{
 "number": 26,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:",
   "text1637": "ENde het gebeurde in’t [1] elfste jaer, op den eersten der [2] maent; [dat] des HEEREN woort tot my geschiedde, seggende:",
   "text2026": "En het gebeurde in het elfde jaar, op de eerste van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggende:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "1 elfde jaar: Na de gevankelijke wegvoering van den koning Jechonia. Zie boven Ezech. 24:1. Ezechiël 24:1: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:",
     "text1637": "Na de gevanckelicke wechvoeringe des Conincx Iechonie. Siet boven 24. op vers 1.",
     "text2026": "1 elfde jaar: Na de gevankelijke wegvoering van de koning Jechonia. Zie boven Ez. 24:1. Ezechiël 24:1: Verder geschiedde van JAHWEH woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende van de maand, zeggende:"
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Welke maand dit geweest zij, is onzeker. Uit vers 2 kan men het houden voor de eerste maand na het innemen van Jeruzalem, hetwelk geschiedde op den negenden vande vierde maand, in het elfde jaar van den koning Zedekia; Jer. 52:6. Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest! Jeremia 52:6: In de vierde maand, op den negenden der maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk des lands geen brood had;",
     "text1637": "Wat maent dit geweest zy, is onseker. uyt het volgende vers kanmen ’t houden voor de eerste maent nae’t innemen van Ierusalem, het welcke geschiedde op den negenden van de vierde maent, in’t elfste jaer des Conincks Zedekie. Ier. 52.6.",
     "text2026": "Welke maand dit geweest zij, is onzeker. Uit vers 2 kan men het houden voor de eerste maand na het innemen van Jeruzalem, dat geschiedde op de negende vande vierde maand, in het elfde jaar van de koning Zedekia; Jer. 52:6. Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort van de volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest! Jeremia 52:6: In de vierde maand, op de negende van de maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk van het land geen brood had;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֛י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עַשְׁתֵּֽי",
     "strongs": "H6249",
     "morph": "HR/Aobpc"
    },
    {
     "woord": "עֶשְׂרֵ֥ה",
     "strongs": "H6240",
     "morph": "HAcfsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנָ֖ה",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶחָ֣ד",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HR/Acmsa"
    },
    {
     "woord": "לַ/חֹ֑דֶשׁ",
     "strongs": "H2320",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "En het gebeurde in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het elfde jaar, op de eerste van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggende:",
   "textSV1888_html": "En het gebeurde in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het elfde jaar, op den eersten der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:",
   "text1637_html": "ENde het gebeurde in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> elfste jaer, op den eersten der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> maent; [dat] des HEEREN woort tot my geschiedde, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "het woord des HEEREN tot mij geschiedde",
     "new": "het woord van JAHWEH tot mij kwam",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "den eersten der",
     "new": "de eerste van de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "het",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "geschiedde,",
     "new": "gebeurde,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!",
   "text1637": "Menschen kint, daerom dat [3] Tyrus van Ierusalem geseyt heeft, [4] Heah! sy is verbroken, de [5] poorte der volckeren; [6] sy is tot my omgewendt: ick sal [7] vervult worden, [8] sy is verwoest!",
   "text2026": "Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort van de volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "3 Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Dat is, inwoners der stad Tyrus. Hebreeuws, Tsor. Zie Joz. 19:29; 1 Kon. 5:1, en wijders Ps. 83:8, en Ps. 87:4; Jes. 23:1, enz.; Jer. 47:4; Joël 3:4, enz.; Amos 1:9, 1:10; Zach. 9:2, 9:3; Matth. 11:21, 11:22. Jozua 19:29: En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib, 1 Koningen 5:1: En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Psalmen 83:8: Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. Jesaja 23:1: De last van Tyrus. Huilt, gij schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen openbaar geworden. Jeremia 47:4: Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel des eilands van Kafthor, verstoren. Joël 3:4: En ook, wat hebt gij met Mij te doen, gij Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina! Zoudt gij Mij een vergelding wedergeven? Maar zo gij Mij wilt vergelden, lichtelijk, haastelijk, zal Ik uw vergelding op uw hoofd wederbrengen. Amos 1:9: Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Tyrus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk met een volkomen wegvoering hebben overgeleverd aan Edom, en niet gedacht aan het verbond der broederen. Amos 1:10: Daarom zal Ik een vuur zenden in den muur van Tyrus, dat zal haar paleizen verteren. Zacharia 9:2: En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is; Zacharia 9:3: En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten; Mattheüs 11:21: Wee u, Chorazin! wee u Bethsaida! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben. Mattheüs 11:22: Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden.",
     "text1637": "D. inwoonders der stadt Tyrus. Hebr. Tsor. Siet Iosu. 19. op vers 29. ende 1.Reg. 5. op vers 1. ende wijders Iesa. 23.1. etc. Ierem. 47.4. Ioel 3.4. etc. Amos 1.9, 10. Zach. 9.2, 3. Psal. 83.8. ende 87.4. Matt. 11.21, 22.",
     "text2026": "3 Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Dat is, inwoners van de stad Tyrus. Hebreeuws, Tsor. Zie Joz. 19:29; 1 Kon. 5:1, en verder Ps. 83:8, en Ps. 87:4; Jes. 23:1, enz.; Jer. 47:4; Joël 3:4, enz.; Amos 1:9, 1:10; Zach. 9:2, 9:3; Matt. 11:21, 11:22. Jozua 19:29: En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib, 1 Koningen 5:1: En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), omdat Hiram David altijd bemind had. Psalmen 83:8: Gebal, en Ammon, en Amalek, Palestina met de inwoners van Tyrus. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met de Moor, deze is daar geboren. Jesaja 23:1: De last van Tyrus. Huilt, u schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen openbaar geworden. Jeremia 47:4: Vanwege de dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want JAHWEH zal de Filistijnen, het overblijfsel van de eilands van Kafthor, verstoren. Joël 3:4: En ook, wat hebt u met Mij te doen, u Tyrus en Sidon, en alle grenzen van Palestina! Zoudt u Mij een vergelding wedergeven? Maar zo u Mij wilt vergelden, lichtelijk, haastig, zal Ik uw vergelding op uw hoofd wederbrengen. Amos 1:9: Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Tyrus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Mijn volk met een volkomen wegvoering hebben overgeleverd aan Edom, en niet gedacht aan het verbond van de broers. Amos 1:10: Daarom zal Ik een vuur zenden in de muur van Tyrus, dat zal haar paleizen verteren. Zacharia 9:2: En ook zal Hij Hamath met dezelfde bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is; Zacharia 9:3: En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk van de straten; Mattheüs 11:21: Wee u, Chorazin! wee u Bethsaida! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben. Mattheüs 11:22: Maar Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in de dag van het oordeel, dan u."
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 25:3. Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;",
     "text1637": "Als bov. 25.3.",
     "text2026": "Gelijk boven Ez. 25:3. Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort van de Heern JAHWEH woord: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land van Israël, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;"
    },
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "5 poort der volken: Hebreeuws, deuren; dat is, waar de volken van alle kanten introkken, om hun koophandel te drijven. Vergelijk Jes. 23:3, en onder Ezech. 27:3. Jesaja 23:3: En wiens inkomst was het zaad van Sichor over de grote wateren, de oogst der rivier; en zij was de markt der heidenen. Ezechiël 27:3: En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.",
     "text1637": "Hebr. deuren. D. daer de volcken van alle kanten introcken, om haren koophandel te drijven. Vergel. ond. 27.3. ende Ies. 23.3.",
     "text2026": "5 poort van de volken: Hebreeuws, deuren; dat is, waar de volken van alle kanten introkken, om hun koophandel te drijven. Vergelijk Jes. 23:3, en onder Ez. 27:3. Jesaja 23:3: En wiens inkomst was het zaad van Sichor over de grote wateren, de oogst van de rivier; en zij was de markt van de heidenen. Ezechiël 27:3: En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen van de zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heer JAHWEH: O Tyrus! u zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid."
    },
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "6 zij is tot mij omgewend: Dat is, hun handel zal nu tot mij komen.",
     "text1637": "D. haren handel sal nu tot my komen.",
     "text2026": "6 zij is tot mij omgewend: Dat is, hun handel zal nu tot mij komen."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "7 vervuld worden: Met koopmanschap en rijkdom.",
     "text1637": "Met koopmanschap ende rijckdom.",
     "text2026": "7 vervuld worden: Met koopmanschap en rijkdom."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "8 zij is verwoest: Alsof zij zeiden: Het is met hen gedaan; of, [nu, dewijl] zij verwoest is.",
     "text1637": "Als ofse seyde: ’tis met haer gedaen: ofte, [nu, dewijle] sy verwoest is.",
     "text2026": "8 zij is verwoest: Alsof zij zeiden: Het is met hen gedaan; of, [nu, omdat] zij verwoest is."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֗ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יַ֠עַן",
     "strongs": "H3282",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "אָ֨מְרָה",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "צֹּ֤ר",
     "strongs": "H6865",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִַ֨ם֙",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הֶאָ֔ח",
     "strongs": "H1889",
     "morph": "HTj"
    },
    {
     "woord": "נִשְׁבְּרָ֛ה",
     "strongs": "H7665",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "דַּלְת֥וֹת",
     "strongs": "H1817",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עַמִּ֖ים",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "נָסֵ֣בָּה",
     "strongs": "H5437",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "אֵלָ֑/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אִמָּלְאָ֖ה",
     "strongs": "H4390",
     "morph": "HVNh1cs"
    },
    {
     "woord": "הָחֳרָֽבָה",
     "strongs": "H2717",
     "morph": "HVHp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mensenkind! daarom dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Heah! zij is verbroken, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> poort van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> volken; zij is tot mij omgewend; ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> vervuld worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zij is verwoest!</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "Mensenkind! daarom dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Heah! zij is verbroken, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> poort der volken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zij is tot mij omgewend; ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> vervuld worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zij is verwoest!",
   "text1637_html": "Menschen kint, daerom dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Tyrus van Ierusalem geseyt heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Heah! sy is verbroken, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> poorte der volckeren; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> sy is tot my omgewendt: ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> vervult worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> sy is verwoest!",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen, alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.",
   "text1637": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; Siet, ick [9] [wil] aen u, ô Tyrus: ende ick sal vele heydenen tegen u doen opkomen, [10] als of ick de zee met hare golven dede opkomen.",
   "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen, alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "10 alsof Ik de zee: Vergelijk onder vers 19. Anders: gelijk de zee zich verheft met hare golven; zulks waren de Tyriërs gewoon te zien, als gelegen zijnde in de zee. Ezechiël 26:19: Want alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de grote wateren u zullen overdekken.",
     "text1637": "Vergel. ond. vers 19. and. gelijck de zee sich verheft met hare golven: sulcx de Tyriers gewoon waren te sien, als gelegen zijnde inde zee.",
     "text2026": "10 alsof Ik de zee: Vergelijk onder vers 19. Anders: gelijk de zee zich verheft met haar golven; zulks waren de Tyriërs gewoon te zien, als gelegen zijnde in de zee. Ezechiël 26:19: Want zo zegt de Heer JAHWEH: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de grote wateren u zullen overdekken."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "9 wil aan u: Gelijk boven Ezech. 13:8. Ezechiël 13:8: Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.",
     "text1637": "Als bov. 13.8.",
     "text2026": "9 wil aan u: Gelijk boven Ez. 13:8. Ezechiël 13:8: Daarom zo zegt de Heer JAHWEH: omdat u ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heer JAHWEH."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לָ/כֵ֗ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "כֹּ֤ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַר֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֔ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֥י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֖יִ/ךְ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "צֹ֑ר",
     "strongs": "H6865",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַעֲלֵיתִ֤י",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HC/Vhq1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֨יִ/ךְ֙",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "גּוֹיִ֣ם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "רַבִּ֔ים",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "כְּ/הַעֲל֥וֹת",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּ֖ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/גַלָּֽי/ו",
     "strongs": "H1530",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.",
   "text1637_html": "Daerom, alsoo seyt de Heere HEERE; Siet, ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> [wil] aen u, ô Tyrus: ende ick sal vele heydenen tegen u doen opkomen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> als of ick de zee met hare golven dede opkomen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
     "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
     "principe": "G4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken.",
   "text1637": "[11] Die sullen de mueren van Tyrus verderven, ende hare torens af breken; ja ick sal haer [12] stof van haer wechvagen, ende salse tot eene [13] gladde steenrotze maken.",
   "text2026": "Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 Die zullen de muren van Tyrus verderven: Heidenen, of volken; zie vers 7. Ezechiël 26:7: Want alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, den koning der koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagenen, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volks.",
     "text1637": "Heydenen, ofte volckeren. Siet vers 7.",
     "text2026": "11 Die zullen de muren van Tyrus verderven: Heidenen, of volken; zie vers 7. Ezechiël 26:7: Want zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, de koning van de koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagens, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volks."
