{
  "number": 1,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;",
      "text1637": "[1] GODT [2] voor tijts [3] veelmael, ende [4] op velerley wijse, tot de Vaderen gesproken hebbende door de Propheten, heeft in [5] dese laetste dagen tot [6] ons gesproken [7] door den Sone:",
      "text2026": "God, voorheen veelmaal en op allerlei wijze, tot de vaders gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk de Vader, gelijk blijkt uit de naam Zoon, die in het einde van het vers wordt uitgedrukt.",
          "text1637": "N. de Vader, gelijck blijckt uyt den name Sone, die in’t eynde des vers wordt uytgedruckt.",
          "text2026": "Namelijk de Vader, gelijk blijkt uit de naam Zoon, die in het einde van het vers wordt uitgedrukt."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk in den tijden des Oude Testaments.",
          "text1637": "N. inde tijden des Ouden Testaments.",
          "text2026": "Namelijk in de tijden van het Oude Testament."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, op menigerlei stonden en gelegenheden. Grieks in vele gedeelten.",
          "text1637": "D. op menigerley stonden ende gelegentheden. Gr. in vele gedeelten.",
          "text2026": "Dat is, op menigerlei stonden en gelegenheden. Grieks in vele gedeelten."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 op velerlei wijze: Namelijk door aanspraken, dromen, gezichten, verschijningen. zie Num. 12:6. Numeri 12:6: En Hij zeide: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken.",
          "text1637": "N. door aenspraken, droomen, gesichten, verschijningen. Siet Num. 12.6.",
          "text2026": "4 op velerlei wijze: Namelijk door aanspraken, dromen, gezichten, verschijningen. zie Num. 12:6. Numeri 12:6: En Hij zei: Hoort nu Mijn woorden! Zo er een profeet onder u is, Ik, JAHWEH, zal door een gezicht Mij aan hem bekend maken, door een droom zal Ik met hem spreken."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 deze laatste: Alzo noemt de apostel den tijd des Nieuwe Testaments, omdat daaronder geen verandering meer in het leren is te verwachten, maar alles zo moet blijven, zonder toe of afdoen, gelijk het van Christus is geleerd en geordineerd tot den laatsten dag; zie ook Joël 2:28; Hand. 2:17. Joël 2:28: En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Handelingen 2:17: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.",
          "text1637": "Alsoo noemt de Apostel den tijdt des Nieuwen Testaments, om dattter onder ’t selve geen veranderinge meer in het leeren en is te verwachen, maer alles alsoo moet blijven, sonder toe of afdoen, gelijck ’t van Christo is geleert ende geordineert, tot den laetsten dagh. Siet oock Ioel 2.28. Actor. 2.17.",
          "text2026": "5 deze laatste: Zo noemt de apostel de tijd van het Nieuwe Testament, omdat daaronder geen verandering meer in het leren is te verwachten, maar alles zo moet blijven, zonder toe of afdoen, gelijk het van Christus is geleerd en bestemd tot de laatste dag; zie ook Joël 2:28; Hand. 2:17. Joël 2:28: En daarna zal het gebeuren, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Handelingen 2:17: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 ons gesproken: Namelijk apostelen en andere Hebreën, die het woord uit Zijn mond hebben gehoord en door wie het door de gehele wereld is verbreid.",
          "text1637": "N. Apostelen ende andere Hebreen, die het woort uyt sijnen mondt hebben gehoort, ende van welcke het selve door de geheele werelt is verbreyt.",
          "text2026": "6 ons gesproken: Namelijk apostelen en andere Hebreën, die het woord uit Zijn mond hebben gehoord en door wie het door de gehele wereld is verbreid."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 door den Zoon: Grieks in den Zoon; dat is, den eigen en eniggeboren Zoon des Vaders, in het vlees geopenbaard, Joh. 1:14; want anderszins waren ook de profeten kinderen Gods, en zijn het ook alle gelovigen; Joh. 1:12; 1 Joh. 3:1. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; 1 Johannes 3:1: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.",
          "text1637": "Gr. in den Sone: D. den eygenen ende eenigh-geboren Sone des Vaders, in den vleesche geopenbaert. Ioan. 1.14. want andersins waren oock de Propheten kinderen Godts, ende zijn het oock alle geloovige. Ioan. 1. vers 12. 1.Ioan. 3.1.",
          "text2026": "7 door de Zoon: Grieks in de Zoon; dat is, de eigen en eniggeboren Zoon van de Vader, in het vlees geopenbaard, Joh. 1:14; want anders waren ook de profeten kinderen van God, en zijn het ook alle gelovigen; Joh. 1:12; 1 Joh. 3:1. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; 1 Johannes 3:1: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen van God genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "πολυμερως",
          "strongs": "G4181",
          "lemma_strongs": "G4181",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πολυτροπως",
          "strongs": "G4187",
          "lemma_strongs": "G4187",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "παλαι",
          "strongs": "G3819",
          "lemma_strongs": "G3819",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "λαλησας",
          "strongs": "G2980",
          "lemma_strongs": "G2980",
          "morfologie": "V-AAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "πατρασιν",
          "strongs": "G3962",
          "lemma_strongs": "G3962",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "προφηταις",
          "strongs": "G4396",
          "lemma_strongs": "G4396",
          "morfologie": "N-DPM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voorheen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> veelmaal en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> op allerlei wijze, tot de vaders gesproken hebbende door de profeten, heeft in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> deze laatste dagen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> ons gesproken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> door de Zoon;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voortijds<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> veelmaal en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> deze laatste dagen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> ons gesproken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> door den Zoon;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <i>GODT</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voor tijts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> veelmael, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> op velerley wijse, tot de Vaderen gesproken hebbende door de Prophete<i>n</i>, heeft in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dese laetste dagen tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> ons gesproken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> door den Sone:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "voortijds",
          "new": "voorheen",
          "principe": "V880"
        },
        {
          "old": "velerlei",
          "new": "allerlei",
          "principe": "V288"
        },
        {
          "old": "vaderen",
          "new": "vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "God, voorheen veelmaal en op allerlei wijze, tot de vaders gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4181",
            "G2532",
            "G4187",
            "G3819",
            "G3588",
            "G2316",
            "G2980",
            "G3588",
            "G3962",
            "G1722",
            "G3588",
            "G4396"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4181",
            "G2532",
            "G4187",
            "G3819",
            "G3588",
            "G2316",
            "G2980",
            "G3588",
            "G3962",
            "G1722",
            "G3588",
            "G4396"
          ],
          "morfologie": [
            "ADV",
            "CONJ",
            "ADV",
            "ADV",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "V-AAP-NSM",
            "T-DPM",
            "N-DPM",
            "PREP",
            "T-DPM",
            "N-DPM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "πολυμερως",
            "και",
            "πολυτροπως",
            "παλαι",
            "ο",
            "θεος",
            "λαλησας",
            "τοις",
            "πατρασιν",
            "εν",
            "τοις",
            "προφηταις"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:1",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5660",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;",
      "text1637": "Welcken hy [8] gestelt heeft [a] tot een erfgenaem van alles, [b] door welcken hy oock [9] de werelt gemaeckt heeft.",
      "text2026": "Die Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 gesteld heeft: Dit recht van Heere en bezitter van alles te zijn, heeft de Zoon Gods, niet alleen doordien Hij alles heeft geschapen, zoals de volgende woorden medebrengen, maar is ook tot een erfgenaam van alles gesteld, doordien Hij van den Vader van eeuwigheid tot een middelaar is uitverkoren, 1 Petr. 1:20, en van dezen in de wereld is gebracht, als Hij Hem de menselijke natuur heeft laten aannemen; Luk. 1:32, en Luk. 2:11; vers 6; en eindelijk als Hij Hem, het werk onzer verlossing volvoerd hebbende, tot Zijn rechterhand heeft verheven; Ef. 1:21, 1:22; Filipp. 2:9, 2:10, 2:11. 1 Petrus 1:20: Dewelke wel voorgekend is geweest voor de grondlegging der wereld, maar geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil, Lukas 1:32: Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. Lukas 2:11: Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids. Hebreeën 1:6: En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden. Efeziërs 1:21: Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Filippensen 2:9: Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; Filippensen 2:10: Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. Filippensen 2:11: En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.",
          "text1637": "Dit recht van Heere ende besitter van alles te zijn, heeft de Sone Godts niet alleen door dien hy alles heeft geschapen, gelijck de volgende woorden mede-brengen, maer is oock tot een erfgenaem van alles gestelt, door dien hy van den Vader van eeuwigheyt tot een Middelaer is uytverkoren. 1.Petr. 1.20. ende van den selven inde werelt is ghebracht, als hy hem de menschelicke natuere heeft laten aen-nemen, Luc. 1.32. ende 2.11. Hebr. 1.6. Ende eyndelick als hy hem het werck onser verlossinge uyt-gericht hebbende, tot sijne rechter-handt heeft verheven. Ephes. 1. versen 21, 22. Phil. 2. versen 9, 10, 11.",
          "text2026": "8 gesteld heeft: Dit recht van Heer en bezitter van alles te zijn, heeft de Zoon van God, niet alleen doordien Hij alles heeft geschapen, zoals de volgende woorden medebrengen, maar is ook tot een erfgenaam van alles gesteld, doordien Hij van de Vader van eeuwigheid tot een middelaar is uitverkoren, 1 Petr. 1:20, en van deze in de wereld is gebracht, als Hij Hem de menselijke natuur heeft laten aannemen; Luk. 1:32, en Luk. 2:11; vers 6; en eindelijk als Hij Hem, het werk onze verlossing volvoerd hebbende, tot Zijn rechterhand heeft verheven; Ef. 1:21, 1:22; Fil. 2:9, 2:10, 2:11. 1 Petrus 1:20: Dewelke wel voorgekend is geweest voor de grondlegging van de wereld, maar geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil, Lukas 1:32: Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden; en God, de Heer, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. Lukas 2:11: Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heer, in de stad van David. Hebreeën 1:6: En als Hij opnieuw de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen van God Hem aanbidden. Efeziërs 1:21: Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en alle naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem van de Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Filippensen 2:9: Daarom heeft Hem ook God bovenmate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is; Filippensen 2:10: Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie degenen, die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. Filippensen 2:11: En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heer zij, tot heerlijkheid van God van de Vader."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 de wereld: Grieks de eeuwen; zoals Hebr. 11:3. Dat is, de wereld met alles wat daarin is, Joh. 1:3; Kol. 1:16. Hetwelk de apostel bij het voorgaande voegt als de eerste reden, waarom Hem de Vader tot een erfgenaam en een Heere van alles heeft gesteld, namelijk daar Hij alles door Hem heeft geschapen, waarop de andere redenen in vers 3 volgen, genomen van de heerlijkheid Zijns persoons en evengelijkheid met den Vader, en van de onderhouding aller dingen. Hebreeën 11:3: Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. Johannes 1:3: Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. Kolossensen 1:16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; Hebreeën 1:3: Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen;",
          "text1637": "Gr. de eeuwen. gelijck Hebr. 11.3. dat is, de werelt, met alles wat daer in is, Ioan. 1.3. Colos. 1.16. ’T welck den Apostel by het voorgaende voegt als de eerste reden, waerom hem de Vader tot een erfgenaem ende een Heere van alles heeft gestelt, Nam. dewijle hy alles door hem heeft geschapen: waer op de andere redenen in ’t volgende vers volgen, genomen van de heerlickheyt sijns persoons, ende evengelijckheyt met den Vader, ende van de onderhoudinge aller dingen.",
          "text2026": "9 de wereld: Grieks de eeuwen; zoals Hebr. 11:3. Dat is, de wereld met alles wat daarin is, Joh. 1:3; Kol. 1:16. Dat de apostel bij het voorgaande voegt als de eerste reden, waarom Hem de Vader tot een erfgenaam en een Heer van alles heeft gesteld, namelijk daar Hij alles door Hem heeft geschapen, waarop de andere redenen in vers 3 volgen, genomen van de heerlijkheid Zijn persoons en evengelijkheid met de Vader, en van de onderhouding alle dingen. Hebreeën 11:3: Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God is toebereid, zo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. Johannes 1:3: Alle dingen zijn door Het gemaakt, en zonder Het is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. Kolossensen 1:16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; Hebreeën 1:3: Dewelke, zo Hij is het Afschijnsel Zijn heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijn zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijn kracht, nadat Hij de reinigmaking onze zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen;"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 21:38. Mattheüs 21:38: Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.",
          "text1637": "Matth. 21.38.",
          "text2026": "Matt. 21:38. Mattheüs 21:38: Maar de landbouwers, de zoon ziende, zeiden onder elkaar: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 1:3; Ps. 33:6; Joh. 1:3; Efez. 3:9; Kolos. 1:16. Genesis 1:3: En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. Psalmen 33:6: Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir. Johannes 1:3: Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. Efeziërs 3:9: En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus; Kolossensen 1:16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;",
          "text1637": "Genes. 1.3. Psal. 33.6. Ioan. 1.3. Ephes. 3.9. Coloss. 1.16.",
          "text2026": "Gen. 1:3; Ps. 33:6; Joh. 1:3; Ef. 3:9; Kolos. 1:16. Genesis 1:3: En God zei: Daar zij licht! en daar werd licht. Psalmen 33:6: Door het Woord van JAHWEH zijn de hemelen gemaakt, en door de Geest van Zijn mond al hun heir. Johannes 1:3: Alle dingen zijn door Het gemaakt, en zonder Het is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. Efeziërs 3:9: En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap van de verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus; Kolossensen 1:16: Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "επ",
