{
  "number": 37,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen.",
      "text1637": "DE [1] hant des HEEREN was op my, ende de HEERE voerde my uyt, in den [2] geest, ende [3] settede my neder in’t midden eener valleye: Die selve nu was vol [4] beenderen.",
      "text2026": "De hand van JAHWEH was op mij, en JAHWEH voerde mij uit in de geest, en zette mij neer in het midden van een vallei; die nu was vol beenderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 hand des HEEREN was op mij: Zie boven Ezech. 1:3. Ezechiël 1:3: Geschiedde het woord des HEEREN uitdrukkelijk tot Ezechiël, den zoon van Buzi, den priester, in het land der Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand des HEEREN was daar op hem.",
          "text1637": "Siet boven 1. op vers 3.",
          "text2026": "1 hand van JAHWEH was op mij: Zie boven Ez. 1:3. Ezechiël 1:3: Geschiedde het woord van JAHWEH uitdrukkelijk tot Ezechiël, de zoon van Buzi, de priester, in het land van de Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand van JAHWEH was daar op hem."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in een gezicht met optrekking van mijnen geest. Anders: zij [de hand des Heeren] voerde mij uit door den Geest des Heeren.",
          "text1637": "D. in een gesichte met optreckinge mijns geests. And. sy (de hant des Heeren) voerde my uyt door den Geest des Heeren.",
          "text2026": "Dat is, in een gezicht met optrekking van mijnen geest. Anders: zij [de hand van de Heern] voerde mij uit door de Geest van de Heern."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 zette mij neder: Hebreeuws, deed mij rusten.",
          "text1637": "Hebr. dede my rusten.",
          "text2026": "3 zette mij neder: Hebreeuws, deed mij rusten."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, dorre dode beenderen van verstorven mensen, gelijk volgt. Door dit gezicht en het volgende teken van twee stukjes hout, heeft God willen verzekeren de vervulling der genadebeloften, die in het voorgaande wijdlopig gedaan zijn, zo van de lichamelijke verlossing uit Babel als van de geestelijke door den Messias en de vergadering der algemene kerk uit Joden en heidenen, hetwelk alles het begrip en vermogen van den mens teboven ging, om zijn volk te leren dat het Hem [als den almachtigen God] zo licht is zulks alles te volbrengen als doden op te wekken en levend te maken, [waarvan God hier een levendig beeld tot het geloof zijner kerk, voorstelt] en twee stukjes hout samen te voegen.",
          "text1637": "Verst. dorre doode beenderen van verstorvene menschen, als volcht. door dit gesichte ende het volgende teecken van twee stucxkens hout, heeft Godt willen versekeren de vervullinge der genaden-beloften, die in’t voorgaende wijtloopich gedaen zijn, soo van de lichaemlicke verlossinge uyt Babel, als van de geestelicke door den Messiam, ende de vergaderinge der algemeyne kercke uyt Ioden ende heydenen, welcks alles ’t begrijp ende vermogen des menschen te boven ginck: om sijn volck te leeren, dat het hem (als den Almachtigen Godt) soo licht zy sulcks alles te volbrengen, als dooden op te wecken ende levendich te maken, (waer van Godt hier een levendich patroon, tot versterckinge van’t geloof sijner kercke, voorstelt) ende twee stucxkens hout t’samen te voegen.",
          "text2026": "Versta, dorre dode beenderen van verstorven mensen, gelijk volgt. Door dit gezicht en het volgende teken van twee stukjes hout, heeft God willen verzekeren de vervulling van de genadebeloften, die in het voorgaande wijdlopig gedaan zijn, zo van de lichamelijke verlossing uit Babel als van de geestelijke door de Messias en de vergadering van de algemene kerk uit Joden en heidenen, dat alles het begrip en vermogen van de mens teboven ging, om zijn volk te leren dat het Hem [als de almachtigen God] zo licht is zulks alles te volbrengen als doden op te wekken en levend te maken, [waarvan God hier een levendig beeld tot het geloof zijn kerk, voorstelt] en twee stukjes hout samen te voegen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָיְתָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "עָלַ/י֮",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֒",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יּוֹצִאֵ֤/נִי",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/ר֨וּחַ֙",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְנִיחֵ֖/נִי",
          "strongs": "H5117",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בִּקְעָ֑ה",
          "strongs": "H1237",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִ֖יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3fs"
        },
        {
          "woord": "מְלֵאָ֥ה",
          "strongs": "H4392",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "עֲצָמֽוֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> hand van JAHWEH was op mij, en JAHWEH voerde mij uit in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> geest, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zette mij neer in het midden van een vallei; die nu was vol beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup>.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> geest, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> beenderen.",
      "text1637_html": "DE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> hant des HEEREN was op my, ende de HEERE voerde my uyt, in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> geest, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> settede my neder in’t midden eener valleye: Die selve nu was vol <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> beenderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "neder",
          "new": "neer",
          "principe": "V354"
        },
        {
          "old": "ener",
          "new": "van een",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "dezelve",
          "new": "die",
          "principe": "O3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor.",
      "text1637": "Ende [5] hy dede my by deselve voorby gaen [6] geheel rontom: ende siet, daer waren seer vele op den [7] gront der valleye; ende siet, sy waren seer dorre.",
      "text2026": "En Hij deed mij daarbij voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op de grond van de vallei; en ziet, zij waren zeer dor.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 Hij deed mij: Namelijk de Heere; anders mocht de profeet een natuurlijken schrik daarvan gehad hebben, en gevreesd hebben voor ceremonieële onreinheid.",
          "text1637": "N. de Heere: anders mochte de Propheet eenen natuerlicken schrick daer van gehadt hebben, ende gevreest hebben voor ceremoniale onreynicheyt.",
          "text2026": "5 Hij deed mij: Namelijk de Heer; anders mocht de profeet een natuurlijken schrik daarvan gehad hebben, en gevreesd hebben voor ceremonieële onreinheid."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 geheel rondom: Hebreeuws, rondom, rondom.",
          "text1637": "Hebr. ront om rontom.",
          "text2026": "6 geheel rondom: Hebreeuws, rondom, rondom."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 grond der vallei: Hebreeuws, aangezicht.",
          "text1637": "Hebr. aengesichte.",
          "text2026": "7 grond van de vallei: Hebreeuws, aangezicht (פְּנֵי)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הֶעֱבִירַ֥/נִי",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vhp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּ֨ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "רַבּ֤וֹת",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹד֙",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בִּקְעָ֔ה",
          "strongs": "H1237",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּ֖ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "יְבֵשׁ֥וֹת",
          "strongs": "H3002",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Hij deed mij daarbij voorbijgaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> grond van de vallei; en ziet, zij waren zeer dor.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> hy dede my by deselve voorby gaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> geheel rontom: ende siet, daer waren seer vele op den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gront der valleye; ende siet, sy waren seer dorre.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "bij dezelve",
          "new": "daarbij",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het!",
      "text1637": "Ende [8] hy seyde tot my; Menschen-kint, [9] sullen dese beenderen levendich worden? Ende ick seyde, Heere HEERE, [10] ghy weet [het].",
      "text2026": "En Hij zei tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zei: Adonai JAHWEH, U weet het!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 Gij weet het!: Alsof de profeet zeide: Ik weet uwe macht wel, maar wat Gij hier nu met deze beenderen voorhebt, en aan dezelve zult willen doen, dat is U bekend en mij van U nog niet geopenbaard; anderszins had de profeet in het algemeen het geloof der vrome voorvaderen; zie Gen. 23:4, en Gen. 50:25; Exod. 13:19; Jes. 26:19, enz.; zonder hetwelk de gelovigen de ellendigste aller mensen geweest zouden zijn, 1 Kor. 15:19; zie wijders Joh. 11:24. Genesis 23:4: Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. Genesis 50:25: En Jozef deed de zonen van Israël zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren! Exodus 13:19: En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israëls bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier! Jesaja 26:19: Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw der moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. 1 Korinthiërs 15:19: Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Johannes 11:24: Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.",
          "text1637": "Als of de Propheet seyde: Ick weet uwe macht wel, maer wat ghy hier nu met dese beenderen voor hebt, ende aen de selve sult willen doen, dat is u bekent, ende my van u noch niet geopenbaert: andersins hadde de Propheet in’t gemeyn het geloove der vroome voorvaderen. siet Gen. 23.op vers 4. ende 50. op vers 25. Exod. 13.19. Iesa. 26.19, etc. sonder welcks de geloovige de elendichste aller menschen geweest souden zijn. 1.Corint. 15.19. Siet wijders Iohan 11.24.",
          "text2026": "10 U weet het!: Alsof de profeet zei: Ik weet uwe macht wel, maar wat U hier nu met deze beenderen voorhebt, en aan dezelfde zult willen doen, dat is U bekend en mij van U nog niet geopenbaard; anders had de profeet in het algemeen het geloof van de vrome voorvaderen; zie Gen. 23:4, en Gen. 50:25; Ex. 13:19; Jes. 26:19, enz.; zonder dat de gelovigen de ellendigste alle mensen geweest zouden zijn, 1 Kor. 15:19; zie verder Joh. 11:24. Genesis 23:4: Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. Genesis 50:25: En Jozef deed de zonen van Israël zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult u mijn beenderen van hier opvoeren! Exodus 13:19: En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen van Israël bezworen, zeggende: God zal u voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met u op van hier! Jesaja 26:19: Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, u, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. 1 Korinthiërs 15:19: Als wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Johannes 11:24: Martha zei tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 Hij zeide tot mij: De Heere.",
          "text1637": "De Heere.",
          "text2026": "8 Hij zei tot mij: De Heer."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 zullen deze beenderen levend worden: Alsof God zeide: Zouden zij wel kunnen levend worden? weet gij daartoe enig natuurlijk, begrijpelijk middel, raad, of vermogen? dunkt het u wel menselijk, mogelijk te zijn? Vergelijk deze vraag met Job 6:5, 6:6. Anderszins was de zaak van de toekomstige algemene verrijzenis der doden onder Gods volk bekend en buiten twijfel; zie Matth. 22:29, enz.; Hebr. 11:13, 11:14, 11:35. Job 6:5: Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder? Job 6:6: Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers? Mattheüs 22:29: Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods. Hebreeën 11:13: Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Hebreeën 11:14: Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken. Hebreeën 11:35: De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding wedergekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden.",
