{
  "number": 36,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, en zeg: Gij bergen Israëls! hoort des HEEREN woord.",
      "text1637": "ENde ghy, menschen kint, propheteert [1] tot de [a] bergen Israëls: ende segt; Ghy bergen Israëls, hooret des HEEREN woort.",
      "text2026": "En u, mensenkind! profeteer tot de bergen van Israël, en zeg: U bergen van Israël! hoort het woord van JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 tot de bergen Israëls: Gelijk boven Ezech. 6:2. God spreekt de bergen, dat is het bergachtige land [gelijk vers 6] van Israël aan, tot onderwijs der mensen [om welker zonden wil zij woest lagen en bespot werden] en om te tonen dat de goddeloze beschimpingen van zijn land en volk hem zelven raakten; vergelijk Joël 2:18, en zie wijders van zulke aanspraken, boven Ezech. 14:17. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelve; Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt; Joël 2:18: Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk verschonen. Ezechiël 14:17: Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten;",
          "text1637": "Als boven 6.2. Godt spreeckt de bergen, D. het berchachtich lant (als vers 6.) Israels, aen, tot onderwijs der menschen (om welcker sonden wille sy woest lagen ende bespott wierden) ende om te toonen, dat de godtloose beschimpingen sijns lants ende volcks hem selven raeckten. Vergel. Ioel 2.18. ende siet wijders van sulcke aenspraken. boven 14. op vers 17.",
          "text2026": "1 tot de bergen Israëls: Gelijk boven Ez. 6:2. God spreekt de bergen, dat is het bergachtige land [gelijk vers 6] van Israël aan, tot onderwijs van de mensen [om van wie zonden wil zij woest lagen en bespot werden] en om te tonen dat de goddeloze beschimpingen van zijn land en volk hem zelven raakten; vergelijk Joël 2:18, en zie verder van zulke aanspraken, boven Ez. 14:17. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelfde; Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt; Joël 2:18: Zo zal JAHWEH ijveren over Zijn land, en Hij zal Zijn volk sparen. Ezechiël 14:17: Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten;"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 6:2. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelve;",
          "text1637": "Ezech. 6.2.",
          "text2026": "Ez. 6:2. Ezechiël 6:2: Mensenkind, zet uw aangezicht tegen de bergen Israëls, en profeteer tegen dezelfde;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֔ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֖א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֣י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָ֣מַרְתָּ֔",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "הָרֵי֙",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En u, mensenkind! profeteer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> bergen van Israël, en zeg: U bergen van Israël! hoort het woord van JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "En gij, mensenkind! profeteer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> bergen Israëls, en zeg: Gij bergen Israëls! hoort des HEEREN woord.",
      "text1637_html": "ENde ghy, menschen kint, propheteert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> bergen Israëls: ende segt; Ghy bergen Israëls, hooret des HEEREN woort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls!",
          "new": "van Israël!",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "des HEEREN woord.",
          "new": "het woord van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons ten erve geworden!",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Om dat de [2] vyant van u seyt, [3] Heah! selfs de [4] eeuwige hoochten zijn ons ten [b] erve geworden!",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat de vijand van u zegt: Heah! zelfs de eeuwige hoogten zijn ons als erfenis geworden!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 vijand van u zegt: Zie onder vers 5. Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!",
          "text1637": "Siet onder vers 5.",
          "text2026": "2 vijand van u zegt: Zie onder vers 5. Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel van de heidenen, en tegen het gehele Edom; die Mijn land zichzelf ten erve gegeven hebben met blijdschap van de gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Job 39:28, en Ps. 35:21, en vergelijk boven Ezech. 25:3, en Ezech. 26:2. Job 39:28: In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich. Psalmen 35:21: En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israëls, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort der volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!",
          "text1637": "Siet Iob 39. op vers 28. ende Psal. 35. op vers 21. ende vergel. bov. 25.3. ende 26.2.",
          "text2026": "Zie Job 39:28, en Ps. 35:21, en vergelijk boven Ez. 25:3, en Ez. 26:2. Job 39:28: In het volle geklank van de bazuin, zegt het: Heah! en ruikt de krijg van verre, de donder van de vorsten en het gejuich. Psalmen 35:21: En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! Ezechiël 25:3: En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort van de Heern JAHWEH woord: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land van Israël, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen; Ezechiël 26:2: Mensenkind! daarom dat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: Heah! zij is verbroken, de poort van de volken; zij is tot mij omgewend; ik zal vervuld worden, zij is verwoest!"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 eeuwige hoogten: Hebreeuws, hoogten der eeuwigheid; dat is, oude vermaarde bergen, idem, vaste, durige, enz. Vergelijk Deut. 33:15; Hab. 3:6, met de aantekening. Men zou dit anders ook kunnen duiden op den berg Sion en Moria, waar Davids slot en de tempel geweest waren. Vergelijk Ps. 78:69, en boven Ezech. 35:10. Aldus zou dit een goddeloze roem zijn over God en de verstoring van zijn heiligdom, genoemd God eeuwige woonstede, als zijnde nu in der vijanden macht en bezit vervallen. In het volgende, zijn, Hebreeuws, is, versta, elkeen derzelver hoogten. Deuteronomium 33:15: En van het voornaamste der oude bergen, en van het uitnemendste der eeuwige heuvelen; Habakuk 3:6: Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne. Psalmen 78:69: En Hij bouwde Zijn heiligdom als hoogten, als de aarde, die Hij gegrond heeft in eeuwigheid. Ezechiël 35:10: Omdat gij zegt: Die twee volken en die twee landen zullen mij geworden, en wij zullen ze erfelijk bezitten, ofschoon de HEERE daar ware;",
          "text1637": "Hebr. hoochten der eeuwicheyt. D. oude vermaerde bergen, item, vaste, duerige, etc. vergel. Deut. 33.15. Hab. 3.6. met d’aenteeck. men soude dit anders oock konnen duyden op den berch Zion ende Moria, daer Davids slot ende de Tempel geweest waren. Vergel. Psal. 78.69. ende boven 35.10. Aldus soude dit een godtloose roem zijn over Godt ende de verstooringe sijns heylichdoms, genoemt Godts eeuwige woonstede, als zijnde nu inder vyanden macht ende besit vervallen, in’t volgende, zijn. Hebr. is. verstaet elck eene del selver hoochten.",
          "text2026": "4 eeuwige hoogten: Hebreeuws, hoogten van de eeuwigheid (עוֹלָם); dat is, oude vermaarde bergen, idem, vaste, durige, enz. Vergelijk Deut. 33:15; Hab. 3:6, met de aantekening. Men zou dit anders ook kunnen duiden op de berg Sion en Moria, waar Davids slot en de tempel geweest waren. Vergelijk Ps. 78:69, en boven Ez. 35:10. Aldus zou dit een goddeloze roem zijn over God en de verstoring van zijn heiligdom, genoemd God eeuwige woonstede, als zijnde nu in van de vijanden macht en bezit vervallen. In het volgende, zijn, Hebreeuws, is, versta, elk van hen hoogten. Deuteronomium 33:15: En van het voornaamste van de oude bergen, en van het uitnemendste van de eeuwige heuvelen; Habakuk 3:6: Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen van de eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen van de eeuw zijn van Hem. Psalmen 78:69: En Hij bouwde Zijn heiligdom als hoogten, als de aarde, die Hij gegrond heeft in eeuwigheid. Ezechiël 35:10: Omdat u zegt: Die twee volken en die twee landen zullen mij geworden, en wij zullen ze erfelijk bezitten, ofschoon JAHWEH daar ware;"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 35:10. Ezechiël 35:10: Omdat gij zegt: Die twee volken en die twee landen zullen mij geworden, en wij zullen ze erfelijk bezitten, ofschoon de HEERE daar ware;",
          "text1637": "Ezech. 35.10.",
          "text2026": "Ez. 35:10. Ezechiël 35:10: Omdat u zegt: Die twee volken en die twee landen zullen mij geworden, en wij zullen ze erfelijk bezitten, ofschoon JAHWEH daar ware;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֣עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֧ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/אוֹיֵ֛ב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "הֶאָ֑ח",
          "strongs": "H1889",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָמ֣וֹת",
          "strongs": "H1116",
          "morph": "HC/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֔ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מֽוֹרָשָׁ֖ה",
          "strongs": "H4181",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ֥יְתָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "לָּֽ/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> vijand van u zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Heah! zelfs de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eeuwige hoogten zijn ons als erfenis geworden!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> vijand van u zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Heah! zelfs de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eeuwige hoogten zijn ons ten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> erve geworden!",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Om dat de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> vyant van u seyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Heah! selfs de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eeuwige hoochten zijn ons ten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> erve geworden!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "ten erve",
          "new": "als erfenis",
          "principe": "V319"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat gij voor het overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij gebracht zijt op de klapachtige lip en in opspraak des volks;",
      "text1637": "Daerom propheteert ende segt; Soo seyt de Heere HEERE; Daerom om datmen [5] u van rontomme verwoest ende [6] opgeslockt heeft, [7] op dat ghy voor’t [8] overblijfsel der heydenen ten erve soudet zijn, ende ghy [9] gebracht zijt op de [10] klapachtige lippe, ende [in] opsprake des volcks:",
      "text2026": "Daarom profeteer en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Daarom, omdat men u van rondom verwoest en opgeslokt heeft, opdat u voor het overblijfsel van de heidenen als erfenis zou zijn, en u gebracht bent op de klapachtige lip en in opspraak van het volk;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 klapachtige lip: Hebreeuws, lip der tong; dat is, alsof men zeide, tongachtige lip, dat is klachtige, kakelachtige lip; zulks dat een ieder den mond van u vol heeft en bespottelijk van u spreekt, bijspreuken van u maakt.",
          "text1637": "Hebr. lippe der tonge. D. als ofmen seyde, tongachtige lippe. D. klapachtige, kakelachtige lippe: sulck dat een yeder den mont van u vol heeft, ende spottelick van u spreeckt, by-spreucken van u maeckt.",
          "text2026": "10 klapachtige lip: Hebreeuws, lip van de tong (שְׂפַת); dat is, alsof men zei, tongachtige lip, dat is klachtige, kakelachtige lip; zulks dat een ieder de mond van u vol heeft en bespottelijk van u spreekt, bijspreuken van u maakt."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 u van rondom verwoest: Gij bergen van Israël, omsingeld van Ammonieten, Moabieten, Edomieten, Filistijnen, Tyriërs, Sidoniërs, Syriërs, enz.",
          "text1637": "Ghy bergen Israels, omcingelt met Ammoniten, Moabiten, Edomiten, Philistijnen, Tyriers, Zidoniers, Syriers, etc.",
          "text2026": "5 u van rondom verwoest: U bergen van Israël, omsingeld van Ammonieten, Moabieten, Edomieten, Filistijnen, Tyriërs, Sidoniërs, Syriërs, enz."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 opgeslokt heeft: Vergelijk Ps. 56:2. Psalmen 56:2: Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 56.2.",
          "text2026": "6 opgeslokt heeft: Vergelijk Ps. 56:2. Psalmen 56:2: Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; de gansen dag dringt mij de bestrijder."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 opdat gij: Of, zodat gij geworden zijt, enz.",
          "text1637": "Ofte, so dat ghy geworden zijt, etc.",
          "text2026": "7 opdat u: Of, zodat u geworden bent, enz."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 overblijfsel der heidenen: De anderen, de rest, die van de algemene verwoestingen overig zijn, of zouden mogen overblijven; alzo vers 4, 36:5; vergelijk ook vers 36. Ezechiël 36:4: Daarom, gij bergen Israëls! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn; Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn! Ezechiël 36:36: Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.",
          "text1637": "Den anderen, de reste, die van de gemeyne verwoestingen overich zijn, ofte souden mogen overblijven: alsoo vers 4, 5. Vergel. oock vers 36.",
          "text2026": "8 overblijfsel van de heidenen: De anderen, de rest, die van de algemene verwoestingen overig zijn, of zouden mogen overblijven; zo vers 4, 36:5; vergelijk ook vers 36. Ezechiël 36:4: Daarom, u bergen Israëls! hoort het woord van de Heern JAHWEH: Zo zegt de Heer JAHWEH tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel van de heidenen, die rondom zijn; Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel van de heidenen, en tegen het gehele Edom; die Mijn land zichzelf ten erve gegeven hebben met blijdschap van de gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn! Ezechiël 36:36: Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, JAHWEH, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, JAHWEH, heb het gesproken en zal het doen."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 gebracht zijt: Hebreeuws, opgebracht.",
          "text1637": "Hebr. opgebracht.",
          "text2026": "9 gebracht zijt: Hebreeuws, opgebracht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵן֙",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֣א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֔",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֣עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַ֡עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HR/C"
        },
        {
          "woord": "שַׁמּוֹת֩",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁאֹ֨ף",
          "strongs": "H7602",
          "morph": "HC/Vqa"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֜ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּבִ֗יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/הְיוֹתְ/כֶ֤ם",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HR/Vqc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מֽוֹרָשָׁה֙",
          "strongs": "H4181",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁאֵרִ֣ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תֵּֽעֲל֛וּ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/VNw2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׂפַ֥ת",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "לָשׁ֖וֹן",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/דִבַּת",
          "strongs": "H1681",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "עָֽם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom profeteer en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Daarom, omdat men<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> u van rondom verwoest en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> opgeslokt heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> opdat u voor het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> overblijfsel van de heidenen als erfenis zou zijn, en u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> gebracht bent op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> klapachtige lip en in opspraak van het volk;",
      "textSV1888_html": "Daarom profeteer en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Daarom, omdat men<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> u van rondom verwoest en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> opgeslokt heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> opdat gij voor het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> overblijfsel der heidenen ten erve zoudt zijn, en gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> gebracht zijt op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> klapachtige lip en in opspraak des volks;",
