{
  "number": 1,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Het Hooglied, hetwelk van Salomo is.",
      "text1637": "[1] HET Hooge liedt, [2] ’twelck Salomons is.",
      "text2026": "Het Hooglied, dat van Salomo is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, שִׁיר, het Lied der liederen; dat is, een zeer schoon en bovenmate treffelijk lied. Zie de aantekening Gen. 9:25. Genesis 9:25: En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!",
          "text1637": "Hebr. het liedt der liederen, dat is, een seer schoon ende boven maten treffelick liedt. siet d’aenteeck. Genes. 9.25.",
          "text2026": "Hebreeuws, שִׁיר, het Lied van de liederen; dat is, een zeer schoon en bovenmate treffelijk lied. Zie de aantekening Gen. 9:25. Genesis 9:25: En hij zei: Vervloekt zij Kanaän; een knecht van de knechten zij hij zijn broers!"
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 hetwelk van Salomo is: Anders, hetwelk Salomo aangaat. Verstaande door Salomo Jezus Christus, wiens voorbeeld Salomo geweest is in koninklijke hoogheid en glorie, alsook in wijsheid en in het onderwijzen des volks.",
          "text1637": "And. ’t welck Salomo aengaet. Verstaende door Salomo Iesum Christum, wiens voor-beeldt Salomon geweest is in Conincklicke hoocheyt ende glorie, als oock in wijsheyt, ende in ’t onderwysen des volcx.",
          "text2026": "2 dat van Salomo is: Anders, dat Salomo betreft. Verstaande door Salomo Jezus Christus, wiens voorbeeld Salomo geweest is in koninklijke hoogheid en glorie, alsook in wijsheid en in het onderwijzen van het volk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁ֥יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שִּׁירִ֖ים",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁלֹמֹֽה",
          "strongs": "H8010",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Het Hooglied, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van Salomo is.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Het Hooglied, hetwelk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van Salomo is.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <i>HET</i> Hooge liedt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> ’twelck Salomo<i>n</i>s is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hetwelk",
          "new": "dat",
          "principe": "N6"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Hooglied",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7892",
            "H7892"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שִׁ֥יר",
            "הַ/שִּׁירִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:1",
            "bronindices": [
              2,
              3
            ]
          },
          "toelichting": "שִׁיר הַשִּׁירִים is met het ene woord 'Hooglied' weergegeven."
        },
        {
          "tekst": "dat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H834"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲשֶׁ֥ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:1",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Salomo",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8010"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִ/שְׁלֹמֹֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:1",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.",
      "text1637": "[3] Hy [4] kusse my [5] met de kussen [6] sijnes monts, want uwe [7] uytnemende liefde is [a] beter dan [8] wijn.",
      "text2026": "Hij kusse mij met de kussen van Zijn mond; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten mijn Bruidegom Jezus Christus; het zijn de woorden der Bruid, dat is der gemeente van Jezus Christus.",
          "text1637": "T.w. mijn Bruydegom Iesus Christus, het zijn de woorden der Bruyt, D. der Gemeynte Iesu Christi.",
          "text2026": "Te weten mijn Bruidegom Jezus Christus; het zijn de woorden van de Bruid, dat is van de gemeente van Jezus Christus."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 kusse mij: Dat is, Hij bewijze mij zijne liefde. Anders: och dat mijn Bruidegom mij kuste! Elkander te kussen is ten allen tijde gehouden voor een teken van liefde, vriendschap en beleefdheid; tot een teken waarvan de mannen ook elkander plachten te kussen, Exod. 4:27, en Exod. 18:7; Rom. 16:16, en 1 Thess. 5:26. Christus kust zijne Bruid, dat is zijne gemeente of uitverkorenen, als Hij haar die grote liefde bewijst en laat gevoelen, die Hij haar is toedragende. Wij kussen Christus als wij met een oprecht geloof, hartelijke liefde en kinderlijke vreze en eerbieding Hem erkennen te zijn onze Heere en Zaligmaker, en wij ons aan Hem ten enenmale onderwerpen en Hem gehoorzamen. Ps. 2:12. Exodus 4:27: De HEERE zeide ook tot Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan den berg Gods, en hij kuste hem. Exodus 18:7: Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent. Romeinen 16:16: Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden. 1 Thessalonicensen 5:26: Groet al de broeders met een heiligen kus. Psalmen 2:12: Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.",
          "text1637": "D. hy bewyse my sijne liefde. And. Och dat mijn Bruydegom my kuste! Malcanderen te kussen, is tot aller tijt gehouden voor een teecken van liefde, vrientschap, ende beleeftheyt. tot een teecken waer van, de mannen oock malkanderen plachten te kussen, Exod. 4.27. ende 18.7. Rom. 16.16. ende 1.Thes. 5.16. Christus kust sijne Bruyt, D. sijne gemeynte, ofte uytverkorene, als hy de selve bewijst ende laet gevoelen die groote liefde die hy haer is toe-dragende: Wy kussen Christum, als wy met een oprecht geloove, hertelicke liefde, ende kinderlicke vreese ende eerbiedinge, hem kennen te zijn onsen Heere ende Salichmaker, ende wy ons hem teenemael onderwerpen ende gehoorsamen, Psal. 2.12.",
          "text2026": "4 kusse mij: Dat is, Hij bewijze mij zijn liefde. Anders: och dat mijn Bruidegom mij kuste! Elkaar te kussen is ten alle tijde gehouden voor een teken van liefde, vriendschap en beleefdheid; tot een teken waarvan de mannen ook elkaar plachten te kussen, Ex. 4:27, en Ex. 18:7; Rom. 16:16, en 1 Thess. 5:26. Christus kust zijn Bruid, dat is zijn gemeente of uitverkorenen, als Hij haar die grote liefde bewijst en laat gevoelen, die Hij haar is toedragende. Wij kussen Christus als wij met een oprecht geloof, hartelijke liefde en kinderlijke vreze en eerbieding Hem erkennen te zijn onze Heer en Zaligmaker, en wij ons aan Hem ten enenmale onderwerpen en Hem gehoorzamen. Ps. 2:12. Exodus 4:27: JAHWEH zei ook tot Aäron: Ga Mozes tegemoet in de woestijn. En hij ging, en ontmoette hem aan de berg van God, en hij kuste hem. Exodus 18:7: Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de één de ander naar de welstand, en zij gingen naar de tent. Romeinen 16:16: Groet elkaar met een heilige kus. De Gemeenten van Christus groeten u. 1 Thessalonicensen 5:26: Groet al de broers met een heilige kus. Psalmen 2:12: Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne, en u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 met de kussen: In het getal van velen, waarmede uitgedrukt wordt de rijkdom der menigvuldige genaden en weldaden, die Christus zijnen uitverkorenen is bewijzende; Ef. 1:7, 1:8, 1:9, enz. Efeziërs 1:7: In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade, Efeziërs 1:8: Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid; Efeziërs 1:9: Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.",
          "text1637": "In’t getal van velen, waer mede uytgedruckt wort de rijckdom der menichvuldige genaden ende weldaden, die Christus sijnen uytverkorenen is bewysende. Ephes. 1.7, 8, 9, etc.",
          "text2026": "5 met de kussen: In het getal van velen, waarmee uitgedrukt wordt de rijkdom van de menigvuldige genaden en weldaden, die Christus zijn uitverkorenen is bewijzende; Ef. 1:7, 1:8, 1:9, enz. Efeziërs 1:7: In Welke wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving van de misdaden, naar de rijkdom Zijn genade, Efeziërs 1:8: Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid; Efeziërs 1:9: Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, dat Hij voorgenomen had in Zichzelven."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 Zijns monds: Onzen Heere Jezus Christus openbaart den gelovigen de liefde, die Hij hun toedraagt, door zijn woord. Daarom staat er Ps. 45:3, dat zijne lippen zeer lieflijk [of genaderijk] zijn. Zie Hoogl. 5:13, 5:16; en Jes. 50:4. Petrus spreekt ook: Heere Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Psalmen 45:3: Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort in Uw lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid. Hooglied 5:13: Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als welriekende torentjes; Zijn lippen zijn als leliën, druppende van vloeiende mirre. Hooglied 5:16: Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem! Jesaja 50:4: De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden.",
          "text1637": "Onse Heere Iesu Christus openbaert den geloovigen de liefde die hy haer toedraecht, door sijn woort. daerom staet Psal. 45.3. Dat sijne lippen seer lieflick (of, genaden-rijcke) zijn. Siet Cant. 5.15. ende Ies. 50. vers 4. Petrus spreeckt oock, Heere, Ghy hebt de woorden des eeuwigen levens.",
          "text2026": "6 van Zijn mond: Onze Heer Jezus Christus openbaart de gelovigen de liefde, die Hij hun toedraagt, door zijn woord. Daarom staat er Ps. 45:3, dat zijn lippen zeer lieflijk [of genaderijk] zijn. Zie Hoogl. 5:13, 5:16; en Jes. 50:4. Petrus spreekt ook: Heer U hebt de woorden van de eeuwigen levens. Psalmen 45:3: U bent veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort in Uw lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid. Hooglied 5:13: Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als welriekende torentjes; Zijn lippen zijn als leliën, druppende van vloeiende mirre. Hooglied 5:16: Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is geheel begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, u dochters van Jeruzalem! Jesaja 50:4: De Heer JAHWEH heeft Mij een tong van de geleerden gegeven, opdat Ik wete met de moe een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt elke morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 uitnemende liefde: Dat is, vriendelijkheid, minnelijkheid. Hebreeuws, דֹּדֶי, liefden. Hier spreekt nu de Bruid, dat is de gemeente Gods, Christus haren Bruidegom aan. Versta hier door het woord liefden de uitnemende liefde en genegenheid, mitsgaders de weldaden en genaden, die Christus zijnen uitverkorenen bewijst.",
          "text1637": "D. vriendelickheyt, minnelickheyt. Hebr. liefden. Hier spreeckt nu de Bruyt, D. de gemeynte Godes, Christum haren Bruydegom aen. Verstaet hier door het woort liefden, de uytnemende liefde ende affectie, mitsgaders de weldaden ende genaden, die Christus sijnen uytverkorenen bewijst.",
          "text2026": "7 uitnemende liefde: Dat is, vriendelijkheid, minnelijkheid. Hebreeuws, דֹּדֶי, liefden. Hier spreekt nu de Bruid, dat is de gemeente van God, Christus haar Bruidegom aan. Versta hier door het woord liefden de uitnemende liefde en genegenheid, en ook de weldaden en genaden, die Christus zijn uitverkorenen bewijst."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door het woord wijn moet men hier verstaan alle aardse verheugingen en geneugten. Vergelijk Richt. 9:13; Ps. 104:15. Richteren 9:13: Maar de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen? Psalmen 104:15: En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.",
          "text1637": "Door het woort wijn, Psal. 104.15.",
          "text2026": "Door het woord wijn moet men hier verstaan alle aardse verheugingen en geneugten. Vergelijk Richt. 9:13; Ps. 104:15. Richteren 9:13: Maar de wijnstok zei tot hen: Zou ik mijn most verlaten, die God en mensen vrolijk maakt? En zou ik heengaan om te zweven over de bomen? Psalmen 104:15: En de wijn, die het hart van de mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart van de mensen sterkt."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 4:10. Hooglied 4:10: Hoe schoon is uw uitnemende liefde, Mijn zuster, o bruid! hoeveel beter is uw uitnemende liefde dan wijn, en de reuk uwer oliën dan alle specerijen!",
          "text1637": "Cant. 4.10.",
          "text2026": "Hoogl. 4:10. Hooglied 4:10: Hoe schoon is uw uitnemende liefde, Mijn zus, o bruid! hoeveel beter is uw uitnemende liefde dan wijn, en de reuk uw oliën dan alle specerijen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִשָּׁקֵ֨/נִי֙",
          "strongs": "H5401",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/נְּשִׁיק֣וֹת",
          "strongs": "H5390",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "פִּ֔י/הוּ",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "טוֹבִ֥ים",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "דֹּדֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּֽיִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> kusse mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> met de kussen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> van Zijn mond; want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> uitnemende liefde is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> beter dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> kusse mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> met de kussen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Zijns monds; want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> uitnemende liefde is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> beter dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wijn.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> kusse my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> met de kusse<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> sijnes mo<i>n</i>ts, want uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> uytnemende liefde is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> beter dan <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijns monds;",
          "new": "van Zijn mond;",
          "principe": "V201"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "kusse",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5401"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשָּׁקֵ֨/נִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kussen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5390"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/נְּשִׁיק֣וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "mond",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6310"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פִּ֔י/הוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּֽי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beter",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2896"
          ],
          "bronwoorden": [
            "טוֹבִ֥ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דֹּדֶ֖י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3196"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/יָּֽיִן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:2",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief.",
      "text1637": "Uwe [9] olyen zijn goet tot reucke, [10] uwen Naem is [11] eene olye die uytgestortet wort: [12] daerom hebben u de maechden lief.",
      "text2026": "Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 Uw naam: Versta, den naam, persoon en het zaligmakende ambt van Christus, alzo ons dezelve in het Evangelie zijn geopenbaard.",
          "text1637": "Verstaet den name, persoon, ende het salichmakende ampt Christi, alsoo ons de selve in den Euangelio zijn geopenbaert.",
          "text2026": "10 Uw naam: Versta, de naam, persoon en het zaligmakende ambt van Christus, zo ons dezelfde in het Evangelie zijn geopenbaard."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 een olie: Salomo schijnt hier gezien te hebben op den naam Messias; dat is Christus, Gezalfde, die met den Heiligen Geest gezalfd is, niet alleen voor zichzelven, maar die heilige balsem is gevloeid van Hem, die ons Hoofd is, op ons zijne ledematen. Zie Ps. 133:2, en Joh. 1:16. Deze naam is na de hemelvaart van Christus wijd uitgebreid, want van Christus hebben alle Christenen hunnen naam. Psalmen 133:2: Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aäron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen. Johannes 1:16: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.",
          "text1637": "Salomo schijnt hier gesien te hebben op den name Messias, D. Christus, Gesalfde, die met den H. Geest gesalft is, niet alleen voor hem-selven, maer dien H. Balsem is gevloeyt van hem, die ons hooft is, op ons sijne ledematen. siet Psal. 133.2. ende Ioh. 1.16. Desen name is na de hemel-vaert Christi, wijt uytgebreyt, want van Christo hebben alle Christenen haren name.",
          "text2026": "11 een olie: Salomo schijnt hier gezien te hebben op de naam Messias; dat is Christus, Gezalfde, die met de Heilige Geest gezalfd is, niet alleen voor zichzelven, maar die heilige balsem is gevloeid van Hem, die ons Hoofd is, op ons zijn ledematen. Zie Ps. 133:2, en Joh. 1:16. Deze naam is na de hemelvaart van Christus wijd uitgebreid, want van Christus hebben alle Christenen hun naam. Psalmen 133:2: Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op de baard, de baard van Aäron, die neerdaalt tot op de zoom zijn kleren. Johannes 1:16: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, [gelijk er staat vers 4] de oprechten hebben u lief. Meermalen worden in de Heiligen Schrift de uitverkorenen vergeleken bij maagden, gelijk Matth. 25:1; 2 Kor. 11:2; Openb. 14:1, 14:4, 14:5; en dat daarom, omdat de kinderen Gods zo nauw moeten letten op hunne consciëntie, dat zij van de zonde en de wereld niet besmet worden, als een eerlijke maagd op haar eer en kuisheid moet passen. Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief. Mattheüs 25:1: Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. 2 Korinthiërs 11:2: Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus. Openbaring 14:1: En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden. Openbaring 14:4: Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam. Openbaring 14:5: En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor den troon van God.",
          "text1637": "D. (gelijcker staet vers 4) De oprechte hebben u lief. Meermaels worden inde H. Schrift de uytverkorene vergeleken by maechden, als Matth. 25.1. 2.Cor. 11.2. Apoc. 14.1, 4, 5. ende dat daerom, om dat de kinderen Godes soo naeuwe moeten letten op hare conscientie, datse van de sonde ende werelt niet besmett en worden, als eene eerlicke maecht op hare eere ende kuysheyt moet passen.",
          "text2026": "Dat is, [gelijk er staat vers 4] de oprechten hebben u lief. Meermalen worden in de Heilige Schrift de uitverkorenen vergeleken bij maagden, gelijk Matt. 25:1; 2 Kor. 11:2; Openb. 14:1, 14:4, 14:5; en dat daarom, omdat de kinderen van God zo nauw moeten letten op hun consciëntie, dat zij van de zonde en de wereld niet besmet worden, als een eerlijke maagd op haar eer en kuisheid moet passen. Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn; de oprechten hebben U lief. Mattheüs 25:1: Alsdan zal het Koninkrijk van de hemel gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, de bruidegom tegemoet. 2 Korinthiërs 11:2: Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus. Openbaring 14:1: En ik zag, en ziet, het Lam stond op de berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende de Naam Zijn Vaders geschreven aan hun voorhoofden. Openbaring 14:4: Deze zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; deze zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; deze zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen voor God en het Lam. Openbaring 14:5: En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor de troon van God."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, welriekende oliën, kostelijke zalven, of balsemen. Hierbij worden de geestelijke gaven dikwijls vergeleken, gelijk Ps. 45:8; Jes. 61:1, en 1 Joh. 2:27. Psalmen 45:8: Gij hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten. Jesaja 61:1: De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; 1 Johannes 2:27: En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.",
          "text1637": "Verst. welrieckende olyen, kostelicke salven, of, balsemen. Hier by worden de geestelicke gaven dickwijls vergeleken, als Psal. 45.8. Ies. 61.1. ende 1.Ioh. 2.27.",
          "text2026": "Versta, welriekende oliën, kostelijke zalven, of balsemen. Hierbij worden de geestelijke gaven dikwijls vergeleken, gelijk Ps. 45:8; Jes. 61:1, en 1 Joh. 2:27. Psalmen 45:8: U hebt gerechtigheid lief, en haat goddeloosheid; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met vreugdeolie, boven Uw medegenoten. Jesaja 61:1: De Geest van de Heer JAHWEH is op Mij, omdat JAHWEH Mij gezalfd heeft, om een blij boodschap te brengen de zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening van de gevangenis; 1 Johannes 2:27: En de zalving, die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult u in Hem blijven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/רֵ֨יחַ֙",
          "strongs": "H7381",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָנֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "טוֹבִ֔ים",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֖מֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תּוּרַ֣ק",
          "strongs": "H7324",
          "morph": "HVHi3fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֖ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "עֲלָמ֥וֹת",
          "strongs": "H5959",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "אֲהֵבֽוּ/ךָ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"bride-speaks\"><i>Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oliën zijn goed tot reuk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Uw naam is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een olie, die uitgestort wordt;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> daarom hebben U de maagden lief.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oliën zijn goed tot reuk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Uw naam is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een olie, die uitgestort wordt;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> daarom hebben U de maagden lief.",
      "text1637_html": "Uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> olyen zijn goet tot reucke, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> uwen Naem is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> eene olye die uytgestortet wort: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> daerom hebben u de maechden lief.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "reuk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7381"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/רֵ֨יחַ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "oliën",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8081"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁמָנֶ֣י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "goed",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2896"
          ],
          "bronwoorden": [
            "טוֹבִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "olie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8081"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ֖מֶן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uitgestort",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7324"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תּוּרַ֣ק"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "naam",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8034"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁמֶ֑/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daarom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921",
            "H3651"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל",
            "כֵּ֖ן"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              6,
              7
            ]
          },
          "toelichting": "עַל־כֵּן is met het ene woord 'daarom' weergegeven."
