{
  "number": 39,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!",
      "text1637": "VOorts ghy menschen kint, propheteert tegen Gog, ende segt; Soo seyt de Heere HEERE: Siet ick [1] [wil] aen u, ô Gog, hooft-vorst van Mesech ende Tubal.",
      "text2026": "Verder, u mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 wil aan u, o Gog: Zie boven Ezech. 38:2, 38:3. Ezechiël 38:2: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem, Ezechiël 38:3: En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!",
          "text1637": "Siet bov. 38.2, 3.",
          "text2026": "1 wil aan u, o Gog: Zie boven Ez. 38:2, 38:3. Ezechiël 38:2: Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, de hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem, Ezechiël 38:3: En zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zie, Ik wil aan u, o Gog, u hoofdvorst van Mesech en Tubal!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָם֙",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִנָּבֵ֣א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גּ֔וֹג",
          "strongs": "H1463",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָ֣מַרְתָּ֔",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֤י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "גּ֔וֹג",
          "strongs": "H1463",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נְשִׂ֕יא",
          "strongs": "H5387",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹ֖אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥שֶׁךְ",
          "strongs": "H4902",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/תֻבָֽל",
          "strongs": "H8422",
          "morph": "HC/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Verder, u mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!",
      "text1637_html": "VOorts ghy menschen kint, propheteert tegen Gog, ende segt; Soo seyt de Heere HEERE: Siet ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> [wil] aen u, ô Gog, hooft-vorst van Mesech ende Tubal.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts, gij",
          "new": "Verder, u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls.",
      "text1637": "Ende ick sal u [2] omwenden, ende eenen [3] ses- [a] haeck in u slaen, ende u optrecken uyt de zijden van’t Noorden: ende ick sal u brengen op de bergen Israëls.",
      "text2026": "En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen van Israël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Ezech. 38:4. Ezechiël 38:4: En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen;",
          "text1637": "Als boven 38.4.",
          "text2026": "Gelijk boven Ez. 38:4. Ezechiël 38:4: En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, samen met uw gehele legermacht, paarden en ruiteren, die allemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die allemaal zwaarden handelen;"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 zeshaak in u slaan: Hebreeuws eigenlijk alsof men zeide: Ik zal u zessen, dat verscheidenlijk wordt overgezet. Hetgeen hier in den tekst gesteld is, is genomen uit vergelijking met Ezech. 38:4; waar God zeide: Ik zal u omwenden en haken in uwe kaken, of kieuwen doen. Waarop Hij hier schijnt te willen zeggen: Ik zal u als met zes haken, of een zeshakigen haak, alzo vasthouden, voeren en omleiden naar mijnen wil, dat gij mij niet zult ontkomen, of buiten den cirkel mijner regering springen, maar uwe straf ontvangen ter plaatse, waarheen Ik u, als een veroordeelden misdadiger, zal voeren; gelijk men bij de heidenen wel gewoon was den misdadiger met een ingeslagen haak te voeren of voort te trekken. Sommigen vertalen het: Ik zal u zesvoudig straffen, te weten met de zes plagen, die Ezech. 38:22 verhaald zijn. Anders: Ik zal maar het zesde deel van u, of een deel van zessen overlaten, of, bij zessen slaan; of, Ik zal u zo behandelen, gelijk men den zesden [idem, tienden, twintigsten, enz.] van de gevangenis in den oorlog wel placht te doen, dat is, doden, enz. Ezechiël 38:4: En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen; Ezechiël 38:22: En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn.",
          "text1637": "Hebr. eygentl. als ofmen seyde: Ick sal u sessen: dat verscheydentlick wort overgesett. ’T gene hier inden Text gestelt is, is genomen uyt vergelijckinge met cap. 38.4. daer Godt seyde: Ick sal u omwenden ende haken in uwe kaken, ofte kuwen, doen. waerop hy hier schijnt te willen seggen, ick sal u als met ses haken, ofte eenen seshaeckigen haeck, alsoo vast houden, voeren ende omleyden nae mijnen wille, dat ghy my niet en sult ontkomen, ofte buyten den cirkel mijner regeringe springen, maer uwe straffe ontfangen ter plaetse, daer henen ick u, als eenen veroordeelden misdadigen, sal voeren: gelijckmen by den heydenen wel gewoon was de misdadige met eenen ingeslagenen haeck te voeren ofte voort te trecken. sommige vertalen’t: Ick sal u sesvoudich straffen, te weten, met de 6 plagen, die cap. 38.22. verhaelt zijn. Andere, Ick sal maer het seste deel van u, ofte, een deel van sessen over laten, ofte, by sessen slaen, ofte, ick sal u soo tracteren, gelijckmen den sesten (item, tienden, twintichsten, etc.) van de gevange inden oorloge wel pleecht te doen, dat is, dooden, etc.",
          "text2026": "3 zeshaak in u slaan: Hebreeuws eigenlijk alsof men zei: Ik zal u zessen, dat verscheidenlijk wordt overgezet. Wat hier in de tekst gesteld is, is genomen uit vergelijking met Ez. 38:4; waar God zei: Ik zal u omwenden en haken in uwe kaken, of kieuwen doen. Waarop Hij hier schijnt te willen zeggen: Ik zal u als met zes haken, of een zeshakigen haak, zo vasthouden, voeren en omleiden naar mijnen wil, dat u mij niet zult ontkomen, of buiten de cirkel mijner regering springen, maar uwe straf ontvangen ter plaatse, waarheen Ik u, als een veroordeelden misdadiger, zal voeren; gelijk men bij de heidenen wel gewoon was de misdadiger met een ingeslagen haak te voeren of voort te trekken. Sommigen vertalen het: Ik zal u zesvoudig straffen, te weten met de zes plagen, die Ez. 38:22 verhaald zijn. Anders: Ik zal maar het zesde deel van u, of een deel van zessen overlaten, of, bij zessen slaan; of, Ik zal u zo behandelen, gelijk men de zesde [idem, tiende, twintigsten, enz.] van de gevangenis in de oorlog wel placht te doen, dat is, doden, enz. Ezechiël 38:4: En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, samen met uw gehele legermacht, paarden en ruiteren, die allemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die allemaal zwaarden handelen; Ezechiël 38:22: En Ik zal met hem rechten, door pestilentie en door bloed; en Ik zal een overstelpenden plasregen, en grote hagelstenen, vuur en zwavel regenen op hem, en op zijn benden, en op de vele volken, die met hem zullen zijn."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 38:4. Ezechiël 38:4: En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, mitsgaders uw ganse heir, paarden en ruiteren, die altemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die altemaal zwaarden handelen;",
          "text1637": "Ezech. 38.4.",
          "text2026": "Ez. 38:4. Ezechiël 38:4: En Ik zal u omwenden, en haken in uw kaken leggen, en Ik zal u uitvoeren, samen met uw gehele legermacht, paarden en ruiteren, die allemaal volkomen wel gekleed zijn, een grote vergadering, met rondas en schild, die allemaal zwaarden handelen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שֹׁבַבְתִּ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Voq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׁשֵּׁאתִ֔י/ךָ",
          "strongs": "H8338",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַעֲלִיתִ֖י/ךָ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּרְכְּתֵ֣י",
          "strongs": "H3411",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "צָפ֑וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲבִאוֹתִ֖/ךָ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֥י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> omwenden, en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zeshaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen van Israël.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> omwenden, en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zeshaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israëls.",
      "text1637_html": "Ende ick sal u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> omwenden, ende eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> ses- <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> haeck in u slaen, ende u optrecken uyt de zijden van’t Noorden: ende ick sal u brengen op de bergen Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls.",
          "new": "van Israël.",
          "principe": "O26"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.",
      "text1637": "Maer ick sal uwen [4] boge uyt uwe slincker-hant slaen: ende ick sal uwe pijlen uyt uwe rechterhant doen vallen.",
      "text2026": "Maar Ik zal uw boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 boog uit uw linkerhand slaan: Dat is, Ik zal u alle krijgsmacht en moed benemen, uwe wapenen verijdelen, of u als ontwapenen, en alzo voor uwen vijand vellen.",
          "text1637": "Dat is, ick sal u alle krijchs-macht ende moet benemen, uwe wapenen verydelen, ofte u als ontwapenen, ende alsoo voor uwen vyant vellen.",
          "text2026": "4 boog uit uw linkerhand slaan: Dat is, Ik zal u alle krijgsmacht en moed benemen, uwe wapenen verijdelen, of u als ontwapenen, en zo voor uw vijand vellen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִכֵּיתִ֥י",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "קַשְׁתְּ/ךָ֖",
          "strongs": "H7198",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שְׂמֹאולֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8040",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/חִצֶּ֕י/ךָ",
          "strongs": "H2671",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֥ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְמִינְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אַפִּֽיל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVhi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar Ik zal uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar Ik zal uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> boog uit uw linkerhand slaan, en Ik zal uw pijlen uit uw rechterhand doen vallen.",
      "text1637_html": "Maer ick sal uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> boge uyt uwe slincker-hant slaen: ende ick sal uwe pijlen uyt uwe rechterhant doen vallen."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven.",
      "text1637": "Op de bergen Israëls sult ghy [5] vallen; ghy, ende alle uwe benden, ende de volcken die met u zijn: Ick heb u den [6] roof-vogelen, den gevogelte van [7] allen vleugel, ende den gedierte des velts [b] ter spijse gegeven.",
      "text2026": "Op de bergen van Israël zult u vallen, u en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van alle vleugel, en aan het gedierte van het veld tot voedsel gegeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, liggen, gelijk elders.",
          "text1637": "Ofte, liggen, als elders.",
          "text2026": "Of, liggen, gelijk elders."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, roofvogel.",
          "text1637": "Hebr. roof-vogel.",
          "text2026": "Hebreeuws, roofvogel."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 allen vleugel: Dat is, allerlei, gelijk onder vers 17. Ezechiël 39:17: Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed.",
          "text1637": "D. allerley, als onder vers 17.",
          "text2026": "7 allen vleugel: Dat is, allerlei, gelijk onder vers 17. Ezechiël 39:17: U dan, mensenkind! zo zegt de Heer JAHWEH: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte van het veld: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 33:27. Ezechiël 33:27: Alzo zult gij tot hen zeggen: De Heere HEERE zegt alzo: Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven!",
          "text1637": "Ezech. 33.27.",
          "text2026": "Ez. 33:27. Ezechiël 33:27: Zo zult u tot hen zeggen: De Heer JAHWEH zegt zo: Zo waarachtig als Ik leef, als niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet die, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֨י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֜ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תִּפּ֗וֹל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אַתָּה֙",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲגַפֶּ֔י/ךָ",
