{
  "number": 30,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
      "text1637": "WYders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "text2026": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "WYders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wijders geschiedde des HEEREN",
          "new": "Verder kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag!",
      "text1637": "Menschen-kint, propheteert, ende segt; Soo seyt de Heere HEERE: Huylet, Ach dien [1] dach!",
      "text2026": "Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Huil: Ach die dag!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tijd van straffen en plagen. Zie Ps. 37:13; Joël 1:15, met de aantekening. Psalmen 37:13: De HEERE belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Joël 1:15: Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige.",
          "text1637": "Tijt der straffen ende plagen. siet Psa. 37.13. Ioel 1.15. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Tijd van straffen en plagen. Zie Ps. 37:13; Joël 1:15, met de aantekening. Psalmen 37:13: De JAHWEH belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Joël 1:15: Ach, die dag! want de dag van JAHWEH is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵא֙",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָ֣מַרְתָּ֔",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֵילִ֖ילוּ",
          "strongs": "H3213",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "הָ֥הּ",
          "strongs": "H1929",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "לַ/יּֽוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Huil: Ach die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> dag!",
      "textSV1888_html": "Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> dag!",
      "text1637_html": "Menschen-kint, propheteert, ende segt; Soo seyt de Heere HEERE: Huylet, Ach dien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> dach!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE: Huilt:",
          "new": "Adonai JAHWEH: Huil:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.",
      "text1637": "Want de dach is naeby; ja de dach des HEEREN is naeby: een [2] wolckige dach; ’t sal der [3] heydenen tijt zijn.",
      "text2026": "Want de dag is nabij, ja, de dag van JAHWEH is nabij, een wolkige dag, het zal van de heidenen tijd zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 wolkige dag: Hebreeuws, dag der wolk. Zie Joël 2:2, met de aantekening. Joël 2:2: Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.",
          "text1637": "Hebr. dach der wolcke, Siet Ioel 2.2. met d’aenteeck.",
          "text2026": "2 wolkige dag: Hebreeuws, dag van de wolk (יוֹם). Zie Joël 2:2, met de aantekening. Joël 2:2: Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, evenzo van ouds niet geweest is, en na hetzelfde niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 der heidenen tijd: Dat is, de tijd, die tot hunne straf bestemd is. Of, de tijd waarin de heidenen Egypte zullen verwoesten; vergelijk boven Ezech. 22:3, met de aantekening. Ezechiël 22:3: En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelve maakt, om zich te verontreinigen!",
          "text1637": "D. de tijt, die tot hare straffe bestemt is. ofte, de tijt daer in de heydenen Egypten sullen verwoesten. Vergel. boven 22.3. met d’aenteeck.",
          "text2026": "3 van de heidenen tijd: Dat is, de tijd, die tot hunne straf bestemd is. Of, de tijd waarin de heidenen Egypte zullen verwoesten; vergelijk boven Ez. 22:3, met de aantekening. Ezechiël 22:3: En zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: O stad, die in haar midden bloed vergiet, opdat haar tijd kome, en drekgoden tegen zichzelf maakt, om zich te verontreinigen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קָר֣וֹב",
          "strongs": "H7138",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "י֔וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָר֥וֹב",
          "strongs": "H7138",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "י֖וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/יהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עָנָ֔ן",
          "strongs": "H6051",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֵ֥ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶֽה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de dag is nabij, ja, de dag van JAHWEH is nabij, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> wolkige dag, het zal van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> de heidenen tijd zijn.",
      "textSV1888_html": "Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> wolkige dag, het zal der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> heidenen tijd zijn.",
      "text1637_html": "Want de dach is naeby; ja de dach des HEEREN is naeby: een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> wolckige dach; ’t sal der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> heydenen tijt zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.",
      "text1637": "Ende het sweert sal komen in Egypten, ende daer sal groote [4] smerte zijn in [5] Moorenlant, als de verslagene [6] sullen vallen in Egypten: want [7] sy sullen [8] desselven menichte wechnemen, ende hare fondamenten sullen verbroken worden.",
      "text2026": "En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen haar menigte wegnemen, en haar fundamenten zullen verbroken worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van allerlei jammer zal hun zo bang worden als een barende vrouw. Alzo vers 9. Ezechiël 30:9: Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!",
          "text1637": "Van allerley jammer sal hen soo bang worden, als eene barende vrouwe. alsoo vers 9.",
          "text2026": "Van allerlei jammer zal hun zo bang worden als een barende vrouw. Zo vers 9. Ezechiël 30:9: Te die dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in de dag van Egypte; want ziet, het komt aan!"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 29:10, en onder vers 5, 30:9. Hebreeuws, Cusch. Ezechiël 29:10: Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland. Ezechiël 30:5: Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard. Ezechiël 30:9: Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!",
          "text1637": "Als boven 29.10. ende onder versen 5, 9. Hebr. Cusch.",
          "text2026": "Gelijk boven Ez. 29:10, en onder vers 5, 30:9. Hebreeuws, Cusch. Ezechiël 29:10: Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van de toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland. Ezechiël 30:5: Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land van het verbond zullen met hen vallen door het zwaard. Ezechiël 30:9: Te die dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in de dag van Egypte; want ziet, het komt aan!"
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 verslagenen zullen vallen: Hebreeuws, de verslagene zal, enz.",
          "text1637": "Hebr. de verslagen sal. etc.",
          "text2026": "6 verslagenen zullen vallen: Hebreeuws, de verslagene zal, enz."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Chaldeën.",
          "text1637": "De Chaldeen.",
          "text2026": "De Chaldeën."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 derzelver menigte: Versta, de overvloed, of de menigte van Egypte, als bov. Ez. 29:19 en ond. vers 10. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir. Ezechiël 30:10: Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.",
          "text1637": "Verstaet den overvloet, ofte de menichte van Egypten: als boven 29.19. ende onder vers 10.",
          "text2026": "8 van hen menigte: Versta, de overvloed, of de menigte van Egypte, als bov. Ez. 29:19 en ond. vers 10. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal daarvan menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn legermacht. Ezechiël 30:10: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בָאָ֥ה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "חֶ֨רֶב֙",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיְתָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "חַלְחָלָה֙",
          "strongs": "H2479",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כ֔וּשׁ",
          "strongs": "H3568",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בִּ/נְפֹ֥ל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "חָלָ֖ל",
          "strongs": "H2491",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/לָקְח֣וּ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הֲמוֹנָ֔/הּ",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/נֶהֶרְס֖וּ",
          "strongs": "H2040",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "יְסוֹדֹתֶֽי/הָ",
          "strongs": "H3247",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> smart zijn in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Morenland, als de verslagenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zullen vallen in Egypte; want zij zullen haar menigte wegnemen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup>, en haar fundamenten zullen verbroken worden.",
      "textSV1888_html": "En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> smart zijn in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Morenland, als de verslagenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zullen vallen in Egypte; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.",
      "text1637_html": "Ende het sweert sal komen in Egypten, ende daer sal groote <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> smerte zijn in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Moorenlant, als de verslagene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> sullen vallen in Egypten: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> sy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> desselven menichte wechnemen, ende hare fondamenten sullen verbroken worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "haar",
          "principe": "V82"
        },
        {
          "old": "fondamenten",
          "new": "fundamenten",
          "principe": "V214"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.",
      "text1637": "Morenlant, ende [9] Put, ende Lud, ende al den [10] gemengden hoop, ende [11] Cub, ende de [12] kinderen van’t lant des verbonts, sullen met [13] hen vallen door ’tsweert.",
      "text2026": "Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land van het verbond zullen met hen vallen door het zwaard.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 gemengde hoop: Zie Jer. 25:20. Jeremia 25:20: En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;",
          "text1637": "Siet Ierem. 25. op vers 20.",
          "text2026": "10 gemengde hoop: Zie Jer. 25:20. Jeremia 25:20: En de gansen gemengden hoop, en alle koningen van het land van Uz; en alle koningen van de Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit wordt gehouden voor een omstreek in Lybië, nabij Egypte gelegen.",
          "text1637": "Dit wort gehouden voor eene contreye in Lydia, nae by Egypten gelegen.",
