{
  "number": 34,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:",
      "text1637": "ENde des HEEREN woort geschiedde tot my, seggende:",
      "text2026": "En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "ENde des HEEREN woort geschiedde tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "geschiedde",
          "new": "van JAHWEH kwam",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israëls, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?",
      "text1637": "Menschen kint, propheteert tegen de [a] herders Israëls: propheteert ende segt tot hen, tot de [1] herders, Alsoo seyt de Heere HEERE; Wee den herderen Israëls, die haerselven weyden; [2] sullen niet de herders de schapen weyden?",
      "text2026": "Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Zo zegt Adonai JAHWEH: Wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! zullen niet de herders de schapen weiden?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Kerkelijke en staatkundige regeerders van mijn volk; vergelijk deze profetie met Jer. 23.",
          "text1637": "Kerckelicke ende politijcke regeerders mijns volcks, vergel. dese prophetye met Ierem. cap. 23.",
          "text2026": "Kerkelijke en staatkundige regeerders van mijn volk; vergelijk deze profetie met Jer. 23."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 zullen niet de herders de schapen weiden: Behoren zij niet met hun eerlijk onderhoud tevreden zijnde voornamelijk op hunne kudde te passen? Immers ja, ganselijk, wil God zeggen.",
          "text1637": "Behoorense niet (met haer eerlick onderhoudt te vreden zijnde) principalick op hare kudde te passen? immers ja, gantschelick, wil Godt seggen.",
          "text2026": "2 zullen niet de herders de schapen weiden: Behoren zij niet met hun eerlijk onderhoud tevreden zijnde voornamelijk op hunne kudde te passen? Immers ja, ganselijk, wil God zeggen."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 23:1. Jeremia 23:1: Wee den herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Ierem. 23.1.",
          "text2026": "Jer. 23:1. Jeremia 23:1: Wee de herderen, die de schapen Mijner weide ombrengen en verstrooien! spreekt JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֖א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רוֹעֵ֣י",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֣א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֩",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֨ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/רֹעִ֜ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HRd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ה֤וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "רֹעֵֽי",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָיוּ֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רֹעִ֣ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הֲ/ל֣וֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּ֔אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יִרְע֖וּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֹעִֽים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mensenkind! profeteer tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> herders: Zo zegt Adonai JAHWEH: Wee de herders van Israël, die zichzelf weiden!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zullen niet de herders de schapen weiden?",
      "textSV1888_html": "Mensenkind! profeteer tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> herders van Israël; profeteer en zeg tot hen, tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israëls, die zichzelven weiden!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zullen niet de herders de schapen weiden?",
      "text1637_html": "Menschen kint, propheteert tegen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> herders Israëls: propheteert ende segt tot hen, tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> herders, Alsoo seyt de Heere HEERE; Wee den herderen Israëls, die haerselven weyden; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> sullen niet de herders de schapen weyden?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Adonai JAHWEH: Wee",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Heere HEERE: Wee den herderen Israëls,",
          "new": "herders van Israël,",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "zichzelven",
          "new": "zichzelf",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet.",
      "text1637": "Ghy etet het [3] vette, ende bekleedet u met de wolle, ghy [4] slachtet het gemeste, [maer] de schapen en weydet ghy niet.",
      "text2026": "U eet het vette, en bekleedt u met de wol, u slacht het gemeste, maar de schapen weidt u niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk van de schapen komt melk, boter, kaas, enz.; vergelijk Zach. 11:16. Zacharia 11:16: Want ziet, Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te worden, zal hij niet bezoeken; het jonge zal hij niet zoeken, en het verbrokene zal hij niet helen, en het stilstaande zal hij niet dragen; maar het vlees van het vette zal hij eten, en derzelver klauwen zal hij verscheuren.",
          "text1637": "Gelijck van de schapen komen melck, boter, keese, etc. Vergel. Zach. 11.16.",
          "text2026": "Gelijk van de schapen komt melk, boter, kaas, enz.; vergelijk Zach. 11:16. Zacharia 11:16: Want ziet, Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te worden, zal hij niet bezoeken; het jonge zal hij niet zoeken, en het verbrokene zal hij niet helen, en het stilstaande zal hij niet dragen; maar het vlees van het vette zal hij eten, en van hen klauwen zal hij verscheuren."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van het Hebreeuwse woord Gen. 31:54. Genesis 31:54: Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte.",
          "text1637": "Siet van’t Hebr. woort, Genes. 31. op vers 54.",
          "text2026": "Zie van het Hebreeuwse woord Gen. 31:54. Genesis 31:54: Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broers, om brood te eten; en zij aten brood, en overnachtten op dat gebergte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֵ֤לֶב",
          "strongs": "H2459",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תֹּאכֵ֨לוּ֙",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֶּ֣מֶר",
          "strongs": "H6785",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּלְבָּ֔שׁוּ",
          "strongs": "H3847",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/בְּרִיאָ֖ה",
          "strongs": "H1277",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "תִּזְבָּ֑חוּ",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּ֖אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִרְעֽוּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "U eet het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vette, en bekleedt u met de wol, u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> slacht het gemeste, maar de schapen weidt u niet.",
      "textSV1888_html": "Gij eet het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vette, en bekleedt u met de wol, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet.",
      "text1637_html": "Ghy etet het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vette, ende bekleedet u met de wolle, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> slachtet het gemeste, [maer] de schapen en weydet ghy niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weggedrevene brengt gij niet weder, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardigheid.",
      "text1637": "De [5] swacke en stercket ghy niet, ende het krancke en heelet ghy niet, ende het gebrokene en verbindet ghy niet, ende het wechgedrevene en brengt ghy niet weder; ende het [6] verlorene en soecket ghy niet: maer ghy heerschet over haer [b] met [7] strengicheyt ende met hardicheyt.",
      "text2026": "De zwakke sterkt u niet, en het zieke heelt u niet, en het gebrokene verbindt u niet, en het weggedrevene brengt u niet weer, en het verlorene zoekt u niet; maar u heerst over hen met strengheid en met hardheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, schapen, en zo in het volgende.",
          "text1637": "Verst. schapen, ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "Versta, schapen, en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, vergaande, verloren gaande; dat is, dat verbijstert, verdwaalt en in gevaar is van te vergaan. Vergelijk Deut. 26:5. Deuteronomium 26:5: Dan zult gij voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syriër, en hij toog af naar Egypte, en verkeerde aldaar als vreemdeling met weinig volks; maar hij werd aldaar tot een groot, machtig en menigvuldig volk.",
          "text1637": "Hebr. vergaende, verloren gaende, D. dat verbijstert, verdwaelt ende in perijckel is van te vergaen. Vergel. Deut. 26. op vers 5.",
          "text2026": "Hebreeuws, vergaande, verloren gaande; dat is, dat verbijstert, verdwaalt en in gevaar is van te vergaan. Vergelijk Deut. 26:5. Deuteronomium 26:5: Dan zult u voor het aangezicht van JAHWEH, uws Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syriër, en hij toog af naar Egypte, en verkeerde daar als vreemdeling met weinig volks; maar hij werd daar tot een groot, machtig en menigvuldig volk."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 strengheid en met hardigheid: Vergelijk 1 Petr. 5:3; idem Exod. 1:13, 1:14; onder vers 27, en Jer. 22:13, enz. 1 Petrus 5:3: Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde. Exodus 1:13: En de Egyptenaars deden de kinderen Israëls dienen met hardigheid; Exodus 1:14: Zodat zij hun het leven bitter maakten met harden dienst, in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld, met al hun dienst, dien zij hen deden dienen met hardigheid. Ezechiël 34:27: En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen. Jeremia 22:13: Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!",
          "text1637": "Vergel. 1.Pet. 5.3. item Exod. 1.13, 14. ende ond. vers 27. Ier. 22.13. etc.",
          "text2026": "7 strengheid en met hardheid: Vergelijk 1 Petr. 5:3; idem Ex. 1:13, 1:14; onder vers 27, en Jer. 22:13, enz. 1 Petrus 5:3: Noch als heerschappij voerende over het erfdeel van de Heern, maar als voorbeelden van de kudde geworden zijnde. Exodus 1:13: En de Egyptenaars deden de kinderen van Israël dienen met hardheid; Exodus 1:14: Zodat zij hun het leven bitter maakten met harden dienst, in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld, met al hun dienst, die zij hen deden dienen met hardheid. Ezechiël 34:27: En het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen. Jeremia 22:13: Wee die, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Petr. 5:3. 1 Petrus 5:3: Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.",
          "text1637": "1.Pet. 5.3.",
          "text2026": "1 Petr. 5:3. 1 Petrus 5:3: Noch als heerschappij voerende over het erfdeel van de Heern, maar als voorbeelden van de kudde geworden zijnde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/נַּחְלוֹת֩",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HTd/VNsfpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֨א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חִזַּקְתֶּ֜ם",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HVpp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/חוֹלָ֣ה",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "רִפֵּאתֶ֗ם",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVpp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/נִּשְׁבֶּ֨רֶת֙",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HC/Rd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חֲבַשְׁתֶּ֔ם",
          "strongs": "H2280",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּדַּ֨חַת֙",
          "strongs": "H5080",
          "morph": "HTd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הֲשֵׁבֹתֶ֔ם",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֹבֶ֖דֶת",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בִקַּשְׁתֶּ֑ם",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVpp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/חָזְקָ֛ה",
          "strongs": "H2394",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "רְדִיתֶ֥ם",
          "strongs": "H7287",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/פָֽרֶךְ",
          "strongs": "H6531",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zwakke sterkt u niet, en het zieke heelt u niet, en het gebrokene verbindt u niet, en het weggedrevene brengt u niet weer, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verlorene zoekt u niet; maar u heerst over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> strengheid en met hardheid.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weggedrevene brengt gij niet weder, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> strengheid en met hardigheid.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> swacke en stercket ghy niet, ende het krancke en heelet ghy niet, ende het gebrokene en verbindet ghy niet, ende het wechgedrevene en brengt ghy niet weder; ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verlorene en soecket ghy niet: maer ghy heerschet over haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> strengicheyt ende met hardicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "kranke",