          "strongs": "H102",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַמִּ֖ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אִתָּ֑/ךְ",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵ֨יט",
          "strongs": "H5861",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צִפּ֧וֹר",
          "strongs": "H6833",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כָּנָ֛ף",
          "strongs": "H3671",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַיַּ֥ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֖ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נְתַתִּ֥י/ךָ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָכְלָֽה",
          "strongs": "H402",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Op de bergen van Israël zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vallen, u en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> roofvogelen, aan het gevogelte van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> alle vleugel, en aan het gedierte van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> veld tot voedsel gegeven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Op de bergen Israëls zult gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> roofvogelen, aan het gevogelte van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> allen vleugel, en aan het gedierte des velds<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ter spijze gegeven.",
      "text1637_html": "Op de bergen Israëls sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vallen; ghy, ende alle uwe benden, ende de volcken die met u zijn: Ick heb u den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> roof-vogelen, den gevogelte van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> allen vleugel, ende den gedierte des velts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ter spijse gegeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": "O26"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des velds ter spijze",
          "new": "van het veld tot voedsel",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Op het open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Op het [8] open velt sult ghy vallen: want Ick hebbet gesproken, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Op het open veld zult u vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 open veld zult gij vallen: Hebreeuws, aangezicht des velds.",
          "text1637": "Hebr. aengesichte des velts.",
          "text2026": "8 open veld zult u vallen: Hebreeuws, aangezicht van het veld (פְּנֵי)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֖ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּפּ֑וֹל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֚י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִבַּ֔רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Op het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> open veld zult u vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Op het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> open veld zult gij vallen; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Op het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> open velt sult ghy vallen: want Ick hebbet gesproken, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637": "Ende ick sal een [9] vyer senden in Magog, ende onder de gene die inde [10] eylanden seker woonen: ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "text2026": "En Ik zal een vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker wonen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 eilanden zeker wonen: Zie Ps. 72:10. Psalmen 72:10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren.",
          "text1637": "Siet Psal. 72. op vers 10.",
          "text2026": "10 eilanden zeker wonen: Zie Ps. 72:10. Psalmen 72:10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 vuur zenden in Magog: Van den oorlog, de plagen en ellenden, voortkomende uit het vuur van mijn toorn, boven Ezech. 38:18, 38:19. Zie Amos 1:4, enz. Ezechiël 38:18: Maar het zal geschieden te dien dage, ten dage als Gog tegen het land Israëls zal aankomen, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen. Ezechiël 38:19: Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur Mijner verbolgenheid: Zo er niet, te dien dage, een groot beven zal zijn in het land Israëls! Amos 1:4: Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazaël zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren.",
          "text1637": "Der oorloge, plagen ende elenden, voortkomende uyt het vyer mijnes toorns. boven 38.18, 19. Siet Amos 1.4. etc.",
          "text2026": "9 vuur zenden in Magog: Van de oorlog, de plagen en ellenden, voortkomende uit het vuur van mijn toorn, boven Ez. 38:18, 38:19. Zie Amos 1:4, enz. Ezechiël 38:18: Maar het zal gebeuren op die dag, op de dag als Gog tegen het land van Israël zal aankomen, spreekt de Heer JAHWEH, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen. Ezechiël 38:19: Want Ik heb gesproken in Mijn ijver, in het vuur Mijner toorn: Zo er niet, op die dag, een groot beven zal zijn in het land van Israël! Amos 1:4: Daarom zal Ik een vuur in het huis van Hazaël zenden, dat zal de paleizen van Benhadad verteren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שִׁלַּחְתִּי",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מָג֔וֹג",
          "strongs": "H4031",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/יֹשְׁבֵ֥י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/R/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִיִּ֖ים",
          "strongs": "H339",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֶ֑טַח",
          "strongs": "H983",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> wonen; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> vuur zenden in Magog, en onder degenen, die in de eilanden zeker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> wonen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.",
      "text1637_html": "Ende ick sal een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> vyer senden in Magog, ende onder de gene die inde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> eylanden seker woonen: ende sy sullen weten dat ick de HEERE ben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël.",
      "text1637": "Ende ick sal mijnen [11] heyligen naem in’t midden mijns volcks Israëls bekent maken; ende en sal mijnen heyligen naem niet meer laten [12] ontheyligen: ende de heydenen sullen weten dat ick de HEERE ben, de Heylige in Israël.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn heilige Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heilige Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, de Heilige in Israël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 heiligen Naam: Hebreeuws, naam mijner heiligheid, alzo in het volgende, dat is, mijzelven met mijne macht, gerechtigheid, goedheid, heerlijkheid, enz.",
          "text1637": "Hebr. naem mijner heylicheyt. alsoo in’t volgende. D. my selfs, met mijne macht, gerechticheyt, goetheyt, heerlickheyt, etc.",
          "text2026": "11 heilige Naam: Hebreeuws, naam mijner heiligheid, zo in het volgende, dat is, mijzelf met mijne macht, gerechtigheid, goedheid, heerlijkheid, enz (שֵׁם)."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Lev. 18:21; boven Ezech. 20:9. Leviticus 18:21: En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE! Ezechiël 20:9: Doch Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen der heidenen, in welker midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor derzelver ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren.",
          "text1637": "Siet Levit. 18. op vers 21. ende boven 20.9.",
          "text2026": "Zie Lev. 18:21; boven Ez. 20:9. Leviticus 18:21: En van uw zaad zult u niet geven, om voor de Molech door het vuur te doen gaan; en de Naam uws Gods zult u niet ontheiligen; Ik ben JAHWEH! Ezechiël 20:9: Maar Ik deed het om Mijns Naams wil, opdat hij niet ontheiligd wierde voor de ogen van de heidenen, in van wie midden zij waren; aan welke Ik Mij, voor van hen ogen, bekend gemaakt heb, om hen uit Egypteland uit te voeren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֨ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשִׁ֜/י",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹדִ֗יעַ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹךְ֙",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֣/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אַחֵ֥ל",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שֵׁם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשִׁ֖/י",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "ע֑וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֤וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִם֙",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "קָד֖וֹשׁ",
          "strongs": "H6918",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heilige Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heilige Naam niet meer laten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, de Heilige in Israël.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekend maken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ontheiligen; en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël.",
      "text1637_html": "Ende ick sal mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heyligen naem in’t midden mijns volcks Israëls bekent maken; en<i>de</i> en sal mijnen heyligen naem niet meer laten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ontheyligen: ende de heydenen sullen weten dat ick de HEERE ben, de Heylige in Israël.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "heiligen",
          "new": "heilige",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "heiligen",
          "new": "heilige",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Ziet, het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.",
      "text1637": "Siet [13] het komt ende sal geschieden, spreeckt de Heere HEERE: Dit is de dach, [van] welcken ick gesproken hebbe.",
      "text2026": "Zie, het komt en zal gebeuren, spreekt Adonai JAHWEH; dit is de dag, waarvan Ik gesproken heb.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 het komt en zal geschieden: Zekerlijk, zonder feil, zal dit alles vervuld worden.",
          "text1637": "Sekerlick, sonder feyl, sal dit alles vervult worden.",
          "text2026": "13 het komt en zal gebeuren: Zekerlijk, zonder fout, zal dit alles vervuld worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנֵּ֤ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "בָאָה֙",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִֽהְיָ֔תָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/VNq3fs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֑ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ה֥וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֖וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּֽרְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> het komt en zal gebeuren, spreekt Adonai JAHWEH; dit is de dag, waarvan Ik gesproken heb.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> het komt en zal geschieden, spreekt de Heere HEERE; dit is de dag, van welken Ik gesproken heb.",
      "text1637_html": "Siet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> het komt ende sal geschieden, spreeckt de Heere HEERE: Dit is de dach, [van] welcken ick gesproken hebbe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE;",
          "new": "Adonai JAHWEH;",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "van welken",
          "new": "waarvan",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En de inwoners der steden Israëls zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;",
      "text1637": "Ende de inwoonders der steden Israels sullen [14] uytgaen, ende [15] [vyer] stoken ende branden vande wapenen, soo [van] [16] schilden als rondassen, van bogen ende van pijlen, soo van hant- [17] stocken, als van spiessen: ende sy sullen daer van vyer stoken seven jaren.",
      "text2026": "En de inwoners van de steden van Israël zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als grote schilden, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van speren; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om den buit der verslagenen te verzamelen.",
