{
  "number": 29,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
      "text1637": "INden [1] tienden jare, inde [2] tiende [maent], op den twaelfsten der maent, geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "text2026": "In het tiende jaar, in de tiende maand, op de twaalfde van de maand, kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 tiende jaar: Na de gevankelijke wegvoering van Jechonia of Jojachin. Vergelijk boven Ezech. 1:2, en onder Ezech. 33:21, enz. Ezechiël 1:2: Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin), Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.",
          "text1637": "Na de gevanckelicke wech-voeringe van Iechonias ofte Iojachin, Vergel. boven 1.2. ende onder 33.21, etc.",
          "text2026": "1 tiende jaar: Na de gevankelijke wegvoering van Jechonia of Jojachin. Vergelijk boven Ez. 1:2, en onder Ez. 33:21, enz. Ezechiël 1:2: Op de vijfde van die maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van de koning Jojachin), Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 tiende maand: In het kerkelijk jaar genoemd Tebeth, in het burgerlijk Tamus.",
          "text1637": "In’t kerckelick jaer genoemt Tebeth, in’t burgerlicke, Tamuz.",
          "text2026": "2 tiende maand: In het kerkelijk jaar genoemd Tebeth, in het burgerlijk Tamus."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/שָּׁנָה֙",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲשִׂירִ֔ית",
          "strongs": "H6224",
          "morph": "HTd/Aofsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/עֲשִׂרִ֕י",
          "strongs": "H6224",
          "morph": "HRd/Aomsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁנֵ֥ים",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HR/Acmda"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֖ר",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹ֑דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "In<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tiende jaar, in de tiende maand, op de twaalfde van de maand, kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "textSV1888_html": "In<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "INden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> tienden jare, inde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tiende [maent], op den twaelfsten der maent, geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den twaalfden der",
          "new": "de twaalfde van de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "geschiedde des HEEREN",
          "new": "kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.",
      "text1637": "Menschen kint [3], sett u aengesichte tegen [4] Pharao, den Coninck van Egypten: ende propheteert tegen hem, ende tegen het gantsch Egypten.",
      "text2026": "Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, de koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het hele Egypte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 zet uw aangezicht: Zie boven Ezech. 6:2. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelve;",
          "text1637": "Siet bov. 6. op vers 2.",
          "text2026": "3 zet uw aangezicht: Zie boven Ez. 6:2. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelfde;"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dezen houden sommigen geweest te zijn Farao Hofra. Zie Jer. 44:30, met de aantekening. Uit welke plaats afgenomen wordt dat hij schijnt geleefd te hebben ten tijde als de Joden, na Jeruzalems verwoesting door Nebukadnezar, vluchtten in Egypte. Anders was Farao een algemene naam der koningen van Egypte. Zie Gen. 12:15. Jeremia 44:30: Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.",
          "text1637": "Desen houden sommige geweest te zijn Pharao Hophra, Siet Ierem. 44.30. met d’aenteeck. uyt welcke plaetse afgenomen wort, dat hy schijnt geleeft te hebben ten tijde als de Ioden, na Ierusalems verwoestinge door Nebucadnezar, vluchteden in Egypten. anders was Pharao, een gemeyne naem der Coningen van Egypten. siet Gen. 12. op vers 15.",
          "text2026": "Deze houden sommigen geweest te zijn Farao Hofra. Zie Jer. 44:30, met de aantekening. Uit welke plaats afgenomen wordt dat hij schijnt geleefd te hebben ten tijde als de Joden, na Jeruzalems verwoesting door Nebukadnezar, vluchtten in Egypte. Anders was Farao een algemene naam van de koningen van Egypte. Zie Gen. 12:15. Jeremia 44:30: Zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal Farao Hofra, de koning van Egypte, geven in de hand zijn vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, de koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׂ֣ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "פָּנֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֖ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנָּבֵ֣א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HC/VNv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֔י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֖יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּֽ/הּ",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zet uw aangezicht tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Farao, de koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het hele Egypte.",
      "textSV1888_html": "Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zet uw aangezicht tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.",
      "text1637_html": "Menschen kint <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup>, sett u aengesichte tegen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Pharao, den Coninck van Egypten: ende propheteert tegen hem, ende tegen het gantsch Egypten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.",
      "text1637": "Spreeckt, ende segt, Soo seyt de Heere HEERE; Siet [5] ick [wil] aen u, ô Pharao, Coninck van Egypten; dien grooten [a] [6] Zee-draeck, die in’t midden sijner [7] rivieren leyt: Die daer seyt, Mijne [8] Riviere is mijne, ende ick heb die voor my [9] gemaeckt.",
      "text2026": "Spreek en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote zeedraak, die in het midden van zijn rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 Ik wil aan u: Gelijk boven Ezech. 28:22. Alzo onder vers 10, en Ezech. 30:22, enz. Ezechiël 28:22: En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn. Ezechiël 29:10: Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland. Ezechiël 30:22: Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.",
          "text1637": "Als bov. 28.22. alsoo onder vers 10. ende cap. 30.22. etc.",
          "text2026": "5 Ik wil aan u: Gelijk boven Ez. 28:22. Zo onder vers 10, en Ez. 30:22, enz. Ezechiël 28:22: En zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn. Ezechiël 29:10: Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van de toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland. Ezechiël 30:22: Daarom zegt de Heer JAHWEH zo: Ziet, Ik wil aan Farao, de koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, zowel de sterken als de verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 74:13, 74:14; Jes. 27;1, en Jes. 51:9, en onder Ezech. 32:2. Sommigen verstaan hier een krokodil. Psalmen 74:13: Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken. Psalmen 74:14: Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen. Jesaja 51:9: Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, Gij arm des HEEREN! ontwaak als in de verledene dagen, als in de geslachten van ouds; zijt Gij het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt? Ezechiël 32:2: Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, den koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij waart een jongen leeuw onder de heidenen gelijk; en gij waart als een zeedraak in de zeeën, en braakt voort in uw rivieren, en beroerdet het water met uw voeten, en vermodderdet hunlieder rivieren.",
          "text1637": "Siet Psal. 74.13, 14. Iesa. 27.1. ende 51.9. ende ond. 32.2. Sommige verstaen hier een Crocodyl.",
          "text2026": "Zie Ps. 74:13, 74:14; Jes. 27;1, en Jes. 51:9, en onder Ez. 32:2. Sommigen verstaan hier een krokodil. Psalmen 74:13: U hebt door Uw sterkte de zee gespleten; U hebt de koppen van de draken in de wateren verbroken. Psalmen 74:14: U hebt de koppen van de Leviathans verpletterd; U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in dorre plaatsen. Jesaja 51:9: Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, U arm van JAHWEH! ontwaak als in de vroegere dagen, als in de geslachten van ouds; bent U het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die de zeedraak verwond hebt? Ezechiël 32:2: Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, de koning van Egypte, en zeg tot hem: U was een jongen leeuw onder de heidenen gelijk; en u was als een zeedraak in de zeeën, en braakt voort in uw rivieren, en beroerde het water met uw voeten, en vermodderde hunlieder rivieren."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 rivieren ligt: Versta, de verscheidene armen en stromen van de grote en vermaarde rivier de Nijl, waardoor hij meende zo verzekerd te zijn, dat geen vijand, ja zelfs geen god [gelijk Herodot. lib. 2, schrijft] hem uit zijn rijk kon verdrijven.",
          "text1637": "Verst. de verscheyden armen ende stroomen van de groote ende vermaerde Riviere Nilus, waer door hy meynde soo versekert te zijn, dat geen vyant, ja selfs geen Godt (als Herodot. Lib. 2. schrijft) hem uyt sijn rijck konde verdrijven.",
          "text2026": "7 rivieren ligt: Versta, de verscheidene armen en stromen van de grote en vermaarde rivier de Nijl, waardoor hij meende zo verzekerd te zijn, dat geen vijand, ja zelfs geen god [gelijk Herodot. lib. 2, schrijft] hem uit zijn rijk kon verdrijven."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 rivier is de mijne: Nijl, daarover heb ik alleen te gebieden, zij is alleen tot mijn voordeel en verzekering; niemand anders heeft er gezag over, of kan haar mij benemen of ontwenden.",
          "text1637": "Nilus: daer over heb ick alleen te gebieden, sy is alleen tot mijn profijt ende versekeringe, niemant anders heefter gesach over, ofte canse my benemen ofte ontwenden.",
          "text2026": "8 rivier is de mijne: Nijl, daarover heb ik alleen te gebieden, zij is alleen tot mijn voordeel en verzekering; niemand anders heeft er gezag over, of kan haar mij benemen of ontwenden."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alzo geordineerd en verdeeld, tot gerief en sterkte van mijn koninkrijk.",
          "text1637": "Alsoo geordineert ende verdeylt, tot gerijf ende sterckte mijns Coninckrijcks.",
          "text2026": "Zo bestemd en verdeeld, tot gerief en sterkte van mijn koninkrijk."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 74:13; idem v. 14; Jes. 27:1; Jes. 51:9. Psalmen 74:13: Gij hebt door Uw sterkte de zee gespleten; Gij hebt de koppen der draken in de wateren verbroken. Psalmen 74:14: Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen. Jesaja 27:1: Te dien dage zal de HEERE met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja, den Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden. Jesaja 51:9: Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, Gij arm des HEEREN! ontwaak als in de verledene dagen, als in de geslachten van ouds; zijt Gij het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt?",
          "text1637": "Psal. 74.13, 14. Iesa. 27.1. ende 51.9.",
