVqp2fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/טֻּמְאָתֵ/ךְ֙",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִטְהֲרִי",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HVqi2fs"
        },
        {
          "woord": "ע֔וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הֲנִיחִ֥/י",
          "strongs": "H5117",
          "morph": "HVhc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "חֲמָתִ֖/י",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>In uw onreinheid is schandelijkheid, omdat Ik u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gereinigd heb, en u niet gereinigd bent, zo zult u van uw onreinheid niet meer gereinigd worden, voordat Ik Mijn woede op u zal hebben doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> rusten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "In uw onreinigheid is schandelijkheid, omdat Ik u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gereinigd heb, en gij niet gereinigd zijt, zo zult gij van uw onreinigheid niet meer gereinigd worden, totdat Ik Mijn grimmigheid op u zal hebben doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> rusten.",
      "text1637_html": "In uwe onreynicheyt is schendelickheyt: om dat ick u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gereynicht hebbe, ende ghy niet gereynicht en zijt, so en sult ghy van uwe onreynicheyt niet meer gereynicht worden, tot dat ick mijne grimmicheyt op u sal hebben doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> rusten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onreinigheid",
          "new": "onreinheid",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zijt,",
          "new": "bent,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "onreinigheid",
          "new": "onreinheid",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "totdat",
          "new": "voordat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ick de HEERE hebbe’t gesproken, ’t sal komen, ende ick sal ’t doen; ick en salder niet van wijcken, ende ick en sal niet [d] verschoonen nochte berouw hebben: nae uwe wegen, ende nae uwe handelingen sullen sy u [e] richten, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Ik, JAHWEH, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet sparen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u richten, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 5:11. Ezechiël 5:11: Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE (omdat gij Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet verschonen zal, en Ik ook niet zal sparen!",
          "text1637": "Ezech. 5.11.",
          "text2026": "Ez. 5:11. Ezechiël 5:11: Daarom zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heer JAHWEH (omdat u Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw verfoeiselen, en met al uw gruwelen), zo Ik ook niet daarom u verminderen, en Mijn oog u niet sparen zal, en Ik ook niet zal sparen!"
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 23:24. Ezechiël 23:24: Die zullen tegen u komen met karren, wagenen en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten.",
          "text1637": "Ezech. 23.24.",
          "text2026": "Ez. 23:24. Ezechiël 23:24: Die zullen tegen u komen met karren, wagens en wielen, en met een vergadering van volken, rondassen, en schilden, en helmen; zij zullen zich rondom tegen u zetten; en Ik zal voor hun aangezicht het gericht stellen, en zij zullen u richten naar hun rechten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲנִ֨י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֨רְתִּי֙",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּאָ֣ה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֔יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרַ֥ע",
          "strongs": "H6544",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָח֖וּס",
          "strongs": "H2347",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֶנָּחֵ֑ם",
          "strongs": "H5162",
          "morph": "HVNi1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ/דְרָכַ֤יִ/ךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/כַ/עֲלִילוֹתַ֨יִ/ךְ֙",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָט֔וּ/ךְ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik, JAHWEH, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> sparen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> richten, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik, de HEERE, heb het gesproken; het zal komen, en Ik zal het doen; Ik zal er niet van wijken, en Ik zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> verschonen noch berouw hebben; naar uw wegen en naar uw handelingen zullen zij u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> richten, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Ick de HEERE hebbe’t gesproken, ’t sal komen, ende ick sal ’t doen; ick en salder niet van wijcken, ende ick en sal niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> verschoonen nochte berouw hebben: nae uwe wegen, ende nae uwe handelingen sullen sy u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> richten, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "verschonen",
          "new": "sparen",
          "principe": "V442"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
      "text1637": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "text2026": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wijders geschiedde des HEEREN",
          "new": "Verder kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.",
      "text1637": "Menschen kint, siet, ick sal den [42] lust uwer oogen van u wech nemen door eene [43] plage: nochtans en sult ghy niet rouwklagen, nochte weenen, nochte uwe tranen en sullen niet voortkomen.",
      "text2026": "Mensenkind! zie, Ik zal de lust van uw ogen van u wegnemen door een plaag; toch zult u niet rouwklagen, noch huilen, en uw tranen zullen niet voortkomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 lust uwer ogen: Of, wens; dat is uwe huisvrouw, zie vers 18. Waardoor de tempel en de stad Jeruzalem werden afgebeeld. Ezechiël 24:18: Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.",
          "text1637": "Ofte, wensch, D. uwe huysvrouwe. Siet vers 18. waer door de Tempel ende stadt van Ierusalem wierdt afgebeeldt.",
          "text2026": "42 lust uw ogen: Of, wens; dat is van U huisvrouw, zie vers 18. Waardoor de tempel en de stad Jeruzalem werden afgebeeld. Ezechiël 24:18: Dit sprak ik tot het volk in de morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in de avond; en ik deed in de morgenstond, gelijk mij geboden was."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, een haastigen, van God buitengewoon toegeschikten, dood.",