          "strongs": "G1909",
          "lemma_strongs": "G1909",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "εσχατων",
          "strongs": "G2078",
          "lemma_strongs": "G2078",
          "morfologie": "A-GPF-S"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPF"
        },
        {
          "woord": "ημερων",
          "strongs": "G2250",
          "lemma_strongs": "G2250",
          "morfologie": "N-GPF"
        },
        {
          "woord": "τουτων",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-GPF"
        },
        {
          "woord": "ελαλησεν",
          "strongs": "G2980",
          "lemma_strongs": "G2980",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ημιν",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1DP"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "υιω",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "ον",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-ASM"
        },
        {
          "woord": "εθηκεν",
          "strongs": "G5087",
          "lemma_strongs": "G5087",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "κληρονομον",
          "strongs": "G2818",
          "lemma_strongs": "G2818",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "παντων",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GPN"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ου",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-GSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "αιωνας",
          "strongs": "G165",
          "lemma_strongs": "G165",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "εποιησεν",
          "strongs": "G4160",
          "lemma_strongs": "G4160",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gesteld heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> tot een Erfgenaam van alles,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> door Welke Hij ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de wereld gemaakt heeft;",
      "textSV1888_html": "Welken Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gesteld heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> tot een Erfgenaam van alles,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> door Welken Hij ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de wereld gemaakt heeft;",
      "text1637_html": "Welcken hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gestelt heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> tot een erfgenaem van alles, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> door welcken hy oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de werelt gemaeckt heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Welken",
          "new": "Die",
          "principe": "V808"
        },
        {
          "old": "Welken",
          "new": "Welke",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Die Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1909",
            "G2078",
            "G3588",
            "G2250",
            "G3778",
            "G2980",
            "G1473",
            "G1722",
            "G5207",
            "G3739",
            "G5087",
            "G2818",
            "G3956",
            "G1223",
            "G3739",
            "G2532",
            "G3588",
            "G165",
            "G4160"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1909",
            "G2078",
            "G3588",
            "G2250",
            "G3778",
            "G2980",
            "G1473",
            "G1722",
            "G5207",
            "G3739",
            "G5087",
            "G2818",
            "G3956",
            "G1223",
            "G3739",
            "G2532",
            "G3588",
            "G165",
            "G4160"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "A-GPF-S",
            "T-GPF",
            "N-GPF",
            "D-GPF",
            "V-AAI-3S",
            "P-1DP",
            "PREP",
            "N-DSM",
            "R-ASM",
            "V-AAI-3S",
            "N-ASM",
            "A-GPN",
            "PREP",
            "R-GSM",
            "CONJ",
            "T-APM",
            "N-APM",
            "V-AAI-3S"
          ],
          "bronwoorden": [
            "επ",
            "εσχατων",
            "των",
            "ημερων",
            "τουτων",
            "ελαλησεν",
            "ημιν",
            "εν",
            "υιω",
            "ον",
            "εθηκεν",
            "κληρονομον",
            "παντων",
            "δι",
            "ου",
            "και",
            "τους",
            "αιωνας",
            "εποιησεν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:2",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen;",
      "text1637": "[c] De welcke also hy is [10] het afschijnsel [sijner] heerlickheyt, ende [11] het uytge-druckte beeldt [12] sijner self-standicheyt, ende alle dingen [13] draeght [14] door het woort sijner cracht, [15] na dat hy de reynichmakinge onser sonden door hem selven te wege gebracht heeft, [16] is geseten aen de rechter-[handt] der Majesteyt in de hoogste [hemelen]:",
      "text2026": "Die, zo Hij is het Afschijnsel van Zijn heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld van Zijn zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, nadat Hij de reinigmaking van onze zonden door Zichzelf te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 het afschijnsel: Namelijk in wien de gehele heerlijkheid des Vaders, dat is Zijn Goddelijk wezenen Goddelijke eigenschappen, volkomen zijn, en als in een uitgedrukt beeld voor ogen gesteld worden. Hetwelk enigen verstaan van Christus naar Zijn menselijke natuur, waarin Hij door Zijn leer, werken en wonderdaden, de wijsheid, rechtvaardigheid, almachtigheid en grondeloze barmhartigheid Gods ons ten volle heeft geopenbaard, zoals Joh. 1:14, 1:18, en Joh. 14:9, 14:10, 14:11, ook wordt aangewezen. Doch waar deze titels hier den Zoon Gods worden gegeven als Schepper en Onderhouder aller dingen, hetwelk Hem naar Zijn Goddelijke natuur alleen toekomt, zo moeten deze twee titels van Christus verstaan worden voorzover Hij de eeuwige Zoon Gods is, en een licht van het eeuwige licht, van één wezen en heerlijkheid met den Vader, nochtans van de zelfstandigheid des Vaders onderscheiden, door wien de Vader Zijn werkingen uitvoert, en eigenschappen betoont, zoals de zon door haar licht de hare. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Johannes 14:9: Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader? Johannes 14:10: Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken. Johannes 14:11: Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve.",
          "text1637": "N. in den welcken de geheele heerlickheyt des Vaders, dat is, sijn Godtlick wesen ende Godtlicke eygenschappen volkomelick zijn, ende als in een uytgedruckt beeldt voor oogen gestelt worden. Het welck eenige verstaen van Christo na sijne menschelicke natuere, in de welcke hy door sijne leere, wercken, ende wonderdaden, de wijsheyt, rechtveerdigheyt, almachtigheyt, ende grondeloose barmhertigheyt Godts ons ten vollen heeft geopenbaert, gelijck Ioan. 1.14, 15. ende 14.9, 10, 11. oock wort aengewesen. Doch gemerckt dese tytelen hier den sone Godts worden gegeven als een schepper ende onderhouder van alle dingen, het welck hem nae sijne Godtlicke natuere alleen toekomt, soo moeten dese twee tytelen verstaen worden van Christo voor so veel hy de eeuwige Sone Godts is, ende een licht van het eeuwigh licht, eenes wesens ende heerlickheyts met den Vader, nochtans van de selfstandigheydt des Vaders onderscheyden, door welcken de Vader sijne werckingen uytvoert, ende eygenschappen betoont: gelijck de Sonne door haer licht de hare.",
          "text2026": "10 het afschijnsel: Namelijk in wie de gehele heerlijkheid van de Vader, dat is Zijn Goddelijk wezenen Goddelijke eigenschappen, volkomen zijn, en als in een uitgedrukt beeld voor ogen gesteld worden. Dat enige verstaan van Christus naar Zijn menselijke natuur, waarin Hij door Zijn leer, werken en wonderdaden, de wijsheid, rechtvaardigheid, almachtigheid en grondeloze barmhartigheid van God ons ten volle heeft geopenbaard, zoals Joh. 1:14, 1:18, en Joh. 14:9, 14:10, 14:11, ook wordt aangewezen. Maar waar deze titels hier de Zoon van God worden gegeven als Schepper en Onderhouder alle dingen, dat Hem naar Zijn Goddelijke natuur alleen toekomt, zo moeten deze twee titels van Christus verstaan worden voorzover Hij de eeuwige Zoon van God is, en een licht van het eeuwige licht, van één wezen en heerlijkheid met de Vader, nochtans van de zelfstandigheid van de Vader onderscheiden, door wie de Vader Zijn werkingen uitvoert, en eigenschappen betoont, zoals de zon door haar licht de haar. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard. Johannes 14:9: Jezus zei tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt u Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien; en hoe zegt u: Toon ons de Vader? Johannes 14:10: Gelooft u niet, dat Ik in de Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelf niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken. Johannes 14:11: Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is; en als niet, zo gelooft Mij om de werken zelve."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 het uitgedrukte: Of afdruksel. Omdat de persoon des Zoons den persoon des Vaders volkomenlijk afbeeldt, gelijk een afdruk van het zegel. Waarom Hij ook het beeld des onzienlijken Gods wordt genoemd; Kol. 1:15. Kolossensen 1:15: Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.",
          "text1637": "Ofte, afdrucksel. Om dat de persoon des Soons den persoon des Vaders volkomelick afbeeldt, gelijck een afdruck het zegel. waerom hy oock het beeldt des onsienlicken Godts wort genaemt, Coloss. 1.15.",
          "text2026": "11 het uitgedrukte: Of afdruksel. Omdat de persoon van de Zoon de persoon van de Vader volkomenlijk afbeeldt, gelijk een afdruk van het zegel. Waarom Hij ook het beeld van het onzichtbare Gods wordt genoemd; Kol. 1:15. Kolossensen 1:15: Dewelke het Beeld is van het onzichtbare Gods, de Eerstgeborene alle kreaturen."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 Zijner zelfstandigheid: Grieks hypostaseos; dat is, der zelfstandigheid, of persoon, waardoor de persoon des Vaders wordt verstaan, voorzover Hij van den Zoon is onderscheiden, en van Zichzelf en in Zichzelf bestaat, en als een oorsprong is van den persoon des Zoons, door ene eeuwige en onuitsprekelijke generatie (voortbrenging). Zie Spreuk. 8:22, enz.; Micha 5:1; Joh. 1:14, 1:18. Spreuken 8:22: De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. Micha 5:1: En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.",
          "text1637": "Gr. hypostaseos, dat is, selfstandigheyts, ofte persoons, waer door de persoon des Vaders wordt verstaen, voor so veel hy van den Sone is onderscheyden, ende van hem selven ende in hem selven bestaet, ende als een oorspronck is van den persoon des Soons, door een eeuwige ende onuytsprekelicke generatie. Siet Prov. 8. vers 22, etc. Mich. 5.1. Ioan. 1.14, 18.",
          "text2026": "12 Zijn zelfstandigheid: Grieks hypostaseos; dat is, van de zelfstandigheid, of persoon, waardoor de persoon van de Vader wordt verstaan, voorzover Hij van de Zoon is onderscheiden, en van Zichzelf en in Zichzelf bestaat, en als een oorsprong is van de persoon van de Zoon, door ene eeuwige en onuitsprekelijke generatie (voortbrenging). Zie Spreuk. 8:22, enz.; Micha 5:1; Joh. 1:14, 1:18. Spreuken 8:22: De JAHWEH bezat Mij in het begin van Zijn weg, voor Zijn werken, van toen aan. Micha 5:1: En u, Bethlehem Efratha! bent u klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen van de eeuwigheid. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ondersteunt of onderhoudt of doet bestaan; Kol. 1:17. Kolossensen 1:17: En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;",
          "text1637": "D. ondersteunt, ofte onderhoudt, ofte doet bestaen. Coloss. 1.17.",
          "text2026": "Dat is, ondersteunt of onderhoudt of doet bestaan; Kol. 1:17. Kolossensen 1:17: En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;"
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 door het woord: Dat is, door Zijn almachtigen wil of bevel; Ps. 33:9. Psalmen 33:9: Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.",
          "text1637": "Dat is, door sijnen almachtigen wille ofte bevel. Psal. 33. vers 9.",
          "text2026": "14 door het woord: Dat is, door Zijn almachtigen wil of bevel; Ps. 33:9. Psalmen 33:9: Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 nadat Hij: Dit is een nieuwe reden, waarom de Zoon Gods tot een erfgenaam en Heere van alles is gesteld, namelijk omdat Hij de reinigmaking onzer zonden heeft teweeggebracht, toen Hij het vlees heeft aangenomen, en zichzelf door den eeuwigen Geest Zijn Vader als onzen enigen hogepriester onstraffelijk heeft opgeofferd, en daarvoor ter rechterhand Gods, als onze eeuwige Koning, is gesteld, waarover in Hebr. 2,5 breder zal worden gehandeld.",
          "text1637": "Dit is een nieuwe reden, waerom de Sone Godts tot een erfgenaem ende Heere van alles is gestelt, Namel. om dat hy de reynichmakinge onser sonden heeft te wege gebracht, als hy nu het vleesch heeft aengenomen, ende hem selven door den eeuwigen Geest sijnen Vader als onsen eenigen Hooge-priester onstraffelick heeft opgeoffert, ende daer over ter rechter-handt Godts, als onsen eeuwigen Coninck, is gestelt: waer van in het vijfde ende volgende capit. breeder sal worden gehandelt.",
          "text2026": "15 nadat Hij: Dit is een nieuwe reden, waarom de Zoon van God tot een erfgenaam en Heer van alles is gesteld, namelijk omdat Hij de reinigmaking onze zonden heeft teweeggebracht, toen Hij het vlees heeft aangenomen, en zichzelf door de eeuwige Geest Zijn Vader als onze enige hogepriester onstraffelijk heeft opgeofferd, en daarvoor ter rechterhand van God, als onze eeuwige Koning, is gesteld, waarover in Hebr. 2,5 breder zal worden gehandeld."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 is gezeten: Hiervan zie de verklaringen op Ef. 1:20; 1 Kor. 15:25, en elders. Efeziërs 1:20: Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel; 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.",
          "text1637": "Hier van siet de verklaringhen op Ephes. 1.20. 1.Cor. 15.25. ende elders.",
          "text2026": "16 is gezeten: Hiervan zie de verklaringen op Ef. 1:20; 1 Kor. 15:25, en elders. Efeziërs 1:20: Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in de hemel; 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kor. 4:4; Filip. 2:6; Kolos. 1:15. 2 Korinthiërs 4:4: In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is. Filippensen 2:6: Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Kolossensen 1:15: Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.",
          "text1637": "2.Corint. 4.4. Phil. 2.6. Coloss. 1.15.",
          "text2026": "2 Kor. 4:4; Filip. 2:6; Kolos. 1:15. 2 Korinthiërs 4:4: In dewelke de god van deze eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk van de ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het Beeld van God is. Filippensen 2:6: Die in de gestalte van God zijnde, geen roof geacht heeft voor God even gelijk te zijn; Kolossensen 1:15: Dewelke het Beeld is van het onzichtbare Gods, de Eerstgeborene alle kreaturen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ος",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-NSM"
        },
        {
          "woord": "ων",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "απαυγασμα",
          "strongs": "G541",
          "lemma_strongs": "G541",
