{
  "number": 2,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.",
      "text1637": "[1] DAerom moeten wy ons te meer houden aen het gene [van ons] gehoort is, op dat wy niet t’ eeniger tijdt [2] door en vloeyen.",
      "text2026": "Daarom moeten wij ons te meer houden aan wat van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 moeten wij ons te meer houden: Dat is, daar wij nu bewezen hebben hoe voortreffelijk de persoon van Christus is, van wien wij spreken.",
          "text1637": "D. overmits wy nu bewesen hebben hoe voor-treflick de persoon Christi is, van wien wy spreken.",
          "text2026": "1 moeten wij ons te meer houden: Dat is, daar wij nu bewezen hebben hoe voortreffelijk de persoon van Christus is, van wie wij spreken."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit wordt door sommigen verstaan van het woord, hetwelk wij gehoord hebben, en moeten zorg dragen dat het in ons niet doorvloeit, zoals in vergetelijke toehoorders pleegt te geschieden. Door anderen wordt het verstaan van de personen zelf, die gezegd worden door te vloeien, wanneer zij als water, dat doorvloeit, vergaan of verloren gaan. Zie 2 Sam. 14:14; Ps. 58:8. 2 Samuël 14:14: Want wij zullen den dood sterven, en wezen als water, dat, ter aarde uitgestort zijnde, niet verzameld wordt. God dan zal de ziel niet wegnemen, maar Hij zal gedachten denken, dat Hij den verstotene niet van Zich verstote. Psalmen 58:8: Laat hen smelten als water, laat hen daarhenen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren.",
          "text1637": "Dit wort by sommige verstaen van het woordt, ’t welck wy gehoort hebben, ende moeten sorge dragen dat het selve in ons niet door en vloeyt, gelijck in vergetelicke toehoorders pleeght te geschieden. By andere wordt het verstaen van de persoonen selve, die geseght worden door te vloeyen, wanneer sy als water, dat door-vloeyt, vergaen ofte verloren gaen. Siet 2.Sam. 14.14. Psal. 58.8.",
          "text2026": "Dit wordt door sommigen verstaan van het woord, dat wij gehoord hebben, en moeten zorg dragen dat het in ons niet doorvloeit, zoals in vergetelijke toehoorders pleegt te gebeuren. Door anderen wordt het verstaan van de personen zelf, die gezegd worden door te vloeien, wanneer zij als water, dat doorvloeit, vergaan of verloren gaan. Zie 2 Sam. 14:14; Ps. 58:8. 2 Samuël 14:14: Want wij zullen de dood sterven, en wezen als water, dat, ter aarde uitgestort zijnde, niet verzameld wordt. God dan zal de ziel niet wegnemen, maar Hij zal gedachten denken, dat Hij de verstotene niet van Zich verstote. Psalmen 58:8: Laat hen smelten als water, laat hen daarheen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τουτο",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-ASN"
        },
        {
          "woord": "δει",
          "strongs": "G1163",
          "lemma_strongs": "G1163",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "περισσοτερως",
          "strongs": "G4057",
          "lemma_strongs": "G4057",
          "morfologie": "ADV-C"
        },
        {
          "woord": "ημας",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1AP"
        },
        {
          "woord": "προσεχειν",
          "strongs": "G4337",
          "lemma_strongs": "G4337",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPN"
        },
        {
          "woord": "ακουσθεισιν",
          "strongs": "G191",
          "lemma_strongs": "G191",
          "morfologie": "V-APP-DPN"
        },
        {
          "woord": "μηποτε",
          "strongs": "G3379",
          "lemma_strongs": "G3379",
          "morfologie": "ADV-N"
        },
        {
          "woord": "παραρρυωμεν",
          "strongs": "G3901",
          "lemma_strongs": "G3901",
          "morfologie": "V-2APS-1P"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Daarom moeten wij ons te meer houden aan wat van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tijd doorvloeien.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tijd doorvloeien.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> DAerom moeten wy ons te meer houden aen het gene [<i>van ons</i>] gehoort is, op dat wy niet t’ eeniger tijdt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> door en vloeyen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hetgeen",
          "new": "wat",
          "principe": "V4"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Daarom moeten wij ons te meer houden aan wat van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1223",
            "G3778",
            "G1163",
            "G4057",
            "G1473",
            "G4337",
            "G3588",
            "G191",
            "G3379",
            "G3901"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1223",
            "G3778",
            "G1163",
            "G4057",
            "G1473",
            "G4337",
            "G3588",
            "G191",
            "G3379",
            "G3901"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "D-ASN",
            "V-PAI-3S",
            "ADV-C",
            "P-1AP",
            "V-PAN",
            "T-DPN",
            "V-APP-DPN",
            "ADV-N",
            "V-2APS-1P"
          ],
          "bronwoorden": [
            "δια",
            "τουτο",
            "δει",
            "περισσοτερως",
            "ημας",
            "προσεχειν",
            "τοις",
            "ακουσθεισιν",
            "μηποτε",
            "παραρρυωμεν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:1",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            "G5721",
            null,
            "G5685",
            null,
            "G5652"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;",
      "text1637": "Want indien [a] het woort [3] door de Engelen gesproken vast is geweest, ende [b] alle overtredinge ende onghehoorsaemheyt [4] rechtveerdige vergeldinge ontfangen heeft:",
      "text2026": "Want als het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 door de engelen gesproken: Waardoor verstaan worden al de openbaringen, die God in het Oude Testament aan de profeten door de engelen heeft gedaan, en bijzonder ook het geven der wet, die wel van God zelf, maar toch door den dienst der engelen gegeven is, gelijk Stefanus getuigt, Hand. 7:53, en Paulus, Gal. 3:19. Handelingen 7:53: Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden! Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.",
          "text1637": "Waer door verstaen worden alle de openbaringhen die Godt in het Oude Testament aen de Propheten door de Engelen heeft gedaen: ende bysonderlick oock het geven der Wet, die wel van Godt selve, maer evenwel door den dienst der Engelen gegeven is, gelijck Stephanus getuyght Act. 7.53. ende Paulus Gal. 3.19.",
          "text2026": "3 door de engelen gesproken: Waardoor verstaan worden al de openbaringen, die God in het Oude Testament aan de profeten door de engelen heeft gedaan, en bijzonder ook het geven van de wet, die wel van God zelf, maar toch door de dienst van de engelen gegeven is, gelijk Stefanus getuigt, Hand. 7:53, en Paulus, Gal. 3:19. Handelingen 7:53: u, die de wet ontvangen hebt door bestellingen van de engelen, en hebt ze niet gehouden! Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is vanwege de overtredingen daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, die het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand van de Middelaar."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 rechtvaardige vergelding: Grieks rechtvaardige loonvergelding, namelijk der straffen, die daarom over hen zijn gekomen. Zie enige voorbeelden daarvan 1 Kor. 10:5, enz. 1 Korinthiërs 10:5: Maar in het meerderdeel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen.",
          "text1637": "Gr. rechtveerdige loon-vergeldinge. N. der straffen, die daerom over haer zijn gekomen. Siet eenige exempelen daer van 1.Cor. 10.5, etc.",
          "text2026": "4 rechtvaardige vergelding: Grieks rechtvaardige loonvergelding, namelijk van de straffen, die daarom over hen zijn gekomen. Zie enige voorbeelden daarvan 1 Kor. 10:5, enz. 1 Korinthiërs 10:5: Maar in het meerderdeel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hand. 7:53; Galat. 3:19. Handelingen 7:53: Gij, die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen, en hebt ze niet gehouden! Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars.",
          "text1637": "Actor. 7.53. Galat. 3.19.",
          "text2026": "Hand. 7:53; Gal. 3:19. Handelingen 7:53: u, die de wet ontvangen hebt door bestellingen van de engelen, en hebt ze niet gehouden! Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is vanwege de overtredingen daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, die het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand van de Middelaar."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 19:17; idem v. 26; Deut. 27:26. Genesis 19:17: En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt. Genesis 19:26: En zijn huisvrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar. Deuteronomium 27:26: Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.",
          "text1637": "Gen. 19.17, 26. Deut. 27.26.",
          "text2026": "Gen. 19:17; idem v. 26; Deut. 27:26. Genesis 19:17: En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zei Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze gehele vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat u niet omkomt. Genesis 19:26: En zijn huisvrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar. Deuteronomium 27:26: Vervloekt zij, die de woorden van deze wet niet zal bevestigen, doende die! En al het volk zal zeggen: Amen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ει",
          "strongs": "G1487",
          "lemma_strongs": "G1487",
          "morfologie": "COND"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αγγελων",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "λαληθεις",
          "strongs": "G2980",
          "lemma_strongs": "G2980",
          "morfologie": "V-APP-NSM"
        },
        {
          "woord": "λογος",
          "strongs": "G3056",
          "lemma_strongs": "G3056",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "εγενετο",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-2ADI-3S"
        },
        {
          "woord": "βεβαιος",
          "strongs": "G949",
          "lemma_strongs": "G949",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πασα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NSF"
        },
        {
          "woord": "παραβασις",
          "strongs": "G3847",
          "lemma_strongs": "G3847",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παρακοη",
          "strongs": "G3876",
          "lemma_strongs": "G3876",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "ελαβεν",
          "strongs": "G2983",
          "lemma_strongs": "G2983",
          "morfologie": "V-2AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ενδικον",
          "strongs": "G1738",
          "lemma_strongs": "G1738",
          "morfologie": "A-ASF"
        },
        {
          "woord": "μισθαποδοσιαν",
          "strongs": "G3405",
          "lemma_strongs": "G3405",
          "morfologie": "N-ASF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> het woord,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> door de engelen gesproken, vast is geweest, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> alle overtreding en ongehoorzaamheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;",
      "textSV1888_html": "Want indien<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> het woord,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> door de engelen gesproken, vast is geweest, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> alle overtreding en ongehoorzaamheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;",
      "text1637_html": "Want indien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> het woort <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> door de Engelen gesproken vast is geweest, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> alle overtredinge ende onghehoorsaemheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> rechtveerdige vergeldinge ontfangen heeft:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "indien",
          "new": "als",
          "principe": "V41"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want als het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1487",
            "G1063",
            "G3588",
            "G1223",
            "G32",
            "G2980",
            "G3056",
            "G1096",
            "G949",
            "G2532",
            "G3956",
            "G3847",
            "G2532",
            "G3876",
            "G2983",
            "G1738",
            "G3405"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1487",
            "G1063",
            "G3588",
            "G1223",
            "G32",
            "G2980",
            "G3056",
            "G1096",
            "G949",
            "G2532",
            "G3956",
            "G3847",
            "G2532",
            "G3876",
            "G2983",
            "G1738",
            "G3405"
          ],
          "morfologie": [
            "COND",
            "CONJ",
            "T-NSM",
            "PREP",
            "N-GPM",
            "V-APP-NSM",
            "N-NSM",
            "V-2ADI-3S",
            "A-NSM",
            "CONJ",
            "A-NSF",
            "N-NSF",
            "CONJ",
            "N-NSF",
            "V-2AAI-3S",
            "A-ASF",
            "N-ASF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ει",
            "γαρ",
            "ο",
            "δι",
            "αγγελων",
            "λαληθεις",
            "λογος",
            "εγενετο",
            "βεβαιος",
            "και",
            "πασα",
            "παραβασις",
            "και",
            "παρακοη",
            "ελαβεν",
            "ενδικον",
            "μισθαποδοσιαν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:2",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5685",
            null,
            "G5633",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5627",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door den Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;",
      "text1637": "[c] Hoe sullen wy [5] ontvlieden, indien wy op [6] so grooten salicheyt geen acht en nemen? [d] de welcke [7] begonnen zijnde vercondight te worden door [8] den Heere, aen ons [9] bevestight is geworden [10] van de gene die [hem] gehoort hebben:",
      "text2026": "Hoe zullen wij ontvluchten, als wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? die, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 van degenen: Hieruit willen sommigen besluiten dat Paulus dezen brief niet zou hebben geschreven, daar hij niet door mensen, maar van Christus zelf het Evangelie gehoord heeft, en tot een apostel is beroepen, 2 Kor. 12:4, enz.; Gal. 1:1, en Gal. 2:6. Doch dit is een zeer zwak bewijs, dewijl de apostelen, door een figuurlijke wijze van spreken, zichzelf dikwijls in de vermaningen insluiten, hoewel zij hun eigenlijk niet aangaan, gelijk in deze drie voorgaande verzen meermalen geschiedt. Zie ook een opmerkelijk voorbeeld 1 Kor. 10:8, 10:9; 1 Petr. 4:3; daarenboven, hoewel Paulus de leer des Evangelies van niemand heeft geleerd dan van Christus, nochtans is hij daarin ook versterkt door Ananias, Hand. 9:17, en door onderlinge handeling met de andere apostelen, gelijk de andere apostelen ook door de handelingen met hem, gelijk hijzelf in het brede getuigt, Gal. 2:2, enz. 2 Korinthiërs 12:4: Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. Galaten 1:1: Paulus, een apostel, geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God den Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft, Galaten 2:6: En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt den persoon des mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht. 1 Korinthiërs 10:8: En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 1 Korinthiërs 10:9: En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slangen vernield. 1 Petrus 4:3: Want het is ons genoeg, dat wij den voorgaande tijd des levens der heidenen wil volbracht hebben, en gewandeld hebben in ontuchtigheden, begeerlijkheden, wijnzuiperijen, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen; Handelingen 9:17: En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden. Galaten 2:2: En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben.",
          "text1637": "Hier uyt willen sommige besluyten, dat Paulus desen brief niet en soude hebben geschreven, overmits hy niet door menschen, maer van Christo selve het Euangelium gehoort, ende tot een Apostel is beroepen. 2.Corinth. 12.4, etc. Galat. 1.1. ende 2.6. Doch dit is een seer swack argument, dewijle de Apostelen door een figuerlicke wijse van spreken, haer selven dickmael in de vermaningen in sluyten, hoewelse haer eygentlick niet aen en gaen, gelijck in dese drie voorgaende versen meermael geschiet. Siet oock een merckelick exempel, 1.Corinth. 10. versen 8, 9. 1.Petr. 4.3. Daer en boven hoe wel Paulus de leere des Euangeliums van niemant en heeft geleert dan van Christo, nochtans so is hy daer in oock versterckt door Ananiam, Act. 9.17. ende door onderlinge handelinge met de andere Apostelen, gelijck de andere Apostelen oock door de handelingen met hem: als hy selve in het breede getuyght, Gal. 2.2, etc.",
          "text2026": "10 van degenen: Hieruit willen sommigen besluiten dat Paulus deze brief niet zou hebben geschreven, daar hij niet door mensen, maar van Christus zelf het Evangelie gehoord heeft, en tot een apostel is beroepen, 2 Kor. 12:4, enz.; Gal. 1:1, en Gal. 2:6. Maar dit is een zeer zwak bewijs, omdat de apostelen, door een figuurlijke wijze van spreken, zichzelf dikwijls in de vermaningen insluiten, hoewel zij hun eigenlijk niet aangaan, gelijk in deze drie voorgaande verzen meermalen geschiedt. Zie ook een opmerkelijk voorbeeld 1 Kor. 10:8, 10:9; 1 Petr. 4:3; daarenboven, hoewel Paulus de leer van het Evangelie van niemand heeft geleerd dan van Christus, nochtans is hij daarin ook versterkt door Ananias, Hand. 9:17, en door onderlinge handeling met de andere apostelen, gelijk de andere apostelen ook door de handelingen met hem, gelijk hijzelf in het brede getuigt, Gal. 2:2, enz. 2 Korinthiërs 12:4: Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken. Galaten 1:1: Paulus, een apostel, geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft, Galaten 2:6: En van degenen, die geacht waren, wat te zijn, hoedanigen zij eertijds waren, verschilt mij niet; God neemt de persoon van de mensen niet aan; want die geacht waren, hebben mij niets toegebracht. 1 Korinthiërs 10:8: En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 1 Korinthiërs 10:9: En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slangen vernield. 1 Petrus 4:3: Want het is ons genoeg, dat wij de voorgaande tijd van het leven van de heidenen wil volbracht hebben, en gewandeld hebben in ontuchtigheden, begeerlijkheden, wijnzuiperijen, brasserijen, drinkerijen en gruwelijke afgoderijen; Handelingen 9:17: En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zei hij: Saul, broeder! de Heer heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op de weg, die u kwaamt, opdat u weer ziende en met de Heilige Geest vervuld zoudt worden. Galaten 2:2: En ik ging op door een openbaring, en stelde hun het Evangelie voor, dat ik predik onder de heidenen; en in het bijzonder aan degenen, die in achting waren, opdat ik niet enigszins tevergeefs zou lopen of gelopen hebben."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk de rechtvaardige vergelding der straffen.",