          "text1637": "D. eenen haestigen, van Godt extraordinaerlick toegeschickten, doot.",
          "text2026": "Dat is, een haastigen, van God buitengewoon toegeschikten, dood."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֨י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹקֵ֧חַ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מִמְּ/ךָ֛",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מַחְמַ֥ד",
          "strongs": "H4261",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵינֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַגֵּפָ֑ה",
          "strongs": "H4046",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִסְפֹּד֙",
          "strongs": "H5594",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִבְכֶּ֔ה",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/ל֥וֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תָב֖וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "דִּמְעָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H1832",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mensenkind! zie, Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> lust van uw ogen van u wegnemen door een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> plaag; toch zult u niet rouwklagen, noch huilen, en uw tranen zullen niet voortkomen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Mensenkind! zie, Ik zal den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> lust uwer ogen van u wegnemen door een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.",
      "text1637_html": "Menschen kint, siet, ick sal den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> lust uwer oogen van u wech nemen door eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> plage: nochtans en sult ghy niet rouwklagen, nochte weenen, nochte uwe tranen en sullen niet voortkomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "plage; nochtans",
          "new": "plaag; toch",
          "principe": "V73"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "wenen,",
          "new": "huilen,",
          "principe": "V85"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Houd stil van kermen, gij zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden brood niet eten.",
      "text1637": "[44] Houdt stille van kermen, ghy en sult geen [45] dooden-rouwe maken, bindt uwen [46] hoet op u, ende doet uwe [47] schoenen aen uwe voeten: ende de bovenste [48] lippe en sult ghy niet bewinden, noch en sult der lieden [49] broot niet eten.",
      "text2026": "Houd stil van kermen, u zult geen dodenrouw maken, bind uw hoed op u, en doe uw schoenen aan uw voeten; en de bovenste lip zult u niet bewinden, en zult het brood van de mensen niet eten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 Houd stil van kermen: Dat is, kerm niet, maar zwijg stil.",
          "text1637": "D. en kermt niet, maer swijgt stille.",
          "text2026": "44 Houd stil van kermen: Dat is, kerm niet, maar zwijg stil."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 dodenrouw maken: Dat is, geen rouwtekens tonen, gelijk men over verstorven vrienden te dien tijde placht te doen.",
          "text1637": "Dat is, geen rouwteeckenen toonen, gelijckmen over verstorvene vrienden te dier tijt plach te doen.",
          "text2026": "45 dodenrouw maken: Dat is, geen rouwtekens tonen, gelijk men over verstorven vrienden in die tijd placht te doen."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 hoed op u: Of, huif, muts, zet op uw hoofd [gelijk onder vers 23]. Het Hebreeuwse woord heeft den naam van versieren. Integendeel plegen de rouwdragenden met het blote hoofd te gaan, en as of stof daarop te spreiden; Lev. 10:6, en Lev. 21:10; 1 Sam. 4:12; 2 Sam. 15:32; Jes. 61:3; Klaagl. 2:10. Ezechiël 24:23: En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten. Leviticus 10:6: En Mozes zeide tot Aäron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn zonen: Gij zult uw hoofden niet ontbloten, noch uw klederen verscheuren, opdat gij niet sterft, en grote toorn over de ganse vergadering kome; maar uw broederen, het ganse huis van Israël, zullen dezen brand, dien de HEERE aan gestoken heeft, bewenen. Leviticus 21:10: En hij, die de hogepriester onder zijn broederen is, op wiens hoofd de zalfolie gegoten is, en wiens hand men gevuld heeft, om die klederen aan te trekken, zal zijn hoofd niet ontbloten, noch zijn klederen scheuren. 1 Samuël 4:12: Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo denzelfden dag; en zijn klederen waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd. 2 Samuël 15:32: En het geschiedde, als David tot op de hoogte kwam, dat hij aldaar God aanbad; ziet, toen ontmoette hem Husai, de Archiet, hebbende zijn rok gescheurd, en aarde op zijn hoofd. Jesaja 61:3: Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde. Klaagliederen 2:10: Jod. De oudsten der dochter Sions zitten op de aarde, zij zwijgen stil, zij werpen stof op hun hoofd, zij hebben zakken aangegord; de jonge dochters van Jeruzalem laten haar hoofd ter aarde hangen.",
          "text1637": "Ofte, huyve, mutse, bonette, sett op u hooft (als ond. vers 23.) Het Hebr. woort heeft den naem van vercieren. ter contrarye plegen de rouwdragende met blooten hoofde te gaen, ende assche ofte stof daer op te spreyden. Levit. 10.6. ende 21.10. 1.Sam. 4.12. 2.Sam. 15.32. Iesa. 61.3. Thren. 2.10.",
          "text2026": "46 hoed op u: Of, huif, muts, zet op uw hoofd [gelijk onder vers 23]. Het Hebreeuwse woord heeft de naam van versieren. Integendeel plegen de rouwdragenden met het blote hoofd te gaan, en as of stof daarop te spreiden; Lev. 10:6, en Lev. 21:10; 1 Sam. 4:12; 2 Sam. 15:32; Jes. 61:3; Klaagl. 2:10. Ezechiël 24:23: En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; u zult niet rouwklagen, noch wenen, maar u zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iedereen tegen zijn broer zuchten. Leviticus 10:6: En Mozes zei tot Aäron, en tot Eleazar, en tot Ithamar, zijn zonen: U zult uw hoofden niet ontbloten, noch uw kleren verscheuren, opdat u niet sterft, en grote toorn over de gehele vergadering kome; maar uw broers, het gehele huis van Israël, zullen deze brand, die JAHWEH aan gestoken heeft, bewenen. Leviticus 21:10: En hij, die de hogepriester onder zijn broers is, op wiens hoofd de zalfolie gegoten is, en wiens hand men gevuld heeft, om die kleren aan te trekken, zal zijn hoofd niet ontbloten, noch zijn kleren scheuren. 1 Samuël 4:12: Toen liep er een Benjaminiet uit de slagorden, en kwam te Silo dezelfde dag; en zijn kleren waren gescheurd, en er was aarde op zijn hoofd. 2 Samuël 15:32: En het geschiedde, als David tot op de hoogte kwam, dat hij daar God aanbad; ziet, toen ontmoette hem Husai, de Archiet, hebbende zijn rok gescheurd, en aarde op zijn hoofd. Jesaja 61:3: Om de treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad van de lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen van de gerechtigheid, een planting van JAHWEH, opdat Hij verheerlijkt worde. Klaagliederen 2:10: Jod. De oudsten van de dochter van Sion zitten op de aarde, zij zwijgen stil, zij werpen stof op hun hoofd, zij hebben zakken aangegord; de jonge dochters van Jeruzalem laten haar hoofd ter aarde hangen."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 schoenen aan uw voeten: Daar de rouwenden ongeschoeid of barvoets plachten te gaan; 2 Sam. 15:30. 2 Samuël 15:30: En David ging op door den opgang der olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden; en hij zelf ging barrevoets; ook had al het volk, dat met hem was, een iegelijk zijn hoofd bedekt, en zij gingen op, opgaande en wenende.",