      "text1637_html": "Daerom propheteert ende segt; Soo seyt de Heere HEERE; Daerom om datmen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> u van rontomme verwoest ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> opgeslockt heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> op dat ghy voor’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> overblijfsel der heydenen ten erve soudet zijn, ende ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> gebracht zijt op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> klapachtige lippe, ende [in] opsprake des volcks:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "ten erve zoudt",
          "new": "als erfenis zou",
          "principe": "V202"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zijt",
          "new": "bent",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des volks;",
          "new": "van het volk;",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Daarom, gij bergen Israëls! hoort het woord des Heeren HEEREN: Zo zegt de Heere HEERE tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel der heidenen, die rondom zijn;",
      "text1637": "Daerom, ghy bergen Israëls, hooret het woort des Heeren HEEREN: Soo seyt de Heere HEERE tot de bergen, ende tot de heuvelen, tot de stroomen, ende tot de dalen, tot de verwoeste eensame-plaetsen, ende tot de verlatene steden, die tot eenen roof ende tot eenen spot geworden zijn voor’t overblijfsel der heydenen, die rontomme zijn:",
      "text2026": "Daarom, u bergen van Israël! hoort het woord van Adonai JAHWEH: Zo zegt Adonai JAHWEH tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel van de heidenen, die rondom zijn;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵן֙",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֣י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְ֠הוִה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֶ/הָרִ֨ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/גְּבָע֜וֹת",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "לָ/אֲפִיקִ֣ים",
          "strongs": "H650",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/גֵּאָי֗וֹת",
          "strongs": "H1516",
          "morph": "HC/Rd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֶ/חֳרָב֤וֹת",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הַ/שֹּֽׁמְמוֹת֙",
          "strongs": "H8076",
          "morph": "HTd/Vqrfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֶ/עָרִ֣ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הַ/נֶּעֱזָב֔וֹת",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HTd/VNsfpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָי֤וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בַז֙",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/לַ֔עַג",
          "strongs": "H3933",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁאֵרִ֥ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּבִֽיב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, u bergen van Israël! hoort het woord van Adonai JAHWEH: Zo zegt Adonai JAHWEH tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen, tot de verwoeste eenzame plaatsen en tot de verlaten steden, die tot een roof en tot een spot geworden zijn voor het overblijfsel van de heidenen, die rondom zijn;",
      "text1637_html": "Daerom, ghy bergen Israëls, hooret het woort des Heeren HEEREN: Soo seyt de Heere HEERE tot de bergen, ende tot de heuvelen, tot de stroomen, ende tot de dalen, tot de verwoeste eensame-plaetsen, ende tot de verlatene steden, die tot eenen roof ende tot eenen spot geworden zijn voor’t overblijfsel der heydenen, die rontomme zijn:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls!",
          "new": "van Israël!",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "des Heeren HEEREN:",
          "new": "van Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE",
          "new": "Adonai JAHWEH",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!",
      "text1637": "Daerom, soo seyt ve Heere HEERE; [11] So ick niet [12] in het vyer mijns yvers gesproken hebbe tegen het overblijfsel der heydenen, ende tegen het gantsche Edom: die [13] mijn lant [14] haerselven ten erve gegeven hebben, met blijtschap des gantschen herten, met [15] begeerige plunderinge, op dat de [16] landerye van [17] dien ten roove soude zijn!",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Zo Ik niet in het vuur van Mijn ijver gesproken heb tegen het overblijfsel van de heidenen, en tegen het hele Edom; die Mijn land zichzelf als erfenis gegeven hebben met blijdschap van het hele hart, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten roof zou zijn!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 Zo Ik niet: Zie boven Ezech. 34:8, met de aantekening en vervul deze rede uit vers 7. Ezechiël 34:8: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet; Ezechiël 36:7: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!",
          "text1637": "Siet boven 34.7. met d’aenteeck. ende vervult dese reden uyt vers 7.",
          "text2026": "11 Zo Ik niet: Zie boven Ez. 34:8, met de aantekening en vervul deze rede uit vers 7. Ezechiël 34:8: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heer JAHWEH, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte van het veld tot voedsel geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelf, maar Mijn schapen weiden zij niet; Ezechiël 36:7: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!"
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 in het vuur Mijns ijvers: Of, in mijn vurigen ijver; te weten voor mijn land en volk; en tegen mijne en hunne vijanden. Vergelijk boven vers 1, en onder vers 6; boven Ezech. 5:13; Deut. 4:24, met de aantekening. Ezechiël 36:1: En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, en zeg: Gij bergen Israëls! hoort des HEEREN woord. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt; Ezechiël 5:13: Alzo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, de HEERE, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben. Deuteronomium 4:24: Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een ijverig God.",
          "text1637": "Ofte, in mijnen vyerigen yver. T.w. Voor mijn lant ende volck: ende tegen mijne ende hare vyanden. Vergel. bov. op vers 1. ende ond. vers 6. ende bov. cap. 5.13. Deut. 4.24. met d’aenteeck.",
          "text2026": "12 in het vuur Mijns ijvers: Of, in mijn vurige ijver; te weten voor mijn land en volk; en tegen mijne en hunne vijanden. Vergelijk boven vers 1, en onder vers 6; boven Ez. 5:13; Deut. 4:24, met de aantekening. Ezechiël 36:1: En u, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, en zeg: U bergen Israëls! hoort het woord van JAHWEH. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt; Ezechiël 5:13: Zo zal Mijn toorn volbracht worden, en Ik zal Mijn grimmigheid op hen doen rusten, en Mij troosten; en zij zullen weten, dat Ik, JAHWEH, in Mijn ijver gesproken heb, als Ik Mijn grimmigheid tegen hen volbracht zal hebben. Deuteronomium 4:24: Want JAHWEH, uw God, is een verterend vuur, een ijverig God."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 Mijn land: Kanaän; zie Ps. 68:10; Hos. 9:3; alzo onder vers 20. Psalmen 68:10: Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden. Hosea 9:3: Zij zullen in des HEEREN land niet blijven; maar Efraïm zal weder tot Egypte keren, en zij zullen in Assyrië het onreine eten. Ezechiël 36:20: Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.",
          "text1637": "Canaan. Siet Psal. 68. op vers 10. Hose. 9. op vers 3. alsoo onder vers 20.",
          "text2026": "13 Mijn land: Kanaän; zie Ps. 68:10; Hos. 9:3; zo onder vers 20. Psalmen 68:10: U hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en U hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden. Hosea 9:3: Zij zullen in de land van JAHWEH niet blijven; maar Efraïm zal weer tot Egypte keren, en zij zullen in Assyrië het onreine eten. Ezechiël 36:20: Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heilige Naam, omdat men van hen zei: Deze zijn het volk van JAHWEH, en zijn uit Zijn land uitgegaan."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 35:10. Ezechiël 35:10: Omdat gij zegt: Die twee volken en die twee landen zullen mij geworden, en wij zullen ze erfelijk bezitten, ofschoon de HEERE daar ware;",
          "text1637": "Siet bov. 35.10.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 35:10. Ezechiël 35:10: Omdat u zegt: Die twee volken en die twee landen zullen mij geworden, en wij zullen ze erfelijk bezitten, ofschoon JAHWEH daar ware;"
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 begerige plundering: Hebreeuws, plundering, of versmading der ziel; dat is, verachtende of plunderende mijn volk en land met een innerlijken lust en vurige genegenheid of begeerte, zonder enig medelijden. Zie Ps. 27:12. Psalmen 27:12: Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast.",
          "text1637": "Hebr. plunderinge, ofte, versmadinge der ziele. D. verachtende ofte plunderende mijn volck ende lant met eenen innerlicken lust, ende vyerige genegentheyt ofte begeerte, sonder eenich medelijden. Siet Psal. 27. op vers 12.",
          "text2026": "15 begerige plundering: Hebreeuws, plundering, of versmading van de ziel (נֶפֶשׁ); dat is, verachtende of plunderende mijn volk en land met een innerlijken lust en vurige genegenheid of begeerte, zonder enig medelijden. Zie Ps. 27:12. Psalmen 27:12: Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, samen met die wrevel uitblaast."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebreeuwse woord betekent voorsteden, landen, of velden, vrije levendige ruimten, plaatsen voor, of buiten en omtrent de steden, of andere gebouwen gelegen, hoeven, uithoven, erven, enz.; omdat zij daarvan afgezonderd zijn, waarop het oorspronkelijke Hebreeuwse woord ziet, betekenende ook anderszins uitwerping, uitdrijving, waarom anderen dit aldus overzetten: Om hetzelve [land] ten roof uit te zetten. Hebreeuws, om, of opdat, deszelfs landerij, of uitzetting, uitwerping, ten roof [zou zijn].",
          "text1637": "Het Hebr. woort beteeckent voorsteden, landen, ofte velden, vrye ledige ruymten, plaetsen voor, ofte, buyten ende omtrent de steden, ofte andere gebouwen, gelegen, hoeven, uythoven, erven, etc. om datse daer van afgesondert zijn, daer op het oorsproncklick Hebr. woort siet, beteeckenende oock andersins, uytwerpinge, uytdrijvinge. daerom andere dit aldus oversetten: om het selve (lant) ten roove uyt te setten. Hebr. om, ofte, op dat, desselven landerye, ofte, uytsettinge, uytwerpinge, ten roove [soude zijn.]",
          "text2026": "Het Hebreeuwse woord betekent voorsteden, landen, of velden, vrije levendige ruimten, plaatsen voor, of buiten en omtrent de steden, of andere gebouwen gelegen, hoeven, uithoven, erven, enz.; omdat zij daarvan afgezonderd zijn, waarop het oorspronkelijke Hebreeuwse woord ziet, betekenende ook anders uitwerping, uitdrijving, waarom anderen dit aldus overzetten: Om hetzelfde [land] ten roof uit te zetten. Hebreeuws, om, of opdat, daarvan landerij, of uitzetting, uitwerping, ten roof [zou zijn]."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 daarvan ten rove zou zijn: Van mijn land Kanaän.",
          "text1637": "Van mijn lant Canaan.",
          "text2026": "17 daarvan ten rove zou zijn: Van mijn land Kanaän."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִה֒",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֠א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֵ֨שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "קִנְאָתִ֥/י",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִבַּ֛רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֵרִ֥ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אֱד֣וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ֑/א",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָתְנֽוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אַרְצִ֣/י",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ֠/הֶם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מ֨וֹרָשָׁ֜ה",
          "strongs": "H4181",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׂמְחַ֤ת",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "לֵבָב֙",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁאָ֣ט",
          "strongs": "H7589",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "נֶ֔פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֥עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִגְרָשָׁ֖/הּ",
          "strongs": "H4054",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לָ/בַֽז",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zo Ik niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in het vuur van Mijn ijver gesproken heb tegen het overblijfsel van de heidenen, en tegen het hele Edom; die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Mijn land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zichzelf als erfenis gegeven hebben met blijdschap van het hele hart, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> begerige plundering, opdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> landerij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> daarvan ten roof zou zijn!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, zo zegt de Heere HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Zo Ik niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Mijn land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> begerige plundering, opdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> landerij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> daarvan ten rove zou zijn!",
      "text1637_html": "Daerom, soo seyt ve Heere HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> So ick niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in het vyer mijns yvers gesproken hebbe tegen het overblijfsel der heydenen, ende tegen het gantsche Edom: die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> mijn lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> haerselven ten erve gegeven hebben, met blijtschap des gantschen herten, met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> begeerige plunderinge, op dat de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> landerye van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> dien ten roove soude zijn!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Mijns ijvers",
          "new": "van Mijn ijver",
          "principe": "V213"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "zichzelven ten erve",
          "new": "zichzelf als erfenis",
          "principe": "V319"
        },
        {
          "old": "des gansen harten,",
          "new": "van het hele hart,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "rove",
          "new": "roof",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;",
      "text1637": "Daerom propheteert van den lande Israëls: ende segt tot de bergen, ende tot de heuvelen, tot de stroomen ende tot de dalen, Soo seyt de Heere HEERE; Siet ick hebbe in mijnen yver ende in mijne grimmicheyt gesproken: om dat ghy den [c] [18] smaet der heydenen gedragen hebt:",
      "text2026": "Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn woede gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 smaad der heidenen: Gelijk boven Ezech. 34:29, en onder vers 15. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen. Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Als bov. 34.29. ende ond. vers 15.",
          "text2026": "18 smaad van de heidenen: Gelijk boven Ez. 34:29, en onder vers 15. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en de smaad van de heidenen niet meer dragen. Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men de schimp van de heidenen niet meer over u hore, en u zult de smaad van de natiën niet meer dragen; en u zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 34:29. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.",
          "text1637": "Ezech. 34.29.",
          "text2026": "Ez. 34:29. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en de smaad van de heidenen niet meer dragen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֕ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֖א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַ֣ת",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֡",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "לֶ/הָרִ֣ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ֠/לַ/גְּבָעוֹת",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "לָ/אֲפִיקִ֨ים",
          "strongs": "H650",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/גֵּאָי֜וֹת",
          "strongs": "H1516",
