{
  "number": 40,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het begin des jaars, op den tienden der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op dienzelfden dag, was de hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij derwaarts.",
      "text1637": "INden vijf ende twintichsten jare onser gevanckelicke [1] wechvoeringe, inden [2] beginne des jaers, op den tienden der [3] maent, in’t veertiende jaer na dat de [4] stadt [a] geslagen was: [5] even op dien selven dach, was de [6] hant des HEEREN op my, ende hy bracht my [7] derwaert.",
      "text2026": "In het vijf en twintigste jaar van onze gevankelijke wegvoering, in het begin van het jaar, op de tiende van de maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op die dag, was de hand van JAHWEH op mij, en Hij bracht mij daarheen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met den koning Jojachin; zie boven Ezech. 1:2, en Ezech. 24:1, en Ezech. 33:21. Ezechiël 1:2: Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin), Ezechiël 24:1: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende: Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.",
          "text1637": "Met den Coninck Iojachin. siet boven 1.2. ende 24.1. ende 33.21.",
          "text2026": "Met de koning Jojachin; zie boven Ez. 1:2, en Ez. 24:1, en Ez. 33:21. Ezechiël 1:2: Op de vijfde van die maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van de koning Jojachin), Ezechiël 24:1: Verder geschiedde van JAHWEH woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende van de maand, zeggende: Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 begin des jaars: Hebreeuws, het hoofd des jaars; dat de Joden houden voor het begin van het burgerlijke jaar. Anderen verstaan het van het kerkelijke jaar.",
          "text1637": "Hebr. het hooft des jaers. dat de Ioden houden voor ’t begin des burgerlicken jaers. Andere verstaen’t van’t kerckelicke jaer.",
          "text2026": "2 begin van het jaar: Hebreeuws, het hoofd van het jaar (רֹאשׁ); dat de Joden houden voor het begin van het burgerlijke jaar. Anderen verstaan het van het kerkelijke jaar."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, de eerste maand.",
          "text1637": "Verstaet de eerste maent.",
          "text2026": "Versta, de eerste maand."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jeruzalem. Zie boven Ezech. 33:21, en Ezech. 24:1, 24:2, met de aantekening aldaar. Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Ezechiël 24:1: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende: Ezechiël 24:2: Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.",
          "text1637": "Ierusalem. Siet boven 33.21. ende 24.1, 2. met d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "Jeruzalem. Zie boven Ez. 33:21, en Ez. 24:1, 24:2, met de aantekening daar. Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. Ezechiël 24:1: Verder geschiedde van JAHWEH woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende van de maand, zeggende: Ezechiël 24:2: Mensenkind! schrijf u de naam van de dag op, even van deze zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op deze zelfden dag."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 even op dienzelfden dag: Zie boven Ezech. 2:3, en Ezech. 24:2, met de aantekening. Hebreeuws, in het been, of in de kracht des daags. Ezechiël 2:3: En Hij zeide tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen Israëls, tot de rebellerende volken, die tegen Mij gerebelleerd hebben; zij en hun vaderen hebben overtreden tegen Mij tot op dezen zelven huidigen dag. Ezechiël 24:2: Mensenkind! schrijf u den naam van den dag op, even van dezen zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op dezen zelfden dag.",
          "text1637": "Siet boven 2.3. ende 24.2. met d’aent. Hebr. in het been, ofte, in de kracht dies daechs.",
          "text2026": "5 even op diezelfde dag: Zie boven Ez. 2:3, en Ez. 24:2, met de aantekening. Hebreeuws, in het been, of in de kracht van de dag (עֶצֶם). Ezechiël 2:3: En Hij zei tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen van Israël, tot de rebellerende volken, die tegen Mij gerebelleerd hebben; zij en hun vaderen hebben overtreden tegen Mij tot op deze zelven huidigen dag. Ezechiël 24:2: Mensenkind! schrijf u de naam van de dag op, even van deze zelfden dag; de koning van Babel legt zich voor Jeruzalem, even op deze zelfden dag."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 hand des HEEREN op mij: Zie boven Ezech. 1:3. Ezechiël 1:3: Geschiedde het woord des HEEREN uitdrukkelijk tot Ezechiël, den zoon van Buzi, den priester, in het land der Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand des HEEREN was daar op hem.",
          "text1637": "Siet boven 1. op vers 3.",
          "text2026": "6 hand van JAHWEH op mij: Zie boven Ez. 1:3. Ezechiël 1:3: Geschiedde het woord van JAHWEH uitdrukkelijk tot Ezechiël, de zoon van Buzi, de priester, in het land van de Chaldeeën, bij de rivier Chebar; en de hand van JAHWEH was daar op hem."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten in het land Israël; versta in een gezicht, gelijk volgt.",
          "text1637": "T.w. in ’t lant Israels: verst. in een gesichte, als volcht.",
          "text2026": "Te weten in het land Israël; versta in een gezicht, gelijk volgt."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 33:21. Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.",
          "text1637": "Ezech. 33.21.",
          "text2026": "Ez. 33:21. Ezechiël 33:21: En het geschiedde in het twaalfde jaar van ons gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op de vijfde van de maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/עֶשְׂרִ֣ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HR/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָמֵ֣שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֣ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ֠/גָלוּתֵ/נוּ",
          "strongs": "H1546",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רֹ֨אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁנָ֜ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/עָשׂ֣וֹר",
          "strongs": "H6218",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹ֗דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַרְבַּ֤ע",
          "strongs": "H702",
          "morph": "HR/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרֵה֙",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֔ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֕ר",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הֻכְּתָ֖ה",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVHp3fs"
        },
        {
          "woord": "הָ/עִ֑יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֶ֣צֶם",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֗ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "הָיְתָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "עָלַ/י֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּבֵ֥א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֹתִ֖/י",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁמָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "In het vijf en twintigste jaar van onze gevankelijke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> wegvoering, in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> begin van het jaar, op de tiende van de maand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup>, in het veertiende jaar, nadat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> stad<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> geslagen was;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> even op die dag, was de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> hand van JAHWEH op mij, en Hij bracht mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> daarheen.",
      "textSV1888_html": "In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> wegvoering, in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> het begin des jaars, op den tienden der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> maand, in het veertiende jaar, nadat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> stad<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> geslagen was;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> even op dienzelfden dag, was de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> derwaarts.",
      "text1637_html": "INden vijf ende twintichsten jare onser gevanckelicke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> wechvoeringe, inden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> beginne des jaers, op den tienden der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> maent, in’t veertiende jaer na dat de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> stadt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> geslagen was: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> even op dien selven dach, was de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> hant des HEEREN op my, ende hy bracht my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> derwaert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onzer",
          "new": "van onze",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des jaars,",
          "new": "van het jaar,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den tienden der",
          "new": "de tiende van de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dienzelfden",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "derwaarts.",
          "new": "daarheen.",
          "principe": "V55"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "In de gezichten Gods bracht Hij mij in het land Israëls, en Hij zette mij op een zeer hogen berg; en aan denzelven was als een gebouw ener stad tegen het zuiden.",
      "text1637": "In de [8] gesichten Godes bracht [9] hy my in’t lant Israëls: ende [10] hy settede my op eenen seer hoogen [11] berch; ende aen den selven was als een gebouw eener stadt tegen’t [12] Zuyden.",
      "text2026": "In de visioenen Gods bracht Hij mij in het land van Israël, en Hij zette mij op een zeer hoge berg; en daaraan was als een gebouw van een stad tegen het zuiden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 Hij zette mij op een zeer hogen: Vergelijk Openb. 21:10. Zie van het Hebreeuwse woord boven Ezech. 37:1. Openbaring 21:10: En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God. Ezechiël 37:1: De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen.",
          "text1637": "Vergel. Apoc. 21.10. siet van ’t Hebr. woort bov. cap. 37.1.",
          "text2026": "10 Hij zette mij op een zeer hoge: Vergelijk Openb. 21:10. Zie van het Hebreeuwse woord boven Ez. 37:1. Openbaring 21:10: En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg, en hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem, nederdalende uit de hemel van God. Ezechiël 37:1: De hand van JAHWEH was op mij, en JAHWEH voerde mij uit in de geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelfde nu was vol beenderen."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het is aanmerkelijk dat noch berg, noch stad, zo hier als in het volgende, genoemd wordt, maar alleen door het woord als, bedektelijk, als met den vinger, op Zion of Maria, en Jeruzalem gewezen, hetwelk dienen kon om onze gedachten te meer van het aardse Zion en Jeruzalem af te trekken, en te leiden tot het hemelse en geestelijke, te weten Gods ker, onze aller moeder, Gal. 4:26, welker naam zal zijn: de HEERE is aldaar; onder Ezech. 48:35. Tot gelijk einde kon strekken het onderscheid, dat er is tussen dit ganse gebouw en de voorgaanden tempel van Salomo en den anderen, die na de wederkomst uit Babel gebouwd is. Waarom ook nergens in Ezra, Nehemia, Haggaï en Zacharia gevonden wordt dat men in de wederopbouwing van den tempel of der stad zich zou hebben geschikt naar dit verborgen gezicht, hetwelk zelfs verscheidene Joodse rabbijnen moeten bekennen te zien op den tijd van den Messias. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Ezechiël 48:35: Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: DE HEERE IS ALDAAR.",
          "text1637": "’Tis aenmercklick dat noch berch, noch stadt, soo hier, als in’t volgende, genoemt wort, maer alleen door het woordeken als, bedecktelick, als met den vinger, op Zion ofte Moria, ende Ierusalem gewesen: het welck dienen konde om onse gedachten te meer van het aerdsche Zion ende Ierusalem af te trecken, ende te leyden tot het hemelsche ende geestelicke, te weten, Godts kercke, onser aller moeder. Galat. 4.26. welcker naem sal zijn, de HEERE is aldaer. onder 48.35. tot gelijcken eynde konde strecken het onderscheyt datter is tusschen dit gantsche gebouw, ende den voorgaenden Tempel van Salomo, ende den anderen, die na de wederkomste uyt Babel gebouwt is. Daerom oock nergens in Ezra, Nehemia, Haggeus, ende Zacharias gevonden wort, datmen in de weder opbouwinge des Tempels of te der stadt sich soude hebben gereguleert nae dit verborgen gesichte, het welcke selfs verscheydene Ioodsche Rabbijnen moeten bekennen te sien op den tijt des Messie.",
          "text2026": "Het is aanmerkelijk dat noch berg, noch stad, zo hier als in het volgende, genoemd wordt, maar alleen door het woord als, bedektelijk, als met de vinger, op Zion of Maria, en Jeruzalem gewezen, dat dienen kon om onze gedachten te meer van het aardse Zion en Jeruzalem af te trekken, en te leiden tot het hemelse en geestelijke, te weten Gods ker, onze alle moeder, Gal. 4:26, van wie naam zal zijn: JAHWEH is daar; onder Ez. 48:35. Tot gelijk einde kon strekken het onderscheid, dat er is tussen dit gehele gebouw en de voorgaanden tempel van Salomo en de anderen, die na de wederkomst uit Babel gebouwd is. Waarom ook nergens in Ezra, Nehemia, Haggaï en Zacharia gevonden wordt dat men in de wederopbouwing van de tempel of van de stad zich zou hebben geschikt naar dit verborgen gezicht, dat zelfs verscheidene Joodse rabbijnen moeten bekennen te zien op de tijd van de Messias. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, dat is ons alle moeder. Ezechiël 48:35: Rondom achttien duizend; en de naam van de stad zal van die dag af zijn: DE JAHWEH IS ALDAAR."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ezechiël, staande in het noorden, [waar de tempel geweest was. Zie Ps. 48:3], zag ene stad voor zich in het zuiden. Psalmen 48:3: Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings.",
          "text1637": "Ezechiel staende in’t noorden, (daer de Tempel geweest was. Siet Psal. 48. op vers 3.) sach eene stadt voor sich in’t Suyden.",
          "text2026": "Ezechiël, staande in het noorden, [waar de tempel geweest was. Zie Ps. 48:3], zag ene stad voor zich in het zuiden. Psalmen 48:3: Schoon van gelegenheid, een vreugde van de gehele aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad van de grote Konings."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 gezichten Gods: Zie boven Ezech. 1:1, en Ezech. 8:3. Ezechiël 1:1: In het dertigste jaar, in de vierde maand, op den vijfden derzelve maand, als ik in het midden der weggevoerden was bij de rivier Chebar, zo geschiedde het, dat de hemelen werden geopend, en ik gezichten Gods zag. Ezechiël 8:3: En Hij stak de gelijkenis ener hand uit, en nam mij bij het haar mijns hoofds; en de Geest voerde mij op tussen de aarde en tussen den hemel, en bracht mij in de gezichten Gods te Jeruzalem, tot de deur der poort van het binnenste voorhof, dewelke ziet naar het noorden, alwaar de zitplaats was van een beeld der ijvering, dat tot ijver verwekt.",
          "text1637": "Siet boven 1. op vers 1. ende 8. op vers 3.",
          "text2026": "8 gezichten van God: Zie boven Ez. 1:1, en Ez. 8:3. Ezechiël 1:1: In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde van die maand, als ik in het midden van de weggevoerden was bij de rivier Chebar, zo geschiedde het, dat de hemelen werden geopend, en ik gezichten van God zag. Ezechiël 8:3: En Hij stak de gelijkenis van een hand uit, en nam mij bij het haar mijns hoofds; en de Geest voerde mij op tussen de aarde en tussen de hemel, en bracht mij in de gezichten van God te Jeruzalem, tot de deur van de poort van het binnenste voorhof, die ziet naar het noorden, alwaar de zitplaats was van een beeld van de ijvering, dat tot ijver verwekt."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 Hij mij in het land Israëls: De Heere.",
          "text1637": "De Heere.",
          "text2026": "9 Hij mij in het land van Israël: De Heer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/מַרְא֣וֹת",
          "strongs": "H4759",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֔ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הֱבִיאַ֖/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְנִיחֵ֗/נִי",
          "strongs": "H5117",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ֤ר",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּבֹ֨הַּ֙",
          "strongs": "H1364",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֔ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָלָ֥י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מִבְנֵה",
          "strongs": "H4011",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עִ֖יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/נֶּֽגֶב",
          "strongs": "H5045",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "In de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> visioenen Gods bracht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Hij mij in het land van Israël, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Hij zette mij op een zeer hoge<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> berg; en daaraan was als een gebouw van een stad tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het zuiden.",
      "textSV1888_html": "In de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gezichten Gods bracht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Hij mij in het land Israëls, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Hij zette mij op een zeer hogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> berg; en aan denzelven was als een gebouw ener stad tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het zuiden.",
      "text1637_html": "In de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gesichten Godes bracht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> hy my in’t lant Israëls: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hy settede my op eenen seer hoogen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> berch; ende aen den selven was als een gebouw eener stadt tegen’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Zuyden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gezichten",
          "new": "visioenen",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "hogen",
          "new": "hoge",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "aan denzelven",
          "new": "daaraan",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "ener",
          "new": "van een",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Als Hij mij daarhenen gebracht had, ziet, zo was er een man, wiens gedaante was als de gedaante van koper; en in zijn hand was een linnen snoer, en een meetriet; en hij stond in de poort.",
      "text1637": "Als hy my daer henen [13] gebracht hadde, siet so wasser een [14] Man, wiens gedaente was als de gedaente van [15] koper; ende in sijne [16] hant was een [17] lijnen snoer, ende een [18] meet-riet: ende hy stont [19] in de poorte.",
      "text2026": "Als Hij mij daarheen gebracht had, ziet, zo was er een man, van wie de gedaante was als de gedaante van koper; en in zijn hand was een linnen snoer, en een meetriet; en hij stond in de poort.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 daarhenen gebracht had: Of, had doen ingaan, ingebracht had.",
          "text1637": "Ofte, hadde doen ingaen, ingebracht hadde.",
          "text2026": "13 daarheen gebracht had: Of, had doen ingaan, ingebracht had."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Men kan hierdoor, met de meeste uitleggers, verstaan den Heere Christus, als den oppersten stichter van zijn huis, die hier niet verschijnt in schrikkelijke majesteit, als een rechter, maar lieflijk als een bouwmeester; of immers een engel, dien het den Zoon Gods geliefd heeft daartoe te gebruiken. Vergelijk boven Ezech. 1:26, en Ezech. 9:2, en Ezech. 10:2; Zach. 6:12, enz.; Openb. 11:1; idem onder Ezech. 43:6, alwaar het schijnt dat dezen man onderscheiden wordt van den Heere sprekende uit den tempel. Ezechiël 1:26: En boven het uitspansel, hetwelk was boven hun hoofden, was de gelijkenis eens troons, als de gedaante van een saffiersteen; en op de gelijkenis des troons was de gelijkenis als de gedaante eens mensen, daarboven op zijnde. Ezechiël 9:2: En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar. Ezechiël 10:2: En Hij sprak tot den man, bekleed met linnen, en Hij zeide: Ga in tot tussen de wielen, tot onder den cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen. Zacharia 6:12: En spreek tot hem, zeggende: Alzo spreekt de HEERE der heirscharen, zeggende: Ziet, een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des HEEREN tempel bouwen. Openbaring 11:1: En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. Ezechiël 43:6: En ik hoorde Een, Die met mij sprak, uit het huis; en de man was bij mij, staande.",
          "text1637": "Men kan hier door, met de meeste uytleggers verstaen den Heere Christum, als den oppersten stichter sijnes huyses, die hier niet verschijne in schricklicke Majesteyt, als een Richter, maer lieflick als een bouw-meester: ofte immers, eenen Engel, dien ’t den Sone Godts gelieft heeft daer toe te gebruycken. Vergel. boven 1.26. ende 9.2. ende 10.2. Zach. 6.12, etc. ende Apoc. 11.1. item onder 43.6. alwaer het schijnt dat dese man onderscheyden wort van den Heere, sprekende uyt den Tempel.",
          "text2026": "Men kan hierdoor, met de meeste uitleggers, verstaan de Heer Christus, als de oppersten stichter van zijn huis, die hier niet verschijnt in schrikkelijke majesteit, als een rechter, maar lieflijk als een bouwmeester; of immers een engel, die het de Zoon van God geliefd heeft daartoe te gebruiken. Vergelijk boven Ez. 1:26, en Ez. 9:2, en Ez. 10:2; Zach. 6:12, enz.; Openb. 11:1; idem onder Ez. 43:6, alwaar het schijnt dat deze man onderscheiden wordt van de Heer sprekende uit de tempel. Ezechiël 1:26: En boven het uitspansel, dat was boven hun hoofden, was de gelijkenis van een troon, als de gedaante van een saffiersteen; en op de gelijkenis van de troon was de gelijkenis als de gedaante eens mensen, daarboven op zijnde. Ezechiël 9:2: En ziet, zes mannen kwamen van de weg van de Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elk met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar. Ezechiël 10:2: En Hij sprak tot de man, bekleed met linnen, en Hij zei: Ga in tot tussen de wielen, tot onder de cherub, en vul uw vuisten met vurige kolen van tussen de cherubs, en strooi ze over de stad; en hij ging in voor mijn ogen. Zacharia 6:12: En spreek tot hem, zeggende: Zo spreekt JAHWEH van de legermachten, zeggende: Ziet, een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal van JAHWEH tempel bouwen. Openbaring 11:1: En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zei: Sta op, en meet de tempel van God en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. Ezechiël 43:6: En ik hoorde Een, Die met mij sprak, uit het huis; en de man was bij mij, staande."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, staal, zijnde schoon en net, hard en duurzaam. Vergelijk Openb. 1:15; idem boven Ezech. 1:7, en wijders Ps. 45:3, en Ps. 102:27, 102:28, doch hier niet als een brandende hasmal, boven Ezech. 1:4, 1:27. Openbaring 1:15: En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren. Ezechiël 1:7: En hun voeten waren rechte voeten, en hun voetplanten waren gelijk de voetplanten van een kalf, en glinsterden gelijk de verf van glad koper. Psalmen 45:3: Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort in Uw lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid. Psalmen 102:27: Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn. Psalmen 102:28: Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. Ezechiël 1:4: Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen, en een glans was rondom die wolk; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden des vuurs. Ezechiël 1:27: En ik zag als de verf van Hasmal, als de gedaante van vuur rondom daarbinnen, van de gedaante Zijner lenden en opwaarts; en van de gedaante Zijner lenden en nederwaarts, zag ik als de gedaante van vuur, en glans aan Hem rondom.",
          "text1637": "Ofte, stael, zijnde schoon ende net, hardt ende duersaem. Vergel. Apoc. 1.15. item bov. 1.7. ende wijders Psal. 45.3. ende 102.27, 28. doch hier niet als een brandende Hasmal, boven 1.4, 27.",
          "text2026": "Of, staal, zijnde schoon en net, hard en duurzaam. Vergelijk Openb. 1:15; idem boven Ez. 1:7, en verder Ps. 45:3, en Ps. 102:27, 102:28, maar hier niet als een brandende hasmal, boven Ez. 1:4, 1:27. Openbaring 1:15: En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren. Ezechiël 1:7: En hun voeten waren rechte voeten, en hun voetplanten waren gelijk de voetplanten van een kalf, en glinsterden gelijk de verf van glad koper. Psalmen 45:3: U bent veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort in Uw lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid. Psalmen 102:27: Die zullen vergaan, maar U zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; U zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn. Psalmen 102:28: Maar U bent Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden. Ezechiël 1:4: Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen, en een glans was rondom die wolk; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden van het vuur. Ezechiël 1:27: En ik zag als de verf van Hasmal, als de gedaante van vuur rondom daarbinnen, van de gedaante Zijn lenden en opwaarts; en van de gedaante Zijn lenden en nederwaarts, zag ik als de gedaante van vuur, en glans aan Hem rondom."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als hebbende het beleid en de bediening van dit geestelijk gebouw.",
          "text1637": "Als hebbende het beleydt ende de bedieninge van dit geestlick gebouw.",
          "text2026": "Als hebbende het beleid en de bediening van dit geestelijk gebouw."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 linnen snoer: Als een landmeter; want toen placht men met snoeren of koorden het land af te meten en te delen. Zie onder Ezech. 47:3, 47:13, met de aantekening, en vergelijk Openb. 21:15; Zach. 2:1 wordt het genoemd een meetsnoer. Ezechiël 47:3: Als nu die man naar het oosten uitging, zo was er een meetsnoer in zijn hand; en hij mat duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de enkelen. Ezechiël 47:13: Alzo zegt de Heere HEERE: Dit zal de landpale zijn, naar dewelke gij het land ten erve zult nemen, naar de twaalf stammen Israëls: Jozef twee snoeren. Openbaring 21:15: En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur. Zacharia 2:1: Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer.",
          "text1637": "Als een lantmeter, wantmen doe met snoeren ofte koorden het lant plach af te meten ende te deylen. Siet onder 47.3, 13. met d’aenteeck. ende vergel. Apoc. 21.15. Zach. 2.1. wort het genoemt, een meet-snoer.",
          "text2026": "17 linnen snoer: Als een landmeter; want toen placht men met snoeren of koorden het land af te meten en te delen. Zie onder Ez. 47:3, 47:13, met de aantekening, en vergelijk Openb. 21:15; Zach. 2:1 wordt het genoemd een meetsnoer. Ezechiël 47:3: Als nu die man naar het oosten uitging, zo was er een meetsnoer in zijn hand; en hij mat duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de enkelen. Ezechiël 47:13: Zo zegt de Heer JAHWEH: Dit zal de landpale zijn, naar die u het land ten erve zult nemen, naar de twaalf stammen van Israël: Jozef twee snoeren. Openbaring 21:15: En hij die met mij sprak, had een gouden rietstok, opdat hij de stad zou meten, en haar poorten, en haar muur. Zacharia 2:1: Opnieuw hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk een bouwmeester, om dit nieuwe gebouw juist af te meten, dat men te dien einde veel met rieten [zijnde daartoe zeer bekwaam] gewoon was te doen, waarvoor wij het woord meetroede zouden kunnen gebruiken. Zie Openb. 11:1. Alzo moet Gods huis naar zijn raad en woord gesticht en gericht worden, als naar de enige regelmaat en het souvereine richtsnoer aller stichting; zie hierop de manier van spreken Jes. 28:10; Gal. 6:16; Filipp. 3:16, en daarvan worden de boeken der Heilige Schriftuur kanoniek genoemd. Vergelijk Exod. 25:9, 25:40; Hand. 7:44; Hebr. 8:5. Voorts kan men, aangaande de ganse metingen van dit geestelijke gebouw vergelijken Ef. 3:17, 3:18, 3:19. Openbaring 11:1: En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. Jesaja 28:10: Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig. Galaten 6:16: En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods. Filippensen 3:16: Doch, daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar denzelfden regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen. Exodus 25:9: Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken. Exodus 25:40: Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is. Handelingen 7:44: De tabernakel der getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk geordineerd had Hij, Die tot Mozes zeide, dat hij denzelven maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had; Hebreeën 8:5: Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is. Efeziërs 3:17: Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; Efeziërs 3:18: Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij, Efeziërs 3:19: En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods.",