          "text1637": "Om den buyt der verslagenen te versamelen.",
          "text2026": "Om de buit van de verslagenen te verzamelen."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 vuur stoken en branden: Dit is hier ingevoegd uit het volgende, en men moet dit lange branden en vuur stoken, alsook de volgende grote ruimte van de plaats der begrafenis voor Gog en zijn hoop, idem de moeite en langen tijd van het begraven, nemen als een figuurlijke afmaling van de grootheid en verschrikkelijkheid der nederlaag.",
          "text1637": "Dit is hier ingevoecht uyt het volgende. ende moetmen dit lange branden ende vyerstoocken, als oock de volgende groote ruymte vande plaetse der begraeffenisse voor Gog ende sijnen hoop, item de moeyte ende langen tijt van’t begraven, nemen als eene figuerlicke afmalinge van de grootheyt ende schricklickheyt der nederlage.",
          "text2026": "15 vuur stoken en branden: Dit is hier ingevoegd uit het volgende, en men moet dit lange branden en vuur stoken, alsook de volgende grote ruimte van de plaats van de begrafenis voor Gog en zijn hoop, idem de moeite en langen tijd van het begraven, nemen als een figuurlijke afmaling van de grootheid en verschrikkelijkheid van de nederlaag."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 schilden als rondassen: Hebreeuws, schild, rondas, enz. in het getal van één.",
          "text1637": "Hebr. schildt, rondasse, etc. in’t getal van eenen.",
          "text2026": "16 schilden als rondassen: Hebreeuws, schild, rondas, enz. in het getal van één."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 handstokken als van spiesen: Of, slangen.",
          "text1637": "Ofte, stangen.",
          "text2026": "17 handstokken als van spiesen: Of, slangen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְֽ/יָצְא֞וּ",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֣י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "עָרֵ֣י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בִעֲר֡וּ",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HC/Vpq3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ֠/הִשִּׂיקוּ",
          "strongs": "H5400",
          "morph": "HC/Vhq3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נֶ֨שֶׁק",
          "strongs": "H5402",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָגֵ֤ן",
          "strongs": "H4043",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/צִנָּה֙",
          "strongs": "H6793",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קֶ֣שֶׁת",
          "strongs": "H7198",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/חִצִּ֔ים",
          "strongs": "H2671",
          "morph": "HC/R/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/מַקֵּ֥ל",
          "strongs": "H4731",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יָ֖ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/רֹ֑מַח",
          "strongs": "H7420",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בִעֲר֥וּ",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HC/Vpq3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ/הֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֥בַע",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנִֽים",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de inwoners van de steden van Israël zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> uitgaan, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> vuur stoken en branden van de wapenen, zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> van schilden als grote schilden, van bogen en van pijlen, zo van handstokken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als van speren; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;",
      "textSV1888_html": "En de inwoners der steden Israëls zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> uitgaan, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> vuur stoken en branden van de wapenen, zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren;",
      "text1637_html": "En<i>de</i> de inwoonders der steden Israels sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> uytgaen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> [vyer] stoken en<i>de</i> branden vande wapene<i>n</i>, soo [van] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> schilden als rondassen, van bogen ende van pijlen, soo van hant- <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> stocke<i>n</i>, als van spiessen: en<i>de</i> sy sullen daer van vyer stoken seven jaren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "rondassen,",
          "new": "grote schilden,",
          "principe": "V1236"
        },
        {
          "old": "spiesen;",
          "new": "speren;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "So datse geen hout uyt het velt en sullen dragen, nochte uyt de wouden houwen, maer van de wapenen vyer stoken: ende sy sullen berooven de gene die haer berooft hadden, ende plunderen die haer geplundert hadden, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂא֨וּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עֵצִ֜ים",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֗ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יַחְטְבוּ֙",
          "strongs": "H2404",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְּעָרִ֔ים",
          "strongs": "H3293",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בַ/נֶּ֖שֶׁק",
          "strongs": "H5402",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְבַֽעֲרוּ",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁלְל֣וּ",
          "strongs": "H7997",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שֹׁלְלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H7997",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָֽזְזוּ֙",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֣זְזֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zodat zij geen hout uit het veld zullen dragen, noch uit de wouden houwen, maar van de wapenen vuur stoken; en zij zullen beroven degenen, die hen beroofd hadden, en plunderen, die hen geplunderd hadden, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "text1637_html": "So datse geen hout uyt het velt en sullen dragen, nochte uyt de wouden houwen, maer van de wapenen vyer stoken: ende sy sulle<i>n</i> berooven de gene die haer berooft hadden, en<i>de</i> plundere<i>n</i> die haer geplundert hadden, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israël zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.",
      "text1637": "Ende ’tsal te dien dage geschieden, dat ick den Gog aldaer eene graf-stede in Israël sal geven, het [18] dal der doorgangers nae’t oosten der zee; ende dat selve sal den doorgangers [de [19] neuse] stoppen: ende aldaer sullen sy begraven, den Gog, ende sijne gantsche menichte, ende sullen’t noemen, [20] Het Dal van Gogs menichte.",
      "text2026": "En het zal op die dag gebeuren, dat Ik aan Gog daar een grafstede in Israël zal geven, het dal van de doorgangers naar het oosten van de zee; en dat zal de doorgangers de neus stoppen; en daar zullen zij begraven Gog en zijn hele menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 dal der doorgangers: Van deze plaats wordt nergens meer in de Heilige Schrift vermeld. Enigen menen dat de naam aan deze plaats gegeven is van de doorgangers, onder vers 14, 39:15, of het kan ene vallei geweest zijn, waar de gewone pas was langs de zee Cinnereth, of Gennesareth, naar Syrië, enz., in het noordoosten; of bij de Dode zee naar Egypte, Arabië, enz. in het zuidoosten van Kanaän. De lezer kan hiermede vergelijken Joël. 2:20. Sommigen verstaan de laagten in Gilead in het oosten over de Jordaan, waar de kooplieden veel doorreisden en handelden; zie Gen. 37:25. Ezechiël 39:14: Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen. Ezechiël 39:15: En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte. Joël 2:20: En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.",
          "text1637": "Van dese plaetse wort nergens meer in de H. Schrift vermeldt. eenige meynen dat de naem deser plaetse gegeven is vande doorgangers. ond. versen 14, 15. ofte, het kan eene valleye geweest zijn, daer den ordinaren pas was langs de zee Kinnereth, oft Genesareth, nae Syrien, etc. in’t noord-oost: ofte, by de doode zee nae Egypten, Arabien, etc. in’t suydoost van Canaan. De leser kan hier mede vergelijcken Ioel 2.20. Sommige verstaen de leechten in Gilead in’t oosten over de Iordane, daer de kooplieden veel door-reysden, ende handelden. siet Gen. 37.25.",
          "text2026": "18 dal van de doorgangers: Van deze plaats wordt nergens meer in de Heilige Schrift vermeld. Enige menen dat de naam aan deze plaats gegeven is van de doorgangers, onder vers 14, 39:15, of het kan ene vallei geweest zijn, waar de gewone pas was langs de zee Cinnereth, of Gennesareth, naar Syrië, enz., in het noordoosten; of bij de Dode zee naar Egypte, Arabië, enz. in het zuidoosten van Kanaän. De lezer kan hiermede vergelijken Joël. 2:20. Sommigen verstaan de laagten in Gilead in het oosten over de Jordaan, waar de kooplieden veel doorreisden en handelden; zie Gen. 37:25. Ezechiël 39:14: Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op de aardbodem zijn overgelaten, om die te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen. Ezechiël 39:15: En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelfde zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte. Joël 2:20: En Ik zal die van het noorden verre van u doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kamelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 den neus stoppen: Neus en mond, vanwege den stank of sterken reuk; vergelijk Joël 2:20. Anders, [dan pas, of het gezicht] stoppen, sluiten, vanwege de menigte der doden; of [gelijk sommigen] den mond stoppen, zodat zij Israël niet meer in het doorgaan zouden bespotten. Joël 2:20: En Ik zal dien van het noorden verre van ulieden doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan.",
          "text1637": "Neuse ende mont, van wegen den stanck ofte stercken reuck. Vergel. Ioel 2.20. and. [den pas, ofte, ’tgesichte] stoppen, sluyten, van wegen de menichte der dooden: ofte (als sommige) den mont stoppen, so datse Israel niet meer in’t doorgaen en souden bespotten.",
          "text2026": "19 de neus stoppen: Neus en mond, vanwege de stank of sterken reuk; vergelijk Joël 2:20. Anders, [dan pas, of het gezicht] stoppen, sluiten, vanwege de menigte van de doden; of [gelijk sommigen] de mond stoppen, zodat zij Israël niet meer in het doorgaan zouden bespotten. Joël 2:20: En Ik zal die van het noorden verre van u doen vertrekken, en hem wegdrijven in een dor en woest land, zijn aangezicht naar de Oostzee, en zijn einde naar de achterste zee; en zijn stank zal opgaan, en zijn vuiligheid zal opgaan; want hij heeft grote dingen gedaan."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 Het dal van Gogs menigte: Hebreeuws, Ge Hamon Gog.",
          "text1637": "Hebr. Ge Hamon Gog.",
          "text2026": "20 Het dal van Gogs menigte: Hebreeuws, Ge Hamon Gog."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֡וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/גוֹג֩",
          "strongs": "H1463",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מְקֽוֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֨ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "קֶ֜בֶר",
          "strongs": "H6913",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "גֵּ֤י",
          "strongs": "H1516",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹֽבְרִים֙",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "קִדְמַ֣ת",
          "strongs": "H6926",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֔ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֹסֶ֥מֶת",
          "strongs": "H2629",
          "morph": "HC/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "הִ֖יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹֽבְרִ֑ים",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָ֣בְרוּ",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֗ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "גּוֹג֙",
          "strongs": "H1463",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הֲמוֹנֹ֔/ה",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָ֣רְא֔וּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "גֵּ֖יא",
