{
  "number": 6,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende het fondament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,",
      "text1637": "DAerom nalatende [1] het beginsel der leere Christi, laet ons [2] tot de volmaecktheyt voortvaren: niet wederom leggende [3] het fondament van de Bekeeringe [4] van doode wercken, ende van het Geloove [5] in Godt,",
      "text2026": "Daarom, nalatende het begin van de leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet opnieuw leggende het fundament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 het beginsel der leer van Christus: Grieks het woord des beginsels van Christus; dat is, waardoor wij in het beginsel tot Christus' ledematen worden aangenomen, en als de kinderleer is van de eerst aankomenden; Hebr. 5:12. Hebreeën 5:12: Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze.",
          "text1637": "Gr. het woordt des beginsels Christi. Dat is, daer door wy in het beginsel tot Christi lidtmaten worden aengenomen, ende gelijck de kinder-leere is van de eerst aen komende. cap. 5.12.",
          "text2026": "1 het begin van de leer van Christus: Grieks het woord van de begin van Christus; dat is, waardoor wij in het begin tot Christus' ledematen worden aangenomen, en als de kinderleer is van de eerst aankomenden; Hebr. 5:12. Hebreeën 5:12: Want u, daar u leraars behoorde te zijn vanwege de tijd, hebt opnieuw nodig, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn van de woorden van God; en u bent geworden, als die melk nodig hebben, en niet vaste voedsel."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 tot de volmaaktheid voortvaren: Dat is, tot de volkomene kennis der leer van Christus voortgaan, Ef. 4:13. Efeziërs 4:13: Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;",
          "text1637": "D. tot de volkomene kennisse der leere Christi voortgaen Ephes. 4.13.",
          "text2026": "2 tot de volmaaktheid voortvaren: Dat is, tot de volkomen kennis van de leer van Christus voortgaan, Ef. 4:13. Efeziërs 4:13: Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus;"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 het fondament van de bekering: Of, eersten grond, waarvan hier zes hoofdstukken worden verhaald.",
          "text1637": "Ofte, eersten gront, waer van hier ses hooftstucken worden verhaelt.",
          "text2026": "3 het fondament van de bekering: Of, eerste grond, waarvan hier zes hoofdstukken worden verhaald."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 van dode werken: Dat is, van zondige of vleselijke werken, waarvan het einde de dood is, Rom. 6:23; welker kennis inzonderheid door de wet komt, Rom. 3:20. Romeinen 6:23: Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere. Romeinen 3:20: Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.",
          "text1637": "Dat is, van sondige ofte vleeschelicke wercken, waer van het eynde de doot is. Rom. 6.23. welcker kennisse insonderheyt door de Wet komt Rom. 3.20.",
          "text2026": "4 van dode werken: Dat is, van zondige of vleselijke werken, waarvan het einde de dood is, Rom. 6:23; welker kennis in het bijzonder door de wet komt, Rom. 3:20. Romeinen 6:23: Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer. Romeinen 3:20: Daarom zal uit de werken van de wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis van de zonde."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 in God: Namelijk Vader, Zoon en Heiligen Geest, waarvan de somma in de twaalf artikelen des geloofs is begrepen.",
          "text1637": "N. Vader, Sone, ende Heylige Geest, waer van de somma in de twaelf artijckelen des geloofs is begrepen.",
          "text2026": "5 in God: Namelijk Vader, Zoon en Heilige Geest, waarvan de somma in de twaalf artikelen van het geloof is begrepen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "διο",
          "strongs": "G1352",
          "lemma_strongs": "G1352",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αφεντες",
          "strongs": "G863",
          "lemma_strongs": "G863",
          "morfologie": "V-2AAP-NPM"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "αρχης",
          "strongs": "G746",
          "lemma_strongs": "G746",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "χριστου",
          "strongs": "G5547",
          "lemma_strongs": "G5547",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "λογον",
          "strongs": "G3056",
          "lemma_strongs": "G3056",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "επι",
          "strongs": "G1909",
          "lemma_strongs": "G1909",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "τελειοτητα",
          "strongs": "G5047",
          "lemma_strongs": "G5047",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "φερωμεθα",
          "strongs": "G5342",
          "lemma_strongs": "G5342",
          "morfologie": "V-PPS-1P"
        },
        {
          "woord": "μη",
          "strongs": "G3361",
          "lemma_strongs": "G3361",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "παλιν",
          "strongs": "G3825",
          "lemma_strongs": "G3825",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "θεμελιον",
          "strongs": "G2310",
          "lemma_strongs": "G2310",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "καταβαλλομενοι",
          "strongs": "G2598",
          "lemma_strongs": "G2598",
          "morfologie": "V-PMP-NPM"
        },
        {
          "woord": "μετανοιας",
          "strongs": "G3341",
          "lemma_strongs": "G3341",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "απο",
          "strongs": "G575",
          "lemma_strongs": "G575",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "νεκρων",
          "strongs": "G3498",
          "lemma_strongs": "G3498",
          "morfologie": "A-GPN"
        },
        {
          "woord": "εργων",
          "strongs": "G2041",
          "lemma_strongs": "G2041",
          "morfologie": "N-GPN"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πιστεως",
          "strongs": "G4102",
          "lemma_strongs": "G4102",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "επι",
          "strongs": "G1909",
          "lemma_strongs": "G1909",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "θεον",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-ASM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom, nalatende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het begin van de leer van Christus, laat ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tot de volmaaktheid voortvaren; niet opnieuw leggende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> het fundament van de bekering<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van dode werken, en van het geloof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in God,",
      "textSV1888_html": "Daarom, nalatende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het beginsel der leer van Christus, laat ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> het fondament van de bekering<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van dode werken, en van het geloof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in God,",
      "text1637_html": "DAerom nalatende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het beginsel der leere Christi, laet ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tot de volmaecktheyt voortvaren: niet wederom leggende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> het fondament van de Bekeeringe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> van doode wercken, ende van het Geloove <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> in Godt,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "beginsel der",
          "new": "begin van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "wederom",
          "new": "opnieuw",
          "principe": "V6"
        },
        {
          "old": "fondament",
          "new": "fundament",
          "principe": "V214"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Daarom, nalatende het begin van de leer van Christus, laat ons tot de volmaaktheid voortvaren; niet opnieuw leggende het fundament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God,",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1352",
            "G863",
            "G3588",
            "G3588",
            "G746",
            "G3588",
            "G5547",
            "G3056",
            "G1909",
            "G3588",
            "G5047",
            "G5342",
            "G3361",
            "G3825",
            "G2310",
            "G2598",
            "G3341",
            "G575",
            "G3498",
            "G2041",
            "G2532",
            "G4102",
            "G1909",
            "G2316"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1352",
            "G863",
            "G3588",
            "G3588",
            "G746",
            "G3588",
            "G5547",
            "G3056",
            "G1909",
            "G3588",
            "G5047",
            "G5342",
            "G3361",
            "G3825",
            "G2310",
            "G2598",
            "G3341",
            "G575",
            "G3498",
            "G2041",
            "G2532",
            "G4102",
            "G1909",
            "G2316"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "V-2AAP-NPM",
            "T-ASM",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "N-ASM",
            "PREP",
            "T-ASF",
            "N-ASF",
            "V-PPS-1P",
            "PRT-N",
            "ADV",
            "N-ASM",
            "V-PMP-NPM",
            "N-GSF",
            "PREP",
            "A-GPN",
            "N-GPN",
            "CONJ",
            "N-GSF",
            "PREP",
            "N-ASM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "διο",
            "αφεντες",
            "τον",
            "της",
            "αρχης",
            "του",
            "χριστου",
            "λογον",
            "επι",
            "την",
            "τελειοτητα",
            "φερωμεθα",
            "μη",
            "παλιν",
            "θεμελιον",
            "καταβαλλομενοι",
            "μετανοιας",
            "απο",
            "νεκρων",
            "εργων",
            "και",
            "πιστεως",
            "επι",
            "θεον"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:1",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5631",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5747",
            null,
            null,
            null,
            "G5734",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Van de leer der dopen, en van de oplegging der handen, en van de opstanding der doden, en van het eeuwig oordeel.",
      "text1637": "Van de leere [6] der Doopen, ende [7] van de Oplegginge der handen, ende [8] van de Opstandinghe der dooden, ende [9] van het eeuwich Oordeel.",
      "text2026": "Van de leer van de dopen, en van de oplegging van de handen, en van de opstanding van de doden, en van het eeuwig oordeel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 der dopen: Dat is, van de natuur, instelling en gebruik van den doop en der Sacramenten waardoor het geloof en de bekering in ons wordt versterkt. Het woord dopen wordt hier in het meervoud gesteld, niet omdat er meer dan een doop is, Ef. 4:5, maar òf om den uitwendigen en inwendigen doop te betekenen 1 Petr. 3:21; òf, omdat in de eerste Kerk de volwassenen, die tot Christus bekeerd, en nu een tijdlang in den Christelijken godsdienst onderwezen waren, dikmaals tezamen in een aanmerkelijk getal werden gedoopt, zodat er vele dopen op enen dag schenen gepleegd te worden. Efeziërs 4:5: Een Heere, een geloof, een doop, 1 Petrus 3:21: Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;",
          "text1637": "D. van de natuere, instellinge, ende gebruyck des Doops ende der Sacramenten waer door’t geloove ende bekeeringe in ons wort versterckt. Het woordt doopen wordt hier in het getal van vele gestelt, niet om datter meer als eenen Doop is. Ephes. 4.5. maer ofte om den uytwendigen ende inwendigen Doop te beteeckenen, 1.Petr. 3.21. ofte, om dat in de eerste Kercke de volwassene die tot Christum bekeert, ende nu eenen tijdt lanck in de Christelicke Religie onderwesen waren, dickmaels te samen in een merckelick getal wierden gedoopt, soo datter vele doopen op eenen dagh schenen gepleeght te worden.",
          "text2026": "6 van de dopen: Dat is, van de natuur, instelling en gebruik van de doop en van de Sacramenten waardoor het geloof en de bekering in ons wordt versterkt. Het woord dopen wordt hier in het meervoud gesteld, niet omdat er meer dan een doop is, Ef. 4:5, maar òf om de uitwendigen en inwendigen doop te betekenen 1 Petr. 3:21; òf, omdat in de eerste Kerk de volwassenen, die tot Christus bekeerd, en nu een tijdlang in de Christelijke godsdienst onderwezen waren, dikwijls tezamen in een aanmerkelijk getal werden gedoopt, zodat er vele dopen op een dag schenen gepleegd te worden. Efeziërs 4:5: Één Heer, één geloof, één doop, 1 Petrus 3:21: Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is van de vuiligheid van het lichaam, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;"
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 van de oplegging der handen: Dat is, van de gaven des Heiligen Geestes, die door de oplegging der handen in de Kerk den gelovigen in het algemeen plachten medegedeelt te worden, Hand. 8:16, 8:17, en bijzonder in het instellen der kerkedienaars, 1 Tim. 4:14. Handelingen 8:16: (Want Hij was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleenlijk gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.) Handelingen 8:17: Toen legden zij de handen op hen, en zij ontvingen den Heiligen Geest. 1 Timotheüs 4:14: Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps.",
          "text1637": "Dat is, van de gaven des Heyligen Geests, die door de oplegginge der handen in de eerste Kercke den geloovigen in het gemeyn plachten mede-gedeelt te worden. Actor. 8.16, 17. ende bysonderlick in het instellen der Kercken-dienaren 1.Tim. 4.14.",
          "text2026": "7 van de oplegging van de handen: Dat is, van de gaven van de Heiligen Geestes, die door de oplegging van de handen in de Kerk de gelovigen in het algemeen plachten medegedeelt te worden, Hand. 8:16, 8:17, en bijzonder in het instellen van de kerkdienaar, 1 Tim. 4:14. Handelingen 8:16: (Want Hij was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleen gedoopt in de Naam van de Heer Jezus.) Handelingen 8:17: Toen legden zij de handen op hen, en zij ontvingen de Heilige Geest. 1 Timotheüs 4:14: Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging van de handen van de ouderlingschap."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 van de opstanding der doden: Van welk artikel degenen, die tot de gemeenschap der kerk van Christus toegelaten werden, bijzonder rekenschap moesten geven, omdat niet alleen de heidenen daarmede spotten, Hand. 17:32, maar ook de Sadduceën onder de Joden, Matth. 22:23, en vele ketters onder de Christenen deze loochenden; 2 Tim. 2:18. Handelingen 17:32: Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen. Mattheüs 22:23: Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceën, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. 2 Timotheüs 2:18: Die van de waarheid zijn afgeweken, zeggende, dat de opstanding alrede geschied is, en verkeren sommiger geloof.",
          "text1637": "Van welcken artijckel de gene die tot de gemeynschap der Kercke Christi toegelaten wierden bysonderlick rekenschap moesten geven, om dat niet alleen de Heydenen daer mede spotteden. Actor. 17.32. maer oock de Sadduceen onder de Ioden. Matth. 22.23. ende vele ketters onder de Christenen den selven loochenden. 2.Timoth. 2.18.",
          "text2026": "8 van de opstanding van de doden: Van welk artikel degenen, die tot de gemeenschap van de kerk van Christus toegelaten werden, bijzonder rekenschap moesten geven, omdat niet alleen de heidenen daarmede spotten, Hand. 17:32, maar ook de Sadduceën onder de Joden, Matt. 22:23, en vele ketters onder de Christenen deze loochenden; 2 Tim. 2:18. Handelingen 17:32: Als zij nu van de opstanding van de doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u opnieuw hiervan horen. Mattheüs 22:23: Op dezelfde dag kwamen tot Hem de Sadduceën, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. 2 Timotheüs 2:18: Die van de waarheid zijn afgeweken, zeggende, dat de opstanding al geschied is, en verkeren sommiger geloof."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 van het eeuwig oordeel: Namelijk over levenden en over doden, over de ongelovigen ten eeuwigen dood, en over de gelovigen ten eeuwigen leven. Dit zijn dan de zes hoofdstukken van de beginselen of fondamenten der christelijke religie, die den aankomenden door vragen en antwoorden voorgesteld werden, die ook in onze catechismussen merendeels worden behandeld.",
          "text1637": "Namel. over levende ende over doode, over de ongeloovige ten eeuwigen doodt, ende over de geloovige ten eeuwigen leven. Dit zijn dan de ses Hooft-stucken van de beginselen ofte fondamenten der Christelicke Religie die den aenkomenden door vragen ende antwoorden voorgestelt wierden, die oock in onse Catechismen ten meerderendeel worden begrepen.",
          "text2026": "9 van het eeuwig oordeel: Namelijk over levenden en over doden, over de ongelovigen ten eeuwige dood, en over de gelovigen ten eeuwige leven. Dit zijn dan de zes hoofdstukken van de beginselen of fondamenten van de christelijke religie, die de aankomenden door vragen en antwoorden voorgesteld werden, die ook in onze catechismussen merendeels worden behandeld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "βαπτισμων",
          "strongs": "G909",
          "lemma_strongs": "G909",
          "morfologie": "N-GPM"
        },
        {
          "woord": "διδαχης",
          "strongs": "G1322",
          "lemma_strongs": "G1322",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "επιθεσεως",
          "strongs": "G1936",
          "lemma_strongs": "G1936",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "χειρων",
          "strongs": "G5495",
          "lemma_strongs": "G5495",
          "morfologie": "N-GPF"
        },
        {
          "woord": "αναστασεως",
          "strongs": "G386",
          "lemma_strongs": "G386",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "νεκρων",
          "strongs": "G3498",
          "lemma_strongs": "G3498",
          "morfologie": "A-GPM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "κριματος",
          "strongs": "G2917",
          "lemma_strongs": "G2917",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "αιωνιου",
          "strongs": "G166",
          "lemma_strongs": "G166",
          "morfologie": "A-GSN"
        }
      ],
      "text2026_html": "Van de leer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> van de dopen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> van de oplegging van de handen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> van de opstanding van de doden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van het eeuwig oordeel.",