        },
        {
          "tekst": "maagden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5959"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֲלָמ֥וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "lief",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H157"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲהֵבֽוּ/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:3",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.",
      "text1637": "[13] Treckt my, wy sullen u naloopen: [14] de Coninck heeft my gebracht [15] in sijne binnen-cameren, [16] wy [b] sullen ons verheugen, ende [17] in u verblijden; [18] wy sullen uwe uytnemende liefde vermelden, [19] meer dan den wijn: [20] de oprechte hebben u lief.",
      "text2026": "Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn; de oprechten hebben U lief.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 Trek mij: Dat is, neig mijn hart en gemoed, dat het U aanhange met geloof en liefde, want dit trekken geschiedt niet met uiterlijke kracht en geweld, maar door het woord der predikatie uiterlijk en inwendiglijk door de krachtige werking des Geestes van Christus, waardoor der kinderen Gods verstand alzo verlicht en onze wil alzo gebeterd wordt, dat wij gewilliglijk en met vreugde onzen Heere en Bruidegom Jezus Christus navolgen, ja nalopen. Zie Jes. 40:31; Jer. 31:3; Joh. 6:44, 6:45, en Joh. 12:32; Filipp. 2:13; Hebr. 12:1, 12:2. Jesaja 40:31: Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden. Jeremia 31:3: De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Johannes 6:44: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Johannes 12:32: En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken. Filippensen 2:13: Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. Hebreeën 12:1: Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Hebreeën 12:2: Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God.",
          "text1637": "D. neycht mijn herte ende gemoet, dat het u aenhange met geloove ende liefde. want dit trecken en geschiet niet met uyterlicke kracht ende gewelt: Maer door het woort der predicatie uyterlick, ende inwendelick door de krachtige werckinge des Geests Christi, daer door der kinderen Godes verstant alsoo verlichtt, ende onsen wille alsoo gebetert wort, dat wy gewillichlick, ende met vreugde, onsen Heere ende Bruydegom Iesum Christum na-volgen, ja na-loopen. Siet Ies. 40.31. Ier. 31.3. Ioh. 6.44, 45. ende 12.32. Phil. 2.13. Hebr. 12.1, 2.",
          "text2026": "13 Trek mij: Dat is, neig mijn hart en gemoed, dat het U aanhange met geloof en liefde, want dit trekken geschiedt niet met uiterlijke kracht en geweld, maar door het woord van de predikatie uiterlijk en inwendiglijk door de krachtige werking van de Geest van Christus, waardoor van de kinderen van God verstand zo verlicht en onze wil zo gebeterd wordt, dat wij gewillig en met vreugde onze Heer en Bruidegom Jezus Christus navolgen, ja nalopen. Zie Jes. 40:31; Jer. 31:3; Joh. 6:44, 6:45, en Joh. 12:32; Filipp. 2:13; Hebr. 12:1, 12:2. Jesaja 40:31: Maar die JAHWEH verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de adelaars; zij zullen lopen, en niet moe worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden. Jeremia 31:3: JAHWEH is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Johannes 6:44: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iedereen dan, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. Johannes 12:32: En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken. Filippensen 2:13: Want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. Hebreeën 12:1: Daarom dan ook, zo wij zo groot een wolk van de getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met volharding lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Hebreeën 12:2: Ziende op de oversten Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus, Die, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 De Koning: Versta hier door den koning Christus, den Koning der gerechtigheid en des vredes, Hebr. 7:2, van wien Melchizedek en Salomo voorbeelden geweest zijn. Hebreeën 7:2: Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes;",
          "text1637": "Verstaet hier door den Coninck, Christum, den Coninck der gerechticheyt, ende des vredes, Hebr. 7.2. daer van Melchizedeck ende Salomo voor-beelden geweest zijn.",
          "text2026": "14 De Koning: Versta hier door de koning Christus, de Koning van de gerechtigheid en van de vrede, Hebr. 7:2, van wie Melchizedek en Salomo voorbeelden geweest zijn. Hebreeën 7:2: Aan welke ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning van de gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, dat is een koning van de vrede;"
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 in Zijn binnenkameren: Door deze binnenkameren worden verstaan de verborgenheden van het rijk van Christus, die in het Oude Testament bedekt waren onder de schaduwen van de ceremoniën der wet; maar nu in het Nieuwe Testament zien wij de klaarheid des Heeren als in een spiegel, 2 Kor. 3:18. Zie ook Rom. 16:25; 1 Kor. 2:9, 2:10, 2:16, en 2 Kor. 1:20; Hebr. 8:10, 8:11. Of versta door de binnenkameren het koninkrijk der hemelen, in hetwelk vele woningen zijn, Joh. 14:2, die wij alreeds door het geloof bezitten; Ef. 2:6. 2 Korinthiërs 3:18: En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest. Romeinen 16:25: Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 1 Korinthiërs 2:9: Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 1 Korinthiërs 2:10: Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 1 Korinthiërs 2:16: Want wie heeft den zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben den zin van Christus. 2 Korinthiërs 1:20: Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons. Hebreeën 8:10: Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebreeën 8:11: En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen. Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Efeziërs 2:6: En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;",
          "text1637": "Door dese binnen-kameren worden verstaen de verborgentheden van het Rijcke Christi, die in ’t oude Testament bedeckt waren onder de schaduwen van de ceremonien der Wet: maer nu in den Nieuwen Testamente sien wy de klaerheyt des Heeren, als in eenen spiegel. 2.Cor. 3.18. Siet oock Rom. 16.25. ende 1.Cor. 2. versen 9, 10, 16. ende 2.Cor. 1.20. Hebr. 8.10, 11. Ofte verstaet door de binnen-kameren, het Coninckrijcke der hemelen, in’t welcke vele wooningen zijn, Ioh. 14.2. die wy alreets door ’t geloove besitten, Ephes. 2.6.",
          "text2026": "15 in Zijn binnenkameren: Door deze binnenkameren worden verstaan de verborgenheden van het rijk van Christus, die in het Oude Testament bedekt waren onder de schaduwen van de ceremoniën van de wet; maar nu in het Nieuwe Testament zien wij de klaarheid van de Heer als in een spiegel, 2 Kor. 3:18. Zie ook Rom. 16:25; 1 Kor. 2:9, 2:10, 2:16, en 2 Kor. 1:20; Hebr. 8:10, 8:11. Of versta door de binnenkameren het koninkrijk van de hemel, in dat vele woningen zijn, Joh. 14:2, die wij alreeds door het geloof bezitten; Ef. 2:6. 2 Korinthiërs 3:18: En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid van de Heer als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van de Heer Geest. Romeinen 16:25: Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid, die van de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest; 1 Korinthiërs 2:9: Maar gelijk geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart van de mensen niet is opgeklommen, wat God bereid heeft die, die Hem liefhebben. 1 Korinthiërs 2:10: Maar God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 1 Korinthiërs 2:16: Want wie heeft de zin van de Heer gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben de zin van Christus. 2 Korinthiërs 1:20: Want zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, voor God tot heerlijkheid door ons. Hebreeën 8:10: Want dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël maken zal na die dagen, zegt de Heer: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebreeën 8:11: En zij zullen niet leren, een iedereen zijn naaste, en een iedereen zijn broer, zeggende: Ken de Heer; want zij zullen Mij allen kennen van de kleine onder hen tot de grote onder hen. Johannes 14:2: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; anders zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Efeziërs 2:6: En heeft ons mee opgewekt, en heeft ons mee gezet in de hemel in Christus Jezus;"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, ik en mijn maagden, of speelgenooten, dat is, alle gelovigen. Zij wil zeggen, hoe meer wij toenemen in uw kennis, en den smaak van uw genade, hoe meer wij in de geestelijke vreugde gesterkt zullen worden.",
          "text1637": "T.w. ick, ende mijne maechden, ofte speel-genooten. D. alle geloovige. Sy wil seggen, hoe wy meer toe-nemen in uwe kennisse, ende den smaeck van uwe genade, hoe wy inde geestelicke vreucht meer sullen gesterckt worden.",
          "text2026": "Te weten, ik en mijn maagden, of speelgenooten, dat is, alle gelovigen. Zij wil zeggen, hoe meer wij toenemen in uw kennis, en de smaak van uw genade, hoe meer wij in de geestelijke vreugde gesterkt zullen worden."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 in U: O Koning en in U; dat is van uwentwege.",
          "text1637": "ô Coninck, ende in u. D. van uwent wege.",
          "text2026": "17 in U: O Koning en in U; dat is van uwentwege."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden: Dat is, wij zullen de genade van Christus roemen en verkondigen, die ons uit de duisternis tot zijn wonderlijk licht geroepen heeft; 1 Petr. 2:9. Zie ook Ps. 45:18, en Ps. 71:16; Jes. 12:3, 12:4, en Jes. 63:7. 1 Petrus 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Psalmen 45:18: Ik zal Uws Naams doen gedenken van elk geslacht tot geslacht; daarom zullen U de volken loven eeuwiglijk en altoos. Psalmen 71:16: Ik zal heengaan in de mogendheden des Heeren HEEREN; ik zal Uw gerechtigheid vermelden, de Uwe alleen. Jesaja 12:3: En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils; Jesaja 12:4: En zult te dienzelfden dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is. Jesaja 63:7: Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, den veelvoudigen lof des HEEREN, naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.",
          "text1637": "D. wy sullen de genade Christi roemen ende verkondigen, die ons uyt de duysternisse tot sijnen wonderlicken lichte geroepen heeft. 1.Petr. 1.9. Siet oock Psal. 45.18. ende 71.16. Ies. 12.3, 4. ende 63.7.",
          "text2026": "18 wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden: Dat is, wij zullen de genade van Christus roemen en verkondigen, die ons uit de duisternis tot zijn wonderlijk licht geroepen heeft; 1 Petr. 2:9. Zie ook Ps. 45:18, en Ps. 71:16; Jes. 12:3, 12:4, en Jes. 63:7. 1 Petrus 2:9: Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat u zoudt verkondigen de deugden Van Degene, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Psalmen 45:18: Ik zal Uws Naams doen gedenken van elk geslacht tot geslacht; daarom zullen U de volken loven eeuwig en altijd. Psalmen 71:16: Ik zal heengaan in de mogendheden van de Heer JAHWEH; ik zal Uw gerechtigheid vermelden, de Uw alleen. Jesaja 12:3: En u zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen van het heil; Jesaja 12:4: En zult op dezelfde dag zeggen: Dankt JAHWEH, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is. Jesaja 63:7: Ik zal de goedertierenheden van JAHWEH vermelden, de veelvoudigen lof van JAHWEH, naar alles, wat JAHWEH ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijn goedertierenheden."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zij wil zeggen: Heere, wij zullen uwe genade met meerdere vreugde roemen en prijzen, dan de wereldse mensen zich verheugen in aardse dingen. Want de vrede Gods gaat alle verstand teboven. Zie Ps. 4:8. Psalmen 4:8: Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn.",
          "text1637": "Sy wil seggen, Heere, wy sullen uwe genade met meerdere vreucht roemen en prysen, dan de wereltsche menschen haer verheugen in aerdsche dingen. Want de vrede Godes gaet alle verstant te boven. siet Psal. 4.8.",
          "text2026": "Zij wil zeggen: Heer, wij zullen uw genade met meerdere vreugde roemen en prijzen, dan de wereldse mensen zich verheugen in aardse dingen. Want de vrede van God gaat alle verstand teboven. Zie Ps. 4:8. Psalmen 4:8: U hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, de rechtheden, of richtigheden; dat is, degenen die met oprechtheid begaafd zijn, die vers 3 maagden genoemd worden, die namelijk in wie geen bedrog woont; Ps. 32:2; Joh. 1:48. Hooglied 1:3: Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief. Psalmen 32:2: Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. Johannes 1:48: Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is.",
          "text1637": "Hebr. de rechtheden, of, richticheden. D. de gene die met oprechticheyt begaeft zijn, die vers 3. maechden genoemt worden, die namelick inde welcke geen bedroch en woont, Psal. 32.2. Ioh. 1.47.",
          "text2026": "Hebreeuws, de rechtheden, of richtigheden; dat is, degenen die met oprechtheid begaafd zijn, die vers 3 maagden genoemd worden, die namelijk in wie geen bedrog woont; Ps. 32:2; Joh. 1:48. Hooglied 1:3: Uw oliën zijn goed tot reuk, Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; daarom hebben U de maagden lief. Psalmen 32:2: Welgelukzalig is de mens, die JAHWEH de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. Johannes 1:48: Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welke geen bedrog is."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Petr. 1:8. 1 Petrus 1:8: Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;",
          "text1637": "1.Petr. 1.8.",
          "text2026": "1 Petr. 1:8. 1 Petrus 1:8: Denwelken u niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken u nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מָשְׁכֵ֖/נִי",
          "strongs": "H4900",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נָּר֑וּצָה",
          "strongs": "H7323",
          "morph": "HVqh1cp"
        },
        {
          "woord": "הֱבִיאַ֨/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֜לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חֲדָרָ֗י/ו",
          "strongs": "H2315",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נָגִ֤ילָה",
          "strongs": "H1523",
          "morph": "HVqh1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִשְׂמְחָה֙",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HC/Vqh1cp"
        },
        {
          "woord": "בָּ֔/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "נַזְכִּ֤ירָה",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVhh1cp"
        },
        {
          "woord": "דֹדֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֔יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵישָׁרִ֖ים",
          "strongs": "H4339",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲהֵבֽוּ/ךָ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Trek mij, wij zullen U nalopen!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> De Koning heeft mij gebracht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in Zijn binnenkameren;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> zullen ons verheugen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in U verblijden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> meer dan de wijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de oprechten hebben U lief.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Trek mij, wij zullen U nalopen!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> De Koning heeft mij gebracht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in Zijn binnenkameren;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> zullen ons verheugen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in U verblijden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> meer dan den wijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de oprechten hebben U lief.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Treckt my, wy sullen u naloopen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de Coninck heeft my gebracht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in sijne binnen-cameren, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> sullen ons verheugen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in u verblijden; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wy sullen uwe uytnemende liefde vermelden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> meer dan den wijn: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de oprechte hebben u lief.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Trek",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4900"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מָשְׁכֵ֖/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "nalopen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H310",
            "H7323"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַחֲרֶ֣י/ךָ",
            "נָּר֑וּצָה"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              1,
              2
            ]
          },
          "toelichting": "אַחֲרֶיךָ נָּרוּצָה is met het ene werkwoord 'nalopen' weergegeven."