          "strongs": "H1516",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הֲמ֥וֹן",
          "strongs": "H1996",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גּֽוֹג",
          "strongs": "H1996",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het zal op die dag gebeuren, dat Ik aan Gog daar een grafstede in Israël zal geven, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dal van de doorgangers naar het oosten van de zee; en dat zal de doorgangers de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> neus stoppen; en daar zullen zij begraven Gog en zijn hele menigte, en zullen het noemen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Het dal van Gogs menigte.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israël zal geven, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Het dal van Gogs menigte.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> ’tsal te dien dage geschieden, dat ick den Gog aldaer eene graf-stede in Israël sal geven, het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dal der doorgangers nae’t oosten der zee; ende dat selve sal den doorgangers [de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> neuse] stoppen: ende aldaer sullen sy begraven, den Gog, ende sijne gantsche menichte, ende sullen’t noemen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Het Dal van Gogs menichte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te dien dage geschieden,",
          "new": "op die dag gebeuren,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "datzelve",
          "new": "dat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Het huis Israëls nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.",
      "text1637": "Het huys Israëls nu [21] salse begraven, om het lant te [22] reynigen: seven maenden [lanck].",
      "text2026": "Het huis van Israël nu zal hen begraven, om het land te reinigen, zeven maanden lang.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 zal hen begraven: Hebreeuws, zullen zij.",
          "text1637": "Hebr. sullense.",
          "text2026": "21 zal hen begraven: Hebreeuws, zullen zij."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van de dode lichamen, die naar de wet der ceremoniën de aarde verontreinigden en daarom begraven moesten worden. Zie Deut. 21:23. Deuteronomium 21:23: Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.",
          "text1637": "Van de doode lichamen, die nae de wet der ceremonien d’aerde verontreynichden, ende daerom begraven moesten worden. Siet Deut. 21.23.",
          "text2026": "Van de dode lichamen, die naar de wet van de ceremoniën de aarde verontreinigden en daarom begraven moesten worden. Zie Deut. 21:23. Deuteronomium 21:23: Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar u zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is voor God een vloek. Zo zult u uw land niet verontreinigen, dat u JAHWEH, uw God, ten erve geeft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/קְבָרוּ/ם֙",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֖עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "טַהֵ֣ר",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HVpc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְעָ֖ה",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "חֳדָשִֽׁים",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het huis van Israël nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zal hen begraven, om het land te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> reinigen, zeven maanden lang.",
      "textSV1888_html": "Het huis Israëls nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zal hen begraven, om het land te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> reinigen, zeven maanden lang.",
      "text1637_html": "Het huys Israëls nu <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> salse begraven, om het lant te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> reynigen: seven maenden [lanck].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Ja, al het volk des lands zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, ten dage als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ia al ’t volck des lants [23] sal begraven, ende ’tsal hen tot eenen [24] name zijn: ten dage als ick sal [25] verheerlickt zijn, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Ja, al het volk van het land zal begraven, en het zal hun tot een naam zijn, op de dag als Ik zal verheerlijkt zijn, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 zal begraven: Hebreeuws, zullen.",
          "text1637": "Hebr. sullen.",
          "text2026": "23 zal begraven: Hebreeuws, zullen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 naam zijn: Dat is, roem en eer. Vergelijk boven Ezech. 34:29, en de aantekening aldaar. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen.",
          "text1637": "D. roem ende eere. Vergel. bov. 34.29. ende d’aent. aldaer.",
          "text2026": "24 naam zijn: Dat is, roem en eer. Vergelijk boven Ez. 34:29, en de aantekening daar. Ezechiël 34:29: En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en de smaad van de heidenen niet meer dragen."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 verheerlijkt zijn: Of, mij zal verheerlijkt hebben; te weten door mijn oordeel over deze vijanden mijner kerk.",
          "text1637": "Ofte, my sal vereerlickt hebben: T.w. door mijn oordeel over dese vyanden mijner kercke.",
          "text2026": "25 verheerlijkt zijn: Of, mij zal verheerlijkt hebben; te weten door mijn oordeel over deze vijanden mijner kerk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/קָֽבְרוּ֙",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/שֵׁ֑ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "י֚וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הִכָּ֣בְדִ֔/י",
          "strongs": "H3513",
          "morph": "HVNc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ja, al het volk van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> land zal begraven, en het zal hun tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> naam zijn, op de dag als Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> verheerlijkt zijn, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ja, al het volk des lands<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zal begraven, en het zal hun tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> naam zijn, ten dage als Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> verheerlijkt zijn, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Ia al ’t volck des lants <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sal begraven, ende ’tsal hen tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> name zijn: ten dage als ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> verheerlickt zijn, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des lands",
          "new": "van het land",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "ten dage",
          "new": "op de dag",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.",
      "text1637": "Oock sullense [26] mannen [27] uytscheyden, die gestadich door ’t lant doorgaen, [ende] doodengravers met de doorgangangers, [om te begraven] de gene die op den [28] aerdbodem zijn overgelaten, om dien te reynigen: ten eynde van seven maenden sullense ondersoeck doen.",
      "text2026": "Ook zullen zij mannen uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op de aardbodem zijn overgelaten, om die te reinigen; na verloop van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, mannen, of lieden der gestadigheid, of gedurigheid; dat is, die steeds rondom in het land trekken, om orde te stellen op de begraving van allen, die hier of daar mogen zijn overgebleven, na de algemene begrafenis der zeven maanden, gelijk volgt.",
          "text1637": "Hebr. mannen, ofte, lieden der gestadicheyt, ofte, geduericheyt, D. die steets rontomme in’t lant trecken, om ordre te stellen op de begravinge van alle die hier ofte daer mogen zijn overgebleven, na de gemeyne begraeffenisse der seven maenden, als volcht.",
          "text2026": "Hebreeuws, mannen, of mensen van de gestadigheid, of gedurigheid; dat is, die steeds rondom in het land trekken, om orde te stellen op de begraving van allen, die hier of daar mogen zijn overgebleven, na de algemene begrafenis van de zeven maanden, gelijk volgt."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Want zij waren naar de wet onrein, die met doden te doen hadden; Num. 19:11, enz. Numeri 19:11: Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn.",
          "text1637": "Wantse nae de wet onreyn waren, die met doode te doen hadden. Num. 19.11. etc.",
          "text2026": "Want zij waren naar de wet onrein, die met doden te doen hadden; Num. 19:11, enz. Numeri 19:11: Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 aardbodem zijn overgelaten: Anders: die met de doorgangers begraven degenen, die op den aardbodem zijn overgelaten; verstaande dat zij ook den reizenden man daartoe mede zouden gebruiken, bij gelegenheid.",
          "text1637": "And. die met de doorgangers begraven de gene die op den aerd-bodem zijn overgelaten: verstaende, datse oock den reysenden man daer toe mede souden gebruycken, by occasie.",
          "text2026": "28 aardbodem zijn overgelaten: Anders: die met de doorgangers begraven degenen, die op de aardbodem zijn overgelaten; verstaande dat zij ook de reizenden man daartoe mee zouden gebruiken, bij gelegenheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַנְשֵׁ֨י",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "תָמִ֤יד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַבְדִּ֨ילוּ֙",
          "strongs": "H914",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "עֹבְרִ֣ים",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מְקַבְּרִ֣ים",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HVprmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹבְרִ֗ים",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/נּוֹתָרִ֛ים",
          "strongs": "H3498",
          "morph": "HTd/VNrmpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/טַֽהֲרָ֑/הּ",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HR/Vpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/קְצֵ֥ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְעָֽה",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "חֳדָשִׁ֖ים",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יַחְקֹֽרוּ",
          "strongs": "H2713",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zij mannen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> aardbodem zijn overgelaten, om die te reinigen; na verloop van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.",
      "textSV1888_html": "Ook zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zij mannen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> uitscheiden, die gestadig door het land doorgaan, en doodgravers met de doorgangers, om te begraven degenen, die op den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> aardbodem zijn overgelaten, om dien te reinigen; ten einde van zeven maanden zullen zij onderzoek doen.",
      "text1637_html": "Oock sullense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> mannen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> uytscheyden, die gestadich door ’t lant doorgaen, [ende] doodengravers met de doorgangangers, [om te begraven] de gene die op den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> aerdbodem zijn overgelaten, om dien te reynigen: ten eynde van seven maenden sullense ondersoeck doen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "ten einde",
          "new": "na verloop",
          "principe": "V1202"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.",
      "text1637": "Ende dese doorgangers sullen door het lant doorgaen; ende [als [29] yemant] een menschen-been siet, so sal hy een merckteecken daer by [30] oprichten: tot dat de doodengravers het selve sullen hebben begraven in’t Dal van Gogs menichte.",
      "text2026": "En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij oprichten; totdat de doodgravers het zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 en als iemand een mensenbeen ziet: Hebreeuws, en hij ziet; dat is, [in zulke samenvoeging van woorden] als iemand, of een van hen ziet, enz. Anders: en de doorgangers, die door het land doorgaan, als iemand van hen, enz., zo zal hij, enz.",