          "text1637": "Als of Godt seyde: soudense wel konnen levendich worden? weet ghy daer toe eenich natuerlick, begrijplick, middel, raet, ofte vermogen? dunckt het u wel menschlick, mogelick te zijn? vergelijckt dese vrage met Ioha. 6.4, 5. Andersins was het artijckel van de toekomstige algemeyne verrijsenisse der dooden onder Godts volck bekent ende buyten twijfel. Siet Matth. 22.29. etc. Hebr. 11.13, 14, 35.",
          "text2026": "9 zullen deze beenderen levend worden: Alsof God zei: Zouden zij wel kunnen levend worden? weet u daartoe enig natuurlijk, begrijpelijk middel, raad, of vermogen? denkt het u wel menselijk, mogelijk te zijn? Vergelijk deze vraag met Job 6:5, 6:6. Anders was de zaak van de toekomstige algemene verrijzenis van de doden onder Gods volk bekend en buiten twijfel; zie Matt. 22:29, enz.; Hebr. 11:13, 11:14, 11:35. Job 6:5: Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder? Job 6:6: Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte van de dooiers? Mattheüs 22:29: Maar Jezus antwoordde en zei tot hen: U dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht van God. Hebreeën 11:13: Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelfde van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Hebreeën 11:14: Want die zulke dingen zeggen, betonen duidelijk, dat zij een vaderland zoeken. Hebreeën 11:35: De vrouwen hebben haar doden uit de opstanding wedergekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֔/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/תִחְיֶ֖ינָה",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HTi/Vqi3fp"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲצָמ֣וֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֹמַ֕ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֖ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָדָֽעְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Hij zei tot mij: Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zullen deze beenderen levend worden? En ik zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Adonai JAHWEH, U weet het!</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Hij zeide tot mij: Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Gij weet het!",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> hy seyde tot my; Menschen-kint, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sullen dese beenderen levendich worden? Ende ick seyde, Heere HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ghy weet [het].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "zeide: Heere HEERE, Gij",
          "new": "zei: Adonai JAHWEH, U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.",
      "text1637": "Doe seyde hy tot my; Propheteert over dese beenderen: ende [11] segt tot haer; Ghy dorre beenderen, hooret des HEEREN woort.",
      "text2026": "Toen zei Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg daartoe: U dorre beenderen! hoort het woord van JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 zeg tot dezelve: Vergelijk deze aanspraak met boven Ezech. 36:1, en Ezech. 14:17, met de aantekening; idem Rom. 4:17. Ezechiël 36:1: En gij, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, en zeg: Gij bergen Israëls! hoort des HEEREN woord. Ezechiël 14:17: Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten; Romeinen 4:17: (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;",
          "text1637": "Vergel. dese aensprake met bov. 36.1. ende 14.17. met d’aenteeck. item Rom. 4.17.",
          "text2026": "11 zeg tot dezelfde: Vergelijk deze aanspraak met boven Ez. 36:1, en Ez. 14:17, met de aantekening; idem Rom. 4:17. Ezechiël 36:1: En u, mensenkind! profeteer tot de bergen Israëls, en zeg: U bergen Israëls! hoort het woord van JAHWEH. Ezechiël 14:17: Of als Ik het zwaard brenge over datzelve land, en zegge: Zwaard! ga door, door dat land, zodat Ik daarvan uitroeie mensen en beesten; Romeinen 4:17: (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welke hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֔/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֖א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲצָמ֣וֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲצָמוֹת֙",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְבֵשׁ֔וֹת",
          "strongs": "H3002",
          "morph": "HTd/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen zei Hij tot mij: <span class=\"god-speaks\"><i>Profeteer over deze beenderen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> zeg daartoe: <span class=\"direct-speech\"><i>U dorre beenderen! hoort het woord van JAHWEH.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.",
      "text1637_html": "Doe seyde hy tot my; Propheteert over dese beenderen: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> segt tot haer; Ghy dorre beenderen, hooret des HEEREN woort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "tot dezelve: Gij",
          "new": "daartoe: U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN woord.",
          "new": "het woord van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden.",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE tot dese beenderen, Siet ick sal den [12] geest in u brengen, ende ghy sult levendich worden.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH tot deze beenderen: Zie, Ik zal de geest in u brengen, en u zult levend worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 geest in u brengen: Dat is, de ziel, in een iegelijk lichaam; alzo vers 8, 37:10. Zie Num. 16:22. Ezechiël 37:8: En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen. Ezechiël 37:10: En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir. Numeri 16:22: Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?",
          "text1637": "Dat is, de ziele, in een yegelijck lichaem. alsoo vers 8, 10. Siet Num. 16. op vers 22.",
          "text2026": "12 geest in u brengen: Dat is, de ziel, in een iedereen lichaam; zo vers 8, 37:10. Zie Num. 16:22. Ezechiël 37:8: En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelfde, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelfde, maar er was geen geest in hen. Ezechiël 37:10: En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een geheel zeer groot legermacht. Numeri 16:22: Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult U U over deze gehele vergadering grotelijks vertoornen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/עֲצָמ֖וֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֨ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֜י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵבִ֥יא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "בָ/כֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "ר֖וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וִ/חְיִיתֶֽם",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH tot deze beenderen: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geest in u brengen, en u zult levend worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geest in u brengen, en gij zult levend worden.",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE tot dese beenderen, Siet ick sal den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geest in u brengen, ende ghy sult levendich worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE",
          "new": "Adonai JAHWEH",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ende ick sal zenuwen op u [13] leggen, ende vleesch op u doen opkomen, ende een huyt over u trecken, ende den geest in u geven, ende ghy sult levendich worden: ende ghy sult weten, dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en de geest in u geven, en u zult levend worden; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, geven.",
          "text1637": "Hebr. geven.",
          "text2026": "Hebreeuws, geven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּי֩",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֨ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "גִּדִ֜ים",
          "strongs": "H1517",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/הַעֲלֵתִ֧י",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֣ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בָּשָׂ֗ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָרַמְתִּ֤י",
          "strongs": "H7159",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶם֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "ע֔וֹר",
          "strongs": "H5785",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ/כֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "ר֖וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וִ/חְיִיתֶ֑ם",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "וִ/ידַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal zenuwen op u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en de geest in u geven, en u zult levend worden; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal zenuwen op u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Ende ick sal zenuwen op u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> leggen, ende vleesch op u doen opkomen, ende een huyt over u trecken, ende den geest in u geven, ende ghy sult levendich worden: ende ghy sult weten, dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.",
      "text1637": "Doe propheteerde ick gelijck my bevolen was, ende daer wert een [14] geluyt, als ick propheteerde, ende siet, eene [15] beroeringe! ende de beenderen naederden, [elck] been tot [16] sijn been.",
      "text2026": "Toen profeteerde ik, zoals mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit waren tekenen en boden van Gods tegenwoordige majesteit en krachtige werking, gelijk in het volgende de wind.",
          "text1637": "Dit waren teeckenen ende boden van Godts tegenwoordige Majesteyt ende crachtige werckinge, als in’t volgende de wint.",
          "text2026": "Dit waren tekenen en boden van Gods tegenwoordige majesteit en krachtige werking, gelijk in het volgende de wind."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, schudding, beving, beweging. Anders: [aard]beving, waarvan het Hebreeuwse woord veel gebruikt wordt; doch ook van andere beroerten, gelijk onder Ezech. 38:19, 38:20; Nah. 3:2. Ezechiël 38:19: Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur Mijner verbolgenheid: Zo er niet, te dien dage, een groot beven zal zijn in het land Israëls! Ezechiël 38:20: Zodat van Mijn aangezicht beven zullen de vissen der zee, en het gevogelte des hemels, en het gedierte des velds, en al het kruipend gedierte, dat op het aardrijk kruipt, en alle mensen, die op den aardbodem zijn; en de bergen zullen nedergeworpen worden, en de steile plaatsen zullen nedervallen, en alle muren zullen ter aarde nedervallen. Nahum 3:2: Er is het geklap der zweep, en het geluid van het bulderen der raderen; en de paarden stampen, en de wagens springen op.",
          "text1637": "Ofte, schuddinge, bevinge, beweginge. And. [aerd]bevinge, waer van het Hebr. woort veel gebruyckt wort: doch oock van andere beroerten, als ond. 38.19, 20. Nah. 3.2.",
          "text2026": "Of, schudding, beving, beweging. Anders: [aard]beving, waarvan het Hebreeuwse woord veel gebruikt wordt; maar ook van andere beroerten, gelijk onder Ez. 38:19, 38:20; Nah. 3:2. Ezechiël 38:19: Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur Mijner toorn: Zo er niet, op die dag, een groot beven zal zijn in het land van Israël! Ezechiël 38:20: Zodat van Mijn aangezicht beven zullen de vissen van de zee, en het gevogelte van de hemel, en het gedierte van het veld, en al het kruipend gedierte, dat op het aarde kruipt, en alle mensen, die op de aardbodem zijn; en de bergen zullen nedergeworpen worden, en de steile plaatsen zullen nedervallen, en alle muren zullen ter aarde nedervallen. Nahum 3:2: Er is het geklap van de zweep, en het geluid van het bulderen van de raderen; en de paarden stampen, en de wagens springen op."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 zijn been: Zodat de beenderen, die in het leven bij elkander in elk lichaam geweest waren, in dit gezicht weder samenkwamen; een levendige afbeelding van hetgeen God zal werken in de opstanding der doden.",
          "text1637": "Soo dat de beenderen, die in’t leven by malkanderen in elck lichaem geweest waren, in dit gesichte weder t’samen quamen, eene levendige afbeeldinge van ’tgene Godt sal wercken in de opstandinge der dooden.",