    },
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "12 stof van haar wegvagen: Als wanneer men het stof van een steenklip wegveegt, zodat men de blote klip kan zien, die tevoren met stof bedekt of bestoven was. Aldus heeft het God beliefd de verwoesting van de stad Tyrus met verbloemde woorden zeer levendig af te beelden.",
     "text1637": "Als wanneermen het stof van eene steen-klippe wechveecht, soo datmen de bloote klippe kan sien, die te vooren met stof bedeckt ofte bestoven was. aldus heeft het Godt belieft de verwoestinge der stadt Tyrus met verbloemde woorden seer levendich af te beelden.",
     "text2026": "12 stof van haar wegvagen: Als wanneer men het stof van een steenklip wegveegt, zodat men de blote klip kan zien, die tevoren met stof bedekt of bestoven was. Aldus heeft het God beliefd de verwoesting van de stad Tyrus met verbloemde woorden zeer levendig af te beelden."
    },
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 gladde steenrots maken: Hebreeuws, stellen tot gladdigheid ener steenrots. Vergelijk boven Ezech. 24:7. Dit ziet op de gelegenheid der stad, die op ene steenrots gebouwd was, en daarvan den naam Tsor [dat is, rots] had. God wil zeggen dat Hij het gebouw als stof zal doen verstuiven, dat er niets dan de gladde, kale, blote rots gezien worde, waarop de prachtige stad gebouwd was. Alzo vers 14. Ezechiël 24:7: Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelve met stof te bedekken. Ezechiël 26:14: Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
     "text1637": "Hebr. stellen tot glatticheyt eener steenrotze. Vergel. bov. 24.7. dit siet op de gelegentheyt der stadt, die op eene steenrotze gebouwt was, ende daer van den naem Tsor, (D. rotze) hadde. Godt wil seggen, dat hy het gebouw, als stof sal doen verstuyven, datter niets als de glatte, kale, bloote rotze gesien worde, daer op de prachtige stadt gebouwt was. alsoo vers 14.",
     "text2026": "13 gladde steenrots maken: Hebreeuws, stellen tot gladdigheid ener steenrots. Vergelijk boven Ez. 24:7. Dit ziet op de gelegenheid van de stad, die op ene steenrots gebouwd was, en daarvan de naam Tsor [dat is, rots] had. God wil zeggen dat Hij het gebouw als stof zal doen verstuiven, dat er niets dan de gladde, kale, blote rots gezien worde, waarop de prachtige stad gebouwd was. Zo vers 14. Ezechiël 24:7: Want haar bloed is in het midden van haar; op een gladde steenrots heeft zij dat gelegd; zij heeft het op de aarde niet uitgestort, om hetzelfde met stof te bedekken. Ezechiël 26:14: Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; u zult zijn tot uitspreiding van de netten, u zult niet meer gebouwd worden; want Ik, JAHWEH, heb het gesproken, spreekt de Heer JAHWEH."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שִׁחֲת֞וּ",
     "strongs": "H7843",
     "morph": "HC/Vpq3cp"
    },
    {
     "woord": "חֹמ֣וֹת",
     "strongs": "H2346",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "צֹ֗ר",
     "strongs": "H6865",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָֽרְסוּ֙",
     "strongs": "H2040",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "מִגְדָּלֶ֔י/הָ",
     "strongs": "H4026",
     "morph": "HNcbpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/סִֽחֵיתִ֥י",
     "strongs": "H5500",
     "morph": "HC/Vpq1cs"
    },
    {
     "woord": "עֲפָרָ֖/הּ",
     "strongs": "H6083",
     "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "מִמֶּ֑/נָּה",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ֖/הּ",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "לִ/צְחִ֥יחַ",
     "strongs": "H6706",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "סָֽלַע",
     "strongs": "H5553",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> stof van haar wegvagen, en zal haar tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> gladde steenrots maken.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> stof van haar wegvagen, en zal haar tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> gladde steenrots maken.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Die sullen de mueren van Tyrus verderven, ende hare torens af breken; ja ick sal haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> stof van haer wechvagen, ende salse tot eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> gladde steenrotze maken."
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Zij zal in het midden der zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE; en zij zal den heidenen ten roof worden.",
   "text1637": "Sy sal in ’t [14] midden der zee zijn [tot] uytspreydinge van [15] netten: want ick hebbe ’t gesproken, spreeckt de Heere HEERE: ende sy sal den heydenen ten roove worden.",
   "text2026": "Zij zal in het midden van de zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt Adonai JAHWEH; en zij zal de heidenen ten roof worden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "14 midden der zee zijn: Want Tyrus lag rondom in de zee, van het vasteland afgezonderd; zie 1 Kon. 5:1, en onder vers 17, en Ezech. 27:34, en Ezech. 28:2. 1 Koningen 5:1: En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had. Ezechiël 26:17: En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe zijt gij uit de zeeën vergaan, gij welbewoonde, gij beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar woonden! Ezechiël 27:34: Ten tijde, dat gij uit de zeeën verbroken zijt in de diepte der wateren, zijn uw onderlinge koophandel en uw ganse gemeente in het midden van u gevallen. Ezechiël 28:2: Mensenkind! zeg tot den vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart der zeeën! daar gij een mens en geen God zijt, stelt gij nochtans uw hart, als Gods hart.",
     "text1637": "Want Tyrus rontom in de zee lach, van’t vaste lant afgesondert, Siet 1.Reg. 5. op vers 1. ende onder vers 17. ende 27.34. ende 28.2.",
     "text2026": "14 midden van de zee zijn: Want Tyrus lag rondom in de zee, van het vasteland afgezonderd; zie 1 Kon. 5:1, en onder vers 17, en Ez. 27:34, en Ez. 28:2. 1 Koningen 5:1: En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), omdat Hiram David altijd bemind had. Ezechiël 26:17: En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe bent u uit de zeeën vergaan, u welbewoonde, u beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar woonden! Ezechiël 27:34: Ten tijde, dat u uit de zeeën verbroken bent in de diepte van de wateren, zijn uw onderlinge koophandel en uw gehele gemeente in het midden van u gevallen. Ezechiël 28:2: Mensenkind! zeg tot de vorst van Tyrus: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart van de zeeën! daar u een mens en geen God bent, stelt u nochtans uw hart, als Gods hart."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, visgaren, want; zij zal als een blote waard zijn, waar de vissers hunne netten zullen uitspreiden om te drogen.",
     "text1637": "Ofte, visch garen, wandt: sy sal als een bloote weert zijn, daer de visschers hare netten sullen uytspreyden om te droogen.",
     "text2026": "Of, visgaren, want; zij zal als een blote waard zijn, waar de vissers hunne netten zullen uitspreiden om te drogen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִשְׁטַ֨ח",
     "strongs": "H4894",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "חֲרָמִ֤ים",
     "strongs": "H2764",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "תִּֽהְיֶה֙",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
     "strongs": "H8432",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּ֔ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּ֚י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֣י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "דִבַּ֔רְתִּי",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp1cs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻ֖ם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֑ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָיְתָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3fs"
    },
    {
     "woord": "לְ/בַ֖ז",
     "strongs": "H957",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לַ/גּוֹיִֽם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HRd/Ncmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zij zal in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> midden van de zee zijn tot uitspreiding van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> netten; want Ik heb het gesproken, spreekt Adonai JAHWEH; en zij zal de heidenen ten roof worden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zij zal in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> midden der zee zijn tot uitspreiding van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE; en zij zal den heidenen ten roof worden.",
   "text1637_html": "Sy sal in ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> midden der zee zijn [tot] uytspreydinge van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> netten: want ick hebbe ’t gesproken, spreeckt de Heere HEERE: ende sy sal den heydenen ten roove worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE;",
     "new": "Adonai JAHWEH;",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "En haar dochteren, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
   "text1637": "Ende hare [16] dochteren, die in ’t velt zijn, sullen met den sweerde gedoodet worden: ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
   "text2026": "En haar dochters, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, de steden en dorpen, die onder hen behoren; dat is de inwoners van die. Zie 2 Kon. 19:21; alzo vers 8. 2 Koningen 19:21: Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. Ezechiël 26:8: Hij zal uw dochteren op het veld met het zwaard doden, en hij zal sterkten tegen u maken, en een wal tegen u opwerpen, en rondassen tegen u opheffen.",
     "text1637": "D. de steden ende dorpen die onder haer gehooren. D. d’inwoonders van dien. Siet 2.Reg. 19. op vers 21. alsoo vers 8.",
     "text2026": "Dat is, de steden en dorpen, die onder hen behoren; dat is de inwoners van die. Zie 2 Kon. 19:21; zo vers 8. 2 Koningen 19:21: Dit is het woord, dat JAHWEH over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. Ezechiël 26:8: Hij zal uw dochters op het veld met het zwaard doden, en hij zal sterkten tegen u maken, en een wal tegen u opwerpen, en rondassen tegen u opheffen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בְנוֹתֶ֨י/הָ֙",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HC/Ncfpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בַּ/שָּׂדֶ֔ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "תֵּהָרַ֑גְנָה",
     "strongs": "H2026",
     "morph": "HVNi3fp"
    },
    {
     "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֥י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dochters, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dochteren, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
   "text1637_html": "Ende hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dochteren, die in ’t velt zijn, sullen met den sweerde gedoodet worden: ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "dochteren,",
     "new": "dochters,",
     "principe": "V569"
    },
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Want alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, den koning der koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagenen, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volks.",
   "text1637": "Want alsoo seyt de Heere HEERE; Siet, ick sal Nebucadrezar den Coninck van Babel, den [17] Coninck der Coningen, van het Noorden tegen Tyrus brengen, met peerden, ende met wagenen, ende met ruyteren, ende [krijchs-]vergaderinge, ende veel volcks.",
   "text2026": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, de koning van de koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagens, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volk.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "17 koning der koningen: Dien monarch, den grootsten en machtigsten der aardse koningen; vergelijk Gen. 9:25, en Hoogl. 1:1, en zie Dan. 2:37. Genesis 9:25: En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen! Hooglied 1:1: Het Hooglied, hetwelk van Salomo is. Daniël 2:37: Gij, o koning! zijt een koning der koningen; want de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven;",