        },
        {
          "tekst": "gebracht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הֱבִיאַ֨/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Koning",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/מֶּ֜לֶךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "binnenkameren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2315"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֲדָרָ֗י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verheugen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1523"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָגִ֤ילָה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verblijden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8055"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/נִשְׂמְחָה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vermelden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2142"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נַזְכִּ֤ירָה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דֹדֶ֨י/ךָ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3196"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/יַּ֔יִן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "oprechten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4339"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵישָׁרִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "lief",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H157"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲהֵבֽוּ/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:4",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.",
      "text1637": "[21] Ick ben swart, doch [22] lieflick, [23] (ghy dochteren Ierusalems) [24] gelijck de tenten Kedars, [25] gelijck de gordynen Salomons.",
      "text2026": "Ik ben zwart, maar liefelijk (u dochters van Jeruzalem!), zoals de tenten van Kedar, zoals de gordijnen van Salomo.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 Ik ben zwart: Versta hier bij de zwartheid de uiterlijke mismaaktheid van den staat der kerk, die veroorzaakt wordt door de tirannen en vervolgingen; idem, vanwege de ketterijen, scheuringen en ergernissen, die haar overkomen. Zie Ps. 119:83; Klaagl. 4:8, en Klaagl. 5:10. Psalmen 119:83: Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten. Klaagliederen 4:8: Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout. Klaagliederen 5:10: Onze huid is zwart geworden gelijk een oven, vanwege den geweldigen storm des hongers.",
          "text1637": "Verstaet hier by de swarticheyt, de uyterlicke mismaecktheyt van den staet der kercke, die veroorsaeckt wort door de tyrannen ende vervolgingen: Item van wegen, de ketteryen, scheuringen, ende ergernissen die de selve overkomen. siet Psal. 119.83. Thren. c. 4.8. ende 5.10.",
          "text2026": "21 Ik ben zwart: Versta hier bij de zwartheid de uiterlijke mismaaktheid van de staat van de kerk, die veroorzaakt wordt door de tirannen en vervolgingen; idem, vanwege de ketterijen, scheuringen en ergernissen, die haar overkomen. Zie Ps. 119:83; Klaagl. 4:8, en Klaagl. 5:10. Psalmen 119:83: Want ik ben geworden als een leren zak in de rook; maar Uw inzettingen heb ik niet vergeten. Klaagliederen 4:8: Cheth. Maar nu is hun gedaante verduisterd van zwartigheid, men kent hen niet op de straten; hun huid kleeft aan hun beenderen, zij is verdord, zij is geworden als een hout. Klaagliederen 5:10: Onze huid is zwart geworden gelijk een oven, vanwege de geweldigen storm van de honger."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De gemeente van Christus is lieflijk, overmits zij gezuiverd is door het bloed en den geest van Christus, 1 Kor. 6:11; alzo dat zij te dien aanzien blinkt en schoon is als de duiven, Ps. 68:14. Zie ook Ps. 45:14, 45:15, enz. 1 Korinthiërs 6:11: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods; Psalmen 68:14: Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud. Psalmen 45:14: Des Konings Dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel. Psalmen 45:15: In gestikte klederen zal zij tot den Koning geleid worden; de jonge dochteren, die achter haar zijn, haar medegezellinnen, zullen tot u gebracht worden.",
          "text1637": "De gemeynte Christi is lieflick, overmits sy gesuyvert is door het bloet ende den Geest Christi. 1.Cor. 6.12. Alsoo datse ten dien aensien blinckt ende schoone is, als de duyven. Psal. 68.14. Siet oock Psal. 45.14, 15, etc.",
          "text2026": "De gemeente van Christus is lieflijk, omdat zij gezuiverd is door het bloed en de geest van Christus, 1 Kor. 6:11; zo dat zij te die aanzien blinkt en schoon is als de duiven, Ps. 68:14. Zie ook Ps. 45:14, 45:15, enz. 1 Korinthiërs 6:11: En dit was u sommigen; maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heer Jezus, en door de Geest onzes Gods; Psalmen 68:14: Al laagt u tussen twee rijen van stenen, zo zult u toch worden als vleugelen van een duif, overdekt met zilver, en van wie vederen zijn met uitgegraven geluwen goud. Psalmen 45:14: Van de Konings Dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel. Psalmen 45:15: In gestikte kleren zal zij tot de Koning geleid worden; de jonge dochters, die achter haar zijn, haar medegezellinnen, zullen tot u gebracht worden."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 gij dochteren: Dat is, gij gelovige kinderen Gods. Jeruzalem, die daarboven is, is onze aller moeder, Gal. 4:26. Alzo worden ook de gewone kerken en Christenen hier dochters van Jeruzalem genoemd en maagden, 2 Kor. 11:2; Openb. 14:4. En Ps. 45:13, 45:14, wordt de kerk genoemd de dochter van den Koning. Dusdanigen worden hier getroost en gesterkt tegen de ergernissen des kruises en de zwakheden, die het kruis in deze wereld vergezelschappen. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 2 Korinthiërs 11:2: Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus. Openbaring 14:4: Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam. Psalmen 45:13: En de dochter van Tyrus, de rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. Psalmen 45:14: Des Konings Dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel.",
          "text1637": "D. ghy geloovige kinderen Godes. Ierusalem die daer boven is, is onser aller moeder, Galat. 4.26. Alsoo worden oock de particuliere kercken, ende Christenen hier dochters Ierusalems genoemt, ende maegden. 2.Cor. 11.2. Apoc. 14.4. ende Psal. 45. versen 13, 14. wort de Kerkcke genoemt de dochter des Conincks. Dusdanige worden hier getroost ende gesterckt tegen de ergernissen des kruyces, ende de swackheden die het kruys in dese werelt vergeselschappen.",
          "text2026": "23 u dochters: Dat is, u gelovige kinderen van God. Jeruzalem, die daarboven is, is onze van alle moeder, Gal. 4:26. Zo worden ook de gewone kerken en Christenen hier dochters van Jeruzalem genoemd en maagden, 2 Kor. 11:2; Openb. 14:4. En Ps. 45:13, 45:14, wordt de kerk genoemd de dochter van de Koning. Dusdanigen worden hier getroost en gesterkt tegen de ergernissen van het kruis en de zwakheden, die het kruis in deze wereld vergezelschappen. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, dat is ons van alle moeder. 2 Korinthiërs 11:2: Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een reine maagd aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus. Openbaring 14:4: Deze zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; deze zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; deze zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen voor God en het Lam. Psalmen 45:13: En de dochter van Tyrus, de rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. Psalmen 45:14: Van de Konings Dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 gelijk de tenten: Versta hier bij de tenten Kedars de nakomelingen van Kedar, den tweeden zoon van Ismaël, Gen. 25:13, die in tenten woonden, geen vaste woonplaats hebbende, maar zij zwermden om door Arabië van de ene plaats tot de andere. Zie de aantekening Ps. 120:5, 120:6. De kinderen Gods zijn ook naar de wereld en den uiterlijken schijn niet schoon of sierlijk, zij hebben hier ook geen blijvende plaats, maar zij verwachten het hemelse Jeruzalem. Genesis 25:13: En dit zijn de namen der zonen van Ismaël, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismaël, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam, Psalmen 120:5: O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone. Psalmen 120:6: Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.",
          "text1637": "Verst. hier by de tenten Kedars, de nakomelingen van Kedar, den tweeden sone Ismaels, Genes. 25.13. die in tenten woonden, geen vaste woon-plaetse hebbende, maer sy swarmden om-her door Arabien, van d’eene plaetse tot d’andere. Siet d’aenteeck. Psal. 120. op versen 5, 6. De kinderen Godes en zijn oock nae de werelt ende uyterlicken schijn, niet schoone, noch cierlick, sy en hebben oock hier geene blyvende plaetse, maer sy verwachten het hemelsche Ierusalem.",
          "text2026": "24 gelijk de tenten: Versta hier bij de tenten Kedars de nakomelingen van Kedar, de tweede zoon van Ismaël, Gen. 25:13, die in tenten woonden, geen vaste woonplaats hebbende, maar zij zwermden om door Arabië van de één plaats tot de andere. Zie de aantekening Ps. 120:5, 120:6. De kinderen van God zijn ook naar de wereld en de uiterlijken schijn niet schoon of sierlijk, zij hebben hier ook geen blijvende plaats, maar zij verwachten het hemelse Jeruzalem. Genesis 25:13: En dit zijn de namen van de zonen van Ismaël, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismaël, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam, Psalmen 120:5: O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars woon. Psalmen 120:6: Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die de vrede haten."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 gelijk de gordijnen: Alsof zij zeide: Ik ben wel als de tenten Kedars, maar ook zo schoon als de gordijnen van Salomo; [van welker schoonheid, zie Josefus in Antiq,lib. 8,cap. 2]; want de kinderen Gods zijn inwendig versierd met de gaven van den Heiligen Geest, gelijk zijn godzaligheid, liefde Gods en des naasten. Anders: gelijk de paviljoenen van Salomo, die van buiten [vanwege den regen, wind en der zonne brand] niet zeer schoon waren, maar van binnen waren zij treffelijk en schoon.",
          "text1637": "Als of sy seyde, ick ben wel als de tenten Kedars, maer oock soo schoon als de gordijnen Salomons: (van welcker schoonheyt siet Iosephum in Antiq. lib. 8. c. 2.) want de kinderen Godes zijn inwendich verciert met de gaven des H. Geestes, als zijn Godtsalicheyt, liefde Godes, ende des naesten. And. gelijck de pavilioenen Salomons, die van buyten (van wegen den regen, wint, ende der sonnen brant) niet seer schoone en waren, maer van binnen warense treffelick en schoone.",
          "text2026": "25 gelijk de gordijnen: Alsof zij zei: Ik ben wel als de tenten Kedars, maar ook zo schoon als de gordijnen van Salomo; [van van wie schoonheid, zie Josefus in Antiq,lib. 8,cap. 2]; want de kinderen van God zijn inwendig versierd met de gaven van de Heilige Geest, gelijk zijn godzaligheid, liefde van God en van de naasten. Anders: gelijk de paviljoenen van Salomo, die van buiten [vanwege de regen, wind en van de zonne brand] niet zeer schoon waren, maar van binnen waren zij treffelijk en schoon."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁחוֹרָ֤ה",
          "strongs": "H7838",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִי֙",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/נָאוָ֔ה",
          "strongs": "H5000",
          "morph": "HC/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "בְּנ֖וֹת",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִָ֑ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָהֳלֵ֣י",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קֵדָ֔ר",
          "strongs": "H6938",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/ירִיע֖וֹת",
          "strongs": "H3407",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "שְׁלֹמֹֽה",
          "strongs": "H8010",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Ik ben zwart, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> liefelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> (u dochters van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Jeruzalem!), zoals de tenten van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Kedar, zoals de gordijnen van Salomo.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ik ben zwart, doch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> liefelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> (gij dochteren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Jeruzalem!), gelijk de tenten van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ick ben swart, doch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> lieflick, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> (ghy dochteren Ierusalems) <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gelijck de tenten Kedars, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gelijck de gordynen Salomons.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "(gij dochteren",
          "new": "(u dochters",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gelijk",
          "new": "zoals",
          "principe": "V1544"
        },
        {
          "old": "gelijk",
          "new": "zoals",
          "principe": "V1544"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "zwart",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7838"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁחוֹרָ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H589"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲנִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefelijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5000"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְֽ/נָאוָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dochters",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1323"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּנ֖וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Jeruzalem",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3389"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְרוּשָׁלִָ֑ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tenten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H168"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/אָהֳלֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Kedar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6938"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קֵדָ֔ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gordijnen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3407"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ/ירִיע֖וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Salomo",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8010"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁלֹמֹֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:5",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.",
      "text1637": "[26] Siet my niet aen, dat ick swartachtich ben, om dat my [27] de Sonne heeft beschenen: [28] de kinderen mijner moeder waren tegen my [29] ontsteken, sy hebben my gesett tot eene hoederinne [30] der wijngaerden: [31] mijnen wijngaert dien ick hebbe, en hebbe ick niet gehoedt.",
      "text2026": "Zie mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen van mijn moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin van de wijngaarden. Mijn wijngaard, die ik heb, heb ik niet gehoed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 Ziet mij: De zin is: Ziet niet op mijne uiterlijke slechtigheid of mismaaktheid, en veracht mij daarom niet, maar ziet mijn inwendige schoonheid aan.",
          "text1637": "De sin is, En siet niet op mijne uyterlicke slechticheyt ofte mismaecktheyt, en verachtt my daerom niet, maer siet mijne inwendige schoonheyt aen.",
          "text2026": "26 Ziet mij: De zin is: Ziet niet op mijn uiterlijke slechtigheid of mismaaktheid, en veracht mij daarom niet, maar ziet mijn inwendige schoonheid aan."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 de zon: Hebreeuws, de zon heeft mij aangezien. Versta hier bij de zon [die degenen, die zij beschijnt, zwart maakt] de vervolgingen en verdrukkingen, gelijk Matth. 13:6, 13:21. Mattheüs 13:6: Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord. Mattheüs 13:21: Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, om des Woords wil, zo wordt hij terstond geërgerd.",
