{
  "number": 47,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Daarna bracht hij mij weder tot de deur van het huis, en ziet, er vloten wateren uit, van onder den dorpel des huizes naar het oosten; want het voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde des huizes, van het zuiden des altaars.",
      "text1637": "DAerna bracht hy my weder tot de deure des [1] Huyses, ende siet, daer vloten [2] wateren uyt, van onder den dorpel des huyses nae’t Oosten; want het [3] voorste deel des huyses was [in] ’t Oosten: Ende de wateren daelden af van onderen, uyt de rechter zijde des huyses, [4] van’t Zuyden des [5] Altaers.",
      "text2026": "Daarna bracht hij mij weer tot de deur van het huis, en ziet, er stroomden wateren uit, van onder de dorpel van het huis naar het oosten; want het voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde van het huis, van het zuiden van het altaar.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van den nieuwen tempel en het heiligdom, [gelijk vers 12], dat wel tevoren binnen Jeruzalem geweest, maar nu verstoord was; vergelijk Jes. 2:3; Micha 4:2; Zach. 14:8; idem Luk. 24:47, 24:49; Hand. 1:8, en Hand. 2:2, 2:4, en Openb. 22:1, alwaar vermeld wordt dat deze heilzame stromen uit Jeruzalem en Zion, uit den tempel en uit den troon Gods en des Lams zijn voortgekomen. Ezechiël 47:12: Aan de beek nu, aan haar oever, zal van deze en van gene zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, welks blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan; in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn wateren vlieten uit het heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot spijze, en zijn blad tot heling. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Micha 4:2: En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Zacharia 14:8: Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn. Lukas 24:47: En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. Lukas 24:49: En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte. Handelingen 1:8: Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. Handelingen 2:2: En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Openbaring 22:1: En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.",
          "text1637": "Des Nieuwen Tempels, ende des heylichdoms, (als vers 12.) dat wel te vooren binnen Ierusalem geweest, maer nu verstoort was. Vergel. Ies. 2.3. Mich. 4.2. Zach. 14.8. item Luc. 24.47, 49. Act. 1.8. ende 2.2, 4. ende Apoc. 22.1. alwaer vermeldt wort, dat dese heylsame stroomen uyt Ierusalem ende Zion, uyt den Hemel ende uyt den throon Godts ende des Lams zijn voortgekomen.",
          "text2026": "Van de nieuwen tempel en het heiligdom, [gelijk vers 12], dat wel tevoren binnen Jeruzalem geweest, maar nu verstoord was; vergelijk Jes. 2:3; Micha 4:2; Zach. 14:8; idem Luk. 24:47, 24:49; Hand. 1:8, en Hand. 2:2, 2:4, en Openb. 22:1, alwaar vermeld wordt dat deze heilzame stromen uit Jeruzalem en Zion, uit de tempel en uit de troon van God en van het Lam zijn voortgekomen. Ezechiël 47:12: Aan de beek nu, aan haar oever, zal van deze en van gene zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, welks blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan; in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn wateren stromen uit het heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot voedsel, en zijn blad tot heling. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Micha 4:2: En vele heidenen zullen heengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, en in het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Zacharia 14:8: Ook zal het op die dag gebeuren, dat er levende wateren uit Jeruzalem stromen zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen van de zomers en van de winters zijn. Lukas 24:47: En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving van de zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. Lukas 24:49: En ziet, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte. Handelingen 1:8: Maar u zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde. Handelingen 2:2: En er geschiedde haastig uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Openbaring 22:1: En hij toonde mij een zuivere rivier van het water van het leven, klaar als kristal, voortkomende uit de troon van God, en van het Lam."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 wateren uit: Afbeeldende de gezonde en zaligmakende leer van het Evangelie, met de overvloedige gaven van den Heiligen Geest, onder het Nieuwe Testament. Vergelijk Jes. 11:9, en Jes. 12:3, en Jes. 35:7, en Jes. 41:18, en Jes. 44:3, en Jes. 55:1; Jer. 31:9; Joël 2:28, en Joël 3:18; Zach. 14:8, idem Joh. 7:38; Openb. 22:1. Jesaja 11:9: Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. Jesaja 12:3: En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils; Jesaja 35:7: En het dorre land zal tot staand water worden, en het dorstige land tot springaders der wateren; in de woningen der draken, waar zij gelegen hebben, zal gras met riet en biezen zijn. Jesaja 41:18: Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten. Jesaja 44:3: Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. Jesaja 55:1: O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Jeremia 31:9: Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn eerstgeborene. Joël 2:28: En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Joël 3:18: En het zal te dien dage geschieden dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk vlieten, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis des HEEREN uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren. Zacharia 14:8: Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn. Johannes 7:38: Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. Openbaring 22:1: En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.",
          "text1637": "Afbeeldende de gesonde ende salichmakende leere des Euangeliums, met de overvloedige gaven des H. Geests, onder den Nieuwen Testamente. Vergel. Iesa. 11.9. ende 12.3. ende 51.1. Ierem. 31.9. Ioel 3.18. Zach. 14.8. item Ies. 35.7. ende 41.18. ende 44.3. Ioel 2.28. Ioh. 7.38. ende Apoc. 22.1.",
          "text2026": "2 wateren uit: Afbeeldende de gezonde en zaligmakende leer van het Evangelie, met de overvloedige gaven van de Heilige Geest, onder het Nieuwe Testament. Vergelijk Jes. 11:9, en Jes. 12:3, en Jes. 35:7, en Jes. 41:18, en Jes. 44:3, en Jes. 55:1; Jer. 31:9; Joël 2:28, en Joël 3:18; Zach. 14:8, idem Joh. 7:38; Openb. 22:1. Jesaja 11:9: Men zal nergens leed doen noch verderven op de gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis van JAHWEH zijn, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken. Jesaja 12:3: En u zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen van het heil; Jesaja 35:7: En het dorre land zal tot staand water worden, en het dorstige land tot springaders van de wateren; in de woningen van de draken, waar zij gelegen hebben, zal gras met riet en biezen zijn. Jesaja 41:18: Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden van de valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten. Jesaja 44:3: Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. Jesaja 55:1: O alle u dorstigen! komt tot de wateren, en u, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Jeremia 31:9: Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn eerstgeborene. Joël 2:28: En daarna zal het gebeuren, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Joël 3:18: En het zal op die dag gebeuren dat de bergen van zoeten wijn zullen druipen, en de heuvelen van melk stromen, en alle stromen van Juda vol van water gaan; en er zal een fontein uit het huis van JAHWEH uitgaan, en zal het dal van Sittim bewateren. Zacharia 14:8: Ook zal het op die dag gebeuren, dat er levende wateren uit Jeruzalem stromen zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen van de zomers en van de winters zijn. Johannes 7:38: Die in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, stromen van de levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. Openbaring 22:1: En hij toonde mij een zuivere rivier van het water van het leven, klaar als kristal, voortkomende uit de troon van God, en van het Lam."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 voorste deel: Hebreeuws, aangezicht.",
          "text1637": "Hebr. aengesichte.",
          "text2026": "3 voorste deel: Hebreeuws, aangezicht (פְנֵי)."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 van het zuiden: Of, tegen, aan het zuiden; dat is de zuidzijde.",
          "text1637": "Ofte, tegen, aen het Suyden, D. de suyd-zijde.",
          "text2026": "4 van het zuiden: Of, tegen, aan het zuiden; dat is de zuidzijde."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, het brandofferaltaar, dat voor het heilige stond; van hetwelk zie boven Ezech. 43:13, enz., een voorbeeld van onzen Heere Christus en van zijn enig offer aan het kruis; alwaar Hij ons de gaven van den Heiligen Geest verdiend heeft, die Hij ons van den Vader toezendt; afgebeeld [gelijk sommigen houden] door het water, dat uit zijne zijde vloot; Joh. 19:34, 19:35. Ezechiël 43:13: En dit zijn de maten des altaars naar de ellen, zijnde de el een el en een handbreed; de boezem van een el, en een el de breedte; en zijn einde aan zijn rand rondom een span; en dit is de rug des altaars. Johannes 19:34: Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit. Johannes 19:35: En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt.",
          "text1637": "Verst. den brandoffers-altaer, die voor’t heylige stont: van welcken siet bov. 43.13. etc. een voorbeelt onses Heeren Christi ende sijnes eenigen offers aen’t cruys: alwaer hy ons de gaven des Heyligen Geests verdient heeft, die hy ons van den Vader toesendt; afgebeeldt (als sommige houden) door’t water, dat uyt sijne zijde vloot. Iohan. 19.34, 35.",
          "text2026": "Versta, het brandofferaltaar, dat voor het heilige stond; van dat zie boven Ez. 43:13, enz., een voorbeeld van onze Heer Christus en van zijn enig offer aan het kruis; alwaar Hij ons de gaven van de Heilige Geest verdiend heeft, die Hij ons van de Vader toezendt; afgebeeld [gelijk sommigen houden] door het water, dat uit zijne zijde vloot; Joh. 19:34, 19:35. Ezechiël 43:13: En dit zijn de maten van het altaar naar de ellen, zijnde de el een el en een handbreed; de boezem van een el, en een el de breedte; en zijn einde aan zijn rand rondom een span; en dit is de rug van het altaar. Johannes 19:34: Maar één van de krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en meteen kwam er bloed en water uit. Johannes 19:35: En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, wat waar is, opdat ook u geloven mag."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְשִׁבֵ/נִי֮",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֣תַח",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּיִת֒",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יֹצְאִ֗ים",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/תַּ֨חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "מִפְתַּ֤ן",
          "strongs": "H4670",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּ֨יִת֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָדִ֔ימָ/ה",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "פְנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּ֖יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָדִ֑ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/מַּ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HC/Td/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יֹרְדִ֗ים",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/תַּ֜חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֶּ֤תֶף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּ֨יִת֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְמָנִ֔ית",
          "strongs": "H3233",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/נֶּ֖גֶב",
          "strongs": "H5045",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/מִּזְבֵּֽחַ",
          "strongs": "H4196",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarna bracht hij mij weer tot de deur van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het huis, en ziet, er stroomden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> wateren uit, van onder de dorpel van het huis naar het oosten; want het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde van het huis,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van het zuiden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> het altaar.",
      "textSV1888_html": "Daarna bracht hij mij weder tot de deur van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het huis, en ziet, er vloten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> wateren uit, van onder den dorpel des huizes naar het oosten; want het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde des huizes,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van het zuiden des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> altaars.",
      "text1637_html": "DAerna bracht hy my weder tot de deure des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Huyses, ende siet, daer vloten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> wateren uyt, van onder den dorpel des huyses nae’t Oosten; want het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> voorste deel des huyses was [in] ’t Oosten: Ende de wateren daelden af van onderen, uyt de rechter zijde des huyses, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van’t Zuyden des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Altaers.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "vloten",
          "new": "stroomden",
          "principe": "V506"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des huizes",
          "new": "van het huis",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des huizes,",
          "new": "van het huis,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des altaars.",
          "new": "van het altaar.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "En hij bracht mij uit door den weg van de noorderpoort, en voerde mij om door den weg van buiten, tot de buitenpoort, den weg, die naar het oosten ziet; en ziet, de wateren sprongen uit de rechterzijde.",
      "text1637": "Ende hy bracht my uyt [door] den wech van de Noorder-poorte, ende voerde my om [door] den wech van buyten, tot de buyten-poorte, des weegs, die nae’t Oosten siet: ende siet de wateren sprongen uyt de rechter zijde.",
      "text2026": "En hij bracht mij uit door de weg van de noorderpoort, en voerde mij om door de weg van buiten, tot de buitenpoort, de weg, die naar het oosten ziet; en ziet, de wateren sprongen uit de rechterzijde.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יּוֹצִאֵ/נִי֮",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דֶּֽרֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "צָפוֹנָ/ה֒",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HNcfsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְסִבֵּ֨/נִי֙",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "ח֔וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/ח֔וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֖רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/פּוֹנֶ֣ה",
          "strongs": "H6437",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "קָדִ֑ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מְפַכִּ֔ים",
          "strongs": "H6379",
          "morph": "HVprmpa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּתֵ֖ף",
          "strongs": "H3802",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְמָנִֽית",
          "strongs": "H3233",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En hij bracht mij uit door de weg van de noorderpoort, en voerde mij om door de weg van buiten, tot de buitenpoort, de weg, die naar het oosten ziet; en ziet, de wateren sprongen uit de rechterzijde.",