          "new": "zieke",
          "principe": "V46"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "weder,",
          "new": "weer,",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "hardigheid.",
          "new": "hardheid.",
          "principe": "V717"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Alzo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des velds tot spijze geworden, dewijl zij verstrooid waren.",
      "text1637": "Also zijnse verstroyt om datter [8] geen herder en is: ende sy zijn al ’t wilt gedierte des velts tot spijse geworden, dewijlse verstroyt waren.",
      "text2026": "Zo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte van het veld tot voedsel geworden, omdat zij verstrooid waren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 geen herder is: Die hen recht weidde en bezorgde; noch geestelijk, door gezonde en heilzame lering, noch lichamelijk, door vaderlijke en vrome regering, maar in alles was het tegendeel; waardoor het volk in geloof en leven gans bedorven, en alzo in Gods zwaren toorn vervallen, en voorts met allerlei ellenden zo deerlijk geplaagd is; van welk alles de boze herders de grootste schuld hebben, gelijk volgt.",
          "text1637": "Die haer recht weydde ende besorchde: noch geestelick, door gesonde ende heylsame leeringe, noch lichamelick, door vaderlicke ende vroome regeringe, maer in alles wast contrarie: waer door het volck in geloof ende leven gantsch bedorven, ende alsoo in Godts swaren toorn vervallen, ende voorts met allerleye elenden soo deerlick geplaecht is: van welcks alles de boose herders de grootste schult hebben, als volcht.",
          "text2026": "8 geen herder is: Die hen recht weidde en bezorgde; noch geestelijk, door gezonde en heilzame lering, noch lichamelijk, door vaderlijke en vrome regering, maar in alles was het tegendeel; waardoor het volk in geloof en leven geheel bedorven, en zo in Gods zwaren toorn vervallen, en verder met allerlei ellenden zo ernstig geplaagd is; van welk alles de boze herders de grootste schuld hebben, gelijk volgt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/תְּפוּצֶ֖ינָה",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/Vqw3fp"
        },
        {
          "woord": "מִ/בְּלִ֣י",
          "strongs": "H1097",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹעֶ֑ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּהְיֶ֧ינָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3fp"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָכְלָ֛ה",
          "strongs": "H402",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חַיַּ֥ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֖ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תְּפוּצֶֽינָה",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/Vqw3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zijn zij verstrooid, omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte van het veld tot voedsel geworden, omdat zij verstrooid waren.",
      "textSV1888_html": "Alzo zijn zij verstrooid, omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des velds tot spijze geworden, dewijl zij verstrooid waren.",
      "text1637_html": "Also zijnse verstroyt om datter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> geen herder en is: ende sy zijn al ’t wilt gedierte des velts tot spijse geworden, dewijlse verstroyt waren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "des velds",
          "new": "van het veld",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "spijze",
          "new": "voedsel",
          "principe": "V49"
        },
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.",
      "text1637": "Mijne schapen doolen op alle bergen, ende op allen hoogen heuvel: ja mijne schapen zijn verstroyt [9] op den gantschen aerd-bodem; ende daer en is niemant dieder nae vraegt, ende niemant diese soeckt.",
      "text2026": "Mijn schapen dolen op alle bergen en op alle hoge heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op de hele aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 op den gansen aardbodem: Of, in het ganse land.",
          "text1637": "Ofte, inden gantschen lande.",
          "text2026": "9 op de gansen aardbodem: Of, in het gehele land."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִשְׁגּ֤וּ",
          "strongs": "H7686",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ/י֙",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הֶ֣/הָרִ֔ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גִּבְעָ֣ה",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "רָמָ֑ה",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֨ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֤י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֨רֶץ֙",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "נָפֹ֣צוּ",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֔/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "דּוֹרֵ֖שׁ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מְבַקֵּֽשׁ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mijn schapen dolen op alle bergen en op alle hoge heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> op de hele aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.",
      "text1637_html": "Mijne schapen doolen op alle bergen, ende op allen hoogen heuvel: ja mijne schapen zijn verstroyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> op den gantschen aerd-bodem; ende daer en is niemant dieder nae vraegt, ende niemant diese soeckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "allen hogen",
          "new": "alle hoge",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Daarom, gij herders! hoort des HEEREN woord!",
      "text1637": "Daerom, ghy herders, hooret des HEEREN woort.",
      "text2026": "Daarom, u herders! hoort het woord van JAHWEH!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֣ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "רֹעִ֔ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דְּבַ֥ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, u herders! hoort het woord van JAHWEH!",
      "text1637_html": "Daerom, ghy herders, hooret des HEEREN woort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN woord!",
          "new": "het woord van JAHWEH!",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet;",
      "text1637": "[Soo waerachtich als] ick leve,, spreeckt de Heere HEERE: [10] So [ick] niet! om dat mijne schapen geworden zijn tot eenen roof, ende mijne schapen al’twilt-gedierte des velts tot spijse geworden zijn, om datter geen herder en is; ende mijne herders nae mijne schapen niet en vragen: ende de herders weyden haerselven, maer mijne schapen en weydense niet:",
      "text2026": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt Adonai JAHWEH, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen voor al het wild gedierte van het veld tot voedsel geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 zo Ik niet: Dit is een bijzonderlijke afgebroken rede, in het eedzweren gebruikelijk [gelijk elders dikwijls] die men aanvullen moet uit vers 10. Alsof de Heere zeide: Zo Ik hen niet straffe! Mij niet tegen hen stelle enz. Zie Num. 14:23. Zulks is ook in onze taal [en andere] zeer gebruikelijk bij goede en kwade mensen. Zo ik dit of dat doe, zo ik dit of dat niet doe, enz. zo moet, enz. Vergelijk ook Gen. 14:23, enz. Ezechiël 34:10: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn. Numeri 14:23: Zo zij het land, hetwelk Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien! Genesis 14:23: Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!",
          "text1637": "Dit is een bysonderlick afgebroken reden, in’t eedt-sweeren gebruycklick (als elders dickwijls) diemen vervullen moet uyt vers 10. Als of de Heere seyde: So ickse niet en straffe! my niet tegen haer en stelle! etc. siet Num. 14. op vers 23. Sulcks is oock in onse tale (ende andere) seer gebruycklick by goede ende quade menschen: So ick dit ofte dat doe: soo ick dit ofte dat niet en doe, etc. so moet, etc. Vergel. oock Gen. 14. op vers 23, etc.",
          "text2026": "10 zo Ik niet: Dit is een bijzonderlijke afgebroken rede, in het eedzweren gebruikelijk [gelijk elders dikwijls] die men aanvullen moet uit vers 10. Alsof de Heer zei: Zo Ik hen niet straffe! Mij niet tegen hen stelle enz. Zie Num. 14:23. Zulks is ook in onze taal [en andere] zeer gebruikelijk bij goede en kwade mensen. Zo ik dit of dat doe, zo ik dit of dat niet doe, enz. zo moet, enz. Vergelijk ook Gen. 14:23, enz. Ezechiël 34:10: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden van de schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelf niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot voedsel zullen zijn. Numeri 14:23: Zo zij het land, dat Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien! Genesis 14:23: Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat u niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַי",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֜נִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֣ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יַ֣עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הֱיֽוֹת",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֣/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/בַ֡ז",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּֽהְיֶינָה֩",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3fp"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֨/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָכְלָ֜ה",
          "strongs": "H402",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חַיַּ֤ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶה֙",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HR/Tn"
        },
        {
          "woord": "רֹעֶ֔ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "דָרְשׁ֥וּ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רֹעַ֖/י",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֑/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּרְע֤וּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רֹעִים֙",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֖/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "רָעֽוּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo waarachtig als Ik leef, spreekt Adonai JAHWEH,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen voor al het wild gedierte van het veld tot voedsel geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet;",
      "text1637_html": "[Soo waerachtich als] ick leve,, spreeckt de Heere HEERE: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> So [ick] niet! om dat mijne schapen geworden zijn tot eenen roof, ende mijne schapen al’twilt-gedierte des velts tot spijse geworden zijn, om datter geen herder en is; ende mijne herders nae mijne schapen niet en vragen: ende de herders weyden haerselven, maer mijne schapen en weydense niet:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE,",
          "new": "Adonai JAHWEH,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "voor",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des velds",
          "new": "van het veld",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "spijze",
          "new": "voedsel",
          "principe": "V49"
        },
        {
          "old": "zichzelven,",
          "new": "zichzelf,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Daarom, gij herders! hoort des HEEREN woord!",
      "text1637": "Daerom, ghy herders, hooret des HEEREN woort.",
      "text2026": "Daarom, u herders! hoort het woord van JAHWEH!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵן֙",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רֹעִ֔ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, u herders! hoort het woord van JAHWEH!",
      "text1637_html": "Daerom, ghy herders, hooret des HEEREN woort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN woord!",