      "textSV1888_html": "Van de leer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> der dopen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> van de oplegging der handen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> van de opstanding der doden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van het eeuwig oordeel.",
      "text1637_html": "Van de leere <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> der Doopen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> van de Oplegginge der handen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> van de Opstandinghe der dooden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van het eeuwich Oordeel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Van de leer van de dopen, en van de oplegging van de handen, en van de opstanding van de doden, en van het eeuwig oordeel.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G909",
            "G1322",
            "G1936",
            "G5037",
            "G5495",
            "G386",
            "G5037",
            "G3498",
            "G2532",
            "G2917",
            "G166"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G909",
            "G1322",
            "G1936",
            "G5037",
            "G5495",
            "G386",
            "G5037",
            "G3498",
            "G2532",
            "G2917",
            "G166"
          ],
          "morfologie": [
            "N-GPM",
            "N-GSF",
            "N-GSF",
            "PRT",
            "N-GPF",
            "N-GSF",
            "PRT",
            "A-GPM",
            "CONJ",
            "N-GSN",
            "A-GSN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "βαπτισμων",
            "διδαχης",
            "επιθεσεως",
            "τε",
            "χειρων",
            "αναστασεως",
            "τε",
            "νεκρων",
            "και",
            "κριματος",
            "αιωνιου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:2",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En dit zullen wij ook doen, indien het God toelaat.",
      "text1637": "Ende [10] dit sullen wy [oock] doen, [a] indien het Godt toelaet.",
      "text2026": "En dit zullen wij ook doen, als het God toelaat.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 dit zullen wij ook doen: Namelijk het leggen van de eerste fondamenten der Christelijke religie, die Paulus nu wel voorbijgaat, omdat hij hen ook tot meer volkomen kennis van andere leerstukken wilde brengen, maar evenwel belooft bij andere gelegenheden deze te behandelen, indien het de Heere toeliet, gelijk hij ook elders in zijne zendbrieven doet. Anderen verstaan dit van de verklaring der meer volmaakte leer, die hij zal gaan voorstellen.",
          "text1637": "Namel. het leggen van de eerste fondamenten der Christelicke Religie, die Paulus nu wel voor by gaet, om dat hy haer oock tot volkomener kennisse van andere leer-stucken wilde brengen, maer even-wel belooft by andere gelegenheden de selve te verhandelen, indien het de Heere toe liet, ghelijck hy oock elders in sijne Sendt-brieven doet. Andere verstaen dit van de verklaringe der volmaeckter Leere: die hy sal gaen voorstellen.",
          "text2026": "10 dit zullen wij ook doen: Namelijk het leggen van de eerste fondamenten van de Christelijke religie, die Paulus nu wel voorbijgaat, omdat hij hen ook tot meer volkomen kennis van andere leerstukken wilde brengen, maar evenwel belooft bij andere gelegenheden deze te behandelen, als het de Heer toeliet, gelijk hij ook elders in zijne zendbrieven doet. Anderen verstaan dit van de verklaring van de meer volmaakte leer, die hij zal gaan voorstellen."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hand. 18:21; 1 Kor. 4:19; Jak. 4:15. Handelingen 18:21: Maar hij nam afscheid van hen, zeggende: Ik moet ganselijk het toekomende feest te Jeruzalem houden; doch ik zal tot u wederkeren, zo God wil. En hij voer weg van Efeze. 1 Korinthiërs 4:19: Maar ik zal haast tot u komen, zo de Heere wil, en ik zal dan verstaan, niet de woorden dergenen, die opgeblazen zijn, maar de kracht. Jakobus 4:15: In plaats dat gij zoudt zeggen: Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen.",
          "text1637": "Act. 18.21. 1.Corinth. 4.19. Iacob. 4.15.",
          "text2026": "Hand. 18:21; 1 Kor. 4:19; Jak. 4:15. Handelingen 18:21: Maar hij nam afscheid van hen, zeggende: Ik moet ganselijk het toekomende feest te Jeruzalem houden; maar ik zal tot u terugkeren, zo God wil. En hij voer weg van Efeze. 1 Korinthiërs 4:19: Maar ik zal haast tot u komen, zo de Heer wil, en ik zal dan verstaan, niet de woorden degenen, die hoogmoedig zijn, maar de kracht. Jakobus 4:15: In plaats dat u zoudt zeggen: Als de Heer wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τουτο",
          "strongs": "G3778",
          "lemma_strongs": "G3778",
          "morfologie": "D-ASN"
        },
        {
          "woord": "ποιησομεν",
          "strongs": "G4160",
          "lemma_strongs": "G4160",
          "morfologie": "V-FAI-1P"
        },
        {
          "woord": "εανπερ",
          "strongs": "G1437",
          "lemma_strongs": "G1437",
          "morfologie": "COND",
          "bronstatus": "osis_aanvulling"
        },
        {
          "woord": "επιτρεπη",
          "strongs": "G2010",
          "lemma_strongs": "G2010",
          "morfologie": "V-PAS-3S"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dit zullen wij ook doen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> als het God toelaat.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dit zullen wij ook doen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> indien het God toelaat.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dit sullen wy [<i>oock</i>] doen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> indien het Godt toelaet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "indien",
          "new": "als",
          "principe": "V41"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En dit zullen wij ook doen, als het God toelaat.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G3778",
            "G4160",
            "G1437",
            "G2010",
            "G3588",
            "G2316"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G3778",
            "G4160",
            "G1437",
            "G2010",
            "G3588",
            "G2316"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "D-ASN",
            "V-FAI-1P",
            "COND",
            "V-PAS-3S",
            "T-NSM",
            "N-NSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "τουτο",
            "ποιησομεν",
            "εανπερ",
            "επιτρεπη",
            "ο",
            "θεος"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:3",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5692",
            null,
            "G5725",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn,",
      "text1637": "[b] Want [11] het is onmogelick, de gene [12] die eens verlicht geweest zijn, ende [13] de hemelsche gave gesmaeckt hebben, ende [14] des heyligen Geestes deelachtich geworden zijn,",
      "text2026": "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en van de Heilige Geest deelachtig geworden zijn,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 het is onmogelijk: Namelijk ten aanzien van Gods rechtvaardig oordeel over zulke ondankbare mensen, naar de verklaring die Christus zelf gedaan heeft van degenen die tegen den Heiligen Geest zondigen, Matth. 12:31, 12:32; gelijk de volgende verzen ook aantonen dat hier, gelijk ook hierna, Hebr. 10:26, van die zonde wordt gesproken. Waarom de apostel Johannes, 1 Joh. 5:16, gebiedt, dat men voor zulken niet zal bidden. Zie dergelijke wijze van spreken Joh. 12:39, 12:40. Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden. Mattheüs 12:32: En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; 1 Johannes 5:16: Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden. Johannes 12:39: Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft: Johannes 12:40: Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze.",
          "text1637": "Namel. ten aensien van Godts rechtveerdigh oordeel over sulcke ondanckbare menschen, nae de verklaringe die Christus selve gedaen heeft van de gene die tegen den Heyligen Geest sondigen. Matth. 12.31, 32. gelijck de volgende versen oock uytwijsen dat hier, gelijck oock hier nae capit. 10.26. van die sonde wordt gesproken. Waerom den Apostel Ioannes 1.Ioan. 5.16. ghebiedt datmen voor sulcke niet en sal bidden. Siet diergelijcke wijse van spreken, Ioan. 12. versen 39.40.",
          "text2026": "11 het is onmogelijk: Namelijk ten aanzien van Gods rechtvaardig oordeel over zulke ondankbare mensen, naar de verklaring die Christus zelf gedaan heeft van degenen die tegen de Heilige Geest zondigen, Matt. 12:31, 12:32; gelijk de volgende verzen ook aantonen dat hier, gelijk ook hierna, Hebr. 10:26, van die zonde wordt gesproken. Waarom de apostel Johannes, 1 Joh. 5:16, gebiedt, dat men voor zulken niet zal bidden. Zie dergelijke wijze van spreken Joh. 12:39, 12:40. Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden; maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. Mattheüs 12:32: En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen de Zoon van de mensen, het zal hem vergeven worden; maar zo wie tegen de Heilige Geest zal gesproken hebben, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; 1 Johannes 5:16: Als iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot de dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, degenen, zeg ik, die zondigen niet tot de dood. Er is een zonde tot de dood; voor die zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden. Johannes 12:39: Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw gezegd heeft: Johannes 12:40: Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 die eens verlicht geweest zijn: Namelijk in het verstand door de prediking des Evangelies.",
          "text1637": "Namel. in het verstant door de predicatie des Euangeliums.",
          "text2026": "12 die eens verlicht geweest zijn: Namelijk in het verstand door de prediking van het Evangelie."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 de hemelse gave gesmaakt hebben: Dat is, het geloof, hetwelk hier gezegd wordt, dat zij gesmaakt hebben, niet omdat zij het in zijn rechte wezen immer zouden ontvangen hebben, maar omdat zij een klein begin en gelijkenis of schijn daarvan gevoeld hebben, gelijk het woord smaken ook tegen innemen gesteld wordt, Matth. 27:34; welk smaken Christus in de gelijkenis van den zaaier, Matth. 13:20, 13:21, noemt een ontvangen des woords met blijdschap; hetwelk nochtans geen wortel, dat is, geen recht vertrouwen op Christus heeft, en geen behoorlijke vruchten in volstandigheid geeft, dewijl het op steenachtige aarde, dat is, in een hart, dat niet behoorlijk voor God is vernederd, noch bereid, gevallen is. En dat dit hier ook de mening is, blijkt uit vers 7 en elders, waar deze vergeleken worden met aarde, die den regen niet indrinkt, en derhalve in plaats van goed kruid, doornen en distelen voortbrengt. Mattheüs 27:34: Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken. Mattheüs 13:20: Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt; Mattheüs 13:21: Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geërgerd. Hebreeën 6:7: Want de aarde, die den regen, menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God;",
          "text1637": "D. het geloove, het welck hier geseght wordt dat sy gesmaeckt hebben, niet om dat sy het selve in sijn recht wesen oyt souden ontfangen hebben, maer om dat sy een kleyn beginsel, ende gelijckenisse ofte schijn daer van gevoelt hebben, gelijck het woordt smaken oock tegen innemen gestelt wordt. Matth. 27.34. welck smaken Christus in de gelijckenisse van den zaeyer Matth. 13. versen 20, 21. noemt een ontfangen des woordts met blijdtschap, het welck nochtans geen wortel, dat is, geen recht vertrouwen op Christum en heeft, noch geen behoorlicke vruchten in volstandicheydt en geeft, dewijle het op steenachtige aerde, dat is, in een herte dat niet behoorlick voor Godt en is vernedert noch bereydt, gevallen is. Ende dat dit hier oock de meyninge is blijckt uyt het volgende 7 vers ende elders, daer dese vergeleecken worden met aerde die den regen niet in en drinckt, ende derhalven in plaetse van goet kruydt doornen ende distelen voort-brenght.",
          "text2026": "13 de hemelse gave gesmaakt hebben: Dat is, het geloof, dat hier gezegd wordt, dat zij gesmaakt hebben, niet omdat zij het in zijn rechte wezen immer zouden ontvangen hebben, maar omdat zij een klein begin en gelijkenis of schijn daarvan gevoeld hebben, gelijk het woord smaken ook tegen innemen gesteld wordt, Matt. 27:34; welk smaken Christus in de gelijkenis van de zaaier, Matt. 13:20, 13:21, noemt een ontvangen van het woord met blijdschap; dat nochtans geen wortel, dat is, geen recht vertrouwen op Christus heeft, en geen behoorlijke vruchten in volstandigheid geeft, omdat het op steenachtige aarde, dat is, in een hart, dat niet behoorlijk voor God is vernederd, noch bereid, gevallen is. En dat dit hier ook de mening is, blijkt uit vers 7 en elders, waar deze vergeleken worden met aarde, die de regen niet indrinkt, en daarom in plaats van goed kruid, doornen en distelen voortbrengt. Mattheüs 27:34: Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij die gesmaakt had, wilde Hij niet drinken. Mattheüs 13:20: Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat meteen met vreugde ontvangt; Mattheüs 13:21: Maar hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, vanwege het Woord, zo wordt hij meteen geërgerd. Hebreeën 6:7: Want de aarde, die de regen, dikwijls op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God;"
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn: Dat is, enige gaven des Heiligen Geestes, die God in de eerste Kerk den discipelen mededeelde. Zie hiervan 1 Kor. 12:14. 1 Korinthiërs 12:14: Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden.",
          "text1637": "Dat is, eeniger gaven des Heyligen Geests, die Godt in de eerste Kercke den Discipelen mede-deelde. Siet hier van 1.Corinth. cap. 12. ende 14.",
          "text2026": "14 van de Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn: Dat is, enige gaven van de Heiligen Geestes, die God in de eerste Kerk de discipelen mededeelde. Zie hiervan 1 Kor. 12:14. 1 Korinthiërs 12:14: Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 12:31; Hebr. 10:26; 1 Joh. 5:16. Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; 1 Johannes 5:16: Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden.",
          "text1637": "Matth. 12.31. Hebr. 10.26. 1.Ioan. 5.16.",
          "text2026": "Matt. 12:31; Hebr. 10:26; 1 Joh. 5:16. Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden; maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; 1 Johannes 5:16: Als iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot de dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, degenen, zeg ik, die zondigen niet tot de dood. Er is een zonde tot de dood; voor die zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "αδυνατον",
          "strongs": "G102",
          "lemma_strongs": "G102",
          "morfologie": "A-NSN"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τους",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APM"
        },
        {
          "woord": "απαξ",
          "strongs": "G530",
          "lemma_strongs": "G530",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "φωτισθεντας",
          "strongs": "G5461",
          "lemma_strongs": "G5461",
          "morfologie": "V-APP-APM"
        },
        {
          "woord": "γευσαμενους",
          "strongs": "G1089",
          "lemma_strongs": "G1089",
          "morfologie": "V-ADP-APM"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "δωρεας",
          "strongs": "G1431",
          "lemma_strongs": "G1431",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "επουρανιου",
          "strongs": "G2032",
          "lemma_strongs": "G2032",
          "morfologie": "A-GSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "μετοχους",
          "strongs": "G3353",
          "lemma_strongs": "G3353",
          "morfologie": "A-APM"
        },
        {
          "woord": "γενηθεντας",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-AOP-APM"
        },
        {
          "woord": "πνευματος",
          "strongs": "G4151",
          "lemma_strongs": "G4151",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "αγιου",
          "strongs": "G40",
          "lemma_strongs": "G40",
          "morfologie": "A-GSN"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> het is onmogelijk, degenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die eens verlicht geweest zijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> de hemelse gave gesmaakt hebben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van de Heilige Geest deelachtig geworden zijn,",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> het is onmogelijk, degenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die eens verlicht geweest zijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> de hemelse gave gesmaakt hebben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn,",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> het is onmogelick, de gene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die eens verlicht geweest zijn, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> de hemelsche gave gesmaeckt hebben, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> des heyligen Geestes deelachtich geworden zijn,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des Heiligen Geestes",
          "new": "van de Heilige Geest",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en van de Heilige Geest deelachtig geworden zijn,",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G102",
            "G1063",
            "G3588",
            "G530",
            "G5461",
            "G1089",
            "G5037",
            "G3588",
            "G1431",
            "G3588",
            "G2032",
            "G2532",
            "G3353",
            "G1096",
            "G4151",
            "G40"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G102",
            "G1063",
            "G3588",
            "G530",
            "G5461",
            "G1089",
            "G5037",
            "G3588",
            "G1431",
            "G3588",
            "G2032",
            "G2532",
            "G3353",
            "G1096",
            "G4151",
            "G40"
          ],
          "morfologie": [
            "A-NSN",
            "CONJ",
            "T-APM",
            "ADV",
            "V-APP-APM",
            "V-ADP-APM",
            "PRT",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "T-GSF",
            "A-GSF",
            "CONJ",
            "A-APM",
            "V-AOP-APM",
            "N-GSN",
            "A-GSN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "αδυνατον",
            "γαρ",
            "τους",
            "απαξ",
            "φωτισθεντας",
            "γευσαμενους",
            "τε",
            "της",
            "δωρεας",
            "της",
            "επουρανιου",
            "και",
            "μετοχους",
            "γενηθεντας",
            "πνευματος",