     "text1637": "Dien Monarch, den grootsten ende machtichsten der aerdsche Coningen. Vergel. Gen. 9. op vers 25. ende Cant. 1. op vers 1. ende siet Dan. 2.37.",
     "text2026": "17 koning van de koningen: Die monarch, de grootsten en machtigsten van de aardse koningen; vergelijk Gen. 9:25, en Hoogl. 1:1, en zie Dan. 2:37. Genesis 9:25: En hij zei: Vervloekt zij Kanaän; een knecht van de knechten zij hij zijn broers! Hooglied 1:1: Het Hooglied, dat van Salomo is. Daniël 2:37: U, o koning! bent een koning van de koningen; want de God van de hemel heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֤ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַר֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֔ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֧י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מֵבִ֣יא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "צֹ֗ר",
     "strongs": "H6865",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֧ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֛ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מִ/צָּפ֖וֹן",
     "strongs": "H6828",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מְלָכִ֑ים",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/ס֛וּס",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/רֶ֥כֶב",
     "strongs": "H7393",
     "morph": "HC/R/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/פָרָשִׁ֖ים",
     "strongs": "H6571",
     "morph": "HC/R/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/קָהָ֥ל",
     "strongs": "H6951",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "רָֽב",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HAamsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, de koning van de koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagens, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volk.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> koning der koningen, van het noorden tegen Tyrus brengen, met paarden en met wagenen, en met ruiteren, en krijgsvergaderingen, en veel volks.",
   "text1637_html": "Want alsoo seyt de Heere HEERE; Siet, ick sal Nebucadrezar den Coninck van Babel, den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Coninck der Coningen, van het Noorden tegen Tyrus brengen, met peerden, ende met wagenen, ende met ruyteren, ende [krijchs-]vergaderinge, ende veel volcks.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
     "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "wagenen,",
     "new": "wagens,",
     "principe": "V405"
    },
    {
     "old": "volks.",
     "new": "volk.",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Hij zal uw dochteren op het veld met het zwaard doden, en hij zal sterkten tegen u maken, en een wal tegen u opwerpen, en rondassen tegen u opheffen.",
   "text1637": "Hy sal uwe [18] dochteren op den velde met den sweerde dooden: ende hy sal [19] sterckten tegen u maken, ende eenen [20] wal tegen u opwerpen, ende [21] rondassen tegen u opheffen.",
   "text2026": "Hij zal uw dochters op het veld met het zwaard doden, en hij zal vestingen tegen u maken, en een wal tegen u opwerpen, en grote schilden tegen u opheffen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "18 dochteren op het veld: Gelijk vers 6. Ezechiël 26:6: En haar dochteren, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
     "text1637": "Als vers 6.",
     "text2026": "18 dochters op het veld: Gelijk vers 6. Ezechiël 26:6: En haar dochters, die in het veld zijn, zullen met het zwaard gedood worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "19 sterkten tegen u maken: Gelijk boven Ezech. 4:2; zie van het Hebreeuwse woord 2 Kon. 25:1. Ezechiël 4:2: En maak een belegering tegen haar, en bouw tegen haar sterkten, en werp tegen haar een wal op, en stel legers tegen haar, en zet tegen haar stormrammen rondom. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom.",
     "text1637": "Als bov. 4.2. siet van’t Hebr. woort. 2.Reg. 25. op vers 1.",
     "text2026": "19 sterkten tegen u maken: Gelijk boven Ez. 4:2; zie van het Hebreeuwse woord 2 Kon. 25:1. Ezechiël 4:2: En maak een belegering tegen haar, en bouw tegen haar sterkten, en werp tegen haar een wal op, en stel legers tegen haar, en zet tegen haar stormrammen rondom. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijn regering, in de tiende maand, op de tiende van de maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn gehele legermacht, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "20 wal tegen u opwerpen: Zie 2 Sam. 20:15. 2 Samuël 20:15: En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maächa, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan den buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven den muur, om dien neder te vellen.",
     "text1637": "Siet 2.Sam. 20. op vers 15.",
     "text2026": "20 wal tegen u opwerpen: Zie 2 Sam. 20:15. 2 Samuël 20:15: En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maächa, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan de buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven de muur, om die neder te vellen."
    },
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, tegen u strijden, of soldaten met rondassen, of rondassiers, op en tegen u doen aanvallen; want de schilden worden in het strijden opgeheven, of opgelicht, om zich daarmede tegen den vijand te bedekken.",
     "text1637": "D. tegen u strijden, ofte, soldaten met rondassen, ofte rondassiers, op ende tegen u doen aenvallen: want de schilden in’t strijden worden opgeheven, ofte opgelicht, om sich daer mede tegen den vyant te bedecken.",
     "text2026": "Dat is, tegen u strijden, of soldaten met rondassen, of rondassiers, op en tegen u doen aanvallen; want de schilden worden in het strijden opgeheven, of opgelicht, om zich daarmede tegen de vijand te bedekken."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּנוֹתַ֥יִ/ךְ",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/שָּׂדֶ֖ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶ֣רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "יַהֲרֹ֑ג",
     "strongs": "H2026",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָתַ֨ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֜יִ/ךְ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "דָּיֵ֗ק",
     "strongs": "H1785",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁפַ֤ךְ",
     "strongs": "H8210",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֨יִ/ךְ֙",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "סֹֽלְלָ֔ה",
     "strongs": "H5550",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֵקִ֥ים",
     "strongs": "H6965",
     "morph": "HC/Vhq3ms"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֖יִ/ךְ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "צִנָּֽה",
     "strongs": "H6793",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hij zal uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dochters op het veld met het zwaard doden, en hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vestingen tegen u maken, en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wal tegen u opwerpen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> grote schilden tegen u opheffen.",
   "textSV1888_html": "Hij zal uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dochteren op het veld met het zwaard doden, en hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sterkten tegen u maken, en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wal tegen u opwerpen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> rondassen tegen u opheffen.",
   "text1637_html": "Hy sal uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dochteren op den velde met den sweerde dooden: ende hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sterckten tegen u maken, ende eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wal tegen u opwerpen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> rondassen tegen u opheffen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "dochteren",
     "new": "dochters",
     "principe": "V569"
    },
    {
     "old": "sterkten",
     "new": "vestingen",
     "principe": "V342"
    },
    {
     "old": "rondassen",
     "new": "grote schilden",
     "principe": "V1236"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "En hij zal muurbrekers tegen uw muren stellen, en uw torens met zijn zwaarden afbreken.",
   "text1637": "Ende hy sal [22] muer-brekers tegen uwe mueren stellen, ende uwe torens met sijne [23] sweerden afbreken.",
   "text2026": "En hij zal muurbrekers tegen uw muren stellen, en uw torens met zijn zwaarden afbreken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "22 muurbrekers tegen uw muren stellen: Hebreeuws, zulk een krijgsinstrument, dat verdelgt wat voor, of tegen zich is.",
     "text1637": "Hebr. een sulck krijchs-instrument, dat verdelgt, wat voor, ofte, tegen sich is.",
     "text2026": "22 muurbrekers tegen uw muren stellen: Hebreeuws, zulk een krijgsinstrument, dat verdelgt wat voor, of tegen zich is."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "23 zwaarden afbreken: Of, houwmessen, hakmessen, van den koning Nebukadnezar.",
     "text1637": "Ofte, houmessen, hackmessen, des Conincks Nebucadnezars.",
     "text2026": "23 zwaarden afbreken: Of, houwmessen, hakmessen, van de koning Nebukadnezar."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/מְחִ֣י",
     "strongs": "H4239",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "קָֽבָלּ֔/וֹ",
     "strongs": "H6904",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִתֵּ֖ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/חֹֽמוֹתָ֑יִ/ךְ",
     "strongs": "H2346",
     "morph": "HR/Ncfpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וּ/מִ֨גְדְּלֹתַ֔יִ/ךְ",
     "strongs": "H4026",
     "morph": "HC/Ncbpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "יִתֹּ֖ץ",
     "strongs": "H5422",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/חַרְבוֹתָֽי/ו",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HR/Ncfpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "En hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> muurbrekers tegen uw muren stellen, en uw torens met zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zwaarden afbreken.",
   "textSV1888_html": "En hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> muurbrekers tegen uw muren stellen, en uw torens met zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zwaarden afbreken.",
   "text1637_html": "Ende hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> muer-brekers tegen uwe mueren stellen, ende uwe torens met sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sweerden afbreken."
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Vanwege de menigte zijner paarden zal u derzelver stof bedekken; uw muren zullen beven vanwege het gedruis der ruiteren, en wielen, en wagenen, als hij door uw poorten zal intrekken, gelijk door de ingangen ener doorgebrokene stad.",
   "text1637": "Van wegen de menichte [24] sijner peerden, sal u der selver stof bedecken: uwe mueren sullen beven van wegen het gedruys der ruyteren, ende [25] wielen, ende wagenen, als hy door uwe poorten sal intrecken, [26] gelijck [door] de ingangen eener doorgebrokene stadt.",
   "text2026": "Vanwege de menigte van zijn paarden zal hun stof u bedekken; uw muren zullen beven vanwege het geluid van de ruiteren, en wielen, en wagens, als hij door uw poorten zal intrekken, gelijk door de ingangen van een doorgebrokene stad.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "24 zijner paarden: Van Nebukadnezar.",
     "text1637": "Nebucadnezars.",
     "text2026": "24 zijn paarden: Van Nebukadnezar."
    },
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "25 wielen, en wagenen: Of, raderen.",
     "text1637": "Ofte, raderen.",
     "text2026": "25 wielen, en wagens: Of, raderen."