          "text1637": "N. de rechtveerdige vergeldinge der straffen.",
          "text2026": "Namelijk de rechtvaardige vergelding van de straffen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 zo grote zaligheid: Dat is, zo klare en krachtige leer, die ons ter zaligheid roept; waardoor het Evangelie verstaan wordt, hetwelk ook een dienst des Geestes en des levens wordt genoemd, daar de wet een doodslaande letter is, waarvan zie de verklaring op 2 Kor. 3:6, 3:7. 2 Korinthiërs 3:6: Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. 2 Korinthiërs 3:7: En indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijns aangezichts, die te niet gedaan zou worden.",
          "text1637": "D. so klare ende krachtige leere, die ons ter saligheyt roept. Waer door het Euangelium verstaen wort ’t welck een dienst des Geests ende levens oock wort genaemt, daer de Wet een doodt-slaende letter is: waer van siet de verklaringe op 2.Cor. 3.6, 7.",
          "text2026": "6 zo grote zaligheid: Dat is, zo klare en krachtige leer, die ons ter zaligheid roept; waardoor het Evangelie verstaan wordt, dat ook een dienst van de Geest en van het leven wordt genoemd, daar de wet een doodslaande letter is, waarvan zie de verklaring op 2 Kor. 3:6, 3:7. 2 Korinthiërs 3:6: Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaren van het Nieuwe Testament, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. 2 Korinthiërs 3:7: En als de bediening van de dood in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, zo dat de kinderen van Israël het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid van Zijn aangezicht, die te niet gedaan zou worden."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 begonnen zijnde verkondigd te worden: Grieks begin genomen hebbende gesproken te worden.",
          "text1637": "Gr. beginsel genomen hebbende gesproken te worden.",
          "text2026": "7 begonnen zijnde verkondigd te worden: Grieks begin genomen hebbende gesproken te worden."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 de Heere, aan ons: Namelijk Jezus Christus, toen Hij in de dagen Zijns vleses onder ons heeft gepredikt als een dienaar der besnijdenis.",
          "text1637": "N. Iesum Christum, doe hy in de dagen sijnes vleeschs onder ons heeft gepredickt als een dienaer der besnijdenisse.",
          "text2026": "8 de Heer, aan ons: Namelijk Jezus Christus, toen Hij in de dagen van Zijn vlees onder ons heeft gepredikt als een dienaar van de besnijdenis."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 bevestigd is geworden: Dat is, meer en meer versterkt.",
          "text1637": "D. meer ende meer versterckt.",
          "text2026": "9 bevestigd is geworden: Dat is, meer en meer versterkt."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hebr. 12:25. Hebreeën 12:25: Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is;",
          "text1637": "Hebr. 12.25.",
          "text2026": "Hebr. 12:25. Hebreeën 12:25: Ziet toe, dat u Die, Die spreekt, niet verwerpt; want als deze niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvluchten, zo wij ons van Die afkeren, Die van de hemelen is;"
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 4:17; Marc. 1:14. Mattheüs 4:17: Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Marcus 1:14: En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods.",
          "text1637": "Matth. 4.17. Marc. 1.14.",
          "text2026": "Matt. 4:17; Marc. 1:14. Mattheüs 4:17: Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen. Marcus 1:14: En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk van God."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "πως",
          "strongs": "G4459",
          "lemma_strongs": "G4459",
          "morfologie": "ADV-I"
        },
        {
          "woord": "ημεις",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1NP"
        },
        {
          "woord": "εκφευξομεθα",
          "strongs": "G1628",
          "lemma_strongs": "G1628",
          "morfologie": "V-FDI-1P"
        },
        {
          "woord": "τηλικαυτης",
          "strongs": "G5082",
          "lemma_strongs": "G5082",
          "morfologie": "D-GSF"
        },
        {
          "woord": "αμελησαντες",
          "strongs": "G272",
          "lemma_strongs": "G272",
          "morfologie": "V-AAP-NPM"
        },
        {
          "woord": "σωτηριας",
          "strongs": "G4991",
          "lemma_strongs": "G4991",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "ητις",
          "strongs": "G3748",
          "lemma_strongs": "G3748",
          "morfologie": "R-NSF"
        },
        {
          "woord": "αρχην",
          "strongs": "G746",
          "lemma_strongs": "G746",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "λαβουσα",
          "strongs": "G2983",
          "lemma_strongs": "G2983",
          "morfologie": "V-2AAP-NSF"
        },
        {
          "woord": "λαλεισθαι",
          "strongs": "G2980",
          "lemma_strongs": "G2980",
          "morfologie": "V-PPN"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "κυριου",
          "strongs": "G2962",
          "lemma_strongs": "G2962",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "υπο",
          "strongs": "G5259",
          "lemma_strongs": "G5259",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "ακουσαντων",
          "strongs": "G191",
          "lemma_strongs": "G191",
          "morfologie": "V-AAP-GPM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ημας",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1AP"
        },
        {
          "woord": "εβεβαιωθη",
          "strongs": "G950",
          "lemma_strongs": "G950",
          "morfologie": "V-API-3S"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Hoe zullen wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ontvluchten, als wij op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zo grote zaligheid geen acht nemen?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> begonnen zijnde verkondigd te worden door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> de Heere, aan ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bevestigd is geworden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van degenen, die Hem gehoord hebben;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Hoe zullen wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ontvlieden, indien wij op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zo grote zaligheid geen acht nemen?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> dewelke,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> begonnen zijnde verkondigd te worden door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> den Heere, aan ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bevestigd is geworden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van degenen, die Hem gehoord hebben;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Hoe sullen wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ontvlieden, indien wy op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> so grooten salicheyt geen acht en nemen? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> de welcke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> begonnen zijnde vercondight te worden door <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> den Heere, aen ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bevestight is geworden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van de gene die [<i>hem</i>] gehoort hebben:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ontvlieden, indien",
          "new": "ontvluchten, als",
          "principe": "V41"
        },
        {
          "old": "dewelke,",
          "new": "die,",
          "principe": "V75"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Hoe zullen wij ontvluchten, als wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? die, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4459",
            "G1473",
            "G1628",
            "G5082",
            "G272",
            "G4991",
            "G3748",
            "G746",
            "G2983",
            "G2980",
            "G1223",
            "G3588",
            "G2962",
            "G5259",
            "G3588",
            "G191",
            "G1519",
            "G1473",
            "G950"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4459",
            "G1473",
            "G1628",
            "G5082",
            "G272",
            "G4991",
            "G3748",
            "G746",
            "G2983",
            "G2980",
            "G1223",
            "G3588",
            "G2962",
            "G5259",
            "G3588",
            "G191",
            "G1519",
            "G1473",
            "G950"
          ],
          "morfologie": [
            "ADV-I",
            "P-1NP",
            "V-FDI-1P",
            "D-GSF",
            "V-AAP-NPM",
            "N-GSF",
            "R-NSF",
            "N-ASF",
            "V-2AAP-NSF",
            "V-PPN",
            "PREP",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "PREP",
            "T-GPM",
            "V-AAP-GPM",
            "PREP",
            "P-1AP",
            "V-API-3S"
          ],
          "bronwoorden": [
            "πως",
            "ημεις",
            "εκφευξομεθα",
            "τηλικαυτης",
            "αμελησαντες",
            "σωτηριας",
            "ητις",
            "αρχην",
            "λαβουσα",
            "λαλεισθαι",
            "δια",
            "του",
            "κυριου",
            "υπο",
            "των",
            "ακουσαντων",
            "εις",
            "ημας",
            "εβεβαιωθη"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:3",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5695",
            null,
            "G5660",
            null,
            null,
            null,
            "G5631",
            "G5745",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5660",
            null,
            null,
            "G5681"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.",
      "text1637": "[e] Godt boven dien [11] mede getuygende door teeckenen ende wonderen, ende menigerley crachten, ende bedeelingen des heyligen Geests, na sijnen wille.",
      "text2026": "God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en allerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk met de apostelen en evangelisten, die ons het Evangelie hebben verkondigd. Zie Mark. 16:20. Marcus 16:20: En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.",
          "text1637": "Namel. met de Apostelen ende Euangelisten, die ons het Euangelium hebben verkondight. Siet Marc. 16. vers 20.",
          "text2026": "Namelijk met de apostelen en evangelisten, die ons het Evangelie hebben verkondigd. Zie Mark. 16:20. Marcus 16:20: En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heer wrocht mee, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Marc. 16:20; Hand. 14:3; Hand. 19:11. Marcus 16:20: En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen. Handelingen 14:3: Zij verkeerden dan aldaar een langen tijd, vrijmoediglijk sprekende in den Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijner genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden door hun handen. Handelingen 19:11: En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus;",
          "text1637": "Marc. 16.20. Actor. 14.3. ende 19.11.",
          "text2026": "Marc. 16:20; Hand. 14:3; Hand. 19:11. Marcus 16:20: En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heer wrocht mee, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen. Handelingen 14:3: Zij verbleven dan daar een langen tijd, vrijmoedig sprekende in de Heer, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijn genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden door hun handen. Handelingen 19:11: En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "συνεπιμαρτυρουντος",
          "strongs": "G4901",
          "lemma_strongs": "G4901",
          "morfologie": "V-PAP-GSM"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "σημειοις",
          "strongs": "G4592",
          "lemma_strongs": "G4592",
          "morfologie": "N-DPN"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τερασιν",
          "strongs": "G5059",
          "lemma_strongs": "G5059",
          "morfologie": "N-DPN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ποικιλαις",
          "strongs": "G4164",
          "lemma_strongs": "G4164",
          "morfologie": "A-DPF"
        },
        {
          "woord": "δυναμεσιν",
          "strongs": "G1411",
          "lemma_strongs": "G1411",
          "morfologie": "N-DPF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πνευματος",
          "strongs": "G4151",
          "lemma_strongs": "G4151",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "αγιου",
          "strongs": "G40",
          "lemma_strongs": "G40",
          "morfologie": "A-GSN"
        },
        {
          "woord": "μερισμοις",
          "strongs": "G3311",
          "lemma_strongs": "G3311",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "κατα",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "θελησιν",
          "strongs": "G2308",
          "lemma_strongs": "G2308",
          "morfologie": "N-ASF"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> God bovendien<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> medegetuigende door tekenen, en wonderen, en allerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> God bovendien<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Godt boven dien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> mede getuygende door teeckenen ende wonderen, ende menigerley crachten, ende bedeelingen des heyligen Geests, na sijnen wille.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "menigerlei",
          "new": "allerlei",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des Heiligen Geestes,",
          "new": "van de Heilige Geest,",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en allerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4901",
            "G3588",
            "G2316",
            "G4592",
            "G5037",
            "G2532",
            "G5059",
            "G2532",
            "G4164",
            "G1411",
            "G2532",
            "G4151",
            "G40",
            "G3311",
            "G2596",
            "G3588",
            "G846",
            "G2308"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4901",
            "G3588",
            "G2316",
            "G4592",
            "G5037",
            "G2532",
            "G5059",
            "G2532",
            "G4164",
            "G1411",
            "G2532",
            "G4151",
            "G40",
            "G3311",
            "G2596",
            "G3588",
            "G846",
            "G2308"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PAP-GSM",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "N-DPN",
            "PRT",
            "CONJ",
            "N-DPN",
            "CONJ",
            "A-DPF",
            "N-DPF",
            "CONJ",
            "N-GSN",
            "A-GSN",
            "N-DPM",
            "PREP",
            "T-ASF",
            "P-GSM",
            "N-ASF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "συνεπιμαρτυρουντος",
            "του",
            "θεου",
            "σημειοις",
            "τε",
            "και",
            "τερασιν",
            "και",
            "ποικιλαις",
            "δυναμεσιν",
            "και",
            "πνευματος",
            "αγιου",
            "μερισμοις",
            "κατα",
            "την",
            "αυτου",
            "θελησιν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:4",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.",
      "text1637": "[12] Want hy en heeft den Engelen niet onderworpen [13] de toecomende werelt, van welcke wy spreken.",
      "text2026": "Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 Want Hij heeft: Na het einde der tussengevoegde vermaning komt de apostel weder tot verklaring der leer. Want deze woorden sluiten aan bij het einde van het voorgaande hoofdstuk, waar hij gezegd had, dat God de Vader alles aan de voeten van Christus had onderworpen, en hij gaat alzo voort tot de verklaring van de nederheid en verhoging der mensheid van Christus.",
          "text1637": "Nae het eynde der tusschen gevoeghde vermaninghe komt de Apostel wederom tot verklaringe der leere. Want dese woorden hangen aen het eynde des voorgaenden capittels, daer hy geseght hadde dat Godt de Vader alles den voeten Christi hadde onderworpen, ende gaet alsoo voort tot de verklaringhe van de nedrigheydt ende verhooginge der menscheydt Christi.",
          "text2026": "12 Want Hij heeft: Na het einde van de tussengevoegde vermaning komt de apostel weer tot verklaring van de leer. Want deze woorden sluiten aan bij het einde van het voorgaande hoofdstuk, waar hij gezegd had, dat God de Vader alles aan de voeten van Christus had onderworpen, en hij gaat zo voort tot de verklaring van de nederheid en verhoging van de mensheid van Christus."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 de toekomende wereld: Dat is, van wier toekomst of stand de profeten zoveel hebben gesproken, en waar David van spreekt in de aangetekende plaats, Ps. 110; welke wereld toekomende wordt genoemd, ten opzichte van Gods beloften in het Oude Testament, en van de oprichting aller dingen, die door het zitten van Christus ter rechterhand Zijns Vaders, door de gehele wereld is begonnen, en ten uitersten dage zal voleindigd worden.",
          "text1637": "Dat is, van welcker toekomste ofte stant de Propheten soo veel hebben gesproken, ende daer David van spreeckt in de aengetogene plaetse. Psal. 110. welcke werelt toekomende wordt genaemt, ten aensien van Godts beloften in het Oude Testament, ende van de oprechtinge aller dingen, die door het sitten Christi ter rechter-handt sijns Vaders, door de geheele werelt is begonnen, ende ten uytersten dage sal voleyndight worden.",
          "text2026": "13 de toekomende wereld: Dat is, van wier toekomst of stand de profeten zoveel hebben gesproken, en waar David van spreekt in de aangetekende plaats, Ps. 110; welke wereld toekomende wordt genoemd, ten opzichte van Gods beloften in het Oude Testament, en van de oprichting alle dingen, die door het zitten van Christus ter rechterhand Zijn Vaders, door de gehele wereld is begonnen, en ten uitersten dage zal voltooid worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ου",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αγγελοις",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "υπεταξεν",