          "text1637": "Hebr. de Sonne my heeft aengesien. Verstaet hier by de sonne (die de gene diese beschijnt, swart maeckt) de vervolgingen ende verdruckingen, als Matt. 13.6, 21.",
          "text2026": "27 de zon: Hebreeuws, de zon heeft mij aangezien. Versta hier bij de zon [die degenen, die zij beschijnt, zwart maakt] de vervolgingen en verdrukkingen, gelijk Matt. 13:6, 13:21. Mattheüs 13:6: Maar als de zon opgegaan was, zo is het verbrand geworden; en omdat het geen wortel had, is het verdord. Mattheüs 13:21: Maar hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt, vanwege het Woord, zo wordt hij meteen geërgerd."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 de kinderen: Hier wordt gesproken van valse broeders, gelijk Ps. 69:9; Jes. 48:1, 48:2; Hand. 20:30, die wel roemen dat de kerk hunne moeder is, maar tevergeefs, dewijl zij God niet tot Vader hebben. Zie Deut. 32:5; Joh. 8:44. Psalmen 69:9: Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen. Jesaja 48:1: Hoort dit, gij huis van Jakob, die genoemd wordt met den naam van Israël, en uit de wateren van Juda voortgekomen zijt! die daar zweert bij den Naam des HEEREN, en vermeldt den God Israëls, maar niet in waarheid, noch in gerechtigheid. Jesaja 48:2: Ja, van de heilige stad worden zij genoemd, en zij steunen op den God Israëls; HEERE der heirscharen is Zijn Naam. Handelingen 20:30: En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich. Deuteronomium 32:5: Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht. Johannes 8:44: Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.",
          "text1637": "Hier wort gesproken van valsche broederen, als Psal. 69.9. Ies. 48.1, 2. Actor. 20.30. die wel roemen, dat de kercke hare moeder is, maer te vergeefs, dewyle sy Godt tot geenen Vader en hebben. siet Deut. 32.5. Ioh. 8.44.",
          "text2026": "28 de kinderen: Hier wordt gesproken van valse broers, gelijk Ps. 69:9; Jes. 48:1, 48:2; Hand. 20:30, die wel roemen dat de kerk hun moeder is, maar tevergeefs, omdat zij God niet tot Vader hebben. Zie Deut. 32:5; Joh. 8:44. Psalmen 69:9: Ik ben mijn broers vreemd geworden, en onbekend aan mijn moeders kinderen. Jesaja 48:1: Hoort dit, u huis van Jakob, die genoemd wordt met de naam van Israël, en uit de wateren van Juda voortgekomen zijt! die daar zweert bij de Naam van JAHWEH, en vermeldt de God van Israël, maar niet in waarheid, noch in gerechtigheid. Jesaja 48:2: Ja, van de heilige stad worden zij genoemd, en zij steunen op de God van Israël; JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam. Handelingen 20:30: En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich. Deuteronomium 32:5: Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht. Johannes 8:44: U bent uit de vader de duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoordenaar van de beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader daarvan leugen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten met toorn, dat is, zij hebben mij verdriet en kwelling aangedaan. De vijandschap en vervolging der valse broeders wordt 2 Kor. 11:26 gesteld onder de zwaarste gevaren en kruisen, die de Christenen overkomen. Zie Gal. 2:4. 2 Korinthiërs 11:26: In het reizen menigmaal in gevaren van rivieren, in gevaren van moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broeders; Galaten 2:4: En dat om der ingekropen valse broederen wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen.",
          "text1637": "T.w. met toorn. D. sy hebben my verdriet ende quellinge aengedaen. de vyantschap ende vervolginge der valsche broederen, wort 2.Cor. c. 11. vers 26. gestelt onder de swaerste periculen ende kruycen, die de Christenen over komen. siet Galat. 2. vers 4.",
          "text2026": "Te weten met toorn, dat is, zij hebben mij verdriet en kwelling aangedaan. De vijandschap en vervolging van de valse broers wordt 2 Kor. 11:26 gesteld onder de zwaarste gevaren en kruisen, die de Christenen overkomen. Zie Gal. 2:4. 2 Korinthiërs 11:26: In het reizen dikwijls in gevaren van rivieren, in gevaren van moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broers; Galaten 2:4: En dat om van de ingekropen valse broers wil, die van bezijden ingekomen waren, om te verspieden onze vrijheid, die wij in Christus Jezus hebben, opdat zij ons zouden tot dienstbaarheid brengen."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 der wijngaarden: Bij wijngaarden worden in de Heilige Schrift dikwijls verstaan verzamelingen der mensen, zo der goeden als der kwaden. Van de eersten, zie een voorbeeld Ps. 80; Jes. 5:1, 5:7; Matth. 20. Van de verzamelingen der kwaden, zie Deut. 32:32; Openb. 14:18. Hier verstaan sommigen door de wijngaarden de vervalste kerken in het algemeen en de geveinsde ledematen in het bijzonder, tot welke haar moeders zonen of kinderen haar zochten te brengen, willende dat zij acht zou geven op de instellingen en geboden der mensen. Zie Mark. 7:13; Han. 15:1,10; Gal. 6:12, 6:13; Kol. 2:20, 2:21, 2:22, 2:23. Immers klaagt hier de kerk dat zij van de valse broeders dikwijls zover overmeesterd wordt, dat hare regeerders en opzieners de bokken meer verstaan, dan de rechte schapen, de ketters en scheurmakers meer dan de rechtzinnigen. Waaruit dan niets dan groot onheil en verstoring der kerk ontstaan kan. Jesaja 5:1: Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel. Jesaja 5:7: Want de wijngaard van den HEERE der heirscharen is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn een plant zijner verlustigingen; en Hij heeft gewacht naar recht, maar ziet, het is schurftheid, naar gerechtigheid, maar ziet, het is geschreeuw. Deuteronomium 32:32: Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien. Openbaring 14:18: En een andere engel kwam uit van het altaar, die macht had over het vuur; en hij riep met een groot geroep, tot dengene, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel, en snijd af de druiftakken van den wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp. Marcus 7:13: Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij. Galaten 6:12: Al degenen, die een schoon gelaat willen tonen naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden, alleenlijk opdat zij vanwege het kruis van Christus niet zouden vervolgd worden. Galaten 6:13: Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden. Kolossensen 2:20: Indien gij dan met Christus de eerste beginselen der wereld zijt afgestorven, wat wordt gij, gelijk of gij in de wereld leefdet, met inzettingen belast? Kolossensen 2:21: Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan. Kolossensen 2:22: Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen; Kolossensen 2:23: Dewelke wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwilligen godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees.",
          "text1637": "By wijngaerden worden in de Heylige Schrift, dickwijls verstaen versamelingen der menschen, soo der goeden, als der quaden. Van d’eerste siet een exempel Psal. 80. Ies. 5.2, 7. Matth. c. 20. Vande versamelinge der quaden, siet exempel Deut. 32.32. Apoc. 14.18. Hier verstaen sommige door de wijngaerden, de vervalschte kercken in ’t gemeyn, ende de geveynsde ledematen in ’t besonder, tot de welcke hares moeders sonen ofte kinderen, haer sochten te brengen, willende dat sy achtinge soude geven op de instellingen ende geboden der menschen. siet Marc. 7.13. Actor. 15.1, 10. Galat. 6.12, 13. Colos. 2. versen 20, 21, 22, 23. Immers klaecht alhier de kercke, datse van de valsche broeders dickwijls soo verre over-meestert wort, dat hare Regeerders ende op-sienders, de bocken meer voorstaen, als de rechte schapen: de ketters ende scheur-makers meer dan de rechtsinnige. Daer uyt dan niet dan grooten onheyl ende verstooringe der kercke ontstaen en kan.",
          "text2026": "30 van de wijngaarden: Bij wijngaarden worden in de Heilige Schrift dikwijls verstaan verzamelingen van de mensen, zo van de goede als van de kwade. Van de eerste, zie een voorbeeld Ps. 80; Jes. 5:1, 5:7; Matt. 20. Van de verzamelingen van de kwade, zie Deut. 32:32; Openb. 14:18. Hier verstaan sommigen door de wijngaarden de vervalste kerken in het algemeen en de geveinsde ledematen in het bijzonder, tot welke haar moeders zonen of kinderen haar zochten te brengen, willende dat zij acht zou geven op de instellingen en geboden van de mensen. Zie Mark. 7:13; Han. 15:1,10; Gal. 6:12, 6:13; Kol. 2:20, 2:21, 2:22, 2:23. Immers klaagt hier de kerk dat zij van de valse broers dikwijls zover overmeesterd wordt, dat haar regeerders en opzieners de bokken meer verstaan, dan de rechte schapen, de ketters en scheurmakers meer dan de rechtzinnigen. Waaruit dan niets dan groot onheil en verstoring van de kerk ontstaan kan. Jesaja 5:1: Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel. Jesaja 5:7: Want de wijngaard van JAHWEH van de legermachten is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn een plant zijn verlustigingen; en Hij heeft gewacht naar recht, maar ziet, het is schurftheid, naar gerechtigheid, maar ziet, het is geschreeuw. Deuteronomium 32:32: Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien. Openbaring 14:18: En een andere engel kwam uit van het altaar, die macht had over het vuur; en hij riep met een groot geroep, tot dengene, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel, en snijd af de druiftakken van de wijngaard van de aarde, want zijn druiven zijn rijp. Marcus 7:13: Makende zo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die u ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet u. Galaten 6:12: Al degenen, die een schoon gelaat willen tonen naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden, alleen opdat zij vanwege het kruis van Christus niet zouden vervolgd worden. Galaten 6:13: Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat u besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden. Kolossensen 2:20: Als u dan met Christus de eerste beginselen van de wereld bent afgestorven, wat wordt u, gelijk of u in de wereld leefde, met inzettingen belast? Kolossensen 2:21: Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan. Kolossensen 2:22: Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen van de mensen; Kolossensen 2:23: Die wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwilligen godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, maar zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging van het vlees."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 Mijn wijngaard: Dat is, ik heb dien niet in acht genomen naar behoren, verhinderd en teruggehouden zijnde òf door mijn eigen zwakheid, òf door tirannie en vervolging. Anderen nemen die woorden aldus, alsof de Bruid [of leraars der eerste kerk] dit wilde zeggen: Ik werd gesteld om opzicht te hebben over andere kerken. Ik heb de eerste kerk, die ik geplant had, verlaten en andere kerken zijn van mij gezaaid geworden door de ganse wereld. De eerste kerk, die te Jeruzalem geplant werd, mocht ik daar niet behouden noch er bij blijven, vanwege de vervolging der Joden en andere tirannen.",
          "text1637": "D. ick en hebbe dien niet in achtinge genomen nae behooren, verhindert ende te rugge gehouden zijnde, of door mijne eygene swackheyt, of door tyrannye, ende vervolginge. Andre nemen die woorden aldus, als of de Bruyt, ofte (Leeraers der eerster kercke) dit woude seggen, Ick wiert gestelt om opsicht te hebben over andre kercken, Ick hebbe d’eerste kercke, die ick geplant hadde, verlaten, ende zijn andre kercken van my gezaeyt geworden door de gantsche werelt: De eerste kercke die te Ierusalem geplant wert, en mocht ick daer niet behouden, nochte by blyven, van wegen de vervolginge der Ioden, ende anderer tyrannen.",
          "text2026": "31 Mijn wijngaard: Dat is, ik heb die niet in acht genomen naar behoren, verhinderd en teruggehouden zijnde òf door mijn eigen zwakheid, òf door tirannie en vervolging. Anderen nemen die woorden aldus, alsof de Bruid [of leraars van de eerste kerk] dit wilde zeggen: Ik werd gesteld om opzicht te hebben over andere kerken. Ik heb de eerste kerk, die ik geplant had, verlaten en andere kerken zijn van mij gezaaid geworden door de gehele wereld. De eerste kerk, die te Jeruzalem geplant werd, mocht ik daar niet behouden noch er bij blijven, vanwege de vervolging van de Joden en andere tirannen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּרְא֨וּ/נִי֙",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqj2mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HTr/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׁחַרְחֹ֔רֶת",
          "strongs": "H7840",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/שֱּׁזָפַ֖תְ/נִי",
          "strongs": "H7805",
          "morph": "HTr/Vqp3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁ֑מֶשׁ",
          "strongs": "H8121",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֧י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אִמִּ֣/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִֽחֲרוּ",
          "strongs": "H2787",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִ֗/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׂמֻ֨/נִי֙",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֹטֵרָ֣ה",
          "strongs": "H5201",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/כְּרָמִ֔ים",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "כַּרְמִ֥/י",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/לִּ֖/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HTr/R/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נָטָֽרְתִּי",
          "strongs": "H5201",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Zie mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> de zon heeft beschenen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> de kinderen van mijn moeder waren tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> wijngaarden. Mijn wijngaard, die ik heb, heb ik niet gehoed.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> de zon heeft beschenen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> de kinderen mijner moeder waren tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> der wijngaarden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Siet my niet aen, dat ick swartachtich ben, om dat my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> de Sonne heeft beschenen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> de kinderen mijner moeder waren tegen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> ontsteken, sy hebben my gesett tot eene hoederinne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> der wijngaerden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> mijnen wijngaert dien ick hebbe, en hebbe ick niet gehoedt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet",
          "new": "Zie",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H408"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Zie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7200"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תִּרְא֨וּ/נִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ik",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H589"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ/אֲנִ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zwartachtig",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7840"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁחַרְחֹ֔רֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beschenen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7805"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ/שֱּׁזָפַ֖תְ/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/שָּׁ֑מֶשׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kinderen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּנֵ֧י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "moeder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H517"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִמִּ֣/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ontstoken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2787"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִֽחֲרוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              8
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H2734"
          ],
          "toelichting": "MorphHB leest נִחֲרוּ bij H2787; de uitlijngids geeft H2734."