    },
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "26 gelijk door: Of, gelijk men pleegt in te trekken in een doorgebroken, of gespleten, verscheurde stad; dat is, welker poorten zo verdorven en open zullen zijn door het geweld der belegeraars, dat zij er ruim genoeg en bij menigten, als door grote bressen, kunnen doortrekken; of, gelijk men stormenderhand door de gemaakte bressen invalt, zo zal hij tot u intrekken en alles ombrengen, zie vers 15; de bressen zullen hem in plaats van poorten zijn. Ezechiël 26:15: Alzo zegt de Heere HEERE tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid uws vals beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?",
     "text1637": "Ofte, gelijckmen pleegt in te trecken in eene doorgebrokene, ofte, gespletene, verscheurde stadt: D. welcker poorten soo verdorven ende open sullen zijn, door’t gewelt der belegeraers, datser ruym genoech ende by menichten, als door groote bressen, konnen doortrecken: ofte, gelijckmen stormender hant door de gemaeckte bressen in valt, soo sal hy tot u in trecken, ende alles ombrengen. Siet vers 15. de bressen sullen hem in plaetse van poorten zijn.",
     "text2026": "26 gelijk door: Of, gelijk men pleegt in te trekken in een doorgebroken, of gespleten, verscheurde stad; dat is, van wie poorten zo verdorven en open zullen zijn door het geweld van de belegeraars, dat zij er ruim genoeg en bij menigten, als door grote bressen, kunnen doortrekken; of, gelijk men stormenderhand door de gemaakte bressen invalt, zo zal hij tot u intrekken en alles ombrengen, zie vers 15; de bressen zullen hem in plaats van poorten zijn. Ezechiël 26:15: Zo zegt de Heer JAHWEH tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid uws vals beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִ/שִּׁפְעַ֥ת",
     "strongs": "H8229",
     "morph": "HR/Ncfsc"
    },
    {
     "woord": "סוּסָ֖י/ו",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְכַסֵּ֣/ךְ",
     "strongs": "H3680",
     "morph": "HVpi3ms/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "אֲבָקָ֑/ם",
     "strongs": "H80",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מִ/קּוֹל֩",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "פָּרַ֨שׁ",
     "strongs": "H6571",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/גַלְגַּ֜ל",
     "strongs": "H1534",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וָ/רֶ֗כֶב",
     "strongs": "H7393",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "תִּרְעַ֨שְׁנָה֙",
     "strongs": "H7493",
     "morph": "HVqi3fp"
    },
    {
     "woord": "חֽוֹמוֹתַ֔יִ/ךְ",
     "strongs": "H2346",
     "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/בֹא/וֹ֙",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בִּ/שְׁעָרַ֔יִ/ךְ",
     "strongs": "H8179",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "כִּ/מְבוֹאֵ֖י",
     "strongs": "H3996",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "עִ֥יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "מְבֻקָּעָֽה",
     "strongs": "H1234",
     "morph": "HVPsfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Vanwege de menigte van zijn paarden zal hun stof u bedekken; uw muren zullen beven vanwege het geluid van de ruiteren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wielen, en wagens, als hij door uw poorten zal intrekken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gelijk door de ingangen van een doorgebrokene stad.",
   "textSV1888_html": "Vanwege de menigte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> zijner paarden zal u derzelver stof bedekken; uw muren zullen beven vanwege het gedruis der ruiteren, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wielen, en wagenen, als hij door uw poorten zal intrekken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gelijk door de ingangen ener doorgebrokene stad.",
   "text1637_html": "Van wegen de menichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> sijner peerden, sal u der selver stof bedecken: uwe mueren sullen beven van wegen het gedruys der ruyteren, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wielen, ende wagenen, als hy door uwe poorten sal intrecken, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gelijck [door] de ingangen eener doorgebrokene stadt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zijner",
     "new": "van zijn",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "hun stof",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "derzelver stof",
     "new": "",
     "principe": "V82"
    },
    {
     "old": "gedruis der",
     "new": "geluid van de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "wagenen,",
     "new": "wagens,",
     "principe": "V405"
    },
    {
     "old": "ener",
     "new": "van een",
     "principe": "V735"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Hij zal met de hoeven zijner paarden al uw straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard doden, en elk een van de kolommen uwer sterkten zal ter aarde nederstorten.",
   "text1637": "Hy sal met de [a] [27] hoeven sijner peerden alle uwe straten vertreden: u volck sal hy met den sweerde dooden, ende [28] elck eene van de colomnen uwer sterckte sal ter aerden neder storten.",
   "text2026": "Hij zal met de hoeven van zijn paarden al uw straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard doden, en elk één van de kolommen van uw vestingen zal ter aarde neerstorten.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "27 hoeven zijner paarden: Hebreeuws, klauw.",
     "text1637": "Hebr. klaeuwen.",
     "text2026": "27 hoeven zijn paarden: Hebreeuws, klauw."
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "28 elk een van de kolommen: Hebreeuws, de kolommen, of pilaren uwer sterkte [waardoor het schijnt dat sterke torens of andere vestingen verstaan worden, die zij tot tegenweer hadden opgericht] zullen nederdalen, te gronde gaan; dat is, elkeen van dien. Sommigen verstaan het van de prachtige beelden, triumftekenen, enz. tot ene vertoning hunner grootheid opgericht.",
     "text1637": "Hebr. de columnen, ofte, pilaeren uwer sterckte (waer door het schijnt dat stercke torens ofte andere vestingen verstaen worden, die sy tot tegenweer hadden opgerecht) sal nederdalen, te gronde gaen. D. elck eene van dien: sommige verstaent van de magnifijcke statuen, triumph-teeckenen, etc. tot een toon haerder grootheyt opgericht.",
     "text2026": "28 elk één van de kolommen: Hebreeuws, de kolommen, of pilaren uw sterkte [waardoor het schijnt dat sterke torens of andere vestingen verstaan worden, die zij tot tegenweer hadden opgericht] zullen nederdalen, te gronde gaan (עֻזֵּ); dat is, elk van die. Sommigen verstaan het van de prachtige beelden, triumftekenen, enz. tot ene vertoning hun grootheid opgericht."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 5:28; Jer. 47:3. Jesaja 5:28: Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind. Jeremia 47:3: Vanwege het geluid van het geklater der hoeven zijner sterke paarden, vanwege het geraas zijner wagenen, en het bulderen zijner raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid der handen;",
     "text1637": "Ies. 5.28. Ier. 47.3.",
     "text2026": "Jes. 5:28; Jer. 47:3. Jesaja 5:28: Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hun paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind. Jeremia 47:3: Vanwege het geluid van het geklater van de hoeven zijn sterke paarden, vanwege het geraas zijn wagens, en het bulderen zijn raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid van de handen;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/פַרְס֣וֹת",
     "strongs": "H6541",
     "morph": "HR/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "סוּסָ֔י/ו",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִרְמֹ֖ס",
     "strongs": "H7429",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "חֽוּצוֹתָ֑יִ/ךְ",
     "strongs": "H2351",
     "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "עַמֵּ/ךְ֙",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶ֣רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "יַהֲרֹ֔ג",
     "strongs": "H2026",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וּ/מַצְּב֥וֹת",
     "strongs": "H4676",
     "morph": "HC/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "עֻזֵּ֖/ךְ",
     "strongs": "H5797",
     "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "לָ/אָ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "תֵּרֵֽד",
     "strongs": "H3381",
     "morph": "HVqi3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hij zal met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> hoeven van zijn paarden al uw straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard doden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> elk één van de kolommen van uw vestingen zal ter aarde neerstorten.",
   "textSV1888_html": "Hij zal met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> hoeven zijner paarden al uw straten vertreden; uw volk zal hij met het zwaard doden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> elk een van de kolommen uwer sterkten zal ter aarde nederstorten.",
   "text1637_html": "Hy sal met de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoeven sijner peerden alle uwe straten vertreden: u volck sal hy met den sweerde dooden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> elck eene van de colomnen uwer sterckte sal ter aerden neder storten.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zijner",
     "new": "van zijn",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "een",
     "new": "één",
     "principe": "V735"
    },
    {
     "old": "uwer sterkten",
     "new": "van uw vestingen",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "nederstorten.",
     "new": "neerstorten.",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "En zij zullen uw vermogen roven, en uw koopmanswaren plunderen, en uw muren afbreken, en uw kostelijke huizen omwerpen; en uw stenen, en uw hout, en uw stof zullen zij in het midden der wateren werpen.",
   "text1637": "Ende sy sullen u vermogen rooven, ende uwe coopmans-waeren plonderen, ende uwe mueren afbreken, ende uwe [29] kostelicke huysen omwerpen: ende uwe steenen, ende u hout, ende u stof sullen sy in’t midden der wateren [30] werpen.",
   "text2026": "En zij zullen uw vermogen roven, en uw koopmanswaren plunderen, en uw muren afbreken, en uw kostelijke huizen omwerpen; en uw stenen, en uw hout, en uw stof zullen zij in het midden van de wateren werpen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "29 kostelijke huizen omwerpen: Hebreeuws, huizen uwer begeerte; dat is, kostelijke, gewenste, lieflijke.",
     "text1637": "Hebr. huysen uwer begeerte: D. costelicke, gewenschte, lieflicke.",
     "text2026": "29 kostelijke huizen omwerpen: Hebreeuws, huizen uw begeerte; dat is, kostelijke, gewenste, lieflijke."
    },
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, leggen, stellen.",
     "text1637": "Hebr. leggen, stellen.",
     "text2026": "Hebreeuws, leggen, stellen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שָׁלְל֣וּ",
     "strongs": "H7997",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "חֵילֵ֗/ךְ",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָֽזְזוּ֙",
     "strongs": "H962",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "רְכֻלָּתֵ֔/ךְ",
     "strongs": "H7404",
     "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָֽרְסוּ֙",
     "strongs": "H2040",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "חוֹמוֹתַ֔יִ/ךְ",
     "strongs": "H2346",
     "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָתֵּ֥י",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HC/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "חֶמְדָּתֵ֖/ךְ",
     "strongs": "H2532",
     "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "יִתֹּ֑צוּ",
     "strongs": "H5422",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲבָנַ֤יִ/ךְ",
     "strongs": "H68",
     "morph": "HC/Ncfpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/עֵצַ֨יִ/ךְ֙",
     "strongs": "H6086",
     "morph": "HC/Ncmpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וַֽ/עֲפָרֵ֔/ךְ",
     "strongs": "H6083",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/ת֥וֹךְ",
     "strongs": "H8432",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מַ֖יִם",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "יָשִֽׂימוּ",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HVqi3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En zij zullen uw vermogen roven, en uw koopmanswaren plunderen, en uw muren afbreken, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kostelijke huizen omwerpen; en uw stenen, en uw hout, en uw stof zullen zij in het midden van de wateren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> werpen.",
   "textSV1888_html": "En zij zullen uw vermogen roven, en uw koopmanswaren plunderen, en uw muren afbreken, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kostelijke huizen omwerpen; en uw stenen, en uw hout, en uw stof zullen zij in het midden der wateren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> werpen.",
   "text1637_html": "Ende sy sullen u vermogen rooven, ende uwe coopmans-waeren plonderen, ende uwe mueren afbreken, ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kostelicke huysen omwerpen: ende uwe steenen, ende u hout, ende u stof sullen sy in’t midden der wateren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> werpen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Zo zal Ik het gedeun uwer liederen doen ophouden, en het geklank uwer harpen zal niet meer gehoord worden.",
   "text1637": "So sal ick het [b] gedeun uwer [31] liederen doen ophouden, ende het geclanck uwer [32] harpen en sal niet meer gehoort worden.",
   "text2026": "Zo zal Ik het gedeun van uw liederen doen ophouden, en het geklank van uw harpen zal niet meer gehoord worden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "31 liederen doen ophouden: Dat is, al uwe vrolijkheid zal uit zijn. Zie Jes. 24:8; Jer. 7:34, en Jer. 16:9. Jesaja 24:8: De vreugde der trommelen rust; het geluid der vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde der harp rust. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden. Jeremia 16:9: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.",
     "text1637": "D. al uwe vrolickheyt sat uyt zijn. siet Ies. 24.8. Ier. 7.34. ende 16.9.",
     "text2026": "31 liederen doen ophouden: Dat is, al uwe vrolijkheid zal uit zijn. Zie Jes. 24:8; Jer. 7:34, en Jer. 16:9. Jesaja 24:8: De vreugde van de trommelen rust; het geluid van de vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde van de harp rust. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem van de vrolijkheid en de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid; want het land zal tot een verwoesting worden. Jeremia 16:9: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem van de vreugde en de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid."