          "text2026": "16 zijn been: Zodat de beenderen, die in het leven bij elkaar in elk lichaam geweest waren, in dit gezicht weer samenkwamen; een levendige afbeelding van wat God zal werken in de opstanding van de doden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נִבֵּ֖אתִי",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HC/VNp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "צֻוֵּ֑יתִי",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVPp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְהִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "ק֤וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/הִנָּֽבְאִ/י֙",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HR/VNc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "רַ֔עַשׁ",
          "strongs": "H7494",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּקְרְב֣וּ",
          "strongs": "H7126",
          "morph": "HC/Vqw3fp"
        },
        {
          "woord": "עֲצָמ֔וֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "עֶ֖צֶם",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עַצְמֽ/וֹ",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen profeteerde ik, zoals mij bevolen was, en er werd een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> geluid, als ik profeteerde, en ziet een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> beroering! en de beenderen naderden, elk been tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zijn been.",
      "textSV1888_html": "Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> geluid, als ik profeteerde, en ziet een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> beroering! en de beenderen naderden, elk been tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zijn been.",
      "text1637_html": "Doe propheteerde ick gelijck my bevolen was, ende daer wert een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> geluyt, als ick propheteerde, ende siet, eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> beroeringe! ende de beenderen naederden, [elck] been tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> sijn been.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gelijk",
          "new": "zoals",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen.",
      "text1637": "Ende ick sach, ende siet, daer werden zenuwen op de selve, ende daer quam vleesch op; ende hy trock eene huyt boven over haer, maer daer en was geen [17] geest in haer.",
      "text2026": "En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen daarop, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven daarover, maar er was geen geest in hen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 geest in hen: Gelijk boven vers 5. Ezechiël 37:5: Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden.",
          "text1637": "Als boven vers 5.",
          "text2026": "17 geest in hen: Gelijk boven vers 5. Ezechiël 37:5: Zo zegt de Heer JAHWEH tot deze beenderen: Ziet, Ik zal de geest in u brengen, en u zult levend worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/רָאִ֜יתִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּֽה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֤ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "גִּדִים֙",
          "strongs": "H1517",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָשָׂ֣ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֔ה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּקְרַ֧ם",
          "strongs": "H7159",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֛ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹר",
          "strongs": "H5785",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/לְ/מָ֑עְלָ/ה",
          "strongs": "H4605",
          "morph": "HR/R/D/Sd"
        },
        {
          "woord": "וְ/ר֖וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בָּ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen daarop, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven daarover, maar er was geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> geest in hen.",
      "textSV1888_html": "En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> geest in hen.",
      "text1637_html": "Ende ick sach, ende siet, daer werden zenuwen op de selve, ende daer quam vleesch op; ende hy trock eene huyt boven over haer, maer daer en was geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> geest in haer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "op dezelve,",
          "new": "daarop,",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "over dezelve,",
          "new": "daarover,",
          "principe": "O3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.",
      "text1637": "Ende hy seyde tot my; [18] Propheteert tot den geest: propheteert, menschen kint, ende segt tot den geest, Soo seyt de Heere HEERE; Ghy geest komt aen van de vier [19] winden, ende blaest [20] in dese gedoodde, op dat sy levendich worden.",
      "text2026": "En Hij zei tot mij: Profeteer tot de geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot de geest: Zo zegt Adonai JAHWEH: U geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 Profeteer tot den geest: Dat is, verkondig in mijnen naam dat Ik door mijn goddelijke kracht de zielen zal wederbrengen in deze dode lichamen, enz. Sommigen verstaan door het woord geest den wind, en alzo in het volgende van vers 9. Niet dat de wind den doden het leven of de ziel kan inblazen of geven; maar dat het God belieft den wind te gebruiken tot een voorbode zijner krachtige werking, om de gelijkheid, die er enigszins is tussen de werking Gods en de kracht van den wind, en het geblaas van den wind, [waarvan in het volgende] en het geblaas of adem, dat de ziel voortbrengt in den levende. VergelijK Hand. 2:2, en Joh. 20:22, enz. Ezechiël 37:9: En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. Handelingen 2:2: En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. Johannes 20:22: En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest.",
          "text1637": "D. verkondicht in mijnen name dat ick door mijn godtlicke kracht de zielen sal wederbrengen in dese doode lichamen, etc. sommige verstaen door het woordeken, geest, den wint, ende alsoo in’t volgende van dit vers Niet dat de wint den dooden het leven ofte de ziele kan inblasen ofte geven: maer dat het Gode believe den wint te gebruycken tot een voorbode sijner krachtiger werckinge, om de gelijckheyt, dieder eenichsins is tusschen de werckinge Godts ende de kracht des wints, ende ’t geblaes des wints, (waer van in’t volgende) ende ’t geblaes ofte aessem, dien de ziele voortbrengt in den levendigen. Vergel. Act. 2.2. ende Iohan. 20.22. etc.",
          "text2026": "18 Profeteer tot de geest: Dat is, verkondig in mijnen naam dat Ik door mijn goddelijke kracht de zielen zal wederbrengen in deze dode lichamen, enz. Sommigen verstaan door het woord geest de wind, en zo in het volgende van vers 9. Niet dat de wind de doden het leven of de ziel kan inblazen of geven; maar dat het God belieft de wind te gebruiken tot een voorbode zijn krachtige werking, om de gelijkheid, die er enigszins is tussen de werking Gods en de kracht van de wind, en het geblaas van de wind, [waarvan in het volgende] en het geblaas of adem, dat de ziel voortbrengt in de levende. VergelijK Hand. 2:2, en Joh. 20:22, enz. Ezechiël 37:9: En Hij zei tot mij: Profeteer tot de geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot de geest: Zo zegt de Heer JAHWEH: U geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. Handelingen 2:2: En er geschiedde haastig uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. Johannes 20:22: En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zei tot hen: Ontvangt de Heilige Geest."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, van de vier hoeken of delen der wereld. Zie boven Ezech. 5:10. Ezechiël 5:10: Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien.",
          "text1637": "D. van de vier hoecken ofte deelen der werelt. siet boven 5. op vers 10.",
          "text2026": "Dat is, van de vier hoeken of delen van de wereld. Zie boven Ez. 5:10. Ezechiël 5:10: Daarom zullen de vaders de kinderen eten in het midden van u, en de kinderen zullen hun vaderen eten; en Ik zal gerichten onder u oefenen, en zal al uw overblijfsel in alle winden verstrooien."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 in deze gedoden: Of, op, of blaas deze gedoden aan.",
          "text1637": "Ofte, op, ofte, blaest dese gedoodde aen.",
          "text2026": "20 in deze gedoden: Of, op, of blaas deze gedoden aan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֔/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֖א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/ר֑וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֣א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָ֠דָם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֨",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/ר֜וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אַרְבַּ֤ע",
          "strongs": "H702",
          "morph": "HR/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "רוּחוֹת֙",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֣אִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "הָ/ר֔וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/פְחִ֛י",
          "strongs": "H5301",
          "morph": "HC/Vqv2fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/הֲרוּגִ֥ים",
          "strongs": "H2026",
          "morph": "HRd/Vqsmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֖לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִֽחְיֽוּ",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Hij zei tot mij:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Profeteer tot de geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot de geest: <span class=\"direct-speech\"><i>Zo zegt Adonai JAHWEH: U geest! kom aan van de vier<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> winden, en blaas<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> in deze gedoden, opdat zij levend worden.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "En Hij zeide tot mij:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> winden, en blaas<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> in deze gedoden, opdat zij levend worden.",
      "text1637_html": "Ende hy seyde tot my; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Propheteert tot den geest: propheteert, menschen kint, ende segt tot den geest, Soo seyt de Heere HEERE; Ghy geest komt aen van de vier <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> winden, ende blaest <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> in dese gedoodde, op dat sy levendich worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE: Gij",
          "new": "Adonai JAHWEH: U",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir.",
      "text1637": "Ende ick propheteerde, gelijck als hy my bevolen hadde: Doe quam de [21] geest in haer, ende sy wierden levendich, ende stonden op hare voeten; een [22] gantsch seer groot heyr.",
      "text2026": "En ik profeteerde, zoals Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een geheel zeer groot leger.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 geest in hen: Dat is, ziel, gelijk boven vers 5. Ezechiël 37:5: Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden.",
          "text1637": "D. ziele, als boven vers 5.",
          "text2026": "21 geest in hen: Dat is, ziel, gelijk boven vers 5. Ezechiël 37:5: Zo zegt de Heer JAHWEH tot deze beenderen: Ziet, Ik zal de geest in u brengen, en u zult levend worden."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 gans zeer groot heir: Hebreeuws, zeer zeer.",
          "text1637": "Hebr. seer seer.",
          "text2026": "22 geheel zeer groot legermacht: Hebreeuws, zeer zeer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִנַּבֵּ֖אתִי",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HC/Vtp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֑/נִי",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תָּבוֹא֩",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "בָ/הֶ֨ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הָ/ר֜וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּֽחְי֗וּ",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּֽעַמְדוּ֙",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רַגְלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "חַ֖יִל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּד֥וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik profeteerde, zoals Hij mij bevolen had. Toen kwam de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> geheel zeer groot leger.",