          "strongs": "G5293",
          "lemma_strongs": "G5293",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "οικουμενην",
          "strongs": "G3625",
          "lemma_strongs": "G3625",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "μελλουσαν",
          "strongs": "G3195",
          "lemma_strongs": "G3195",
          "morfologie": "V-PAP-ASF"
        },
        {
          "woord": "περι",
          "strongs": "G4012",
          "lemma_strongs": "G4012",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ης",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-GSF"
        },
        {
          "woord": "λαλουμεν",
          "strongs": "G2980",
          "lemma_strongs": "G2980",
          "morfologie": "V-PAI-1P"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> de toekomende wereld, van welke wij spreken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> de toekomende wereld, van welke wij spreken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Want hy en heeft den Engelen niet onderworpen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> de toecomende werelt, van welcke wy spreken.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3756",
            "G1063",
            "G32",
            "G5293",
            "G3588",
            "G3625",
            "G3588",
            "G3195",
            "G4012",
            "G3739",
            "G2980"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3756",
            "G1063",
            "G32",
            "G5293",
            "G3588",
            "G3625",
            "G3588",
            "G3195",
            "G4012",
            "G3739",
            "G2980"
          ],
          "morfologie": [
            "PRT-N",
            "CONJ",
            "N-DPM",
            "V-AAI-3S",
            "T-ASF",
            "N-ASF",
            "T-ASF",
            "V-PAP-ASF",
            "PREP",
            "R-GSF",
            "V-PAI-1P"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ου",
            "γαρ",
            "αγγελοις",
            "υπεταξεν",
            "την",
            "οικουμενην",
            "την",
            "μελλουσαν",
            "περι",
            "ης",
            "λαλουμεν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:5",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            "G5719"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!",
      "text1637": "Maer daer heeft [14] yemandt ergens betuyght, seggende, [f] [15] Wat is de mensche dat ghy sijner [16] gedenckt? ofte des menschen Sone dat ghy hem besoeckt?",
      "text2026": "Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat U hem gedenkt, of de mensenzoon, dat U hem bezoekt!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 iemand heeft ergens betuigd: Namelijk die genoeg bekend is, te weten de profeet David, in Ps. 8.",
          "text1637": "Namel. die genoech bekent is, te weten de Propheet David, in den achtsten Psalm.",
          "text2026": "14 iemand heeft ergens betuigd: Namelijk die genoeg bekend is, te weten de profeet David, in Ps. 8."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 Wat is de Mens: Deze plaats; Ps. 8:5, menen sommigen dat hier maar door enige toepassing der woorden van den profeet David op Christus wordt geduid, hoewel zij door David in een anderen zin zouden gesproken zijn, gelijk dat dikwijls bij vele schrijvers geschiedt, en waar van een voorbeeld is Rom. 10:6, 10:18. Want hetgeen van een zaak of persoon gezegd is kan ook wel met waarheid van een ander bij vergelijking gezegd worden; veel meer dan kan zulks door de ingeving des Heiligen Geestes geschieden. Doch daar de apostel deze plaats, als van Christus gesproken, ook verhaalt, 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22, en daaruit daar en ook hier een bewijs neemt van hetgeen hij van Christus wil leren, zo moet zij van David tot dien einde ook noodzakelijk zijn waartoe de apostel die voortbrengt. Want al is het dat David daar ten eersten aanzien schijnt te spreken van den mens en zijn waardigheid in het algemeen boven andere schepselen, nochtans terwijl de eerste mens deze waardigheid door zijne ongehoorzaamheid terstond heeft verloren, en derhalve geen recht daartoe van nature meer heeft; waarom ook veel schepselen zich aan zijn gehoorzaamheid hebben onttrokken, ja vijand van hem zijn geworden; zo heeft de profeet hoger gezien, namelijk op Christus en de wederoprichting der mensen in Christus, die een volkomene autoriteit en macht over alle schepselen groot en klein ontvangen heeft, zelfs over de engelen in den hemel en al het gedierte op aarde; Ef. 1:20, 1:21, 1:22; Filipp. 2:9, 2:10; waarom zelfs de engelen Hem, toen Hij hier in het vlees wandelde, hebben gediend, en de vissen in de zee en andere gedierte Hem als een volkomen Heere zijn onderworpen geweest, gelijk daarvan gedurig voorbeelden in het Evangelie voorkomen. Zie Matth. 8:31, en Matth. 21:2; Luk. 5:6; Joh. 21:6; welke waardigheid ook alle gelovigen in Christus nu weder deelachtig zijn geworden, 1 Kor. 3:22; Ef. 2:6, enz. Psalmen 8:5: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? Romeinen 10:6: Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen. Romeinen 10:18: Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld. 1 Korinthiërs 15:27: Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Efeziërs 1:20: Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel; Efeziërs 1:21: Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Filippensen 2:9: Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; Filippensen 2:10: Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. Mattheüs 8:31: En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen. Mattheüs 21:2: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij. Lukas 5:6: En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde. Johannes 21:6: En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en konden hetzelve niet meer trekken vanwege de menigte der vissen. 1 Korinthiërs 3:22: Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe. Efeziërs 2:6: En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;",
          "text1637": "Dese plaetse, Psa. 8.5. meynen sommige dat hier maer door eenige toe-passinge der woorden des Propheten Davids op Christum wordt gheduydt, hoe wel sy van David in eenen anderen sin souden gesproken zijn, gelijck dat dickmael by vele schrijvers gheschiet, ende daer van een exempel is Rom. 10. versen 5, 18. Want het gene van eene sake ofte persoon gesegt is, kan oock wel met waerheyt van een ander by vergelijckinge geseght worden: veel meer dan kan sulcx door de ingevinghe des heyligen Geests geschieden. Doch alsoo de Apostel dese plaetse als van Christo gesproken, oock verhaelt 1.Cor. 15. vers 27. ende Ephes. 1.22. ende uyt de selve aldaer, ende oock alhier, een bewijs neemt van het gene hy van Christo wil leeren, so moetse van David tot dien eynde oock noodsakelick uyt gesproken zijn tot het welcke den Apostel die voortbrenght. Want al is’t dat David daer ten eersten aensien schijnt te spreken van den mensche ende sijne weerdigheydt in het gemeyn over andere schepselen, nochtans dewijle de eerste mensche dese weerdicheyt door sijne ongehoorsaemheydt terstont heeft verloren, ende derhalven geen recht daer toe van natueren meer en heeft: waerom oock vele schepselen haer van sijne gehoorsaemheydt hebben ontrocken, ja vyandt van hem zijn geworden: so heeft de Propheet hooger gesien, namelick op Christum, ende de wederoprechtinge des menschen in Christo, die een volkomen autoriteyt ende macht over alle schepselen groote ende kleyne ontfangen heeft, selfs over de Engelen in den hemel, ende alle gedierten op aerden. Ephes. 1. versen 20, 21, 22. Philip. 2. versen 9, 10. Waerom selfs de Engelen hem, doe hy hier in den vleesche wandelde, hebben gedient, ende de visschen in de zee, ende andere gedierten, hem als een volkomen Heere, zijn onderworpen geweest, gelijck daer van exemplen doorgaens in den Euangelio voor-komen. Siet Matth. 8.31. ende 21.2. Luc. 5.6. Ioan. 21.6. welcker weerdicheyt oock alle geloovige in Christo nu wederom deelachtich zijn geworden. 1.Cor. 3.22. Ephes. 2.6, etc.",
          "text2026": "15 Wat is de Mens: Deze plaats; Ps. 8:5, menen sommigen dat hier maar door enige toepassing van de woorden van de profeet David op Christus wordt geduid, hoewel zij door David in een anderen zin zouden gesproken zijn, gelijk dat dikwijls bij vele schrijvers geschiedt, en waar van een voorbeeld is Rom. 10:6, 10:18. Want wat van een zaak of persoon gezegd is kan ook wel met waarheid van een ander bij vergelijking gezegd worden; veel meer dan kan zulks door de ingeving van de Heiligen Geestes gebeuren. Maar daar de apostel deze plaats, als van Christus gesproken, ook verhaalt, 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22, en daaruit daar en ook hier een bewijs neemt van wat hij van Christus wil leren, zo moet zij van David tot die einde ook noodzakelijk zijn waartoe de apostel die voortbrengt. Want al is het dat David daar ten eerste aanzien schijnt te spreken van de mens en zijn waardigheid in het algemeen boven andere schepselen, nochtans terwijl de eerste mens deze waardigheid door zijne ongehoorzaamheid meteen heeft verloren, en daarom geen recht daartoe van nature meer heeft; waarom ook veel schepselen zich aan zijn gehoorzaamheid hebben onttrokken, ja vijand van hem zijn geworden; zo heeft de profeet hoger gezien, namelijk op Christus en de wederoprichting van de mensen in Christus, die een volkomen autoriteit en macht over alle schepselen groot en klein ontvangen heeft, zelfs over de engelen in de hemel en al het gedierte op aarde; Ef. 1:20, 1:21, 1:22; Fil. 2:9, 2:10; waarom zelfs de engelen Hem, toen Hij hier in het vlees wandelde, hebben gediend, en de vissen in de zee en andere gedierte Hem als een volkomen Heer zijn onderworpen geweest, gelijk daarvan gedurig voorbeelden in het Evangelie voorkomen. Zie Matt. 8:31, en Matt. 21:2; Luk. 5:6; Joh. 21:6; welke waardigheid ook alle gelovigen in Christus nu weer deelachtig zijn geworden, 1 Kor. 3:22; Ef. 2:6, enz. Psalmen 8:5: Wat is de mens, dat u Zijn gedenkt, en de zoon van de mensen, dat u hem bezoekt? Romeinen 10:6: Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in de hemel opklimmen? Het is Christus van boven afbrengen. Romeinen 10:18: Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld. 1 Korinthiërs 15:27: Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem van de Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Efeziërs 1:20: Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in de hemel; Efeziërs 1:21: Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en alle naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem van de Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Filippensen 2:9: Daarom heeft Hem ook God bovenmate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is; Filippensen 2:10: Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie degenen, die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. Mattheüs 8:31: En de duivelen baden Hem, zeggende: Als u ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen. Mattheüs 21:2: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en u zult meteen een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij. Lukas 5:6: En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde. Johannes 21:6: En Hij zei tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en u zult vinden. Zij wierpen het dan, en konden het niet meer trekken vanwege de menigte van de vissen. 1 Korinthiërs 3:22: Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe. Efeziërs 2:6: En heeft ons mee opgewekt, en heeft ons mee gezet in de hemel in Christus Jezus;"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit woord gedenkt, gelijk ook het volgende bezoekt, of aanmerkt, ziet zowel op den staat der vernedering van Christus, waaruit Hij verhoogd is, als op den ellendigen staat des mensen, waarin hij door de zonde is gevallen, waarin hem God met Zijn ontfermende ogen als aangezien en tot een beteren staat genadig heeft voorgenomen te brengen, gelijk deze wijze van spreken zulks alom medebrengt. Zie Gen. 8:1, en Gen. 21:1; Ezech. 16:4, enz. Genesis 8:1: En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Genesis 21:1: En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had. Ezechiël 16:4: En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.",
          "text1637": "Dit woordt gedenckt, gelijck oock het volgende besoeckt, ofte aenmerckt, siet soo op den staet der vernederinge Christi, waer uyt hy verhooght is: als op den elendigen staet des menschen, daer in hy door de sonde is ghevallen, waer in hem Godt met sijne ontfermende oogen als aengesien, ende tot eenen beteren staet heeft genadelick voorgenomen te brengen, gelijck dese wijse van spreken sulcks alomme mede brengt. Siet Genes. 8.1. ende 21.1. Ezech. 16.4, etc.",
          "text2026": "Dit woord gedenkt, gelijk ook het volgende bezoekt, of aanmerkt, ziet zowel op de staat van de vernedering van Christus, waaruit Hij verhoogd is, als op de ellendigen staat van de mensen, waarin hij door de zonde is gevallen, waarin hem God met Zijn ontfermende ogen als aangezien en tot een beteren staat genadig heeft voorgenomen te brengen, gelijk deze wijze van spreken zulks alom medebrengt. Zie Gen. 8:1, en Gen. 21:1; Ezech. 16:4, enz. Genesis 8:1: En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Genesis 21:1: En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had. Ezechiël 16:4: En aangaande uw geboorten: op de dag als u geboren was, werd uw navel niet afgesneden; en u was niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; u was ook in geen geval met zout gewreven, noch in windselen gewonden."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 8:5. Psalmen 8:5: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?",
          "text1637": "Psal. 8.5.",
          "text2026": "Ps. 8:5. Psalmen 8:5: Wat is de mens, dat u Zijn gedenkt, en de zoon van de mensen, dat u hem bezoekt?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "διεμαρτυρατο",
          "strongs": "G1263",
          "lemma_strongs": "G1263",
          "morfologie": "V-ADI-3S"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "που",
          "strongs": "G4225",
          "lemma_strongs": "G4225",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "τις",
          "strongs": "G5100",
          "lemma_strongs": "G5100",
          "morfologie": "X-NSM"
        },
        {
          "woord": "λεγων",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "τι",
          "strongs": "G5101",
          "lemma_strongs": "G5101",
          "morfologie": "I-NSN"
        },
        {
          "woord": "εστιν",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ανθρωπος",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "οτι",
          "strongs": "G3754",
          "lemma_strongs": "G3754",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "μιμνησκη",
          "strongs": "G3403",
          "lemma_strongs": "G3403",
          "morfologie": "V-PNI-2S"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G2228",
          "lemma_strongs": "G2228",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "υιος",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "ανθρωπου",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "οτι",
          "strongs": "G3754",
          "lemma_strongs": "G3754",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "επισκεπτη",
          "strongs": "G1980",
          "lemma_strongs": "G1980",
          "morfologie": "V-PNI-2S"
        },
        {
          "woord": "αυτον",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-ASM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar iemand heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ergens betuigd, zeggende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup>:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Wat is de mens, dat U hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gedenkt, of de mensenzoon, dat U hem bezoekt!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar iemand heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ergens betuigd, zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Wat is de mens, dat Gij zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!",
      "text1637_html": "Maer daer heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> yemandt ergens betuyght, seggende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Wat is de mensche dat ghy sijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> gedenckt? ofte des menschen Sone dat ghy hem besoeckt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijner",
          "new": "U hem",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "des mensen zoon,",
          "new": "de mensenzoon,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat U hem gedenkt, of de mensenzoon, dat U hem bezoekt!",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1263",
            "G1161",
            "G4225",
            "G5100",
            "G3004",
            "G5101",
            "G1510",
            "G444",
            "G3754",
            "G3403",
            "G846",
            "G2228",
            "G5207",
            "G444",
            "G3754",
            "G1980",
            "G846"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1263",
            "G1161",
            "G4225",
            "G5100",
            "G3004",
            "G5101",
            "G1510",
            "G444",
            "G3754",
            "G3403",
            "G846",
            "G2228",
            "G5207",
            "G444",
            "G3754",
            "G1980",
            "G846"
          ],
          "morfologie": [
            "V-ADI-3S",
            "CONJ",
            "ADV",
            "X-NSM",
            "V-PAP-NSM",
            "I-NSN",
            "V-PAI-3S",
            "N-NSM",
            "CONJ",
            "V-PNI-2S",
            "P-GSM",
            "PRT",
            "N-NSM",
            "N-GSM",
            "CONJ",
            "V-PNI-2S",
            "P-ASM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "διεμαρτυρατο",
            "δε",
            "που",
            "τις",
            "λεγων",
            "τι",
            "εστιν",
            "ανθρωπος",
            "οτι",
            "μιμνησκη",
            "αυτου",
            "η",
            "υιος",
            "ανθρωπου",
            "οτι",
            "επισκεπτη",
            "αυτον"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:6",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5662",
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            "G5736",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5736",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;",
      "text1637": "Ghy hebt hem [17] een weynigh minder gemaeckt dan de Engelen: met heerlickheyt ende eere hebt ghy hem gekroont, ende ghy hebt hem gestelt over de wercken uwer handen.",