          "morfologie": "N-NSN"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "δοξης",
          "strongs": "G1391",
          "lemma_strongs": "G1391",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "χαρακτηρ",
          "strongs": "G5481",
          "lemma_strongs": "G5481",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "υποστασεως",
          "strongs": "G5287",
          "lemma_strongs": "G5287",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "φερων",
          "strongs": "G5342",
          "lemma_strongs": "G5342",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APN"
        },
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-APN"
        },
        {
          "woord": "τω",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DSN"
        },
        {
          "woord": "ρηματι",
          "strongs": "G4487",
          "lemma_strongs": "G4487",
          "morfologie": "N-DSN"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "δυναμεως",
          "strongs": "G1411",
          "lemma_strongs": "G1411",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "εαυτου",
          "strongs": "G1438",
          "lemma_strongs": "G1438",
          "morfologie": "F-3GSM"
        },
        {
          "woord": "καθαρισμον",
          "strongs": "G2512",
          "lemma_strongs": "G2512",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "ποιησαμενος",
          "strongs": "G4160",
          "lemma_strongs": "G4160",
          "morfologie": "V-AMP-NSM"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPF"
        },
        {
          "woord": "αμαρτιων",
          "strongs": "G266",
          "lemma_strongs": "G266",
          "morfologie": "N-GPF"
        },
        {
          "woord": "ημων",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1GP"
        },
        {
          "woord": "εκαθισεν",
          "strongs": "G2523",
          "lemma_strongs": "G2523",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "δεξια",
          "strongs": "G1188",
          "lemma_strongs": "G1188",
          "morfologie": "A-DSF"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "μεγαλωσυνης",
          "strongs": "G3172",
          "lemma_strongs": "G3172",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "υψηλοις",
          "strongs": "G5308",
          "lemma_strongs": "G5308",
          "morfologie": "A-DPN"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Die, zo Hij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het Afschijnsel van Zijn heerlijkheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> het uitgedrukte Beeld<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> van Zijn zelfstandigheid, en alle dingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> draagt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> door het woord van Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kracht, nadat Hij de reinigmaking van onze zonden door Zichzelf te weeg gebracht heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> is gezeten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Dewelke, alzo Hij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> het uitgedrukte Beeld<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Zijner zelfstandigheid, en alle dingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> draagt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> door het woord Zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> De welcke also hy is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het afschijnsel [<i>sijner</i>] heerlickheyt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> het uytge-druckte beeldt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> sijner self-standicheyt, ende alle dingen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> draeght <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> door het woort sijner cracht, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> na dat hy de reynichmakinge onser sonden door hem selven te wege gebracht heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> is geseten aen de rechter-[<i>handt</i>] der Majesteyt in de hoogste [<i>hemelen</i>]:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dewelke, alzo",
          "new": "Die, zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "onzer",
          "new": "van onze",
          "principe": "V875"
        },
        {
          "old": "Zichzelven",
          "new": "Zichzelf",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Die, zo Hij is het Afschijnsel van Zijn heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld van Zijn zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord van Zijn kracht, nadat Hij de reinigmaking van onze zonden door Zichzelf te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3739",
            "G1510",
            "G541",
            "G3588",
            "G1391",
            "G2532",
            "G5481",
            "G3588",
            "G5287",
            "G846",
            "G5342",
            "G5037",
            "G3588",
            "G3956",
            "G3588",
            "G4487",
            "G3588",
            "G1411",
            "G846",
            "G1223",
            "G1438",
            "G2512",
            "G4160",
            "G3588",
            "G266",
            "G1473",
            "G2523",
            "G1722",
            "G1188",
            "G3588",
            "G3172",
            "G1722",
            "G5308"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3739",
            "G1510",
            "G541",
            "G3588",
            "G1391",
            "G2532",
            "G5481",
            "G3588",
            "G5287",
            "G846",
            "G5342",
            "G5037",
            "G3588",
            "G3956",
            "G3588",
            "G4487",
            "G3588",
            "G1411",
            "G846",
            "G1223",
            "G1438",
            "G2512",
            "G4160",
            "G3588",
            "G266",
            "G1473",
            "G2523",
            "G1722",
            "G1188",
            "G3588",
            "G3172",
            "G1722",
            "G5308"
          ],
          "morfologie": [
            "R-NSM",
            "V-PAP-NSM",
            "N-NSN",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "CONJ",
            "N-NSM",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "P-GSM",
            "V-PAP-NSM",
            "PRT",
            "T-APN",
            "A-APN",
            "T-DSN",
            "N-DSN",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "P-GSM",
            "PREP",
            "F-3GSM",
            "N-ASM",
            "V-AMP-NSM",
            "T-GPF",
            "N-GPF",
            "P-1GP",
            "V-AAI-3S",
            "PREP",
            "A-DSF",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "PREP",
            "A-DPN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ος",
            "ων",
            "απαυγασμα",
            "της",
            "δοξης",
            "και",
            "χαρακτηρ",
            "της",
            "υποστασεως",
            "αυτου",
            "φερων",
            "τε",
            "τα",
            "παντα",
            "τω",
            "ρηματι",
            "της",
            "δυναμεως",
            "αυτου",
            "δι",
            "εαυτου",
            "καθαρισμον",
            "ποιησαμενος",
            "των",
            "αμαρτιων",
            "ημων",
            "εκαθισεν",
            "εν",
            "δεξια",
            "της",
            "μεγαλωσυνης",
            "εν",
            "υψηλοις"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:3",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24,
              25,
              26,
              27,
              28,
              29,
              30,
              31,
              32
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5671",
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitnemender Naam boven hen geërfd heeft.",
      "text1637": "So veel treflijcker geworden dan de Engelen, [17] als hy [d] uytnemender naem boven haer [18] ge-erft heeft.",
      "text2026": "Zoveel voortreffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitmuntender Naam boven hen geërfd heeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 uitnemender Naam: Grieks verschilliger, of, verscheidener naam; dat is, waardiger, of uitnemender. Zie hierna Hebr. 8:6; welke naam is de naam van Zoon, gelijk vers 5 bewijst. Hebreeën 8:6: En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 1:5: Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik U gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?",
          "text1637": "Gr. verschilliger, ofte, verscheydener name, dat is, weerdiger, ofte uytnemender. Siet hier nae capit. 8.6. welcke naem is de naem van Sone, gelijck het volgende vers bewijst.",
          "text2026": "17 uitmuntender Naam: Grieks verschilliger, of, verscheidener naam; dat is, waardiger, of uitmuntender. Zie hierna Hebr. 8:6; welke naam is de naam van Zoon, gelijk vers 5 bewijst. Hebreeën 8:6: En nu heeft Hij zoveel uitmuntender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, dat in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 1:5: Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: u bent Mijn Zoon, heden heb ik U gegenereerd? En opnieuw: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 geërfd heeft: Namelijk naar Zijn Goddelijke natuur, door Zijn eeuwige geboorte van den Vader, met welke de menselijke natuur in enigheid des persoons is verenigd. Want Christus is maar één Zoon, in welken deze twee naturen bestaan.",
          "text1637": "Namel. nae sijne Godtlicke natuere, door sijne eeuwige gheboorte van den Vader, met welcke de menschelicke natuere in eenigheydt des persoons is vereenight. Want Christus maer een Sone en is, in welcken dese twee naturen bestaen.",
          "text2026": "18 geërfd heeft: Namelijk naar Zijn Goddelijke natuur, door Zijn eeuwige geboorte van de Vader, met welke de menselijke natuur in enigheid van de persoon is verenigd. Want Christus is maar één Zoon, in welke deze twee naturen bestaan."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Filip. 2:9. Filippensen 2:9: Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;",
          "text1637": "Philip. 2.9.",
          "text2026": "Filip. 2:9. Filippensen 2:9: Daarom heeft Hem ook God bovenmate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "τοσουτω",
          "strongs": "G5118",
          "lemma_strongs": "G5118",
          "morfologie": "D-DSN"
        },
        {
          "woord": "κρειττων",
          "strongs": "G2909",
          "lemma_strongs": "G2909",
          "morfologie": "A-NSM-C"
        },
        {
          "woord": "γενομενος",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-2ADP-NSM"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "αγγελων",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "οσω",
          "strongs": "G3745",
          "lemma_strongs": "G3745",
          "morfologie": "K-DSN"
        },
        {
          "woord": "διαφορωτερον",
          "strongs": "G1313",
          "lemma_strongs": "G1313",
          "morfologie": "A-ASN-C"
        },
        {
          "woord": "παρ",
          "strongs": "G3844",
          "lemma_strongs": "G3844",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αυτους",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-APM"
        },
        {
          "woord": "κεκληρονομηκεν",
          "strongs": "G2816",
          "lemma_strongs": "G2816",
          "morfologie": "V-RAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ονομα",
          "strongs": "G3686",
          "lemma_strongs": "G3686",
          "morfologie": "N-ASN"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zoveel voortreffelijker geworden dan de engelen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> uitmuntender Naam boven hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> geërfd heeft.",
      "textSV1888_html": "Zoveel treffelijker geworden dan de engelen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> uitnemender Naam boven hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> geërfd heeft.",
      "text1637_html": "So veel treflijcker geworden dan de Engelen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> als hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> uytnemender naem boven haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> ge-erft heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "treffelijker",
          "new": "voortreffelijker",
          "principe": "V1532"
        },
        {
          "old": "uitnemender",
          "new": "uitmuntender",
          "principe": "V610"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zoveel treffelijker geworden dan de engelen, als Hij uitmuntender Naam boven hen geërfd heeft.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G5118",
            "G2909",
            "G1096",
            "G3588",
            "G32",
            "G3745",
            "G1313",
            "G3844",
            "G846",
            "G2816",
            "G3686"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G5118",
            "G2909",
            "G1096",
            "G3588",
            "G32",
            "G3745",
            "G1313",
            "G3844",
            "G846",
            "G2816",
            "G3686"
          ],
          "morfologie": [
            "D-DSN",
            "A-NSM-C",
            "V-2ADP-NSM",
            "T-GPM",
            "N-GPM",
            "K-DSN",
            "A-ASN-C",
            "PREP",
            "P-APM",
            "V-RAI-3S",
            "N-ASN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "τοσουτω",
            "κρειττων",
            "γενομενος",
            "των",
            "αγγελων",
            "οσω",
            "διαφορωτερον",
            "παρ",
            "αυτους",
            "κεκληρονομηκεν",
            "ονομα"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:4",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5637",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5758",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik U gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?",
      "text1637": "Want tot wien van de Enghelen heeft hy oyt geseght, [e] [19] Ghy zijt mijn Sone, [20] heden hebbe ick u [21] gegenereert? Ende wederom, [f] [22] Ick sal hem tot een Vader zijn, ende hy sal my tot een Sone zijn?",
      "text2026": "Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, vandaag heb ik U gegenereerd? En opnieuw: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 Gij zijt Mijn Zoon: Namelijk eigen en natuurlijke Zoon; want anderszins zijn ook de engelen kinderen Gods, ten opzichte dat zij door God en naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, en tot kinderen aangenomen. Zie Job 1:6; Ps. 89:7. Job 1:6: Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. Psalmen 89:7: Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?",
          "text1637": "Namel. eygen ende natuerlicke Sone: want andersins zijn oock de Engelen kinderen Godts, ten aensien dat sy van Godt ende nae sijn evenbeelt zijn geschapen, ende tot kinderen aengenomen. Siet Iob 1.6. Psal. 89.7.",
          "text2026": "19 u bent Mijn Zoon: Namelijk eigen en natuurlijke Zoon; want anders zijn ook de engelen kinderen van God, ten opzichte dat zij door God en naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, en tot kinderen aangenomen. Zie Job 1:6; Ps. 89:7. Job 1:6: Er was nu een dag, als de kinderen van God kwamen, om zich voor JAHWEH te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. Psalmen 89:7: Want wie mag in de hemel tegen JAHWEH geschat worden? Wie is JAHWEH gelijk, onder de kinderen van de sterke?"