    },
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Anders: cithers.",
     "text1637": "And. cythers.",
     "text2026": "Anders: cithers."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 24:7; idem v. 8; Jer. 7:34; Jer. 16:9. Jesaja 24:7: De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten. Jesaja 24:8: De vreugde der trommelen rust; het geluid der vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde der harp rust. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden. Jeremia 16:9: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid.",
     "text1637": "Ies. 24.7, 8. Ier. 7.34. ende 16.9.",
     "text2026": "Jes. 24:7; idem v. 8; Jer. 7:34; Jer. 16:9. Jesaja 24:7: De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten. Jesaja 24:8: De vreugde van de trommelen rust; het geluid van de vrolijk huppelenden houdt op, de vreugde van de harp rust. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem van de vrolijkheid en de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid; want het land zal tot een verwoesting worden. Jeremia 16:9: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem van de vreugde en de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הִשְׁבַּתִּ֖י",
     "strongs": "H7673",
     "morph": "HC/Vhq1cs"
    },
    {
     "woord": "הֲמ֣וֹן",
     "strongs": "H1995",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "שִׁירָ֑יִ/ךְ",
     "strongs": "H7892",
     "morph": "HNcbpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/ק֣וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "כִּנּוֹרַ֔יִ/ךְ",
     "strongs": "H3658",
     "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִשָּׁמַ֖ע",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "עֽוֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo zal Ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gedeun van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> liederen doen ophouden, en het geklank van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> harpen zal niet meer gehoord worden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zal Ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gedeun uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> liederen doen ophouden, en het geklank uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> harpen zal niet meer gehoord worden.",
   "text1637_html": "So sal ick het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gedeun uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> liederen doen ophouden, ende het geclanck uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> harpen en sal niet meer gehoort worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "uwer",
     "new": "van uw",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "uwer",
     "new": "van uw",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
   "text1637": "Ia ick sal u maken tot eene [33] gladde steenrotze: ghy sult zijn [tot] uytspreydinge der netten, ghy en sult [34] niet meer gebouwt worden: want ick de HEERE hebbe ’t gesproken, spreeckt de Heere HEERE.",
   "text2026": "Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; u zult zijn tot uitspreiding van de netten, u zult niet meer gebouwd worden; want Ik, JAHWEH, heb het gesproken, spreekt Adonai JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "33 gladde steenrots: Zie boven vers 4, 26:5. Ezechiël 26:4: Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken. Ezechiël 26:5: Zij zal in het midden der zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE; en zij zal den heidenen ten roof worden.",
     "text1637": "Siet boven op vers 4, 5.",
     "text2026": "33 gladde steenrots: Zie boven vers 4, 26:5. Ezechiël 26:4: Die zullen de muren van Tyrus verderven, en haar torens afbreken; ja, Ik zal haar stof van haar wegvagen, en zal haar tot een gladde steenrots maken. Ezechiël 26:5: Zij zal in het midden van de zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heer JAHWEH; en zij zal de heidenen ten roof worden."
    },
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "34 niet meer gebouwd worden: Dat is, niet als tevoren; gij zult nimmermeer wederkomen tot uw vorigen wereldlijken bloei, staat en heerlijkheid, en metttertijd gans vergaan; vergelijk Jes. 23:15, 23:17, en onder vers 21, en Ezech. 27:36; idem Ezra 3:7; Neh. 13:16; Matth. 15:21; Mark. 7:24; Hand. 12:20, en Hand. 21:3, 21:7. Men houdt dat zij onder den koning Cyrus wat weder gerezen is, en ten tijde van Alexander de Grote is het zeker dat zij van vermogen was, als hij haar zeven maanden belegerde en innam; maar ten huidigen dage betuigen velen dat er nauwelijks enige overblijfselen van de herbouwde stad Palae-Tyrus gezien worden; niettemin heeft zij geestelijke beloften gehad voor de uitverkorenen onder den Messias, Ps. 97:4; Jes. 23:18. God [wien alles van eeuwigheid bekend is] voegt hier [gelijk elders dikwijls] het begin en het einde tezamen. Jesaja 23:15: En het zal geschieden te dien dage, dat Tyrus zal vergeten worden zeventig jaren, gelijk eens konings dagen; maar ten einde van zeventig jaren zal in Tyrus als een hoerenlied zijn: Jesaja 23:17: Want het zal geschieden ten einde van zeventig jaren, dat de HEERE Tyrus zal bezoeken, en dat zij wederkeren zal tot haar hoerenloon, en zij zal hoererij bedrijven met alle koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. Ezechiël 26:21: Maar u zal Ik tot een groten schrik stellen, en gij zult er niet meer zijn; als gij gezocht wordt, zo zult gij niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 27:36: De handelaars onder de volken fluiten u aan; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid. Ezra 3:7: Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook spijs en drank, en olie aan de Sidoniërs en aan de Tyriërs, om cederenhout van den Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzië, aan hen. Nehemia 13:16: Daar waren ook Tyriërs binnen, die vis aanbrachten, en alle koopwaren, die zij op den sabbat verkochten aan de kinderen van Juda en te Jeruzalem. Mattheüs 15:21: En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon. Marcus 7:24: En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn. Handelingen 12:20: En Herodes had in den zin tegen de Tyriërs en Sidoniërs te krijgen; maar zij kwamen eendrachtelijk tot hem, en Blastus, die des konings kamerling was, overreed hebbende, begeerden vrede, omdat hun land gespijzigd werd van des konings land. Handelingen 21:3: En als wij Cyprus in het gezicht gekregen, en dat aan de linkerhand gelaten hadden, voeren wij naar Syrië, en kwamen aan te Tyrus; want het schip zoude aldaar den last ontladen. Handelingen 21:7: Wij nu, de scheepvaart volbracht hebbende van Tyrus, kwamen aan te Ptolemais, en de broeders gegroet hebbende, bleven een dag bij hen. Psalmen 97:4: Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft. Jesaja 23:18: En haar koophandel en haar hoerenloon zal den HEERE heilig zijn, het zal niet ten schat vergaderd noch opgesloten worden; maar haar koophandel zal wezen voor hen, die voor den HEERE wonen, opdat zij eten tot verzadiging, en dat zij durig deksel hebben.",
     "text1637": "D. niet als te vooren: ghy sult nemmermeer weder komen tot uwen voorigen wereltlicken fleur, staet ende heerlickheyt, ende metter tijt gantsch vergaen, verg. Iesa. 23.15, 17. ende onder vers 21. ende 27.36. item Ezr. 3.7. Nehe. 13.16. Matt. 15.21. Marc. 7.24. Act. 12.20. ende 21.3, 7. Men houdt datse onder den Coninck Cyrus, wat weder geresen is, ende ten tijde van Alexander den Grooten, is notoir, datse van vermogen was, als hyse seven maenden belegerde, ende innam: maer ten huydigen dage betuygen vele datter naeulicx eenige overblijfselen van de herbouwde stadt Palae-Tyrus gesien worden: niet te min heeftse geestelicke beloften gehadt voor de uytverkorene onder den Messia. Psal. 87.4. Ies. 23.18. Godt (dien alles van eeuwicheyt bekent is) voecht hier (als elders dickwijls) het begin ende ’teynde te samen.",
     "text2026": "34 niet meer gebouwd worden: Dat is, niet als tevoren; u zult nimmermeer wederkomen tot uw vorigen wereldlijken bloei, staat en heerlijkheid, en metttertijd geheel vergaan; vergelijk Jes. 23:15, 23:17, en onder vers 21, en Ez. 27:36; idem Ezra 3:7; Neh. 13:16; Matt. 15:21; Mark. 7:24; Hand. 12:20, en Hand. 21:3, 21:7. Men houdt dat zij onder de koning Cyrus wat weer gerezen is, en ten tijde van Alexander de Grote is het zeker dat zij van vermogen was, als hij haar zeven maanden belegerde en innam; maar ten huidigen dage betuigen velen dat er nauwelijks enige overblijfselen van de herbouwde stad Palae-Tyrus gezien worden; niettemin heeft zij geestelijke beloften gehad voor de uitverkorenen onder de Messias, Ps. 97:4; Jes. 23:18. God [wie alles van eeuwigheid bekend is] voegt hier [gelijk elders dikwijls] het begin en het einde tezamen. Jesaja 23:15: En het zal gebeuren op die dag, dat Tyrus zal vergeten worden zeventig jaren, gelijk van een koning dagen; maar ten einde van zeventig jaren zal in Tyrus als een hoerenlied zijn: Jesaja 23:17: Want het zal gebeuren ten einde van zeventig jaren, dat JAHWEH Tyrus zal bezoeken, en dat zij terugkeren zal tot haar hoerenloon, en zij zal hoererij bedrijven met alle koninkrijken van de aarde, die op de aardbodem zijn. Ezechiël 26:21: Maar u zal Ik tot een grote schrik stellen, en u zult er niet meer zijn; als u gezocht wordt, zo zult u niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt de Heer JAHWEH. Ezechiël 27:36: De handelaars onder de volken fluiten u aan; u bent een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid. Ezra 3:7: Zo gaven zij geld aan de houwers en werkmeesters, ook voedsel en drank, en olie aan de Sidoniërs en aan de Tyriërs, om cederenhout van de Libanon te brengen aan de zee naar Jafo, naar de vergunning van Kores, koning van Perzië, aan hen. Nehemia 13:16: Daar waren ook Tyriërs binnen, die vis aanbrachten, en alle koopwaren, die zij op de sabbat verkochten aan de kinderen van Juda en te Jeruzalem. Mattheüs 15:21: En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon. Marcus 7:24: En van daar opstaande, ging Hij weg naar het gebied van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn. Handelingen 12:20: En Herodes had in de zin tegen de Tyriërs en Sidoniërs te krijgen; maar zij kwamen eendrachtelijk tot hem, en Blastus, die van de koning kamerling was, overreed hebbende, begeerden vrede, omdat hun land gevoed werd van de koning land. Handelingen 21:3: En als wij Cyprus in het gezicht gekregen, en dat aan de linkerhand gelaten hadden, voeren wij naar Syrië, en kwamen aan te Tyrus; want het schip zou daar de last ontladen. Handelingen 21:7: Wij nu, de scheepvaart volbracht hebbende van Tyrus, kwamen aan te Ptolemais, en de broers gegroet hebbende, bleven een dag bij hen. Psalmen 97:4: Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aarde ziet ze en het beeft. Jesaja 23:18: En haar koophandel en haar hoerenloon zal JAHWEH heilig zijn, het zal niet ten schat vergaderd noch opgesloten worden; maar haar koophandel zal wezen voor hen, die voor JAHWEH wonen, opdat zij eten tot verzadiging, en dat zij durig deksel hebben."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/נְתַתִּ֞י/ךְ",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "לִ/צְחִ֣יחַ",
     "strongs": "H6706",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "סֶ֗לַע",
     "strongs": "H5553",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁטַ֤ח",
     "strongs": "H4894",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "חֲרָמִים֙",
     "strongs": "H2764",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "תִּֽהְיֶ֔ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִבָּנֶ֖ה",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HVNi3fs"
    },
    {
     "woord": "ע֑וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֤י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "דִּבַּ֔רְתִּי",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp1cs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻ֖ם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִֽה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ja, Ik zal u maken tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gladde steenrots; u zult zijn tot uitspreiding van de netten, u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> niet meer gebouwd worden; want Ik, JAHWEH, heb het gesproken, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ja, Ik zal u maken tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
   "text1637_html": "Ia ick sal u maken tot eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gladde steenrotze: ghy sult zijn [tot] uytspreydinge der netten, ghy en sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> niet meer gebouwt worden: want ick de HEERE hebbe ’t gesproken, spreeckt de Heere HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE.",
     "new": "Adonai JAHWEH.",
     "principe": "G4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid uws vals beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?",
   "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE tot Tyrus; [35] Sullen niet de [36] eylanden van het geluyt uwes vals beven, als de [37] dootlick verwondde sal [38] kermen wanneermen in ’t midden van u [39] schricklick sal moorden?",
   "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid van uw val beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "35 Zullen niet: Voorzeker ja, wil de Heere zeggen.",
     "text1637": "Voorseker ja, wil de Heere seggen.",
     "text2026": "35 Zullen niet: Voorzeker ja, wil de Heer zeggen."