          "new": "het woord van JAHWEH!",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn.",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Siet ick [11] [wil] aen de herders, ende sal mijne schapen van hare hant [12] eysschen, ende salse van ’t weyden der schapen doen [13] ophouden, so dat de herders haerselven niet meer en sullen weyden: ende ick sal mijne schapen uyt haren mont rucken, so datse haer niet [meer] tot spijse en sullen zijn.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden van de schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelf niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot voedsel zullen zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 13:8. Ezechiël 13:8: Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Siet boven 13.8.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 13:8. Ezechiël 13:8: Daarom zo zegt de Heer JAHWEH: omdat u ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 3:18. Zie Gen. 42:22. Ezechiël 3:18: Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Genesis 42:22: En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zeide: Zondigt niet aan dezen jongeling! maar gij hoordet niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!",
          "text1637": "Als boven 3.18. Siet Genes. 42. op vers 22.",
          "text2026": "Gelijk boven Ez. 3:18. Zie Gen. 42:22. Ezechiël 3:18: Als Ik tot de goddeloze zeg: U zult de dood sterven, en u waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om de goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat u hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Genesis 42:22: En Ruben antwoordde hun, zeggende: Heb ik het tot u niet gezegd, toen ik zei: Zondigt niet aan deze jongeling! maar u hoorde niet; en ook zijn bloed, ziet, het wordt gezocht!"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Ik zal hen van hun staaf afzetten, omdat zij slechts den bloten naam, maar niet de daad van herders hebben.",
          "text1637": "D. ick salse van haren staet afsetten, om dat sy slechts den blooten naem, maer niet de daet van herders en hebben.",
          "text2026": "Dat is, Ik zal hen van hun staaf afzetten, omdat zij slechts de bloten naam, maar niet de daad van herders hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֞ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֨י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֹעִ֜ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/דָרַשְׁתִּ֧י",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֣/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּדָ֗/ם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁבַּתִּי/ם֙",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רְע֣וֹת",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "צֹ֔אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִרְע֥וּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֛וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֹעִ֖ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֑/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִצַּלְתִּ֤י",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ/י֙",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִהְיֶ֥יןָ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָכְלָֽה",
          "strongs": "H402",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> eisen, en zal ze van het weiden van de schapen doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ophouden, zodat de herders zichzelf niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot voedsel zullen zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn.",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Siet ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> [wil] aen de herders, ende sal mijne schapen van hare hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> eysschen, ende salse van ’t weyden der schapen doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ophouden, so dat de herders haerselven niet meer en sullen weyden: ende ick sal mijne schapen uyt haren mont rucken, so datse haer niet [meer] tot spijse en sullen zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "zichzelven",
          "new": "zichzelf",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "spijze",
          "new": "voedsel",
          "principe": "V49"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Want zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken.",
      "text1637": "Want soo seyt de Heere HEERE: Siet ick, ja ick sal nae mijne schapen vragen, ende salse opsoecken.",
      "text2026": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִי",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֕נִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/דָרַשְׁתִּ֥י",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֖/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בִקַּרְתִּֽי/ם",
          "strongs": "H1239",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken.</i></span>",
      "text1637_html": "Want soo seyt de Heere HEERE: Siet ick, ja ick sal nae mijne schapen vragen, ende salse opsoecken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid.",
      "text1637": "[14] Gelijck een herder sijne kudde opsoeckt, [15] ten dage als hy in’t midden sijner verspreyde schapen is, alsoo sal ick mijne schapen opsoecken: ende ick salse redden uyt alle de plaetsen, daer henen sy verstroyt zijn, ten [16] dage der wolcke ende der donckerheyt.",
      "text2026": "Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, op de dag als hij in het midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarheen zij verstrooid zijn, op de dag van de wolk en van de donkerheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 Gelijk een herder zijn kudde opzoekt: Hebreeuws, naar de opzoeking van een herder, gelijk elders.",
          "text1637": "Hebr. nae de opsoeckinge eens herders, als elders.",
          "text2026": "14 Gelijk een herder zijn kudde opzoekt: Hebreeuws, naar de opzoeking van een herder, gelijk elders."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 ten dage: Ten tijde als de kudde jammerlijk verstrooid is, en Hij komt om bezoeking te doen en te zien wie er ontbreekt en waar zij mogen zijn, om dezelve weder bijeen te brengen.",
          "text1637": "Ter tijt als de kudde jammerlick verstroyt is, ende hy komt om besoeckinge te doen, ende te sien wieder ontbreeckt, ende waerse mogen zijn, om de selve weder by een te brengen.",
          "text2026": "15 ten dage: Ten tijde als de kudde jammerlijk verstrooid is, en Hij komt om bezoeking te doen en te zien wie er ontbreekt en waar zij mogen zijn, om dezelfde weer bijeen te brengen."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 ten dage der wolke en der donkerheid: Dat is, ten tijde van de droevige ellenden, waarmede Ik hen rechtvaardiglijk bezocht heb. Vergel. Joël 2:2 met de aantekening. Joël 2:2: Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, desgelijks van ouds niet geweest is, en na hetzelve niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten.",
          "text1637": "D. ter tijt der droevige elenden, daer mede ick haer rechtveerdichlick besocht hebbe. Vergel. Ioel 2.2. met d’aent.",
          "text2026": "16 op de dag van de wolke en van de donkerheid: Dat is, ten tijde van de droevige ellenden, waarmee Ik hen rechtvaardiglijk bezocht heb. Vergel. Joël 2:2 met de aantekening. Joël 2:2: Een dag van duisternis en donkerheid, een dag van wolken en dikke duisterheid, als de dageraad uitgespreid over de bergen; een groot en machtig volk, evenzo van ouds niet geweest is, en na hetzelfde niet meer zal zijn tot in jaren van vele geslachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/בַקָּרַת֩",
          "strongs": "H1243",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "רֹעֶ֨ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עֶדְר֜/וֹ",
          "strongs": "H5739",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הֱיוֹת֤/וֹ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/תוֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צֹאנ/וֹ֙",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נִפְרָשׁ֔וֹת",
          "strongs": "H6567",
          "morph": "HVNsfpa"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֖ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֲבַקֵּ֣ר",
          "strongs": "H1239",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֑/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִצַּלְתִּ֣י",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/הֶ֗ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּקוֹמֹת֙",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָפֹ֣צוּ",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֔ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עָנָ֖ן",
          "strongs": "H6051",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲרָפֶֽל",
          "strongs": "H6205",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Gelijk een herder zijn kudde opzoekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> op de dag als hij in het midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarheen zij verstrooid zijn, op de dag van de wolk en van de donkerheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup>.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Gelijk een herder zijn kudde opzoekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dage der wolke en der donkerheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Gelijck een herder sijne kudde opsoeckt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ten dage als hy in’t midden sijner verspreyde schapen is, alsoo sal ick mijne schapen opsoecken: ende ick salse redden uyt alle de plaetsen, daer hene<i>n</i> sy verstroyt zijn, ten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dage der wolcke ende der donckerheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ten dage",
          "new": "op de dag",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "zijner",
          "new": "van zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "ten dage der wolke",
          "new": "op de dag van de wolk",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israëls, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands.",
      "text1637": "Ende ick salse uytvoeren van de volcken, ende salse [c] vergaderen uyt de landen, ende brengense in haer [17] lant: ende ick salse weyden op de bergen Israëls, by de stroomen, ende in alle bewoonlicke-plaetsen des lants.",
      "text2026": "En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze verzamelen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen van het land.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Lichamelijk uit Babel, enz. in het land Kanaän en geestelijk tot mijne kerk door den Messias, enz.",
          "text1637": "Lichamelick uyt Babel, etc. in’t lant Canaan, ende geestelick tot mijne kercke door den Messiam, etc.",
          "text2026": "Lichamelijk uit Babel, enz. in het land Kanaän en geestelijk tot mijne kerk door de Messias, enz."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 28:25. Ezechiël 28:25: Alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik het huis Israëls zal vergaderd hebben uit de volken, onder dewelke zij verstrooid zijn, en Ik onder hen voor de ogen der heidenen zal geheiligd zijn, dan zullen zij in hun land wonen, dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob gegeven heb.",
          "text1637": "Ezech. 28.25.",
          "text2026": "Ez. 28:25. Ezechiël 28:25: Zo zegt de Heer JAHWEH: Als Ik het huis van Israël zal vergaderd hebben uit de volken, onder die zij verstrooid zijn, en Ik onder hen voor de ogen van de heidenen zal geheiligd zijn, dan zullen zij in hun land wonen, dat Ik aan Mijn knecht, aan Jakob gegeven heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוֹצֵאתִ֣י/ם",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עַמִּ֗ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קִבַּצְתִּי/ם֙",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/אֲרָצ֔וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲבִיאֹתִ֖י/ם",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָ֑/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְעִיתִי/ם֙",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֣י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֲפִיקִ֕ים",
          "strongs": "H650",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/כֹ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹשְׁבֵ֥י",
          "strongs": "H4186",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ze verzamelen uit de landen, en brengen ze in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> land; en Ik zal ze weiden op de bergen van Israël, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen van het land.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israëls, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands.",
      "text1637_html": "Ende ick salse uytvoeren van de volcken, ende salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> vergaderen uyt de landen, ende brengense in haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> lant: ende ick salse weyden op de bergen Israëls, by de stroomen, ende in alle bewoonlicke-plaetsen des lants.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vergaderen",
          "new": "verzamelen",
          "principe": "V318"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "des lands.",