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 heden heb ik u: Dat is, van eeuwigheid, welke heden genoemd wordt, omdat in de eeuwigheid noch begin is noch einde, maar ene gedurigheid die altijd tegenwoordig is. Anderen verstaan het van den tijd waarin deze eeuwige geboorte in de wereld is geopenbaard.",
          "text1637": "Dat is, van eeuwigheyt, welcke heden genaemt wordt om dat in de eeuwigheyt noch begin en is noch eynde, maer eene geduerigheydt die altijdt tegenwoordigh is. Andere verstaen het van den tijdt in welcke dese eeuwige geboorte in de werelt is geopenbaert.",
          "text2026": "20 heden heb ik u: Dat is, van eeuwigheid, welke heden genoemd wordt, omdat in de eeuwigheid noch begin is noch einde, maar ene gedurigheid die altijd tegenwoordig is. Anderen verstaan het van de tijd waarin deze eeuwige geboorte in de wereld is geopenbaard."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of geteeld, gewonnen, geboren; namelijk door een eeuwige, bovennatuurlijke en onbegrijpelijke generatie. Want Hij spreekt van zulk een geboorte, op welke wijze geen engelen noch mensen zijn geboren, maar alleen de Zoon. Waarom Hij ook de eniggeborene van den Vader genoemd wordt, Joh. 1:18; en de eigen Zoon Gods, Rom. 8:32. Deze plaats wordt ook Hand. 13:33, op Zijn opstanding uit de doden toegepast, omdat Hij toen krachtig is bewezen de Zoon Gods te zijn, gelijk Paulus spreekt Rom. 1:4. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Romeinen 8:32: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Handelingen 13:33: Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Romeinen 1:4: Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden) namelijk Jezus Christus, onzen Heere:",
          "text1637": "Ofte, geteelt, gewonnen, geboren. Namel. door een eeuwighe, boven natuerlicke, ende onbegrijpelicke generatie. Want hy spreeckt van sulcke geboorte, op welcke wijse geen Engelen noch menschen en zijn geboren, maer alleen de Sone. Waerom hy oock de eenigh geboren van den Vader genoemt wordt. Ioan. 1.18. ende de eygen Sone Godts. Rom. 8. vers 32. Dese plaetse wort oock Actor. 13.33. op sijne opstandinge uyt den dooden gepast, om dat hy als dan krachtelick is bewesen de Sone Godts te zijn, gelijck Paulus spreeckt Rom. 1.4.",
          "text2026": "Of geteeld, gewonnen, geboren; namelijk door een eeuwige, bovennatuurlijke en onbegrijpelijke generatie. Want Hij spreekt van zulk een geboorte, op welke wijze geen engelen noch mensen zijn geboren, maar alleen de Zoon. Waarom Hij ook de eniggeborene van de Vader genoemd wordt, Joh. 1:18; en de eigen Zoon van God, Rom. 8:32. Deze plaats wordt ook Hand. 13:33, op Zijn opstanding uit de doden toegepast, omdat Hij toen krachtig is bewezen de Zoon van God te zijn, gelijk Paulus spreekt Rom. 1:4. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard. Romeinen 8:32: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Handelingen 13:33: Gelijk ook in de tweede psalm geschreven staat: u bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Romeinen 1:4: Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar de Geest van de heiligmaking, uit de opstanding van de doden) namelijk Jezus Christus, onze Heer:"
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 Ik zal Hem tot een Vader zijn: Deze woorden worden wel van Salomo als een voorbeeld van Christus, die den tempel te Jeruzalem zou bouwen, uitgesproken, maar van Christus Jezus, als de betekenende zaak, vooral verstaan, die den geestelijken tempel, dat is de gemeente Gods, alleen heeft gebouwd, en een Heere daarvan is, gelijk de apostel hierna, Hebr. 3,4,5,6, betuigt en die alleen een koninkrijk zonder einde heeft, gelijk de engel verklaart; Luk. 1:32, 1:33. Lukas 1:32: Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. Lukas 1:33: En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.",
          "text1637": "Dese woorden worden wel van Salomon als een voorbeeldt Christi, die den Tempel te Ierusalem soude bouwen, uytgesproken, maer van Christo Iesu, als de beteeckende sake, voornamelick verstaen, die den geestelicken Tempel, dat is, de Gemeynte Godts, alleen heeft gebouwt, ende een Heere daer van is, gelijck den Aposel hier nae capit. 3.4.5.6. betuyght, ende die alleen een Coninckrijck sonder eynde heeft, als de Enghel verklaert. Luc. 1. versen 32, 33.",
          "text2026": "22 Ik zal Hem tot een Vader zijn: Deze woorden worden wel van Salomo als een voorbeeld van Christus, die de tempel te Jeruzalem zou bouwen, uitgesproken, maar van Christus Jezus, als de betekenende zaak, vooral verstaan, die de geestelijke tempel, dat is de gemeente van God, alleen heeft gebouwd, en een Heer daarvan is, gelijk de apostel hierna, Hebr. 3,4,5,6, betuigt en die alleen een koninkrijk zonder einde heeft, gelijk de engel verklaart; Luk. 1:32, 1:33. Lukas 1:32: Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden; en God, de Heer, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. Lukas 1:33: En Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn in eeuwigheid, en Zijn Koninkrijks zal geen einde zijn."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 2:7; Hand. 13:33; Hebr. 5:5. Psalmen 2:7: Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Handelingen 13:33: Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Hebreeën 5:5: Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.",
          "text1637": "Psal. 2.7. Actor. 13.33. Hebr. 5.5.",
          "text2026": "Ps. 2:7; Hand. 13:33; Hebr. 5:5. Psalmen 2:7: Ik zal van het besluit verhalen: JAHWEH heeft tot Mij gezegd: u bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Handelingen 13:33: Gelijk ook in de tweede psalm geschreven staat: u bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Hebreeën 5:5: Zo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: u bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Sam. 7:14; 1 Kron. 22:10. 2 Samuël 7:14: Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; dewelke als hij misdoet, zo zal Ik hem met een mensenroede en met plagen der mensenkinderen straffen. 1 Kronieken 22:10: Die zal Mijn Naam een huis bouwen, en die zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader; en Ik zal den troon zijns rijks over Israël bevestigen tot in eeuwigheid.",
          "text1637": "2.Sam. 7.14. 1.Paral. 22.10.",
          "text2026": "2 Sam. 7:14; 1 Kron. 22:10. 2 Samuël 7:14: Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; dewelke als hij misdoet, zo zal Ik hem met een mensenroede en met plagen van de mensenkinderen straffen. 1 Kronieken 22:10: Die zal Mijn Naam een huis bouwen, en die zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader; en Ik zal de troon van Zijn rijk over Israël bevestigen tot in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "τινι",
          "strongs": "G5101",
          "lemma_strongs": "G5101",
          "morfologie": "I-DSM"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ειπεν",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-2AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ποτε",
          "strongs": "G4218",
          "lemma_strongs": "G4218",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "αγγελων",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "υιος",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "μου",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1GS"
        },
        {
          "woord": "ει",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAI-2S"
        },
        {
          "woord": "συ",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2NS"
        },
        {
          "woord": "εγω",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1NS"
        },
        {
          "woord": "σημερον",
          "strongs": "G4594",
          "lemma_strongs": "G4594",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "γεγεννηκα",
          "strongs": "G1080",
          "lemma_strongs": "G1080",
          "morfologie": "V-RAI-1S"
        },
        {
          "woord": "σε",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2AS"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παλιν",
          "strongs": "G3825",
          "lemma_strongs": "G3825",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "εγω",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1NS"
        },
        {
          "woord": "εσομαι",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-FDI-1S"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "πατερα",
          "strongs": "G3962",
          "lemma_strongs": "G3962",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αυτος",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-NSM"
        },
        {
          "woord": "εσται",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-FDI-3S"
        },
        {
          "woord": "μοι",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1DS"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "υιον",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-ASM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>U bent Mijn Zoon,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> vandaag heb ik U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> gegenereerd?</i></span> En opnieuw:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Gij zijt Mijn Zoon,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heden heb ik U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> gegenereerd? En wederom:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?",
      "text1637_html": "Want tot wien van de Enghelen heeft hy oyt geseght, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Ghy zijt mijn Sone, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heden hebbe ick u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> gegenereert? Ende wederom, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Ick sal hem tot een Vader zijn, ende hy sal my tot een Sone zijn?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wien",
          "new": "wie",
          "principe": "V34"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "heden",
          "new": "vandaag",
          "principe": "V986"
        },
        {
          "old": "wederom:",
          "new": "opnieuw:",
          "principe": "V6"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, vandaag heb ik U gegenereerd? En opnieuw: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G5101",
            "G1063",
            "G3004",
            "G4218",
            "G3588",
            "G32",
            "G5207",
            "G1473",
            "G1510",
            "G4771",
            "G1473",
            "G4594",
            "G1080",
            "G4771",
            "G2532",
            "G3825",
            "G1473",
            "G1510",
            "G846",
            "G1519",
            "G3962",
            "G2532",
            "G846",
            "G1510",
            "G1473",
            "G1519",
            "G5207"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G5101",
            "G1063",
            "G3004",
            "G4218",
            "G3588",
            "G32",
            "G5207",
            "G1473",
            "G1510",
            "G4771",
            "G1473",
            "G4594",
            "G1080",
            "G4771",
            "G2532",
            "G3825",
            "G1473",
            "G1510",
            "G846",
            "G1519",
            "G3962",
            "G2532",
            "G846",
            "G1510",
            "G1473",
            "G1519",
            "G5207"
          ],
          "morfologie": [
            "I-DSM",
            "CONJ",
            "V-2AAI-3S",
            "PRT",
            "T-GPM",
            "N-GPM",
            "N-NSM",
            "P-1GS",
            "V-PAI-2S",
            "P-2NS",
            "P-1NS",
            "ADV",
            "V-RAI-1S",
            "P-2AS",
            "CONJ",
            "ADV",
            "P-1NS",
            "V-FDI-1S",
            "P-DSM",
            "PREP",
            "N-ASM",
            "CONJ",
            "P-NSM",
            "V-FDI-3S",
            "P-1DS",
            "PREP",
            "N-ASM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "τινι",
            "γαρ",
            "ειπεν",
            "ποτε",
            "των",
            "αγγελων",
            "υιος",
            "μου",
            "ει",
            "συ",
            "εγω",
            "σημερον",
            "γεγεννηκα",
            "σε",
            "και",
            "παλιν",
            "εγω",
            "εσομαι",
            "αυτω",
            "εις",
            "πατερα",
            "και",
            "αυτος",
            "εσται",
            "μοι",
            "εις",
            "υιον"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:5",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24,
              25,
              26
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5627",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            "G5758",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5695",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5695",
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.",
      "text1637": "Ende als hy wederom den eerst-geboren [23] inbrenght inde werelt, seght hy, [g] Ende dat alle Engelen Godts hem aenbidden.",
      "text2026": "En als Hij opnieuw de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen van God Hem aanbidden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 inbrengt in de wereld: Namelijk in den Ps. 97, waar een beschrijving is van de komst des Heeren in de wereld, om een nieuw koninkrijk op te richten; hetwelk is vervuld toen Christus mens is geworden en onder ons heeft gewoond, vol genade en heerlijkheid, Joh. 1:14, toen ook de menigte der hemelse heirscharen Hem hebben aangebeden, en Zijn naam groot gemaakt; Luk. 2:13, enz. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. Lukas 2:13: En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende:",
          "text1637": "N. in den 97 Psalm, alwaer een beschrijvinge is van de komste des Heeren in de werelt, om een nieuw Coninckrijck op te rechten: ’t welck is vervult wanneer Christus mensche is geworden, ende onder ons heeft gewoont, vol genade ende heerlickheyt. Ioan. 1.14. wanneer oock de menichte der hemelscher heyrscharen hem hebben aengebeden, ende sijnen name groot gemaeckt. Luc. 2.13, etc.",
          "text2026": "23 inbrengt in de wereld: Namelijk in de Ps. 97, waar een beschrijving is van de komst van de Heern in de wereld, om een nieuw koninkrijk op te richten; dat is vervuld toen Christus mens is geworden en onder ons heeft gewoond, vol genade en heerlijkheid, Joh. 1:14, toen ook de menigte van de hemelse heirscharen Hem hebben aangebeden, en Zijn naam groot gemaakt; Luk. 2:13, enz. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Lukas 2:13: En ogenblikkelijk was er met de engel een menigte van het hemelse heirlegers, prijzende God en zeggende:"
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 97:7. Psalmen 97:7: Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!",
          "text1637": "Psal. 97.7.",