          "morph": "HC/Rd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֨י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/קִנְאָתִ֤/י",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַ/חֲמָתִ/י֙",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֔רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַ֛עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כְּלִמַּ֥ת",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נְשָׂאתֶֽם",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn woede gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt;</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> smaad der heidenen gedragen hebt;",
      "text1637_html": "Daerom propheteert van den lande Israëls: ende segt tot de bergen, ende tot de heuvelen, tot de stroomen ende tot de dalen, Soo seyt de Heere HEERE; Siet ick hebbe in mijnen yver ende in mijne grimmicheyt gesproken: om dat ghy den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> smaet der heydenen gedragen hebt:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "gij den",
          "new": "u de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!",
      "text1637": "Daerom, soo seyt de Heere HEERE; Ick hebbe [19] mijne hant opgeheven: So niet de heydenen, die rontom u zijn, selfs hare schande sullen dragen!",
      "text2026": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: Ik heb Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 Mijn hand opgeheven: Dat is, bij mijzelven gezworen; gelijk mensen bij God zweren met opheffing of opsteking der hand. Zie Gen. 14:22. Genesis 14:22: Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogsten God, Die hemel en aarde bezit;",
          "text1637": "D. by my selven geswooren: gelijck menschen by Godt sweeren met op heffinge, ofte, opstekinge der hant. Siet Genes. 14. op vers 22.",
          "text2026": "19 Mijn hand opgeheven: Dat is, bij mijzelf gezworen; gelijk mensen bij God zweren met opheffing of opsteking van de hand. Zie Gen. 14:22. Genesis 14:22: Maar Abram zei tot de koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot JAHWEH, de allerhoogste God, Die hemel en aarde bezit;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֖י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "נָשָׂ֣אתִי",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יָדִ֑/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִם֙",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֣ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּבִ֔יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֖מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּלִמָּתָ֥/ם",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִשָּֽׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Mijn hand opgeheven; zo niet de heidenen, die rondom u zijn, zelf hun schande zullen dragen!",
      "text1637_html": "Daerom, soo seyt de Heere HEERE; Ick hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> mijne hant opgeheven: So niet de heydenen, die rontom u zijn, selfs hare schande sullen dragen!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Maar gij, o bergen Israëls! gij zult weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want zij naderen te komen.",
      "text1637": "Maer ghy, ô bergen Israëls, ghy sult [weder] [20] uwe tacken geven, ende uwe vrucht voor mijn volck Israëls dragen: want [21] sy naederen te komen.",
      "text2026": "Maar u, o bergen van Israël! u zult weer uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want zij naderen te komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 uw takken geven: Dat is, weder groenen en vruchtbaar worden.",
          "text1637": "D. weder groenen ende vruchtbaer worden.",
          "text2026": "20 uw takken geven: Dat is, weer groenen en vruchtbaar worden."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 zij naderen te komen: De Israëlieten zullen haast wederkomen uit de gevangenschap; waarop het voornaamste zal volgen, de verlossing en oprichting der algemene kerk door den Messias.",
          "text1637": "De Israeliten sullen haest wedercomen uyt de gevanckenisse: waerop het principaelste sal volgen, de verlossinge ende oprechtinge der algemeyne kercke door den Messiam.",
          "text2026": "21 zij naderen te komen: De Israëlieten zullen haast wederkomen uit de gevangenschap; waarop het voornaamste zal volgen, de verlossing en oprichting van de algemene kerk door de Messias."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתֶּ֞ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2mp"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֤י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַנְפְּ/כֶ֣ם",
          "strongs": "H6057",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תִּתֵּ֔נוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/פֶרְיְ/כֶ֥ם",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׂא֖וּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עַמִּ֣/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קֵרְב֖וּ",
          "strongs": "H7126",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֽוֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar u, o bergen van Israël! u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> weer uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zij naderen te komen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar gij, o bergen Israëls! gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> weder uw takken geven, en uw vrucht voor Mijn volk Israël dragen, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zij naderen te komen.",
      "text1637_html": "Maer ghy, ô bergen Israëls, ghy sult [weder] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> uwe tacken geven, ende uwe vrucht voor mijn volck Israëls dragen: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sy naederen te komen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls! gij",
          "new": "van Israël! u",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.",
      "text1637": "Want siet ick ben by [22] u: ende ick sal u [23] aensien, ende ghy sult gebouwt ende bezaeyt worden.",
      "text2026": "Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en u zult gebouwd en bezaaid worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "O gij bergen van Israël, om u te redden en goed te doen. Anders: Ik [wil] aan u. Welke manier van spreken hier niet [gelijk elders, zie Jer. 21:13, en boven Ezech. 13:8] in het kwade, of vijandelijk, maar in het goede en vriendelijk moest genomen worden; gelijk men ook wel somtijds doet in onze taal, wanneer men vijandelijk aan iemand wil, of ook ten beste, om iemand of iets te redden, enz. Jeremia 21:13: Ziet, Ik wil aan u, gij inwoneres des dals, gij rots van het plein! spreekt de HEERE; gijlieden, die zegt: Wie zou tegen ons afkomen, of wie zou komen in onze woningen? Ezechiël 13:8: Daarom zo zegt de Heere HEERE: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "O ghy bergen Israels, om u te redden ende goet te doen. And. ick [wil] aen u. welcke maniere van spreken hier niet (als elders. Siet Ier. 21. op vers 13. ende boven 13.8.) in’t quade, ofte vyantlick, maer in’t goede ende vriendelick moeste genomen worden: gelijck men oock wel somtijts doet in onse tale, wanneermen vyantlick aen yemant wil, ofte, oock ten besten, om yemant ofte yets te redden, etc.",
          "text2026": "O u bergen van Israël, om u te redden en goed te doen. Anders: Ik [wil] aan u. Welke manier van spreken hier niet [gelijk elders, zie Jer. 21:13, en boven Ez. 13:8] in het kwade, of vijandelijk, maar in het goede en vriendelijk moest genomen worden; gelijk men ook wel somtijds doet in onze taal, wanneer men vijandelijk aan iemand wil, of ook ten beste, om iemand of iets te redden, enz. Jeremia 21:13: Ziet, Ik wil aan u, u inwoneres van het dal, u rots van het plein! spreekt JAHWEH; u, die zegt: Wie zou tegen ons afkomen, of wie zou komen in onze woningen? Ezechiël 13:8: Daarom zo zegt de Heer JAHWEH: omdat u ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, mijn aangezicht tot u wenden, of keren; dat is, mij uwer genadiglijk aannemen, zendende u den Messias, op wiens komst en weldaden aan zijne kerk deze profetie meest ziet, gelijk in het vervolg blijkt.",
          "text1637": "Ofte, mijn aengesichte tot u wenden, ofte, keeren. Dat is, my uwer genadelick aennemen, sendende u den Messiam, op wiens komste ende weldaden aen sijne kercke dese prophetye meest siet, als in ’t vervolch blijckt.",
          "text2026": "Of, mijn aangezicht tot u wenden, of keren; dat is, mij uw genadiglijk aannemen, zendende u de Messias, op wiens komst en weldaden aan zijne kerk deze profetie meest ziet, gelijk in het vervolg blijkt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֣י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/פָנִ֣יתִי",
          "strongs": "H6437",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נֶעֱבַדְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HC/VNq2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִזְרַעְתֶּֽם",
          "strongs": "H2232",
          "morph": "HC/VNq2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want ziet, Ik ben bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> u, en Ik zal u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> aanzien, en u zult gebouwd en bezaaid worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want ziet, Ik ben bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> u, en Ik zal u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden.",
      "text1637_html": "Want siet ick ben by <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> u: ende ick sal u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> aensien, ende ghy sult gebouwt ende bezaeyt worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israëls, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.",
      "text1637": "Ende ick sal [24] menschen op u vermenichvuldigen, het [25] gantsche huys Israëls, [ia] dat geheel: ende de steden sullen bewoont, ende de eensame-plaetsen bebouwt worden.",
      "text2026": "En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het hele huis van Israël, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 mensen op u vermenigvuldigen: Hebreeuws, mens, en zo in vers 11, mens en beest. Vergelijk onder vers 37, 36:38; Jer. 31:27, met de aantekening. Ezechiël 36:11: Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Ezechiël 36:37: Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. Ezechiël 36:38: Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. Jeremia 31:27: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten.",
          "text1637": "Hebr. mensch, ende soo in’t volgende vers, mensch ende beest. Vergel. onder vers 37, 38. Ierem. 31.27. met d’aenteeck.",
          "text2026": "24 mensen op u vermenigvuldigen: Hebreeuws, mens, en zo in vers 11, mens en beest. Vergelijk onder vers 37, 36:38; Jer. 31:27, met de aantekening. Ezechiël 36:11: Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben. Ezechiël 36:37: Zo zegt de Heer JAHWEH: Daarenboven zal Ik hierom van het huis van Israël verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. Ezechiël 36:38: Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun vastgestelde hoogtijden, zo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben. Jeremia 31:27: Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 ganse huis Israëls: Mijn ganse kerk, het gehele lichaam, onder één hoofd, den Messias; zie Ef. 2:12, 2:13, 2:19, 2:20, 2:21, 2:22; Kol. 2:19, en vergelijk onder Ezech. 37:16, 37:17, 37:19, 37:24, enz. Efeziërs 2:12: Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. Efeziërs 2:19: Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; Efeziërs 2:20: Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Efeziërs 2:21: Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Efeziërs 2:22: Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. Kolossensen 2:19: En het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom. Ezechiël 37:16: Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen. Ezechiël 37:17: Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand. Ezechiël 37:19: Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand. Ezechiël 37:24: En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.",
          "text1637": "Mijne gantsche kercke, ’tgeheele lichaem, onder een hooft, den Messia. siet Eph. 2.12, 13, 19, 20, 21, 22. Col. 2.19. ende vergel. onder 37.16, 17, 19, 24. etc.",
          "text2026": "25 gehele huis van Israël: Mijn gehele kerk, het gehele lichaam, onder één hoofd, de Messias; zie Ef. 2:12, 2:13, 2:19, 2:20, 2:21, 2:22; Kol. 2:19, en vergelijk onder Ez. 37:16, 37:17, 37:19, 37:24, enz. Efeziërs 2:12: Dat u in die tijd was zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, bent u, die eertijds verre was, nabij geworden door het bloed van Christus. Efeziërs 2:19: Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen, en huisgenoten Gods; Efeziërs 2:20: Gebouwd op het fondament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Efeziërs 2:21: Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heer; Efeziërs 2:22: Op Welken ook u mee gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest. Kolossensen 2:19: En het Hoofd niet behoudende, uit dat het gehele lichaam, door de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde, opwast met goddelijken wasdom. Ezechiël 37:16: U nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen van Israël, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het gehele huis van Israël, zijn metgezellen. Ezechiël 37:17: Doe u ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand. Ezechiël 37:19: Zo spreek tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen van Israël, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelfde met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand. Ezechiël 37:24: En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִרְבֵּיתִ֤י",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶם֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֔ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֻּלֹּ֑/ה",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נֹֽשְׁבוּ֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "הֶֽ/עָרִ֔ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֶ/חֳרָב֖וֹת",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HC/Td/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "תִּבָּנֶֽינָה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVNi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> mensen op u vermenigvuldigen, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hele huis van Israël, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> mensen op u vermenigvuldigen, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ganse huis Israëls, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.",
      "text1637_html": "Ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> menschen op u vermenichvuldigen, het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gantsche huys Israëls, [ia] dat geheel: ende de steden sullen bewoont, ende de eensame-plaetsen bebouwt worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ia ick sal menschen ende beesten op u vermenichvuldigen, ende sy sullen vermenichvuldicht worden ende vruchtbaer zijn: ende ick sal u doen bewoonen, als in uwe voorige tijden, ja ick [26] sal’t beter maken als in uwe beginselen; ende ghy sult weten, dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik zal het beter maken dan in uw beginselen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 zal het beter maken: Daarom wordt het nieuwe verbond een beter verbond, en de tijd van den Messias tijden der verbetering, of herstelling genoemd, Hebr. 8:6, en Hebr. 9:10, enz. Hebreeën 8:6: En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 9:10: Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd.",
          "text1637": "Daerom wort het nieuw verbont een beter verbont, ende de tijt des Messie, tijden der verbeteringe, ofte herstellinge genoemt. Hebr. 8.6. ende 9.10. etc.",
          "text2026": "26 zal het beter maken: Daarom wordt het nieuwe verbond een beter verbond, en de tijd van de Messias tijden van de verbetering, of herstelling genoemd, Hebr. 8:6, en Hebr. 9:10, enz. Hebreeën 8:6: En nu heeft Hij zoveel uitmuntender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, dat in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 9:10: Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen van het vlees, tot op de tijd van de verbetering opgelegd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִרְבֵּיתִ֧י",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֛ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֥ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְהֵמָ֖ה",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רָב֣וּ",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "וּ/פָר֑וּ",
          "strongs": "H6509",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הוֹשַׁבְתִּ֨י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֜ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/קַדְמֽוֹתֵי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H6927",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵטִֽבֹתִי֙",