      "text2026": "U hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond, en U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 een weinig minder gemaakt: Of een weinig tijds; gelijk ook vers 9, wat dit woord beide betekent. En dit wordt van den apostel op de gelovigen en vooral op Christus hun Hoofd geduid, omdat zij hier wel een weinig of een weinig tijds minder zijn dan de engelen, gelijk ook Christus is geweest in Zijn nederigen staat voor de ogen der mensen, maar dat zij door Christus den engelen zullen gelijk worden in de toekomende wereld, Matth. 22:30, en dat Christus, het Hoofd derzelve, ook naar Zijn mensheid, ver boven alle engelen na Zijne hemelvaart is verheven, gelijk de Schrift alom getuigt. Hebreeën 2:9: Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou. Mattheüs 22:30: Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.",
          "text1637": "Ofte, een weynigh tijdts, gelijck oock vers 9. want dit woort beyde beteeckent. Ende wordt dit van den Apostel op de geloovighe ende voornamelick op Christum haer hooft gheduydt, om dat sy hier wel een weynigh, ofte, een weynigh tijdts minder zijn dan de Engelen, gelijck oock Christus is geweest in sijnen nedrigen staet voor de oogen der menschen, maer dat sy door Christum den Engelen sullen gelijck worden inde toekomende werelt. Matth. 22.30. ende dat Christus het hooft der selve, oock nae sijne menscheyt, verre boven alle Engelen nae sijne hemelvaert is verheven, gelijck de Schrift alomme getuyght.",
          "text2026": "17 een weinig minder gemaakt: Of een weinig tijds; gelijk ook vers 9, wat dit woord beide betekent. En dit wordt van de apostel op de gelovigen en vooral op Christus hun Hoofd geduid, omdat zij hier wel een weinig of een weinig tijds minder zijn dan de engelen, gelijk ook Christus is geweest in Zijn nederigen staat voor de ogen van de mensen, maar dat zij door Christus de engelen zullen gelijk worden in de toekomende wereld, Matt. 22:30, en dat Christus, het Hoofd derzelve, ook naar Zijn mensheid, ver boven alle engelen na Zijne hemelvaart is verheven, gelijk de Schrift alom getuigt. Hebreeën 2:9: Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood smaken zou. Mattheüs 22:30: Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen van God in de hemel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ηλαττωσας",
          "strongs": "G1642",
          "lemma_strongs": "G1642",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "αυτον",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-ASM"
        },
        {
          "woord": "βραχυ",
          "strongs": "G1024",
          "lemma_strongs": "G1024",
          "morfologie": "A-ASN"
        },
        {
          "woord": "τι",
          "strongs": "G5100",
          "lemma_strongs": "G5100",
          "morfologie": "X-ASN"
        },
        {
          "woord": "παρ",
          "strongs": "G3844",
          "lemma_strongs": "G3844",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αγγελους",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "δοξη",
          "strongs": "G1391",
          "lemma_strongs": "G1391",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τιμη",
          "strongs": "G5092",
          "lemma_strongs": "G5092",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "εστεφανωσας",
          "strongs": "G4737",
          "lemma_strongs": "G4737",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "αυτον",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-ASM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "κατεστησας",
          "strongs": "G2525",
          "lemma_strongs": "G2525",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "αυτον",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-ASM"
        },
        {
          "woord": "επι",
          "strongs": "G1909",
          "lemma_strongs": "G1909",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APN"
        },
        {
          "woord": "εργα",
          "strongs": "G2041",
          "lemma_strongs": "G2041",
          "morfologie": "N-APN"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPF"
        },
        {
          "woord": "χειρων",
          "strongs": "G5495",
          "lemma_strongs": "G5495",
          "morfologie": "N-GPF"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>U hebt hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond, en U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij hebt hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;",
      "text1637_html": "Ghy hebt hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> een weynigh minder gemaeckt dan de Engelen: met heerlickheyt ende eere hebt ghy hem gekroont, ende ghy hebt hem gestelt over de wercken uwer handen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "U hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt U hem gekroond, en U hebt hem gesteld over de werken van Uw handen;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1642",
            "G846",
            "G1024",
            "G5100",
            "G3844",
            "G32",
            "G1391",
            "G2532",
            "G5092",
            "G4737",
            "G846",
            "G2532",
            "G2525",
            "G846",
            "G1909",
            "G3588",
            "G2041",
            "G3588",
            "G5495",
            "G4771"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1642",
            "G846",
            "G1024",
            "G5100",
            "G3844",
            "G32",
            "G1391",
            "G2532",
            "G5092",
            "G4737",
            "G846",
            "G2532",
            "G2525",
            "G846",
            "G1909",
            "G3588",
            "G2041",
            "G3588",
            "G5495",
            "G4771"
          ],
          "morfologie": [
            "V-AAI-2S",
            "P-ASM",
            "A-ASN",
            "X-ASN",
            "PREP",
            "N-APM",
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "N-DSF",
            "V-AAI-2S",
            "P-ASM",
            "CONJ",
            "V-AAI-2S",
            "P-ASM",
            "PREP",
            "T-APN",
            "N-APN",
            "T-GPF",
            "N-GPF",
            "P-2GS"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ηλαττωσας",
            "αυτον",
            "βραχυ",
            "τι",
            "παρ",
            "αγγελους",
            "δοξη",
            "και",
            "τιμη",
            "εστεφανωσας",
            "αυτον",
            "και",
            "κατεστησας",
            "αυτον",
            "επι",
            "τα",
            "εργα",
            "των",
            "χειρων",
            "σου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:7",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;",
      "text1637": "[g] Alle dingen hebt ghy onder sijne voeten onderworpen. Want daer in dat hy hem alle dingen heeft onderworpen, en heeft hy [18] niets uytgelaten dat hem niet onderworpen en zy: [19] doch nu en sien wy noch niet dat hem alle dingen onderworpen zijn:",
      "text2026": "Alle dingen hebt U onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; maar nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 niets uitgelaten: Zelfs ook dan niet de engelen.",
          "text1637": "Selfs oock dan niet de Engelen.",
          "text2026": "18 niets uitgelaten: Zelfs ook dan niet de engelen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 doch nu zien wij nog niet: Met deze woorden bewijst de apostel, dat deze plaats eerst en vooral van Christus moet verstaan worden, daar in geen ander mens ter wereld dit tot nog toe in alles is vervuld.",
          "text1637": "Met dese woorden bewijst den Apostel, dat dese plaetse eerst ende voornamelick van Christo moet verstaen worden, also in geen ander mensche der werelt dit tot noch toe in alles en is vervult.",
          "text2026": "19 maar nu zien wij nog niet: Met deze woorden bewijst de apostel, dat deze plaats eerst en vooral van Christus moet verstaan worden, daar in geen ander mens ter wereld dit tot nog toe in alles is vervuld."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 8:7; Matth. 28:18; 1 Kor. 15:27; Efez. 1:22. Psalmen 8:7: Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet; Mattheüs 28:18: En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 1 Korinthiërs 15:27: Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;",
          "text1637": "Psal. 8.7. Mat. 28.18. 1.Cor. 15.27. Ephes. 1.22.",
          "text2026": "Ps. 8:7; Matt. 28:18; 1 Kor. 15:27; Ef. 1:22. Psalmen 8:7: u doet hem heersen over de werken van Uw handen; u hebt alles onder zijn voeten gezet; Mattheüs 28:18: En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 1 Korinthiërs 15:27: Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft. Efeziërs 1:22: En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem van de Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-APN"
        },
        {
          "woord": "υπεταξας",
          "strongs": "G5293",
          "lemma_strongs": "G5293",
          "morfologie": "V-AAI-2S"
        },
        {
          "woord": "υποκατω",
          "strongs": "G5270",
          "lemma_strongs": "G5270",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "ποδων",
          "strongs": "G4228",
          "lemma_strongs": "G4228",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τω",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DSN"
        },
        {
          "woord": "υποταξαι",
          "strongs": "G5293",
          "lemma_strongs": "G5293",
          "morfologie": "V-AAN"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APN"
        },
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-APN"
        },
        {
          "woord": "ουδεν",
          "strongs": "G3762",
          "lemma_strongs": "G3762",
          "morfologie": "A-ASN-N"
        },
        {
          "woord": "αφηκεν",
          "strongs": "G863",
          "lemma_strongs": "G863",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "ανυποτακτον",
          "strongs": "G506",
          "lemma_strongs": "G506",
          "morfologie": "A-ASN"
        },
        {
          "woord": "νυν",
          "strongs": "G3568",
          "lemma_strongs": "G3568",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ουπω",
          "strongs": "G3768",
          "lemma_strongs": "G3768",
          "morfologie": "ADV-N"
        },
        {
          "woord": "ορωμεν",
          "strongs": "G3708",
          "lemma_strongs": "G3708",
          "morfologie": "V-PAI-1P"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APN"
        },
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-APN"
        },
        {
          "woord": "υποτεταγμενα",
          "strongs": "G5293",
          "lemma_strongs": "G5293",
          "morfologie": "V-RPP-APN"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Alle dingen hebt U onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> maar nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Alle dingen hebt ghy onder sijne voeten onderworpen. Want daer in dat hy hem alle dingen heeft onderworpen, en heeft hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> niets uytgelaten dat hem niet onderworpen en zy: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> doch nu en sien wy noch niet dat hem alle dingen onderworpen zijn:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Alle dingen hebt U onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; maar nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3956",
            "G5293",
            "G5270",
            "G3588",
            "G4228",
            "G846",
            "G1722",
            "G1063",
            "G3588",
            "G5293",
            "G846",
            "G3588",
            "G3956",
            "G3762",
            "G863",
            "G846",
            "G506",
            "G3568",
            "G1161",
            "G3768",
            "G3708",
            "G846",
            "G3588",
            "G3956",
            "G5293"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3956",
            "G5293",
            "G5270",
            "G3588",
            "G4228",
            "G846",
            "G1722",
            "G1063",
            "G3588",
            "G5293",
            "G846",
            "G3588",
            "G3956",
            "G3762",
            "G863",
            "G846",
            "G506",
            "G3568",
            "G1161",
            "G3768",
            "G3708",
            "G846",
            "G3588",
            "G3956",
            "G5293"
          ],
          "morfologie": [
            "A-APN",
            "V-AAI-2S",
            "ADV",
            "T-GPM",
            "N-GPM",
            "P-GSM",
            "PREP",
            "CONJ",
            "T-DSN",
            "V-AAN",
            "P-DSM",
            "T-APN",
            "A-APN",
            "A-ASN-N",
            "V-AAI-3S",
            "P-DSM",
            "A-ASN",
            "ADV",
            "CONJ",
            "ADV-N",
            "V-PAI-1P",
            "P-DSM",
            "T-APN",
            "A-APN",
            "V-RPP-APN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "παντα",
            "υπεταξας",
            "υποκατω",
            "των",
            "ποδων",
            "αυτου",
            "εν",
            "γαρ",
            "τω",
            "υποταξαι",
            "αυτω",
            "τα",
            "παντα",
            "ουδεν",
            "αφηκεν",
            "αυτω",
            "ανυποτακτον",
            "νυν",
            "δε",
            "ουπω",
            "ορωμεν",
            "αυτω",
            "τα",
            "παντα",
            "υποτεταγμενα"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:8",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5658",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            "G5772"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.",
      "text1637": "[20] Maer wy sien Iesum [h] met heerlickheyt ende eere gekroont, [i] die een weynigh minder dan de Engelen geworden was, [21] van wegen het lijden des doodts: op dat hy door de genade Godts [22] voor allen de doodt [23] smaken soude.",
      "text2026": "Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood smaken zou.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 Maar wij zien Jezus: Dat is, wij weten en geloven uit Gods Woord, en ervaren het in de regering Zijner gemeente, dat nu in Jezus Christus dit alles is vervuld, en dat het derhalve ook in Zijn leden te Zijner tijd, naar hunne mate, vervuld zal worden, zoals in vers 10 wordt uitgedrukt. Hebreeën 2:10: Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.",
          "text1637": "D. wy weten ende gelooven uyt Godes woort, ende ervaren’t in de regeringe sijner Gemeynte, dat nu in Iesu Christo dit alles is vervult, ende dat het derhalven oock in sijne leden, tot sijner tijt, na hare mate, vervult sal worden, gelijck in het volgende vers wordt uytgedruckt.",
          "text2026": "20 Maar wij zien Jezus: Dat is, wij weten en geloven uit Gods Woord, en ervaren het in de regering Zijn gemeente, dat nu in Jezus Christus dit alles is vervuld, en dat het daarom ook in Zijn leden op Zijn tijd, naar hunne mate, vervuld zal worden, zoals in vers 10 wordt uitgedrukt. Hebreeën 2:10: Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de oversten Leidsman hun zaligheid door lijden zou heiligen."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 vanwege het lijden des doods: Dat is, omdat Hij den dood moest lijden, of door het lijden des doods. Zie Luk. 24:26. Lukas 24:26: Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?",
          "text1637": "D. om dat hy den doot moeste lijden, ofte, door het lijden des doots. Siet Luc. 24.26.",
          "text2026": "21 vanwege het lijden van de dood: Dat is, omdat Hij de dood moest lijden, of door het lijden van de dood. Zie Luk. 24:26. Lukas 24:26: Moest de Christus niet deze dingen lijden, en zo in Zijn heerlijkheid ingaan?"
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 voor allen den dood: Namelijk zijn leden, of broeders, die hij zijner heerlijkheid zou deelachtig maken; gelijk Joh. 10:11; Rom. 8:33, 8:34, enz. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Romeinen 8:33: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:34: Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.",
          "text1637": "N. sijne leden, ofte broederen, die hy sijner heerlickheyt soude deelachtigh maken: gelijck Ioan. 10.11. Rom. 8.33, 34, etc.",
          "text2026": "22 voor allen de dood: Namelijk zijn leden, of broeders, die hij Zijn heerlijkheid zou deelachtig maken; gelijk Joh. 10:11; Rom. 8:33, 8:34, enz. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Romeinen 8:33: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het, Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:34: Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand van God is, Die ook voor ons bidt."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 smaken zou: Dat is, lijden, gelijk Christus zelf Zijn lijden bij een drinkbeker vergelijkt, Matth. 20:22, en Matth. 26:39. Zie dergelijke wijze van spreken Matth. 16:28; Mark. 9:1; Luk. 9:27; Joh. 8:52. Mattheüs 20:22: Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. Mattheüs 16:28: Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk. Marcus 9:1: En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is. Lukas 9:27: En Ik zeg u waarlijk: Er zijn sommigen dergenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij het Koninkrijk Gods zullen gezien hebben. Johannes 8:52: De Joden dan zeiden tot Hem: Nu bekennen wij, dat Gij den duivel hebt. Abraham is gestorven, en de profeten; en zegt Gij: Zo iemand Mijn woord bewaard zal hebben, die zal den dood niet smaken in der eeuwigheid?",
          "text1637": "D. lijden, gelijck Christus selve sijn lijden by eenen drinckbeker vergelijckt, Matth. 20.22. ende 26.39. Siet diergelijcke wijse van spreken Matth. 16.28. Marc. 9.1. Luc. 9.27. Ioan 8.52.",
          "text2026": "23 smaken zou: Dat is, lijden, gelijk Christus zelf Zijn lijden bij een drinkbeker vergelijkt, Matt. 20:22, en Matt. 26:39. Zie dergelijke wijze van spreken Matt. 16:28; Mark. 9:1; Luk. 9:27; Joh. 8:52. Mattheüs 20:22: Maar Jezus antwoordde en zei: Gijlieden weet niet wat u begeert; kunt u de drinkbeker drinken, die Ik drinken zal, en met de doop gedoopt worden, waarmee Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen. Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan! maar niet, gelijk Ik wil, maar gelijk u wilt. Mattheüs 16:28: Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke de dood niet smaken zullen, totdat zij de Zoon van de mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk. Marcus 9:1: En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die de dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk van God met kracht gekomen is. Lukas 9:27: En Ik zeg u waarlijk: Er zijn sommigen degenen, die hier staan, die de dood niet zullen smaken, totdat zij het Koninkrijk van God zullen gezien hebben. Johannes 8:52: De Joden dan zeiden tot Hem: Nu bekennen wij, dat u de duivel hebt. Abraham is gestorven, en de profeten; en zegt u: Zo iemand Mijn woord bewaard zal hebben, die zal de dood niet smaken in eeuwigheid?"