          "new": "van het land.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israëls zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israëls.",
      "text1637": "Op eene goede weyde sal ickse weyden, ende op de [18] hooge bergen Israëls sal hare koye zijn; aldaer sullen sy nederliggen in eene goede koye, ende sullen weyden [in] eene vette weyde op de bergen Israëls.",
      "text2026": "Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen van Israël zal hun kooi zijn; daar zullen zij neerliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen van Israël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 hoge bergen Israëls: Hebreeuws, op de bergen der hoogte Israëls.",
          "text1637": "Hebr. op de bergen der hoochte Israëls.",
          "text2026": "18 hoge bergen Israëls: Hebreeuws, op de bergen van de hoogte Israëls (הָרֵי)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/מִרְעֶה",
          "strongs": "H4829",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "טּוֹב֙",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אֶרְעֶ֣ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/הָרֵ֥י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "מְרֽוֹם",
          "strongs": "H4791",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יִהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "נְוֵ/הֶ֑ם",
          "strongs": "H5116",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֤ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תִּרְבַּ֨צְנָה֙",
          "strongs": "H7257",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נָ֣וֶה",
          "strongs": "H5116",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "טּ֔וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִרְעֶ֥ה",
          "strongs": "H4829",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁמֵ֛ן",
          "strongs": "H8082",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "תִּרְעֶ֖ינָה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֥י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hoge bergen van Israël zal hun kooi zijn; daar zullen zij neerliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen van Israël.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hoge bergen Israëls zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israëls.",
      "text1637_html": "Op eene goede weyde sal ickse weyden, ende op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hooge bergen Israëls sal hare koye zijn; aldaer sullen sy nederliggen in eene goede koye, ende sullen weyden [in] eene vette weyde op de bergen Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "nederliggen",
          "new": "neerliggen",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Israëls.",
          "new": "van Israël.",
          "principe": "O26"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ick sal mijne schapen weyden, ende ick salse legeren, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲנִ֨י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶרְעֶ֤ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ/י֙",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַרְבִּיצֵ֔/ם",
          "strongs": "H7257",
          "morph": "HVhi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "text1637_html": "Ick sal mijne schapen weyden, ende ick salse legeren, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel.",
      "text1637": "Het verlorene sal ick soecken, ende het wechgedrevene sal ick wederbrengen, ende het gebrokene sal ick verbinden, ende het krancke sal ick stercken: maer het [19] vette ende het stercke sal ick verdelgen, Ick salse weyden met [20] oordeel.",
      "text2026": "Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik teruggeven, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik vernietigen, Ik zal ze weiden met oordeel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 het vette en het sterke: Dat is, die door hun rijkdom en macht weelderig en dartel zijn geworden, rebellerende tegen mij gelijk Deut. 32:15, en hunne broeders onderdrukkende. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 22:30; Jes. 5:17, en Jes. 10:16; Amos 4:1, met de aantekening, enz. Psalmen 22:30: Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden. Jesaja 5:17: En de lammeren zullen weiden naar hun wijze, en de vreemdelingen zullen de woeste plaatsen der vetten eten. Jesaja 10:16: Daarom zal de Heere HEERE der heirscharen onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als den brand des vuurs. Amos 4:1: Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.",
          "text1637": "D. die door haren rijckdom ende macht weeldich ende dertel zijn geworden, rebellerende tegen my (als Deut. 32.15.) ende hare broederen onderdruckende. Vergel. de maniere van spreken met Psal. 22.30. Ies. 5.17. ende 10.16. Amos 4.1. met d’aenteeck. etc.",
          "text2026": "19 het vette en het sterke: Dat is, die door hun rijkdom en macht weelderig en dartel zijn geworden, rebellerende tegen mij gelijk Deut. 32:15, en hunne broers onderdrukkende. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 22:30; Jes. 5:17, en Jes. 10:16; Amos 4:1, met de aantekening, enz. Psalmen 22:30: Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht neerbuigen; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden. Jesaja 5:17: En de lammeren zullen weiden naar hun wijze, en de vreemdelingen zullen de woeste plaatsen van de vetten eten. Jesaja 10:16: Daarom zal de Heer JAHWEH van de legermachten onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als de brand van het vuur. Amos 4:1: Hoort dit woord, u koeien van Basan! u, die op de berg van Samaria bent, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; u, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, Ik zal ze recht, bescheidenlijk weiden. Vergelijk Jer. 10:24. Jeremia 10:24: Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.",
          "text1637": "Ofte, ick salse recht, bescheydentlick, weyden, vergel. Ierem. 10. op vers 24.",
          "text2026": "Of, Ik zal ze recht, bescheidenlijk weiden. Vergelijk Jer. 10:24. Jeremia 10:24: Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֹבֶ֤דֶת",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲבַקֵּשׁ֙",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּדַּ֣חַת",
          "strongs": "H5080",
          "morph": "HTd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "אָשִׁ֔יב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/נִּשְׁבֶּ֣רֶת",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HC/Rd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחֱבֹ֔שׁ",
          "strongs": "H2280",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/חוֹלָ֖ה",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲחַזֵּ֑ק",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/שְּׁמֵנָ֧ה",
          "strongs": "H8082",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֲזָקָ֛ה",
          "strongs": "H2389",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁמִ֖יד",
          "strongs": "H8045",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶרְעֶ֥/נָּה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/מִשְׁפָּֽט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik teruggeven, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik sterken; maar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vette en het sterke zal Ik vernietigen, Ik zal ze weiden met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> oordeel.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> oordeel.",
      "text1637_html": "Het verlorene sal ick soecken, ende het wechgedrevene sal ick wederbrengen, ende het gebrokene sal ick verbinden, ende het krancke sal ick stercken: maer het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vette ende het stercke sal ick verdelgen, Ick salse weyden met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> oordeel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederbrengen,",
          "new": "teruggeven,",
          "principe": "V1031"
        },
        {
          "old": "kranke",
          "new": "zieke",
          "principe": "V46"
        },
        {
          "old": "verdelgen,",
          "new": "vernietigen,",
          "principe": "V375"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Want gij, o Mijn schapen! de Heere HEERE zegt alzo: Ziet, Ik zal richten tussen klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken.",
      "text1637": "Want ghy, ô mijne schapen, de Heere HEERE seyt alsoo: Siet ick sal richten tusschen [21] kleyn-vee ende kleyn-vee, tusschen de rammen ende de bocken.",
      "text2026": "Want u, o Mijn schapen! Adonai JAHWEH zegt zo: Zie, Ik zal richten tussen klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 klein vee en klein vee: Versta, van schapen of geiten. Zie Num. 15:11; Deut. 14:4, en Deut. 17:1, enz. De mening is: Ik zal de oprechte gelovigen van de huichelaars, die in mijne kerk zijn, onderscheiden, en hen van het geweld der valse broeders verlossen. Alzo onder vers 22. Vergelijk boven Ezech. 20:37, 20:38; Matth. 25:32, enz. Numeri 15:11: Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten. Deuteronomium 14:4: Dit zijn de beesten, die gijlieden eten zult; een os, klein vee der schapen, en klein vee der geiten; Deuteronomium 17:1: Gij zult den HEERE, uw God, geen os of klein vee offeren, waaraan een gebrek zij of enig kwaad; want dat is den HEERE, uw God, een gruwel. Ezechiël 34:22: Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee. Ezechiël 20:37: En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds. Ezechiël 20:38: Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hunner vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israëls niet wederkomen, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Mattheüs 25:32: En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.",
          "text1637": "Verst. van schapen ofte geyten. Siet Num. 15.11. Deut. 14.4. ende 17.1. etc. de meyninge is: Ick sal de oprechte geloovige van de huychelaers, die in mijne kercke zijn, onderscheyden, ende haer van’t gewelt der valsche broederen verlossen. alsoo onder vers 22. vergel. bov. 20.37, 38. Matt. 25.32. etc.",
          "text2026": "21 klein vee en klein vee: Versta, van schapen of geiten. Zie Num. 15:11; Deut. 14:4, en Deut. 17:1, enz. De mening is: Ik zal de oprechte gelovigen van de huichelaar, die in mijne kerk zijn, onderscheiden, en hen van het geweld van de valse broers verlossen. Zo onder vers 22. Vergelijk boven Ez. 20:37, 20:38; Matt. 25:32, enz. Numeri 15:11: Zo zal gedaan worden met de enen os, of met de enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten. Deuteronomium 14:4: Dit zijn de beesten, die u eten zult; een os, klein vee van de schapen, en klein vee van de geiten; Deuteronomium 17:1: U zult JAHWEH, uw God, geen os of klein vee offeren, waaraan een gebrek zij of enig kwaad; want dat is JAHWEH, uw God, een gruwel. Ezechiël 34:22: Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee. Ezechiël 20:37: En Ik zal u onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder de band van het verbond. Ezechiël 20:38: Daartoe zal Ik, die rebel zijn, en die tegen Mij overtreden, uit u uitzuiveren; Ik zal hen uit het land hun vreemdelingschappen uitvoeren, en zij zullen in het landschap Israëls niet wederkomen, en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben. Mattheüs 25:32: En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתֵּ֣נָה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2fp"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֔/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֤י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׁפֵט֙",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּֽין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֶׂ֣ה",
          "strongs": "H7716",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/שֶׂ֔ה",
          "strongs": "H7716",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/אֵילִ֖ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לָ/עַתּוּדִֽים",
          "strongs": "H6260",
          "morph": "HC/Rd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want u, o Mijn schapen! Adonai JAHWEH zegt zo: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal richten tussen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Want gij, o Mijn schapen! de Heere HEERE zegt alzo: Ziet, Ik zal richten tussen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken.",
      "text1637_html": "Want ghy, ô mijne schapen, de Heere HEERE seyt alsoo: Siet ick sal richten tusschen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> kleyn-vee ende kleyn-vee, tusschen de rammen ende de bocken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE",
          "new": "Adonai JAHWEH",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "alzo: Ziet,",