        },
        {
          "tekst": "gezet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7760"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׂמֻ֨/נִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hoederin",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5201"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נֹטֵרָ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              11
            ]
          },
          "anker": "wijngaarden",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "wijngaarden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3754"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/כְּרָמִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijngaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3754"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּרְמִ֥/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gehoed",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5201"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָטָֽרְתִּי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:6",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?",
      "text1637": "[32] Segget [c] my aen, [ghy] [d] dien mijne ziele lief heeft, [33] waer ghy weydet, waer ghy [de kudde] legert, in den middage: want [34] waerom soude ick zijn als eene die haer bedeckt by de kudden uwer metgesellen?",
      "text2026": "Zeg mij aan, U, Die mijn ziel liefheeft, waar U weidt, waar U de kudde legert in de middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden van Uw metgezellen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 Zeg mij aan: Of, geef mij te kennen. Hier spreekt wederom de Bruid haar Bruidegom aan, en zij verzoekt van hem den geest des onderscheids, om door de valse leraars niet bedrogen te worden. Want er zullen valse profeten komen, die zeggen zullen: Hier is Christus, daar is Christus; Mark. 13:21. En somtijds verbergt God zijn aangezicht, Deut. 32:20, en zegt: Ik zal u niet weiden; Zach. 11:9. Marcus 13:21: En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet. Deuteronomium 32:20: En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Zacharia 11:9: En ik zeide: ik zal ulieden niet meer weiden; wat sterft, dat sterve, en wat afgesneden is, dat zij afgesneden, en dat de overgeblevenen de een des anderen vlees verslinden.",
          "text1637": "Of, Geeft my te kennen. Hier spreeckt wederom de Bruyt haren Bruydegom aen, ende sy versoeckt van hem den geest des onderscheyts, om van de valsche leeraers niet bedrogen te worden. Want daer sullen valsche Propheten komen, die seggen sullen, Hier is Christus, daer is Christus. Marc. c. 13. vers 21. Ende somtijts verbercht Godt sijn aengesichte, Deut. 32.20. ende seyt, Ick en sal u niet weyden. Zach. 11.9.",
          "text2026": "32 Zeg mij aan: Of, geef mij te kennen. Hier spreekt opnieuw de Bruid haar Bruidegom aan, en zij verzoekt van hem de geest van de onderscheids, om door de valse leraars niet bedrogen te worden. Want er zullen valse profeten komen, die zeggen zullen: Hier is Christus, daar is Christus; Mark. 13:21. En somtijds verbergt God zijn aangezicht, Deut. 32:20, en zegt: Ik zal u niet weiden; Zach. 11:9. Marcus 13:21: En alsdan, zo iemand tot u zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet. Deuteronomium 32:20: En Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hun einde zal wezen; want zij zijn een geheel verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Zacharia 11:9: En ik zei: ik zal u niet meer weiden; wat sterft, dat sterve, en wat afgesneden is, dat zij afgesneden, en dat de overgeblevenen de één van de anderen vlees verslinden."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 waar Gij weidt: Christus is de opperste Herder der schapen, Ps. 23:1, die beloofd is; Ezech. 34:23, 34:24. De profeten, apostelen en alle oprechte leraars zijn zijne gezanten of boden, die Hij uitzendt om in zijnen naam zijne schapen te weiden in de weiden des levens; Joh. 21:15, 21:16, 21:17. Hier vraagt de kerk zeer ernstiglijk, waar zij rust en weide vinden zal op den middag, dat is in het heetste van de vervolging, der ketterijen en scheuringen, als de schapen door de hitte des kruises schijnen te versmachten. Vergelijk Jes. 49:10; Joh. 16:33. Psalmen 23:1: Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn. Ezechiël 34:24: En Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken. Johannes 21:15: Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren. Johannes 21:16: Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. Johannes 21:17: Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen. Jesaja 49:10: Zij zullen niet hongeren, noch dorsten, en de hitte en de zon zal hen niet steken; want hun Ontfermer zal ze leiden, en Hij zal hen aan de springaders der wateren zachtjes leiden. Johannes 16:33: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.",
          "text1637": "Christus is de opperste Herder der schapen, Psal. 23.1. die belooft is Ezech. 34. versen 23, 24. De Propheten, Apostelen, ende alle oprechte Leeraers, zijn sijne Gesanten ofte boden, die hy uytsent, om in sijnen name sijne schapen te weyden in de weyden des levens. Ioh. 21. versen 15, 16, 17. Hier vraecht de kercke seer eernstlick, waer datse ruste ende weyde vinden sal op den middach, D. in ’t heetste van de vervolginge, der ketteryen, ende scheuringen, als de schapen door de hitte des kruyces schynen te versmachten. Vergel. Iesa. 49.10. Ioh. 16.33.",
          "text2026": "33 waar U weidt: Christus is de opperste Herder van de schapen, Ps. 23:1, die beloofd is; Ez. 34:23, 34:24. De profeten, apostelen en alle oprechte leraars zijn zijn gezanten of boden, die Hij uitzendt om in zijn naam zijn schapen te weiden in de weiden van het leven; Joh. 21:15, 21:16, 21:17. Hier vraagt de kerk zeer ernstiglijk, waar zij rust en weide vinden zal op de middag, dat is in het heetste van de vervolging, van de ketterijen en scheuringen, als de schapen door de hitte van het kruis schijnen te versmachten. Vergelijk Jes. 49:10; Joh. 16:33. Psalmen 23:1: Een psalm van David. JAHWEH is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn. Ezechiël 34:24: En Ik, JAHWEH, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, JAHWEH, heb het gesproken. Johannes 21:15: Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt u Mij liever dan deze? Hij zei tot Hem: Ja, Heer! U weet, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Weid Mijn lammeren. Johannes 21:16: Hij zei opnieuw tot hem ten tweede maal: Simon, zoon van Jonas, hebt u Mij lief? Hij zei tot Hem: Ja, Heer, U weet, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Hoed Mijn schapen. Johannes 21:17: Hij zei tot hem ten derde maal: Simon, zoon van Jonas, hebt u Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derde maal tot hem zei: Hebt u Mij lief, en zei tot Hem: Heer! U weet alle dingen, U weet, dat ik U liefheb. Jezus zei tot hem: Weid Mijn schapen. Jesaja 49:10: Zij zullen niet hongeren, noch dorsten, en de hitte en de zon zal hen niet steken; want hun Ontfermer zal ze leiden, en Hij zal hen aan de springaders van de wateren zachtjes leiden. Johannes 16:33: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede hebt. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, waarom zoudt Gij toelaten dat ik zou zijn als ene vrouw, die vanwege droefenis bedekt is, omdat ik U niet zou vinden, herwaarts en derwaarts gaande in treurigheid? Het bedekken des aangezichts is een teken òf van droefenis, òf van schaamte. Zo wenst dan hier de Bruid te weten waar de Bruidegom zijne schapen weidt, om zich straks bij dezelve, of bij hem te vervoegen, opdat zij herwaarts en derwaarts gaande, niet zou veracht worden of verdwalen. Anders: als ene, die ter zijde afwijkt tot de kudde uwer gezellen? Alsof zij zeide: Indien ik zulks deed, [bij gebreke van uwe tegenwoordigheid], ik zou kunnen bedrogen worden, overmits er velen zijn, die den naam van uwe metgezellen, dienaars of vrienden voeren; [Matth. 24:5, 24:24, en 2 Petr. 2:1, 2:2;] daar zij inderdaad uwe vijanden en afleiders van Christus zijn; 2 Kor. 11:3. Dit is den Galaten wedervaren, Gal. 1:6, 1:7. Allen, die hun verblijf niet hebben in het erfdeel des Heeren, staan in gevaar van tot anderer goden dienst te vervallen. Zie 1 Sam. 26:19. Mattheüs 24:5: Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden. Mattheüs 24:24: Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden. 2 Petrus 2:1: En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelven brengende; 2 Petrus 2:2: En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden. 2 Korinthiërs 11:3: Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is. Galaten 1:6: Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie; Galaten 1:7: Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren. 1 Samuël 26:19: En nu, mijn heer de koning hore toch naar de woorden zijns knechts. Indien de HEERE u tegen mij aanport, laat Hem het spijsoffer rieken; maar indien het mensenkinderen zijn, zo zijn zij vervloekt voor het aangezicht des HEEREN, dewijl zij mij heden verstoten, dat ik niet mag vastgehecht blijven in het erfdeel des HEEREN, zeggende: Ga heen, dien andere goden.",
          "text1637": "D. waerom soudt ghy toelaten, dat ick soude zijn, als een vrouwe die van wegen droeffenisse bedeckt is, om dat ick u niet en soude vinden, herwaerts ende derwaerts gaende in treuricheyt? het bedecken des aengesichts is of een teecken van droeffenisse, of van schaemte. So wenscht dan hier de Bruyt te weten, waer dat de Bruydegom sijne schapen weydet, om haer stracks by de selve, of, by hem te vervoegen, op dat sy herwaerts ende derwaerts gaende, niet en soude veracht worden ofte verdwalen: Anders, Als eene die ter zijden afwijckt tot de kudden uwer gesellen? Als of sy seyde, Indien ick sulcx dede, (by foute van uwe presentie) Ick soude kunnen bedrogen worden, overmits datter vele zijn, die den name van uwe metgesellen, dienaers, ofte vrienden voeren (Matth. 24.5, 24. ende 2.Pet. 2.1, 2.) daer sy in der daet uwe vyanden, ende afleyders van Christo zijn, 2.Cor. 11.3. Dit is den Galaten wedervaren, Galat. 1.6, 7. Alle die haer verblijf niet en hebben in het erfdeel des Heeren, die staen in perickel van tot anderer Goden dienst te vervallen. siet 1.Sam. 26.19.",
          "text2026": "Dat is, waarom zoudt U toelaten dat ik zou zijn als een vrouw, die vanwege droefenis bedekt is, omdat ik U niet zou vinden, herwaarts en daarheen gaande in treurigheid? Het bedekken van het aangezicht is een teken òf van droefenis, òf van schaamte. Zo wenst dan hier de Bruid te weten waar de Bruidegom zijn schapen weidt, om zich straks bij dezelfde, of bij hem te vervoegen, opdat zij herwaarts en daarheen gaande, niet zou veracht worden of verdwalen. Anders: als een, die ter zijde afwijkt tot de kudde uw gezellen? Alsof zij zei: Als ik zulks deed, [bij gebreke van uw aanwezigheid], ik zou kunnen bedrogen worden, omdat er velen zijn, die de naam van uw metgezellen, dienaren of vrienden voeren; [Matt. 24:5, 24:24, en 2 Petr. 2:1, 2:2;] daar zij inderdaad uw vijanden en afleiders van Christus zijn; 2 Kor. 11:3. Dit is de Galaten wedervaren, Gal. 1:6, 1:7. Allen, die hun verblijf niet hebben in het erfdeel van de Heer, staan in gevaar van tot anderer goden dienst te vervallen. Zie 1 Sam. 26:19. Mattheüs 24:5: Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden. Mattheüs 24:24: Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderen doen, zo dat zij (als het mogelijk was) ook de uitverkorenen zouden verleiden. 2 Petrus 2:1: En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedektelijk invoeren zullen, ook de Heer, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelven brengende; 2 Petrus 2:2: En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg van de waarheid zal gelasterd worden. 2 Korinthiërs 11:3: Maar ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, zo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is. Galaten 1:6: Ik verwonder mij, dat u zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie; Galaten 1:7: Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren. 1 Samuël 26:19: En nu, mijn heer de koning hore toch naar de woorden zijns knechts. Als JAHWEH u tegen mij aanport, laat Hem het spijsoffer rieken; maar als het mensenkinderen zijn, zo zijn zij vervloekt voor het aangezicht van JAHWEH, omdat zij mij heden verstoten, dat ik niet mag vastgehecht blijven in het erfdeel van JAHWEH, zeggende: Ga heen, die andere goden."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 12:5. Deuteronomium 12:5: Maar naar de plaats, die de HEERE, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, naar Zijn woning zult gijlieden vragen, en daarheen zult gij komen;",
          "text1637": "Deut. 12.5.",
          "text2026": "Deut. 12:5. Deuteronomium 12:5: Maar naar de plaats, die JAHWEH, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam daar te zetten, naar Zijn woning zult u vragen, en daarheen zult u komen;"
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 3:1; idem v. 2; idem v. 3. Hooglied 3:1: Ik zocht des nachts op mijn leger Hem, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide: Hooglied 3:2: Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet. Hooglied 3:3: De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij: ik zeide: Hebt gij Dien gezien, Dien mijn ziel liefheeft?",
          "text1637": "Cant. 3. versen 1, 2, 3.",
          "text2026": "Hoogl. 3:1; idem v. 2; idem v. 3. Hooglied 3:1: Ik zocht van de nacht op mijn leger Hem, Die mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zei: Hooglied 3:2: Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Die mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet. Hooglied 3:3: De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij: ik zei: Hebt u Die gezien, Die mijn ziel liefheeft?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַגִּ֣ידָ/ה",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לִּ֗/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֤/אָהֲבָה֙",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HTr/Vqp3fs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֔/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵיכָ֣ה",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "תִרְעֶ֔ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵיכָ֖ה",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "תַּרְבִּ֣יץ",
          "strongs": "H7257",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "בַּֽ/צָּהֳרָ֑יִם",
          "strongs": "H6672",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "שַׁ/לָּ/מָ֤ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTr/R/Ti"
        },
        {
          "woord": "אֶֽהְיֶה֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ/עֹ֣טְיָ֔ה",
          "strongs": "H5844",
          "morph": "HR/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֶדְרֵ֥י",
          "strongs": "H5739",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "חֲבֵרֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H2270",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Zeg<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> mij aan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> U, Die mijn ziel liefheeft, waar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> U weidt, waar U de kudde legert in de middag; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden van Uw metgezellen?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Zeg<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> mij aan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Segget <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> my aen, [ghy] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> dien mijne ziele lief heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> waer ghy weydet, waer ghy [de kudde] legert, in den middage: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> waerom soude ick zijn als eene die haer bedeckt by de kudden uwer metgesellen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij, Dien",
          "new": "U, Die",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zeg",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5046"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַגִּ֣ידָ/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefheeft",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H157"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ֤/אָהֲבָה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ziel",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5315"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נַפְשִׁ֔/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "waar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H349"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵיכָ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weidt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7462"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תִרְעֶ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "waar",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H349"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵיכָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "legert",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7257"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תַּרְבִּ֣יץ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "middag",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6672"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּֽ/צָּהֳרָ֑יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "waarom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שַׁ/לָּ/מָ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶֽהְיֶה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bedekt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5844"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/עֹ֣טְיָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kudden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5739"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֶדְרֵ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "metgezellen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2270"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֲבֵרֶֽי/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:7",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.",
      "text1637": "[35] Indien ghy’t niet en weet, [e] ô ghy [36] schoonste onder de wijven: [37] so gaet uyt op de voetstappen der [38] schapen, ende weydet uwe geyten [39] by de wooningen der herderen.",
      "text2026": "Als u het niet weet, o u schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen van de schapen, en weid uw geiten bij de woningen van de herders.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 Indien gij het niet weet: Anders: dewijl gij dat niet weet; te weten, waar Ik mijne schapen weid. Dat is een antwoord van Jezus Christus op de voorgaande vraag zijner Bruid, vers 7; bestraffendd vriendelijk hare onwetendheid in deze nodige en gewichtige zaak. Anders: indien gij het u, of voor uzelve niet weet; alsof Hij zeide: Dewijl gij van uzelve onwetend zijt, zo zal Ik u onderwijzen. Hooglied 1:7: Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?",
          "text1637": "And. Dewijle ghy dat niet en weett. T.w. waer ick mijne schapen weyde. Dit is een antwoorde Iesu Christi, op de voor-gaende vrage sijner Bruyt vers 7. bestraffende vriendelick hare onwetenheyt in dese noodige ende gewichtige sake. And. Indien ghy het u, of, voor u selven niet en weet, als of hy seyde, dewyle ghy van u selven onwetende zijt, so sal ick u onderwijsen.",
          "text2026": "35 Als u het niet weet: Anders: omdat u dat niet weet; te weten, waar Ik mijn schapen weid. Dat is een antwoord van Jezus Christus op de voorgaande vraag zijn Bruid, vers 7; bestraffendd vriendelijk haar onwetendheid in deze nodige en gewichtige zaak. Anders: als u het u, of voor uzelve niet weet; alsof Hij zei: Omdat u van uzelve onwetend bent, zo zal Ik u onderwijzen. Hooglied 1:7: Zeg mij aan, U, Die mijn ziel liefheeft, waar U weidt, waar U de kudde legert in de middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uw metgezellen?"