            "αγιου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:4",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5685",
            "G5666",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5679",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw,",
      "text1637": "Ende gesmaeckt hebben [15] het goede woort Godts, ende [16] de crachten der toecomende eeuwe,",
      "text2026": "En gesmaakt hebben het goede woord van God, en de krachten van de toekomende eeuw,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 het goede woord Gods: Dat is, de beloften des evangelies, waar dezen ook enigen smaak van ontvangen hebben, gelijk van het woord van Johannes den Doper in sommige Joden gezegd wordt, Joh. 5:35, dat zij in zijn licht zich voor een korten tijd hebben willen verheugen. Johannes 5:35: Hij was een brandende en lichtende kaars; en gij hebt ulieden voor een korten tijd in zijn licht willen verheugen.",
          "text1637": "D. de beloften des Euangeliums, daer dese oock eenigen smaeck van ontfangen hebben, gelijck van het woordt Ioannis des Doopers in sommige Ioden geseght wordt. Ioan. 5.35. dat sy in sijn licht haer voor eenen korten tijdt hebben willen verheugen.",
          "text2026": "15 het goede woord van God: Dat is, de beloften van het evangelie, waar deze ook enige smaak van ontvangen hebben, gelijk van het woord van Johannes de Doper in sommige Joden gezegd wordt, Joh. 5:35, dat zij in zijn licht zich voor een korte tijd hebben willen verheugen. Johannes 5:35: Hij was een brandende en lichtende kaars; en u hebt ulieden voor een korte tijd in zijn licht willen verheugen."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 de krachten der toekomende eeuw: Dit kan geschikt van de krachten des eeuwigen levens verstaan worden, waarvan deze mensen ook somwijlen een kleinen smaak hebben, doordien zij dit woord met blijdschap ontvangen, en zich in de beloften van hetzelve een tijdlang verheugen, gelijk hiervoor vers 4 is aangewezen; en het woord smaken komt hiermede wel overeen. Hebreeën 6:4: Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn,",
          "text1637": "Dit kan bequamelick van de krachten des eeuwigen levens verstaen worden, waer van dese menschen oock somwijlen eenigen kleynen smaeck hebben, door dien sy dit woordt met blijdtschap ontfangen, ende haer in de belofte des selven eenen tijdt lanck verheugen, gelijck hier voor vers 4 is aengewesen: ende komt het woordt smaken hier mede wel over een.",
          "text2026": "16 de krachten van de toekomende eeuw: Dit kan geschikt van de krachten van de eeuwige levens verstaan worden, waarvan deze mensen ook somwijlen een kleinen smaak hebben, doordien zij dit woord met blijdschap ontvangen, en zich in de beloften van het een tijdlang verheugen, gelijk hiervoor vers 4 is aangewezen; en het woord smaken komt hiermede wel overeen. Hebreeën 6:4: Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en van de Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn,"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "καλον",
          "strongs": "G2570",
          "lemma_strongs": "G2570",
          "morfologie": "A-ASN"
        },
        {
          "woord": "γευσαμενους",
          "strongs": "G1089",
          "lemma_strongs": "G1089",
          "morfologie": "V-ADP-APM"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "ρημα",
          "strongs": "G4487",
          "lemma_strongs": "G4487",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "δυναμεις",
          "strongs": "G1411",
          "lemma_strongs": "G1411",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "μελλοντος",
          "strongs": "G3195",
          "lemma_strongs": "G3195",
          "morfologie": "V-PAP-GSM"
        },
        {
          "woord": "αιωνος",
          "strongs": "G165",
          "lemma_strongs": "G165",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "En gesmaakt hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het goede woord van God, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de krachten van de toekomende eeuw,",
      "textSV1888_html": "En gesmaakt hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het goede woord Gods, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de krachten der toekomende eeuw,",
      "text1637_html": "Ende gesmaeckt hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het goede woort Godts, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de crachten der toecomende eeuwe,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gods,",
          "new": "van God,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En gesmaakt hebben het goede woord van God, en de krachten van de toekomende eeuw,",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G2570",
            "G1089",
            "G2316",
            "G4487",
            "G1411",
            "G5037",
            "G3195",
            "G165"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G2570",
            "G1089",
            "G2316",
            "G4487",
            "G1411",
            "G5037",
            "G3195",
            "G165"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "A-ASN",
            "V-ADP-APM",
            "N-GSM",
            "N-ASN",
            "N-APF",
            "PRT",
            "V-PAP-GSM",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "καλον",
            "γευσαμενους",
            "θεου",
            "ρημα",
            "δυναμεις",
            "τε",
            "μελλοντος",
            "αιωνος"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:5",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5666",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken.",
      "text1637": "Ende [17] afvalligh worden, [18] [die segge ick], [19] wederom te vernieuwen tot bekeeringe: [20] als welcke haer selven den Sone Godts wederom cruycigen ende opentlick te schande maken.",
      "text2026": "En afvallig worden, die, zeg ik, opnieuw te vernieuwen tot bekering, als die zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 afvallig worden: Of vervallen, waardoor niet allerlei zonden worden verstaan, waarin de ware gelovigen ook somwijlen vervallen, gelijk David, Petrus, enz., die daarna tot bekering komen; maar een geheel vervallen of afval van den Christelijken godsdienst, en die moedwillig geschiedt, gelijk Hebr. 10:26, wordt uitgedrukt, en met lastering derzelve, tegen de getuigenis des Heiligen Geestes in hun gemoed, gevoed is, gelijk Christus betuigt Matth. 12:31. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden.",
          "text1637": "Ofte, vervallen, waer door niet allerley sonden en worden verstaen, daer de ware geloovige oock somwijlen in vervallen, ghelijck David, Petrus, etc. die daer nae tot bekeeringe komen: maer een geheele vervallinge ofte afval van de Christelicke Religie, ende die moetwillighlick geschiet, gelijck capit. 10.26. wordt uytgedruckt, ende met lasteringe der selve, tegen het getuygenisse des Heyligen Geests in haer gemoet, gevoeght is: gelijck Christus betuyght Matth. 12.31.",
          "text2026": "17 afvallig worden: Of vervallen, waardoor niet allerlei zonden worden verstaan, waarin de ware gelovigen ook somwijlen vervallen, gelijk David, Petrus, enz., die daarna tot bekering komen; maar een geheel vervallen of afval van de Christelijke godsdienst, en die moedwillig geschiedt, gelijk Hebr. 10:26, wordt uitgedrukt, en met lastering derzelve, tegen de getuigenis van de Heiligen Geestes in hun gemoed, gevoed is, gelijk Christus betuigt Matt. 12:31. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; Mattheüs 12:31: Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden; maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 die, zeg ik,: Dit ziet op het voorgaande woord onmogelijk, vers 4. Het is dan onmogelijk die wederom te vernieuwen; welke onmogelijkheid niet alleen van de leraars te verstaan is, die tevergeefs zouden arbeiden om die te vernieuwen, of tot bekering te brengen, maar ook ten aanzien van Gods waarheid zelf, die eens dit rechtvaardig oordeel tegen hen heeft geveld, en niet veranderlijk is, en zich niet laat bespotten, Gal. 6:7; ja ook ten aanzien van Christus' verdienste, die deze moedwillig verzaken en verwerpen, gelijk volgt. Waarom ook Hebr. 10:26, gezegd wordt dat er geen offerande voor de zonde van zodanigen meer over is. Hebreeën 6:4: Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, Galaten 6:7: Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;",
          "text1637": "Dit siet op het voorgaende woordt onmogelick vers 4. Het is dan onmogelick die wederom te vernieuwen: welcke onmogelickheydt niet alleen van de Leeraren te verstaen is, die te vergeefs souden arbeyden om die te vernieuwen, ofte tot bekeeringe te brengen, maer oock ten aensien van Godts waerheyt selve, die eens dit rechtveerdigh oordeel tegen haer heeft gevelt, ende niet veranderlick en is, ende hem niet en laet bespotten. Galat. 6.7. jae oock ten aensien van Christi verdienste die dese moetwillichlick versaken ende verwerpen, gelijck volght. Waerom oock capit. 10. vers 26 geseght wordt datter geen offerande voor de sonde van soodanige meer overich is.",
          "text2026": "18 die, zeg ik,: Dit ziet op het voorgaande woord onmogelijk, vers 4. Het is dan onmogelijk die opnieuw te vernieuwe; welke onmogelijkheid niet alleen van de leraars te verstaan is, die tevergeefs zouden arbeiden om die te vernieuwe, of tot bekering te brengen, maar ook ten aanzien van Gods waarheid zelf, die eens dit rechtvaardig oordeel tegen hen heeft geveld, en niet veranderlijk is, en zich niet laat bespotten, Gal. 6:7; ja ook ten aanzien van Christus' verdienste, die deze moedwillig verzaken en verwerpen, gelijk volgt. Waarom ook Hebr. 10:26, gezegd wordt dat er geen offerande voor de zonde van zodanigen meer over is. Hebreeën 6:4: Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en van de Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, Galaten 6:7: Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. Hebreeën 10:26: Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;"
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 wederom te vernieuwen: Dit woord wederom ziet op den staat waaruit zij vervallen zijn, welke staat een begin was van de vernieuwing, zo zij daarin gebleven en behoorlijk voortgegaan hadden, tot welken stand zij zelfs niet kunnen wedergebracht worden. Anderen nemen deze woorden wederom vernieuwen, bloot voor: vernieuwd worden, gelijk het Griekse woord palin (πάλιν), dat is, wederom, door een oneigenlijke wijze van spreken Pleonasinus genoemd, dikwijls overschiet. Zie een voorbeeld Joh. 4:54, en Joh. 13:12; Hand. 18:21, en wordt alleen daar bijgevoegd om de zaak krachtiger te betuigen. Johannes 4:54: Dit tweede teken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judea in Galilea gekomen was. Johannes 13:12: Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb? Handelingen 18:21: Maar hij nam afscheid van hen, zeggende: Ik moet ganselijk het toekomende feest te Jeruzalem houden; doch ik zal tot u wederkeren, zo God wil. En hij voer weg van Efeze.",
          "text1637": "Dit woordeken wederom siet op den staet daer sy uyt vervallen zijn, welcke staet een beginsel was van de vernieuwinge, soo sy daer in gebleven ende behoorlick voort gegaen hadden, tot welcken stant sy selfs niet en konnen weder gebracht worden. Andere nemen dese woorden wederom vernieuwen, slechtelick voor vernieuwt worden, gelijck het Griecx woordt palin, dat is, wederom, door een oneygentlicke wijse van spreken pleonasmus genoemt, dickmael overschiet. Siet een exempel Ioan. 4.54. ende 13.12. Actor. 18.21. ende wordt alleen daer bygevoeght om de sake krachtiger te betuygen.",
          "text2026": "19 opnieuw te vernieuwe: Dit woord opnieuw ziet op de staat waaruit zij vervallen zijn, welke staat een begin was van de vernieuwing, zo zij daarin gebleven en behoorlijk voortgegaan hadden, tot welke stand zij zelfs niet kunnen wedergebracht worden. Anderen nemen deze woorden opnieuw vernieuwe, bloot voor: vernieuwd worden, gelijk het Griekse woord palin (πάλιν), dat is, opnieuw, door een oneigenlijke wijze van spreken Pleonasinus genoemd, dikwijls overschiet. Zie een voorbeeld Joh. 4:54, en Joh. 13:12; Hand. 18:21, en wordt alleen daar bijgevoegd om de zaak krachtiger te betuigen. Johannes 4:54: Dit tweede teken heeft Jezus opnieuw gedaan, als Hij uit Judea in Galilea gekomen was. Johannes 13:12: Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn kleren genomen had, zat Hij opnieuw aan, en zei tot hen: Verstaat u, wat Ik ulieden gedaan heb? Handelingen 18:21: Maar hij nam afscheid van hen, zeggende: Ik moet ganselijk het toekomende feest te Jeruzalem houden; maar ik zal tot u terugkeren, zo God wil. En hij voer weg van Efeze."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 als welke zichzelven: In deze woorden wordt nog een reden gegeven, waarom zulke afvalligen niet kunnen vernieuwd worden tot bekering, namelijk omdat zij Christus, dien de Vader tot een verzoening voor onze zonden heeft gegeven, zichzelf, dat is, zoveel in hen is, gelijk de Joden en heidenen tevoren aan Christus uiterlijk eens gedaan hadden, nieuwen smaad aandoen, en tegen hun gemoed tentoonstellen, of te schande te maken voor de gehele wereld, en tot hun verderf, hetwelk God niet ongewroken wil laten, gelijk dit Griekse woord paradeigmatizein (παραδειγματίζοντας) ook betekent, Matth. 1:19, voor welk woord, Mark. 3:29, het woord blasphemein gebruikt wordt. Mattheüs 1:19: Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten. Marcus 3:29: Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen den Heiligen Geest, die heeft geen vergeving in der eeuwigheid, maar hij is schuldig des eeuwigen oordeels.",
          "text1637": "In dese woorden wordt noch een reden gegeven, waerom sulcke afvallige niet en konnen vernieuwt worden tot bekeeringe, Namel. om dat sy Christum, dien de Vader tot een versoeninge voor onse sonden heeft gegeven, haer selven, dat is, soo veel in haer is, gelijck de Ioden ende Heydenen te voren aen Christum uyterlick eens gedaen hadden, nieuwen smaet aendoen, ende tegen haer gemoet ten toone stellen, ofte te schande maken voor alle de werelt, ende tot haren verderve, het welck Godt niet en wil ongewroken laten: gelijck dit Griecx woordt paradeigmatizein oock beteeckent Matth. 1.19. voor welck woort Marc. 3.29. het woordt blasphemein ghebruyckt wordt.",
          "text2026": "20 als welke zichzelven: In deze woorden wordt nog een reden gegeven, waarom zulke afvalligen niet kunnen vernieuwd worden tot bekering, namelijk omdat zij Christus, die de Vader tot een verzoening voor onze zonden heeft gegeven, zichzelf, dat is, zoveel in hen is, gelijk de Joden en heidenen tevoren aan Christus uiterlijk eens gedaan hadden, nieuwe smaad aandoen, en tegen hun gemoed tentoonstellen, of te schande te maken voor de gehele wereld, en tot hun verderf, dat God niet ongewroken wil laten, gelijk dit Griekse woord paradeigmatizein (παραδειγματίζοντας) ook betekent, Matt. 1:19, voor welk woord, Mark. 3:29, het woord blasphemein gebruikt wordt. Mattheüs 1:19: Jozef nu, haar man, zo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar in het geheim te verlaten. Marcus 3:29: Maar zo wie zal gelasterd hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar hij is schuldig van de eeuwige oordeels."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παραπεσοντας",
          "strongs": "G3895",
          "lemma_strongs": "G3895",
          "morfologie": "V-2AAP-APM"
        },
        {
          "woord": "παλιν",
          "strongs": "G3825",
          "lemma_strongs": "G3825",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ανακαινιζειν",
          "strongs": "G340",
          "lemma_strongs": "G340",
          "morfologie": "V-PAN"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "μετανοιαν",
          "strongs": "G3341",
          "lemma_strongs": "G3341",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "ανασταυρουντας",
          "strongs": "G388",
          "lemma_strongs": "G388",
          "morfologie": "V-PAP-APM"
        },
        {
          "woord": "εαυτοις",
          "strongs": "G1438",
          "lemma_strongs": "G1438",
          "morfologie": "F-3DPM"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "υιον",
          "strongs": "G5207",
          "lemma_strongs": "G5207",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "παραδειγματιζοντας",
          "strongs": "G3856",
          "lemma_strongs": "G3856",
          "morfologie": "V-PAP-APM"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> afvallig worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> die,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zeg ik, opnieuw te vernieuwen tot bekering,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> als die zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> afvallig worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> die,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> afvalligh worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> [<i>die segge ick</i>], <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> wederom te vernieuwen tot bekeeringe: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> als welcke haer selven den Sone Godts wederom cruycigen ende opentlick te schande maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederom",
          "new": "opnieuw",
          "principe": "V6"
        },
        {
          "old": "welke zichzelven den",
          "new": "die zichzelf de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "wederom",
          "new": "opnieuw",
          "principe": "V6"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En afvallig worden, die, zeg ik, opnieuw te vernieuwen tot bekering, als die zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G3895",
            "G3825",
            "G340",
            "G1519",
            "G3341",
            "G388",
            "G1438",
            "G3588",
            "G5207",
            "G3588",
            "G2316",
            "G2532",
            "G3856"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G3895",
            "G3825",
            "G340",
            "G1519",
            "G3341",
            "G388",
            "G1438",
            "G3588",
            "G5207",
            "G3588",
            "G2316",
            "G2532",
            "G3856"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "V-2AAP-APM",
            "ADV",
            "V-PAN",
            "PREP",
            "N-ASF",
            "V-PAP-APM",
            "F-3DPM",
            "T-ASM",
            "N-ASM",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "CONJ",
            "V-PAP-APM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "παραπεσοντας",
            "παλιν",
            "ανακαινιζειν",
            "εις",
            "μετανοιαν",
            "ανασταυρουντας",
            "εαυτοις",
            "τον",
            "υιον",
            "του",
            "θεου",
            "και",
            "παραδειγματιζοντας"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:6",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            "G5631",
            null,
            "G5721",
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5723"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want de aarde, die den regen, menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God;",
