{
 "number": 33,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:",
   "text1637": "ENde des HEEREN woort geschiedde tot my, seggende:",
   "text2026": "En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֥י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende:",
   "text1637_html": "ENde des HEEREN woort geschiedde tot my, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "het",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "geschiedde",
     "new": "van JAHWEH kwam",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "het",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;",
   "text1637": "Menschen kint, spreeckt tot de [1] kinderen uwes volcks, ende segt tot hen: [2] Wanneer ick het [3] sweert over eenich lant brenge; ende het volck des lants eenen man uyt hare [4] eynden nemen, ende dien voor hen tot eenen wachter stellen:",
   "text2026": "Mensenkind! spreek tot de kinderen van uw volk, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk van het land een man uit hun einden nemen, en die voor zich tot een wachter stellen;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "1 kinderen uws volks: Zie boven Ezech. 3:11. Ezechiël 3:11: En ga henen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen.",
     "text1637": "Siet boven 3. op vers 11.",
     "text2026": "1 kinderen uws volks: Zie boven Ez. 3:11. Ezechiël 3:11: En ga heen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "2 Wanneer Ik: Hebreeuws, een land, wanneer Ik het zwaar over, tegen, of in hetzelve zal brengen.",
     "text1637": "Hebr. een lant, wanneer ick het sweert over, tegen, ofte, in het selve sal brengen.",
     "text2026": "2 Wanneer Ik: Hebreeuws, een land, wanneer Ik het zwaar over, tegen, of in hetzelfde zal brengen (אֶרֶץ)."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "3 het zwaard: Dat is, oorlog, vijandelijken inval, met den aankleve van dien, door mijn rechtvaardig oordeel toeschik.",
     "text1637": "D. oorloge, vyantlicken inval, met den aenkleve van dien, door mijn rechtveerdich oordeel toeschicke.",
     "text2026": "3 het zwaard: Dat is, oorlog, vijandelijken inval, met de aankleve van die, door mijn rechtvaardig oordeel toeschik."
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, slechtelijk zoveel als uit, of onder hen, of uit hunne frontieren, uiterste grenzen, waar de wachter gemeenlijk gesteld worden om op alle aankomsten te letten. Zie verscheiden gebruik dezer manier van spreken Gen. 47:2; Richt. 18:2; 1 Kon. 12:31; idem Gen. 19:4; Jes. 56:11, in de aantekening. Genesis 47:2: En hij nam een deel zijner broederen, te weten vijf mannen, en hij stelde hen voor Farao's aangezicht. Richteren 18:2: Zo zonden de kinderen van Dan uit hun geslacht vijf mannen uit hun einden, mannen, die strijdbaar waren, van Zora en van Esthaol, om het land te verspieden, en dat te doorzoeken; en zij zeiden tot hen: Gaat, doorzoekt het land. En zij kwamen aan het gebergte van Efraïm, tot aan het huis van Micha, en vernachtten aldaar. 1 Koningen 12:31: Hij maakte ook een huis der hoogten; en maakte priesteren van de geringsten des volks, die niet waren uit de zonen van Levi. Genesis 19:4: Eer zij zich te slapen leiden, zo hebben de mannen dier stad, de mannen van Sodom, van den jongste tot den oudste toe, dat huis omsingeld, het ganse volk, van het uiterste einde af. Jesaja 56:11: En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elkeen naar zijn gewin, elk uit zijn einde.",
     "text1637": "D. slechtelick soo veel als, uyt, ofte, onder haer, ofte, uyt hare frontieren, uyterste palen, daer de wachters gemeenlick gestelt worden, om op alle aenkomsten te letten. Siet verscheyden gebruyck deser maniere van spreken Genes. 47.2. Iudic. 18.2. 1.Reg. 12.31. item Genes. 19.4. Iesa. 56.11. in d’aenteeck.",
     "text2026": "Dat is, slechtelijk zoveel als uit, of onder hen, of uit hunne frontieren, uiterste grenzen, waar de wachter gemeenlijk gesteld worden om op alle aankomsten te letten. Zie verscheiden gebruik van deze manier van spreken Gen. 47:2; Richt. 18:2; 1 Kon. 12:31; idem Gen. 19:4; Jes. 56:11, in de aantekening. Genesis 47:2: En hij nam een deel zijn broers, te weten vijf mannen, en hij stelde hen voor Farao's aangezicht. Richteren 18:2: Zo zonden de kinderen van Dan uit hun geslacht vijf mannen uit hun einden, mannen, die strijdbaar waren, van Zora en van Esthaol, om het land te verspieden, en dat te doorzoeken; en zij zeiden tot hen: Gaat, doorzoekt het land. En zij kwamen aan het gebergte van Efraïm, tot aan het huis van Micha, en overnachtten daar. 1 Koningen 12:31: Hij maakte ook een huis van de hoogten; en maakte priesters van de geringsten van het volk, die niet waren uit de zonen van Levi. Genesis 19:4: Voordat zij zich te slapen leiden, zo hebben de mannen dier stad, de mannen van Sodom, van de jongste tot de oudste toe, dat huis omsingeld, het gehele volk, van het uiterste einde af. Jesaja 56:11: En deze honden zijn sterk van begeerte, zij kunnen niet verzadigd worden, ja, het zijn herders, die niet verstaan kunnen; zij allen keren zich naar hun weg, elk naar zijn winst, elk uit zijn einde."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֗ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "דַּבֵּ֤ר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpv2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵֽי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "עַמְּ/ךָ֙",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqq2ms"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶ֕רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אָבִ֥יא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhi1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלֶ֖י/הָ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "חָ֑רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לָקְח֨וּ",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "עַם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֜רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "אִ֤ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶחָד֙",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/קְצֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H7097",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָתְנ֥וּ",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "אֹת֛/וֹ",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/צֹפֶֽה",
     "strongs": "H6822",
     "morph": "HR/Vqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mensenkind! spreek tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> kinderen van uw volk, en zeg tot hen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Wanneer Ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zwaard over enig land breng, en het volk van het land een man uit hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> einden nemen, en die voor zich tot een wachter stellen;</i></span>",
   "textSV1888_html": "Mensenkind! spreek tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> kinderen uws volks, en zeg tot hen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Wanneer Ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;",
   "text1637_html": "Menschen kint, spreeckt tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> kinderen uwes volcks, ende segt tot hen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Wanneer ick het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sweert over eenich lant brenge; ende het volck des lants eenen man uyt hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eynden nemen, ende dien voor hen tot eenen wachter stellen:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "uws volks,",
     "new": "van uw volk,",
     "principe": "V200"
    },
    {
     "old": "des lands",
     "new": "van het land",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "dien",
     "new": "die",
     "principe": "N4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;",
   "text1637": "Ende hy het sweert siet [5] komen over het lant; ende blaest met de basuyne, ende waerschouwt het volck.",
   "text2026": "En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, komende.",
     "text1637": "Hebr. komende.",
     "text2026": "Hebreeuws, komende."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/רָאָ֥ה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בָּאָ֣ה",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqrfsa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/תָקַ֥ע",
     "strongs": "H8628",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "בַּ/שּׁוֹפָ֖ר",
     "strongs": "H7782",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִזְהִ֥יר",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HC/Vhq3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/עָֽם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En hij het zwaard ziet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;",
   "textSV1888_html": "En hij het zwaard ziet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk;",
   "text1637_html": "Ende hy het sweert siet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> komen over het lant; ende blaest met de basuyne, ende waerschouwt het volck."
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd.",
   "text1637": "Ende een die’t geluyt der basuyne hoort, [wel] hoort, maer sich niet en laet waerschouwen; ende het sweert komt, ende neemt hem wech: diens bloet is op [6] sijnen cop.",
   "text2026": "En een, die het geluid van de bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "6 op zijn hoofd: Dat is, hij is de oorzaak en draagt de schuld van zijn eigen verderf. Vergelijk Lev. 20:9, met de aantekening, en zo in het volgende. Leviticus 20:9: Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!",
     "text1637": "D. hy is d’oorsake, ende draecht de schult van sijn eygen verderf. Vergel. Levit. 20.9. met d’aenteeck. ende so in’t volgende.",
     "text2026": "6 op zijn hoofd: Dat is, hij is de oorzaak en draagt de schuld van zijn eigen verderf. Vergelijk Lev. 20:9, met de aantekening, en zo in het volgende. Leviticus 20:9: Als er iemand is, die zijn vader of zijn moeder zal gevloekt hebben, die zal zekerlijk gedood worden; hij heeft zijn vader of zijn moeder gevloekt; zijn bloed is op hem!"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שָׁמַ֨ע",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/שֹּׁמֵ֜עַ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HTd/Vqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "ק֤וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שּׁוֹפָר֙",
     "strongs": "H7782",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "נִזְהָ֔ר",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "וַ/תָּ֥בוֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqw3fs"
    },
    {
     "woord": "חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/תִּקָּחֵ֑/הוּ",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HC/Vqw3fs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "דָּמ֥/וֹ",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְ/רֹאשׁ֖/וֹ",
     "strongs": "H7218",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִֽהְיֶֽה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "En een, die het geluid van de bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zijn hoofd.",
   "textSV1888_html": "En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zijn hoofd.",
   "text1637_html": "Ende een die’t geluyt der basuyne hoort, [wel] hoort, maer sich niet en laet waerschouwen; ende het sweert komt, ende neemt hem wech: diens bloet is op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> sijnen cop.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel.",
   "text1637": "Hy hoorde het geluyt der basuyne, maer en liet sich niet waerschouwen, sijn bloet is op hem: maer hy die sich laet waerschouwen, behoudt sijne [7] ziele.",
   "text2026": "Hij hoorde het geluid van de bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, leven, of persoon, zichzelven. Zie Gen. 12:5, en Gen. 19:17, met de aantekening. Genesis 12:5: En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän. Genesis 19:17: En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.",
     "text1637": "D. leven, ofte, persoon, sich selfs. Siet Gen. 12.5. ende 19.17. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Dat is, leven, of persoon, zichzelf. Zie Gen. 12:5, en Gen. 19:17, met de aantekening. Genesis 12:5: En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broers zoon, en al hun bezittingen, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän. Genesis 19:17: En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zei Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze gehele vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat u niet omkomt."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֵת֩",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "ק֨וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שּׁוֹפָ֤ר",
     "strongs": "H7782",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁמַע֙",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "נִזְהָ֔ר",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "דָּמ֖/וֹ",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בּ֣/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִֽהְיֶ֑ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/ה֥וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HC/Pp3ms"
    },
    {
     "woord": "נִזְהָ֖ר",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "נַפְשׁ֥/וֹ",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "מִלֵּֽט",
     "strongs": "H4422",
     "morph": "HVpp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hij hoorde het geluid van de bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ziel.",
   "textSV1888_html": "Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ziel.",
   "text1637_html": "Hy hoorde het geluyt der basuyne, maer en liet sich niet waerschouwen, sijn bloet is op hem: maer hy die sich laet waerschouwen, behoudt sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ziele.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.",
   "text1637": "Wanneer daerentegen de wachter het sweert siet komen, ende en blaest niet met de basuyne, so dat het volck niet en is gewaerschouwt; ende het sweert komt, ende neemt eene [8] ziele uyt hen wech: [9] die is [wel] in sijne ongerechticheyt wechgenomen, maer sijn [10] bloet sal ick van de hand des wachters eysschen.",
   "text2026": "Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van de hand van de wachter eisen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 3:18. Ezechiël 3:18: Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.",
     "text1637": "Als boven 3.18.",
     "text2026": "Gelijk boven Ez. 3:18. Ezechiël 3:18: Als Ik tot de goddeloze zeg: U zult de dood sterven, en u waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om de goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat u hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, een persoon, of iemand, gelijk boven.",
     "text1637": "D. een persoon, ofte, yemant, als boven.",
     "text2026": "Dat is, een persoon, of iemand, gelijk boven."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "9 die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen: Ik heb hem wel door mijn verborgen regering deze straf rechtvaardig toegeschikt, maar dat zal den trouwelozen wachter niet ontschuldigen.",
     "text1637": "Ick hebbe hem wel door mijne verborgene regeringe dese straffe rechtveerdichlick toegeschickt: maer dat en sal den trouwloosen wachter niet ontschuldigen.",
     "text2026": "9 die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen: Ik heb hem wel door mijn verborgen regering deze straf rechtvaardig toegeschikt, maar dat zal de trouwelozen wachter niet ontschuldigen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ֠/הַ/צֹּפֶה",
     "strongs": "H6822",
     "morph": "HC/Td/Vqrmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יִרְאֶ֨ה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/חֶ֜רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בָּאָ֗ה",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqrfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "תָקַ֤ע",
     "strongs": "H8628",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "בַּ/שּׁוֹפָר֙",
     "strongs": "H7782",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/עָ֣ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "נִזְהָ֔ר",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "וַ/תָּב֣וֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqw3fs"
    },
    {
     "woord": "חֶ֔רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/תִּקַּ֥ח",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HC/Vqw3fs"
    },
    {
     "woord": "מֵ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נָ֑פֶשׁ",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "ה֚וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲוֺנ֣/וֹ",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "נִלְקָ֔ח",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/דָמ֖/וֹ",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/יַּֽד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/צֹּפֶ֥ה",