          "new": "zo: Zie,",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Is het u te weinig, dat gij de goede weide afweidt? Zult gij nog het overige uwer weide met uw voeten vertreden? En zult gij de bezonkene wateren drinken, en de overgelatene met uw voeten vermodderen?",
      "text1637": "Ist u te weynich, dat ghy de goede weyde afweydet? sult ghy noch het overige uwer weyden met uwe voeten vertreden? ende sult ghy de [22] gesonckene wateren drincken, ende de [23] overgelatene met uwe voeten vermodderen?",
      "text2026": "Is het u te weinig, dat u de goede weide afweidt? Zult u nog het overige van uw weide met uw voeten vertreden? En zult u de bezonken wateren drinken, en de overgelatene met uw voeten vermodderen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 bezonkene wateren: Hebreeuws, de zinking, of het gezonkene der wateren; dat is, klare wateren, welker vuiligheid neergezet en op den grond gezonken is; vergelijk boven Ezech. 32:14. Ezechiël 32:14: Dan zal Ik hunlieder wateren doen zinken, en Ik zal hunlieder rivieren doen gaan als olie, spreekt de Heere HEERE:",
          "text1637": "Hebr. de sinckinge, ofte, het gesonckene der wateren. D. klare wateren, welcker vuylicheyt neergesett ende op den gront gesoncken is. Vergel. boven 32.14.",
          "text2026": "22 bezonkene wateren: Hebreeuws, de zinking, of het gezonkene van de wateren; dat is, klare wateren, van wie vuiligheid neergezet en op de grond gezonken is; vergelijk boven Ez. 32:14. Ezechiël 32:14: Dan zal Ik hunlieder wateren doen zinken, en Ik zal hunlieder rivieren doen gaan als olie, spreekt de Heer JAHWEH:"
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als gij genoeg gedronken hebt van het klare water, dan de rest vuil maken voor een ander; alsof de Heere zeide: Het is onverdragelijk dat gij, mijnen zegen zo overvloediglijk genietende, daarmede nog niet vergenoegd zijt, maar moet daarenboven uwen armen en zwakken medebroeders het weinige, dat voor hen zou zijn, bederven en onnut maken.",
          "text1637": "Als ghy genoech gedronken hebt van’t klaer water, dan de reste vuyl maken voor een ander: Als of de Heere seyde: ’Tis onverdraeglick dat ghy mijnen segen soo overvloedelick genietende, daermede noch niet vernoecht en zijt, maer moetet daer en boven uwe arme ende swacke mede-broederen het weynige, dat voor haer soude zijn, bederven ende onnut maken.",
          "text2026": "Als u genoeg gedronken hebt van het klare water, dan de rest vuil maken voor een ander; alsof de Heer zei: Het is onverdragelijk dat u, mijnen zegen zo overvloediglijk genietende, daarmede nog niet tevreden bent, maar moet daarenboven uw armen en zwakken medebroers het weinige, dat voor hen zou zijn, bederven en onnut maken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/מְעַ֣ט",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HTi/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֶּ֗ם",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּרְעֶ֤ה",
          "strongs": "H4829",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/טּוֹב֙",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "תִּרְע֔וּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֶ֨תֶר֙",
          "strongs": "H3499",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִרְעֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H4829",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תִּרְמְס֖וּ",
          "strongs": "H7429",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רַגְלֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִשְׁקַע",
          "strongs": "H4950",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁתּ֔וּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/נּ֣וֹתָרִ֔ים",
          "strongs": "H3498",
          "morph": "HTd/VNrmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רַגְלֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תִּרְפֹּשֽׂוּ/ן",
          "strongs": "H7515",
          "morph": "HVqi2mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "Is het u te weinig, dat u de goede weide afweidt? Zult u nog het overige van uw weide met uw voeten vertreden? En zult u de bezonken wateren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> drinken, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> overgelatene met uw voeten vermodderen?",
      "textSV1888_html": "Is het u te weinig, dat gij de goede weide afweidt? Zult gij nog het overige uwer weide met uw voeten vertreden? En zult gij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> bezonkene wateren drinken, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> overgelatene met uw voeten vermodderen?",
      "text1637_html": "Ist u te weynich, dat ghy de goede weyde afweydet? sult ghy noch het overige uwer weyden met uwe voeten vertreden? ende sult ghy de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gesonckene wateren drincken, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> overgelatene met uwe voeten vermodderen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "bezonkene",
          "new": "bezonken",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Mijn schapen dan, zullen zij afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is?",
      "text1637": "[24] Mijne schapen dan, sullense afweyden [25] wat met uwe voeten vertreden is, ende drincken wat met uwe voeten vermoddert is?",
      "text2026": "Mijn schapen dan, zullen zij afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 Mijn schapen dan: Met verfoeiing van de onbillijkheid gesproken.",
          "text1637": "Met verfoeyinge vande onbillickheyt gesproken.",
          "text2026": "24 Mijn schapen dan: Met verfoeiing van de onbillijkheid gesproken."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 wat met uw voeten vertreden is: Hebreeuws, de vertreding uwer voeten. Idem, de vermoddering uwer voeten.",
          "text1637": "Hebr. de vertredinge uwer voeten. item de vermodderinge uwer voeten.",
          "text2026": "25 wat met uw voeten vertreden is: Hebreeuws, de vertreding uw voeten (רַגְלֵי). Idem, de vermoddering uw voeten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/צֹאנִ֑/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִרְמַ֤ס",
          "strongs": "H4823",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רַגְלֵי/כֶם֙",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תִּרְעֶ֔ינָה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִרְפַּ֥שׂ",
          "strongs": "H4833",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רַגְלֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁתֶּֽינָה",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Mijn schapen dan, zullen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Mijn schapen dan, zullen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Mijne schapen dan, sullense afweyden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wat met uwe voeten vertreden is, ende drincken wat met uwe voeten vermoddert is?"
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Daarom zegt de Heere HEERE alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee.",
      "text1637": "Daerom seyt de Heere HEERE alsoo [26] tot hen: Siet ick, ja ick sal richten tusschen het [27] vett kleyn-vee, ende tusschen het mager kleyn-vee.",
      "text2026": "Daarom zegt Adonai JAHWEH zo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, van.",
          "text1637": "Ofte, van.",
          "text2026": "Of, van."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 vette klein vee: Zie boven vers 16. Ezechiël 34:16: Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel.",
          "text1637": "Siet bov. vers 16.",
          "text2026": "27 vette klein vee: Zie boven vers 16. Ezechiël 34:16: Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֛ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֖ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִי",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֕נִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָֽׁפַטְתִּי֙",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּֽין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֶׂ֣ה",
          "strongs": "H7716",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בִרְיָ֔ה",
          "strongs": "H1274",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בֵ֥ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "שֶׂ֖ה",
          "strongs": "H7716",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "רָזָֽה",
          "strongs": "H7330",
          "morph": "HAafsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom zegt Adonai JAHWEH zo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vette klein vee, en tussen het magere klein vee.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom zegt de Heere HEERE alzo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vette klein vee, en tussen het magere klein vee.",
      "text1637_html": "Daerom seyt de Heere HEERE alsoo <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> tot hen: Siet ick, ja ick sal richten tusschen het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vett kleyn-vee, ende tusschen het mager kleyn-vee.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE alzo",
          "new": "Adonai JAHWEH zo",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Omdat gij al de zwakken met de zijde en met den schouder verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten toe verstrooid hebt;",
      "text1637": "Om dat ghy alle de swacke met de zijde ende met den schouder [28] verdringet, ende met uwe hoornen stootet; tot dat ghy de selve nae buyten toe verstroyt hebt:",
      "text2026": "Omdat u al de zwakken met de zijde en met de schouder verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat u ze naar buiten toe verstrooid hebt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, stoot; dat is, kwetst met drukken en dringen, dat zij bij u niet kunnen duren.",
          "text1637": "Hebr. stootet. D. quetset met drucken ende dringen, datse by u niet konnen dueren.",
          "text2026": "Hebreeuws, stoot; dat is, kwetst met drukken en dringen, dat zij bij u niet kunnen duren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יַ֗עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צַ֤ד",
          "strongs": "H6654",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/כָתֵף֙",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "תֶּהְדֹּ֔פוּ",
          "strongs": "H1920",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/קַרְנֵי/כֶ֥ם",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HC/R/Ncbdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תְּנַגְּח֖וּ",
          "strongs": "H5055",
          "morph": "HVpi2mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/נַּחְל֑וֹת",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HTd/VNsfpa"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֧ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הֲפִיצוֹתֶ֛ם",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HVhp2mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֖/נָה",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3fp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֽוּצָ/ה",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HTd/Ncmsa/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "Omdat u al de zwakken met de zijde en met de schouder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat u ze naar buiten toe verstrooid hebt;",
      "textSV1888_html": "Omdat gij al de zwakken met de zijde en met den schouder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten toe verstrooid hebt;",
      "text1637_html": "Om dat ghy alle de swacke met de zijde ende met den schouder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> verdringet, ende met uwe hoornen stootet; tot dat ghy de selve nae buyten toe verstroyt hebt:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij dezelve",
          "new": "u ze",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee.",
      "text1637": "Daerom sal ick mijne schapen verlossen, datse niet meer tot eenen roof sullen zijn: ende ick sal richten tusschen kleyn-vee ende kleyn-vee.",
      "text2026": "Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוֹשַׁעְתִּ֣י",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/צֹאנִ֔/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִהְיֶ֥ינָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לָ/בַ֑ז",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁ֣פַטְתִּ֔י",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֶׂ֖ה",
          "strongs": "H7716",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/שֶֽׂה",
          "strongs": "H7716",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee.</i></span>",
      "text1637_html": "Daerom sal ick mijne schapen verlossen, datse niet meer tot eenen roof sullen zijn: ende ick sal richten tusschen kleyn-vee ende kleyn-vee."