      "text1637": "[21] Want de aerde die den regen menichmael op haer komende indrinckt, ende bequaem kruyt voortbrenght voor de gene door welcke sy ooc gebouwt wort, die [22] ont-fanght seghen van Godt.",
      "text2026": "Want de aarde, die de regen, dikwijls op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door wie zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 Want de aarde: Door deze gelijkenis toont de apostel de billijkheid van dit zwaar oordeel Gods over zulke mensen, dewijl dergelijke zelfs onder de mensen over zulke aarde placht te geschieden.",
          "text1637": "Door dese gelijckenisse toont de Apostel de billickheydt van dit swaer oordeel Godts over sulcke menschen, dewijle diergelijcke selfs onder de menschen over sulcke aerde placht te geschieden.",
          "text2026": "21 Want de aarde: Door deze gelijkenis toont de apostel de billijkheid van dit zwaar oordeel van God over zulke mensen, omdat dergelijke zelfs onder de mensen over zulke aarde placht te gebeuren."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 ontvangt zegen van God: Of, wordt de zegen van God deelachtig; dat is, wordt van God meer en meer bekwaam gemaakt om meer vruchten voort te brengen.",
          "text1637": "Ofte, wort des segens van Godt deelachtigh. Dat is, wordt van Godt meer ende meer bequaem gemaeckt om meer vruchten voort te brengen.",
          "text2026": "22 ontvangt zegen van God: Of, wordt de zegen van God deelachtig; dat is, wordt van God meer en meer bekwaam gemaakt om meer vruchten voort te brengen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "γη",
          "strongs": "G1093",
          "lemma_strongs": "G1093",
          "morfologie": "N-NSF"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSF"
        },
        {
          "woord": "πιουσα",
          "strongs": "G4095",
          "lemma_strongs": "G4095",
          "morfologie": "V-2AAP-NSF"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "επ",
          "strongs": "G1909",
          "lemma_strongs": "G1909",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "αυτης",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSF"
        },
        {
          "woord": "πολλακις",
          "strongs": "G4178",
          "lemma_strongs": "G4178",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ερχομενον",
          "strongs": "G2064",
          "lemma_strongs": "G2064",
          "morfologie": "V-PNP-ASM"
        },
        {
          "woord": "υετον",
          "strongs": "G5205",
          "lemma_strongs": "G5205",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τικτουσα",
          "strongs": "G5088",
          "lemma_strongs": "G5088",
          "morfologie": "V-PAP-NSF"
        },
        {
          "woord": "βοτανην",
          "strongs": "G1008",
          "lemma_strongs": "G1008",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "ευθετον",
          "strongs": "G2111",
          "lemma_strongs": "G2111",
          "morfologie": "A-ASF"
        },
        {
          "woord": "εκεινοις",
          "strongs": "G1565",
          "lemma_strongs": "G1565",
          "morfologie": "D-DPM"
        },
        {
          "woord": "δι",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ους",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-APM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "γεωργειται",
          "strongs": "G1090",
          "lemma_strongs": "G1090",
          "morfologie": "V-PPI-3S"
        },
        {
          "woord": "μεταλαμβανει",
          "strongs": "G3335",
          "lemma_strongs": "G3335",
          "morfologie": "V-PAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ευλογιας",
          "strongs": "G2129",
          "lemma_strongs": "G2129",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "απο",
          "strongs": "G575",
          "lemma_strongs": "G575",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "θεου",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want de aarde, die de regen, dikwijls op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door wie zij ook gebouwd wordt, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ontvangt zegen van God;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want de aarde, die den regen, menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook gebouwd wordt, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ontvangt zegen van God;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want de aerde die den regen menichmael op haer komende indrinckt, ende bequaem kruyt voortbrenght voor de gene door welcke sy ooc gebouwt wort, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ont-fanght seghen van Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "menigmaal",
          "new": "dikwijls",
          "principe": "V711"
        },
        {
          "old": "welke",
          "new": "wie",
          "principe": "V1006"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want de aarde, die de regen, dikwijls op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door wie zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1093",
            "G1063",
            "G3588",
            "G4095",
            "G3588",
            "G1909",
            "G846",
            "G4178",
            "G2064",
            "G5205",
            "G2532",
            "G5088",
            "G1008",
            "G2111",
            "G1565",
            "G1223",
            "G3739",
            "G2532",
            "G1090",
            "G3335",
            "G2129",
            "G575",
            "G3588",
            "G2316"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1093",
            "G1063",
            "G3588",
            "G4095",
            "G3588",
            "G1909",
            "G846",
            "G4178",
            "G2064",
            "G5205",
            "G2532",
            "G5088",
            "G1008",
            "G2111",
            "G1565",
            "G1223",
            "G3739",
            "G2532",
            "G1090",
            "G3335",
            "G2129",
            "G575",
            "G3588",
            "G2316"
          ],
          "morfologie": [
            "N-NSF",
            "CONJ",
            "T-NSF",
            "V-2AAP-NSF",
            "T-ASM",
            "PREP",
            "P-GSF",
            "ADV",
            "V-PNP-ASM",
            "N-ASM",
            "CONJ",
            "V-PAP-NSF",
            "N-ASF",
            "A-ASF",
            "D-DPM",
            "PREP",
            "R-APM",
            "CONJ",
            "V-PPI-3S",
            "V-PAI-3S",
            "N-GSF",
            "PREP",
            "T-GSM",
            "N-GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "γη",
            "γαρ",
            "η",
            "πιουσα",
            "τον",
            "επ",
            "αυτης",
            "πολλακις",
            "ερχομενον",
            "υετον",
            "και",
            "τικτουσα",
            "βοτανην",
            "ευθετον",
            "εκεινοις",
            "δι",
            "ους",
            "και",
            "γεωργειται",
            "μεταλαμβανει",
            "ευλογιας",
            "απο",
            "του",
            "θεου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:7",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5631",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5740",
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5743",
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en nabij de vervloeking, welker einde is tot verbranding.",
      "text1637": "Maer die doornen ende distelen draeght, die is verworpelijck, ende [23] na by de vervloeckinge, welcker eynde is tot verbrandinge.",
      "text2026": "Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en nabij de vervloeking, waarvan het einde tot verbranding is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 nabij de vervloeking: Dat is, om geheel verlaten, en als ene vervloekte zaak tot den brand over gegeven te worden.",
          "text1637": "D. om geheel verlaten, ende als een vervloeckte sake tot den brandt overgegeven te worden.",
          "text2026": "23 nabij de vervloeking: Dat is, om geheel verlaten, en als ene vervloekte zaak tot de brand over gegeven te worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "εκφερουσα",
          "strongs": "G1627",
          "lemma_strongs": "G1627",
          "morfologie": "V-PAP-NSF"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ακανθας",
          "strongs": "G173",
          "lemma_strongs": "G173",
          "morfologie": "N-APF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "τριβολους",
          "strongs": "G5146",
          "lemma_strongs": "G5146",
          "morfologie": "N-APM"
        },
        {
          "woord": "αδοκιμος",
          "strongs": "G96",
          "lemma_strongs": "G96",
          "morfologie": "A-NSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "καταρας",
          "strongs": "G2671",
          "lemma_strongs": "G2671",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "εγγυς",
          "strongs": "G1451",
          "lemma_strongs": "G1451",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "ης",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-GSF"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSN"
        },
        {
          "woord": "τελος",
          "strongs": "G5056",
          "lemma_strongs": "G5056",
          "morfologie": "N-NSN"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "καυσιν",
          "strongs": "G2740",
          "lemma_strongs": "G2740",
          "morfologie": "N-ASF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> nabij de vervloeking, waarvan het einde tot verbranding is.",
      "textSV1888_html": "Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> nabij de vervloeking, welker einde is tot verbranding.",
      "text1637_html": "Maer die doornen ende distelen draeght, die is verworpelijck, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> na by de vervloeckinge, welcker eynde is tot verbrandinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welker",
          "new": "waarvan het",
          "principe": "V212"
        },
        {
          "old": "is",
          "new": "",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "verbranding.",
          "new": "verbranding is.",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar die doornen en distelen draagt, die is verwerpelijk, en nabij de vervloeking, waarvan het einde tot verbranding is.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1627",
            "G1161",
            "G173",
            "G2532",
            "G5146",
            "G96",
            "G2532",
            "G2671",
            "G1451",
            "G3739",
            "G3588",
            "G5056",
            "G1519",
            "G2740"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1627",
            "G1161",
            "G173",
            "G2532",
            "G5146",
            "G96",
            "G2532",
            "G2671",
            "G1451",
            "G3739",
            "G3588",
            "G5056",
            "G1519",
            "G2740"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PAP-NSF",
            "CONJ",
            "N-APF",
            "CONJ",
            "N-APM",
            "A-NSF",
            "CONJ",
            "N-GSF",
            "ADV",
            "R-GSF",
            "T-NSN",
            "N-NSN",
            "PREP",
            "N-ASF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "εκφερουσα",
            "δε",
            "ακανθας",
            "και",
            "τριβολους",
            "αδοκιμος",
            "και",
            "καταρας",
            "εγγυς",
            "ης",
            "το",
            "τελος",
            "εις",
            "καυσιν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:8",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5723",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij alzo spreken.",
      "text1637": "[24] Maer, geliefde, wy versekeren ons van u betere dingen, ende [25] met de saligheydt gevoeght, hoe wel wy [26] alsoo spreken.",
      "text2026": "Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij zo spreken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 Maar, geliefden: Met deze woorden verzacht de apostel het voorgaande dreigement en verklaart in het vervolg waarom hij de zware straf der afvalligen hun voorgedragen heeft, namelijk niet omdat hij hen voor zodanigen zou houden, maar om hen te waarschuwen en tot vasthouden aan de leer des evangelies en Gods beloften te vermanen.",
          "text1637": "Met dese woorden versacht den Apostel het voorgaende dreygement, ende verklaert in het vervolgh waerom hy de sware straffe der afvallige haer voorgedragen heeft, N. niet om dat hy haer voor soodanige soude houden, maer om haer te waerschouwen ende tot vasthouden aen de leere des Euangeliums ende Godts beloften te vermanen.",
          "text2026": "24 Maar, geliefden: Met deze woorden verzacht de apostel het voorgaande dreigement en verklaart in het vervolg waarom hij de zware straf van de afvalligen hun voorgedragen heeft, namelijk niet omdat hij hen voor zodanigen zou houden, maar om hen te waarschuwen en tot vasthouden aan de leer van het evangelie en Gods beloften te vermanen."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 met de zaligheid gevoegd: Of, de zaligheid aanklevende.",
          "text1637": "Ofte, der salicheyt aenklevende.",
          "text2026": "25 met de zaligheid gevoegd: Of, de zaligheid aanklevende."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 alzo spreken: Dat is, zulk een zwaar oordeel uitspreken tegen de afvalligen.",
          "text1637": "D. soo swaren oordeel uytspreken tegen de afvallige.",
          "text2026": "26 zo spreken: Dat is, zulk een zwaar oordeel uitspreken tegen de afvalligen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "πεπεισμεθα",
          "strongs": "G3982",
          "lemma_strongs": "G3982",
          "morfologie": "V-RPI-1P"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "περι",
          "strongs": "G4012",
          "lemma_strongs": "G4012",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "υμων",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GP"
        },
        {
          "woord": "αγαπητοι",
          "strongs": "G27",
          "lemma_strongs": "G27",
          "morfologie": "A-VPM"
        },
        {
          "woord": "τα",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APN"
        },
        {
          "woord": "κρειττονα",
          "strongs": "G2909",
          "lemma_strongs": "G2909",
          "morfologie": "A-APN-C"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "εχομενα",
          "strongs": "G2192",
          "lemma_strongs": "G2192",
          "morfologie": "V-PPP-APN"
        },
        {
          "woord": "σωτηριας",
          "strongs": "G4991",
          "lemma_strongs": "G4991",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "ει",
          "strongs": "G1487",
          "lemma_strongs": "G1487",
          "morfologie": "COND"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ουτως",
          "strongs": "G3779",
          "lemma_strongs": "G3779",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "λαλουμεν",
          "strongs": "G2980",
          "lemma_strongs": "G2980",
          "morfologie": "V-PAI-1P"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> met de zaligheid gevoegd, hoewel wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zo spreken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> met de zaligheid gevoegd, hoewel wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> alzo spreken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Maer, geliefde, wy versekeren ons van u betere dingen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> met de saligheydt gevoeght, hoe wel wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> alsoo spreken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij zo spreken.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3982",
            "G1161",
            "G4012",
            "G4771",
            "G27",
            "G3588",
            "G2909",
            "G2532",
            "G2192",
            "G4991",
            "G1487",
            "G2532",
            "G3779",
            "G2980"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3982",
            "G1161",
            "G4012",
            "G4771",
            "G27",
            "G3588",
            "G2909",
            "G2532",
            "G2192",
            "G4991",
            "G1487",
            "G2532",
            "G3779",
            "G2980"
          ],
          "morfologie": [
            "V-RPI-1P",
            "CONJ",
            "PREP",
            "P-2GP",
            "A-VPM",
            "T-APN",
            "A-APN-C",
            "CONJ",
            "V-PPP-APN",
            "N-GSF",
            "COND",
            "CONJ",
            "ADV",
            "V-PAI-1P"
          ],
          "bronwoorden": [
            "πεπεισμεθα",
            "δε",
            "περι",
            "υμων",
            "αγαπητοι",
            "τα",
            "κρειττονα",
            "και",
            "εχομενα",
            "σωτηριας",
            "ει",
            "και",
            "ουτως",
            "λαλουμεν"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:9",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5769",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5746",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.",
      "text1637": "[c] Want Godt en is niet [27] onrechtveerdigh, dat hy [28] uwe werck soude [29] vergeten, ende den arbeydt der liefde, die ghy [30] aen sijnen name bewesen hebt, als die den heyligen gedient hebt ende [noch] dient.",
      "text2026": "Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en de arbeid van de liefde, die u aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ontrouw, of onstandvastig in het volbrengen van zijn beloften, gelijk Gods waarheid en standvastigheid in deze ook de rechtvaardigheid Gods doorgaans genoemd wordt; zie Ps. 143:1; 1 Joh. 1:9. Psalmen 143:1: Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid. 1 Johannes 1:9: Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.",
          "text1637": "D. ontrouw, ofte onstantvastigh in het volbrengen van sijne beloften: gelijck Godts waerheyt ende stantvasticheyt in de selve oock de rechtveerdicheydt Godts doorgaens genaemt wordt. Siet Psal. 143.1. 1.Ioan. 1. vers 9.",
          "text2026": "Dat is, ontrouw, of onstandvastig in het volbrengen van zijn beloften, gelijk Gods waarheid en standvastigheid in deze ook de rechtvaardigheid van God doorgaans genoemd wordt; zie Ps. 143:1; 1 Joh. 1:9. Psalmen 143:1: Een psalm van David. O JAHWEH! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid. 1 Johannes 1:9: Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 uw werk zou: Namelijk het ware geloof, dat hij in u reeds heeft gewrocht, Filipp. 1:29. Filippensen 1:29: Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden;",
          "text1637": "N. des waren geloofs, dat hy in u alreede heeft ghewrocht. Philipp. 1. vers 29.",