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 schoonste onder de vrouwen: Hebreeuws, נָּשִׁים, gij schone onder de vrouwen; dat is, gij, die de schoonste zijt. Aldus spreekt de engel tot de heilige jonkvrouw Maria: Gij zijt gezegend onder de vrouwen; dat is, de allergezegendste, of meer gezegend dan andere vrouwen; Luk. 1:28, 1:42. Alzo wordt de leeuw gezegd sterk te zijn onder de beesten; dat is, de sterkste; Spreuk. 30:30. Zie de aantekening aldaar. De kerk Gods wordt de schoonste genoemd omdat zij door Jezus Christus' bloed en Geest gewasschenen en gezuiverd is van al hare zonden, Ef. 5:26, 5:27, en begaafd met allerlei schone geestelijke deugden, alhoewel in zichzelve van nature lelijk en verachtzaam zijnde, Ezech. 16:3, 16:4; zie boven, vers 5, en vers 15, 1:16. Lukas 1:28: En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen. Lukas 1:42: En riep uit met een grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks! Spreuken 30:30: De oude leeuw geweldig onder de gedierten, die voor niemand zal wederkeren; Efeziërs 5:26: Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord; Efeziërs 5:27: Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Ezechiël 16:3: En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaänieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische. Ezechiël 16:4: En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden. Hooglied 1:5: Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo. Hooglied 1:15: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen. Hooglied 1:16: Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.",
          "text1637": "Hebr. ghy schoone onder de wyven. D. ghy, die de schoonste zijt. Aldus spreeckt de Engel tot de H. Ionckvrouwe Mariam, Ghy zijt gesegent onder de Vrouwen. D. de aldergesegenste, of, meer gesegent dan andre vrouwen, Luce 1.28, 42. Alsoo wort de leeuw geseyt sterck te zijn onder de beesten, D. de sterckste, Prov. 30.38. Siet de aenteeck. aldaer. De kercke Godes wort de schoonste genoemt, om datse door Iesu Christi bloet ende Geest gewasschen ende gesuyvert is van alle hare sonden, Eph. 5.26, 27. ende begaeft met allerley schoone geestelicke deuchden, alhoewel in haer selven zijnde van natuere leelick ende verachtsaem. Ezech. 16.3, 4. Siet bov. versen 5, 15, 16.",
          "text2026": "36 schoonste onder de vrouwen: Hebreeuws, נָּשִׁים, u schone onder de vrouwen; dat is, u, die de schoonste bent. Aldus spreekt de engel tot de heilige jonkvrouw Maria: U bent gezegend onder de vrouwen; dat is, de allergezegendste, of meer gezegend dan andere vrouwen; Luk. 1:28, 1:42. Zo wordt de leeuw gezegd sterk te zijn onder de beesten; dat is, de sterkste; Spr. 30:30. Zie de aantekening daar. De kerk van God wordt de schoonste genoemd omdat zij door Jezus Christus' bloed en Geest gewasschenen en gezuiverd is van al haar zonden, Ef. 5:26, 5:27, en begaafd met allerlei schone geestelijke deugden, alhoewel in zichzelf van nature lelijk en verachtzaam zijnde, Ez. 16:3, 16:4; zie boven, vers 5, en vers 15, 1:16. Lukas 1:28: En de engel tot haar ingekomen zijnde, zei: Wees gegroet, u begenadigde; de Heer is met u; u bent gezegend onder de vrouwen. Lukas 1:42: En riep uit met een grote stem, en zei: Gezegend zijt u onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws buiks! Spreuken 30:30: De oude leeuw geweldig onder de gedierten, die voor niemand zal terugkeren; Efeziërs 5:26: Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad van het water door het Woord; Efeziërs 5:27: Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk. Ezechiël 16:3: En zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land van de Kanaänieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische. Ezechiël 16:4: En aangaande uw geboorten: op de dag als u geboren was, werd uw navel niet afgesneden; en u was niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; u was ook in geen geval met zout gewreven, noch in windselen gewonden. Hooglied 1:5: Ik ben zwart, maar liefelijk (u dochters van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo. Hooglied 1:15: Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! Zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen. Hooglied 1:16: Zie, u bent schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 zo ga uit: Alsof hij zeide: Let op de voorbeelden der heilige patriarchen en anderen mijner uiverkorenen, die in de Heilige Schriftuur met voortreffelijke getuigenissen versierd zijn; Hebr., 11. Volg hun geloof en hunne werken na. Volg die na, die van den beginne aan der wereld mij gekend en gevolgd hebben, aanmerkende de uitkomst hunner wandeling; Hebr. 11:1, 11:2, enz., en Hebr. 12:2, en Hebr. 13:7. Zie ook Jer. 6:16, en 1 Kor. 11:1. Hebreeën 11:1: Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. Hebreeën 11:2: Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen. Hebreeën 12:2: Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God. Hebreeën 13:7: Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling. Jeremia 6:16: Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 1 Korinthiërs 11:1: Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus.",
          "text1637": "Als of hy seyde, Let op de exempelen der H. Patriarchen, ende andere mijne uytverkorene, die inde H. Schrifuere met treffelicke getuygenissen verciert zijn. Hebr. c. 11. Volcht haer geloove ende hare wercken na: Volcht die na die van den aenbeginne der werelt my gekent ende gevolcht hebben, aenmerckende de uytkomste haerder wandelinge. Hebr. 13.7. ende 11.1, 2, etc. ende 12.2. Siet oock Ierem. 6.16. ende 1.Cor. 11.1.",
          "text2026": "37 zo ga uit: Alsof hij zei: Let op de voorbeelden van de heilige patriarchen en anderen mijn uiverkorenen, die in de Heilige Schriftuur met voortreffelijke getuigenissen versierd zijn; Hebr., 11. Volg hun geloof en hun werken na. Volg die na, die van de beginne aan van de wereld mij gekend en gevolgd hebben, aanmerkende de uitkomst hun wandeling; Hebr. 11:1, 11:2, enz., en Hebr. 12:2, en Hebr. 13:7. Zie ook Jer. 6:16, en 1 Kor. 11:1. Hebreeën 11:1: Het geloof nu is een vaste grond van de dingen, die men hoopt, en een bewijs van de zaken, die men niet ziet. Hebreeën 11:2: Want door hetzelfde hebben de ouden getuigenis bekomen. Hebreeën 12:2: Ziende op de oversten Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus, Die, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God. Hebreeën 13:7: Gedenkt uw voorgangeren, die u het Woord van God gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hun wandeling. Jeremia 6:16: Zo zegt JAHWEH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult u rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 1 Korinthiërs 11:1: Weest mijn navolgers, zoals ook ik van Christus."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hier door de schapen en de geiten de Christenen die zich tot Gods kerk begeven, Joh. 21:15, 21:16, en 1 Petr. 2:25. Deze wil de Bruidegom dat de Bruid, dat is de kerk, zal aannemen en bezorgen, dat zij met de geestelijke spijs gevoed worden. Johannes 21:15: Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere! Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren. Johannes 21:16: Hij zeide wederom tot hem ten tweeden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, Gij weet, dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Hoed Mijn schapen. 1 Petrus 2:25: Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.",
          "text1637": "Verstaet hier door de schapen ende geyten, de Christenen, die haer tot Godts kercke begeven. Ioh. 21.15, 16. ende 1.Pet. 2.2. Dese wil de Bruydegom dat de Bruyt, D. de kercke, sal aennemen ende besorgen, dat sy met de geestelicke spyse gevoet worden.",
          "text2026": "Versta hier door de schapen en de geiten de Christenen die zich tot Gods kerk begeven, Joh. 21:15, 21:16, en 1 Petr. 2:25. Deze wil de Bruidegom dat de Bruid, dat is de kerk, zal aannemen en bezorgen, dat zij met de geestelijke voedsel gevoed worden. Johannes 21:15: Toen zij dan het middagmaal gehouden hadden, zei Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt u Mij liever dan deze? Hij zei tot Hem: Ja, Heer! U weet, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Weid Mijn lammeren. Johannes 21:16: Hij zei opnieuw tot hem ten tweede maal: Simon, zoon van Jonas, hebt u Mij lief? Hij zei tot Hem: Ja, Heer, U weet, dat ik U liefheb. Hij zei tot hem: Hoed Mijn schapen. 1 Petrus 2:25: Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener uw zielen."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 bij de woningen: Dat is breng uwe kudden in de weide en kooi, die de profeten en apostelen gevolgd en aangewezen hebben, en die zij in hunne schriften der gemeente nagelaten hebben. Zie Ps. 77:21, en Ps. 78:70, 78:71, 78:72, en 2 Petr. 1:19, en 2 Petr. 3:2. Psalmen 77:21: Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron. Psalmen 78:70: En Hij verkoos Zijn knecht David, en nam hem van de schaapskooien; Psalmen 78:71: Van achter de zogende schapen deed Hij hem komen, om te weiden Jakob, Zijn volk, en Israël, Zijn erfenis. Psalmen 78:72: Ook heeft hij hen geweid naar de oprechtheid zijns harten, en heeft hen geleid met een zeer verstandig beleid zijner handen. 2 Petrus 1:19: En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten. 2 Petrus 3:2: Opdat gij gedachtig zijt aan de woorden, die van de heilige profeten te voren gesproken zijn, en aan ons gebod, die des Heeren en Zaligmakers apostelen zijn;",
          "text1637": "D. brengt uwe kudden inde weyde ende koye, die de Propheten ende Apostelen gevolcht ende aengewesen hebben, ende die sy in hare Schriften der Gemeynte nagelaten hebben. siet Psal. 77.21. ende Psal. 78. versen 70, 71, 72. ende 1.Petr. 1.19. ende 3.2.",
          "text2026": "39 bij de woningen: Dat is breng uw kudden in de weide en kooi, die de profeten en apostelen gevolgd en aangewezen hebben, en die zij in hun schriften van de gemeente nagelaten hebben. Zie Ps. 77:21, en Ps. 78:70, 78:71, 78:72, en 2 Petr. 1:19, en 2 Petr. 3:2. Psalmen 77:21: U leidde Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron. Psalmen 78:70: En Hij verkoos Zijn knecht David, en nam hem van de schaapskooien; Psalmen 78:71: Van achter de zogende schapen deed Hij hem komen, om te weiden Jakob, Zijn volk, en Israël, Zijn erfenis. Psalmen 78:72: Ook heeft hij hen geweid naar de oprechtheid zijns harten, en heeft hen geleid met een zeer verstandig beleid zijn handen. 2 Petrus 1:19: En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en u doet wel, dat u daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten. 2 Petrus 3:2: Opdat u gedachtig bent aan de woorden, die van de heilige profeten te voren gesproken zijn, en aan ons gebod, die van de Heer en Zaligmakers apostelen zijn;"
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 5:9; Hoogl. 6:1. Hooglied 5:9: Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o gij schoonste onder de vrouwen! wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, dat gij ons zo bezworen hebt! Hooglied 6:1: Waar is uw Liefste heengegaan, o gij schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?",
          "text1637": "Cant. 5.9. ende 6.1.",
          "text2026": "Hoogl. 5:9; Hoogl. 6:1. Hooglied 5:9: Wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, o u schoonste onder de vrouwen! wat is uw Liefste meer dan een ander liefste, dat u ons zo bezworen hebt! Hooglied 6:1: Waar is uw Liefste heengegaan, o u schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֵדְעִי֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi2fs"
        },
        {
          "woord": "לָ֔/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּפָ֖ה",
          "strongs": "H3303",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/נָּשִׁ֑ים",
          "strongs": "H802",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "צְֽאִי",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "לָ֞/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עִקְבֵ֣י",
          "strongs": "H6119",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּ֗אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְעִי֙",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqv2fs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "גְּדִיֹּתַ֔יִ/ךְ",
          "strongs": "H1429",
          "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכְּנ֥וֹת",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֹעִֽים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup><span class=\"chorus-speaks\"><i> Als u het niet weet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> o u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> schoonste onder de vrouwen!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> zo ga uit op de voetstappen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> de schapen, en weid uw geiten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> bij de woningen van de herders.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Indien gij het niet weet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> o gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> schoonste onder de vrouwen!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> zo ga uit op de voetstappen der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> schapen, en weid uw geiten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> bij de woningen der herderen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Indien ghy’t niet en weet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> ô ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> schoonste onder de wijven: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> so gaet uyt op de voetstappen der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> schapen, ende weydet uwe geyten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> by de wooningen der herderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Indien gij",
          "new": "Als u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der herderen.",
          "new": "van de herders.",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Als",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H518"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֤א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תֵדְעִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schoonste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3303"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/יָּפָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vrouwen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H802"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/נָּשִׁ֑ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ga",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3318"
          ],
          "bronwoorden": [
            "צְֽאִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voetstappen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6119"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/עִקְבֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schapen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6629"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/צֹּ֗אן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7462"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/רְעִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              9
            ]
          },
          "anker": "geiten",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "geiten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1429"
          ],
          "bronwoorden": [
            "גְּדִיֹּתַ֔יִ/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "woningen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4908"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִשְׁכְּנ֥וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "herders",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7462"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָ/רֹעִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:8",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao.",
      "text1637": "[f] Mijne Vriendinne, Ick gelijcke u [40] by de peerden in de wagens van Pharao.",
      "text2026": "Mijn vriendin! Ik vergelijk u bij de paarden aan de wagens van Farao.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 bij de paarden aan de wagens van Farao: Er wordt op verscheidene plaatsen der Heilige Schrift gesproken van de schone paarden en de macht der wagens van Egypte, Exod. 14:17; 2 Kron. 9:28; Jes. 31:1; Ezech. 17:15. Bij deze wordt de kerk van Christus vergeleken, zo ten aanzien van hare schoonheid als vanwege haar kracht en vermogen, die zij van Christus ontvangen heeft om hare vijanden te overwinnen; 2 Kor. 10:4. Onder deze ruiterij blinken bij name de profeten en de apostelen; waarom ook Elia genoemd wordt de wagen Israëls en zijne ruiters, 2 Kon. 2:12, gelijk ook Elisa 2 Kon. 13:14; dewijl zij door hunne gebeden meer konden uitrichten dan een grote macht van wagens en ruiters. Zie Openb. 19:14, 19:15. Exodus 14:17: En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. 2 Kronieken 9:28: En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen. Jesaja 31:1: Wee dengenen, die in Egypte om hulp aftrekken, en steunen op paarden, en vertrouwen op wagenen, omdat er vele zijn, en op ruiters, omdat die zeer machtig zijn; en zien niet op den Heilige Israëls, en zoeken den HEERE niet. Ezechiël 17:15: Maar hij rebelleerde tegen hem, zendende zijn boden in Egypte, opdat men hem paarden en veel volks bestellen zou; zal hij gedijen? Zal hij ontkomen, die zulke dingen doet? Ja, zal hij het verbond breken en ontkomen? 2 Korinthiërs 10:4: Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten; 2 Koningen 2:12: En Elisa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn klederen en scheurde ze in twee stukken. 2 Koningen 13:14: Elisa nu was krank geweest van zijn krankheid, van dewelke hij stierf; en Joas, de koning van Israël, was tot hem afgekomen, en had geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! Openbaring 19:14: En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad. Openbaring 19:15: En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.",