          "strongs": "H2895",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רִאשֹׁ֣תֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H7221",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ידַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zal het beter maken dan in uw beginselen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ja, Ik zal mensen en beesten op u vermenigvuldigen, en zij zullen vermenigvuldigd worden en vruchtbaar zijn; en Ik zal u doen bewonen, als in uw vorige tijden, ja, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zal het beter maken dan in uw beginselen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Ia ick sal menschen ende beesten op u vermenichvuldigen, ende sy sullen vermenichvuldicht worden ende vruchtbaer zijn: ende ick sal u doen bewoonen, als in uwe voorige tijden, ja ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> sal’t beter maken als in uwe beginselen; ende ghy sult weten, dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.",
      "text1637": "Ende ick sal menschen op u doen wandelen, [namelick] mijn volck Israël, die sullen u erflick besitten; ende ghy sult hen ter erffenisse zijn: ende ghy en sultse [27] voortaen niet meer berooven.",
      "text2026": "En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en u zult hun ter erfenis zijn, en u zult ze voortaan niet meer beroven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 voortaan niet meer beroven: Hebreeuws, niet toedoen haar meer, of voortaan te beroven; te weten van alles wat hun lief is, kinderen, mensen in het algemeen, landvruchten, enz.; zie Jer. 15:7; alzo onder vers 13, 36:14, 36:15. De zin is, dat het land niet meer alzo zou gesteld zijn als tevoren, toen de mensen door krijg, honger en pestilentie daarin vergingen, gij van hen en zij van u beroofd werden; waarom de smaadredenen van het land gebruikt werden, die in het volgende verhaald worden. God spreekt het land aan, alsof dat zulks had gedaan, met een verbloemde rede, en ten aanzien van het zeggen der vijanden, die het hielden voor een vervloekt land, waarin niemand kon welvaren of met vrede wonen. Vergelijk Num. 13:32. Jeremia 15:7: En Ik zal hen wannen met een wan, in de poorten des lands; Ik heb Mijn volk van kinderen beroofd en verdaan; zij zijn van hun wegen niet wedergekeerd. Ezechiël 36:13: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft; Ezechiël 36:14: Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE. Numeri 13:32: Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israëls, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte.",
          "text1637": "Hebr. niet toedoen haer meer, ofte, voortaen te berooven. Te weten, van alles wat haer lief is, kinderen, menschen in’t gemeyn, lant-vruchten etc. Siet Ierem. 15. op vers 7. alsoo onder vers 13, 14, 15. de sin is, Dat het lant niet meer alsoo soude gestelt zijn, als te vooren, doe de mensche door krijch, honger, ende pestilentie daer in vergingen, ghy van haer ende sy van u berooft wierden: daerom de smaetredenen van’t lant gebruyckt wierden, die in’t volgende verhaelt worden. Godt spreeckt het lant aen, als of dat selve sulcx hadde gedaen, met een verbloemde reden, ende ten aensien van’t seggen der vyanden, die’t hielden voor een vervloeckt lant, daer in niemant konde welvaren, ofte met vrede woonen. Vergel. Num. 13.32.",
          "text2026": "27 voortaan niet meer beroven: Hebreeuws, niet toedoen haar meer, of voortaan te beroven; te weten van alles wat hun lief is, kinderen, mensen in het algemeen, landvruchten, enz.; zie Jer. 15:7; zo onder vers 13, 36:14, 36:15. De zin is, dat het land niet meer zo zou gesteld zijn als tevoren, toen de mensen door krijg, honger en pestilentie daarin vergingen, u van hen en zij van u beroofd werden; waarom de smaadredenen van het land gebruikt werden, die in het volgende verhaald worden. God spreekt het land aan, alsof dat zulks had gedaan, met een verbloemde rede, en ten aanzien van het zeggen van de vijanden, die het hielden voor een vervloekt land, waarin niemand kon welvaren of met vrede wonen. Vergelijk Num. 13:32. Jeremia 15:7: En Ik zal hen wannen met een wan, in de poorten van het land; Ik heb Mijn volk van kinderen beroofd en verdaan; zij zijn van hun wegen niet teruggekeerd. Ezechiël 36:13: Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat zij tot u zeggen: U bent een land, dat mensen opeet, en u bent een land, dat uw volken berooft; Ezechiël 36:14: Daarom zult u niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heer JAHWEH. Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men de schimp van de heidenen niet meer over u hore, en u zult de smaad van de natiën niet meer dragen; en u zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heer JAHWEH. Numeri 13:32: Zo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen van Israël, zeggende: Dat land, door dat wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, dat wij in het midden van hetzelfde gezien hebben, zijn mannen van grote lengte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוֹלַכְתִּי֩",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֨ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֜ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֤/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ירֵשׁ֔וּ/ךָ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HC/Vqq3cp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיִ֥יתָ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/נַחֲלָ֑ה",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תוֹסִ֥ף",
          "strongs": "H3254",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁכְּלָֽ/ם",
          "strongs": "H7921",
          "morph": "HR/Vpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en u zult hun ter erfenis zijn, en u zult ze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> voortaan niet meer beroven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> voortaan niet meer beroven.",
      "text1637_html": "Ende ick sal menschen op u doen wandelen, [namelick] mijn volck Israël, die sullen u erflick besitten; ende ghy sult hen ter erffenisse zijn: ende ghy en sultse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> voortaen niet meer berooven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat uw volken berooft;",
      "text1637": "Soo seyt de Heere HEERE; Om datse tot u [28] seggen; Ghy zijt [een lant] dat menschen op-eet: ende ghy zijt [een lant] dat [29] uwe volcken [30] berooft.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat zij tot u zeggen: U bent een land, dat mensen opeet, en u bent een land, dat uw volken berooft;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door schimp en spot.",
          "text1637": "Door schimp ende spot.",
          "text2026": "Door schimp en spot."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 uw volken: Der twaalf stammen; alzo in vers 14, 36:15, en onder Ezech. 37:22. Ezechiël 36:14: Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 37:22: En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.",
          "text1637": "Der 12 stammen: alsoo inde twee volgende versen ende onder 37.22.",
          "text2026": "29 uw volken: Van de twaalf stammen; zo in vers 14, 36:15, en onder Ez. 37:22. Ezechiël 36:14: Daarom zult u niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heer JAHWEH. Ezechiël 36:15: En Ik zal maken, dat men de schimp van de heidenen niet meer over u hore, en u zult de smaad van de natiën niet meer dragen; en u zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heer JAHWEH. Ezechiël 37:22: En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen een enige Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie op vers 12. Ezechiël 36:12: En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.",
          "text1637": "Siet op’t voorgaende vers.",
          "text2026": "Zie op vers 12. Ezechiël 36:12: En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en u zult hun ter erfenis zijn, en u zult ze voortaan niet meer beroven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֚עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֹמְרִ֣ים",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֔ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֹכֶ֥לֶת",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqrfsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֖ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אתי",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְשַׁכֶּ֥לֶת",
          "strongs": "H7921",
          "morph": "HC/Vprfsc"
        },
        {
          "woord": "גוי/ך",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "הָיִֽית",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Omdat zij tot u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>U bent een land, dat mensen opeet, en u bent een land, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> uw volken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> berooft;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de Heere HEERE: Omdat zij tot u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zeggen: Gij zijt een land, dat mensen opeet, en gij zijt een land, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> uw volken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> berooft;",
      "text1637_html": "Soo seyt de Heere HEERE; Om datse tot u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> seggen; Ghy zijt [een lant] dat menschen op-eet: ende ghy zijt [een lant] dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> uwe volcken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> berooft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij zijt",
          "new": "u bent",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Daerom, en sult ghy niet meer menschen op-eeten, ende uwe volcken niet meer [31] doen struyckelen: spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Daarom zult u niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer doen struikelen, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 doen struikelen: En dienvolgens beroven; zie boven vers 12. Ezechiël 36:12: En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en gij zult hun ter erfenis zijn, en gij zult ze voortaan niet meer beroven.",
          "text1637": "Ende dien volgens berooven. Siet boven op vers 12.",
          "text2026": "31 doen struikelen: En dienvolgens beroven; zie boven vers 12. Ezechiël 36:12: En Ik zal mensen op u doen wandelen, namelijk Mijn volk Israël, die zullen u erfelijk bezitten, en u zult hun ter erfenis zijn, en u zult ze voortaan niet meer beroven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "אָדָם֙",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֹ֣אכְלִי",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi2fs"
        },
        {
          "woord": "ע֔וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "ו/גוי/ך",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תכשלי",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVpi2fs"
        },
        {
          "woord": "ע֑וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zult u niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doen struikelen, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "Daarom zult gij niet meer mensen opeten, en uw volken niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Daerom, en sult ghy niet meer menschen op-eeten, ende uwe volcken niet meer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doen struyckelen: spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En Ik zal maken, dat men den schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ende ick sal maken datmen den [32] schimp der heydenen niet meer over u en hoore, ende ghy en sult den smaet der natien niet meer dragen: ende ghy en sult uwe volcken niet meer doen struyckelen, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "En Ik zal maken, dat men de schimp van de heidenen niet meer over u hore, en u zult de smaad van de natiën niet meer dragen; en u zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 schimp der heidenen: Gelijk boven vers 6. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land Israëls, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat gij den smaad der heidenen gedragen hebt;",
          "text1637": "Als boven vers 6.",
          "text2026": "32 schimp van de heidenen: Gelijk boven vers 6. Ezechiël 36:6: Daarom profeteer van het land van Israël, en zeg tot de bergen en tot de heuvelen, tot de stromen en tot de dalen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik heb in Mijn ijver en in Mijn grimmigheid gesproken, omdat u de smaad van de heidenen gedragen hebt;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁמִ֨יעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֤יִ/ךְ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עוֹד֙",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כְּלִמַּ֣ת",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֶרְפַּ֥ת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֖ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִשְׂאִי",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi2fs"
        },
        {
          "woord": "ע֑וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "ו/גוי/ך",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַכְשִׁ֣לִי",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVhi2fs"
        },
        {
          "woord": "ע֔וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal maken, dat men de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> schimp van de heidenen niet meer over u hore, en u zult de smaad van de natiën niet meer dragen; en u zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal maken, dat men den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> schimp der heidenen niet meer over u hore, en gij zult den smaad der natiën niet meer dragen; en gij zult uw volken niet meer doen struikelen, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Ende ick sal maken datmen den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> schimp der heydenen niet meer over u en hoore, ende ghy en sult de<i>n</i> smaet der natien niet meer dragen: ende ghy en sult uwe volcken niet meer doen struyckele<i>n</i>, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
      "text1637": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "text2026": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wijders geschiedde des HEEREN",
          "new": "Verder kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Mensenkind! het huis Israëls, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener afgezonderde vrouw.",
      "text1637": "Menschen kint, het huys Israëls, als sy in haer lant woonden, doe verontreynichden sy dat selve, met haren [33] wech ende met hare handelingen: haren wech was voor mijn aengesichte als de onreynicheyt eener [34] afgesonderde [vrouwe].",
      "text2026": "Mensenkind! het huis van Israël, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij het met hun weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinheid van een afgezonderde vrouw.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 weg en met hun handelingen: Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "Siet Genes. 6. op vers 12.",
          "text2026": "33 weg en met hun handelingen: Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 afgezonderde vrouw: Zie Lev. 15:19, 15:24, met de aantekening. Leviticus 15:19: Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan den avond. Leviticus 15:24: Insgelijks zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn.",
          "text1637": "Siet Levit. 15.19, 24. met d’aenteeck.",
          "text2026": "34 afgezonderde vrouw: Zie Lev. 15:19, 15:24, met de aantekening. Leviticus 15:19: Maar als een vrouw vloeiende zijn zal, zijnde haar vloed van bloed in haar vlees, zo zal zij zeven dagen in haar afzondering zijn; en al wie haar aanroert, zal onrein zijn tot aan de avond. Leviticus 15:24: Ook zo iemand zekerlijk bij haar gelegen heeft, dat haar afzondering op hem zij, zo zal hij zeven dagen onrein zijn; daartoe alle leger, waarop hij zal gelegen hebben, zal onrein zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֤ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבִ֣ים",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָ֔/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְטַמְּא֣וּ",
          "strongs": "H2930",
          "morph": "HC/Vpw3mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֔/הּ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/דַרְכָּ֖/ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַ/עֲלִֽילוֹתָ֑/ם",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/טֻמְאַת֙",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּדָּ֔ה",