          "text2026": "Dit wordt gehouden voor een omstreek in Lybië, nabij Egypte gelegen."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 kinderen van het land des verbonds: Dat is, de andere bondgenoten der Egyptenaars, of een zeker nabijgelegen volk, dat in nauwe verbintenis en gemeenschap stond met Egypte. Sommigen verstaan de Joden, als bewoond hebbende het land Kanaän dat hun door Gods verbond gegeven was die in Egypte mede gediend mogen hebben in den oorlog tegen zijnen vijand, zie Jer. 43:7, en Jer. 44:27, en vergelijk de manier van spreken, kinderen des lands, met Job 1:3, en boven Ezech. 16:28, en zie de aantekening aldaar. Jeremia 43:7: En zij togen in Egypteland, want zij waren der stem des HEEREN niet gehoorzaam; en zij kwamen tot Tachpanhes. Jeremia 44:27: Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn. Job 1:3: Daartoe was zijn vee zeven duizend schapen, en drie duizend kemelen, en vijfhonderd juk ossen, en vijfhonderd ezelinnen; ook was zijn dienstvolk zeer veel; zodat deze man groter was dan al die van het oosten. Ezechiël 16:28: Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.",
          "text1637": "Dat is, d’andere bontgenooten der Egyptenaren, ofte, een seker nae by gelegen volck, dat in nauwe verbintenisse ende gemeenschap stont met Egypten. Sommige verstaen de Ioden, (als bewoont hebbende het lant Canaan, dat hen door Godes verbont gegeven was) die in Egypten gevlucht waren, ende den Coninck van Egypten mede gedient mogen hebben inden oorloge tegen sijnen vyant. Siet Ierem. 43.7. ende 44.27. ende vergel. de maniere van spreken kinderen des lants, met Iob 1.3. ende boven 16.28. ende siet d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "12 kinderen van het land van het verbond: Dat is, de andere bondgenoten van de Egyptenaars, of een zeker nabijgelegen volk, dat in nauwe verbintenis en gemeenschap stond met Egypte. Sommigen verstaan de Joden, als bewoond hebbende het land Kanaän dat hun door Gods verbond gegeven was die in Egypte mee gediend mogen hebben in de oorlog tegen zijn vijand, zie Jer. 43:7, en Jer. 44:27, en vergelijk de manier van spreken, kinderen van het land, met Job 1:3, en boven Ez. 16:28, en zie de aantekening daar. Jeremia 43:7: En zij togen in Egypteland, want zij waren van de stem van JAHWEH niet gehoorzaam; en zij kwamen tot Tachpanhes. Jeremia 44:27: Ziet, Ik zal over hen waken ten kwade en niet ten goede; en alle mannen van Juda, die in Egypteland zijn, zullen door het zwaard en door de honger verteerd worden, totdat zij ten einde zijn. Job 1:3: Daartoe was zijn vee zeven duizend schapen, en drie duizend kamelen, en vijfhonderd juk ossen, en vijfhonderd ezelinnen; ook was zijn dienstvolk zeer veel; zodat deze man groter was dan al die van het oosten. Ezechiël 16:28: Verder hebt u gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat u onverzadelijk was; ja, als u met hen gehoereerd hebt, bent u ook niet verzadigd geworden."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Egyptenaars.",
          "text1637": "D’Egyptenaren.",
          "text2026": "De Egyptenaars."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 Morenland, en Put, en Lud: Gelijk boven Ezech. 27:10; dat is, de Moren, Puteërs en Lydiërs. Ezechiël 27:10: Perzen, en Lydiërs, en Puteërs waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.",
          "text1637": "Als boven 27.10. D. de Mooren, Puteers ende Lydiers.",
          "text2026": "9 Morenland, en Put, en Lud: Gelijk boven Ez. 27:10; dat is, de Moren, Puteërs en Lydiërs. Ezechiël 27:10: Perzen, en Lydiërs, en Puteërs waren in uw legermacht, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כּ֣וּשׁ",
          "strongs": "H3568",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/פ֤וּט",
          "strongs": "H6316",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/לוּד֙",
          "strongs": "H3865",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֶ֣רֶב",
          "strongs": "H6154",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כ֔וּב",
          "strongs": "H3552",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵ֖י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בְּרִ֑ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אִתָּ֖/ם",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֶ֥רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפֹּֽלוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Morenland, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Put, en Lud, en al de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> gemengde hoop, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Cub, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> kinderen van het land van het verbond zullen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hen vallen door het zwaard.",
      "textSV1888_html": "Morenland, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Put, en Lud, en al de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> gemengde hoop, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Cub, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> kinderen van het land des verbonds zullen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hen vallen door het zwaard.",
      "text1637_html": "Morenlant, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Put, ende Lud, ende al den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> gemengde<i>n</i> hoop, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Cub, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> kinderen van’t lant des verbonts, sullen met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hen valle<i>n</i> door ’tsweert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des verbonds",
          "new": "van het verbond",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE; Ia sy sullen vallen die Egypten [14] ondersteunen, ende de [15] hoovaerdye [16] harer sterckte sal nederdalen: van den toren [17] Syene af sullense [18] daer in door’t sweert vallen, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hoogmoed van haar sterkte zal neerdalen; van de toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, al hunne helpers, gelijk vers 8. Ezechiël 30:8: En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.",
          "text1637": "D. alle hare helpers, als vers 8.",
          "text2026": "Dat is, al hunne helpers, gelijk vers 8. Ezechiël 30:8: En zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, hoogmoed, pracht, hoogheid; idem, uitstekendheid, uitnemendheid; alzo onder vers 18. Ezechiël 30:18: En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.",
          "text1637": "Ofte, hoochmoet, pracht, hoocheyt, item uytstekentheyt, uytnementheyt: alsoo ond. vers 18.",
          "text2026": "Of, hoogmoed, pracht, hoogheid; idem, uitstekendheid, uitnemendheid; zo onder vers 18. Ezechiël 30:18: En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte daar zal verbreken, en de hovaardij haar sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Egypte.",
          "text1637": "Van Egypten.",
          "text2026": "Van Egypte."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven, Ez. 29:10. Ezechiël 29:10: Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van den toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland.",
          "text1637": "Siet bov. 29. op vers 10.",
          "text2026": "Zie boven, Ez. 29:10. Ezechiël 29:10: Daarom, zie, Ik wil aan u en aan uw rivier; en Ik zal Egypteland stellen tot woeste wilde eenzaamheden, van de toren van Syene af, tot aan de landpale van Morenland."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In Egypte.",
          "text1637": "In Egypten.",
          "text2026": "In Egypte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֚ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָֽפְלוּ֙",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "סֹמְכֵ֣י",
          "strongs": "H5564",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָרַ֖ד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "גְּא֣וֹן",
          "strongs": "H1347",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֻזָּ֑/הּ",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּגְדֹּ֣ל",
          "strongs": "H4024",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "סְוֵנֵ֗ה",
          "strongs": "H5482",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֶ֨רֶב֙",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפְּלוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָ֔/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: Ja, zij zullen vallen, die Egypte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ondersteunen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoogmoed van haar sterkte zal neerdalen; van de toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van Syene af zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zij daarin door het zwaard vallen, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ondersteunen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hovaardij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> harer sterkte zal nederdalen; van den toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van Syene af zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; Ia sy sullen vallen die Egypten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ondersteunen, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoovaerdye <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> harer sterckte sal nederdalen: van den toren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Syene af sullense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daer in door’t sweert vallen, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE:",
          "new": "JAHWEH:",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "hovaardij harer",
          "new": "hoogmoed van haar",
          "principe": "V208"
        },
        {
          "old": "nederdalen;",
          "new": "neerdalen;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "En zij zullen verwoest worden in het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.",
      "text1637": "Ende sy sullen verwoest worden in’t [19] midden der verwoeste landen: ende hare steden sullen zijn in’t midden der verwoeste steden.",
      "text2026": "En zij zullen verwoest worden in het midden van de verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden van de verwoeste steden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 midden der verwoeste landen: Zie boven Ezech. 29:12. Ezechiël 29:12: Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.",
          "text1637": "Siet boven 29.12.",
          "text2026": "19 midden van de verwoeste landen: Zie boven Ez. 29:12. Ezechiël 29:12: Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden van de verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden van de verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָשַׁ֕מּוּ",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֖וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲרָצ֣וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "נְשַׁמּ֑וֹת",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVNrfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָרָ֕י/ו",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עָרִ֥ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "נַחֲרָב֖וֹת",
          "strongs": "H2717",
          "morph": "HVNsfpa"
        },
        {
          "woord": "תִּֽהְיֶֽינָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij zullen verwoest worden in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> het midden van de verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden van de verwoeste steden.",
      "textSV1888_html": "En zij zullen verwoest worden in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> het midden der verwoeste landen; en haar steden zullen zijn in het midden der verwoeste steden.",
      "text1637_html": "Ende sy sullen verwoest worden in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> midden der verwoeste landen: ende hare steden sullen zijn in’t midden der verwoeste steden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.",