      "textSV1888_html": "En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gans zeer groot heir.",
      "text1637_html": "Ende ick propheteerde, gelijck als hy my bevolen hadde: Doe quam de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geest in haer, ende sy wierden levendich, ende stonden op hare voeten; een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gantsch seer groot heyr.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gelijk als",
          "new": "zoals",
          "principe": "V804"
        },
        {
          "old": "gans",
          "new": "geheel",
          "principe": "V414"
        },
        {
          "old": "heir.",
          "new": "leger.",
          "principe": "O2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden.",
      "text1637": "Doe seyde hy tot my, Menschen-kint, dese beenderen [23] die zijn het gantsche huys Israëls: Siet, sy seggen; [24] Onse beenderen sijn verdorret, ende onse verwachtinge is verloren, wy zijn [25] afgesneden.",
      "text2026": "Toen zei Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het hele huis van Israël; zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 zijn het ganse huis Israëls: Dat is, zij zijn een teken of afbeelding van het huis van Israël, of zij beduiden dat en hun tegenwoordigen staat in Babel.",
          "text1637": "D. sy zijn een teecken, ofte afbeeldinge van het huys Israels, ofte, sy beduyden dat selve, ende haren tegenwoordigen staet in Babel.",
          "text2026": "23 zijn het gehele huis van Israël: Dat is, zij zijn een teken of afbeelding van het huis van Israël, of zij beduiden dat en hun tegenwoordigen staat in Babel."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 Onze beenderen zijn verdord: Daar is zo weinig hoop van onze verlossing uit Babel en de wederkomst in ons land, als er is dat dode, begraven en verrotte mensen en hun verdorde beenderen weder zouden levend worden. Deze redenen van ongeloof en mistroostigheid waren de aanleiding, en geven het oogmerk te kennen van het voorgaande gezicht.",
          "text1637": "Daer is soo weynich hope van onse verlossinge uyt Babel, ende de wederkomste in ons lant, alsser is dat doode, begravene, ende verrotte menschen, ende hare verdorrede beenderen weder souden levendich worden. dese redenen van ongeloove ende mistroosticheyt waren d’occasie, ende geven het oogemerck te kennen, van het voorgaende gesichte.",
          "text2026": "24 Onze beenderen zijn verdord: Daar is zo weinig hoop van onze verlossing uit Babel en de wederkomst in ons land, als er is dat dode, begraven en verrotte mensen en hun verdorde beenderen weer zouden levend worden. Deze redenen van ongeloof en mistroostigheid waren de aanleiding, en geven het oogmerk te kennen van het voorgaande gezicht."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk takken, die afgesneden zijn en van den wortel geen sap kunnen trekken, moetende dienvolgens vergaan.",
          "text1637": "Gelijck tacken die afgesneden zijn, ende vande wortel geenen sap en konnen trecken, moetende dien volgens vergaen.",
          "text2026": "Gelijk takken, die afgesneden zijn en van de wortel geen sap kunnen trekken, moetende dienvolgens vergaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּאמֶר֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ/י֒",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֕ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֲצָמ֣וֹת",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֔לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֵ֑מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֹמְרִ֗ים",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "יָבְשׁ֧וּ",
          "strongs": "H3001",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עַצְמוֹתֵ֛י/נוּ",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָבְדָ֥ה",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vqp3fs"
        },
        {
          "woord": "תִקְוָתֵ֖/נוּ",
          "strongs": "H8615",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "נִגְזַ֥רְנוּ",
          "strongs": "H1504",
          "morph": "HVNp1cp"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen zei Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijn het hele huis van Israël; zie, zij zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> afgesneden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> afgesneden.",
      "text1637_html": "Doe seyde hy tot my, Menschen-kint, dese beenderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> die zijn het gantsche huys Israëls: Siet, sy seggen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Onse beenderen sijn verdorret, ende onse verwachtinge is verloren, wy zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> afgesneden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "Israëls; ziet,",
          "new": "van Israël; zie,",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls.",
      "text1637": "Daerom propheteert ende segt tot hen; Soo seyt de Heere HEERE; [26] Siet, ick sal uwe graven openen, ende sal u-lieden uyt uwe graven doen opkomen, ô mijn volck; ende ick sal u brengen in’t lant Israëls.",
      "text2026": "Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal uw graven openen, en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land van Israël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "God herhaalt hier sommierlijk de lichamelijke en geestelijke beloften, die in de voorgaande h.h. wijdlopig zijn gedaan, gebruikende daartoe figuurlijke manieren van spreken, die uit het voorgaande gezicht en hun eigen woorden genomen zijn.",
          "text1637": "Godt wederhaelt hier sommierlick de lichamelicke ende geestelicke beloften, die inde voorgaende capittelen wijtloopich zijn gedaen, gebruyckende daer toe figuerlicke manieren van spreken, die uyt het voorgaende gesichte, ende hare eygene woorden genomen zijn.",
          "text2026": "God herhaalt hier sommierlijk de lichamelijke en geestelijke beloften, die in de voorgaande h.h. wijdlopig zijn gedaan, gebruikende daartoe figuurlijke manieren van spreken, die uit het voorgaande gezicht en hun eigen woorden genomen zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵן֩",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֨א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֜",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִה֒",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּה֩",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֨י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "פֹתֵ֜חַ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "קִבְרֽוֹתֵי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H6913",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַעֲלֵיתִ֥י",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֛ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/קִּבְרוֹתֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H6913",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֑/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵבֵאתִ֥י",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַ֥ת",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal uw graven openen, en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land van Israël.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls.",
      "text1637_html": "Daerom propheteert ende segt tot hen; Soo seyt de Heere HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Siet, ick sal uwe graven openen, ende sal u-lieden uyt uwe graven doen opkomen, ô mijn volck; ende ick sal u brengen in’t lant Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "Israëls.",
          "new": "van Israël.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!",
      "text1637": "Ende ghy sult weten, dat ick de HEERE ben: als ick uwe graven sal hebben geopent, ende als ick u uyt uwe graven sal hebben doen opkomen, ô mijn volck.",
      "text2026": "En u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וִֽ/ידַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִתְחִ֣/י",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "קִבְרֽוֹתֵי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H6913",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/הַעֲלוֹתִ֥/י",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/R/Vhc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֛ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/קִּבְרוֹתֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H6913",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַמִּֽ/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ghy sult weten, dat ick de HEERE ben: als ick uwe grave<i>n</i> sal hebben geopent, ende als ick u uyt uwe graven sal hebben doen opkomen, ô mijn volck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.",
      "text1637": "Ende ick sal mijnen geest in u geven, ende ghy sult leven, ende ick sal u in u lant setten: ende ghy sult weten, [27] dat ick de HEERE [dit] gesproken ende gedaen hebbe, spreeckt de HEERE.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn Geest in u geven, en u zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en u zult weten, dat Ik, JAHWEH, dit gesproken en gedaan heb, spreekt JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 dat Ik, de HEERE: Anders: dat Ik de HEERE [ben], Ik heb het gesproken en zal het doen.",
          "text1637": "Anders, dat ick de HEERE [ben] Ick heb’t gesproken, ende sal’t doen.",
          "text2026": "27 dat Ik, JAHWEH: Anders: dat Ik JAHWEH [ben], Ik heb het gesproken en zal het doen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֨י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "רוּחִ֤/י",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ/כֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וִ/חְיִיתֶ֔ם",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנַּחְתִּ֥י",
          "strongs": "H3240",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַתְ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וִ/ידַעְתֶּ֞ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֧י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֥רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֖יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn Geest in u geven, en u zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en u zult weten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> dat Ik, JAHWEH, dit gesproken en gedaan heb, spreekt JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.",
      "text1637_html": "Ende ick sal mijnen geest in u geven, ende ghy sult leven, ende ick sal u in u lant setten: ende ghy sult weten, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> dat ick de HEERE [dit] gesproken ende gedaen hebbe, spreeckt de HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de HEERE.",
          "new": "JAHWEH.",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
      "text1637": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "text2026": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
      "text1637_html": "Wijders geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wijders geschiedde des HEEREN",
          "new": "Verder kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen.",
      "text1637": "Ghy nu, menschen-kint, neemt u een [28] hout, ende schrijft daerop, voor IUDA, ende voor de kinderen Israëls, [29] sijne metgesellen: ende neemt een ander hout, ende schrijft daer op; voor IOSEPH, het hout Ephraims, ende des [30] gantschen huyses Israëls, sijner metgesellen.",
      "text2026": "U nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de Israëlieten, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van het hele huis van Israël, zijn metgezellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ene roede, of plat hout; vergelijk Num. 17:2, enz. Numeri 17:2: Spreek tot de kinderen Israëls, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.",
          "text1637": "Een roedeken, ofte plat hout, Vergel. Num. 17.2. etc.",
          "text2026": "Ene roede, of plat hout; vergelijk Num. 17:2, enz. Numeri 17:2: Spreek tot de kinderen van Israël, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hun vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult u schrijven op zijn staf."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 zijn metgezellen: Versta, Benjamin en Levi. Zie 2 Kron. 11:12, 11:13. 2 Kronieken 11:12: En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze gans zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. 2 Kronieken 11:13: Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het ganse Israël waren, stelden zich bij hem uit al hun landpalen.",