          "text2026": "Ps. 97:7. Psalmen 97:7: Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle u goden!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "οταν",
          "strongs": "G3752",
          "lemma_strongs": "G3752",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παλιν",
          "strongs": "G3825",
          "lemma_strongs": "G3825",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "εισαγαγη",
          "strongs": "G1521",
          "lemma_strongs": "G1521",
          "morfologie": "V-2AAS-3S"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "πρωτοτοκον",
          "strongs": "G4416",
          "lemma_strongs": "G4416",
          "morfologie": "A-ASM-S"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "οικουμενην",
          "strongs": "G3625",
          "lemma_strongs": "G3625",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "λεγει",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "προσκυνησατωσαν",
          "strongs": "G4352",
          "lemma_strongs": "G4352",
          "morfologie": "V-AAM-3P"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "παντες",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NPM"
        },
        {
          "woord": "αγγελοι",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-NPM"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "En als Hij opnieuw de Eerstgeborene<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> inbrengt in de wereld, zegt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Hij: <span class=\"god-speaks\"><i>En dat alle engelen van God Hem aanbidden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En als Hij wederom den Eerstgeborene<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> inbrengt in de wereld, zegt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Hij: En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.",
      "text1637_html": "Ende als hy wederom den eerst-geboren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> inbrenght inde werelt, seght hy, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Ende dat alle Engelen Godts hem aenbidden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederom den",
          "new": "opnieuw de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Gods",
          "new": "van God",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En als Hij opnieuw de Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij: En dat alle engelen van God Hem aanbidden.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3752",
            "G1161",
            "G3825",
            "G1521",
            "G3588",
            "G4416",
            "G1519",
            "G3588",
            "G3625",
            "G3004",
            "G2532",
            "G4352",
            "G846",
            "G3956",
            "G32",
            "G2316"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3752",
            "G1161",
            "G3825",
            "G1521",
            "G3588",
            "G4416",
            "G1519",
            "G3588",
            "G3625",
            "G3004",
            "G2532",
            "G4352",
            "G846",
            "G3956",
            "G32",
            "G2316"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "CONJ",
            "ADV",
            "V-2AAS-3S",
            "T-ASM",
            "A-ASM-S",
            "PREP",
            "T-ASF",
            "N-ASF",
            "V-PAI-3S",
            "CONJ",
            "V-AAM-3P",
            "P-DSM",
            "A-NPM",
            "N-NPM",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "οταν",
            "δε",
            "παλιν",
            "εισαγαγη",
            "τον",
            "πρωτοτοκον",
            "εις",
            "την",
            "οικουμενην",
            "λεγει",
            "και",
            "προσκυνησατωσαν",
            "αυτω",
            "παντες",
            "αγγελοι",
            "θεου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:6",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5632",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            "G5657",
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.",
      "text1637": "Ende [24] tot de Engelen seght hy wel, [h] Die sijn Engelen [25] maeckt geesten, ende sijne Dienaers [26] een vlamme des vyers:",
      "text2026": "En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaren een vlam van het vuur.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 tot de engelen: Of van de engelen, naar een Hebreeuwse wijze van spreken. Zie Gen. 20:2; Jes. 41:7. Genesis 20:2: Als nu Abraham van Sara, zijn huisvrouw, gezegd had: Zij is mijn zuster, zo zond Abimelech, de koning van Gerar, en nam Sara weg. Jesaja 41:7: En de werkmeester versterkte den goudsmid; die met den hamer glad maakt, dien, die op het aambeeld slaat, zeggende van het soldeersel: Het is goed; daarna maakt hij het vast met nagelen, dat het niet wankele.",
          "text1637": "Ofte, van de Engelen, nae eene Hebreeusche wijse van spreken. Siet Genes. 20.2. Iesai. 41.7.",
          "text2026": "24 tot de engelen: Of van de engelen, naar een Hebreeuwse wijze van spreken. Zie Gen. 20:2; Jes. 41:7. Genesis 20:2: Als nu Abraham van Sara, zijn huisvrouw, gezegd had: Zij is mijn zuster, zo zond Abimelech, de koning van Gerar, en nam Sara weg. Jesaja 41:7: En de werkmeester versterkte de goudsmid; die met de hamer glad maakt, die, die op het aambeeld slaat, zeggende van het soldeersel: Het is goed; daarna maakt hij het vast met nagelen, dat het niet wankele."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 maakt geesten: Dat is, als geesten of winden om Hem snel te gehoorzamen.",
          "text1637": "Dat is, als geesten, ofte winden om hem snellick te gehoorsamen.",
          "text2026": "25 maakt geesten: Dat is, als geesten of winden om Hem snel te gehoorzamen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 een vlam des vuurs: Dat is, gelijk een vlam des vuurs, om als een vuur en bliksem Zijn bevelen krachtig uit te voeren.",
          "text1637": "D. als een vlamme des vyers, om als een vyer ende blicksem sijne bevelen krachtelick uyt te voeren.",
          "text2026": "26 een vlam van het vuur: Dat is, gelijk een vlam van het vuur, om als een vuur en bliksem Zijn bevelen krachtig uit te voeren."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 104:4. Psalmen 104:4: Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.",
          "text1637": "Psal. 104.4.",
          "text2026": "Ps. 104:4. Psalmen 104:4: Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaren tot een vlammend vuur."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "προς",
          "strongs": "G4314",
          "lemma_strongs": "G4314",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "μεν",
          "strongs": "G3303",
          "lemma_strongs": "G3303",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "αγγελους",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "λεγει",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "ποιων",
          "strongs": "G4160",
          "lemma_strongs": "G4160",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "αγγελους",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "πνευματα",
          "strongs": "G4151",
          "lemma_strongs": "G4151",
          "morfologie": "N-APN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "λειτουργους",
          "strongs": "G3011",
          "lemma_strongs": "G3011",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "πυρος",
          "strongs": "G4442",
          "lemma_strongs": "G4442",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "φλογα",
          "strongs": "G5395",
          "lemma_strongs": "G5395",
          "morfologie": "N-ASF"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> tot de engelen zegt Hij wel:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Die Zijn engelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> maakt geesten, en Zijn dienaren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> een vlam van het vuur.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> tot de engelen zegt Hij wel:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Die Zijn engelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> maakt geesten, en Zijn dienaars<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> een vlam des vuurs.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> tot de Engelen seght hy wel, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Die sijn Engelen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> maeckt geesten, ende sijne Dienaers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> een vlamme des vyers:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dienaars",
          "new": "dienaren",
          "principe": "V489"
        },
        {
          "old": "des vuurs.",
          "new": "van het vuur.",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaren een vlam van het vuur.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G4314",
            "G3303",
            "G3588",
            "G32",
            "G3004",
            "G3588",
            "G4160",
            "G3588",
            "G32",
            "G846",
            "G4151",
            "G2532",
            "G3588",
            "G3011",
            "G846",
            "G4442",
            "G5395"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G4314",
            "G3303",
            "G3588",
            "G32",
            "G3004",
            "G3588",
            "G4160",
            "G3588",
            "G32",
            "G846",
            "G4151",
            "G2532",
            "G3588",
            "G3011",
            "G846",
            "G4442",
            "G5395"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "PREP",
            "PRT",
            "T-APM",
            "N-APM",
            "V-PAI-3S",
            "T-NSM",
            "V-PAP-NSM",
            "T-APM",
            "N-APM",
            "P-GSM",
            "N-APN",
            "CONJ",
            "T-APM",
            "N-APM",
            "P-GSM",
            "N-GSN",
            "N-ASF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "προς",
            "μεν",
            "τους",
            "αγγελους",
            "λεγει",
            "ο",
            "ποιων",
            "τους",
            "αγγελους",
            "αυτου",
            "πνευματα",
            "και",
            "τους",
            "λειτουργους",
            "αυτου",
            "πυρος",
            "φλογα"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:7",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.",
      "text1637": "Maer [27] tot den Sone [seght hy], [i] Uwen [28] throon, O Godt, is in alle eeuwicheyt: De scepter uwes Coninckrijcks is [29] een rechte scepter.",
      "text2026": "Maar tot de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de scepter van Uw koninkrijk is een rechte scepter.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 tot den Zoon: Of van den Zoon, gelijk vers 7. Hebreeën 1:7: En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs.",
          "text1637": "Ofte, van den Sone, gelijck vers 7.",
          "text2026": "27 tot de Zoon: Of van de Zoon, gelijk vers 7. Hebreeën 1:7: En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaren een vlam van het vuur."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 troon, o God: Deze woorden in Ps. 45, moeten noodzakelijk van Christus, den waren bruidegom en koning Zijner gemeente, verstaan worden. Want dat de Joden nu zeggen, dat zij van Salomo moeten verstaan worden, is ongerijmd, daar Salomo nergens God wordt genoemd, noch zijn troon eeuwig is geweest, maar alleen veertig jaren geduurd heeft, en zijn scepter, en zijner nakomelingen scepter is niet altijd geweest een scepter der gerechtigheid, dewijl er vele gebreken en ongerechtigheden in zijn en zijner nakomelingen regering zijn geweest, zoals de boeken der Koningen betuigen. En het is niet waarschijnlijk, dat het huwelijk van Salomo met de dochter van Faraö gedurig in de gemeente Gods zou moeten geprezen en gezongen worden, gelijk het opschrift van Ps. 45:1, meebrengt. Hetwelk zo klaar is, dat zelfs de Joodse rabbijnen erkennen, dat deze psalm van den Messias moet verstaan worden. Doch de autoriteit van den apostel is hierin genoeg en boven alle tegenspraak. Door den troon wordt de heerlijkheid, en door den scepter de kracht dezer regering verstaan. Psalmen 45:1: Een onderwijzing, een lied der liefde, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim.",
          "text1637": "Dese woorden in den 45 Psalm, moeten noodtsakelick van Christo, de ware Bruydegom ende Coninck sijner Gemeynte, verstaen worden. Want dat de Ioden nu seggen datse van Salomon moeten verstaen worden, is ongerijmt, overmits Salomon nergens Godt en wordt genaemt, noch sijnen throon eeuwich en is gheweest, maer alleen veertich jaren geduert heeft, ende sijnen scepter, noch sijner naekomelingen scepter en is niet altijdt geweest eenen scepter der gerechtigheydt, dewijle daer vele gebreken ende ongerechtigheden in sijne ende sijner nakomelingen regeringe zijn geweest, gelijck de Boecken der Coningen betuygen. Ende en is niet waerschijnlick dat het Houwelick Salomons met de dochter van Pharao geduerich in de Gemeynte Godts soude moeten gepresen ende gesongen worden, gelijck het op-schrift des Psalms vers 1. mede brenght. Het welck soo klaer is, dat selve de Ioodtsche Rabbinen bekennen dat dese Psalm van den Messias moet verstaen worden. Doch de autoriteyt des Apostels is hier in genoech, ende boven alle tegen-spreken. Door den throon wordt de heerlickheydt, ende door den Scepter de kracht deser regeringe verstaen.",
          "text2026": "28 troon, o God: Deze woorden in Ps. 45, moeten noodzakelijk van Christus, de waren bruidegom en koning Zijn gemeente, verstaan worden. Want dat de Joden nu zeggen, dat zij van Salomo moeten verstaan worden, is ongerijmd, daar Salomo nergens God wordt genoemd, noch zijn troon eeuwig is geweest, maar alleen veertig jaren geduurd heeft, en zijn scepter, en Zijn nakomelingen scepter is niet altijd geweest een scepter van de gerechtigheid, omdat er vele gebreken en ongerechtigheden in zijn en Zijn nakomelingen regering zijn geweest, zoals de boeken van de Koningen betuigen. En het is niet waarschijnlijk, dat het huwelijk van Salomo met de dochter van Faraö gedurig in de gemeente van God zou moeten geprezen en gezongen worden, gelijk het opschrift van Ps. 45:1, meebrengt. Dat zo klaar is, dat zelfs de Joodse rabbijnen erkennen, dat deze psalm van de Messias moet verstaan worden. Maar de autoriteit van de apostel is hierin genoeg en boven alle tegenspraak. Door de troon wordt de heerlijkheid, en door de scepter de kracht van deze regering verstaan. Psalmen 45:1: Een onderwijzing, een lied van de liefde, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 een rechte schepter: Dat is, een scepter des rechts, of der rechtheid, dat is, waar geen kromheid noch onrecht plaats heeft.",
          "text1637": "Dat is, een Scepter des rechts, ofte der rechtheydt, dat is, daer geen kromheydt noch onrecht plaetse en heeft.",