      "text1637": "Ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben, als ick [20] vyer in Egypten sal hebben geleyt, ende alle hare helpers sullen verbroken worden.",
      "text2026": "En zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van oorlog, ellende en plagen, (zie Job 15:34; Jer. 49:27, boven Ezech. 28:18, en Amos 1:4, enz.) waardoor Egypte zal verteerd worden, alzo onder vers 14, 30:16. Job 15:34: Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken. Jeremia 49:27: En Ik zal een vuur aansteken in den muur van Damaskus, en het zal Benhadads paleizen verteren. Ezechiël 28:18: Vanwege de veelheid uwer ongerechtigheden, door het onrecht uws koophandels, hebt gij uw heiligdommen ontheiligd; daarom heb Ik een vuur uit het midden van u doen voortkomen, dat u heeft verteerd, en Ik heb u gemaakt tot as op de aarde, voor de ogen van al degenen, die u zien. Amos 1:4: Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazaël zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren. Ezechiël 30:14: En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No. Ezechiël 30:16: En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.",
          "text1637": "Van oorloge, elenden ende plagen, (Siet boven 28. op vers 18. ende Iob 15. op vers 34. Ier. 49.27. Amos 1.4, etc.) waer door Egypten sal verteert worden: alsoo onder vers 14, 16.",
          "text2026": "Van oorlog, ellende en plagen, (zie Job 15:34; Jer. 49:27, boven Ez. 28:18, en Amos 1:4, enz.) waardoor Egypte zal verteerd worden, zo onder vers 14, 30:16. Job 15:34: Want de vergadering van de huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten van de geschenken. Jeremia 49:27: En Ik zal een vuur aansteken in de muur van Damascus, en het zal Benhadads paleizen verteren. Ezechiël 28:18: Vanwege de veelheid uw ongerechtigheden, door het onrecht uws koophandels, hebt u uw heiligdommen ontheiligd; daarom heb Ik een vuur uit het midden van u doen voortkomen, dat u heeft verteerd, en Ik heb u gemaakt tot as op de aarde, voor de ogen van al degenen, die u zien. Amos 1:4: Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazaël zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren. Ezechiël 30:14: En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No. Ezechiël 30:16: En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תִתִּ/י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִשְׁבְּר֖וּ",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֹזְרֶֽי/הָ",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> een vuur in Egypte zal hebben gelegd, en al haar helpers zullen verbroken worden.",
      "text1637_html": "Ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben, als ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> vyer in Egypten sal hebben geleyt, ende alle hare helpers sullen verbroken worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan!",
      "text1637": "Te dien dage sullender boden van voor mijn [21] aengesichte in schepen uyt varen, om het [22] sorgeloose Morenlant te verschricken: ende daer sal groote smerte [23] by hen zijn, [24] als in den dach van Egypten; want siet, [25] het komt aen.",
      "text2026": "Te die dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in de dag van Egypte; want ziet, het komt aan!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 Mijn aangezicht: Dat is, Ik zal beschikken dat de tijding van der Chaldeën inval in Egypte overgebracht worde in Morenland; God spreekt hier als rechter, zittende op zijn rechterstoel in Egypte, en dit ganse werk regerende.",
          "text1637": "D. ick sal beschicken, dat de tijdinge van der Chaldeen inval in Egypten overgebracht worde in Moorenlant: Godt spreeckt hier als richter, sittende op sijnen richtstoel in Egypten, ende dit gantsche werck regerende.",
          "text2026": "21 Mijn aangezicht: Dat is, Ik zal beschikken dat de tijding van de Chaldeën inval in Egypte overgebracht worde in Morenland; God spreekt hier als rechter, zittende op zijn rechterstoel in Egypte, en dit gehele werk regerende."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 zorgeloze Morenland: Hebreeuws, Cusch der zekerheid, of des vertrouwens; dat is, dat zekere en zorgeloze Morenland; dat is de Moren.",
          "text1637": "Hebr. Cusch der sekerheyt, ofte, des vertrouwens. D. dat seker ende sorgeloos Moorenlant, dat is, de Mooren.",
          "text2026": "22 zorgeloze Morenland: Hebreeuws, Cusch van de zekerheid, of van de vertrouwens; dat is, dat zekere en zorgeloze Morenland; dat is de Moren."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 bij hen zijn: Te weten bij de Moren, gelijk boven vers 4. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.",
          "text1637": "Te weten, by de Mooren. Als boven vers 4.",
          "text2026": "23 bij hen zijn: Te weten bij de Moren, gelijk boven vers 4. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen van hen menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 als in den dag van Egypte: Gelijk er was in Egypte, als het verwoest werd, boven vers 4. Of, [gelijk sommigen] als God de eerstegeborenen in Egypte sloeg, Exod. 12:29, 12:30. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden. Exodus 12:29: En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten. Exodus 12:30: En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.",
          "text1637": "Gelijcker was in Egypten, als het verwoest wierdt, boven vers 4. ofte, (gelijck sommige) als Godt de eerstgeborene in Egypten sloech. Exod. 12.29, 30.",
          "text2026": "24 als in de dag van Egypte: Gelijk er was in Egypte, als het verwoest werd, boven vers 4. Of, [gelijk sommigen] als God de eerstegeborenen in Egypte sloeg, Ex. 12:29, 12:30. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen van hen menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden. Exodus 12:29: En het geschiedde ter middernacht, dat JAHWEH al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van de eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op de eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen van de beesten. Exodus 12:30: En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 het komt aan: Dat is, het zal gewisselijk komen, of, zij [de voorzegde pijn] zal hun aankomen.",
          "text1637": "D. ’tsal gewislick komen, ofte, sy (de voorseyde pijne) sal hen aenkomen.",
          "text2026": "25 het komt aan: Dat is, het zal gewisselijk komen, of, zij [de voorzegde pijn] zal hun aankomen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֗וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֵצְא֨וּ",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מַלְאָכִ֤ים",
          "strongs": "H4397",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/לְּ/פָנַ/י֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/R/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/צִּ֔ים",
          "strongs": "H6716",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַחֲרִ֖יד",
          "strongs": "H2729",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כּ֣וּשׁ",
          "strongs": "H3568",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּ֑טַח",
          "strongs": "H983",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיְתָ֨ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "חַלְחָלָ֤ה",
          "strongs": "H2479",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֖ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "בָּאָֽה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqrfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Te die dage zullen er boden van voor Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> aangezicht in schepen uitvaren, om het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> bij hen zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als in de dag van Egypte; want ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> het komt aan!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Te dien dage zullen er boden van voor Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> aangezicht in schepen uitvaren, om het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> bij hen zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als in den dag van Egypte; want ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> het komt aan!",
      "text1637_html": "Te dien dage sullender boden van voor mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> aengesichte in schepen uyt varen, om het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> sorgeloose Morenlant te verschricken: ende daer sal groote smerte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> by hen zijn, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als in den dach van Egypten; want siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> het komt aen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.",
      "text1637": "Soo seyt de Heere HEERE; Ia ick sal de [26] menichte van Egypten doen ophouden, door de [27] hant Nebucadrezars des Conincks van Babel.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Ja, Ik zal de menigte van Egypte doen ophouden, door de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gedruis, gewoel; zie boven Ezech. 29:19, en hier vers 4. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen derzelver menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden.",
          "text1637": "Ofte, gedruys, gewoel. Siet boven. 29. op vers 19. ende hier vers 4.",
          "text2026": "Of, gedruis, gewoel; zie boven Ez. 29:19, en hier vers 4. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal daarvan menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn legermacht. Ezechiël 30:4: En het zwaard zal komen in Egypte, en er zal grote smart zijn in Morenland, als de verslagenen zullen vallen in Egypte; want zij zullen van hen menigte wegnemen, en haar fondamenten zullen verbroken worden."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 door de hand van Nebukadrezar: Dat is, door de macht, of den dienst.",
          "text1637": "D. door de macht, ofte, dienst.",
          "text2026": "27 door de hand van Nebukadrezar: Dat is, door de macht, of de dienst."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁבַּתִּי֙",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הֲמ֣וֹן",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַ֖ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶֽל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ja, Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> menigte van Egypte doen ophouden, door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hand van Nebukadrezar, de koning van Babel.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> menigte van Egypte doen ophouden, door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hand van Nebukadrezar, den koning van Babel.",
      "text1637_html": "Soo seyt de Heere HEERE; Ia ick sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> menichte van Egypten doen ophouden, door de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hant Nebucadrezars des Conincks van Babel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste der heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.",
      "text1637": "Hy, ende sijn volck met hem, de [a] [28] tyrannichste der heydenen, sullen [29] aengevoert worden om het lant te verderven: ende sy sullen hare sweerden tegen Egypten [30] uyttrecken, ende het lant met verslagene vervullen.",