      "text1637_html": "Ende hy bracht my uyt [door] den wech van de Noorder-poorte, ende voerde my om [door] den wech van buyten, tot de buyten-poorte, des weegs, die nae’t Oosten siet: ende siet de wateren sprongen uyt de rechter zijde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Als nu die man naar het oosten uitging, zo was er een meetsnoer in zijn hand; en hij mat duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de enkelen.",
      "text1637": "Als [nu] die Man [nae] het Oosten uytginck, so wasser een meet-snoer in sijne hant: ende hy mat duysent ellen, ende deed my door de wateren doorgaen, [ende] de wateren [6] raeckten tot aen de enckelen.",
      "text2026": "Als nu die man naar het oosten uitging, zo was er een meetsnoer in zijn hand; en hij meette duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de enkelen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 raakten tot aan de enkelen: Hebreeuws, [het waren] wateren der enkels, en zo in het volgende, wateren der knieën, wateren der lenden, afbeeldende den voorgang, lopenden wasdom der openbaring van het heilige Evangelie, mitsgaders de verscheidene mate der gaven van den Heiligen Geest in dit, en de volkomenheid in het andere leven.",
          "text1637": "Hebr. [het waren] wateren der enckelen, ende soo in’t volgende, wateren der knyen, wateren der lendenen, afbeeldende den voortganck, loop ende wasdom der openbaringe des H. Euangeliums, mitsgaders de verscheydene mate der gaven des H. Geests, in desen, ende de volkomentheyt in’t ander leven.",
          "text2026": "6 raakten tot aan de enkelen: Hebreeuws, [het waren] wateren van de enkels, en zo in het volgende, wateren van de knieën, wateren van de lenden, afbeeldende de voorgang, lopenden wasdom van de openbaring van het heilige Evangelie, samen met de verscheidene mate van de gaven van de Heilige Geest in dit, en de volkomenheid in het andere leven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/צֵאת",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָדִ֖ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָ֣ו",
          "strongs": "H6957",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָד֑/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֤מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֨לֶף֙",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/אַמָּ֔ה",
          "strongs": "H520",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּעֲבִרֵ֥/נִי",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/מַּ֖יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ֥י",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָפְסָֽיִם",
          "strongs": "H657",
          "morph": "HNcmda"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als nu die man naar het oosten uitging, zo was er een meetsnoer in zijn hand; en hij meette duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> raakten tot aan de enkelen.",
      "textSV1888_html": "Als nu die man naar het oosten uitging, zo was er een meetsnoer in zijn hand; en hij mat duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> raakten tot aan de enkelen.",
      "text1637_html": "Als [nu] die Man [nae] het Oosten uytginck, so wasser een meet-snoer in sijne hant: ende hy mat duysent ellen, ende deed my door de wateren doorgaen, [ende] de wateren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> raeckten tot aen de enckelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Toen mat hij nog duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de knieën; en hij mat nog duizend, en deed mij doorgaan, en de wateren raakten tot aan de lenden.",
      "text1637": "Doe mat hy [noch] duysent [ellen], ende deed my door de wateren doorgaen, [ende] de wateren raeckten tot aen de knyen: ende hy mat [noch] duysent, [ende] dede my doorgaen, ende de wateren raeckten tot aen de lendenen.",
      "text2026": "Toen meette hij nog duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de knieën; en hij meette nog duizend, en deed mij doorgaan, en de wateren raakten tot aan de middel.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֔לֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּעֲבִרֵ֥/נִי",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/מַּ֖יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בִּרְכָּ֑יִם",
          "strongs": "H1290",
          "morph": "HNcfda"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֔לֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּעֲבִרֵ֖/נִי",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ֥י",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מָתְנָֽיִם",
          "strongs": "H4975",
          "morph": "HNcmda"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen meette hij nog duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de knieën; en hij meette nog duizend, en deed mij doorgaan, en de wateren raakten tot aan de middel.",
      "text1637_html": "Doe mat hy [noch] duysent [ellen], ende deed my door de wateren doorgaen, [ende] de wateren raeckten tot aen de knyen: ende hy mat [noch] duysent, [ende] dede my doorgaen, ende de wateren raeckten tot aen de lendenen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "mat",
          "new": "meette",
          "principe": "V1641"
        },
        {
          "old": "lenden.",
          "new": "middel.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.",
      "text1637": "Voorts mat hy [noch] duysent; [ende] het was eene beke, daer ick niet en konde doorgaen: want de wateren waren hooge, [7] wateren daermen door swemmen moeste; eene beke daermen niet en konde doorgaen.",
      "text2026": "Verder meette hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 wateren, waar men door zwemmen moest: Hebreeuws, wateren der zwemming.",
          "text1637": "Hebr. wateren der swemminge.",
          "text2026": "7 wateren, waar men door zwemmen moest: Hebreeuws, wateren van de zwemming."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣מָד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֔לֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "נַ֕חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אוּכַ֖ל",
          "strongs": "H3201",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲבֹ֑ר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "גָא֤וּ",
          "strongs": "H1342",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּ֨יִם֙",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ֣י",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׂ֔חוּ",
          "strongs": "H7813",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נַ֖חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵעָבֵֽר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVNi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder meette hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.",
      "textSV1888_html": "Voorts mat hij nog duizend, en het was een beek, waar ik niet kon doorgaan; want de wateren waren hoge<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> wateren, waar men door zwemmen moest, een beek, waar men niet kon doorgaan.",
      "text1637_html": "Voorts mat hy [noch] duysent; [ende] het was eene beke, daer ick niet en konde doorgaen: want de wateren waren hooge, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> wateren daermen door swemmen moeste; eene beke daermen niet en konde doorgaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts mat",
          "new": "Verder meette",
          "principe": "V27"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En hij zeide tot mij: Hebt gij het gezien, mensenkind? Toen voerde hij mij, en bracht mij weder tot aan den oever der beek.",
      "text1637": "Ende hy seyde tot my, Hebt ghy’t [8] gesien, menschen kint? doe voerde hy my, ende bracht my weder tot den [9] oever der beke.",
      "text2026": "En hij zei tot mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen voerde hij mij, en bracht mij weer tot aan de oever van de beek.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 gezien, mensenkind: Dat is, op alles gelet? waarmede de profeet vermaand werd op alles naarstiglijk acht te nemen.",
          "text1637": "Dat is, op alles gelett? waermede de Propheet vermaent wert, op alles neerstichlick acht te nemen.",
          "text2026": "8 gezien, mensenkind: Dat is, op alles gelet? waarmee de profeet vermaand werd op alles naarstiglijk acht te nemen."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, lip; en zo in vers 7. Ezechiël 47:7: Als ik wederkeerde, ziet, zo was er aan den oever der beek zeer veel geboomte, van deze en van gene zijde.",
          "text1637": "Hebr. lippe: ende soo in’t volgende vers.",
          "text2026": "Hebreeuws, lip (שְׂפַת); en zo in vers 7. Ezechiël 47:7: Als ik keerde terug, ziet, zo was er aan de oever van de beek zeer veel geboomte, van deze en van gene zijde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֥אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֖/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֲ/רָאִ֣יתָ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HTi/Vqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֑ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יּוֹלִכֵ֥/נִי",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְשִׁבֵ֖/נִי",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׂפַ֥ת",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּֽחַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En hij zei tot mij: <span class=\"direct-speech\"><i>Hebt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> het gezien, mensenkind?</i></span> Toen voerde hij mij, en bracht mij weer tot aan de oever van de beek.",
      "textSV1888_html": "En hij zeide tot mij: Hebt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> het gezien, mensenkind? Toen voerde hij mij, en bracht mij weder tot aan den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oever der beek.",
      "text1637_html": "Ende hy seyde tot my, Hebt ghy’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gesien, menschen kint? doe voerde hy my, ende bracht my weder tot den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oever der beke.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Als ik wederkeerde, ziet, zo was er aan den oever der beek zeer veel geboomte, van deze en van gene zijde.",
      "text1637": "Als ick wederkeerde, siet so wasser aen den oever der beke seer veel [a] [10] geboomte, van dese ende van gene zijde.",
      "text2026": "Als ik keerde terug, ziet, zo was er aan de oever van de beek zeer veel geboomte, van deze en van de andere zijde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Afbeeldende de menigte der uitverkorenen, die door de kracht dezer wateren in Gods huis overal zouden wassen en vruchtbaar zijn in alle goede werken, tot Gods eer en stichting van den naaste, gelijk vers 12 breder wordt verhaald. Zie Ps. 1:3, en Ps. 92:13; Jes. 44:3, 44:4, en Jes. 55:11, 55:13; Jer. 17:8; Joh. 15:2, enz.; 1 Kor. 3:6, 3:7, enz. Ezechiël 47:12: Aan de beek nu, aan haar oever, zal van deze en van gene zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, welks blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan; in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn wateren vlieten uit het heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot spijze, en zijn blad tot heling. Psalmen 1:3: Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. Psalmen 92:13: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon. Jesaja 44:3: Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. Jesaja 44:4: En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken. Jesaja 55:11: Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. Jesaja 55:13: Voor een doorn zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan; en het zal den HEERE wezen tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden. Jeremia 17:8: Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Johannes 15:2: Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage. 1 Korinthiërs 3:6: Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven. 1 Korinthiërs 3:7: Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft.",
          "text1637": "Afbeeldende de menichte der uyt verkorenen, die door de kracht deser wateren in Godts Huys over al souden wassen ende vruchtbaer zijn in alle goede wercken, tot Godes eere, ende stichtinge des naesten. als vers 12. breeder wort verhaelt. Siet Psal. 1.3. ende 92.13. Iesa. 44.3, 4. ende 55.11, 13. Ierem. 17.8. Ioh. 15.2. etc. 1.Corint. 3.6, 7, etc.",
          "text2026": "Afbeeldende de menigte van de uitverkorenen, die door de kracht van deze wateren in Gods huis overal zouden groeien en vruchtbaar zijn in alle goede werken, tot Gods eer en stichting van de naaste, gelijk vers 12 breder wordt verhaald. Zie Ps. 1:3, en Ps. 92:13; Jes. 44:3, 44:4, en Jes. 55:11, 55:13; Jer. 17:8; Joh. 15:2, enz.; 1 Kor. 3:6, 3:7, enz. Ezechiël 47:12: Aan de beek nu, aan haar oever, zal van deze en van gene zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, welks blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan; in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn wateren stromen uit het heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot voedsel, en zijn blad tot heling. Psalmen 1:3: Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. Psalmen 92:13: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal groeien als een cederboom op Libanon. Jesaja 44:3: Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. Jesaja 44:4: En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken. Jesaja 55:11: Zo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet leeg tot Mij terugkeren; maar het zal doen, wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in wat, waartoe Ik het zend. Jesaja 55:13: Voor een doorn zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan; en het zal JAHWEH wezen tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden. Jeremia 17:8: Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Johannes 15:2: Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage. 1 Korinthiërs 3:6: Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft de wasdom gegeven. 1 Korinthiërs 3:7: Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die de wasdom geeft."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Openb. 22:2. Openbaring 22:2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.",
          "text1637": "Apoc. 22.2.",
          "text2026": "Openb. 22:2. Openbaring 22:2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde van de rivier was de boom van het leven, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing van de heidenen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/שׁוּבֵ֕/נִי",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּה֙",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׂפַ֣ת",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/נַּ֔חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֵ֖ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "רַ֣ב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֑ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "מִ/זֶּ֖ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HR/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HC/R/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als ik keerde terug, ziet, zo was er aan de oever van de beek zeer veel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> geboomte, van deze en van de andere zijde.",
      "textSV1888_html": "Als ik wederkeerde, ziet, zo was er aan den oever der beek zeer veel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> geboomte, van deze en van gene zijde.",