          "text1637": "Verstaet Benjamin ende Levi. Siet 2.Chron. 11.12, 13.",
          "text2026": "29 zijn metgezellen: Versta, Benjamin en Levi. Zie 2 Kron. 11:12, 11:13. 2 Kronieken 11:12: En in elke stad rondassen en spiesen, en sterkte ze geheel zeer; zo was Juda, en Benjamin zijne. 2 Kronieken 11:13: Daartoe de priesters en de Levieten, die in het gehele Israël waren, stelden zich bij hem uit al hun gebied."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 ganse huis Israëls: Versta, de tien stammen, die zich aan Efraïm [als de machtigste] gehouden hadden, en daaronder dikwijls verstaan worden.",
          "text1637": "Verstaet de tien stammen, die haer aen Ephraim (als de machtichste) gehouden hadden, ende daer onder dickwijls verstaen worden.",
          "text2026": "30 gehele huis van Israël: Versta, de tien stammen, die zich aan Efraïm [als de machtigste] gehouden hadden, en daaronder dikwijls verstaan worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "קַח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֔ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְתֹ֤ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלָי/ו֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/יהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִ/בְנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חבר/ו",
          "strongs": "H2270",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְקַח֙",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֔ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְת֣וֹב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֗י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/יוֹסֵף֙",
          "strongs": "H3130",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרַ֔יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חבר/ו",
          "strongs": "H2270",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U nu, mensenkind! neem u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de Israëlieten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> het hele huis van Israël, zijn metgezellen.",
      "textSV1888_html": "Gij nu, mensenkind! neem u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israëls,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraïm, en van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> het ganse huis Israëls, zijn metgezellen.",
      "text1637_html": "Ghy nu, menschen-kint, neemt u een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hout, ende schrijft daerop, voor IUDA, ende voor de kinderen Israëls, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> sijne metgesellen: ende neemt een ander hout, ende schrijft daer op; voor IOSEPH, het hout Ephraims, ende des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> gantschen huyses Israëls, sijner metgesellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "kinderen Israëls,",
          "new": "Israëlieten,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.",
      "text1637": "[31] Doet ghyse dan naederen, het een tot het ander, tot een eenich hout: ende sy sullen tot een worden in uwe hant.",
      "text2026": "Doe u ze dan naderen, het één tot het ander tot één enig hout; en zij zullen tot één worden in uw hand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 Doe gij ze dan naderen: Dat is, breng hen nabij en tot elkander, dat zij één worden.",
          "text1637": "D. brengtse nae by, ende tot malkanderen, datse een worden.",
          "text2026": "31 Doe u ze dan naderen: Dat is, breng hen nabij en tot elkaar, dat zij één worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/קָרַ֨ב",
          "strongs": "H7126",
          "morph": "HC/Vpv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֜/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֧ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֛ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֑ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָי֥וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲחָדִ֖ים",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HR/Acmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָדֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Doe u ze dan naderen, het één tot het ander tot één enig hout; en zij zullen tot één worden in uw hand.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Doet ghyse dan naederen, het een tot het ander, tot een eenich hout: ende sy sullen tot een worden in uwe hant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?",
      "text1637": "Ende wanneer de [32] kinderen uwes volcks tot u sullen spreken, seggende: En sult ghy ons niet te kennen geven, [33] wat u dese dingen zijn?",
      "text2026": "En wanneer de kinderen van uw volk tot u zullen spreken, zeggende: Zult u ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 kinderen uws volks: Zie boven Ezech. 3:11. Ezechiël 3:11: En ga henen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen.",
          "text1637": "Siet boven 3. op vers 11.",
          "text2026": "32 kinderen uws volks: Zie boven Ez. 3:11. Ezechiël 3:11: En ga heen, kom tot de weggevoerden, tot de kinderen uws volks, en spreek tot hen, en zeg tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 wat u deze dingen zijn: Dat is, wat zij beduiden of betekenen, en wat Gij daarmede meent, wat daardoor te verstaan zij; zie boven Ezech. 24:19. Ezechiël 24:19: En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?",
          "text1637": "D. watse beduyden ofte beteeckenen, ende wat ghy daermede meynt, wat daer door te verstaen zy. Siet bov. 24.19.",
          "text2026": "33 wat u deze dingen zijn: Dat is, wat zij beduiden of betekenen, en wat U daarmede meent, wat daardoor te verstaan zij; zie boven Ez. 24:19. Ezechiël 24:19: En het volk zei tot mij: Zult u ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat u aldus doet?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/כַֽ/אֲשֶׁר֙",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HC/R/Tr"
        },
        {
          "woord": "יֹאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמְּ/ךָ֖",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הֲ/לֽוֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַגִּ֥יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֖/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מָה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "לָּֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En wanneer de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kinderen van uw volk tot u zullen spreken, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Zult u ons niet te kennen geven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> wat u deze dingen zijn?</i></span>",
      "textSV1888_html": "En wanneer de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> wat u deze dingen zijn?",
      "text1637_html": "Ende wanneer de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kinderen uwes volcks tot u sullen spreken, seggende: En sult ghy ons niet te kennen geven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> wat u dese dingen zijn?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "uws volks",
          "new": "van uw volk",
          "principe": "V200"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.",
      "text1637": "So spreeckt tot hen; Alsoo seyt de Heere HEERE, Siet, ick sal het [34] hout Iosephs, dat in Ephraims [35] hant geweest is, ende der stammen Israëls, sijner metgesellen, nemen; ende ick sal deselve met hen voegen tot het hout van Iuda, ende salse maken tot een eenich hout; ende sy sullen [36] een worden in mijne hant.",
      "text2026": "Zo spreek tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen van Israël, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal ze met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot één enig hout; en zij zullen één worden in Mijn hand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 hout van Jozef: Dat is, Jozefs nakomelingen, of de Efraïmieten met hun bijgevoegde stammen, die door dit hout samen betekend werden.",
          "text1637": "D. Iosephs nakomelingen, ofte de Ephraimiten met hare bygevoechde stammen, die door dit hout te samen beteeckent wierden.",
          "text2026": "34 hout van Jozef: Dat is, Jozefs nakomelingen, of de Efraïmieten met hun bijgevoegde stammen, die door dit hout samen betekend werden."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 hand geweest is: Dat is, de tien stammen, waarvan Efraïm het hoofd tevoren geweest was, toebehoorde.",
          "text1637": "Dat is, den tien stammen, waer van Ephraim het hoofi te vooren geweest was, toebehoorde.",
          "text2026": "35 hand geweest is: Dat is, de tien stammen, waarvan Efraïm het hoofd tevoren geweest was, toebehoorde."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 een worden in Mijn hand: Gelijk de verdeeldheid en vijandschap tussen Juda en Efraïm [waarvan Samaria de hoofdstad was] als ene afbeelding was van de twee vijandelijke gedeelten der mensen, namelijk Joden en heidenen, alzo was de vereniging van dezelve een afbeelding of voorbeeld van de vereniging der algemene kerk, of van alle uitverkorenen in de ganse wereld, uit Joden en heidenen, door enen Geest en een geloof, onder een Hoofd, Koning en Zaligmaker, welke is onze Heere Jezus Christus, de beloofde Messias. Of nu wel enige van de tien stammen zich met Juda gevoegd hebben, en alzo samen uit Babel zijn opgetogen [1 Kron. 9:3], zo heeft nochtans de rechte geestelijke vereniging haar aanvang genomen ten tijde des Heeren Christus en van zijne apostelen, [zie Joh. 4:9, 4:21, 4:23, 4:35, 4:39, 4:41; Hand. 2:9, 2:10, 2:11, en Hand. 8:5, 8:14, en Hand. 9:31], en is voorts vervolgd onder de Joden, en voornamelijk onder de heidenen, en zal duren tot aan het einde der wereld, totdat gans geestelijk Israël is beroepen, in Gods hand, [dat is, in den Heere Christus, die in dezen des Vaders knecht is, in wiens hand Hij alles heeft overgegeven en tot wien Hij alle uitverkorenen trekt] in één lichaam of ééne kerk verenigd en behouden. Zie Matth. 28:19; Hand. 1:8; Rom. 11:25, 11:26; Ef. 2:13, enz. 1 Kronieken 9:3: Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraïm en Manasse; Johannes 4:9: Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen. Johannes 4:21: Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden. Johannes 4:23: Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden. Johannes 4:35: Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten. Johannes 4:39: En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb. Johannes 4:41: En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil; Handelingen 2:9: Parthers, en Meders, en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotamië, en Judea, en Cappadocië, Pontus en Azië. Handelingen 2:10: En Frygië, en Pamfylië, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten; Handelingen 2:11: Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken. Handelingen 8:5: En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus. Handelingen 8:14: Als nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord Gods aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes; Handelingen 9:31: De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd. Mattheüs 28:19: Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. Handelingen 1:8: Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. Romeinen 11:25: Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. Romeinen 11:26: En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.",
          "text1637": "Gelijck de verdeeltheyt ende vyantschap tusschen Iuda ende Ephraim (waer van de hooft-stadt was Samaria) als eene afbeeldinge was der twee vyantlicke gedeelten der menschen, naemlick, Ioden ende heydenen, alsoo was de vereeniginge van de selve eene afbeeldinge ofte voorbeelt van de vereeniginge der algemeyne kercke, ofte aller uytverkorenen inde gantsche werelt, uyt Ioden ende heydenen, door eenen geest, ende een geloove, onder een hooft, Coninck ende Salichmaker, welcke is onse Heere Iesus Christus, de beloofde Messias. of nu wel eenige van de 10 stammen sich met Iuda gevoecht hebben, ende alsoo t’samen uyt Babel zijn optegtogen, (1.Chron. 9.3.) so heeft nochtans de rechte geestelicke vereeniginge haren aenvanck genomen ten tijde des Heeren Christi ende sijner Apostelen, (siet Ioh. 4.9, 12, 23, 35, 39, 41. Act. 2.9, 10, 11. ende 8.5, 14. ende 9.31) ende is voorts vervolcht onder de Ioden, ende principalick onder de Heydenen, ende sal dueren tot aen ’t eynde der werelt, tot dat het gantsch geestlick Israel zy beroepen, in Godts hant, (D. in den Heere Christo, die in desen des Vaders knecht is, in wiens hant hy alles heeft overgegeven, ende tot wien hy alle uytverkorene treckt) in een lichaem ofte eene kercke vereenicht ende behouden. Siet Matt. 28.19. Act. 1.8. Rom. 11.25, 26. Ephes. 2.13. etc.",