          "text1637": "Daer de rouwende ongeschoeyt ofte barvoets plachten te gaen. 2.Sam. 15.30.",
          "text2026": "47 schoenen aan uw voeten: Daar de rouwenden ongeschoeid of barvoets plachten te gaan; 2 Sam. 15:30. 2 Samuël 15:30: En David ging op door de opgang van de olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden; en hij zelf ging barrevoets; ook had al het volk, dat met hem was, een iedereen zijn hoofd bedekt, en zij gingen op, opgaande en wenende."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of knevelbaard niet verhullen, bewimpelen, gelijk die plachten te doen, die in rouw waren over een groot ongeval; zie Lev. 13:45; Micha 3:7. Sommigen verstaan niet alleen de bovenste lip, maar voorts den mond en de kin, met de ganse plaats van den baard. Leviticus 13:45: Voorts zullen de klederen des melaatsen, in wien die plaag is, gescheurd zijn, en zijn hoofd zal ontbloot zijn, en hij zal de bovenste lip bewimpelen; daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein! Micha 3:7: En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn.",
          "text1637": "Ofte, knevelbaert niet verhullen, bewimpelen, gelijck die plegen te doen, die in rouwe waren, over een groot ongeval. Siet Levit. 13.45. Mich. 3.7. sommige verstaen niet alleen de bovenste lippe, maer voorts den mont, ende de kinne, met de gantsche plaetse des baerts.",
          "text2026": "Of knevelbaard niet verhullen, bewimpelen, gelijk die plachten te doen, die in rouw waren over een groot ongeval; zie Lev. 13:45; Micha 3:7. Sommigen verstaan niet alleen de bovenste lip, maar verder de mond en de kin, met de gehele plaats van de baard. Leviticus 13:45: Verder zullen de kleren van de melaatsen, in wie die plaag is, gescheurd zijn, en zijn hoofd zal ontbloot zijn, en hij zal de bovenste lip bewimpelen; daartoe zal hij roepen: Onrein, onrein! Micha 3:7: En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 brood niet eten: Versta, leedspijs, leed- of rouwmaal eten met de vrienden en naburen; zie Jer. 16:7. Jeremia 16:7: Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder.",
          "text1637": "Verstaet leed-spijse, leed, ofte rouw-mael eten met de vrienden ende nabueren. siet Ier. 16. op vers 7.",
          "text2026": "49 brood niet eten: Versta, leedspijs, leed- of rouwmaal eten met de vrienden en naburen; zie Jer. 16:7. Jeremia 16:7: Ook zal men hun niets uitdelen over de rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit de troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֵאָנֵ֣ק",
          "strongs": "H602",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "דֹּ֗ם",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵתִים֙",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣בֶל",
          "strongs": "H60",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַֽעֲשֶׂ֔ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "פְאֵֽרְ/ךָ֙",
          "strongs": "H6287",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "חֲב֣וֹשׁ",
          "strongs": "H2280",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְעָלֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H5275",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תָּשִׂ֣ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רַגְלֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַעְטֶה֙",
          "strongs": "H5844",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שָׂפָ֔ם",
          "strongs": "H8222",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֶ֥חֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אֲנָשִׁ֖ים",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֹאכֵֽל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Houd stil van kermen, u zult geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> dodenrouw maken, bind uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hoed op u, en doe uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> schoenen aan uw voeten; en de bovenste<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> lip zult u niet bewinden, en zult het brood van de mensen niet eten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup>.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Houd stil van kermen, gij zult geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> dodenrouw maken, bind uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hoed op u, en doe uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> schoenen aan uw voeten; en de bovenste<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> lip zult gij niet bewinden, en zult der lieden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> brood niet eten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Houdt stille van kermen, ghy en sult geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> dooden-rouwe maken, bindt uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hoet op u, ende doet uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> schoenen aen uwe voeten: ende de bovenste <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> lippe en sult ghy niet bewinden, noch en sult der lieden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> broot niet eten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der lieden",
          "new": "het",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van de mensen",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Dit sprak ik tot het volk in den morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in den avond; en ik deed in den morgenstond, gelijk mij geboden was.",
      "text1637": "Dit sprack ick tot het volck inden morgenstont, ende mijne huysvrouwe sterf inden avont: ende ick dede in den morgenstont gelijck als my geboden was.",