          "text1637": "Als een bouwmeester, om dit nieuwe gebouw pertinentelick af te meten, datmen te dier tijt veel met rieten (zijnde daer toe seer bequaem) gewoon was te doen, waer voor wy het woort meetroede, soude konnen gebruycken. Siet Apoc. 11.1. alsoo moet Godts huys nae sijnen raet ende woort gesticht ende gericht worden, als nae de eenige regel-mate, ende het souvereyn richtsnoer aller stichtinge: hierop siet de maniere van spreken Iesa. 28.10. Galat. 6.16. Phil. 3.16. ende daer van worden de boecken der H. Schriftuere Canonijck genoemt. Vergel. Exod. 25.9, 40. Act. 7.44. Hebr. 8.5. voorts kanmen, aengaende de gantsche metinge deses geestlicken gebouws, vergelijcken Ephe. 3.17, 18, 19.",
          "text2026": "Gelijk een bouwmeester, om dit nieuwe gebouw juist af te meten, dat men te die einde veel met rieten [zijnde daartoe zeer bekwaam] gewoon was te doen, waarvoor wij het woord meetroede zouden kunnen gebruiken. Zie Openb. 11:1. Zo moet Gods huis naar zijn raad en woord gesticht en gericht worden, als naar de enige regelmaat en het souvereine richtsnoer aller stichting; zie hierop de manier van spreken Jes. 28:10; Gal. 6:16; Filipp. 3:16, en daarvan worden de boeken van de Heilige Schriftuur kanoniek genoemd. Vergelijk Ex. 25:9, 25:40; Hand. 7:44; Hebr. 8:5. Verder kan men, aangaande de gehele metingen van dit geestelijke gebouw vergelijken Ef. 3:17, 3:18, 3:19. Openbaring 11:1: En mij werd een rietstok gegeven, een meet roede gelijk; en de engel stond en zei: Sta op, en meet de tempel van God en het altaar, en degenen, die daarin aanbidden. Jesaja 28:10: Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig. Galaten 6:16: En zovelen als er naar deze regel zullen wandelen, over dezelfde zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods. Filippensen 3:16: Maar, daar wij toe gekomen zijn, laat ons daarin naar dezelfde regel wandelen, laat ons hetzelfde gevoelen. Exodus 25:9: Naar al wat Ik u tot een voorbeeld van deze tabernakels, en een voorbeeld van al daarvan gereedschap wijzen zal, even zo zult u dat maken. Exodus 25:40: Zie dan toe, dat u het maakt naar hun voorbeeld, dat u op de berg getoond is. Handelingen 7:44: De tabernakel van het getuigenis was onder onze vaderen in de woestijn, gelijk bestemd had Hij, Die tot Mozes zei, dat hij dezelfde maken zou naar de afbeelding, die hij gezien had; Hebreeën 8:5: Welke het voorbeeld en de schaduw van de hemele dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij de tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat u het alles maakt naar de afbeelding, die u op de berg getoond is. Efeziërs 3:17: Opdat Christus door het geloof in uw harten woon, en u in de liefde geworteld en gegrond bent; Efeziërs 3:18: Opdat u ten volle konde begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij, Efeziërs 3:19: En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot al de volheid Gods."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 in de poort: Als Heere des huizes en erfgenaam van alles, openende en sluitende; of immers, als last van dien hebbende. Zie Joh. 10:2, 10:3; Hebr. 1:2, en Hebr. 3:3, 3:6; Openb. 3:7. Anders: bij de poort, of in ene poort. Johannes 10:2: Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen. Johannes 10:3: Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit. Hebreeën 1:2: Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft; Hebreeën 3:3: Want Deze is zoveel meerder heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft, meerder eer heeft, dan het huis. Hebreeën 3:6: Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en den roem der hoop tot het einde toe vast behouden. Openbaring 3:7: En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent:",
          "text1637": "Als Heere des huyses, ende erfgenaem van alles, openende ende sluytende: ofte immers, als last van dien hebbende. Siet. Hebr. 1.2. ende 3.3, 6. ende Iohan. 10.2, 3. Apoc. 3.7. and. by de poorte, ofte, in eene poorte.",
          "text2026": "19 in de poort: Als Heer van het huis en erfgenaam van alles, openende en sluitende; of immers, als last van die hebbende. Zie Joh. 10:2, 10:3; Hebr. 1:2, en Hebr. 3:3, 3:6; Openb. 3:7. Anders: bij de poort, of in ene poort. Johannes 10:2: Maar die door de deur ingaat, is een herder van de schapen. Johannes 10:3: Deze doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit. Hebreeën 1:2: Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft; Hebreeën 3:3: Want Deze is zoveel meerder heerlijkheid waard geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft, meerder eer heeft, dan het huis. Hebreeën 3:6: Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, als wij maar de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe vast behouden. Openbaring 3:7: En schrijf aan de engel van de Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּבֵ֨יא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתִ֜/י",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֗מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "אִישׁ֙",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מַרְאֵ֨/הוּ֙",
          "strongs": "H4758",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מַרְאֵ֣ה",
          "strongs": "H4758",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "נְחֹ֔שֶׁת",
          "strongs": "H5178",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/פְתִיל",
          "strongs": "H6616",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פִּשְׁתִּ֥ים",
          "strongs": "H6593",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָד֖/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/קְנֵ֣ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּדָּ֑ה",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ה֥וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֹמֵ֖ד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּֽׁעַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als Hij mij daarheen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> gebracht had, ziet, zo was er een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> man, van wie de gedaante was als de gedaante van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> koper; en in zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hand was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> linnen snoer, en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> meetriet; en hij stond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> in de poort.",
      "textSV1888_html": "Als Hij mij daarhenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> gebracht had, ziet, zo was er een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> man, wiens gedaante was als de gedaante van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> koper; en in zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hand was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> linnen snoer, en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> meetriet; en hij stond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> in de poort.",
      "text1637_html": "Als hy my daer henen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> gebracht hadde, siet so wasser een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Man, wiens gedaente was als de gedaente van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> koper; ende in sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hant was een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> lijnen snoer, ende een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> meet-riet: ende hy stont <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> in de poorte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "daarhenen",
          "new": "daarheen",
          "principe": "V223"
        },
        {
          "old": "wiens",
          "new": "van wie de",
          "principe": "V312"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "En die man sprak tot mij: Mensenkind! zie met uw ogen, en hoor met uw oren, en zet uw hart op alles, wat ik u zal doen zien; want, opdat ik u zou doen zien, zijt gij herwaarts gebracht; verkondig daarna den huize Israëls alles, wat gij ziet.",
      "text1637": "Ende die Man sprack tot my; [20] Menschen kint, [21] siet met uwe oogen, ende hoort met uwe ooren, ende sett u herte op alles wat ick u sal doen sien; want op dat ick u soude doen sien, zijt ghy herwaerts gebracht: verkondicht [daerna] den huyse Israëls, alles wat ghy siet.",
      "text2026": "En die man sprak tot mij: Mensenkind! zie met uw ogen, en hoor met uw oren, en zet uw hart op alles, wat ik u zal doen zien; want, opdat ik u zou doen zien, bent u herwaarts gebracht; verkondig daarna aan het huis van Israël alles, wat u ziet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Ezech. 2:1. Ezechiël 2:1: En Hij zeide tot mij: Mensenkind, sta op uw voeten, en Ik zal met u spreken.",
          "text1637": "Siet boven 2. op vers 1.",
          "text2026": "Zie boven Ez. 2:1. Ezechiël 2:1: En Hij zei tot mij: Mensenkind, sta op uw voeten, en Ik zal met u spreken."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 zie met uw ogen: Dat is, let met zonderlinge aandacht op alles wat gij ziet en hoort, opdat gij het volk Gods getrouwelijk moogt voordragen, gelijk volgt. Vergelijk Matth. 10:27; Luk. 12:3; Hand. 20:20, 20:27; 1 Kor. 11:23, enz., en wijders in het algemeen, 1 Kor. 12:7; alzo onder Ezech. 43:10, 43:11. Mattheüs 10:27: Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken. Lukas 12:3: Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden. Handelingen 20:20: Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen; Handelingen 20:27: Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods. 1 Korinthiërs 11:23: Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam; 1 Korinthiërs 12:7: Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is. Ezechiël 43:10: Gij mensenkind; wijs den huize Israëls dit huis, opdat zij schaamrood worden vanwege hun ongerechtigheden, en laat ze het patroon afmeten. Ezechiël 43:11: En indien zij schaamrood worden vanwege alles, wat zij gedaan hebben, zo maak hun bekend den vorm van het huis, en zijn gestaltenis, en zijn uitgangen, en zijn ingangen, en al zijn vormen, en al zijn ordinantien, ja, al zijn vormen en al zijn wetten; en schrijf het voor hun ogen, opdat zij zijn gansen vorm en al zijn ordinantien bewaren, en dezelve doen.",
          "text1637": "Dat is, lett met sonderlingen aendacht op alles wat ghy siet ende hoort, op dat ghy’t den volcke Godes getrouwelick meucht voordragen, als volcht. Vergel. Matt. 10.27. Luc. 12.3. Act. 20.20, 27. 1.Corint. 11.23. etc. ende wijders in’t gemeyn. 1.Corint. 12.7. alsoo ond. 43.10, 11.",
          "text2026": "21 zie met uw ogen: Dat is, let met zonderlinge aandacht op alles wat u ziet en hoort, opdat u het volk van God getrouwelijk mag voordragen, gelijk volgt. Vergelijk Matt. 10:27; Luk. 12:3; Hand. 20:20, 20:27; 1 Kor. 11:23, enz., en verder in het algemeen, 1 Kor. 12:7; zo onder Ez. 43:10, 43:11. Mattheüs 10:27: Wat Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en wat u hoort in het oor, predikt dat op de daken. Lukas 12:3: Daarom, al wat u in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat u in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden. Handelingen 20:20: Hoe ik niets achtergehouden heb van wat nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen; Handelingen 20:27: Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al de raad van God. 1 Korinthiërs 11:23: Want ik heb van de Heer ontvangen, wat ik ook u overgegeven heb, dat de Heer Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood nam; 1 Korinthiërs 12:7: Maar aan een iedereen wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat oorbaar is. Ezechiël 43:10: U mensenkind; wijs de huize Israëls dit huis, opdat zij schaamrood worden vanwege hun ongerechtigheden, en laat ze het patroon afmeten. Ezechiël 43:11: En als zij schaamrood worden vanwege alles, wat zij gedaan hebben, zo maak hun bekend de vorm van het huis, en zijn gestalte, en zijn uitgangen, en zijn ingangen, en al zijn vormen, en al zijn ordinantien, ja, al zijn vormen en al zijn wetten; en schrijf het voor hun ogen, opdat zij zijn gansen vorm en al zijn ordinantien bewaren, en dezelfde doen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְדַבֵּ֨ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֜/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִ֗ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֡ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "רְאֵ֣ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/עֵינֶי/ךָ֩",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/אָזְנֶ֨י/ךָ",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HC/R/Ncfdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שְּׁמָ֜ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׂ֣ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לִבְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/כֹ֤ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֲנִי֙",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַרְאֶ֣ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֔/ךְ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֥עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַרְאוֹתְ/כָ֖ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVhc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֻבָ֣אתָה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVHp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֵ֑נָּה",
          "strongs": "H2008",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "הַגֵּ֛ד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "רֹאֶ֖ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En die man sprak tot mij:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zie met uw ogen, en hoor met uw oren, en zet uw hart op alles, wat ik u zal doen zien; want, opdat ik u zou doen zien, bent u herwaarts gebracht; verkondig daarna aan het huis van Israël alles, wat u ziet.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En die man sprak tot mij:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Mensenkind!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zie met uw ogen, en hoor met uw oren, en zet uw hart op alles, wat ik u zal doen zien; want, opdat ik u zou doen zien, zijt gij herwaarts gebracht; verkondig daarna den huize Israëls alles, wat gij ziet.",
      "text1637_html": "Ende die Man sprack tot my; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Menschen kint, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> siet met uwe oogen, ende hoort met uwe ooren, ende sett u herte op alles wat ick u sal doen sien; want op dat ick u soude doen sien, zijt ghy herwaerts gebracht: verkondicht [daerna] den huyse Israëls, alles wat ghy siet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijt gij",
          "new": "bent u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den huize Israëls",
          "new": "aan het huis van Israël",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En ziet, er was een muur buiten aan het huis, rondom henen, en in des mans hand was een meetriet van zes ellen, elke el van een el en een handbreed, en hij mat de breedte des gebouws een riet, en de hoogte een riet.",
      "text1637": "Ende siet, daer was een [22] muer buyten aen den huyse, [23] rontom henen, ende in des mans hant was een meet-riet van ses ellen, [24] [elcke elle] van eene elle ende een [25] hantbreet; ende hy mat de [26] breette des gebouws, een riet, ende de [27] hoochte, een riet.",
      "text2026": "En ziet, er was een muur buiten aan het huis, rondom heen, en in de hand van de man was een meetriet van zes ellen, elke el van één el en een handbreed, en hij meette de breedte van het gebouw een riet, en de hoogte een riet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 muur buiten aan het huis: In het vierkant omsingelende de gehele plaats van al dit gebouw. Vergelijk Jes. 26:1; Zach. 2:4, 2:5. Zie van den omgang van dezen muur, onder Ezech. 42:15, 42:16, 42:17, 42:18, 42:19, 42:20. Jesaja 26:1: Te dien dage zal dit lied gezongen worden in het land van Juda; Wij hebben een sterke stad, God stelt heil tot muren en voorschansen. Zacharia 2:4: En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal. Zacharia 2:5: En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar. Ezechiël 42:15: Als hij nu de maten van het binnenste huis geëindigd had, zo bracht hij mij uit, den weg naar de poort, die den weg naar het oosten zag, en hij mat ze rondom henen. Ezechiël 42:16: Hij mat de oostzijde met het meetriet; vijfhonderd rieten, met het meetriet, rondom. Ezechiël 42:17: Hij mat de noordzijde, vijfhonderd rieten, met het meetriet, rondom. Ezechiël 42:18: De zuidzijde mat hij, vijfhonderd rieten, met het meetriet. Ezechiël 42:19: Hij ging om naar de westzijde, en hij mat vijfhonderd rieten, met het meetriet. Ezechiël 42:20: Hij mat het aan de vier zijden; het had een muur rondom henen, de lengte was vijfhonderd rieten, en de breedte vijfhonderd, om onderscheid te maken tussen het heilige en onheilige.",
          "text1637": "In’t vierkant omcingelende de geheele plaetse van al dit gebouw. Vergel. Iesa. 26.1. Zach. 2.4, 5. siet van den omganck deses muers, ond. 42.15, 16, 17, 18, 19, 20.",
          "text2026": "22 muur buiten aan het huis: In het vierkant omsingelende de gehele plaats van al dit gebouw. Vergelijk Jes. 26:1; Zach. 2:4, 2:5. Zie van de omgang van deze muur, onder Ez. 42:15, 42:16, 42:17, 42:18, 42:19, 42:20. Jesaja 26:1: Te die dage zal dit lied gezongen worden in het land van Juda; Wij hebben een sterke stad, God stelt heil tot muren en voorschansen. Zacharia 2:4: En hij zei tot hem: Loop, spreek deze jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid van de mensen en van de beesten, die in het midden van die wezen zal. Zacharia 2:5: En Ik zal haar wezen, spreekt JAHWEH, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar. Ezechiël 42:15: Als hij nu de maten van het binnenste huis geëindigd had, zo bracht hij mij uit, de weg naar de poort, die de weg naar het oosten zag, en hij mat ze rondom heen. Ezechiël 42:16: Hij mat de oostzijde met het meetriet; vijfhonderd rieten, met het meetriet, rondom. Ezechiël 42:17: Hij mat de noordzijde, vijfhonderd rieten, met het meetriet, rondom. Ezechiël 42:18: De zuidzijde mat hij, vijfhonderd rieten, met het meetriet. Ezechiël 42:19: Hij ging om naar de westzijde, en hij mat vijfhonderd rieten, met het meetriet. Ezechiël 42:20: Hij mat het aan de vier zijden; het had een muur rondom heen, de lengte was vijfhonderd rieten, en de breedte vijfhonderd, om onderscheid te maken tussen het heilige en onheilige."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 rondom henen: Hebreeuws, rondom, rondom, en zo in het volgende.",
          "text1637": "Hebr. rontom rontom, ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "23 rondom heen: Hebreeuws, rondom, rondom, en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 elke el: De maat van elke el was een gewone el en een handbreed, zodat het meetriet was van zes gewone ellen en zes handbreedten.",
          "text1637": "De mate van elcke elle, was eene gemeyne elle ende een hantbreet, so dat het meetriet was van ses gemeyne ellen, ende ses hantbreeten.",
          "text2026": "24 elke el: De maat van elke el was een gewone el en een handbreed, zodat het meetriet was van zes gewone ellen en zes handbreedten."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gerekend op de breedte van vier samengevoegde vingers of drie duimen.",
          "text1637": "Gerekent op de breette van vier t’samengevoechde vingeren, ofte, drie duymen.",
          "text2026": "Gerekend op de breedte van vier samengevoegde vingers of drie duimen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 breedte des gebouws: Dat is, de dikte van dezen muur.",
          "text1637": "D. de dickte van desen muer.",
          "text2026": "26 breedte van het gebouw: Dat is, de dikte van deze muur."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De laagte van dezen buitenmuur nemen sommigen als een afbeelding, ten eerste van Christus' uiterste vernedering, van welke Hij is voortgegaan en gewassen, totdat Hij, het werk onzer verlossing volbracht hebbende, is verhoogd en ingegaan in het heilige der heiligen. Zie Joh. 3:30; Filipp. 2:7, enz.; Hebr. 9:11, 9:12, 9:24; ten tweede van den eersten aanvang, en alzo het volgende van den voortgang en wasdom van het Christendom, en verscheidene maten der gaven aller leden van Christus, in dit leven, totdat Hij hen voert met Hem in de hemelse plaatsen, die Hij hun bereid heeft. Zie Luk. 17:5; Rom. 1:17; 1 Kor. 13:9, 13:10, 13:12; Ef. 4:12, 4:13, 4:14, 4:16; Openb. 22:11. Johannes 3:30: Hij moet wassen, maar ik minder worden. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; Hebreeën 9:11: Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, Hebreeën 9:12: Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. Hebreeën 9:24: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons; Lukas 17:5: En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof. Romeinen 1:17: Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. 1 Korinthiërs 13:9: Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; 1 Korinthiërs 13:10: Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden. 1 Korinthiërs 13:12: Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. Efeziërs 4:12: Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; Efeziërs 4:13: Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus; Efeziërs 4:14: Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen; Efeziërs 4:16: Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde. Openbaring 22:11: Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.",
          "text1637": "De leechte deses buyten-muers nemen sommige als eene afbeeldinge, ten 1. van Christi uyterste vernederinge, van de welcke hy is voortgegaen ende gewassen, tot dat hy, het werck onser verlossinge volbracht hebbende, is verhoocht ende ingegaen in’t heylige der heyligen. Siet Phil. 2.7. etc. Iohan. 3.30. Hebr. 9.11, 12, 24. ten 2. van den eersten aenvanck, ende alsoo het volgende van den voortganck ende wasdom des Christendoms, ende verscheydene maten der gaven aller leden Christi, in desen leven, tot dat hyse voere met hem in de hemelsche plaetsen, die hy haer bereyt heeft. Siet 1.Corint. 13.9, 10, 12. Ephes. 4.12, 13, 14, 16. item Luc. 17.5. Rom. 1.17. Apocal. 22.11.",
          "text2026": "De laagte van deze buitenmuur nemen sommigen als een afbeelding, ten eerste van Christus' uiterste vernedering, van welke Hij is voortgegaan en gewassen, totdat Hij, het werk van ons verlossing volbracht hebbende, is verhoogd en ingegaan in het heilige van de heiligen. Zie Joh. 3:30; Filipp. 2:7, enz.; Hebr. 9:11, 9:12, 9:24; ten tweede van de eerste aanvang, en zo het volgende van de voortgang en wasdom van het Christendom, en verscheidene maten van de gaven aller leden van Christus, in dit leven, totdat Hij hen voert met Hem in de hemelse plaatsen, die Hij hun bereid heeft. Zie Luk. 17:5; Rom. 1:17; 1 Kor. 13:9, 13:10, 13:12; Ef. 4:12, 4:13, 4:14, 4:16; Openb. 22:11. Johannes 3:30: Hij moet groeien, maar ik minder worden. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestalte van een dienaar aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden; Hebreeën 9:11: Maar Christus, de Hogepriester van de toekomende goederen, gekomen zijnde, is door de meerdere en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, Hebreeën 9:12: Noch door het bloed van de bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. Hebreeën 9:24: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat is een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons; Lukas 17:5: En de apostelen zeiden tot de Heer: Vermeerder ons het geloof. Romeinen 1:17: Want de rechtvaardigheid van God wordt in hetzelfde geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. 1 Korinthiërs 13:9: Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; 1 Korinthiërs 13:10: Maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal wat ten dele is, te niet gedaan worden. 1 Korinthiërs 13:12: Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. Efeziërs 4:12: Tot de volmaking van de heiligen, tot het werk van de bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus; Efeziërs 4:13: Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus; Efeziërs 4:14: Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind van de leer, door de bedriegerij van de mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen; Efeziërs 4:16: Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen van de ondersteuning, naar de werking van een iedereen deel in zijn maat, de wasdom van het lichaam bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde. Openbaring 22:11: Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog gerechtvaardigd worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּ֥ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "חוֹמָ֛ה",
          "strongs": "H2346",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/ח֥וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/בַּ֖יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/יַ֨ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִ֜ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קְנֵ֣ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּדָּ֗ה",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "שֵׁשׁ",
          "strongs": "H8337",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֤וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/אַמָּה֙",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/טֹ֔פַח",
          "strongs": "H2948",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֜מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רֹ֤חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בִּנְיָן֙",
          "strongs": "H1146",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֣ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֔ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קוֹמָ֖ה",
          "strongs": "H6967",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֥ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָֽד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ziet, er was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> muur buiten aan het huis,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> rondom heen, en in de hand van de man was een meetriet van zes ellen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> elke el van één el en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> handbreed, en hij meette de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> breedte van het gebouw een riet, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoogte een riet.",
      "textSV1888_html": "En ziet, er was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> muur buiten aan het huis,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> rondom henen, en in des mans hand was een meetriet van zes ellen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> elke el van een el en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> handbreed, en hij mat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> breedte des gebouws een riet, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoogte een riet.",
      "text1637_html": "Ende siet, daer was een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> muer buyten aen den huyse, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> rontom henen, ende in des mans hant was een meet-riet van ses ellen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> [elcke elle] van eene elle ende een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hantbreet; ende hy mat de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> breette des gebouws, een riet, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hoochte, een riet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen,",
          "new": "heen,",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "des mans",
          "new": "de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van de man",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "des gebouws",
          "new": "van het gebouw",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Toen kwam hij tot de poort, welke zag den weg naar het oosten, en hij ging bij derzelver trappen op, en mat den dorpel der poort een riet de breedte, en den anderen dorpel een riet de breedte.",
      "text1637": "Doe quam hy tot de [28] poorte, welcke [29] sach des weechs nae’t Oosten, ende hy ginck by der selver [30] trappen op, ende mat den dorpel der poorte, een riet de breette, ende den anderen dorpel, een riet de breette.",
      "text2026": "Toen kwam hij tot de poort, die zag de weg naar het oosten, en hij ging bij die trappen op, en meette de dorpel van de poort een riet de breedte, en de andere dorpel een riet de breedte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, de eerste poort.",
          "text1637": "Verstaet de eerste poorte.",
          "text2026": "Versta, de eerste poort."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 zag den weg naar het oosten: Hebreeuws, welker aangezicht [was] des wegs enz.",
          "text1637": "Hebr. welcker aengesichte [was] des weechs, etc.",
          "text2026": "29 zag de weg naar het oosten: Hebreeuws, van wie aangezicht [was] van de weg enz (פָּנָי)."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 trappen op: Hoeveel die geweest mogen zijn, wordt hier niet vermeld, als wel van de anderen in het volgende geschiedt.",