          "text2026": "36 een worden in Mijn hand: Gelijk de verdeeldheid en vijandschap tussen Juda en Efraïm [waarvan Samaria de hoofdstad was] als ene afbeelding was van de twee vijandelijke gedeelten van de mensen, namelijk Joden en heidenen, zo was de vereniging van dezelfde een afbeelding of voorbeeld van de vereniging van de algemene kerk, of van alle uitverkorenen in de gehele wereld, uit Joden en heidenen, door enen Geest en één geloof, onder een Hoofd, Koning en Zaligmaker, welke is onze Heer Jezus Christus, de beloofde Messias. Of nu wel enige van de tien stammen zich met Juda gevoegd hebben, en zo samen uit Babel zijn opgetogen [1 Kron. 9:3], zo heeft nochtans de rechte geestelijke vereniging haar aanvang genomen ten tijde van de Heern Christus en van zijne apostelen, [zie Joh. 4:9, 4:21, 4:23, 4:35, 4:39, 4:41; Hand. 2:9, 2:10, 2:11, en Hand. 8:5, 8:14, en Hand. 9:31], en is verder vervolgd onder de Joden, en voornamelijk onder de heidenen, en zal duren tot aan het einde van de wereld, totdat geheel geestelijk Israël is beroepen, in Gods hand, [dat is, in de Heer Christus, die in deze van de Vader knecht is, in wiens hand Hij alles heeft overgegeven en tot wie Hij alle uitverkorenen trekt] in één lichaam of ééne kerk verenigd en behouden. Zie Matt. 28:19; Hand. 1:8; Rom. 11:25, 11:26; Ef. 2:13, enz. 1 Kronieken 9:3: Maar te Jeruzalem woonden van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin, en van de kinderen van Efraïm en Manasse; Johannes 4:9: Zo zei dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert U, Die een Jood bent, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen. Johannes 4:21: Jezus zei tot haar: Vrouw, geloof Mij, het uur komt, wanneer u, noch op deze berg, noch te Jeruzalem, de Vader zult aanbidden. Johannes 4:23: Maar het uur komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook zulke, die Hem zo aanbidden. Johannes 4:35: Zegt u niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn al wit om te oogsten. Johannes 4:39: En velen van de Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord van de vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb. Johannes 4:41: En er geloofden er veel meer om van Zijn woord wil; Handelingen 2:9: Parthers, en Meders, en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotamië, en Judea, en Cappadocië, Pontus en Azië. Handelingen 2:10: En Frygië, en Pamfylië, Egypte, en de delen van Libye, dat bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten; Handelingen 2:11: Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken van God spreken. Handelingen 8:5: En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus. Handelingen 8:14: Als nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord van God aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes; Handelingen 9:31: De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vrees voor de Heern, en de vertroosting van de Heilige Geest, werden vermenigvuldigd. Mattheüs 28:19: Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelfde dopende in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. Handelingen 1:8: Maar u zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde. Romeinen 11:25: Want ik wil niet, broers, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat u niet wijs bent, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid van de heidenen zal ingegaan zijn. Romeinen 11:26: En zo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, bent u, die eertijds verre was, nabij geworden door het bloed van Christus."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דַּבֵּ֣ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵ/הֶ֗ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִה֒",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּה֩",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֨י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹקֵ֜חַ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֵ֤ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יוֹסֵף֙",
          "strongs": "H3130",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרַ֔יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׁבְטֵ֥י",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חבר/ו",
          "strongs": "H2270",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּי֩",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֨/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֜י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֗ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/עֲשִׂיתִ/ם֙",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֔ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָי֥וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֖ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָדִֽ/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo spreek tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hout van Jozef, dat in Efraïms<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hand geweest is, en van de stammen van Israël, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal ze met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot één enig hout; en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> één worden in Mijn hand.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hout van Jozef, dat in Efraïms<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> een worden in Mijn hand.",
      "text1637_html": "So spreeckt tot hen; Alsoo seyt de Heere HEERE, Siet, ick sal het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hout Iosephs, dat in Ephraims <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hant geweest is, ende der stammen Israëls, sijner metgesellen, nemen; ende ick sal deselve met hen voegen tot het hout van Iuda, ende salse maken tot een eenich hout; ende sy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> een worden in mijne hant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dezelve",
          "new": "ze",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen.",
      "text1637": "De houten nu, op de welcke ghy sult geschreven hebben, sullen in uwe hant zijn [37] voor haerlieder oogen.",
      "text2026": "De houten nu, waarop u zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hun ogen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 voor hunlieder ogen: Gelijk den profeet dikwijls belast werd, hetgeen hun van God was geopenbaard het volk alzo levendig en als metterdaad af te beelden en voor ogen te stellen. Vergelijk boven Ezech. 12:3, 12:4, enz., met de aantekening; Jer. 27:2, enz. Ezechiël 12:3: Daarom gij, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en gij zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een wederspannig huis zijn. Ezechiël 12:4: Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken. Jeremia 27:2: Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals.",
          "text1637": "Gelijck den Propheten dickwijls belast wiert, ’tgene hen van Godt was geopenbaert, den volcke alsoo levendich, ende als metter daet, af te beelden ende voor oogen te stellen. Vergel. boven 12.3, 4. etc. met d’aenteeck. Ierem. 27.2. etc,",
          "text2026": "37 voor hunlieder ogen: Gelijk de profeet dikwijls belast werd, wat hun van God was geopenbaard het volk zo levendig en als metterdaad af te beelden en voor ogen te stellen. Vergelijk boven Ez. 12:3, 12:4, enz., met de aantekening; Jer. 27:2, enz. Ezechiël 12:3: Daarom u, mensenkind, maak u gereedschap van vertrekking; en vertrek bij dag voor hun ogen; en u zult vertrekken van uw plaats tot een andere plaats voor hun ogen; misschien zullen zij het merken, hoewel zij een opstandig huis zijn. Ezechiël 12:4: U zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult u in de avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken. Jeremia 27:2: Zo zei JAHWEH tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָי֨וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֵצִ֜ים",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲֽשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "תִּכְתֹּ֧ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֛ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָדְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵינֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De houten nu, waarop u zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> voor hun ogen.",
      "textSV1888_html": "De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> voor hunlieder ogen.",
      "text1637_html": "De houten nu, op de welcke ghy sult geschreven hebben, sullen in uwe hant zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> voor haerlieder oogen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "op dewelke gij",
          "new": "waarop u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;",
      "text1637": "Spreeckt dan tot hen; Soo seyt de Heere HEERE, Siet, Ick sal de kinderen Israëls [38] halen [39] uyt het midden der heydenen, daer henen sy getogen zijn; ende salse vergaderen van rontomme, ende brengense in haer [40] lant.",
      "text2026": "Spreek dan tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik zal de Israëlieten halen uit het midden van de heidenen, waarheen zij getogen zijn, en zal ze verzamelen van rondom, en brengen hen in hun land;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 36:24. Ezechiël 36:24: Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen.",
          "text1637": "Als boven 36.24.",
          "text2026": "Gelijk boven Ez. 36:24. Ezechiël 36:24: Want Ik zal u uit de heidenen halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 uit het midden der heidenen: Of, van tussen.",
          "text1637": "Ofte, van tusschen.",
          "text2026": "39 uit het midden van de heidenen: Of, van tussen."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het geestelijk Kanaän, Jeruzalem, den berg Zion, dat is, in Gods kerk, eerst de strijdende, daarna de triomferende, [zie Gal. 4:25, 4:26; Hebr. 12:22] afgebeeld door het aardse, waar God de Joden eerst weder inbracht uit Babel. Galaten 4:25: Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Hebreeën 12:22: Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;",
          "text1637": "Het geestelick Canaan, Ierusalem, den berch Zion, D. in Godts kercke, eerst de strijdende, daer nae de triumpherende, (Siet Gal. 4.25, 26. Hebr. 12.22.) afgebeeldt door’t aerdsche, daer Godt de Ioden eerst weder in bracht uyt Babel.",
          "text2026": "Het geestelijk Kanaän, Jeruzalem, de berg Zion, dat is, in Gods kerk, eerst de strijdende, daarna de triomferende, [zie Gal. 4:25, 4:26; Hebr. 12:22] afgebeeld door het aardse, waar God de Joden eerst weer inbracht uit Babel. Galaten 4:25: Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, dat is ons alle moeder. Hebreeën 12:22: Maar u bent gekomen tot de berg Sion, en de stad van de levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden van de engelen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/דַבֵּ֣ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִה֒",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֨ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹקֵ֨חַ֙",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/בֵּ֥ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֖ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָֽלְכוּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/קִבַּצְתִּ֤י",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּבִ֔יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵבֵאתִ֥י",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָֽ/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Spreek dan tot hen: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal de Israëlieten halen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> uit het midden van de heidenen, waarheen zij getogen zijn, en zal ze verzamelen van rondom, en brengen hen in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> land;</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> halen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> land;",