      "text2026": "Dit sprak ik tot het volk in de morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in de avond; en ik deed in de morgenstond, zoals mij geboden was.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֲדַבֵּ֤ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָם֙",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/בֹּ֔קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תָּ֥מָת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "אִשְׁתִּ֖/י",
          "strongs": "H802",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּ/עָ֑רֶב",
          "strongs": "H6153",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/אַ֥עַשׂ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/בֹּ֖קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "צֻוֵּֽיתִי",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVPp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dit sprak ik tot het volk in de morgenstond, en mijn huisvrouw stierf in de avond; en ik deed in de morgenstond, zoals mij geboden was.",
      "text1637_html": "Dit sprack ick tot het volck inden morgenstont, ende mijne huysvrouwe sterf inden avont: ende ick dede in den morgenstont gelijck als my geboden was.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gelijk",
          "new": "zoals",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?",
      "text1637": "Ende het volck seyde tot my; En sult ghy ons niet te kennen geven [50] wat ons dese dingen zijn; dat ghy [aldus] doet?",
      "text2026": "En het volk zei tot mij: Zult u ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat u zo doet?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 wat ons deze dingen zijn: Dat is, wat zij ons betekenen, wat gij ons door deze vreemde manier van doen wilt te verstaan geven. Het woord zijn is hier bijgevoegd naar den aard der Hebreeuwse taal, gelijk elders dikwijls. Alzo onder Ezech. 37:18. Ezechiël 37:18: En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?",
          "text1637": "D. watse ons beteeckenen, wat ghy ons door dese vreemde maniere van doen wilt te verstaen geven. het woordeken, zijn, is hier by gevoecht, nae den aert der Hebreeuscher tale, als elders dickwijls. also ond. 35.19.",
          "text2026": "50 wat ons deze dingen zijn: Dat is, wat zij ons betekenen, wat u ons door deze vreemde manier van doen wilt te verstaan geven. Het woord zijn is hier bijgevoegd naar de aard van de Hebreeuwse taal, gelijk elders dikwijls. Zo onder Ez. 37:18. Ezechiël 37:18: En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult u ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּאמְר֥וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֖/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֑ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַגִּ֥יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֨/נוּ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מָה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "לָּ֔/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֖ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֹשֶֽׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het volk zei tot mij: <span class=\"direct-speech\"><i>Zult u ons niet te kennen geven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> wat ons deze dingen zijn, dat u zo doet?</i></span>",
      "textSV1888_html": "En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?",
      "text1637_html": "Ende het volck seyde tot my; En sult ghy ons niet te kennen geven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> wat ons dese dingen zijn; dat ghy [aldus] doet?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij aldus",
          "new": "u zo",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:",
      "text1637": "Ende ick seyde tot hen: Het woort des HEEREN is tot my geschiet, seggende:",
      "text2026": "En ik zei tot hen: Het woord van JAHWEH is tot mij gebeurd, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֹמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבַ֨ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֖/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik zei tot hen: <span class=\"direct-speech\"><i>Het woord van JAHWEH is tot mij gebeurd, zeggende:</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick seyde tot hen: Het woort des HEEREN is tot my geschiet, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "geschied,",
          "new": "gebeurd,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.",
      "text1637": "Segt tot het huys Israëls; Alsoo seyt de Heere HEERE, siet, ick sal mijn [51] Heylichdom [52] ontheyligen, de [53] heerlickheyt uwer sterckte, de [54] begeerte uwer oogen, ende de [55] verschooninge uwer ziele; ende uwe sonen, ende uwe dochteren, die ghy verlaten hebt, sullen door ’tsweert vallen.",
      "text2026": "Zeg tot het huis van Israël: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid van uw sterkte, de begeerte van uw ogen, en de verschoning van uw ziel; en uw zonen en uw dochters, die u verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den tempel.",
          "text1637": "Den Tempel.",
          "text2026": "De tempel."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In handen der Chaldeeën overleveren, om verstoord te worden, als een gemene onheilige plaats.",
          "text1637": "In handen der Chaldeen overleveren, om verstoort te worden, als eene gemeyne onheylige plaetse.",
          "text2026": "In handen van de Chaldeeën overleveren, om verstoord te worden, als een gemene onheilige plaats."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 heerlijkheid uwer sterkte: Of, hoogheid, uitnemendheid uwer sterkte, dat is, dat heerlijk gebouw van den tempel, waarop gij u zozeer verlaat, menende dat Ik daarom Jeruzalem verschonen zal. Sommigen verstaan Jeruzalem of het koninkrijk.",
          "text1637": "Ofte, hoocheyt, uytnementheyt uwer sterckte, D. dat heerlick gebou des Tempels, daer op ghy u soo seer verlaett, meynende dat ick daerom Ierusalem verschoonen sal. sommige verstaen, Ierusalem ofte het Coninckrijcke.",
          "text2026": "53 heerlijkheid uw sterkte: Of, hoogheid, uitnemendheid uw sterkte, dat is, dat heerlijk gebouw van de tempel, waarop u u zozeer verlaat, menende dat Ik daarom Jeruzalem sparen zal. Sommigen verstaan Jeruzalem of het koninkrijk."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 begeerte uwer ogen: Versta, al denzelfden tempel, in welks aanschouwing zij hun lust en vermaak plachten te nemen, en waarnaar zij nu zozeer verlangden. Sommigen verstaan hunne vrouwen, uit vers 16. Ezechiël 24:16: Mensenkind! zie, Ik zal den lust uwer ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult gij niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen.",
          "text1637": "Verstaet al den selven Tempel, in welckes aenschouwinge sy haren lust ende vermaeck plachten te nemen, ende daer nae sy nu soo seer verlangden. sommige verstaen, hare wijven, uyt vers 16.",