    },
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "36 eilanden van het geluid: Dat is, inwoners over zee, die met u gehandeld hebben en van u verrijkt zijn; vergelijk onder Ezech. 27:35, en zie Ps. 72:10. Ezechiël 27:35: Alle inwoners der eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haren te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht. Psalmen 72:10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren.",
     "text1637": "D. d’inwoonders over zee, die met u gehandelt hebben, ende van u verrijckt zijn. Vergel. onder 27.35. ende siet Psal. 72. op vers 10.",
     "text2026": "36 eilanden van het geluid: Dat is, inwoners over zee, die met u gehandeld hebben en van u verrijkt zijn; vergelijk onder Ez. 27:35, en zie Ps. 72:10. Ezechiël 27:35: Alle inwoners van de eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haar te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht. Psalmen 72:10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren."
    },
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "37 dodelijk verwonde: Vergelijk onder Ezech. 30:24. Ezechiël 30:24: En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.",
     "text1637": "Vergel. ond. 30.24.",
     "text2026": "37 dodelijk verwonde: Vergelijk onder Ez. 30:24. Ezechiël 30:24: En Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt."
    },
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, huilen, zuchten.",
     "text1637": "Ofte, huylen, suchten.",
     "text2026": "Of, huilen, zuchten."
    },
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "39 schrikkelijk zal moorden: Hebreeuws, doding, of [met] doding doden; dat is, een moord aanrichten, alles vermoorden.",
     "text1637": "Hebr. doodinge, ofte, [met] doodinge dooden, Dat is, eenen moort aenrichten, alles vermoorden.",
     "text2026": "39 schrikkelijk zal moorden: Hebreeuws, doding, of [met] doding doden (הָרֵֽג); dat is, een moord aanrichten, alles vermoorden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֥ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֛ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֖ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ/צ֑וֹר",
     "strongs": "H6865",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "הֲ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTi/Tn"
    },
    {
     "woord": "מִ/קּ֣וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מַפַּלְתֵּ֗/ךְ",
     "strongs": "H4658",
     "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "בֶּ/אֱנֹ֨ק",
     "strongs": "H602",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "חָלָ֜ל",
     "strongs": "H2491",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "בֵּ/הָ֤רֵֽג",
     "strongs": "H2026",
     "morph": "HR/VNc"
    },
    {
     "woord": "הֶ֨רֶג֙",
     "strongs": "H2027",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/תוֹכֵ֔/ךְ",
     "strongs": "H8432",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "יִרְעֲשׁ֖וּ",
     "strongs": "H7493",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "הָ/אִיִּֽים",
     "strongs": "H339",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH tot Tyrus:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Zullen niet de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> eilanden van het geluid van uw val beven, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> dodelijk verwonde zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> kermen, wanneer men in het midden van u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> schrikkelijk zal moorden?",
   "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE tot Tyrus:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Zullen niet de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> eilanden van het geluid uws vals beven, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> dodelijk verwonde zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> kermen, wanneer men in het midden van u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> schrikkelijk zal moorden?",
   "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE tot Tyrus; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Sullen niet de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> eylanden van het geluyt uwes vals beven, als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> dootlick verwondde sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> kermen wanneermen in ’t midden van u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> schricklick sal moorden?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Alzo",
     "new": "Zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE",
     "new": "Adonai JAHWEH",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "uws vals",
     "new": "van uw val",
     "principe": "V200"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "En alle vorsten der zee zullen afdalen van hun tronen, en hun mantels van zich doen, en hun gestikte klederen uittrekken; met sidderingen zullen zij bekleed worden, op de aarde zullen zij nederzitten, en telken ogenblik sidderen, en over u ontzet zijn;",
   "text1637": "Ende alle Vorsten der [40] zee sullen [41] af-dalen van hare throonen, ende hare mantelen van sich doen, ende hare [42] gestickte kleederen uyt trecken; met zitteringen sullen sy becleedt worden, op der aerde sullense nedersitten, ende t’ elcken oogenblick zitteren, ende over u ontset zijn.",
   "text2026": "En alle vorsten van de zee zullen afdalen van hun tronen, en hun mantels van zich doen, en hun gestikte kleren uittrekken; met sidderingen zullen zij bekleed worden, op de aarde zullen zij neerzitten, en telken ogenblik sidderen, en over u ontzet zijn;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "40",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "40 zee zullen: Die aan de zee wonen, met u gehandeld en op u gesteund hebben; vergelijk onder Ezech. 27:35. Ezechiël 27:35: Alle inwoners der eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haren te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht.",
     "text1637": "Die aen de zee woonen, met u gehandelt, ende op u gesteunt hebben. Vergel. ond. 27.35.",
     "text2026": "40 zee zullen: Die aan de zee wonen, met u gehandeld en op u gesteund hebben; vergelijk onder Ez. 27:35. Ezechiël 27:35: Alle inwoners van de eilanden zijn over u ontzet, en hun koningen staan de haar te berge, zij zijn verbaasd van aangezicht."
    },
    {
     "marker": "41",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "41 afdalen van hun tronen: Tot een teken van ontzetting en rouw, idem, vrees voor hun eigen staat, door uw voorbeeld.",
     "text1637": "Tot een teecken van ontsettinge ende rouwe, item vreese voor haren eygenen staet, door u exempel.",
     "text2026": "41 afdalen van hun tronen: Tot een teken van ontzetting en rouw, idem, vrees voor hun eigen staat, door uw voorbeeld."
    },
    {
     "marker": "42",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "42 gestikte klederen: Of, geborduurde. Hebreeuws, hun stiksels, of borduursels.",
     "text1637": "Ofte, geborduerde. Hebr. haers sticksels, ofte, borduersels.",
     "text2026": "42 gestikte kleren: Of, geborduurde. Hebreeuws, hun stiksels, of borduursels."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְֽ/יָרְד֞וּ",
     "strongs": "H3381",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/עַ֣ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "כִּסְאוֹתָ֗/ם",
     "strongs": "H3678",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כֹּ֚ל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "נְשִׂיאֵ֣י",
     "strongs": "H5387",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּ֔ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֵסִ֨ירוּ֙",
     "strongs": "H5493",
     "morph": "HC/Vhq3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "מְעִ֣ילֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H4598",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "בִּגְדֵ֥י",
     "strongs": "H899",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "רִקְמָתָ֖/ם",
     "strongs": "H7553",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "יִפְשֹׁ֑טוּ",
     "strongs": "H6584",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "חֲרָד֤וֹת",
     "strongs": "H2731",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "יִלְבָּ֨שׁוּ֙",
     "strongs": "H3847",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "יֵשֵׁ֔בוּ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/חָֽרְדוּ֙",
     "strongs": "H2729",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "לִ/רְגָעִ֔ים",
     "strongs": "H7281",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁמְמ֖וּ",
     "strongs": "H8074",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "עָלָֽיִ/ךְ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "En alle vorsten van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de zee zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> afdalen van hun tronen, en hun mantels van zich doen, en hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gestikte kleren uittrekken; met sidderingen zullen zij bekleed worden, op de aarde zullen zij neerzitten, en telken ogenblik sidderen, en over u ontzet zijn;",
   "textSV1888_html": "En alle vorsten der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> zee zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> afdalen van hun tronen, en hun mantels van zich doen, en hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gestikte klederen uittrekken; met sidderingen zullen zij bekleed worden, op de aarde zullen zij nederzitten, en telken ogenblik sidderen, en over u ontzet zijn;",
   "text1637_html": "Ende alle Vorsten der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> zee sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> af-dalen van hare throonen, ende hare mantelen van sich doen, ende hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gestickte kleederen uyt trecken; met zitteringen sullen sy becleedt worden, op der aerde sullense nedersitten, ende t’ elcken oogenblick zitteren, ende over u ontset zijn.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "klederen",
     "new": "kleren",
     "principe": "V68"
    },
    {
     "old": "nederzitten,",
     "new": "neerzitten,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe zijt gij uit de zeeën vergaan, gij welbewoonde, gij beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar woonden!",
   "text1637": "Ende sy sullen een [b[c]] klaeg-liet over u opheffen, ende tot u seggen; [43] Hoe zijt ghy [44] uyt de zeen vergaen, ghy wel bewoonde, ghy beroemde stadt, die sterck geweest is ter zee, sy, ende hare inwoonders; die haerlieder schrick gaven aen alle die in haer [45] woonden!",
   "text2026": "En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe bent u uit de zeeën vergaan, u welbewoonde, u beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hun schrik gaven aan allen, die in haar woonden!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "43",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "43 Hoe zijt gij: Ene vraag, die voortkwam uit verwondering en deernis.",
     "text1637": "Eene vrage, die voortquam uyt verwonderinge ende deernisse.",
     "text2026": "43 Hoe bent u: Ene vraag, die voortkwam uit verwondering en deernis."
    },
    {
     "marker": "44",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "44 uit de zeeën vergaan: Waar gij rondom in laagt, vergelijk onder Ezech. 27:3, 27:4. Anders: gij die bewoond waart van de zeeën; dat is, zeevarend volk, handelaars, die van over zee kwamen, om in u te wonen; dat is, een langen tijd, hun handelshalve, in u te verkeren; vergelijk Hand. 2:5; Jak. 4:13, en hier in het einde van vers 17; woonden, dat is lang verkeerden, naar de wijze der kooplieden, handelsreizigers, enz. Ezechiël 27:3: En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid. Ezechiël 27:4: Uw landpalen zijn in het hart der zeeën; uw bouwers hebben uw schoonheid volkomen gemaakt. Handelingen 2:5: En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder den hemel zijn. Jakobus 4:13: Welaan nu gij, die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar een jaar doorbrengen, en koopmanschap drijven, en winst doen. Ezechiël 26:17: En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe zijt gij uit de zeeën vergaan, gij welbewoonde, gij beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar woonden!",
     "text1637": "Daer ghy rontom in laegt. Vergel. onder 27.35. And. ghy die bewoont waert van de zeen. D. zeevarent volck, trafikeerders, die van over zee quamen, om in u te woonen, Dat is, eenen langen tijt, haers handels halven, in u te verkeeren. Vergel. Act. 2.5. Iac. 4.13. ende hier in’t eynde van dit vers: woonden. Dat is, lange verkeerden nae de wijse der kooplieden, factoors, etc.",
     "text2026": "44 uit de zeeën vergaan: Waar u rondom in laagt, vergelijk onder Ez. 27:3, 27:4. Anders: u die bewoond was van de zeeën; dat is, zeevarend volk, handelaars, die van over zee kwamen, om in u te wonen; dat is, een langen tijd, hun handelshalve, in u te verkeren; vergelijk Hand. 2:5; Jak. 4:13, en hier in het einde van vers 17; woonden, dat is lang verkeerden, naar de wijze van de kooplieden, handelsreizigers, enz. Ezechiël 27:3: En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen van de zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heer JAHWEH: O Tyrus! u zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid. Ezechiël 27:4: Uw gebied zijn in het hart van de zeeën; uw bouwers hebben uw schoonheid volkomen gemaakt. Handelingen 2:5: En er waren Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volk dergenen, die onder de hemel zijn. Jakobus 4:13: Welaan nu u, die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en daar een jaar doorbrengen, en koopmanschap drijven, en winst doen. Ezechiël 26:17: En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen: Hoe bent u uit de zeeën vergaan, u welbewoonde, u beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar woonden!"
