{
  "number": 25,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:",
      "text1637": "ENde des HEEREN woort geschiedde tot my, seggende:",
      "text2026": "En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "ENde des HEEREN woort geschiedde tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "geschiedde",
          "new": "van JAHWEH kwam",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;",
      "text1637": "Menschen kint, [a] [1] sett u aengesichte tegen de [2] kinderen Ammons: ende propheteert tegen de selve.",
      "text2026": "Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen van Ammon, en profeteer daartegen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 zet uw aangezicht: Zie boven Ezech. 6:2. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelve;",
          "text1637": "Siet boven 6. op vers 2.",
          "text2026": "1 zet uw aangezicht: Zie boven Ez. 6:2. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelfde;"
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 kinderen Ammons: Zie Jer. 49:1, enz., en boven Ezech. 21:28, enz. Ammonieten, Moabieten, Edomieten en Filistijnen waren alle vijanden van Gods volk; Ammon en Moab, in het oosten over de Jordaan, Edom in het zuiden, de Filistijnen in het westen langs de Middellandse zee. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt de HEERE alzo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in deszelfs steden? Ezechiël 21:28: En gij, mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de Heere HEERE, van de kinderen Ammons, en van hun smading; zo zeg: Het zwaard, het zwaard is uitgetrokken, het is ter slachting geveegd om te verdoen, om te glinsteren;",
          "text1637": "Siet Ier. 49.1. etc. ende bov. 21.28. etc. Ammoniten, Moabiten, Edomiten, ende Philistijnen, waren alle vyanden van Godts volck: Ammon ende Moab, int oosten over de Iordane, Edom in ’t Suyden, de Philistijnen in ’t westen langs de middelantsche zee.",
          "text2026": "2 kinderen Ammons: Zie Jer. 49:1, enz., en boven Ez. 21:28, enz. Ammonieten, Moabieten, Edomieten en Filistijnen waren alle vijanden van Gods volk; Ammon en Moab, in het oosten over de Jordaan, Edom in het zuiden, de Filistijnen in het westen langs de Middellandse zee. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt JAHWEH zo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in daarvan steden? Ezechiël 21:28: En u, mensenkind, profeteer en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH, van de kinderen Ammons, en van hun smading; zo zeg: Het zwaard, het zwaard is uitgetrokken, het is ter slachting geveegd om te verdoen, om te glinsteren;"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:1. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt de HEERE alzo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in deszelfs steden?",
          "text1637": "Ier. 49.1, etc.",
          "text2026": "Jer. 49:1. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt JAHWEH zo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in daarvan steden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׂ֥ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "פָּנֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֑וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנָּבֵ֖א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HC/VNv2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zet uw aangezicht tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kinderen van Ammon, en profeteer daartegen;",
      "textSV1888_html": "Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zet uw aangezicht tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;",
      "text1637_html": "Menschen kint,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> sett u aengesichte tegen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kinderen Ammons: ende propheteert tegen de selve.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ammons,",
          "new": "van Ammon,",
          "principe": "V448"
        },
        {
          "old": "tegen dezelve;",
          "new": "daartegen;",
          "principe": "O3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;",
      "text1637": "Ende segt tot de kinderen Ammons; Hooret des Heeren HEEREN woort: Alsoo seyt de Heere HEERE, Omdat ghy geseyt hebt, [3] Heah, over mijn heylichdom, als’t [4] ontheylicht wert, ende over het lant Israëls als’t verwoest wert, ende over het huys Iuda alsse in gevanckenisse gingen;",
      "text2026": "En zeg tot de kinderen van Ammon: Hoort het woord van Adonai JAHWEH: Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat u gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land van Israël, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uwen lust daarin geschept en daarover gejuicht hebt. Zie Job 39:28; Ps. 35:21, met de aantekening; alzo onder Ezech. 26:2. Job 39:28: In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich. Psalmen 35:21: En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!",
          "text1637": "D. uwen lust daer in geschept, ende daer over gejuycht hebt. siet Iob 39.28. Psal. 35.21. met d’ aent. alsoo ond. 26.2.",
          "text2026": "Dat is, uw lust daarin geschept en daarover gejuicht hebt. Zie Job 39:28; Ps. 35:21, met de aantekening; zo onder Ez. 26:2. Job 39:28: In het volle geklank van de bazuin, zegt het: Heah! en ruikt de krijg van verre, de donder van de vorsten en het gejuich. Psalmen 35:21: En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort van de volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 ontheiligd werd: Gelijk boven Ezech. 24:21. Ezechiël 24:21: Zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uwer sterkte, de begeerte uwer ogen, en de verschoning uwer ziel; en uw zonen en uw dochteren, die gij verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen.",
          "text1637": "Als boven 24.21.",
          "text2026": "4 ontheiligd werd: Gelijk boven Ez. 24:21. Ezechiël 24:21: Zeg tot het huis van Israël: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de heerlijkheid uw sterkte, de begeerte uw ogen, en de verschoning uw ziel; en uw zonen en uw dochters, die u verlaten hebt, zullen door het zwaard vallen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָֽמַרְתָּ֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֔וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֹּה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֡ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַעַן֩",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָמְרֵ֨/ךְ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "הֶאָ֜ח",
          "strongs": "H1889",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִקְדָּשִׁ֣/י",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נִחָ֗ל",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַ֤ת",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נָשַׁ֔מָּה",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVNp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הָלְכ֖וּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹלָֽה",
          "strongs": "H1473",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En zeg tot de kinderen van Ammon: Hoort het woord van Adonai JAHWEH: Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat u gezegd hebt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Heah! over Mijn heiligdom, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> het ontheiligd werd, en over het land van Israël, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;</i></span>",
      "textSV1888_html": "En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Heah! over Mijn heiligdom, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> het ontheiligd werd, en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;",
      "text1637_html": "Ende segt tot de kinderen Ammons; Hooret des Heeren HEEREN woort: Alsoo seyt de Heere HEERE, Omdat ghy geseyt hebt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Heah, over mijn heylichdom, als’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> ontheylicht wert, ende over het lant Israëls als’t verwoest wert, ende over het huys Iuda alsse in gevanckenisse gingen;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ammons:",
          "new": "van Ammon:",
          "principe": "V448"
        },
        {
          "old": "des Heeren HEEREN woord: Alzo",