      "text2026": "Hij, en zijn volk met hem, de tirannigste van de heidenen zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 tirannigste der heidenen: Gelijk boven Ezech. 28:7. Ezechiël 28:7: Daarom zie, Ik zal vreemden over u brengen, de tirannigste der heidenen; die zullen hun zwaarden uittrekken over de schoonheid uwer wijsheid, en zullen uw glans ontheiligen.",
          "text1637": "Als boven 28.7.",
          "text2026": "28 tirannigste van de heidenen: Gelijk boven Ez. 28:7. Ezechiël 28:7: Daarom zie, Ik zal vreemden over u brengen, de tirannigste van de heidenen; die zullen hun zwaarden uittrekken over de schoonheid uw wijsheid, en zullen uw glans ontheiligen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 aangevoerd worden: Door mijn verborgen regering; zie boven Ezech. 29:19, 29:20. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir. Ezechiël 29:20: Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Door mijne verborgene regeringe. siet boven 29.19, 20.",
          "text2026": "29 aangevoerd worden: Door mijn verborgen regering; zie boven Ez. 29:19, 29:20. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal daarvan menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn legermacht. Ezechiël 29:20: Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, ledigen, of ledig, ijdel maken, gelijk boven Ezech. 28:2. Ezechiël 28:2: Mensenkind! zeg tot den vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart der zeeën! daar gij een mens en geen God zijt, stelt gij nochtans uw hart, als Gods hart.",
          "text1637": "Hebr. ledigen, ofte, ledich, ydel maken, als boven 28.7.",
          "text2026": "Hebreeuws, ledigen, of leeg, ijdel maken, gelijk boven Ez. 28:2. Ezechiël 28:2: Mensenkind! zeg tot de vorst van Tyrus: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart van de zeeën! daar u een mens en geen God bent, stelt u nochtans uw hart, als Gods hart."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 28:7. Ezechiël 28:7: Daarom zie, Ik zal vreemden over u brengen, de tirannigste der heidenen; die zullen hun zwaarden uittrekken over de schoonheid uwer wijsheid, en zullen uw glans ontheiligen.",
          "text1637": "Ezech. 28.7.",
          "text2026": "Ez. 28:7. Ezechiël 28:7: Daarom zie, Ik zal vreemden over u brengen, de tirannigste van de heidenen; die zullen hun zwaarden uittrekken over de schoonheid uw wijsheid, en zullen uw glans ontheiligen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֠וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַמּ֤/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אִתּ/וֹ֙",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָרִיצֵ֣י",
          "strongs": "H6184",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "גוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מֽוּבָאִ֖ים",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVHsmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁחֵ֣ת",
          "strongs": "H7843",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵרִ֤יקוּ",
          "strongs": "H7324",
          "morph": "HC/Vhq3cp"
        },
        {
          "woord": "חַרְבוֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָלְא֥וּ",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חָלָֽל",
          "strongs": "H2491",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij, en zijn volk met hem, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> tirannigste van de heidenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zullen aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.",
      "textSV1888_html": "Hij, en zijn volk met hem, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> tirannigste der heidenen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aangevoerd worden, om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden tegen Egypte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uittrekken, en het land met verslagenen vervullen.",
      "text1637_html": "Hy, ende sijn volck met hem, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tyrannichste der heydenen, sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aengevoert worden om het lant te verderven: ende sy sullen hare sweerden tegen Egypten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uyttrecken, ende het lant met verslagene vervullen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand der bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.",
      "text1637": "Ende ick sal de [31] rivieren [tot] droochte maken, ende het lant [32] verkoopen inde hant der [33] boosen: ende ick sal het lant, met sijne [34] volheyt, verwoesten door de hant der vreemden; ick de HEERE hebbe’t gesproken.",
      "text2026": "En Ik zal de rivieren tot droogte maken, en het land verkopen in de hand van de bozen; en Ik zal het land met zijn volheid verwoesten door de hand van de vreemden: Ik, JAHWEH, heb het gesproken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 29:3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.",
          "text1637": "Siet bov. 29. op vers 3.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 29:3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote zeedraak, die in het midden zijn rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, overleveren, geven, gelijk de verkochte waar geleverd wordt in de hand en macht des kopers; zie Ps. 44:13, en boven Ezech. 29:19. Psalmen 44:13: Gij verkoopt Uw volk om geen waardij; en Gij verhoogt hun prijs niet. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Nebukadrezar, den koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal deszelfs menigte wegvoeren, en deszelfs buit buiten, en deszelfs roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn heir.",
          "text1637": "D. overleveren, geven, gelijck de verkochte ware gelevert wort inde hant ende macht des koopers. Siet boven 29.19. ende Psal. 44.13.",
          "text2026": "Dat is, overleveren, geven, gelijk de verkochte waar geleverd wordt in de hand en macht van het koper; zie Ps. 44:13, en boven Ez. 29:19. Psalmen 44:13: U verkoopt Uw volk om geen waardij; en U verhoogt hun prijs niet. Ezechiël 29:19: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik zal Nebukadrezar, de koning van Babel, Egypteland geven; en hij zal daarvan menigte wegvoeren, en daarvan buit buiten, en daarvan roof roven, en het zal het loon zijn voor zijn legermacht."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Der Chaldeën, die wel in dezen, als Gods dienaars en uitvoerders zijner oordelen waren, maar van zichzelven boos, en niets voorhebbende dan hun boze lusten van schade en overlast te voldoen, welker boosheid God gebruikte om zijn heilige en onstraffelijke oordelen over de Egyptenaars uit te voeren; vergelijk boven Ezech. 29:20, en zie 2 Sam. 12:12. Ezechiël 29:20: Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE. 2 Samuël 12:12: Want gij hebt het in het verborgen gedaan; maar Ik zal deze zaak doen voor gans Israël, en voor de zon.",
          "text1637": "Der Chaldeen, die wel in desen, als Godts dienaers, ende uytvoerders sijner oordeelen waren, maer van haer selven boos, ende niets voor hebbende, als hare boose lusten, van schade ende overlast te voldoen, welcker boosheyt Godt gebruyckte, om sijne heylige ende onstraffelicke oordeelen over de Egyptenaers uyt te voeren. Vergel. bov. 29. op vers 20. ende siet 2.Sam. 12. op vers 12.",
          "text2026": "Van de Chaldeën, die wel in deze, als Gods dienaren en uitvoerders zijn oordelen waren, maar van zichzelf boos, en niets voorhebbende dan hun boze lusten van schade en overlast te voldoen, van wie boosheid God gebruikte om zijn heilige en onstraffelijke oordelen over de Egyptenaars uit te voeren; vergelijk boven Ez. 29:20, en zie 2 Sam. 12:12. Ezechiël 29:20: Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heer JAHWEH. 2 Samuël 12:12: Want u hebt het in het verborgen gedaan; maar Ik zal deze zaak doen voor geheel Israël, en voor de zon."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De gaven, met welke God Egypte begaafd, verrijkt en versierd had; vergelijk Ps. 24:1. Psalmen 24:1: Een psalm van David. De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.",
          "text1637": "De gaven, met de welcke Godt Egypten begaeft, verrijckt, ende verciert hadde. Vergel. Psal. 24.1.",
          "text2026": "De gaven, met welke God Egypte begaafd, verrijkt en versierd had; vergelijk Ps. 24:1. Psalmen 24:1: Een psalm van David. De aarde is van JAHWEH, samen met haar volheid, de wereld, en die daarin wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "יְאֹרִים֙",
          "strongs": "H2975",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "חָֽרָבָ֔ה",
          "strongs": "H2724",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָכַרְתִּ֥י",
          "strongs": "H4376",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "רָעִ֑ים",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲשִׁמֹּתִ֞י",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶ֤רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְלֹאָ/הּ֙",
          "strongs": "H4393",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "זָרִ֔ים",
          "strongs": "H2114",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּֽרְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> rivieren tot droogte maken, en het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> verkopen in de hand van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de bozen; en Ik zal het land met zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> volheid verwoesten door de hand van de vreemden: Ik, JAHWEH, heb het gesproken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> rivieren tot droogte maken, en het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> verkopen in de hand der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> bozen; en Ik zal het land met zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> volheid verwoesten door de hand der vreemden: Ik, de HEERE, heb het gesproken.",
      "text1637_html": "Ende ick sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> rivieren [tot] droochte maken, ende het lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> verkoopen inde hant der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> boosen: ende ick sal het lant, met sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> volheyt, verwoesten door de hant der vreemden; ick de HEERE hebbe’t gesproken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.",
      "text1637": "Soo seyt de Heere HEERE; Ick sal oock de [35] dreckgoden verdoen, ende de [36] nietige Afgoden doen ophouden uyt [37] Noph: ende daer en sal geen Vorst meer zijn uyt Egypten-lant: ende ick sal eene vreese in Egyptenlant stellen.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Ik zal ook de afgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vrees in Egypteland stellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Lev. 26:30. Leviticus 26:30: En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.",
          "text1637": "Siet Levit. 26. op vers 30.",
          "text2026": "Zie Lev. 26:30. Leviticus 26:30: En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uw drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 nietige afgoden: Hebreeuws, Elilim; dat is louter nietigheden, zie Lev. 19:4. Leviticus 19:4: Gij zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben de HEERE, uw God!",
          "text1637": "Hebr. Elilim, D. Loutere nieticheden. siet Levit. 19. vers 4.",
          "text2026": "36 nietige afgoden: Hebreeuws, Elilim; dat is louter nietigheden, zie Lev. 19:4. Leviticus 19:4: U zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben JAHWEH, uw God!"