      "text1637_html": "Als ick wederkeerde, siet so wasser aen den oever der beke seer veel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geboomte, van dese ende van gene zijde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederkeerde,",
          "new": "keerde terug,",
          "principe": "W2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Toen zeide hij tot mij: Deze wateren vlieten uit naar het voorste Galilea, en dalen af in het vlakke veld; daarna komen zij in de zee; in de zee uitgebracht zijnde, zo worden de wateren gezond.",
      "text1637": "Doe seyde hy tot my; Dese wateren vlieten uyt nae het [11] voorste Galileen, ende dalen af in’t [12] vlacke velt: daer na komense in de [13] zee; in de zee uytgebracht zijnde, so worden de [14] wateren gesont.",
      "text2026": "Toen zei hij tot mij: Deze wateren stromen uit naar het voorste Galilea, en dalen af in het vlakke veld; daarna komen zij in de zee; in de zee uitgebracht zijnde, zo worden de wateren gezond.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 voorste Galilea: Of, Oost-Galilea; waardoor enigen verstaan een gedeelte van Galilea, liggende over de Jordaan, waar Chorazim ook gelegen was, aan de oostzijde van de Galilese zee, of de zee Gennezareth, waar de Jordaan doorliep. Doch dit dient bijzonderlijk vergeleken te worden met Jes. 8:23, en Jes. 9:1; Matth. 4:12, 4:13, 4:14, 4:15, alwaar verhaald wordt dat het licht van het Evangelie mede eerst is opgegaan in deze streken. Zie wijders van tweeërlei Galilea's, 1 Kon. 9:11. Anders kon het ook in het algemeen genomen worden voor de ooststreken, of grenzen, idem de omstreek van Gilgal, uit Joz. 18:17, vergeleken met Joz. 15:7; ook gelegen in het oosten van Jeruzalem, maar daarheen ging men door de vlakken velden van Jericho, Jer. 52:7, 52:8; idem 2 Sam. 2:29, en 2 Sam. 17:26, en voorts over de Jordaan naar de vlakke velden van Moab, waarvan in het volgende. Jesaja 8:23: Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen. Jesaja 9:1: Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. Mattheüs 4:12: Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij wedergekeerd naar Galilea; Mattheüs 4:13: En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali; Mattheüs 4:14: Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende: Mattheüs 4:15: Het land Zebulon en het land Nafthali aan den weg der zee over de Jordaan, Galilea der volken; 1 Koningen 9:11: (Waartoe Hiram, de koning van Tyrus, Salomo van cederbomen, en van dennenbomen, en van goud, naar al zijn lust opgebracht had), dat alstoen de koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea. Jozua 18:17: En strekt zich van het noorden, en gaat uit te En-Semes; van daar gaat zij uit naar Geliloth, welke is tegenover den opgang naar Adummim, en zij gaat af aan den steen van Bohan, den zoon van Ruben; Jozua 15:7: Verder zal deze landpale opgaan naar Debir, van het dal van Achor, en zal noordwaarts zien naar Gilgal, hetwelk tegen den opgang van Adummim is, die aan het zuiden der beek is. Daarna zal deze landpale doorgaan tot het water van En-Semes, en haar uitgangen zullen wezen te En-Rogel. Jeremia 52:7: Toen werd de stad doorgebroken, en al de krijgslieden vloden, en trokken uit des nachts, uit de stad, door den weg der poort tussen de twee muren, die aan des konings hof waren (de Chaldeeën nu waren tegen de stad rondom), en zij togen door den weg des vlakken velds. Jeremia 52:8: Doch het heir der Chaldeeën jaagde den koning na, en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho; en al zijn heir werd van bij hem verstrooid. 2 Samuël 2:29: Abner dan en zijn mannen gingen dienzelfden gansen nacht over het vlakke veld; en zij gingen over de Jordaan en wandelden het ganse Bithron door, en kwamen tot Mahanaim. 2 Samuël 17:26: Israël nu en Absalom legerden zich in het land van Gilead.",
          "text1637": "Ofte, oost-Galilea. waer door eenige verstaen een gedeelte van Galilea, liggende over de Iordane, daer Corazim oock gelegen was, aen de oostzijde van de Galileische zee, ofte, de zee Gennesareth, daer de Iordane doorliep. Doch dit dient bysonderlick vergeleken te worden met Iesa. 8.23. ende 9.1. Mat. 4.12, 13, 14, 15. alwaer verhaelt wort, dat het licht des Euangeliums, mede eerst is opgegaen in dese contreyen. Siet wijders van tweederley Galileen. 1.Reg. 9. op vers 11. anders kondet oock in’t gemeyn genomen worden voor, de oost-contreyen, ofte, grenzen, item de contreye van Gilgal, uyt Iosu. 18.17. vergeleken met Iosu. 15.7. oock gelegen in’t Oosten van Ieruzalem, maer daer henen ginckmen door de vlacke velden van Iericho. Ierem. 52.7, 8. item 2.Sam. 2.29. ende 17.29. ende voorts over de Iordane nae de vlacke velden Moabs, waervan in’t volg.",
          "text2026": "11 voorste Galilea: Of, Oost-Galilea; waardoor enige verstaan een gedeelte van Galilea, liggende over de Jordaan, waar Chorazim ook gelegen was, aan de oostzijde van de Galilese zee, of de zee Gennezareth, waar de Jordaan doorliep. Maar dit dient bijzonderlijk vergeleken te worden met Jes. 8:23, en Jes. 9:1; Matt. 4:12, 4:13, 4:14, 4:15, alwaar verhaald wordt dat het licht van het Evangelie mee eerst is opgegaan in deze streken. Zie verder van tweeërlei Galilea's, 1 Kon. 9:11. Anders kon het ook in het algemeen genomen worden voor de ooststreken, of grenzen, idem de omstreek van Gilgal, uit Joz. 18:17, vergeleken met Joz. 15:7; ook gelegen in het oosten van Jeruzalem, maar daarheen ging men door de vlakken velden van Jericho, Jer. 52:7, 52:8; idem 2 Sam. 2:29, en 2 Sam. 17:26, en verder over de Jordaan naar de vlakke velden van Moab, waarvan in het volgende. Jesaja 8:23: Maar het land, dat benauwd was, zal niet geheel verduisterd worden; gelijk als Hij het in de eerste tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, zo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar de weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea van de heidenen. Jesaja 9:1: Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw van de dood, over dezelfde zal een licht schijnen. Mattheüs 4:12: Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij teruggekeerd naar Galilea; Mattheüs 4:13: En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali; Mattheüs 4:14: Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door Jesaja, de profeet, zeggende: Mattheüs 4:15: Het land Zebulon en het land Nafthali aan de weg van de zee over de Jordaan, Galilea van de volken; 1 Koningen 9:11: (Waartoe Hiram, de koning van Tyrus, Salomo van cederbomen, en van dennenbomen, en van goud, naar al zijn lust opgebracht had), dat alstoen de koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea. Jozua 18:17: En strekt zich van het noorden, en gaat uit te En-Semes; van daar gaat zij uit naar Geliloth, welke is tegenover de opgang naar Adummim, en zij gaat af aan de steen van Bohan, de zoon van Ruben; Jozua 15:7: Verder zal deze landpale opgaan naar Debir, van het dal van Achor, en zal noordwaarts zien naar Gilgal, dat tegen de opgang van Adummim is, die aan het zuiden van de beek is. Daarna zal deze landpale doorgaan tot het water van En-Semes, en haar uitgangen zullen wezen te En-Rogel. Jeremia 52:7: Toen werd de stad doorgebroken, en al de krijgslieden vloden, en trokken uit van de nacht, uit de stad, door de weg van de poort tussen de twee muren, die aan van de koning hof waren (de Chaldeeën nu waren tegen de stad rondom), en zij togen door de weg van de vlakken velds. Jeremia 52:8: Maar het legermacht van de Chaldeeën jaagde de koning na, en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho; en al zijn legermacht werd van bij hem verstrooid. 2 Samuël 2:29: Abner dan en zijn mannen gingen diezelfde gansen nacht over het vlakke veld; en zij gingen over de Jordaan en wandelden het gehele Bithron door, en kwamen tot Mahanaim. 2 Samuël 17:26: Israël nu en Absalom legerden zich in het land van Gilead."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 vlakke veld: Der Moabieten; zie Num. 22:1; Deut. 1:1; en Deut. 3:17, en Deut. 34:1, 34:8. Numeri 22:1: Daarna reisden de kinderen van Israël, en legerden zich in de vlakke velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho. Deuteronomium 1:1: Dit zijn de woorden, die Mozes tot gans Israël gesproken heeft, aan deze zijde van de Jordaan, in de woestijn, op het vlakke veld tegenover Suf, tussen Paran en tussen Tofel, en Laban, en Hazeroth, en Dizahab. Deuteronomium 3:17: Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, mitsgaders de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten. Deuteronomium 34:1: Toen ging Mozes op uit de vlakke velden van Moab, naar den berg Nebo, op de hoogten van Pisga, welke recht tegenover Jericho is; en de HEERE wees hem dat ganse land, Gilead tot Dan toe; Deuteronomium 34:8: En de kinderen Israëls beweenden Mozes, in de vlakke velden van Moab, dertig dagen; en de dagen des wenens, van den rouw over Mozes, werden voleindigd.",
          "text1637": "Der Moabiten. Siet Num. 22.1. Deut. 1.1. ende 3.17. ende 34.1, 8.",
          "text2026": "12 vlakke veld: Van de Moabieten; zie Num. 22:1; Deut. 1:1; en Deut. 3:17, en Deut. 34:1, 34:8. Numeri 22:1: Daarna reisden de kinderen van Israël, en legerden zich in de vlakke velden van Moab, aan deze zijde van de Jordaan van Jericho. Deuteronomium 1:1: Dit zijn de woorden, die Mozes tot geheel Israël gesproken heeft, aan deze zijde van de Jordaan, in de woestijn, op het vlakke veld tegenover Suf, tussen Paran en tussen Tofel, en Laban, en Hazeroth, en Dizahab. Deuteronomium 3:17: Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, samen met de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee van de vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten. Deuteronomium 34:1: Toen ging Mozes op uit de vlakke velden van Moab, naar de berg Nebo, op de hoogten van Pisga, welke recht tegenover Jericho is; en JAHWEH wees hem dat gehele land, Gilead tot Dan toe; Deuteronomium 34:8: En de kinderen van Israël beweenden Mozes, in de vlakke velden van Moab, dertig dagen; en de dagen van de wenens, van de rouw over Mozes, werden voltooid."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Dode zee, of Zoutzee, waar Sodom en Gomorra eertijds geweest waren, en waar Engedi en En-eglaïm lagen, waarvan vers 10. Zie wijders Gen. 14:3. Ezechiël 47:10: Ook zal het geschieden, dat er vissers aan dezelve zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding der netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig. Genesis 14:3: Deze allen voegden zich samen in het dal Siddim, dat is de Zoutzee.",
          "text1637": "De doode zee, ofte, Soutzee, daer Sodom ende Gomorra eertijts geweest waren, ende daer Engedi ende En-eglaim lagen, waer van vers 10. Siet wijders Genes. 14. op vers 3.",
          "text2026": "De Dode zee, of Zoutzee, waar Sodom en Gomorra eertijds geweest waren, en waar Engedi en En-eglaïm lagen, waarvan vers 10. Zie verder Gen. 14:3. Ezechiël 47:10: Ook zal het gebeuren, dat er vissers aan dezelfde zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding van de netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig. Genesis 14:3: Deze allen voegden zich samen in het dal Siddim, dat is de Zoutzee."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 wateren gezond: Van deze Dode zee, die tevoren dodelijk waren.",
          "text1637": "Van de selve doode zee, die te vooren dootlick waren.",
          "text2026": "14 wateren gezond: Van deze Dode zee, die tevoren dodelijk waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֗/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּ֤יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֨לֶּה֙",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "יוֹצְאִ֗ים",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גְּלִילָה֙",
          "strongs": "H1552",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/קַּדְמוֹנָ֔ה",
          "strongs": "H6930",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָרְד֖וּ",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/עֲרָבָ֑ה",
          "strongs": "H6160",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָ֣אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֔מָּ/ה",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֥מָּ/ה",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "הַ/מּֽוּצָאִ֖ים",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HTd/VHsmpa"
        },
        {
          "woord": "ו/נרפאו",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מָּֽיִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen zei hij tot mij: <span class=\"direct-speech\"><i>Deze wateren stromen uit naar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> voorste Galilea, en dalen af in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het vlakke veld; daarna komen zij in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zee; in de zee uitgebracht zijnde, zo worden de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> wateren gezond.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Toen zeide hij tot mij: Deze wateren vlieten uit naar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> voorste Galilea, en dalen af in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het vlakke veld; daarna komen zij in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zee; in de zee uitgebracht zijnde, zo worden de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> wateren gezond.",
      "text1637_html": "Doe seyde hy tot my; Dese wateren vlieten uyt nae het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> voorste Galileen, ende dalen af in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vlacke velt: daer na komense in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zee; in de zee uytgebracht zijnde, so worden de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> wateren gesont.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "vlieten",
          "new": "stromen",
          "principe": "V506"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ja, het zal geschieden, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarhenen een der twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer veel vis zijn, omdat deze wateren daarhenen zullen gekomen zijn, en zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarhenen deze beek zal komen.",
      "text1637": "Ia ’tsal geschieden, [dat] alle [15] levendige ziele, dieder [16] wemelt, over al waer henen [17] eene der twee beken sal komen, leven sal, ende daer sal seer [18] veel visch zijn: omdat dese wateren daer henen sullen gekomen zijn; ende [19] sy sullen gesont worden, ende ’tsal leven, alles, waer henen dese beke sal komen.",
      "text2026": "Ja, het zal gebeuren, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarheen een van de twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer veel vis zijn, omdat deze wateren daarheen zullen gekomen zijn, en zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarheen deze beek zal komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 levende ziel: Dat is, alle dieren, die leven en gevoelen, en derhalve zich bewegen. Zie Gen. 1:20. Genesis 1:20: En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!",
          "text1637": "D. alle dieren, die leven ende gevoelen, ende over sulcx haer beroeren. Siet Genes. 1. op vers 20.",
          "text2026": "15 levende ziel: Dat is, alle dieren, die leven en gevoelen, en daarom zich bewegen. Zie Gen. 1:20. Genesis 1:20: En God zei: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel van de hemel!"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 1:20. Genesis 1:20: En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels!",
          "text1637": "Siet Genes. 1. op vers 20.",
          "text2026": "Zie Gen. 1:20. Genesis 1:20: En God zei: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel van de hemel!"