          "text1637": "Daer wort op verscheydene plaetsen der H. Schriftuere gesproken van de schoone peerden, ende de macht der wagens van Egypten, als Exod. 14.17. 2.Chron. 9.28. Iesa. 31.1. Ezech. 17.15. By dese wort de kercke Christi vergeleken, soo ten aensien van hare schoonheyt, als van wegen hare kracht ende vermogen, die sy van Christo ontfangen heeft om hare vyanden te overwinnen, 2.Corint. 10.4. Onder dese Ruyterye blincken by namen de Propheten ende Apostelen: Daerom oock Elias genoemt wort de wagen Israels, ende sijne Ruyteren, 2.Reg. 2.12. als oock Elisa, 2.Reg. 13.14. Dewyle sy door hare gebeden meer konden uytrichten, dan een groote macht van wagens ende Ruyteren. Siet Apoc. 19. versen 14, 15.",
          "text2026": "40 bij de paarden aan de wagens van Farao: Er wordt op verscheidene plaatsen van de Heilige Schrift gesproken van de schone paarden en de macht van de wagens van Egypte, Ex. 14:17; 2 Kron. 9:28; Jes. 31:1; Ez. 17:15. Bij deze wordt de kerk van Christus vergeleken, zo ten aanzien van haar schoonheid als vanwege haar kracht en vermogen, die zij van Christus ontvangen heeft om haar vijanden te overwinnen; 2 Kor. 10:4. Onder deze ruiterij blinken bij name de profeten en de apostelen; waarom ook Elia genoemd wordt de wagen Israëls en zijn ruiters, 2 Kon. 2:12, gelijk ook Elisa 2 Kon. 13:14; omdat zij door hun gebeden meer konden uitrichten dan een grote macht van wagens en ruiters. Zie Openb. 19:14, 19:15. Exodus 14:17: En Ik, zie, Ik zal het hart van de Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn legermacht, aan zijn wagens en aan zijn ruiteren. 2 Kronieken 9:28: En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen. Jesaja 31:1: Wee dengenen, die in Egypte om hulp aftrekken, en steunen op paarden, en vertrouwen op wagens, omdat er vele zijn, en op ruiters, omdat die zeer machtig zijn; en zien niet op de Heilige van Israël, en zoeken JAHWEH niet. Ezechiël 17:15: Maar hij rebelleerde tegen hem, zendende zijn boden in Egypte, opdat men hem paarden en veel volks bestellen zou; zal hij strekken? Zal hij ontkomen, die zulke dingen doet? Ja, zal hij het verbond breken en ontkomen? 2 Korinthiërs 10:4: Want de wapenen van onze krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping van de sterkten; 2 Koningen 2:12: En Elisa zag het, en hij riep: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! En hij zag hem niet meer; en hij vatte zijn kleren en scheurde ze in twee stukken. 2 Koningen 13:14: Elisa nu was ziek geweest van zijn ziekte, van die hij stierf; en Joas, de koning van Israël, was tot hem afgekomen, en had geweend over zijn aangezicht, en gezegd: Mijn vader, mijn vader, wagen Israëls en zijn ruiteren! Openbaring 19:14: En de heirlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad. Openbaring 19:15: En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de toorn en van de toorn van de almachtigen Gods."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 2:2; idem 2:10; idem 2:13; Hoogl. 4:1; idem 4:7; Hoogl. 5:2; Hoogl. 6:4; Joh. 15:14; idem v. 15. Hooglied 2:2: Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren. Hooglied 2:10: Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom! Hooglied 2:13: De vijgeboom brengt zijn jonge vijgjes voort, en de wijnstokken geven reuk met hun jonge druifjes. Sta op, Mijn vriendin! Mijn schone, en kom! Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren. Hooglied 4:7: Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u. Hooglied 5:2: Ik sliep, maar mijn hart waakte, de stem mijns Liefsten, Die klopte, was: Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin, Mijn duive, Mijn volmaakte! want Mijn hoofd is vervuld met dauw, Mijn haarlokken met nachtdruppen. Hooglied 6:4: Gij zijt schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren. Johannes 15:14: Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebiede. Johannes 15:15: Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt.",
          "text1637": "Cant. 2. versen 2, 10, 13. ende 4.1, 7. ende 5.2. ende 6.4. Ioh. 15. versen 14, 15.",
          "text2026": "Hoogl. 2:2; idem 2:10; idem 2:13; Hoogl. 4:1; idem 4:7; Hoogl. 5:2; Hoogl. 6:4; Joh. 15:14; idem v. 15. Hooglied 2:2: Gelijk een lelie onder de doornen, zo is Mijn vriendin onder de dochters. Hooglied 2:10: Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom! Hooglied 2:13: De vijgeboom brengt zijn jonge vijgjes voort, en de wijnstokken geven reuk met hun jonge druifjes. Sta op, Mijn vriendin! Mijn schone, en kom! Hooglied 4:1: Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van de berg Gileads afscheren. Hooglied 4:7: Geheel bent u schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u. Hooglied 5:2: Ik sliep, maar mijn hart waakte, de stem mijns Liefsten, Die klopte, was: Doe Mij open, Mijn zus, Mijn vriendin, Mijn duif, Mijn volmaakte! want Mijn hoofd is vervuld met dauw, Mijn haarlokken met nachtdruppen. Hooglied 6:4: U bent schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren. Johannes 15:14: U bent Mijn vrienden, zo u doet wat Ik u gebiede. Johannes 15:15: Ik heet u niet meer dienaren; want de dienaar weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/סֻסָתִ/י֙",
          "strongs": "H5484",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רִכְבֵ֣י",
          "strongs": "H7393",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "פַרְעֹ֔ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דִּמִּיתִ֖י/ךְ",
          "strongs": "H1819",
          "morph": "HVpp1cs/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "רַעְיָתִֽ/י",
          "strongs": "H7474",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup><span class=\"groom-speaks\"><i> Mijn vriendin! Ik vergelijk u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bij de paarden aan de wagens van Farao.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Mijn vriendin! Ik vergelijk u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bij de paarden aan de wagens van Farao.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Mijne Vriendinne, Ick gelijcke u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> by de peerden in de wagens van Pharao.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "paarden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5484"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/סֻסָתִ/י֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:9",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wagens",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7393"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/רִכְבֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:9",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Farao",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6547"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פַרְעֹ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:9",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vergelijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1819"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דִּמִּיתִ֖י/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:9",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vriendin",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7474"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רַעְיָתִֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:9",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.",
      "text1637": "[g] Uwe wangen zijn lieflick in [41] de spangen, uwen hals [42] in de peerl-snoeren.",
      "text2026": "Uw wangen zijn liefelijk tussen de kettinkjes, uw hals in de parelsnoeren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 de spangen: Het Hebreeuwse woord, hetwelk hier en vers 11 gevonden wordt, betekent eigenlijk tortelduiven, gelijk Lev. 12, en elders. Doch hier beduidt het enig sieraad der vrouwen, gelijk zijnde de tortelduiven, die aan den hals versierd zijn met een halsbandje. Dus schoon zijn de wangen of kaken der Bruid van Christus, dewijl Hij dezelve met zijn bloed heeft gewassen en versierd met kostelijke parelen van geestelijke gaven, inzonderheid met ootmoedigheid en zachtmoedigheid, die kostelijk zijn voor God; 1 Petr. 3:4. Hooglied 1:11: Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes. 1 Petrus 3:4: Maar de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God.",
          "text1637": "Het Hebr. woort, ’t welck hier, ende vers 11. gevonden wort, beteeckent eygentlick tortel-duyven, als Levit. c. 12. ende elders. Doch hier bediedt het eenigen cieraet der vrouwen, gelijck zijnde de tortel-duyskens, die aen den hals verciert zijn met een hals-bandeken. Dus schoone zijn de wangen ofte kaken der Bruyt Christi, dewyle hy de selve met sijn bloet heeft gewasschen, ende verciert met kostelicke peerlen van geestelicke gaven, insonderheyt met ootmoedicheyt ende sachtmoedicheyt, die kostelick zijn voor Godt. 1.Petr. 3.4.",
          "text2026": "41 de kettinkjes: Het Hebreeuwse woord, dat hier en vers 11 gevonden wordt, betekent eigenlijk tortelduiven, gelijk Lev. 12, en elders. Maar hier beduidt het enig sieraad van de vrouwen, gelijk zijnde de tortelduiven, die aan de hals versierd zijn met een halsbandje. Dus schoon zijn de wangen of kaken van de Bruid van Christus, omdat Hij dezelfde met zijn bloed heeft gewassen en versierd met kostelijke parelen van geestelijke gaven, in het bijzonder met ootmoedigheid en zachtmoedigheid, die kostelijk zijn voor God; 1 Petr. 3:4. Hooglied 1:11: Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes. 1 Petrus 3:4: Maar de verborgen mens van de harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 in de parelsnoeren: De Christelijke deugden worden zeer bekwamelijk vergeleken bij parelsnoeren, overmits alle vruchten der wedergeboorte als met een snoer aan elkander geregen zijn; Spreuk. 1:9, en Spreuk. 20:15. Spreuken 1:9: Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals. Spreuken 20:15: Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood.",
          "text1637": "De Christelicke deuchden worden seer bequamelick vergeleken by peerl-snoeren, overmits dat alle vruchten der weder-geboorte als met een snoer aen malkanderen geregen zijn. Prov. 1.9. ende 20.15.",
          "text2026": "42 in de parelsnoeren: De Christelijke deugden worden zeer bekwamelijk vergeleken bij parelsnoeren, omdat alle vruchten van de wedergeboorte als met een snoer aan elkaar geregen zijn; Spr. 1:9, en Spr. 20:15. Spreuken 1:9: Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals. Spreuken 20:15: Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 16:11; idem v. 12; idem v. 13. Ezechiël 16:11: Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals. Ezechiël 16:12: Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd. Ezechiël 16:13: Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.",
          "text1637": "Ezech. 16. versen 11 12, 13.",
          "text2026": "Ez. 16:11; idem v. 12; idem v. 13. Ezechiël 16:11: Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals. Ezechiël 16:12: Evenzo deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon van de heerlijkheid op uw hoofd. Ezechiël 16:13: Zo was u versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; u at meelbloem, en honig, en olie, en u was geheel zeer schoon, en was voorspoedig, dat u een koninkrijk werdt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָאו֤וּ",
          "strongs": "H4998",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְחָיַ֨יִ/ךְ֙",
          "strongs": "H3895",
          "morph": "HNcbdc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/תֹּרִ֔ים",
          "strongs": "H8447",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "צַוָּארֵ֖/ךְ",
          "strongs": "H6677",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲרוּזִֽים",
          "strongs": "H2737",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup><span class=\"groom-speaks\"><i> Uw wangen zijn liefelijk tussen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> de kettinkjes, uw hals<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> in de parelsnoeren.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Uw wangen zijn liefelijk in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> de spangen, uw hals<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> in de parelsnoeren.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Uwe wangen zijn lieflick in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> de spangen, uwen hals <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> in de peerl-snoeren.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "liefelijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4998"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָאו֤וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:10",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wangen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3895"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְחָיַ֨יִ/ךְ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:10",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "spangen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8447"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/תֹּרִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:10",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hals",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6677"
          ],
          "bronwoorden": [
            "צַוָּארֵ֖/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:10",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "parelsnoeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2737"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/חֲרוּזִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:10",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        }
      ],
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "in",
          "new": "tussen",
          "principe": "V1604"
        },
        {
          "old": "spangen,",
          "new": "kettinkjes,",
          "principe": "V1604"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Wij zullen u gouden spangen maken, met zilveren stipjes.",
      "text1637": "[43] Wy sullen u goudene spangen maken, met [44] silveren stipkens.",
      "text2026": "Wij zullen u gouden kettinkjes maken, met zilveren stipjes.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 Wij zullen: Dit wordt gesproken in den naam van de heilige Drieënigheid, want die de geboden van Christus houden, die worden bemind van den Vader en den Zoon; Joh. 14:21, 14:23. En de Heilige Geest zal ook in eeuwigheid bij hen blijven; Joh. 14:16. Johannes 14:21: Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren. Johannes 14:23: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. Johannes 14:16: En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;",
          "text1637": "Dit wort gesproken in den name van de Heylige Drie-eenicheyt, want die de geboden Christi houden, die worden bemint van den Vader ende den Sone, Ioh. 14.21, 23. Ende de H. Geest sal oock in der eeuwicheyt by haer blyven, Ioh. 14.16.",
          "text2026": "43 Wij zullen: Dit wordt gesproken in de naam van de heilige Drieënigheid, want die de geboden van Christus houden, die worden bemind van de Vader en de Zoon; Joh. 14:21, 14:23. En de Heilige Geest zal ook in eeuwigheid bij hen blijven; Joh. 14:16. Johannes 14:21: Die Mijn geboden heeft, en dezelfde bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren. Johannes 14:23: Jezus antwoordde en zei tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. Johannes 14:16: En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in eeuwigheid;"
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 zilveren stipjes: Of, doppen, of pukkels, of knoopjes. Versta hierdoor allerlei Christelijke deugden, van welke vele genoemd staan Gal. 5:22, 5:23, en Kol. 3:12. Galaten 5:22: Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Galaten 5:23: Tegen de zodanigen is de wet niet. Kolossensen 3:12: Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;",
          "text1637": "Of, doppen, of puckelen, of knoopkens. Verstaet hier door, allerley Christelicke deuchden, welcker vele genoemt staen Galat. 5.22, 23. ende Col. 3.12.",
          "text2026": "44 zilveren stipjes: Of, doppen, of pukkels, of knoopjes. Versta hierdoor allerlei Christelijke deugden, van welke vele genoemd staan Gal. 5:22, 5:23, en Kol. 3:12. Galaten 5:22: Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Galaten 5:23: Tegen de zodanigen is de wet niet. Kolossensen 3:12: Zo doet dan aan, als uitverkorenen van God, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen van de barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תּוֹרֵ֤י",
          "strongs": "H8447",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "זָהָב֙",
          "strongs": "H2091",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נַעֲשֶׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "לָּ֔/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עִ֖ם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נְקֻדּ֥וֹת",
          "strongs": "H5351",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּֽסֶף",