     "strongs": "H6822",
     "morph": "HTd/Vqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶדְרֹֽשׁ",
     "strongs": "H1875",
     "morph": "HVqi1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ziel uit hen weg;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bloed zal Ik van de hand van de wachter eisen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ziel uit hen weg;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.",
   "text1637_html": "Wanneer daerentegen de wachter het sweert siet komen, ende en blaest niet met de basuyne, so dat het volck niet en is gewaerschouwt; ende het sweert komt, ende neemt eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ziele uyt hen wech: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> die is [wel] in sijne ongerechticheyt wechgenomen, maer sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bloet sal ick van de hand des wachters eysschen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des",
     "new": "de",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des wachters",
     "new": "van de wachter",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.",
   "text1637": "Ghy nu, ô menschen kint; [11] ick hebbe u tot eenen [a] wachter gestelt over het huys Israels: soo sult ghy het woort uyt mijnen monde hooren, ende hen van mijnent wegen waerschouwen.",
   "text2026": "U nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis van Israël; zo zult u het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 Ik heb u: Vergelijk deze plaats met boven Ezech. 3:17, enz. en zie de aantekening aldaar. Ezechiël 3:17: Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.",
     "text1637": "Vergel. dese plaetse met boven cap. 3.17. etc. ende siet d’aenteeck. aldaer.",
     "text2026": "11 Ik heb u: Vergelijk deze plaats met boven Ez. 3:17, enz. en zie de aantekening daar. Ezechiël 3:17: Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis van Israël; zo zult u het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 3:17. Ezechiël 3:17: Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.",
     "text1637": "Ezech. 3.17. etc.",
     "text2026": "Ez. 3:17. Ezechiël 3:17: Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis van Israël; zo zult u het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֔ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "צֹפֶ֥ה",
     "strongs": "H6822",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "נְתַתִּ֖י/ךָ",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/בֵ֣ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁמַעְתָּ֤",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqq2ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/פִּ/י֙",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "דָּבָ֔ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִזְהַרְתָּ֥",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HC/Vhq2ms"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ֖/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U nu, o mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Ik heb u tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> wachter gesteld over het huis van Israël; zo zult u het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gij nu, o mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Ik heb u tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.",
   "text1637_html": "Ghy nu, ô menschen kint; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> ick hebbe u tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> wachter gestelt over het huys Israels: soo sult ghy het woort uyt mijnen monde hooren, ende hen van mijnent wegen waerschouwen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Israëls;",
     "new": "van Israël;",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.",
   "text1637": "Als ick tot den godtloosen segge; ô godtloose, ghy sult den doot sterven; ende ghy en spreeckt niet, om den godtloosen van sijnen wech af te manen: die godtloose sal in sijne ongerechticheyt sterven, maer sijn bloet sal ick van uwe hant [12] eysschen.",
   "text2026": "Als Ik tot de goddeloze zeg: O goddeloze, u zult de dood sterven! en u spreekt niet, om de goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, zoeken.",
     "text1637": "Ofte, soecken.",
     "text2026": "Of, zoeken."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/אָמְרִ֣/י",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/רָשָׁ֗ע",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HRd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁע֙",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מ֣וֹת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "תָּמ֔וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "דִבַּ֔רְתָּ",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp2ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/הַזְהִ֥יר",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁ֖ע",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/דַּרְכּ֑/וֹ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "ה֤וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁע֙",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲוֺנ֣/וֹ",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יָמ֔וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/דָמ֖/וֹ",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/יָּדְ/ךָ֥",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֲבַקֵּֽשׁ",
     "strongs": "H1245",
     "morph": "HVpi1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als Ik tot de goddeloze zeg: <span class=\"god-speaks\"><i>O goddeloze, u zult de dood sterven!</i></span> en u spreekt niet, om de goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> eisen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> eisen.",
   "text1637_html": "Als ick tot den godtloosen segge; ô godtloose, ghy sult den doot sterven; ende ghy en spreeckt niet, om den godtloosen van sijnen wech af te manen: die godtloose sal in sijne ongerechticheyt sterven, maer sijn bloet sal ick van uwe hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> eysschen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Maar als gij den goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van dien bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd.",
   "text1637": "Maer als ghy den godtloosen van sijnen wech afmaent, dat hy sich van dien bekeere, ende hy sich van sijnen wech niet en bekeert: so sal hy in sijne ongerechtichheyt sterven: maer ghy hebt uwe ziele bevrijdt.",
   "text2026": "Maar als u de goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van die bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar u hebt uw ziel bevrijd.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ֠/אַתָּה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הִזְהַ֨רְתָּ",
     "strongs": "H2094",
     "morph": "HVhp2ms"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁ֤ע",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/דַּרְכּ/וֹ֙",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לָ/שׁ֣וּב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "מִמֶּ֔/נָּה",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "שָׁ֖ב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/דַּרְכּ֑/וֹ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "ה֚וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲוֺנ֣/וֹ",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יָמ֔וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֖ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "נַפְשְׁ/ךָ֥",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הִצַּֽלְתָּ",
     "strongs": "H5337",
     "morph": "HVhp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar als u de goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van die bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar u hebt uw ziel bevrijd.",
   "text1637_html": "Maer als ghy den godtloosen van sijnen wech afmaent, dat hy sich van dien bekeere, ende hy sich van sijnen wech niet en bekeert: so sal hy in sijne ongerechtichheyt sterven: maer ghy hebt uwe ziele bevrijdt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij den",
     "new": "u de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "dien",
     "new": "die",
     "principe": "N4"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israëls: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven?",
   "text1637": "Daerom, ghy menschen kint, segt tot het huys Israels; Ghylieden spreeckt aldus, seggende; Dewijle onse overtredingen ende onse sonden [13] op ons zijn, ende wy in de selve [b] [14] versmachten, hoe souden wy dan [15] leven?",
   "text2026": "Daarom, u mensenkind! zeg tot het huis van Israël: U spreekt zo, zeggende: Omdat onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij daarin versmachten, hoe zouden wij dan leven?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 op ons zijn: Dat is, wij dragen de straffen van dien; vergelijk boven Ezech. 32:27; zie Lev. 5:1. Ezechiël 32:27: Maar zij liggen niet met de helden, die onder de onbesnedenen gevallen zijn; die ter helle zijn nedergedaald met hun krijgswapenen, en welker zwaarden men gelegd heeft onder hun hoofden; welker ongerechtigheid nochtans op hun beenderen is, omdat der helden schrik in het land der levenden geweest is. Leviticus 5:1: Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.",
     "text1637": "D. wy dragen de straffen van dien. Vergel. boven 32.27. ende siet Levit. 5. op vers 1.",
     "text2026": "13 op ons zijn: Dat is, wij dragen de straffen van die; vergelijk boven Ez. 32:27; zie Lev. 5:1. Ezechiël 32:27: Maar zij liggen niet met de helden, die onder de onbesnedenen gevallen zijn; die ter dodenrijk zijn nedergedaald met hun krijgswapenen, en van wie zwaarden men gelegd heeft onder hun hoofden; van wie ongerechtigheid nochtans op hun beenderen is, omdat van de helden schrik in het land van de levenden geweest is. Leviticus 5:1: Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem van de vloek, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; als hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Volgens Gods dreigementen; vergelijk boven Ezech. 24:23; zie aldaar. Ezechiël 24:23: En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.",
     "text1637": "Volgens Godts dreygementen. Vergel. bov. 24.23. Siet aldaer.",
     "text2026": "Volgens Gods dreigementen; vergelijk boven Ez. 24:23; zie daar. Ezechiël 24:23: En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; u zult niet rouwklagen, noch wenen, maar u zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iedereen tegen zijn broer zuchten."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk Gij ons belooft, maar [willen zij zeggen] wij bevinden het tegendeel inderdaad; alzo murmureerden zij over Gods plagen, zonder te letten op hunne bekering, waarop de beloften van het leven gingen.",
     "text1637": "Gelijck ghy ons belooft, maer (willense seggen) wy bevinden het contrarie inder daet: alsoo murmureerden sy over Godts plagen, sonder te letten op haerder bekeeringe, waer op de beloften van het leven gingen.",
     "text2026": "Gelijk U ons belooft, maar [willen zij zeggen] wij bevinden het tegendeel inderdaad; zo morden zij over Gods plagen, zonder te letten op hunne bekering, waarop de beloften van het leven gingen."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 24:23. Ezechiël 24:23: En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; gij zult niet rouwklagen, noch wenen, maar gij zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iegelijk tegen zijn broeder zuchten.",
     "text1637": "Ezech. 24.23.",
     "text2026": "Ez. 24:23. Ezechiël 24:23: En uw hoeden zullen op uw hoofden zijn, en uw schoenen aan uw voeten; u zult niet rouwklagen, noch wenen, maar u zult in uw ongerechtigheden versmachten, en een iedereen tegen zijn broer zuchten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֗ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֱמֹר֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֣ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֤ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אֲמַרְתֶּם֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp2mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "פְשָׁעֵ֥י/נוּ",
     "strongs": "H6588",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "וְ/חַטֹּאתֵ֖י/נוּ",
     "strongs": "H2403",
     "morph": "HC/Ncfpc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "עָלֵ֑י/נוּ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָ֛/ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HC/R/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֲנַ֥חְנוּ",
     "strongs": "H587",
     "morph": "HPp1cp"
    },
    {
     "woord": "נְמַקִּ֖ים",
     "strongs": "H4743",
     "morph": "HVNsmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֥יךְ",
     "strongs": "H349",
     "morph": "HC/Ti"
    },
    {
     "woord": "נִֽחְיֶֽה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqi1cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daarom, u mensenkind! zeg tot het huis van Israël: U spreekt zo, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Omdat onze overtredingen en onze zonden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> op ons zijn, en wij daarin versmachten, hoe zouden wij dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> leven?</i></span>",
   "textSV1888_html": "Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israëls: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> op ons zijn, en wij in dezelve<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> versmachten, hoe zouden wij dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> leven?",
   "text1637_html": "Daerom, ghy menschen kint, segt tot het huys Israels; Ghylieden spreeckt aldus, seggende; Dewijle onse overtredingen ende onse sonden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> op ons zijn, ende wy in de selve <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> versmachten, hoe souden wy dan <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> leven?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Israëls: Gijlieden",
     "new": "van Israël: U",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "aldus,",
     "new": "zo,",
     "principe": "V72"
    },
    {
     "old": "Dewijl",
     "new": "Omdat",
     "principe": "V2"
    },
    {
     "old": "in dezelve",
     "new": "daarin",
     "principe": "O3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?",
   "text1637": "Segt tot hen, [c] [Soo waerachtich als] ick leve, spreeckt de Heere HEE-RE, [16] So ick lust hebbe in den [17] doot des godtloosen! Maer daer in [hebbe ick lust] dat de godtloose sich bekeere van sijnen wech, ende leve: [18] Bekeeret u, bekeeret u van uwe boose wegen; want [19] waerom soudet ghy sterven, ô huys Israëls?",
   "text2026": "Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt Adonai JAHWEH, zo Ik lust heb in de dood van de goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeer u, bekeer u van uw boze wegen, want waarom zou u sterven, o huis van Israël?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "16 zo Ik lust heb: Een afgebroken rede in het eedzweren gebruikelijk; zie Num. 14:23. Numeri 14:23: Zo zij het land, hetwelk Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien!",
     "text1637": "Een afgebroken reden in’t eedt-sweeren gebruycklick. siet Num. 14. op vers 23.",
     "text2026": "16 zo Ik lust heb: Een afgebroken rede in het eedzweren gebruikelijk; zie Num. 14:23. Numeri 14:23: Zo zij het land, dat Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien!"
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "17 dood des goddelozen: Gelijk gij meent en klaagt dat Ik belust ben om u te doden, ofschoon gij u van uwe boosheid bekeerdet, alsof het evenveel bij mij is of gij u bekeert of niet, hoe gij het ook maakt, wel of kwalijk, gij moet er evenzeer aan, gelijk goddelozen murmureerders en huichelaars plegen te spreken; vergelijk boven Ezech. 18:23, met de aantekening. Ezechiël 18:23: Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?",
     "text1637": "Gelijck ghy meynt ende klaecht, dat ick belust ben om u te dooden, al schoon ghy u van uwe boosheyt bekeerdet, als of het evenveel by my zy, of ghy u bekeert ofte niet, hoe ghy’t oock maeckt, wel of qualick, ghy moeter even seer aen; gelijck godtloose murmureerdeers ende huychelaers plegen te spreken. Vergel. bov. 18.23. met d’aenteeck.",
     "text2026": "17 dood van de goddelozen: Gelijk u meent en klaagt dat Ik belust ben om u te doden, ofschoon u u van uwe boosheid bekeerde, alsof het evenveel bij mij is of u u bekeert of niet, hoe u het ook maakt, wel of kwalijk, u moet er evenzeer aan, gelijk goddelozen murmureerders en huichelaars plegen te spreken; vergelijk boven Ez. 18:23, met de aantekening. Ezechiël 18:23: Zou Ik enigzins lust hebben aan de dood van de goddelozen, spreekt de Heer JAHWEH; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?"