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 een der twee beken zal komen: Hebreeuws, de twee beken zal komen; dat is, een van beide. Het schijnt dat deze wateren zich in het voortlopen in tweeën gedeeld hebben, hoewel zulks hier niet wordt vermeld; zie Zach. 14:8. Doch anders kan men met sommigen het getal van tweeën voor het getal van velen nemen, [gelijk elders ook wel gebruikelijk is] en vertalen het stromen. Zacharia 14:8: Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.",
          "text1637": "Hebr. de twee beken sal komen. D. eene van beyden. ’tschijnt dat dese wateren sich in’t voortloopen in tween gedeylt hebben, hoewel sulcks hier niet en wort vermeldt, siet Zach. 14.8. doch anders kanmen met sommige het getal van tween voor het getal van velen nemen, (als elders oock wel gebruycklick is. ende vertalen’t, stroomen.",
          "text2026": "17 één van de twee beken zal komen: Hebreeuws, de twee beken zal komen (יָבוֹא); dat is, een van beide. Het schijnt dat deze wateren zich in het voortlopen in tweeën gedeeld hebben, hoewel zulks hier niet wordt vermeld; zie Zach. 14:8. Maar anders kan men met sommigen het getal van tweeën voor het getal van velen nemen, [gelijk elders ook wel gebruikelijk is] en vertalen het stromen. Zacharia 14:8: Ook zal het op die dag gebeuren, dat er levende wateren uit Jeruzalem stromen zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen van de zomers en van de winters zijn."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 veel vis zijn: Of, grote, treffelijke, alzo vers 10. Versta, de menigte der uitverkorenen, die door de predikatie van het heilige Evangelie en krachtige werking van den Heiligen Geest zekerlijk zouden bekeerd worden. Ezechiël 47:10: Ook zal het geschieden, dat er vissers aan dezelve zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding der netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig.",
          "text1637": "Ofte, groote, treflicke: alsoo vers 10. verstaet de menichte der uytverkorenen, die door de predicatie des H. Euangeliums) ende krachtige werckinge des H. geests sekerlick souden bekeert worden.",
          "text2026": "18 veel vis zijn: Of, grote, treffelijke, zo vers 10. Versta, de menigte van de uitverkorenen, die door de predikatie van het heilige Evangelie en krachtige werking van de Heilige Geest zekerlijk zouden bekeerd worden. Ezechiël 47:10: Ook zal het gebeuren, dat er vissers aan dezelfde zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding van de netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 zij zullen gezond worden: Dat is, andere wateren, door het invloeien van deze.",
          "text1637": "D’andere wateren, door’t invloeyen van dese.",
          "text2026": "19 zij zullen gezond worden: Dat is, andere wateren, door het invloeien van deze."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֶ֣פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "חַיָּ֣ה",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "אֲֽשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁרֹ֡ץ",
          "strongs": "H8317",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣ל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר֩",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יָב֨וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֤ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלַ֨יִם֙",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HNcmda"
        },
        {
          "woord": "יִֽחְיֶ֔ה",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּגָ֖ה",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "רַבָּ֣ה",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֑ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בָ֨אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֜מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֗לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֵרָֽפְאוּ֙",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HC/VNi3mp"
        },
        {
          "woord": "וָ/חָ֔י",
          "strongs": "H2425",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֛ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יָ֥בוֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּֽחַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ja, het zal gebeuren, dat alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> levende ziel, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> er wemelt, overal, waarheen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van de twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> veel vis zijn, omdat deze wateren daarheen zullen gekomen zijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarheen deze beek zal komen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ja, het zal geschieden, dat alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> levende ziel, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> er wemelt, overal, waarhenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> een der twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> veel vis zijn, omdat deze wateren daarhenen zullen gekomen zijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarhenen deze beek zal komen.",
      "text1637_html": "Ia ’tsal geschieden, [dat] alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> levendige ziele, dieder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wemelt, over al waer henen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> eene der twee beken sal komen, leven sal, ende daer sal seer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> veel visch zijn: omdat dese wateren daer henen sullen gekomen zijn; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sy sullen gesont worden, ende ’tsal leven, alles, waer henen dese beke sal komen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "daarhenen",
          "new": "daarheen",
          "principe": "V223"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Ook zal het geschieden, dat er vissers aan dezelve zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding der netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig.",
      "text1637": "Oock sal’t geschieden, datter [20] visschers aen [21] de selve sullen staen, van [22] Engedi aen tot [23] En-eglaim toe; Daer sullen [plaetsen] zijn [tot] uytspreydinge der [24] netten: [25] haer visch sal nae sijnen aert wesen als de visch van de [26] groote zee, seer [27] menichvuldich.",
      "text2026": "Ook zal het gebeuren, dat er vissers daaraan zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding van de netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer veelvuldig.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, leraars van het Nieuwe Testament, die als instrumenten van den krachtigen werkenden Heiligen Geest, door het net van het Evangelie de mensen uit hun zondigen en dodelijken staat zouden optrekken tot de gemeenschap van den Heere Christus en van zijne weldaden. Zie Matth. 4:19, en Matth. 13:47; Luk. 5:10. Mattheüs 4:19: En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken. Mattheüs 13:47: Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Lukas 5:10: En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen.",
          "text1637": "D. Leeraers des Nieuwen Testaments, die als instrumenten des krachtichlick werckenden H. Geests, door het net des Euangeliums de menschen uyt haren sondigen ende dootlicken staet souden optrecken tot de gemeenschap des Heeren Christi ende sijner weldaden. siet Matt. 4.19. ende 13.47. Luc. 5.10.",
          "text2026": "Dat is, leraars van het Nieuwe Testament, die als instrumenten van de krachtigen werkenden Heilige Geest, door het net van het Evangelie de mensen uit hun zondigen en dodelijken staat zouden optrekken tot de gemeenschap van de Heer Christus en van zijne weldaden. Zie Matt. 4:19, en Matt. 13:47; Luk. 5:10. Mattheüs 4:19: En Hij zei tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers van de mensen maken. Mattheüs 13:47: Opnieuw is het Koninkrijk van de hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Lukas 5:10: En evenzo ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zei tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult u mensen vangen."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 dezelve zullen staan: Dode zee.",
          "text1637": "Doode zee.",
          "text2026": "21 dezelfde zullen staan: Dode zee."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tevoren genoemd Hazezon Thamar, gelegen aan de Dode zee; zie Gen. 14:7; 1 Sam. 24:1; 2 Kron. 20:2, met de aantekening. Genesis 14:7: Daarna keerden zij wederom, en kwamen tot En-mispat, dat is Kades, en sloegen al het land der Amalekieten, en ook den Amoriet, die te Hazezon-thamar woonde. 1 Samuël 24:1: En David toog van daar op, en hij bleef in de vestingen van En-gedi. 2 Kronieken 20:2: Toen kwamen er, die Josafat boodschapten, zeggende: Daar komt een grote menigte tegen u van gene zijde der zee, uit Syrië; en zie, zij zijn te Hazezon-Thamar, hetwelk is Engedi.",
          "text1637": "Te vooren genoemt Hazezon Tamar, gelegen aen de doode zee. Siet Gen. 14.7. 1.Sam. 24.1. 2.Chron. 20.2. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Tevoren genoemd Hazezon Thamar, gelegen aan de Dode zee; zie Gen. 14:7; 1 Sam. 24:1; 2 Kron. 20:2, met de aantekening. Genesis 14:7: Daarna keerden zij opnieuw, en kwamen tot En-mispat, dat is Kades, en sloegen al het land van de Amalekieten, en ook de Amoriet, die te Hazezon-thamar woonde. 1 Samuël 24:1: En David toog van daar op, en hij bleef in de vestingen van En-gedi. 2 Kronieken 20:2: Toen kwamen er, die Josafat boodschapten, zeggende: Daar komt een grote menigte tegen u van gene zijde van de zee, uit Syrië; en zie, zij zijn te Hazezon-Thamar, dat is Engedi."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ook gelegen aan de Dode zee, waar de Jordaan in dezelve loopt.",
          "text1637": "Oock gelegen aen de doode zee, daer de Iordane in de selve loopt.",
          "text2026": "Ook gelegen aan de Dode zee, waar de Jordaan in dezelfde loopt."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, visgaren, gelijk boven Ezech. 26:5. Ezechiël 26:5: Zij zal in het midden der zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heere HEERE; en zij zal den heidenen ten roof worden.",
          "text1637": "Ofte, visch-garen: als bov. 26.5.",
          "text2026": "Of, visgaren, gelijk boven Ez. 26:5. Ezechiël 26:5: Zij zal in het midden van de zee zijn tot uitspreiding van netten; want Ik heb het gesproken, spreekt de Heer JAHWEH; en zij zal de heidenen ten roof worden."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 haar vis zal naar zijn aard wezen: Der vissers, die ze zullen vangen, of der voorzeide wateren.",
          "text1637": "Der visschers, dien sy sullen vangen, ofte, der voorseyde wateren.",
          "text2026": "25 haar vis zal naar zijn aard wezen: Van de vissers, die ze zullen vangen, of van de voorzeide wateren."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 grote zee: De Middellandse, alzo onderscheiden van de binnenlandse zeeën of meren; alzo vers 15, 47:20. Ezechiël 47:15: Dit nu zal de landpale des lands zijn: aan den noorderhoek, van de grote zee af, den weg van Hethlon, waar men komt te Zedad. Ezechiël 47:20: En den westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn.",
          "text1637": "De middellantsche, alsoo onderscheyden vande binnenlantsche zeen ofte meeren, alsoo vers 15, 20.",
          "text2026": "26 grote zee: De Middellandse, zo onderscheiden van de binnenlandse zeeën of meren; zo vers 15, 47:20. Ezechiël 47:15: Dit nu zal de landpale van het land zijn: aan de noorderhoek, van de grote zee af, de weg van Hethlon, waar men komt te Zedad. Ezechiël 47:20: En de westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, groot, heerlijk, gelijk vers 9. Ezechiël 47:9: Ja, het zal geschieden, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarhenen een der twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer veel vis zijn, omdat deze wateren daarhenen zullen gekomen zijn, en zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarhenen deze beek zal komen.",
          "text1637": "Ofte, groot, heerlick: als vers 9.",
          "text2026": "Of, groot, heerlijk, gelijk vers 9. Ezechiël 47:9: Ja, het zal gebeuren, dat alle levende ziel, die er wemelt, overal, waarhenen één van de twee beken zal komen, leven zal, en daar zal zeer veel vis zijn, omdat deze wateren daarheen zullen gekomen zijn, en zij zullen gezond worden, en het zal leven, alles, waarhenen deze beek zal komen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָה֩",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "יעמדו",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֜י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "דַּוָּגִ֗ים",
          "strongs": "H1728",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עֵ֥ין",
          "strongs": "H5872",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "גֶּ֨דִי֙",
          "strongs": "H5872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣ין",
          "strongs": "H5882",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֶגְלַ֔יִם",
          "strongs": "H5882",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁט֥וֹחַ",
          "strongs": "H4894",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/חֲרָמִ֖ים",
          "strongs": "H2764",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יִהְי֑וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִינָ/ה֙",
          "strongs": "H4327",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "תִּהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "דְגָתָ֔/ם",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/דְגַ֛ת",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֥ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּד֖וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "רַבָּ֥ה",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ook zal het gebeuren, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> er vissers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> daaraan zullen staan, van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> En-gedi aan tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> de netten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> grote zee, zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> veelvuldig.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ook zal het geschieden, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> er vissers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> aan dezelve zullen staan, van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> En-gedi aan tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> netten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> grote zee, zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> menigvuldig.",
      "text1637_html": "Oock sal’t geschieden, datter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> visschers aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> de selve sulle<i>n</i> staen, van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Engedi aen tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> En-eglaim toe; Daer sullen [plaetsen] zijn [tot] uytspreydinge der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> netten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haer visch sal nae sijnen aert wesen als de visch van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> groote zee, seer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> menichvuldich.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "aan dezelve",
          "new": "daaraan",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "menigvuldig.",
          "new": "veelvuldig.",
          "principe": "V394"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Doch haar modderige plaatsen en haar moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot zout overgegeven.",
      "text1637": "Doch [28] hare modderige-plaetsen ende hare morassen [29] en sullen niet gesont worden, sy zijn tot [30] sout overgegeven.",
      "text2026": "Maar haar modderige plaatsen en haar moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot zout overgegeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 haar modderige plaatsen: Namelijk der Dode zee. Hierdoor kan men verstaan het onderscheid, dat er zou zijn tussen de uitverkorenen, die de voorzegde genade zouden deelachtig worden, en de verworpenen, die in hunne vuiligheid zouden blijven liggen en verloren gaan; zie Hand. 13:48; 2 Kor. 15, 2 Kor. 16, enz. Handelingen 13:48: Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven.",
          "text1637": "N. der doode zee. hier door kanmen verstaen het onderscheyt datter soude zijn tusschen d’uytverkorene, die der voorseyde genade souden deelachtich worden, ende de verworpene, die in hare vuylicheyt souden blijven liggen, ende verloren gaen. Siet Act. 13.48. 2.Cor. 2.15, 16, etc.",