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jes. 19:13; Jer. 44:1, en onder vers 16. Jesaja 19:13: De vorsten van Zoan zijn zot geworden, de vorsten van Nof zijn bedrogen; zij zullen ook Egypte doen dwalen, tot den uitersten hoek zijner stammen. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Ezechiël 30:16: En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.",
          "text1637": "Siet Iesa. 19.13. Ierem. 44.1. ende onder vers 16.",
          "text2026": "Zie Jes. 19:13; Jer. 44:1, en onder vers 16. Jesaja 19:13: De vorsten van Zoan zijn zot geworden, de vorsten van Nof zijn bedrogen; zij zullen ook Egypte doen dwalen, tot de uitersten hoek zijn stammen. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Ezechiël 30:16: En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֞ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַאֲבַדְתִּ֨י",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "גִלּוּלִ֜ים",
          "strongs": "H1544",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁבַּתִּ֤י",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלִילִים֙",
          "strongs": "H457",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/נֹּ֔ף",
          "strongs": "H5297",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָשִׂ֥יא",
          "strongs": "H5387",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֖יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "ע֑וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "יִרְאָ֖ה",
          "strongs": "H3374",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָֽיִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal ook de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> afgoden verdoen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> nietige afgoden doen ophouden uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vrees in Egypteland stellen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> drekgoden verdoen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> nietige afgoden doen ophouden uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.",
      "text1637_html": "Soo seyt de Heere HEERE; Ick sal oock de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> dreckgoden verdoen, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> nietige Afgoden doen ophouden uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Noph: ende daer en sal geen Vorst meer zijn uyt Egypten-lant: ende ick sal eene vreese in Egyptenlant stellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "drekgoden",
          "new": "afgoden",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "vreze",
          "new": "vrees",
          "principe": "V991"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.",
      "text1637": "Ende ick sal [38] Pathros verwoesten, ende een vyer leggen in [39] Zoan: ende ick sal gerichten oeffenen in [40] No.",
      "text2026": "En Ik zal Pathros verwoesten, en een vuur leggen in Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in No.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 10:14; Jer. 44:1, en boven Ezech. 29:14. Genesis 10:14: En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Ezechiël 29:14: En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn.",
          "text1637": "Siet Genes. 10. op vers 14. Ierem. 44.1. ende boven 29.14.",
          "text2026": "Zie Gen. 10:14; Jer. 44:1, en boven Ez. 29:14. Genesis 10:14: En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende: Ezechiël 29:14: En Ik zal de gevangenis van de Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en daar zullen zij een nederig koninkrijk zijn."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Num. 13:22; Ps. 78:12. Numeri 13:22: En zij trokken op in het zuiden, en kwamen tot Hebron toe, en daar waren Ahiman, Sesai en Talmai, kinderen van Enak; Hebron nu was zeven jaren gebouwd voor Zoan in Egypte. Psalmen 78:12: Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan.",
          "text1637": "Siet Num. 13. op vers 22. Psal. 78. op vers 12.",
          "text2026": "Zie Num. 13:22; Ps. 78:12. Numeri 13:22: En zij trokken op in het zuiden, en kwamen tot Hebron toe, en daar waren Ahiman, Sesai en Talmai, kinderen van Enak; Hebron nu was zeven jaren gebouwd voor Zoan in Egypte. Psalmen 78:12: Voor hun vaderen had Hij wonder gedaan, in Egypteland, in het veld van Zoan."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jer. 46:25. Jeremia 46:25: De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.",
          "text1637": "Siet Ier. 46. op vers 25.",
          "text2026": "Zie Jer. 46:25. Jeremia 46:25: De JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/הֲשִׁמֹּתִי֙",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "פַּתְר֔וֹס",
          "strongs": "H6624",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַ֥תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צֹ֑עַן",
          "strongs": "H6814",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֥יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָטִ֖ים",
          "strongs": "H8201",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נֹֽא",
          "strongs": "H4996",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Pathros verwoesten, en een vuur leggen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> No.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Pathros verwoesten, en een vuur leggen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Zoan; en Ik zal gerichten oefenen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> No.",
      "text1637_html": "Ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Pathros verwoesten, ende een vyer leggen in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Zoan: ende ick sal gerichten oeffenen in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> No."
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.",
      "text1637": "Ende ick sal mijne grimmicheyt [41] uytgieten over [42] Sin, de sterckte van Egypten: ende ick sal de [43] menichte van No uytroeyen.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn woede uitgieten over Sin, de vesting van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Job 12:21; Ps. 79:6. Job 12:21: Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen. Psalmen 79:6: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
          "text1637": "Siet Iob 18. op vers 21. Psal. 79. op vers 6.",
          "text2026": "Zie Job 12:21; Ps. 79:6. Job 12:21: Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt de riem van de geweldigen. Psalmen 79:6: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat sommigen houden voor Pelusium, in het uiterste van Egypte, overeenkomende met de namen van de woestijn Sin en den berg Sinaï.",
          "text1637": "Dat sommige houden voor Pelusium, in’t uyterste van Egypten, over een komende met de namen van de woestijne Sin, ende den berch Sinai.",
          "text2026": "Dat sommigen houden voor Pelusium, in het uiterste van Egypte, overeenkomende met de namen van de woestijn Sin en de berg Sinaï."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 menigte van No: Vergelijk Jer. 46:25. Jeremia 46:25: De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.",
          "text1637": "Vergel. Ierem. 46.25.",
          "text2026": "43 menigte van No: Vergelijk Jer. 46:25. Jeremia 46:25: De JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שָׁפַכְתִּ֣י",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "חֲמָתִ֔/י",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "סִ֖ין",
          "strongs": "H5512",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מָע֣וֹז",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכְרַתִּ֖י",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הֲמ֥וֹן",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֹֽא",
          "strongs": "H4996",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn woede<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uitgieten over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Sin, de vesting van Egypte; en Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> menigte van No uitroeien.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn grimmigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uitgieten over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> menigte van No uitroeien.",
      "text1637_html": "Ende ick sal mijne grimmicheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uytgieten over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Sin, de sterckte van Egypten: ende ick sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> menichte van No uytroeyen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "sterkte",
          "new": "vesting",
          "principe": "V342"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.",
      "text1637": "Ende ick sal een vyer in Egypten leggen; Sin sal [44] seer groote pijne hebben, ende No [45] sal gespleten worden, ende Noph [46] sal dagelicx seer bange zijn.",
      "text2026": "En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal zeer grote pijn hebben, en No zal gespleten worden, en Nof zal dagelijks zeer bang zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 zal zeer grote pijn hebben: Hebreeuws alsof men zeide: zal pijn lijdende pijn lijden.",
          "text1637": "Hebr. als of men seyde, sal pijne lijdende pijne lijden.",
          "text2026": "44 zal zeer grote pijn hebben: Hebreeuws alsof men zei: zal pijn lijdende pijn lijden."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 zal gespleten worden: Hebreeuws, zal zijn om gespleten te worden.",
          "text1637": "Hebr. sal zijn om gespleten te worden.",
          "text2026": "45 zal gespleten worden: Hebreeuws, zal zijn om gespleten te worden."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 dagelijks zeer bang zijn: Hebreeuws, bangheden dagelijks, of bij dag, des daags zijn. Anders: door de dagelijkse benauwers.",
          "text1637": "Hebr. bangicheden dagelicx, ofte, by dage, des daechs [zijn]. And. door de dagelicxe benaeuwers.",
          "text2026": "46 dagelijks zeer bang zijn: Hebreeuws, bangheden dagelijks, of bij dag, van de dag zijn. Anders: door de dagelijkse benauwers."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַ֤תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵשׁ֙",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "ח֤וּל",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "תחיל",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "סִ֔ין",
          "strongs": "H5512",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נֹ֖א",
          "strongs": "H4996",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "תִּהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/הִבָּקֵ֑עַ",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HR/VNc"
        },
        {
          "woord": "וְ/נֹ֖ף",
          "strongs": "H5297",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "צָרֵ֥י",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יוֹמָֽם",
          "strongs": "H3119",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zeer grote pijn hebben, en No<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> zal gespleten worden, en Nof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> zal dagelijks zeer bang zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal een vuur in Egypte leggen; Sin zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zeer grote pijn hebben, en No<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> zal gespleten worden, en Nof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> zal dagelijks zeer bang zijn.",
      "text1637_html": "Ende ick sal een vyer in Egypten leggen; Sin sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> seer groote pijne hebben, ende No <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> sal gespleten worden, ende Noph <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> sal dagelicx seer bange zijn."