    },
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "18 Bekeert u: Dat is de zaak [wil God zeggen] daar schort het u, dat gij al in uwe goddeloosheid blijft, en evenwel tegen mijne plagen murmureert, in plaats dat gij u moest bekeren.",
     "text1637": "Dat is de sake, (wil Godt seggen) daer schort het u, dat ghy al in uwe godtloosheyt blijft, ende evenwel tegen mijne plagen murmureert, in plaetse dat ghy u moestet bekeeren.",
     "text2026": "18 Bekeert u: Dat is de zaak [wil God zeggen] daar schort het u, dat u al in uwe goddeloosheid blijft, en evenwel tegen mijne plagen mort, in plaats dat u u moest bekeren."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "19 waarom zoudt gij sterven: Alsof God zei: Hoe blijft gij zo dwaas, dat gij zich uw eigen verderf op den hals haalt door uw onbekeerlijkheid? Zo gij zo wilt voortgaan, kan u toch niet anders overkomen als dat gij in uw verkeerdheid zal sterven en verderven. Bedenkt dit toch eens terdege, tot uw eigen beste.",
     "text1637": "Als of Godt seyde: hoe blijft ghy soo dwaes, dat ghy u eygen verderf u op den hals haelt door uwe onbekeerlickheyt? so ghy soo wilt voortgaen, en kan u doch niet anders overkomen, als dat ghy in uwe verkeertheyt moet sterven ende verderven. bedenckt dit doch eens ter degen, tot u eygen beste.",
     "text2026": "19 waarom zoudt u sterven: Alsof God zei: Hoe blijft u zo dwaas, dat u zich uw eigen verderf op de hals haalt door uw onbekeerlijkheid? Zo u zo wilt voortgaan, kan u toch niet anders overkomen als dat u in uw verkeerdheid zal sterven en verderven. Bedenkt dit toch eens terdege, tot uw eigen beste."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 18:23; idem v. 32. Ezechiël 18:23: Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? Ezechiël 18:32: Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.",
     "text1637": "Ezech. 18.23. 32.",
     "text2026": "Ez. 18:23; idem v. 32. Ezechiël 18:23: Zou Ik enigzins lust hebben aan de dood van de goddelozen, spreekt de Heer JAHWEH; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? Ezechiël 18:32: Want Ik heb geen lust aan de dood van de stervenden, spreekt de Heer JAHWEH; daarom bekeert u en leeft."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֱמֹ֨ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵי/הֶ֜ם",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "חַי",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "אָ֣נִי",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻ֣ם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֗ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֶחְפֹּץ֙",
     "strongs": "H2654",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/מ֣וֹת",
     "strongs": "H4194",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/רָשָׁ֔ע",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "בְּ/שׁ֥וּב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁ֛ע",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/דַּרְכּ֖/וֹ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/חָיָ֑ה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "שׁ֣וּבוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "שׁ֜וּבוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "מִ/דַּרְכֵי/כֶ֧ם",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "הָ/רָעִ֛ים",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HTd/Aampa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לָ֥/מָּה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HC/R/Ti"
    },
    {
     "woord": "תָמ֖וּתוּ",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֥ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zeg tot hen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Zo waarachtig als Ik leef, spreekt Adonai JAHWEH,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zo Ik lust heb in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> dood van de goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Bekeer u, bekeer u van uw boze wegen, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> waarom zou u sterven, o huis van Israël?</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zeg tot hen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zo Ik lust heb in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?",
   "text1637_html": "Segt tot hen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> [Soo waerachtich als] ick leve, spreeckt de Heere HEE-RE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> So ick lust hebbe in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> doot des godtloosen! Maer daer in [hebbe ick lust] dat de godtloose sich bekeere van sijnen wech, ende leve: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Bekeeret u, bekeeret u van uwe boose wegen; want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> waerom soudet ghy sterven, ô huys Israëls?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de Heere HEERE,",
     "new": "Adonai JAHWEH,",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des",
     "new": "van de",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "Bekeert",
     "new": "Bekeer",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "bekeert",
     "new": "bekeer",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "zoudt gij",
     "new": "zou u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Israëls?",
     "new": "van Israël?",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt.",
   "text1637": "Ghy dan, ô menschen kint, segt tot de kinderen uwes volcks; [d] De gerechtichheyt des [20] rechtveerdigen en sal [21] hem niet redden ten dage sijner [22] overtredinge; ende aengaende de godtloosheyt des godtloosen, hy en sal om de selve niet [23] vallen, ten dage als hy sich van sijne godtloosheyt bekeert: noch de rechtveerdige en sal niet konnen leven door de selve [sijne [24] gerechticheyt], ten dage als hy sondicht.",
   "text2026": "U dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen van uw volk: De gerechtigheid van de rechtvaardigen zal hem niet redden op de dag van zijn overtreding; en voor wat betreft de goddeloosheid van de goddelozen, hij zal daarom niet vallen, op de dag als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door zijn gerechtigheid, op de dag als hij zondigt.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven Ezech. 3:20, en Ezech. 18:24, met de aantekening. Ezechiël 3:20: Als ook een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afkeert, en onrecht doet, en Ik een aanstoot voor zijn aangezicht leg, hij zal sterven; omdat gij hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven, en zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Ezechiël 18:24: Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.",
     "text1637": "Siet bov. 3.20. ende 18.24. met d’aent.",
     "text2026": "Zie boven Ez. 3:20, en Ez. 18:24, met de aantekening. Ezechiël 3:20: Als ook een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afkeert, en onrecht doet, en Ik een aanstoot voor zijn aangezicht leg, hij zal sterven; omdat u hem niet gewaarschuwd hebt, zal hij in zijn zonde sterven, en zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Ezechiël 18:24: Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven."
    },
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "21 hem niet redden: Den voorzegden genoemden en gehouden rechtvaardige.",
     "text1637": "Den voorseyden genoemden ende gehoudenen rechtveerdigen.",
     "text2026": "21 hem niet redden: De voorzegden genoemden en gehouden rechtvaardige."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, zijns afvals.",
     "text1637": "Ofte, sijns afvals.",
     "text2026": "Of, zijns afvals."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, omkomen door mijne straffen, waarvan hier eigenlijk gesproken wordt; zie Gen. 14:10. Genesis 14:10: Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen aldaar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte.",
     "text1637": "D. omkomen door mijne straffen, waer van hier eygentlick gesproken wort. Siet Gen. 14. op vers 10.",
     "text2026": "Dat is, omkomen door mijne straffen, waarvan hier eigenlijk gesproken wordt; zie Gen. 14:10. Genesis 14:10: Het dal nu van Siddim was vol lijmputten; en de koningen van Sodom en Gomorra vluchtten, en vielen daar; en de overgeblevenen vluchtten naar het gebergte."
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Vermeld in dit vers.",
     "text1637": "Vermeldt vers 12.",
     "text2026": "Vermeld in dit vers."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 18:24. Ezechiël 18:24: Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.",
     "text1637": "Ezech. 18.24.",
     "text2026": "Ez. 18:24. Ezechiël 18:24: Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֗ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֱמֹ֤ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵֽי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "עַמְּ/ךָ֙",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "צִדְקַ֣ת",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/צַּדִּ֗יק",
     "strongs": "H6662",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "לֹ֤א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תַצִּילֶ֨/נּוּ֙",
     "strongs": "H5337",
     "morph": "HVhi3fs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/י֣וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "פִּשְׁע֔/וֹ",
     "strongs": "H6588",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/רִשְׁעַ֤ת",
     "strongs": "H7564",
     "morph": "HC/Ncfsc"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/רָשָׁע֙",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִכָּ֣שֶׁל",
     "strongs": "H3782",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "בָּ֔/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/י֖וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "שׁוּב֣/וֹ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/רִשְׁע֑/וֹ",
     "strongs": "H7562",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/צַדִּ֗יק",
     "strongs": "H6662",
     "morph": "HC/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יוּכַ֛ל",
     "strongs": "H3201",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "לִֽ/חְי֥וֹת",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "בָּ֖/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/י֥וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "חֲטֹאתֽ/וֹ",
     "strongs": "H2398",
     "morph": "HVqc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "U dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen van uw volk:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>De gerechtigheid van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de rechtvaardigen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hem niet redden op de dag van zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> overtreding; en voor wat betreft de goddeloosheid van de goddelozen, hij zal daarom niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vallen, op de dag als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door zijn gerechtigheid, op de dag als hij zondigt.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> De gerechtigheid des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> rechtvaardigen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hem niet redden ten dage zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt.",
   "text1637_html": "Ghy dan, ô menschen kint, segt tot de kinderen uwes volcks; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> De gerechtichheyt des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> rechtveerdigen en sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hem niet redden ten dage sijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> overtredinge; ende aengaende de godtloosheyt des godtloosen, hy en sal om de selve niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vallen, ten dage als hy sich van sijne godtloosheyt bekeert: noch de rechtveerdige en sal niet konnen leven door de selve [sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gerechticheyt], ten dage als hy sondicht.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "uws volks:",
     "new": "van uw volk:",
     "principe": "V200"
    },
    {
     "old": "des",
     "new": "van de",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "ten dage zijner",
     "new": "op de dag van zijn",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "aangaande",
     "new": "voor wat betreft",
     "principe": "V814"
    },
    {
     "old": "des",
     "new": "van de",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "om dezelve",
     "new": "daarom",
     "principe": "O3"
    },
    {
     "old": "ten dage",
     "new": "op de dag",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "dezelve",
     "new": "",
     "principe": "O3"
    },
    {
     "old": "ten dage",
     "new": "op de dag",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.",
   "text1637": "Als ick tot den rechtveerdigen segge, dat hy [25] sekerlick leven sal; ende hy op sijne gerechticheyt vertrouwt, ende onrecht doet; so en sullen alle sijne gerechticheden niet gedacht worden, maer in sijn onrecht, dat hy doet, daer in sal hy sterven.",
   "text2026": "Als Ik tot de rechtvaardige zeg, dat hij zeker leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "25 zekerlijk leven zal: Hebreeuws, levende leven; onder voorwaarde van oprechtheid en volharding tot het einde.",
     "text1637": "Hebr. levende leven: onder conditie van oprechticheyt ende volhardinge tot den eynde.",
     "text2026": "25 zekerlijk leven zal: Hebreeuws, levende leven (חָיֹה); onder voorwaarde van oprechtheid en volharding tot het einde."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/אָמְרִ֤/י",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לַ/צַּדִּיק֙",
     "strongs": "H6662",
     "morph": "HRd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "חָיֹ֣ה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "יִֽחְיֶ֔ה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֽוּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HC/Pp3ms"
    },
    {
     "woord": "בָטַ֥ח",
     "strongs": "H982",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "צִדְקָת֖/וֹ",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עָ֣שָׂה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "עָ֑וֶל",
     "strongs": "H5766",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "צדקת/ו",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִזָּכַ֔רְנָה",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVNi3fp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/עַוְל֥/וֹ",
     "strongs": "H5766",
     "morph": "HC/R/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "עָשָׂ֖ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "בּ֥/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יָמֽוּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als Ik tot de rechtvaardige zeg, dat hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zeker leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven.",
   "text1637_html": "Als ick tot den rechtveerdigen segge, dat hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> sekerlick leven sal; ende hy op sijne gerechticheyt vertrouwt, ende onrecht doet; so en sullen alle sijne gerechticheden niet gedacht worden, maer in sijn onrecht, dat hy doet, daer in sal hy sterven.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "zekerlijk",