          "text2026": "28 haar modderige plaatsen: Namelijk van de Dode zee. Hierdoor kan men verstaan het onderscheid, dat er zou zijn tussen de uitverkorenen, die de voorzegde genade zouden deelachtig worden, en de verworpenen, die in hunne vuiligheid zouden blijven liggen en verloren gaan; zie Hand. 13:48; 2 Kor. 15, 2 Kor. 16, enz. Handelingen 13:48: Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord van de Heern; en er geloofden zovelen, als er bestemd waren tot het eeuwige leven."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 zullen niet gezond worden: Anders: die niet gezond zullen worden, enz.",
          "text1637": "And. die niet gesont en sullen worden, etc.",
          "text2026": "29 zullen niet gezond worden: Anders: die niet gezond zullen worden, enz."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 zout overgegeven: Zie Deut. 29:23; Ps. 107:34; Jer. 17:6; Hebr. 6:8. Sommigen hechten vers 11 aan het voorgaande en een anderen zin aldus: Haar modderige en haar moerassige plaatsen, zeg ik, die niet gezond waren, die het zout waren overgegeven; versta, zullen alle gezond en visrijk worden. Anders: haar modderige plaatsen en hare moerassen, die niet gezond waren, zijn gegeven tot zout; dat is, tot enigen dienst en nuttigheid; waarvan de aandachtige lezer kan oordelen. Deuteronomium 29:23: Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid; Psalmen 107:34: Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen. Jeremia 17:6: Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Hebreeën 6:8: Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en nabij de vervloeking, welker einde is tot verbranding. Ezechiël 47:11: Doch haar modderige plaatsen en haar moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot zout overgegeven.",
          "text1637": "Siet Deut. 29.23. Psal. 107.34. Ierem. 17.6. Hebr. 6.8. Sommige hechten dit vers aen’t voorgaende in eenen anderen sin, aldus: hare modderige ende hare morassige plaetsen, segg’ ick, die niet gesont en waren, die ’tsout waren overgeven. verst. sullen alle gesont ende visch-rijck worden. And. hare modderige plaetsen ende hare morassen, die niet gesont en waren; zijn gegeven tot sout. D. tot eenigen dienst ende nutticheyt. waer van d’aendachtige leser kan oordeelen.",
          "text2026": "30 zout overgegeven: Zie Deut. 29:23; Ps. 107:34; Jer. 17:6; Hebr. 6:8. Sommigen hechten vers 11 aan het voorgaande en een anderen zin aldus: Haar modderige en haar moerassige plaatsen, zeg ik, die niet gezond waren, die het zout waren overgegeven; versta, zullen alle gezond en visrijk worden. Anders: haar modderige plaatsen en haar moerassen, die niet gezond waren, zijn gegeven tot zout; dat is, tot enige dienst en nuttigheid; waarvan de aandachtige lezer kan oordelen. Deuteronomium 29:23: Dat zijn gehele aarde zij zwavel en zout van de verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die JAHWEH heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid; Psalmen 107:34: Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen. Jeremia 17:6: Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land. Hebreeën 6:8: Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en nabij de vervloeking, van wie einde is tot verbranding. Ezechiël 47:11: Maar haar modderige plaatsen en haar moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot zout overgegeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בצאת/ו",
          "strongs": "H1207",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/גְבָאָ֛י/ו",
          "strongs": "H1360",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יֵרָפְא֖וּ",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מֶ֥לַח",
          "strongs": "H4417",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נִתָּֽנוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> haar modderige plaatsen en haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zout overgegeven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Doch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> haar modderige plaatsen en haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> moerassen zullen niet gezond worden, zij zijn tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zout overgegeven.",
      "text1637_html": "Doch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hare modderige-plaetsen ende hare morassen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> en sullen niet gesont worden, sy zijn tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> sout overgegeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Aan de beek nu, aan haar oever, zal van deze en van gene zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, welks blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan; in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn wateren vlieten uit het heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot spijze, en zijn blad tot heling.",
      "text1637": "Aen de beke nu, aen haren [31] oever, sal van dese ende van gene zijde opgaen [32] allerley spijs-geboomte, welckes [33] blat niet en sal afvallen, nochte de vrucht van dien [34] vergaen; [35] in sijne maenden sal’t [36] nieuwe vruchten voort-brengen; want sijne [37] wateren, die vlieten uyt het [38] heylichdom: ende sijne vrucht sal zijn tot spijse, ende sijn blat tot [b] [39] heelinge.",
      "text2026": "Aan de beek nu, aan haar oever, zal van deze en van de andere zijde opgaan allerlei spijsgeboomte, waarvan het blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan vergaan; in zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn wateren stromen uit het heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot voedsel, en zijn blad tot heling.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, lip.",
          "text1637": "Hebr. lippe.",
          "text2026": "Hebreeuws, lip (שְׂפָת)."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 allerlei spijsgeboomte: Hebreeuws, alle geboomte der spijs; dat is, allerlei vruchtdragend geboomte, dat ter spijs bekwaam, of eetbaar is; zie boven vers 7. Ezechiël 47:7: Als ik wederkeerde, ziet, zo was er aan den oever der beek zeer veel geboomte, van deze en van gene zijde.",
          "text1637": "Hebr. alle geboomte der spijse. D. allerley geboomte vruchten dragende, die ter spijse bequaem, ofte eetbaer zijn. siet bov. op vers 7.",
          "text2026": "32 allerlei spijsgeboomte: Hebreeuws, alle geboomte van de voedsel; dat is, allerlei vruchtdragend geboomte, dat ter voedsel bekwaam, of eetbaar is; zie boven vers 7. Ezechiël 47:7: Als ik keerde terug, ziet, zo was er aan de oever van de beek zeer veel geboomte, van deze en van gene zijde."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 blad niet zal afvallen: Zie Ps. 1:3. Psalmen 1:3: Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.",
          "text1637": "Siet Psal. 1. op vers 3.",
          "text2026": "33 blad niet zal afvallen: Zie Ps. 1:3. Psalmen 1:3: Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, ophouden, verteerd worden.",
          "text1637": "Ofte, ophouden, verteert worden.",
          "text2026": "Of, ophouden, verteerd worden."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 in zijn maanden: Dat is, alle maanden zal dat geboomte nieuwe vrucht dragen; vergelijk Openb. 22:2. Openbaring 22:2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.",
          "text1637": "D. alle maenden sal dat geboomte nieuwe vrucht dragen. Vergel. Apoc. 22.2.",
          "text2026": "35 in zijn maanden: Dat is, alle maanden zal dat geboomte nieuwe vrucht dragen; vergelijk Openb. 22:2. Openbaring 22:2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde van de rivier was de boom van het leven, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing van de heidenen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uitnemende, gelijk de eerste rijpe vruchten, die zeer aangenaam zijn; zie Micha 7:1. Micha 7:1: Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.",
          "text1637": "Ofte, uytnemende, gelijck de eerste rijpe vruchten, die seer aengenaem zijn. Siet Mich. 7.1.",
          "text2026": "Of, uitnemende, gelijk de eerste rijpe vruchten, die zeer aangenaam zijn; zie Micha 7:1. Micha 7:1: Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in de wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waar het aan wast, en waar het van bevochtigd wordt.",
          "text1637": "Daer’t aen wast, ende daer van het bevochticht wort.",
          "text2026": "Waar het aan wast, en waar het van bevochtigd wordt."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven vers 1. Daarom zal zijn vrucht vast en zeker gaan. Ezechiël 47:1: Daarna bracht hij mij weder tot de deur van het huis, en ziet, er vloten wateren uit, van onder den dorpel des huizes naar het oosten; want het voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde des huizes, van het zuiden des altaars.",
          "text1637": "Siet bov. op vers 1. daerom sal desselven vrucht vast ende seker gaen.",
          "text2026": "Zie boven vers 1. Daarom zal zijn vrucht vast en zeker gaan. Ezechiël 47:1: Daarna bracht hij mij weer tot de deur van het huis, en ziet, er vloten wateren uit, van onder de dorpel van het huis naar het oosten; want het voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde van het huis, van het zuiden van het altaar."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, stamping, stoting, gelijk men bladeren en kruiden pleegt te stoten, om in dranken of pleisters te gebruiken.",
          "text1637": "Ofte, stampinge, stootinge, gelijckmen bladeren ende kruyden pleecht te stooten, om in drancken ofte pleysters te gebruycken.",
          "text2026": "Of, stamping, stoting, gelijk men bladeren en kruiden pleegt te stoten, om in dranken of pleisters te gebruiken."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Openb. 22:2. Openbaring 22:2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.",
          "text1637": "Apoc. 22.2.",
          "text2026": "Openb. 22:2. Openbaring 22:2: In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde van de rivier was de boom van het leven, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing van de heidenen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/נַּ֣חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יַעֲלֶ֣ה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׂפָת֣/וֹ",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/זֶּ֣ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HR/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/זֶּ֣ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HC/R/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵֽץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַ֠אֲכָל",
          "strongs": "H3978",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִבּ֨וֹל",
          "strongs": "H5034",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֵ֜/הוּ",
          "strongs": "H5929",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִתֹּ֣ם",
          "strongs": "H8552",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּרְי֗/וֹ",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/חֳדָשָׁי/ו֙",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְבַכֵּ֔ר",
          "strongs": "H1069",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מֵימָ֔י/ו",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּקְדָּ֖שׁ",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֣מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "יֽוֹצְאִ֑ים",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "ו/היו",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "פִרְי/וֹ֙",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַֽאֲכָ֔ל",
          "strongs": "H3978",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָלֵ֖/הוּ",
          "strongs": "H5929",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/תְרוּפָֽה",
          "strongs": "H8644",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Aan de beek nu, aan haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> oever, zal van deze en van de andere zijde opgaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> allerlei spijsgeboomte, waarvan het blad niet zal afvallen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup>, noch de vrucht daarvan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vergaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in zijn maanden zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wateren stromen uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot voedsel, en zijn blad tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> heling.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Aan de beek nu, aan haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> oever, zal van deze en van gene zijde opgaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> allerlei spijsgeboomte, welks<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> blad niet zal afvallen, noch de vrucht daarvan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vergaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in zijn maanden zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> het nieuwe vruchten voortbrengen; want zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wateren vlieten uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> heiligdom; en zijn vrucht zal zijn tot spijze, en zijn blad tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> heling.",
      "text1637_html": "Aen de beke nu, aen haren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> oever, sal van dese ende van gene zijde opgaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> allerley spijs-geboomte, welckes <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> blat niet en sal afvallen, nochte de vrucht van dien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vergaen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in sijne maenden sal’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> nieuwe vruchten voort-brengen; want sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wateren, die vlieten uyt het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> heylichdom: ende sijne vrucht sal zijn tot spijse, ende sijn blat tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> heelinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gene",
          "new": "de andere",
          "principe": "V736"
        },
        {
          "old": "welks",
          "new": "waarvan het",
          "principe": "V211"
        },
        {
          "old": "vlieten",
          "new": "stromen",
          "principe": "V506"
        },
        {
          "old": "spijze,",
          "new": "voedsel,",
          "principe": "V49"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Alzo zegt de Heere HEERE: Dit zal de landpale zijn, naar dewelke gij het land ten erve zult nemen, naar de twaalf stammen Israëls: Jozef twee snoeren.",
      "text1637": "Alsoo seyt de Heere HEERE; [40] Dit sal de lantpale zijn, [nae] de welcke ghy het lant ten erve sult nemen, nae de twaelf stammen Israëls: Ioseph [41] [twee] [42] snoeren.",
      "text2026": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Dit zal de grens zijn, waarnaar u het land als erfenis zult nemen, naar de twaalf stammen van Israël: Jozef twee snoeren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 Dit zal de landpale zijn: Vergelijk met deze landpalen Num. 34, en Joz. 15; tot Joz. 20, en zie de aantekening aldaar. Uit de vergelijking zal het onderscheid blijken, dat tussen beiden is, hetwelk ons voorts aanleiding kan geven tot de betrachting van het geestelijk Israël en hemels Kanaän.",
          "text1637": "Vergel. met dese lantpalen Num. cap. 34. ende Iosu. van’t 15. cap. tot het 20. ende siet d’aenteeck. aldaer. uyt de vergelijckinge sal het onderscheyt blijcken, dat tusschen beyden is, welcx ons voorts aenleydinge kan geven tot de betrachtinge van’t geestelick Israel, ende hemelsch Canaan.",
          "text2026": "40 Dit zal de landpale zijn: Vergelijk met deze gebied Num. 34, en Joz. 15; tot Joz. 20, en zie de aantekening daar. Uit de vergelijking zal het onderscheid blijken, dat tussen beiden is, dat ons verder aanleiding kan geven tot de betrachting van het geestelijk Israël en hemels Kanaän."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een voor Manasse, en een voor Efraïm. Zie Gen. 48:5; 1 Kron. 5:1, 5:2; onder Ezech. 48:4, 48:5. Genesis 48:5: Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, eer ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraïm en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon. 1 Kronieken 5:1: De kinderen van Ruben nu, den eerstgeborene van Israël; (want hij was de eerstgeborene; maar dewijl hij zijns vaders bed ontheiligd had, werd zijn eerstgeboorte gegeven aan de kinderen van Jozef, den zoon van Israël; doch niet alzo, dat hij zich in het geslachtsregister naar de eerstgeboorte rekenen mocht; 1 Kronieken 5:2: Want Juda werd machtig onder zijn broederen, en die tot een voorganger was, was uit hem; doch de eerstgeboorte was van Jozef.) Ezechiël 48:4: En aan de landpale van Nafthali, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Manasse een. Ezechiël 48:5: En aan de landpale van Manasse, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Efraïm een.",