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "text1637": "De jongelingen van [47] Aven ende [48] Pi-Beseth sullen door ’t sweert vallen: ende de [49] [dochters] sullen gaen in de gevanckenisse:",
      "text2026": "De jongemannen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit houdt men voor On, dat sommigen menen Heliopolis; dat is, Zonnestad te zijn; zie Gen. 41:45. Genesis 41:45: En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte.",
          "text1637": "Dit houdtmen voor On, dat sommige meynen Heliopolis, D. Sonnestadt te zijn. siet Gen. 41.45.",
          "text2026": "Dit houdt men voor On, dat sommigen menen Heliopolis; dat is, Zonnestad te zijn; zie Gen. 41:45. Genesis 41:45: En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit houdt men voor Bubastis of Bubastus, waar de afgodin Diana geëerd werd.",
          "text1637": "Dit houdtmen voor Bubastis, ofte, Bubastus, daer de Afgodinne Diana ge-eert wiert.",
          "text2026": "Dit houdt men voor Bubastis of Bubastus, waar de afgodin Diana geëerd werd."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is hier ingevoegd uit de tegenstelling. Hebreeuws, zij. Anders: deze steden zullen, enz.; dat is, de inwoners dezer steden, of de onderhorige, aanliggende steden en dorpen, gelijk in vers 18. Ezechiël 30:18: En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.",
          "text1637": "Dit is hier ingevoegt uyt de tegenstellinge. Hebr. sy. And. dese [steden] sullen, etc. D. d’inwoonders deser steden, ofte de onderhoorige, aenliggende, steden ende dorpen, als in’t volgende vers.",
          "text2026": "Dit is hier ingevoegd uit de tegenstelling. Hebreeuws, zij. Anders: deze steden zullen, enz.; dat is, de inwoners van deze steden, of de onderhorige, aanliggende steden en dorpen, gelijk in vers 18. Ezechiël 30:18: En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte daar zal verbreken, en de hovaardij haar sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּח֥וּרֵי",
          "strongs": "H970",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֛וֶן",
          "strongs": "H206",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/פִי",
          "strongs": "H6364",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶ֖סֶת",
          "strongs": "H6364",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֶ֣רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפֹּ֑לוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵ֖נָּה",
          "strongs": "H2007",
          "morph": "HC/Pp3fp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שְּׁבִ֥י",
          "strongs": "H7628",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "תֵלַֽכְנָה",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De jongemannen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Aven en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "textSV1888_html": "De jongelingen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Aven en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "text1637_html": "De jongelingen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Aven ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Pi-Beseth sullen door ’t sweert vallen: ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> [dochters] sullen gaen in de gevanckenisse:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "jongelingen",
          "new": "jongemannen",
          "principe": "V79"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de hovaardij harer sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "text1637": "Ende te [50] Tachpanhes sal de dach [51] verduystert worden, als ick het [52] jock van Egypten aldaer sal verbreken, ende de [53] hoovaerdye harer sterckte in [54] haer sal ophouden: haer sal eene [55] wolcke bedecken, ende hare [56] dochters sullen gaen in de gevanckenisse.",
      "text2026": "En te Tachpanhes zal de dag verduisterd worden, als Ik het juk van Egypte daar zal verbreken, en de hoogmoed van haar sterkte in haar zal ophouden; haar zal een wolk bedekken, en haar dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws hier, Thechaphneches. Zie Jer. 2:16, en Jer. 43:7, 43:8, met de aantekening. Jeremia 2:16: Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes den schedel afgeweid. Jeremia 43:7: En zij togen in Egypteland, want zij waren der stem des HEEREN niet gehoorzaam; en zij kwamen tot Tachpanhes. Jeremia 43:8: Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia te Tachpanhes, zeggende:",
          "text1637": "Hebr. hier Thechapneches. Siet Ierem. 2.16. ende 43.7, 8. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Hebreeuws hier, Thechaphneches. Zie Jer. 2:16, en Jer. 43:7, 43:8, met de aantekening. Jeremia 2:16: Ook hebben u de kinderen van Nof en Tachpanhes de schedel afgeweid. Jeremia 43:7: En zij togen in Egypteland, want zij waren van de stem van JAHWEH niet gehoorzaam; en zij kwamen tot Tachpanhes. Jeremia 43:8: Toen geschiedde van JAHWEH woord tot Jeremia te Tachpanhes, zeggende:"
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 verduisterd worden: Of, verhouden, belet.",
          "text1637": "Ofte, verhouden, belett.",
          "text2026": "51 verduisterd worden: Of, verhouden, belet."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 juk van Egypte: Of, de dissels, zelen, waar men het juk mede of aan vastmaakt, versta den last der dienstbaarheid, dien zij anderen volken oplegden, en zie Jer. 27:2. Jeremia 27:2: Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals.",
          "text1637": "Ofte, de diesselen, zeelen, daermen het jock met ofte aen vast maeckt, verstaet den last der dienstbaerheyt, dien sy anderen volcken opleyden, ende siet Ier. 27. op vers 2.",
          "text2026": "52 juk van Egypte: Of, de dissels, zelen, waar men het juk mee of aan vastmaakt, versta de last van de dienstbaarheid, die zij anderen volken oplegden, en zie Jer. 27:2. Jeremia 27:2: Zo zei JAHWEH tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als boven vers 6. Ezechiël 30:6: Zo zegt de HEERE: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij harer sterkte zal nederdalen; van den toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Als boven vers 6.",
          "text2026": "Als boven vers 6. Ezechiël 30:6: Zo zegt JAHWEH: Ja, zij zullen vallen, die Egypte ondersteunen, en de hovaardij haar sterkte zal nederdalen; van de toren van Syene af zullen zij daarin door het zwaard vallen, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tachpanhes.",
          "text1637": "Tachphanhes.",
          "text2026": "Tachpanhes."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "55 wolk bedekken: Zie boven vers 3. Ezechiël 30:3: Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn.",
          "text1637": "Siet bov. vers 3.",
          "text2026": "55 wolk bedekken: Zie boven vers 3. Ezechiël 30:3: Want de dag is nabij, ja, de dag van JAHWEH is nabij, een wolkige dag, het zal van de heidenen tijd zijn."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als vers 17. Anderen verstaan de onderhorige steden en dorpen, dat is de inwoners van die. Zie 2 Kon. 19:21. Ezechiël 30:17: De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis. 2 Koningen 19:21: Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.",
          "text1637": "Als vers 17. andere verstaen de onderhoorige steden ende dorpen. Dat is, d’inwoonders van dien. siet 2.Re. 19. op vers 21.",
          "text2026": "Als vers 17. Anderen verstaan de onderhorige steden en dorpen, dat is de inwoners van die. Zie 2 Kon. 19:21. Ezechiël 30:17: De jongelingen van Aven en Pibeseth zullen door het zwaard vallen, en de dochters zullen gaan in de gevangenis. 2 Koningen 19:21: Dit is het woord, dat JAHWEH over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בִֽ/תְחַפְנְחֵס֙",
          "strongs": "H8471",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "חָשַׂ֣ךְ",
          "strongs": "H2821",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֔וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׁבְרִ/י",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׁם֙",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מֹט֣וֹת",
          "strongs": "H4133",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִשְׁבַּת",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HC/VNq3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ֖/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "גְּא֣וֹן",
          "strongs": "H1347",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֻזָּ֑/הּ",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "הִ֚יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "עָנָ֣ן",
          "strongs": "H6051",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְכַסֶּ֔/נָּה",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HVpi3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנוֹתֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שְּׁבִ֥י",
          "strongs": "H7628",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "תֵלַֽכְנָה",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Tachpanhes zal de dag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verduisterd worden, als Ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> juk van Egypte daar zal verbreken, en de hoogmoed van haar sterkte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> haar zal ophouden; haar zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> wolk bedekken, en haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> dochters zullen gaan in de gevangenis.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Tachpanhes zal de dag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verduisterd worden, als Ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> juk van Egypte aldaar zal verbreken, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> hovaardij harer sterkte in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> haar zal ophouden; haar zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> wolk bedekken, en haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> dochters zullen gaan in de gevangenis.",
      "text1637_html": "Ende te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Tachpanhes sal de dach <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verduystert worden, als ick het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> jock van Egypten aldaer sal verbreken, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> hoovaerdye harer sterckte in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> haer sal ophouden: haer sal eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> wolcke bedecken, ende hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> dochters sullen gaen in de gevanckenisse.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "hovaardij harer",
          "new": "hoogmoed van haar",
          "principe": "V208"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Alzo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Also sal ick [57] gerichten oeffenen in Egypten: ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Zo zal Ik gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 gerichten oefenen: Gelijk boven Ezech. 28:22. Ezechiël 28:22: En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn.",
          "text1637": "Als bov. 28.22.",
          "text2026": "57 gerichten oefenen: Gelijk boven Ez. 28:22. Ezechiël 28:22: En zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֥יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׁפָטִ֖ים",
          "strongs": "H8201",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gerichten oefenen in Egypte; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Also sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gerichten oeffenen in Egypten: ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:",
      "text1637": "Oock [58] gebeurdet in’t [59] elfste jaer, in de eerste [maent], op den sevenden der maent; [dat] het woort des HEEREN tot my geschiedde, seggende:",
      "text2026": "Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op de zevende van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "58 gebeurde het: Anders, was het gebeurd.",
          "text1637": "And. wast gebeurt.",