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hand. 2:33. Handelingen 2:33: Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.",
          "text1637": "Actor 2.33.",
          "text2026": "Hand. 2:33. Handelingen 2:33: Hij dan, door de rechterhand van God verhoogd zijnde, en de belofte van de Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat u nu ziet en hoort."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Filip. 2:7; idem v. 8. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; Filippensen 2:8: En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.",
          "text1637": "Philip. 2.7.8.",
          "text2026": "Filip. 2:7; idem v. 8. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestalte van een dienaar aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden; Filippensen 2:8: En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood van het kruis."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "βραχυ",
          "strongs": "G1024",
          "lemma_strongs": "G1024",
          "morfologie": "A-ASN"
        },
        {
          "woord": "τι",
          "strongs": "G5100",
          "lemma_strongs": "G5100",
          "morfologie": "X-ASN"
        },
        {
          "woord": "παρ",
          "strongs": "G3844",
          "lemma_strongs": "G3844",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αγγελους",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "ηλαττωμενον",
          "strongs": "G1642",
          "lemma_strongs": "G1642",
          "morfologie": "V-RPP-ASM"
        },
        {
          "woord": "βλεπομεν",
          "strongs": "G991",
          "lemma_strongs": "G991",
          "morfologie": "V-PAI-1P"
        },
        {
          "woord": "ιησουν",
          "strongs": "G2424",
          "lemma_strongs": "G2424",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "παθημα",
          "strongs": "G3804",
          "lemma_strongs": "G3804",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "θανατου",
          "strongs": "G2288",
          "lemma_strongs": "G2288",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "δοξη",
          "strongs": "G1391",
          "lemma_strongs": "G1391",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τιμη",
          "strongs": "G5092",
          "lemma_strongs": "G5092",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "εστεφανωμενον",
          "strongs": "G4737",
          "lemma_strongs": "G4737",
          "morfologie": "V-RPP-ASM"
        },
        {
          "woord": "οπως",
          "strongs": "G3704",
          "lemma_strongs": "G3704",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "χαριτι",
          "strongs": "G5485",
          "lemma_strongs": "G5485",
          "morfologie": "N-DSF"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "υπερ",
          "strongs": "G5228",
          "lemma_strongs": "G5228",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παντος",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GSM"
        },
        {
          "woord": "γευσηται",
          "strongs": "G1089",
          "lemma_strongs": "G1089",
          "morfologie": "V-ADS-3S"
        },
        {
          "woord": "θανατου",
          "strongs": "G2288",
          "lemma_strongs": "G2288",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Maar wij zien Jezus<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> met heerlijkheid en eer gekroond,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Die een weinig minder dan de engelen geworden was,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> voor allen de dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> smaken zou.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Maar wij zien Jezus<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> met heerlijkheid en eer gekroond,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Die een weinig minder dan de engelen geworden was,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> voor allen den dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> smaken zou.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Maer wy sien Iesum <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> met heerlickheyt ende eere gekroont, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> die een weynigh minder dan de Engelen geworden was, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> van wegen het lijden des doodts: op dat hy door de genade Godts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> voor allen de doodt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> smaken soude.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des doods,",
          "new": "van de dood,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Gods",
          "new": "van God",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood smaken zou.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3588",
            "G1161",
            "G1024",
            "G5100",
            "G3844",
            "G32",
            "G1642",
            "G991",
            "G2424",
            "G1223",
            "G3588",
            "G3804",
            "G3588",
            "G2288",
            "G1391",
            "G2532",
            "G5092",
            "G4737",
            "G3704",
            "G5485",
            "G2316",
            "G5228",
            "G3956",
            "G1089",
            "G2288"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3588",
            "G1161",
            "G1024",
            "G5100",
            "G3844",
            "G32",
            "G1642",
            "G991",
            "G2424",
            "G1223",
            "G3588",
            "G3804",
            "G3588",
            "G2288",
            "G1391",
            "G2532",
            "G5092",
            "G4737",
            "G3704",
            "G5485",
            "G2316",
            "G5228",
            "G3956",
            "G1089",
            "G2288"
          ],
          "morfologie": [
            "T-ASM",
            "CONJ",
            "A-ASN",
            "X-ASN",
            "PREP",
            "N-APM",
            "V-RPP-ASM",
            "V-PAI-1P",
            "N-ASM",
            "PREP",
            "T-ASN",
            "N-ASN",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "N-DSF",
            "CONJ",
            "N-DSF",
            "V-RPP-ASM",
            "ADV",
            "N-DSF",
            "N-GSM",
            "PREP",
            "A-GSM",
            "V-ADS-3S",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "τον",
            "δε",
            "βραχυ",
            "τι",
            "παρ",
            "αγγελους",
            "ηλαττωμενον",
            "βλεπομεν",
            "ιησουν",
            "δια",
            "το",
            "παθημα",
            "του",
            "θανατου",
            "δοξη",
            "και",
            "τιμη",
            "εστεφανωμενον",
            "οπως",
            "χαριτι",
            "θεου",
            "υπερ",
            "παντος",
            "γευσηται",
            "θανατου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:9",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5772",
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5772",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5667",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.",
      "text1637": "Want het betaemde [24] hem, om welcken alle dingen zijn, ende door welcken alle dingen zijn, dat hy vele [25] kinderen [26] tot de heerlickheyt leydende, [27] den oversten-leydsman harer salicheyt door lijden soude [28] heyligen.",
      "text2026": "Want het paste Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de oversten Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk God den Vader; gelijk Rom. 11:36. Romeinen 11:36: Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.",
          "text1637": "Namel. Godt den Vader, gelijck Rom. 11.36.",
          "text2026": "Namelijk God de Vader; gelijk Rom. 11:36. Romeinen 11:36: Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Grieks zonen; waarvan Christus de eerstgeborene wordt genoemd, wiens beeld de anderen moesten gelijkvormig worden; Rom. 8:29. Romeinen 8:29: Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.",
          "text1637": "Gr. sonen, waervan Christus de eerstgeboren wordt genaemt, wiens beeldt de andere moesten gelijckformich worden. Rom. 8.29.",
          "text2026": "Grieks zonen; waarvan Christus de eerstgeborene wordt genoemd, wiens beeld de anderen moesten gelijkvormig worden; Rom. 8:29. Romeinen 8:29: Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, de beelde Zijn Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broeders."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 tot de heerlijkheid: Dat is, tot de gemeenschap der heerlijkheid Zijns Zoons, waar hij in vers 9 van gesproken had. Hebreeën 2:9: Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.",
          "text1637": "D. tot de gemeynschap der heerlickheyt sijns Soons, daer hy in het voorgaende vers van gesproken hadde.",
          "text2026": "26 tot de heerlijkheid: Dat is, tot de gemeenschap van de heerlijkheid Zijn Zoons, waar hij in vers 9 van gesproken had. Hebreeën 2:9: Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood smaken zou."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 den oversten Leidsman: Dat is, auteur of oorzaak en voorganger, gelijk hij hierna, Hebr. 5:9, en Hand. 3:15, hem noemt. Hebreeën 5:9: En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden; Handelingen 3:15: En den Vorst des levens hebt gij gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn.",
          "text1637": "D. autheur, ofte oorsake, ende voorgangen, gelijck hy hier nae cap. 5.9. ende Actor. 3.15. hem noemt.",
          "text2026": "27 de oversten Leidsman: Dat is, auteur of oorzaak en voorganger, gelijk hij hierna, Hebr. 5:9, en Hand. 3:15, hem noemt. Hebreeën 5:9: En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak van de eeuwige zaligheid geworden; Handelingen 3:15: En de Vorst van het leven hebt u gedood, Welken God opgewekt heeft uit de doden; waarvan wij getuigen zijn."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Grieks teleiosai; hetwelk eigenlijk betekent volmaken, somwijlen heiligen, of, inwijden, welke betekenissen op Christus hier kunnen gepast worden. Hoewel het woord heiligen hier gehouden is, omdat Christus dit woord zo van zichzelf verklaart, Joh. 17:19, en vers 11 zulks ook medebrengt. En door dit woord heiligen wordt alhier verstaan, dat de Vader geordineerd heeft dat Christus door Zijn gehoorzaamheid tot den dood des kruises in Zijn heerlijkheid zou ingaan, en ons met Hem daartoe ook bekwaam maken. Johannes 17:19: En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. Hebreeën 2:11: Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.",
          "text1637": "Gr. teleiosai, het welck beteeckent eygentlick volmaken, somwijlen heyligen, ofte, inwijen: welcke beteeckeningen op Christum hier konnen gepast worden. Hoe wel het woordt heyligen hier ghehouden is, om dat Christus dit woordt alsoo van hem selven verklaert, Ioan. 17.19. ende het volgende vers sulcks oock mede-brenght. Ende wordt door dit woort heyligen, alhier verstaen, dat de Vader geordineert heeft dat Christus door sijne gehoorsaemheyt tot den doodt des cruyces toe, in sijne heerlickheyt soude ingaen, ende ons met hem daer toe oock bequaem maken.",
          "text2026": "Grieks teleiosai; dat eigenlijk betekent volmaken, somwijlen heiligen, of, inwijden, welke betekenissen op Christus hier kunnen gepast worden. Hoewel het woord heiligen hier gehouden is, omdat Christus dit woord zo van zichzelf verklaart, Joh. 17:19, en vers 11 zulks ook medebrengt. En door dit woord heiligen wordt alhier verstaan, dat de Vader bestemd heeft dat Christus door Zijn gehoorzaamheid tot de dood van het kruis in Zijn heerlijkheid zou ingaan, en ons met Hem daartoe ook bekwaam maken. Johannes 17:19: En Ik heilige Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. Hebreeën 2:11: Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "επρεπεν",
          "strongs": "G4241",
          "lemma_strongs": "G4241",
          "morfologie": "V-IAI-3S"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ον",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-ASM"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPN"
        },
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NPN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ου",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-GSM"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPN"
        },
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NPN"
        },
        {
          "woord": "πολλους",
          "strongs": "G4183",
          "lemma_strongs": "G4183",
          "morfologie": "A-APM"
        },
        {
          "woord": "υιους",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "δοξαν",
          "strongs": "G1391",
          "lemma_strongs": "G1391",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "αγαγοντα",
          "strongs": "G71",
          "lemma_strongs": "G71",
          "morfologie": "V-2AAP-ASM"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "αρχηγον",
          "strongs": "G747",
          "lemma_strongs": "G747",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "σωτηριας",
          "strongs": "G4991",
          "lemma_strongs": "G4991",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "αυτων",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GPM"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παθηματων",
          "strongs": "G3804",
          "lemma_strongs": "G3804",
          "morfologie": "N-GPN"
        },
        {
          "woord": "τελειωσαι",
          "strongs": "G5048",
          "lemma_strongs": "G5048",
          "morfologie": "V-AAN"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want het paste<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> tot de heerlijkheid leidende,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> de oversten Leidsman van hun zaligheid door lijden zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> heiligen.",
      "textSV1888_html": "Want het betaamde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> tot de heerlijkheid leidende,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> heiligen.",
      "text1637_html": "Want het betaemde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem, om welcken alle dingen zijn, ende door welcken alle dingen zijn, dat hy vele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> tot de heerlickheyt leydende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> den oversten-leydsman harer salicheyt door lijden soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> heyligen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "betaamde",
          "new": "paste",
          "principe": "V129"
        },
        {
          "old": "Welken",
          "new": "Welke",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want het paste Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de oversten Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G4241",
            "G1063",
            "G846",
            "G1223",
            "G3739",
            "G3588",
            "G3956",
            "G2532",
            "G1223",
            "G3739",
            "G3588",
            "G3956",
            "G4183",
            "G5207",
            "G1519",
            "G1391",
            "G71",
            "G3588",
            "G747",
            "G3588",
            "G4991",
            "G846",
            "G1223",
            "G3804",
            "G5048"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G4241",
            "G1063",
            "G846",
            "G1223",
            "G3739",
            "G3588",
            "G3956",
            "G2532",
            "G1223",
            "G3739",
            "G3588",
            "G3956",
            "G4183",
            "G5207",
            "G1519",
            "G1391",
            "G71",
            "G3588",
            "G747",
            "G3588",
            "G4991",
            "G846",
            "G1223",
            "G3804",
            "G5048"
          ],
          "morfologie": [
            "V-IAI-3S",
            "CONJ",
            "P-DSM",
            "PREP",
            "R-ASM",
            "T-NPN",
            "A-NPN",
            "CONJ",
            "PREP",
            "R-GSM",
            "T-NPN",
            "A-NPN",
            "A-APM",
            "N-APM",
            "PREP",
            "N-ASF",
            "V-2AAP-ASM",
            "T-ASM",
            "N-ASM",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "P-GPM",
            "PREP",
            "N-GPN",
            "V-AAN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "επρεπεν",
            "γαρ",
            "αυτω",
            "δι",
            "ον",
            "τα",
            "παντα",
            "και",
            "δι",
            "ου",
            "τα",
            "παντα",
            "πολλους",
            "υιους",
            "εις",
            "δοξαν",
            "αγαγοντα",
            "τον",
            "αρχηγον",
            "της",
            "σωτηριας",
            "αυτων",
            "δια",
            "παθηματων",
            "τελειωσαι"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:10",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5707",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5631",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5658"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.",
      "text1637": "Want [29] ende hy die heylight, ende sy die geheylight worden, [k] zijn alle [30] uyt een: om welcke oorsake [31] hy hem [32] niet en schaemt haer broeders te noemen,",
      "text2026": "Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 en Hij, Die heiligt: Deze regel is genomen uit de wijze van heiligen in het Oude Testament, waar de hogepriester, en de anderen die hij heiligde, van eenzelfde natuur en oorsprong waren. Waar ook de eerstelingen waren van ééne natuur en oorsprong met de gehele massa, die daardoor geheiligd werden. Zie Rom. 11:16; Hebr. 5:1. Romeinen 11:16: En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig. Hebreeën 5:1: Want alle hogepriester, uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mensen in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtofferen voor de zonden;",
          "text1637": "Dese regel is genomen uyt de wijse van heyligen in ’t Oude Testament, alwaer de Hooge-priester, ende de andere die hy heylighde, van een selve natuere ende oorspronck waren. Alwaer oock de eerstelinghen waren van een natuere ende oorspronck met de geheele masse, die daer door geheylight wiert. Siet Rom. 11.16. Hebr. 5.1.",
          "text2026": "29 en Hij, Die heiligt: Deze regel is genomen uit de wijze van heiligen in het Oude Testament, waar de hogepriester, en de anderen die hij heiligde, van eenzelfde natuur en oorsprong waren. Waar ook de eerstelingen waren van ééne natuur en oorsprong met de gehele massa, die daardoor geheiligd werden. Zie Rom. 11:16; Hebr. 5:1. Romeinen 11:16: En als de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en als de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig. Hebreeën 5:1: Want alle hogepriester, uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mensen in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtofferen voor de zonden;"
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 uit één: Het Griekse woord Henos, dat is, een massa, kan òf een Vader, òf, een natuur, betekenen. Doch daar de engelen ook een algemenen Vader, namelijk God, hebben, met de gelovigen, en de apostel hier wil bewijzen, dat Christus met Zijn gelovigen ééne gemeenschap heeft, die Hij met de engelen niet heeft, zo moet het woord een hier noodwendig van de enigheid der natuur worden genomen, gelijk de eerstelingen en de gehele massa van ééne natuur waren.",
          "text1637": "Het Griecx woordt Henos, dat is, een masse, kan ofte een Vader, ofte, een natuere, beteeckenen. Doch gemerckt de Engelen oock eenen gemeynen vader, Namel. Godt, hebben, met de geloovige, ende den Apostel hier wilt bewijsen, dat Christus met sijne geloovige een gemeynschap heeft, die hy met de Engelen niet en heeft, soo moet het woordt een alhier nootwendelick van de eenigheydt der natuere worden genomen, gelijck de eerstelingen ende de geheele masse van een natuere waren.",
          "text2026": "30 uit één: Het Griekse woord Henos, dat is, een massa, kan òf een Vader, òf, een natuur, betekenen. Maar daar de engelen ook een algemenen Vader, namelijk God, hebben, met de gelovigen, en de apostel hier wil bewijzen, dat Christus met Zijn gelovigen ééne gemeenschap heeft, die Hij met de engelen niet heeft, zo moet het woord een hier noodwendig van de enigheid van de natuur worden genomen, gelijk de eerstelingen en de gehele massa van ééne natuur waren."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 Hij Zich: Namelijk de Zoon Gods, of de leidsman hunner zaligheid.",
          "text1637": "Namel. de Sone Godts, ofte de leydtsman harer saligheydt.",
          "text2026": "31 Hij Zich: Namelijk de Zoon van God, of de leidsman hun zaligheid."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 niet schaamt: Dat is, niet verontwaardigt, namelijk, hoewel hij zeer veel waardiger is dan zij zijn.",
          "text1637": "D. niet en verontweerdight. N. hoewel hy ongelijck veel weerdiger is dan sy zijn.",
          "text2026": "32 niet schaamt: Dat is, niet verontwaardigt, namelijk, hoewel hij zeer veel waardiger is dan zij zijn."