          "text1637": "Een voor Manasse, ende een voor Ephraim. siet ond. 48.4, 5. ende Gen. 48.5. 1.Chro. 5.1, 2.",
          "text2026": "Een voor Manasse, en een voor Efraïm. Zie Gen. 48:5; 1 Kron. 5:1, 5:2; onder Ez. 48:4, 48:5. Genesis 48:5: Nu dan, uw twee zonen, die u in Egypteland geboren waren, voordat ik in Egypte tot u gekomen ben, zijn mijne; Efraïm en Manasse zullen mijne zijn, als Ruben en Simeon. 1 Kronieken 5:1: De kinderen van Ruben nu, de eerstgeborene van Israël; (want hij was de eerstgeborene; maar omdat hij zijns vaders bed ontheiligd had, werd zijn eerstgeboorte gegeven aan de kinderen van Jozef, de zoon van Israël; maar niet zo, dat hij zich in het geslachtsregister naar de eerstgeboorte rekenen mocht; 1 Kronieken 5:2: Want Juda werd machtig onder zijn broers, en die tot een voorganger was, was uit hem; maar de eerstgeboorte was van Jozef.) Ezechiël 48:4: En aan de landpale van Nafthali, van de oosterhoek tot de westerhoek toe, Manasse een. Ezechiël 48:5: En aan de landpale van Manasse, van de oosterhoek tot de westerhoek toe, Efraïm een."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, delen, die men met snoeren placht af te meten; zie Ps. 16:5, 16:6. Psalmen 16:5: De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot. Psalmen 16:6: De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.",
          "text1637": "D. deelen, diemen met snoeren plach af te meten. siet Psal. 16. op vers 5, 6.",
          "text2026": "Dat is, delen, die men met snoeren placht af te meten; zie Ps. 16:5, 16:6. Psalmen 16:5: De JAHWEH is het deel mijner erve, en mijns bekers; U onderhoudt mijn lot. Psalmen 16:6: De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֔ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גֵּ֤ה",
          "strongs": "H1454",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "גְבוּל֙",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "תִּתְנַחֲל֣וּ",
          "strongs": "H5157",
          "morph": "HVti2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁנֵ֥י",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HR/Acmdc"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֖ר",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְטֵ֣י",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יוֹסֵ֖ף",
          "strongs": "H3130",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֲבָלִֽים",
          "strongs": "H2256",
          "morph": "HNcbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt Adonai JAHWEH: Dit zal de grens zijn, waarnaar u het land als erfenis zult nemen, naar de twaalf stammen van Israël: Jozef<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> twee snoeren.",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt de Heere HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Dit zal de landpale zijn, naar dewelke gij het land ten erve zult nemen, naar de twaalf stammen Israëls: Jozef<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> twee snoeren.",
      "text1637_html": "Alsoo seyt de Heere HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Dit sal de lantpale zijn, [nae] de welcke ghy het lant ten erve sult nemen, nae de twaelf stamme<i>n</i> Israëls: Ioseph <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> [twee] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> snoere<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE:",
          "new": "Adonai JAHWEH:",
          "principe": "G4"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "naar dewelke gij",
          "new": "waarnaar u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ten erve",
          "new": "als erfenis",
          "principe": "V319"
        },
        {
          "old": "Israëls:",
          "new": "van Israël:",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En gij zult dat erven, de een zowel als de ander; over hetwelk Ik Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaderen zou geven; en ditzelve land zal ulieden in erfenis vallen.",
      "text1637": "Ende ghy sullet dat erven, [43] d’een soo wel als d’ander; [c] [over] het welcke ick mijne [44] hant hebbe opgeheven, dat ick het uwen vaderen soude geven: ende dit selve lant sal u-lieden in erffenisse [45] vallen.",
      "text2026": "En u zult dat erven, de één zowel als de ander; over dat Ik Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaders zou geven; en ditzelve land zal u in erfenis vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 de een zowel als de ander: Hebreeuws, de man gelijk zijn broeder; dat is, de een zal zowel, of zoveel erven als de ander, want er zal ruimte genoeg in het hemelse Kanaän, of het huis van onzen hemelsen Vader, voor alle gelovigen door Christus bereid zijn, Joh. 14:2, zie wijders in Ezech. 48. Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.",
          "text1637": "Hebr. de man gelijck sijn broeder. D. d’een sal soo wel, ofte soo veel erven als d’ander, want daer sal ruymte genoech in’t Hemelsch Canaan, ofte het huys onses Hemelschen Vaders, voor alle geloovige door Christum bereydt zijn. Ioh. 14.2. siet wijders in’t volg. cap.",
          "text2026": "43 de één zowel als de ander: Hebreeuws, de man gelijk zijn broer (אִישׁ); dat is, de één zal zowel, of zoveel erven als de ander, want er zal ruimte genoeg in het hemelse Kanaän, of het huis van onze hemelsen Vader, voor alle gelovigen door Christus bereid zijn, Joh. 14:2, zie verder in Ez. 48. Johannes 14:2: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; anders zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 hand heb opgeheven: Dat is, gezworen; zie Gen. 14:22. Genesis 14:22: Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogsten God, Die hemel en aarde bezit;",
          "text1637": "D. gesworen. siet Gen. 14. op vers 22.",
          "text2026": "44 hand heb opgeheven: Dat is, gezworen; zie Gen. 14:22. Genesis 14:22: Maar Abram zei tot de koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot JAHWEH, de allerhoogste God, Die hemel en aarde bezit;"
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten door het lot, dat is, gij zult het bij loting delen; alzo boven Ezech. 45:1, onder vers 22, tot een teken dat het een genadegeschenk Gods en een kinderlijk erf was; doch zie boven Ezech. 45:1. Indien men houdt dat het zoveel is, alsof het woord lot in den tekst ware uitgedrukt, zo kan men de loting duiden op het bijzondere deel van elkeen, want de gemene landpalen der stammen worden in Ezech. 48 van God uitgedrukt. Ezechiël 45:1: Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn. Ezechiël 47:22: Maar het zal geschieden, dat gij hetzelve zult doen vallen in erfenis voor ulieden, en voor de vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen ulieden zijn, als een inboorling onder de kinderen Israëls; zij zullen met ulieden in erfenis vallen, in het midden der stammen Israëls. Ezechiël 45:1: Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn.",
          "text1637": "T.w. door’t lot. D. ghy sult het by lotinge deylen. alsoo bov. 45.1. ende ond. vers 22. tot een teecken, dat het een genaden-geschenck Godts, ende een kinderlick erf was: doch siet bov. 45. op vers 1. Indien men houdt, dat het soo veel is, als of het woort, Lot, inden text ware uytgedruckt, so kanmen de lotinge duyden op het bysonder deel van elck eenen, want de gemeyne lantpalen der stammen, worden in’t volgende cap. van Godt uytgedruckt.",
          "text2026": "Te weten door het lot, dat is, u zult het bij loting delen; zo boven Ez. 45:1, onder vers 22, tot een teken dat het een genadegeschenk Gods en een kinderlijk erf was; maar zie boven Ez. 45:1. Als men houdt dat het zoveel is, alsof het woord lot in de tekst ware uitgedrukt, zo kan men de loting duiden op het bijzondere deel van elk, want de gemene gebied van de stammen worden in Ez. 48 van God uitgedrukt. Ezechiël 45:1: Als u nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult u een hefoffer JAHWEH offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn. Ezechiël 47:22: Maar het zal gebeuren, dat u hetzelfde zult doen vallen in erfenis voor u, en voor de vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen u zijn, als een inboorling onder de kinderen van Israël; zij zullen met u in erfenis vallen, in het midden van de stammen van Israël. Ezechiël 45:1: Als u nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult u een hefoffer JAHWEH offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 12:7; Gen. 17:8; Gen. 26:3; Gen. 28:13. Genesis 12:7: Zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den HEERE, Die hem verschenen was. Genesis 17:8: En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. Genesis 26:3: Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb. Genesis 28:13: En ziet, de HEERE stond op dezelve en zeide: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop gij ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad.",
          "text1637": "Gen. 12.7. ende 17.8. ende 26.3. ende 28.3.",
          "text2026": "Gen. 12:7; Gen. 17:8; Gen. 26:3; Gen. 28:13. Genesis 12:7: Zo verscheen JAHWEH aan Abram, en zei: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij daar een altaar JAHWEH, Die hem verschenen was. Genesis 17:8: En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uw vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. Genesis 26:3: Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal de eed bevestigen, die Ik Abraham uw vader gezworen heb. Genesis 28:13: En ziet, JAHWEH stond op dezelfde en zei: Ik ben JAHWEH, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop u ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/נְחַלְתֶּ֤ם",
          "strongs": "H5157",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ/הּ֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָחִ֔י/ו",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָשָׂ֨אתִי֙",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יָדִ֔/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/תִתָּ֖/הּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲבֹֽתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָ֨פְלָ֜ה",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֧רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֛את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נַחֲלָֽה",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u zult dat erven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> de één zowel als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ander; over dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaders zou geven; en ditzelve land zal u in erfenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> vallen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En gij zult dat erven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> de een zowel als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ander; over hetwelk Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaderen zou geven; en ditzelve land zal ulieden in erfenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> vallen.",
      "text1637_html": "Ende ghy sullet dat erven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> d’een soo wel als d’ander; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> [over] het welcke ick mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> hant hebbe opgeheven, dat ick het uwen vaderen soude geven: ende dit selve lant sal u-lieden in erffenisse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "hetwelk",
          "new": "dat",
          "principe": "N6"
        },
        {
          "old": "vaderen",
          "new": "vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Dit nu zal de landpale des lands zijn: aan den noorderhoek, van de grote zee af, den weg van Hethlon, waar men komt te Zedad.",
      "text1637": "Dit nu sal de lantpale des lants zijn: aen den Noorder-hoeck, van de [46] groote zee af, den wech van Hethlon, daermen komt te Zedad,",
      "text2026": "Dit nu zal de grens van het land zijn: aan de noordzijde, van de grote zee af, de weg van Hethlon, waar men komt te Zedad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 grote zee af: Gelijk boven vers 10; doch in deze kwartieren ook genoemd de zee van Fenicië, of Syrië. Ezechiël 47:10: Ook zal het geschieden, dat er vissers aan dezelve zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding der netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig.",
          "text1637": "Als bov. vers 10. doch in dese quartieren oock genoemt de zee van Phenicien, ofte, Syrien.",
          "text2026": "46 grote zee af: Gelijk boven vers 10; maar in deze kwartieren ook genoemd de zee van Fenicië, of Syrië. Ezechiël 47:10: Ook zal het gebeuren, dat er vissers aan dezelfde zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding van de netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/זֶ֖ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HC/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "גְּב֣וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְאַ֨ת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "צָפ֜וֹנָ/ה",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HNcfsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֧ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּד֛וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/דֶּ֥רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חֶתְלֹ֖ן",
          "strongs": "H2855",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְב֥וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְדָֽדָ/ה",
          "strongs": "H6657",
          "morph": "HNp/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dit nu zal de grens van het land zijn: aan de noordzijde, van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> grote zee af, de weg van Hethlon, waar men komt te Zedad.",
      "textSV1888_html": "Dit nu zal de landpale des lands zijn: aan den noorderhoek, van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> grote zee af, den weg van Hethlon, waar men komt te Zedad.",
      "text1637_html": "Dit nu sal de lantpale des lants zijn: aen den Noorder-hoeck, van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> groote zee af, den wech van Hethlon, daermen komt te Zedad,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "landpale des lands",
          "new": "grens van het land",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "den noorderhoek,",
          "new": "de noordzijde,",
          "principe": "V1192"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Hamath, Berotha, Sibraim, dat tussen de landpale van Damaskus en tussen de landpale van Hamath is; Hazar Hattichon, dat aan de landpale van Havran is.",
      "text1637": "Hamath, Berotha, Sibraim, dat tusschen de lantpale van Damascus ende tusschen de lantpale van Hamath is: [47] Hazer Hattichon, dat aende lantpale van [48] Havran is.",
      "text2026": "Hamath, Berotha, Sibraim, dat tussen de grens van Damascus en tussen de grens van Hamath is; Hazar Hattichon, dat aan de grens van Havran is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 Hazar Hattichon: Of, de dorpen die in het midden zijn, die, enz.",
          "text1637": "Ofte, de dorpen die in’t midden zijn, die, etc.",
          "text2026": "47 Hazar Hattichon: Of, de dorpen die in het midden zijn, die, enz."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 Havran is: Hebreeuws, Chavran, ook een streek, gelegen aan het oosteinde van den Libanon, over de Jordaan, waar die haren oorsprong neemt.",
          "text1637": "Hebr. Chavran. oock eene contreye, gelegen aen’t oost-eynde des Libani, over de Iordane, daer die haren oorspronck neemt.",
          "text2026": "48 Havran is: Hebreeuws, Chavran, ook een streek, gelegen aan het oosteinde van de Libanon, over de Jordaan, waar die haar oorsprong neemt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חֲמָ֤ת",
          "strongs": "H2574",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֵּר֨וֹתָה֙",
          "strongs": "H1268",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סִבְרַ֔יִם",
          "strongs": "H5453",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר֙",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בֵּין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּב֣וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דַּמֶּ֔שֶׂק",
          "strongs": "H1834",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בֵ֖ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "גְּב֣וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲמָ֑ת",
          "strongs": "H2574",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חָצֵר֙",
          "strongs": "H2694",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַתִּיכ֔וֹן",
          "strongs": "H2694",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֖ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּב֥וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חַוְרָֽן",