          "new": "het woord van Adonai JAHWEH: Zo",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.",
      "text1637": "Daerom, siet ick sal u aen [5] die van’t Oosten overgeven tot eene besittinge, dat sy hare [6] burchten in u setten, ende hare wooningen in u stellen: die sullen uwe vruchten eten, ende die sullen uwe melck drincken.",
      "text2026": "Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 die van het oosten: Hebreeuws, de kinderen van het oosten. Hierdoor verstaan sommigen de Chaldeën of Babyloniërs; maar omdat de Heilige Schrift doorgaans zegt dat de Chaldeën van het noorden zouden komen, zo verstaan het anderen van de oosterse natiën, die oostwaarts aan Ammon grensden, als de Arabieren, die zich in tenten onthielden, Kedarenen, enz., hebbende menigte van kemelen en vee, genegen om goede weiden te zoeken, en in de Schriftuur onder die van het oosten gemeenlijk begrepen. Deze [zovelen als er van Nebukadnezar waren overgelaten of overzien] zouden het land der Ammonieten, van de Chaldeën verstoord en de inwoners weggevoerd zijnde, tot gerief voor hun vee hebben ingenomen en bezeten. Zie Gen. 29:1; Richt. 6:3, en Richt. 8:11; Job 1:3; Jes. 60:6, 60:7; Jer. 49:28, 49:29, 49:31, 49:32, met de aantekening. Genesis 29:1: Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van het Oosten. Richteren 6:3: Want het geschiedde, als Israël gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. Richteren 8:11: En Gideon toog opwaarts, den weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos. Job 1:3: Daartoe was zijn vee zeven duizend schapen, en drie duizend kemelen, en vijfhonderd juk ossen, en vijfhonderd ezelinnen; ook was zijn dienstvolk zeer veel; zodat deze man groter was dan al die van het oosten. Jesaja 60:6: Een hoop kemelen zal u bedekken, de snelle kemelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen den overvloedigen lof des HEEREN boodschappen. Jesaja 60:7: Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebajoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar, en Ik zal het huis Mijner heerlijkheid heerlijk maken. Jeremia 49:28: Tegen Kedar, en tegen de koninkrijken van Hazor, die Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, zegt de HEERE alzo: Maakt u op, trekt op tegen Kedar, en verstoort de kinderen van het oosten. Jeremia 49:29: Zij zullen hun tenten en hun kudden nemen, hun gordijnen en al hun gereedschap, en hun kemelen voor zich wegnemen; en zij zullen tegen hen uitroepen: Schrik van rondom! Jeremia 49:31: Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt de HEERE; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen. Jeremia 49:32: En hun kemelen zullen ten roof zijn, en de menigte van hun vee zal ten buit zijn; en Ik zal hen verstrooien in alle winden, te weten degenen, die aan de hoeken afgekort zijn; en Ik zal hunlieder verderf van al zijn zijden aanbrengen, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Hebr. de kinderen van’t oosten. Hier door verstaen sommige de Chaldeen ofte Babyloniers: maer om dat de H. Schrift doorgaens seyt, dat de Chaldeen van’t Noorden souden komen, so verstaen ’t andere van de de oostersche natien, die oostwaert aen Ammon grensden, als de Arabiers, die haer in tenten onthielden, Kedarenen, etc. hebbende menichte van kemelen ende vee, genegen om goede weyden te soecken, ende in de Schriftuere onder die van’t oosten gemeynlick begrepen. Dese (soo vele alsser van Nebucadnezar waren overgelaten ofte oversien) souden het lant der Ammoniten, van de Chaldeen verstoort, ende d’ inwoonders wechgevoert zijnde, tot gerijf voor haer vee hebben ingenomen ende beseten. Siet Gen. 29.1. Iudic. 6.3. ende 8.11. Iob 1.3. Ies. 60.6, 7. Ier. 49.28, 29, 31, 32. met d’aenteeck.",
          "text2026": "5 die van het oosten: Hebreeuws, de kinderen van het oosten (בְנֵי). Hierdoor verstaan sommigen de Chaldeën of Babyloniërs; maar omdat de Heilige Schrift doorgaans zegt dat de Chaldeën van het noorden zouden komen, zo verstaan het anderen van de oosterse natiën, die oostwaarts aan Ammon grensden, als de Arabieren, die zich in tenten onthielden, Kedarenen, enz., hebbende menigte van kamelen en vee, genegen om goede weiden te zoeken, en in de Schriftuur onder die van het oosten gemeenlijk begrepen. Deze [zovelen als er van Nebukadnezar waren overgelaten of overzien] zouden het land van de Ammonieten, van de Chaldeën verstoord en de inwoners weggevoerd zijnde, tot gerief voor hun vee hebben ingenomen en bezeten. Zie Gen. 29:1; Richt. 6:3, en Richt. 8:11; Job 1:3; Jes. 60:6, 60:7; Jer. 49:28, 49:29, 49:31, 49:32, met de aantekening. Genesis 29:1: Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land van de kinderen van het Oosten. Richteren 6:3: Want het geschiedde, als Israël gezaaid had, zo kwamen de Midianieten op, en de Amalekieten, en die van het oosten kwamen ook op tegen hen. Richteren 8:11: En Gideon toog opwaarts, de weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos. Job 1:3: Daartoe was zijn vee zeven duizend schapen, en drie duizend kamelen, en vijfhonderd juk ossen, en vijfhonderd ezelinnen; ook was zijn dienstvolk zeer veel; zodat deze man groter was dan al die van het oosten. Jesaja 60:6: Één hoop kamelen zal u bedekken, de snelle kamelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen de overvloedigen lof van JAHWEH boodschappen. Jesaja 60:7: Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebajoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar, en Ik zal het huis Mijner heerlijkheid heerlijk maken. Jeremia 49:28: Tegen Kedar, en tegen de koninkrijken van Hazor, die Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, zegt JAHWEH zo: Maakt u op, trekt op tegen Kedar, en verstoort de kinderen van het oosten. Jeremia 49:29: Zij zullen hun tenten en hun kudden nemen, hun gordijnen en al hun gereedschap, en hun kamelen voor zich wegnemen; en zij zullen tegen hen uitroepen: Schrik van rondom! Jeremia 49:31: Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt JAHWEH; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen. Jeremia 49:32: En hun kamelen zullen ten roof zijn, en de menigte van hun vee zal ten buit zijn; en Ik zal hen verstrooien in alle winden, te weten degenen, die aan de hoeken afgekort zijn; en Ik zal hunlieder verderf van al zijn zijden aanbrengen, spreekt JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, sloten, paleizen, statige gebouwen, magnifieke huizen.",
          "text1637": "Ofte, sloten, palleysen, statelijcke gebouwen, magnifijcke huysen.",
          "text2026": "Of, sloten, paleizen, statige gebouwen, magnifieke huizen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֡ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִי֩",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֹתְנָ֨/ךְ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqrmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קֶ֜דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מֽוֹרָשָׁ֗ה",
          "strongs": "H4181",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְּׁב֤וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vpq3cp"
        },
        {
          "woord": "טִירֽוֹתֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H2918",
          "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ֔/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָ֥תְנוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ֖/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכְּנֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הֵ֚מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "יֹאכְל֣וּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "פִרְיֵ֔/ךְ",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵ֖מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HC/Pp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁתּ֥וּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "חֲלָבֵֽ/ךְ",
          "strongs": "H2461",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom, ziet, Ik zal u aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, ziet, Ik zal u aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.",
      "text1637_html": "Daerom, siet ick sal u aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> die van’t Oosten overgeven tot eene besittinge, dat sy hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> burchten in u setten, ende hare wooningen in u stellen: die sullen uwe vruchten eten, ende die sullen uwe melck drincken."