          "text2026": "29 een rechte schepter: Dat is, een scepter van het recht, of van de rechtheid, dat is, waar geen kromheid noch onrecht plaats heeft."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 45:7. Psalmen 45:7: Uw troon, o God! is eeuwiglijk en altoos; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter der rechtmatigheid.",
          "text1637": "Psal. 45.7.",
          "text2026": "Ps. 45:7. Psalmen 45:7: Uw troon, o God! is eeuwig en altijd; de scepter Uws Koninkrijks is een scepter van de rechtmatigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "προς",
          "strongs": "G4314",
          "lemma_strongs": "G4314",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "υιον",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θρονος",
          "strongs": "G2362",
          "lemma_strongs": "G2362",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "αιωνα",
          "strongs": "G165",
          "lemma_strongs": "G165",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "αιωνος",
          "strongs": "G165",
          "lemma_strongs": "G165",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "ραβδος",
          "strongs": "G4464",
          "lemma_strongs": "G4464",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "ευθυτητος",
          "strongs": "G2118",
          "lemma_strongs": "G2118",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSF"
        },
        {
          "woord": "ραβδος",
          "strongs": "G4464",
          "lemma_strongs": "G4464",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "βασιλειας",
          "strongs": "G932",
          "lemma_strongs": "G932",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot de Zoon zegt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Hij:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de scepter van Uw koninkrijk is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> een rechte scepter.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot den Zoon zegt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Hij:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> een rechte schepter.",
      "text1637_html": "Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot den Sone [<i>seght hy</i>], <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> throon, O Godt, is in alle eeuwicheyt: De scepter uwes Coninckrijcks is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> een rechte scepter.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "schepter Uws koninkrijks",
          "new": "scepter van Uw koninkrijk",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "schepter.",
          "new": "scepter.",
          "principe": "S5"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar tot de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de scepter van Uw koninkrijk is een rechte scepter.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4314",
            "G1161",
            "G3588",
            "G5207",
            "G3588",
            "G2362",
            "G4771",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1519",
            "G3588",
            "G165",
            "G3588",
            "G165",
            "G4464",
            "G2118",
            "G3588",
            "G4464",
            "G3588",
            "G932",
            "G4771"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4314",
            "G1161",
            "G3588",
            "G5207",
            "G3588",
            "G2362",
            "G4771",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1519",
            "G3588",
            "G165",
            "G3588",
            "G165",
            "G4464",
            "G2118",
            "G3588",
            "G4464",
            "G3588",
            "G932",
            "G4771"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "CONJ",
            "T-ASM",
            "N-ASM",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "P-2GS",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "PREP",
            "T-ASM",
            "N-ASM",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "N-NSF",
            "N-GSF",
            "T-NSF",
            "N-NSF",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "P-2GS"
          ],
          "bronwoorden": [
            "προς",
            "δε",
            "τον",
            "υιον",
            "ο",
            "θρονος",
            "σου",
            "ο",
            "θεος",
            "εις",
            "τον",
            "αιωνα",
            "του",
            "αιωνος",
            "ραβδος",
            "ευθυτητος",
            "η",
            "ραβδος",
            "της",
            "βασιλειας",
            "σου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:8",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.",
      "text1637": "Ghy hebt rechtveerdicheyt lief gehadt, ende ongerechticheyt gehaet: Daerom heeft u, O Godt, [30] uw’ Godt [31] gesalft [32] met olye der vreughde boven uwe [33] mede-genooten.",
      "text2026": "U hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie van de vreugde boven Uw metgezellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 Uw God: Zie de aantekeningen Joh. 20:17. Johannes 20:17: Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.",
          "text1637": "Siet de aenteeckeninge op Ioan. 20.17.",
          "text2026": "30 Uw God: Zie de aantekeningen Joh. 20:17. Johannes 20:17: Jezus zei tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk met den Heiligen Geest, dien Hij in Zijn menselijke natuur ontvangen heeft zonder mate; Joh. 3:34. Johannes 3:34: Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest niet met mate.",
          "text1637": "Namel. met den Heyligen Geest, die hy in sijne menschelicke natuere ontfangen heeft sonder mate. Ioan. 3.34.",
          "text2026": "Namelijk met de Heilige Geest, die Hij in Zijn menselijke natuur ontvangen heeft zonder mate; Joh. 3:34. Johannes 3:34: Want Die God gezonden heeft, Die spreekt de woorden van God; want God geeft Hem de Geest niet met mate."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 met olie der vreugde: Zo worden de gaven des Heiligen Geestes genoemd, omdat zij het hart der mensen wakker en verheugd maken in God en tot hun beroep vaardig en gewillig; Hand. 10:38. Handelingen 10:38: Belangende Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.",
          "text1637": "Soo worden de gaven des Heyligen Geests genoemt, om dat sy het herte der menschen wacker ende verheught maken in Godt, ende tot haer beroep veerdigh ende gewilligh. Actor. 10.38.",
          "text2026": "32 met olie van de vreugde: Zo worden de gaven van de Heiligen Geestes genoemd, omdat zij het hart van de mensen wakker en verheugd maken in God en tot hun beroep bekwaam en gewillig; Hand. 10:38. Handelingen 10:38: Wat betreft Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van de duivel overweldigd waren; want God was met Hem."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uwe broeders, of andere kinderen Gods, waarvan Christus is de eerstgeborene. Want al de leden van het lichaam van Christus, dat is van Zijne gemeente, zijn eenzelfde Geest met Christus deelachtig, zo nochtans dat de volheid der gaven in Christus het hoofd is, maar in de andere leden naar de mate der gave van Christus. Zie Joh. 1:16; Ef. 4:7. Johannes 1:16: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Efeziërs 4:7: Maar aan elkeen van ons is de genade gegeven, naar de maat der gave van Christus.",
          "text1637": "Dat is, uwe broederen, ofte andere kinderen Godts, waer van Christus is de eerstgeboren. Want alle de leden van het lichaem Christi, dat is, van sijne Gemeynte, zijn eenes selven Geests met Christo deelachtigh, alsoo nochtans dat de volheydt der gaven in Christo het hooft is, maer in de andere leden, nae de mate der gave Christi. Siet Ioan. 1.16. Ephes. 4.7.",
          "text2026": "Dat is, uwe broeders, of andere kinderen van God, waarvan Christus is de eerstgeborene. Want al de leden van het lichaam van Christus, dat is van Zijne gemeente, zijn eenzelfde Geest met Christus deelachtig, zo nochtans dat de volheid van de gaven in Christus het hoofd is, maar in de andere leden naar de mate van de gave van Christus. Zie Joh. 1:16; Ef. 4:7. Johannes 1:16: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade. Efeziërs 4:7: Maar aan elk van ons is de genade gegeven, naar de maat van de gave van Christus."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ηγαπησας",
          "strongs": "G25",
          "lemma_strongs": "G25",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "δικαιοσυνην",
          "strongs": "G1343",
          "lemma_strongs": "G1343",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "εμισησας",
          "strongs": "G3404",
          "lemma_strongs": "G3404",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "ανομιαν",
          "strongs": "G458",
          "lemma_strongs": "G458",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τουτο",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-ASN"
        },
        {
          "woord": "εχρισεν",
          "strongs": "G5548",
          "lemma_strongs": "G5548",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "σε",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2AS"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        },
        {
          "woord": "ελαιον",
          "strongs": "G1637",
          "lemma_strongs": "G1637",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "αγαλλιασεως",
          "strongs": "G20",
          "lemma_strongs": "G20",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "παρα",
          "strongs": "G3844",
          "lemma_strongs": "G3844",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "μετοχους",
          "strongs": "G3353",
          "lemma_strongs": "G3353",
          "morfologie": "A-APM"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Uw God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> gezalfd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> met olie van de vreugde boven Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> metgezellen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Uw God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> gezalfd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> met olie der vreugde boven Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> medegenoten.",
      "text1637_html": "Ghy hebt rechtveerdicheyt lief gehadt, ende ongerechticheyt gehaet: Daerom heeft u, O Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uw’ Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> gesalft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> met olye der vreughde boven uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> mede-genooten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "medegenoten.",
          "new": "metgezellen.",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "U hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie van de vreugde boven Uw metgezellen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G25",
            "G1343",
            "G2532",
            "G3404",
            "G458",
            "G1223",
            "G3778",
            "G5548",
            "G4771",
            "G3588",
            "G2316",
            "G3588",
            "G2316",
            "G4771",
            "G1637",
            "G20",
            "G3844",
            "G3588",
            "G3353",
            "G4771"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G25",
            "G1343",
            "G2532",
            "G3404",
            "G458",
            "G1223",
            "G3778",
            "G5548",
            "G4771",
            "G3588",
            "G2316",
            "G3588",
            "G2316",
            "G4771",
            "G1637",
            "G20",
            "G3844",
            "G3588",
            "G3353",
            "G4771"
          ],
          "morfologie": [
            "V-AAI-2S",
            "N-ASF",
            "CONJ",
            "V-AAI-2S",
            "N-ASF",
            "PREP",
            "D-ASN",
            "V-AAI-3S",
            "P-2AS",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "P-2GS",
            "N-ASN",
            "N-GSF",
            "PREP",
            "T-APM",
            "A-APM",
            "P-2GS"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ηγαπησας",
            "δικαιοσυνην",
            "και",
            "εμισησας",
            "ανομιαν",
            "δια",
            "τουτο",
            "εχρισεν",
            "σε",
            "ο",
            "θεος",
            "ο",
            "θεος",
            "σου",
            "ελαιον",
            "αγαλλιασεως",
            "παρα",
            "τους",
            "μετοχους",
            "σου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:9",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5656",
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;",
      "text1637": "[34] Ende, [k] Ghy Heere, hebt [35] in den beginne de aerde gegrondet, ende de hemelen zijn wercken uwer handen:",
      "text2026": "En: U, Heere! heb in de beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken van Uw handen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij, Heere: Namelijk tot of van den Zoon zegt Hij gelijk vers 8, welke woorden de apostel hier getuigt dat van den Zoon Gods gezegd zijn, gelijk ook het doel van den psalm aanwijst, daar hij daar van de wederoprichting van het koninkrijk Gods spreekt en van de verbreiding daarvan onder de heidenen, hetwelk beide door Christus is geschied; Ps. 102:14, enz. Hebreeën 1:8: Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter. Psalmen 102:14: Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.",
          "text1637": "Namel. tot, ofte van den Sone seght hy: gelijck vers 8. welcke woorden de Apostel hier getuyght, dat van den Sone Godts geseght zijn: gelijck oock het wit des Psalms aenwijst, alsoo hy aldaer van de wederoprechtinge des Coninckrijcks Godts spreeckt ende van de verbreydinge des selfs onder de Heydenen, het welck beyde door Christum is geschiet. Psal. 102.14, etc.",
          "text2026": "U, Heer: Namelijk tot of van de Zoon zegt Hij gelijk vers 8, welke woorden de apostel hier getuigt dat van de Zoon van God gezegd zijn, gelijk ook het doel van de psalm aanwijst, daar hij daar van de wederoprichting van het koninkrijk van God spreekt en van de verbreiding daarvan onder de heidenen, dat beide door Christus is geschied; Ps. 102:14, enz. Hebreeën 1:8: Maar tot de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter. Psalmen 102:14: u zult opstaan, u zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 in den beginne: Namelijk der schepping van alle dingen; gelijk Gen. 1:1; Joh. 1:1. Genesis 1:1: In den beginne schiep God den hemel en de aarde. Johannes 1:1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.",
          "text1637": "Namel. der scheppinge van alle dingen: gelijck Genes. 1.1. Ioan. 1.1.",
          "text2026": "35 in de beginne: Namelijk van de schepping van alle dingen; gelijk Gen. 1:1; Joh. 1:1. Genesis 1:1: In de beginne schiep God de hemel en de aarde. Johannes 1:1: In de beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God."