          "text1637": "Hoe vele die geweest mogen zijn, en wort hier niet vermeldt, als wel van d’andere in’t volgende geschiet.",
          "text2026": "30 trappen op: Hoeveel die geweest mogen zijn, wordt hier niet vermeld, als wel van de anderen in het volgende geschiedt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּב֗וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֨עַר֙",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "פָּנָי/ו֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּדִ֔ימָ/ה",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HTd/Ncmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּ֖עַל",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "ב/מעלות/ו",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "סַ֣ף",
          "strongs": "H5592",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֗עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֤ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָד֙",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "רֹ֔חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "סַ֣ף",
          "strongs": "H5592",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֔ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֥ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֖ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "רֹֽחַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen kwam hij tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> poort, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zag de weg naar het oosten, en hij ging bij die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> trappen op, en meette de dorpel van de poort een riet de breedte, en de andere dorpel een riet de breedte.",
      "textSV1888_html": "Toen kwam hij tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> poort, welke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zag den weg naar het oosten, en hij ging bij derzelver<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> trappen op, en mat den dorpel der poort een riet de breedte, en den anderen dorpel een riet de breedte.",
      "text1637_html": "Doe quam hy tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> poorte, welcke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> sach des weechs nae’t Oosten, ende hy ginck by der selver <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> trappen op, ende mat den dorpel der poorte, een riet de breette, ende den anderen dorpel, een riet de breette.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welke",
          "new": "die",
          "principe": "V808"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "die",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mat den",
          "new": "meette de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den anderen",
          "new": "de andere",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "En elk kamertje een riet de lengte, en een riet de breedte; en tussen de kamertjes vijf ellen; en den dorpel der poort, bij het voorhuis der poort van binnen, een riet.",
      "text1637": "Ende [31] [elck] kamerken, een riet de lengte, ende een riet de breette; ende [32] tusschen de kamerkens, vijf ellen: ende den [33] dorpel der poorte, by den [34] voorhuyse der poorte van binnen, een riet.",
      "text2026": "En elk kamertje een riet de lengte, en een riet de breedte; en tussen de kamertjes vijf ellen; en de dorpel van de poort, bij het voorhuis van de poort van binnen, een riet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 elk kamertje: Hebreeuws, het kamertje; dat is, elk der kamertjes, of celletjes, die aan beide zijden in het noorden en zuiden, tussen de eerste en tweede poort tegenover elkander waren, tot enig verblijf van de poort- en dorpelwachters, en degenen die van buiten inkwamen. Hetwelk enigen houden voor ene afbeelding van de aankomst, ingang, inschrijving en opneming der leden van Christus in zijn huis, of, [om zo te spreken] onder zijn dak, hoede en bescherming op aarde, en daarna in de hemelse woonsteden. Zie Ps. 22:31, en Ps. 87:4, 87:5, 87:6; Jes. 54:3, enz., en Jes. 60:4, enz.; Matth. 25:10; Luk. 16:9; Hand. 2:41, 2:42, enz. Psalmen 22:31: Het zaad zal Hem dienen; het zal den HEERE aangeschreven worden tot in geslachten. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. Psalmen 87:5: En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. Psalmen 87:6: De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren. Sela. Jesaja 54:3: Want gij zult uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen. Jesaja 60:4: Hef uw ogen rondom op, en zie, die allen zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde gevoedsterd worden. Mattheüs 25:10: Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Lukas 16:9: En Ik zeg ulieden: Maakt uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen. Handelingen 2:41: Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen. Handelingen 2:42: En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.",
          "text1637": "Hebr. het kamerken. D. elck een der kamerkens, ofte, cellekens, die aen beyde zijden in’t Noorden ende Suyden, tusschen d’eerste ende tweede poorte tegen malkanderen over waren, tot eenich verblijf van de Poort ende dorpelwachters, ende de gene die van buyten inquamen. het welcke eenige houden voor eene afbeeldinge vande aenkomste, inganck, inschrijvinge ende opneminge der leden Christi in sijn huys, ofte (om soo te spreken) onder zijn dack, hoede ende bescherminge op aerden, ende daer na in de hemelsche woonsteden. siet Psal. 22.31. ende 87.4, 5, 6. Iesa. 54.3. etc. ende 60.4. etc. Act. 2.41, 42. etc. Mat. 25.10. Luc. 16.9.",
          "text2026": "31 elk kamertje: Hebreeuws, het kamertje; dat is, elk van de kamertjes, of celletjes, die aan beide zijden in het noorden en zuiden, tussen de eerste en tweede poort tegenover elkaar waren, tot enig verblijf van de poort- en dorpelwachters, en degenen die van buiten inkwamen. Dat enige houden voor ene afbeelding van de aankomst, ingang, inschrijving en opneming van de leden van Christus in zijn huis, of, [om zo te spreken] onder zijn dak, hoede en bescherming op aarde, en daarna in de hemelse woonsteden. Zie Ps. 22:31, en Ps. 87:4, 87:5, 87:6; Jes. 54:3, enz., en Jes. 60:4, enz.; Matt. 25:10; Luk. 16:9; Hand. 2:41, 2:42, enz. Psalmen 22:31: Het zaad zal Hem dienen; het zal JAHWEH aangeschreven worden tot in geslachten. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met de Moor, deze is daar geboren. Psalmen 87:5: En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. Psalmen 87:6: De JAHWEH zal hen rekenen in het opschrijven van de volken, zeggende: Deze is daar geboren. Sela. Jesaja 54:3: Want u zult uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen. Jesaja 60:4: Hef uw ogen rondom op, en zie, die allen zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde gevoedsterd worden. Mattheüs 25:10: Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Lukas 16:9: En Ik zeg u: Maakt uzelven vrienden uit de onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tenten. Handelingen 2:41: Die dan zijn woord graag aannamen, werden gedoopt; en er werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen. Handelingen 2:42: En zij waren volhardende in de leer van de apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking van het brood, en in de gebeden."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 tussen de kamertjes: Dat is, de plaats of het ruim, spatie tussen de kamertjes.",
          "text1637": "D. de plaetse ofte het ruym, spatie, tusschen de kamerkens.",
          "text2026": "32 tussen de kamertjes: Dat is, de plaats of het ruim, spatie tussen de kamertjes."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 dorpel der poort: Dat is, beide dorpels [gelijk sommigen] gelijk vers 6. Ezechiël 40:6: Toen kwam hij tot de poort, welke zag den weg naar het oosten, en hij ging bij derzelver trappen op, en mat den dorpel der poort een riet de breedte, en den anderen dorpel een riet de breedte.",
          "text1637": "D. beyde dorpelen (als sommige) gelijck vers 6.",
          "text2026": "33 dorpel van de poort: Dat is, beide dorpels [gelijk sommigen] gelijk vers 6. Ezechiël 40:6: Toen kwam hij tot de poort, welke zag de weg naar het oosten, en hij ging bij van hen trappen op, en mat de dorpel van de poort een riet de breedte, en de anderen dorpel een riet de breedte."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 voorhuis der poort: Of, portaal, en zo in het volgende, gelijk sommigen dit nemen.",
          "text1637": "Ofte, portael, ende soo in’t volgende, als sommige dit nemen.",
          "text2026": "34 voorhuis van de poort: Of, portaal, en zo in het volgende, gelijk sommigen dit nemen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַ/תָּ֗א",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֨ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֥ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֨רֶךְ֙",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָנֶ֤ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָד֙",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "רֹ֔חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בֵ֥ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/תָּאִ֖ים",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֣שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֑וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/סַ֣ף",
          "strongs": "H5592",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֠/שַּׁעַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֨צֶל",
          "strongs": "H681",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "אוּלָ֥ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֛עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/הַ/בַּ֖יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֥ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָֽד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> elk kamertje een riet de lengte, en een riet de breedte; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tussen de kamertjes vijf ellen; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> dorpel van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> poort, bij het voorhuis van de poort van binnen, een riet.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> elk kamertje een riet de lengte, en een riet de breedte; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tussen de kamertjes vijf ellen; en den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> dorpel der poort, bij het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> voorhuis der poort van binnen, een riet.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> [elck] kamerken, een riet de lengte, ende een riet de breette; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tusschen de kamerkens, vijf ellen: ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> dorpel der poorte, by den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> voorhuyse der poorte van binnen, een riet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Ook mat hij het voorhuis der poort van binnen, een riet.",
      "text1637": "[35] Oock mat hy het voorhuys der poorte van [36] binnen, een riet.",
      "text2026": "Ook meette hij het voorhuis van de poort van binnen, een riet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 Ook mat hij het voorhuis: Anders: en als hij gemeten had, enz., en dan vers 9, zo mat hij, enz. Ezechiël 40:9: Toen mat hij het andere voorhuis der poort, acht ellen, en haar posten twee ellen; en het voorhuis der poort was van binnen.",
          "text1637": "And. ende als hy gemeten hadde, etc. ende dan vers 9. so mat hy, etc.",
          "text2026": "35 Ook mat hij het voorhuis: Anders: en als hij gemeten had, enz., en dan vers 9, zo mat hij, enz. Ezechiël 40:9: Toen mat hij het andere voorhuis van de poort, acht ellen, en haar posten twee ellen; en het voorhuis van de poort was van binnen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, inwendig, inwaarts.",
          "text1637": "Ofte, inwendich, inwaert.",
          "text2026": "Of, inwendig, inwaarts."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֜מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֻלָ֥ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֛עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הַ/בַּ֖יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָנֶ֥ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָֽד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Ook meette hij het voorhuis van de poort van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> binnen, een riet.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Ook mat hij het voorhuis der poort van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> binnen, een riet.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Oock mat hy het voorhuys der poorte van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> binnen, een riet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Toen mat hij het andere voorhuis der poort, acht ellen, en haar posten twee ellen; en het voorhuis der poort was van binnen.",
      "text1637": "Doe mat hy het [ander] voorhuys der poorte, acht ellen, ende [37] hare posten twee ellen: [38] ende het voorhuys der poorte was van binnen.",
      "text2026": "Toen meette hij het andere voorhuis van de poort, acht ellen, en haar posten twee ellen; en het voorhuis van de poort was van binnen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 haar posten: Te weten van de poort, of zijne, te weten van het voorhuis of portaal.",
          "text1637": "T.w. der poorte, ofte, sijne, T.w. des voorhuyses ofte portaels.",
          "text2026": "37 haar posten: Te weten van de poort, of zijne, te weten van het voorhuis of portaal."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 en het voorhuis der poort: Anders: te weten het voorhuis der poort van binnen.",
          "text1637": "And. te weten, het voorhuys der poorte van binnen.",
          "text2026": "38 en het voorhuis van de poort: Anders: te weten het voorhuis van de poort van binnen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֜מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֻלָ֤ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֨עַר֙",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֹנֶ֣ה",
          "strongs": "H8083",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֔וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "ו/איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁתַּ֣יִם",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HAcfda"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֑וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֻלָ֥ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֖עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הַ/בָּֽיִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Td/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen meette hij het andere voorhuis van de poort, acht ellen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> haar posten twee ellen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> en het voorhuis van de poort was van binnen.",
      "textSV1888_html": "Toen mat hij het andere voorhuis der poort, acht ellen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> haar posten twee ellen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> en het voorhuis der poort was van binnen.",
      "text1637_html": "Doe mat hy het [ander] voorhuys der poorte, acht ellen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> hare posten twee ellen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> ende het voorhuys der poorte was van binnen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En de kamertjes der poort, den weg naar het oosten, waren drie van deze, en drie van gene zijde; die drie hadden enerlei maat; ook hadden de posten, van deze en van gene zijde, enerlei maat.",
      "text1637": "Ende de kamerkens der poorte des weegs nae’t oosten, waren [39] drie van dese, ende drie van gene zijde; die drie hadden eenderley mate: oock hadden de posten, van dese ende van gene zijde, eenderley mate.",
      "text2026": "En de kamertjes van de poort, de weg naar het oosten, waren drie van deze, en drie van de andere zijde; die drie hadden dezelfde maat; ook hadden de posten, van deze en van de andere zijde, dezelfde maat.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 drie van deze: Hebreeuws, drie van hier en drie van hier; dat is, van daar, waarvan de zin is, naar den aard der Hebreeuwse spraak, zulks als in den tekst staat en zo in het volgende.",
          "text1637": "Hebr. drie van hier ende drie van hier, D. van daer, waer van de sin is, nae den aert der Hebr. sprake, sulcks als in den text staet: ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "39 drie van deze: Hebreeuws, drie van hier en drie van hier; dat is, van daar, waarvan de zin is, naar de aard van de Hebreeuwse spraak, zulks als in de tekst staat en zo in het volgende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/תָאֵ֨י",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֜עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּדִ֗ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁלֹשָׁ֤ה",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּה֙",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁלֹשָׁ֣ה",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֔ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "מִדָּ֥ה",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֖ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁלָשְׁתָּ֑/ם",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HR/Acmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִדָּ֥ה",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֛ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/אֵילִ֖ם",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֥ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/פּֽוֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HC/R/D"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de kamertjes van de poort, de weg naar het oosten, waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> drie van deze, en drie van de andere zijde; die drie hadden dezelfde maat; ook hadden de posten, van deze en van de andere zijde, dezelfde maat.",
      "textSV1888_html": "En de kamertjes der poort, den weg naar het oosten, waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> drie van deze, en drie van gene zijde; die drie hadden enerlei maat; ook hadden de posten, van deze en van gene zijde, enerlei maat.",
      "text1637_html": "Ende de kamerkens der poorte des weegs nae’t oosten, waren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> drie van dese, ende drie van gene zijde; die drie hadden eenderley mate: oock hadden de posten, van dese ende van gene zijde, eenderley mate.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "enerlei",
          "new": "dezelfde",
          "principe": "V1163"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "enerlei",
          "new": "dezelfde",
          "principe": "V1163"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Voorts mat hij de wijdte der deur van de poort tien ellen; de lengte der poort dertien ellen.",
      "text1637": "Voorts mat hy de wijtte der deure vande poorte, tien ellen: de lengte der poorte, dertien ellen.",
      "text2026": "Verder meette hij de wijdte van de deur van de poort tien ellen; de lengte van de poort dertien ellen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֛מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רֹ֥חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פֶּֽתַח",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֖עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֶ֣שֶׂר",
          "strongs": "H6235",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֑וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֣רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֔עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁל֥וֹשׁ",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרֵ֖ה",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּֽוֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder meette hij de wijdte van de deur van de poort tien ellen; de lengte van de poort dertien ellen.",
      "text1637_html": "Voorts mat hy de wijtte der deure vande poorte, tien ellen: de lengte der poorte, dertien ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts mat",
          "new": "Verder meette",
          "principe": "V27"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En er was een ruim voor aan de kamertjes, van een el van deze, en een ruim van een el van gene zijde; en elk kamertje zes ellen van deze, en zes ellen van gene zijde.",
      "text1637": "Ende daer was een [40] ruym [41] voor aen de camerkens, van eene elle, [van dese], ende een ruym van eene elle van gene zijde: ende [elck] kamerken ses ellen van dese, ende ses ellen van gene zijde.",
      "text2026": "En er was een ruim voor aan de kamertjes, van een el van deze, en een ruim van een el van de andere zijde; en elk kamertje zes ellen van deze, en zes ellen van de andere zijde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, grens, paal.",
          "text1637": "Hebr. grenze, pale.",
          "text2026": "Hebreeuws, grens, paal."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 voor aan de kamertjes: Hebreeuws, voor het aangezicht.",
          "text1637": "Hebr. voor’t aengesichte.",
          "text2026": "41 voor aan de kamertjes: Hebreeuws, voor het aangezicht (פְנֵי)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/גְב֞וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֤י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/תָּאוֹת֙",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֣ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֔ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַמָּה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֥ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "גְּב֖וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֑ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/תָּ֕א",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שֵׁשׁ",
          "strongs": "H8337",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֣וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֔וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֵׁ֥שׁ",
          "strongs": "H8337",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֖וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּֽוֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        }
      ],
      "text2026_html": "En er was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> ruim<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> voor aan de kamertjes, van een el van deze, en een ruim van een el van de andere zijde; en elk kamertje zes ellen van deze, en zes ellen van de andere zijde.",
      "textSV1888_html": "En er was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> ruim<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> voor aan de kamertjes, van een el van deze, en een ruim van een el van gene zijde; en elk kamertje zes ellen van deze, en zes ellen van gene zijde.",
      "text1637_html": "Ende daer was een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> ruym <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> voor aen de camerkens, van eene elle, [van dese], ende een ruym van eene elle van gene zijde: ende [elck] kamerken ses ellen van dese, ende ses ellen van gene zijde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Toen mat hij de poort van het dak van het ene kamertje af tot aan het dak van een ander; de breedte was vijf en twintig ellen; deur was tegenover deur.",
      "text1637": "Doe mat hy de poorte van het dack [42] eenes kamerkens af tot aen het dack eenes anderen; de breette was vijf ende twintich ellen: deure was tegen over deure.",
      "text2026": "Toen meette hij de poort van het dak van het ene kamertje af tot aan het dak van een ander; de breedte was vijf en twintig ellen; deur was tegenover deur.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 van het ene kamertje af: Anders: van het dak der kamertjes af tot haar [der poorten] dak toe.",
          "text1637": "And. van het dack der kamerkens af tot haer (der poorten) dack toe.",
          "text2026": "42 van het ene kamertje af: Anders: van het dak van de kamertjes af tot haar [van de poorten] dak toe."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֗עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/גַּ֤ג",
          "strongs": "H1406",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/תָּא֙",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/גַגּ֔/וֹ",
          "strongs": "H1406",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "רֹ֕חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרִ֥ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָמֵ֖שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֑וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֖תַח",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נֶ֥גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פָּֽתַח",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen meette hij de poort van het dak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> van het ene kamertje af tot aan het dak van een ander; de breedte was vijf en twintig ellen; deur was tegenover deur.",
      "textSV1888_html": "Toen mat hij de poort van het dak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> van het ene kamertje af tot aan het dak van een ander; de breedte was vijf en twintig ellen; deur was tegenover deur.",
      "text1637_html": "Doe mat hy de poorte van het dack <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> eenes kamerkens af tot aen het dack eenes anderen; de breette was vijf ende twintich ellen: deure was tegen over deure.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ook maakte hij posten van zestig ellen, namelijk tot den post des voorhofs, rondom de poort henen.",
      "text1637": "Oock [43] maeckte hy posten van ’tsestich ellen: naemlick tot den post des [44] voorhofs, rontom de poorte henen.",
      "text2026": "Ook maakte hij posten van zestig ellen, namelijk tot de post van de voorhof, rondom de poort heen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 maakte hij: Dat is, hij mat, gelijk velen dit hier verstaan, alzo het gebouw al gemaakt of gereed was. Zie boven vers 5. Ezechiël 40:5: En ziet, er was een muur buiten aan het huis, rondom henen, en in des mans hand was een meetriet van zes ellen, elke el van een el en een handbreed, en hij mat de breedte des gebouws een riet, en de hoogte een riet.",
          "text1637": "D. hy mat, als vele dit hier verstaen, alsoo het gebouw al gemaeckt of gereedt was, siet boven vers 5.",
          "text2026": "43 maakte hij: Dat is, hij mat, gelijk velen dit hier verstaan, zo het gebouw al gemaakt of gereed was. Zie boven vers 5. Ezechiël 40:5: En ziet, er was een muur buiten aan het huis, rondom heen, en in van de man hand was een meetriet van zes ellen, elke el van een el en een handbreed, en hij mat de breedte van het gebouw een riet, en de hoogte een riet."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De voorhoven des Heeren, waarin Gods volk zich placht te onthouden, [die er verscheidene geweest zijn voor dezen tempel, gelijk in het volgende verhaald wordt,] houden enigen als ene afbeelding van de uitbreiding der kerk van het Nieuwe Testament in vele bijzondere kerken door de ganse wereld vergaderd, doch allen behorende tot het lichaam der algemene kerk en gemeenschap hebbende aan den Heere Christus en zijne weldaden, door den tempel afgebeeld. Zie Ps. 65:5, en Ps. 84:3, en Ps. 87:4, 87:5, 87:6, en Ps. 100:4, enz.; Jes. 54:2, 54:3, enz., en Jes. 60:4, enz., en Jes. 62:9. Psalmen 65:5: Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis. Psalmen 84:3: Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. Psalmen 87:5: En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. Psalmen 87:6: De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren. Sela. Psalmen 100:4: Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam. Jesaja 54:2: Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in. Jesaja 54:3: Want gij zult uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen. Jesaja 60:4: Hef uw ogen rondom op, en zie, die allen zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde gevoedsterd worden. Jesaja 62:9: Maar die het inzamelen zullen, die zullen het eten, en zij zullen den HEERE prijzen; en die hem vergaderen zullen, zullen hem drinken in de voorhoven Mijns heiligdoms.",
          "text1637": "De voorhoven des Heeren, daer in Godts volck sich plach te onthouden, (dieder verscheydene geweest zijn voor desen Tempel, als in’t volgende verhaelt wort,) houden eenige, als eene afbeeldinge van de uytbreydinge der kercke des Nieuwen Testaments in vele particuliere kercken door de gantsche werelt vergadert, doch alle gehoorende tot het lichaem der algemeyne kercke, ende gemeynschap hebbende aen den Heere Christo ende sijne weldaden, door den Tempel afgebeeldt. siet Psal. 87.4, 5, 6. Iesa. 54.2, 3, etc. ende 60.4, etc. ende 62.9. item Psal. 65.5. ende 84.3. ende 100.4, etc.",