        },
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hand. 17:26. Handelingen 17:26: En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning;",
          "text1637": "Actor. 17.26.",
          "text2026": "Hand. 17:26. Handelingen 17:26: En heeft uit een bloede het gehele geslacht van de mensen gemaakt, om op de heel aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren bestemd, en de bepalingen van hun woning;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αγιαζων",
          "strongs": "G37",
          "lemma_strongs": "G37",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "οι",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPM"
        },
        {
          "woord": "αγιαζομενοι",
          "strongs": "G37",
          "lemma_strongs": "G37",
          "morfologie": "V-PPP-NPM"
        },
        {
          "woord": "εξ",
          "strongs": "G1537",
          "lemma_strongs": "G1537",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ενος",
          "strongs": "G1520",
          "lemma_strongs": "G1520",
          "morfologie": "A-GSM"
        },
        {
          "woord": "παντες",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-NPM"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ην",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-ASF"
        },
        {
          "woord": "αιτιαν",
          "strongs": "G156",
          "lemma_strongs": "G156",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "ουκ",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "επαισχυνεται",
          "strongs": "G1870",
          "lemma_strongs": "G1870",
          "morfologie": "V-PNI-3S"
        },
        {
          "woord": "αδελφους",
          "strongs": "G80",
          "lemma_strongs": "G80",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "αυτους",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-APM"
        },
        {
          "woord": "καλειν",
          "strongs": "G2564",
          "lemma_strongs": "G2564",
          "morfologie": "V-PAN"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zijn allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uit één; om welke oorzaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Hij Zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> niet schaamt hen broeders te noemen.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zijn allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uit een; om welke oorzaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Hij Zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> niet schaamt hen broeders te noemen.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> ende hy die heylight, ende sy die geheylight worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zijn alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> uyt een: om welcke oorsake <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> hy hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> niet en schaemt haer broeders te noemen,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een;",
          "new": "één;",
          "principe": "V735"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3588",
            "G5037",
            "G1063",
            "G37",
            "G2532",
            "G3588",
            "G37",
            "G1537",
            "G1520",
            "G3956",
            "G1223",
            "G3739",
            "G156",
            "G3756",
            "G1870",
            "G80",
            "G846",
            "G2564"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3588",
            "G5037",
            "G1063",
            "G37",
            "G2532",
            "G3588",
            "G37",
            "G1537",
            "G1520",
            "G3956",
            "G1223",
            "G3739",
            "G156",
            "G3756",
            "G1870",
            "G80",
            "G846",
            "G2564"
          ],
          "morfologie": [
            "T-NSM",
            "PRT",
            "CONJ",
            "V-PAP-NSM",
            "CONJ",
            "T-NPM",
            "V-PPP-NPM",
            "PREP",
            "A-GSM",
            "A-NPM",
            "PREP",
            "R-ASF",
            "N-ASF",
            "PRT-N",
            "V-PNI-3S",
            "N-APM",
            "P-APM",
            "V-PAN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ο",
            "τε",
            "γαρ",
            "αγιαζων",
            "και",
            "οι",
            "αγιαζομενοι",
            "εξ",
            "ενος",
            "παντες",
            "δι",
            "ην",
            "αιτιαν",
            "ουκ",
            "επαισχυνεται",
            "αδελφους",
            "αυτους",
            "καλειν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:11",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            "G5746",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5736",
            null,
            null,
            "G5721"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.",
      "text1637": "[33] Seggende, [l] Ick sal uwen naem mijnen broederen vercondigen, in ’t midden der Gemeynte sal ick u lof-singen.",
      "text2026": "Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broeders verkondigen; in het midden van de Gemeente zal Ik U lofzingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk in Ps. 22, welke psalm een gedurig verhaal is van de geschiedenis van het lijden van Christus, gelijk die daarom altijd voor het vroegoffer, volgens het opschrift des psalms, tot een verklaring van de betekenende zaak dezer offerande, werd gezongen. En daarom worden bij de evangelisten, wanneer zij handelen van het lijden van Christus, meer plaatsen uit dezen psalm aangehaald, dan uit enig ander hoofdstuk des Ouden Testaments.",
          "text1637": "N. in den 22 Psalm, welcke Psalm een geduerigh verhael is van de historye des lijdens Christi, gelijck die daerom altijdt voor het vroegh-offer, volgens het op-schrift des Psalms, tot een verklaringe van de beteeckende sake deser offerande, wiert gesongen. Ende daerom worden by de Euangelisten, wanneer sy handelen van het lijden Christi, meer plaetsen uyt desen Psalm verhaelt, als uyt eenigh ander capittel des Ouden Testaments.",
          "text2026": "Namelijk in Ps. 22, welke psalm een gedurig verhaal is van de geschiedenis van het lijden van Christus, gelijk die daarom altijd voor het vroegoffer, volgens het opschrift van de psalm, tot een verklaring van de betekenende zaak van deze offerande, werd gezongen. En daarom worden bij de evangelisten, wanneer zij handelen van het lijden van Christus, meer plaatsen uit deze psalm aangehaald, dan uit enig ander hoofdstuk van het Oude Testament."
        },
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 22:23. Psalmen 22:23: Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.",
          "text1637": "Psal. 22.23.",
          "text2026": "Ps. 22:23. Psalmen 22:23: Zo zal ik Uw Naam mijn broeders vertellen; in het midden van de gemeente zal ik U prijzen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "λεγων",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "απαγγελω",
          "strongs": "G518",
          "lemma_strongs": "G518",
          "morfologie": "V-FAI-1S"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "ονομα",
          "strongs": "G3686",
          "lemma_strongs": "G3686",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "σου",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GS"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "αδελφοις",
          "strongs": "G80",
          "lemma_strongs": "G80",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "μου",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1GS"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "μεσω",
          "strongs": "G3319",
          "lemma_strongs": "G3319",
          "morfologie": "A-DSN"
        },
        {
          "woord": "εκκλησιας",
          "strongs": "G1577",
          "lemma_strongs": "G1577",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "υμνησω",
          "strongs": "G5214",
          "lemma_strongs": "G5214",
          "morfologie": "V-FAI-1S"
        },
        {
          "woord": "σε",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2AS"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal Uw naam Mijn broeders verkondigen; in het midden van de Gemeente zal Ik U lofzingen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Seggende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Ick sal uwen naem mijnen broederen vercondigen, in ’t midden der Gemeynte sal ick u lof-singen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "broederen",
          "new": "broeders",
          "principe": "O22b"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broeders verkondigen; in het midden van de Gemeente zal Ik U lofzingen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3004",
            "G518",
            "G3588",
            "G3686",
            "G4771",
            "G3588",
            "G80",
            "G1473",
            "G1722",
            "G3319",
            "G1577",
            "G5214",
            "G4771"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3004",
            "G518",
            "G3588",
            "G3686",
            "G4771",
            "G3588",
            "G80",
            "G1473",
            "G1722",
            "G3319",
            "G1577",
            "G5214",
            "G4771"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PAP-NSM",
            "V-FAI-1S",
            "T-ASN",
            "N-ASN",
            "P-2GS",
            "T-DPM",
            "N-DPM",
            "P-1GS",
            "PREP",
            "A-DSN",
            "N-GSF",
            "V-FAI-1S",
            "P-2AS"
          ],
          "bronwoorden": [
            "λεγων",
            "απαγγελω",
            "το",
            "ονομα",
            "σου",
            "τοις",
            "αδελφοις",
            "μου",
            "εν",
            "μεσω",
            "εκκλησιας",
            "υμνησω",
            "σε"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:12",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5723",
            "G5692",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5692",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.",
      "text1637": "Ende wederom, [m] [34] Ick sal mijn betrouwen op hem stellen. [35] Ende wederom, [n] Siet daer, ick ende de kinderen [36] die my Godt gegeven heeft.",
      "text2026": "En opnieuw: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En opnieuw: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 Ik zal Mijn betrouwen: Met deze plaats, genomen uit Ps. 18:3, bewijst de apostel, dat Christus enerlei bewegingen des gemoeds, en die enerlei natuur met de gelovigen deelachtig is. Psalmen 18:3: De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.",
          "text1637": "Met dese plaetse genomen uyt Psa. 18.3. bewijst den Apostel, dat Christus eenerley bewegingen des ghemoeds, ende volgens dien eenerley natuere met de geloovige deelachtich is.",
          "text2026": "34 Ik zal Mijn betrouwen: Met deze plaats, genomen uit Ps. 18:3, bewijst de apostel, dat Christus enerlei bewegingen van het gemoed, en die enerlei natuur met de gelovigen deelachtig is. Psalmen 18:3: De JAHWEH is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welke ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Vesting."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 En wederom: Zie daar: Deze plaats is genomen uit Jes. 8:18, waar Christus, de ware Emmanuel, den profeet aanspreekt, en in zijn lijden vertroost met zijn en aller kinderen Gods voorbeeld, die dergelijke zwarigheden altijd onderworpen zijn geweest, gelijk dat gehele hoofdstuk van het achtste vers af een profetie van Christus is. Jesaja 8:18: Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.",
          "text1637": "Dese plaetse is genomen uyt Iesai. 8.18. alwaer Christus, de ware Emmanuel, den Propheet aen spreeckt, ende in sijn lijden vertroost met sijn ende aller kinderen Godts exempel, die diergelijcke swaricheden altijdt onderworpen zijn geweest, gelijck dat geheele capittel van het achtste vers voort een prophetie van Christo is.",
          "text2026": "35 En opnieuw: Zie daar: Deze plaats is genomen uit Jes. 8:18, waar Christus, de ware Emmanuel, de profeet aanspreekt, en in zijn lijden vertroost met zijn en aller kinderen van God voorbeeld, die dergelijke zwarigheden altijd onderworpen zijn geweest, gelijk dat gehele hoofdstuk van het achtste vers af een profetie van Christus is. Jesaja 8:18: Ziet, ik en de kinderen, die mij JAHWEH gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van JAHWEH van de heirscharen, Die op de berg Sion woont."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 die Mij God gegeven heeft: Namelijk uit de wereld, om mijzelf voor hen te heiligen. Zie Joh. 17:6. Johannes 17:6: Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard.",
          "text1637": "N. uyt de werelt, om my selven voor haer te heyligen. Siet Ioan. 17.6.",
          "text2026": "36 die Mij God gegeven heeft: Namelijk uit de wereld, om mijzelf voor hen te heiligen. Zie Joh. 17:6. Johannes 17:6: Ik heb Uw Naam geopenbaard de mensen, die u Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en u hebt Mij die gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard."
        },
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 18:3. Psalmen 18:3: De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.",
          "text1637": "Psal. 18.3.",
          "text2026": "Ps. 18:3. Psalmen 18:3: De JAHWEH is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welke ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Vesting."