          "text2026": "Ps. 74:13; idem v. 14; Jes. 27:1; Jes. 51:9. Psalmen 74:13: U hebt door Uw sterkte de zee gespleten; U hebt de koppen van de draken in de wateren verbroken. Psalmen 74:14: U hebt de koppen van de Leviathans verpletterd; U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in dorre plaatsen. Jesaja 27:1: Te die dage zal JAHWEH met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken de Leviathan, de langwemelende slang, ja, de Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal de draak, die in de zee is, doden. Jesaja 51:9: Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, U arm van JAHWEH! ontwaak als in de vroegere dagen, als in de geslachten van ouds; bent U het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die de zeedraak verwond hebt?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דַּבֵּ֨ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֜",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֤י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֣ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/תַּנִּים֙",
          "strongs": "H8577",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּד֔וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֹבֵ֖ץ",
          "strongs": "H7257",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרָ֑י/ו",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֛ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרִ֖/י",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲשִׂיתִֽ/נִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Spreek en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zeedraak, die in het midden van zijn rivieren ligt; die daar zegt: <span class=\"direct-speech\"><i>Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> rivier is de mijne, en ik heb die voor mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> gemaakt.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zeedraak, die in het midden zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> rivieren ligt; die daar zegt: Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> rivier is de mijne, en ik heb die voor mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> gemaakt.",
      "text1637_html": "Spreeckt, ende segt, Soo seyt de Heere HEERE; Siet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ick [wil] aen u, ô Pharao, Coninck van Egypten; dien grooten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Zee-draeck, die in’t midden sijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> rivieren leyt: Die daer seyt, Mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Riviere is mijne, ende ick heb die voor my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> gemaeckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "dien groten",
          "new": "die grote",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "zijner",
          "new": "van zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en den vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.",
      "text1637": "Maer ick sal [10] haken in uwe kaken doen, ende den [11] visch uwer rivieren aen uwe schubben doen kleven: ende ick sal u uyt het midden uwer rivieren optrecken, ende al de visch uwer rivieren sal aen uwe schubben kleven.",
      "text2026": "Maar Ik zal haken in uw kaken doen, en de vis van uw rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden van uw rivieren optrekken, en al de vis van uw rivieren zal aan uw schubben kleven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 haken in uw kaken doen: Vergelijk Amos 4:2. Amos 4:2: De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen.",
          "text1637": "Vergel. Amos 4. op vers 2.",
          "text2026": "10 haken in uw kaken doen: Vergelijk Amos 4:2. Amos 4:2: De Heer JAHWEH heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over u zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 vis uwer rivieren: Dat is, uwe onderdanen zal Ik met u uittrekken [gelijk de kleine vissen hangen aan de schubben van zulke grote] en u tezamen ter plaatse voeren en trekken, waar gij zult varen, als volgt: Ik zal mijn oordeel eensdeels door de Cyreners [gelijk sommigen uit Herodot,lib. 2 menen] daarna door Nebukadnezar uitvoeren, van welke in het volgende vermeld is, vers 19, enz. en Ezech. 30:24, 30:25, enz.; vergelijk jer. 43:10, en Jer. 46:2, enz., en zie ook Jer. 44:30. De orde dezer geschiedenissen is bij de uitleggers wat duister, overmits Farao Hofra gehouden is voor een kindskind van Farao Necho, dien Nebukadnezar, bij het leven [gelijk men houdt] zijns vaders, Nebukadnezars den eersten, [anders genoemd Nabopolassar] heeft overwonnen, en daarna Egypte verwoest, blijvende de zaak zelve en de waarheid van Gods Woord buiten allen twijfel. Gelijk God in zijne genadebeloften het begin, vervolg en einde dikwijls samenvoegt en ondereen vermengt, alzo doet Hij ook in zijne strafprofetieën, dewijl alles Hem van eeuwigheid bekend is, en het ene zo zeker als het andere; waarop in de schriften der profeten zonderling dient gelet te worden. Vergelijk Jer. 46:2,13, met de aantekening op de beide verzen aldaar. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir. Ezechiël 30:24: En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt. Ezechiël 30:25: Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda. Jeremia 44:30: Alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal Farao Hofra, den koning van Egypte, geven in de hand zijner vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, den koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.",
          "text1637": "D. uwe onderdanen sal ick met u uyttrecken (gelijck de kleyne visschen hangen aen de schubben van sulcke groote) ende u t’ samen ter plaetsen voeren ende trecken, daer ghy sult varen, als volcht: ick sal mijn oordeel eensdeels door de Cyreners (als sommige uyt Herodot. Lib. 2. meynen) daerna, door Nebucadnezar uytvoeren, van welcken in ’t volgende vermeldt is, vers 19. etc. item 30.24, 25. etc. Vergel. Ier. 43.10. ende 46.2. etc. ende siet oock Ierem. 44. op vers 30. D’ordre deser geschiedenissen is by de uytleggers wat duyster, overmits Pharao Hophra gehouden is voor een kints kint van Pharao Necho, dien Nebucadnezar, by’t leven (alsmen houdt) sijns vaders, Nebucadnezars des eersten, (anders genoemt Nabopolassar) heeft overwonnen, ende daerna Egypten verwoest, blijvende de sake selfs, ende de waerheyt van Godts woort buyten allen twijfel. gelijck Godt in sijne genaden-beloften, het begin, vervolch, ende eynde dickwijls t’samen voecht, ende onder een vermengt: alsoo doet hy oock in sijne straf-propheteyen, dewijle alles hem van eeuwicheyt bekent is, ende het eene soo seker als’t ander: waerop inde schriften der Propheten sonderling dient gelett. Vergel. Ierem. 46.2, 13. met d’aenteeck. op beyde versen aldaer.",
          "text2026": "11 vis uw rivieren: Dat is, uwe onderdanen zal Ik met u uittrekken [gelijk de kleine vissen hangen aan de schubben van zulke grote] en u tezamen ter plaatse voeren en trekken, waar u zult varen, als volgt: Ik zal mijn oordeel eensdeels door de Cyreners [gelijk sommigen uit Herodot,lib. 2 menen] daarna door Nebukadnezar uitvoeren, van welke in het volgende vermeld is, vers 19, enz. en Ez. 30:24, 30:25, enz.; vergelijk jer. 43:10, en Jer. 46:2, enz., en zie ook Jer. 44:30. De orde van deze geschiedenissen is bij de uitleggers wat duister, omdat Farao Hofra gehouden is voor een kindskind van Farao Necho, die Nebukadnezar, bij het leven [gelijk men houdt] zijns vaders, Nebukadnezars de eerste, [anders genoemd Nabopolassar] heeft overwonnen, en daarna Egypte verwoest, blijvende de zaak zelve en de waarheid van Gods Woord buiten allen twijfel. Gelijk God in zijne genadebeloften het begin, vervolg en einde dikwijls samenvoegt en ondereen vermengt, zo doet Hij ook in zijne strafprofetieën, omdat alles Hem van eeuwigheid bekend is, en het ene zo zeker als het andere; waarop in de schriften van de profeten zonderling dient gelet te worden. Vergelijk Jer. 46:2,13, met de aantekening op de beide verzen daar. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal daarvan menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn legermacht. Ezechiël 30:24: En Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt. Ezechiël 30:25: Ja, Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarheen vallen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn zwaard in de hand van de koning van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het legermacht van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda. Jeremia 44:30: Zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal Farao Hofra, de koning van Egypte, geven in de hand zijn vijanden, en in de hand dergenen, die zijn ziel zoeken, gelijk als Ik Zedekia, de koning van Juda, gegeven heb in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn vijand, en die zijn ziel zocht. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het legermacht van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "חחיים",
          "strongs": "H2397",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/לְחָיֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H3895",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִדְבַּקְתִּ֥י",
          "strongs": "H1692",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "דְגַת",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קַשְׂקְשֹׂתֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H7193",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַעֲלִיתִ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/תּ֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דְּגַ֣ת",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קַשְׂקְשֹׂתֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H7193",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תִּדְבָּֽק",
          "strongs": "H1692",
          "morph": "HVqi3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> haken in uw kaken doen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> vis van uw rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden van uw rivieren optrekken, en al de vis van uw rivieren zal aan uw schubben kleven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> haken in uw kaken doen, en den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> vis uwer rivieren aan uw schubben doen kleven; en Ik zal u uit het midden uwer rivieren optrekken, en al de vis uwer rivieren zal aan uw schubben kleven.",
      "text1637_html": "Maer ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> haken in uwe kaken doen, ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> visch uwer rivieren aen uwe schubben doen kleven: ende ick sal u uyt het midden uwer rivieren optrecken, ende al de visch uwer rivieren sal aen uwe schubben kleven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij vallen; gij zult niet verzameld noch vergaderd worden; aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.",
      "text1637": "Ende ick sal u verlaten, inde woestijne, u, ende al den visch uwer rivieren; op het open velt sult ghy [12] vallen; ghy en sult niet [13] versamelt noch vergadert worden: [14] aen ’t gedierte der aerde, ende aen ’t gevogelte des hemels heb ick u ter spijse gegeven.",
      "text2026": "En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al de vis van uw rivieren; op het open veld zult u vallen; u zult niet verzameld noch bijeengebracht worden; aan het gedierte van de aarde en aan het gevogelte van de hemel heb Ik u tot voedsel gegeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, geslagen worden en omkomen. Zie Gen. 14:10. Of vallen voor liggen; gelijk elders. Genesis 14:10: Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen aldaar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.",