     "new": "zeker",
     "principe": "V74"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;",
   "text1637": "Als ick oock tot den godtloosen segge, Ghy sult [26] den doot sterven: ende hy sich van sijne sonde bekeert, ende recht ende gerechticheyt doet:",
   "text2026": "Als Ik ook tot de goddeloze zeg: U zult de dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "26 den dood sterven: Hebreeuws, stervende sterven; zo gij u niet bekeert.",
     "text1637": "Hebr. stervende sterven: so ghy u niet en bekeert.",
     "text2026": "26 de dood sterven: Hebreeuws, stervende sterven (מוֹת); zo u u niet bekeert."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בְ/אָמְרִ֥/י",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/R/Vqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לָֽ/רָשָׁ֖ע",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HRd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "מ֣וֹת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "תָּמ֑וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁב֙",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/חַטָּאת֔/וֹ",
     "strongs": "H2403",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עָשָׂ֥ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפָּ֖ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/צְדָקָֽה",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als Ik ook tot de goddeloze zeg: U zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> de dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;</i></span>",
   "textSV1888_html": "Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet;",
   "text1637_html": "Als ick oock tot den godtloosen segge, Ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> den doot sterven: ende hy sich van sijne sonde bekeert, ende recht ende gerechticheyt doet:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven.",
   "text1637": "Geeft de godtloose het [27] pant weder, [28] betaelt hy het geroofde, wandelt hy in de insettingen des levens, so dat hy geen onrecht en doet; hy sal sekerlick [29] leven, hy en sal niet sterven.",
   "text2026": "Geef de goddeloze het pand weer, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de voorschriften van het leven, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zeker leven, hij zal niet sterven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "27 pand weder: Gelijk boven Ezech. 18:7. Ezechiël 18:7: En niemand verdrukt, den schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, den hongerige zijn brood geeft, en den naakte met kleding bedekt;",
     "text1637": "Als boven 18.7.",
     "text2026": "27 pand weer: Gelijk boven Ez. 18:7. Ezechiël 18:7: En niemand verdrukt, de schuldenaar zijn pand wedergeeft, geen roof rooft, de hongerige zijn brood geeft, en de naakte met kleding bedekt;"
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "28 betaalt hij het geroofde: Zie Exod. 22:1, 22:4; Lev. 6:2, 6:4; Num. 5:6, 5:7. Exodus 22:1: Wanneer iemand een os, of klein vee steelt, en slacht het, of verkoopt het, die zal vijf runderen voor een os wedergeven, en vier schapen voor een stuk klein vee. Exodus 22:4: Indien de diefstal levend in zijn hand voorzeker gevonden wordt, hetzij os, of ezel, of klein vee, hij zal het dubbel wedergeven. Leviticus 6:2: Als een mens gezondigd, en tegen den HEERE door overtreding overtreden zal hebben, dat hij aan zijn naaste zal gelogen hebben van hetgeen hem in bewaring gegeven, of ter hand gesteld was, of van roof, of dat hij met geweld zijn naaste onthoudt; Leviticus 6:4: Het zal dan geschieden, dewijl hij gezondigd heeft, en schuldig geworden is, dat hij wederuitkeren zal den roof, dien hij geroofd, of het onthoudene, dat hij met geweld onthoudt, of het bewaarde, dat bij hem te bewaren gegeven was, of het verlorene, dat hij gevonden heeft; Numeri 5:6: Spreek tot de kinderen Israëls: Wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen den HEERE, zo is diezelve ziel schuldig. Numeri 5:7: En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weder uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelfder vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het dien geven, aan wien hij zich verschuldigd heeft.",
     "text1637": "Siet Exod. 22.1, 4. Levit. 6.2, 4. Num. 5.6, 7.",
     "text2026": "28 betaalt hij het geroofde: Zie Ex. 22:1, 22:4; Lev. 6:2, 6:4; Num. 5:6, 5:7. Exodus 22:1: Wanneer iemand een os, of klein vee steelt, en slacht het, of verkoopt het, die zal vijf runderen voor een os wedergeven, en vier schapen voor een stuk klein vee. Exodus 22:4: Als de diefstal levend in zijn hand voorzeker gevonden wordt, hetzij os, of ezel, of klein vee, hij zal het dubbel wedergeven. Leviticus 6:2: Als een mens gezondigd, en tegen JAHWEH door overtreding overtreden zal hebben, dat hij aan zijn naaste zal gelogen hebben van wat hem in bewaring gegeven, of ter hand gesteld was, of van roof, of dat hij met geweld zijn naaste onthoudt; Leviticus 6:4: Het zal dan gebeuren, omdat hij gezondigd heeft, en schuldig geworden is, dat hij wederuitkeren zal de roof, die hij geroofd, of het onthoudene, dat hij met geweld onthoudt, of het bewaarde, dat bij hem te bewaren gegeven was, of het verlorene, dat hij gevonden heeft; Numeri 5:6: Spreek tot de kinderen van Israël: Wanneer een man of een vrouw iets van enige menselijke zonden gedaan zullen hebben, overtreden hebbende door overtreding tegen JAHWEH, zo is diezelve ziel schuldig. Numeri 5:7: En zij zullen hun zonde, welke zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weer uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en derzelfder vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het die geven, aan wie hij zich verschuldigd heeft."
    },
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "29 zekerlijk leven: Hebreeuws, levende leven. Alzo in vers 16. Ezechiël 33:16: Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.",
     "text1637": "Hebr. levende leven. alsoo in’t volgende vers.",
     "text2026": "29 zekerlijk leven: Hebreeuws, levende leven (חַיִּים). Zo in vers 16. Ezechiël 33:16: Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "חֲבֹ֨ל",
     "strongs": "H2258",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יָשִׁ֤יב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVhi3ms"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁע֙",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "גְּזֵלָ֣ה",
     "strongs": "H1500",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "יְשַׁלֵּ֔ם",
     "strongs": "H7999",
     "morph": "HVpi3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/חֻקּ֤וֹת",
     "strongs": "H2708",
     "morph": "HR/Ncbpc"
    },
    {
     "woord": "הַֽ/חַיִּים֙",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָלַ֔ךְ",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/בִלְתִּ֖י",
     "strongs": "H1115",
     "morph": "HR/C"
    },
    {
     "woord": "עֲשׂ֣וֹת",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "עָ֑וֶל",
     "strongs": "H5766",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "חָי֥וֹ",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "יִֽחְיֶ֖ה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יָמֽוּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Geef de goddeloze het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> pand weer,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de voorschriften van het leven, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zeker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> leven, hij zal niet sterven.",
   "textSV1888_html": "Geeft de goddeloze het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> pand weder,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> leven, hij zal niet sterven.",
   "text1637_html": "Geeft de godtloose het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> pant weder, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> betaelt hy het geroofde, wandelt hy in de insettingen des levens, so dat hy geen onrecht en doet; hy sal sekerlick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> leven, hy en sal niet sterven.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Geeft",
     "new": "Geef",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "weder,",
     "new": "weer,",
     "principe": "V66"
    },
    {
     "old": "inzettingen des levens,",
     "new": "voorschriften van het leven,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "zekerlijk",
     "new": "zeker",
     "principe": "V74"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.",
   "text1637": "Alle sijne sonden, die hy gesondicht heeft, en sullen [30] hem niet gedacht worden: hy heeft recht ende gerechticheyt gedaen, hy sal sekerlick leven.",
   "text2026": "Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zeker leven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "30 hem niet gedacht worden: Zie Ps. 79:8. Psalmen 79:8: Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.",
     "text1637": "Siet Psal. 79. op vers 8.",
     "text2026": "30 hem niet gedacht worden: Zie Ps. 79:8. Psalmen 79:8: Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "חטאת/ו",
     "strongs": "H2403",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "חָטָ֔א",
     "strongs": "H2398",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִזָּכַ֖רְנָה",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVNi3fp"
    },
    {
     "woord": "ל֑/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפָּ֧ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/צְדָקָ֛ה",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "עָשָׂ֖ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "חָי֥וֹ",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "יִֽחְיֶֽה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zeker leven.",
   "textSV1888_html": "Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.",
   "text1637_html": "Alle sijne sonden, die hy gesondicht heeft, en sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hem niet gedacht worden: hy heeft recht ende gerechticheyt gedaen, hy sal sekerlick leven.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zekerlijk",
     "new": "zeker",
     "principe": "V74"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "Nog zeggen de kinderen uws volks: De weg des HEEREN is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is.",
   "text1637": "[31] Noch seggen de kinderen uwes volcks; [e] De wech des Heeren en is niet recht: daer doch haer eygen wech niet recht en is.",
   "text2026": "Nog zeggen de kinderen van uw volk: De weg van JAHWEH is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "31 Nog zeggen de kinderen uws volks: Vergelijk boven Ezech. 18:25, met de aantekening. Ezechiël 18:25: Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israëls! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?",
     "text1637": "Vergel. bov. 18.25. met d’aenteeck.",
     "text2026": "31 Nog zeggen de kinderen uws volks: Vergelijk boven Ez. 18:25, met de aantekening. Ezechiël 18:25: Nog zegt u: De weg van JAHWEH is niet recht; hoort nu, o huis van Israël! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht?"
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 18:25; idem v. 29; onder, v. 20. Ezechiël 18:25: Nog zegt gijlieden: De weg des HEEREN is niet recht; hoort nu, o huis Israëls! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht? Ezechiël 18:29: Evenwel zegt het huis Israëls: De weg des HEEREN is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis Israëls, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht? Ezechiël 33:20: Nog zegt gij: De weg des HEEREN is niet recht; Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israëls!",
     "text1637": "Ezech. 18.25, 29. ende ond. vers 20.",
     "text2026": "Ez. 18:25; idem v. 29; onder, v. 20. Ezechiël 18:25: Nog zegt u: De weg van JAHWEH is niet recht; hoort nu, o huis van Israël! is Mijn weg niet recht? Zijn niet uw wegen onrecht? Ezechiël 18:29: Evenwel zegt het huis van Israël: De weg van JAHWEH is niet recht. Zouden Mijn wegen, o huis van Israël, niet recht zijn? Zijn niet uw wegen onrecht? Ezechiël 33:20: Nog zegt u: De weg van JAHWEH is niet recht; Ik zal u richten, een ieder naar zijn wegen, o huis van Israël!"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אָמְרוּ֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵ֣י",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "עַמְּ/ךָ֔",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִתָּכֵ֖ן",
     "strongs": "H8505",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֑/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֵ֖מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HC/Pp3mp"
    },
    {
     "woord": "דַּרְכָּ֥/ם",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִתָּכֵֽן",
     "strongs": "H8505",
     "morph": "HVNi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Nog zeggen de kinderen van uw volk:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>De weg van JAHWEH is niet recht;</i></span> daar toch hun eigen weg niet recht is.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Nog zeggen de kinderen uws volks:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> De weg des HEEREN is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Noch seggen de kinderen uwes volcks; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> De wech des Heeren en is niet recht: daer doch haer eygen wech niet recht en is.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "uws volks:",
     "new": "van uw volk:",
     "principe": "V200"
    },
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven.",
   "text1637": "Als de rechtveerdige afkeert van sijne gerechticheyt, ende doet onrecht; so sal hy daer in sterven.",
   "text2026": "Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/שׁוּב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "צַדִּ֥יק",
     "strongs": "H6662",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/צִּדְקָת֖/וֹ",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עָ֣שָׂה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "עָ֑וֶל",
     "strongs": "H5766",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מֵ֖ת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "בָּ/הֶֽם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven.",
   "text1637_html": "Als de rechtveerdige afkeert van sijne gerechticheyt, ende doet onrecht; so sal hy daer in sterven."
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven.",
   "text1637": "Ende als de godtloose sich bekeert van sijne godtloosheyt, ende doet recht ende gerechticheyt; so sal hy daer in leven.",
   "text2026": "En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בְ/שׁ֤וּב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/R/Vqc"
    },
    {
     "woord": "רָשָׁע֙",
     "strongs": "H7563",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/רִשְׁעָת֔/וֹ",
     "strongs": "H7564",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עָשָׂ֥ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפָּ֖ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/צְדָקָ֑ה",
     "strongs": "H6666",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "ה֥וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִֽחְיֶֽה",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven.",
   "text1637_html": "Ende als de godtloose sich bekeert van sijne godtloosheyt, ende doet recht ende gerechticheyt; so sal hy daer in leven."