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En Ik zal Rabba tot een kemelstal maken, en de kinderen Ammons tot een schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ende ick sal [7] Rabba tot eenen [8] kemel-stal maken, ende [9] de kinderen Ammons tot eene [10] schaeps-koye: ende ghy sult weten dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "En Ik zal Rabba tot een kamelenstal maken, en de kinderen van Ammon tot een schaapskooi; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voor de schapen van die van het Oosten.",
          "text1637": "Voor de schapen van die van’t oosten.",
          "text2026": "Voor de schapen van die van het Oosten."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De koninklijke hoofdstad der Ammonieten. Zie 2 Sam. 11:1. 2 Samuël 11:1: En het geschiedde met de wederkomst van het jaar, ter tijde als de koningen uittrekken, dat David Joab, en zijn knechten met hem, en gans Israël henenzond, dat zij de kinderen Ammons verderven, en Rabba belegeren zouden. Doch David bleef te Jeruzalem.",
          "text1637": "De Conincklicke hooftstadt der Ammoniten. siet 2.Sam. 11. op vers 1.",
          "text2026": "De koninklijke hoofdstad van de Ammonieten. Zie 2 Sam. 11:1. 2 Samuël 11:1: En het geschiedde met de wederkomst van het jaar, ter tijde als de koningen uittrekken, dat David Joab, en zijn knechten met hem, en geheel Israël henenzond, dat zij de kinderen Ammons verderven, en Rabba belegeren zouden. Maar David bleef te Jeruzalem."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voor de kemelen van die van het Oosten.",
          "text1637": "Voor de kemelen van die van’t oosten.",
          "text2026": "Voor de kamelen van die van het Oosten."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 de kinderen Ammons: Dat is, hun land.",
          "text1637": "D. haer lant.",
          "text2026": "9 de kinderen Ammons: Dat is, hun land."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רַבָּה֙",
          "strongs": "H7237",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְוֵ֣ה",
          "strongs": "H5116",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "גְמַלִּ֔ים",
          "strongs": "H1581",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֖וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִרְבַּץ",
          "strongs": "H4769",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צֹ֑אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ידַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Rabba tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kamelenstal maken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de kinderen van Ammon tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schaapskooi; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Rabba tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kemelstal maken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de kinderen Ammons tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schaapskooi; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Rabba tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kemel-stal maken, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de kinderen Ammons tot eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schaeps-koye: ende ghy sult weten dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "kemelstal",
          "new": "kamelenstal",
          "principe": "V722"
        },
        {
          "old": "Ammons",
          "new": "van Ammon",
          "principe": "V448"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israëls;",
      "text1637": "Want alsoo seyt de Heere HEERE, Omdat ghy met de hant [11] geclapt, ende met den voet gestampt hebt; ende [12] van herten verblijt zijt geweest in alle uwe [13] plonderinge, over het lant Israëls:",
      "text2026": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat u met de hand geklapt, en met de voet gestampt hebt, en van harte verblijd bent geweest in al uw plundering, over het land van Israël;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van grote vreugde en vermaak over de ellenden der Joden, alsof zij zeiden: Heah, zo zo, dat is toch te goed, dat gaat wel; vergelijk vers 3, en boven Ezech. 6:11. Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Ezechiël 6:11: Zo zegt de Heere HEERE: Sla met uw hand, en stamp met uw voet, en zeg: Ach, over alle gruwelen der boosheden van het huis Israëls; want zij zullen door het zwaard, door den honger en door de pestilentie vallen.",
          "text1637": "Van groote vreuchde, ende vermaeck over der Ioden elenden, als ofse seyden, Heah, soo, soo, dat is doch te goet, dat gaet wel. Vergel. vers 3. ende boven 6. op vers 11.",
          "text2026": "Van grote vreugde en vermaak over de ellenden van de Joden, alsof zij zeiden: Heah, zo zo, dat is toch te goed, dat gaat wel; vergelijk vers 3, en boven Ez. 6:11. Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort van de Heern JAHWEH woord: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land van Israël, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Ezechiël 6:11: Zo zegt de Heer JAHWEH: Sla met uw hand, en stamp met uw voet, en zeg: Ach, over alle gruwelen van de boosheden van het huis van Israël; want zij zullen door het zwaard, door de honger en door de pestilentie vallen."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 van harte verblijd: Of, met lust. Zie Ps. 27:12. Alzo vers 15. Of aldus: En verblijd zijt geweest in al uw gretige plundering. Hebreeuws, in, of met de ziel. Vergelijk onder Ezech. 36:5. Psalmen 27:12: Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast. Ezechiël 25:15: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap; Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!",
          "text1637": "Ofte, met lust. Siet Psal. 27. op vers 12. alsoo vers 15. ofte aldus: ende verblijt zijt geweest in alle uwe gretige plunderinge. Hebr. in. ofte, met de ziele. Vergel. ond. 36.5.",
          "text2026": "12 van hart verblijd: Of, met lust. Zie Ps. 27:12. Zo vers 15. Of aldus: En verblijd zijt geweest in al uw gretige plundering. Hebreeuws, in, of met de ziel (נֶפֶשׁ). Vergelijk onder Ez. 36:5. Psalmen 27:12: Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, samen met die wrevel uitblaast. Ezechiël 25:15: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van hart wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap; Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel van de heidenen, en tegen het gehele Edom; die Mijn land zichzelf ten erve gegeven hebben met blijdschap van de gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, spijt; idem, versmading; gelijk boven Ezech. 16:57, en onder vers 15. Ezechiël 16:57: Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrië, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom, Ezechiël 25:15: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;",
          "text1637": "Ofte, spijt, item, versmadinge, als bov. 16.57. ende ond. vers 15.",
          "text2026": "Of, spijt; idem, versmading; gelijk boven Ez. 16:57, en onder vers 15. Ezechiël 16:57: Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was van de versmading van de dochters van Syrië, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochters van de Filistijnen, die u verachten van rondom, Ezechiël 25:15: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van hart wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֚עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מַחְאֲ/ךָ֣",
          "strongs": "H4222",
          "morph": "HVqc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֔ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רַקְעֲ/ךָ֖",
          "strongs": "H7554",
          "morph": "HC/Vqc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רָ֑גֶל",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּשְׂמַ֤ח",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HC/Vqw2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁאטְ/ךָ֙",
          "strongs": "H7589",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נֶ֔פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַ֖ת",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat u met de hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geklapt, en met de voet gestampt hebt, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> van harte verblijd bent geweest in al uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> plundering, over het land van Israël;",
      "textSV1888_html": "Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geklapt, en met den voet gestampt hebt, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> van harte verblijd zijt geweest in al uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> plundering, over het land Israëls;",
      "text1637_html": "Want alsoo seyt de Heere HEERE, Omdat ghy met de hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geclapt, ende met den voet gestampt hebt; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> van herten verblijt zijt geweest in alle uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> plonderinge, over het lant Israëls:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "zijt",
          "new": "bent",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Israëls;",