          "text2026": "58 gebeurde het: Anders, was het gebeurd."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 elfde jaar: Na Jojachins of Jechonia's wegvoering. Zie boven Ezech. 1:2, en onder Ezech. 33:21. Hieruit werd afgenomen dat in het beschrijven en samenvoegen dezer profetie niet gevolgd is de orde des tijds, maar de samenvoeging en gelijkheid der zaken. Vergelijk Jer. 35:1, en boven Ezech. 29:17. Ezechiël 1:2: Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin), Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Jeremia 35:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende: Ezechiël 29:17: Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:",
          "text1637": "Na Iojachins ofte Iechonias wech-voeringe. Siet bov. 1.2. ende ond. 33.21. hier uyt wert afgenomen, dat in’t beschrijven ende ’t samen-voegen deser prophetyen, niet gevolgt is den order des tijts, maer de t’ samenvoeginge ende gelijckheyt der saken. Vergel. bov. 29.17. ende Ier. 35. op vers 1.",
          "text2026": "59 elfde jaar: Na Jojachins of Jechonia's wegvoering. Zie boven Ez. 1:2, en onder Ez. 33:21. Hieruit werd afgenomen dat in het beschrijven en samenvoegen van deze profetie niet gevolgd is de orde van de tijd, maar de samenvoeging en gelijkheid van de zaken. Vergelijk Jer. 35:1, en boven Ez. 29:17. Ezechiël 1:2: Op de vijfde van die maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van de koning Jojachin), Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Jeremia 35:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is van JAHWEH, in de dagen van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, zeggende: Ezechiël 29:17: Verder gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op de eerste van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij geschiedde, zeggende:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֗י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַחַ֤ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HR/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרֵה֙",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֔ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/רִאשׁ֖וֹן",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׁבְעָ֣ה",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HR/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹ֑דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> gebeurde het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> in het elfde jaar, in de eerste maand, op de zevende van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> gebeurde het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:",
      "text1637_html": "Oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> gebeurdet in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> elfste jaer, in de eerste [maent], op den sevenden der maent; [dat] het woort des HEEREN tot my geschiedde, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "het woord des HEEREN tot mij geschiedde",
          "new": "het woord van JAHWEH tot mij kwam",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "den zevenden der",
          "new": "de zevende van de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "geschiedde,",
          "new": "gebeurde,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Mensenkind! Ik heb den arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.",
      "text1637": "Menschen kint, ick hebbe den [60] arm Pharaos, des Conincks van Egypten, verbroken: ende siet, [61] hy en sal niet verbonden worden, met plaesters op te leggen, met eenen windeldoeck aen te doen, om dien te verbinden, om dien te stercken, dat hy het sweert houde.",
      "text2026": "Mensenkind! Ik heb de arm van Farao, de koning van Egypte, verbroken; en ziet, hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om die te verbinden, om die te sterken, dat hij het zwaard houde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "60 arm van Farao … verbroken: Dat is, Ik heb hem zwak en machteloos gemaakt door de nederlaag van Farao Necho bij Carchemis, Jer. 46:2, enz., [waarop dit enigen duiden] na welke de koningen van Egypte niets bijzonders hebben kunnen uitrichten. Vergelijk de volgende figuurlijke woorden met Jer. 46:11. Anderen duiden het op Farao Hofra en zijne nederlaag van de Cyreners. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda. Jeremia 46:11: Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.",
          "text1637": "D. ick heb hem swack ende machteloos gemaeckt, door de nederlage van Pharao Necho by Carchemis, Ier. 46.2, etc. (waer op dit eenige duyden) na de welcke de Coningen van Egypten niet bysonders hebben konnen uytrichten. Vergel. de volgende figuerlicke woorden met Ier. 46.11. andere duydent op Pharao Hophra, ende sijne nederlage van de Cyreners.",
          "text2026": "60 arm van Farao … verbroken: Dat is, Ik heb hem zwak en machteloos gemaakt door de nederlaag van Farao Necho bij Carchemis, Jer. 46:2, enz., [waarop dit enige duiden] na welke de koningen van Egypte niets bijzonders hebben kunnen uitrichten. Vergelijk de volgende figuurlijke woorden met Jer. 46:11. Anderen duiden het op Farao Hofra en zijne nederlaag van de Cyreners. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het legermacht van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda. Jeremia 46:11: Ga heen op naar Gilead, en haal balsem, u jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt u de medicijnen, er is geen heling voor u."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De arm van Farao.",
          "text1637": "Den arm van Pharao.",
          "text2026": "De arm van Farao."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "זְר֛וֹעַ",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֥ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֖יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁבָ֑רְתִּי",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חֻ֠בְּשָׁה",
          "strongs": "H2280",
          "morph": "HVPp3fs"
        },
        {
          "woord": "לָ/תֵ֨ת",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "רְפֻא֜וֹת",
          "strongs": "H7499",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "לָ/שׂ֥וּם",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "חִתּ֛וּל",
          "strongs": "H2848",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָבְשָׁ֥/הּ",
          "strongs": "H2280",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָזְקָ֖/הּ",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/תְפֹּ֥שׂ",
          "strongs": "H8610",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/חָֽרֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mensenkind! Ik heb de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> arm van Farao, de koning van Egypte, verbroken; en ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om die te verbinden, om die te sterken, dat hij het zwaard houde.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Mensenkind! Ik heb den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> arm van Farao, den koning van Egypte, verbroken; en ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> hij zal niet verbonden worden, met pleisters op te leggen, met een windeldoek aan te doen, om dien te verbinden, om dien te sterken, dat hij het zwaard houde.",
      "text1637_html": "Menschen kint, ick hebbe den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> arm Pharaos, des Conincks van Egypten, verbroken: ende siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> hy en sal niet verbonden worden, met plaesters op te leggen, met eenen windeldoeck aen te doen, om dien te verbinden, om dien te stercken, dat hy het sweert houde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.",
      "text1637": "Daerom seyt de Heere HEERE alsoo; Siet ick [62] [wil] aen Pharao, den Coninck van Egypten, ende sal sijne armen verbreken, [beyde], den [63] stercken, ende den verbrokenen: ende ick sal het sweert uyt sijne hant doen vallen.",
      "text2026": "Daarom zegt Adonai JAHWEH zo: Zie, Ik wil aan Farao, de koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, zowel de sterken als de verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "62 Ik wil aan Farao: Zie boven Ezech. 29:3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! dien groten zeedraak, die in het midden zijner rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt.",
          "text1637": "Siet bov. 29.3.",
          "text2026": "62 Ik wil aan Farao: Zie boven Ez. 29:3. Ezechiël 29:3: Spreek en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Farao, koning van Egypte! die grote zeedraak, die in het midden zijn rivieren ligt; die daar zegt: Mijn rivier is de mijne, en ik heb die voor mij gemaakt."
        },
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "63 den sterken: Dat is, al zijne macht, zo die hij nog overig heeft, als die alreeds vervallen is.",
          "text1637": "D. alle sijne macht, soo die hy noch overich heeft, als die alreedts vervallen is.",
          "text2026": "63 de sterken: Dat is, al zijne macht, zo die hij nog overig heeft, als die alreeds vervallen is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֞ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִי֙",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֣ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָֽׁבַרְתִּי֙",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "זְרֹ֣עֹתָ֔י/ו",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֲזָקָ֖ה",
          "strongs": "H2389",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּשְׁבָּ֑רֶת",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HTd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִפַּלְתִּ֥י",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֶ֖רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּדֽ/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom zegt Adonai JAHWEH zo: Zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> wil aan Farao, de koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, zowel de sterken als de verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom zegt de Heere HEERE alzo: Ziet, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> wil aan Farao, den koning van Egypte, en zal zijn armen verbreken, beide den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> sterken en den verbrokenen; en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.",
      "text1637_html": "Daerom seyt de Heere HEERE alsoo; Siet ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> [wil] aen Pharao, den Coninck van Egypten, ende sal sijne armen verbreken, [beyde], den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> stercken, ende den verbrokenen: ende ick sal het sweert uyt sijne hant doen vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE alzo: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH zo: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "beide den",
          "new": "zowel de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "en den",
          "new": "als de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.",
      "text1637": "Ende ick sal de Egyptenaers verstroyen onder de heydenen: ende salse [64] verspreyden in de landen.",
      "text2026": "En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "64 verspreiden in de landen: Gelijk boven Ezech. 29:12, en onder vers 26. Ezechiël 29:12: Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden der verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden der verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen. Ezechiël 30:26: En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.",
          "text1637": "Als bov. 29.12. ende ond. vers 26.",
          "text2026": "64 verspreiden in de landen: Gelijk boven Ez. 29:12, en onder vers 26. Ezechiël 29:12: Want Ik zal Egypteland stellen tot een verwoesting in het midden van de verwoeste landen, en zijn steden zullen een woestheid zijn in het midden van de verwoeste steden, veertig jaren; en Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen. Ezechiël 30:26: En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; zo zullen zij weten, dat Ik JAHWEH ben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/הֲפִצוֹתִ֥י",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֖יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/זֵרִיתִ֖/ם",
          "strongs": "H2219",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֲרָצֽוֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> hen verspreiden in de landen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> hen verspreiden in de landen.",
      "text1637_html": "Ende ick sal de Egyptenaers verstroyen onder de heydenen: ende salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> verspreyden in de landen."