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Nog zegt gij: De weg des HEEREN is niet recht; Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israëls!",
   "text1637": "Noch segt ghy; De wech des Heeren en is niet recht: [32] Ick sal u lieden richten, een yeder nae sijne wegen, ô huys Israëls.",
   "text2026": "Nog zegt u: De weg van JAHWEH is niet recht; Ik zal u richten, een ieder naar zijn wegen, o huis van Israël!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "32 Ik zal ulieden richten: Dit is een kort en bondig goddelijk besluit van dit gehele dispuut tussen God en zijn onboetvaardig murmurerende volk.",
     "text1637": "Dit is een kort ende bondich godtlick besluyt van dit geheel dispuyt tusschen Godt, ende sijn onboetveerdich murmurerende volck.",
     "text2026": "32 Ik zal u richten: Dit is een kort en bondig goddelijk besluit van dit gehele dispuut tussen God en zijn onboetvaardig murmurerende volk."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/אֲמַרְתֶּ֕ם",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqq2mp"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִתָּכֵ֖ן",
     "strongs": "H8505",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֑/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אִ֧ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּ/דְרָכָ֛י/ו",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶשְׁפּ֥וֹט",
     "strongs": "H8199",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֥ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Nog zegt u: <span class=\"direct-speech\"><i>De weg van JAHWEH is niet recht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup></i></span> Ik zal u richten, een ieder naar zijn wegen, o huis van Israël!</i></span>",
   "textSV1888_html": "Nog zegt gij: De weg des HEEREN is niet recht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israëls!",
   "text1637_html": "Noch segt ghy; De wech des Heeren en is niet recht: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Ick sal u lieden richten, een yeder nae sijne wegen, ô huys Israëls.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij:",
     "new": "u:",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "ulieden",
     "new": "u",
     "principe": "A2"
    },
    {
     "old": "Israëls!",
     "new": "van Israël!",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.",
   "text1637": "Ende het geschiedde in het twaelfste jaer [33] onser gevancklicke-wechvoeringe, in de [34] tiende [maent], op den vijfden der maent; [datter] een [35] tot my quam, [f], die van Ierusalem ontkomen was, seggende, [g] De [36] stadt is geslagen.",
   "text2026": "En het gebeurde in het twaalfde jaar van onze gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "33 onzer gevankelijke wegvoering: Met Jojachin of Jechonia. Vergelijk boven Ezech. 1:2, en Ezech. 24:1, en onder Ezech. 40:1; Jer. 29:10, met de aantekening. Ezechiël 1:2: Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin), Ezechiël 24:1: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende: Ezechiël 40:1: In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het begin des jaars, op den tienden der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op dienzelfden dag, was de hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij derwaarts. Jeremia 29:10: Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats.",
     "text1637": "Met Iojachin, ofte Iechonia. Vergel. bov. 1.2. ende 24.1. ende onder 40.1. Ier. 29.10. met d’aent.",
     "text2026": "33 van ons gevankelijke wegvoering: Met Jojachin of Jechonia. Vergelijk boven Ez. 1:2, en Ez. 24:1, en onder Ez. 40:1; Jer. 29:10, met de aantekening. Ezechiël 1:2: Op de vijfde van die maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van de koning Jojachin), Ezechiël 24:1: Verder geschiedde van JAHWEH woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende van de maand, zeggende: Ezechiël 40:1: In het vijf en twintigste jaar van ons gevankelijke wegvoering, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op diezelfde dag, was de hand van JAHWEH op mij, en Hij bracht mij daarheen. Jeremia 29:10: Want zo zegt JAHWEH: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik u bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats."
    },
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "34 tiende maand: In het kerkelijk jaar genoemd Tebeth, passende op onzen December en Januari; nadat Jeruzalem op den negenden van de vierde maand van het vorige jaar door den koning van Babel, in het negentiende jaar zijner regering, was gewonnen, en zijn overste Nebuzaradan op den zevenden van de vijfde maand daar binnen was getogen; 2 Kon. 25:3, 25:8; Jer. 39:2. 2 Koningen 25:3: Op den negenden der vierde maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk des lands geen brood had, 2 Koningen 25:8: Daarna in de vijfde maand, op den zevenden der maand (dit was het negentiende jaar van Nebukadnezar, den koning van Babel) kwam Nebuzaradan, de overste der trawanten, de knecht des konings van Babel, te Jeruzalem. Jeremia 39:2: In het elfde jaar van Zedekia, in de vierde maand, op den negenden der maand, werd de stad doorgebroken.",
     "text1637": "In’t kerckelick jaer, genoemt, Tebeth, passende op onsen December ende Ianuarius: na dat Ierusalem op den negenden van de vierde maent des voorigen jaers door den Coninck van Babel, in’t negentiende jaer sijner regeringe, was gewonnen, ende sijn Overste Nebuzaradan op den sevenden vande vijfste maent daer binnen was getogen. 2.Reg. 25.3, 8. Ierem. 39.2.",
     "text2026": "34 tiende maand: In het kerkelijk jaar genoemd Tebeth, passende op onze December en Januari; nadat Jeruzalem op de negende van de vierde maand van het vorige jaar door de koning van Babel, in het negentiende jaar zijn regering, was gewonnen, en zijn overste Nebuzaradan op de zevende van de vijfde maand daar binnen was getogen; 2 Kon. 25:3, 25:8; Jer. 39:2. 2 Koningen 25:3: Op de negende van de vierde maand, als de honger in de stad sterk werd, en het volk van het land geen brood had, 2 Koningen 25:8: Daarna in de vijfde maand, op de zevende van de maand (dit was het negentiende jaar van Nebukadnezar, de koning van Babel) kwam Nebuzaradan, de overste van de trawanten, de knecht van de koning van Babel, te Jeruzalem. Jeremia 39:2: In het elfde jaar van Zedekia, in de vierde maand, op de negende van de maand, werd de stad doorgebroken."
    },
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "35 tot mij kwam: Volgens Gods voorzegging, boven Ezech. 24:26. Ezechiël 24:26: Dat tenzelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?",
     "text1637": "Volgens Gods voorsegginge. boven 24.26.",
     "text2026": "35 tot mij kwam: Volgens Gods voorzegging, boven Ez. 24:26. Ezechiël 24:26: Dat tenzelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?"
    },
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "36 stad is geslagen: Jeruzalem is ingenomen en verwoest, en velen der inwoners zijn omgebracht; alzo 1 Sam. 30:1; 2 Sam. 15:14; 2 Kon. 3:19; 1 Kron. 20:1, en onder Ezech. 40:1; vergelijk Jer. 43:11, en Jer. 46:13, en Jer. 47:1, enz. 1 Samuël 30:1: Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden; 2 Samuël 15:14: Zo zeide David tot al zijn knechten, die met hem te Jeruzalem waren: Maakt u op, en laat ons vlieden, want er zou voor ons geen ontkomen zijn voor Absaloms aangezicht; haast u, om weg te gaan, opdat hij niet misschien haaste, en ons achterhale, en een kwaad over ons drijve, en deze stad sla met de scherpte des zwaards. 2 Koningen 3:19: En gij zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult gij met stenen verderven. 1 Kronieken 20:1: Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst des jaars, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land der kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze. Ezechiël 40:1: In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het begin des jaars, op den tienden der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op dienzelfden dag, was de hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij derwaarts. Jeremia 43:11: En hij zal komen en Egypteland slaan: wie ten dood, ten dode; en wie ter gevangenis, ter gevangenis; en wie ten zwaard, ten zwaarde. Jeremia 46:13: Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan. Jeremia 47:1: Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschiedde, tegen de Filistijnen; eer dat Farao Gaza sloeg.",
     "text1637": "Ierusalem is ingenomen ende verwoest, ende vele der inwoonders zijn omgebracht: alsoo 1.Sam. 30.1. 2.Sam. 15.14. 2.Reg. 3.19. 1.Chron. 20.1. ende onder 40.1. Vergel. Ierem. 43.11. ende 46.13. ende 47.1. etc.",
     "text2026": "36 stad is geslagen: Jeruzalem is ingenomen en verwoest, en velen van de inwoners zijn omgebracht; zo 1 Sam. 30:1; 2 Sam. 15:14; 2 Kon. 3:19; 1 Kron. 20:1, en onder Ez. 40:1; vergelijk Jer. 43:11, en Jer. 46:13, en Jer. 47:1, enz. 1 Samuël 30:1: Het geschiedde nu, als David en zijn mannen de derde dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelfde met vuur verbrand hadden; 2 Samuël 15:14: Zo zei David tot al zijn knechten, die met hem te Jeruzalem waren: Maakt u op, en laat ons vluchten, want er zou voor ons geen ontkomen zijn voor Absaloms aangezicht; haast u, om weg te gaan, opdat hij niet misschien haaste, en ons achterhale, en een kwaad over ons drijve, en deze stad sla met de scherpte van het zwaard. 2 Koningen 3:19: En u zult alle vaste steden, en alle uitgelezene steden slaan, en zult alle goede bomen vellen, en zult alle waterfonteinen stoppen; en alle goede stukken lands zult u met stenen verderven. 1 Kronieken 20:1: Het geschiedde nu ten tijde van de wederkomst van het jaar, ten tijde als de koningen uittrokken, zo voerde Joab de heirkracht, en hij verdierf het land van de kinderen Ammons; en hij kwam, en belegerde Rabba; maar David bleef te Jeruzalem. En Joab sloeg Rabba, en verwoestte ze. Ezechiël 40:1: In het vijf en twintigste jaar van ons gevankelijke wegvoering, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op diezelfde dag, was de hand van JAHWEH op mij, en Hij bracht mij daarheen. Jeremia 43:11: En hij zal komen en Egypteland slaan: wie ten dood, ten dode; en wie ter gevangenis, ter gevangenis; en wie ten zwaard, ten zwaarde. Jeremia 46:13: Het woord, dat JAHWEH tot de profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, de koning van Babel, om Egypteland te slaan. Jeremia 47:1: Het woord van JAHWEH, dat tot de profeet Jeremia geschiedde, tegen de Filistijnen; voordat dat Farao Gaza sloeg."
    },
    {
     "marker": "f",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 24:26. Ezechiël 24:26: Dat tenzelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?",
     "text1637": "Ezech. 24.26.",
     "text2026": "Ez. 24:26. Ezechiël 24:26: Dat tenzelfden dage een ontkomene tot u zal komen, om uw oren dat te doen horen?"
    },
    {
     "marker": "g",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "2 Kon. 25.",
     "text1637": "2.Reg. cap. 25.",
     "text2026": "2 Kon. 25."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֞י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "בִּ/שְׁתֵּ֧י",
     "strongs": "H8147",
     "morph": "HR/Acfdc"
    },
    {
     "woord": "עֶשְׂרֵ֣ה",
     "strongs": "H6240",
     "morph": "HAcfsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנָ֗ה",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/עֲשִׂרִ֛י",
     "strongs": "H6224",
     "morph": "HRd/Aomsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֲמִשָּׁ֥ה",
     "strongs": "H2568",
     "morph": "HR/Acmsa"
    },
    {
     "woord": "לַ/חֹ֖דֶשׁ",
     "strongs": "H2320",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/גָלוּתֵ֑/נוּ",
     "strongs": "H1546",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "בָּא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֨/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הַ/פָּלִ֧יט",
     "strongs": "H6412",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/ירוּשָׁלִַ֛ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֖ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "הֻכְּתָ֥ה",
     "strongs": "H5221",
     "morph": "HVHp3fs"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִֽיר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En het gebeurde in het twaalfde jaar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> van onze gevankelijke wegvoering, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> stad is geslagen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En het geschiedde in het twaalfde jaar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> onzer gevankelijke wegvoering, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> stad is geslagen.",
   "text1637_html": "Ende het geschiedde in het twaelfste jaer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> onser gevancklicke-wechvoeringe, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> tiende [maent], op den vijfden der maent; [datter] een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> tot my quam, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup>, die van Ierusalem ontkomen was, seggende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> stadt is geslagen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschiedde",
     "new": "gebeurde",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "onzer",
     "new": "van onze",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den vijfden der",
     "new": "de vijfde van de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 22,
   "textSV1888": "Nu was de hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom.",
   "text1637": "Nu was de [37] hant des HEEREN op my geweest des avonts, eer die ontkomene quam, ende hadde mijnen mont opgedaen, tot dat [38] hy des morgens tot my quam: Also wert mijn mont opgedaen, ende ick en was niet meer [39] stom.",
   "text2026": "Nu was de hand van JAHWEH op mij geweest 's avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij 's morgens tot mij kwam. Zo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "37 hand des HEEREN op mij geweest des avonds: Zie boven Ezech. 1:3. Ezechiël 1:3: Geschiedde het woord des HEEREN uitdrukkelijk tot Ezechiël, den zoon van Buzi, den priester, in het land der Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand des HEEREN was daar op hem.",
     "text1637": "Siet boven 1. op vers 3.",
     "text2026": "37 hand van JAHWEH op mij geweest van de avond: Zie boven Ez. 1:3. Ezechiël 1:3: Geschiedde het woord van JAHWEH uitdrukkelijk tot Ezechiël, de zoon van Buzi, de priester, in het land van de Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand van JAHWEH was daar op hem."
    },
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "38 hij des morgens: De voorzegde boodschapper.",
     "text1637": "De voorseyde bootschapper.",
     "text2026": "38 hij van de morgen: De voorzegde boodschapper."