          "new": "van Israël;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Daerom, siet, ick sal mijne hant tegen u [14] uytstrecken, ende u den heydenen ten buyte geven, ende sal u [15] uyt de volckeren uytroeyen, ende u uyt de landen verdoen: ick sal u verdelgen; ende ghy sult weten dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u aan de heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u vernietigen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 14:9. Alzo onder vers 3, 25:16. Ezechiël 14:9: Als nu een profeet overreed zal zijn, en iets gesproken zal hebben, Ik, de HEERE, heb dienzelven profeet overreed, en Ik zal Mijn hand tegen hem uitstrekken, en zal hem verdelgen uit het midden van Mijn volk Israël. Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Ezechiël 25:16: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.",
          "text1637": "Siet bov. 16. op vers 9. alsoo ond. vers 13, 16.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 14:9. Zo onder vers 3, 25:16. Ezechiël 14:9: Als nu een profeet overreed zal zijn, en iets gesproken zal hebben, Ik, JAHWEH, heb dienzelven profeet overreed, en Ik zal Mijn hand tegen hem uitstrekken, en zal hem verdelgen uit het midden van Mijn volk Israël. Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort van de Heern JAHWEH woord: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land van Israël, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Ezechiël 25:16: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 uit de volken uitroeien: Dat gij voor geen volk noch land meer zult gerekend worden.",
          "text1637": "Dat ghy voor geen volck noch lant meer sult gerekent worden.",
          "text2026": "15 uit de volken uitroeien: Dat u voor geen volk noch land meer zult gerekend worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֡ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִי֩",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נָטִ֨יתִי",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יָדִ֜/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְתַתִּ֤י/ךָֽ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ל/בג",
          "strongs": "H897",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכְרַתִּ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/עַמִּ֔ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַאֲבַדְתִּ֖י/ךָ",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֲרָצ֑וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁמִ֣ידְ/ךָ֔",
          "strongs": "H8045",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדַעְתָּ֖",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> uitstrekken, en u aan de heidenen ten buit geven, en zal u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u vernietigen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Daerom, siet, ick sal mijne hant tegen u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> uytstrecken, en<i>de</i> u den heydenen ten buyte geven, ende sal u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uyt de volckeren uytroeyen, ende u uyt de landen verdoen: ick sal u verdelgen; ende ghy sult weten dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "aan de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "verdelgen;",
          "new": "vernietigen;",
          "principe": "V375"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seïr zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE: Om dat [b] [16] Moab ende [17] Seïr seggen; Siet, het huys Iuda is [18] gelijck alle de heydenen:",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat Moab en Seïr zeggen: Zie, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jer. 48:1, enz. Jeremia 48:1: Tegen Moab zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, alzo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjathaim is beschaamd, zij is ingenomen; de stad des hogen vertreks is beschaamd en verschrikt.",
          "text1637": "Siet Ier. 48.1. etc.",
          "text2026": "Zie Jer. 48:1, enz. Jeremia 48:1: Tegen Moab zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjathaim is beschaamd, zij is ingenomen; de stad van de hoge vertreks is beschaamd en verschrikt."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het land Edom, en voorts de Edomieten, Ezau's nakomelingen, op welken dit land vervallen was van Seïrs nakomelingen. Zie Gen. 36:20; alzo onder Ezech. 35:2, enz., en wijders van Edom, Jer. 49:7; Obad. 1:1, enz. Genesis 36:20: Dit zijn de zonen van Seïr, den Horiet, inwoners van dat land: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, Ezechiël 35:2: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seïr, en profeteer tegen hetzelve, Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden? Obadja 1:1: Het gezicht van Obadja. Alzo zegt de Heere HEERE van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde.",
          "text1637": "D. het lant Edom, ende voorts de Edomiten, Esaus nakomelingen, op de welcke dit lant vervallen was van Seïrs nakomelingen. Siet Gen. 36. op vers 20. alsoo onder 35.2. etc. ende wijders van Edom Ierem. 49.7. Obad. 1, etc.",
          "text2026": "Dat is, het land Edom, en verder de Edomieten, Ezau's nakomelingen, op welke dit land vervallen was van Seïrs nakomelingen. Zie Gen. 36:20; zo onder Ez. 35:2, enz., en verder van Edom, Jer. 49:7; Obad. 1:1, enz. Genesis 36:20: Dit zijn de zonen van Seïr, de Horiet, inwoners van dat land: Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, Ezechiël 35:2: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen het gebergte Seïr, en profeteer tegen hetzelfde, Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt JAHWEH van de legermachten zo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden? Obadja 1:1: Het gezicht van Obadja. Zo zegt de Heer JAHWEH van Edom: Wij hebben een gerucht gehoord van JAHWEH, en er is een gezant geschikt onder de heidenen: Staat op, en laat ons opstaan tegen hen ten strijde."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 gelijk al de heidenen: Dat is, zij hebben zich ingebeeld dat zij een bijzonder eigendom en volk Gods waren, en een voortocht bij hem hadden boven andere natiën, maar het blijkt nu wel anders, omdat zij niet meer van de Babyloniërs verschoond worden dan anderen; spottende alzo met Gods verbond en zijne kerk, ja met den God van Israël zelf.",
          "text1637": "D. sy hebben haer ingebeeldt, datse een bysonder eygendom ende volck Godts waren, ende eene voortocht by hem hadden boven andere natien, maer ’t blijckt nu wel anders, om datse niet meer van de Babyloniers verschoont en worden, als andere: spottende alsoo met Godts verbont ende sijne kercke, ja met den Godt Israel selfs.",
          "text2026": "18 gelijk al de heidenen: Dat is, zij hebben zich ingebeeld dat zij een bijzonder eigendom en volk van God waren, en een voortocht bij hem hadden boven andere natiën, maar het blijkt nu wel anders, omdat zij niet meer van de Babyloniërs verschoond worden dan anderen; spottende zo met Gods verbond en zijne kerk, ja met de God van Israël zelf."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 48:1. Jeremia 48:1: Tegen Moab zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, alzo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjathaim is beschaamd, zij is ingenomen; de stad des hogen vertreks is beschaamd en verschrikt.",
          "text1637": "Ierem. 48.1, etc.",
          "text2026": "Jer. 48:1. Jeremia 48:1: Tegen Moab zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjathaim is beschaamd, zij is ingenomen; de stad van de hoge vertreks is beschaamd en verschrikt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֗עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲמֹ֤ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "מוֹאָב֙",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֵׂעִ֔יר",
          "strongs": "H8165",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֥ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "כְּ/כָֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָֽה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Moab en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Seïr zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>Zie, het huis van Juda is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> gelijk al de heidenen;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Moab en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Seïr zeggen: Ziet, het huis van Juda is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> gelijk al de heidenen;",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE: Om dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Moab ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Seïr seggen; Siet, het huys Iuda is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> gelijck alle de heydenen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad des lands, Beth-jesimoth, Baäl-meon, en tot Kiriathaim toe;",
      "text1637": "Daerom, siet ick sal de [19] zijde Moabs openen van de steden aen, van sijne steden, [die] van sijne [20] grenzen af zijn; den cieraet des lants, [21] Bethjesimoth, BaalMeon, [22] ende tot Kiriathaim toe;",
      "text2026": "Daarom, ziet, Ik zal de zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn grenzen af zijn, het sieraad van het land, Beth-jesimoth, Baäl-meon, en tot Kiriathaim toe;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 zijde van Moab openen: Dat is, Ik zal die van het Oosten [gelijk volgt vers 10] in de beste en sterkste plaatsen en omstreken van het land een open intocht bereiden. Ezechiël 25:10: Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.",
          "text1637": "D. ick sal die van’t Oosten (als volcht vers 10) in de beste ende sterckste plaetsen ende contreyen van’t lant eenen openen intocht bereyden.",