    },
    {
     "marker": "45",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, die met haar uitnemende macht, pracht en heerlijkheid een schrik aanjaagden allen dengenen, die bij haar van andere plaatsen kwamen verkeren; vergelijk Jes. 23:8, en onder Ezech. 32:23, enz. Jesaja 23:8: Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, welker kooplieden vorsten zijn, welker handelaars de heerlijkste in het land zijn? Ezechiël 32:23: Welker graven gesteld zijn in de zijden des kuils, en haar hoop is rondom haar graf; zij zijn allen verslagen, gevallen door het zwaard, die een schrik gaven in het land der levenden.",
     "text1637": "D. die met hare uytnemende macht, pracht ende magnificentie eenen schrick aenjaechden allen den genen, die by haer van andere plaetsen quamen verkeeren. Vergel. ond. 32.23, etc. ende Ies. 23.8.",
     "text2026": "Dat is, die met haar uitnemende macht, pracht en heerlijkheid een schrik aanjaagden allen dengenen, die bij haar van andere plaatsen kwamen verkeren; vergelijk Jes. 23:8, en onder Ez. 32:23, enz. Jesaja 23:8: Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, van wie kooplieden vorsten zijn, van wie handelaars de heerlijkste in het land zijn? Ezechiël 32:23: Welker graven gesteld zijn in de zijden van het kuil, en haar hoop is rondom haar graf; zij zijn allen verslagen, gevallen door het zwaard, die een schrik gaven in het land van de levenden."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Openb. 18:9. Openbaring 18:9: En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij den rook haar brands zullen zien;",
     "text1637": "",
     "text2026": "Openb. 18:9. Openbaring 18:9: En de koningen van de aarde, die met haar gehoereerd en weelde gehad hebben, zullen haar bewenen, en rouw over haar bedrijven, wanneer zij de rook haar brands zullen zien;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נָשְׂא֨וּ",
     "strongs": "H5375",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֤יִ/ךְ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "קִינָה֙",
     "strongs": "H7015",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָ֣מְרוּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "לָ֔/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "אֵ֣יךְ",
     "strongs": "H349",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "אָבַ֔דְתְּ",
     "strongs": "H6",
     "morph": "HVqp2fs"
    },
    {
     "woord": "נוֹשֶׁ֖בֶת",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVNsfsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/יַּמִּ֑ים",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֣יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/הֻלָּ֗לָה",
     "strongs": "H1984",
     "morph": "HTd/VPp3fs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר֩",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָיְתָ֨ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "חֲזָקָ֤ה",
     "strongs": "H2389",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "בַ/יָּם֙",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הִ֣יא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֹשְׁבֶ֔י/הָ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vqrmpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "נָתְנ֥וּ",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "חִתִּיתָ֖/ם",
     "strongs": "H2851",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יוֹשְׁבֶֽי/הָ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqrmpc/Sp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Hoe bent u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> uit de zeeën vergaan, u welbewoonde, u beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hun schrik gaven aan allen, die in haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> woonden!</i></span>",
   "textSV1888_html": "En zij zullen een klaaglied over u opheffen, en tot u zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Hoe zijt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> uit de zeeën vergaan, gij welbewoonde, gij beroemde stad, die sterk geweest is ter zee, zij en haar inwoners; die hunlieder schrik gaven aan allen, die in haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> woonden!",
   "text1637_html": "Ende sy sullen een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b[c]\">b[c]</sup> klaeg-liet over u opheffen, ende tot u seggen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Hoe zijt ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> uyt de zeen vergaen, ghy wel bewoonde, ghy beroemde stadt, die sterck geweest is ter zee, sy, ende hare inwoonders; die haerlieder schrick gaven aen alle die in haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> woonden!",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zijt gij",
     "new": "bent u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "hunlieder",
     "new": "hun",
     "principe": "V329"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "Nu zullen de eilanden sidderen ten dage uws vals; ja, de eilanden, die in de zee zijn, zullen beroerd worden vanwege uw uitgang.",
   "text1637": "Nu sullen de eylanden zitteren ten dage uwes vals: ja de eylanden die in de zee zijn, sullen beroert worden, van wegen uwen [46] uytganck.",
   "text2026": "Nu zullen de eilanden sidderen op de dag van uw val; ja, de eilanden, die in de zee zijn, zullen beroerd worden vanwege uw uitgang.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "46",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, omdat uw volk in gevangenschap zal moeten, of uitgang, dat is einde, deerlijken uitgang, gelijk wij hetzelfde woord in onze taal ook alzo gebruiken.",
     "text1637": "D. om dat u volck sal moeten uytgaen in gevanckenisse: ofte, uytganck. D. eynde, deerlicken uytganck, gelijck wy het selve woort in onse tale oock alsoo gebruycken.",
     "text2026": "Dat is, omdat uw volk in gevangenschap zal moeten, of uitgang, dat is einde, deerlijken uitgang, gelijk wij hetzelfde woord in onze taal ook zo gebruiken."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עַתָּה֙",
     "strongs": "H6258",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "יֶחְרְד֣וּ",
     "strongs": "H2729",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/אִיִּ֔ן",
     "strongs": "H339",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "י֖וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מַפַּלְתֵּ֑/ךְ",
     "strongs": "H4658",
     "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/נִבְהֲל֛וּ",
     "strongs": "H926",
     "morph": "HC/VNq3cp"
    },
    {
     "woord": "הָ/אִיִּ֥ים",
     "strongs": "H339",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בַּ/יָּ֖ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/צֵּאתֵֽ/ךְ",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HR/Vqc/Sp2fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Nu zullen de eilanden sidderen op de dag van uw val; ja, de eilanden, die in de zee zijn, zullen beroerd worden vanwege uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> uitgang.",
   "textSV1888_html": "Nu zullen de eilanden sidderen ten dage uws vals; ja, de eilanden, die in de zee zijn, zullen beroerd worden vanwege uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> uitgang.",
   "text1637_html": "Nu sullen de eylanden zitteren ten dage uwes vals: ja de eylanden die in de zee zijn, sullen beroert worden, van wegen uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> uytganck.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ten dage uws vals;",
     "new": "op de dag van uw val;",
     "principe": "V200"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "Want alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de grote wateren u zullen overdekken.",
   "text1637": "Want alsoo seyt de Heere HEERE; Als ick u sal stellen [tot] eene verwoeste stadt; gelijck de steden, die niet bewoont en worden: als ick eenen [47] afgront over u sal doen opkomen, ende de [48] groote wateren u sullen overdecken;",
   "text2026": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de grote wateren u zullen overdekken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "47",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Versta, het Babylonische krijgsheir; zie boven vers 3. Ezechiël 26:3: Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen, alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen.",
     "text1637": "Verstaet het Babylonisch krijchs-heyr. Siet boven vers 3.",
     "text2026": "Versta, het Babylonische leger; zie boven vers 3. Ezechiël 26:3: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik wil aan u, o Tyrus! en Ik zal vele heidenen tegen u doen opkomen, alsof Ik de zee met haar golven deed opkomen."
    },
    {
     "marker": "48",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "48 grote wateren: Of, vele.",
     "text1637": "Ofte, vele.",
     "text2026": "48 grote wateren: Of, vele."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֤ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַר֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֔ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/תִתִּ֤/י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ/ךְ֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "עִ֣יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "נֶחֱרֶ֔בֶת",
     "strongs": "H2717",
     "morph": "HVNsfsa"
    },
    {
     "woord": "כֶּ/עָרִ֖ים",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HRd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "נוֹשָׁ֑בוּ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVNp3cp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/הַעֲל֤וֹת",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֨יִ/ךְ֙",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "תְּה֔וֹם",
     "strongs": "H8415",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/כִסּ֖וּ/ךְ",
     "strongs": "H3680",
     "morph": "HC/Vpq3cp/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "הַ/מַּ֥יִם",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/רַבִּֽים",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HTd/Aampa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> afgrond over u zal doen opkomen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> grote wateren u zullen overdekken.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik u zal stellen tot een verwoeste stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden; als Ik een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> afgrond over u zal doen opkomen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> grote wateren u zullen overdekken.",
   "text1637_html": "Want alsoo seyt de Heere HEERE; Als ick u sal stellen [tot] eene verwoeste stadt; gelijck de steden, die niet bewoont en worden: als ick eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> afgront over u sal doen opkomen, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> groote wateren u sullen overdecken;",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE:",
     "new": "Adonai JAHWEH:",
     "principe": "G4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Dan zal Ik u doen nederdalen met degenen die in den kuil nederdalen tot het oude volk, en zal u doen nederliggen in de onderste plaatsen der aarde, in de woeste plaatsen, die van ouds geweest zijn, met degenen, die in den kuil nederdalen, opdat gij niet bewoond wordt; en Ik zal het sieraad herstellen in het land der levenden.",
   "text1637": "Dan sal ick u doen nederdalen met de gene die in den [49] kuyl nederdalen tot het [50] oude volck, ende sal u doen nederliggen in de [51] onderste-plaetsen der aerde, in de [52] woeste-plaetsen [die] van outs geweest zijn, met de gene die in den kuyl nederdalen, op dat ghy niet bewoont en wordet: ende ick sal den [53] cieraet herstellen in den [54] lande der levendigen.",
   "text2026": "Dan zal Ik u doen neerdalen met degenen die in de kuil neerdalen tot het oude volk, en zal u doen neerliggen in de onderste plaatsen van de aarde, in de woeste plaatsen, die van ouds geweest zijn, met degenen, die in de kuil neerdalen, opdat u niet bewoond wordt; en Ik zal het sieraad herstellen in het land van de levenden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "49",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "49 kuil nederdalen: Dat is, in het graf, gelijk dikwijls; dat gij zult zijn als de doden, begravenen en vergetenen.",
     "text1637": "D. in’t graf, als dickwijls: dat ghy sult zijn als de doode, begravene, ende vergetene.",
     "text2026": "49 kuil nederdalen: Dat is, in het graf, gelijk dikwijls; dat u zult zijn als de doden, begravenen en vergetenen."