          "strongs": "H2362",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hamath, Berotha, Sibraim, dat tussen de grens van Damascus en tussen de grens van Hamath is;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Hazar Hattichon, dat aan de grens van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Havran is.",
      "textSV1888_html": "Hamath, Berotha, Sibraim, dat tussen de landpale van Damaskus en tussen de landpale van Hamath is;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Hazar Hattichon, dat aan de landpale van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Havran is.",
      "text1637_html": "Hamath, Berotha, Sibraim, dat tusschen de lantpale van Damascus ende tusschen de lantpale van Hamath is: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Hazer Hattichon, dat aende lantpale van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Havran is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "Damaskus",
          "new": "Damascus",
          "principe": "V572"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Alzo zal de landpale van de zee af zijn, Hazar-enon, de landpale van Damaskus, en het noorden noordwaarts, en de landpale van Hamath; en dat zal de noorderhoek zijn.",
      "text1637": "Also sal de lantpale van de zee af zijn, Hazar-Enon, de lantpale van Damascus, ende het Noorden Noordwaert, ende de lantpale van Hamath: ende [dat] sal de Noorder-hoeck zijn.",
      "text2026": "Zo zal de grens van de zee af zijn, Hazar-enon, de grens van Damascus, en het noorden naar het noorden, en de grens van Hamath; en dat zal de noordzijde zijn.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֨ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "גְב֜וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֗ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חֲצַ֤ר",
          "strongs": "H2703",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֵינוֹן֙",
          "strongs": "H2703",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גְּב֣וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דַּמֶּ֔שֶׂק",
          "strongs": "H1834",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/צָפ֥וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "צָפ֖וֹנָ/ה",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HNcfsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "וּ/גְב֣וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲמָ֑ת",
          "strongs": "H2574",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "פְּאַ֥ת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "צָפֽוֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zal de grens van de zee af zijn, Hazar-enon, de grens van Damascus, en het noorden naar het noorden, en de grens van Hamath; en dat zal de noordzijde zijn.",
      "text1637_html": "Also sal de lantpale van de zee af zijn, Hazar-Enon, de lantpale van Damascus, ende het Noorden Noordwaert, ende de lantpale van Hamath: ende [dat] sal de Noorder-hoeck zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "Damaskus,",
          "new": "Damascus,",
          "principe": "V572"
        },
        {
          "old": "noordwaarts,",
          "new": "naar het noorden,",
          "principe": "V160"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "noorderhoek",
          "new": "noordzijde",
          "principe": "V1192"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Den oosterhoek nu zult gijlieden meten van tussen Havran, en van tussen Damaskus, en van tussen Gilead, en van tussen het land Israëls aan den Jordaan, van de landpale af tot de Oostzee toe; en dat zal de oosterhoek zijn.",
      "text1637": "Den Oosterhoeck nu sult ghylieden meten van tusschen Havran, ende van tusschen Damascus, ende van tusschen Gilead, ende van tusschen het lant Israëls [49] aen de Iordane; van de lantpale af tot de [50] Oost-zee toe: ende [dat] sal de Ooster-hoeck zijn.",
      "text2026": "De oostzijde nu zult u meten van tussen Havran, en van tussen Damascus, en van tussen Gilead, en van tussen het land van Israël aan de Jordaan, van de grens af tot de Oostzee toe; en dat zal de oostzijde zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 aan den Jordaan: Waar de Jordaan haren oorsprong neemt.",
          "text1637": "Daer de Iordane haren oorspronck neemt.",
          "text2026": "49 aan de Jordaan: Waar de Jordaan haar oorsprong neemt."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 Oostzee toe: Dat is, de Zoutzee of Dode zee.",
          "text1637": "D. de Sout-zee, ofte, doode zee.",
          "text2026": "50 Oostzee toe: Dat is, de Zoutzee of Dode zee."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/פְאַ֣ת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "קָדִ֡ים",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/בֵּ֣ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "חַוְרָ֣ן",
          "strongs": "H2362",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/בֵּין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HC/R/R"
        },
        {
          "woord": "דַּמֶּשֶׂק֩",
          "strongs": "H1834",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/בֵּ֨ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HC/R/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/גִּלְעָ֜ד",
          "strongs": "H1568",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/בֵּ֨ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HC/R/R"
        },
        {
          "woord": "אֶ֤רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/יַּרְדֵּ֔ן",
          "strongs": "H3383",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "מִ/גְּב֛וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֥ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/קַּדְמוֹנִ֖י",
          "strongs": "H6931",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "תָּמֹ֑דּוּ",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "פְּאַ֥ת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "קָדִֽימָ/ה",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "De oostzijde nu zult u meten van tussen Havran, en van tussen Damascus, en van tussen Gilead, en van tussen het land van Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> aan de Jordaan, van de grens af tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Oostzee toe; en dat zal de oostzijde zijn.",
      "textSV1888_html": "Den oosterhoek nu zult gijlieden meten van tussen Havran, en van tussen Damaskus, en van tussen Gilead, en van tussen het land Israëls<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> aan den Jordaan, van de landpale af tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Oostzee toe; en dat zal de oosterhoek zijn.",
      "text1637_html": "Den Oosterhoeck nu sult ghylieden meten van tusschen Havran, ende van tusschen Damascus, ende van tusschen Gilead, ende van tusschen het lant Israëls <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> aen de Iordane; van de lantpale af tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Oost-zee toe: ende [dat] sal de Ooster-hoeck zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Den oosterhoek",
          "new": "De oostzijde",
          "principe": "V1192"
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "Damaskus,",
          "new": "Damascus,",
          "principe": "V572"
        },
        {
          "old": "Israëls",
          "new": "van Israël",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "oosterhoek",
          "new": "oostzijde",
          "principe": "V1192"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "En den zuiderhoek zuidwaarts van Thamar af, tot aan het twistwater van Kades, voorts naar de beek henen, tot aan de grote zee; en dat zal de zuiderhoek zuidwaarts zijn.",
      "text1637": "Ende den Suyder-hoeck [51] suydwaert, van [52] Thamar af, tot aen’t twistwater van Kades, [voort] nae de [53] beke henen, tot aen de [54] groote zee: ende [dat] sal de Zuyderhoeck suydwaert zijn.",
      "text2026": "En de zuidzijde naar het zuiden van Thamar af, tot aan het twistwater van Kades, verder naar de beek heen, tot aan de grote zee; en dat zal de zuidzijde naar het zuiden zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders: naar Theman, dat is, Edom, waar een Theman gelegen was; zie Jer. 49:7; de zin opeen uitkomende, dewijl Edom in het zuiden van Kanaän lag. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?",
          "text1637": "And. nae Theman. D. Edom, daer een Theman gelegen was. Siet Ier. 49.7. den sin op een uytkomende, dewijle Edom in’t Suyden van Canaan lach.",
          "text2026": "Anders: naar Theman, dat is, Edom, waar een Theman gelegen was; zie Jer. 49:7; de zin opeen uitkomende, omdat Edom in het zuiden van Kanaän lag. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt JAHWEH van de legermachten zo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?"
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelegen tegenover het oosteinde van Edom, in de woestijn Tsin, of Kades, waar de stad Kades ook van enige kaarten gesteld wordt, bij het twistwater, of de wateren van Meriba, waar Mirjam, Aärons zuster, gestorven en begraven is; zie Num. 20:1, 20:13, 20:14, enz., en Num. 27:14; alzo onder Ezech. 48:28. Numeri 20:1: Als de kinderen Israëls, de ganse vergadering, in de woestijn Zin gekomen waren, in de eerste maand, zo bleef het volk te Kades. En Mirjam stierf aldaar, en zij werd aldaar begraven. Numeri 20:13: Dit zijn de wateren van Meriba, daar de kinderen Israëls met den HEERE om getwist hebben; en Hij werd aan hen geheiligd. Numeri 20:14: Daarna zond Mozes boden uit Kades tot den koning van Edom, welke zeiden: Alzo zegt uw broeder Israël: Gij weet al de moeite, die ons ontmoet is; Numeri 27:14: Naardien gijlieden Mijn mond wederspannig zijt geweest in de woestijn Zin, in de twisting der vergadering, om Mij aan de wateren voor hun ogen te heiligen. Dat zijn de wateren van Meriba, van Kades, in de woestijn Zin. Ezechiël 48:28: Aan de landpale nu van Gad, aan den zuiderhoek zuidwaarts, daar zal de landpale zijn van Thamar af, naar het twistwater van Kades, voorts naar de beek henen, tot aan de grote zee.",
          "text1637": "Gelegen tegen over het oost-eynde van Edom, in de woestijne Tsin, ofte Kades, daer de stadt Kades oock van eenige kaerten gestelt wort, by het twist-water, ofte de wateren van Meriba, alwaer Mirjam, Aarons suster, gestorven ende begraven is. Siet Num. 20.1, 13, 14, etc. ende 27.14. alsoo ond. 48.28.",
          "text2026": "Gelegen tegenover het oosteinde van Edom, in de woestijn Tsin, of Kades, waar de stad Kades ook van enige kaarten gesteld wordt, bij het twistwater, of de wateren van Meriba, waar Mirjam, Aärons zus, gestorven en begraven is; zie Num. 20:1, 20:13, 20:14, enz., en Num. 27:14; zo onder Ez. 48:28. Numeri 20:1: Als de kinderen van Israël, de gehele vergadering, in de woestijn Zin gekomen waren, in de eerste maand, zo bleef het volk te Kades. En Mirjam stierf daar, en zij werd daar begraven. Numeri 20:13: Dit zijn de wateren van Meriba, daar de kinderen van Israël met JAHWEH om getwist hebben; en Hij werd aan hen geheiligd. Numeri 20:14: Daarna zond Mozes boden uit Kades tot de koning van Edom, welke zeiden: Zo zegt uw broer Israël: U weet al de moeite, die ons ontmoet is; Numeri 27:14: Aangezien u Mijn mond opstandig bent geweest in de woestijn Zin, in de twisting van de vergadering, om Mij aan de wateren voor hun ogen te heiligen. Dat zijn de wateren van Meriba, van Kades, in de woestijn Zin. Ezechiël 48:28: Aan de landpale nu van Gad, aan de zuiderhoek zuidwaarts, daar zal de landpale zijn van Thamar af, naar het twistwater van Kades, verder naar de beek heen, tot aan de grote zee."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De rivier Sichor; zie Joz. 13:3, en Joz. 15:47; 1 Kron. 13:5, met de aantekening. Jozua 13:3: Van de Sichor, die voor aan Egypte is, tot aan de landpale van Ekron tegen het noorden, dat den Kanaänieten toegerekend wordt; vijf vorsten der Filistijnen, de Gazatiet en Asdodiet, de Askeloniet, de Gathiet en Ekroniet, en de Avvieten. Jozua 15:47: Asdod, haar onderhorige plaatsen en haar dorpen; Gaza, haar onderhorige plaatsen en haar dorpen, tot aan de rivier van Egypte; en de grote zee, en haar landpale. 1 Kronieken 13:5: David dan vergaderde gans Israël van het Egyptische Sichor af, tot daar men komt te Hamath, om de ark Gods te brengen van Kirjath-jearim.",
          "text1637": "De Riviere Sichor. Siet Iosu. 13.3. ende 15.47. item 1.Chron. 13.5. met d’aenteeck.",
          "text2026": "De rivier Sichor; zie Joz. 13:3, en Joz. 15:47; 1 Kron. 13:5, met de aantekening. Jozua 13:3: Van de Sichor, die voor aan Egypte is, tot aan de landpale van Ekron tegen het noorden, dat de Kanaänieten toegerekend wordt; vijf vorsten van de Filistijnen, de Gazatiet en Asdodiet, de Askeloniet, de Gathiet en Ekroniet, en de Avvieten. Jozua 15:47: Asdod, haar onderhorige plaatsen en haar dorpen; Gaza, haar onderhorige plaatsen en haar dorpen, tot aan de rivier van Egypte; en de grote zee, en haar landpale. 1 Kronieken 13:5: David dan vergaderde geheel Israël van het Egyptische Sichor af, tot daar men komt te Hamath, om de ark van God te brengen van Kirjath-jearim."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 grote zee: De Middellandse zee, gelijk boven vers 10, en hier in vers 20. Ezechiël 47:10: Ook zal het geschieden, dat er vissers aan dezelve zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding der netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig. Ezechiël 47:20: En den westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn.",
          "text1637": "De middellantsche zee. als bov. vers 10. ende hier in’t volgende vers.",
          "text2026": "54 grote zee: De Middellandse zee, gelijk boven vers 10, en hier in vers 20. Ezechiël 47:10: Ook zal het gebeuren, dat er vissers aan dezelfde zullen staan, van En-gedi aan tot En-eglaim toe; daar zullen plaatsen zijn tot uitspreiding van de netten; haar vis zal naar zijn aard wezen als de vis van de grote zee, zeer menigvuldig. Ezechiël 47:20: En de westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/פְאַת֙",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "נֶ֣גֶב",
          "strongs": "H5045",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תֵּימָ֔נָ/ה",
          "strongs": "H8486",
          "morph": "HNcfsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "מִ/תָּמָ֗ר",
          "strongs": "H8559",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מֵי֙",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מְרִיב֣וֹת",
          "strongs": "H4808",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "קָדֵ֔שׁ",
          "strongs": "H6946",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָ֖ה",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֣ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּד֑וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "פְּאַת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "תֵּימָ֖נָ/ה",
          "strongs": "H8486",
          "morph": "HNcfsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "נֶֽגְבָּ/ה",
          "strongs": "H5045",
          "morph": "HNcmsa/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de zuidzijde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> naar het zuiden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Thamar af, tot aan het twistwater van Kades, verder naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> beek heen, tot aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> grote zee; en dat zal de zuidzijde naar het zuiden zijn.",
      "textSV1888_html": "En den zuiderhoek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> zuidwaarts van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Thamar af, tot aan het twistwater van Kades, voorts naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> beek henen, tot aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> grote zee; en dat zal de zuiderhoek zuidwaarts zijn.",
      "text1637_html": "Ende den Suyder-hoeck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> suydwaert, van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Thamar af, tot aen’t twistwater van Kades, [voort] nae de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> beke henen, tot aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> groote zee: ende [dat] sal de Zuyderhoeck suydwaert zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den zuiderhoek zuidwaarts",
          "new": "de zuidzijde naar het zuiden",
          "principe": "V1192"
        },
        {
          "old": "voorts",
          "new": "verder",
          "principe": "V27"
        },
        {
          "old": "henen,",
          "new": "heen,",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "zuiderhoek zuidwaarts",
          "new": "zuidzijde naar het zuiden",
          "principe": "V1192"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "En den westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn.",
      "text1637": "Ende den [55] Wester-hoeck, de groote zee; van de lantpale af tot daermen recht tegen over Hamath komt: dat sal de Westerhoeck zijn.",