          "text2026": "19 zijde van Moab openen: Dat is, Ik zal die van het Oosten [gelijk volgt vers 10] in de beste en sterkste plaatsen en omstreken van het land een open intocht bereiden. Ezechiël 25:10: Voor die van het oosten, met het land van de kinderen Ammons, dat Ik ter bezitting zal overgeven; opdat van de kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 grenzen af zijn: Hebreeuws, uiterste, of einde.",
          "text1637": "Hebr. uyterste, ofte, eynde.",
          "text2026": "20 grenzen af zijn: Hebreeuws, uiterste, of einde."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit waren van de voornaamste steden der Moabieten, tussen de beek Arnon en de Jordaan gelegen.",
          "text1637": "Dit waren van de voornaemste steden der Moabiten, tusschen de beke Arnon ende de Iordane gelegen.",
          "text2026": "Dit waren van de voornaamste steden van de Moabieten, tussen de beek Arnon en de Jordaan gelegen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 en tot Kiriathaïm toe: Of, en Kiriathaïm.",
          "text1637": "Ofte, ende Kiriathaim.",
          "text2026": "22 en tot Kiriathaïm toe: Of, en Kiriathaïm."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵן֩",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֨י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פֹתֵ֜חַ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כֶּ֤תֶף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹאָב֙",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֣/עָרִ֔ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Td/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/עָרָ֖י/ו",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/קָּצֵ֑/הוּ",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "צְבִ֗י",
          "strongs": "H6643",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֚רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1020",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַיְשִׁימֹ֔ת",
          "strongs": "H1020",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ֥עַל",
          "strongs": "H1186",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מְע֖וֹן",
          "strongs": "H1186",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ו/קריתמ/ה",
          "strongs": "H7156",
          "morph": "HC/Np/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom, ziet, Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> grenzen af zijn, het sieraad van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> land, Beth-jesimoth,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Baäl-meon, en tot Kiriathaim toe;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, ziet, Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zijde van Moab openen, van de steden af, van zijn steden, die van zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> grenzen af zijn, het sieraad des lands,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Beth-jesimoth, Baäl-meon,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> en tot Kiriathaim toe;",
      "text1637_html": "Daerom, siet ick sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zijde Moabs openen van de steden aen, van sijne steden, [die] van sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> grenzen af zijn; den cieraet des lants, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Bethjesimoth, BaalMeon, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ende tot Kiriathaim toe;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des lands,",
          "new": "van het land,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Voor die van het oosten, met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet meer gedacht worde.",
      "text1637": "Voor die van’t [23] Oosten, [24] met [het lant] der kinderen Ammons; ’t welck ick ter [25] besittinge sal overgeven; op dat der kinderen Ammons onder de heydenen niet [meer] [c] gedacht en worde.",
      "text2026": "Voor die van het oosten, met het land van de kinderen van Ammon, dat Ik ter bezitting zal overgeven; opdat aan de kinderen van Ammon onder de heidenen niet meer gedacht wordt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie vers 4. God wil zeggen, gelijk Hij Ammons land aan die van het Oosten heeft overgegeven, alzo zal Hij ook der Moabieten land voor hen openen. Ezechiël 25:4: Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.",
          "text1637": "Siet op vers 4. Godt wil seggen, gelijck hy Ammons lant aen die van’t oosten heeft overgegeven, alsoo sal hy oock der Moabiten lant voor haer openen.",
          "text2026": "Zie vers 4. God wil zeggen, gelijk Hij Ammons land aan die van het Oosten heeft overgegeven, zo zal Hij ook van de Moabieten land voor hen openen. Ezechiël 25:4: Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 met het land der kinderen Ammons: Of, boven, benevens.",
          "text1637": "Ofte, boven, beneffens,",
          "text2026": "24 met het land van de kinderen Ammons: Of, boven, naast."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 bezitting zal overgeven: Voor die van het Oosten, gelijk vers 4. Ezechiël 25:4: Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken.",
          "text1637": "Voor die van ’t Oosten, als vers 4.",
          "text2026": "25 bezitting zal overgeven: Voor die van het Oosten, gelijk vers 4. Ezechiël 25:4: Daarom, ziet, Ik zal u aan die van het oosten overgeven tot een bezitting, dat zij hun burgen in u zetten, en hun woningen in u stellen, die zullen uw vruchten eten, en die zullen uw melk drinken."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 21:32. Ezechiël 21:32: Het vuur zult gij tot spijze zijn, uw bloed zal zijn in het midden des lands; uwer zal niet gedacht worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken.",
          "text1637": "Ezech. 21.37.",
          "text2026": "Ez. 21:32. Ezechiël 21:32: Het vuur zult u tot voedsel zijn, uw bloed zal zijn in het midden van het land; uw zal niet gedacht worden; want Ik, JAHWEH, heb het gesproken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לִ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קֶ֨דֶם֙",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֔וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְתַתִּ֖י/הָ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/מֽוֹרָשָׁ֑ה",
          "strongs": "H4181",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֛עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִזָּכֵ֥ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVNi3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֖וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Voor die van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> het oosten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> met het land van de kinderen van Ammon, dat Ik ter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> bezitting zal overgeven; opdat aan de kinderen van Ammon onder de heidenen niet meer gedacht wordt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup>.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Voor die van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> het oosten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> met het land der kinderen Ammons, hetwelk Ik ter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> bezitting zal overgeven; opdat der kinderen Ammons onder de heidenen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> meer gedacht worde.",
      "text1637_html": "Voor die van’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Oosten, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> met [het lant] der kinderen Ammons; ’t welck ick ter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> besittinge sal overgeven; op dat der kinderen Ammons onder de heydenen niet [meer] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> gedacht en worde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Ammons, hetwelk",
          "new": "van Ammon, dat",
          "principe": "N6"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "aan de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Ammons",
          "new": "van Ammon",
          "principe": "V448"
        },
        {
          "old": "worde.",
          "new": "wordt.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ick sal oock in Moab gerichten oeffenen: ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בְ/מוֹאָ֖ב",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "אֶעֱשֶׂ֣ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָטִ֑ים",
          "strongs": "H8201",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal ook in Moab gerichten oefenen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "text1637_html": "Ick sal oock in Moab gerichten oeffenen: ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Om dat [26] Edom met [27] enckele wraeckgiericheyt gehandelt heeft tegen het huys van Iuda; ende [28] sy sich seer schuldich gemaeckt hebben, datse sich aen [29] hen gewroken hebben:",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Boven genaamd Seïr, vers 8. Ezechiël 25:8: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Moab en Seïr zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;",
          "text1637": "Boven genaemt Seïr. vers 8.",
          "text2026": "Boven genaamd Seïr, vers 8. Ezechiël 25:8: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat Moab en Seïr zeggen: Ziet, het huis van Juda is gelijk al de heidenen;"