          "text1637": "D. geslagen worden ende omkomen. Siet Genes. 14. op vers 10. Ofte, vallen, voor, liggen, als elders.",
          "text2026": "Dat is, geslagen worden en omkomen. Zie Gen. 14:10. Of vallen voor liggen; gelijk elders. Genesis 14:10: Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen daar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 verzameld noch vergaderd worden: Ter begrafenis, alzo elders.",
          "text1637": "Ter begraeffenisse, alsoo elders.",
          "text2026": "13 verzameld noch vergaderd worden: Ter begrafenis, zo elders."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 aan het gedierte der aarde: Vergelijk Ps. 74:14, enz. Psalmen 74:14: Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 74.14, etc.",
          "text2026": "14 aan het gedierte van de aarde: Vergelijk Ps. 74:14, enz. Psalmen 74:14: U hebt de koppen van de Leviathans verpletterd; U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in dorre plaatsen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/נְטַשְׁתִּ֣י/ךָ",
          "strongs": "H5203",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּדְבָּ֗רָ/ה",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HTd/Ncmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "אוֹתְ/ךָ֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דְּגַ֣ת",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֤י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶה֙",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּפּ֔וֹל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֵאָסֵ֖ף",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVNi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִקָּבֵ֑ץ",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HVNi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/חַיַּ֥ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֛רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/ע֥וֹף",
          "strongs": "H5775",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁמַ֖יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "נְתַתִּ֥י/ךָ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָכְלָֽה",
          "strongs": "H402",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al de vis van uw rivieren; op het open veld zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vallen; u zult niet verzameld noch bijeengebracht worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup>;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aan het gedierte van de aarde en aan het gevogelte van de hemel heb Ik u tot voedsel gegeven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal u verlaten in de woestijn, u en al den vis uwer rivieren; op het open veld zult gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vallen; gij zult niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> verzameld noch vergaderd worden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aan het gedierte der aarde en aan het gevogelte des hemels heb Ik u ter spijze gegeven.",
      "text1637_html": "Ende ick sal u verlaten, inde woestijne, u, ende al den visch uwer rivieren; op het open velt sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vallen; ghy en sult niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> versamelt noch vergadert worden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aen ’t gedierte der aerde, ende aen ’t gevogelte des hemels heb ick u ter spijse gegeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "vergaderd",
          "new": "bijeengebracht",
          "principe": "V318"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des hemels",
          "new": "van de hemel",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "ter spijze",
          "new": "tot voedsel",
          "principe": "V49"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israëls een rietstaf geweest zijn.",
      "text1637": "Ende alle de inwoonders van Egypten sullen weten, dat ick de HEERE ben: om dat sy den huyse Israëls eenen [b] [15] riedt-staf geweest zijn.",
      "text2026": "En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, omdat zij voor het huis van Israël een rietstaf geweest zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 rietstaf geweest zijn: Hen opruiende tot rebellie tegen de Chaldeën, met belofte van grote hulp, die zij niet hebben gehouden. Zie 2 Kon. 18:21. 2 Koningen 18:21: Zie nu, vertrouwt gij u op dien gebroken rietstaf, op Egypte, op denwelken zo iemand leunt, zo zal hij in zijn hand gaan, en die doorboren; alzo is Farao, de koning van Egypte, al dengenen, die op hem vertrouwen.",
          "text1637": "Haer opruyende tot rebellie tegen de Chaldeen, met belofte van groote hulpe, die sy niet en hebben gehouden. Siet 2.Reg. 18. op vers 21.",
          "text2026": "15 rietstaf geweest zijn: Hen opruiende tot rebellie tegen de Chaldeën, met belofte van grote hulp, die zij niet hebben gehouden. Zie 2 Kon. 18:21. 2 Koningen 18:21: Zie nu, vertrouwt u u op die gebroken rietstaf, op Egypte, op denwelken zo iemand leunt, zo zal hij in zijn hand gaan, en die doorboren; zo is Farao, de koning van Egypte, al dengenen, die op hem vertrouwen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kon. 18:21; Jes. 36:6. 2 Koningen 18:21: Zie nu, vertrouwt gij u op dien gebroken rietstaf, op Egypte, op denwelken zo iemand leunt, zo zal hij in zijn hand gaan, en die doorboren; alzo is Farao, de koning van Egypte, al dengenen, die op hem vertrouwen. Jesaja 36:6: Zie, gij vertrouwt op dien gebrokenen rietstaf, op Egypte; op denwelken zo iemand leunt, zo zal hij in zijn hand gaan en die doorboren; alzo is Farao, de koning van Egypte, al dengenen, die op hem vertrouwen.",
          "text1637": "2.Reg. 18.21. Iesa. 36.6.",
          "text2026": "2 Kon. 18:21; Jes. 36:6. 2 Koningen 18:21: Zie nu, vertrouwt u u op die gebroken rietstaf, op Egypte, op denwelken zo iemand leunt, zo zal hij in zijn hand gaan, en die doorboren; zo is Farao, de koning van Egypte, al dengenen, die op hem vertrouwen. Jesaja 36:6: Zie, u vertrouwt op die gebrokenen rietstaf, op Egypte; op denwelken zo iemand leunt, zo zal hij in zijn hand gaan en die doorboren; zo is Farao, de koning van Egypte, al dengenen, die op hem vertrouwen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָֽדְעוּ֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֣י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֧עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הֱיוֹתָ֛/ם",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁעֶ֥נֶת",
          "strongs": "H4938",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֖ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, omdat zij voor het huis van Israël een rietstaf geweest zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup>.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En al de inwoners van Egypte zullen weten, dat Ik de HEERE ben, omdat zij den huize Israëls een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> rietstaf geweest zijn.",
      "text1637_html": "Ende alle de inwoonders van Egypten sullen weten, dat ick de HEERE ben: om dat sy den huyse Israëls eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> riedt-staf geweest zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den huize Israëls",
          "new": "voor het huis van Israël",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en liet alle lenden op zichzelven staan.",
      "text1637": "Als sy u by uwe hant grepen, so wiert ghy [16] gebroken, ende spletet hen alle [17] zijden: ende als sy op u leunden, so wiert ghy verbroken, ende [18] lietet alle lendenen op haer selven staen.",
      "text2026": "Als zij u bij uw hand grepen, zo werd u gebroken, en spleet hun alle zijden; en als zij op u leunden, zo werd u verbroken, en liet alle middel op zichzelf staan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gekrookt; hen niet alleen niet ondersteunende, maar ook kwetsende en steunende.",
          "text1637": "Ofte, gekroockt: haer niet alleen niet ondersteunende, maer oock quetsende, ende stekende.",
          "text2026": "Of, gekrookt; hen niet alleen niet ondersteunende, maar ook kwetsende en steunende."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, zijde; of de ganse zijde. Anders: schouder; hier wordt van lenen, of leunen en steunen gesproken.",
          "text1637": "Hebr. zijde: ofte, de gantsche zijde. And. schouder: hier wort van lenen, ofte, leunen ende steunen gesproken.",
          "text2026": "Hebreeuws, zijde; of de gehele zijde. Anders: schouder; hier wordt van lenen, of leunen en steunen gesproken."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 liet alle lenden op zichzelven staan: Hebreeuws, deedt hun alle lenden staan; dat is, gij verliet hen, liet hen staan op zichzelven, en bestaan zo zij het best konden, zonder hen te helpen of te ondersteunen, tegen uw beloften en hunne hoop of verwachting. Of aldus: En zoudt gij hun alle lenden doen slaan? dat is, staande of overeind houden.",
          "text1637": "Hebr. dedet hen alle lendenen staen. Dat is, ghy verlietse, lietse staen op haer selven, ende begaen, soose best konden, sonder haer te helpen, ofte t’ondersteunen tegen uwe beloften, ende hare hope, ofte verwachtinge. ofte aldus: Ende soudt ghy haer alle lendenen doen staen? Dat is, staende, ofte, over eynde houden.",
          "text2026": "18 liet alle lenden op zichzelf staan: Hebreeuws, deedt hun alle lenden staan; dat is, u verliet hen, liet hen staan op zichzelf, en bestaan zo zij het best konden, zonder hen te helpen of te ondersteunen, tegen uw beloften en hunne hoop of verwachting. Of aldus: En zoudt u hun alle lenden doen slaan? dat is, staande of overeind houden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/תָפְשָׂ֨/ם",
          "strongs": "H8610",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ךָ֤",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ב/כפ/ך",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תֵּר֔וֹץ",
          "strongs": "H7533",
          "morph": "HVNi2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָקַעְתָּ֥",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כָּתֵ֑ף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/הִֽשָּׁעֲנָ֤/ם",
          "strongs": "H8172",
          "morph": "HC/R/VNc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תִּשָּׁבֵ֔ר",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVNi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַעֲמַדְתָּ֥",
          "strongs": "H5976",
          "morph": "HC/Vhq2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מָתְנָֽיִם",
          "strongs": "H4975",
          "morph": "HNcmda"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als zij u bij uw hand grepen, zo werd u gebroken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup>, en spleet hun alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijden; en als zij op u leunden, zo werd u verbroken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> liet alle middel op zichzelf staan.",
      "textSV1888_html": "Als zij u bij uw hand grepen, zo werdt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gebroken, en spleet hun alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijden; en als zij op u leunden, zo werdt gij verbroken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> liet alle lenden op zichzelven staan.",