        },
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 102:26. Psalmen 102:26: Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;",
          "text1637": "Psal. 102.26.",
          "text2026": "Ps. 102:26. Psalmen 102:26: u hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk van Uw handen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "συ",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2NS"
        },
        {
          "woord": "κατ",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αρχας",
          "strongs": "G746",
          "lemma_strongs": "G746",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "κυριε",
          "strongs": "G2962",
          "lemma_strongs": "G2962",
          "morfologie": "N-VSM"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "γην",
          "strongs": "G1093",
          "lemma_strongs": "G1093",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "εθεμελιωσας",
          "strongs": "G2311",
          "lemma_strongs": "G2311",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "εργα",
          "strongs": "G2041",
          "lemma_strongs": "G2041",
          "morfologie": "N-NPN"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPF"
        },
        {
          "woord": "χειρων",
          "strongs": "G5495",
          "lemma_strongs": "G5495",
          "morfologie": "N-GPF"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        },
        {
          "woord": "εισιν",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAI-3P"
        },
        {
          "woord": "οι",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPM"
        },
        {
          "woord": "ουρανοι",
          "strongs": "G3772",
          "lemma_strongs": "G3772",
          "morfologie": "N-NPM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> En:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>U, Heere! heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in de beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken van Uw handen;</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> En:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Gij, Heere! hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Ende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Ghy Heere, hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in den beginne de aerde gegrondet, ende de hemelen zijn wercken uwer handen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "hebt",
          "new": "heb",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En: U, Heere! heb in de beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken van Uw handen;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G4771",
            "G2596",
            "G746",
            "G2962",
            "G3588",
            "G1093",
            "G2311",
            "G2532",
            "G2041",
            "G3588",
            "G5495",
            "G4771",
            "G1510",
            "G3588",
            "G3772"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G4771",
            "G2596",
            "G746",
            "G2962",
            "G3588",
            "G1093",
            "G2311",
            "G2532",
            "G2041",
            "G3588",
            "G5495",
            "G4771",
            "G1510",
            "G3588",
            "G3772"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "P-2NS",
            "PREP",
            "N-APF",
            "N-VSM",
            "T-ASF",
            "N-ASF",
            "V-AAI-2S",
            "CONJ",
            "N-NPN",
            "T-GPF",
            "N-GPF",
            "P-2GS",
            "V-PAI-3P",
            "T-NPM",
            "N-NPM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "συ",
            "κατ",
            "αρχας",
            "κυριε",
            "την",
            "γην",
            "εθεμελιωσας",
            "και",
            "εργα",
            "των",
            "χειρων",
            "σου",
            "εισιν",
            "οι",
            "ουρανοι"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:10",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;",
      "text1637": "[l] De selve sullen vergaen, maer [36] ghy blijft altijt: ende sy sullen alle als een cleedt verouden:",
      "text2026": "Dezelfde zullen vergaan, maar U blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 Gij blijft altijd: Namelijk van eeuwigheid tot eeuwigheid, zonder verandering; gelijk ook van Christus getuigd wordt, Openb. 1:8, en Openb. 22:13. Zie ook Hebr. 13:8. Openbaring 1:8: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige. Openbaring 22:13: Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.",
          "text1637": "N. van eeuwicheyt tot eeuwicheyt, sonder veranderinge: gelijck oock van Christo ghetuyght wordt. Apocal. 1.8. ende 22.13. siet oock Hebr. 13.8.",
          "text2026": "36 u blijft altijd: Namelijk van eeuwigheid tot eeuwigheid, zonder verandering; gelijk ook van Christus getuigd wordt, Openb. 1:8, en Openb. 22:13. Zie ook Hebr. 13:8. Openbaring 1:8: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heer, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige. Openbaring 22:13: Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in eeuwigheid."
        },
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 51:6; 2 Petr. 3:7; idem v. 10. Jesaja 51:6: Heft ulieder ogen op naar den hemel, en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen van gelijken sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden. 2 Petrus 3:7: Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving der goddeloze mensen. 2 Petrus 3:10: Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.",
          "text1637": "Iesai. 51.6. 2.Petr. 3. versen 7, 10.",
          "text2026": "Jes. 51:6; 2 Petr. 3:7; idem v. 10. Jesaja 51:6: Heft ulieder ogen op naar de hemel, en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen van gelijken sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden. 2 Petrus 3:7: Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel, en van de verderving van de goddeloze mensen. 2 Petrus 3:10: Maar de dag van de Heern zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "αυτοι",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-NPM"
        },
        {
          "woord": "απολουνται",
          "strongs": "G622",
          "lemma_strongs": "G622",
          "morfologie": "V-FMI-3P"
        },
        {
          "woord": "συ",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2NS"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "διαμενεις",
          "strongs": "G1265",
          "lemma_strongs": "G1265",
          "morfologie": "V-PAI-2S"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παντες",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NPM"
        },
        {
          "woord": "ως",
          "strongs": "G5613",
          "lemma_strongs": "G5613",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ιματιον",
          "strongs": "G2440",
          "lemma_strongs": "G2440",
          "morfologie": "N-NSN"
        },
        {
          "woord": "παλαιωθησονται",
          "strongs": "G3822",
          "lemma_strongs": "G3822",
          "morfologie": "V-FPI-3P"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Dezelfde zullen vergaan, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> U blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Dezelve zullen vergaan, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> De selve sullen vergaen, maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> ghy blijft altijt: ende sy sullen alle als een cleedt verouden:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dezelve",
          "new": "Dezelfde",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Dezelfde zullen vergaan, maar U blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G846",
            "G622",
            "G4771",
            "G1161",
            "G1265",
            "G2532",
            "G3956",
            "G5613",
            "G2440",
            "G3822"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G846",
            "G622",
            "G4771",
            "G1161",
            "G1265",
            "G2532",
            "G3956",
            "G5613",
            "G2440",
            "G3822"
          ],
          "morfologie": [
            "P-NPM",
            "V-FMI-3P",
            "P-2NS",
            "CONJ",
            "V-PAI-2S",
            "CONJ",
            "A-NPM",
            "ADV",
            "N-NSN",
            "V-FPI-3P"
          ],
          "bronwoorden": [
            "αυτοι",
            "απολουνται",
            "συ",
            "δε",
            "διαμενεις",
            "και",
            "παντες",
            "ως",
            "ιματιον",
            "παλαιωθησονται"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:11",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5698",
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5701"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.",
      "text1637": "Ende als [37] een deck-cleedt sult ghyse in een rollen, ende sy sullen [38] verandert worden: maer ghy zijt de selve, ende uwe jaren en sullen niet ophouden.",
      "text2026": "En als een dekkleed zult U ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar U bent Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 een dekkleed: Namelijk dat ergens over wordt gelegd om iets te dekken en te bewaren tegen regen, wind en hitte; hetwelk als het genoeg gebruikt is pleegt opgerold en ter zijde gelegd te worden.",
          "text1637": "N. dat ergens om wort geleght om yet te decken ende bewaren teghen regen, wint, ende hitte: het welck als het ghenoegh is gebruyckt, pleeght opgerolt, ende aen een zijde geleght te worden.",
          "text2026": "37 een dekkleed: Namelijk dat ergens over wordt gelegd om iets te dekken en te bewaren tegen regen, wind en hitte; dat als het genoeg gebruikt is pleegt opgerold en ter zijde gelegd te worden."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 veranderd worden: Zie 2 Petr. 3:10. 2 Petrus 3:10: Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden.",
          "text1637": "Siet 2.Pet. 3.10.",
          "text2026": "38 veranderd worden: Zie 2 Petr. 3:10. 2 Petrus 3:10: Maar de dag van de Heern zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ωσει",
          "strongs": "G5616",
          "lemma_strongs": "G5616",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "περιβολαιον",
          "strongs": "G4018",
          "lemma_strongs": "G4018",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "ελιξεις",
          "strongs": "G1667",
          "lemma_strongs": "G1667",
          "morfologie": "V-FAI-2S"
        },
        {
          "woord": "αυτους",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-APM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αλλαγησονται",
          "strongs": "G236",
          "lemma_strongs": "G236",
          "morfologie": "V-2FPI-3P"
        },
        {
          "woord": "συ",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2NS"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "αυτος",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-NSM"
        },
        {
          "woord": "ει",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAI-2S"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPN"
        },
        {
          "woord": "ετη",
          "strongs": "G2094",
          "lemma_strongs": "G2094",
          "morfologie": "N-NPN"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        },
        {
          "woord": "ουκ",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "εκλειψουσιν",
          "strongs": "G1587",
          "lemma_strongs": "G1587",
          "morfologie": "V-FAI-3P"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> een dekkleed zult U ze ineenrollen, en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> veranderd worden; maar U bent Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.",
      "text1637_html": "Ende als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> een deck-cleedt sult ghyse in een rollen, ende sy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> verandert worden: maer ghy zijt de selve, ende uwe jaren en sullen niet ophouden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En als een dekkleed zult U ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar U bent Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G5616",
            "G4018",
            "G1667",
            "G846",
            "G2532",
            "G236",
            "G4771",
            "G1161",
            "G3588",
            "G846",
            "G1510",
            "G2532",
            "G3588",
            "G2094",
            "G4771",
            "G3756",
            "G1587"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G5616",
            "G4018",
            "G1667",
            "G846",
            "G2532",
            "G236",
            "G4771",
            "G1161",
            "G3588",
            "G846",
            "G1510",
            "G2532",
            "G3588",
            "G2094",
            "G4771",
            "G3756",
            "G1587"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "ADV",
            "N-ASN",
            "V-FAI-2S",
            "P-APM",
            "CONJ",
            "V-2FPI-3P",
            "P-2NS",
            "CONJ",
            "T-NSM",
            "P-NSM",
            "V-PAI-2S",
            "CONJ",
            "T-NPN",
            "N-NPN",
            "P-2GS",
            "PRT-N",
            "V-FAI-3P"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "ωσει",
            "περιβολαιον",
            "ελιξεις",
            "αυτους",
            "και",
            "αλλαγησονται",
            "συ",
            "δε",
            "ο",
            "αυτος",
            "ει",
            "και",
            "τα",
            "ετη",
            "σου",
            "ουκ",
            "εκλειψουσιν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:12",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5692",
            null,
            null,
            "G5691",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5692"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?",
      "text1637": "Ende tot welcken der Engelen heeft hy oyt geseght, [m] [39] Sit aen mijne rechter-[handt], tot dat ick uwe vyanden sal geset hebben tot een voetbank uwer voeten?",
      "text2026": "En tot welke van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank van Uw voeten?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 Zit aan Mijn rechterhand: Zie hiervan vers 3 en de aantekeningen 1 Kor. 15:24, 15:25. Hebreeën 1:3: Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen; 1 Korinthiërs 15:24: Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.",
          "text1637": "Siet hier van vers 3. ende d’aenteeck. op 1.Cor. 15. versen 24, 25.",
          "text2026": "39 Zit aan Mijn rechterhand: Zie hiervan vers 3 en de aantekeningen 1 Kor. 15:24, 15:25. Hebreeën 1:3: Dewelke, zo Hij is het Afschijnsel Zijn heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijn zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijn kracht, nadat Hij de reinigmaking onze zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen; 1 Korinthiërs 15:24: Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben."