      "text2026": "En de westzijde, de grote zee, van de grens af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westzijde zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, hoek der zee; zie Gen. 12:8. Genesis 12:8: En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar den HEERE een altaar, en riep den Naam des HEEREN aan.",
          "text1637": "Hebr. hoeck der zee. Siet Gen. 12. op vers 8.",
          "text2026": "Hebreeuws, hoek van de zee (יָם); zie Gen. 12:8. Genesis 12:8: En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar JAHWEH een altaar, en riep de Naam van JAHWEH aan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/פְאַת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "יָם֙",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּ֣ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּד֔וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/גְּב֕וּל",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נֹ֖כַח",
          "strongs": "H5227",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לְב֣וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֲמָ֑ת",
          "strongs": "H2574",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "זֹ֖את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "פְּאַת",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יָֽם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> westzijde, de grote zee, van de grens af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westzijde zijn.",
      "textSV1888_html": "En den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn.",
      "text1637_html": "Ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> Wester-hoeck, de groote zee; van de lantpale af tot daermen recht tegen over Hamath komt: dat sal de Westerhoeck zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den westerhoek,",
          "new": "de westzijde,",
          "principe": "V1192"
        },
        {
          "old": "landpale",
          "new": "grens",
          "principe": "V1199"
        },
        {
          "old": "westerhoek",
          "new": "westzijde",
          "principe": "V1192"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Ditzelve land nu zult gij ulieden uitdelen naar de stammen Israëls.",
      "text1637": "Dit selve lant nu sult ghy u-lieden uytdeylen nae de stammen Israëls.",
      "text2026": "Ditzelve land nu zult u zich uitdelen naar de stammen van Israël.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/חִלַּקְתֶּ֞ם",
          "strongs": "H2505",
          "morph": "HC/Vpq2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֧רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֛את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/שִׁבְטֵ֥י",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ditzelve land nu zult u zich uitdelen naar de stammen van Israël.",
      "text1637_html": "Dit selve lant nu sult ghy u-lieden uytdeylen nae de stammen Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij ulieden",
          "new": "u zich",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Israëls.",
          "new": "van Israël.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Maar het zal geschieden, dat gij hetzelve zult doen vallen in erfenis voor ulieden, en voor de vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen ulieden zijn, als een inboorling onder de kinderen Israëls; zij zullen met ulieden in erfenis vallen, in het midden der stammen Israëls.",
      "text1637": "Maer ’t sal geschieden, dat ghy [56] het selve sult doen [57] vallen in erffenisse voor ulieden, ende voor de [58] vreemdelingen, die in’t midden van u verkeeren, die kinderen in’t midden van u sullen gewonnen hebben: ende sy sullen ulieden zijn, als een inboorlinck onder de kinderen Israëls; sy sullen met u-lieden in erffenisse [59] vallen, in’t midden der stammen Israëls.",
      "text2026": "Maar het zal gebeuren, dat u het zult doen vallen in erfenis voor u, en voor de vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen u zijn, als een ingezetene onder de Israëlieten; zij zullen met u in erfenis vallen, in het midden van de stammen van Israël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voorzegde land.",
          "text1637": "Voorseyde lant.",
          "text2026": "Voorzegde land."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 vallen in erfenis: Door het lot, gelijk boven vers 14, en Ezech. 45:1. Ezechiël 47:14: En gij zult dat erven, de een zowel als de ander; over hetwelk Ik Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaderen zou geven; en ditzelve land zal ulieden in erfenis vallen. Ezechiël 45:1: Als gijlieden nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult gij een hefoffer den HEERE offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn.",
          "text1637": "Door’t lot: als bov. vers 14. ende 45.1.",
          "text2026": "57 vallen in erfenis: Door het lot, gelijk boven vers 14, en Ez. 45:1. Ezechiël 47:14: En u zult dat erven, de één zowel als de ander; over dat Ik Mijn hand heb opgeheven, dat Ik het uw vaderen zou geven; en ditzelve land zal u in erfenis vallen. Ezechiël 45:1: Als u nu het land zult doen vallen in erfenis, zo zult u een hefoffer JAHWEH offeren, tot een heilige plaats, van het land; de lengte zal zijn de lengte van vijf en twintig duizend meetrieten, en de breedte tien duizend; dat zal in zijn gehele grenzen rondom heilig zijn."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door deze nieuwe ordinantie wordt te kennen gegeven dat de Christelijke kerk, die de weldaden des Heeren Christus zou deelachtig zijn en het hemels Kanaän erven, niet alleen zou bestaan uit Joden, maar ook, naar de menigvuldige profetieën van het Oude Testament, uit heidenen, of alle natiën zonder onderscheid. Zie Hand. 15:7, 15:8, 15:9; Rom. 3:29, en Rom. 4:11, enz., en Rom. 10:12, en ROm. 15:9, enz.; 1 Kor. 12:13; Gal. 3:28, 3:29; Ef. 3:6; Kol. 1:12, en Kol. 3:11; Openb. 7:9, 7:10, enz. Handelingen 15:7: En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat God van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven. Handelingen 15:8: En God, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons; Handelingen 15:9: En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof. Romeinen 3:29: Is God een God der Joden alleen? en is Hij het niet ook der heidenen? Ja, ook der heidenen; Romeinen 4:11: En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde; Romeinen 10:12: Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. 1 Korinthiërs 12:13: Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. Galaten 3:28: Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus. Galaten 3:29: En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. Efeziërs 3:6: Namelijk dat de heidenen zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie; Kolossensen 1:12: Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht; Kolossensen 3:11: Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen. Openbaring 7:9: Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. Openbaring 7:10: En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.",
          "text1637": "Door dese nieuwe ordinantie wort te kennen gegeven, dat de Christelicke kercke, die der weldaden des Heeren Christi soude deelachtich zijn, ende het hemelsch Canaan erven, niet alleen soude bestaen uyt Ioden, maer oock nae de menichvuldige prophetyen des Ouden Testaments, uyt heydenen, ofte alle natien, sonder onderscheyt. siet Act. 15.7, 8, 9. Rom. 3.29. ende 4.11. etc. ende 10.12. ende 15.9, etc. 1.Cor. 12.13. Gal. 3.28, 29. Ephes. 3.6. Col. 1.12. ende 3.11. Apoc. 7.9, 10, etc.",
          "text2026": "Door deze nieuwe ordinantie wordt te kennen gegeven dat de Christelijke kerk, die de weldaden van de Heern Christus zou deelachtig zijn en het hemels Kanaän erven, niet alleen zou bestaan uit Joden, maar ook, naar de menigvuldige profetieën van het Oude Testament, uit heidenen, of alle natiën zonder onderscheid. Zie Hand. 15:7, 15:8, 15:9; Rom. 3:29, en Rom. 4:11, enz., en Rom. 10:12, en ROm. 15:9, enz.; 1 Kor. 12:13; Gal. 3:28, 3:29; Ef. 3:6; Kol. 1:12, en Kol. 3:11; Openb. 7:9, 7:10, enz. Handelingen 15:7: En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zei tot hen: Mannen broers, u weet, dat God van over langen tijd onder ons mij gekozen heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord van het Evangelie zouden horen, en geloven. Handelingen 15:8: En God, de Kenner van de harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende de Heilige Geest, gelijk als ook ons; Handelingen 15:9: En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof. Romeinen 3:29: Is God een God van de Joden alleen? en is Hij het niet ook van de heidenen? Ja, ook van de heidenen; Romeinen 4:11: En hij heeft het teken van de besnijdenis ontvangen tot een zegel van de rechtvaardigheid van het geloof, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde; Romeinen 10:12: Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heer van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. 1 Korinthiërs 12:13: Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienaren, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. Galaten 3:28: Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want u allen bent een in Christus Jezus. Galaten 3:29: En als u van Christus bent, zo bent u dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. Efeziërs 3:6: Namelijk dat de heidenen zijn mee-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijn belofte in Christus, door het Evangelie; Kolossensen 1:12: Dankende de Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve van de heiligen in het licht; Kolossensen 3:11: Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienaar en vrije; maar Christus is alles en in allen. Openbaring 7:9: Na deze zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte kleren, en palmtakken waren in hun handen. Openbaring 7:10: En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 vallen, in het midden der stammen Israëls: Dit is, hun lot hebben zowel als gij, het lot zal mede voor hen geworpen worden.",
          "text1637": "D. haer lot hebben soo wel als ghy, ’tlot sal mede voor hen geworpen worden.",
          "text2026": "59 vallen, in het midden van de stammen van Israël: Dit is, hun lot hebben zowel als u, het lot zal mee voor hen geworpen worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֗ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "תַּפִּ֣לוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVhi2mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ/הּ֮",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נַחֲלָה֒",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֗ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/הַ/גֵּרִים֙",
          "strongs": "H1616",
          "morph": "HC/R/Td/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גָּרִ֣ים",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכְ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הוֹלִ֥דוּ",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָנִ֖ים",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תֽוֹכְ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָי֣וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֗ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אֶזְרָח֙",
          "strongs": "H249",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/בְנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִתְּ/כֶם֙",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "יִפְּל֣וּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/נַחֲלָ֔ה",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֖וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְטֵ֥י",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar het zal gebeuren, dat u het zult doen vallen in erfenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> voor u, en voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen u zijn, als een ingezetene onder de Israëlieten; zij zullen met u in erfenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vallen, in het midden van de stammen van Israël.",
      "textSV1888_html": "Maar het zal geschieden, dat gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> hetzelve zult doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> vallen in erfenis voor ulieden, en voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> vreemdelingen, die in het midden van u verkeren, die kinderen in het midden van u zullen gewonnen hebben; en zij zullen ulieden zijn, als een inboorling onder de kinderen Israëls; zij zullen met ulieden in erfenis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vallen, in het midden der stammen Israëls.",
      "text1637_html": "Maer ’t sal geschieden, dat ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> het selve sult doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> vallen in erffenisse voor ulieden, ende voor de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> vreemdelingen, die in’t midden van u verkeeren, die kinderen in’t midde<i>n</i> van u sullen gewonnen hebben: ende sy sullen ulieden zijn, als een inboorlinck onder de kinderen Israëls; sy sullen met u-lieden in erffenisse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vallen, in’t midden der stammen Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "gij hetzelve",
          "new": "u het",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ulieden,",
          "new": "u,",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "inboorling",
          "new": "ingezetene",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "kinderen Israëls;",
          "new": "Israëlieten;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls.",
          "new": "van Israël.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Ook zal het geschieden, in den stam, bij welken de vreemdeling verkeert, aldaar zult gij hem zijn erfenis geven, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637": "Oock sal’t geschieden; in de stamme, by dewelcke de vreemdelinck verkeert, [60] aldaer sult ghy [hem] sijne erffenisse geven, spreeckt de Heere HEERE.",
      "text2026": "Ook zal het gebeuren, in de stam, bij welke de vreemdeling verkeert, daar zult u hem zijn erfenis geven, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alwaar hij zich tot de gehoorzaamheid van het Evangelie en de ware gemeente des Heeren Christus [die het geestelijk Israël en het zaad van Abraham is] zal mogen begeven, zal hij onder het ganse lichaam der kerk gerekend worden, en een erfgenaam Gods en medeërfgenaam des Heeren Christus zijn.",
          "text1637": "Alwaer hy sich tot de gehoorsaemheyt des Euangeliums ende de ware gemeynte des Heeren Christi (die’t geestelick Israel ende zaet Abrahams is) sal mogen begeven, sal hy onder’t gantsche lichaem der kercke gerekent worden, ende een erfgenaem Godes, ende mede erfgenaem des Heeren Christi zijn.",
          "text2026": "Alwaar hij zich tot de gehoorzaamheid van het Evangelie en de ware gemeente van de Heern Christus [die het geestelijk Israël en het zaad van Abraham is] zal mogen begeven, zal hij onder het gehele lichaam van de kerk gerekend worden, en een erfgenaam Gods en medeërfgenaam van de Heern Christus zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/שֵּׁ֔בֶט",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "גָּ֥ר",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/גֵּ֖ר",
          "strongs": "H1616",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אִתּ֑/וֹ",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֚ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תִּתְּנ֣וּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָת֔/וֹ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִֽה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook zal het gebeuren, in de stam, bij welke de vreemdeling verkeert,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> daar zult u hem zijn erfenis geven, spreekt Adonai JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "Ook zal het geschieden, in den stam, bij welken de vreemdeling verkeert,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> aldaar zult gij hem zijn erfenis geven, spreekt de Heere HEERE.",
      "text1637_html": "Oock sal’t geschieden; in de stamme, by dewelcke de vreemdelinck verkeert, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> aldaer sult ghy [hem] sijne erffenisse geven, spreeckt de Heere HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "welken",
          "new": "welke",
          "principe": "N6"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de Heere HEERE.",
          "new": "Adonai JAHWEH.",
          "principe": "G4"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "’Tgesichte vande heylige wateren, die uyt den Nieuwen Tempel vloten, vers 1, etc. Beschrijvinge van de lantpalen des nieuwen ertlants, 13. uyt te deylen voor Israel, ende de vreemdelingen, 21.",
    "text2026": "Het visioen van de heilige wateren, die uit de nieuwe tempel vloeiden, vers 1, enz. Beschrijving van de grenzen van het nieuwe erfland, 13, uit te delen voor Israël en de vreemdelingen, 21."
  }
}