      "text1637_html": "Spreeckt dan tot hen; Soo seyt de Heere HEERE, Siet, Ick sal de kinderen Israëls <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> halen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> uyt het midden der heydenen, daer henen sy getogen zijn; ende salse vergaderen van rontomme, ende brengense in haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> lant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE: Ziet,",
          "new": "Adonai JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "kinderen Israëls",
          "new": "Israëlieten",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "vergaderen",
          "new": "verzamelen",
          "principe": "V318"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.",
      "text1637": "Ende ick salse maken tot een eenich volck in den lande, op de bergen Israëls; ende sy sullen alle te samen [a] eenen eenigen [41] Coninck tot Coninck hebben: ende sy en sullen niet meer tot twee volcken zijn, nochte voortaen meer in twee Coninckrijcken [42] verdeylt zijn.",
      "text2026": "En Ik zal ze maken tot één enig volk in het land, op de bergen van Israël; en zij zullen allen samen één enige Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 Koning tot koning hebben: Den Messias, onzen Heere Jezus Christus.",
          "text1637": "Den Messiam, onsen Heere Iesum Christum.",
          "text2026": "41 Koning tot koning hebben: De Messias, onze Heer Jezus Christus."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 verdeeld zijn: Hebreeuws alsof men zeide: Gehalveerd zijn.",
          "text1637": "Hebr. als ofmen seyde, Gehalveert zijn.",
          "text2026": "42 verdeeld zijn: Hebreeuws alsof men zei: Gehalveerd zijn."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 10:16. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.",
          "text1637": "Ioh. 10, 16.",
          "text2026": "Joh. 10:16. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עָשִׂ֣יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹ֠תָ/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/ג֨וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֤ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֨רֶץ֙",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הָרֵ֣י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֶ֧לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֛ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/כֻלָּ֖/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מֶ֑לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יהיה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עוֹד֙",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁנֵ֣י",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HR/Acmdc"
        },
        {
          "woord": "גוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֨א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יֵחָ֥צוּ",
          "strongs": "H2673",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֛וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁתֵּ֥י",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HR/Acfdc"
        },
        {
          "woord": "מַמְלָכ֖וֹת",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "עֽוֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal ze maken tot één enig volk in het land, op de bergen van Israël; en zij zullen allen samen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> één enige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> verdeeld zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen te zamen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> een enigen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> verdeeld zijn.",
      "text1637_html": "Ende ick salse maken tot een eenich volck in den lande, op de bergen Israëls; ende sy sullen alle te samen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> eenen eenigen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Coninck tot Coninck hebben: ende sy en sullen niet meer tot twee volcken zijn, nochte voortaen meer in twee Coninckrijcken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> verdeylt zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "Israëls;",
          "new": "van Israël;",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "te zamen een enigen",
          "new": "samen één enige",
          "principe": "V44"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
      "text1637": "Ende sy en sullen haer niet meer verontreynigen met hare [43] dreckgoden, ende met hare [44] verfoeyselen, ende met [45] alle hare overtredingen: ende ick salse verlossen uyt alle hare woonplaetsen, in de welcke sy [46] gesondicht hebben, ende salse reynigen; so sullen sy my tot een volck zijn, ende ick sal hen tot eenen Godt zijn.",
      "text2026": "En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun afgoden, en met hun gruwelen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, waarin zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Lev. 26:30. Leviticus 26:30: En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.",
          "text1637": "Siet Levit. 26. op vers 30.",
          "text2026": "Zie Lev. 26:30. Leviticus 26:30: En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uw drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 20:7. Ezechiël 20:7: En Ik zeide tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijner ogen weg; en verontreinigt ulieden niet met de drekgoden van Egypte; Ik, de HEERE, ben uw God.",
          "text1637": "Siet bov. 20. op vers 7.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 20:7. Ezechiël 20:7: En Ik zei tot hen: Een ieder werpe de verfoeiselen zijn ogen weg; en verontreinigt u niet met de drekgoden van Egypte; Ik, JAHWEH, ben uw God."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 al hun overtredingen: Of, enige.",
          "text1637": "Ofte, eenige.",
          "text2026": "45 al hun overtredingen: Of, enige."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 gezondigd hebben: Namelijk in Babel, Egypte, enz. Zie Jer. 44:8; boven Ezech. 14:3, en Ezech. 20:30, 20:39, enz. Jeremia 44:8: Tergende Mij door de werken uwer handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar gij gekomen zijt, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat gij uzelven uitroeit, en opdat gij wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken der aarde? Ezechiël 14:3: Mensenkind, deze mannen hebben hun drekgoden in hun hart opgezet, en hebben den aanstoot hunner ongerechtigheid recht voor hun aangezichten gesteld; word Ik dan ernstiglijk van hen gevraagd? Ezechiël 20:30: Daarom zeg tot het huis Israëls: Alzo zegt de Heere HEERE: Zijt gij verontreinigd geworden in den weg uwer vaderen, en hoereert gij achter hun verfoeiselen? Ezechiël 20:39: En gijlieden, o huis Israëls, alzo zegt de Heere HEERE: Gaat henen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, dewijl gijlieden naar Mij niet hoort; doch ontheiligt niet meer Mijn heiligen Naam, met uw giften en met uw drekgoden.",
          "text1637": "Naemlick, in Babel, Egypten, etc. Siet Ierem. 44.8. boven 14.3. ende 20.30, 39. etc.",
          "text2026": "46 gezondigd hebben: Namelijk in Babel, Egypte, enz. Zie Jer. 44:8; boven Ez. 14:3, en Ez. 20:30, 20:39, enz. Jeremia 44:8: Tergende Mij door de werken uw handen, rokende anderen goden in het land van Egypte, alwaar u gekomen bent, om daar als vreemdeling te verkeren; opdat u uzelven uitroeit, en opdat u wordt tot een vloek, en tot een smaadheid onder alle volken van de aarde? Ezechiël 14:3: Mensenkind, deze mannen hebben hun drekgoden in hun hart opgezet, en hebben de aanstoot hun ongerechtigheid recht voor hun aangezichten gesteld; word Ik dan ernstiglijk van hen gevraagd? Ezechiël 20:30: Daarom zeg tot het huis van Israël: Zo zegt de Heer JAHWEH: Bent u verontreinigd geworden in de weg uw vaderen, en hoereert u achter hun verfoeiselen? Ezechiël 20:39: En u, o huis van Israël, zo zegt de Heer JAHWEH: Gaat heen, dient een ieder zijn drekgoden, ook hierna, omdat u naar Mij niet hoort; maar ontheiligt niet meer Mijn heilige Naam, met uw giften en met uw drekgoden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹ֧א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִֽטַמְּא֣וּ",
          "strongs": "H2930",
          "morph": "HVti3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֗וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בְּ/גִלּֽוּלֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H1544",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/שִׁקּ֣וּצֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H8251",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/כֹ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פִּשְׁעֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הוֹשַׁעְתִּ֣י",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֗/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֹּ֤ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹשְׁבֹֽתֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H4186",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חָטְא֣וּ",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ/הֶ֔ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/טִהַרְתִּ֤י",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "לִ֣/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָ֔ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֕י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> afgoden, en met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gruwelen, en met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, waarin zij gezondigd hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup>, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> drekgoden, en met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> verfoeiselen, en met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
      "text1637_html": "Ende sy en sullen haer niet meer verontreynigen met hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> dreckgoden, ende met hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> verfoeyselen, ende met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> alle hare overtredingen: ende ick salse verlossen uyt alle hare woonplaetsen, in de welcke sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gesondicht hebben, ende salse reynigen; so sullen sy my tot een volck zijn, ende ick sal hen tot eenen Godt zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "drekgoden,",
          "new": "afgoden,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "verfoeiselen,",
          "new": "gruwelen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "in dewelke",
          "new": "waarin",
          "principe": "V75"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.",
      "text1637": "Ende [b] mijn [47] knecht David sal Coninck over hen zijn; ende sy sullen alle te samen eenen [48] herder hebben: ende sy sullen in mijne rechten wandelen, ende mijne insettingen bewaren ende die doen.",
      "text2026": "En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen samen één Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn voorschriften bewaren en die doen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 Knecht David: Zie boven Ezech. 34:23. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.",
          "text1637": "Siet boven 34. op vers 23.",
          "text2026": "47 Knecht David: Zie boven Ez. 34:23. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 Herder hebben: Zie Joh. 10:16. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.",
          "text1637": "Siet Ioh. 10.16.",
          "text2026": "48 Herder hebben: Zie Joh. 10:16. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 40:11; Jer. 30:9; Ezech. 34:23. Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Jeremia 30:9: Maar zij zullen dienen den HEERE, hun God, en hun koning David, dien Ik hun verwekken zal. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.",
          "text1637": "Iesa. 40.11. Ierem. 30.9. Ezech. 34.23.",
          "text2026": "Jes. 40:11; Jer. 30:9; Ez. 34:23. Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. Jeremia 30:9: Maar zij zullen dienen JAHWEH, hun God, en hun koning David, die Ik hun verwekken zal. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַבְדִּ֤/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דָוִד֙",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/רוֹעֶ֥ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֖ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/כֻלָּ֑/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/מִשְׁפָּטַ֣/י",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יֵלֵ֔כוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֻקֹּתַ֥/י",