          "text1637": "Hebr. ende hy siet, Dat is, (in sulcke t’samenvoeginge van woorden) als yemant, ofte, een van hen siet etc. and. ende de doorgangers die door’t lant doorgaen, als yemant van hen, etc.",
          "text2026": "29 en als iemand een mensenbeen ziet: Hebreeuws, en hij ziet; dat is, [in zulke samenvoeging van woorden] als iemand, of één van hen ziet, enz. Anders: en de doorgangers, die door het land doorgaan, als iemand van hen, enz., zo zal hij, enz."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, bouwen; opdat de doodgravers dat ziende, het voorzegde been mogen begraven.",
          "text1637": "Hebr. bouwen: op dat de dootgravers dat siende, het voorseyde been mogen begraven.",
          "text2026": "Hebreeuws, bouwen (בָנָה); opdat de doodgravers dat ziende, het voorzegde been mogen begraven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עָבְר֤וּ",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹֽבְרִים֙",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רָאָה֙",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "עֶ֣צֶם",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֔ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָנָ֥ה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶצְל֖/וֹ",
          "strongs": "H681",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "צִיּ֑וּן",
          "strongs": "H6725",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "קָבְר֤וּ",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֹת/וֹ֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מְקַבְּרִ֔ים",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HTd/Vprmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גֵּ֖יא",
          "strongs": "H1516",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הֲמ֥וֹן",
          "strongs": "H1996",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גּֽוֹג",
          "strongs": "H1996",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> oprichten; totdat de doodgravers het zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.",
      "textSV1888_html": "En deze doorgangers zullen door het land doorgaan, en als iemand een mensenbeen ziet, zo zal hij een merkteken daarbij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> oprichten; totdat de doodgravers hetzelve zullen hebben begraven in het dal van Gogs menigte.",
      "text1637_html": "Ende dese doorgangers sullen door het lant doorgaen; ende [als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> yemant] een menschen-been siet, so sal hy een merckteecken daer by <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> oprichten: tot dat de doodengravers het selve sullen hebben begraven in’t Dal van Gogs menichte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hetzelve",
          "new": "het",
          "principe": "O4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Ook zo zal de naam der stad Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.",
      "text1637": "Oock so sal de naem der [31] stadt, [32] Hamona, zijn: Also sullen sy het lant reynigen.",
      "text2026": "Ook zo zal de naam van de stad Hamona zijn. Zo zullen zij het land reinigen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die in of aan dat dal zal gelegen zijn, waarin de begravers, gedurende dien tijd, bijeenkwamen. Anders: de stad [Jeruzalem] zal een naam [hebben] van de menigte; te weten van deze verslagenen.",
          "text1637": "Die in ofte aen dat dal sal gelegen zijn, daer in de begravers, geduerende dien tijt, by een quamen. and. de stadt (Ierusalem) sal eenen naem [hebben] van de menichte, T.w. deser verslagenen.",
          "text2026": "Die in of aan dat dal zal gelegen zijn, waarin de begravers, gedurende die tijd, bijeenkwamen. Anders: de stad [Jeruzalem] zal een naam [hebben] van de menigte; te weten van deze verslagenen."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 Hamona zijn: Dat is, menigte, gelijk boven vers 11. Ezechiël 39:11: En het zal te dien dage geschieden, dat Ik aan Gog aldaar een grafstede in Israël zal geven, het dal der doorgangers naar het oosten der zee; en datzelve zal den doorgangers den neus stoppen; en aldaar zullen zij begraven Gog en zijn ganse menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte.",
          "text1637": "D. menichte, als bov. vers 11.",
          "text2026": "32 Hamona zijn: Dat is, menigte, gelijk boven vers 11. Ezechiël 39:11: En het zal op die dag gebeuren, dat Ik aan Gog daar een grafstede in Israël zal geven, het dal van de doorgangers naar het oosten van de zee; en datzelve zal de doorgangers de neus stoppen; en daar zullen zij begraven Gog en zijn gehele menigte, en zullen het noemen: Het dal van Gogs menigte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/גַ֥ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "שֶׁם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עִ֛יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הֲמוֹנָ֖ה",
          "strongs": "H1997",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/טִהֲר֥וּ",
          "strongs": "H2891",
          "morph": "HC/Vpq3cp"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook zo zal de naam van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> stad Hamona zijn. Zo zullen zij het land reinigen.",
      "textSV1888_html": "Ook zo zal de naam der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> stad<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Hamona zijn. Alzo zullen zij het land reinigen.",
      "text1637_html": "Oock so sal de naem der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> stadt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Hamona, zijn: Also sullen sy het lant reynige<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed.",
      "text1637": "Ghy dan, menschen kint, soo seyt de Heere HEERE; Segt tot het gevogelte van [33] allen vleugel, ende tot al ’tgedierte des velts; vergadert u ende komet aen, versamelt u van rontomme, tot mijn [34] Slachtoffer, dat ick voor u geslacht hebbe, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls: ende etet vleesch, ende drincket bloet.",
      "text2026": "U dan, mensenkind! zo zegt Adonai JAHWEH: Zeg tot het gevogelte van alle vleugel, en tot al het gedierte van het veld: Verzamel u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen van Israël, en eet vlees, en drinkt bloed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 allen vleugel: Dat is, allerlei; gelijk boven vers 4. Dit dient al wijder tot afbeelding van deze grote nederlaag. Vergelijk boven vers 9, en voorts Jes. 18:6; Jer. 12:9, enz. Ezechiël 39:4: Op de bergen Israëls zult gij vallen, gij en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte des velds ter spijze gegeven. Ezechiël 39:9: En de inwoners der steden Israëls zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; Jesaja 18:6: Zij zullen te zamen gelaten worden den roofvogelen der bergen, en den dieren der aarde; en de roofvogelen zullen op hen overzomeren, en alle dieren der aarde zullen daarop overwinteren. Jeremia 12:9: Mijn erfenis is Mij een gesprenkelde vogel; de vogelen zijn rondom tegen haar; komt aan, verzamelt, al gij gedierte des velds, komt om te eten!",
          "text1637": "D. allerley: als bov. vers 4. dit dient al wijders tot afbeeldinge deser grooter nederlage. Vergel. boven vers 9. ende voorts Iesa. 18.6. Ierem. 12.9. etc.",
          "text2026": "33 allen vleugel: Dat is, allerlei; gelijk boven vers 4. Dit dient al wijder tot afbeelding van deze grote nederlaag. Vergelijk boven vers 9, en verder Jes. 18:6; Jer. 12:9, enz. Ezechiël 39:4: Op de bergen Israëls zult u vallen, u en al uw benden, en de volken, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen, aan het gevogelte van allen vleugel, en aan het gedierte van het veld ter voedsel gegeven. Ezechiël 39:9: En de inwoners van de steden van Israël zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen, zo van schilden als rondassen, van bogen en van pijlen, zo van handstokken als van spiesen; en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren; Jesaja 18:6: Zij zullen te zamen gelaten worden de roofvogelen van de bergen, en de dieren van de aarde; en de roofvogelen zullen op hen overzomeren, en alle dieren van de aarde zullen daarop overwinteren. Jeremia 12:9: Mijn erfenis is Mij een gesprenkelde vogel; de vogels zijn rondom tegen haar; komt aan, verzamelt, al u gedierte van het veld, komt om te eten!"
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jes. 34:6; Jer. 46:10; Zef. 1:7, 1:8, met de aantekening, en van het Hebreeuwse woord, Gen. 31:54. Of, slachtmaal, slachtmaaltijd, uit Openb. 19:17, en hier, onder vers 20. Jesaja 34:6: Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten. Jeremia 46:10: Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath. Zefanja 1:7: Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd. Zefanja 1:8: En het zal geschieden in den dag van het slachtoffer des HEEREN, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen des konings, en over allen, die zich kleden met vreemde kleding. Genesis 31:54: Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broederen, om brood te eten; en zij aten brood, en vernachtten op dat gebergte. Openbaring 19:17: En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogelen, die in het midden des hemels vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods; Ezechiël 39:20: En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Siet Iesa. 34.6. Ier. 46.10. Zeph. 1.7, 8. met d’aenteeck. ende van’t Hebr. woort, Gen. 31. op vers 54. ofte, Slachtmael, Slacht-maeltijt, uyt Apoc. 19.17. ende hier, onder vers 20.",
          "text2026": "Zie Jes. 34:6; Jer. 46:10; Zef. 1:7, 1:8, met de aantekening, en van het Hebreeuwse woord, Gen. 31:54. Of, slachtmaal, slachtmaaltijd, uit Openb. 19:17, en hier, onder vers 20. Jesaja 34:6: Het zwaard van JAHWEH is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed van de lammeren en van de bokken, van het smeer van de nieren van de rammen; want JAHWEH heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land van de Edomieten. Jeremia 46:10: Maar deze dag is van JAHWEH, van JAHWEH van de legermachten, een dag van de wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heer, JAHWEH van de legermachten, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath. Zefanja 1:7: Zwijgt voor het aangezicht van de Heern JAHWEH; want de dag van JAHWEH is nabij; want JAHWEH heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genodigden geheiligd. Zefanja 1:8: En het zal gebeuren in de dag van het slachtoffer van JAHWEH, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen van de koning, en over allen, die zich kleden met vreemde kleding. Genesis 31:54: Toen slachtte Jakob een slachting op dat gebergte, en hij nodigde zijn broers, om brood te eten; en zij aten brood, en overnachtten op dat gebergte. Openbaring 19:17: En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een grote stem, zeggende tot al de vogels, die in het midden van de hemel vlogen: Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal van de grote God; Ezechiël 39:20: En u zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heer JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֨ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֜ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱמֹר֩",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/צִפּ֨וֹר",
          "strongs": "H6833",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כָּנָ֜ף",
          "strongs": "H3671",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/כֹ֣ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חַיַּ֣ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֗ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הִקָּבְצ֤וּ",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HVNv2mp"
        },
        {
          "woord": "וָ/בֹ֨אוּ֙",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "הֵאָסְפ֣וּ",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVNv2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּבִ֔יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "זִבְחִ֗/י",
          "strongs": "H2077",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֜י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "זֹבֵ֤חַ",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "זֶ֣בַח",