          "text2026": "54 begeerte uw ogen: Versta, al dezelfde tempel, in welks aanschouwing zij hun lust en vermaak plachten te nemen, en waarnaar zij nu zozeer verlangden. Sommigen verstaan hunne vrouwen, uit vers 16. Ezechiël 24:16: Mensenkind! zie, Ik zal de lust uw ogen van u wegnemen door een plage; nochtans zult u niet rouwklagen, noch wenen, en uw tranen zullen niet voortkomen."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "55 verschoning uwer ziel: Welken tempel gij zo liefhebt, dat het u hartelijk deren en wee zou doen, indien men hem zou verwoesten. Sommigen verstaan hier de kinderen en naaste vrienden, die zij, gaande met Jojachin in de gevangenschap, te Jeruzalem gelaten hadden.",
          "text1637": "Welcken Tempel ghy soo lief hebt, dat het u hertelick deeren ende wee doen soude, indien men hem soude verwoesten: sommige verstaen hier de kinderen, ende naeste vrienden, die sy, gaende met Iojachin in de gevanckenisse, te Ierusalem gelaten hadden.",
          "text2026": "55 verschoning uw ziel: Welken tempel u zo liefhebt, dat het u hartelijk deren en wee zou doen, als men hem zou verwoesten. Sommigen verstaan hier de kinderen en naaste vrienden, die zij, gaande met Jojachin in de gevangenschap, te Jeruzalem gelaten hadden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱמֹ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִה֒",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֨י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְחַלֵּ֤ל",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVprmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִקְדָּשִׁ/י֙",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "גְּא֣וֹן",
          "strongs": "H1347",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֻזְּ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מַחְמַ֥ד",
          "strongs": "H4261",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵֽינֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַחְמַ֣ל",
          "strongs": "H4263",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשְׁ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵי/כֶ֧ם",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֽוֹתֵי/כֶ֛ם",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עֲזַבְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֶ֥רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפֹּֽלוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zeg tot het huis van Israël: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> heiligdom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> ontheiligen, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> heerlijkheid van uw sterkte, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> begeerte van uw ogen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> verschoning van uw ziel; en uw zonen en uw dochters, die u verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> heiligdom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> ontheiligen, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> heerlijkheid uwer sterkte, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> begeerte uwer ogen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.",
      "text1637_html": "Segt tot het huys Israëls; Alsoo seyt de Heere HEERE, siet, ick sal mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> Heylichdom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> ontheyligen, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> heerlickheyt uwer sterckte, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> begeerte uwer oogen, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> verschooninge uwer ziele; ende uwe sonen, ende uwe dochteren, die ghy verlaten hebt, sullen door ’tsweert vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls: Alzo",
          "new": "van Israël: Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "dochteren,",
          "new": "dochters,",
          "principe": "V569"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.",
      "text1637": "Dan sult ghylieden doen, gelijck als ick [56] gedaen hebbe: de bovenste lippe en sult ghy niet bewinden, ende der lieden broot en sult ghy niet eten.",
      "text2026": "Dan zult u doen, zoals ik gedaan heb; de bovenste lip zult u niet bewinden, en het brood van de mensen zult u niet eten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 gedaan heb: Gij zult alsdan geen rouwteken kunnen tonen, vanwege den vloek Gods, en uwe verbaasdheid over de verschrikkelijke algemene ellenden en verwoestingen, die tempel, stad, land en het ganse volk zullen overkomen. Vergelijk hiermede zonderling Jer. 16:5, 16:6, 16:7, 16:8, met de aantekening aldaar. Jeremia 16:5: Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Jeremia 16:6: Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil. Jeremia 16:7: Ook zal men hun niets uitdelen over den rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit den troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder. Jeremia 16:8: Ga ook niet in een huis des maaltijds, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken.",
          "text1637": "Ghy en sult alsdan geen rouwteeckenen konnen toonen, van wegen den vloeck Godts, ende uwe verbaestheyt over de schricklicke gemeyne elenden ende verwoestingen, die den Tempel, stadt, lant, ende den gantschen volcke sullen overcomen. Vergel. hiermede sonderlinge Ier. 16.5, 6, 7, 8. met d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "56 gedaan heb: U zult alsdan geen rouwteken kunnen tonen, vanwege de vloek Gods, en uwe verbaasdheid over de verschrikkelijke algemene ellenden en verwoestingen, die tempel, stad, land en het gehele volk zullen overkomen. Vergelijk hiermede zonderling Jer. 16:5, 16:6, 16:7, 16:8, met de aantekening daar. Jeremia 16:5: Want zo zegt JAHWEH: Ga niet in het huis van degene, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet heen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt JAHWEH) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Jeremia 16:6: Zodat grote en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelf insnijden, noch kaal maken om hunnentwil. Jeremia 16:7: Ook zal men hun niets uitdelen over de rouw, om iemand te troosten over een dode; noch hun te drinken geven uit de troostbeker, over iemands vader of over iemands moeder. Jeremia 16:8: Ga ook niet in een huis van het maaltijd, om bij hen te zitten, om te eten en te drinken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/עֲשִׂיתֶ֖ם",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "עָשִׂ֑יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שָׂפָם֙",
          "strongs": "H8222",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַעְט֔וּ",