          "strongs": "H2708",
          "morph": "HC/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמְר֖וּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשׂ֥וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָֽ/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen samen één<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn voorschriften bewaren en die doen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> knecht David sal Coninck over hen zijn; ende sy sullen alle te samen eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> herder hebben: ende sy sullen in mijne rechten wandelen, ende mijne insettingen bewaren ende die doen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen een",
          "new": "samen één",
          "principe": "V374"
        },
        {
          "old": "inzettingen",
          "new": "voorschriften",
          "principe": "V76"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.",
      "text1637": "Ende sy sullen woonen in’t lant, dat ick mijnen knecht Iacob gegeven hebbe, daer in uwe vaders gewoont hebben: Ia daer in sullense woonen, sy ende hare kinderen, ende hare kints kinderen tot in eeuwicheyt, ende mijn knecht David sal haerlieder Vorst zijn tot in eeuwicheyt.",
      "text2026": "En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kleinkinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hun Vorst zijn tot in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָשְׁב֣וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֨תִּי֙",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עַבְדִּ֣/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/יַֽעֲקֹ֔ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יָֽשְׁבוּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ֖/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֲבֽוֹתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשְׁב֣וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֡י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "הֵ֠מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵי/הֶ֞ם",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵ֤י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "בְנֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֔ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/דָוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "עַבְדִּ֔/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נָשִׂ֥יא",
          "strongs": "H5387",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kleinkinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hun Vorst zijn tot in eeuwigheid.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende sy sullen woonen in’t lant, dat ick mijnen knecht Iacob gegeven hebbe, daer in uwe vaders gewoont hebben: Ia daer in sullense woonen, sy ende hare kinderen, ende hare kints kinderen tot in eeuwicheyt, ende mijn knecht David sal haerlieder Vorst zijn tot in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "kindskinderen",
          "new": "kleinkinderen",
          "principe": "V518"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.",
      "text1637": "Ende ick sal een [c] [49] verbont des vredes met hen maken: ’tsal een eeuwich verbont met hen zijn: ende ick salse [50] insetten, ende salse vermenichvuldigen: ende ick sal mijn [d] [51] heylichdom in’t midden van hen setten tot in eeuwicheyt.",
      "text2026": "En Ik zal een verbond van de vrede met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 verbond des vredes: Zie boven Ezech. 34:25. Ezechiël 34:25: En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.",
          "text1637": "Siet bov. 34.25.",
          "text2026": "49 verbond van de vrede: Zie boven Ez. 34:25. Ezechiël 34:25: En Ik zal een verbond van de vrede met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Inbrengen, plaatsen, endoen blijven en beklijven in mijne kerk. Hebreeuws, geven.",
          "text1637": "Inbrengen, plaetsen, ende doen blijven ende beklijven in mijne kercke. Hebr. geven.",
          "text2026": "Inbrengen, plaatsen, endoen blijven en beklijven in mijne kerk. Hebreeuws, geven."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Deze manier van spreken is genomen van den staat van het Oude Testament, [gelijk elders dikwijls] betekenende de genaderijke inwoning Gods onder en in zijne kerk, met zijn woord, Geest, gunst en zegen; zie Lev. 26:12; 1 Kor. 3:16; 2 Kor. 6:16; Ef. 2:21, 2:22; Openb. 21:3. Leviticus 26:12: En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn. 1 Korinthiërs 3:16: Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont? 2 Korinthiërs 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn. Efeziërs 2:21: Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; Efeziërs 2:22: Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. Openbaring 21:3: En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn.",
          "text1637": "Dese maniere van spreken is genomen van den staet des Ouden Testaments, (als elders dickwijls) beteeckenende de genadenrijcke inwooninge Godts onder ende in sijne kercke, met sijn woort, Geest, gunst, ende segen, siet Levit. 26.12. 1.Cor. 3.16. ende 2.Corint. 6.16. Eph. 2.21, 22. Apoc. 21.3.",
          "text2026": "Deze manier van spreken is genomen van de staat van het Oude Testament, [gelijk elders dikwijls] betekenende de genaderijke inwoning Gods onder en in zijne kerk, met zijn woord, Geest, gunst en zegen; zie Lev. 26:12; 1 Kor. 3:16; 2 Kor. 6:16; Ef. 2:21, 2:22; Openb. 21:3. Leviticus 26:12: En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en u zult Mij tot een volk zijn. 1 Korinthiërs 3:16: Weet u niet, dat u Gods tempel bent, en de Geest van God in u woont? 2 Korinthiërs 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel van God met de afgoden? Want u bent de tempel van de levenden Gods; zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn. Efeziërs 2:21: Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heer; Efeziërs 2:22: Op Welken ook u mee gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest. Openbaring 21:3: En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 89:4; Ezech. 34:25. Psalmen 89:4: Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Ezechiël 34:25: En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden.",
          "text1637": "Psal. 89.4. Ezech. 34.25.",
          "text2026": "Ps. 89:4; Ez. 34:25. Psalmen 89:4: Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Ezechiël 34:25: En Ik zal een verbond van de vrede met hen maken, en zal het boos gedierte uit het land doen ophouden; en zij zullen zeker wonen in de woestijn, en slapen in de wouden."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kor. 6:16. 2 Korinthiërs 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn.",
          "text1637": "2.Cor. 6.16.",
          "text2026": "2 Kor. 6:16. 2 Korinthiërs 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel van God met de afgoden? Want u bent de tempel van de levenden Gods; zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/כָרַתִּ֤י",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּרִ֣ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁל֔וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּרִ֥ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֖ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֑/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְתַתִּי/ם֙",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִרְבֵּיתִ֣י",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֧י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִקְדָּשִׁ֛/י",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָ֖/ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> verbond van de vrede met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Ende ick sal een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verbont des vredes met hen maken: ’tsal een eeuwich verbont met hen zijn: ende ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> insetten, ende salse vermenichvuldigen: ende ick sal mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> heylichdom in’t midden van hen setten tot in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des vredes",
          "new": "van de vrede",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
      "text1637": "Ende mijn Tabernakel sal by hen zijn, ende ick sal hen tot eenen [e] Godt zijn: ende sy sullen my tot een volck zijn.",
      "text2026": "En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 11:20; Ezech. 14:11. Ezechiël 11:20: Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. Ezechiël 14:11: Opdat het huis Israëls niet meer van achter Mij afdwale, en zij zich niet meer verontreinigen met al hun overtredingen; alsdan zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Ezech. 11.20. ende 14.11.",
          "text2026": "Ez. 11:20; Ez. 14:11. Ezechiël 11:20: Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelfde doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. Ezechiël 14:11: Opdat het huis van Israël niet meer van achter Mij afdwale, en zij zich niet meer verontreinigen met al hun overtredingen; alsdan zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, spreekt de Heer JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכָּנִ/י֙",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיִ֥יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֵֽ/אלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵ֖מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HC/Pp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָֽם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
      "text1637_html": "Ende mijn Tabernakel sal by hen zijn, ende ick sal hen tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Godt zijn: ende sy sullen my tot een volck zijn."
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israël heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.",
      "text1637": "Ende de heydenen sullen weten, dat ick de HEERE ben, die Israël [52] heylige: als mijn heylichdom in’t midden van hen sal zijn tot in eeuwicheyt.",
      "text2026": "En de heidenen zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, Die Israël heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 20:12. Ezechiël 20:12: Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik de HEERE ben, Die hen heilige.",
          "text1637": "Siet boven 20. op vers 12.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 20:12. Ezechiël 20:12: Daartoe ook gaf Ik hun Mijn sabbatten, om een teken te zijn tussen Mij en tussen hen, opdat zij zouden weten, dat Ik JAHWEH ben, Die hen heilige."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָֽדְעוּ֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֚י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מְקַדֵּ֖שׁ",
          "strongs": "H6942",
          "morph": "HVprmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/הְי֧וֹת",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "מִקְדָּשִׁ֛/י",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָ֖/ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En de heidenen zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, Die Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Ende de heydenen sullen weten, dat ick de HEERE ben, die Israël <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> heylige: als mijn heylichdom in’t midden van hen sal zijn tot in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Onder het gesichte vande opstandinge der dooden, versekert Godt sijn volck, dat hyse sekerlick uyt de gevanckenisse van Babel, daer sy nu als doode ende begravene waren, sal verlossen, ende in haer lant wederbrengen. vers 1, etc. propheteert voorts onder het teecken der t’samenvoeginge van twee houten, in eene hant, dat hy sijne algemeyne kercke uyt Ioden ende heydenen sal vergaderen ende vereenigen onder eenen Coninck ende Herder den Messia Iesu Christo, sijn eeuwich genaden verbont met haer maken, ende eeuwichlick onder haer woonen, 15, 16. etc.",
    "text2026": "Onder het visioen van de opstanding der doden verzekert God zijn volk dat Hij hen zeker uit de gevangenschap van Babel, waar zij nu als doden en begravenen waren, zal verlossen, en in hun land zal terugbrengen, vers 1, enz. Hij profeteert voorts, onder het teken van het samenvoegen van twee houten in één hand, dat Hij zijn algemene Kerk uit Joden en heidenen zal vergaderen en verenigen onder één Koning en Herder, de Messias Jezus Christus, zijn eeuwig genadeverbond met hen zal sluiten, en eeuwig onder hen zal wonen, 15, 16, enz."
  }
}