      "text1637_html": "Als sy u by uwe hant grepen, so wiert ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gebroken, ende spletet hen alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zijden: ende als sy op u leunden, so wiert ghy verbroken, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> lietet alle lendenen op haer selven staen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "werdt gij",
          "new": "werd u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "werdt gij",
          "new": "werd u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "lenden",
          "new": "middel",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zichzelven",
          "new": "zichzelf",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.",
      "text1637": "Daerom, soo seyt de Heere HEERE; Siet ick sal het [19] sweert over u brengen: ende ick sal uyt u mensch ende beest uytroeyen.",
      "text2026": "Daarom zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal het zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 het zwaard: Vijandelijke oorlogen, moord en verwoestingen.",
          "text1637": "Vyantlicke oorloge, moort ende verwoestinge.",
          "text2026": "19 het zwaard: Vijandelijke oorlogen, moord en verwoestingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֛י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵבִ֥יא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֖יִ/ךְ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "חָ֑רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכְרַתִּ֥י",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "מִמֵּ֖/ךְ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֥ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְהֵמָֽה",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zwaard over u brengen, en Ik zal uit u mens en beest uitroeien.",
      "text1637_html": "Daerom, soo seyt de Heere HEERE; Siet ick sal het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sweert over u brengen: ende ick sal uyt u mensch ende beest uytroeyen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat hij zegt: De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.",
      "text1637": "Ende Egypten-lant sal worden tot eene wildernisse ende woestheyt; ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben: om dat [20] hy seyt, [21] De Riviere is mijne, ende ick heb [die] gemaeckt.",
      "text2026": "En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben; omdat hij zegt: De rivier is van mij, en ik heb die gemaakt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Farao.",
          "text1637": "Pharao.",
          "text2026": "Farao."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 De rivier is mijn: Gelijk boven vers 3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.",
          "text1637": "Als boven vers 3.",
          "text2026": "21 De rivier is mijn: Gelijk boven vers 3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote zeedraak, die in het midden zijn rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיְתָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֨יִם֙",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁמָמָ֣ה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָרְבָּ֔ה",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֧עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֛ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְאֹ֥ר",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לִ֖/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָשִֽׂיתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben; omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> hij zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>De rivier is van mij, en ik heb die gemaakt.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "En Egypteland zal worden tot een wildernis en woestheid, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben; omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> hij zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> De rivier is mijn, en ik heb die gemaakt.",
      "text1637_html": "Ende Egypten-lant sal worden tot eene wildernisse ende woestheyt; ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben: om dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> hy seyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> De Riviere is mijne, ende ick heb [die] gemaeckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "mijn,",
          "new": "van mij,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland.",
      "text1637": "Daerom, siet ick [22] wil aen u, ende aen uwe Riviere: ende ick sal Egyptenlant stellen tot [23] woeste wilde eensaemheden, van den [24] toren [25] Syene af, tot aen de lantpale van [26] Moorenlant.",
      "text2026": "Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van de toren van Syene af, tot aan de grens van Morenland.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 wil aan u en aan uw rivier: Gelijk boven vers 3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.",
          "text1637": "Als boven vers 3.",
          "text2026": "22 wil aan u en aan uw rivier: Gelijk boven vers 3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote zeedraak, die in het midden zijn rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 woeste wilde eenzaamheden: Hebreeuws, woestheden der woestheid, der eenzaamheid, of wildernis, dat is, ten uiterste woest maken.",
          "text1637": "Hebr. woestheden der woestheyt der eensaemheyt, ofte, wildernisse. D. ten uytersten woest maken.",
          "text2026": "23 woeste wilde eenzaamheden: Hebreeuws, woestheden van de woestheid, van de eenzaamheid, of wildernis, dat is, ten uiterste woest maken (שְׁמָמָה)."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, Migdol; dat sommigen voor de stad Migdol, waarvan zie Jer. 44:1, en Jer. 46:14. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Jeremia 46:14: Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.",
          "text1637": "Hebr. Migdol, dat sommige nemen voor de stadt Migdol, waer van siet Ier. 44.41. ende 46.14.",
          "text2026": "Hebreeuws, Migdol; dat sommigen voor de stad Migdol, waarvan zie Jer. 44:1, en Jer. 46:14. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Jeremia 46:14: Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 Syrene af: Hebreeuws, Seveneh; dat is, van het ene einde des lands tot het andere, gelijk enigen dit verklaren. Doch Syene was een vermaarde stad in Egypte, gelegen juist onder den Kreeftscirkel, of tropicus Cancri, Plin.lib. 2 cap. 83. Enigen menen dat het nu genoemd is Asna.",
          "text1637": "Hebr. Seveneh. D. van het een eynde des lants tot het andere, gelijck eenige dit verklaren. doch Syene was een vermaerde stadt in Egypten, gelegen juyst onder den kreefts cirkel, ofte, tropicus Cancri, Plin. Lib. 2. 6. 75. Eenige meynen dat het nu genoemt zy Asna.",
          "text2026": "25 Syrene af: Hebreeuws, Seveneh; dat is, van het ene einde van het land tot het andere, gelijk enige dit verklaren. Maar Syene was een vermaarde stad in Egypte, gelegen juist onder de Kreeftscirkel, of tropicus Cancri, Plin.lib. 2 cap. 83. Enige menen dat het nu genoemd is Asna."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, Cusch. Zie Gen. 2:13, en Gen. 10:6. Dat Morenland aan Egypte grenst, wordt gehouden buiten twijfel. Zie Jes. 18:1, 18:2, en vergelijk onder Ezech. 30:4. Genesis 2:13: En de naam der tweede rivier is Gihon; deze is het, die het ganse land Cusch omloopt. Genesis 10:6: En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän. Jesaja 18:1: Wee het land, dat schaduwachtig is aan de frontieren, dat aan de zijde der rivieren van Morenland is; Jesaja 18:2: Dat gezanten zendt over de zee, en in schepen van biezen op de wateren! Gaat henen, gij snelle boden! tot een volk, dat getrokken is en geplukt, tot een volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een volk van regel en regel, en van vertreding, welks land de rivieren beroven. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.",
          "text1637": "Hebr. Cusch. siet Gen. 2. op vers 13. ende 10. op vers 6. dat moorenlant aen Egypten grenst, wort gehouden buyten twijfel. siet Iesa. 18. op versen 1, 2. ende vergel. ond. 30.4.",
          "text2026": "Hebreeuws, Cusch. Zie Gen. 2:13, en Gen. 10:6. Dat Morenland aan Egypte grenst, wordt gehouden buiten twijfel. Zie Jes. 18:1, 18:2, en vergelijk onder Ez. 30:4. Genesis 2:13: En de naam van de tweede rivier is Gihon; deze is het, die het gehele land Cusch omloopt. Genesis 10:6: En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän. Jesaja 18:1: Wee het land, dat schaduwachtig is aan de frontieren, dat aan de zijde van de rivieren van Morenland is; Jesaja 18:2: Dat gezanten zendt over de zee, en in schepen van biezen op de wateren! Gaat heen, u snelle boden! tot een volk, dat getrokken is en geplukt, tot een volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een volk van regel en regel, en van vertreding, welks land de rivieren beroven. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen van hen menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֛ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֥י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֞י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֗יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָרְבוֹת֙",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "חֹ֣רֶב",
          "strongs": "H2721",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָמָ֔ה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּגְדֹּ֥ל",
          "strongs": "H4024",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "סְוֵנֵ֖ה",
          "strongs": "H5482",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "גְּב֥וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כּֽוּשׁ",
          "strongs": "H3568",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom, zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> woeste wilde eenzaamheden, van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> van Syene af, tot aan de grens van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Morenland.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> woeste wilde eenzaamheden, van den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> van Syene af, tot aan de landpale van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Morenland.",
      "text1637_html": "Daerom, siet ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> wil aen u, ende aen uwe Riviere: ende ick sal Egyptenlant stellen tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> woeste wilde eensaemheden, van den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> toren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Syene af, tot aen de lantpale van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Moorenlant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.",
      "text1637": "Geen menschen-voet en sal door’t selve doorgaen, noch geen beesten-voet en sal door’t selve doorgaen: ende het sal veertich jaer [27] onbewoont zijn.",
      "text2026": "Geen mensenvoet zal daar doorgaan, en geen beestenvoet zal daar doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 onbewoond zijn: Zie van het Hebreeuwse woord Jer. 17:6. Jeremia 17:6: Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.",
          "text1637": "Siet van’t Hebr. woort Ier. 17. op vers 6.",
          "text2026": "27 onbewoond zijn: Zie van het Hebreeuwse woord Jer. 17:6. Jeremia 17:6: Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַעֲבָר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "בָּ/הּ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "רֶ֣גֶל",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֔ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֶ֥גֶל",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "בְּהֵמָ֖ה",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַעֲבָר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "בָּ֑/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵשֵׁ֖ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אַרְבָּעִ֥ים",