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 enkel wraakgierigheid: Hebreeuws, gedaan, of gehandeld heeft in, of met wreken van wraak, of met wraak te wreken. Vergelijk vers 15. Ezechiël 25:15: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;",
          "text1637": "Hebr. gedaen, ofte, gehandelt heeft in, ofte, met wreken van wrake ofte, met wrake te wreken. Vergel. vers 15.",
          "text2026": "27 enkel wraakgierigheid: Hebreeuws, gedaan, of gehandeld heeft in, of met wreken van wraak, of met wraak te wreken (נָקָם). Vergelijk vers 15. Ezechiël 25:15: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van hart wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;"
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 zij zich zeer schuldig gemaakt hebben: De Edomieten.",
          "text1637": "De Edomiten.",
          "text2026": "28 zij zich zeer schuldig gemaakt hebben: De Edomieten."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 hen gewroken hebben: Aan de Joden, uit den ouden haat, dien zij van hunnen voorvader Ezau geërfd hebben. Zie Gen. 27:41; 2 Kron. 28:17; Ps. 137:7; Amos 1:11; Obad. 1:11, enz. Genesis 27:41: En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden. 2 Kronieken 28:17: Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd. Psalmen 137:7: HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe! Amos 1:11: Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Edom, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij zijn broederen met het zwaard heeft vervolgd, en zijn barmhartigheden verdorven; en dat zijn toorn eeuwiglijk verscheurt, en hij zijn verbolgenheid altoos behoudt. Obadja 1:11: Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, waart gij ook als een van hen.",
          "text1637": "Aen de Ioden, uyt den ouden haet, dien sy van haren voorvader Esau geerft hebben. siet Gen. 27.41. 2.Chron. 18.17. Psal. 137.7. Amos 1.11. Obad 11. etc.",
          "text2026": "29 hen gewroken hebben: Aan de Joden, uit de ouden haat, die zij van hun voorvader Ezau geërfd hebben. Zie Gen. 27:41; 2 Kron. 28:17; Ps. 137:7; Amos 1:11; Obad. 1:11, enz. Genesis 27:41: En Ezau haatte Jakob om die zegen, waarmee zijn vader hem gezegend had; en Ezau zei in zijn hart: De dagen van de rouw van mijn vader naderen, en ik zal mijn broer Jakob doden. 2 Kronieken 28:17: Daarenboven waren ook de Edomieten gekomen, en hadden Juda geslagen en gevangenen gevankelijk weggevoerd. Psalmen 137:7: JAHWEH! gedenk aan de kinderen van Edom, aan de dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe! Amos 1:11: Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Edom, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij zijn broers met het zwaard heeft vervolgd, en zijn barmhartigheden verdorven; en dat zijn toorn eeuwig verscheurt, en hij zijn toorn altijd behoudt. Obadja 1:11: Op de dag als u tegenover stondt, op de dag als de uitlanders zijn legermacht gevangen voerden, en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen, was u ook als één van hen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֣עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֲשׂ֥וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "אֱד֛וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/נְקֹ֥ם",
          "strongs": "H5358",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "נָקָ֖ם",
          "strongs": "H5359",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֶּאְשְׁמ֥וּ",
          "strongs": "H816",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אָשׁ֖וֹם",
          "strongs": "H816",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִקְּמ֥וּ",
          "strongs": "H5358",
          "morph": "HC/VNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Edom met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aan hen gewroken hebben:",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Edom met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aan hen gewroken hebben:",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Om dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Edom met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> enckele wraeckgiericheyt gehandelt heeft tegen het huys van Iuda; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> sy sich seer schuldich gemaeckt hebben, datse sich aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hen gewroken hebben:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.",
      "text1637": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; Ick sal oock mijne hant [30] uytstrecken tegen Edom, ende ick sal mensch ende beest uyt [31] haer uytroeyen: ende sal haer [tot] eene woestheyt stellen van [32] Theman aen; ende sy sullen [tot] Dedan [toe] door ’tsweert vallen.",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Ik zal ook Mijn hand uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 uitstrekken tegen Edom: Gelijk boven vers 7. Ezechiël 25:7: Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
          "text1637": "Als bov. vers 7.",
          "text2026": "30 uitstrekken tegen Edom: Gelijk boven vers 7. Ezechiël 25:7: Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u de heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het land van Edom, of Idumea.",
          "text1637": "Het lant van Edom, ofte Idumea.",
          "text2026": "Het land van Edom, of Idumea."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 Theman af: Zie Jer. 49:7. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?",
          "text1637": "Siet Ier. 49. op vers 7.",
          "text2026": "32 Theman af: Zie Jer. 49:7. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt JAHWEH van de legermachten zo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָטִ֤תִי",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "יָדִ/י֙",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱד֔וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכְרַתִּ֥י",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֖/נָּה",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְהֵמָ֑ה",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְתַתִּ֤י/הָ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "חָרְבָּה֙",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/תֵּימָ֔ן",
          "strongs": "H8487",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/דְדָ֖נֶ/ה",
          "strongs": "H1719",
          "morph": "HC/Np/Sd"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֶ֥רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפֹּֽלוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal ook Mijn hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook Mijn hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uitstrekken tegen Edom, en Ik zal mens en beest uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> haar uitroeien; en zal haar tot een woestheid stellen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Theman af; en zij zullen tot Dedan toe door het zwaard vallen.",
      "text1637_html": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; Ick sal oock mijne hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uytstrecken tegen Edom, ende ick sal mensch ende beest uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> haer uytroeyen: ende sal haer [tot] eene woestheyt stellen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Theman aen; ende sy sullen [tot] Dedan [toe] door ’tsweert vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ende ick sal mijne wrake [33] doen aen Edom, [34] door de hant mijns volcks Israëls; ende sy sullen [36] tegen Edom nae mijnen toorn ende nae mijne grimmicheyt handelen: also sullen sy mijne wrake gewaer worden, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn woede handelen; zo zullen zij Mijn wraak bemerken, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, geven, leggen, stellen, tegen, of aan, onder, op, enz., gelijk vers 17. Ezechiël 25:17: En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.",
          "text1637": "Hebr. geven, leggen, stellen tegen, ofte, aen, onder, op, etc. als vers 17.",
          "text2026": "Hebreeuws, geven, leggen, stellen, tegen, of aan, onder, op, enz., gelijk vers 17. Ezechiël 25:17: En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 door de hand van Mijn volk Israël: Dat is, [gelijk sommigen dit verklaren] door dezelfde hand, met welke Ik mijn volk van Juda geslagen heb [namelijk het heir der Babyloniërs] zal Ik mijne wraak ook aan u uitvoeren. Zie Jer. 49:19, met de aantekening. Doch anderen nemen het geestelijk, door de hand; dat is, door het middel, den dienst, of de macht mijner kerk in hun Hoofd Jezus Christus, die de vijanden van zijn volk zal dempen. Vergelijk Jes. 11:14; Jer. 49:2; Obad. 1:19, met de aantekening. Van enige lichamelijke wraken, die de Joden of Israëlieten aan Edom in volgende tijden zouden hebben gedaan, leest men niets dan hetgeen in het tweede boek der Machabeën, hoofdstuk 10:15,16, en vervolgens verhaald wordt. Jeremia 49:19: Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hem in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden, en wie is die herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou? Jesaja 11:14: Maar zij zullen den Filistijnen op den schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen te zamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen Ammons zullen hun gehoorzaam zijn. Jeremia 49:2: Daarom ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik over Rabba der kinderen Ammons een krijgsgeschrei zal doen horen, en zij zal tot een woesten hoop worden, en haar onderhorige plaatsen zullen met vuur aangestoken worden; en Israël zal erven degenen, die hem geërfd hadden, zegt de HEERE. Obadja 1:19: En die van het zuiden zullen Ezau's gebergte, en die van de laagte zullen de Filistijnen erfelijk bezitten; ja, zij zullen het veld van Efraïm en het veld van Samaria erfelijk bezitten; en Benjamin Gilead. 2 Makkabeeën 10:15: En tegelijk met hem ook de Idumeeën, welgelegen sterkten in hun macht hebbende, oefenden de Joden, en tot zich genomen hebbende degenen, die uit Jeruzalem gebannen waren, trachtten de oorlog te voeden.",