          "text2026": "28 uw werk zou: Namelijk het ware geloof, dat hij in u reeds heeft gewrocht, Fil. 1:29. Filippensen 1:29: Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden;"
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk dat hij het, volgens zijne belofte, tot het einde toe in u niet zou volbrengen, Filipp. 1:6, en hier namaals niet genadig zou belonen. Filippensen 1:6: Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;",
          "text1637": "N. dat hy het selve, volgens sijne belofte, tot den eynde toe in u niet en soude volbrengen. Philip. 1.6. ende hier namaels niet en soude genadelick beloonen.",
          "text2026": "Namelijk dat hij het, volgens zijne belofte, tot het einde toe in u niet zou volbrengen, Fil. 1:6, en hier namaals niet genadig zou belonen. Filippensen 1:6: Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus;"
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 aan Zijn Naam bewezen hebt: Of, in zijnen naam, dat is, niet alleen uit enige menselijke beweging tegen de armen en verdrukten, maar omdat zij om den naam Gods, en om de belijdenis van Christus leden, hetwelk een eigenschap is des waren geloofs en der ware liefde, die Christus niet onbeloond laat; zie Matth. 10:41, 10:42, en Matth. 25:40; Mark. 9:41. Mattheüs 10:41: Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen. Mattheüs 10:42: En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen. Mattheüs 25:40: En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan. Marcus 9:41: Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen.",
          "text1637": "Ofte, in sijnen name, dat is, niet alleen uyt eenige menschelicke beweginge tegen de arme ende verdruckte, maer om dat sy om den Name Godts, ende om de belijdenisse Christi leden, het welck een eygenschap is des waren geloofs, ende der ware liefde, die Christus niet onbeloont en laet. Siet Mat. 10. versen 41, 42. ende 25.40. Marc. 9.41.",
          "text2026": "30 aan Zijn Naam bewezen hebt: Of, in zijnen naam, dat is, niet alleen uit enige menselijke beweging tegen de armen en verdrukten, maar omdat zij om de naam van God, en om de belijdenis van Christus leden, dat een eigenschap is van de waren geloofs en van de ware liefde, die Christus niet onbeloond laat; zie Matt. 10:41, 10:42, en Matt. 25:40; Mark. 9:41. Mattheüs 10:41: Die een profeet ontvangt in de naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in de naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen. Mattheüs 10:42: En zo wie één van deze kleinen te drinken geeft alleen een beker koud water, in de naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon in geen geval verliezen. Mattheüs 25:40: En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel u dit één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt u dat Mij gedaan. Marcus 9:41: Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon in geen geval verliezen."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Spreuk. 14:31; Matth. 10:42; Matth. 25:40; Marc. 9:41; Joh. 13:20. Spreuken 14:31: Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem. Mattheüs 10:42: En zo wie een van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud water, in den naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen. Mattheüs 25:40: En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan. Marcus 9:41: Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat gij discipelen van Christus zijt, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon geenszins verliezen. Johannes 13:20: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zende, wie dien ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft.",
          "text1637": "Prov. 14.31. Matth. 10.42. ende 25.40. Marc. 9.41. Ioan. 13.20.",
          "text2026": "Spreuk. 14:31; Matt. 10:42; Matt. 25:40; Marc. 9:41; Joh. 13:20. Spreuken 14:31: Die de arme verdrukt, smaadt daarvan Maker; maar die zich van de nooddruftigen ontfermt, eert Hem. Mattheüs 10:42: En zo wie één van deze kleinen te drinken geeft alleen een beker koud water, in de naam eens discipels, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon in geen geval verliezen. Mattheüs 25:40: En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel u dit één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt u dat Mij gedaan. Marcus 9:41: Want zo wie ulieden een beker water zal te drinken geven in Mijn Naam, omdat u discipelen van Christus bent, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon in geen geval verliezen. Johannes 13:20: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo Ik iemand zend, wie die ontvangt, die ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem, Die Mij gezonden heeft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ου",
          "strongs": "G3756",
          "lemma_strongs": "G3756",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αδικος",
          "strongs": "G94",
          "lemma_strongs": "G94",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "επιλαθεσθαι",
          "strongs": "G1950",
          "lemma_strongs": "G1950",
          "morfologie": "V-2ADN"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSN"
        },
        {
          "woord": "εργου",
          "strongs": "G2041",
          "lemma_strongs": "G2041",
          "morfologie": "N-GSN"
        },
        {
          "woord": "υμων",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GP"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "κοπου",
          "strongs": "G2873",
          "lemma_strongs": "G2873",
          "morfologie": "N-GSM"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "αγαπης",
          "strongs": "G26",
          "lemma_strongs": "G26",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "ης",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-GSF"
        },
        {
          "woord": "ενδειξασθε",
          "strongs": "G1731",
          "lemma_strongs": "G1731",
          "morfologie": "V-AMM-2P"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "ονομα",
          "strongs": "G3686",
          "lemma_strongs": "G3686",
          "morfologie": "N-ASN"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "διακονησαντες",
          "strongs": "G1247",
          "lemma_strongs": "G1247",
          "morfologie": "V-AAP-NPM"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "αγιοις",
          "strongs": "G40",
          "lemma_strongs": "G40",
          "morfologie": "A-DPM"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "διακονουντες",
          "strongs": "G1247",
          "lemma_strongs": "G1247",
          "morfologie": "V-PAP-NPM"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want God is niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> onrechtvaardig dat Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> uw werk zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> vergeten, en de arbeid van de liefde, die u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want God is niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> onrechtvaardig dat Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> uw werk zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> vergeten, en den arbeid der liefde, die gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want Godt en is niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> onrechtveerdigh, dat hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> uw<i>e</i> werck soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> vergeten, ende den arbeydt der liefde, die ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> aen sijnen name bewesen hebt, als die den heyligen gedient hebt ende [<i>noch</i>] dient.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en de arbeid van de liefde, die u aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3756",
            "G1063",
            "G94",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1950",
            "G3588",
            "G2041",
            "G4771",
            "G2532",
            "G3588",
            "G2873",
            "G3588",
            "G26",
            "G3739",
            "G1731",
            "G1519",
            "G3588",
            "G3686",
            "G846",
            "G1247",
            "G3588",
            "G40",
            "G2532",
            "G1247"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3756",
            "G1063",
            "G94",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1950",
            "G3588",
            "G2041",
            "G4771",
            "G2532",
            "G3588",
            "G2873",
            "G3588",
            "G26",
            "G3739",
            "G1731",
            "G1519",
            "G3588",
            "G3686",
            "G846",
            "G1247",
            "G3588",
            "G40",
            "G2532",
            "G1247"
          ],
          "morfologie": [
            "PRT-N",
            "CONJ",
            "A-NSM",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "V-2ADN",
            "T-GSN",
            "N-GSN",
            "P-2GP",
            "CONJ",
            "T-GSM",
            "N-GSM",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "R-GSF",
            "V-AMM-2P",
            "PREP",
            "T-ASN",
            "N-ASN",
            "P-GSM",
            "V-AAP-NPM",
            "T-DPM",
            "A-DPM",
            "CONJ",
            "V-PAP-NPM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ου",
            "γαρ",
            "αδικος",
            "ο",
            "θεος",
            "επιλαθεσθαι",
            "του",
            "εργου",
            "υμων",
            "και",
            "του",
            "κοπου",
            "της",
            "αγαπης",
            "ης",
            "ενδειξασθε",
            "εις",
            "το",
            "ονομα",
            "αυτου",
            "διακονησαντες",
            "τοις",
            "αγιοις",
            "και",
            "διακονουντες"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:10",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18,
              19,
              20,
              21,
              22,
              23,
              24
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5635",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5669",
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5660",
            null,
            null,
            null,
            "G5723"
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze, tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe;",
      "text1637": "Maer wy begeeren dat een yegelick van u de selve neersticheyt bewijse [31] tot de volle versekertheyt der hope, [32] tot den eynde toe:",
      "text2026": "Maar wij begeren, dat ieder van u dezelfde ijver bewijze, tot de volle verzekerdheid van de hoop, tot het einde toe;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 tot de volle verzekerdheid der hoop: Want gelijk de hoop der zaligheid uit het geloof voortkomt, alzo wordt deze hoop ook meer en meer gesterkt door de ware vruchten des geloofs. Zie 2 Petr. 1:10. 2 Petrus 1:10: Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.",
          "text1637": "Want gelijck de hope der salicheydt uyt het geloove voort comt, also wort de selve hope oock meer ende meer gesterckt door de ware vruchten des geloofs. Siet 2.Petr. 1. vers 10.",
          "text2026": "31 tot de volle verzekerdheid van de hoop: Want gelijk de hoop van de zaligheid uit het geloof voortkomt, zo wordt deze hoop ook meer en meer gesterkt door de ware vruchten van het geloof. Zie 2 Petr. 1:10. 2 Petrus 1:10: Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult u nimmermeer struikelen."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 tot het einde toe: Namelijk van uw leven, want die volstandig blijft tot het einde, die zal zalig worden; Matth. 10:22. Mattheüs 10:22: En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden.",
          "text1637": "Namelick uwes levens: want die volstandich blijft tot den eynde die sal saligh worden. Matth. 10.22.",
          "text2026": "32 tot het einde toe: Namelijk van uw leven, want die volstandig blijft tot het einde, die zal zalig worden; Matt. 10:22. Mattheüs 10:22: En u zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "επιθυμουμεν",
          "strongs": "G1937",
          "lemma_strongs": "G1937",
          "morfologie": "V-PAI-1P"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "εκαστον",
          "strongs": "G1538",
          "lemma_strongs": "G1538",
          "morfologie": "A-ASM"
        },
        {
          "woord": "υμων",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2GP"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "αυτην",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-ASF"
        },
        {
          "woord": "ενδεικνυσθαι",
          "strongs": "G1731",
          "lemma_strongs": "G1731",
          "morfologie": "V-PMN"
        },
        {
          "woord": "σπουδην",
          "strongs": "G4710",
          "lemma_strongs": "G4710",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "προς",
          "strongs": "G4314",
          "lemma_strongs": "G4314",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "πληροφοριαν",
          "strongs": "G4136",
          "lemma_strongs": "G4136",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "ελπιδος",
          "strongs": "G1680",
          "lemma_strongs": "G1680",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "αχρι",
          "strongs": "G891",
          "lemma_strongs": "G891",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "τελους",
          "strongs": "G5056",
          "lemma_strongs": "G5056",
          "morfologie": "N-GSN"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar wij begeren, dat ieder van u dezelfde ijver bewijze,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> tot de volle verzekerdheid van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> hoop, tot het einde toe;",
      "textSV1888_html": "Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> tot de volle verzekerdheid der hoop,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tot het einde toe;",
      "text1637_html": "Maer wy begeeren dat een yegelick van u de selve neersticheyt bewijse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> tot de volle versekertheyt der hope, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tot den eynde toe:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "naarstigheid",
          "new": "ijver",
          "principe": "V346"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Maar wij begeren, dat ieder van u dezelfde ijver bewijze, tot de volle verzekerdheid van de hoop, tot het einde toe;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1937",
            "G1161",
            "G1538",
            "G4771",
            "G3588",
            "G846",
            "G1731",
            "G4710",
            "G4314",
            "G3588",
            "G4136",
            "G3588",
            "G1680",
            "G891",
            "G5056"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1937",
            "G1161",
            "G1538",
            "G4771",
            "G3588",
            "G846",
            "G1731",
            "G4710",
            "G4314",
            "G3588",
            "G4136",
            "G3588",
            "G1680",
            "G891",
            "G5056"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PAI-1P",
            "CONJ",
            "A-ASM",
            "P-2GP",
            "T-ASF",
            "P-ASF",
            "V-PMN",
            "N-ASF",
            "PREP",
            "T-ASF",
            "N-ASF",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "ADV",
            "N-GSN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "επιθυμουμεν",
            "δε",
            "εκαστον",
            "υμων",
            "την",
            "αυτην",
            "ενδεικνυσθαι",
            "σπουδην",
            "προς",
            "την",
            "πληροφοριαν",
            "της",
            "ελπιδος",
            "αχρι",
            "τελους"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:11",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5733",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven.",
      "text1637": "Op dat ghy niet traegh en wort, maer navolgers zijt der gene die door geloove ende [33] lanckmoedicheyt [34] de beloftenissen be-erven.",
      "text2026": "Opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van degenen, die door geloof en geduld de beloftenissen beërven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, lijdzame verwachting van de volbrenging van Gods belofte, gelijk hij daarna met het voorbeeld van Abraham en van alle ware gelovigen bewijst.",
          "text1637": "Dat is, lijdtsame verwachtinge van de volbrenginge van Godts belofte, gelijck hy daer nae met het exempel Abrahams ende aller ware geloovige bewijst.",
          "text2026": "Dat is, volhardende verwachting van de volbrenging van Gods belofte, gelijk hij daarna met het voorbeeld van Abraham en van alle ware gelovigen bewijst."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 de beloftenissen beërven: Dat is, de beloofde erve in den hemel nu genieten.",
          "text1637": "D. de beloofde erve in den hemel nu genieten.",
          "text2026": "34 de beloftenissen beërven: Dat is, de beloofde erve in de hemel nu genieten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ινα",
          "strongs": "G2443",
          "lemma_strongs": "G2443",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "μη",
          "strongs": "G3361",
          "lemma_strongs": "G3361",
          "morfologie": "PRT-N"
        },
        {
          "woord": "νωθροι",
          "strongs": "G3576",
          "lemma_strongs": "G3576",
          "morfologie": "A-NPM"
        },
        {
          "woord": "γενησθε",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-2ADS-2P"
        },
        {
          "woord": "μιμηται",
          "strongs": "G3402",
          "lemma_strongs": "G3402",
          "morfologie": "N-NPM"
        },
        {
          "woord": "δε",
          "strongs": "G1161",
          "lemma_strongs": "G1161",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "των",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GPM"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "πιστεως",
          "strongs": "G4102",
          "lemma_strongs": "G4102",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "μακροθυμιας",
          "strongs": "G3115",
          "lemma_strongs": "G3115",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "κληρονομουντων",
          "strongs": "G2816",
          "lemma_strongs": "G2816",
          "morfologie": "V-PAP-GPM"
        },
        {
          "woord": "τας",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-APF"
        },
        {
          "woord": "επαγγελιας",
          "strongs": "G1860",
          "lemma_strongs": "G1860",
          "morfologie": "N-APF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van degenen, die door geloof en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> geduld<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de beloftenissen beërven.",