          "text2026": "De voorhoven van de Heern, waarin Gods volk zich placht te onthouden, [die er verscheidene geweest zijn voor deze tempel, gelijk in het volgende verhaald wordt,] houden enige als ene afbeelding van de uitbreiding van de kerk van het Nieuwe Testament in vele bijzondere kerken door de gehele wereld vergaderd, maar allen behorende tot het lichaam van de algemene kerk en gemeenschap hebbende aan de Heer Christus en zijne weldaden, door de tempel afgebeeld. Zie Ps. 65:5, en Ps. 84:3, en Ps. 87:4, 87:5, 87:6, en Ps. 100:4, enz.; Jes. 54:2, 54:3, enz., en Jes. 60:4, enz., en Jes. 62:9. Psalmen 65:5: Welgelukzalig is hij, die U verkiest, en doet naderen, dat hij woon in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis. Psalmen 84:3: Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven van JAHWEH; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot de levenden God. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met de Moor, deze is daar geboren. Psalmen 87:5: En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. Psalmen 87:6: De JAHWEH zal hen rekenen in het opschrijven van de volken, zeggende: Deze is daar geboren. Sela. Psalmen 100:4: Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam. Jesaja 54:2: Maak de plaats uw tenten wijd, en dat men de gordijnen uw woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in. Jesaja 54:3: Want u zult uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen. Jesaja 60:4: Hef uw ogen rondom op, en zie, die allen zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde gevoedsterd worden. Jesaja 62:9: Maar die het inzamelen zullen, die zullen het eten, en zij zullen JAHWEH prijzen; en die hem vergaderen zullen, zullen hem drinken in de voorhoven Mijns heiligdoms."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּ֥עַשׂ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֵילִ֖ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שִׁשִּׁ֣ים",
          "strongs": "H8346",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֑ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אֵיל֙",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הֶֽ/חָצֵ֔ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֖עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֥יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִֽיב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> maakte hij posten van zestig ellen, namelijk tot de post van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> de voorhof, rondom de poort heen.",
      "textSV1888_html": "Ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> maakte hij posten van zestig ellen, namelijk tot den post des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> voorhofs, rondom de poort henen.",
      "text1637_html": "Oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> maeckte hy posten van ’tsestich ellen: naemlick tot den post des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> voorhofs, rontom de poorte henen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des voorhofs,",
          "new": "van de voorhof,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "henen.",
          "new": "heen.",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En van het voorste deel der poort des ingangs, tot aan het voorste deel van het voorhuis van de binnenpoort, waren vijftig ellen.",
      "text1637": "Ende van’t [45] voorste deel der poorte [46] des ingancks, tot aen’t voorste deel des voorhuyses [47] vande binnen-poorte, waren vijftich ellen.",
      "text2026": "En van het voorste deel van de poort van de ingang, tot aan het voorste deel van het voorhuis van de binnenpoort, waren vijftig ellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 voorste deel der poort: Hebreeuws, aangezicht; en zo in het volgende.",
          "text1637": "Hebr. aengesichte: ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "45 voorste deel van de poort: Hebreeuws, aangezicht (פְּנֵי); en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 des ingangs: Of, waar men aankomt.",
          "text1637": "Ofte, daermen aenkomt.",
          "text2026": "46 van de ingangs: Of, waar men aankomt."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 van de binnenpoort: Of, [namelijk tot aan] de binnenpoort.",
          "text1637": "Ofte, [naemlick tot aen] de binnen-poorte.",
          "text2026": "47 van de binnenpoort: Of, [namelijk tot aan] de binnenpoort."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַ֗ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵי֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "ה/יאתון",
          "strongs": "H2978",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֕י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אֻלָ֥ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֖עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֑י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמִשִּׁ֖ים",
          "strongs": "H2572",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּֽה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> het voorste deel van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> poort van de ingang, tot aan het voorste deel van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> voorhuis van de binnenpoort, waren vijftig ellen.",
      "textSV1888_html": "En van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> het voorste deel der poort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> des ingangs, tot aan het voorste deel van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> voorhuis van de binnenpoort, waren vijftig ellen.",
      "text1637_html": "Ende van’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> voorste deel der poorte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> des ingancks, tot aen’t voorste deel des voorhuyses <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> vande binnen-poorte, waren vijftich ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des ingangs,",
          "new": "van de ingang,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "En er waren gesloten vensters aan de kamertjes, en aan hun posten inwaarts in de poort rondom henen; alzo ook aan de voorhuizen; de vensters nu waren rondom henen inwaarts, en aan de posten waren palmbomen.",
      "text1637": "Ende daer waren [48] geslotene vensters aende kamerkens, ende aen hare posten innewaert in de poorte rontom henen; alsoo oock aen de [49] voorhuysen: [50] de vensters nu waren rontom henen innewaert, ende aende posten waren [51] palmboomen.",
      "text2026": "En er waren gesloten vensters aan de kamertjes, en aan hun posten inwaarts in de poort rondom heen; zo ook aan de voorhuizen; de vensters nu waren rondom heen inwaarts, en aan de posten waren palmbomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 gesloten vensters: Versta, met glas, of eng, nauw [alsof zij gesloten waren] doch alzo dat zij inwendig schoon licht gaven, [vergelijk 1 Kon. 6:4,] afbeeldende het ware licht, dat de Heere Christus in zijne kerk zou inbrengen door zijn Woord en Geest. Zie Jes. 42:6, 42:7, en Jes. 49:6, en Jes. 60:19, 60:20; Joh. 1:7, 1:8, en Joh. 8:12; Openb. 21:23, 21:24, enz. 1 Koningen 6:4: En hij maakte vensteren aan het huis van gesloten uitzichten. Jesaja 42:6: Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. Jesaja 42:7: Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten. Jesaja 49:6: Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. Jesaja 60:19: De zon zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid. Jesaja 60:20: Uw zon zal niet meer ondergaan, en uw maan zal haar licht niet intrekken; want de HEERE zal u tot een eeuwig licht wezen, en de dagen uwer treuring zullen een einde nemen. Johannes 1:7: Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden. Johannes 1:8: Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou. Johannes 8:12: Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. Openbaring 21:23: En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars. Openbaring 21:24: En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en eer in dezelve.",
          "text1637": "Verstaet met glas, ofte, enge, naeuwe, (als ofse gesloten waren) doch alsoo, datse innewaert schoon licht gaven, (vergel. 1.Reg. 6. op vers 4) afbeeldende het ware licht, dat de Heere Christus in sijne kercke soude inbrengen door sijn woort ende Geest. Siet Iesa. 42.6, 7. ende 49.6. ende 60.19, 20. Iohan. 1.7, 8. ende 8.12. Apoc. 21.23, 24. etc.",
          "text2026": "48 gesloten vensters: Versta, met glas, of eng, nauw [alsof zij gesloten waren] maar zo dat zij inwendig schoon licht gaven, [vergelijk 1 Kon. 6:4,] afbeeldende het ware licht, dat de Heer Christus in zijne kerk zou inbrengen door zijn Woord en Geest. Zie Jes. 42:6, 42:7, en Jes. 49:6, en Jes. 60:19, 60:20; Joh. 1:7, 1:8, en Joh. 8:12; Openb. 21:23, 21:24, enz. 1 Koningen 6:4: En hij maakte vensteren aan het huis van gesloten uitzichten. Jesaja 42:6: Ik, JAHWEH, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond van het volk, tot een Licht van de heidenen. Jesaja 42:7: Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten. Jesaja 49:6: Verder zei Hij: Het is te gering, dat U Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weer te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht van de heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde van de aarde. Jesaja 60:19: De zon zal u niet meer wezen tot een licht van de dag, en tot een glans zal u de maan niet lichten; maar JAHWEH zal u wezen tot een eeuwig Licht, en uw God tot uw Sierlijkheid. Jesaja 60:20: Uw zon zal niet meer ondergaan, en uw maan zal haar licht niet intrekken; want JAHWEH zal u tot een eeuwig licht wezen, en de dagen uw treuring zullen een einde nemen. Johannes 1:7: Deze kwam tot een getuigenis, om van het Licht te getuigen, opdat zij allen door hem geloven zouden. Johannes 1:8: Hij was het Licht niet, maar was gezonden, opdat hij van het Licht getuigen zou. Johannes 8:12: Jezus dan sprak opnieuw tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht van de wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht van het leven hebben. Openbaring 21:23: En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelfde zouden schijnen; want de heerlijkheid van God heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars. Openbaring 21:24: En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer in dezelfde."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, galerijen, bogen.",
          "text1637": "And. galeryen, bogen.",
          "text2026": "Anders, galerijen, bogen."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 de vensters: Anders, [aan] de vensters nu, enz. en aan de posten waren palmbomen.",
          "text1637": "And. [aen] de vensteren nu, etc. ende aen de posten waren palmboomen.",
          "text2026": "50 de vensters: Anders, [aan] de vensters nu, enz. en aan de posten waren palmbomen."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Afbeeldende den geestelijk sierlijken, altijd groenenden, vruchtbaren en onverwinnelijken staat der kerk. Zie Ps. 92:13; Hoogl. 7:7, 7:8; Openb. 7:9. Psalmen 92:13: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon. Hooglied 7:7: Deze uw lengte is te vergelijken bij een palmboom, en uw borsten bij druiftrossen. Hooglied 7:8: Ik zeide: Ik zal op den palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druiftrossen aan den wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen. Openbaring 7:9: Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen.",
          "text1637": "Afbeeldende den geestlick-cierlicken, altoos groenenden, vruchtbaren, ende onverwinnelicken staet der kercke. siet Psal. 92.13. Cant. 7.7, 8. Apoc. 7.9.",
          "text2026": "Afbeeldende de geestelijk sierlijken, altijd groenenden, vruchtbaren en onverwinnelijken staat van de kerk. Zie Ps. 92:13; Hoogl. 7:7, 7:8; Openb. 7:9. Psalmen 92:13: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal groeien als een cederboom op Libanon. Hooglied 7:7: Deze uw lengte is te vergelijken bij een palmboom, en uw borsten bij druiftrossen. Hooglied 7:8: Ik zei: Ik zal op de palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druiftrossen aan de wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen. Openbaring 7:9: Na deze zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte kleren, en palmtakken waren in hun handen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/חַלֹּנ֣וֹת",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "אֲטֻמ֣וֹת",
          "strongs": "H331",
          "morph": "HVqsfpa"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/תָּאִ֡ים",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל֩",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אֵלֵי/הֵ֨מָה",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנִ֤ימָה",
          "strongs": "H6441",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "לַ/שַּׁ֨עַר֙",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֔יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כֵ֖ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "לָ/אֵֽלַמּ֑וֹת",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַלּוֹנ֞וֹת",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֤יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִיב֙",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנִ֔ימָה",
          "strongs": "H6441",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אַ֖יִל",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּמֹרִֽים",
          "strongs": "H8561",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En er waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> gesloten vensters aan de kamertjes, en aan hun posten inwaarts in de poort rondom heen; zo ook aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> voorhuizen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> de vensters nu waren rondom heen inwaarts, en aan de posten waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> palmbomen.",
      "textSV1888_html": "En er waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> gesloten vensters aan de kamertjes, en aan hun posten inwaarts in de poort rondom henen; alzo ook aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> voorhuizen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> de vensters nu waren rondom henen inwaarts, en aan de posten waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> palmbomen.",
      "text1637_html": "Ende daer waren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> geslotene vensters aende kamerkens, ende aen hare posten innewaert in de poorte rontom henen; alsoo oock aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> voorhuysen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> de vensters nu waren rontom henen innewaert, ende aende posten waren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> palmboomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen; alzo",
          "new": "heen; zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "henen",
          "new": "heen",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Voorts bracht hij mij in het buitenste voorhof, en ziet, er waren kameren, en een plaveisel, dat gemaakt was in het voorhof rondom henen, dertig kameren waren er op het plaveisel.",
      "text1637": "Voorts bracht hy my in den [52] buytensten voorhof, ende siet daer waren kameren, ende een plaveysel, dat gemaeckt was in den voorhof rontom henen; [53] dertich kameren warender op het plaveysel.",
      "text2026": "Verder bracht hij mij in het buitenste voorhof, en ziet, er waren kamers, en een plaveisel, dat gemaakt was in het voorhof rondom heen, dertig kamers waren er op het plaveisel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 buitenste voorhof: Dat sommigen noemen het voorhof der vrouwen.",
          "text1637": "Dat sommige noemen, het voorhof der vrouwen.",
          "text2026": "52 buitenste voorhof: Dat sommigen noemen het voorhof van de vrouwen."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 dertig kameren: In mijns vaders huis zijn vele woningen, zegt de Heere Christus. Joh. 14:2, en op aarde beschikt Hij den zijnen plaats en berging tegen onweder, regen en hitte der zon, dat is bestendigen troost in alle kruis. Zie Jes. 4:5, 4:6, en Jes. 32:2, enz. Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Jesaja 4:5: En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Jesaja 4:6: En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen. Jesaja 32:2: En die man zal zijn als een verberging tegen den wind, en een schuilplaats tegen den vloed, als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.",
          "text1637": "In mijns vaders huys zijn vele wooningen, seyt de Heere Christus. Ioh. 14.2. ende op aerden beschickt hy den sijnen plaetse, ende berginge tegen onweder, regen, ende der Sonnen hitte. D. bestandigen troost in allen cruyce. Siet Iesa. 4.5, 6. ende 32.2. etc.",
          "text2026": "53 dertig kamers: In van mijn vader huis zijn vele woningen, zegt de Heer Christus. Joh. 14:2, en op aarde beschikt Hij de zijn plaats en berging tegen onweer, regen en hitte van de zon, dat is bestendigen troost in alle kruis. Zie Jes. 4:5, 4:6, en Jes. 32:2, enz. Johannes 14:2: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; anders zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Jesaja 4:5: En JAHWEH zal over alle woning van de berg van Sion, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk van de dag, en een rook, en de glans eens vlammenden vuurs van de nacht; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Jesaja 4:6: En daar zal een hut zijn tot een schaduw van de dag tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen de vloed en tegen de regen. Jesaja 32:2: En die man zal zijn als een verberging tegen de wind, en een schuilplaats tegen de vloed, als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְבִיאֵ֗/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הֶֽ/חָצֵר֙",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/חִ֣יצוֹנָ֔ה",
          "strongs": "H2435",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּ֤ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "לְשָׁכוֹת֙",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רִֽצְפָ֔ה",
          "strongs": "H7531",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "עָשׂ֥וּי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "לֶ/חָצֵ֖ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁלֹשִׁ֥ים",
          "strongs": "H7970",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "לְשָׁכ֖וֹת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/רִֽצְפָֽה",
          "strongs": "H7531",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder bracht hij mij in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> buitenste voorhof, en ziet, er waren kamers, en een plaveisel, dat gemaakt was in het voorhof rondom heen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> dertig kamers waren er op het plaveisel.",
      "textSV1888_html": "Voorts bracht hij mij in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> buitenste voorhof, en ziet, er waren kameren, en een plaveisel, dat gemaakt was in het voorhof rondom henen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> dertig kameren waren er op het plaveisel.",
      "text1637_html": "Voorts bracht hy my in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> buytensten voorhof, ende siet daer waren kameren, ende een plaveysel, dat gemaeckt was in den voorhof rontom henen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> dertich kameren warender op het plaveysel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts",
          "new": "Verder",
          "principe": "V27"
        },
        {
          "old": "kameren,",
          "new": "kamers,",
          "principe": "V567"
        },
        {
          "old": "henen,",
          "new": "heen,",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "kameren",
          "new": "kamers",
          "principe": "V567"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Het plaveisel nu was aan de zijde van de poorten, tegenover de lengte van de poorten; dit was het benedenste plaveisel.",
      "text1637": "Het plaveysel nu was aende zijde van de poorten, tegen over de [54] lengte van de poorten: [dit] was het [55] benedenste plaveysel.",
      "text2026": "Het plaveisel nu was aan de zijde van de poorten, tegenover de lengte van de poorten; dit was het benedenste plaveisel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 lengte van de poorten: Of, langs de poorten henen.",
          "text1637": "Ofte, langs de poorten henen.",
          "text2026": "54 lengte van de poorten: Of, langs de poorten heen."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "55 benedenste plaveisel: Of, laag. Anders: tegenover de lengte van de poorten; [daar was] het lage plaveisel. Dit verstaan sommigen alzo, dat dit plaveisel in het midden verheven en hoog opgaande was, en de zijden laag afgaande, om alle onreinheid bekwamelijk af te spoelen.",
          "text1637": "Ofte, leege. and. tegen over de lengte vande poorten; [daer was] het leege plaveysel. dit verstaen sommige alsoo, dat dit plaveysel in’t midden verheven ende hooch opgaende was, ende de zijden leech afgaende, om alle onreynicheyt bequaemlick af te spoelen.",
          "text2026": "55 benedenste plaveisel: Of, laag. Anders: tegenover de lengte van de poorten; [daar was] het lage plaveisel. Dit verstaan sommigen zo, dat dit plaveisel in het midden verheven en hoog opgaande was, en de zijden laag afgaande, om alle onreinheid bekwamelijk af te spoelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָ/רִֽצְפָה֙",
          "strongs": "H7531",
          "morph": "HC/Td/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֶּ֣תֶף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שְּׁעָרִ֔ים",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֻמַּ֖ת",
          "strongs": "H5980",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֹ֣רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שְּׁעָרִ֑ים",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רִֽצְפָ֖ה",
          "strongs": "H7531",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/תַּחְתּוֹנָֽה",
          "strongs": "H8481",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het plaveisel nu was aan de zijde van de poorten, tegenover de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> lengte van de poorten; dit was het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> benedenste plaveisel.",
      "textSV1888_html": "Het plaveisel nu was aan de zijde van de poorten, tegenover de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> lengte van de poorten; dit was het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> benedenste plaveisel.",
      "text1637_html": "Het plaveysel nu was aende zijde van de poorten, tegen over de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> lengte van de poorten: [dit] was het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> benedenste plaveysel."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "En hij mat de breedte, van het voorste deel der benedenste poort af, voor aan het binnenste voorhof, van buiten, honderd ellen, oostwaarts en noordwaarts.",
      "text1637": "Ende hy mat de breette, van het [56] voorste deel der benedenste poorte af, [57] voor aen den binnensten voorhof, van buyten, hondert ellen: Oostwaert ende Noordwaert.",
      "text2026": "En hij meette de breedte, van het voorste deel van de benedenste poort af, voor aan het binnenste voorhof, van buiten, honderd ellen, naar het oosten en naar het noorden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 voorste deel: Hebreeuws, aangezicht.",
          "text1637": "Hebr. aengesichte.",
          "text2026": "56 voorste deel: Hebreeuws, aangezicht (פְנֵי)."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 voor aan het binnenste voorhof: Hebreeuws, voor het aangezicht, of, [gelijk sommigen] tot aan het aangezicht; dat is, tot aan het voorste van het binnenste voorhof.",
          "text1637": "Hebr. voor’t aengesichte, ofte (als sommige) tot aen’t aengesichte. D. tot aen’t voorste des binnensten voorhofs.",
          "text2026": "57 voor aan het binnenste voorhof: Hebreeuws, voor het aangezicht, of, [gelijk sommigen] tot aan het aangezicht (פְנֵי); dat is, tot aan het voorste van het binnenste voorhof."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "רֹ֡חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/לִּ/פְנֵי֩",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/R/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֨עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/תַּחְתּ֜וֹנָ/ה",
          "strongs": "H8481",
          "morph": "HTd/Aamsa/Sh"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֨י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הֶ/חָצֵ֧ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֛י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/ח֖וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵאָ֣ה",
          "strongs": "H3967",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֑ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּדִ֖ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/צָּפֽוֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HC/Td/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En hij meette de breedte, van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> voorste deel van de benedenste poort af,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> voor aan het binnenste voorhof, van buiten, honderd ellen, naar het oosten en naar het noorden.",
      "textSV1888_html": "En hij mat de breedte, van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> voorste deel der benedenste poort af,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> voor aan het binnenste voorhof, van buiten, honderd ellen, oostwaarts en noordwaarts.",
      "text1637_html": "Ende hy mat de breette, van het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> voorste deel der benedenste poorte af, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> voor aen den binnensten voorhof, van buyten, hondert ellen: Oostwaert ende Noordwaert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "oostwaarts",
          "new": "naar het oosten",
          "principe": "V158"
        },
        {
          "old": "noordwaarts.",
          "new": "naar het noorden.",
          "principe": "V160"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Aangaande de poort nu, die den weg naar het noorden zag, aan het buitenste voorhof, hij mat derzelver lengte en derzelver breedte.",
      "text1637": "De poorte nu aengaende, die des weegs nae’t Noorden [58] sach, aen den buytensten voorhove: hy mat der selver lengte, ende der selver breette.",
      "text2026": "Voor wat betreft de poort nu, die de weg naar het noorden zag, aan het buitenste voorhof, hij meette haar lengte en haar breedte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, welker aangezicht was, enz., alzo vers 22. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat der poort, die den weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve.",
          "text1637": "Hebr. welcker aengesichte was, etc. alsoo vers 22.",
          "text2026": "Hebreeuws, van wie aangezicht was, enz., zo vers 22. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat van de poort, die de weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelfde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַ/שַּׁ֗עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "פָּנָי/ו֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפ֔וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לֶ/חָצֵ֖ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/חִֽיצוֹנָ֑ה",
          "strongs": "H2435",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "מָדַ֥ד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אָרְכּ֖/וֹ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/רָחְבּֽ/וֹ",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Voor wat betreft de poort nu, die de weg naar het noorden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> zag, aan het buitenste voorhof, hij meette haar lengte en haar breedte.",
      "textSV1888_html": "Aangaande de poort nu, die den weg naar het noorden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> zag, aan het buitenste voorhof, hij mat derzelver lengte en derzelver breedte.",
      "text1637_html": "De poorte nu aengaende, die des weegs nae’t Noorden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> sach, aen den buytensten voorhove: hy mat der selver lengte, ende der selver breette.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Aangaande",
          "new": "Voor wat betreft",
          "principe": "V814"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mat derzelver",
          "new": "meette haar",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "haar",
          "principe": "V82"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "En haar kamertjes, drie van deze en drie van gene zijde; en haar posten en haar voorhuizen waren naar de maat der eerste poort; vijftig ellen haar lengte, en de breedte van vijf en twintig ellen.",
      "text1637": "Ende hare kamerkens, drie van dese ende drie van gene zijde, ende hare posten ende hare voorhuysen [59] waren nae de mate der eerster poorte: vijftich ellen hare lengte, ende de breette [60] van vijf ende twintich ellen.",
      "text2026": "En haar kamertjes, drie van deze en drie van de andere zijde; en haar posten en haar voorhuizen waren naar de maat van de eerste poort; vijftig ellen haar lengte, en de breedte van vijf en twintig ellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 waren naar de maat der eerste poort: Hebreeuws, was; te weten elkeen van dien.",
          "text1637": "Hebr. was, te weten, elck een van dien.",
          "text2026": "59 waren naar de maat van de eerste poort: Hebreeuws, was; te weten elk van die."