          "strongs": "H5844",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֶ֥חֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אֲנָשִׁ֖ים",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֹאכֵֽלוּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Dan zult u doen, zoals ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gedaan heb; de bovenste lip zult u niet bewinden, en het brood van de mensen zult u niet eten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dan zult gijlieden doen, gelijk als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gedaan heb; de bovenste lip zult gij niet bewinden, en der lieden brood zult gij niet eten.",
      "text1637_html": "Dan sult ghylieden doen, gelijck als ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gedaen hebbe: de bovenste lippe en sult ghy niet bewinden, ende der lieden broot en sult ghy niet eten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gelijk als",
          "new": "zoals",
          "principe": "V804"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der lieden",
          "new": "het",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van de mensen",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.",
      "text1637": "Ende uwe hoeden sullen op uwe hoofden zijn, ende uwe schoenen aen uwe voeten; ghy en sult niet rouwklagen, nochte weenen: maer ghy sullet in uwe ongerechticheden [f] [57] versmachten, ende, een yegelick tegen sijnen broeder, [58] suchten.",
      "text2026": "En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; u zult niet rouwklagen, noch huilen, maar u zult in uw ongerechtigheden versmachten, en ieder tegen zijn broer zuchten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uitteren, versmelten, vanwege Gods vloed over u, gelijk onder Ezech. 33:10. Ezechiël 33:10: Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israëls: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven?",
          "text1637": "Ofte, uyt-teeren, versmelten, van wegen Godes vloeck over u, als onder 33.10.",
          "text2026": "Of, uitteren, versmelten, vanwege Gods vloed over u, gelijk onder Ez. 33:10. Ezechiël 33:10: Daarom, u mensenkind! zeg tot het huis van Israël: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Omdat onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelfde versmachten, hoe zouden wij dan leven?"
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, beren, tieren, uit onverduldigheid en mistroostigheid.",
          "text1637": "Ofte, beeren, tieren, uyt onverduldicheyt ende mistroosticheyt.",
          "text2026": "Of, beren, tieren, uit onverduldigheid en mistroostigheid."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 4:17. Ezechiël 4:17: Opdat zij des broods en des waters gebrek hebben, en de een met den ander verbaasd worden, en in hun ongerechtigheid uitteren.",
          "text1637": "Ezech. 4.17.",
          "text2026": "Ez. 4:17. Ezechiël 4:17: Opdat zij van het brood en van het water gebrek hebben, en de één met de ander verbaasd worden, en in hun ongerechtigheid uitteren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/פְאֵרֵ/כֶ֣ם",
          "strongs": "H6287",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רָאשֵׁי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נַֽעֲלֵי/כֶם֙",
          "strongs": "H5275",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רַגְלֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִסְפְּד֖וּ",
          "strongs": "H5594",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִבְכּ֑וּ",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְמַקֹּתֶם֙",
          "strongs": "H4743",
          "morph": "HC/VNq2mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲוֺנֹ֣תֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְהַמְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H5098",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אָחִֽי/ו",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; u zult niet rouwklagen, noch huilen, maar u zult in uw ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> versmachten, en ieder tegen zijn broer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> zuchten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> zuchten.",
      "text1637_html": "Ende uwe hoeden sullen op uwe hoofden zijn, ende uwe schoenen aen uwe voeten; ghy en sult niet rouwklagen, nochte weenen: maer ghy sullet in uwe ongerechticheden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> versmachten, ende, een yegelick tegen sijnen broeder, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> suchten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "wenen,",
          "new": "huilen,",
          "principe": "V85"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "broeder",
          "new": "broer",
          "principe": "O22a"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Alzo zal ulieden Ezechiël tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.",
      "text1637": "Also sal u lieden Ezechiel [g] tot een [59] wonderteecken zijn; nae alles dat hy gedaen heeft sult ghy doen: als dit komt dan sult ghy weten, dat ick de Heere HEERE ben.",
      "text2026": "Zo zal u Ezechiël tot een wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult u doen; als dit komt, dan zult u weten, dat Ik Adonai JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 wonderteken zijn: Zie boven Ezech. 12:6. Ezechiël 12:6: Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israëls tot een wonderteken gegeven.",
          "text1637": "Siet boven 12. op vers 6.",
          "text2026": "59 wonderteken zijn: Zie boven Ez. 12:6. Ezechiël 12:6: Voor hun ogen zult u het op de schouders dragen, in donker zult u het uitbrengen; uw aangezicht zult u bedekken, dat u het land niet ziet; want Ik heb u de huize Israëls tot een wonderteken gegeven."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 12:6. Ezechiël 12:6: Voor hun ogen zult gij het op de schouders dragen, in donker zult gij het uitbrengen; uw aangezicht zult gij bedekken, dat gij het land niet ziet; want Ik heb u den huize Israëls tot een wonderteken gegeven.",
          "text1637": "Ezech. 12.6.",
          "text2026": "Ez. 12:6. Ezechiël 12:6: Voor hun ogen zult u het op de schouders dragen, in donker zult u het uitbrengen; uw aangezicht zult u bedekken, dat u het land niet ziet; want Ik heb u de huize Israëls tot een wonderteken gegeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֨ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "יְחֶזְקֵ֤אל",
          "strongs": "H3168",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹפֵ֔ת",