    },
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk hem ook van den Heere was voorzegd, boven Ezech. 24:27; vergelijk Ezech. 3:26, met de aantekening. Ezechiël 24:27: Ten zelven dage zal uw mond bij dien, die ontkomen is, opengedaan worden, en gij zult spreken, en niet meer stom zijn; alzo zult gij hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. Ezechiël 3:26: En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis.",
     "text1637": "Als hem oock van den Heere was voorseyt. boven 24.26. Vergel. cap. 3.26. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Gelijk hem ook van de Heer was voorzegd, boven Ez. 24:27; vergelijk Ez. 3:26, met de aantekening. Ezechiël 24:27: Ten zelven dage zal uw mond bij die, die ontkomen is, opengedaan worden, en u zult spreken, en niet meer stom zijn; zo zult u hun tot een wonderteken zijn, en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben. Ezechiël 3:26: En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat u stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een opstandig huis."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/יַד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֩",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הָיְתָ֨ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֜/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בָּ/עֶ֗רֶב",
     "strongs": "H6153",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/פְנֵי֙",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc"
    },
    {
     "woord": "בּ֣וֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "הַ/פָּלִ֔יט",
     "strongs": "H6412",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/יִּפְתַּ֣ח",
     "strongs": "H6605",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "פִּ֔/י",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בּ֥וֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֖/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/בֹּ֑קֶר",
     "strongs": "H1242",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/יִּפָּ֣תַח",
     "strongs": "H6605",
     "morph": "HC/VNw3ms"
    },
    {
     "woord": "פִּ֔/י",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "נֶאֱלַ֖מְתִּי",
     "strongs": "H481",
     "morph": "HVNp1cs"
    },
    {
     "woord": "עֽוֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    }
   ],
   "text2026_html": "Nu was de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hand van JAHWEH op mij geweest 's avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hij 's morgens tot mij kwam. Zo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> stom.",
   "textSV1888_html": "Nu was de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hand des HEEREN op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> stom.",
   "text1637_html": "Nu was de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hant des HEEREN op my geweest des avonts, eer die ontkomene quam, ende hadde mijnen mont opgedaen, tot dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hy des morgens tot my quam: Also wert mijn mont opgedaen, ende ick en was niet meer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> stom.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des",
     "new": "'s",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des",
     "new": "'s",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "Alzo",
     "new": "Zo",
     "principe": "V42"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 23,
   "textSV1888": "Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
   "text1637": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
   "text2026": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֥י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהֹוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
   "text1637_html": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschiedde des HEEREN",
     "new": "kwam het",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 24,
   "textSV1888": "Mensenkind! de inwoners van die woeste plaatsen in het land Israëls spreken, zeggende: Abraham was een enig man, en bezat dit land erfelijk; maar onzer zijn velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting.",
   "text1637": "Menschen kint, de [40] inwoonders van die woeste-plaetsen in den lande Israëls spreken, seggende; Abraham was een [41] eenich [man], ende besat dit lant erflick: maer onser zijn vele; het lant is ons gegeven tot eene erflicke besittinge.",
   "text2026": "Mensenkind! de inwoners van die woeste plaatsen in het land van Israël spreken, zeggende: Abraham was één enig man, en bezat dit land erfelijk; maar wij zijn met velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "40",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "40 inwoners van die woeste plaatsen: Die overgebleven zijn in het verwoeste Kanaän, nadat Jeruzalem verheerd, het meeste volk weggevoerd en het land verwoest was door de Babyloniërs.",
     "text1637": "Die overgebleven zijn in’t verwoeste Canaan, na dat Ierusalem verheert, het meeste volck wech-gevoert, ende ’t lant verwoest was door de Babyloniers.",
     "text2026": "40 inwoners van die woeste plaatsen: Die overgebleven zijn in het verwoeste Kanaän, nadat Jeruzalem verheerd, het meeste volk weggevoerd en het land verwoest was door de Babyloniërs."
    },
    {
     "marker": "41",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "41 enig man: Alsof zij zeiden: God heeft Abraham dit land niet beloofd om zijnentwil, want hij had zo groot land niet van node, en heeft het ook nooit geheel bewoond, maar om zijne kinderen en nakomelingen, die wij nu zijn. [Vergelijk Jes. 51:2; Joh. 8:33, enz.] En of wij nu wel minder zijn in getal dan tevoren, evenwel zijn wij de rechte erfgenamen en zullen er wil inblijven. Zo vertwijfeld hardnekkig waren deze mensen, niettegenstaande zij Gods straffende hand voor ogen zagen. Jesaja 51:2: Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem. Johannes 8:33: Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij dan: Gij zult vrij worden?",
     "text1637": "Als ofse seyden: Godt heeft Abraham dit lant niet belooft om sijnen’t wille, want hy en hadde soo grooten lant niet van doen, ende heeftet oock noyt geheel bewoont, maer om sijne kinderen ende nakomelingen, die wy nu zijn. (Vergel. Iesa. 51.2. Ioha. 8.33, etc.) ende of wy nu wel minder zijn in getale als te vooren, evenwel zijn wy de rechte erfgenamen, ende sullender wel in blijven. Soo vertwijfelt obstinaet waren dese menschen, niet tegenstaende, datse Godts straffende hant voor oogen sagen.",
     "text2026": "41 enig man: Alsof zij zeiden: God heeft Abraham dit land niet beloofd om zijnentwil, want hij had zo groot land niet nodig, en heeft het ook nooit geheel bewoond, maar om zijne kinderen en nakomelingen, die wij nu zijn. [Vergelijk Jes. 51:2; Joh. 8:33, enz.] En of wij nu wel minder zijn in getal dan tevoren, evenwel zijn wij de rechte erfgenamen en zullen er wil inblijven. Zo vertwijfeld hardnekkig waren deze mensen, niettegenstaande zij Gods straffende hand voor ogen zagen. Jesaja 51:2: Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die u gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem. Johannes 8:33: Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams zaad, en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt U dan: U zult vrij worden?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֗ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יֹ֠שְׁבֵי",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "הֶ/חֳרָב֨וֹת",
     "strongs": "H2723",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֜לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אַדְמַ֤ת",
     "strongs": "H127",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֹמְרִ֣ים",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "אֶחָד֙",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֣ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אַבְרָהָ֔ם",
     "strongs": "H85",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וַ/יִּירַ֖שׁ",
     "strongs": "H3423",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲנַ֣חְנוּ",
     "strongs": "H587",
     "morph": "HC/Pp1cp"
    },
    {
     "woord": "רַבִּ֔ים",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "לָ֛/נוּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "נִתְּנָ֥ה",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/מוֹרָשָֽׁה",
     "strongs": "H4181",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Mensenkind! de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> inwoners van die woeste plaatsen in het land van Israël spreken, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Abraham was één<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> enig man, en bezat dit land erfelijk; maar wij zijn met velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Mensenkind! de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> inwoners van die woeste plaatsen in het land Israëls spreken, zeggende: Abraham was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> enig man, en bezat dit land erfelijk; maar onzer zijn velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting.",
   "text1637_html": "Menschen kint, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> inwoonders van die woeste-plaetsen in den lande Israëls spreken, seggende; Abraham was een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> eenich [man], ende besat dit lant erflick: maer onser zijn vele; het lant is ons gegeven tot eene erflicke besittinge.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Israëls",
     "new": "van Israël",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "een",
     "new": "één",
     "principe": "V735"
    },
    {
     "old": "onzer",
     "new": "wij",
     "principe": "V1170"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "met",
     "principe": "V1170"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 25,
   "textSV1888": "Daarom zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Gij eet vlees met het bloed, en heft uw ogen op tot uw drekgoden, en vergiet bloed; en zoudt gij het land erfelijk bezitten?",
   "text1637": "Daerom segt tot hen, Soo seyt de Heere HEERE; [42] ghy etet [vleesch] met den [h] [43] bloede, ende [44] heffet uwe oogen op tot uwe dreckgoden, ende vergietet bloet: [45] ende soudet ghy het lant erflick besitten?",
   "text2026": "Daarom zeg tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: U eet vlees met het bloed, en heft uw ogen op tot uw afgoden, en vergiet bloed; en zou u het land erfelijk bezitten?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "42",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "42 Gij eet vlees: Of, zoudt gij, enz. of omdat gij bloed eet, en zo in de volgende woorden.",
     "text1637": "Ofte, soudet ghy? etc. ofte, om dat ghy bloet, etet. ende soo inde volgende woorden.",
     "text2026": "42 U eet vlees: Of, zoudt u, enz. of omdat u bloed eet, en zo in de volgende woorden."
    },
    {
     "marker": "43",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Tegen de wet; Gen. 9:4; Lev. 7:26, en Lev. 17:10, en Lev. 19:26; Deut. 12:16. Genesis 9:4: Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten. Leviticus 7:26: Ook zult gij in uw woningen geen bloed eten, hetzij van het gevogelte, of van het vee. Leviticus 17:10: En een ieder uit het huis Israëls, en uit de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die enig bloed zal gegeten hebben, tegen diens ziel, die dat bloed zal gegeten hebben, zal Ik Mijn aangezicht zetten, en zal die uit het midden haars volks uitroeien. Leviticus 19:26: Gij zult niets met het bloed eten. Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen. Deuteronomium 12:16: Alleenlijk het bloed zult gijlieden niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.",
     "text1637": "Tegen de wet. Gen. 9.4. Lev. 7.26. ende 17.10. ende 19.26. Deut. 12.16.",
     "text2026": "Tegen de wet; Gen. 9:4; Lev. 7:26, en Lev. 17:10, en Lev. 19:26; Deut. 12:16. Genesis 9:4: Maar het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult u niet eten. Leviticus 7:26: Ook zult u in uw woningen geen bloed eten, hetzij van het gevogelte, of van het vee. Leviticus 17:10: En een ieder uit het huis van Israël, en uit de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die enig bloed zal gegeten hebben, tegen diens ziel, die dat bloed zal gegeten hebben, zal Ik Mijn aangezicht zetten, en zal die uit het midden haars volks uitroeien. Leviticus 19:26: U zult niets met het bloed eten. U zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen. Deuteronomium 12:16: Alleen het bloed zult u niet eten; u zult het op de aarde uitgieten als water."
    },
    {
     "marker": "44",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "44 heft uw ogen op tot uw drekgoden: Zie boven Ezech. 18:6. Ezechiël 18:6: Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis Israëls; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;",
     "text1637": "Siet boven 18.6.",
     "text2026": "44 heft uw ogen op tot uw drekgoden: Zie boven Ez. 18:6. Ezechiël 18:6: Niet eet op de bergen, en zijn ogen niet opheft tot de drekgoden van het huis van Israël; noch de huisvrouw zijns naasten verontreinigt, noch tot de afgezonderde vrouw nadert;"
    },
    {
     "marker": "45",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "45 en zoudt gij het land erfelijk bezitten: Geenszins, wil God zeggen: Ik heb u het land beloofd met voorwaarde van gehoorzaamheid, maar uwe ongehoorzaamheid is openbaar, gelijk het voorgaande en volgende uitwijst.",
     "text1637": "Geensins, wil Godt seggen: Ich heb u het lant belooft met conditie van gehoorsaemheyt, maer uwe ongehoorsaemheyt is openbaer, als het voorgaende ende volgende uytwijst.",
     "text2026": "45 en zoudt u het land erfelijk bezitten: In geen geval, wil God zeggen: Ik heb u het land beloofd met voorwaarde van gehoorzaamheid, maar uwe ongehoorzaamheid is openbaar, gelijk het voorgaande en volgende uitwijst."
    },
    {
     "marker": "h",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Gen. 9:4; Levit. 3:17. Genesis 9:4: Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten. Leviticus 3:17: Dit zij een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen: geen vet noch bloed zult gij eten.",
     "text1637": "Genes. 9.4. Levit. 3.17. etc.",
     "text2026": "Gen. 9:4; Lev. 3:17. Genesis 9:4: Maar het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult u niet eten. Leviticus 3:17: Dit zij een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen: geen vet noch bloed zult u eten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לָ/כֵן֩",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "אֱמֹ֨ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵי/הֶ֜ם",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהֹוִ֗ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/דָּ֧ם",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "תֹּאכֵ֛לוּ",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עֵינֵ/כֶ֛ם",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HC/Ncbdc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׂא֥וּ",
     "strongs": "H5375",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "גִּלּוּלֵי/כֶ֖ם",
     "strongs": "H1544",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/דָ֣ם",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁפֹּ֑כוּ",
     "strongs": "H8210",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/אָ֖רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HC/Td/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "תִּירָֽשׁוּ",
     "strongs": "H3423",
     "morph": "HVqi2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daarom zeg tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: U eet vlees met het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bloed, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> heft uw ogen op tot uw afgoden, en vergiet bloed;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> en zou u het land erfelijk bezitten?",
   "textSV1888_html": "Daarom zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Gij eet vlees met het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bloed, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> heft uw ogen op tot uw drekgoden, en vergiet bloed;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> en zoudt gij het land erfelijk bezitten?",
   "text1637_html": "Daerom segt tot hen, Soo seyt de Heere HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> ghy etet [vleesch] met den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> bloede, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> heffet uwe oogen op tot uwe dreckgoden, ende vergietet bloet: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> ende soudet ghy het lant erflick besitten?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de Heere HEERE: Gij",
     "new": "Adonai JAHWEH: U",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "drekgoden,",
     "new": "afgoden,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "zoudt gij",
     "new": "zou u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 26,
   "textSV1888": "Gij staat op ulieder zwaard; gij doet gruwel, en verontreinigt, een ieder de huisvrouw zijns naasten; en zoudt gij het land erfelijk bezitten?",
   "text1637": "Ghy [46] staet op u lieder sweert, ghy doet grouwel, ende [47] verontreyniget, een yeder de huysvrouwe sijns naesten: ende soudet ghy het lant erflick besitten?",
   "text2026": "U staat op uw zwaard; u doet gruwel, en verontreinigt, een ieder de huisvrouw van zijn naaste; en zou u het land erfelijk bezitten?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "46",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "46 staat op ulieder zwaard: Of, hebt gestaan; dat is, vertrouwd op uwe strijdbaarheid, menende u daardoor in het land staande te houden; of gij zijt steeds gereed met uwe zwaarden, als degenen, die hunne naasten geweld willen aandoen; vergelijk de manier van spreken met boven Ezech. 31:14. Ezechiël 31:14: Opdat zich geen waterrijke bomen verheffen over hun stam, en hun top niet opsteken boven het midden der dichte takken, en geen bomen, die water drinken, op zichzelven staan vanwege hun hoogte; want zij zijn allen overgegeven ter dood, tot het onderste der aarde, in het midden der mensenkinderen, tot degenen, die in den kuil nederdalen.",
     "text1637": "Ofte, hebt gestaen. D. vertrouwt op uwe strijtbaerheyt, meynende u daer door in’t lant staende te houden: ofte, ghy zijt steets gereet met uwe sweerden, als de gene, die haren naesten gewelt willen aendoen. Vergel. de maniere van spreken, met bov. 31.14.",
     "text2026": "46 staat op ulieder zwaard: Of, hebt gestaan; dat is, vertrouwd op uwe strijdbaarheid, menende u daardoor in het land staande te houden; of u bent steeds gereed met uwe zwaarden, als degenen, die hunne naasten geweld willen aandoen; vergelijk de manier van spreken met boven Ez. 31:14. Ezechiël 31:14: Opdat zich geen waterrijke bomen verheffen over hun stam, en hun top niet opsteken boven het midden van de dichte takken, en geen bomen, die water drinken, op zichzelf staan vanwege hun hoogte; want zij zijn allen overgegeven ter dood, tot het onderste van de aarde, in het midden van de mensenkinderen, tot degenen, die in de kuil nederdalen."