          "strongs": "H5079",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָיְתָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "דַרְכָּ֖/ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָֽ/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mensenkind! het huis van Israël, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij het met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinheid van een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> afgezonderde vrouw.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Mensenkind! het huis Israëls, als zij in hun land woonden, toen verontreinigden zij datzelve met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> weg en met hun handelingen; hun weg was voor Mijn aangezicht als de onreinigheid ener<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> afgezonderde vrouw.",
      "text1637_html": "Menschen kint, het huys Israëls, als sy in haer lant woonden, doe verontreynichden sy dat selve, met haren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> wech ende met hare handelingen: haren wech was voor mijn aengesichte als de onreynicheyt eener <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> afgesonderde [vrouwe].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "datzelve",
          "new": "het",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "onreinigheid ener",
          "new": "onreinheid van een",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Daarom goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.",
      "text1637": "Daerom [35] goot ick mijne grimmicheyt over hen uyt, om des bloets wille dat sy [36] in den lande vergoten hadden: ende om hare [37] Dreckgoden, [waermede] sy dat verontreynicht hadden.",
      "text2026": "Daarom goot Ik Mijn woede over hen uit, vanwege het bloed, dat zij in het land vergoten hadden, en om hun afgoden, waarmee zij dat verontreinigd hadden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit: Zie Ps. 79:6. Psalmen 79:6: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
          "text1637": "Siet Psal. 79. op vers 6.",
          "text2026": "35 goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit: Zie Ps. 79:6. Psalmen 79:6: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 in het land vergoten hadden: Of, op de aarde.",
          "text1637": "Ofte, op de aerde.",
          "text2026": "36 in het land vergoten hadden: Of, op de aarde."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Lev. 26:30. Leviticus 26:30: En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.",
          "text1637": "Siet Levit. 26. op vers 30.",
          "text2026": "Zie Lev. 26:30. Leviticus 26:30: En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uw drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶשְׁפֹּ֤ךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "חֲמָתִ/י֙",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּ֖ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׁפְכ֣וּ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/גִלּוּלֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H1544",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "טִמְּאֽוּ/הָ",
          "strongs": "H2930",
          "morph": "HVpp3cp/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> goot Ik Mijn woede over hen uit, vanwege het bloed, dat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in het land vergoten hadden, en om hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> afgoden, waarmee zij dat verontreinigd hadden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> goot Ik Mijn grimmigheid over hen uit, om des bloeds wil, dat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in het land vergoten hadden, en om hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> drekgoden, waarmede zij dat verontreinigd hadden.",
      "text1637_html": "Daerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> goot ick mijne grimmicheyt over hen uyt, om des bloets wille dat sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in den lande vergoten hadden: ende om hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Dreckgoden, [waermede] sy dat verontreynicht hadden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "om des bloeds wil,",
          "new": "vanwege het bloed,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "drekgoden, waarmede",
          "new": "afgoden, waarmee",
          "principe": "V479"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.",
      "text1637": "Ende ick verstroydese onder de heydenen, ende sy wierden verspreydt in de landen: Ick oordeeldese nae haren wech ende nae hare handelingen.",
      "text2026": "En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אָפִ֤יץ",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/Vhw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּזָּר֖וּ",
          "strongs": "H2219",
          "morph": "HC/VNw3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֲרָצ֑וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/דַרְכָּ֥/ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כַ/עֲלִילוֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שְׁפַטְתִּֽי/ם",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen; Ik oordeelde ze naar hun weg en naar hun handelingen.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick verstroydese onder de heydenen, ende sy wierden verspreydt in de landen: Ick oordeeldese nae haren wech ende nae hare handelingen."
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit Zijn land uitgegaan.",
      "text1637": "Als sy nu tot de heydenen quamen, daerhenen sy getogen waren, [d] ontheylichden sy [38] mijnen heyligen Name: om datmen van hen seyde, Dese zijn het volck des HEEREN, ende zijn uyt [39] sijn lant uytgegaen.",
      "text2026": "Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarheen zij getogen waren, ontheiligden zij Mijn heilige Naam, omdat men van hen zei: Deze zijn het volk van JAHWEH, en zijn uit Zijn land uitgegaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 Mijn heiligen Naam: Hebreeuws, den naam mijner heiligheid; en zo in het volgende. De reden is omdat de Israëlieten zelf de oorzaak waren dat God hen uit zijn land verstoten had; hetwelk de vijanden duidden tot Gods oneer, alsof Hij niet machtig genoeg ware geweest om zijn land en volk te bewaren, of niet getrouw in zijne beloften. Daarbij kwam dit, dat zij overal, waar zij kwamen, alzo zich gedroegen, dat God van hen niet dan oneer behaalde; waardoor Hij veroorzaakt werd dit alles om zijns naams wil te redden, waarvan in het volgende.",
          "text1637": "Hebr. den naem mijner heylicheyt. ende soo in’t volgende. De reden is, om dat de Israeliten selfs d’oorsake waren datse Godt uyt sijn lant verstooten hadde: het welcke de vyanden duydden tot Godts oneere, als of hy niet machtich genoech en ware geweest om sijn lant ende volck te bewaren, ofte niet getrouw in sijne beloften. Daer toe quam dit, datse over al, waer sy quamen, alsoo haer droegen, dat Godt van haer niet als oneere en behaelde: waer door hy veroorsaeckt wiert dit alles om sijns naems wille te redden, waer van in’t volgende.",
          "text2026": "38 Mijn heilige Naam: Hebreeuws, de naam mijner heiligheid (שֵׁם); en zo in het volgende. De reden is omdat de Israëlieten zelf de oorzaak waren dat God hen uit zijn land verstoten had; dat de vijanden duidden tot Gods oneer, alsof Hij niet machtig genoeg was geweest om zijn land en volk te bewaren, of niet getrouw in zijne beloften. Daarbij kwam dit, dat zij overal, waar zij kwamen, zo zich gedroegen, dat God van hen niet dan oneer behaalde; waardoor Hij veroorzaakt werd dit alles om zijns naams wil te redden, waarvan in het volgende."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 Zijn land uitgegaan: Gelijk boven vers 5. Anders: zij zijn de een voor de ander na uit hun land uitgegaan; dat is, hebben het moeten ruimen elkeen voor zich, eerst Israël, daarna Juda; het is wat vreemds met dit volk en land. Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel der heidenen, en tegen het ganse Edom; die Mijn land zichzelven ten erve gegeven hebben met blijdschap des gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!",
          "text1637": "Als boven vers 5. and. sy zijn, d’een voor d’ander na, uyt haer lant uytgegaen. D. hebben’t moeten ruymen elck een voor sich, eerst Israel, daerna Iuda: ’tis wat vreemts met dit volck ende lant.",
          "text2026": "39 Zijn land uitgegaan: Gelijk boven vers 5. Anders: zij zijn de één voor de ander na uit hun land uitgegaan; dat is, hebben het moeten ruimen elk voor zich, eerst Israël, daarna Juda; het is wat vreemds met dit volk en land. Ezechiël 36:5: Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Zo Ik niet in het vuur Mijns ijvers gesproken heb tegen het overblijfsel van de heidenen, en tegen het gehele Edom; die Mijn land zichzelf ten erve gegeven hebben met blijdschap van de gansen harten, met begerige plundering, opdat de landerij daarvan ten rove zou zijn!"
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 52:5; Rom. 2:24. Jesaja 52:5: En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt de HEERE, dewijl Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelve heersen, het doen huilen, spreekt de HEERE, en Mijn Naam geduriglijk den gansen dag gelasterd wordt; Romeinen 2:24: Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.",
          "text1637": "Iesa. 52.5. Rom. 2.24.",
          "text2026": "Jes. 52:5; Rom. 2:24. Jesaja 52:5: En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt JAHWEH, omdat Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelfde heersen, het doen huilen, spreekt JAHWEH, en Mijn Naam geduriglijk de gansen dag gelasterd wordt; Romeinen 2:24: Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּב֗וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִם֙",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בָּ֣אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֔ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְחַלְּל֖וּ",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HC/Vpw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֣ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/אֱמֹ֤ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֔לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֵ/אַרְצ֖/וֹ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HC/R/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָצָֽאוּ",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarheen zij getogen waren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ontheiligden zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Mijn heilige Naam, omdat men van hen zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Deze zijn het volk van JAHWEH, en zijn uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Zijn land uitgegaan.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Als zij nu tot de heidenen kwamen, waarhenen zij getogen waren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ontheiligden zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Mijn heiligen Naam, omdat men van hen zeide: Dezen zijn het volk des HEEREN, en zijn uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Zijn land uitgegaan.",
      "text1637_html": "Als sy nu tot de heydenen quamen, daerhenen sy getogen waren, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ontheylichden sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> mijnen heyligen Name: om datmen van hen seyde, Dese zijn het volck des HEEREN, ende zijn uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> sijn lant uytgegaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "heiligen",
          "new": "heilige",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zeide: Dezen",
          "new": "zei: Deze",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Maar Ik verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israëls ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.",
      "text1637": "Maer ick [40] verschoonde [haer] om mijnen heyligen Name, dien het huys Israëls ontheylichden onder de heydenen, daer henen sy gekomen waren.",
      "text2026": "Maar Ik spaarde hen om Mijn heilige Naam, die het huis van Israël ontheiligde onder de heidenen, waarheen zij gekomen waren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 verschoonde hen: Of, Ik verschoonde mijn heiligen naam.",
          "text1637": "Ofte, ick verschoonde mijnen heyligen naem.",
          "text2026": "40 verschoonde hen: Of, Ik verschoonde mijn heilige naam."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶחְמֹ֖ל",
          "strongs": "H2550",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֣ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חִלְּל֨וּ/הוּ֙",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVpp3cp/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בָּ֥אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁמָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> spaarde hen om Mijn heilige Naam, die het huis van Israël ontheiligde onder de heidenen, waarheen zij gekomen waren.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> verschoonde hen om Mijn heiligen Naam, dien het huis Israëls ontheiligde onder de heidenen, waarhenen zij gekomen waren.",
      "text1637_html": "Maer ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> verschoonde [haer] om mijnen heyligen Name, dien het huys Israëls ontheylichden onder de heydenen, daer henen sy gekomen waren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verschoonde",
          "new": "spaarde",
          "principe": "V442"
        },
        {
          "old": "heiligen",
          "new": "heilige",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Daarom zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls! maar om Mijn heiligen Naam, dien gijlieden ontheiligd hebt onder de heidenen, waarhenen gij gekomen zijt.",
      "text1637": "Daerom segt tot den huyse Israëls; Soo seyt de Heere HEERE; Ick en doe ’t niet om uwent wille, ghy huys Israëls: maer om mijnen heyligen Name, dien ghylieden ontheylicht hebt onder de heydenen, daer henen ghy gekomen zijt.",
      "text2026": "Daarom zeg tot het huis van Israël: Zo zegt Adonai JAHWEH: Ik doe het niet om uwentwil, u huis van Israël! maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen u gekomen bent.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֞ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "אֱמֹ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵֽית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֧א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "לְמַעַנְ/כֶ֛ם",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֹשֶׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לְ/שֵׁם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשִׁ/י֙",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חִלַּלְתֶּ֔ם",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVpp2mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בָּ֥אתֶם",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom zeg tot het huis van Israël: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ik doe het niet om uwentwil, u huis van Israël! maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heidenen, waarheen u gekomen bent.</i></span></i></span>",
      "text1637_html": "Daerom segt tot den huyse Israëls; Soo seyt de Heere HEERE; Ick en doe ’t niet om uwent wille, ghy huys Israëls: maer om mijnen heyligen Name, dien ghylieden ontheylicht hebt onder de heydenen, daer henen ghy gekomen zijt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls:",
          "new": "van Israël:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls!",
          "new": "van Israël!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "heiligen",
          "new": "heilige",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dien gijlieden",
          "new": "die u",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "waarhenen gij",
          "new": "waarheen u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zijt.",
          "new": "bent.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Want Ik zal Mijn groten Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.",
      "text1637": "Want ick sal mijnen grooten Name [41] heyligen, die onder de heydenen ontheylicht is, dien ghy in’t midden van hen ontheylicht hebt: ende de heydenen sullen weten, dat ick de HEERE ben, spreeckt de Heere HEERE, als ick aen u voor [42] hare oogen sal [43] geheylicht zijn.",
      "text2026": "Want Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, die u in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, spreekt Adonai JAHWEH, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergelijk boven Ezech. 28:22. Ezechiël 28:22: En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn.",
          "text1637": "Vergel. bov. 28. op vers 22.",
          "text2026": "Vergelijk boven Ez. 28:22. Ezechiël 28:22: En zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 hun ogen: Anders: uwe ogen.",
          "text1637": "And. uwe oogen.",
          "text2026": "42 hun ogen: Anders: uwe ogen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 geheiligd zijn: Of, mij geheiligd hebben; dat is, mijne heiligheid, macht en trouw aan u zal hebben bewezen.",