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "60 van vijf en twintig ellen: Hebreeuws, vijf en twintig in de el.",
          "text1637": "Hebr. vijf ende twintich inde elle.",
          "text2026": "60 van vijf en twintig ellen: Hebreeuws, vijf en twintig in de el."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/תא/ו",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁלוֹשָׁ֤ה",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּוֹ֙",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁלֹשָׁ֣ה",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֔וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "ו/איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֔ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מִדַּ֖ת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רִאשׁ֑וֹן",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HTd/Aomsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמִשִּׁ֤ים",
          "strongs": "H2572",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּה֙",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אָרְכּ֔/וֹ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֕חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֥שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֶשְׂרִ֖ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HC/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אַמָּֽה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar kamertjes, drie van deze en drie van de andere zijde; en haar posten en haar voorhuizen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> waren naar de maat van de eerste poort; vijftig ellen haar lengte, en de breedte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> van vijf en twintig ellen.",
      "textSV1888_html": "En haar kamertjes, drie van deze en drie van gene zijde; en haar posten en haar voorhuizen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> waren naar de maat der eerste poort; vijftig ellen haar lengte, en de breedte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> van vijf en twintig ellen.",
      "text1637_html": "Ende hare kamerkens, drie van dese ende drie van gene zijde, ende hare posten ende hare voorhuysen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> waren nae de mate der eerster poorte: vijftich ellen hare lengte, ende de breette <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> van vijf ende twintich ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat der poort, die den weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve.",
      "text1637": "Ende hare vensters, ende hare voorhuysen, ende hare palmboomen, waren nae de mate der poorte, die des weegs nae’t Oosten sach: ende [61] men ginck daer in op met seven trappen, ende hare voorhuysen waren [62] voor aen de selve.",
      "text2026": "En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat van de poort, die de weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor daaraan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "61 men ging daarin: Hebreeuws, zij gingen, of, zij zouden opgaan; dat is, men ging op, gelijk elders dikwijls. Vergelijk onder vers 38, 40:41, 40:42. Ezechiël 40:38: Haar kameren nu en haar deuren waren bij de posten der poorten; aldaar wies men het brandoffer. Ezechiël 40:41: Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde der poort, acht tafelen, waarop men slachtte. Ezechiël 40:42: Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; op dezelve nu leide men het gereedschap henen, waarmede men het brandoffer en slachtoffer slachtte.",
          "text1637": "Hebr. sy gingen, ofte, sy souden opgaen: D. men ginck op, als elders dickwijls. Vergel. ond. vers 38, 41, 42.",
          "text2026": "61 men ging daarin: Hebreeuws, zij gingen, of, zij zouden opgaan; dat is, men ging op, gelijk elders dikwijls. Vergelijk onder vers 38, 40:41, 40:42. Ezechiël 40:38: Haar kamers nu en haar deuren waren bij de posten van de poorten; daar wies men het brandoffer. Ezechiël 40:41: Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde van de poort, acht tafelen, waarop men slachtte. Ezechiël 40:42: Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; op dezelfde nu legde men het gereedschap heen, waarmee men het brandoffer en slachtoffer slachtte."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "62 voor aan dezelve: Hebreeuws, voor het aangezicht van dien. Alzo vers 26. Ezechiël 40:26: En haar opgangen waren van zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve; en zij had palmbomen, een van deze, en een van gene zijde aan haar posten.",
          "text1637": "Hebr. voor’t aengesichte van dien. alsoo vers 26.",
          "text2026": "62 voor aan dezelfde: Hebreeuws, voor het aangezicht van die (פָּנָי). Zo vers 26. Ezechiël 40:26: En haar opgangen waren van zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelfde; en zij had palmbomen, één van deze, en een van gene zijde aan haar posten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/חלונ/ו",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/תמר/ו",
          "strongs": "H8561",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מִדַּ֣ת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֔עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "פָּנָ֖י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּדִ֑ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/מַעֲל֥וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HC/R/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֨בַע֙",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "יַֽעֲלוּ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ב֔/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אילמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat van de poort, die de weg naar het oosten zag; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> voor daaraan.",
      "textSV1888_html": "En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat der poort, die den weg naar het oosten zag; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> voor aan dezelve.",
      "text1637_html": "Ende hare vensters, ende hare voorhuysen, ende hare palmboomen, waren nae de mate der poorte, die des weegs nae’t Oosten sach: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> men ginck daer in op met seven trappen, ende hare voorhuysen waren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> voor aen de selve.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "aan dezelve.",
          "new": "daaraan.",
          "principe": "O3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "De poort nu van het binnenste voorhof was tegenover de poort van het noorden en van het oosten; en hij mat van poort tot poort honderd ellen.",
      "text1637": "De poorte nu van’t binnenste voorhof, was tegen over de poorte van’t Noorden, ende van’t Oosten: ende hy mat van poorte tot poorte hondert ellen.",
      "text2026": "De poort nu van het binnenste voorhof was tegenover de poort van het noorden en van het oosten; en hij meette van poort tot poort honderd ellen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שַׁ֨עַר֙",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֶ/חָצֵ֣ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֔י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "נֶ֣גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֔עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/צָּפ֖וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/קָּדִ֑ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֧מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/שַּׁ֛עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֖עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵאָ֥ה",
          "strongs": "H3967",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּֽה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De poort nu van het binnenste voorhof was tegenover de poort van het noorden en van het oosten; en hij meette van poort tot poort honderd ellen.",
      "text1637_html": "De poorte nu van’t binnenste voorhof, was tegen over de poorte van’t Noorden, ende van’t Oosten: ende hy mat van poorte tot poorte hondert ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Daarna voerde hij mij den weg naar het zuiden; en ziet, er was een poort den weg naar het zuiden; en hij mat derzelver posten, en derzelver voorhuizen, naar deze maten.",
      "text1637": "Daerna voerde hy my des weegs nae’t Zuyden; ende siet daer was eene poorte des weegs nae’t Zuyden: ende hy mat der selver posten, ende der selver voorhuysen, [63] nae dese maten.",
      "text2026": "Daarna voerde hij mij de weg naar het zuiden; en ziet, er was een poort de weg naar het zuiden; en hij meette haar posten, en haar voorhuizen, naar deze maten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "63 naar deze maten: Dat is, gelijk de voorzegde andere maten waren.",
          "text1637": "Dat is, gelijck de voorseyde andere maten waren.",
          "text2026": "63 naar deze maten: Dat is, gelijk de voorzegde andere maten waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יּוֹלִכֵ֨/נִי֙",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֔וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֖עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֑וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָדַ֤ד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אילמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדּ֖וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarna voerde hij mij de weg naar het zuiden; en ziet, er was een poort de weg naar het zuiden; en hij meette haar posten, en haar voorhuizen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> naar deze maten.",
      "textSV1888_html": "Daarna voerde hij mij den weg naar het zuiden; en ziet, er was een poort den weg naar het zuiden; en hij mat derzelver posten, en derzelver voorhuizen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> naar deze maten.",
      "text1637_html": "Daerna voerde hy my des weegs nae’t Zuyden; ende siet daer was eene poorte des weegs nae’t Zuyden: ende hy mat der selver posten, ende der selver voorhuysen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> nae dese maten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mat derzelver",
          "new": "meette haar",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "haar",
          "principe": "V82"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "En zij had vensteren, ook aan haar voorhuizen, rondom henen, gelijk deze vensteren; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637": "Ende sy hadde vensteren, oock aen hare voorhuysen, rontom henen, [64] gelijck dese vensteren: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "text2026": "En zij had vensters, ook aan haar voorhuizen, rondom heen, zoals deze vensters; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "64 gelijk deze vensteren: Gelijk de andere vensters waren.",
          "text1637": "Gelijck de andere vensteren waren.",
          "text2026": "64 gelijk deze vensteren: Gelijk de andere vensters waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/חַלּוֹנִ֨ים",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "ל֤/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/ל/אילמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֔יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/הַ/חֲלֹּנ֖וֹת",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HR/Td/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "חֲמִשִּׁ֤ים",
          "strongs": "H2572",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּה֙",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֔רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֕חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֥שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֶשְׂרִ֖ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HC/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּֽה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij had vensters, ook aan haar voorhuizen, rondom heen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> zoals deze vensters; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "textSV1888_html": "En zij had vensteren, ook aan haar voorhuizen, rondom henen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> gelijk deze vensteren; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637_html": "Ende sy hadde vensteren, oock aen hare voorhuysen, rontom henen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> gelijck dese vensteren: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vensteren,",
          "new": "vensters,",
          "principe": "V1228"
        },
        {
          "old": "henen, gelijk",
          "new": "heen, zoals",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "vensteren;",
          "new": "vensters;",
          "principe": "V1228"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "En haar opgangen waren van zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve; en zij had palmbomen, een van deze, en een van gene zijde aan haar posten.",
      "text1637": "Ende hare opgangen waren van seven trappen, ende hare voorhuysen waren voor aen de selve: ende sy hadde palmboomen, eenen van dese, ende eenen van gene zijde aen hare posten.",
      "text2026": "En haar opgangen waren van zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor daaraan; en zij had palmbomen, één van deze, en één van de andere zijde aan haar posten.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/מַעֲל֤וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְעָה֙",
          "strongs": "H7651",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "עלות/ו",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִמֹרִ֣ים",
          "strongs": "H8561",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "ל֗/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֥ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֛וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶחָ֥ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֖וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar opgangen waren van zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor daaraan; en zij had palmbomen, één van deze, en één van de andere zijde aan haar posten.",
      "text1637_html": "Ende hare opgangen waren van seven trappen, ende hare voorhuysen waren voor aen de selve: ende sy hadde palmboomen, eenen van dese, ende eenen van gene zijde aen hare posten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "aan dezelve;",
          "new": "daaraan;",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Ook was er een poort in het binnenste voorhof, den weg naar het zuiden; en hij mat van poort tot poort, den weg naar het zuiden, honderd ellen.",
      "text1637": "Oock wasser eene poorte in den binnensten voorhof, des weegs nae’t Zuyden: ende hy mat van poorte tot poorte des weegs nae’t Zuyden, hondert ellen.",
      "text2026": "Ook was er een poort in het binnenste voorhof, de weg naar het zuiden; en hij meette van poort tot poort, de weg naar het zuiden, honderd ellen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שַׁ֛עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֶ/חָצֵ֥ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֖י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֑וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֨מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/שַּׁ֧עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֛עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֥רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֖וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵאָ֥ה",
          "strongs": "H3967",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּֽוֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook was er een poort in het binnenste voorhof, de weg naar het zuiden; en hij meette van poort tot poort, de weg naar het zuiden, honderd ellen.",
      "text1637_html": "Oock wasser eene poorte in den binnensten voorhof, des weegs nae’t Zuyden: ende hy mat van poorte tot poorte des weegs nae’t Zuyden, hondert ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Voorts bracht hij mij door de zuiderpoort tot het binnenvoorhof; en hij mat de zuiderpoort naar deze maten.",
      "text1637": "Voorts bracht hy my door de Zuyder-poorte tot den [65] binnen-voorhof: ende hy mat de Zuyder-poorte, [66] nae dese maten.",
      "text2026": "Verder bracht hij mij door de zuiderpoort tot het binnenvoorhof; en hij meette de zuiderpoort naar deze maten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, het tweede of middelste voorhof, tot onderscheiding van het binnenste of derde, vers 44. Ezechiël 40:44: En van buiten de binnenste poort waren de kameren der zangers, in het binnenste voorhof, dat aan de zijde van de noorderpoort was; en het voorste deel derzelve was den weg naar het zuiden; een was er aan de zijde van de oostpoort, ziende den weg naar het noorden.",
          "text1637": "Verst. het tweede, ofte middelste voorhof, tot onderscheyt van het binnenste, ofte derde. vers 44.",
          "text2026": "Versta, het tweede of middelste voorhof, tot onderscheiding van het binnenste of derde, vers 44. Ezechiël 40:44: En van buiten de binnenste poort waren de kamers van de zangers, in het binnenste voorhof, dat aan de zijde van de noorderpoort was; en het voorste deel van die was de weg naar het zuiden; een was er aan de zijde van de oostpoort, ziende de weg naar het noorden."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "66 naar deze maten: Dat is, gelijk de andere waren; gelijk boven en in het volgende.",
          "text1637": "D. gelijck d’andere waren: als bov. ende in’t volgende.",
          "text2026": "66 naar deze maten: Dat is, gelijk de andere waren; gelijk boven en in het volgende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְבִיאֵ֛/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חָצֵ֥ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֖י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֑וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֨מָד֙",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֔וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדּ֖וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder bracht hij mij door de zuiderpoort tot het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> binnenvoorhof; en hij meette de zuiderpoort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> naar deze maten.",
      "textSV1888_html": "Voorts bracht hij mij door de zuiderpoort tot het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> binnenvoorhof; en hij mat de zuiderpoort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> naar deze maten.",
      "text1637_html": "Voorts bracht hy my door de Zuyder-poorte tot den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> binnen-voorhof: ende hy mat de Zuyder-poorte, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> nae dese maten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts",
          "new": "Verder",
          "principe": "V27"
        },
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "En haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen waren naar deze maten; en zij had vensteren, ook in haar voorhuizen, rondom henen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637": "Ende hare kamerkens, ende hare posten, ende hare voorhuysen waren nae dese maten; ende sy hadde vensteren, oock in hare voorhuysen, rontom henen: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "text2026": "En haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen waren naar deze maten; en zij had vensters, ook in haar voorhuizen, rondom heen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/תא/ו",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדּ֣וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֔לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַלּוֹנ֥וֹת",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "ל֛/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/ל/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמִשִּׁ֤ים",
          "strongs": "H2572",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּה֙",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֔רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֕חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרִ֥ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָמֵ֖שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּֽוֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen waren naar deze maten; en zij had vensters, ook in haar voorhuizen, rondom heen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637_html": "Ende hare kamerkens, ende hare posten, ende hare voorhuysen waren nae dese maten; ende sy hadde vensteren, oock in hare voorhuysen, rontom henen: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vensteren,",
          "new": "vensters,",
          "principe": "V1228"
        },
        {
          "old": "henen;",
          "new": "heen;",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "En er waren voorhuizen rondom henen; de lengte was vijf en twintig ellen, en de breedte vijf ellen.",
      "text1637": "Ende daer waren voorhuysen rontom henen: de [67] lengte was vijf ende twintich ellen, ende de breette vijf ellen.",
      "text2026": "En er waren voorhuizen rondom heen; de lengte was vijf en twintig ellen, en de breedte vijf ellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "67 lengte was vijf en twintig ellen: Sommigen verzetten deze woorden, en lezen vijftig voor vijf ellen, aldus: De lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen, uit vergelijking van vers 21, 40:25, 40:33, 40:36. Ezechiël 40:21: En haar kamertjes, drie van deze en drie van gene zijde; en haar posten en haar voorhuizen waren naar de maat der eerste poort; vijftig ellen haar lengte, en de breedte van vijf en twintig ellen. Ezechiël 40:25: En zij had vensteren, ook aan haar voorhuizen, rondom henen, gelijk deze vensteren; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen. Ezechiël 40:33: Ook haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen naar deze maten; en zij had vensteren ook aan haar voorhuizen, rondom henen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen. Ezechiël 40:36: Haar kamertjes, haar posten en haar voorhuizen; ook had zij vensteren rondom henen; de lengte was vijftig ellen en de breedte vijf en twintig ellen.",
          "text1637": "Sommige versetten dese woorden, ende lesen vijftich, voor, vijf ellen, aldus: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen, uyt vergel. van versen 21, 25, 33, 36.",
          "text2026": "67 lengte was vijf en twintig ellen: Sommigen verzetten deze woorden, en lezen vijftig voor vijf ellen, aldus: De lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen, uit vergelijking van vers 21, 40:25, 40:33, 40:36. Ezechiël 40:21: En haar kamertjes, drie van deze en drie van gene zijde; en haar posten en haar voorhuizen waren naar de maat van de eerste poort; vijftig ellen haar lengte, en de breedte van vijf en twintig ellen. Ezechiël 40:25: En zij had vensteren, ook aan haar voorhuizen, rondom heen, gelijk deze vensteren; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen. Ezechiël 40:33: Ook haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen naar deze maten; en zij had vensteren ook aan haar voorhuizen, rondom heen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen. Ezechiël 40:36: Haar kamertjes, haar posten en haar voorhuizen; ook had zij vensteren rondom heen; de lengte was vijftig ellen en de breedte vijf en twintig ellen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵֽלַמּ֖וֹת",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֗רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֤שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֶשְׂרִים֙",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HC/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֔ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֖חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֥שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּֽוֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En er waren voorhuizen rondom heen; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> lengte was vijf en twintig ellen, en de breedte vijf ellen.",
      "textSV1888_html": "En er waren voorhuizen rondom henen; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> lengte was vijf en twintig ellen, en de breedte vijf ellen.",
      "text1637_html": "Ende daer waren voorhuysen rontom henen: de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> lengte was vijf ende twintich ellen, ende de breette vijf ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen;",
          "new": "heen;",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "En haar voorhuizen waren aan het buitenste voorhof, ook waren er palmbomen aan haar posten, en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "text1637": "Ende hare voor-huysen waren aen den buytensten voorhof, oock warender palboomen aen hare posten: ende hare opgangen waren van acht trappen.",
      "text2026": "En haar voorhuizen waren aan het buitenste voorhof, ook waren er palmbomen aan haar posten, en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵלַמָּ֗/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חָצֵר֙",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/חִ֣צוֹנָ֔ה",
          "strongs": "H2435",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִמֹרִ֖ים",
          "strongs": "H8561",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַעֲל֥וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמוֹנֶ֖ה",
          "strongs": "H8083",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "מעל/ו",
          "strongs": "H4608",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar voorhuizen waren aan het buitenste voorhof, ook waren er palmbomen aan haar posten, en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "text1637_html": "Ende hare voor-huysen waren aen den buytensten voorhof, oock warender palboomen aen hare posten: ende hare opgangen waren van acht trappen."
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Daarna bracht hij mij tot het binnenste voorhof, den weg naar het oosten; en hij mat de poort, naar deze maten;",
      "text1637": "Daerna bracht hy my tot den binnensten voorhof, des weegs nae’t Oosten: ende hy mat de poorte, nae dese maten.",
      "text2026": "Daarna bracht hij mij tot het binnenste voorhof, de weg naar het oosten; en hij meette de poort, naar deze maten;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְבִיאֵ֛/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הֶ/חָצֵ֥ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֖י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּדִ֑ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֔עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדּ֖וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarna bracht hij mij tot het binnenste voorhof, de weg naar het oosten; en hij meette de poort, naar deze maten;",
      "text1637_html": "Daerna bracht hy my tot den binnensten voorhof, des weegs nae’t Oosten: ende hy mat de poorte, nae dese maten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "Ook haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen naar deze maten; en zij had vensteren ook aan haar voorhuizen, rondom henen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637": "Oock hare kamerkens ende hare posten, ende hare voorhuysen nae dese maten; ende sy hadde vensteren oock aen hare voorhuysen, rontom henen: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "text2026": "Ook haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen naar deze maten; en zij had vensters ook aan haar voorhuizen, rondom heen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/תא/ו",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדּ֣וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֔לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַלּוֹנ֥וֹת",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "ל֛/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/ל/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֚רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמִשִּׁ֣ים",
          "strongs": "H2572",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֔ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֕חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֥שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֶשְׂרִ֖ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HC/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּֽה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook haar kamertjes, en haar posten, en haar voorhuizen naar deze maten; en zij had vensters ook aan haar voorhuizen, rondom heen; de lengte was vijftig ellen, en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637_html": "Oock hare kamerkens ende hare posten, ende hare voorhuysen nae dese maten; ende sy hadde vensteren oock aen hare voorhuysen, rontom henen: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vensteren",
          "new": "vensters",
          "principe": "V1228"
        },
        {
          "old": "henen;",
          "new": "heen;",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "En haar voorhuizen waren aan het buitenste voorhof; ook waren er palmbomen aan haar posten, van deze en van gene zijde; en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "text1637": "Ende hare voorhuysen waren aen den buytensten voorhof; oock warender palmboomen aen hare posten, van dese ende van gene zijde: ende hare opgangen waren van acht trappen.",
      "text2026": "En haar voorhuizen waren aan het buitenste voorhof; ook waren er palmbomen aan haar posten, van deze en van de andere zijde; en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֶֽ/חָצֵר֙",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/חִ֣יצוֹנָ֔ה",
          "strongs": "H2435",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִמֹרִ֥ים",
          "strongs": "H8561",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֣וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/פּ֑וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HC/R/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁמֹנֶ֥ה",
          "strongs": "H8083",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "מַעֲל֖וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מעל/ו",
          "strongs": "H4608",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar voorhuizen waren aan het buitenste voorhof; ook waren er palmbomen aan haar posten, van deze en van de andere zijde; en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "text1637_html": "Ende hare voorhuysen waren aen den buytensten voorhof; oock warender palmboomen aen hare posten, van dese ende van gene zijde: ende hare opgangen waren van acht trappen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "Daarna bracht hij mij tot de noorderpoort; en hij mat naar deze maten.",
      "text1637": "Daerna bracht hy my tot de Noorder-poorte: ende hy mat nae dese maten,",
      "text2026": "Daarna bracht hij mij tot de noorderpoort; en hij meette naar deze maten.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְבִיאֵ֖/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפ֑וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָדַ֖ד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדּ֥וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarna bracht hij mij tot de noorderpoort; en hij meette naar deze maten.",
      "text1637_html": "Daerna bracht hy my tot de Noorder-poorte: ende hy mat nae dese maten,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "Haar kamertjes, haar posten en haar voorhuizen; ook had zij vensteren rondom henen; de lengte was vijftig ellen en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637": "Hare kamerkens, hare posten, ende hare voorhuysen; oock hadse vensteren rontom henen: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "text2026": "Haar kamertjes, haar posten en haar voorhuizen; ook had zij vensters rondom heen; de lengte was vijftig ellen en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תא/ו",
          "strongs": "H8372",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/אלמ/ו",
          "strongs": "H361",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַלּוֹנ֥וֹת",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HC/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "ל֖/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֚רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמִשִּׁ֣ים",
          "strongs": "H2572",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֔ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֕חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֥שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֶשְׂרִ֖ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HC/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּֽה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Haar kamertjes, haar posten en haar voorhuizen; ook had zij vensters rondom heen; de lengte was vijftig ellen en de breedte vijf en twintig ellen.",
      "text1637_html": "Hare kamerkens, hare posten, ende hare voorhuysen; oock hadse vensteren rontom henen: de lengte was vijftich ellen, ende de breette vijf ende twintich ellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vensteren",
          "new": "vensters",
          "principe": "V1228"
        },
        {
          "old": "henen;",
          "new": "heen;",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "En haar posten waren aan het buitenste voorhof; ook waren er palmbomen aan haar posten, van deze en van gene zijde; en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "text1637": "Ende hare posten waren aen den buytensten voorhof; oock warender palmboomen aen hare posten, van dese ende van gene zijde: ende hare opgangen waren van acht trappen.",
      "text2026": "En haar posten waren aan het buitenste voorhof; ook waren er palmbomen aan haar posten, van deze en van de andere zijde; en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֶֽ/חָצֵר֙",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/חִ֣יצוֹנָ֔ה",
          "strongs": "H2435",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִמֹרִ֥ים",
          "strongs": "H8561",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "איל/ו",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֣וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/פּ֑וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HC/R/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁמֹנֶ֥ה",
          "strongs": "H8083",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "מַעֲל֖וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מעל/ו",
          "strongs": "H4608",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En haar posten waren aan het buitenste voorhof; ook waren er palmbomen aan haar posten, van deze en van de andere zijde; en haar opgangen waren van acht trappen.",
      "text1637_html": "Ende hare posten waren aen den buytensten voorhof; oock warender palmboomen aen hare posten, van dese ende van gene zijde: ende hare opgangen waren van acht trappen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 38,
      "textSV1888": "Haar kameren nu en haar deuren waren bij de posten der poorten; aldaar wies men het brandoffer.",
      "text1637": "Hare [68] kameren nu, ende hare deuren waren by de posten der poorten: aldaer [69] wieschmen het [70] brandoffer.",
      "text2026": "Haar kamers nu en haar deuren waren bij de posten van de poorten; daar waste men het brandoffer.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "68 kameren nu en haar deuren: Hebreeuws, kamer, deur; dat is, elk ene.",
          "text1637": "Hebr. kamer, deure. D. elck eene.",
          "text2026": "68 kamers nu en haar deuren: Hebreeuws, kamer, deur; dat is, elk ene."