      "textSV1888_html": "Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> lankmoedigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de beloftenissen beërven.",
      "text1637_html": "Op dat ghy niet traegh en wort, maer navolgers zijt der gene die door geloove ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> lanckmoedicheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de beloftenissen be-erven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zijt dergenen,",
          "new": "bent van degenen,",
          "principe": "V302"
        },
        {
          "old": "lankmoedigheid",
          "new": "geduld",
          "principe": "V94"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van degenen, die door geloof en geduld de beloftenissen beërven.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2443",
            "G3361",
            "G3576",
            "G1096",
            "G3402",
            "G1161",
            "G3588",
            "G1223",
            "G4102",
            "G2532",
            "G3115",
            "G2816",
            "G3588",
            "G1860"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2443",
            "G3361",
            "G3576",
            "G1096",
            "G3402",
            "G1161",
            "G3588",
            "G1223",
            "G4102",
            "G2532",
            "G3115",
            "G2816",
            "G3588",
            "G1860"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "PRT-N",
            "A-NPM",
            "V-2ADS-2P",
            "N-NPM",
            "CONJ",
            "T-GPM",
            "PREP",
            "N-GSF",
            "CONJ",
            "N-GSF",
            "V-PAP-GPM",
            "T-APF",
            "N-APF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ινα",
            "μη",
            "νωθροι",
            "γενησθε",
            "μιμηται",
            "δε",
            "των",
            "δια",
            "πιστεως",
            "και",
            "μακροθυμιας",
            "κληρονομουντων",
            "τας",
            "επαγγελιας"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:12",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5638",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5723",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Want als God aan Abraham de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven,",
      "text1637": "Want [35] als Godt Abraham [36] de belofte dede, dewijle hy by niemandt die meerder was en hadde te sweeren, so swoer hy by hem selven,",
      "text2026": "Want als God aan Abraham de belofte deed, omdat Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelf,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 als God aan Abraham: De apostel bewijst met het voorbeeld van Abraham, den vader aller gelovigen, hetgeen hij in vers 12 van al de gelovige voorvaders had betuigd. Hebreeën 6:12: Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven.",
          "text1637": "Den Apostel bewijst met het exempel Abrahams des Vaders aller geloovige het gene hy in het voorgaende vers van alle de geloovige voor-vaders hadde betuyght.",
          "text2026": "35 als God aan Abraham: De apostel bewijst met het voorbeeld van Abraham, de vader aller gelovigen, wat hij in vers 12 van al de gelovige voorvaders had betuigd. Hebreeën 6:12: Opdat u niet traag wordt, maar navolgers zijt degenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 de belofte deed: Namelijk Gen. 22:16, wanneer Abraham zijn zoon had geofferd, in welke beloften alle lichamelijke en geestelijke beloften zijn begrepen, namelijk van het beloofde zaad, en van de vermenigvuldiging van zijn zaad als van den vader van alle gelovigen, waarvan zie nadere verklaring Rom. 4:16; Gal. 3:14, enz. Genesis 22:16: En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Romeinen 4:16: Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; Galaten 3:14: Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.",
          "text1637": "Namelick Genes. 22.16. wanneer Abraham sijnen sone hadde geoffert, in welcke belofte alle lichamelicke ende geestelicke beloften zijn begrepen. Namel. van het beloofde zaedt, ende van de vermenighvuldiginge van sijn zaedt als des Vaders aller geloovighe: waer van siet naerder verklaringe Rom. 4.16. Galat. 3.14, etc.",
          "text2026": "36 de belofte deed: Namelijk Gen. 22:16, wanneer Abraham zijn zoon had geofferd, in welke beloften alle lichamelijke en geestelijke beloften zijn begrepen, namelijk van het beloofde zaad, en van de vermenigvuldiging van zijn zaad als van de vader van alle gelovigen, waarvan zie nadere verklaring Rom. 4:16; Gal. 3:14, enz. Genesis 22:16: En zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt JAHWEH; daarom dat u deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Romeinen 4:16: Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al de zade, niet alleen dat uit de wet is, maar ook dat uit het geloof Abrahams is, welke een vader is van ons allen; Galaten 3:14: Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte van de Geest verkrijgen zouden door het geloof."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "τω",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DSM"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "αβρααμ",
          "strongs": "G11",
          "lemma_strongs": "G11",
          "morfologie": "N-PRI"
        },
        {
          "woord": "επαγγειλαμενος",
          "strongs": "G1861",
          "lemma_strongs": "G1861",
          "morfologie": "V-ADP-NSM"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "επει",
          "strongs": "G1893",
          "lemma_strongs": "G1893",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "κατ",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ουδενος",
          "strongs": "G3762",
          "lemma_strongs": "G3762",
          "morfologie": "A-GSM-N"
        },
        {
          "woord": "ειχεν",
          "strongs": "G2192",
          "lemma_strongs": "G2192",
          "morfologie": "V-IAI-3S"
        },
        {
          "woord": "μειζονος",
          "strongs": "G3173",
          "lemma_strongs": "G3173",
          "morfologie": "A-GSM-C"
        },
        {
          "woord": "ομοσαι",
          "strongs": "G3660",
          "lemma_strongs": "G3660",
          "morfologie": "V-AAN"
        },
        {
          "woord": "ωμοσεν",
          "strongs": "G3660",
          "lemma_strongs": "G3660",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "καθ",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "εαυτου",
          "strongs": "G1438",
          "lemma_strongs": "G1438",
          "morfologie": "F-3GSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> als God aan Abraham<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> de belofte deed, omdat Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelf,",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> als God aan Abraham<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven,",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> als Godt Abraham <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> de belofte dede, dewijle hy by niemandt die meerder was en hadde te sweeren, so swoer hy by hem selven,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "Zichzelven,",
          "new": "Zichzelf,",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want als God aan Abraham de belofte deed, omdat Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelf,",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3588",
            "G1063",
            "G11",
            "G1861",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1893",
            "G2596",
            "G3762",
            "G2192",
            "G3173",
            "G3660",
            "G3660",
            "G2596",
            "G1438"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3588",
            "G1063",
            "G11",
            "G1861",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1893",
            "G2596",
            "G3762",
            "G2192",
            "G3173",
            "G3660",
            "G3660",
            "G2596",
            "G1438"
          ],
          "morfologie": [
            "T-DSM",
            "CONJ",
            "N-PRI",
            "V-ADP-NSM",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "CONJ",
            "PREP",
            "A-GSM-N",
            "V-IAI-3S",
            "A-GSM-C",
            "V-AAN",
            "V-AAI-3S",
            "PREP",
            "F-3GSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "τω",
            "γαρ",
            "αβρααμ",
            "επαγγειλαμενος",
            "ο",
            "θεος",
            "επει",
            "κατ",
            "ουδενος",
            "ειχεν",
            "μειζονος",
            "ομοσαι",
            "ωμοσεν",
            "καθ",
            "εαυτου"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:13",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5666",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5707",
            null,
            "G5658",
            "G5656",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Zeggende: Waarlijk, zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen.",
      "text1637": "Segghende, [d] [37] Waerlick, [38] seghenende sal ick u segenen, ende vermenichvuldigende sal ick u vermenichvuldigen.",
      "text2026": "Zeggende: Werkelijk, zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit woord staat wel in den Hebreeuwschen tekst niet, maar wordt uit de Grieksen overzetting van Paulus daarbij verhaald, daat het in den zin zelf begrepen is. Anderen houden dat het woord ki, hetwelk in den Hebreeuwsen tekst staat, somwijlen ook waarlijk betekent; Job 8:6; Spreuk. 30:2. Job 8:6: Zo gij zuiver en recht zijt, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwil, en Hij zal de woning uwer gerechtigheid volmaken. Spreuken 30:2: Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand;",
          "text1637": "Dit woordt en staet wel in den Hebreeuschen text niet, maer wordt uyt de Griecksche oversettinge van Paulo daer by verhaelt, alsoo het in den sin selve begrepen is. Andere houden dat het woordeken ki, het welck in den Hebreeuschen text staet, somwijlen oock waerlick beteeckent. Iob 8.6. Prov. 30.2.",
          "text2026": "Dit woord staat wel in de Hebreeuwschen tekst niet, maar wordt uit de Griekse overzetting van Paulus daarbij verhaald, daat het in de zin zelf begrepen is. Anderen houden dat het woord ki, dat in de Hebreeuwsen tekst staat, somwijlen ook waarlijk betekent; Job 8:6; Spreuk. 30:2. Job 8:6: Zo u zuiver en recht bent, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwil, en Hij zal de woning van uw gerechtigheid volmaken. Spreuken 30:2: Werkelijk, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand;"
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 zegenende zal Ik u zegenen: Dat is, zeer overvloedig en gedurig zegenen en zeer vermenigvuldigen.",
          "text1637": "Dat is, seer overvloedelick ende geduerichlick segenen, ende seer vermenichvuldigen.",
          "text2026": "38 zegenende zal Ik u zegenen: Dat is, zeer overvloedig en gedurig zegenen en zeer vermenigvuldigen."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 12:3; Gen. 17:4; Gen. 22:16; Ps. 105:9; Lukas 1:73. Genesis 12:3: En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Genesis 17:4: Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! Genesis 22:16: En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Psalmen 105:9: Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak; Lukas 1:73: En aan den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft, om ons te geven.",
          "text1637": "Genes. 12.3. ende 17.4. ende 22.16. Psal. 105.9. Luc. 1.73.",
          "text2026": "Gen. 12:3; Gen. 17:4; Gen. 22:16; Ps. 105:9; Lukas 1:73. Genesis 12:3: En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten van het aarde gezegend worden. Genesis 17:4: Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en u zult tot een vader van menigte van de volken worden! Genesis 22:16: En zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt JAHWEH; daarom dat u deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Psalmen 105:9: Van het verbond, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijn eeds aan Izak; Lukas 1:73: En aan de eed, die Hij Abraham, onze vader, gezworen heeft, om ons te geven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "λεγων",
          "strongs": "G3004",
          "lemma_strongs": "G3004",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "η",
          "strongs": "G2229",
          "lemma_strongs": "G2229",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "μην",
          "strongs": "G3375",
          "lemma_strongs": "G3375",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "ευλογων",
          "strongs": "G2127",
          "lemma_strongs": "G2127",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "ευλογησω",
          "strongs": "G2127",
          "lemma_strongs": "G2127",
          "morfologie": "V-FAI-1S"
        },
        {
          "woord": "σε",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2AS"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πληθυνων",
          "strongs": "G4129",
          "lemma_strongs": "G4129",
          "morfologie": "V-PAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "πληθυνω",
          "strongs": "G4129",
          "lemma_strongs": "G4129",
          "morfologie": "V-FAI-1S"
        },
        {
          "woord": "σε",
          "strongs": "G4771",
          "lemma_strongs": "G4771",
          "morfologie": "P-2AS"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Werkelijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Waarlijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen.",
      "text1637_html": "Segghende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Waerlick, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> seghenende sal ick u segenen, ende vermenichvuldigende sal ick u vermenichvuldigen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Waarlijk,",
          "new": "Werkelijk,",
          "principe": "V81"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zeggende: Werkelijk, zegenende zal Ik u zegenen, en vermenigvuldigende zal Ik u vermenigvuldigen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3004",
            "G2229",
            "G3375",
            "G2127",
            "G2127",
            "G4771",
            "G2532",
            "G4129",
            "G4129",
            "G4771"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3004",
            "G2229",
            "G3375",
            "G2127",
            "G2127",
            "G4771",
            "G2532",
            "G4129",
            "G4129",
            "G4771"
          ],
          "morfologie": [
            "V-PAP-NSM",
            "PRT",
            "PRT",
            "V-PAP-NSM",
            "V-FAI-1S",
            "P-2AS",
            "CONJ",
            "V-PAP-NSM",
            "V-FAI-1S",
            "P-2AS"
          ],
          "bronwoorden": [
            "λεγων",
            "η",
            "μην",
            "ευλογων",
            "ευλογησω",
            "σε",
            "και",
            "πληθυνων",
            "πληθυνω",
            "σε"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:14",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9
            ]
          },
          "tvm": [
            "G5723",
            null,
            null,
            "G5723",
            "G5692",
            null,
            null,
            "G5723",
            "G5692",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En alzo, lankmoediglijk verwacht hebbende, heeft hij de belofte verkregen.",
      "text1637": "Ende alsoo [39] lanckmoedelick verwacht hebbende, heeft hy [40] de belofte verkregen.",
      "text2026": "En zo, geduldig verwacht hebbende, heeft hij de belofte verkregen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 lankmoediglijk verwacht hebbende: Grieks lankmoedigheid geweest zijnde.",
          "text1637": "Gr. lanckmoedich geweest zijnde.",
          "text2026": "39 lankmoediglijk verwacht hebbende: Grieks lankmoedigheid geweest zijnde."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 de belofte verkregen: Dat is, hetgeen God beloofd had; gelijk vers 12. Hebreeën 6:12: Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven.",
          "text1637": "D. het gene Godt belooft hadde gelijck vers 12.",
          "text2026": "40 de belofte verkregen: Dat is, wat God beloofd had; gelijk vers 12. Hebreeën 6:12: Opdat u niet traag wordt, maar navolgers zijt degenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "ουτως",
          "strongs": "G3779",
          "lemma_strongs": "G3779",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "μακροθυμησας",
          "strongs": "G3114",
          "lemma_strongs": "G3114",
          "morfologie": "V-AAP-NSM"
        },
        {
          "woord": "επετυχεν",
          "strongs": "G2013",
          "lemma_strongs": "G2013",
          "morfologie": "V-2AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "επαγγελιας",
          "strongs": "G1860",
          "lemma_strongs": "G1860",
          "morfologie": "N-GSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zo,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> geduldig verwacht hebbende, heeft hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de belofte verkregen.",
      "textSV1888_html": "En alzo,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> lankmoediglijk verwacht hebbende, heeft hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de belofte verkregen.",
      "text1637_html": "Ende alsoo <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> lanckmoedelick verwacht hebbende, heeft hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de belofte verkregen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo, lankmoediglijk",
          "new": "zo, geduldig",
          "principe": "V42"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "En zo, geduldig verwacht hebbende, heeft hij de belofte verkregen.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2532",
            "G3779",
            "G3114",
            "G2013",
            "G3588",
            "G1860"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2532",
            "G3779",
            "G3114",
            "G2013",
            "G3588",
            "G1860"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "ADV",
            "V-AAP-NSM",
            "V-2AAI-3S",
            "T-GSF",
            "N-GSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "και",
            "ουτως",
            "μακροθυμησας",
            "επετυχεν",
            "της",
            "επαγγελιας"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:15",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            "G5660",
            "G5627",
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Want de mensen zweren wel bij den meerdere dan zij zijn, en de eed tot bevestiging is denzelven een einde van alle tegenspreken;",