          "text1637": "Ofte, my geheylicht hebben. D. mijne heylicheyt, macht, ende trouwe aen u sal hebben bewesen.",
          "text2026": "43 geheiligd zijn: Of, mij geheiligd hebben; dat is, mijne heiligheid, macht en trouw aan u zal hebben bewezen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/קִדַּשְׁתִּ֞י",
          "strongs": "H6942",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שְׁמִ֣/י",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּד֗וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מְחֻלָּל֙",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HTd/VPsmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חִלַּלְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVpp2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָ֑/ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֨וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֜ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם֙",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הִקָּדְשִׁ֥/י",
          "strongs": "H6942",
          "morph": "HR/VNc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵינֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal Mijn grote Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, die u in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, spreekt Adonai JAHWEH, als Ik aan u voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> hun ogen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> geheiligd zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik zal Mijn groten Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> hun ogen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> geheiligd zijn.",
      "text1637_html": "Want ick sal mijnen grooten Name <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> heyligen, die onder de heydenen ontheylicht is, dien ghy in’t midden van hen ontheylicht hebt: ende de heydenen sullen weten, dat ick de HEERE ben, spreeckt de Heere HEERE, als ick aen u voor <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> hare oogen sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> geheylicht zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "groten",
          "new": "grote",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dien gij",
          "new": "die u",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE,",
          "new": "Adonai JAHWEH,",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.",
      "text1637": "Want ick sal [44] u uyt de heydenen [45] halen, ende sal u uyt alle de landen vergaderen: ende ick sal u in u lant brengen.",
      "text2026": "Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen verzamelen; en Ik zal u in uw land brengen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 u uit de heidenen: Eerst, en eensdeels, u Joden met weinig Israëlieten, uit Babel enz.; maar zulks zal een voorbeeld zijn van het groot geestelijk genadewerk, dat Ik doen zal ten tijde van den Messias en van het Nieuwe Testament, vergaderende mijn algemene kerk uit de ganse wereld, en die zegenende, gelijk volgt. Vergelijk boven Ezech. 11:17. Ezechiël 11:17: Daarom zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal ulieden vergaderen uit de volken, en Ik zal u verzamelen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israëls geven.",
          "text1637": "Eerst, ende eensdeels, u Ioden met weynich Israeliten, uyt Babel, etc. maer sulcks sal een voorbeelt zijn van’t groot geestelick genadenwerck, dat ick doen sal ter tijt des Messie ende des nieuwen Testaments, vergaderende mijne algemeyue kercke uyt de gantsche werelt, ende die segenende, als volgt. Vergel. boven 11.17.",
          "text2026": "44 u uit de heidenen: Eerst, en eensdeels, u Joden met weinig Israëlieten, uit Babel enz.; maar zulks zal een voorbeeld zijn van het groot geestelijk genadewerk, dat Ik doen zal ten tijde van de Messias en van het Nieuwe Testament, vergaderende mijn algemene kerk uit de gehele wereld, en die zegenende, gelijk volgt. Vergelijk boven Ez. 11:17. Ezechiël 11:17: Daarom zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ja, Ik zal u vergaderen uit de volken, en Ik zal u verzamelen uit de landen, waarin u verstrooid bent, en Ik zal u het land van Israël geven."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, nemen; zie Jer. 37:17; alzo onder Ezech. 37:21. Jeremia 37:17: Zo zond de koning Zedekia henen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zeide: Is er ook een woord van den HEERE? En Jeremia zeide: Er is; en hij zeide: Gij zult in de hand des konings van Babel gegeven worden. Ezechiël 37:21: Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;",
          "text1637": "Hebr. nemen. siet Ier. 37. op vers 17. alsoo onder 37.21.",
          "text2026": "Hebreeuws, nemen; zie Jer. 37:17; zo onder Ez. 37:21. Jeremia 37:17: Zo zond de koning Zedekia heen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zei: Is er ook een woord van JAHWEH? En Jeremia zei: Er is; en hij zei: U zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden. Ezechiël 37:21: Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal de kinderen van Israël halen uit het midden van de heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לָקַחְתִּ֤י",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קִבַּצְתִּ֥י",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֲרָצ֑וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵבֵאתִ֥י",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַתְ/כֶֽם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> u uit de heidenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> halen, en zal u uit al de landen verzamelen; en Ik zal u in uw land brengen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> u uit de heidenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.",
      "text1637_html": "Want ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> u uyt de heydenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> halen, ende sal u uyt alle de landen vergaderen: ende ick sal u in u lant brengen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vergaderen;",
          "new": "verzamelen;",
          "principe": "V318"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.",
      "text1637": "Dan sal ick reyn [46] water op u sprengen, ende ghy sult reyn worden: van alle uwe [47] onreynicheden, ende van alle uwe Dreckgoden sal ick u reynigen.",
      "text2026": "Dan zal Ik rein water op u sprenkelen, en u zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 water op u sprengen: Het dierbaar bloed van het onbevlekte Lam Jezus Christus zal Ik u door mijn Woord en mijnen Geest toepassen, tot reiniging uwer zielen. Zie 1 Petr. 1:2, 1:19; Ef. 5:26; Hebr. 9:14; 1 Joh. 1:7, enz. 1 Petrus 1:2: Den uitverkorenen naar de voorkennis van God den Vader, in de heiligmaking des Geestes, tot gehoorzaamheid en besprenging des bloeds van Jezus Christus; genade en vrede zij u vermenigvuldigd. 1 Petrus 1:19: Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam; Efeziërs 5:26: Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord; Hebreeën 9:14: Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen? 1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.",
          "text1637": "Het dierbaer bloet des onbevleckten lams Iesu Christi, sal ick u door mijn woort ende mijnen Geest toepassen tot reyniginge uwer zielen. Siet 1.Pet. 1.2, 19. ende Ephes. 5.26. Hebr. 9.14. 1.Ioh.1.7, etc.",
          "text2026": "46 water op u sprengen: Het dierbaar bloed van het onbevlekte Lam Jezus Christus zal Ik u door mijn Woord en mijnen Geest toepassen, tot reiniging uw zielen. Zie 1 Petr. 1:2, 1:19; Ef. 5:26; Hebr. 9:14; 1 Joh. 1:7, enz. 1 Petrus 1:2: De uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader, in de heiligmaking van de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging van het bloed van Jezus Christus; genade en vrede zij u vermenigvuldigd. 1 Petrus 1:19: Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam; Efeziërs 5:26: Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad van het water door het Woord; Hebreeën 9:14: Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwigen Geest Zichzelven voor God onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levenden God te dienen? 1 Johannes 1:7: Maar als wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergelijk onder Ezech. 37:23, en Ezech. 43:7. Ezechiël 37:23: En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. Ezechiël 43:7: En Hij zeide tot mij: Mensenkind! dit is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israëls, in eeuwigheid; en die van het huis Israëls zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, op hun hoogten;",
          "text1637": "Vergel. onder 37.23. ende 43.7.",
          "text2026": "Vergelijk onder Ez. 37:23, en Ez. 43:7. Ezechiël 37:23: En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in die zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. Ezechiël 43:7: En Hij zei tot mij: Mensenkind! dit is de plaats Mijns troons, en de plaats van de zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden van de kinderen van Israël, in eeuwigheid; en die van het huis van Israël zullen Mijn heilige Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hun koningen, op hun hoogten;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/זָרַקְתִּ֧י",
          "strongs": "H2236",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֛ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מַ֥יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "טְהוֹרִ֖ים",
          "strongs": "H2889",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וּ/טְהַרְתֶּ֑ם",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֹּ֧ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "טֻמְאוֹתֵי/כֶ֛ם",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HNcfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "גִּלּ֥וּלֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H1544",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲטַהֵ֥ר",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶֽם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dan zal Ik rein<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> water op u sprenkelen, en u zult rein worden; van al uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dan zal Ik rein<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.",
      "text1637_html": "Dan sal ick reyn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> water op u sprengen, ende ghy sult reyn worden: van alle uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> onreynicheden, ende van alle uwe Dreckgoden sal ick u reynigen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "sprengen,",
          "new": "sprenkelen,",
          "principe": "V1046"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "onreinigheden",
          "new": "onreinheden",
          "principe": "V256"
        },
        {
          "old": "drekgoden",
          "new": "afgoden",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.",
      "text1637": "Ende ick sal u een [e] [48] nieuw herte geven, ende sal eenen nieuwen [f] geest geven in’t binnenste van u: ende ick sal het steenen herte uyt u vleesch wechnemen, ende sal u een vleeschen herte geven.",
      "text2026": "En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 nieuw hart geven: Zie hiervan boven Ezech. 11:19. Ezechiël 11:19: En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;",
          "text1637": "Siet hier van boven 11. op vers 19.",
          "text2026": "48 nieuw hart geven: Zie hiervan boven Ez. 11:19. Ezechiël 11:19: En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;"
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 32:39; Ezech. 11:20. Jeremia 32:39: En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. Ezechiël 11:20: Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
          "text1637": "Ierem. 32.39. Ezech. 11.19.",
          "text2026": "Jer. 32:39; Ez. 11:20. Jeremia 32:39: En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, samen met hun kinderen na hen. Ezechiël 11:20: Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelfde doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 11:19. Ezechiël 11:19: En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;",
          "text1637": "Ezech. 11.20.",
          "text2026": "Ez. 11:19. Ezechiël 11:19: En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ֣ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חָדָ֔שׁ",
          "strongs": "H2319",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ר֥וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חֲדָשָׁ֖ה",
          "strongs": "H2319",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבְּ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲסִ֨רֹתִ֜י",
          "strongs": "H5493",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "לֵ֤ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֶ֨בֶן֙",
          "strongs": "H68",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/בְּשַׂרְ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ֥ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּשָֽׂר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> nieuw hart geven, en zal een nieuwe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> nieuw hart geven, en zal een nieuwen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.",
      "text1637_html": "Ende ick sal u een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> nieuw herte geven, ende sal eenen nieuwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> geest geven in’t binnenste van u: ende ick sal het steenen herte uyt u vleesch wechnemen, ende sal u een vleeschen herte geven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nieuwen",
          "new": "nieuwe",
          "principe": "V260"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.",
      "text1637": "Ende ick sal mijnen Geest geven in’t binnenste van u: ende ick sal maken dat ghy in mijne insettingen sult wandelen, ende mijne rechten sult bewaren ende doen.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat u in Mijn voorschriften zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "רוּחִ֖/י",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבְּ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֗יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֤ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בְּ/חֻקַּ/י֙",
          "strongs": "H2706",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תֵּלֵ֔כוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִשְׁפָּטַ֥/י",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁמְר֖וּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲשִׂיתֶֽם",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat u in Mijn voorschriften zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick sal mijnen Geest geven in’t binnenste van u: ende ick sal maken dat ghy in mijne insettingen sult wandelen, ende mijne rechten sult bewaren ende doen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "inzettingen",
          "new": "voorschriften",
          "principe": "V76"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.",
      "text1637": "Ende ghy sult woonen in het lant, dat ick uwen vaderen gegeven hebbe, ende ghy sult my tot een [49] volck zijn, ende ick sal u tot eenen [50] Godt zijn.",
      "text2026": "En u zult wonen in het land, dat Ik uw vaders gegeven heb, en u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 volk zijn: Zie Deut. 7:6. Deuteronomium 7:6: Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.",
          "text1637": "Siet Deut. 7. op vers 6.",
          "text2026": "49 volk zijn: Zie Deut. 7:6. Deuteronomium 7:6: Want u bent een heilig volk JAHWEH, uw God; u heeft JAHWEH, uw God, gekozen, dat u Hem tot een volk van het eigendom zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 God zijn: Zie Gen. 17:7. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.",
          "text1637": "Siet Gen. 17. op vers 7.",
          "text2026": "50 God zijn: Zie Gen. 17:7. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וִ/ישַׁבְתֶּ֣ם",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֖תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲבֹֽתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וִ/הְיִ֤יתֶם",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/י֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָ֔ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָ֣נֹכִ֔י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u zult wonen in het land, dat Ik uw vaders gegeven heb, en u zult Mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> volk zijn, en Ik zal u tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> God zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En gij zult wonen in het land, dat Ik uw vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> volk zijn, en Ik zal u tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> God zijn.",