    },
    {
     "marker": "47",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Door onkuisheid en overspel.",
     "text1637": "Door onkuyschheyt ende overspel.",
     "text2026": "Door onkuisheid en overspel."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עֲמַדְתֶּ֤ם",
     "strongs": "H5975",
     "morph": "HVqp2mp"
    },
    {
     "woord": "עַֽל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "חַרְבְּ/כֶם֙",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "עֲשִׂיתֶ֣ן",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp2fp"
    },
    {
     "woord": "תּוֹעֵבָ֔ה",
     "strongs": "H8441",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֛ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "אֵ֥שֶׁת",
     "strongs": "H802",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "רֵעֵ֖/הוּ",
     "strongs": "H7453",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "טִמֵּאתֶ֑ם",
     "strongs": "H2930",
     "morph": "HVpp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/אָ֖רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HC/Td/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "תִּירָֽשׁוּ",
     "strongs": "H3423",
     "morph": "HVqi2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> staat op uw zwaard; u doet gruwel, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> verontreinigt, een ieder de huisvrouw van zijn naaste; en zou u het land erfelijk bezitten?",
   "textSV1888_html": "Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> staat op ulieder zwaard; gij doet gruwel, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> verontreinigt, een ieder de huisvrouw zijns naasten; en zoudt gij het land erfelijk bezitten?",
   "text1637_html": "Ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> staet op u lieder sweert, ghy doet grouwel, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> verontreyniget, een yeder de huysvrouwe sijns naesten: ende soudet ghy het lant erflick besitten?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "ulieder",
     "new": "uw",
     "principe": "V311"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "zijns naasten;",
     "new": "van zijn naaste;",
     "principe": "V201"
    },
    {
     "old": "zoudt gij",
     "new": "zou u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 27,
   "textSV1888": "Alzo zult gij tot hen zeggen: De Heere HEERE zegt alzo: Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven!",
   "text1637": "Alsoo sult ghy tot hen seggen, De Heere HEERE seyt alsoo; [48] [Soo waerachtich als] ick leve, Indien niet, die in die woeste plaetsen zijn, door’t sweert sullen vallen, ende [so] ick [niet] dien, die in’t [49] open velt is, het wilt-gedierte over en geve, dat het hem vrete, ende die in de vestingen ende in de [50] speloncken zijn, door de pestilentie sullen sterven!",
   "text2026": "Zo zult u tot hen zeggen: Adonai JAHWEH zegt zo: Zo waarachtig als Ik leef, als niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet die, die in het open veld is, aan het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de grotten zijn, door de pest zullen sterven!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "48",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "48 Zo waarachtig als Ik leef: Manier van eedzweren, gelijk boven vers 11. Ezechiël 33:11: Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?",
     "text1637": "Maniere van’t eedt-sweeren, als boven vers 11.",
     "text2026": "48 Zo waarachtig als Ik leef: Manier van eedzweren, gelijk boven vers 11. Ezechiël 33:11: Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heer JAHWEH, zo Ik lust heb in de dood van de goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt u sterven, o huis van Israël?"
    },
    {
     "marker": "49",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "49 open veld is: Hebreeuws, aangezicht des velds.",
     "text1637": "Hebr. aengesichte des velts.",
     "text2026": "49 open veld is: Hebreeuws, aangezicht van het veld (פְּנֵי)."
    },
    {
     "marker": "50",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "50 spelonken zijn: Waar zij zich menen te bergen en te verzekeren; zie Richt. 6:2, met de aantekening. Richteren 6:2: Als nu de hand der Midianieten sterk werd over Israël, maakten zich de kinderen Israëls, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen.",
     "text1637": "Daerse haer meenen te bergen ende te versekeren. siet Iud. 6.2. met d’aenteeck.",
     "text2026": "50 spelonken zijn: Waar zij zich menen te bergen en te verzekeren; zie Richt. 6:2, met de aantekening. Richteren 6:2: Als nu de hand van de Midianieten sterk werd over Israël, maakten zich de kinderen van Israël, vanwege de Midianieten, de holen, die in de bergen zijn, en de spelonken, en de vestingen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "תֹאמַ֨ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqi2ms"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵ/הֶ֜ם",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כֹּה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֨ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִה֮",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "חַי",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "אָנִי֒",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "לֹ֞א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בֶּֽ/חֳרָבוֹת֙",
     "strongs": "H2723",
     "morph": "HRd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶ֣רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "יִפֹּ֔לוּ",
     "strongs": "H5307",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "וַֽ/אֲשֶׁר֙",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HC/Tr"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "פְּנֵ֣י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׂדֶ֔ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לַ/חַיָּ֥ה",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "נְתַתִּ֖י/ו",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/אָכְל֑/וֹ",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲשֶׁ֛ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HC/Tr"
    },
    {
     "woord": "בַּ/מְּצָד֥וֹת",
     "strongs": "H4686",
     "morph": "HRd/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בַ/מְּעָר֖וֹת",
     "strongs": "H4631",
     "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/דֶּ֥בֶר",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יָמֽוּתוּ",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo zult u tot hen zeggen: Adonai JAHWEH zegt zo: <span class=\"god-speaks\"><i>Zo waarachtig als Ik leef, als niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet die, die in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> het open veld is, aan het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> grotten zijn, door de pest zullen sterven!</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "Alzo zult gij tot hen zeggen: De Heere HEERE zegt alzo:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven!",
   "text1637_html": "Alsoo sult ghy tot hen seggen, De Heere HEERE seyt alsoo; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> [Soo waerachtich als] ick leve, Indien niet, die in die woeste plaetsen zijn, door’t sweert sullen vallen, ende [so] ick [niet] dien, die in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> open velt is, het wilt-gedierte over en geve, dat het hem vrete, ende die in de vestingen ende in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> speloncken zijn, door de pestilentie sullen sterven!",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Alzo",
     "new": "Zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "De Heere HEERE",
     "new": "Adonai JAHWEH",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "alzo:",
     "new": "zo:",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "indien",
     "new": "als",
     "principe": "V41"
    },
    {
     "old": "dien,",
     "new": "die,",
     "principe": "N4"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "aan",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "spelonken",
     "new": "grotten",
     "principe": "V111"
    },
    {
     "old": "pestilentie",
     "new": "pest",
     "principe": "V914"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 28,
   "textSV1888": "Want Ik zal het land tot een verwoesting en een schrik stellen, en de hovaardij zijner sterkte zal ophouden; en de bergen Israëls zullen woest zijn, dat er niemand overga.",
   "text1637": "Want ick sal het lant [tot] eene [51] verwoestinge ende eenen schrick stellen, ende de hoovaerdye sijner sterckte sal ophouden: ende de [52] bergen Israëls sullen woest zijn, datter niemant over en gae.",
   "text2026": "Want Ik zal het land tot een verwoesting en een schrik stellen, en de hoogmoed van zijn sterkte zal ophouden; en de bergen van Israël zullen woest zijn, dat er niemand overga.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "51",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "51 verwoesting en een schrik stellen: Of, tot de uiterste, of tot enkel verwoesting, of ontzetting. Of tot verwoestingen, of ja verwoesting; alzo het Hebreeuwse woord de betekenis heeft van verwoesten, en zich ontzetten, schrikken; alzo onder Ezech. 35:3, 35:7. Ezechiël 35:3: En zeg tot hetzelve: Alzo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o gebergte Seïr! en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en zal u stellen tot een verwoesting en een strik. Ezechiël 35:7: En Ik zal het gebergte Seïr tot de uiterste verwoesting stellen; en Ik zal uit hetzelve uitroeien dien, die er doorgaat, en dien, die wederkeert.",
     "text1637": "Ofte, tot de uyterste, ofte, tot enckele verwoestinge, ofte, ontsettinge. ofte tot verwoestinge ende, ofte, ja verwoestinge. alsoo het Hebr. woort de beteeckeninge heeft van verwoesten, ende sich ontsetten, schricken. alsoo onder 35.3, 7.",
     "text2026": "51 verwoesting en een schrik stellen: Of, tot de uiterste, of tot enkel verwoesting, of ontzetting. Of tot verwoestingen, of ja verwoesting; zo het Hebreeuwse woord de betekenis heeft van verwoesten, en zich ontzetten, schrikken; zo onder Ez. 35:3, 35:7. Ezechiël 35:3: En zeg tot hetzelfde: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o gebergte Seïr! en Ik zal Mijn hand tegen u uitstrekken, en zal u stellen tot een verwoesting en een strik. Ezechiël 35:7: En Ik zal het gebergte Seïr tot de uiterste verwoesting stellen; en Ik zal uit hetzelfde uitroeien die, die er doorgaat, en die, die terugkeert."