      "text1637": "Want de menschen sweeren wel [41] by den meerderen [dan sy zijn], ende [e] de [42] eedt [43] tot bevestinge is den selven een eynde van alle tegensprekinge.",
      "text2026": "Want de mensen zweren wel bij de meerdere dan zij zijn, en de eed tot bevestiging is dezelfde een einde van alle tegenspreken;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 bij den meerdere: Namelijk bij God. Want andere eden worden in Gods woord veroordeeld. Zie Deut. 6:13; Jer. 4:2, en Jer. 5:7. De reden is, omdat God alleen de harten der mensen kent, en alle mensen, hoe groot zij zijn, kan straffen, zo zij vals zweren. Deuteronomium 6:13: Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren. Jeremia 4:2: Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen. Jeremia 5:7: Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis.",
          "text1637": "Namel. by Godt. Want andere eeden worden in Godts woordt veroordeelt. Siet Deuter. 6.13. Ierem. 4.2. ende 5.7. De reden is om dat Godt alleen de herten der menschen kent, ende alle menschen hoe groot sy zijn, kan straffen, soo sy valschelick sweeren.",
          "text2026": "41 bij de meerdere: Namelijk bij God. Want andere eden worden in Gods woord veroordeeld. Zie Deut. 6:13; Jer. 4:2, en Jer. 5:7. De reden is, omdat God alleen de harten van de mensen kent, en alle mensen, hoe groot zij zijn, kan straffen, zo zij vals zweren. Deuteronomium 6:13: u zult JAHWEH, uw God, vrezen, en Hem dienen; en u zult bij Zijn Naam zweren. Jeremia 4:2: Maar zweer: Zo waarachtig als JAHWEH leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen. Jeremia 5:7: Hoe zou Ik over zulks u vergeven? Uw kinderen verlaten Mij, en zweren bij hen, die geen God zijn; als Ik hen verzadigd heb, zo bedrijven zij overspel, en verzamelen bij hopen in het hoerenhuis."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de wettelijke en behoorlijke eed van mensen, op welke niets te zeggen valt.",
          "text1637": "Dat is, den wettelicken ende behoorlicken eedt van menschen op welcke niet te seggen en valt.",
          "text2026": "Dat is, de wettelijke en behoorlijke eed van mensen, op welke niets te zeggen valt."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 tot bevestiging: Namelijk van de beloften die aan iemand gedaan worden. Want alzo er tweeërlei soort van eed is, een van zaken die geschied zijn, om de waarheid daarvan te betuigen, en een van hetgeen beloofd wordt, om van de toekomende onderhouding anderen te verzekeren, spreekt Paulus hier inzonderheid van de laatste soort des eeds.",
          "text1637": "Namel. van de beloften die aen yemant gedaen worden. Want alsoo daer tweederley soorte van eedt is, eene van saken die geschiet zijn, om de waerheydt daer van te betuygen, ende eene van het gene belooft wordt, om van de toekomende onderhoudinge andere te versekeren, Paulus spreeckt hier insonderheyt van de laetste soorte des eedts.",
          "text2026": "43 tot bevestiging: Namelijk van de beloften die aan iemand gedaan worden. Want zo er tweeërlei soort van eed is, een van zaken die geschied zijn, om de waarheid daarvan te betuigen, en een van wat beloofd wordt, om van de toekomende onderhouding anderen te verzekeren, spreekt Paulus hier in het bijzonder van de laatste soort van de eed."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 22:11. Exodus 22:11: Zo zal des HEEREN eed tussen hen beiden zijn, of hij niet zijn hand aan zijns naasten have geslagen heeft; en derzelver heer zal dien aannemen; en hij zal het niet wedergeven.",
          "text1637": "Exod. 22.11.",
          "text2026": "Ex. 22:11. Exodus 22:11: Zo zal van JAHWEH eed tussen hen beiden zijn, of hij niet zijn hand aan Zijn naasten bezittingen geslagen heeft; en derzelver heer zal die aannemen; en hij zal het niet wedergeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ανθρωποι",
          "strongs": "G444",
          "lemma_strongs": "G444",
          "morfologie": "N-NPM"
        },
        {
          "woord": "μεν",
          "strongs": "G3303",
          "lemma_strongs": "G3303",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "γαρ",
          "strongs": "G1063",
          "lemma_strongs": "G1063",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "κατα",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSM"
        },
        {
          "woord": "μειζονος",
          "strongs": "G3173",
          "lemma_strongs": "G3173",
          "morfologie": "A-GSM-C"
        },
        {
          "woord": "ομνυουσιν",
          "strongs": "G3660",
          "lemma_strongs": "G3660",
          "morfologie": "V-PAI-3P"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "πασης",
          "strongs": "G3956",
          "lemma_strongs": "G3956",
          "morfologie": "A-GSF"
        },
        {
          "woord": "αυτοις",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-DPM"
        },
        {
          "woord": "αντιλογιας",
          "strongs": "G485",
          "lemma_strongs": "G485",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "περας",
          "strongs": "G4009",
          "lemma_strongs": "G4009",
          "morfologie": "N-NSN"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "βεβαιωσιν",
          "strongs": "G951",
          "lemma_strongs": "G951",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "ορκος",
          "strongs": "G3727",
          "lemma_strongs": "G3727",
          "morfologie": "N-NSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de mensen zweren wel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> bij de meerdere dan zij zijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> eed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> tot bevestiging is dezelfde een einde van alle tegenspreken;",
      "textSV1888_html": "Want de mensen zweren wel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> bij den meerdere dan zij zijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> eed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> tot bevestiging is denzelven een einde van alle tegenspreken;",
      "text1637_html": "Want de menschen sweeren wel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> by den meerderen [<i>dan sy zijn</i>], ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> eedt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> tot bevestinge is den selven een eynde van alle tegensprekinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "denzelven",
          "new": "dezelfde",
          "principe": "N4"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want de mensen zweren wel bij de meerdere dan zij zijn, en de eed tot bevestiging is dezelfde een einde van alle tegenspreken;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G444",
            "G3303",
            "G1063",
            "G2596",
            "G3588",
            "G3173",
            "G3660",
            "G2532",
            "G3956",
            "G846",
            "G485",
            "G4009",
            "G1519",
            "G951",
            "G3588",
            "G3727"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G444",
            "G3303",
            "G1063",
            "G2596",
            "G3588",
            "G3173",
            "G3660",
            "G2532",
            "G3956",
            "G846",
            "G485",
            "G4009",
            "G1519",
            "G951",
            "G3588",
            "G3727"
          ],
          "morfologie": [
            "N-NPM",
            "PRT",
            "CONJ",
            "PREP",
            "T-GSM",
            "A-GSM-C",
            "V-PAI-3P",
            "CONJ",
            "A-GSF",
            "P-DPM",
            "N-GSF",
            "N-NSN",
            "PREP",
            "N-ASF",
            "T-NSM",
            "N-NSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ανθρωποι",
            "μεν",
            "γαρ",
            "κατα",
            "του",
            "μειζονος",
            "ομνυουσιν",
            "και",
            "πασης",
            "αυτοις",
            "αντιλογιας",
            "περας",
            "εις",
            "βεβαιωσιν",
            "ο",
            "ορκος"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:16",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Waarin God, willende den erfgenamen der beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed daartussen is gekomen;",
      "text1637": "Waer in Godt willende den erfgenamen der beloftenisse overvloedelicker bewijsen de onveranderlickheyt sijnes raets, is met eenen eedt [44] daer tusschen gekomen:",
      "text2026": "Waarin God, willende de erfgenamen van de beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed daartussen is gekomen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 daartussen is gekomen: Of heeft door een eed gemiddeld; dat is, het middel van een eed gebruikt.",
          "text1637": "Ofte, heeft door eenen eedt gemiddelt: Dat is, het middel van eenen eedt gebruyckt.",
          "text2026": "44 daartussen is gekomen: Of heeft door een eed gemiddeld; dat is, het middel van een eed gebruikt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ω",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-DSM"
        },
        {
          "woord": "περισσοτερον",
          "strongs": "G4053",
          "lemma_strongs": "G4053",
          "morfologie": "A-ASN-C"
        },
        {
          "woord": "βουλομενος",
          "strongs": "G1014",
          "lemma_strongs": "G1014",
          "morfologie": "V-PNP-NSM"
        },
        {
          "woord": "ο",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NSM"
        },
        {
          "woord": "θεος",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "επιδειξαι",
          "strongs": "G1925",
          "lemma_strongs": "G1925",
          "morfologie": "V-AAN"
        },
        {
          "woord": "τοις",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-DPM"
        },
        {
          "woord": "κληρονομοις",
          "strongs": "G2818",
          "lemma_strongs": "G2818",
          "morfologie": "N-DPM"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "επαγγελιας",
          "strongs": "G1860",
          "lemma_strongs": "G1860",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "αμεταθετον",
          "strongs": "G276",
          "lemma_strongs": "G276",
          "morfologie": "A-ASN"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "βουλης",
          "strongs": "G1012",
          "lemma_strongs": "G1012",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "αυτου",
          "strongs": "G846",
          "lemma_strongs": "G846",
          "morfologie": "P-GSM"
        },
        {
          "woord": "εμεσιτευσεν",
          "strongs": "G3315",
          "lemma_strongs": "G3315",
          "morfologie": "V-AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ορκω",
          "strongs": "G3727",
          "lemma_strongs": "G3727",
          "morfologie": "N-DSM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Waarin God, willende de erfgenamen van de beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> daartussen is gekomen;",
      "textSV1888_html": "Waarin God, willende den erfgenamen der beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> daartussen is gekomen;",
      "text1637_html": "Waer in Godt willende den erfgenamen der beloftenisse overvloedelicker bewijsen de onveranderlickheyt sijnes raets, is met eenen eedt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> daer tusschen gekomen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Waarin God, willende de erfgenamen van de beloftenis overvloediger bewijzen de onveranderlijkheid van Zijn raad, met een eed daartussen is gekomen;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G1722",
            "G3739",
            "G4053",
            "G1014",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1925",
            "G3588",
            "G2818",
            "G3588",
            "G1860",
            "G3588",
            "G276",
            "G3588",
            "G1012",
            "G846",
            "G3315",
            "G3727"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G1722",
            "G3739",
            "G4053",
            "G1014",
            "G3588",
            "G2316",
            "G1925",
            "G3588",
            "G2818",
            "G3588",
            "G1860",
            "G3588",
            "G276",
            "G3588",
            "G1012",
            "G846",
            "G3315",
            "G3727"
          ],
          "morfologie": [
            "PREP",
            "R-DSM",
            "A-ASN-C",
            "V-PNP-NSM",
            "T-NSM",
            "N-NSM",
            "V-AAN",
            "T-DPM",
            "N-DPM",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "T-ASN",
            "A-ASN",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "P-GSM",
            "V-AAI-3S",
            "N-DSM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "εν",
            "ω",
            "περισσοτερον",
            "βουλομενος",
            "ο",
            "θεος",
            "επιδειξαι",
            "τοις",
            "κληρονομοις",
            "της",
            "επαγγελιας",
            "το",
            "αμεταθετον",
            "της",
            "βουλης",
            "αυτου",
            "εμεσιτευσεν",
            "ορκω"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:17",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5740",
            null,
            null,
            "G5658",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5656",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;",
      "text1637": "Op dat wy [45] door twee onveranderlicke dingen, in welcke het onmogelick is dat Godt liege, een stercke vertroostinge souden hebben, [wy namelijck] die den toevlucht genomen hebben, om [46] de voorgestelde hope vast te houden:",
      "text2026": "Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God liege, een sterke troost zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 door twee onveranderlijke dingen: Dat is, zijn beloften en zijn eed, die beide onveranderlijk zijn.",
          "text1637": "Dat is, sijne belofte, ende sijnen eedt, die beyde onveranderlick zijn.",
          "text2026": "45 door twee onveranderlijke dingen: Dat is, zijn beloften en zijn eed, die beide onveranderlijk zijn."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 de voorgestelde hoop: Dat is, de lijdzame verwachting van de vervulling der beloften door het geloof van ons aangenomen, Rom. 8:24, 8:25, zo, dat het woord hoop alhier in zijn eigen betekenis wordt genomen. Romeinen 8:24: Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Romeinen 8:25: Maar indien wij hopen, hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.",
          "text1637": "D. de lijdtsamige verwachtinge van de vervullinge der beloften door den gheloove van ons aengenomen. Rom. 8. versen 24, 25. alsoo dat het woordt hope alhier in sijne eygene beteeckeninge wordt genomen.",
          "text2026": "46 de voorgestelde hoop: Dat is, de volhardende verwachting van de vervulling van de beloften door het geloof van ons aangenomen, Rom. 8:24, 8:25, zo, dat het woord hoop alhier in zijn eigen betekenis wordt genomen. Romeinen 8:24: Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want wat iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Romeinen 8:25: Maar als wij hopen, wat wij niet zien, zo verwachten wij het met volharding."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ινα",
          "strongs": "G2443",
          "lemma_strongs": "G2443",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "δια",
          "strongs": "G1223",
          "lemma_strongs": "G1223",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "δυο",
          "strongs": "G1417",
          "lemma_strongs": "G1417",
          "morfologie": "A-NUI"
        },
        {
          "woord": "πραγματων",
          "strongs": "G4229",
          "lemma_strongs": "G4229",
          "morfologie": "N-GPN"
        },
        {
          "woord": "αμεταθετων",
          "strongs": "G276",
          "lemma_strongs": "G276",
          "morfologie": "A-GPN"
        },
        {
          "woord": "εν",
          "strongs": "G1722",
          "lemma_strongs": "G1722",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "οις",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-DPN"
        },
        {
          "woord": "αδυνατον",
          "strongs": "G102",
          "lemma_strongs": "G102",
          "morfologie": "A-NSN"
        },
        {
          "woord": "ψευσασθαι",
          "strongs": "G5574",
          "lemma_strongs": "G5574",
          "morfologie": "V-ADN"
        },
        {
          "woord": "θεον",
          "strongs": "G2316",
          "lemma_strongs": "G2316",
          "morfologie": "N-ASM"
        },
        {
          "woord": "ισχυραν",
          "strongs": "G2478",
          "lemma_strongs": "G2478",
          "morfologie": "A-ASF"
        },
        {
          "woord": "παρακλησιν",
          "strongs": "G3874",
          "lemma_strongs": "G3874",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "εχωμεν",
          "strongs": "G2192",
          "lemma_strongs": "G2192",
          "morfologie": "V-PAS-1P"
        },
        {
          "woord": "οι",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-NPM"
        },
        {
          "woord": "καταφυγοντες",
          "strongs": "G2703",
          "lemma_strongs": "G2703",
          "morfologie": "V-2AAP-NPM"
        },
        {
          "woord": "κρατησαι",
          "strongs": "G2902",
          "lemma_strongs": "G2902",
          "morfologie": "V-AAN"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "προκειμενης",
          "strongs": "G4295",
          "lemma_strongs": "G4295",
          "morfologie": "V-PNP-GSF"
        },
        {
          "woord": "ελπιδος",
          "strongs": "G1680",
          "lemma_strongs": "G1680",
          "morfologie": "N-GSF"
        }
      ],
      "text2026_html": "Opdat wij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God liege, een sterke troost zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> de voorgestelde hoop vast te houden;",
      "textSV1888_html": "Opdat wij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> de voorgestelde hoop vast te houden;",
      "text1637_html": "Op dat wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> door twee onveranderlicke dingen, in welcke het onmogelick is dat Godt liege, een stercke vertroostinge souden hebben, [<i>wy namelijck</i>] die den toevlucht genomen hebben, om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> de voorgestelde hope vast te houden:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "in welke",
          "new": "waarin",
          "principe": "V1516"
        },
        {
          "old": "vertroosting",
          "new": "troost",
          "principe": "V87"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke troost zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G2443",
            "G1223",
            "G1417",
            "G4229",
            "G276",
            "G1722",
            "G3739",
            "G102",
            "G5574",
            "G2316",
            "G2478",
            "G3874",
            "G2192",
            "G3588",
            "G2703",