        },
        {
          "marker": "n",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 8:18. Jesaja 8:18: Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.",
          "text1637": "Iesai. 8.18.",
          "text2026": "Jes. 8:18. Jesaja 8:18: Ziet, ik en de kinderen, die mij JAHWEH gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van JAHWEH van de heirscharen, Die op de berg Sion woont."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παλιν",
          "strongs": "G3825",
          "lemma_strongs": "G3825",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "εγω",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1NS"
        },
        {
          "woord": "εσομαι",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-FDI-1S"
        },
        {
          "woord": "πεποιθως",
          "strongs": "G3982",
          "lemma_strongs": "G3982",
          "morfologie": "V-2RAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "επ",
          "strongs": "G1909",
          "lemma_strongs": "G1909",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αυτω",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παλιν",
          "strongs": "G3825",
          "lemma_strongs": "G3825",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ιδου",
          "strongs": "G3708",
          "lemma_strongs": "G3708",
          "morfologie": "V-2AMM-2S"
        },
        {
          "woord": "εγω",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1NS"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPN"
        },
        {
          "woord": "παιδια",
          "strongs": "G3813",
          "lemma_strongs": "G3813",
          "morfologie": "N-NPN"
        },
        {
          "woord": "α",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-APN"
        },
        {
          "woord": "μοι",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1DS"
        },
        {
          "woord": "εδωκεν",
          "strongs": "G1325",
          "lemma_strongs": "G1325",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "En opnieuw:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup></i></span> En opnieuw:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Zie daar, Ik en de kinderen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die Mij God gegeven heeft.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En wederom:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> En wederom:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Zie daar, Ik en de kinderen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die Mij God gegeven heeft.",
      "text1637_html": "Ende wederom, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Ick sal mijn betrouwen op hem stellen. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Ende wederom, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Siet daer, ick ende de kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die my Godt gegeven heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederom:",
          "new": "opnieuw:",
          "principe": "V6"
        },
        {
          "old": "wederom:",
          "new": "opnieuw:",
          "principe": "V6"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En opnieuw: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En opnieuw: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G3825",
            "G1473",
            "G1510",
            "G3982",
            "G1909",
            "G846",
            "G2532",
            "G3825",
            "G3708",
            "G1473",
            "G2532",
            "G3588",
            "G3813",
            "G3739",
            "G1473",
            "G1325",
            "G3588",
            "G2316"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G3825",
            "G1473",
            "G1510",
            "G3982",
            "G1909",
            "G846",
            "G2532",
            "G3825",
            "G3708",
            "G1473",
            "G2532",
            "G3588",
            "G3813",
            "G3739",
            "G1473",
            "G1325",
            "G3588",
            "G2316"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "ADV",
            "P-1NS",
            "V-FDI-1S",
            "V-2RAP-NSM",
            "PREP",
            "P-DSM",
            "CONJ",
            "ADV",
            "V-2AMM-2S",
            "P-1NS",
            "CONJ",
            "T-NPN",
            "N-NPN",
            "R-APN",
            "P-1DS",
            "V-AAI-3S",
            "T-NSM",
            "N-NSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "παλιν",
            "εγω",
            "εσομαι",
            "πεποιθως",
            "επ",
            "αυτω",
            "και",
            "παλιν",
            "ιδου",
            "εγω",
            "και",
            "τα",
            "παιδια",
            "α",
            "μοι",
            "εδωκεν",
            "ο",
            "θεος"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:13",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5695",
            "G5756",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5640",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;",
      "text1637": "Overmits dan [37] de kinderen [38] des vleeschs ende bloedts deelachtigh zijn, [o] so is hy oock desgelijkcks [39] der selver deelachtigh geworden, [p] op dat hy door den doodt [40] te niete doen soude den genen die [41] ’t gewelt des doots hadde, dat is, [42] den Duyvel:",
      "text2026": "Omdat dan de kinderen van het vlees en bloed deelachtig zijn, zo is Hij ook evenzo daaraan deelachtig geworden, opdat Hij door de dood te niet doen zou degene, die het geweld van de dood had, dat is, de duivel;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 de kinderen: Namelijk waarvan Jesaja spreekt; dat is, de ware gelovigen, die uit God geboren en leden van Christus zijn.",
          "text1637": "N. daer Iesaias van spreeckt. dat is, de ware geloovige, die uyt Godt geboren ende leden Christi zijn.",
          "text2026": "37 de kinderen: Namelijk waarvan Jesaja spreekt; dat is, de ware gelovigen, die uit God geboren en leden van Christus zijn."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 des vleses en bloeds: Dat is, bestaan uit vlees en bloed; of, de zwakke menselijke natuur deelachtig zijn; gelijk 1 Kor. 15:50. 1 Korinthiërs 15:50: Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet.",
          "text1637": "D. bestaen uyt vleesch ende bloedt; ofte, der swacker menschelicker natuere deelachtigh zijn: gelijck 1.Corinth. 15.50.",
          "text2026": "38 van het vlees en bloed: Dat is, bestaan uit vlees en bloed; of, de zwakke menselijke natuur deelachtig zijn; gelijk 1 Kor. 15:50. 1 Korinthiërs 15:50: Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 derzelve deelachtig geworden: Dat is, heeft deze in enigheid zijns persoons aangenomen, gelijk hij hierna spreekt vers 16 en Filipp. 2:7. Hebreeën 2:16: Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;",
          "text1637": "D. heeft de selve in eenigheydt sijns persoons aengenomen, gelijck hy hier nae spreeckt vers 16. ende Phil. 2.7.",
          "text2026": "39 derzelve deelachtig geworden: Dat is, heeft deze in enigheid Zijn persoons aangenomen, gelijk hij hierna spreekt vers 16 en Fil. 2:7. Hebreeën 2:16: Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad van Abraham aan. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestalte van een dienaar aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden;"
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 te niet doen zou dengene: Dat is, zijne macht of tirannie over de kinderen Gods verbreken en wegnemen.",
          "text1637": "D. sijne macht ofte tyrannie over de kinderen Godts verbreken ende wechnemen.",
          "text2026": "40 te niet doen zou dengene: Dat is, zijne macht of tirannie over de kinderen van God verbreken en wegnemen."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 het geweld des doods had: Namelijk door de zonde, waar hij de mensen toe gebracht had, en waaronder hij die nog hield; om welke zonde de mens den vervloekten dood was onderworpen. Zie Rom. 5:12, en 1 Kor. 15:56. Romeinen 5:12: Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. 1 Korinthiërs 15:56: De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.",
          "text1637": "Namel. door de sonde, daer hy de menschen toe gebracht hadde, ende onder de welcke hy die noch hielt: om welcke sonde de mensche den vervloeckten doodt was onderworpen. Siet Rom. 5.12. ende 1.Corinth. 15.56.",
          "text2026": "41 het geweld van de dood had: Namelijk door de zonde, waar hij de mensen toe gebracht had, en waaronder hij die nog hield; om welke zonde de mens de vervloekten dood was onderworpen. Zie Rom. 5:12, en 1 Kor. 15:56. Romeinen 5:12: Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en zo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welke allen gezondigd hebben. 1 Korinthiërs 15:56: De prikkel nu van de dood is de zonde; en de kracht van de zonde is de wet."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 den duivel: Namelijk met al zijn engelen, gelijk Christus spreekt Matth. 25:41. Want onder dezen overste worden allen, die onder hem staan, begrepen. Mattheüs 25:41: Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.",
          "text1637": "Namel. met alle sijne Engelen, gelijck Christus spreeckt Matth. 25.41. Want onder desen Oversten worden alle, die onder hem staen, begrepen.",
          "text2026": "42 de duivel: Namelijk met al zijn engelen, gelijk Christus spreekt Matt. 25:41. Want onder deze overste worden allen, die onder hem staan, begrepen. Mattheüs 25:41: Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, u vervloekten, in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is."
        },
        {
          "marker": "o",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 1:14; Filip. 2:7. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;",
          "text1637": "Ioan. 1.14. Philip. 2.7.",
          "text2026": "Joh. 1:14; Filip. 2:7. Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestalte van een dienaar aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden;"
        },
        {
          "marker": "p",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 25:8; Hosea 13:14; 1 Kor. 15:54; 2 Tim. 1:10. Jesaja 25:8: Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken. Hosea 13:14: Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn, 1 Korinthiërs 15:54: En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. 2 Timotheüs 1:10: Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie;",
          "text1637": "Iesai. 25.8. Ose. 13.14. 1.Cor. 15.54. 2.Timoth. 1.10.",
          "text2026": "Jes. 25:8; Hosea 13:14; 1 Kor. 15:54; 2 Tim. 1:10. Jesaja 25:8: Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heer JAHWEH zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid van Zijn volk van de gehele aarde wegnemen; want JAHWEH heeft het gesproken. Hosea 13:14: Maar Ik zal hen van het geweld van de hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van de dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn, 1 Korinthiërs 15:54: En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord gebeuren, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. 2 Timotheüs 1:10: Maar nu geopenbaard is door de verschijning van onze Zaligmaker Jezus Christus, Die de dood heeft te niet gedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "επει",
          "strongs": "G1893",
          "lemma_strongs": "G1893",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ουν",
          "strongs": "G3767",
          "lemma_strongs": "G3767",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPN"
        },
        {
          "woord": "παιδια",
          "strongs": "G3813",
          "lemma_strongs": "G3813",
          "morfologie": "N-NPN"
        },
        {
          "woord": "κεκοινωνηκεν",
          "strongs": "G2841",
          "lemma_strongs": "G2841",
          "morfologie": "V-RAI-3S"
        },
        {
          "woord": "σαρκος",
          "strongs": "G4561",
          "lemma_strongs": "G4561",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αιματος",
          "strongs": "G129",
          "lemma_strongs": "G129",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αυτος",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-NSM"
        },
        {
          "woord": "παραπλησιως",
          "strongs": "G3898",
          "lemma_strongs": "G3898",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "μετεσχεν",
          "strongs": "G3348",
          "lemma_strongs": "G3348",
          "morfologie": "V-2AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPN"
        },
        {
          "woord": "αυτων",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GPN"
        },
        {
          "woord": "ινα",
          "strongs": "G2443",
          "lemma_strongs": "G2443",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "θανατου",
          "strongs": "G2288",
          "lemma_strongs": "G2288",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "καταργηση",
          "strongs": "G2673",
          "lemma_strongs": "G2673",
          "morfologie": "V-AAS-3S"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "κρατος",
          "strongs": "G2904",
          "lemma_strongs": "G2904",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "εχοντα",
          "strongs": "G2192",
          "lemma_strongs": "G2192",
          "morfologie": "V-PAP-ASM"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "θανατου",
          "strongs": "G2288",
          "lemma_strongs": "G2288",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "τουτ",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-NSN"
        },
        {
          "woord": "εστιν",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "διαβολον",
          "strongs": "G1228",
          "lemma_strongs": "G1228",
          "morfologie": "A-ASM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Omdat dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> de kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> van het vlees en bloed deelachtig zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> zo is Hij ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> evenzo daaraan deelachtig geworden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> opdat Hij door de dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> te niet doen zou degene, die het geweld van de dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> had, dat is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> de duivel;",
      "textSV1888_html": "Overmits dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> de kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> des vleses en bloeds deelachtig zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> zo is Hij ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> desgelijks derzelve deelachtig geworden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> opdat Hij door den dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> te niet doen zou dengene, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> het geweld des doods had, dat is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> den duivel;",
      "text1637_html": "Overmits dan <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> de kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> des vleeschs ende bloedts deelachtigh zijn, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> so is hy oock desgelijkcks <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> der selver deelachtigh geworden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> op dat hy door den doodt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> te niete doen soude den genen die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> ’t gewelt des doots hadde, dat is, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> de<i>n</i> Duyvel:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Overmits",
          "new": "Omdat",
          "principe": "V13"
        },
        {
          "old": "des vleses",
          "new": "van het vlees",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "bloeds",
          "new": "bloed",
          "principe": "V464"
        },
        {
          "old": "desgelijks derzelve",
          "new": "evenzo daaraan",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dengene,",
          "new": "degene,",
          "principe": "V397"
        },
        {
          "old": "des doods",
          "new": "van de dood",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Omdat dan de kinderen van het vlees en bloed deelachtig zijn, zo is Hij ook evenzo daaraan deelachtig geworden, opdat Hij door de dood te niet doen zou degene, die het geweld van de dood had, dat is, de duivel;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1893",
            "G3767",
            "G3588",
            "G3813",
            "G2841",
            "G4561",
            "G2532",
            "G129",
            "G2532",
            "G846",
            "G3898",
            "G3348",
            "G3588",
            "G846",
            "G2443",
            "G1223",
            "G3588",
            "G2288",
            "G2673",
            "G3588",
            "G3588",
            "G2904",
            "G2192",
            "G3588",
            "G2288",
            "G3778",
            "G1510",
            "G3588",
            "G1228"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1893",
            "G3767",
            "G3588",
            "G3813",
            "G2841",
            "G4561",
            "G2532",
            "G129",
            "G2532",
            "G846",
            "G3898",
            "G3348",
            "G3588",
            "G846",
            "G2443",
            "G1223",
            "G3588",
            "G2288",
            "G2673",
            "G3588",
            "G3588",
            "G2904",
            "G2192",
            "G3588",
            "G2288",
            "G3778",
            "G1510",
            "G3588",
            "G1228"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "CONJ",
            "T-NPN",
            "N-NPN",
            "V-RAI-3S",
            "N-GSF",
            "CONJ",
            "N-GSN",
            "CONJ",
            "P-NSM",
            "ADV",
            "V-2AAI-3S",
            "T-GPN",
            "P-GPN",
            "CONJ",
            "PREP",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "V-AAS-3S",
            "T-ASM",
            "T-ASN",
            "N-ASN",
            "V-PAP-ASM",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "D-NSN",
            "V-PAI-3S",
            "T-ASM",
            "A-ASM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "επει",
            "ουν",
            "τα",
            "παιδια",
            "κεκοινωνηκεν",
            "σαρκος",
            "και",
            "αιματος",
            "και",
            "αυτος",
            "παραπλησιως",
            "μετεσχεν",
            "των",
            "αυτων",
            "ινα",
            "δια",
            "του",
            "θανατου",
            "καταργηση",
            "τον",
            "το",
            "κρατος",
            "εχοντα",
            "του",
            "θανατου",
            "τουτ",
            "εστιν",
            "τον",
            "διαβολον"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:14",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24,
              25,
              26,
              27,
              28
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5758",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5627",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5661",
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.",
      "text1637": "Ende verlossen soude alle de gene [43] die met vreese des doodts door al [haer] leven [q] [44] der dienstbaerheyt onderworpen waren.",
      "text2026": "En verlossen zou allen die met vrees voor de dood, door al hun leven, aan de dienstbaarheid onderworpen waren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 die met vreze des doods: Dat is, van den eeuwigen en vervloekten dood, welke vrees alle zondige mensen noodwendig bevangt, totdat zij van hun verlossing verzekerd zijn. Zie Luk. 1:74. Lukas 1:74: Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze.",
          "text1637": "D. des eeuwigen ende vervloeckten doots, welcke vreese alle sondige menschen nootwendelick bevanght, tot dat sy van hare verlossinge versekert zijn. Siet Luc. 1. vers 74.",
          "text2026": "43 die met vrees voor de dood: Dat is, van de eeuwige en vervloekten dood, welke vrees alle zondige mensen noodwendig bevangt, totdat zij van hun verlossing verzekerd zijn. Zie Luk. 1:74. Lukas 1:74: Dat wij, verlost zijnde uit de hand onze vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 der dienstbaarheid: Dat is der knechtelijke vrees, of den geest der dienstbaarheid; gelijk hij spreekt Rom. 8:15. Romeinen 8:15: Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!",
          "text1637": "Dat is, der knechtelicke vreese, ofte den geest der dienstbaerheyt, gelijck hy spreeckt Rom. 8.15.",
          "text2026": "44 van de dienstbaarheid: Dat is van de knechtelijke vrees, of de geest van de dienstbaarheid; gelijk hij spreekt Rom. 8:15. Romeinen 8:15: Want u hebt niet ontvangen de Geest van de dienstbaarheid opnieuw tot vreze; maar u hebt ontvangen de Geest van de aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader!"