          "strongs": "H4159",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/כֹ֥ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "תַּעֲשׂ֑וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/בֹאָ֕/הּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ידַעְתֶּ֕ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֖י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zo zal u Ezechiël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult u doen; als dit komt, dan zult u weten, dat Ik Adonai JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zal ulieden Ezechiël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> wonderteken zijn; naar alles, wat hij gedaan heeft, zult gij doen; als dit komt, dan zult gij weten, dat Ik de Heere HEERE ben.",
      "text1637_html": "Also sal u lieden Ezechiel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> tot een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> wonderteecken zijn; nae alles dat hy gedaen heeft sult ghy doen: als dit komt dan sult ghy weten, dat ick de Heere HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE",
          "new": "Adonai JAHWEH",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;",
      "text1637": "Ende ghy menschen kint; [60] sal’t niet zijn, ten dage als ick van hen sal wechnemen hare [61] sterckte, de [62] vreuchde hares cieraets, den lust harer oogen, ende het [63] verlangen harer zielen, hare sonen ende hare dochteren;",
      "text2026": "En u, mensenkind! zal het niet zijn, op de dag als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde van hun sieraad, de lust van hun ogen en het verlangen van hun zielen, hun zonen en hun dochters;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "60 zal het niet zijn: Dat is, het zal voorzeker alzo geschieden. Dit voorzegt God tot meerdere bevestiging dezer profetieën. Zie de vervulling onder Ezech. 33:21, 33:22. Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Ezechiël 33:22: Nu was de hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom.",
          "text1637": "D. ’tsal voorseker alsoo geschieden. Dit voorseyt Godt tot meerder bevestiging deser prophetyen. siet de vervullinge ond. 33.21, 22.",
          "text2026": "60 zal het niet zijn: Dat is, het zal voorzeker zo gebeuren. Dit voorzegt God tot meerdere bevestiging van deze profetieën. Zie de vervulling onder Ez. 33:21, 33:22. Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Ezechiël 33:22: Nu was de hand van JAHWEH op mij geweest van de avond, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij van de morgen tot mij kwam. Zo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den tempel, enz., gelijk boven vers 21, dat is, ten tijde als Jeruzalem ingenomen en de tempel met de stad verwoest zullen worden, en al het volk jammerlijk behandeld naar deze profetieën. Ezechiël 24:21: Zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.",
          "text1637": "Den Tempel, etc. als boven vers 21. D. ter tijt als Ierusalem ingenomen, ende de Tempel met de stadt verwoest sullen worden, ende al ’t volck jammerlick gehandelt nae dese prophetyen.",
          "text2026": "De tempel, enz., gelijk boven vers 21, dat is, ten tijde als Jeruzalem ingenomen en de tempel met de stad verwoest zullen worden, en al het volk jammerlijk behandeld naar deze profetieën. Ezechiël 24:21: Zeg tot het huis van Israël: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uw sterkte, de begeerte uw ogen, en de verschoning uw ziel; en uw zonen en uw dochters, die u verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "62 vreugde huns sieraads: Dat is, in welks sieraad zij zich verheugen.",
          "text1637": "D. in welckes cieraet sy haer verheugen.",
          "text2026": "62 vreugde huns sieraads: Dat is, in welks sieraad zij zich verheugen."
        },
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "63 verlangen hunner zielen: Hebreeuws, de opheffing; dat is, hetgeen waarnaar zij hartelijk verlangen, gelijk men omhoog naar iets reikt en langt, dat men gaarne zou bereiken willen. Zie Ps. 24:4. Psalmen 24:4: Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;",
          "text1637": "Hebr. de opheffinge. D. het gene daer nae sy hertelick verlangen, gelijck men om hooge nae yets reyckt ende langt, datmen geerne soude bereycken ende hebben. Siet Psal. 24. op vers 4.",
          "text2026": "63 verlangen hun zielen: Hebreeuws, de opheffing; dat is, wat waarnaar zij hartelijk verlangen, gelijk men omhoog naar iets reikt en langt, dat men graag zou bereiken willen. Zie Ps. 24:4. Psalmen 24:4: Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֔ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/ל֗וֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֨וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קַחְתִּ֤/י",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מָ֣עוּזָּ֔/ם",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מְשׂ֖וֹשׂ",
          "strongs": "H4885",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תִּפְאַרְתָּ֑/ם",
          "strongs": "H8597",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מַחְמַ֤ד",
          "strongs": "H4261",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵֽינֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "מַשָּׂ֣א",
          "strongs": "H4853",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשָׁ֔/ם",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנוֹתֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u, mensenkind! zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> het niet zijn, op de dag als Ik van hen zal wegnemen hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> sterkte, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> vreugde van hun sieraad, de lust van hun ogen en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> verlangen van hun zielen, hun zonen en hun dochters;</i></span>",
      "textSV1888_html": "En gij, mensenkind! zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> sterkte, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren;",
      "text1637_html": "Ende ghy menschen kint; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> sal’t niet zijn, ten dage als ick van hen sal wechnemen hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> sterckte, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> vreuchde hares cieraets, den lust harer oogen, ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> verlangen harer zielen, hare sonen ende hare dochteren;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ten dage,",
          "new": "op de dag",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "huns sieraads, den",
          "new": "van hun sieraad, de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "dochteren;",
          "new": "dochters;",