      "text1637_html": "Ende ghy sult woonen in het lant, dat ick uwen vaderen gegeven hebbe, ende ghy sult my tot een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> volck zijn, ende ick sal u tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Godt zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "vaderen",
          "new": "vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.",
      "text1637": "Ende ick sal u verlossen van alle uwe onreynicheden: ende ick sal [51] roepen tot het koorn, ende sal dat vermenichvuldigen, ende ick en sal geenen [g] honger op u leggen.",
      "text2026": "En Ik zal u verlossen van al uw onreinheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 roepen tot het koren: Allerlei zegen door mijn krachtige werking beschikken, dat elders Gods gebieden genoemd wordt; [zie Lev. 25:21]; gelijk de Heere ook gezegd wordt de plagen te roepen; zie Ps. 105:16; Jer. 25:29, met de aantekening. Door deze lichamelijke zegeningen worden meest [gelijk elders] de geestelijke afgebeeld, alzo nochtans dat de godzaligheid ook de belofte heeft van dit leven, [zie Joël 2:23; 1 Tim. 4:8], maar zonder strijd en kruis uit te sluiten [zie Ps. 37:1], waarvan onder Ezech. 38. Leviticus 25:21: Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Psalmen 105:16: Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf des broods. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen. Joël 2:23: En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste maand. 1 Timotheüs 4:8: Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens. Psalmen 37:1: Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.",
          "text1637": "Allerleyen segen door mijne krachtige werckinge beschicken, dat elders Gods gebieden genoemt wort, (siet Levit. 25. op vers 21.) gelijck de Heere oock geseyt wort de plagen te roepen. siet Psa. 105.16. Ier. 25.29. met d’aenteeck. door dese lichamelicke segenen, worden meest (als elders) de geestlicke afgebeeldt, alsoo nochtans dat de Godtsalicheyt oock de belofte hebbe van dit leven, (siet Ioel 2. op vers 23. ende 1.Tim.4.8.) maer sonder strijt ende kruys uyt te sluyten, (siet Psal. 37. op vers 1.) waer van onder cap. 38.",
          "text2026": "51 roepen tot het koren: Allerlei zegen door mijn krachtige werking beschikken, dat elders Gods gebieden genoemd wordt; [zie Lev. 25:21]; gelijk de Heer ook gezegd wordt de plagen te roepen; zie Ps. 105:16; Jer. 25:29, met de aantekening. Door deze lichamelijke zegeningen worden meest [gelijk elders] de geestelijke afgebeeld, zo nochtans dat de godzaligheid ook de belofte heeft van dit leven, [zie Joël 2:23; 1 Tim. 4:8], maar zonder strijd en kruis uit te sluiten [zie Ps. 37:1], waarvan onder Ez. 38. Leviticus 25:21: Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Psalmen 105:16: Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf van het brood. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten. Joël 2:23: En u, kinderen van Sion! verheugt u en bent blij in JAHWEH, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u de regen doen nederdalen, de vroegen regen en de spaden regen in de eerste maand. 1 Timotheüs 4:8: Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte van de tegenwoordigen en van de toekomenden levens. Psalmen 37:1: Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 34:29. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.",
          "text1637": "Ezech. 34.29.",
          "text2026": "Ez. 34:29. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en de smaad van de heidenen niet meer dragen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוֹשַׁעְתִּ֣י",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֹּ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "טֻמְאֽוֹתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HNcfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָרָ֤אתִי",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּגָן֙",
          "strongs": "H1715",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִרְבֵּיתִ֣י",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹת֔/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "רָעָֽב",
          "strongs": "H7458",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal u verlossen van al uw onreinheden; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> honger op u leggen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> honger op u leggen.",
      "text1637_html": "Ende ick sal u verlossen van alle uwe onreynicheden: ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> roepen tot het koorn, ende sal dat vermenichvuldigen, ende ick en sal geenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> honger op u leggen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onreinigheden;",
          "new": "onreinheden;",
          "principe": "V256"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst des velds vermenigvuldigen; opdat gij de smaadheid des hongers niet meer ontvangt onder de heidenen.",
      "text1637": "Ende ick sal de vrucht van’t geboomte ende d’inkomste des velts vermenichvuldigen, op dat ghy de smaetheyt des hongers niet meer en ontfanget onder de heydenen.",
      "text2026": "En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst van het veld vermenigvuldigen; opdat u de smaad van de honger niet meer ontvangt onder de heidenen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִרְבֵּיתִי֙",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "פְּרִ֣י",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֵ֔ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְנוּבַ֖ת",
          "strongs": "H8570",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֑ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֗עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲ֠שֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִקְח֥וּ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "ע֛וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפַּ֥ת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "רָעָ֖ב",
          "strongs": "H7458",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de vrucht van het geboomte en de inkomst van het veld vermenigvuldigen; opdat u de smaad van de honger niet meer ontvangt onder de heidenen.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick sal de vrucht van’t geboomte ende d’inkomste des velts vermenichvuldigen, op dat ghy de smaetheyt des hongers niet meer en ontfanget onder de heydenen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des velds",
          "new": "van het veld",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "smaadheid des hongers",
          "new": "smaad van de honger",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.",
      "text1637": "Dan sult ghy [h] [52] gedencken aen uwe boose wegen, ende uwe handelingen die niet goet en waren: ende ghy sult eene [i] walginge van [53] u selven hebben over uwe ongerechticheden, ende over uwe grouwelen.",
      "text2026": "Dan zult u gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en u zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelijke dingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen: Zie boven Ezech. 6:9, met de aantekening. Ezechiël 6:9: Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.",
          "text1637": "Siet boven 6.9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "52 gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen: Zie boven Ez. 6:9, met de aantekening. Ezechiël 6:9: Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelf hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 u zelf hebben: Hebreeuws, uwe aangezichten, gelijk boven Ezech. 6:9. Ezechiël 6:9: Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.",
          "text1637": "Hebr. uwe aengesichten. als bov. 6.9.",
          "text2026": "53 u zelf hebben: Hebreeuws, uwe aangezichten, gelijk boven Ez. 6:9. Ezechiël 6:9: Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelf hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 16:61; idem v. 63. Ezechiël 16:61: Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, met degenen, die kleiner zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond. Ezechiël 16:63: Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Ezech. 16.61, 63.",
          "text2026": "Ez. 16:61; idem v. 63. Ezechiël 16:61: Dan zult u uw wegen gedenken en beschaamd zijn, als u uw zusen, die groter zijn dan u, met degenen, die kleiner zijn dan u, aannemen zult; want Ik zal u dezelfde geven tot dochters, maar niet uit uw verbond. Ezechiël 16:63: Opdat u het gedachtig bent, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al wat u gedaan hebt, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 6:9; Ezech. 20:43. Ezechiël 6:9: Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben. Ezechiël 20:43: Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.",
          "text1637": "Ezech. 6.9. ende 20.43.",
          "text2026": "Ez. 6:9; Ez. 20:43. Ezechiël 6:9: Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelf hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben. Ezechiël 20:43: Daar zult u dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmee u u verontreinigd hebt, en u zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die u gedaan hebt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/זְכַרְתֶּם֙",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכֵי/כֶ֣ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָעִ֔ים",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַעַלְלֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "טוֹבִ֑ים",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְקֹֽטֹתֶם֙",
          "strongs": "H6962",
          "morph": "HC/VNq2mp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/פְנֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַ֚ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנֹ֣תֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "תּוֹעֲבֽוֹתֵי/כֶֽם",
          "strongs": "H8441",
          "morph": "HNcfpc/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dan zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en u zult een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> walging van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelijke dingen.",
      "textSV1888_html": "Dan zult gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> walging van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.",
      "text1637_html": "Dan sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> gedencken aen uwe boose wegen, ende uwe handelingen die niet goet en waren: ende ghy sult eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> walginge van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> u selven hebben over uwe ongerechticheden, ende over uwe grouwelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gruwelen.",
          "new": "gruwelijke dingen.",
          "principe": "V1524"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israëls!",
      "text1637": "Ick en doe’t niet om [54] uwen’t wille, spreeckt de Heere HEERE; ’t zy u bekent: Schamet u ende wordet schaemroot van uwe wegen, ghy huys Israëls.",
      "text2026": "Ik doe het niet om uwentwil, spreekt Adonai JAHWEH, het zij u bekend! Schaam u en wordt schaamrood van uw wegen, u huis van Israël!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij hebt het in het minst niet verdiend; maar Ik doet het uit loutere genade om de eer van mijn heiligen naam. Dit wil God ernstiglijk hebben dat zij weten, den met schaamachtige bekentenis hunner onwaardigheid bekennen zullen; vergelijk 1 Kor. 1:29, 1:30, 1:31; Ef. 2:8, 2:9. 1 Korinthiërs 1:29: Opdat geen vlees zou roemen voor Hem. 1 Korinthiërs 1:30: Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; 1 Korinthiërs 1:31: Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere. Efeziërs 2:8: Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Efeziërs 2:9: Niet uit de werken, opdat niemand roeme.",
          "text1637": "Ghy en hebt het in’t minste niet verdient: maer ick doe’t uyt loutere genade, om de eere mijns heyligen naems. Dit wil Godt eernstlick hebben, dat sy weten, ende niet schaemachtige bekentenisse harer onweerdicheyt bekennen sullen. Vergel. 1.Corin. 1.29, 30, 31. Ephes. 2.8, 9.",
          "text2026": "U hebt het in het minst niet verdiend; maar Ik doet het uit loutere genade om de eer van mijn heilige naam. Dit wil God ernstiglijk hebben dat zij weten, de met schaamachtige bekentenis hun onwaardigheid bekennen zullen; vergelijk 1 Kor. 1:29, 1:30, 1:31; Ef. 2:8, 2:9. 1 Korinthiërs 1:29: Opdat geen vlees zou roemen voor Hem. 1 Korinthiërs 1:30: Maar uit Hem bent u in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; 1 Korinthiërs 1:31: Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in de Heer. Efeziërs 2:8: Want uit genade bent u zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Efeziërs 2:9: Niet uit de werken, opdat niemand roeme."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֧א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "לְמַעַנְ/כֶ֣ם",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲנִֽי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֹשֶׂ֗ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם֙",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יִוָּדַ֖ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בּ֧וֹשׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכָּלְמ֛וּ",
          "strongs": "H3637",
          "morph": "HC/VNv2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/דַּרְכֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik doe het niet om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> uwentwil, spreekt Adonai JAHWEH, het zij u bekend! Schaam u en wordt schaamrood van uw wegen, u huis van Israël!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik doe het niet om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood van uw wegen, gij huis Israëls!",
      "text1637_html": "Ick en doe’t niet om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> uwen’t wille, spreeckt de Heere HEERE; ’t zy u bekent: Schamet u ende wordet schaemroot van uwe wegen, ghy huys Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE,",
          "new": "Adonai JAHWEH,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Schaamt",
          "new": "Schaam",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls!",
          "new": "van Israël!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Ten dage als ick u reynigen sal, van alle uwe ongerechticheden; dan sal ick de steden doen [55] bewoonen, ende de eensame-plaetsen sullen bebouwt worden.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Op de dag als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met inwoners bezetten.",
          "text1637": "Met inwoonders besetten.",
          "text2026": "Met inwoners bezetten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יוֹם֙",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "טַהֲרִ֣/י",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HVpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֹּ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנֽוֹתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֽוֹשַׁבְתִּי֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הֶ֣/עָרִ֔ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִבְנ֖וּ",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "הֶ/חֳרָבֽוֹת",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Op de dag als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> bewonen, en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden.",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Ten dage als ick u reynigen sal, van alle uwe ongerechticheden; dan sal ick de steden doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> bewoonen, ende de eensame-plaetsen sullen bebouwt worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Adonai JAHWEH: Op",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Heere HEERE: Ten dage,",
          "new": "dag",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.",
      "text1637": "Ende het verwoeste lant sal bebouwt worden: in plaetse dat het eene verwoestinge was, voor de oogen eens yederen dieder door ginck.",
      "text2026": "En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָ/אָ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HC/Td/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/נְּשַׁמָּ֖ה",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HTd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "תֵּֽעָבֵ֑ד",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVNi3fs"
        },
        {
          "woord": "תַּ֚חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָיְתָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָמָ֔ה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵינֵ֖י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עוֹבֵֽר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> het verwoeste lant sal bebouwt worden: in plaetse dat het eene verwoestinge was, voor de oogen eens yederen dieder door ginck."