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.",
      "text1637": "Ende ick sal eenen eenigen [d] Herder over haer verwecken, ende hy sal haer weyden, [naemlick] mijnen [e] [29] knecht [f] David: die salse weyden, ende die sal haer tot eenen Herder zijn.",
      "text2026": "En Ik zal één enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 knecht David: Den Messias, onzen Heere Jezus Christus, Davids Zoon naar het vlees, en des Vaders knecht naar zijn Middelaarsambt. Zie Jes. 42:1, en wijders 2 Sam. 22:51; Jer. 23:5, en Jer. 30:9, en vergelijk Jes. 40:11, onder Ezech. 37:24; Joh. 10:11, enz.; Hebr. 13:20; 1 Petr. 2:25, en 1 Petr. 5:4. Jesaja 42:1: Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. 2 Samuël 22:51: Hij is een Toren der verlossingen Zijns konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid. Jeremia 23:5: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. Jeremia 30:9: Maar zij zullen dienen den HEERE, hun God, en hun koning David, dien Ik hun verwekken zal. Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Ezechiël 37:24: En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Hebreeën 13:20: De God nu des vredes, Die den grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus, 1 Petrus 2:25: Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen. 1 Petrus 5:4: En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.",
          "text1637": "Den Messiam, onsen Heere Iesum Christum, Davids sone nae den vleesche, ende des vaders knecht, nae sijn middelaers-ampt. Siet Iesa. 42. op vers 1. ende wijders 2.Sam. 22. op vers 51. Ierem. 23. op vers 5. ende 30.9. ende vergel. Iesa. 40.11. onder 37.24. Iohan. 10.11. etc. Hebr. 13.20. 1.Pet. 2.25. ende 5.4.",
          "text2026": "29 knecht David: De Messias, onze Heer Jezus Christus, Davids Zoon naar het vlees, en van de Vader knecht naar zijn Middelaarsambt. Zie Jes. 42:1, en verder 2 Sam. 22:51; Jer. 23:5, en Jer. 30:9, en vergelijk Jes. 40:11, onder Ez. 37:24; Joh. 10:11, enz.; Hebr. 13:20; 1 Petr. 2:25, en 1 Petr. 5:4. Jesaja 42:1: Ziet, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen. 2 Samuël 22:51: Hij is een Toren van de verlossingen Zijn konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid. Jeremia 23:5: Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. Jeremia 30:9: Maar zij zullen dienen JAHWEH, hun God, en hun koning David, die Ik hun verwekken zal. Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Ezechiël 37:24: En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Hebreeën 13:20: De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, door het bloed van de eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heer Jezus Christus, 1 Petrus 2:25: Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener uw zielen. 1 Petrus 5:4: En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult u de onverwelkelijke kroon van de heerlijkheid behalen."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 40:11; Joh. 10:11. Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.",
          "text1637": "Iesa. 40.11. Iohan. 10.11.",
          "text2026": "Jes. 40:11; Joh. 10:11. Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 42:1; Jes. 50:10; Jes. 52:13; Jes. 53:11. Jesaja 42:1: Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. Jesaja 50:10: Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God. Jesaja 52:13: Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden. Jesaja 53:11: Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.",
          "text1637": "Iesa. 42.1. ende 50.10. ende 52.13. ende 53.11.",
          "text2026": "Jes. 42:1; Jes. 50:10; Jes. 52:13; Jes. 53:11. Jesaja 42:1: Ziet, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen. Jesaja 50:10: Wie is er onder u, die JAHWEH vreest, die naar de stem Zijn Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam van JAHWEH, en steune op zijn God. Jesaja 52:13: Ziet, Mijn Knecht zal verstandig handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden. Jesaja 53:11: Om de arbeid Zijn ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 30:9. Jeremia 30:9: Maar zij zullen dienen den HEERE, hun God, en hun koning David, dien Ik hun verwekken zal.",
          "text1637": "Ierem. 30.9.",
          "text2026": "Jer. 30:9. Jeremia 30:9: Maar zij zullen dienen JAHWEH, hun God, en hun koning David, die Ik hun verwekken zal."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/הֲקִמֹתִ֨י",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֜ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "רֹעֶ֤ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָד֙",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רָעָ֣ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/הֶ֔ן",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3fp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עַבְדִּ֣/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דָוִ֑יד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ה֚וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְעֶ֣ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֽוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ן",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fp"
        },
        {
          "woord": "לְ/רֹעֶֽה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HR/Vqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal één enige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Mijn knecht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal een enigen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Mijn knecht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.",
      "text1637_html": "Ende ick sal eenen eenigen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Herder over haer verwecken, ende hy sal haer weyden, [naemlick] mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> knecht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> David: die salse weyden, ende die sal haer tot eenen Herder zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een enigen",
          "new": "één enige",
          "principe": "V44"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken.",
      "text1637": "Ende ick de HEERE sal haer tot eenen [30] Godt zijn; ende mijn knecht David sal [g] [31] Vorst zijn in’t [32] midden van haer: Ick de HEERE hebbe’t gesproken.",
      "text2026": "En Ik, JAHWEH, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, JAHWEH, heb het gesproken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Heiland. Zie Gen. 17:7; Lev. 18:2, en dat door zijnen Zoon, dien Hij ons tot een profeet, priester en koning gegeven heeft. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. Leviticus 18:2: Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Ik ben de HEERE, uw God!",
          "text1637": "D. heylant. Siet Genes. 17. op vers 7. Levit. 18. op vers 2. ende dat door sijnen sone, dien hy ons tot eenen Propheet, Priester, ende Coninck gegeven heeft.",
          "text2026": "Dat is, Heiland. Zie Gen. 17:7; Lev. 18:2, en dat door zijn Zoon, die Hij ons tot een profeet, priester en koning gegeven heeft. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. Leviticus 18:2: Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tot hen: Ik ben JAHWEH, uw God!"
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, prins. Vergelijk Joz. 5:14, 5:15; Jes. 9:5; Hand. 5:31. Jozua 5:14: En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht? Jozua 5:15: Toen zeide de Vorst van het heir des HEEREN tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig. En Jozua deed alzo. Jesaja 9:5: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; Handelingen 5:31: Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden.",
          "text1637": "Ofte, Prince. Vergel. Iosu. 5.14, 15. Iesa. 9.5. Act. 5.31.",
          "text2026": "Of, prins. Vergelijk Joz. 5:14, 5:15; Jes. 9:5; Hand. 5:31. Jozua 5:14: En Hij zei: Nee, maar Ik ben de Vorst van het legermacht van JAHWEH: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zei tot Hem: Wat spreekt mijn Heer tot Zijn knecht? Jozua 5:15: Toen zei de Vorst van het legermacht van JAHWEH tot Jozua: Trek uw schoenen af van uw voeten; want de plaats, waarop u staat, is heilig. En Jozua deed zo. Jesaja 9:5: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader van de eeuwigheid, Vredevorst; Handelingen 5:31: Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving van de zonden."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 midden van hen: Vergelijk Matth. 18:20, en Matth. 28:20; Openb. 1:13. Mattheüs 18:20: Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. Mattheüs 28:20: En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen. Openbaring 1:13: En in het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;",
          "text1637": "Vergel. Mat. 18.20. ende 28.20. Apoc. 1.13.",
          "text2026": "32 midden van hen: Vergelijk Matt. 18:20, en Matt. 28:20; Openb. 1:13. Mattheüs 18:20: Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. Mattheüs 28:20: En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld. Amen. Openbaring 1:13: En in het midden van de zeven kandelaren Een, de Zoon van de mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;"
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 55:4. Jesaja 55:4: Ziet, Ik heb hem tot een getuige der volken gegeven, een vorst en gebieder der volken.",
          "text1637": "Iesa. 55.4.",
          "text2026": "Jes. 55:4. Jesaja 55:4: Ziet, Ik heb hem tot een getuige van de volken gegeven, een vorst en gebieder van de volken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶהְיֶ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֵֽ/אלֹהִ֔ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַבְדִּ֥/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דָוִ֖ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נָשִׂ֣יא",
          "strongs": "H5387",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְ/תוֹכָ֑/ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּֽרְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik, JAHWEH, zal hun tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> God zijn; en Mijn knecht David zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Vorst zijn in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> het midden van hen, Ik, JAHWEH, heb het gesproken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik, de HEERE, zal hun tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> God zijn; en Mijn knecht David zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Vorst zijn in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken.",
      "text1637_html": "Ende ick de HEERE sal haer tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Godt zijn; ende mijn knecht David sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Vorst zijn in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> midden van haer: Ick de HEERE hebbe’t gesproken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.",
      "text1637": "Ende ick sal een [33] verbont des [34] vredes met haer maken, ende sal het boos gedierte uyt den lande doen ophouden: ende sy sullen [35] seker woonen in de woestijne, ende slapen in de wouden.",
      "text2026": "En Ik zal een verbond van de vrede met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jer. 31:31. Jeremia 31:31: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;",
          "text1637": "Siet Ier. 31.31.",
          "text2026": "Zie Jer. 31:31. Jeremia 31:31: Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;"
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 37:14; Richt. 6:24, en vergelijk Jes. 11:6, 11:9, en Jes. 35:9; Jer. 33:6, 33:9, onder Ezech. 37:26; Hos. 2:18. Genesis 37:14: En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem. Richteren 6:24: Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten. Jesaja 11:6: En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven. Jesaja 11:9: Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. Jesaja 35:9: Er zal geen leeuw zijn, en geen verscheurend gedierte zal daarop komen, noch aldaar gevonden worden; maar de verlosten zullen daarop wandelen. Jeremia 33:6: Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. Jeremia 33:9: En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke. Ezechiël 37:26: En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid. Hosea 2:18: En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden.",
          "text1637": "Siet Gen. 37. op vers 14. ende Iudic. 6. op vers 24. ende vergel. Ies. 11.6, 9. ende 35.9. Ierem. 33.6, 9. onder 37.26. Hose. 2.18.",
          "text2026": "Zie Gen. 37:14; Richt. 6:24, en vergelijk Jes. 11:6, 11:9, en Jes. 35:9; Jer. 33:6, 33:9, onder Ez. 37:26; Hos. 2:18. Genesis 37:14: En hij zei tot hem: Ga toch heen, zie naar de welstand van uw broers, en naar de welstand van de kudde, en breng mij een woord opnieuw. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem. Richteren 6:24: Toen bouwde Gideon daar JAHWEH een altaar, en noemde het: De JAHWEH is vrede! het is nog tot op deze dag in Ofra van de Abi-ezrieten. Jesaja 11:6: En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij de geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven. Jesaja 11:9: Men zal nergens leed doen noch verderven op de gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis van JAHWEH zijn, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken. Jesaja 35:9: Er zal geen leeuw zijn, en geen verscheurend gedierte zal daarop komen, noch daar gevonden worden; maar de verlosten zullen daarop wandelen. Jeremia 33:6: Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. Jeremia 33:9: En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen van de aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al de vrede, die Ik hun beschikke. Ezechiël 37:26: En Ik zal een verbond van de vrede met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid. Hosea 2:18: En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja, Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, in zekerheid, of vertrouwen, gelijk vers 27, 34:28, en elders dikwijls. Ezechiël 34:27: En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen. Ezechiël 34:28: En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.",