        },
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "69 wies men: Hebreeuws, wiesen, spoelden zij, of zouden zij wassen; vergelijk boven vers 22, en zie Exod. 29:17; Lev. 1:9, 1:13, en Lev. 8:11, 8:21, en Lev. 9:14; afbeeldende den heiligen doop, mitsgaders de geestelijke reiniging en zuivering, die zij dagelijks allen van node hebben, die God welbehagelijk zullen dienen; waarvan dikwijls in de Schriftuur gesproken wordt; zie Hand. 22:16; 1 Kor. 6:11; 2 Tim. 2:21; Tit. 3:5; Hebr. 10:22, 10:23; Jak. 4:8, enz. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat der poort, die den weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve. Exodus 29:17: En den ram zult gij in zijn delen delen; en gij zult zijn ingewand en zijn schenkelen wassen, en op zijn delen, en op zijn hoofd leggen. Leviticus 1:9: Doch zijn ingewand, en zijn schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. Leviticus 1:13: Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. Leviticus 8:11: En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, mitsgaders het wasvat en zijn voet, om die te heiligen. Leviticus 8:21: Doch het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak dien gehelen ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was het den HEERE, gelijk als de HEERE Mozes geboden had. Leviticus 9:14: En hij wies het ingewand en de schenkelen; en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar. Handelingen 22:16: En nu, wat vertoeft gij? Sta op, en laat u dopen, en uw zonden afwassen, aanroepende den Naam des Heeren. 1 Korinthiërs 6:11: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods; 2 Timotheüs 2:21: Indien dan iemand zichzelven van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid. Titus 3:5: Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes; Hebreeën 10:22: Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water. Hebreeën 10:23: Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw); Jakobus 4:8: Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. Reinigt de handen, gij zondaars, en zuivert de harten, gij dubbelhartigen!",
          "text1637": "Hebr. wiesschen, spoelden sy, ofte, souden sy wasschen, vergel. boven vers 22. ende siet Exod. 29.17. Lev. 1.9, 13. ende 8.11, 21. ende 9.14. afbeeldende den H. doop, mitsgaders de geestelicke reyninge ende suyveringe, diese dagelicx alle van nooden hebben, die Godt welbehaechlick sullen dienen. waer van dickwijls inde Schriftuere gesproken wort. siet Act. 22.16. Tit. 3.5. ende 1.Cor. 6.11. 2.Tim. 2.21. Hebr. 10.22, 23. Iac. 4.8. etc.",
          "text2026": "69 wies men: Hebreeuws, wiesen, spoelden zij, of zouden zij groeien; vergelijk boven vers 22, en zie Ex. 29:17; Lev. 1:9, 1:13, en Lev. 8:11, 8:21, en Lev. 9:14; afbeeldende de heiligen doop, samen met de geestelijke reiniging en zuivering, die zij dagelijks allen nodig hebben, die God welgevallig zullen dienen; waarvan dikwijls in de Schriftuur gesproken wordt; zie Hand. 22:16; 1 Kor. 6:11; 2 Tim. 2:21; Tit. 3:5; Hebr. 10:22, 10:23; Jak. 4:8, enz. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat van de poort, die de weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelfde. Exodus 29:17: En de ram zult u in zijn delen delen; en u zult zijn ingewand en zijn schenkelen groeien, en op zijn delen, en op zijn hoofd leggen. Leviticus 1:9: Maar zijn ingewand, en zijn schenkelen zal men met water groeien; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk JAHWEH. Leviticus 1:13: Maar het ingewand en de schenkelen zal men met water groeien; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk JAHWEH. Leviticus 8:11: En hij sprengde daarvan op het altaar zevenmaal; en hij zalfde het altaar, en al zijn gereedschap, samen met het wasvat en zijn voet, om die te heiligen. Leviticus 8:21: Maar het ingewand en de schenkelen wies hij met water; en Mozes stak die heel ram aan op het altaar; het was een brandoffer tot een liefelijken reuk, een vuuroffer was JAHWEH, gelijk als JAHWEH Mozes geboden had. Leviticus 9:14: En hij wies het ingewand en de schenkelen; en hij stak ze aan op het brandoffer, op het altaar. Handelingen 22:16: En nu, wat vertoeft u? Sta op, en laat u dopen, en uw zonden afwassen, aanroepende de Naam van de Heern. 1 Korinthiërs 6:11: En dit was u sommigen; maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heer Jezus, en door de Geest onzes Gods; 2 Timotheüs 2:21: Als dan iemand zichzelf van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik van de Heern, tot elk goed werk toebereid. Titus 3:5: Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken van de rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en vernieuwing van de Heilige Geest; Hebreeën 10:22: Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het geloof, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water. Hebreeën 10:23: Laat ons de onwankelbare belijdenis van de hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw); Jakobus 4:8: Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. Reinigt de handen, u zondaars, en zuivert de harten, u dubbelhartigen!"
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 8:20; Lev. 6:9, met de aantekening. Versta hier, het vlees, dat geofferd zou worden. Genesis 8:20: En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. Leviticus 6:9: Gebied Aäron en zijn zonen, zeggende: Dit is de wet des brandoffers; het is hetgeen, wat door de branding op het altaar den gansen nacht tot aan den morgen opvaart; alwaar het vuur des altaars zal brandende gehouden worden.",
          "text1637": "Siet Gen. 8.20. Lev. 6.9. met d’aenteeck. verst. hier het vleesch, dat geoffert soude worden.",
          "text2026": "Zie Gen. 8:20; Lev. 6:9, met de aantekening. Versta hier, het vlees, dat geofferd zou worden. Genesis 8:20: En Noach bouwde JAHWEH een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. Leviticus 6:9: Gebied Aäron en zijn zonen, zeggende: Dit is de wet van het brandoffer; het is wat, wat door de branding op het altaar de gansen nacht tot aan de morgen opvaart; alwaar het vuur van het altaar zal brandende gehouden worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לִשְׁכָּ֣ה",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/פִתְחָ֔/הּ",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֵילִ֖ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הַ/שְּׁעָרִ֑ים",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יָדִ֥יחוּ",
          "strongs": "H1740",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹלָֽה",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> kamers nu en haar deuren waren bij de posten van de poorten; daar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> waste men het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> brandoffer.",
      "textSV1888_html": "Haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> kameren nu en haar deuren waren bij de posten der poorten; aldaar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> wies men het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> brandoffer.",
      "text1637_html": "Hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> kameren nu, ende hare deuren waren by de posten der poorten: aldaer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> wieschmen het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> brandoffer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "kameren",
          "new": "kamers",
          "principe": "V567"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "aldaar wies",
          "new": "daar waste",
          "principe": "V973"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 39,
      "textSV1888": "En in het voorhuis der poort waren twee tafelen van deze, en twee tafelen van gene zijde, om daarop te slachten het brandoffer, en het zondoffer, en het schuldoffer.",
      "text1637": "Ende in het voorhuys der poorte waren twee tafelen van dese, ende twee tafelen van gene zijde: om daerop te slachten het [71] brand-offer, ende het [72] sond-offer, ende het schult-offer.",
      "text2026": "En in het voorhuis van de poort waren twee tafelen van deze, en twee tafelen van de andere zijde, om daarop te slachten het brandoffer, en het zondoffer, en het schuldoffer.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het vee, dat tot deze offeranden gebruikt werd.",
          "text1637": "D. het vee, dat tot dese offerhanden gebruyckt wert.",
          "text2026": "Dat is, het vee, dat tot deze offeranden gebruikt werd."
        },
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, zonde, idem, schuld; gelijk in het volgende dikwijls; zie Lev. 4:3. Door dit slachten, en voorts door de offeranden, aangemerkt in het algemeen werd afgebeeld, ten eerste het enige slacht- en welriekend zoenoffer van onzen Hogepriester Jezus Christus, in het heilige Evangelie voorgedragen en door de heilige Sacramenten, voornamelijk het heilig Avondmaal, betekend en verzegeld; ten tweede, het werk van den heiligen kerkedienst, waardoor de mensen geestelijk Gode als geslacht en bereid worden tot een aangenaam offer; ten derde, de geestelijke slachting, doding en kruisiging van onszelven, dat is, den ouden mens, en den dankbaarheid der gelovigen, die zij zelf, als geestelijke priesters, ja een koninklijk priesterdom, hunnen Zaligmaker schuldig zijn en opofferen; zie Ps. 40:7, 40:8, 40:9; Jes. 53:7, 53:10; 1 Kor. 11:24, 11:25; Gal. 3:1; Hebr. 10:1, 10:4, 10:5, enz. Voorts Jes. 66:20; Mal. 1:11, en Mal. 3:3, 3:4; Rom. 6:6, en Rom. 12:1, en Rom. 15:15, 15:16; Filipp. 2:17; Kol. 3:5; Hebr. 13:15, 13:16, enz.; 1 Petr. 2:9; Openb. 1:6. Leviticus 4:3: Indien de priester, die gezalfd is, zal gezondigd hebben, tot schuld des volks, zo zal hij voor zijn zonde, die hij gezondigd heeft, offeren een var, een volkomen jong rund, den HEERE ten zondoffer. Psalmen 40:7: Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geëist. Psalmen 40:8: Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. Psalmen 40:9: Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. Jesaja 53:7: Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:10: Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. 1 Korinthiërs 11:24: En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. 1 Korinthiërs 11:25: Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Galaten 3:1: O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde? Hebreeën 10:1: Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan. Hebreeën 10:4: Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme. Hebreeën 10:5: Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid; Jesaja 66:20: En zij zullen al uw broeders uit alle heidenen den HEERE ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagenen, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heiligen berg toe, naar Jeruzalem, zegt de HEERE, gelijk als de kinderen Israëls het spijsoffer in een rein vat brengen ten huize des HEEREN. Maleachi 1:11: Maar van den opgang der zon tot haar ondergang, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenen; en aan alle plaats zal Mijn Naam reukwerk toegebracht worden, en een rein spijsoffer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenen, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 3:3: En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. Maleachi 3:4: Dan zal het spijsoffer van Juda en Jeruzalem den HEERE zoet wezen, als in de oude dagen, en als in de vorige jaren. Romeinen 6:6: Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. Romeinen 12:1: Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. Romeinen 15:15: Maar ik heb u eensdeels te stoutelijker geschreven, broeders, u als wederom dit indachtig makende, om de genade, die mij van God gegeven is; Romeinen 15:16: Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen, het Evangelie van God bedienende, opdat de offerande der heidenen aangenaam worde, geheiligd door den Heiligen Geest. Filippensen 2:17: Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen. Kolossensen 3:5: Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst. Hebreeën 13:15: Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden. Hebreeën 13:16: En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen. 1 Petrus 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Openbaring 1:6: En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.",
          "text1637": "Hebr. sonde: item, schult: als in’t volgende dickwijls. siet Lev. 4. op vers 3. door dit slachten, ende voorts door de offerhanden, aengemerckt in’t gemeyn, wierd afgebeeldt, ten eersten, het eenich slacht ende wel-rieckende soen-offer onses hooge-priesters Iesu Christi, inden H. Euangelio voorgedragen, ende door de H. Sacramenten, specialick het H. avontmael, beteeckent ende verzegelt. 2. het werck des H. kercken diensts, waer door de menschen geestelick Gode als geslacht ende bereydt worden tot een aengenaem offer. 3. de geestlicke slachtinge, doodinge ende cruycinge van ons selven, D. den ouden mensche, ende de danckbaerheyt der geloovigen, die sy selfs, als geestlicke Priesters, ja een Conincklick Priesterdom, haren Salichmaker schuldich zijn, ende opofferen. Siet Psal. 40.7, 8, 9. Iesa. 53.7, 10. Hebr. 10.1, 4, 5. etc. Gal. 3.1. 1.Cor. 11.24, 25. voorts Ies. 66.20. Rom. 15.15, 16. Phil. 2.17. ende Malach. 1.11. ende 3.3, 4. 1.Pet. 2.9. Apo. 1.6. Rom. 6.6. ende 12.1. Colo. 3.5. Hebr. 13.15, 16, etc.",
          "text2026": "Hebreeuws, zonde, idem, schuld (חַטָּאת); gelijk in het volgende dikwijls; zie Lev. 4:3. Door dit slachten, en verder door de offeranden, aangemerkt in het algemeen werd afgebeeld, ten eerste het enige slacht- en welriekend zoenoffer van onze Hogepriester Jezus Christus, in het heilige Evangelie voorgedragen en door de heilige Sacramenten, voornamelijk het heilig Avondmaal, betekend en verzegeld; ten tweede, het werk van de heiligen kerkedienst, waardoor de mensen geestelijk voor God als geslacht en bereid worden tot een aangenaam offer; ten derde, de geestelijke slachting, doding en kruisiging van onszelven, dat is, de ouden mens, en de dankbaarheid van de gelovigen, die zij zelf, als geestelijke priesters, ja een koninklijk priesterdom, hun Zaligmaker schuldig zijn en opofferen; zie Ps. 40:7, 40:8, 40:9; Jes. 53:7, 53:10; 1 Kor. 11:24, 11:25; Gal. 3:1; Hebr. 10:1, 10:4, 10:5, enz. Verder Jes. 66:20; Mal. 1:11, en Mal. 3:3, 3:4; Rom. 6:6, en Rom. 12:1, en Rom. 15:15, 15:16; Filipp. 2:17; Kol. 3:5; Hebr. 13:15, 13:16, enz.; 1 Petr. 2:9; Openb. 1:6. Leviticus 4:3: Als de priester, die gezalfd is, zal gezondigd hebben, tot schuld van het volk, zo zal hij voor zijn zonde, die hij gezondigd heeft, offeren een var, een volkomen jong rund, JAHWEH ten zondoffer. Psalmen 40:7: U hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; U hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist. Psalmen 40:8: Toen zei ik: Zie, ik kom; in de rol van het boek is van mij geschreven. Psalmen 40:9: Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. Jesaja 53:7: Als dezelfde geëist werd, toen werd Hij verdrukt; maar Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:10: Maar het behaagde JAHWEH Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem ziek gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen van JAHWEH zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. 1 Korinthiërs 11:24: En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. 1 Korinthiërs 11:25: Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het eten van de avondmaals, en zei: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, telkens als u die zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Galaten 3:1: O u uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat u van de waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde? Hebreeën 10:1: Want de wet, hebbende een schaduw van de toekomende goederen, niet het beeld zelf van de zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan. Hebreeën 10:4: Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme. Hebreeën 10:5: Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt U niet gewild, maar U hebt Mij het lichaam toebereid; Jesaja 66:20: En zij zullen al uw broers uit alle heidenen JAHWEH ten spijsoffer brengen, op paarden, en op wagens, en op rosbaren, en op muildieren, en op snelle lopers, naar Mijn heilige berg toe, naar Jeruzalem, zegt JAHWEH, gelijk als de kinderen van Israël het spijsoffer in een rein vat brengen in het huis van JAHWEH. Maleachi 1:11: Maar van de opgang van de zon tot haar ondergang, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenen; en aan alle plaats zal Mijn Naam reukwerk toegebracht worden, en een rein spijsoffer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenen, zegt JAHWEH van de legermachten. Maleachi 3:3: En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij JAHWEH spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. Maleachi 3:4: Dan zal het spijsoffer van Juda en Jeruzalem JAHWEH zoet wezen, als in de oude dagen, en als in de vorige jaren. Romeinen 6:6: Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. Romeinen 12:1: Ik bid u dan, broers, door de ontfermingen Gods, dat u uw lichamen stelt tot een levende, heilige en voor God welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. Romeinen 15:15: Maar ik heb u eensdeels te stoutelijker geschreven, broers, u als opnieuw dit indachtig makende, om de genade, die mij van God gegeven is; Romeinen 15:16: Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen, het Evangelie van God bedienende, opdat de offerande van de heidenen aangenaam worde, geheiligd door de Heilige Geest. Filippensen 2:17: Ja, als ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen. Kolossensen 3:5: Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst. Hebreeën 13:15: Laat ons dan door Hem altijd voor God opofferen een offerande van de lofs, dat is, de vrucht van de lippen, die Zijn Naam belijden. Hebreeën 13:16: En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen. 1 Petrus 2:9: Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat u zoudt verkondigen de deugden Van Degene, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Openbaring 1:6: En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בְ/אֻלָ֣ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֗עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁנַ֤יִם",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HAcmda"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנוֹת֙",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֔וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁנַ֥יִם",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HC/Acmda"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנ֖וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֑ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁח֤וֹט",
          "strongs": "H7819",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הָ/עוֹלָ֔ה",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/חַטָּ֖את",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HC/Td/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָ/אָשָֽׁם",
          "strongs": "H817",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En in het voorhuis van de poort waren twee tafelen van deze, en twee tafelen van de andere zijde, om daarop te slachten het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> brandoffer, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> zondoffer, en het schuldoffer.",
      "textSV1888_html": "En in het voorhuis der poort waren twee tafelen van deze, en twee tafelen van gene zijde, om daarop te slachten het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> brandoffer, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> zondoffer, en het schuldoffer.",
      "text1637_html": "Ende in het voorhuys der poorte waren twee tafelen van dese, ende twee tafelen van gene zijde: om daerop te slachten het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> brand-offer, ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> sond-offer, ende het schult-offer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 40,
      "textSV1888": "Ook waren er aan de zijde van buiten des opgangs, aan de deur der noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis der poort was, twee tafelen.",
      "text1637": "Oock warender aen de [73] zijde van buyten des opgancx aen de deure der Noorder-poorte, twee tafelen: ende aen d’ andere zijde, die aen’t voorhuys der poorte was, twee tafelen.",
      "text2026": "Ook waren er aan de zijde van buiten van de opgang, aan de deur van de noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis van de poort was, twee tafelen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "73",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "73 zijde van buiten des opgangs: Hebreeuws, schouder; dat ook voor zijde genomen wordt; alzo in het volgende.",
          "text1637": "Hebr. schouder: dat oock voor zyde genomen wort. alsoo in’t volgende.",
          "text2026": "73 zijde van buiten van de opgangs: Hebreeuws, schouder (כָּתֵף); dat ook voor zijde genomen wordt; zo in het volgende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּתֵ֣ף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/ח֗וּצָ/ה",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HR/Ncmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "לָ/עוֹלֶה֙",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HRd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פֶ֨תַח֙",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפ֔וֹנָ/ה",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "שְׁנַ֖יִם",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HAcmda"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנ֑וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּתֵ֣ף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אַחֶ֗רֶת",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר֙",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֻלָ֣ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֔עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁנַ֖יִם",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HAcmda"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנֽוֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook waren er aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> zijde van buiten van de opgang, aan de deur van de noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis van de poort was, twee tafelen.",
      "textSV1888_html": "Ook waren er aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> zijde van buiten des opgangs, aan de deur der noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis der poort was, twee tafelen.",
      "text1637_html": "Oock warender aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> zijde van buyten des opgancx aen de deure der Noorder-poorte, twee tafelen: ende aen d’ andere zijde, die aen’t voorhuys der poorte was, twee tafelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des opgangs,",
          "new": "van de opgang,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 41,
      "textSV1888": "Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde der poort, acht tafelen, waarop men slachtte.",
      "text1637": "[74] Vier tafelen van dese, ende vier tafelen van gene zijde, aende zijde der poorte: acht tafelen, daerop [75] men slachtede.",
      "text2026": "Vier tafelen van deze, en vier tafelen van de andere zijde, aan de zijde van de poort, acht tafelen, waarop men slachtte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "74",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "74 Vier tafelen van deze: Zie vers 39, 40:40. Ezechiël 40:39: En in het voorhuis der poort waren twee tafelen van deze, en twee tafelen van gene zijde, om daarop te slachten het brandoffer, en het zondoffer, en het schuldoffer. Ezechiël 40:40: Ook waren er aan de zijde van buiten des opgangs, aan de deur der noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis der poort was, twee tafelen.",
          "text1637": "Siet vers 39, 40.",
          "text2026": "74 Vier tafelen van deze: Zie vers 39, 40:40. Ezechiël 40:39: En in het voorhuis van de poort waren twee tafelen van deze, en twee tafelen van gene zijde, om daarop te slachten het brandoffer, en het zondoffer, en het schuldoffer. Ezechiël 40:40: Ook waren er aan de zijde van buiten van de opgangs, aan de deur van de noorderpoort, twee tafelen; en aan de andere zijde, die aan het voorhuis van de poort was, twee tafelen."