          "principe": "V569"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Dat tenzelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?",
      "text1637": "Dat ten selven dage een [64] ontkomene tot u sal komen, om [uwe] ooren [dat] te doen hooren?",
      "text2026": "Dat op diezelfde dag een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "64 ontkomene tot u zal komen: Die het ontlopen is en door mijne regering tot u zal komen, om u de tijding te brengen.",
          "text1637": "Die’t ontloopen is, ende door mijne regeringe tot u sal comen, om u de tijdinge te brengen.",
          "text2026": "64 ontkomene tot u zal komen: Die het ontlopen is en door mijne regering tot u zal komen, om u de tijding te brengen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֔וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָב֥וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/פָּלִ֖יט",
          "strongs": "H6412",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַשְׁמָע֖וּת",
          "strongs": "H2045",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אָזְנָֽיִם",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfda"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat op diezelfde dag een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?",
      "textSV1888_html": "Dat tenzelfden dage een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?",
      "text1637_html": "Dat ten selven dage een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> ontkomene tot u sal komen, om [uwe] ooren [dat] te doen hooren?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "tenzelfden dage",
          "new": "op diezelfde dag",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ten selven dage sal uwe mont by dien die ontkomen is, [65] opgedaen worden, ende ghy sult spreken, ende niet meer [66] stom zijn: also sult ghy hen tot een wonderteecken zijn, ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Op diezelfde dag zal uw mond bij die, die ontkomen is, opengedaan worden, en u zult spreken, en niet meer stom zijn; zo zult u hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "65 opengedaan worden: Alsof God zeide: Gij hebt nu mijn volk genoeg voorzegd van de aanstaande ellenden, rust nu een tijdlang in stilte, totdat alles klaarlijk zal vervuld en voor ogen zijn, dan zult gij weder spreken, tot hunne vertroosting en onderwijzing, om alzo hun en mijner ganse kerk op verscheidene wijzen tot een wonderlijk voorteken te zijn van grote toekomstige zaken.",
          "text1637": "Als of Godt seyde: Ghy hebt nu mijn volck genoech voorseyt van d’aenstaende elenden: rust nu eenen tijt lanck in stilte, tot dat alles klaerlick sal vervult ende voor oogen zijn, dan sult ghy weder spreken, tot harer vertroostinge ende onderwijsinge, om alsoo haer ende mijner gantscher kercke op verscheydene wijsen tot een wonderlick voorteecken te zijn van groote toekomstige saken.",
          "text2026": "65 opengedaan worden: Alsof God zei: U hebt nu mijn volk genoeg voorzegd van de aanstaande ellenden, rust nu een tijdlang in stilte, totdat alles duidelijk zal vervuld en voor ogen zijn, dan zult u weer spreken, tot hunne vertroosting en onderwijzing, om zo hun en mijner gehele kerk op verscheidene wijzen tot een wonderlijk voorteken te zijn van grote toekomstige zaken."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "66 stom zijn: Vergelijk onder Ezech. 33:22, en boven Ezech. 3:26, met de aantekening. Ezechiël 33:22: Nu was de hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom. Ezechiël 3:26: En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis.",
          "text1637": "Vergel. onder 33.22. ende 3.26. met d’aenteeck.",
          "text2026": "66 stom zijn: Vergelijk onder Ez. 33:22, en boven Ez. 3:26, met de aantekening. Ezechiël 33:22: Nu was de hand van JAHWEH op mij geweest van de avond, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij van de morgen tot mij kwam. Zo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom. Ezechiël 3:26: En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat u stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een opstandig huis."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֗וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִפָּ֤תַח",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/פָּלִ֔יט",
          "strongs": "H6412",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְדַבֵּ֕ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵֽאָלֵ֖ם",
          "strongs": "H481",
          "morph": "HVNi2ms"
        },
        {
          "woord": "ע֑וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיִ֤יתָ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹפֵ֔ת",
          "strongs": "H4159",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Op diezelfde dag zal uw mond bij die, die ontkomen is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> opengedaan worden, en u zult spreken, en niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> stom zijn; zo zult u hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Ten selven dage sal uwe mont by dien die ontkomen is, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> opgedaen worden, ende ghy sult spreken, ende niet meer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> stom zijn: also sult ghy hen tot een wonderteecken zijn, ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ten zelven dage",
          "new": "Op diezelfde dag",
          "principe": "V753"
        },
        {
          "old": "dien,",
          "new": "die,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Iaer, dach, ende maent van d’aenkomste der Babyloniers voor Ierusalem, vers 1, 2. door de gelijckenisse van eenen heet-siedenden pot met stucken vleesch ende beenen, wort afgemaelt de schricklicke elende die Ierusalem van wegen hare boosheyt soude overkomen, 3. sullende soodanich wesen, datse selfs over de verstooringe des Tempels (waer vanse soo veel wercks maeckten) geene rouwe souden konnen drijven, welcks den Propheet bevolen wort af te beelden in sijn eygen persoon, als dien verboden wort leet te dragen over sijne huysvrouwe, welcker doot hem Godt voorseyt, 15, 16, etc.",
    "text2026": "Jaar, dag en maand van de aankomst van de Babyloniërs voor Jeruzalem, vers 1, 2. Door de gelijkenis van een heet kokende pot met stukken vlees en beenderen wordt de verschrikkelijke ellende afgebeeld die Jeruzalem vanwege haar boosheid zou overkomen, 3. Die zo erg zou zijn, dat zij zelfs over de verwoesting van de tempel (waarvan zij zoveel werk maakten) geen rouw zouden kunnen bedrijven, wat de profeet bevolen wordt af te beelden in zijn eigen persoon, doordat hem verboden wordt rouw te dragen over zijn vrouw, wier dood God hem voorzegt, 15, 16, enz."
  }
}