          "text1637": "Hebr. in sekerheyt. ofte, vertrouwen. als vers 27.8. ende elders dickwijls.",
          "text2026": "Hebreeuws, in zekerheid, of vertrouwen, gelijk vers 27, 34:28, en elders dikwijls. Ezechiël 34:27: En het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen. Ezechiël 34:28: En zij zullen de heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte van de aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/כָרַתִּ֤י",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּרִ֣ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁל֔וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁבַּתִּ֥י",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "חַיָּֽה",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "רָעָ֖ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשְׁב֤וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בַ/מִּדְבָּר֙",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֶ֔טַח",
          "strongs": "H983",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשְׁנ֖וּ",
          "strongs": "H3462",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יְּעָרִֽים",
          "strongs": "H3293",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verbond van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de vrede met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verbond des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.",
      "text1637_html": "Ende ick sal een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verbont des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vredes met haer maken, ende sal het boos gedierte uyt den lande doen ophouden: ende sy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> seker woonen in de woestijne, ende slapen in de wouden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des vredes",
          "new": "van de vrede",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Want Ik zal dezelve, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een zegen; en Ik zal den plasregen doen nederdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.",
      "text1637": "Want ick sal [36] deselve, ende de plaetsen rontom mijnen heuvel, stellen [tot] eenen [37] segen: ende ick sal den plasregen doen nederdalen in sijnen tijt: plasregens van segen sullender zijn.",
      "text2026": "Want Ik zal hen, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een zegen; en Ik zal de plasregen doen neerdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten woestijn en wouden, waarin mijne schapen legeren, waarop het voorgaande en volgende schijnt te zien; of dezelve, te weten schapen.",
          "text1637": "T.w. woestijne ende wouden, daer in mijne schapen legeren, waerop het voorgaende ende volgende schijnt te sien. ofte, deselve. T.w. schapen.",
          "text2026": "Te weten woestijn en wouden, waarin mijne schapen legeren, waarop het voorgaande en volgende schijnt te zien; of dezelfde, te weten schapen."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, met mijn goddelijken zegen zo overvloediglijk begenadigen, dat zij als louter zegen en een voorbeeld daarvan zullen zijn. Vergelijk Gen. 12:2, met de aantekening. De geestelijke zegeningen worden hier door lichamelijke afgebeeld. Vergelijk Joël 2:23. Genesis 12:2: En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! Joël 2:23: En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste maand.",
          "text1637": "D. met mijnen godtlicken segen soo overvloedichlick begenadigen, datse als louter segen ende een patroon daer van sullen zijn. Vergel. Gen. 12.4. met d’aenteeck. De geestelicke segeningen worden hier door lichamelicke afgebeeldt. Vergel. Ioel 2. op vers 23.",
          "text2026": "Dat is, met mijn goddelijken zegen zo overvloediglijk begenadigen, dat zij als louter zegen en een voorbeeld daarvan zullen zijn. Vergelijk Gen. 12:2, met de aantekening. De geestelijke zegeningen worden hier door lichamelijke afgebeeld. Vergelijk Joël 2:23. Genesis 12:2: En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! Joël 2:23: En u, kinderen van Sion! verheugt u en bent blij in JAHWEH, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u de regen doen nederdalen, de vroegen regen en de spaden regen in de eerste maand."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֛/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/סְבִיב֥וֹת",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HC/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "גִּבְעָתִ֖/י",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּרָכָ֑ה",
          "strongs": "H1293",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הוֹרַדְתִּ֤י",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/גֶּ֨שֶׁם֙",
          "strongs": "H1653",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עִתּ֔/וֹ",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "גִּשְׁמֵ֥י",
          "strongs": "H1653",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "בְרָכָ֖ה",
          "strongs": "H1293",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֽוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal hen, en de plaatsen rondom Mijn heuvel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup>, stellen tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> zegen; en Ik zal de plasregen doen neerdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> dezelve, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> zegen; en Ik zal den plasregen doen nederdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.",
      "text1637_html": "Want ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> deselve, ende de plaetsen rontom mijnen heuvel, stellen [tot] eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> segen: ende ick sal den plasregen doen nederdalen in sijnen tijt: plasregens van segen sullender zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dezelve,",
          "new": "hen,",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "nederdalen",
          "new": "neerdalen",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen.",
      "text1637": "Ende ’t geboomte des velts sal sijne vrucht geven, ende het lant sal sijn [38] inkomste geven; ende sy sullen seker zijn in haer lant: ende sullen weeten, dat ick de HEERE ben, als ick de [39] disselboomen hares jocks sal hebben verbroken, ende haer geruckt uyt de hant der gener die sich van haer [40] deden dienen.",
      "text2026": "En het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik de disselbomen van hun juk zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand van degenen, die zich van hen deden dienen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 inkomst geven: Vergelijk Lev. 26:4. Leviticus 26:4: Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;",
          "text1637": "Vergel. Levit. 26.4.",
          "text2026": "38 inkomst geven: Vergelijk Lev. 26:4. Leviticus 26:4: Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven;"
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jer. 27:2, en versta hier het geestelijke juk der slavernij onder den Satan en de zonde. Jeremia 27:2: Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals.",
          "text1637": "Siet Ierem. 27. op vers 2. ende verstaet hier het geestelick jock der slavernye onder den Satan ende de sonde.",
          "text2026": "Zie Jer. 27:2, en versta hier het geestelijke juk van de slavernij onder de Satan en de zonde. Jeremia 27:2: Zo zei JAHWEH tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 deden dienen: Of, die hen dwongen te dienen; zie Jer. 22:13, en Jer. 25:14, met de aantekening. Jeremia 22:13: Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet! Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.",
          "text1637": "Ofte, die haer dwongen te dienen. Siet Ierem. 22.13. ende 25.14. met d’aenteeck.",
          "text2026": "40 deden dienen: Of, die hen dwongen te dienen; zie Jer. 22:13, en Jer. 25:14, met de aantekening. Jeremia 22:13: Wee die, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet! Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; zo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hun handen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַן֩",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "עֵ֨ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֜ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "פִּרְי֗/וֹ",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָ/אָ֨רֶץ֙",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HC/Td/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "תִּתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "יְבוּלָ֔/הּ",
          "strongs": "H2981",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָי֥וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָ֖/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֶ֑טַח",
          "strongs": "H983",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/יָדְע֞וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׁבְרִ/י֙",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מֹט֣וֹת",
          "strongs": "H4133",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "עֻלָּ֔/ם",
          "strongs": "H5923",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִ֨צַּלְתִּ֔י/ם",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֖ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹבְדִ֥ים",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> disselbomen van hun juk zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand van degenen, die zich van hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> deden dienen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> deden dienen.",
      "text1637_html": "Ende ’t geboomte des velts sal sijne vrucht geven, ende het lant sal sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> inkomste geven; ende sy sullen seker zijn in haer lant: ende sullen weeten, dat ick de HEERE ben, als ick de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> disselboomen hares jocks sal hebben verbroken, ende haer geruckt uyt de hant der gener die sich van haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> deden dienen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des velds",
          "new": "van het veld",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "huns juks",
          "new": "van hun juk",
          "principe": "V205"
        },
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "En zij zullen den heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte der aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.",
      "text1637": "Ende sy sullen den heydenen niet meer ten roove zijn, ende ’t wilt-gedierte der aerde en salse niet meer vreten: maer sy sullen seker woonen, ende daer en sal niemant zijn diese verschricke.",
      "text2026": "En zij zullen de heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte van de aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִהְי֨וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֥וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בַּז֙",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַיַּ֥ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֹאכְלֵ֑/ם",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi3fs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשְׁב֥וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֶ֖טַח",
          "strongs": "H983",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מַחֲרִֽיד",
          "strongs": "H2729",
          "morph": "HVhrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij zullen de heidenen niet meer ten roof zijn, en het wild gedierte van de aarde zal ze niet meer vreten; maar zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.",
      "text1637_html": "Ende sy sullen den heydenen niet meer ten roove zijn, ende ’t wilt-gedierte der aerde en salse niet meer vreten: maer sy sullen seker woonen, ende daer en sal niemant zijn diese verschricke.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.",
      "text1637": "Ende ick sal haer eene [41] Plante van [42] name verwecken: ende sy en sullen niet meer [43] wechgeraept worden door honger in den lande, ende [h] den [44] smaet der heydenen niet meer dragen.",
      "text2026": "En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en de smaad van de heidenen niet meer dragen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den Heere Jezus Christus; vergelijk Jer. 23:5, met de aantekening. Jeremia 23:5: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.",
          "text1637": "Den Heere Iesum Christum. Vergel. Ierem. 23.5. met d’aenteeck.",