        },
        {
          "marker": "q",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Rom. 8:15. Romeinen 8:15: Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!",
          "text1637": "Rom. 8.15.",
          "text2026": "Rom. 8:15. Romeinen 8:15: Want u hebt niet ontvangen de Geest van de dienstbaarheid opnieuw tot vreze; maar u hebt ontvangen de Geest van de aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "απαλλαξη",
          "strongs": "G525",
          "lemma_strongs": "G525",
          "morfologie": "V-AAS-3S"
        },
        {
          "woord": "τουτους",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-APM"
        },
        {
          "woord": "οσοι",
          "strongs": "G3745",
          "lemma_strongs": "G3745",
          "morfologie": "K-NPM"
        },
        {
          "woord": "φοβω",
          "strongs": "G5401",
          "lemma_strongs": "G5401",
          "morfologie": "N-DSM"
        },
        {
          "woord": "θανατου",
          "strongs": "G2288",
          "lemma_strongs": "G2288",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παντος",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GSN"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSN"
        },
        {
          "woord": "ζην",
          "strongs": "G2198",
          "lemma_strongs": "G2198",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "ενοχοι",
          "strongs": "G1777",
          "lemma_strongs": "G1777",
          "morfologie": "A-NPM"
        },
        {
          "woord": "ησαν",
          "strongs": "G1510",
          "lemma_strongs": "G1510",
          "morfologie": "V-IAI-3P"
        },
        {
          "woord": "δουλειας",
          "strongs": "G1397",
          "lemma_strongs": "G1397",
          "morfologie": "N-GSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "En verlossen zou allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> die met vrees voor de dood, door al hun leven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> aan de dienstbaarheid onderworpen waren.",
      "textSV1888_html": "En verlossen zou al degenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> die met vreze des doods, door al hun leven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> der dienstbaarheid onderworpen waren.",
      "text1637_html": "Ende verlossen soude alle de gene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> die met vreese des doodts door al [<i>haer</i>] leven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> der dienstbaerheyt onderworpen waren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "al degenen,",
          "new": "allen",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "vreze des doods,",
          "new": "vrees voor de dood,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "aan de",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En verlossen zou allen die met vrees voor de dood, door al hun leven, aan de dienstbaarheid onderworpen waren.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G525",
            "G3778",
            "G3745",
            "G5401",
            "G2288",
            "G1223",
            "G3956",
            "G3588",
            "G2198",
            "G1777",
            "G1510",
            "G1397"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G525",
            "G3778",
            "G3745",
            "G5401",
            "G2288",
            "G1223",
            "G3956",
            "G3588",
            "G2198",
            "G1777",
            "G1510",
            "G1397"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "V-AAS-3S",
            "D-APM",
            "K-NPM",
            "N-DSM",
            "N-GSM",
            "PREP",
            "A-GSN",
            "T-GSN",
            "V-PAN",
            "A-NPM",
            "V-IAI-3P",
            "N-GSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "απαλλαξη",
            "τουτους",
            "οσοι",
            "φοβω",
            "θανατου",
            "δια",
            "παντος",
            "του",
            "ζην",
            "ενοχοι",
            "ησαν",
            "δουλειας"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:15",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5661",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5721",
            null,
            "G5707",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan.",
      "text1637": "Want waerlick [45] hy en neemt de Engelen niet aen, maer [46] hy neemt het zaedt Abrahams aen.",
      "text2026": "Want werkelijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad van Abraham aan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 Hij neemt de engelen niet aan: Dat is, de Schrift zegt nergens, dat Hij de engelen zou aannemen, maar wel het zaad van Abraham, Gen. 12:3, en Gen. 22:18; gelijk ook zulks inderdaad in Zijne menswording is gebleken. Genesis 12:3: En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Genesis 22:18: En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.",
          "text1637": "D. de Schrift en seght nergens dat hy de Engelen soude aennemen, maer wel het zaet Abrahams, Gen. 12.3. ende 22.18. gelijck oock sulcx in der daet in sijne mensch-weerdinge is gebleecken.",
          "text2026": "45 Hij neemt de engelen niet aan: Dat is, de Schrift zegt nergens, dat Hij de engelen zou aannemen, maar wel het zaad van Abraham, Gen. 12:3, en Gen. 22:18; gelijk ook zulks inderdaad in Zijne menswording is gebleken. Genesis 12:3: En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten van het aarde gezegend worden. Genesis 22:18: En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken van de aarde, aangezien u Mijn stem gehoorzaam geweest bent."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 Hij neemt het zaad Abrahams aan: Dat is, de menselijke natuur uit het zaad van Abraham. Want dat enigen het woord aannemen door helpen verklaren is ongerijmd, dewijl de goede engelen geen hulp van node hebben tot hun verlossing, daar zij niet hebben gezondigd.",
          "text1637": "D. de menschelicke natuere uyt den zade Abrahams. Want dat eenige het woort aennemen, door helpen verklaren, is ongerijmt, dewijle de goede Engelen geen hulpe van noode en hebben, tot harer verlossinge, alsoo sy niet en hebben gesondight.",
          "text2026": "46 Hij neemt het zaad van Abraham aan: Dat is, de menselijke natuur uit het zaad van Abraham. Want dat enige het woord aannemen door helpen verklaren is ongerijmd, omdat de goede engelen geen hulp nodig hebben tot hun verlossing, daar zij niet hebben gezondigd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ου",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "δηπου",
          "strongs": "G1222",
          "lemma_strongs": "G1222",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "αγγελων",
          "strongs": "G32",
          "lemma_strongs": "G32",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "επιλαμβανεται",
          "strongs": "G1949",
          "lemma_strongs": "G1949",
          "morfologie": "V-PNI-3S"
        },
        {
          "woord": "αλλα",
          "strongs": "G235",
          "lemma_strongs": "G235",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "σπερματος",
          "strongs": "G4690",
          "lemma_strongs": "G4690",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "αβρααμ",
          "strongs": "G11",
          "lemma_strongs": "G11",
          "morfologie": "N-PRI"
        },
        {
          "woord": "επιλαμβανεται",
          "strongs": "G1949",
          "lemma_strongs": "G1949",
          "morfologie": "V-PNI-3S"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want werkelijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Hij neemt de engelen niet aan, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Hij neemt het zaad van Abraham aan.",
      "textSV1888_html": "Want waarlijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Hij neemt de engelen niet aan, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Hij neemt het zaad Abrahams aan.",
      "text1637_html": "Want waerlick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> hy en neemt de Engelen niet aen, maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hy neemt het zaedt Abrahams aen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "waarlijk,",
          "new": "werkelijk,",
          "principe": "V81"
        },
        {
          "old": "Abrahams",
          "new": "van Abraham",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want werkelijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad van Abraham aan.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3756",
            "G1063",
            "G1222",
            "G32",
            "G1949",
            "G235",
            "G4690",
            "G11",
            "G1949"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3756",
            "G1063",
            "G1222",
            "G32",
            "G1949",
            "G235",
            "G4690",
            "G11",
            "G1949"
          ],
          "morfologie": [
            "PRT-N",
            "CONJ",
            "ADV",
            "N-GPM",
            "V-PNI-3S",
            "CONJ",
            "N-GSN",
            "N-PRI",
            "V-PNI-3S"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ου",
            "γαρ",
            "δηπου",
            "αγγελων",
            "επιλαμβανεται",
            "αλλα",
            "σπερματος",
            "αβρααμ",
            "επιλαμβανεται"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:16",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5736",
            null,
            null,
            null,
            "G5736"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.",
      "text1637": "[r] Waerom hy [47] in alles den broederen moeste gelijck worden, op dat hy een barmhertigh ende een getrouwe Hooge-Priester soude zijn in de dingen [48] die by Godt [te doen waren], om de sonden des volcks te versoenen.",
      "text2026": "Waarom Hij in alles de broeders moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden van het volk te verzoenen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 in alles den broederen: Namelijk uitgenomen de zonde, gelijk de apostel daarbij voegt; Hebr. 4:15. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.",
          "text1637": "N. uytgenomen de sonde, gelijck den Apostel daer byvoeght Hebr. 4.15.",
          "text2026": "47 in alles de broeders: Namelijk uitgenomen de zonde, gelijk de apostel daarbij voegt; Hebr. 4:15. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, maar zonder zonde."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 die bij God: Namelijk om den mens met God te verzoenen.",
          "text1637": "Namel. om den mensche met Godt te versoenen.",
          "text2026": "48 die bij God: Namelijk om de mens met God te verzoenen."
        },
        {
          "marker": "r",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Filip. 2:7; Hebr. 4:15. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.",
          "text1637": "Philip. 2.7. Hebr. 4.15.",
          "text2026": "Filip. 2:7; Hebr. 4:15. Filippensen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestalte van een dienaar aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden; Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, maar zonder zonde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "οθεν",
          "strongs": "G3606",
          "lemma_strongs": "G3606",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ωφειλεν",
          "strongs": "G3784",
          "lemma_strongs": "G3784",
          "morfologie": "V-IAI-3S"
        },
        {
          "woord": "κατα",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "παντα",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-APN"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "αδελφοις",
          "strongs": "G80",
          "lemma_strongs": "G80",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "ομοιωθηναι",
          "strongs": "G3666",
          "lemma_strongs": "G3666",
          "morfologie": "V-APN"
        },
        {
          "woord": "ινα",
          "strongs": "G2443",
          "lemma_strongs": "G2443",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ελεημων",
          "strongs": "G1655",
          "lemma_strongs": "G1655",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "γενηται",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-2ADS-3S"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πιστος",
          "strongs": "G4103",
          "lemma_strongs": "G4103",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "αρχιερευς",
          "strongs": "G749",
          "lemma_strongs": "G749",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APN"
        },
        {
          "woord": "προς",
          "strongs": "G4314",
          "lemma_strongs": "G4314",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "θεον",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "ιλασκεσθαι",
          "strongs": "G2433",
          "lemma_strongs": "G2433",
          "morfologie": "V-PPN"
        },
        {
          "woord": "τας",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APF"
        },
        {
          "woord": "αμαρτιας",
          "strongs": "G266",
          "lemma_strongs": "G266",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "λαου",
          "strongs": "G2992",
          "lemma_strongs": "G2992",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> Waarom Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> in alles de broeders moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> die bij God te doen waren, om de zonden van het volk te verzoenen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> Waarom Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> Waerom hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> in alles den broederen moeste gelijck worden, op dat hy een barmhertigh ende een getrouwe Hooge-Priester soude zijn in de dingen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> die by Godt [<i>te doen waren</i>], om de sonden des volcks te versoenen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den broederen",
          "new": "de broeders",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des volks",
          "new": "van het volk",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Waarom Hij in alles de broeders moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden van het volk te verzoenen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3606",
            "G3784",
            "G2596",
            "G3956",
            "G3588",
            "G80",
            "G3666",
            "G2443",
            "G1655",
            "G1096",
            "G2532",
            "G4103",
            "G749",
            "G3588",
            "G4314",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1519",
            "G3588",
            "G2433",
            "G3588",
            "G266",
            "G3588",
            "G2992"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3606",
            "G3784",
            "G2596",
            "G3956",
            "G3588",
            "G80",
            "G3666",
            "G2443",
            "G1655",
            "G1096",
            "G2532",
            "G4103",
            "G749",
            "G3588",
            "G4314",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1519",
            "G3588",
            "G2433",
            "G3588",
            "G266",
            "G3588",
            "G2992"
          ],
          "morfologie": [
            "ADV",
            "V-IAI-3S",
            "PREP",
            "A-APN",
            "T-DPM",
            "N-DPM",
            "V-APN",
            "CONJ",
            "A-NSM",
            "V-2ADS-3S",
            "CONJ",
            "A-NSM",
            "N-NSM",
            "T-APN",
            "PREP",
            "T-ASM",
            "N-ASM",
            "PREP",
            "T-ASN",
            "V-PPN",
            "T-APF",
            "N-APF",
            "T-GSM",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "οθεν",
            "ωφειλεν",
            "κατα",
            "παντα",
            "τοις",
            "αδελφοις",
            "ομοιωθηναι",
            "ινα",
            "ελεημων",
            "γενηται",
            "και",
            "πιστος",
            "αρχιερευς",
            "τα",
            "προς",
            "τον",
            "θεον",
            "εις",
            "το",
            "ιλασκεσθαι",
            "τας",
            "αμαρτιας",
            "του",
            "λαου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:17",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5707",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5683",
            null,
            null,
            "G5638",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5745",
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.",
      "text1637": "[s] Want in ’t gene hy selve [49] versocht zijnde geleden heeft, [50] can hy de gene die versocht worden, te hulpe comen.",
      "text2026": "Want in wat Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij van hen, die verzocht worden, te hulp komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 verzocht zijnde: Namelijk in den staat Zijner vernedering, met allerlei lijden en verdriet.",
          "text1637": "Namel. in den staet sijner nedrigheydt, met allerley lijden ende verdriet.",
          "text2026": "49 verzocht zijnde: Namelijk in de staat Zijn vernedering, met allerlei lijden en verdriet."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 kan Hij dengenen: Namelijk te beter, alzo Hij deze ook ervaren heeft, en daarom met meer medelijden tegen hen ontstoken is.",
          "text1637": "N. te beter, also hy deselve oock ervaren heeft, ende daerom met meerder medelijden tegen haer ontsteken is.",
          "text2026": "50 kan Hij degenen: Namelijk te beter, zo Hij deze ook ervaren heeft, en daarom met meer medelijden tegen hen ontstoken is."
        },
        {
          "marker": "s",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hebr. 4:15; idem v. 16. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.",
          "text1637": "Hebr. 4. versen 15, 16.",
          "text2026": "Hebr. 4:15; idem v. 16. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, maar zonder zonde. Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ω",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-DSN"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πεπονθεν",
          "strongs": "G3958",
          "lemma_strongs": "G3958",
          "morfologie": "V-2RAI-3S"
        },
        {
          "woord": "αυτος",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-NSM"
        },
        {
          "woord": "πειρασθεις",
          "strongs": "G3985",
          "lemma_strongs": "G3985",
          "morfologie": "V-APP-NSM"
        },
        {
          "woord": "δυναται",
          "strongs": "G1410",
          "lemma_strongs": "G1410",
          "morfologie": "V-PNI-3S"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "πειραζομενοις",
          "strongs": "G3985",
          "lemma_strongs": "G3985",
          "morfologie": "V-PPP-DPM"
        },
        {
          "woord": "βοηθησαι",
          "strongs": "G997",
          "lemma_strongs": "G997",
          "morfologie": "V-AAN"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Want in wat Hij Zelf,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verzocht zijnde, geleden heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> kan Hij van hen, die verzocht worden, te hulp komen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Want in hetgeen Hij Zelf,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verzocht zijnde, geleden heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Want in ’t gene hy selve <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> versocht zijnde geleden heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> can hy de gene die versocht worden, te hulpe comen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hetgeen",
          "new": "wat",
          "principe": "V4"
        },
        {
          "old": "dengenen,",
          "new": "van hen,",
          "principe": "V397"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want in wat Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij van hen, die verzocht worden, te hulp komen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1722",
            "G3739",
            "G1063",
            "G3958",
            "G846",
            "G3985",
            "G1410",
            "G3588",
            "G3985",
            "G997"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1722",
            "G3739",
            "G1063",
            "G3958",
            "G846",
            "G3985",
            "G1410",
            "G3588",
            "G3985",
            "G997"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "R-DSN",
            "CONJ",
            "V-2RAI-3S",
            "P-NSM",
            "V-APP-NSM",
            "V-PNI-3S",
            "T-DPM",
            "V-PPP-DPM",
            "V-AAN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "εν",
            "ω",
            "γαρ",
            "πεπονθεν",
            "αυτος",
            "πειρασθεις",
            "δυναται",
            "τοις",
            "πειραζομενοις",
            "βοηθησαι"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 2:18",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5754",
            null,
            "G5685",
            "G5736",
            null,
            "G5746",
            "G5658"
          ]
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "1 Uyt de Leere vande voortreflickheyt des persoons Christi, in ’t voorgaende Capit. voor-gestelt, treckt den Apostel hier een waerschouwinge, dat wy dan sorghvuldigh moeten zijn om op sijn woort wel acht te nemen. 5 Gaet daer na voort, ende bewijst eerst de nedrigheyt ende daer na de weerdicheyt der menscheyt Christi met een plaetse uyt den achtsten Psalm. 8 ende past die op Christum. 11 Bewijst uyt noch andere plaetsen des Ouden Testaments, dat hy eener selver natuere ende beweginge met ons deelachtigh is. 16 ende niet met den Engelen. 17 ende dat tot dien eynde, op dat hy een getrouw ende barmhertigh Hooge-Priester voor ons soude zijn.",
    "text2026": "1 Uit de leer over de voortreffelijkheid van de persoon van Christus, in het voorgaande hoofdstuk voorgesteld, trekt de apostel hier een waarschuwing, dat wij dan zorgvuldig moeten zijn om op zijn woord goed acht te geven. 5 Gaat daarna voort, en bewijst eerst de nederigheid en daarna de waardigheid van de menselijke natuur van Christus met een plaats uit de achtste Psalm. 8 En past die toe op Christus. 11 Bewijst uit nog andere plaatsen van het Oude Testament dat Hij dezelfde natuur en aandoening met ons deelachtig is. 16 En niet met de engelen. 17 En dat met dit doel, opdat Hij een getrouw en barmhartig Hogepriester voor ons zou zijn."
  }
}