          "text1637": "D. (als sommige dit verklaren) door de selve hant, met dewelcke ick mijn volck Iuda geslagen hebbe (naemlick het heyr der Babyloniers) sal ick mijne wrake oock aen u uytvoeren. Siet Ier. 49.19. met d’aenteeck. doch andere nemen ’t geestelick, door de hant. D. door het middel, den dienst, ofte, de macht mijner kercke in haren hoofde Iesu Christo, die de vyanden sijns volcks sal dempen. Vergel. Ies. 11.14. Ier. 49.2. Obad 19. met d’aenteeck. van eenige lichamelicke wraken die de Ioden ofte Israeliten aen Edom in volgende tijden souden hebben gedaen, en leestmen niets, als ’tgene in’t tweede boeck der Machabeen cap. 10. vers 15, 16. ende volgens verhaelt wort.",
          "text2026": "34 door de hand van Mijn volk Israël: Dat is, [gelijk sommigen dit verklaren] door dezelfde hand, met welke Ik mijn volk van Juda geslagen heb [namelijk het legermacht van de Babyloniërs] zal Ik mijne wraak ook aan u uitvoeren. Zie Jer. 49:19, met de aantekening. Maar anderen nemen het geestelijk, door de hand; dat is, door het middel, de dienst, of de macht mijner kerk in hun Hoofd Jezus Christus, die de vijanden van zijn volk zal dempen. Vergelijk Jes. 11:14; Jer. 49:2; Obad. 1:19, met de aantekening. Van enige lichamelijke wraken, die de Joden of Israëlieten aan Edom in volgende tijden zouden hebben gedaan, leest men niets dan wat in het tweede boek van de Machabeën, hoofdstuk 10:15,16, en vervolgens verhaald wordt. Jeremia 49:19: Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing van de Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hem in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe gekozen is, die zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden, en wie is die herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou? Jesaja 11:14: Maar zij zullen de Filistijnen op de schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen te zamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen Ammons zullen hun gehoorzaam zijn. Jeremia 49:2: Daarom ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik over Rabba van de kinderen Ammons een krijgsgeschrei zal doen horen, en zij zal tot een woesten hoop worden, en haar onderhorige plaatsen zullen met vuur aangestoken worden; en Israël zal erven degenen, die hem geërfd hadden, zegt JAHWEH. Obadja 1:19: En die van het zuiden zullen Ezau's gebergte, en die van de laagte zullen de Filistijnen erfelijk bezitten; ja, zij zullen het veld van Efraïm en het veld van Samaria erfelijk bezitten; en Benjamin Gilead. 2 Makkabeeën 10:15: En tegelijk met hem ook de Idumeeën, welgelegen sterkten in hun macht hebbende, oefenden de Joden, en tot zich genomen hebbende degenen, die uit Jeruzalem gebannen waren, trachtten de oorlog te voeden."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 tegen Edom: Of, in, met, Edom.",
          "text1637": "",
          "text2026": "35 tegen Edom: Of, in, met, Edom."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֨י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נִקְמָתִ֜/י",
          "strongs": "H5360",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/אֱד֗וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד֙",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֣/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשׂ֣וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בֶ/אֱד֔וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אַפִּ֖/י",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/כַ/חֲמָתִ֑/י",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָֽדְעוּ֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נִקְמָתִ֔/י",
          "strongs": "H5360",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn wraak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> doen aan Edom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn woede handelen; zo zullen zij Mijn wraak bemerken, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn wraak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> doen aan Edom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Ende ick sal mijne wrake <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> doen aen Edom, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> door de hant mijns volcks Israëls; ende sy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> tegen Edom nae mijnen toorn ende nae mijne grimmicheyt handelen: also sullen sy mijne wrake gewaer worde<i>n</i>, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "gewaar worden,",
          "new": "bemerken,",
          "principe": "V1190"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Om dat de [37] Philistijnen door wrake gehandelt hebben, ende [38] van herten wrake [39] geoeffent hebben door [40] plonderinge, om te vernielen [door] eene [41] eeuwige vyantschap:",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat de Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en van harte wraak geoefend hebben door plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 2 Kron. 28:18; Joël 3:4; Amos 1:6, 1:7, 1:8. 2 Kronieken 28:18: Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar. Joël 3:4: En ook, wat hebt gij met Mij te doen, gij Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina! Zoudt gij Mij een vergelding wedergeven? Maar zo gij Mij wilt vergelden, lichtelijk, haastelijk, zal Ik uw vergelding op uw hoofd wederbrengen. Amos 1:6: Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Gaza, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk gevankelijk hebben weggevoerd met een volkomen wegvoering, om aan Edom over te leveren. Amos 1:7: Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Gaza, dat zal haar paleizen verteren. Amos 1:8: En Ik zal den inwoner uitroeien uit Asdod, en dien, die den scepter houdt, uit Askelon; en Ik zal Mijn hand wenden tegen Ekron, en het overblijfsel der Filistijnen zal vergaan, zegt de Heere HEERE.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Zie 2 Kron. 28:18; Joël 3:4; Amos 1:6, 1:7, 1:8. 2 Kronieken 28:18: Daartoe waren de Filistijnen in de steden van de laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden daar. Joël 3:4: En ook, wat hebt u met Mij te doen, u Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina! Zoudt u Mij een vergelding wedergeven? Maar zo u Mij wilt vergelden, lichtelijk, haastig, zal Ik uw vergelding op uw hoofd wederbrengen. Amos 1:6: Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Gaza, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk gevankelijk hebben weggevoerd met een volkomen wegvoering, om aan Edom over te leveren. Amos 1:7: Daarom zal Ik een vuur zenden in de muur van Gaza, dat zal haar paleizen verteren. Amos 1:8: En Ik zal de inwoner uitroeien uit Asdod, en die, die de scepter houdt, uit Askelon; en Ik zal Mijn hand wenden tegen Ekron, en het overblijfsel van de Filistijnen zal vergaan, zegt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 van harte wraak: Of, met lust; gelijk vers 6. Ezechiël 25:6: Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israëls;",
          "text1637": "Siet 2.Chron. 28.18. Ioel 3.4. Amos 1.6, 7, 8.",
          "text2026": "37 van hart wraak: Of, met lust; gelijk vers 6. Ezechiël 25:6: Want zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u met de hand geklapt, en met de voet gestampt hebt, en van hart verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land van Israël;"
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 geoefend hebben: Hebreeuws, gewroken.",
          "text1637": "Ofte, met lust, als vers 6.",
          "text2026": "38 geoefend hebben: Hebreeuws, gewroken."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, spijt, versmading; gelijk vers 6. Ezechiël 25:6: Want alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij met de hand geklapt, en met den voet gestampt hebt, en van harte verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land Israëls;",
          "text1637": "Hebr. gewroken.",
          "text2026": "Of, spijt, versmading; gelijk vers 6. Ezechiël 25:6: Want zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u met de hand geklapt, en met de voet gestampt hebt, en van hart verblijd zijt geweest in al uw plundering, over het land van Israël;"
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 eeuwige vijandschap: Hebreeuws, vijandschap der eeuwigheid, of oudheid.",
          "text1637": "Ofte, spijt, versmadinge: als vers 6.",
          "text2026": "40 eeuwige vijandschap: Hebreeuws, vijandschap van de eeuwigheid, of oudheid (עוֹלָֽם)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֛עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֲשׂ֥וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "פְּלִשְׁתִּ֖ים",
          "strongs": "H6430",
          "morph": "HNgmpa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/נְקָמָ֑ה",
          "strongs": "H5360",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּנָּקְמ֤וּ",
          "strongs": "H5358",
          "morph": "HC/VNw3mp"
        },
        {
          "woord": "נָקָם֙",