    },
    {
     "marker": "50",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "50 oude volk: Hebreeuws, volk der eeuwigheid; dat is, oudheid; versta, die vanouds af, in voortijden, van het begin der wereld onder hen gevaren zijn. Zie van het woord Olam, Jer. 2:20; alzo in het volgende. Jeremia 2:20: Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.",
     "text1637": "Hebr. volck der eeuwicheyt. D. outheyt, verstaet die van outs af, in voortijden, van den beginne der werelt henen ondergevaren zijn. Siet van’t woort Olam, Ierem. 2. op vers 20. alsoo in’t volgende.",
     "text2026": "50 oude volk: Hebreeuws, volk van de eeuwigheid (עַם); dat is, oudheid; versta, die vanouds af, in voortijden, van het begin van de wereld onder hen gevaren zijn. Zie van het woord Olam, Jer. 2:20; zo in het volgende. Jeremia 2:20: Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zei u: Ik zal niet dienen; maar op allen hoge heuvel en onder alle groenen boom loopt u om, hoererende."
    },
    {
     "marker": "51",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "51 onderste plaatsen der aarde: Hebreeuws, de aarde der benedenheden. Alzo onder Ezech. 32:18, enz. Ezechiël 32:18: Mensenkind! weeklaag over de menigte van Egypte, en doe ze nederdalen, (haar en de dochteren der prachtige heidenen) in de onderste plaatsen der aarde, bij degenen, die in den kuil zijn nedergedaald.",
     "text1637": "Hebr. d’aerde der benedenheden alsoo onder 32.16, etc.",
     "text2026": "51 onderste plaatsen van de aarde: Hebreeuws, de aarde van de benedenheden (אֶרֶץ). Zo onder Ez. 32:18, enz. Ezechiël 32:18: Mensenkind! weeklaag over de menigte van Egypte, en doe ze nederdalen, (haar en de dochters van de prachtige heidenen) in de onderste plaatsen van de aarde, bij degenen, die in de kuil zijn nedergedaald."
    },
    {
     "marker": "52",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "52 woeste plaatsen: Hetzelfde wordt met andere woorden gezegd.",
     "text1637": "Het selve wort met andere woorden geseyt.",
     "text2026": "52 woeste plaatsen: Hetzelfde wordt met andere woorden gezegd."
    },
    {
     "marker": "53",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "53 sieraad herstellen: Dat is, mijn land Kanaän, Jeruzalem en mijn volk van Juda [over welker ellende en verwoesting gij zegt, Heah! vers 2], die zal Ik verlossen, en in zulk een staat herstellen, dat zij het sieraad en de heerlijkheid der ganse aarde zullen zijn, tot een voorbeeld van hetgeen Ik mijn ganse kerk door den Messias zal doen op de aarde en in het hemels Kanaän; zie Ps. 48:3; boven Ezech. 20:6, en onder Ezech. 37:11, enz.; Ef. 5:27; Openb. 21:2. Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest! Psalmen 48:3: Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings. Ezechiël 20:6: Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen. Ezechiël 37:11: Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Efeziërs 5:27: Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Openbaring 21:2: En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.",
     "text1637": "Dat is, mijn lant Canaan, Ierusalem, ende mijn volck Iuda (over welcker elende ende verwoestinge ghy seydet, Heah vers 2.) die sal ick verlossen, ende in sulcken staet herstellen, dat sy de cieraet ende heerlickheyt der gantscher aerde sullen zijn, tot een voorbeelt van ’t gene ick mijner gantscher kercke door den Messia sal doen op der aerden, ende in’t hemelsch Canaan. Siet boven 20.6. Psal. 48.3. Ephes. 5.27. Apoc. 21.2. ende onder 37.11. etc.",
     "text2026": "53 sieraad herstellen: Dat is, mijn land Kanaän, Jeruzalem en mijn volk van Juda [over van wie ellende en verwoesting u zegt, Heah! vers 2], die zal Ik verlossen, en in zulk een staat herstellen, dat zij het sieraad en de heerlijkheid van de gehele aarde zullen zijn, tot een voorbeeld van wat Ik mijn gehele kerk door de Messias zal doen op de aarde en in het hemels Kanaän; zie Ps. 48:3; boven Ez. 20:6, en onder Ez. 37:11, enz.; Ef. 5:27; Openb. 21:2. Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort van de volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest! Psalmen 48:3: Schoon van gelegenheid, een vreugde van de gehele aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad van de grote Konings. Ezechiël 20:6: Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, dat het sieraad is van alle landen. Ezechiël 37:11: Toen zei Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het gehele huis van Israël; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Efeziërs 5:27: Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Openbaring 21:2: En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is."
    },
    {
     "marker": "54",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "54 land der levenden: Dat is, op de aarde, onder de mensen die leven; zie Ps. 27:13. Psalmen 27:13: Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan.",
     "text1637": "Dat is, op der aerden, onder de menschen die leven. Siet Psal. 27. op vers 13.",
     "text2026": "54 land van de levenden: Dat is, op de aarde, onder de mensen die leven; zie Ps. 27:13. Psalmen 27:13: Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede van JAHWEH zou zien in het land van de levenden, ik ware vergaan."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הוֹרַדְתִּי/ךְ֩",
     "strongs": "H3381",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "י֨וֹרְדֵי",
     "strongs": "H3381",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "ב֜וֹר",
     "strongs": "H953",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "עַ֣ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "עוֹלָ֗ם",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ֠/הוֹשַׁבְתִּי/ךְ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֨רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "תַּחְתִּיּ֜וֹת",
     "strongs": "H8482",
     "morph": "HAafpa"
    },
    {
     "woord": "כָּ/חֳרָב֤וֹת",
     "strongs": "H2723",
     "morph": "HR/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/עוֹלָם֙",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "י֣וֹרְדֵי",
     "strongs": "H3381",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "ב֔וֹר",
     "strongs": "H953",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְמַ֖עַן",
     "strongs": "H4616",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תֵשֵׁ֑בִי",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqi2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "צְבִ֖י",
     "strongs": "H6643",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "חַיִּֽים",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HAampa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dan zal Ik u doen neerdalen met degenen die in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> kuil neerdalen tot het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> oude volk, en zal u doen neerliggen in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> onderste plaatsen van de aarde, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> woeste plaatsen, die van ouds geweest zijn, met degenen, die in de kuil neerdalen, opdat u niet bewoond wordt; en Ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> sieraad herstellen in het land van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> levenden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Dan zal Ik u doen nederdalen met degenen die in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> kuil nederdalen tot het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> oude volk, en zal u doen nederliggen in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> onderste plaatsen der aarde, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> woeste plaatsen, die van ouds geweest zijn, met degenen, die in den kuil nederdalen, opdat gij niet bewoond wordt; en Ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> sieraad herstellen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> land der levenden.",
   "text1637_html": "Dan sal ick u doen nederdalen met de gene die in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> kuyl nederdalen tot het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> oude volck, ende sal u doen nederliggen in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> onderste-plaetsen der aerde, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> woeste-plaetsen [die] van outs geweest zijn, met de gene die in den kuyl nederdalen, op dat ghy niet bewoont en wordet: ende ick sal den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> cieraet herstellen in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> lande der levendigen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "nederdalen",
     "new": "neerdalen",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "nederdalen",
     "new": "neerdalen",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "nederliggen",
     "new": "neerliggen",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "nederdalen,",
     "new": "neerdalen,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "Maar u zal Ik tot een groten schrik stellen, en gij zult er niet meer zijn; als gij gezocht wordt, zo zult gij niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt de Heere HEERE.",
   "text1637": "[Maer] u sal ick tot eenen [55] grooten schrick stellen, ende ghy en sulter [56] niet [meer] zijn: als ghy [57] gesocht wordt, so en sult ghy niet meer gevonden worden in eeuwicheyt, spreeckt de Heere HEERE.",
   "text2026": "Maar u zal Ik tot een grote schrik stellen, en u zult er niet meer zijn; als u gezocht wordt, zo zult u niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt Adonai JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "55",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "55 groten schrik stellen: Hebreeuws, verschrikkingen, beroerten, verbaasdheden; dat is, Ik zal u zo toerichten, dat een ieder zal schrikken als hij daarvan hoort en daaraan denkt.",
     "text1637": "Hebr. verschrickingen, beroerten, verbaestheden. D. ick sal u soo toerichten, dat een yeder sal schricken, als hy daer van hoort, ende daer aen denckt.",
     "text2026": "55 grote schrik stellen: Hebreeuws, verschrikkingen, beroerten, verbaasdheden; dat is, Ik zal u zo toerichten, dat een ieder zal schrikken als hij daarvan hoort en daaraan denkt."
    },
    {
     "marker": "56",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "56 niet meer zijn: Zie boven vers 14. Ezechiël 26:14: Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; gij zult zijn tot uitspreiding der netten, gij zult niet meer gebouwd worden; want Ik, de HEERE, heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
     "text1637": "Siet boven op vers 14.",
     "text2026": "56 niet meer zijn: Zie boven vers 14. Ezechiël 26:14: Ja, Ik zal u maken tot een gladde steenrots; u zult zijn tot uitspreiding van de netten, u zult niet meer gebouwd worden; want Ik, JAHWEH, heb het gesproken, spreekt de Heer JAHWEH."
    },
    {
     "marker": "57",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "57 gezocht wordt: Vergelijk Ps. 37:35, 37:36, enz. Psalmen 37:35: Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. Psalmen 37:36: Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.",
     "text1637": "Vergel. Psal. 37.35, 36. etc.",
     "text2026": "57 gezocht wordt: Vergelijk Ps. 37:35, 37:36, enz. Psalmen 37:35: Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. Psalmen 37:36: Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בַּלָּה֥וֹת",
     "strongs": "H1091",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "אֶתְּנֵ֖/ךְ",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵינֵ֑/ךְ",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/תְבֻקְשִׁ֗י",
     "strongs": "H1245",
     "morph": "HC/VPi2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "תִמָּצְאִ֥י",
     "strongs": "H4672",
     "morph": "HVNi2fs"
    },
    {
     "woord": "עוֹד֙",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "לְ/עוֹלָ֔ם",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻ֖ם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהֹוִֽה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar u zal Ik tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> grote schrik stellen, en u zult er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> niet meer zijn; als u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gezocht wordt, zo zult u niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Maar u zal Ik tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> groten schrik stellen, en gij zult er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> niet meer zijn; als gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gezocht wordt, zo zult gij niet meer gevonden worden in eeuwigheid, spreekt de Heere HEERE.",
   "text1637_html": "[Maer] u sal ick tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> grooten schrick stellen, ende ghy en sulter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> niet [meer] zijn: als ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gesocht wordt, so en sult ghy niet meer gevonden worden in eeuwicheyt, spreeckt de Heere HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "groten",
     "new": "grote",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "de Heere HEERE.",
     "new": "Adonai JAHWEH.",
     "principe": "G4"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "De tijt deser Prophetye, vers 1. van de verwoesting der stadt Tyrus, door de Chaldeen, om datse haer verheuchde over de verwoestinge van Ierusalem, 2. beschrijvinge van den schrick, ontsettinge, ende het wee-klagen datter zijn sal over Tyri haestige ende onverwachte verwoestinge. 15.",
  "text2026": "De tijd van deze profetie, vers 1, over de verwoesting van de stad Tyrus door de Chaldeeën, omdat zij zich verheugde over de verwoesting van Jeruzalem, 2. Beschrijving van de schrik, ontzetting en weeklacht die er zullen zijn over de spoedige en onverwachte verwoesting van Tyrus, 15."
 }
}