        },
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 110:1; Hand. 2:34; 1 Kor. 15:25; Efez. 1:20; Hebr. 10:12. Psalmen 110:1: Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. Handelingen 2:34: Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand. 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. Efeziërs 1:20: Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel; Hebreeën 10:12: Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods;",
          "text1637": "Psal. 110.1. Actor. 2.34. 1.Corinth. 15.25. Ephes. 1.20. Hebr. 10.12.",
          "text2026": "Ps. 110:1; Hand. 2:34; 1 Kor. 15:25; Ef. 1:20; Hebr. 10:12. Psalmen 110:1: Een psalm van David. De JAHWEH heeft tot mijn Heer gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank van Uw voeten. Handelingen 2:34: Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heer heeft gesproken tot Mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand. 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. Efeziërs 1:20: Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in de hemel; Hebreeën 10:12: Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand van God;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "προς",
          "strongs": "G4314",
          "lemma_strongs": "G4314",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τινα",
          "strongs": "G5101",
          "lemma_strongs": "G5101",
          "morfologie": "I-ASM"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "αγγελων",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "ειρηκεν",
          "strongs": "G2046",
          "lemma_strongs": "G2046",
          "morfologie": "V-RAI-3S-ATT"
        },
        {
          "woord": "ποτε",
          "strongs": "G4218",
          "lemma_strongs": "G4218",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "καθου",
          "strongs": "G2521",
          "lemma_strongs": "G2521",
          "morfologie": "V-PNM-2S"
        },
        {
          "woord": "εκ",
          "strongs": "G1537",
          "lemma_strongs": "G1537",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "δεξιων",
          "strongs": "G1188",
          "lemma_strongs": "G1188",
          "morfologie": "A-GPN"
        },
        {
          "woord": "μου",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1GS"
        },
        {
          "woord": "εως",
          "strongs": "G2193",
          "lemma_strongs": "G2193",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "αν",
          "strongs": "G302",
          "lemma_strongs": "G302",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "θω",
          "strongs": "G5087",
          "lemma_strongs": "G5087",
          "morfologie": "V-2AAS-1S"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "εχθρους",
          "strongs": "G2190",
          "lemma_strongs": "G2190",
          "morfologie": "A-APM"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        },
        {
          "woord": "υποποδιον",
          "strongs": "G5286",
          "lemma_strongs": "G5286",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "ποδων",
          "strongs": "G4228",
          "lemma_strongs": "G4228",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        }
      ],
      "text2026_html": "En tot welke van de engelen heeft Hij ooit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> gezegd: <span class=\"god-speaks\"><i>Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank van Uw voeten?</i></span>",
      "textSV1888_html": "En tot welken der engelen heeft Hij ooit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?",
      "text1637_html": "Ende tot welcken der Engelen heeft hy oyt geseght, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Sit aen mijne rechter-[<i>handt</i>], tot dat ick uwe vyanden sal geset hebben tot een voetbank uwer voeten?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welken der",
          "new": "welke van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En tot welke van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank van Uw voeten?",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4314",
            "G5101",
            "G1161",
            "G3588",
            "G32",
            "G2046",
            "G4218",
            "G2521",
            "G1537",
            "G1188",
            "G1473",
            "G2193",
            "G302",
            "G5087",
            "G3588",
            "G2190",
            "G4771",
            "G5286",
            "G3588",
            "G4228",
            "G4771"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4314",
            "G5101",
            "G1161",
            "G3588",
            "G32",
            "G2046",
            "G4218",
            "G2521",
            "G1537",
            "G1188",
            "G1473",
            "G2193",
            "G302",
            "G5087",
            "G3588",
            "G2190",
            "G4771",
            "G5286",
            "G3588",
            "G4228",
            "G4771"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "I-ASM",
            "CONJ",
            "T-GPM",
            "N-GPM",
            "V-RAI-3S-ATT",
            "PRT",
            "V-PNM-2S",
            "PREP",
            "A-GPN",
            "P-1GS",
            "ADV",
            "PRT",
            "V-2AAS-1S",
            "T-APM",
            "A-APM",
            "P-2GS",
            "N-ASN",
            "T-GPM",
            "N-GPM",
            "P-2GS"
          ],
          "bronwoorden": [
            "προς",
            "τινα",
            "δε",
            "των",
            "αγγελων",
            "ειρηκεν",
            "ποτε",
            "καθου",
            "εκ",
            "δεξιων",
            "μου",
            "εως",
            "αν",
            "θω",
            "τους",
            "εχθρους",
            "σου",
            "υποποδιον",
            "των",
            "ποδων",
            "σου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:13",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5758",
            null,
            "G5737",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5632",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?",
      "text1637": "Zijnse niet alle [40] gedienstige geesten, die tot dienst [41] uytgesonden worden om der gene wille die de salicheyt be-erven sullen?",
      "text2026": "Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, omwille van degenen, die de zaligheid beërven zullen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 gedienstige geesten: Of bedienende; dat is die altijd Gode ten dienste zijn, of om te dienen voor Hem gereed staan. Zie Jes. 6:2; Ezech. 10:8; Dan. 7:10; Zach. 1:8; Openb. 5:11, enz. Jesaja 6:2: De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. Ezechiël 10:8: Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen. Daniël 7:10: Een vurige rivier vloeide, en ging van voor Hem uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizendmaal tien duizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend. Zacharia 1:8: Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden. Openbaring 5:11: En ik zag, en ik hoorde een stem veler engelen rondom den troon, en de dieren, en de ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden;",
          "text1637": "Ofte, bedienende, dat is, die altijdt Gode ten dienste zijn, ofte om te dienen voor hem bereydt staen. Siet Iesai. 6.2. Ezech. 10.8. Dan. 7.10. Zach. 1.1. Apoc. 5.1, etc.",
          "text2026": "40 gedienstige geesten: Of bedienende; dat is die altijd voor God ten dienste zijn, of om te dienen voor Hem gereed staan. Zie Jes. 6:2; Ezech. 10:8; Dan. 7:10; Zach. 1:8; Openb. 5:11, enz. Jesaja 6:2: De serafs stonden boven Hem; een iedereen had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. Ezechiël 10:8: Want er werd gezien aan de cherubs de gelijkenis van eens mensen hand onder hun vleugelen. Daniël 7:10: Een vurige rivier vloeide, en ging van voor Hem uit, duizendmaal duizenden dienden Hem, en tien duizendmaal tien duizenden stonden voor Hem; het gericht zette zich, en de boeken werden geopend. Zacharia 1:8: Ik zag van de nacht, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden. Openbaring 5:11: En ik zag, en ik hoorde een stem veler engelen rondom de troon, en de dieren, en de ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden;"
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 uitgezonden worden: Namelijk van God en van Christus Jezus zelf, Openb. 1:1, enz. Er wordt dan hier niemand van de engelen uitgezonderd, die ten dienste der gelovigen door God niet worden uitgezonden, gelijk sommigen menen. Openbaring 1:1: De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;",
          "text1637": "Namel. van Godt, ende van Christo Iesu selve. Apocal. 1.1, etc. Daer en wordt dan hier niemant van de Engelen uytgenomen, die ten dienste der geloovige van Godt niet en worden uytgesonden, gelijck sommige meynen.",
          "text2026": "41 uitgezonden worden: Namelijk van God en van Christus Jezus zelf, Openb. 1:1, enz. Er wordt dan hier niemand van de engelen uitgezonderd, die ten dienste van de gelovigen door God niet worden uitgezonden, gelijk sommigen menen. Openbaring 1:1: De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienaren te tonen de dingen, die haast gebeuren moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienaar Johannes te kennen gegeven heeft;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ουχι",
          "strongs": "G3780",
          "lemma_strongs": "G3780",
          "morfologie": "PRT-I"
        },
        {
          "woord": "παντες",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NPM"
        },
        {
          "woord": "εισιν",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAI-3P"
        },
        {
          "woord": "λειτουργικα",
          "strongs": "G3010",
          "lemma_strongs": "G3010",
          "morfologie": "A-NPN"
        },
        {
          "woord": "πνευματα",
          "strongs": "G4151",
          "lemma_strongs": "G4151",
          "morfologie": "N-NPN"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "διακονιαν",
          "strongs": "G1248",
          "lemma_strongs": "G1248",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "αποστελλομενα",
          "strongs": "G649",
          "lemma_strongs": "G649",
          "morfologie": "V-PPP-NPN"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "μελλοντας",
          "strongs": "G3195",
          "lemma_strongs": "G3195",
          "morfologie": "V-PAP-APM"
        },
        {
          "woord": "κληρονομειν",
          "strongs": "G2816",
          "lemma_strongs": "G2816",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "σωτηριαν",
          "strongs": "G4991",
          "lemma_strongs": "G4991",
          "morfologie": "N-ASF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zijn zij niet allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gedienstige geesten, die tot dienst<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uitgezonden worden, omwille van degenen, die de zaligheid beërven zullen?",
      "textSV1888_html": "Zijn zij niet allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gedienstige geesten, die tot dienst<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?",
      "text1637_html": "Zijnse niet alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gedienstige geesten, die tot dienst <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> uytgesonden worden om der gene wille die de salicheyt be-erven sullen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "om dergenen wil,",
          "new": "omwille van degenen,",
          "principe": "V302"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, omwille van degenen, die de zaligheid beërven zullen?",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3780",
            "G3956",
            "G1510",
            "G3010",
            "G4151",
            "G1519",
            "G1248",
            "G649",
            "G1223",
            "G3588",
            "G3195",
            "G2816",
            "G4991"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3780",
            "G3956",
            "G1510",
            "G3010",
            "G4151",
            "G1519",
            "G1248",
            "G649",
            "G1223",
            "G3588",
            "G3195",
            "G2816",
            "G4991"
          ],
          "morfologie": [
            "PRT-I",
            "A-NPM",
            "V-PAI-3P",
            "A-NPN",
            "N-NPN",
            "PREP",
            "N-ASF",
            "V-PPP-NPN",
            "PREP",
            "T-APM",
            "V-PAP-APM",
            "V-PAN",
            "N-ASF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ουχι",
            "παντες",
            "εισιν",
            "λειτουργικα",
            "πνευματα",
            "εις",
            "διακονιαν",
            "αποστελλομενα",
            "δια",
            "τους",
            "μελλοντας",
            "κληρονομειν",
            "σωτηριαν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 1:14",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5746",
            null,
            null,
            "G5723",
            "G5721",
            null
          ]
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "1 Den Apostel betuyght, dat Godt wel eertijdts door de Propheten tot den Vaderen heeft gesproken, maer nu tot ons door sijnen Sone. 2 wiens Godtheydt, Majesteyt, ende Ampt hy kortelick beschrijft. 4 Bewijst daer nae uyt verscheyden plaetsen des Ouden Testaments, dat des Soons heerlickheyt verre gaet boven de heerlickheyt der Engelen. 8 Dat hy eenen Godlicken ende eeuwigen throon heeft, ende dat hy gesalft is boven alle sijne mede-genooten. 10 Bewijst voorder dat hemel ende aerde door hem is geschapen, ende een eynde sal hebben, maer dat hy noch begin en heeft noch eynde. 13 ende dat hy alleen sit ter rechter-hant sijns Vaders. 14 maer dat alle Engelen dienstbarige geesten zijn.",
    "text2026": "1 De apostel betuigt dat God weliswaar eertijds door de profeten tot de vaderen heeft gesproken, maar nu tot ons door zijn Zoon. 2 Wiens Godheid, majesteit en ambt hij kort beschrijft. 4 Bewijst daarna uit verscheidene plaatsen van het Oude Testament dat de heerlijkheid van de Zoon ver uitgaat boven de heerlijkheid van de engelen. 8 Dat Hij een goddelijke en eeuwige troon heeft, en dat Hij gezalfd is boven al zijn metgezellen. 10 Bewijst verder dat hemel en aarde door Hem geschapen zijn, en een einde zullen hebben, maar dat Hij begin noch einde heeft. 13 En dat Hij alleen zit aan de rechterhand van zijn Vader. 14 Maar dat alle engelen dienende geesten zijn."
  }
}