          "strongs": "H5359",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁאָ֣ט",
          "strongs": "H7589",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נֶ֔פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַשְׁחִ֖ית",
          "strongs": "H4889",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵיבַ֥ת",
          "strongs": "H342",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> van harte wraak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> geoefend hebben door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Filistijnen door wraak gehandeld hebben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> van harte wraak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> geoefend hebben door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> plundering, om te vernielen door een eeuwige vijandschap;",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Om dat de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Philistijnen door wrake gehandelt hebben, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> van herten wrake <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> geoeffent hebben door <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> plonderinge, om te vernielen [door] eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> eeuwige vyantschap:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.",
      "text1637": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE, Siet, ick [42] strecke mijne hant uyt tegen de Philistijnen ende sal de [43] Cheretim uytroeyen, ende het overblijfsel van de [44] zeehaven verdoen.",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 strek Mijn hand uit: Gelijk boven vers 7. Ezechiël 25:7: Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u den heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
          "text1637": "",
          "text2026": "41 strek Mijn hand uit: Gelijk boven vers 7. Ezechiël 25:7: Daarom, ziet, Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en u de heidenen ten buit geven, en zal u uit de volken uitroeien, en u uit de landen verdoen; Ik zal u verdelgen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit schijnt de naam geweest te zijn van een streek in het land der Filistijnen, doch daardoor worden de Filistijnen in het algemeen verstaan, gelijk 1 Sam. 30:14, 30:16; zie aldaar, idem Zef. 2:5. Doch in het Hebreeuws passen de woorden Cherethim en uitroeien aardiglijk op elkander, alsof men zeide: Ik zal die uitroeiers uitroeien. 1 Samuël 30:14: Wij waren ingevallen tegen het zuiden van de Cherethieten, en op hetgeen van Juda is, en tegen het zuiden van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand. 1 Samuël 30:16: En hij leidde hem af, en ziet, zij lagen verstrooid over de ganse aarde, etende, en drinkende, en dansende, om al den groten buit, dien zij genomen hadden uit het land der Filistijnen, en uit het land van Juda. Zefanja 2:5: Wee den inwoneren van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.",
          "text1637": "Als bov. vers 7.",
          "text2026": "Dit schijnt de naam geweest te zijn van een streek in het land van de Filistijnen, maar daardoor worden de Filistijnen in het algemeen verstaan, gelijk 1 Sam. 30:14, 30:16; zie daar, idem Zef. 2:5. Maar in het Hebreeuws passen de woorden Cherethim en uitroeien aardiglijk op elkaar, alsof men zei: Ik zal die uitroeiers uitroeien. 1 Samuël 30:14: Wij waren ingevallen tegen het zuiden van de Cherethieten, en op wat van Juda is, en tegen het zuiden van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand. 1 Samuël 30:16: En hij leidde hem af, en ziet, zij lagen verstrooid over de gehele aarde, etende, en drinkende, en dansende, om al de grote buit, die zij genomen hadden uit het land van de Filistijnen, en uit het land van Juda. Zefanja 2:5: Wee de inwoneren van het landtreek van de zee, de volken van de Cheretim! Het woord van JAHWEH zal tegen u zijn, u Kanaän, van de Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 zeehaven verdoen: Zie Jer. 47:7; Zef. 2:5, 2:6. Jeremia 47:7: Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld. Zefanja 2:5: Wee den inwoneren van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn. Zefanja 2:6: En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.",
          "text1637": "Dit schijnt de naem geweest te zijn van eene contreye inder Philistijnen lant, doch daer door worden de Philistijnen in’t gemeyn verstaen, als 1.Sam. 30.14, 16. siet aldaer, item Zephan. 2.5. Doch in’t Hebr. passen de woorden Cherethim ende uytroeyen. aerdichlick op malkanderen, als ofmen seyde, Ick sal die uytroeyers uytroeyen.",
          "text2026": "43 zeehaven verdoen: Zie Jer. 47:7; Zef. 2:5, 2:6. Jeremia 47:7: Hoe zoudt u stil houden? De JAHWEH heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, daar heeft Hij het besteld. Zefanja 2:5: Wee de inwoneren van het landtreek van de zee, de volken van de Cheretim! Het woord van JAHWEH zal tegen u zijn, u Kanaän, van de Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn. Zefanja 2:6: En de landstreek van de zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten van de herder, en betuiningen van de kudden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֨י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נוֹטֶ֤ה",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יָדִ/י֙",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּלִשְׁתִּ֔ים",
          "strongs": "H6430",
          "morph": "HNgmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכְרַתִּ֖י",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כְּרֵתִ֑ים",
          "strongs": "H3774",
          "morph": "HNgmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ֣אֲבַדְתִּ֔י",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֵרִ֖ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "ח֥וֹף",
          "strongs": "H2348",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּֽם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> strek Mijn hand uit tegen de Filistijnen, en zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Cherethieten uitroeien, en het overblijfsel van de zeehaven verdoen.",
      "text1637_html": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE, Siet, ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> strecke mijne hant uyt tegen de Philistijnen ende sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Cheretim uytroeyen, ende het overblijfsel van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zeehaven verdoen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.",
      "text1637": "Ende ick sal groote wrake met [45] grimmige straffingen onder hen doen; ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben, als ick mijne wrake aen hen [46] gedaen sal hebben.",
      "text2026": "En Ik zal grote wraak met grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 grimmige straffingen: Hebreeuws, straffingen der grimmigheid.",
          "text1637": "",
          "text2026": "44 grimmige straffingen: Hebreeuws, straffingen van de grimmigheid."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 gedaan zal hebben: Hebreeuws, gegeven, enz., gelijk vers 14. Ezechiël 25:14: En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; alzo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Hebr. straffingen der grimmicheyt.",
          "text2026": "45 gedaan zal hebben: Hebreeuws, gegeven, enz., gelijk vers 14. Ezechiël 25:14: En Ik zal Mijn wraak doen aan Edom, door de hand van Mijn volk Israël; en zij zullen tegen Edom naar Mijn toorn en naar Mijn grimmigheid handelen; zo zullen zij Mijn wraak gewaar worden, spreekt de Heer JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֤יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ/ם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְקָמ֣וֹת",
          "strongs": "H5360",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "גְּדֹל֔וֹת",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכְח֖וֹת",
          "strongs": "H8433",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "חֵמָ֑ה",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָֽדְעוּ֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תִתִּ֥/י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נִקְמָתִ֖/י",
          "strongs": "H5360",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal grote wraak met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal grote wraak met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> grimmige straffingen onder hen doen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn wraak aan hen gedaan zal hebben.",
      "text1637_html": "Ende ick sal groote wrake met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> grimmige straffingen onder hen doen; ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben, als ick mijne wrake aen hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gedaen sal hebben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Prophetyen, tegen d’Ammoniten ende Moabiten, van wegen hare blijtschap over de verstooringe des Tempels, ende d’elende van Godts volck, vers, 1, 2, etc. 8, 9, etc. tegen d’Edomiten ende Philistijnen, van wegen hare wraeckgiericheyt ende wreetheyt tegen Godts volck, 12, etc. 15, etc.",
    "text2026": "Profetieën tegen de Ammonieten en Moabieten, vanwege hun blijdschap over de verwoesting van de tempel en de ellende van Gods volk, vers 1, 2, enz.; 8, 9, enz.; tegen de Edomieten en Filistijnen, vanwege hun wraakzucht en wreedheid tegen Gods volk, 12, enz.; 15, enz."
  }
}