            "G2902",
            "G3588",
            "G4295",
            "G1680"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G2443",
            "G1223",
            "G1417",
            "G4229",
            "G276",
            "G1722",
            "G3739",
            "G102",
            "G5574",
            "G2316",
            "G2478",
            "G3874",
            "G2192",
            "G3588",
            "G2703",
            "G2902",
            "G3588",
            "G4295",
            "G1680"
          ],
          "morfologie": [
            "CONJ",
            "PREP",
            "A-NUI",
            "N-GPN",
            "A-GPN",
            "PREP",
            "R-DPN",
            "A-NSN",
            "V-ADN",
            "N-ASM",
            "A-ASF",
            "N-ASF",
            "V-PAS-1P",
            "T-NPM",
            "V-2AAP-NPM",
            "V-AAN",
            "T-GSF",
            "V-PNP-GSF",
            "N-GSF"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ινα",
            "δια",
            "δυο",
            "πραγματων",
            "αμεταθετων",
            "εν",
            "οις",
            "αδυνατον",
            "ψευσασθαι",
            "θεον",
            "ισχυραν",
            "παρακλησιν",
            "εχωμεν",
            "οι",
            "καταφυγοντες",
            "κρατησαι",
            "της",
            "προκειμενης",
            "ελπιδος"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:18",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16,
              17,
              18
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5664",
            null,
            null,
            null,
            "G5725",
            null,
            "G5631",
            "G5658",
            null,
            "G5740",
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Welke wij hebben als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel;",
      "text1637": "[47] Welcke wy hebben [48] als een ancker der ziele, ’t welck seker ende vast is, ende ingaet [49] in het binnenste des Voorhancksels:",
      "text2026": "Die wij hebben als een anker van de ziel, dat zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 Welke wij hebben: Namelijk hoop wij gelovigen hebben, enz.",
          "text1637": "Namel. hope wy geloovige hebben, etc.",
          "text2026": "47 Welke wij hebben: Namelijk hoop wij gelovigen hebben, enz."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 als een anker der ziel: Dat is, waar de ziel zich mede vasthoudt aan Gods beloften, tegen alle bewegingen en stormen der wereld; gelijk een schip met zijn anker in zee tegen alle stormen.",
          "text1637": "Dat is, daer de ziele haer mede vast houdt aen Godts beloften, tegen alle bewegingen ende stormen der wereldt: gelijck een schip met sijn ancker in zee tegen alle tempeesten.",
          "text2026": "48 als een anker van de ziel: Dat is, waar de ziel zich mee vasthoudt aan Gods beloften, tegen alle bewegingen en stormen van de wereld; gelijk een schip met zijn anker in zee tegen alle stormen."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 in het binnenste van het voorhangsel: Dat is, den hemel, waar Christus is zittende ter rechterhand Gods en voor ons bidt; hetwelk door den ingang des hogepriesters in het heilige der heiligen beduid werd, gelijk hierna verklaard wordt, Hebr. 9:24. Hebreeën 9:24: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons;",
          "text1637": "D. den hemel, daer Christus is sittende ter rechter handt Godts ende voor ons bidt: het welck door den inganck des Hoogen-priesters in het Heylige der Heyligen beduydt wierdt, gelijck hier nae verklaert wordt capit. 9.24.",
          "text2026": "49 in het binnenste van het voorhangsel: Dat is, de hemel, waar Christus is zittende ter rechterhand van God en voor ons bidt; dat door de ingang van de hogepriester in het heilige van de heiligen beduid werd, gelijk hierna verklaard wordt, Hebr. 9:24. Hebreeën 9:24: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat is een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ην",
          "strongs": "G3739",
          "lemma_strongs": "G3739",
          "morfologie": "R-ASF"
        },
        {
          "woord": "ως",
          "strongs": "G5613",
          "lemma_strongs": "G5613",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "αγκυραν",
          "strongs": "G45",
          "lemma_strongs": "G45",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "εχομεν",
          "strongs": "G2192",
          "lemma_strongs": "G2192",
          "morfologie": "V-PAI-1P"
        },
        {
          "woord": "της",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSF"
        },
        {
          "woord": "ψυχης",
          "strongs": "G5590",
          "lemma_strongs": "G5590",
          "morfologie": "N-GSF"
        },
        {
          "woord": "ασφαλη",
          "strongs": "G804",
          "lemma_strongs": "G804",
          "morfologie": "A-ASF"
        },
        {
          "woord": "τε",
          "strongs": "G5037",
          "lemma_strongs": "G5037",
          "morfologie": "PRT"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "βεβαιαν",
          "strongs": "G949",
          "lemma_strongs": "G949",
          "morfologie": "A-ASF"
        },
        {
          "woord": "και",
          "strongs": "G2532",
          "lemma_strongs": "G2532",
          "morfologie": "CONJ"
        },
        {
          "woord": "εισερχομενην",
          "strongs": "G1525",
          "lemma_strongs": "G1525",
          "morfologie": "V-PNP-ASF"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "το",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASN"
        },
        {
          "woord": "εσωτερον",
          "strongs": "G2082",
          "lemma_strongs": "G2082",
          "morfologie": "A-ASN-C"
        },
        {
          "woord": "του",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-GSN"
        },
        {
          "woord": "καταπετασματος",
          "strongs": "G2665",
          "lemma_strongs": "G2665",
          "morfologie": "N-GSN"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Die wij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> als een anker van de ziel, dat zeker en vast is, en ingaat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> in het binnenste van het voorhangsel;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Welke wij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> in het binnenste van het voorhangsel;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Welcke wy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> als een ancker der ziele, ’t welck seker ende vast is, ende ingaet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> in het binnenste des Voorhancksels:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Welke",
          "new": "Die",
          "principe": "V808"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "hetwelk",
          "new": "dat",
          "principe": "N6"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Die wij hebben als een anker van de ziel, dat zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel;",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3739",
            "G5613",
            "G45",
            "G2192",
            "G3588",
            "G5590",
            "G804",
            "G5037",
            "G2532",
            "G949",
            "G2532",
            "G1525",
            "G1519",
            "G3588",
            "G2082",
            "G3588",
            "G2665"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3739",
            "G5613",
            "G45",
            "G2192",
            "G3588",
            "G5590",
            "G804",
            "G5037",
            "G2532",
            "G949",
            "G2532",
            "G1525",
            "G1519",
            "G3588",
            "G2082",
            "G3588",
            "G2665"
          ],
          "morfologie": [
            "R-ASF",
            "ADV",
            "N-ASF",
            "V-PAI-1P",
            "T-GSF",
            "N-GSF",
            "A-ASF",
            "PRT",
            "CONJ",
            "A-ASF",
            "CONJ",
            "V-PNP-ASF",
            "PREP",
            "T-ASN",
            "A-ASN-C",
            "T-GSN",
            "N-GSN"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ην",
            "ως",
            "αγκυραν",
            "εχομεν",
            "της",
            "ψυχης",
            "ασφαλη",
            "τε",
            "και",
            "βεβαιαν",
            "και",
            "εισερχομενην",
            "εις",
            "το",
            "εσωτερον",
            "του",
            "καταπετασματος"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:19",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14,
              15,
              16
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            "G5719",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5740",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid.",
      "text1637": "Daer [50] de voor-loper, voor ons, is ingegaen, [namelick] Iesus, na de ordeninge [51] Melchisedecks [f] een Hooge-priester geworden zijnde in der eeuwicheyt.",
      "text2026": "Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in de eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 de Voorloper voor ons is ingegaan: Namelijk die voor ons daarin gegaan is, om ons een plaats te bereiden, Joh. 14:2, 14:3. Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Johannes 14:3: En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.",
          "text1637": "N. die voor ons daer in ghegaen is, om ons een plaetse te bereyden. Ioan. 14. versen 2, 3.",
          "text2026": "50 de Voorloper voor ons is ingegaan: Namelijk die voor ons daarin gegaan is, om ons een plaats te bereiden, Joh. 14:2, 14:3. Johannes 14:2: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; anders zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Johannes 14:3: En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat u ook zijn mag, waar Ik ben."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit voegt de apostel daarbij, om alzo weder te keren tot de verklaring van het koninklijk priesterdom van Christus, hetwelk hij had afgebroken, Hebr. 5:11, enz.; en herneemt die weder in het Hebr. 7. Hebreeën 5:11: Van Denwelken wij hebben vele dingen, en zwaar om te verklaren, te zeggen, dewijl gij traag om te horen geworden zijt.",
          "text1637": "Dit voeght den Apostel daer by, om also weder te keeren tot de verklaringe van het Conincklick Priesterdom Christi, welcke hy hadde afgebroken, cap. 5.11, etc. ende herneemt die wederom in ’t volgende capittel.",
          "text2026": "Dit voegt de apostel daarbij, om zo weer te keren tot de verklaring van het koninklijk priesterdom van Christus, dat hij had afgebroken, Hebr. 5:11, enz.; en herneemt die weer in het Hebr. 7. Hebreeën 5:11: Van Denwelken wij hebben vele dingen, en zwaar om te verklaren, te zeggen, omdat u traag om te horen geworden bent."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hebr. 3:1; Hebr. 4:14; Hebr. 8:1; Hebr. 9:11. Hebreeën 3:1: Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus; Hebreeën 4:14: Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Hebreeën 8:1: De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechterhand van den troon der Majesteit in de hemelen: Hebreeën 9:11: Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel,",
          "text1637": "Hebr. 3.1. ende 4.14. ende 8.1. ende 9.11.",
          "text2026": "Hebr. 3:1; Hebr. 4:14; Hebr. 8:1; Hebr. 9:11. Hebreeën 3:1: Hierom, heilige broeders, die van de hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt de Apostel en Hogepriester onze belijdenis, Christus Jezus; Hebreeën 4:14: Omdat wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Hebreeën 8:1: De hoofdsom nu van de dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen: Hebreeën 9:11: Maar Christus, de Hogepriester van de toekomende goederen, gekomen zijnde, is door de meerdere en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel,"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "οπου",
          "strongs": "G3699",
          "lemma_strongs": "G3699",
          "morfologie": "ADV"
        },
        {
          "woord": "προδρομος",
          "strongs": "G4274",
          "lemma_strongs": "G4274",
          "morfologie": "A-NSM"
        },
        {
          "woord": "υπερ",
          "strongs": "G5228",
          "lemma_strongs": "G5228",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "ημων",
          "strongs": "G1473",
          "lemma_strongs": "G1473",
          "morfologie": "P-1GP"
        },
        {
          "woord": "εισηλθεν",
          "strongs": "G1525",
          "lemma_strongs": "G1525",
          "morfologie": "V-2AAI-3S"
        },
        {
          "woord": "ιησους",
          "strongs": "G2424",
          "lemma_strongs": "G2424",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "κατα",
          "strongs": "G2596",
          "lemma_strongs": "G2596",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "την",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASF"
        },
        {
          "woord": "ταξιν",
          "strongs": "G5010",
          "lemma_strongs": "G5010",
          "morfologie": "N-ASF"
        },
        {
          "woord": "μελχισεδεκ",
          "strongs": "G3198",
          "lemma_strongs": "G3198",
          "morfologie": "N-PRI"
        },
        {
          "woord": "αρχιερευς",
          "strongs": "G749",
          "lemma_strongs": "G749",
          "morfologie": "N-NSM"
        },
        {
          "woord": "γενομενος",
          "strongs": "G1096",
          "lemma_strongs": "G1096",
          "morfologie": "V-2ADP-NSM"
        },
        {
          "woord": "εις",
          "strongs": "G1519",
          "lemma_strongs": "G1519",
          "morfologie": "PREP"
        },
        {
          "woord": "τον",
          "strongs": "G3588",
          "lemma_strongs": "G3588",
          "morfologie": "T-ASM"
        },
        {
          "woord": "αιωνα",
          "strongs": "G165",
          "lemma_strongs": "G165",
          "morfologie": "N-ASM"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in de eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Daar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Daer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> de voor-loper, voor ons, is ingegaen, [<i>namelick</i>] Iesus, na de ordeninge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> Melchisedecks <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> een Hooge-priester geworden zijnde in der eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in de eeuwigheid.",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "G3699",
            "G4274",
            "G5228",
            "G1473",
            "G1525",
            "G2424",
            "G2596",
            "G3588",
            "G5010",
            "G3198",
            "G749",
            "G1096",
            "G1519",
            "G3588",
            "G165"
          ],
          "lemma_strongs": [
            "G3699",
            "G4274",
            "G5228",
            "G1473",
            "G1525",
            "G2424",
            "G2596",
            "G3588",
            "G5010",
            "G3198",
            "G749",
            "G1096",
            "G1519",
            "G3588",
            "G165"
          ],
          "morfologie": [
            "ADV",
            "A-NSM",
            "PREP",
            "P-1GP",
            "V-2AAI-3S",
            "N-NSM",
            "PREP",
            "T-ASF",
            "N-ASF",
            "N-PRI",
            "N-NSM",
            "V-2ADP-NSM",
            "PREP",
            "T-ASM",
            "N-ASM"
          ],
          "bronwoorden": [
            "οπου",
            "προδρομος",
            "υπερ",
            "ημων",
            "εισηλθεν",
            "ιησους",
            "κατα",
            "την",
            "ταξιν",
            "μελχισεδεκ",
            "αρχιερευς",
            "γενομενος",
            "εις",
            "τον",
            "αιωνα"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            "",
            ""
          ],
          "status": "vertaald",
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "robinson-scrivener-tr",
            "versie": "HEB.UTR",
            "sha256": "5A3C907DA1F2D88795905D1C626F3765B507B39C11C6CCC1396484CA8C346387",
            "referentie": "HEB 6:20",
            "bronindices": [
              0,
              1,
              2,
              3,
              4,
              5,
              6,
              7,
              8,
              9,
              10,
              11,
              12,
              13,
              14
            ]
          },
          "tvm": [
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5627",
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            null,
            "G5637",
            null,
            null,
            null
          ]
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "1 D’Apostel betuyght dat hy tot de volmaecktheydt wil voortgaen, ende nu niet handelen vande eerste beginselen der Christelicke Leere, welcker hooft-puncten hy kortelick verhaelt. 3 maer dat hy evenwel by andere gelegentheydt oock sulcx doen wil. 4 dewijle het onmogelick is dat de gene die daer van vervallen, na dat sy de gaven des Geests gesmaeckt hebben, wederom souden vernieuwt worden tot bekeeringe. 7 Verklaert sulcks door een gelijckenisse van vruchtbare ende onvruchtbare aerde. 9 Betuyght dat hy uyt de vruchten harer liefde beter van haer gevoelt. 11 maer dat hy dit seght om haer tot neerstigheyt te verwecken, ende tot vaster hope op Godts beloften. 13 dewijle Godt de selve niet alleen met woorden en heeft gegeven, maer oock met eede aen Abraham ende sijn zaedt bevestight. 16 welcken eedt een eynde is van alle teghen-spreken onder de menschen, veel meer dan by Godt die niet en kan liegen. 19 Waerom wy onse hope, als een ancker der ziele, moeten vast maken in den hemel. 20 Daer Christus onse Hooge-Priester voor ons is in-gegaen.",
    "text2026": "1 De apostel betuigt dat hij tot de volmaaktheid wil voortgaan, en nu niet wil handelen over de eerste beginselen van de christelijke leer, waarvan hij de hoofdpunten kort verhaalt. 3 Maar dat hij dat toch bij andere gelegenheid ook wil doen. 4 Omdat het onmogelijk is dat zij die daarvan afvallen, nadat zij de gaven van de Geest gesmaakt hebben, weer vernieuwd zouden worden tot bekering. 7 Verklaart dit door een gelijkenis van vruchtbare en onvruchtbare aarde. 9 Betuigt dat hij uit de vruchten van hun liefde beter over hen denkt. 11 Maar dat hij dit zegt om hen tot naarstigheid op te wekken, en tot vaster hoop op Gods beloften. 13 Omdat God die niet alleen met woorden gegeven heeft, maar ook met een eed aan Abraham en zijn zaad bevestigd heeft. 16 Welke eed een einde maakt aan alle tegenspreken onder de mensen, veel meer dan bij God, die niet kan liegen. 19 Daarom moeten wij onze hoop, als een anker van de ziel, vastmaken in de hemel. 20 Waar Christus, onze Hogepriester, voor ons is ingegaan."
  }
}