          "text2026": "De Heer Jezus Christus; vergelijk Jer. 23:5, met de aantekening. Jeremia 23:5: Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 van naam: Dat is, vermaarde, beroemde. Vergelijk de manier van spreken met Gen. 6:4. Of, een plant tot enen naam; dat is, die tot een naam [dat is, roem] zal zijn. Vergelijk Deut. 26:19; Jer. 33:9, en onder Ezech. 39:13, met de aantekening. Genesis 6:4: In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name. Deuteronomium 26:19: Opdat Hij u alzo boven al de volken, die Hij gemaakt heeft, hoog zette, tot lof, en tot een naam, en tot heerlijkheid; en opdat gij een heilig volk zijt den HEERE, uw God, gelijk als Hij gesproken heeft. Jeremia 33:9: En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen der aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al den vrede, dien Ik hun beschikke. Ezechiël 39:13: Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "D. vermaerde, beroemde. Vergel. de maniere van spreken met Gen. 6.4. ofte, eene plante tot eenen naem. D. die tot eenen naem (D. roem) sal zijn. Vergel. Deut. 26.19. Ierem. 33.9. ende onder 39.13. met d’aenteeck.",
          "text2026": "42 van naam: Dat is, vermaarde, beroemde. Vergelijk de manier van spreken met Gen. 6:4. Of, een plant tot enen naam; dat is, die tot een naam [dat is, roem] zal zijn. Vergelijk Deut. 26:19; Jer. 33:9, en onder Ez. 39:13, met de aantekening. Genesis 6:4: In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochters van de mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name. Deuteronomium 26:19: Opdat Hij u zo boven al de volken, die Hij gemaakt heeft, hoog zette, tot lof, en tot een naam, en tot heerlijkheid; en opdat u een heilig volk bent JAHWEH, uw God, gelijk als Hij gesproken heeft. Jeremia 33:9: En het zal Mij zijn tot een vrolijken naam, tot een roem, en tot een sieraad bij alle heidenen van de aarde; die al het goede zullen horen, dat Ik hun doe; en zij zullen vrezen en beroerd zijn over al het goede, en over al de vrede, die Ik hun beschikke. Ezechiël 39:13: Ja, al het volk van het land zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, op de dag als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 weggeraapt worden: Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ps. 26:9. Anders: verteerd. Psalmen 26:9: Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;",
          "text1637": "Hebr. eygentlick versamelt. Siet van sulcken gebruyck des Hebr. woorts. Psal. 26. op vers 9. And. verteert.",
          "text2026": "43 weggeraapt worden: Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie van zulk een gebruik van het Hebreeuwse woord Ps. 26:9. Anders: verteerd. Psalmen 26:9: Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen van het bloed;"
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 smaad der heidenen: Of, schande, schaamroodheid, die u van de heidenen is aangedaan; vergelijk onder Ezech. 36:6, 36:7, 36:15. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt; Ezechiël 36:7: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen! Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Ofte, schande, schaemrootheyt, die u van de heydenen is aengedaen. Vergel. onder 36.6, 7, 15.",
          "text2026": "44 smaad van de heidenen: Of, schande, schaamroodheid, die u van de heidenen is aangedaan; vergelijk onder Ez. 36:6, 36:7, 36:15. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt; Ezechiël 36:7: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen! Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men de schimp van de heidenen niet meer over u hore, en u zult de smaad van de natiën niet meer dragen; en u zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 36:6. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;",
          "text1637": "Ezech. 36.6, etc.",
          "text2026": "Ez. 36:6. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/הֲקִמֹתִ֥י",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מַטָּ֖ע",
          "strongs": "H4302",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שֵׁ֑ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִהְי֨וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֜וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אֲסֻפֵ֤י",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVqsmpc"
        },
        {
          "woord": "רָעָב֙",
          "strongs": "H7458",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂא֥וּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כְּלִמַּ֥ת",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal hun een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> plant van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> naam verwekken; en zij zullen niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> weggeraapt worden door honger in het land, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> smaad van de heidenen niet meer dragen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal hun een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> plant van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> naam verwekken; en zij zullen niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> weggeraapt worden door honger in het land, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> smaad der heidenen niet meer dragen.",
      "text1637_html": "Ende ick sal haer eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Plante van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> name verwecken: ende sy en sullen niet meer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> wechgeraept worden door honger in den lande, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> smaet der heydenen niet meer dragen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Maar zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, hun God, met hen ben, en dat zij Mijn volk zijn, het huis Israëls, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Maer sy sullen weten, dat ick de HEERE, hare Godt, [45] met haer ben: ende [46] dat sy mijn volck zijn, het [47] huys Israëls, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Maar zij zullen weten, dat Ik, JAHWEH, hun God, met hen ben, en dat zij Mijn volk zijn, het huis van Israël, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 met hen ben: Zie Gen. 21:22. Genesis 21:22: Voorts geschiedde het ter zelfder tijd, dat Abimelech, mitsgaders Pichol, zijn krijgsoverste, tot Abraham sprak, zeggende: God is met u in alles, wat gij doet.",
          "text1637": "Siet Genes. 21. op vers 22.",
          "text2026": "45 met hen ben: Zie Gen. 21:22. Genesis 21:22: Verder geschiedde het ter zelfder tijd, dat Abimelech, samen met Pichol, zijn krijgsoverste, tot Abraham sprak, zeggende: God is met u in alles, wat u doet."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 dat zij Mijn volk zijn: Versta, [uit het voorgaande] zij [de schapen] zullen weten dat zij mijn volk zijn; zie Deut. 7:6. Deuteronomium 7:6: Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.",
          "text1637": "Verst. (uyt het voorgaende) sy (de schapen) sullen weten dat sy mijn volck zijn. Siet Deut. 7. op vers 6.",
          "text2026": "46 dat zij Mijn volk zijn: Versta, [uit het voorgaande] zij [de schapen] zullen weten dat zij mijn volk zijn; zie Deut. 7:6. Deuteronomium 7:6: Want u bent een heilig volk JAHWEH, uw God; u heeft JAHWEH, uw God, gekozen, dat u Hem tot een volk van het eigendom zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 huis Israëls: Mijn ware kerk; zie Gal. 6:16, enz. Galaten 6:16: En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.",
          "text1637": "Mijne ware kercke. Siet Gal. 6.16. etc.",
          "text2026": "47 huis van Israël: Mijn ware kerk; zie Gal. 6:16, enz. Galaten 6:16: En zovelen als er naar deze regel zullen wandelen, over dezelfde zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֗וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֧י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אִתָּ֑/ם",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵ֗מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HC/Pp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ/י֙",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar zij zullen weten, dat Ik, JAHWEH, hun God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> met hen ben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> dat zij Mijn volk zijn, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> huis van Israël, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, hun God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> met hen ben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> dat zij Mijn volk zijn, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> huis Israëls, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Maer sy sullen weten, dat ick de HEERE, hare Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> met haer ben: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> dat sy mijn volck zijn, het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> huys Israëls, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide! gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ghy nu, ô [i] mijne schapen, schapen mijner weyde, ghy zijn [48] menschen: [maer] Ick ben uwe Godt, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "U nu, o Mijn schapen, schapen van Mijn weide! u bent mensen; maar Ik ben uw God, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Opdat de grote ongelijkheid, die daar is tussen dien groten God en ons nietige mensen, ons niet afschrikke, noch de consciëntie en bevinding van ons onvermogen ons versaagd make, zo verzekert ons God hier met een zeer lieflijke aanspraak, dat Hij, niettegenstaande zulks alles, dat beloofde genadewerk aan zijne schapen zal voltrekken, alsof Hij zeide: Weest getroost en goedsmoeds, gij mijn lieve schaapjes, Ik ben en blijf uw Heiland. Vergelijk Joh. 10:28, 10:29. Johannes 10:28: En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken. Johannes 10:29: Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.",
          "text1637": "Op dat de groote ongelijckheyt, die daer is tusschen dien grooten Godt ende ons nietige menschen, ons niet af en schricken nochte de conscientie ende bevindinge onses onvermogens ons vertsaecht make, so versekert ons Godt hier met eene seer lieflicke aensprake, dat hy, niet tegenstaende sulcks alles, dat beloofde genaden-werck aen sijne schapen sal voltrecken, of hy seyde: weest getroost ende goedes moets, ghy mijne lieve schaepkens, ick ben ende blijve uwen heylant. Vergel. Iohan. 10.28, 29.",
          "text2026": "Opdat de grote ongelijkheid, die daar is tussen die grote God en ons nietige mensen, ons niet afschrikke, noch de consciëntie en bevinding van ons onvermogen ons versaagd make, zo verzekert ons God hier met een zeer lieflijke aanspraak, dat Hij, niettegenstaande zulks alles, dat beloofde genadewerk aan zijne schapen zal voltooien, alsof Hij zei: Weest getroost en goedsmoeds, u mijn lieve schaapjes, Ik ben en blijf uw Heiland. Vergelijk Joh. 10:28, 10:29. Johannes 10:28: En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in eeuwigheid, en niemand zal dezelfde uit Mijn hand rukken. Johannes 10:29: Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand van Mijn Vader."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 10:11. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.",
          "text1637": "Iohan. 10.11. etc.",
          "text2026": "Joh. 10:11. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתֵּ֥ן",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2fp"
        },
        {
          "woord": "צֹאנִ֛/י",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "צֹ֥אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מַרְעִיתִ֖/י",
          "strongs": "H4830",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַתֶּ֑ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲנִי֙",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹ֣הֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U nu, o<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Mijn schapen, schapen van Mijn weide! u bent<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> mensen; maar Ik ben uw God, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij nu, o<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Mijn schapen, schapen Mijner weide! gij zijt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Ghy nu, ô <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> mijne schapen, schapen mijner weyde, ghy zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> menschen: [maer] Ick ben uwe Godt, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Mijner",
          "new": "van Mijn",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij zijt",
          "new": "u bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Prophetye tegen de quade herders van Godts volck, vers 1, 2, etc. Godt belooft sijne schapen selfs te sullen opsoecken, redden, ende recht weyden, met onderscheyt tusschen schapen ende schapen, rammen ende bocken, 10. daer toe hy verwecken ende senden sal den Oppersten Herder ende Vorst sijner Kercke, Iesum Christum, onder welcken sijne schapen gesegent ende gelucksalich sullen zijn, 23.",
    "text2026": "Profetie tegen de slechte herders van Gods volk, vers 1, 2, enz. God belooft zijn schapen zelf op te zoeken, te redden en goed te weiden, met onderscheid tussen schaap en schaap, rammen en bokken, 10. Daartoe zal Hij de Opperste Herder en Vorst van zijn Kerk verwekken en zenden, Jezus Christus, onder wie zijn schapen gezegend en gelukzalig zullen zijn, 23."
  }
}