          "strongs": "H2077",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּד֔וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֣י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲכַלְתֶּ֥ם",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "בָּשָׂ֖ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁתִ֥יתֶם",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "דָּֽם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U dan, mensenkind! zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i><span class=\"god-speaks\"><i>Zeg tot het gevogelte van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> alle vleugel, en tot al het gedierte van het veld: Verzamel u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen van Israël, en eet vlees, en drinkt bloed.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed.",
      "text1637_html": "Ghy dan, menschen kint, soo seyt de Heere HEERE; Segt tot het gevogelte van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> allen vleugel, ende tot al ’tgedierte des velts; vergadert u ende komet aen, versamelt u van rontomme, tot mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Slachtoffer, dat ick voor u geslacht hebbe, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls: ende etet vleesch, en<i>de</i> drincket bloet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des velds: Vergadert",
          "new": "van het veld: Verzamel",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": "O26"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn.",
      "text1637": "Het vleesch der Helden sullet ghy eten, ende het bloet der Vorsten der aerde drincken: [35] der rammen, der lammeren, ende bocken, [ende] varren, die altemael [36] gemeste van Basan zijn.",
      "text2026": "Het vlees van de helden zult u eten, en het bloed van de vorsten van de aarde drinken; van de rammen, van de lammeren, en bokken, en stieren, die allemaal gemesten van Basan zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 der rammen: Dat is, uitgelezenste van allerlei staat of rang, die tegen Gods volk gestreden hebben; vergelijk Jes. 34:6. Jesaja 34:6: Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten.",
          "text1637": "D. uytgelesenste van allerley staet ofte conditie, die tegen Gods volck gestreden hebben. Vergel. Ies. 34.6.",
          "text2026": "35 van de rammen: Dat is, uitgelezenste van allerlei staat of rang, die tegen Gods volk gestreden hebben; vergelijk Jes. 34:6. Jesaja 34:6: Het zwaard van JAHWEH is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed van de lammeren en van de bokken, van het smeer van de nieren van de rammen; want JAHWEH heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land van de Edomieten."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 gemesten van Basan zijn: Of, vetaards; dat is, gelijk vette gemeste beesten van Basan. Vergelijk Ps. 22:13, met de aantekening. Psalmen 22:13: Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.",
          "text1637": "Ofte, vettaerts. D. gelijck vette gemeste beesten van Basan. Vergel. Psal. 22.13. met d’aenteeck.",
          "text2026": "36 gemesten van Basan zijn: Of, vetaards; dat is, gelijk vette gemeste beesten van Basan. Vergelijk Ps. 22:13, met de aantekening. Psalmen 22:13: Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּשַׂ֤ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גִּבּוֹרִים֙",
          "strongs": "H1368",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "תֹּאכֵ֔לוּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "נְשִׂיאֵ֥י",
          "strongs": "H5387",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁתּ֑וּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "אֵילִ֨ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כָּרִ֤ים",
          "strongs": "H3733",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַתּוּדִים֙",
          "strongs": "H6260",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "פָּרִ֔ים",
          "strongs": "H6499",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מְרִיאֵ֥י",
          "strongs": "H4806",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "בָשָׁ֖ן",
          "strongs": "H1316",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּֽ/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het vlees van de helden zult u eten, en het bloed van de vorsten van de aarde drinken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> van de rammen, van de lammeren, en bokken, en stieren, die allemaal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> gemesten van Basan zijn.",
      "textSV1888_html": "Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> gemesten van Basan zijn.",
      "text1637_html": "Het vleesch der Helden sullet ghy eten, ende het bloet der Vorsten der aerde drincken: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> der rammen, der lammeren, ende bocken, [ende] varren, die altemael <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> gemeste van Basan zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "varren,",
          "new": "stieren,",
          "principe": "V410"
        },
        {
          "old": "altemaal",
          "new": "allemaal",
          "principe": "V21"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "En gij zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.",
      "text1637": "Ende ghy sullet het vette eten tot versadinge toe, ende bloet drincken tot dronckenschap toe: van mijn slachtoffer dat ick voor u geslacht hebbe.",
      "text2026": "En u zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲכַלְתֶּם",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "חֵ֣לֶב",
          "strongs": "H2459",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שָׂבְעָ֔ה",
          "strongs": "H7654",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁתִ֥יתֶם",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "דָּ֖ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שִׁכָּר֑וֹן",
          "strongs": "H7943",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/זִּבְחִ֖/י",
          "strongs": "H2077",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "זָבַ֥חְתִּי",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u zult het vette eten tot verzadiging toe, en bloed drinken tot dronkenschap toe; van Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ghy sullet het vette eten tot versadinge toe, ende bloet drincken tot dronckenschap toe: van mijn slachtoffer dat ick voor u geslacht hebbe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Ende ghy sult versadiget worden aen mijne tafel van [rijd] peerden ende wagen- [37] [peerden], van helden ende [38] alle krijchslieden, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "En u zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle soldaten, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Idem, muilen, ezels, enz. Vergelijk de aantekening 2 Sam. 8:4. 2 Samuël 8:4: En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.",
          "text1637": "Item, muylen, ezels, etc. Vergel. d’aenteeckeninge op 2.Sam. 8.4.",
          "text2026": "Idem, muilen, ezels, enz. Vergelijk de aantekening 2 Sam. 8:4. 2 Samuël 8:4: En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagens over."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 alle krijgslieden: Dat is, allerlei, of alle deze, o vele dappere mannen van oorlog. Hebreeuws, heldkrijgsman.",
          "text1637": "D. allerley, ofte, alle dese, ofte vele dappere manne van oorloge. Hebr. heltkrijchsman.",
          "text2026": "38 alle krijgslieden: Dat is, allerlei, of alle deze, o vele dappere mannen van oorlog. Hebreeuws, heldkrijgsman."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/שְׂבַעְתֶּ֤ם",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנִ/י֙",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "ס֣וּס",
          "strongs": "H5483",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/רֶ֔כֶב",
          "strongs": "H7393",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "גִּבּ֖וֹר",
          "strongs": "H1368",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִלְחָמָ֑ה",
          "strongs": "H4421",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> van helden en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> alle soldaten, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En gij zult verzadigd worden aan Mijn tafel van rijpaarden en wagenpaarden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> van helden en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> alle krijgslieden, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Ende ghy sult versadiget worden aen mijne tafel van [rijd] peerden ende wagen- <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> [peerden], van helden ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> alle krijchslieden, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "krijgslieden,",
          "new": "soldaten,",
          "principe": "V83"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.",
      "text1637": "Ende ick sal mijne eere [39] setten onder de heydenen: ende alle heydenen sullen mijn oordeel sien, dat ick gedaen hebbe, ende mijne hant, die ick [40] aen hen geleyt hebbe.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn eer zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik aan hen gelegd heb.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 zetten onder de heidenen: Dat is, klaarlijk doen blijken. Hebreeuws eigenlijk, geven; doch het Hebreeuwse woord wordt alzo naar gelegenheid van zaken verscheidenlijk gebruikt. Zie wijders vers 23. Ezechiël 39:23: En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israëls gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;",
          "text1637": "D. klaerlick doen blijcken. Hebr. eygentl. geven: doch het Hebr. woort wort alsoo nae gelegentheyt van saken verscheydentlick gebruyckt. Siet wijders op vers 23.",
          "text2026": "39 zetten onder de heidenen: Dat is, duidelijk doen blijken. Hebreeuws eigenlijk, geven; maar het Hebreeuwse woord wordt zo naar gelegenheid van zaken verscheidenlijk gebruikt. Zie verder vers 23. Ezechiël 39:23: En de heidenen zullen weten, dat die van het huis van Israël gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hun wederpartijders, zodat zij allemaal door het zwaard gevallen zijn;"
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 aan hen gelegd heb: Mits hen [de vijanden] te doden. Zie Gen. 37:22. Of, mijne plagen, die Ik hun heb aangedaan. Zie Job 13:21. Genesis 37:22: Ook zeide Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in dezen kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weder te brengen. Job 13:21: Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.",
          "text1637": "Mits hen (de vyanden) te dooden. Siet Genes. 37. op vers 22. ofte, mijne plagen, die ick hen hebbe aengedaen. siet Iob 13. op vers 21.",
          "text2026": "40 aan hen gelegd heb: Mits hen [de vijanden] te doden. Zie Gen. 37:22. Of, mijne plagen, die Ik hun heb aangedaan. Zie Job 13:21. Genesis 37:22: Ook zei Ruben tot hen: Vergiet geen bloed; werpt hem in deze kuil die in de woestijn is, en legt de hand niet aan hem; opdat hij hem uit hun hand verloste, om hem tot zijn vader weer te brengen. Job 13:21: Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָתַתִּ֥י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כְּבוֹדִ֖/י",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רָא֣וּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֗ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּטִ/י֙",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָשִׂ֔יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "יָדִ֖/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שַׂ֥מְתִּי",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn eer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> aan hen gelegd heb.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn eer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> zetten onder de heidenen; en alle heidenen zullen Mijn oordeel zien, dat Ik gedaan heb, en Mijn hand, die Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> aan hen gelegd heb.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> ick sal mijne eere <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> setten onder de heydenen: ende alle heydenen sullen mijn oordeel sien, dat ick gedaen hebbe, ende mijne hant, die ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> aen hen geleyt hebbe."