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.",
      "text1637": "Ende sy sullen seggen; Dit lant dat verwoest was, is geworden als een hof van [k] [56] Eden: ende de eensame, ende de verwoeste, ende verstoorde steden zijn vast [ende] bewoont.",
      "text2026": "En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, lusthof, paradijs; vergelijk boven Ezech. 28:13, met de aantekening. Ezechiël 28:13: Gij waart in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uwer trommelen en uwer pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt, waren zij bereid.",
          "text1637": "D. lusthof, Paradijs. Vergel. bov. 28.13. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Dat is, lusthof, paradijs; vergelijk boven Ez. 28:13, met de aantekening. Ezechiël 28:13: U was in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uw trommelen en uw pijpen was bij u; op de dag als u geschapen werdt, waren zij bereid."
        },
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 51:3; Ezech. 28:13. Jesaja 51:3: Want de HEERE zal Sion troosten, Hij zal troosten al haar woeste plaatsen, en Hij zal haar woestijn maken als Eden, en haar wildernis als den hof des HEEREN; vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en een stem des gezangs. Ezechiël 28:13: Gij waart in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uwer trommelen en uwer pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt, waren zij bereid.",
          "text1637": "Iesa. 51.3. Ezech. 28.13,",
          "text2026": "Jes. 51:3; Ez. 28:13. Jesaja 51:3: Want JAHWEH zal Sion troosten, Hij zal troosten al haar woeste plaatsen, en Hij zal haar woestijn maken als Eden, en haar wildernis als de hof van JAHWEH; vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en een stem van het gezang. Ezechiël 28:13: U was in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uw trommelen en uw pijpen was bij u; op de dag als u geschapen werdt, waren zij bereid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָמְר֗וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֤רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַלֵּ֨זוּ֙",
          "strongs": "H1977",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "הַ/נְּשַׁמָּ֔ה",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HTd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "הָיְתָ֖ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "כְּ/גַן",
          "strongs": "H1588",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עֵ֑דֶן",
          "strongs": "H5731",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֶ/עָרִ֧ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HC/Td/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הֶ/חֳרֵב֛וֹת",
          "strongs": "H2720",
          "morph": "HTd/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַֽ/נְשַׁמּ֥וֹת",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HC/Td/VNsfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/נֶּהֱרָס֖וֹת",
          "strongs": "H2040",
          "morph": "HC/Td/VNsfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּצוּר֥וֹת",
          "strongs": "H1219",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "יָשָֽׁבוּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij zullen zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.",
      "text1637_html": "Ende sy sullen seggen; Dit lant dat verwoest was, is geworden als een hof van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Eden: ende de eensame, ende de verwoeste, ende verstoorde steden zijn vast [ende] bewoont."
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.",
      "text1637": "Dan sullen de heydenen, die inde plaetsen rontom u sullen overgelaten zijn, weten, dat ick, de HEERE, de verstoorde-plaetsen [57] bebouwe, [ende] het verwoeste beplante: [l] Ick, de HEERE, hebbe’t gesproken ende sal’t doen.",
      "text2026": "Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, JAHWEH, de verstoorde plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant. Ik, JAHWEH, heb het gesproken en zal het doen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, de verstoorde [steden] bebouwd, beplant heb.",
          "text1637": "Ofte, de verstoorde [steden] bebouwt, beplant hebbe.",
          "text2026": "Of, de verstoorde [steden] bebouwd, beplant heb."
        },
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 17:24; Ezech. 22:14; Ezech. 37:14. Ezechiël 17:24: Zo zullen alle bomen des velds weten, dat Ik, de HEERE, den hogen boom vernederd heb, den nederigen boom verheven heb, den groenen boom verdroogd, en den drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen. Ezechiël 22:14: Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen. Ezechiël 37:14: En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Ezech. 17.24. ende 22, 14. ende 37.14.",
          "text2026": "Ez. 17:24; Ez. 22:14; Ez. 37:14. Ezechiël 17:24: Zo zullen alle bomen van het veld weten, dat Ik, JAHWEH, de hoge boom vernederd heb, de nederigen boom verheven heb, de groenen boom verdroogd, en de drogen boom bloeiende gemaakt heb; Ik, JAHWEH, heb het gesproken, en zal het doen. Ezechiël 22:14: Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, JAHWEH, heb het gesproken, en zal het doen. Ezechiël 37:14: En Ik zal Mijn Geest in u geven, en u zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en u zult weten, dat Ik, JAHWEH, dit gesproken en gedaan heb, spreekt JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֣וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֗ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יִֽשָּׁאֲרוּ֮",
          "strongs": "H7604",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "סְבִיבוֹתֵי/כֶם֒",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בָּנִ֨יתִי֙",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/נֶּ֣הֱרָס֔וֹת",
          "strongs": "H2040",
          "morph": "HTd/VNsfpa"
        },
        {
          "woord": "נָטַ֖עְתִּי",
          "strongs": "H5193",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/נְּשַׁמָּ֑ה",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HTd/VNsfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֥רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשִֽׂיתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, JAHWEH, de verstoorde plaatsen bebouw,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> en het verwoeste beplant.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Ik, JAHWEH, heb het gesproken en zal het doen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de HEERE, de verstoorde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> plaatsen bebouw, en het verwoeste beplant.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Ik, de HEERE, heb het gesproken en zal het doen.",
      "text1637_html": "Dan sullen de heydenen, die inde plaetsen rontom u sullen overgelaten zijn, weten, dat ick, de HEERE, de verstoorde-plaetsen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> bebouwe, [ende] het verwoeste beplante: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Ick, de HEERE, hebbe’t gesproken ende sal’t doen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Daerenboven sal ick hierom van den huyse Israëls [58] versocht worden, dat ick’t hen doe: ick salse vermenichvuldigen [59] van menschen, als schapen.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Daarenboven zal Ik hierom van het huis van Israël verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "58 verzocht worden: Of, mij verzoeken, of vragen laten; dat is, hiertoe gewillig voorstellen, hierin mij laten vinden, [vergelijk Jes. 65:1], dat Ik [terwijl de genade overvloedig en de ruimte groot is, zulks dat er maar mensen schijnen te ontbreken, die ze genieten] deze weldaad nog daartoe doe, dat Ik mijne kerk met gelovige mensen, als schapen, uit de Joden en voornamelijk uit de heidenen, vervul. Vergelijk Hoogl. 8:8, enz.; Jes. 49:19, 49:20, en Jes. 54:2, enz. en boven vers 10; Joh. 10:16. Jesaja 65:1: Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik. Hooglied 8:8: Wij hebben een kleine zuster, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zuster doen in dien dag, als men van haar spreken zal? Jesaja 49:19: Want in uw woeste en uw eenzame plaatsen, en uw verstoord land, gewisselijk, nu zult gij benauwd worden van inwoners; en die u verslonden, zullen zich verre van u maken. Jesaja 49:20: Nog zullen de kinderen, waarvan gij beroofd waart, zeggen voor uw oren: De plaats is mij te nauw, wijk van mij, dat ik wonen moge. Jesaja 54:2: Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in. Ezechiël 36:10: En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israëls, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.",
          "text1637": "Ofte, my versoecken, ofte, vragen laten. D. hier toe gewillich presenteren, hier in my laten vinden, (vergel. Iesa. 65.1.) dat ick (dewijle de genade overvloedich, ende de ruymte groot is, sulcks datter maer menschen schijnen t’ontbreken diese genieten) dese weldaet noch daer toe doe, dat ick mijne kercke met geloovige menschen, als schapen, uyt de Ioden ende principalick uyt de heydenen, vervulle. Vergel. Ioh. 10.16. Cant. 8.8. etc. Ies. 49.19, 20. ende 54.2. etc. ende bov. vers 10.",
          "text2026": "58 verzocht worden: Of, mij verzoeken, of vragen laten; dat is, hiertoe gewillig voorstellen, hierin mij laten vinden, [vergelijk Jes. 65:1], dat Ik [terwijl de genade overvloedig en de ruimte groot is, zulks dat er maar mensen schijnen te ontbreken, die ze genieten] deze weldaad nog daartoe doe, dat Ik mijne kerk met gelovige mensen, als schapen, uit de Joden en voornamelijk uit de heidenen, vervul. Vergelijk Hoogl. 8:8, enz.; Jes. 49:19, 49:20, en Jes. 54:2, enz. en boven vers 10; Joh. 10:16. Jesaja 65:1: Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik. Hooglied 8:8: Wij hebben een kleine zus, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zus doen in die dag, als men van haar spreken zal? Jesaja 49:19: Want in uw woeste en uw eenzame plaatsen, en uw verstoord land, gewisselijk, nu zult u benauwd worden van inwoners; en die u verslonden, zullen zich verre van u maken. Jesaja 49:20: Nog zullen de kinderen, waarvan u beroofd was, zeggen voor uw oren: De plaats is mij te nauw, wijk van mij, dat ik wonen mag. Jesaja 54:2: Maak de plaats uw tenten wijd, en dat men de gordijnen uw woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in. Ezechiël 36:10: En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het gehele huis van Israël, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 van mensen: Of, als [met] menschenkudden.",
          "text1637": "Ofte, als, [met] menschen-kudden.",
          "text2026": "59 van mensen: Of, als [met] menschenkudden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ע֗וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "זֹ֛את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "אִדָּרֵ֥שׁ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVNi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵֽית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲשׂ֣וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אַרְבֶּ֥ה",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֛/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/צֹּ֖אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אָדָֽם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Daarenboven zal Ik hierom van het huis van Israël verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vermenigvuldigen van mensen, als schapen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vermenigvuldigen van mensen, als schapen.",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; Daerenbove<i>n</i> sal ick hierom van den huyse Israëls <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> versocht worden, dat ick’t hen doe: ick salse vermenichvuldigen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> van menschen, als schapen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 38,
      "textSV1888": "Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Gelijck de geheylichde [60] schapen, gelijck de schapen van Ierusalem op hare gesette hoochtijden: alsoo sullen de eensame steden vol zijn van menschen-kudden: Ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun vastgestelde hoogtijden, zo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, schapen der heiligheden. Versta, het offervee, dat bij grote menigte tegen de jaarlijkse feesten binnen Jeruzalem ten offer gebracht werd.",
          "text1637": "Hebr. schapen der heylicheden. verstaet het offer-vee, dat by groote menichte tegen de jaerlicxe feesten binnen Ierusalem ten offer gebracht wierde.",
          "text2026": "Hebreeuws, schapen van de heiligheden. Versta, het offervee, dat bij grote menigte tegen de jaarlijkse feesten binnen Jeruzalem ten offer gebracht werd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/צֹ֣אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "קָֽדָשִׁ֗ים",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/צֹ֤אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֨ם֙",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מ֣וֹעֲדֶ֔י/הָ",
          "strongs": "H4150",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֤ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "תִּהְיֶ֨ינָה֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "הֶ/עָרִ֣ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הֶ/חֳרֵב֔וֹת",
          "strongs": "H2720",
          "morph": "HTd/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "מְלֵא֖וֹת",
          "strongs": "H4392",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "צֹ֣אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֑ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Gelijk de geheiligde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun vastgestelde hoogtijden, zo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gelijk de geheiligde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Gelijck de geheylichde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> schapen, gelijck de schapen van Ierusalem op hare gesette hoochtijden: alsoo sullen de eensame steden vol zijn van menschen-kudden: Ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gezette",
          "new": "vastgestelde",
          "principe": "V585"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Onder d’aensprake tot de bergen Israels, propheteert Godt, dat hy in grooten yver wrake sal doen aen de vyanden sijner kercke, die haer bespott, verdruckt ende verwoest hebben, vers 1, etc. ende dat hy haer heerlick sal herstellen, vermenichvuldigen, ende segenen, 8. verklaert dat hyse om harer sonden wille ter eeren sijns H. Naems hebbe moeten straffen ende tuchtigen, 16. maer dat hyse om sijns naems wille uyt louter genade wederom grootlicks sal begenadigen, reynigen, door sijnen H. Geest heyligen, ende met allerleye segeningen vervullen ende eeuwichlick saligen, 21. etc.",
    "text2026": "In de toespraak tot de bergen van Israël profeteert God dat Hij in grote ijver wraak zal nemen op de vijanden van zijn Kerk, die haar bespot, verdrukt en verwoest hebben, vers 1, enz.; en dat Hij haar heerlijk zal herstellen, vermenigvuldigen en zegenen, 8. Hij verklaart dat Hij hen om hun zonden, ter ere van zijn heilige Naam, heeft moeten straffen en tuchtigen, 16; maar dat Hij hen om zijns Naams wil, uit louter genade, opnieuw grotelijks zal begenadigen, reinigen, door zijn Heilige Geest heiligen, en met allerlei zegeningen vervullen en eeuwig zalig maken, 21, enz."
  }
}