    },
    {
     "marker": "52",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "52 bergen Israëls: Israëls bergachtig land.",
     "text1637": "Israels berchachtich lant.",
     "text2026": "52 bergen Israëls: Israëls bergachtig land."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֨רֶץ֙",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמָמָ֣ה",
     "strongs": "H8077",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מְשַׁמָּ֔ה",
     "strongs": "H4923",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/נִשְׁבַּ֖ת",
     "strongs": "H7673",
     "morph": "HC/VNq3ms"
    },
    {
     "woord": "גְּא֣וֹן",
     "strongs": "H1347",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "עֻזָּ֑/הּ",
     "strongs": "H5797",
     "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָֽׁמְמ֛וּ",
     "strongs": "H8074",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "הָרֵ֥י",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HR/Tn"
    },
    {
     "woord": "עוֹבֵֽר",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal het land tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> een verwoesting en een schrik stellen, en de hoogmoed van zijn sterkte zal ophouden; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> bergen van Israël zullen woest zijn, dat er niemand overga.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want Ik zal het land tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> een verwoesting en een schrik stellen, en de hovaardij zijner sterkte zal ophouden; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> bergen Israëls zullen woest zijn, dat er niemand overga.",
   "text1637_html": "Want ick sal het lant [tot] eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> verwoestinge ende eenen schrick stellen, ende de hoovaerdye sijner sterckte sal ophouden: ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> bergen Israëls sullen woest zijn, datter niemant over en gae.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "hovaardij zijner",
     "new": "hoogmoed van zijn",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "Israëls",
     "new": "van Israël",
     "principe": "O26"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 29,
   "textSV1888": "Dan zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben.",
   "text1637": "Dan sullen sy weten, dat ick de HEERE ben: als ick het lant [tot] eene verwoestinge ende eenen schrick sal gestelt hebben, om alle haren grouwelen die sy gedaen hebben.",
   "text2026": "Dan zullen zij weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֣י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/תִתִּ֤/י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֨רֶץ֙",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמָמָ֣ה",
     "strongs": "H8077",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מְשַׁמָּ֔ה",
     "strongs": "H4923",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "עַ֥ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "תּוֹעֲבֹתָ֖/ם",
     "strongs": "H8441",
     "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "עָשֽׂוּ",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp3cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dan zullen zij weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben.</i></span>",
   "text1637_html": "Dan sullen sy weten, dat ick de HEERE ben: als ick het lant [tot] eene verwoestinge ende eenen schrick sal gestelt hebben, om alle haren grouwelen die sy gedaen hebben.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 30,
   "textSV1888": "En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.",
   "text1637": "Ende ghy, ô menschen kint; de kinderen uwes volcks, die spreken steets van u by de [53] wanden, ende in de deuren der huysen: ende d’een spreeckt met den anderen, een yegelick met sijnen broeder, seggende; Komet doch ende hooret wat het woort zy, dat van den HEERE voortkomt.",
   "text2026": "En u, o mensenkind! de kinderen van uw volk spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren van de huizen; en de één spreekt met de ander, ieder met zijn broer, zeggende: Kom toch en hoort, wat het woord zij, dat van JAHWEH voortkomt.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "53",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "53 wanden en in de deuren der huizen: Gelijk naburen, aan de wanden der huizen en in de deuren, met elkander een praatje plegen te houden.",
     "text1637": "Gelijck naebueren aen de wanden der huysen, ende inde deuren, met malkanderen een praetjen plegen te houden.",
     "text2026": "53 wanden en in de deuren van de huizen: Gelijk naburen, aan de wanden van de huizen en in de deuren, met elkaar een praatje plegen te houden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֔ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵ֣י",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "עַמְּ/ךָ֗",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/נִּדְבָּרִ֤ים",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/ךָ֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֵ֣צֶל",
     "strongs": "H681",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/קִּיר֔וֹת",
     "strongs": "H7023",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/פִתְחֵ֖י",
     "strongs": "H6607",
     "morph": "HC/R/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/בָּתִּ֑ים",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/דִבֶּר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HC/Vpq3ms"
    },
    {
     "woord": "חַ֣ד",
     "strongs": "H2297",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אַחַ֗ד",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "אִ֤ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אָחִי/ו֙",
     "strongs": "H251",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "בֹּֽאוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "נָ֣א",
     "strongs": "H4994",
     "morph": "HTe"
    },
    {
     "woord": "וְ/שִׁמְע֔וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "מָ֣ה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "הַ/דָּבָ֔ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/יּוֹצֵ֖א",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HTd/Vqrmsa"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֥ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En u, o mensenkind! de kinderen van uw volk spreken steeds van u bij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> wanden en in de deuren van de huizen; en de één spreekt met de ander, ieder met zijn broer, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Kom toch en hoort, wat het woord zij, dat van JAHWEH voortkomt.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van den HEERE voortkomt.",
   "text1637_html": "Ende ghy, ô menschen kint; de kinderen uwes volcks, die spreken steets van u by de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> wanden, ende in de deuren der huysen: ende d’een spreeckt met den anderen, een yegelick met sijnen broeder, seggende; Komet doch ende hooret wat het woort zy, dat van den HEERE voortkomt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij,",
     "new": "u,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "uws volks",
     "new": "van uw volk",
     "principe": "V200"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "een",
     "new": "één",
     "principe": "V735"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "broeder,",
     "new": "broer,",
     "principe": "O22a"
    },
    {
     "old": "Komt",
     "new": "Kom",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "den HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 31,
   "textSV1888": "En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.",
   "text1637": "Ende sy [i] komen tot u, gelijck het volck [54] pleecht te komen, ende [55] sitten voor u aengesichte [als] mijn volck, ende hooren uwe woorden, maer sy en doense niet: want sy [56] maken liefkosingen met haren mont, [maer] haer herte wandelt hare giericheyt na.",
   "text2026": "En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "54",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "54 pleegt te komen: Met menigte in de heilige vergaderingen om Gods woord te horen. Hebreeuws, gelijk de inkomst des volks.",
     "text1637": "Met menichte inde heylige vergaderinge, om Godts woort te hooren. Hebr. gelijck de inkomste des volcks.",
     "text2026": "54 pleegt te komen: Met menigte in de heilige vergaderingen om Gods woord te horen. Hebreeuws, gelijk de inkomst van het volk (עָם)."
    },
    {
     "marker": "55",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "55 zitten voor uw aangezicht: Vergelijk boven Ezech. 8:1. Ezechiël 8:1: Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op den vijfden der maand, als ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand des Heeren HEEREN daar over mij viel.",
     "text1637": "Vergel. bov. 8.1.",
     "text2026": "55 zitten voor uw aangezicht: Vergelijk boven Ez. 8:1. Ezechiël 8:1: Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op de vijfde van de maand, als ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand van de Heern JAHWEH daar over mij viel."
    },
    {
     "marker": "56",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "56 maken liefkozingen met hun mond: Dat is, zij vleien u, roemende uwe profetieën met huichelachtige gemaakte gebaren, vanwege derzelver sierlijkheid, alsof zij zeiden: Ei, o, hoe schoon, hoe fraai spreekt hij, enz. Anders: zij maken dezelve [woorden] lieflijk met hunnen mond; dat is, zij bekennen met den mond dat uwe woorden lieflijk zijn, maar enz., de zin op een uitkomende.",
     "text1637": "D. sy vleyen u, roemende uwe prophetyen met huychelse gemaeckte gebeerden, van wegen der selver cierlickheyt, als ofse seyden, ey, ô, hoe schoon hoe fraey spreeckt hy, etc. And. sy maken de selve (woorden) lieflick met haren mont. D. sy bekennen met den mont dat uwe woorden lieflick zijn, maer etc. den sin op een uytkomende.",
     "text2026": "56 maken liefkozingen met hun mond: Dat is, zij vleien u, roemende uwe profetieën met huichelachtige gemaakte gebaren, vanwege hun sierlijkheid, alsof zij zeiden: Ei, o, hoe schoon, hoe fraai spreekt hij, enz. Anders: zij maken dezelfde [woorden] lieflijk met hun mond; dat is, zij bekennen met de mond dat uwe woorden lieflijk zijn, maar enz., de zin op een uitkomende."
    },
    {
     "marker": "i",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 14:1; Ezech. 20:1. Ezechiël 14:1: Daarna kwamen tot mij mannen uit de oudsten van Israël, en zaten neder voor mijn aangezicht. Ezechiël 20:1: En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op den tienden derzelver maand, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen, om den HEERE te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht.",
     "text1637": "Ezech. 14.1. etc. ende 20.1. etc.",
     "text2026": "Ez. 14:1; Ez. 20:1. Ezechiël 14:1: Daarna kwamen tot mij mannen uit de oudsten van Israël, en zaten neder voor mijn aangezicht. Ezechiël 20:1: En het geschiedde in het zevende jaar, in de vijfde maand, op de tiende van hen maand, dat er mannen uit de oudsten van Israël kwamen, om JAHWEH te vragen; en zij zaten neder voor mijn aangezicht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/יָב֣וֹאוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqi3mp"
    },
    {
     "woord": "אֵ֠לֶי/ךָ",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "כִּ/מְבוֹא",
     "strongs": "H3996",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "עָ֞ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֵשְׁב֤וּ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vqi3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/פָנֶ֨י/ךָ֙",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "עַמִּ֔/י",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָֽׁמְעוּ֙",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "דְּבָרֶ֔י/ךָ",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אוֹתָ֖/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲשׂ֑וּ",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "עֲגָבִ֤ים",
     "strongs": "H5690",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/פִי/הֶם֙",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "הֵ֣מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "עֹשִׂ֔ים",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵ֥י",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בִצְעָ֖/ם",
     "strongs": "H1215",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לִבָּ֥/ם",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "הֹלֵֽךְ",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> komen tot u, gelijk het volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> pleegt te komen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> komen tot u, gelijk het volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> pleegt te komen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na.",
   "text1637_html": "Ende sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> komen tot u, gelijck het volck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> pleecht te komen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> sitten voor u aengesichte [als] mijn volck, ende hooren uwe woorden, maer sy en doense niet: want sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> maken liefkosingen met haren mont, [maer] haer herte wandelt hare giericheyt na.",
   "phraseDiff": []
  },
  {
   "number": 32,
   "textSV1888": "En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.",
   "text1637": "Ende siet ghy zijt hen als een [57] liedt der minnen, [als] een die schoon van stemme is, ofte die wel [58] speelt: daerom hooren sy uwe woorden, maer sy en doense niet.",
   "text2026": "En zie, u bent hun als een lied van de liefde, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "57",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "57 lied der minnen: Of, boelenlied, dat lieflijk luidt, of vol lieflijkheid is.",
     "text1637": "Ofte, boelen-liedt, dat lieflick luyt, ofte vol lieflicheyt is.",
     "text2026": "57 lied van de minnen: Of, boelenlied, dat lieflijk luidt, of vol lieflijkheid is."
    },
    {
     "marker": "58",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Op instrumenten van muziek, gelijk Ps. 33:3. Psalmen 33:3: Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.",
     "text1637": "Op instrumenten van musijcke, als Psal. 33.3.",
     "text2026": "Op instrumenten van muziek, gelijk Ps. 33:3. Psalmen 33:3: Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הִנְּ/ךָ֤",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HC/Tj/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶם֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כְּ/שִׁ֣יר",
     "strongs": "H7892",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "עֲגָבִ֔ים",
     "strongs": "H5690",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "יְפֵ֥ה",
     "strongs": "H3303",
     "morph": "HAamsc"
    },
    {
     "woord": "ק֖וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מֵטִ֣ב",
     "strongs": "H2895",
     "morph": "HC/Vhrmsa"
    },
    {
     "woord": "נַגֵּ֑ן",
     "strongs": "H5059",
     "morph": "HVpc"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָֽׁמְעוּ֙",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "דְּבָרֶ֔י/ךָ",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עֹשִׂ֥ים",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "אֵינָ֖/ם",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HTn/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָֽ/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En zie, u bent hun als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> lied van de liefde, als een, die schoon van stem is, of die wel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.",
   "textSV1888_html": "En ziet, gij zijt hun als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet.",
   "text1637_html": "Ende siet ghy zijt hen als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> liedt der minnen, [als] een die schoon van stemme is, ofte die wel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> speelt: daerom hooren sy uwe woorden, maer sy en doense niet.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ziet, gij zijt",
     "new": "zie, u bent",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "minnen,",
     "new": "liefde,",
     "principe": "V1573"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 33,
   "textSV1888": "Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.",
   "text1637": "Maer als dat [59] komt: (siet het sal komen,) dan sullen sy weten, datter een [60] Propheet in’t midden van hen geweest is.",
   "text2026": "Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "59",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "59 komt (zie, het zal komen!: Dat gij hun van mijnentwege hebt geprofeteerd.",
     "text1637": "Dat ghy hen van mijnent wegen hebt gepropheteert.",
     "text2026": "59 komt (zie, het zal komen!: Dat u hun van mijnentwege hebt geprofeteerd."
    },
    {
     "marker": "60",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Een waarachtig profeet van God gezonden.",
     "text1637": "Een waerachtich propheet van Godt gesonden.",
     "text2026": "Een waarachtig profeet van God gezonden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בְ/בֹאָ֑/הּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/R/Vqc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "הִנֵּ֣ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "בָאָ֔ה",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqrfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/יָ֣דְע֔וּ",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "נָבִ֖יא",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְ/תוֹכָֽ/ם",
     "strongs": "H8432",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar als dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> profeet in het midden van hen geweest is.",
   "textSV1888_html": "Maar als dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> profeet in het midden van hen geweest is.",
   "text1637_html": "Maer als dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> komt: (siet het sal komen,) dan sullen sy weten, datter een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> Propheet in’t midde<i>n</i> van hen geweest is."
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Door de gelijckenisse van eenen getrouwen wachter in’t lant, stelt Godt den Propheet sijnen, ende aller getrouwer leeraren, plicht voor, vers 1, 2, etc. toont den murmureerders ende huychelaren onder de gevangene Ioden, dat hy wel ende recht handele met boetveerdige, ende afvallige, ende verdedicht de rechtveerdicheyt sijner wegen, tegen hare beschuldigingen, 10. De Propheet bekomt de tijdinge vande veroveringe ende verstooringe der stadt Ierusalem, ende propheteert hoe d’overgeblevene in den lande sullen varen, 21. Godts oordeel over de huychelsche pluymstrijckers ende bespotters der Propheten, 30.",
  "text2026": "Door de gelijkenis van een getrouwe wachter in het land stelt God de profeet zijn plicht voor, en die van alle getrouwe leraren, vers 1, 2, enz. Hij toont de morrenden en huichelaars onder de gevangen Joden, dat Hij goed en rechtvaardig handelt met boetvaardigen en afvalligen, en verdedigt de rechtvaardigheid van zijn wegen tegen hun beschuldigingen, 10. De profeet ontvangt het bericht van de verovering en verwoesting van de stad Jeruzalem, en profeteert hoe het de overgeblevenen in het land zal vergaan, 21. Gods oordeel over de huichelachtige vleiers en bespotters van de profeten, 30."
 }
}