        },
        {
          "marker": "75",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "75 men slachtte: Vergelijk boven vers 22, 40:38. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat der poort, die den weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve. Ezechiël 40:38: Haar kameren nu en haar deuren waren bij de posten der poorten; aldaar wies men het brandoffer.",
          "text1637": "Vergel. boven vers 22, 38.",
          "text2026": "75 men slachtte: Vergelijk boven vers 22, 40:38. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat van de poort, die de weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelfde. Ezechiël 40:38: Haar kamers nu en haar deuren waren bij de posten van de poorten; daar wies men het brandoffer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַרְבָּעָ֨ה",
          "strongs": "H702",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנ֜וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֗ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַרְבָּעָ֧ה",
          "strongs": "H702",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנ֛וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֖ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "לְ/כֶ֣תֶף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁ֑עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמוֹנָ֥ה",
          "strongs": "H8083",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנ֖וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֥ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁחָֽטוּ",
          "strongs": "H7819",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> Vier tafelen van deze, en vier tafelen van de andere zijde, aan de zijde van de poort, acht tafelen, waarop<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> men slachtte.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde der poort, acht tafelen, waarop<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> men slachtte.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> Vier tafelen van dese, ende vier tafelen van gene zijde, aende zijde der poorte: acht tafelen, daerop <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> men slachtede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 42,
      "textSV1888": "Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; op dezelve nu leide men het gereedschap henen, waarmede men het brandoffer en slachtoffer slachtte.",
      "text1637": "Maer de vier tafelen voor’t brandoffer, waren van gehouwene steenen; de lengte, eene elle ende eene halve, ende de breette, eene elle ende eene halve, ende de hoochte, eene elle: op deselve nu, leydemen het gereetschap henen, daermede [76] men het brandoffer ende slachtoffer slachtede.",
      "text2026": "Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; daarop nu legde men het gereedschap heen, waarmee men het brandoffer en slachtoffer slachtte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "76",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "76 men het brandoffer en slachtoffer slachtte: Vergelijk boven vers 22, 40:38, 40:41. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat der poort, die den weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelve. Ezechiël 40:38: Haar kameren nu en haar deuren waren bij de posten der poorten; aldaar wies men het brandoffer. Ezechiël 40:41: Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde der poort, acht tafelen, waarop men slachtte.",
          "text1637": "Vergel. boven vers 22, 38, 41.",
          "text2026": "76 men het brandoffer en slachtoffer slachtte: Vergelijk boven vers 22, 40:38, 40:41. Ezechiël 40:22: En haar vensters, en haar voorhuizen, en haar palmbomen, waren naar de maat van de poort, die de weg naar het oosten zag; en men ging daarin op met zeven trappen, en haar voorhuizen waren voor aan dezelfde. Ezechiël 40:38: Haar kamers nu en haar deuren waren bij de posten van de poorten; daar wies men het brandoffer. Ezechiël 40:41: Vier tafelen van deze, en vier tafelen van gene zijde, aan de zijde van de poort, acht tafelen, waarop men slachtte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַרְבָּעָה֩",
          "strongs": "H702",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנ֨וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לָ/עוֹלָ֜ה",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אַבְנֵ֣י",
          "strongs": "H68",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "גָזִ֗ית",
          "strongs": "H1496",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֹרֶךְ֩",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֨ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֤ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/חֵ֨צִי֙",
          "strongs": "H2677",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֨חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֤ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחַת֙",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/חֵ֔צִי",
          "strongs": "H2677",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/גֹ֖בַהּ",
          "strongs": "H1363",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֣ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֑ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַנִּ֤יחוּ",
          "strongs": "H3240",
          "morph": "HC/Vhi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֵּלִים֙",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁחֲט֧וּ",
          "strongs": "H7819",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/עוֹלָ֛ה",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֖/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/זָּֽבַח",
          "strongs": "H2077",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; daarop nu legde men het gereedschap heen, waarmee<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> men het brandoffer en slachtoffer slachtte.",
      "textSV1888_html": "Maar de vier tafelen voor het brandoffer waren van gehouwen stenen, de lengte een el en een halve, en de breedte een el en een halve, en de hoogte een el; op dezelve nu leide men het gereedschap henen, waarmede<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> men het brandoffer en slachtoffer slachtte.",
      "text1637_html": "Maer de vier tafelen voor’t brandoffer, waren van gehouwene steenen; de lengte, eene elle ende eene halve, ende de breette, eene elle ende eene halve, ende de hoochte, eene elle: op deselve nu, leydemen het gereetschap henen, daermede <sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> men het brandoffer ende slachtoffer slachtede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "op dezelve",
          "new": "daarop",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "leide",
          "new": "legde",
          "principe": "V554"
        },
        {
          "old": "henen, waarmede",
          "new": "heen, waarmee",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 43,
      "textSV1888": "De haardstenen nu waren een handbreed dik, ordentelijk geschikt in het huis rondom henen; en op de tafelen was het offervlees.",
      "text1637": "De [77] heertsteenen nu, waren een hantbreet [dick], ordentlick geschickt [78] in den huyse rontom henen: ende op de tafelen was het offervleesch.",
      "text2026": "De haardstenen nu waren een handbreed dik, ordentelijk geschikt in het huis rondom heen; en op de tafelen was het offervlees.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "77",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergelijk Ps. 68:14, met de aantekening. Anders, haken, te weten om de beesten daaraan op te hangen, de huid af te trekken, om voorts in stukken te houwen, enz. Psalmen 68:14: Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 68.14. met d’aent. And. haken, T.w. om de beesten daer aen op te hangen, de huyt af te trecken, om voorts in stucken te houwen, etc.",
          "text2026": "Vergelijk Ps. 68:14, met de aantekening. Anders, haken, te weten om de beesten daaraan op te hangen, de huid af te trekken, om verder in stukken te houwen, enz. Psalmen 68:14: Al laagt u tussen twee rijen van stenen, zo zult u toch worden als vleugelen van een duif, overdekt met zilver, en van wie vederen zijn met uitgegraven geluwen goud."
        },
        {
          "marker": "78",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "78 in het huis rondom henen: Of, van binnen.",
          "text1637": "Ofte, van binnen.",
          "text2026": "78 in het huis rondom heen: Of, van binnen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַֽ/שְׁפַתַּ֗יִם",
          "strongs": "H8240",
          "morph": "HC/Td/Ncmda"
        },
        {
          "woord": "טֹ֧פַח",
          "strongs": "H2948",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֛ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "מוּכָנִ֥ים",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVHsmpa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/בַּ֖יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֣יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/שֻּׁלְחָנ֖וֹת",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּשַׂ֥ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּרְבָֽן",
          "strongs": "H7133",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> haardstenen nu waren een handbreed dik, ordentelijk geschikt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> in het huis rondom heen; en op de tafelen was het offervlees.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> haardstenen nu waren een handbreed dik, ordentelijk geschikt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> in het huis rondom henen; en op de tafelen was het offervlees.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> heertsteenen nu, waren een hantbreet [dick], ordentlick geschickt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> in den huyse rontom henen: ende op de tafelen was het offervleesch.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen;",
          "new": "heen;",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 44,
      "textSV1888": "En van buiten de binnenste poort waren de kameren der zangers, in het binnenste voorhof, dat aan de zijde van de noorderpoort was; en het voorste deel derzelve was den weg naar het zuiden; een was er aan de zijde van de oostpoort, ziende den weg naar het noorden.",
      "text1637": "Ende van buyten de binnenste poorte waren de kameren der [79] Sangers, in den [80] binnensten voorhof, dat aende zijde van de Noorderpoorte was; ende het voorste deel [81] derselver was des weegs nae’t Zuyden: [82] eene, wasser aen de zijde van d’Oost-poorte, [83] siende des weegs nae’t Noorden.",
      "text2026": "En van buiten de binnenste poort waren de kamers van de zangers, in het binnenste voorhof, dat aan de zijde van de noorderpoort was; en het voorste deel daarvan was de weg naar het zuiden; één was er aan de zijde van de oostpoort, ziende de weg naar het noorden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "79",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Levieten, die gesteld waren om God in zijn huis met zingen en spelen te loven. Zie 1 Kron. 6:31, en 1 Kron. 16:4, en 1 Kron. 23:5, 23:30, 23:31. Door deze en andere diensten, die in het volgende, in de beschrijving van dit nieuwe huis des Heeren, vermeld worden, werden afgebeeld de verscheidene bedieningen, die in de kerk van het Nieuwe Testament zouden zijn, alsook in het algemeen verscheidene oefeningen der godzaligheid, bij de lidmaten der kerk, die hare voorgangers en herders zouden helpen en gehoorzaam navolgen. Zie Rom. 12:6, 12:7, 12:8; 1 Kor. 12:5, enz.; Ef. 4:11, 4:12, en Ef. 5:19; 1 Tim. 3; Tit. 1, Tit. 2; Hebr. 13:7, 13:17, enz. 1 Kronieken 6:31: Dezen nu zijn het, die David gesteld heeft tot het ambt des gezangs in het huis des HEEREN, nadat de ark tot rust gekomen was. 1 Kronieken 16:4: En hij stelde voor de ark des HEEREN sommigen uit de Levieten tot dienaars, en dat, om den HEERE, den God Israëls, te vermelden, en te loven, en te prijzen. 1 Kronieken 23:5: En vier duizend poortiers, en vier duizend lofzangers des HEEREN, met instrumenten, die ik gemaakt heb, zeide David, om lof te zingen. 1 Kronieken 23:30: En om alle morgens te staan, om den HEERE te loven en te prijzen; en desgelijks des avonds; 1 Kronieken 23:31: En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN; Romeinen 12:6: Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is, Romeinen 12:7: Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren; Romeinen 12:8: Hetzij die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid. 1 Korinthiërs 12:5: En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere; Efeziërs 4:11: En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Efeziërs 4:12: Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; Efeziërs 5:19: Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart; Hebreeën 13:7: Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling. Hebreeën 13:17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.",
          "text1637": "De Leviten, die gestelt waren om Godt in sijn huys met singen ende spelen te loven. Siet 1.Chron. 6.31. ende 16.4. ende 23.5, 30, 31. Door dese ende andere diensten, die in’t volgende, inde beschrijvinge van dit nieuw huys des Heeren, vermeldt worden, wierden afgebeeldt de verscheydene bedieningen, die in de kercke des Nieuwen Testaments souden zijn, als oock in’t gemeyn verscheydene oeffeningen der godtsalicheyt, by de litmaten der kercke, die hare voorgangers ende herders souden assisteren, ende gehoorsaemlick navolgen. Siet Rom. 12.6, 7, 8. 1.Corint. 12.5, etc. Ephes. 4.11, 12. 1.Tim. cap. 3. Tit. capp. 1. ende 2. Ephes. 5.19. Hebr. 13.7, 17. etc.",
          "text2026": "De Levieten, die gesteld waren om God in zijn huis met zingen en spelen te loven. Zie 1 Kron. 6:31, en 1 Kron. 16:4, en 1 Kron. 23:5, 23:30, 23:31. Door deze en andere diensten, die in het volgende, in de beschrijving van dit nieuwe huis van de Heern, vermeld worden, werden afgebeeld de verscheidene bedieningen, die in de kerk van het Nieuwe Testament zouden zijn, alsook in het algemeen verscheidene oefeningen van de godzaligheid, bij de lidmaten van de kerk, die haar voorgangers en herders zouden helpen en gehoorzaam navolgen. Zie Rom. 12:6, 12:7, 12:8; 1 Kor. 12:5, enz.; Ef. 4:11, 4:12, en Ef. 5:19; 1 Tim. 3; Tit. 1, Tit. 2; Hebr. 13:7, 13:17, enz. 1 Kronieken 6:31: Deze nu zijn het, die David gesteld heeft tot het ambt van het gezang in het huis van JAHWEH, nadat de ark tot rust gekomen was. 1 Kronieken 16:4: En hij stelde voor de ark van JAHWEH sommigen uit de Levieten tot dienaren, en dat, om JAHWEH, de God van Israël, te vermelden, en te loven, en te prijzen. 1 Kronieken 23:5: En vier duizend poortwachters, en vier duizend lofzangers van JAHWEH, met instrumenten, die ik gemaakt heb, zei David, om lof te zingen. 1 Kronieken 23:30: En om elke morgen te staan, om JAHWEH te loven en te prijzen; en evenzo van de avond; 1 Kronieken 23:31: En tot al het offeren van de brandofferen van JAHWEH, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de vastgestelde hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht van JAHWEH; Romeinen 12:6: Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is, Romeinen 12:7: Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate van het geloof; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren; Romeinen 12:8: Hetzij die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid. 1 Korinthiërs 12:5: En er is verscheidenheid van de bedieningen, en het is dezelfde Heer; Efeziërs 4:11: En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Efeziërs 4:12: Tot de volmaking van de heiligen, tot het werk van de bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus; Efeziërs 5:19: Sprekende onder elkaar met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Heer in uw hart; Hebreeën 13:7: Gedenkt uw voorgangeren, die u het Woord van God gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hun wandeling. Hebreeën 13:17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig."
        },
        {
          "marker": "80",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "80 binnenste voorhof: Versta, het allerbinnenste of derde voorhof, dat aan het voorhuis van dezen tempel was.",
          "text1637": "Verstaet het alderbinnenste ofte derde voorhof, dat aen het voorhuys deses Tempels was.",
          "text2026": "80 binnenste voorhof: Versta, het allerbinnenste of derde voorhof, dat aan het voorhuis van deze tempel was."
        },
        {
          "marker": "81",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten kamers.",
          "text1637": "T.w. kameren.",
          "text2026": "Te weten kamers."
        },
        {
          "marker": "82",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "82 een was er aan de zijde van de oostpoort: Anders: een andere [rij van kamers] enz.",
          "text1637": "And. een andere [rijge van kameren] etc.",
          "text2026": "82 een was er aan de zijde van de oostpoort: Anders: een andere [rij van kamers] enz."
        },
        {
          "marker": "83",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "83 ziende den weg naar het noorden: Hebreeuws, het aangezicht van den weg enz.",
          "text1637": "Hebr. het aengesichte des weechs, etc.",
          "text2026": "83 ziende de weg naar het noorden: Hebreeuws, het aangezicht van de weg enz (פְנֵי)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/מִ/חוּצָ/ה֩",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HC/R/Ncmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "לַ/שַּׁ֨עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִ֜י",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽשְׁכ֣וֹת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁרִ֗ים",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/חָצֵ֤ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פְּנִימִי֙",
          "strongs": "H6442",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֗ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֶּ֨תֶף֙",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפ֔וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/פְנֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HC/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֑וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֗ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֶּ֨תֶף֙",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/קָּדִ֔ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֖י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֥רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפֹֽן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En van buiten de binnenste poort waren de kamers van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> de zangers, in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> binnenste voorhof, dat aan de zijde van de noorderpoort was; en het voorste deel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> daarvan was de weg naar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> zuiden; één was er aan de zijde van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> oostpoort, ziende de weg naar het noorden.",
      "textSV1888_html": "En van buiten de binnenste poort waren de kameren der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> zangers, in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> binnenste voorhof, dat aan de zijde van de noorderpoort was; en het voorste deel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> derzelve was den weg naar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> zuiden; een was er aan de zijde van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> oostpoort, ziende den weg naar het noorden.",
      "text1637_html": "Ende van buyten de binnenste poorte waren de kameren der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> Sangers, in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> binnensten voorhof, dat aende zijde van de Noorderpoorte was; ende het voorste deel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> derselver was des weegs nae’t Zuyden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> eene, wasser aen de zijde van d’Oost-poorte, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> siende des weegs nae’t Noorden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "kameren der",
          "new": "kamers van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "derzelve",
          "new": "daarvan",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 45,
      "textSV1888": "En hij sprak tot mij: Deze kamer, welker voorste deel den weg naar het zuiden is, is voor de priesteren, die de wacht des huizes waarnemen.",
      "text1637": "Ende hy sprack tot my: Dese [84] kamer, welcker [85] voorste deel des weegs nae’t Zuyden is, is voor de Priesteren, die de [86] wacht des huyses waernemen.",
      "text2026": "En hij sprak tot mij: Deze kamer, waarvan het voorste deel de weg naar het zuiden is, is voor de priesters, die de taak van het huis waarnemen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "84",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, kamers, elk dezer kamers, gelijk enigen dit verstaan; alzo in vers 46. Vergelijk onder Ezech. 42:1, 42:4, 42:5. Ezechiël 40:46: Maar de kamer, welker voorste deel den weg naar het noorden is, is voor de priesteren, die de wacht des altaars waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot den HEERE naderen, om Hem te dienen. Ezechiël 42:1: Daarna bracht hij mij uit tot het buitenste voorhof; den weg naar den weg van het noorden; en hij bracht mij tot de kameren, die tegenover de afgesneden plaats, en die tegenover het gebouw tegen het noorden waren: Ezechiël 42:4: En voor de kameren was een wandeling van tien ellen de breedte; naar binnen toe, en een weg van een el; en de deuren van dezelve waren tegen het noorden. Ezechiël 42:5: De bovenste kameren nu waren nauwer (omdat de galerijen hoger waren dan dezelve), dan de onderste en dan de middelste des gebouws.",
          "text1637": "D. kameren, elcke deser kameren, als eenige dit verstaen: alsoo in’t volgende vers vergel. onder 42.1, 4, 5.",
          "text2026": "Dat is, kamers, elk van deze kamers, gelijk enige dit verstaan; zo in vers 46. Vergelijk onder Ez. 42:1, 42:4, 42:5. Ezechiël 40:46: Maar de kamer, van wie voorste deel de weg naar het noorden is, is voor de priesters, die de wacht van het altaar waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot JAHWEH naderen, om Hem te dienen. Ezechiël 42:1: Daarna bracht hij mij uit tot het buitenste voorhof; de weg naar de weg van het noorden; en hij bracht mij tot de kamers, die tegenover de afgesneden plaats, en die tegenover het gebouw tegen het noorden waren: Ezechiël 42:4: En voor de kamers was een wandeling van tien ellen de breedte; naar binnen toe, en een weg van een el; en de deuren van dezelfde waren tegen het noorden. Ezechiël 42:5: De bovenste kamers nu waren nauwer (omdat de galerijen hoger waren dan dezelfde), dan de onderste en dan de middelste van het gebouw."
        },
        {
          "marker": "85",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "85 voorste deel: Hebreeuws, aangezicht, alzo in vers 46. Ezechiël 40:46: Maar de kamer, welker voorste deel den weg naar het noorden is, is voor de priesteren, die de wacht des altaars waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot den HEERE naderen, om Hem te dienen.",
          "text1637": "Hebr. aengesichte: alsoo in’t volgende vers.",
          "text2026": "85 voorste deel: Hebreeuws, aangezicht, zo in vers 46 (פָּנֶי). Ezechiël 40:46: Maar de kamer, van wie voorste deel de weg naar het noorden is, is voor de priesters, die de wacht van het altaar waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot JAHWEH naderen, om Hem te dienen."