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "En die van het huis Israëls zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.",
      "text1637": "Ende [41] die van den huyse Israëls sullen weten, dat ick de HEERE haerlieder Godt ben: van dien dage af, ende voortaen.",
      "text2026": "En die van het huis van Israël zullen weten, dat Ik, JAHWEH, hun God ben, van die dag af en voortaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 die van het huis Israëls: Hebreeuws, het huis van Israël zullen, enz., alzo in het volgende.",
          "text1637": "Hebr. het huys Israëls sullen, etc. alsoo in’t volgende.",
          "text2026": "41 die van het huis van Israël: Hebreeuws, het huis van Israël zullen, enz., zo in het volgende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָֽדְעוּ֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹֽהֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֖וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "וָ/הָֽלְאָה",
          "strongs": "H1973",
          "morph": "HC/D"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> die van het huis van Israël zullen weten, dat Ik, JAHWEH, hun God ben, van die dag af en voortaan.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> die van het huis Israëls zullen weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, van dien dag af en voortaan.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> die van den huyse Israëls sullen weten, dat ick de HEERE haerlieder Godt ben: van dien dage af, en<i>de</i> voortae<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de HEERE, hunlieder",
          "new": "JAHWEH, hun",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israëls gevankelijk zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij altemaal door het zwaard gevallen zijn;",
      "text1637": "Ende de heydenen sullen weten, dat die van den huyse Israëls gevanckelick zijn wechgevoert [42] om hare ongerechtichheyt, om datse tegen my hadden overtreden, ende dat ick mijn aengesicht voor hen [43] verborgen hebbe: ende hebse overgegeven in de hant harer wederpartijders, so datse [44] altemael door ’t sweert gevallen zijn:",
      "text2026": "En de heidenen zullen weten, dat die van het huis van Israël als gevangene zijn weggevoerd om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand van hun tegenstanders, zodat zij allemaal door het zwaard gevallen zijn;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 om hun ongerechtigheid: Hetwelk bij de heidenen zal strekken tot mijne eer, dewijl Ik door de rechtvaardige straf van mijn volk mijne heiligheid en gerechtigheid bewezen heb, gelijk daarna mijne waarheid en trouw door hun genadige verlossing.",
          "text1637": "Het welcke by de heydenen sal strecken tot mijne eere, dewijle ick door de rechtveerdige straffe mijns volcks mijne heylicheyt ende gerechticheyt bewesen hebbe: gelijck daerna, mijne waerheyt ende trouwe door harer genadige verlossinge.",
          "text2026": "42 om hun ongerechtigheid: Dat bij de heidenen zal strekken tot mijne eer, omdat Ik door de rechtvaardige straf van mijn volk mijne heiligheid en gerechtigheid bewezen heb, gelijk daarna mijne waarheid en trouw door hun genadige verlossing."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 verborgen heb: Zie Deut. 31:17. Deuteronomium 31:17: Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?",
          "text1637": "Siet Deut. 13. op vers 17.",
          "text2026": "43 verborgen heb: Zie Deut. 31:17. Deuteronomium 31:17: Zo zal Mijn toorn op die dag tegen hetzelfde ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter voedsel zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het op die dag zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?"
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een grote menigte, in alle omstreken des lands, van allerlei stand of rang.",
          "text1637": "Eene groote menichte, in alle contreyen des lants, van allerley stant ofte conditie.",
          "text2026": "Een grote menigte, in alle omstreken van het land, van allerlei stand of rang."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֣וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ֠/גּוֹיִם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בַ/עֲוֺנָ֞/ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "גָּל֣וּ",
          "strongs": "H1540",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בֵֽית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַ֚ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "מָֽעֲלוּ",
          "strongs": "H4603",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִ֔/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וָ/אַסְתִּ֥ר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HC/Vhw1cs"
        },
        {
          "woord": "פָּנַ֖/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וָֽ/אֶתְּנֵ/ם֙",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "צָרֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּפְּל֥וּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בַ/חֶ֖רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּֽ/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En de heidenen zullen weten, dat die van het huis van Israël als gevangene zijn weggevoerd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand van hun tegenstanders, zodat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> allemaal door het zwaard gevallen zijn;</i></span>",
      "textSV1888_html": "En de heidenen zullen weten, dat die van het huis Israëls gevankelijk zijn weggevoerd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> om hun ongerechtigheid, omdat zij tegen Mij hadden overtreden, en dat Ik Mijn aangezicht voor hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> verborgen heb, en heb ze overgegeven in de hand hunner wederpartijders, zodat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> altemaal door het zwaard gevallen zijn;",
      "text1637_html": "Ende de heydenen sullen weten, dat die van den huyse Israëls gevanckelick zijn wechgevoert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> om hare ongerechtichheyt, om datse tegen my hadden overtreden, ende dat ick mijn aengesicht voor hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> verborgen hebbe: en<i>de</i> hebse overgegeven in de hant harer wederpartijders, so datse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> altemael door ’t sweert gevallen zijn:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls gevankelijk",
          "new": "van Israël als gevangene",
          "principe": "V78"
        },
        {
          "old": "hunner wederpartijders,",
          "new": "van hun tegenstanders,",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "altemaal",
          "new": "allemaal",
          "principe": "V21"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Naar hun onreinigheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.",
      "text1637": "Nae hare onreynicheyt, ende nae hare overtredingen heb ick met haer gehandelt: ende ick heb mijn aengesicht voor hen verborgen.",
      "text2026": "Naar hun onreinheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/טֻמְאָתָ֥/ם",
          "strongs": "H2932",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/פִשְׁעֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עָשִׂ֣יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֑/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וָ/אַסְתִּ֥ר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HC/Vhw1cs"
        },
        {
          "woord": "פָּנַ֖/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Naar hun onreinheid en naar hun overtredingen heb Ik met hen gehandeld, en Ik heb Mijn aangezicht voor hen verborgen.</i></span>",
      "text1637_html": "Nae hare onreynicheyt, ende nae hare overtredingen heb ick met haer gehandelt: ende ick heb mijn aengesicht voor hen verborgen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onreinigheid",
          "new": "onreinheid",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Daarom zo zegt de Heere HEERE: Nu zal Ik Jakobs gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israëls, en Ik zal ijveren over Mijn heiligen Naam;",
      "text1637": "Daerom soo seyt de Heere HEERE; [45] Nu sal ick Iacobs [46] gevangene wederbrengen, ende sal my ontfermen over het gantsche huys Israëls: ende ick sal yveren over mijnen [47] heyligen Name.",
      "text2026": "Daarom zo zegt Adonai JAHWEH: Nu zal Ik Jakobs gevangenen teruggeven, en zal Mij ontfermen over het hele huis van Israël, en Ik zal ijveren over Mijn heilige Naam;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 Nu zal Ik Jakobs: Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3. Hosea 10:3: Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?",
          "text1637": "D. al haest. Siet Hose. 10. op vers 3.",
          "text2026": "45 Nu zal Ik Jakobs: Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3. Hosea 10:3: Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben JAHWEH niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?"
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 gevangenen wederbrengen: Hebreeuws, gevangenis.",
          "text1637": "Hebr. gevanckenisse.",
          "text2026": "46 gevangenen wederbrengen: Hebreeuws, gevangenis (שבית)."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 heiligen Naam: Hebreeuws, naam mijner heiligheid.",
          "text1637": "Hebr. naem mijner heylicheyt.",
          "text2026": "47 heilige Naam: Hebreeuws, naam mijner heiligheid (שֵׁם)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַתָּ֗ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָשִׁיב֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שבית",
          "strongs": "H7622",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יַֽעֲקֹ֔ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/רִֽחַמְתִּ֖י",
          "strongs": "H7355",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/קִנֵּאתִ֖י",
          "strongs": "H7065",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/שֵׁ֥ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zo zegt Adonai JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Nu zal Ik Jakobs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gevangenen teruggeven, en zal Mij ontfermen over het hele huis van Israël, en Ik zal ijveren over Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> heilige Naam;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom zo zegt de Heere HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Nu zal Ik Jakobs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gevangenen wederbrengen, en zal Mij ontfermen over het ganse huis Israëls, en Ik zal ijveren over Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> heiligen Naam;",
      "text1637_html": "Daerom soo seyt de Heere HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Nu sal ick Iacobs <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gevangene wederbrengen, ende sal my ontfermen over het gantsche huys Israëls: ende ick sal yveren over mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> heyligen Name.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "wederbrengen,",
          "new": "teruggeven,",
          "principe": "V1031"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "heiligen",
          "new": "heilige",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.",
      "text1637": "Als sy hare schande sullen gedragen hebben, ende alle hare [48] overtredinge, [met] dewelcke sy tegen my hebben overtreden: doe sy in haer lant [49] seker woonden, ende niemant en was diese verschrickte.",
      "text2026": "Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, waarmee zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, derzelver straf; vergelijk Lev. 5:1, enz. Leviticus 5:1: Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.",
          "text1637": "Dat is, der selver straffe. Vergel. Lev. 5. op vers 1. etc.",
          "text2026": "Dat is, van hen straf; vergelijk Lev. 5:1, enz. Leviticus 5:1: Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem van de vloek, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; als hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 zeker woonden: Toen het hun welging, bij goede dagen, als het hun betaamde dankbaar jegens mij te zijn.",
          "text1637": "Doe het hen wel ginck, by goeden dagen, als het hen betaemde danckbaer tegen my te zijn.",
          "text2026": "49 zeker woonden: Toen het hun welging, bij goede dagen, als het hun betaamde dankbaar tegenover mij te zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָשׂוּ֙",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כְּלִמָּתָ֔/ם",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַעֲלָ֖/ם",