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.",
      "text1637": "Ende ick sal de armen des Conincks van Babel stercken, ende [65] mijn sweert in sijne hant geven: maer Pharaos armen sal ick verbreken, dat hy voor sijn aengesichte sal [66] kermen, [67] gelijck een dootlick verwondde kermt.",
      "text2026": "En Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, en Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal kermen, gelijk een dodelijk verwonde kermt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "65 Mijn zwaard in zijn hand geven: Gelijk boven Ezech. 21:9, en hier in vers 25, en onder Ezech. 32:10; zie Jer. 47:6. Ezechiël 21:9: Mensenkind, profeteer en zeg: Alzo zegt de HEERE: Zeg: Het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook geveegd. Ezechiël 30:25: Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt. Ezechiël 32:10: En Ik zal maken, dat zich vele volken over u ontzetten, en hun koningen zullen de haren over u te berge staan, als Ik Mijn zwaard zal zwaaien voor hun aangezichten; en zij zullen elk ogenblik sidderen, een ieder voor zijn ziel, ten dage uws vals. Jeremia 47:6: O wee, gij zwaard des HEEREN! Hoe lang zult gij niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil!",
          "text1637": "Als bov. 12.9. ende hier in’t volgende vers, ende ond. 32.10. siet Ier. 47. op vers 6.",
          "text2026": "65 Mijn zwaard in zijn hand geven: Gelijk boven Ez. 21:9, en hier in vers 25, en onder Ez. 32:10; zie Jer. 47:6. Ezechiël 21:9: Mensenkind, profeteer en zeg: Zo zegt JAHWEH: Zeg: Het zwaard, het zwaard is gescherpt, en ook geveegd. Ezechiël 30:25: Ja, Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarheen vallen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn zwaard in de hand van de koning van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt. Ezechiël 32:10: En Ik zal maken, dat zich vele volken over u ontzetten, en hun koningen zullen de haar over u te berge staan, als Ik Mijn zwaard zal zwaaien voor hun aangezichten; en zij zullen elk ogenblik sidderen, een ieder voor zijn ziel, ten dage uws vals. Jeremia 47:6: O wee, u zwaard van JAHWEH! Hoe lang zult u niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil!"
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zuchten, huilen, stenen voor het aangezicht van den koning van Babel; zie van het Hebreeuwse woord Job 24:12. Job 24:12: Uit de stad zuchten de lieden, en de ziel der verwonden schreeuwt uit; nochtans beschikt God niets ongerijmds.",
          "text1637": "Ofte, suchten, huylen, stenen voor’t aengesichte des Conincks van Babel. Siet van’t Hebr. woort Iob 24. op vers 12.",
          "text2026": "Of, zuchten, huilen, stenen voor het aangezicht van de koning van Babel; zie van het Hebreeuwse woord Job 24:12. Job 24:12: Uit de stad zuchten de mensen, en de ziel van de verwonden schreeuwt uit; nochtans beschikt God niets ongerijmds."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "67 gelijk een dodelijk verwonde kermt: Hebreeuws, zal kermen de kermingen, of zuchtingen, van een dodelijke verwonde; vergelijk boven Ezech. 26:15. Ezechiël 26:15: Alzo zegt de Heere HEERE tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid uws vals beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?",
          "text1637": "Hebr. sal kermen de kermingen, ofte, suchtingen, eens dootlick verwondden. Vergel. boven 26.15.",
          "text2026": "67 gelijk een dodelijk verwonde kermt: Hebreeuws, zal kermen de kermingen, of zuchtingen, van een dodelijke verwonde; vergelijk boven Ez. 26:15. Ezechiël 26:15: Zo zegt de Heer JAHWEH tot Tyrus: Zullen niet de eilanden van het geluid uws vals beven, als de dodelijk verwonde zal kermen, wanneer men in het midden van u schrikkelijk zal moorden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/חִזַּקְתִּ֗י",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "זְרֹעוֹת֙",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֔ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "חַרְבִּ֖/י",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָד֑/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁבַרְתִּי֙",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "זְרֹע֣וֹת",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֔ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָאַ֛ק",
          "strongs": "H5008",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "נַאֲק֥וֹת",
          "strongs": "H5009",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "חָלָ֖ל",
          "strongs": "H2491",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָֽי/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> kermen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> gelijk een dodelijk verwonde kermt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal de armen des konings van Babel sterken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Mijn zwaard in zijn hand geven; maar Farao's armen zal Ik verbreken, dat hij voor zijn aangezicht zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> kermen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> gelijk een dodelijk verwonde kermt.",
      "text1637_html": "Ende ick sal de armen des Conincks van Babel stercken, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> mijn sweert in sijne hant geven: maer Pharaos armen sal ick verbreken, dat hy voor sijn aengesichte sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> kermen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> gelijck een dootlick verwondde kermt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des konings",
          "new": "van de koning",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.",
      "text1637": "Ia ick sal de armen des Conincks van Babel stercken, maer Pharaos armen sullen [68] daer henen vallen: ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben; als ick mijn sweert in de hant des Conincks van Babel sal hebben gegeven, ende hy dat selve over Egypten-lant sal hebben uytgestreckt.",
      "text2026": "Ja, Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, maar Farao's armen zullen daarheen vallen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn zwaard in de hand van de koning van Babel zal hebben gegeven, en hij het over Egypteland zal hebben uitgestrekt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "68 daarhenen vallen: Al zijn macht en moed zal hem begeven.",
          "text1637": "Alle sijne macht ende moet sal hem begeven.",
          "text2026": "68 daarheen vallen: Al zijn macht en moed zal hem begeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַחֲזַקְתִּ֗י",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "זְרֹעוֹת֙",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֔ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/זְרֹע֥וֹת",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HC/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֖ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תִּפֹּ֑לְנָה",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/יָדְע֞וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תִתִּ֤/י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חַרְבִּ/י֙",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֔ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָטָ֥ה",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֖/הּ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָֽיִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ja, Ik zal de armen van de koning van Babel sterken, maar Farao's armen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> daarheen vallen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn zwaard in de hand van de koning van Babel zal hebben gegeven, en hij het over Egypteland zal hebben uitgestrekt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ja, Ik zal de armen des konings van Babel sterken, maar Farao's armen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> daarhenen vallen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn zwaard in de hand des konings van Babel zal hebben gegeven, en hij datzelve over Egypteland zal hebben uitgestrekt.",
      "text1637_html": "Ia ick sal de armen des Conincks van Babel stercken, maer Pharaos armen sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> daer henen vallen: ende sy sullen weten, dat ick de HEERE ben; als ick mijn sweert in de hant des Conincks van Babel sal hebben gegeven, ende hy dat selve over Egypten-lant sal hebben uytgestreckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des konings",
          "new": "van de koning",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "daarhenen",
          "new": "daarheen",
          "principe": "V223"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "des konings",
          "new": "van de koning",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "datzelve",
          "new": "het",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ende ick sal de Egyptenaers verstroyen onder de heydenen, ende salse verspreyden in de landen: also sullen sy weten, dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; zo zullen zij weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/הֲפִצוֹתִ֤י",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֨יִם֙",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/זֵרִיתִ֥י",
          "strongs": "H2219",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֲרָצ֑וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de Egyptenaars verstrooien onder de heidenen, en zal hen verspreiden in de landen; zo zullen zij weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick sal de Egyptenaers verstroyen onder de heydenen, ende salse verspreyden in de landen: also sullen sy weten, dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Noch twee prophetyen, d’eene, aengaende de verwoestinge van gantsch Egypten, ende alle hare omliggende helpers ende bontgenooten, versen 1, 2, 3, 4, etc. d’andere, aengaende de verbrekinge van den arm hares Conincks, ende de sterckinge van den arm des Conincks van Babel tegen hem, mitsgaders vande verstroyinge der Egyptenaren onder de volcken, 20.",
    "text2026": "Nog twee profetieën: de ene over de verwoesting van heel Egypte, en al haar omliggende helpers en bondgenoten, vers 1, 2, 3, 4, enz.; de andere over het verbreken van de arm van haar koning, en de versterking van de arm van de koning van Babel tegen hem, alsook over de verstrooiing van de Egyptenaren onder de volken, 20."
  }
}