        },
        {
          "marker": "86",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "86 wacht des huizes waarnemen: Dat is, de dienst van Gods huis; vergelijk Lev. 8:35; Num. 3:7; onder Ezech. 44:8, 44:14, 44:15. Sommigen verstaan hier en in vers 46, uit vergelijking van onder Ezech. 44:10, 44:14, de Levieten, gerekend onder de priesters of derzelver naam, omdat zij den priesters gegeven en bijgevoegd waren tot hun behulp; zie Num. 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, enz. en Num. 18:2, 18:3, 18:4; 1 Kron. 23:27, 23:28; of priesters genoemd, [gelijk ook 2 Kon. 23:9,] omdat zij tevoren priesters geweest waren, maar afgezet, gelijk van enigen gezegd wordt, onder Ezech. 44:12, 44:13, 44:14. Het schijnt altijd klaar te zijn, dat hier onderscheid gemaakt wordt tussen de wacht van het huis en de wacht van het altaar, gelij in vers 46 te zien is; gelijk onder Ezech. 44:14, 44:15 tussen de wacht en van het huis en van het heiligdom. Leviticus 8:35: Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden. Numeri 3:7: En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen; Ezechiël 44:8: En gijlieden hebt de wacht van Mijn heilige dingen niet waargenomen; maar gij hebt uzelven enigen tot wachters Mijner wacht gesteld in Mijn heiligdom. Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht des huizes, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen Israëls van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heere HEERE; Ezechiël 40:46: Maar de kamer, welker voorste deel den weg naar het noorden is, is voor de priesteren, die de wacht des altaars waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot den HEERE naderen, om Hem te dienen. Ezechiël 44:10: Maar de Levieten, die verre van Mij geweken zijn, als Israël ging dolen, die van Mij zijn afgedwaald, hun drekgoden achterna, zullen wel hun ongerechtigheid dragen; Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht des huizes, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Numeri 3:6: Doe den stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van den priester Aäron, opdat zij hem dienen; Numeri 3:7: En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht der gehele vergadering, voor de tent der samenkomst, om den dienst des tabernakels te bedienen; Numeri 3:8: En dat zij al het gereedschap van de tent der samenkomst, en de wacht der kinderen Israëls waarnemen, om den dienst des tabernakels te bedienen. Numeri 3:9: Gij zult dan, aan Aäron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen Israëls. Numeri 18:2: En ook zult gij uw broederen, den stam van Levi, den stam uws vaders, met u doen naderen, dat zij u bijgevoegd worden, en u dienen; maar gij, en uw zonen met u, zult zijn voor de tent der getuigenis. Numeri 18:3: En zij zullen uw wacht waarnemen, en de wacht der ganse tent; doch tot het gereedschap des heiligdoms en het altaar zullen zij niet naderen, opdat zij niet sterven, zo zij als gijlieden. Numeri 18:4: Maar zij zullen u bijgevoegd worden, en de wacht van de tent der samenkomst waarnemen, in allen dienst der tent; en een vreemde zal tot u niet naderen. 1 Kronieken 23:27: Want naar de laatste woorden van David werden de kinderen van Levi geteld, van twintig jaren oud en daarboven; 1 Kronieken 23:28: Omdat hun standplaats was aan de hand der zonen van Aäron in den dienst van het huis des HEEREN, over de voorhoven, en over de kameren, en over de reiniging van alle heilige dingen, en het werk van den dienst van het huis Gods; 2 Koningen 23:9: Doch de priesters der hoogten offerden niet op het altaar des HEEREN te Jeruzalem; maar zij aten ongezuurde broden in het midden van hun broederen. Ezechiël 44:12: Omdat zij henlieden gediend hebben voor het aangezicht hunner drekgoden, en den huize Israëls tot een aanstoot der ongerechtigheid geweest zijn, daarom heb Ik Mijn hand tegen hen opgeheven, spreekt de Heere HEERE, dat zij hun ongerechtigheid zullen dragen. Ezechiël 44:13: En zij zullen tot Mij niet naderen, om Mij het priesterambt te bedienen, en om te naderen tot al Mijn heilige dingen, tot de allerheiligste dingen; maar zullen hun schande dragen, en hun gruwelen, die zij gedaan hebben. Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht des huizes, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Ezechiël 40:46: Maar de kamer, welker voorste deel den weg naar het noorden is, is voor de priesteren, die de wacht des altaars waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot den HEERE naderen, om Hem te dienen. Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht des huizes, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen Israëls van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heere HEERE;",
          "text1637": "D. den dienst van Godts huys. Vergel. Levit. 8. op vers 35. ende Num. 3. op vers 7. ende onder 44.8, 14, 15. sommige verstaen hier, ende in’t volgende vers, uyt vergelijckinge van onder 44.10, 14. de Leviten, gerekent onder de Priesteren ofte der selver naem, om datse den Priesteren gegeven ende bygevoecht waren tot haer behulp. Siet 1.Chron. 23.27, 28. item Num. 3.6, 7, 8, 9, etc. ende 18.2, 3, 4. ofte, Priesters genoemt, (als oock 2.Reg. 23.9.) om datse te vooren Priesters geweest waren, maer gedegradeert, als van eenige geseyt wort onder 44.12, 13, 14. ’Tschijnt altoos klaer te zijn, dat hier onderscheyt gemaeckt wort tusschen de wacht des huyses, ende de wacht des Altaers, als in’t volgende vers te sien is, gelijck onder 44.14, 15. tusschen de wacht des huyses, ende des heylichdoms.",
          "text2026": "86 wacht van het huis waarnemen: Dat is, de dienst van Gods huis; vergelijk Lev. 8:35; Num. 3:7; onder Ez. 44:8, 44:14, 44:15. Sommigen verstaan hier en in vers 46, uit vergelijking van onder Ez. 44:10, 44:14, de Levieten, gerekend onder de priesters of van hen naam, omdat zij de priesters gegeven en bijgevoegd waren tot hun behulp; zie Num. 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, enz. en Num. 18:2, 18:3, 18:4; 1 Kron. 23:27, 23:28; of priesters genoemd, [gelijk ook 2 Kon. 23:9,] omdat zij tevoren priesters geweest waren, maar afgezet, gelijk van enige gezegd wordt, onder Ez. 44:12, 44:13, 44:14. Het schijnt altijd klaar te zijn, dat hier onderscheid gemaakt wordt tussen de wacht van het huis en de wacht van het altaar, gelij in vers 46 te zien is; gelijk onder Ez. 44:14, 44:15 tussen de wacht en van het huis en van het heiligdom. Leviticus 8:35: U zult dan aan de deur van de tent van de samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht van JAHWEH waarnemen, opdat u niet sterft; want zo is het mij geboden. Numeri 3:7: En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht van de gehele vergadering, voor de tent van de samenkomst, om de dienst van het tabernakel te bedienen; Ezechiël 44:8: En u hebt de wacht van Mijn heilige dingen niet waargenomen; maar u hebt uzelven enige tot wachters Mijner wacht gesteld in Mijn heiligdom. Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht van het huis, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen van Israël van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heer JAHWEH; Ezechiël 40:46: Maar de kamer, van wie voorste deel de weg naar het noorden is, is voor de priesters, die de wacht van het altaar waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot JAHWEH naderen, om Hem te dienen. Ezechiël 44:10: Maar de Levieten, die verre van Mij geweken zijn, als Israël ging dolen, die van Mij zijn afgedwaald, hun drekgoden achterna, zullen wel hun ongerechtigheid dragen; Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht van het huis, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Numeri 3:6: Doe de stam van Levi naderen, en stel hem voor het aangezicht van de priester Aäron, opdat zij hem dienen; Numeri 3:7: En dat zij waarnemen zijn wacht, en de wacht van de gehele vergadering, voor de tent van de samenkomst, om de dienst van het tabernakel te bedienen; Numeri 3:8: En dat zij al het gereedschap van de tent van de samenkomst, en de wacht van de kinderen van Israël waarnemen, om de dienst van het tabernakel te bedienen. Numeri 3:9: U zult dan, aan Aäron en aan zijn zonen, de Levieten geven; zij zijn gegeven, zij zijn hem gegeven uit de kinderen van Israël. Numeri 18:2: En ook zult u uw broers, de stam van Levi, de stam uws vaders, met u doen naderen, dat zij u bijgevoegd worden, en u dienen; maar u, en uw zonen met u, zult zijn voor de tent van het getuigenis. Numeri 18:3: En zij zullen uw wacht waarnemen, en de wacht van de gehele tent; maar tot het gereedschap van het heiligdom en het altaar zullen zij niet naderen, opdat zij niet sterven, zo zij als u. Numeri 18:4: Maar zij zullen u bijgevoegd worden, en de wacht van de tent van de samenkomst waarnemen, in allen dienst van de tent; en een vreemde zal tot u niet naderen. 1 Kronieken 23:27: Want naar de laatste woorden van David werden de kinderen van Levi geteld, van twintig jaren oud en daarboven; 1 Kronieken 23:28: Omdat hun standplaats was aan de hand van de zonen van Aäron in de dienst van het huis van JAHWEH, over de voorhoven, en over de kamers, en over de reiniging van alle heilige dingen, en het werk van de dienst van het huis van God; 2 Koningen 23:9: Maar de priesters van de hoogten offerden niet op het altaar van JAHWEH te Jeruzalem; maar zij aten ongezuurde broden in het midden van hun broers. Ezechiël 44:12: Omdat zij henlieden gediend hebben voor het aangezicht hun drekgoden, en de huize Israëls tot een aanstoot van de ongerechtigheid geweest zijn, daarom heb Ik Mijn hand tegen hen opgeheven, spreekt de Heer JAHWEH, dat zij hun ongerechtigheid zullen dragen. Ezechiël 44:13: En zij zullen tot Mij niet naderen, om Mij het priesterambt te bedienen, en om te naderen tot al Mijn heilige dingen, tot de allerheiligste dingen; maar zullen hun schande dragen, en hun gruwelen, die zij gedaan hebben. Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht van het huis, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Ezechiël 40:46: Maar de kamer, van wie voorste deel de weg naar het noorden is, is voor de priesters, die de wacht van het altaar waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot JAHWEH naderen, om Hem te dienen. Ezechiël 44:14: Daarom zal Ik hen stellen tot wachters van de wacht van het huis, aan al zijn dienst, en aan alles, wat daarin zal gedaan worden. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen van Israël van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heer JAHWEH;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְדַבֵּ֖ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֑/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "זֹ֣ה",
          "strongs": "H2090",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "הַ/לִּשְׁכָּ֗ה",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "פָּנֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּר֔וֹם",
          "strongs": "H1864",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/כֹּ֣הֲנִ֔ים",
          "strongs": "H3548",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמְרֵ֖י",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁמֶ֥רֶת",
          "strongs": "H4931",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בָּֽיִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En hij sprak tot mij: <span class=\"direct-speech\"><i>Deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> kamer, waarvan het voorste deel de weg naar het zuiden is, is voor de priesters, die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> taak van het huis waarnemen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En hij sprak tot mij: Deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> kamer, welker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> voorste deel den weg naar het zuiden is, is voor de priesteren, die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> wacht des huizes waarnemen.",
      "text1637_html": "Ende hy sprack tot my: Dese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> kamer, welcker <sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> voorste deel des weegs nae’t Zuyden is, is voor de Priesteren, die de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> wacht des huyses waernemen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welker",
          "new": "waarvan het",
          "principe": "V212"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "priesteren,",
          "new": "priesters,",
          "principe": "V561"
        },
        {
          "old": "wacht des huizes",
          "new": "taak van het huis",
          "principe": "V1141"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 46,
      "textSV1888": "Maar de kamer, welker voorste deel den weg naar het noorden is, is voor de priesteren, die de wacht des altaars waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot den HEERE naderen, om Hem te dienen.",
      "text1637": "Maer de kamer, welcker voorste deel des weegs nae’t Noorden is, is voor de Priesteren, die de [87] wacht des Altaers waernemen: dat zijn de kinderen [88] Zadoks, die uyt de kinderen van Levi tot den HEERE [89] naederen om hem te dienen.",
      "text2026": "Maar de kamer, waarvan het voorste deel de weg naar het noorden is, is voor de priesters, die de taak van het altaar waarnemen; dat zijn de kinderen van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot JAHWEH naderen, om Hem te dienen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "87",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "87 wacht des altaars waarnemen: Dat is, de bediening van het brandofferaltaar; waardoor sommigen [gelijk in vers 45] verstaan den dienst der Levieten, dien zij den priesters in het offeren moesten doen bij het brandofferaltaar. Doch de aandachtige lezer kan vergelijken onder Ezech. 44:15. Ezechiël 40:45: En hij sprak tot mij: Deze kamer, welker voorste deel den weg naar het zuiden is, is voor de priesteren, die de wacht des huizes waarnemen. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen Israëls van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heere HEERE;",
          "text1637": "D. de bedieninge des Brantoffers altaers. waer door sommige (als in’t voorgaende vers) verstaen den dienst der Leviten, dien sy den Priesteren in’t offeren moesten doen by den brandoffer altaer. Doch d’aendachtige leser kan vergelijcken onder 44.15.",
          "text2026": "87 wacht van het altaar waarnemen: Dat is, de bediening van het brandofferaltaar; waardoor sommigen [gelijk in vers 45] verstaan de dienst van de Levieten, die zij de priesters in het offeren moesten doen bij het brandofferaltaar. Maar de aandachtige lezer kan vergelijken onder Ez. 44:15. Ezechiël 40:45: En hij sprak tot mij: Deze kamer, van wie voorste deel de weg naar het zuiden is, is voor de priesters, die de wacht van het huis waarnemen. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen van Israël van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heer JAHWEH;"
        },
        {
          "marker": "88",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van dezen breder onder Ezech. 44:15. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen Israëls van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heere HEERE;",
          "text1637": "Siet van dese breeder ond. 44.15.",
          "text2026": "Zie van deze breder onder Ez. 44:15. Ezechiël 44:15: Maar de Levietische priesters, de kinderen van Zadok, die de wacht Mijns heiligdoms hebben waargenomen, als de kinderen van Israël van Mij afdwaalden, die zullen tot Mij naderen, om Mij te dienen; en zullen voor Mijn aangezicht staan, om Mij het vette en het bloed te offeren, spreekt de Heer JAHWEH;"
        },
        {
          "marker": "89",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit naderen en genaken tot den HEERE [waarvan ook in het volgende dikwijls vermeld wordt] was ene afbeelding van de nadering van Jezus Christus, onzen Middelaar, tot den Vader voor ons, en voorts van de voorbidding der herders voor hunne kudde en van alle gelovigen [als geestelijke priesters] in het algemeen, met hunne gebeden en godsdiensten, in Christus' naam. Zie Jer. 30:21; Rom. 1:9, 1:10; Ef. 1:16, 1:17; Kol. 4:12; Hebr. 10:19, 10:22, enz., en Hebr. 13:17. Jeremia 30:21: En zijn Heerlijke zal uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal hem doen naderen, en hij zal tot Mij genaken; want wie is hij, die met zijn hart borg worde, om tot Mij te genaken? spreekt de HEERE. Romeinen 1:9: Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijns Zoons, hoe ik zonder nalaten uwer gedenke; Romeinen 1:10: Allen tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven wierd, door den wil van God, om tot ulieden te komen. Efeziërs 1:16: Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden; Efeziërs 1:17: Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis; Kolossensen 4:12: U groet Epafras, die uit de uwen is, een dienstknecht van Christus, te allen tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat gij staan moogt volmaakt en volkomen in al den wil van God. Hebreeën 10:19: Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, Hebreeën 10:22: Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water. Hebreeën 13:17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig.",
          "text1637": "Dit naederen ende genaken tot den HEERE (waer van oock in’t volgende dickwijls vermeldt wort) was eene afbeeldinge vande naederinge Iesu Christi onses Middelaers, tot den Vader voor ons, ende voorts vande voorbiddingen der herderen voor hare kudde, ende aller geloovigen (als Geestelicke Priesteren) in’t gemeyn, met hare gebeden ende Godts-diensten, in Christi name. siet Ier. 30. op vers 21. ende Rom. 1.9, 10. Eph. 1.16, 17. Colos. 4.12. Hebr. 13.17. item 10.19, 22, etc.",
          "text2026": "Dit naderen en genaken tot JAHWEH [waarvan ook in het volgende dikwijls vermeld wordt] was ene afbeelding van de nadering van Jezus Christus, onze Middelaar, tot de Vader voor ons, en verder van de voorbidding van de herder voor hunne kudde en van alle gelovigen [als geestelijke priesters] in het algemeen, met hunne gebeden en godsdiensten, in Christus' naam. Zie Jer. 30:21; Rom. 1:9, 1:10; Ef. 1:16, 1:17; Kol. 4:12; Hebr. 10:19, 10:22, enz., en Hebr. 13:17. Jeremia 30:21: En zijn Heerlijke zal uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal hem doen naderen, en hij zal tot Mij genaken; want wie is hij, die met zijn hart borg worde, om tot Mij te genaken? spreekt JAHWEH. Romeinen 1:9: Want God is mijn Getuige, Welken ik diene in mijn geest, in het Evangelie Zijn Zoons, hoe ik zonder nalaten uw gedenke; Romeinen 1:10: Alle tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven wierd, door de wil van God, om tot u te komen. Efeziërs 1:16: Houde niet op voor u te danken, gedenkende uw in mijn gebeden; Efeziërs 1:17: Opdat de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u geve de Geest van de wijsheid en van de openbaring in Zijn kennis; Kolossensen 4:12: U groet Epafras, die uit de uw is, een dienaar van Christus, te alle tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat u staan mag volmaakt en volkomen in al de wil van God. Hebreeën 10:19: Omdat wij dan, broers, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, Hebreeën 10:22: Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het geloof, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water. Hebreeën 13:17: Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַ/לִּשְׁכָּ֗ה",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HC/Td/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "פָּנֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפ֔וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/כֹּ֣הֲנִ֔ים",
          "strongs": "H3548",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמְרֵ֖י",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁמֶ֣רֶת",
          "strongs": "H4931",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּזְבֵּ֑חַ",
          "strongs": "H4196",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֣מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "צָד֗וֹק",
          "strongs": "H6659",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/קְּרֵבִ֧ים",
          "strongs": "H7131",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "מִ/בְּנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "לֵוִ֛י",
          "strongs": "H3878",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/שָׁרְתֽ/וֹ",
          "strongs": "H8334",
          "morph": "HR/Vpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Maar de kamer, waarvan het voorste deel de weg naar het noorden is, is voor de priesters, die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> taak van het altaar waarnemen; dat zijn de kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> naderen, om Hem te dienen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar de kamer, welker voorste deel den weg naar het noorden is, is voor de priesteren, die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> wacht des altaars waarnemen; dat zijn de kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> van Zadok, die uit de kinderen van Levi tot den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> naderen, om Hem te dienen.",
      "text1637_html": "Maer de kamer, welcker voorste deel des weegs nae’t Noorden is, is voor de Priesteren, die de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> wacht des Altaers waernemen: dat zijn de kindere<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> Zadoks, die uyt de kindere<i>n</i> van Levi tot den HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> naederen om hem te dienen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welker",
          "new": "waarvan het",
          "principe": "V212"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "priesteren,",
          "new": "priesters,",
          "principe": "V561"
        },
        {
          "old": "wacht des altaars",
          "new": "taak van het altaar",
          "principe": "V1141"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 47,
      "textSV1888": "En hij mat het voorhof: de lengte honderd ellen, en de breedte honderd ellen, vierkant; en het altaar was voor aan het huis.",
      "text1637": "Ende hy mat den voorhof, de lengte, hondert ellen, ende de breette hondert ellen, vierkant: ende den [90] Altaer was [91] voor aen het [92] huys.",
      "text2026": "En hij meette het voorhof: de lengte honderd ellen, en de breedte honderd ellen, vierkant; en het altaar was voor aan het huis.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "90",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het brandofferaltaar.",
          "text1637": "Brandoffers altaer.",
          "text2026": "Het brandofferaltaar."
        },
        {
          "marker": "91",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "91 voor aan het: Hebreeuws, voor het aangezicht.",
          "text1637": "Hebr. voor’t aengesichte.",
          "text2026": "91 voor aan het: Hebreeuws, voor het aangezicht (פְנֵי)."
        },
        {
          "marker": "92",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de tempel, alzo in het volgende. Zie Ezech. 41:1. Ezechiël 41:1: Voorts bracht hij mij tot den tempel; en hij mat de posten, zes ellen de breedte van deze, en zes ellen de breedte van gene zijde, de breedte der tent.",
          "text1637": "Dat is, den Tempel, alsoo in’t volgende. Siet cap. 41.1.",
          "text2026": "Dat is, de tempel, zo in het volgende. Zie Ez. 41:1. Ezechiël 41:1: Verder bracht hij mij tot de tempel; en hij mat de posten, zes ellen de breedte van deze, en zes ellen de breedte van gene zijde, de breedte van de tent."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֨מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הֶ/חָצֵ֜ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֹ֣רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵאָ֣ה",
          "strongs": "H3967",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֗ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֛חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵאָ֥ה",
          "strongs": "H3967",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֖ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מְרֻבָּ֑עַת",
          "strongs": "H7251",
          "morph": "HVPsfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/מִּזְבֵּ֖חַ",
          "strongs": "H4196",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בָּֽיִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En hij meette het voorhof: de lengte honderd ellen, en de breedte honderd ellen, vierkant; en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> altaar was<sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> voor aan het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> huis.",
      "textSV1888_html": "En hij mat het voorhof: de lengte honderd ellen, en de breedte honderd ellen, vierkant; en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> altaar was<sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> voor aan het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> huis.",
      "text1637_html": "Ende hy mat den voorhof, de lengte, hondert ellen, ende de breette hondert ellen, vierkant: ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> Altaer was <sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> voor aen het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> huys.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 48,
      "textSV1888": "Toen bracht hij mij tot het voorhuis des huizes, en hij mat elken post van het voorhuis, vijf ellen van deze, en vijf ellen van gene zijde; en de breedte der poort, drie ellen van deze, en drie ellen van gene zijde.",
      "text1637": "Doe bracht hy my tot het voorhuys des huyses, ende hy mat [elcken] post des voorhuyses, vijf ellen van dese, ende vijf ellen van gene zijde: ende de breette der poorte, drie ellen van dese, ende drie ellen van gene zijde:",
      "text2026": "Toen bracht hij mij tot het voorhuis van het huis, en hij meette elke post van het voorhuis, vijf ellen van deze, en vijf ellen van de andere zijde; en de breedte van de poort, drie ellen van deze, en drie ellen van de andere zijde.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְבִאֵ/נִי֮",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֻלָ֣ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּיִת֒",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֨מָד֙",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ל",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֻלָ֔ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חָמֵ֤שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּוֹת֙",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֔ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָמֵ֥שׁ",
          "strongs": "H2568",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֖וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֑ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֣חַב",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֔עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֹ֤שׁ",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּוֹת֙",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּ֔וֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁלֹ֥שׁ",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HC/Acfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמּ֖וֹת",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פּֽוֹ",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen bracht hij mij tot het voorhuis van het huis, en hij meette elke post van het voorhuis, vijf ellen van deze, en vijf ellen van de andere zijde; en de breedte van de poort, drie ellen van deze, en drie ellen van de andere zijde.",
      "text1637_html": "Doe bracht hy my tot het voorhuys des huyses, ende hy mat [elcken] post des voorhuyses, vijf ellen van dese, ende vijf ellen van gene zijde: ende de breette der poorte, drie ellen van dese, ende drie ellen van gene zijde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des huizes,",
          "new": "van het huis,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "mat elken",
          "new": "meette elke",
          "principe": "V591"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 49,
      "textSV1888": "De lengte van het voorhuis twintig ellen, en de breedte elf ellen; en het was met trappen, bij dewelke men daarin opging; ook waren er pilaren aan de posten, een van deze, en een van gene zijde.",
      "text1637": "De lengte van’t voorhuys, twintich ellen, ende de breette elf ellen; ende ’t was met [93] trappen, [by] de welcke men daer in opginck: Oock warender pylaren aen de posten, een van dese, ende een van gene zijde.",
      "text2026": "De lengte van het voorhuis twintig ellen, en de breedte elf ellen; en het was met trappen, waarbij men daarin opging; ook waren er pilaren aan de posten, één van deze, en één van de andere zijde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "93",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zonder te melden hoeveel, gelijk boven vers 6. Ezechiël 40:6: Toen kwam hij tot de poort, welke zag den weg naar het oosten, en hij ging bij derzelver trappen op, en mat den dorpel der poort een riet de breedte, en den anderen dorpel een riet de breedte.",
          "text1637": "Sonder te melden, hoe veel, als boven vers 6.",
          "text2026": "Zonder te melden hoeveel, gelijk boven vers 6. Ezechiël 40:6: Toen kwam hij tot de poort, welke zag de weg naar het oosten, en hij ging bij van hen trappen op, en mat de dorpel van de poort een riet de breedte, en de anderen dorpel een riet de breedte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֹ֣רֶךְ",
          "strongs": "H753",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֻלָ֞ם",
          "strongs": "H197",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרִ֣ים",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֗ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֹ֨חַב֙",
          "strongs": "H7341",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַשְׁתֵּ֣י",
          "strongs": "H6249",
          "morph": "HAcbpc"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרֵ֣ה",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַמָּ֔ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַֽ/מַּעֲל֔וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יַעֲל֖וּ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֑י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַמֻּדִים֙",
          "strongs": "H5982",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/אֵילִ֔ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֥ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֖ה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶחָ֥ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּֽה",
          "strongs": "H6311",
          "morph": "HR/D"
        }
      ],
      "text2026_html": "De lengte van het voorhuis twintig ellen, en de breedte elf ellen; en het was met trappen, waarbij men daarin opging<sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup>; ook waren er pilaren aan de posten, één van deze, en één van de andere zijde.",
      "textSV1888_html": "De lengte van het voorhuis twintig ellen, en de breedte elf ellen; en het was met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> trappen, bij dewelke men daarin opging; ook waren er pilaren aan de posten, een van deze, en een van gene zijde.",
      "text1637_html": "De lengte van’t voorhuys, twintich ellen, ende de breette elf ellen; ende ’t was met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> trappen, [by] de welcke men daer in opginck: Oock warender pylaren aen de posten, een van dese, ende een van gene zijde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "bij dewelke",
          "new": "waarbij",
          "principe": "V75"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Tijt ende maniere van dit gesichte, vers 1, 2. een man bericht den Propheet van’t eynde des gesichtes, 3. van de muer die rontom ginck, ende de maten, 5. van de poorten ende voorhoven, te weten, het buytenste voorhof met sijn toebehooren, daer het volck plach te vergaderen, 6. het binnen ofte middelste voorhof, met sijn toebehooren, daer de gereetschap der Leviten was, ende de offeren bereyt wierden, 28. Het derde ofte binnenste voorhof, ofte voorhof der Priesteren, daer de brantoffers-altaer stont, 44. Het voorhuys des Tempels, 48.",
    "text2026": "Tijd en wijze van dit visioen, vers 1, 2. Een man bericht de profeet over het doel van het visioen, 3; over de muur die er rondom liep, en de maten, 5; over de poorten en voorhoven, te weten: het buitenste voorhof met zijn toebehoren, waar het volk placht te vergaderen, 6; het binnenste of middelste voorhof, met zijn toebehoren, waar het gereedschap van de Levieten was en de offers bereid werden, 28; het derde of binnenste voorhof, of voorhof van de priesters, waar het brandofferaltaar stond, 44; het voorhuis van de tempel, 48."
  }
}