          "strongs": "H705",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָֽה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Geen mensenvoet zal daar doorgaan, en geen beestenvoet zal daar doorgaan, en het zal veertig jaren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> onbewoond zijn.",
      "textSV1888_html": "Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> onbewoond zijn.",
      "text1637_html": "Geen menschen-voet en sal door’t selve doorgaen, noch geen beesten-voet en sal door’t selve doorgaen: ende het sal veertich jaer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> onbewoont zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "door hetzelve",
          "new": "daar",
          "principe": "O4"
        },
        {
          "old": "door hetzelve",
          "new": "daar",
          "principe": "O4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.",
      "text1637": "Want ick sal Egypten-lant stellen [tot] eene verwoestinge in’t [28] midden der verwoeste landen, ende sijne steden sullen eene woestheyt zijn in’t midden der verwoeste steden, veertich jaer: ende ick sal de Egyptenaers verstroyen onder de heydenen, ende salse [29] verspreyden in de landen.",
      "text2026": "Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden van de verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden van de verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 midden der verwoeste landen: Dat is, in zulken staat als andere verwoeste landen en steden plegen te zijn, alzo onder Ezech. 30:7. Ezechiël 30:7: En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.",
          "text1637": "D. in sulcken staet, als andere verwoeste landen ende steden plegen te zijn: alsoo ond. 30.7.",
          "text2026": "28 midden van de verwoeste landen: Dat is, in zulken staat als andere verwoeste landen en steden plegen te zijn, zo onder Ez. 30:7. Ezechiël 30:7: En zij zullen verwoest worden in het midden van de verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden van de verwoeste steden."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 verspreiden in de landen: Of, wannen, verschudden. Alzo onder Ezech. 30:23. Ezechiël 30:23: En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.",
          "text1637": "Ofte, wannen, verschudden: alsoo ond. 30.23.",
          "text2026": "29 verspreiden in de landen: Of, wannen, verschudden. Zo onder Ez. 30:23. Ezechiël 30:23: En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֣י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֶרֶץ֩",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֨יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָמָ֜ה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲרָצ֣וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "נְשַׁמּ֗וֹת",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVNrfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָרֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֨וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עָרִ֤ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מָֽחֳרָבוֹת֙",
          "strongs": "H2717",
          "morph": "HVHsfpa"
        },
        {
          "woord": "תִּֽהְיֶ֣יןָ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָמָ֔ה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַרְבָּעִ֖ים",
          "strongs": "H705",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֑ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲפִצֹתִ֤י",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֨יִם֙",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/זֵרִיתִ֖י/ם",
          "strongs": "H2219",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֲרָצֽוֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> het midden van de verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden van de verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hen verspreiden in de landen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hen verspreiden in de landen.",
      "text1637_html": "Want ick sal Egypten-lant stellen [tot] eene verwoestinge in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> midden der verwoeste landen, ende sijne steden sullen eene woestheyt zijn in’t midde<i>n</i> der verwoeste steden, veertich jaer: ende ick sal de Egyptenaers verstroyen onder de heydenen, ende salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verspreyden in de landen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.",
      "text1637": "Maer soo seyt de Heere HEERE: ten eynde van [30] veertich jaer, sal ick de Egyptenaers vergaderen uyt de volcken, daer henen sy verstroyt zijn geworden.",
      "text2026": "Maar zo zegt Adonai JAHWEH: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars verzamelen uit de volken, waarheen zij verstrooid zijn geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 veertig jaren: Na deze verwoesting, als de monarchie der Babyloniërs naar het einde zal gaan.",
          "text1637": "Na dese verwoestinge, als de Monarchie der Babyloniers nae’t eynde sal gaen.",
          "text2026": "30 veertig jaren: Na deze verwoesting, als de monarchie van de Babyloniërs naar het einde zal gaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/קֵּ֞ץ",
          "strongs": "H7093",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אַרְבָּעִ֤ים",
          "strongs": "H705",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָה֙",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲקַבֵּ֣ץ",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עַמִּ֖ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָפֹ֥צוּ",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁמָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ten einde van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> veertig jaren zal Ik de Egyptenaars verzamelen uit de volken, waarheen zij verstrooid zijn geworden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden.",
      "text1637_html": "Maer soo seyt de Heere HEERE: ten eynde van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> veertich jaer, sal ick de Egyptenaers vergaderen uyt de volcken, daer henen sy verstroyt zijn geworden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "vergaderen",
          "new": "verzamelen",
          "principe": "V318"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.",
      "text1637": "Ende ick sal de gevanckenisse der Egyptenaren wenden, ende haer wederbrengen in den lande [31] Pathros, in’t lant hares [32] koophandels: ende aldaer sullen sy een [33] nedrich Coninckrijck zijn.",
      "text2026": "En Ik zal de gevangenis van de Egyptenaren wenden, en hen teruggeven in het land van Pathros, in het land van hun koophandel; en daar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 10:14. Genesis 10:14: En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.",
          "text1637": "Siet Gen. 10. op vers 14.",
          "text2026": "Zie Gen. 10:14. Genesis 10:14: En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, daar zij hunnen handel plegen te drijven met kopen en verkopen. Anders, verkering, woning. De zin is: Hun vaderland.",
          "text1637": "D. daer sy haren handel plegen te drijven met koopen ende verkoopen. and. verkeeringe, wooninge. De sin is, haer vaderlant.",
          "text2026": "Dat is, daar zij hun handel plegen te drijven met kopen en verkopen. Anders, verkering, woning. De zin is: Hun vaderland."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 nederig koninkrijk zijn: Onder de monarchie der Perzen. Vergelijk boven Ezech. 17:14. Ezechiël 17:14: Opdat het koninkrijk nederig zou zijn, zich niet verheffende, en dat het, zijn verbond houdende, bestaan mocht.",
          "text1637": "Onder de Monarchie der Persen. Vergel. boven 17.14.",
          "text2026": "33 nederig koninkrijk zijn: Onder de monarchie van de Perzen. Vergelijk boven Ez. 17:14. Ezechiël 17:14: Opdat het koninkrijk nederig zou zijn, zich niet verheffende, en dat het, zijn verbond houdende, bestaan mocht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שַׁבְתִּי֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שְׁב֣וּת",
          "strongs": "H7622",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲשִׁבֹתִ֤י",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "פַּתְר֔וֹס",
          "strongs": "H6624",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מְכֽוּרָתָ֑/ם",
          "strongs": "H4351",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָ֥יוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "מַמְלָכָ֥ה",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָלָֽה",
          "strongs": "H8217",
          "morph": "HAafsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de gevangenis van de Egyptenaren wenden, en hen teruggeven in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van Pathros, in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> van hun koophandel; en daar zullen zij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> nederig koninkrijk zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van Pathros, in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> huns koophandels; en aldaar zullen zij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> nederig koninkrijk zijn.",
      "text1637_html": "Ende ick sal de gevanckenisse der Egyptenaren wenden, ende haer wederbrengen in den lande <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Pathros, in’t lant hares <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> koophandels: ende aldaer sullen sy een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> nedrich Coninckrijck zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "wederbrengen",
          "new": "teruggeven",
          "principe": "V1031"
        },
        {
          "old": "huns koophandels;",
          "new": "van hun koophandel;",
          "principe": "V205"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.",
      "text1637": "Ende het sal nedriger zijn dan de [andere] Coninckrijcken, ende sich niet meer verheffen boven de heydenen: want ick salse verminderen, datse niet en sullen heerschen over de heydenen.",
      "text2026": "En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּמְלָכוֹת֙",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "תִּהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָלָ֔ה",
          "strongs": "H8217",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִתְנַשֵּׂ֥א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVti3fs"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִ֨מְעַטְתִּ֔י/ם",
          "strongs": "H4591",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בִלְתִּ֖י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HR/C"
        },
        {
          "woord": "רְד֥וֹת",
          "strongs": "H7287",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het zal nederiger zijn dan de andere koninkrijken, en zich niet meer verheffen boven de heidenen; want Ik zal hen verminderen, dat zij niet zullen heersen over de heidenen.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende het sal nedriger zijn dan de [andere] Coninckrijcken, ende sich niet meer verheffen boven de heydenen: want ick salse verminderen, datse niet en sullen heerschen over de heydenen."