          "strongs": "H4604",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "מָעֲלוּ",
          "strongs": "H4603",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׁבְתָּ֧/ם",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָ֛/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֶ֖טַח",
          "strongs": "H983",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מַחֲרִֽיד",
          "strongs": "H2729",
          "morph": "HVhrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> overtreding, waarmee zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Als zij hun schande zullen gedragen hebben, en al hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte.",
      "text1637_html": "Als sy hare schande sullen gedragen hebben, ende alle hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> overtredinge, [met] dewelcke sy tegen my hebben overtreden: doe sy in haer lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> seker woonden, en<i>de</i> niemant en was diese verschrickte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "met dewelke",
          "new": "waarmee",
          "principe": "V75"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;",
      "text1637": "Als ickse sal hebben wedergebracht uyt de volcken, ende haer vergadert sal hebben uyt de landen harer vyanden: ende ick aen haer [50] geheylicht sal zijn voor de oogen van vele heyligen:",
      "text2026": "Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de volken, en hen verzameld zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 geheiligd zal zijn: Gelijk boven Ezech. 38:16. Ezechiël 38:16: En gij zult optrekken tegen Mijn volk Israël, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste der dagen zal het geschieden; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden.",
          "text1637": "Als bov. 38.16.",
          "text2026": "50 geheiligd zal zijn: Gelijk boven Ez. 38:16. Ezechiël 38:16: En u zult optrekken tegen Mijn volk Israël, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatste van de dagen zal het gebeuren; dan zal Ik u aanbrengen tegen Mijn land, opdat de heidenen Mij kennen, als Ik aan u, o Gog! voor hun ogen zal geheiligd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/שׁוֹבְבִ֤/י",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HR/Voc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/עַמִּ֔ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קִבַּצְתִּ֣י",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/אַרְצ֖וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אֹֽיְבֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִקְדַּ֣שְׁתִּי",
          "strongs": "H6942",
          "morph": "HC/VNq1cs"
        },
        {
          "woord": "בָ֔/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֵינֵ֖י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֥ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּֽים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de volken, en hen verzameld zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Als Ik hen zal hebben wedergebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen hunner vijanden, en Ik aan hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> geheiligd zal zijn voor de ogen van vele heidenen;",
      "text1637_html": "Als ickse sal hebben wedergebracht uyt de volcken, ende haer vergadert sal hebben uyt de landen harer vyanden: ende ick aen haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> geheylicht sal zijn voor de oogen van vele heyligen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wedergebracht",
          "new": "teruggebracht",
          "principe": "V749"
        },
        {
          "old": "vergaderd",
          "new": "verzameld",
          "principe": "V318"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.",
      "text1637": "Dan sullense weten, dat ick, de HEERE, haerlieder Godt ben, dewijl ickse gevanckelick hebbe doen wechvoeren onder de heydenen, maer hebse [weder] versamelt in haer lant: ende hebbe aldaer niemant van haer meer [51] overgelaten:",
      "text2026": "Dan zullen zij weten, dat Ik, JAHWEH, hun God ben, omdat Ik ze als gevangene heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb daar niemand van hen meer overgelaten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Niet een van de mijnen, van mijn uitverkoren volk, heb Ik onverlost gelaten of vergeten en overgezien, maar hun allen tezamen, en een iegelijk in het bijzonder, getrouwelijk mijn heil bewezen.",
          "text1637": "Niet eenen van de mijne, van mijn uytverkoren volck, hebbe ick onverlost gelaten ofte vergeten ende overgesien, maer hen alle te samen, ende eenen yegelicken in’tbysonder, getrouwelick mijn heyl bewesen.",
          "text2026": "Niet één van de mijnen, van mijn uitverkoren volk, heb Ik onverlost gelaten of vergeten en overgezien, maar hun allen tezamen, en een iedereen in het bijzonder, getrouwelijk mijn heil bewezen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָדְע֗וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹ֣הֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הַגְלוֹתִ֤/י",
          "strongs": "H1540",
          "morph": "HR/Vhc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כִנַּסְתִּ֖י/ם",
          "strongs": "H3664",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָ֑/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אוֹתִ֥יר",
          "strongs": "H3498",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "ע֛וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dan zullen zij weten, dat Ik, JAHWEH, hun God ben, omdat Ik ze als gevangene heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb daar niemand van hen meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> overgelaten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dan zullen zij weten, dat Ik, de HEERE, hunlieder God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> overgelaten.",
      "text1637_html": "Dan sullense weten, dat ick, de HEERE, haerlieder Godt ben, dewijl ickse gevanckelick hebbe doen wechvoeren onder de heydenen, maer hebse [weder] versamelt in haer lant: ende hebbe aldaer niemant van haer meer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> overgelaten:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE, hunlieder",
          "new": "JAHWEH, hun",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "gevankelijk",
          "new": "als gevangene",
          "principe": "V78"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Noch ick en sal mijn aengesichte voor haer niet meer verbergen: [52] wanneer ick mijnen [c] [53] Geest over ’thuys Israëls sal hebben uytgegoten, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis van Israël zal hebben uitgegoten, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 wanneer Ik: Of, want, of omdat Ik mijnen Geest zal hebben uitgegoten, enz.",
          "text1637": "Ofte, want, ofte, om dat ick mijnen Geest sal hebben uytgegoten, etc.",
          "text2026": "52 wanneer Ik: Of, want, of omdat Ik mijnen Geest zal hebben uitgegoten, enz."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Joël 2:28; Hand. 2:17, waaruit blijkt dat deze en andere dergelijke genadebeloften zien op de algemene kerk van Jezus Christus; gelijk de straffen der vijanden van het Oude en Nieuwe Testament door elkander in de profetische Schriften gesprengd en gemengd worden, alzo ook de beloften, aan beide kerken gedaan. En gelijk de vijanden van het Oude en Nieuwe Testament één lichaam uitmaken, alzo maken ook de gelovigen of de kerken van beiden één lichaam, en behoren tot één schaapstal, [niettegenstaande de verscheidenheid der bediening, enz.] waarvan het Hoofd en de Herder is de Heere Christus, de ware Messias. Zie Joh. 10:16; Rom. 4:16, 4:17, 4:23, 4:24; Ef. 2:12, 2:13, 2:19, enz. Joël 2:28: En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Handelingen 2:17: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. Romeinen 4:16: Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; Romeinen 4:17: (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren; Romeinen 4:23: Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Romeinen 4:24: Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft; Efeziërs 2:12: Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. Efeziërs 2:19: Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;",
          "text1637": "Siet Ioel 2.28. Act. 2.17. waer uyt blijckt, dat dese ende andere diergelijcke genaden-beloften sien op de algemeyne kercke Iesu Christi: gelijck de straffen der vyanden des Ouden ende Nieuwen Testaments door malkanderen in de prophetische schriften gesprengt ende gemengt worden, alsoo oock de beloften, aen beyde kercken gedaen. ende gelijck de vyanden des Ouden ende Nieuwen Testaments een lichaem maken, alsoo maken oock de geloovige ofte de kercken van beyden, een lichaem, ende gehooren tot eenen schaepstal, (niet tegenstaende de verscheydenheyt der bedieninge, etc.) waer van het hooft ende de herder is, de Heere Christus, de ware Messias. siet Ioh. 10.16. Rom. 4.16, 17, 23, 24. Eph. 2.12, 13, 19. etc.",
          "text2026": "Zie Joël 2:28; Hand. 2:17, waaruit blijkt dat deze en andere dergelijke genadebeloften zien op de algemene kerk van Jezus Christus; gelijk de straffen van de vijanden van het Oude en Nieuwe Testament door elkaar in de profetische Schriften gesprengd en gemengd worden, zo ook de beloften, aan beide kerken gedaan. En gelijk de vijanden van het Oude en Nieuwe Testament één lichaam uitmaken, zo maken ook de gelovigen of de kerken van beiden één lichaam, en behoren tot één schaapstal, [niettegenstaande de verscheidenheid van de bediening, enz.] waarvan het Hoofd en de Herder is de Heer Christus, de ware Messias. Zie Joh. 10:16; Rom. 4:16, 4:17, 4:23, 4:24; Ef. 2:12, 2:13, 2:19, enz. Joël 2:28: En daarna zal het gebeuren, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Handelingen 2:17: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. Romeinen 4:16: Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al de zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; Romeinen 4:17: (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welke hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren; Romeinen 4:23: Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Romeinen 4:24: Maar ook om onzentwil, welke het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onze Heer, uit de doden opgewekt heeft; Efeziërs 2:12: Dat u in die tijd was zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, bent u, die eertijds verre was, nabij geworden door het bloed van Christus. Efeziërs 2:19: Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen, en huisgenoten Gods;"
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joël 2:28; Hand. 2:17. Joël 2:28: En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Handelingen 2:17: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.",
          "text1637": "Ioel 2.28. Actor. 2.17.",
          "text2026": "Joël 2:28; Hand. 2:17. Joël 2:28: En daarna zal het gebeuren, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Handelingen 2:17: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אַסְתִּ֥יר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "ע֛וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "פָּנַ֖/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׁפַ֤כְתִּי",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רוּחִ/י֙",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> wanneer Ik Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Geest over het huis van Israël zal hebben uitgegoten, spreekt Adonai JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> wanneer Ik Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Noch ick en sal mijn aengesichte voor haer niet meer verberge<i>n</i>: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> wa<i>n</i>neer ick mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Geest over ’thuys Israëls sal hebbe<i>n</i> uytgegote<i>n</i>, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Voorder Prophetye van Godts oordeel over Gog ende Magog, vers 1, etc. de grootheyt sijner nederlage wort door verscheydene omstandicheden levendich afgemaelt, 9. Godt wil bekent maken, dat hy sijn volck om harer sonden wille gestraft heeft, 23. maer genadichlijck weder, tot eenen toe, sal vergaderen, herstellen, sijnen Geest over haer uytgieten, ende haer eeuwige gunste bewijsen, 25.",
    "text2026": "Verdere profetie over Gods oordeel over Gog en Magog, vers 1, enz. De grootte van zijn nederlaag wordt door verscheidene omstandigheden levendig afgebeeld, 9. God wil bekendmaken dat Hij zijn volk om hun zonden gestraft heeft, 23; maar het genadig weer, tot de laatste toe, zal vergaderen, herstellen, zijn Geest over hen uitgieten, en hun eeuwige gunst bewijzen, 25."
  }
}