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "En het zal den huize Israëls niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.",
      "text1637": "Ende het en sal den huyse Israëls niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der [34] ongerechticheyt doe gedencken, wanneerse nae [35] haerlieden [c] omsien: maer sy sullen weten, dat ick de Heere HEERE ben.",
      "text2026": "En het zal voor het huis van Israël niet meer zijn tot een vertrouwen, dat aan de ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij naar hen omzien; maar zij zullen weten, dat Ik Adonai JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 ongerechtigheid doet gedenken: Die zij in het handelen met de Egyptenaars begaan, en aderszins vanouds af vandaar gehaald hebben. Zie boven Ezech. 21:24, met de aantekening, en wijders Ezech. 18:22, 18:24, en Ezech. 23:19, 23:20, 23:21. Ezechiël 21:24: Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Omdat gijlieden uwer ongerechtigheid doet gedenken, doordien uw overtredingen ontdekt worden, zodat uw zonden gezien worden in al uw handelingen; omdat uwer gedacht wordt, zult gij met de hand gegrepen worden. Ezechiël 18:22: Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Ezechiël 18:24: Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven. Ezechiël 23:19: Doch zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte. Ezechiël 23:20: En zij werd verliefd meer dan derzelver bijwijven, welker vlees is als het vlees der ezelen, en welker vloed is als de vloed der paarden. Ezechiël 23:21: Alzo hebt gij weder opgehaald de schandelijke daad uwer jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uwer jeugd.",
          "text1637": "Die sy in’t handelen met de Egyptenaers begaen, ende andersins van outs af van daer gehaelt hebben. Siet boven 21.24. met d’aenteeck. ende wijders 8.10, 14. ende 23.19, 20, 21.",
          "text2026": "34 ongerechtigheid doet gedenken: Die zij in het handelen met de Egyptenaars begaan, en aderszins vanouds af vandaar gehaald hebben. Zie boven Ez. 21:24, met de aantekening, en verder Ez. 18:22, 18:24, en Ez. 23:19, 23:20, 23:21. Ezechiël 21:24: Daarom zegt de Heer JAHWEH zo: Omdat u uw ongerechtigheid doet gedenken, doordien uw overtredingen ontdekt worden, zodat uw zonden gezien worden in al uw handelingen; omdat uw gedacht wordt, zult u met de hand gegrepen worden. Ezechiël 18:22: Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Ezechiël 18:24: Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven. Ezechiël 23:19: Maar zij vermenigvuldigde haar hoererijen, gedenkende aan de dagen van haar jeugd, als zij gehoereerd had in het land van Egypte. Ezechiël 23:20: En zij werd verliefd meer dan van hen bijwijven, van wie vlees is als het vlees van de ezelen, en van wie vloed is als de vloed van de paarden. Ezechiël 23:21: Zo hebt u weer opgehaald de schandelijke daad uw jeugd, als die van Egypte uw tepelen betastten, vanwege de borsten uw jeugd."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 henlieden omzien: Of, als zij naar hen omzagen; te weten naar de Egyptenaars; niet op mij, maar op Egypte vertrouwende, en alzo van mij afwijkende; waardoor zij mij oorzaak zouden geven om het een met het ander tezamen hunlieden te gedenken en te straffen. Zie Gen. 8:1. Genesis 8:1: En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.",
          "text1637": "Ofte, als sy nae haer omsagen: te weten, nae de Egyptenaers: niet op my, maer op Egypten vertrouwende, ende alsoo van my afwijckende: waer door sy my oorsake souden geven, om het een met het ander t’samen haerlieden te gedencken, ende te straffen. siet Genes. 8. op vers 1.",
          "text2026": "35 henlieden omzien: Of, als zij naar hen omzagen; te weten naar de Egyptenaars; niet op mij, maar op Egypte vertrouwende, en zo van mij afwijkende; waardoor zij mij oorzaak zouden geven om het een met het ander tezamen hunlieden te gedenken en te straffen. Zie Gen. 8:1. Genesis 8:1: En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Klaagl. 4:17. Klaagliederen 4:17: Ain. Nog bezweken ons onze ogen, ziende naar onze ijdele hulp; wij gaapten met ons gapen op een volk, dat niet kon verlossen.",
          "text1637": "Thren. 4.17.",
          "text2026": "Klaagl. 4:17. Klaagliederen 4:17: Ain. Nog bezweken ons onze ogen, ziende naar onze ijdele hulp; wij gaapten met ons gapen op een volk, dat niet kon verlossen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עוֹד֩",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֨ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֤ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִבְטָח֙",
          "strongs": "H4009",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מַזְכִּ֣יר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "עָוֺ֔ן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/פְנוֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H6437",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָ֣דְע֔וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֖י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het zal voor het huis van Israël niet meer zijn tot een vertrouwen, dat aan de ongerechtigheid doet gedenken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup>, wanneer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> zij naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> hen omzien; maar zij zullen weten, dat Ik Adonai JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En het zal den huize Israëls niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> ongerechtigheid doet gedenken, wanneer zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> henlieden omzien; maar zij zullen weten, dat Ik de Heere HEERE ben.",
      "text1637_html": "Ende het en sal den huyse Israëls niet meer zijn tot een vertrouwen, dat der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> ongerechticheyt doe gedencken, wanneerse nae <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> haerlieden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> omsien: maer sy sullen weten, dat ick de Heere HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den huize Israëls",
          "new": "voor het huis van Israël",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "aan de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "henlieden",
          "new": "hen",
          "principe": "V395"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE",
          "new": "Adonai JAHWEH",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:",
      "text1637": "Voorts gebeurdet in’t [36] seven ende twintichste jaer, inde [37] eerste [maent], op den eersten der maent; [dat] het woort des HEEREN tot my geschiedde, seggende:",
      "text2026": "Verder gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op de eerste van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 zeven en twintigste jaar: Zie vers 1. Ezechiël 29:1: In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
          "text1637": "Siet vers 1.",
          "text2026": "36 zeven en twintigste jaar: Zie vers 1. Ezechiël 29:1: In het tiende jaar, in de tiende maand, op de twaalfden van de maand, geschiedde van JAHWEH woord tot mij, zeggende:"
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 eerste maand: Nisan, in het kerkelijk jaar; Thisri in het burgerlijke.",
          "text1637": "Nisan, in’t kerckelick jaer. Thisri, in’t burgerlicke.",
          "text2026": "37 eerste maand: Nisan, in het kerkelijk jaar; Thisri in het burgerlijke."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֗י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֶשְׂרִ֤ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HR/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "וָ/שֶׁ֨בַע֙",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֔ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/רִאשׁ֖וֹן",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶחָ֣ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HR/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹ֑דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder gebeurde het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in het zeven en twintigste jaar, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> de eerste maand, op de eerste van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Voorts gebeurde het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in het zeven en twintigste jaar, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:",
      "text1637_html": "Voorts gebeurdet in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> seven ende twintichste jaer, inde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> eerste [maent], op den eersten der maent; [dat] het woort des HEEREN tot my geschiedde, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "het woord des HEEREN tot mij geschiedde",
          "new": "het woord van JAHWEH tot mij kwam",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "Voorts",
          "new": "Verder",
          "principe": "V27"
        },
        {
          "old": "den eersten der",
          "new": "de eerste van de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "geschiedde,",
          "new": "gebeurde,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.",
      "text1637": "Menschen kint, Nebucadrezar, de Coninck van Babel, heeft sijn heyr eenen grooten dienst doen dienen tegen [38] Tyrus; alle [39] hoofden zijn [40] kael geworden, ende [41] alle zijden zijn uytgepluckt: Ende noch hy, noch sijn heyr, en heeft geen loon gehadt van wegen Tyrus, voor den dienst, dien hy tegen haer gedient heeft.",
      "text2026": "Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn leger een grote dienst doen dienen tegen Tyrus; alle hoofden zijn kaal geworden, en alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn leger heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor de dienst, die hij tegen haar gediend heeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 26, Ezech. 27, Ezech. 28.",
          "text1637": "Siet bov. capp. 26. 27. 28.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 26, Ez. 27, Ez. 28."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, hoofdzijde.",
          "text1637": "Hebr. hooft-zijde.",
          "text2026": "Hebreeuws, hoofdzijde."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 kaal geworden: Dat is, zijn krijgsvolk is bloot, berooid, vermoeid en uitgemergeld geworden door de belegering van Tyrus, als hebbende geduurd, naar het vermelden van de oude historiën [Joseph. cont. App. lib. 1,] dertien jaar lang.",
          "text1637": "D. sijn krijchsvolck is bloot, beroyt, vermoeyt, ende uytgemergelt geworden door de belegeringe van Tyrus, als hebbende geduert, nae’t vermelden van oude historien, (Ioseph. cont. App. lib. 1.) dertien jaer lanck.",
          "text2026": "40 kaal geworden: Dat is, zijn krijgsvolk is bloot, berooid, vermoeid en uitgemergeld geworden door de belegering van Tyrus, als hebbende geduurd, naar het vermelden van de oude historiën [Joseph. cont. App. lib. 1,] dertien jaar lang."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 alle zijden zijn uitgeplukt: Of, alle schouders zijn gestroopt, door het dragen van lasten.",
          "text1637": "Ofte, alle schouderen zijn gestroopt. door het dragen van lasten.",
          "text2026": "41 alle zijden zijn uitgeplukt: Of, alle schouders zijn gestroopt, door het dragen van lasten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֣ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּ֠בֶל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֶעֱבִ֨יד",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "חֵיל֜/וֹ",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲבֹדָ֤ה",
          "strongs": "H5656",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "גְדֹלָה֙",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "צֹ֔ר",
          "strongs": "H6865",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹ֣אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֻקְרָ֔ח",
          "strongs": "H7139",
          "morph": "HVHsmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כָּתֵ֖ף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מְרוּטָ֑ה",
          "strongs": "H4803",
          "morph": "HVqsfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֠/שָׂכָר",
          "strongs": "H7939",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הָ֨יָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "ל֤/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/חֵיל/וֹ֙",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/צֹּ֔ר",
          "strongs": "H6865",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲבֹדָ֖ה",
          "strongs": "H5656",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָבַ֥ד",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֶֽי/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn leger een grote dienst doen dienen tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Tyrus; alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hoofden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> kaal geworden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn leger heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor de dienst, die hij tegen haar gediend heeft.",
      "textSV1888_html": "Mensenkind! Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft zijn heir een groten dienst doen dienen tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Tyrus; alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hoofden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> kaal geworden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> alle zijden zijn uitgeplukt; en noch hij, noch zijn heir heeft loon gehad vanwege Tyrus, voor den dienst, dien hij tegen haar gediend heeft.",
      "text1637_html": "Menschen kint, Nebucadrezar, de Coninck van Babel, heeft sijn heyr eenen grooten dienst doen dienen tegen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Tyrus; alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hoofden zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> kael geworden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> alle zijden zijn uytgepluckt: Ende noch hy, noch sijn heyr, en heeft geen loon gehadt van wegen Tyrus, voor den dienst, dien hy tegen haer gedient heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "heir",
          "new": "leger",
          "principe": "O2"
        },
        {
          "old": "groten",
          "new": "grote",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "heir",
          "new": "leger",
          "principe": "O2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.",
      "text1637": "Daerom, soo seyt de Heere HEERE; Siet ick sal Nebucadrezar, den Coninck van Babel, Egypten-lant geven: ende hy sal [42] desselven [43] menichte wechvoeren, ende desselven buyt buyten, ende desselven roof rooven, ende het sal den loon zijn voor sijn heyr.",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal daarvan menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn leger.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Egypteland.",
          "text1637": "Egyptenlants.",
          "text2026": "Van Egypteland."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gemene volk, of overvloed, rijkdom; ziet van het Hebreeuwse woord Ps. 37:16; Jer. 46:25; alzo onder Ezech. 30:4, 30:10, 30:15, en Ezech. 31:2, 31:18; en Ezech. 32:12, 32:16, enz. Psalmen 37:16: Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Jeremia 46:25: De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden. Ezechiël 30:10: Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel. Ezechiël 30:15: En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien. Ezechiël 31:2: Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid? Ezechiël 31:18: Wien zijt gij alzo gelijk in heerlijkheid en grootheid, onder de bomen van Eden? Ja, gij zult nedergevoerd worden met de bomen van Eden, tot het onderste der aarde; in het midden der onbesnedenen zult gij liggen, met de verslagenen door het zwaard. Dat is Farao, en zijn ganse menigte, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 32:12: Ik zal uw menigte vellen door de zwaarden der helden, die al te zamen de tirannigste der heidenen zijn; die zullen de hovaardij van Egypte verstoren, en haar ganse menigte zal verdelgd worden. Ezechiël 32:16: Dat is het klaaglied, en dat zullen zij klagelijk zingen; de dochteren der heidenen zullen het klagelijk zingen; zij zullen het klagelijk zingen over Egypte en over haar ganse menigte, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Ofte, gemeene volck, ofte, overvloet, rijckdom. Siet van’t Hebr. woort Psal. 37. op vers 16. Ier. 46. op vers 25. alsoo ond. 30.4, 10, 15. ende 31,2, 18. ende 32.12, 16, etc.",
          "text2026": "Of, gemene volk, of overvloed, rijkdom; ziet van het Hebreeuwse woord Ps. 37:16; Jer. 46:25; zo onder Ez. 30:4, 30:10, 30:15, en Ez. 31:2, 31:18; en Ez. 32:12, 32:16, enz. Psalmen 37:16: Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Jeremia 46:25: De JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen van hen menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden. Ezechiël 30:10: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel. Ezechiël 30:15: En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien. Ezechiël 31:2: Mensenkind! zeg tot Farao, de koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wie bent u gelijk in uw grootheid? Ezechiël 31:18: Wie bent u zo gelijk in heerlijkheid en grootheid, onder de bomen van Eden? Ja, u zult nedergevoerd worden met de bomen van Eden, tot het onderste van de aarde; in het midden van de onbesnedenen zult u liggen, met de verslagenen door het zwaard. Dat is Farao, en zijn gehele menigte, spreekt de Heer JAHWEH. Ezechiël 32:12: Ik zal uw menigte vellen door de zwaarden van de helden, die al te zamen de tirannigste van de heidenen zijn; die zullen de hovaardij van Egypte verstoren, en haar gehele menigte zal verdelgd worden. Ezechiël 32:16: Dat is het klaaglied, en dat zullen zij klagelijk zingen; de dochters van de heidenen zullen het klagelijk zingen; zij zullen het klagelijk zingen over Egypte en over haar gehele menigte, spreekt de Heer JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֥י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֹתֵ֛ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָשָׂ֨א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "הֲמֹנָ֜/הּ",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁלַ֤ל",
          "strongs": "H7997",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁלָלָ/הּ֙",
          "strongs": "H7998",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָזַ֣ז",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּזָּ֔/הּ",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיְתָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "שָׂכָ֖ר",
          "strongs": "H7939",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/חֵילֽ/וֹ",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> daarvan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn leger.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> deszelfs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.",
      "text1637_html": "Daerom, soo seyt de Heere HEERE; Siet ick sal Nebucadrezar, den Coninck van Babel, Egypten-lant geven: ende hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> desselven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> menichte wechvoeren, ende desselven buyt buyten, ende desselven roof rooven, ende het sal den loon zijn voor sijn heyr.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "deszelfs",
          "new": "daarvan",
          "principe": "V110"
        },
        {
          "old": "deszelfs",
          "new": "daarvan",
          "principe": "V110"
        },
        {
          "old": "deszelfs",
          "new": "daarvan",
          "principe": "V110"
        },
        {
          "old": "heir.",
          "new": "leger.",
          "principe": "O2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "[Tot] sijn [44] arbeyts-loon, om dat hy tegen [45] haer gedient heeft, heb ick hem Egyptenlant gegeven, om datse [46] voor my [47] gewrocht hebben, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewerkt hebben, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergelijk Jer. 22:3. Jeremia 22:3: Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
          "text1637": "Vergel. Ierem. 22. op vers 13.",
          "text2026": "Vergelijk Jer. 22:3. Jeremia 22:3: Zo zegt JAHWEH: Doet recht en gerechtigheid, en redt de beroofde uit de hand van de verdrukkers; en onderdrukt de vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 haar gediend heeft: De stad Tyrus.",
          "text1637": "De stadt Tyrus.",
          "text2026": "45 haar gediend heeft: De stad Tyrus."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 voor Mij: Niet dat het oogmerk van Nebukadnezar en zijn krijgsvolk geweest is, den waren God van Israël in dezen te gehoorzamen [die boos genoemd worden, onder Ezech. 30:12], maar omdat God hen door zijn verborgen regering tot uitvoering van dit zijn oordeel gebruikt heeft als tot zijn dienst; zie Jer. 25:9. Hoewel het zou kunnen wezen dat Nebukadnezar van Ezechiëls profetie [als in Babylonië geschied zijnde] vernomen hebbende door Gods bestuur, zijn voornemen te stijver vervolgd hebbe. Vergelijk Jer. 40:2, 40:3. Ezechiël 30:12: En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. Jeremia 40:2: Want de overste der trawanten liet Jeremia halen, en zeide tot hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken. Jeremia 40:3: En de HEERE heeft het doen komen, en gedaan, gelijk als Hij gesproken had; want gijlieden hebt gezondigd tegen den HEERE, en Zijner stem niet gehoorzaamd; daarom is ulieden deze zaak geschied.",
          "text1637": "Niet dat Nebucadnezars ende sijns krijchs-volcks oogemerck geweest zy, den waren Godt Israels in desen te gehoorsamen (die boose genoemt worden onder 30.12.) maer om dat Godt haer door sijne verborgene regeringe tot uytvoeringe van dit sijn oordeel gebruyckt heeft, als tot sijnen dienst. Siet Ierem. 25. op vers 9. hoewel het soude konnen wesen, dat Nebucadnezar van Ezechiels prophetye (als in Babylonien geschiedt zijnde) vernomen hebbende door Godts bestier, sijn voornemen te stijver vervolcht hebbe. Vergel. Ierem. 40.2, 3.",
          "text2026": "46 voor Mij: Niet dat het oogmerk van Nebukadnezar en zijn krijgsvolk geweest is, de waren God van Israël in deze te gehoorzamen [die boos genoemd worden, onder Ez. 30:12], maar omdat God hen door zijn verborgen regering tot uitvoering van dit zijn oordeel gebruikt heeft als tot zijn dienst; zie Jer. 25:9. Hoewel het zou kunnen wezen dat Nebukadnezar van Ezechiëls profetie [als in Babylonië geschied zijnde] vernomen hebbende door Gods bestuur, zijn voornemen te stijver vervolgd hebbe. Vergelijk Jer. 40:2, 40:3. Ezechiël 30:12: En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand van de bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand van de vreemden: Ik, JAHWEH, heb het gesproken. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt JAHWEH; en tot Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelfde, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. Jeremia 40:2: Want de overste van de trawanten liet Jeremia halen, en zei tot hem: De JAHWEH, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken. Jeremia 40:3: En JAHWEH heeft het doen komen, en gedaan, gelijk als Hij gesproken had; want u hebt gezondigd tegen JAHWEH, en Zijn stem niet gehoorzaamd; daarom is u deze zaak geschied."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ruth 2:19; Spreuk. 31:13. Ruth 2:19: Toen zeide haar schoonmoeder tot haar: Waar hebt gij heden opgelezen, en waar hebt gij gewrocht? Gezegend zij, die u gekend heeft! En zij verhaalde haar schoonmoeder, bij wien zij gewrocht had, en zeide: De naam des mans, bij welken ik heden gewrocht heb, is Boaz. Spreuken 31:13: Daleth. Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust harer handen.",
          "text1637": "Siet van sulcken gebruyck des Hebr. woorts. Ruth 2. op vers 19. Prov. 31. op vers 13.",
          "text2026": "Zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ruth 2:19; Spreuk. 31:13. Ruth 2:19: Toen zei haar schoonmoeder tot haar: Waar hebt u heden opgelezen, en waar hebt u gewrocht? Gezegend zij, die u gekend heeft! En zij verhaalde haar schoonmoeder, bij wie zij gewrocht had, en zei: De naam van de man, bij welke ik heden gewrocht heb, is Boaz. Spreuken 31:13: Daleth. Zij zoekt wol en vlas, en werkt met lust haar handen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פְּעֻלָּת/וֹ֙",
          "strongs": "H6468",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָ֣בַד",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ֔/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "ל֖/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר֙",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָ֣שׂוּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִ֔/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zijn arbeidsloon, omdat hij tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> voor Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> gewerkt hebben, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zijn arbeidsloon, omdat hij tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> voor Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "[Tot] sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> arbeyts-loon, om dat hy tegen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> haer gedient heeft, heb ick hem Egyptenlant gegeven, om datse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> voor my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> gewrocht hebben, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gewrocht",
          "new": "gewerkt",
          "principe": "V88"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Te dien dage zal Ik den hoorn van het huis Israëls doen uitspruiten, en u opening des monds geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Te dien dage sal ick den [48] hoorn van het huys Israëls doen uytspruyten, ende u [49] openinge des monts geven in’t midden van [50] hen, ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Te die dage zal Ik de hoorn van het huis van Israël doen uitspruiten, en u opening van de mond geven in het midden van hen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 hoorn van het huis Israëls: Dat is, de eer en het aanzien mijner kerk, wederom [als een kruid uit de aarde] doen rijzen in het midden der gevangenschap, zulks dat gij vrijuit van mij en mijne werken, zelfs in Babel, zult durven spreken en mijnen lof verbreiden; waartoe God ontwijfelijk gebruikt heeft zo de vervulling van zulke profetieën als de aangenaamheid, hoogheid en vermaardheid van Daniël en de zijnen. Zie Dan. 2:46, en Dan. 3:29, en Dan. 4:37, en Dan. 5:29. Of, men kan het in het algemeen nemen als ene profetei van de genade, die God zijne kerk gewoon is te bewijzen na grote verdrukkingen, gelijk deze in Babel geweest was. Waardoor Hij hun oorzaak geeft zijn heiligen naam openlijk te roemen. Daniël 2:46: Toen viel de koning Nebukadnezar op zijn aangezicht, en aanbad Daniël; en hij zeide, dat men hem met spijsoffer en liefelijk reukwerk een drankoffer doen zou. Daniël 3:29: Daarom wordt van mij een bevel gegeven, dat alle volk, natie en tong, die lastering spreekt tegen den God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, in stukken gehouwen worde, en zijn huis tot een drekhoop gesteld worde; want er is geen ander God, Die alzo verlossen kan. Daniël 4:37: Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen. Daniël 5:29: Toen beval Belsazar, en zij bekleedden Daniël met purper, met een gouden keten om zijn hals, en zij riepen overluid van hem, dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was.",
          "text1637": "D. d’eere ende ’t aensien mijner kercke, wederom (als een kruyt uyt der aerde) doen rijsen in’t midden der gevanckenisse, sulcks dat ghy vry uyt van my ende mijne wercken, selfs in Babel, sult derven spreken, ende mijnen lof verbreyden: waer toe Godt ontwijfelick gebruyckt heeft, soo de vervullinge sulcker prophetyen, als de aengenaemheyt, hoocheyt ende vermaertheyt van Daniel ende de sijne. siet Dan. 2.46. ende 3.29. ende 4.37. ende 5.29. ofte, men kan’t in’t gemeyn nemen als eene prophetye vande genade, die Godt sijner kercke gewoon is te bewijsen na groote verdruckingen, als dese in Babel geweest was. waer door hy haer oorsake geeft sijnen H. naem opentlick te roemen.",
          "text2026": "48 hoorn van het huis van Israël: Dat is, de eer en het aanzien mijner kerk, opnieuw [als een kruid uit de aarde] doen rijzen in het midden van de gevangenschap, zulks dat u vrijuit van mij en mijne werken, zelfs in Babel, zult durven spreken en mijnen lof verbreiden; waartoe God ontwijfelijk gebruikt heeft zo de vervulling van zulke profetieën als de aangenaamheid, hoogheid en vermaardheid van Daniël en de zijn. Zie Dan. 2:46, en Dan. 3:29, en Dan. 4:37, en Dan. 5:29. Of, men kan het in het algemeen nemen als ene profetei van de genade, die God zijne kerk gewoon is te bewijzen na grote verdrukkingen, gelijk deze in Babel geweest was. Waardoor Hij hun oorzaak geeft zijn heilige naam openlijk te roemen. Daniël 2:46: Toen viel de koning Nebukadnezar op zijn aangezicht, en aanbad Daniël; en hij zei, dat men hem met spijsoffer en liefelijk reukwerk een drankoffer doen zou. Daniël 3:29: Daarom wordt van mij een bevel gegeven, dat alle volk, natie en tong, die lastering spreekt tegen de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, in stukken gehouwen worde, en zijn huis tot een drekhoop gesteld worde; want er is geen ander God, Die zo verlossen kan. Daniël 4:37: Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk de Koning van de hemel, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen. Daniël 5:29: Toen beval Belsazar, en zij bekleedden Daniël met purper, met een gouden keten om zijn hals, en zij riepen overluid van hem, dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 opening des monds geven: Zie Ps. 51:17; Spreuk. 31:8, en boven Ezech. 16:63, en onder Ezech. 33:22; Ef. 6:19, met de aantekening. Psalmen 51:17: Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen. Spreuken 31:8: Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden. Ezechiël 16:63: Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 33:22: Nu was de hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom. Efeziërs 6:19: En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;",
          "text1637": "Siet Psal. 51.17. Prov. 33.2. ende boven 16.63. ende onder 33.22. Ephes. 6.19. met d’aenteeck.",
          "text2026": "49 opening van de mond geven: Zie Ps. 51:17; Spreuk. 31:8, en boven Ez. 16:63, en onder Ez. 33:22; Ef. 6:19, met de aantekening. Psalmen 51:17: Heer, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen. Spreuken 31:8: Open uw mond voor de stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden. Ezechiël 16:63: Opdat u het gedachtig bent, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al wat u gedaan hebt, spreekt de Heer JAHWEH. Ezechiël 33:22: Nu was de hand van JAHWEH op mij geweest van de avond, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij van de morgen tot mij kwam. Zo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom. Efeziërs 6:19: En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;"
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Babyloniërs.",
          "text1637": "De Babyloniers.",
          "text2026": "De Babyloniërs."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֗וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַצְמִ֤יחַ",
          "strongs": "H6779",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "קֶ֨רֶן֙",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/ךָ֛",
          "strongs": "",
          "morph": "HC/R/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "פִּתְחֽוֹן",
          "strongs": "H6610",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֖ה",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָ֑/ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Te die dage zal Ik de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> hoorn van het huis van Israël doen uitspruiten, en u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> opening van de mond geven in het midden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> hen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Te dien dage zal Ik den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> hoorn van het huis Israëls doen uitspruiten, en u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> opening des monds geven in het midden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> hen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Te dien dage sal ick den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> hoorn van het huys Israëls doen uytspruyten, ende u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> openinge des monts geven in’t midden van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> hen, ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des monds",
          "new": "van de mond",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Tijt deser prophetye vers 1. tegen Pharao ende gantsch Egypten, 2. met belofte van eene kleyne herstellinge, 13. op dat Godts volck sich niet meer op Egypten en vertrouwe, noch door meyneedicheyt in lijden brenge, 16. tijt der volgender prophetye, 17. in de welcke Godt den Coninck Nebucadrezar Egyptenlant geeft tot loon van sijnen dienst, tegen Tyrus, 18. herstellinge Israëls, 21.",
    "text2026": "De tijd van deze profetie, vers 1; tegen Farao en heel Egypte, 2; met belofte van een kleine herstelling, 13; opdat Gods volk niet meer op Egypte vertrouwt, noch zich door meinedigheid in lijden brengt, 16. De tijd van de volgende profetie, 17, waarin God koning Nebukadnezar het land Egypte geeft als loon voor zijn dienst tegen Tyrus, 18. Herstelling van Israël, 21."
  }
}