          "strongs": "H3701",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup><span class=\"chorus-speaks\"><i> Wij zullen u gouden kettinkjes maken, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zilveren stipjes.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Wij zullen u gouden spangen maken, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zilveren stipjes.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Wy sullen u goudene spangen maken, met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> silveren stipkens.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "spangen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8447"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תּוֹרֵ֤י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:11",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gouden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2091"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זָהָב֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:11",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "maken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נַעֲשֶׂה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:11",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "met",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5973"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עִ֖ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:11",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "stipjes",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5351"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נְקֻדּ֥וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:11",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zilveren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3701"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/כָּֽסֶף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:11",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        }
      ],
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "spangen",
          "new": "kettinkjes",
          "principe": "V1604"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.",
      "text1637": "[45] Terwijle dat [46] de Coninck aen sijne [47] ronde tafel is, [48] geeft mijn [49] nardus sijnen reuck.",
      "text2026": "Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zolang als, enz. Hier spreekt de Bruid wederom tot hare maagden, prijzende haren Bruidegom bij dezelve.",
          "text1637": "Of, Soo lange als, etc. Hier spreeckt de Bruyt wederom tot hare maechden, prysende haren Bruydegom by de selve.",
          "text2026": "Of, zolang als, enz. Hier spreekt de Bruid opnieuw tot haar maagden, prijzende haar Bruidegom bij dezelfde."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 de Koning: Bij den Koning wordt Christus de Koning aller koningen verstaan, gelijk boven, vers 4. Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.",
          "text1637": "By den Coninck wort Christus de Coninck aller Coningen verstaen, als boven vers 4.",
          "text2026": "46 de Koning: Bij de Koning wordt Christus de Koning van alle koningen verstaan, gelijk boven, vers 4. Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn; de oprechten hebben U lief."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 ronde tafel is: Zie 1 Sam. 16:11. Bij de tafel wordt verstaan de hemelse heerlijkheid, waar Christus door zijn lijden is ingegaan; zie Matth. 8:11, en Matth. 26:29; Luk. 24:26; Openb. 3:20. Hier wil de Bruid zeggen: Terwijl Christus Jezus is in de hemelse glorie, omringd van degenen, die met Hem rondom in zijn rijk aan zijne tafel zitten; zo geeft mijn nardus, enz. 1 Samuël 16:11: Voorts zeide Samuël tot Isaï: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuël nu zeide tot Isaï: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn. Mattheüs 8:11: Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen; Mattheüs 26:29: En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders. Lukas 24:26: Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? Openbaring 3:20: Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.",
          "text1637": "Siet 1.Sam. 16. op vers 11. By de tafel wort verstaen de Hemelsche heerlickheyt, daer Christus door sijn lyden is in-gegaen, Siet Matth. 8.11. ende 26.29. Luce 24.26. Apoc. 3.20. Hier wil de Bruyt seggen, Terwyle Christus Iesus is in de hemelsche glorie, omringt van de gene die met hem rontom in sijn Rijcke aen sijne tafel sitten: So geeft mijnen Nardus, etc.",
          "text2026": "47 ronde tafel is: Zie 1 Sam. 16:11. Bij de tafel wordt verstaan de hemelse heerlijkheid, waar Christus door zijn lijden is ingegaan; zie Matt. 8:11, en Matt. 26:29; Luk. 24:26; Openb. 3:20. Hier wil de Bruid zeggen: Terwijl Christus Jezus is in de hemelse glorie, omringd van degenen, die met Hem rondom in zijn rijk aan zijn tafel zitten; zo geeft mijn nardus, enz. 1 Samuël 16:11: Verder zei Samuël tot Isaï: Zijn dit al de jongelingen? En hij zei: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuël nu zei tot Isaï: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn. Mattheüs 8:11: Maar Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk van de hemel; Mattheüs 26:29: En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot op die dag, wanneer Ik met u dezelfde nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader. Lukas 24:26: Moest de Christus niet deze dingen lijden, en zo in Zijn heerlijkheid ingaan? Openbaring 3:20: Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; als iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is de Heilige Geest, dien Hij mij van den Vader zendt, troost mij in alle benauwdheid. Anderen nemen die woorden in dezen zin, alsof de Bruid zeide: Zo benaarstig ik mij om goede werken te doen, die den koning aangenaam mogen zijn; ik leg de gaven, die ik van hem ontvangen heb, wel aan, ik verberg ze niet, maar laat ze haren reuk geven; dat is, goede en Gode aangename werken voortbrengen, die den koning aangenaam zijn.",
          "text1637": "D. de H. Geest, dien hy my van den Vader sendt, troost my in alle benaeutheyt. Andre nemen die woorden in desen sin, als of de Bruyt seyde, So beneerstige ick my om goede wercken te doen, die den Coninck mogen aengenaem zijn: Ick legge de gaven, die ick van hem ontfangen hebbe, wel aen, ick en verbergese niet, maer laetse haren reuck geven, D. goede ende Gode aengename wercken voortbrengen, die den Coninck aengename zijn.",
          "text2026": "Dat is de Heilige Geest, die Hij mij van de Vader zendt, troost mij in alle benauwdheid. Anderen nemen die woorden in deze zin, alsof de Bruid zei: Zo benaarstig ik mij om goede werken te doen, die de koning aangenaam mogen zijn; ik leg de gaven, die ik van hem ontvangen heb, wel aan, ik verberg ze niet, maar laat ze haar reuk geven; dat is, goede en voor God aangename werken voortbrengen, die de koning aangenaam zijn."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Nardus is een zeer kostelijk kruid, met welks olie men de prinsen en voortreffelijke personen placht te overstorten, als zij aan tafel zaten. Zie Mark. 14:3, 14:8; Joh. 12:3, 12:7. Hierbij wordt de Heilige Geest vergeleken, vanwege zijn welriekende gaven, welke na Christus' hemelvaart veel overvloediger zijn uitgestort dan daar tevoren; Joh. 7:39. Marcus 14:3: En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. Marcus 14:8: Zij heeft gedaan, hetgeen zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Johannes 12:3: Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf. Johannes 12:7: Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis. Johannes 7:39: (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)",
          "text1637": "Nardus is een seer kostelick kruyt, met welckes olye, men de Princen ende treffelicke persoonen pleecht te overstorten, als sy over tafel saten. Siet Marc. 14.3, 8. Ioh. 12.3, 7. Hier by wort de H. Geest vergeleken, van wegen sijne wel-rieckende gaven, dewelcke na Christi hemelvaert veel overvloediger zijn uytgestort, als daer te vooren, Ioh. 7.39.",
          "text2026": "Nardus is een zeer kostelijk kruid, met welks olie men de prinsen en voortreffelijke personen placht te overstorten, als zij aan tafel zaten. Zie Mark. 14:3, 14:8; Joh. 12:3, 12:7. Hierbij wordt de Heilige Geest vergeleken, vanwege zijn welriekende gaven, welke na Christus' hemelvaart veel overvloediger zijn uitgestort dan daar tevoren; Joh. 7:39. Marcus 14:3: En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, de melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalste nardus, van grote prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. Marcus 14:8: Zij heeft gedaan, wat zij konde; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. Johannes 12:3: Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalste, zeer kostelijke nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haar Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van de reuk van de zalf. Johannes 12:7: Jezus dan zei: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen de dag Mijn begrafenis. Johannes 7:39: (En dit zei Hij van de Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֤/הַ/מֶּ֨לֶךְ֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTr/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/מְסִבּ֔/וֹ",
          "strongs": "H4524",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נִרְדִּ֖/י",
          "strongs": "H5373",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "רֵיחֽ/וֹ",
          "strongs": "H7381",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Terwijl<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> de Koning aan Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> ronde tafel is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> geeft mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> nardus zijn reuk.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Terwijl<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> de Koning aan Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> ronde tafel is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> geeft mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> nardus zijn reuk.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Terwijle dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> de Coninck aen sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> ronde tafel is, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> geeft mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> nardus sijnen reuck.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Terwijl",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5704"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:12",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Koning",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ֤/הַ/מֶּ֨לֶךְ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:12",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tafel",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4524"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בִּ/מְסִבּ֔/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:12",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "nardus",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5373"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִרְדִּ֖/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:12",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geeft",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָתַ֥ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:12",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "reuk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7381"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רֵיחֽ/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:12",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten vernacht.",
      "text1637": "[50] Mijn Liefste is my een bundelken myrrhe, [51] [dat] tusschen mijne borsten vernacht.",
      "text2026": "Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre, dat tussen mijn borsten overnacht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 Mijn Liefste: Dat is de gedachtenis van Christus' liefde, die Hij met zijn bitter lijden aan mij is bewijzende, is mij als een lieflijk tuiltje of ruikertje van mirre, om mijn hart te verkwikken. Mirre is een zeer goede en lieflijke specerij, drogerij of gom, welke eertijds gebruikt werd om de klederen der prinsen te parfumeren en anderszins. Zie de aantekening Exod. 30:23, en Ps. 45:9. Gemengd zijnde met wijn, maakt zij een zeer lieflijken drank, om het hart te versterken en het bloed te zuiveren, zoals Plinius getuigt. Zij werd ook, nevens andere specerijen, gebruikt om de dode lichamen te balsemen, Joh. 19:39; in één woord, het is een edel kruid, hetwelk waardig is koningen tot een present te schenken; zie Gen. 37:25, en Gen. 43:11; Matth. 2:11. Daarom is het geen wonder dat de liefde van Christus daarbij vergeleken wordt. Exodus 30:23: Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels; Psalmen 45:9: Al Uw klederen zijn mirre, en aloë, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U verblijden. Johannes 19:39: En Nicodemus kwam ook (die des nachts tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloë; omtrent honderd ponden gewichts. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte. Genesis 43:11: Toen zeide Israël, hun vader, tot hen: Is het nu alzo, zo doet dit; neemt van het loffelijkste dezes lands in uwe vaten, en brengt dien man een geschenk henen af: een weinig balsem, en een weinig honig, specerijen en mirre, terpentijnnoten en amandelen. Mattheüs 2:11: En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.",
          "text1637": "D. de gedachtenisse van Christi liefde, die hy met sijn bitter lyden aen my is bewysende, is my als een lieflick tuylken, of rieckerken van myrrhe, om mijn herte te verquicken. Myrrhe is een seer goede ende lieflicke specerie, droge, ofte gomme, welcke eertijts gebruyckt wiert om de kleederen der Princen te parfumeren, ende andersins. Siet d’aenteeck. Exod. 30 op vers 23. ende Psal. 45.9. Gemengt zijnde met wijn, maecktse eenen seer lieflicken dranck, om het herte te verstercken, ende het bloet te suyveren, soo Plinius getuycht. Sy wiert oock, nevens andre speceryen, gebruyckt om de doode lichamen te balsemen, Ioh. 19.39. In somma, het is een Edel kruyt, ’t welck weerdich is Coningen tot een present te schencken. Siet Genes. 37.25. ende 43.11. ende Matth. 2.11. Daerom en ist geen wonder, dat de liefde Christi daer by vergeleken wort.",
          "text2026": "50 Mijn Liefste: Dat is de gedachtenis van Christus' liefde, die Hij met zijn bitter lijden aan mij is bewijzende, is mij als een lieflijk tuiltje of ruikertje van mirre, om mijn hart te verkwikken. Mirre is een zeer goede en lieflijke specerij, drogerij of gom, welke eertijds gebruikt werd om de kleren van de prinsen te parfumeren en anders. Zie de aantekening Ex. 30:23, en Ps. 45:9. Gemengd zijnde met wijn, maakt zij een zeer lieflijken drank, om het hart te versterken en het bloed te zuiveren, zoals Plinius getuigt. Zij werd ook, naast andere specerijen, gebruikt om de dode lichamen te balsemen, Joh. 19:39; in één woord, het is een edel kruid, dat waard is koningen tot een present te schenken; zie Gen. 37:25, en Gen. 43:11; Matt. 2:11. Daarom is het geen wonder dat de liefde van Christus daarbij vergeleken wordt. Exodus 30:23: U nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels; Psalmen 45:9: Al Uw kleren zijn mirre, en aloë, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U verblijden. Johannes 19:39: En Nicodemus kwam ook (die van de nacht tot Jezus eerst gekomen was), brengende een mengsel van mirre en aloë; omtrent honderd ponden gewichts. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kamelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte. Genesis 43:11: Toen zei Israël, hun vader, tot hen: Is het nu zo, zo doet dit; neemt van het loffelijkste van deze lands in uw vaten, en brengt die man een geschenk heen af: een weinig balsem, en een weinig honig, specerijen en mirre, terpentijnnoten en amandelen. Mattheüs 2:11: En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelfde aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hiermede wordt beduidt dat de kerk Gods de nagedachtenis van haren Bruidegom steeds wil behouden, inzonderheid gedurende den duisteren nacht der vervolgingen en benauwdheden, zichzelve daarmede vertroostende en versterkende; Ef. 3:17. Efeziërs 3:17: Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt;",
          "text1637": "Hier mede wort beduydt, dat de kercke Godes de gedachtenisse hares Bruydegoms steets wil behouden, insonderheyt geduerende den duysteren nacht der vervolgingen ende benautheden, haer selven daer mede vertroostende ende versterckende, Ephes. 3.17.",
          "text2026": "Hiermee wordt beduidt dat de kerk van God de nagedachtenis van haar Bruidegom steeds wil behouden, in het bijzonder gedurende de duisteren nacht van de vervolgingen en benauwdheden, zichzelf daarmee vertroostende en versterkende; Ef. 3:17. Efeziërs 3:17: Opdat Christus door het geloof in uw harten woon, en u in de liefde geworteld en gegrond bent;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "צְר֨וֹר",
          "strongs": "H6872",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֹּ֤ר",
          "strongs": "H4753",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דּוֹדִ/י֙",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִ֔/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ין",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שָׁדַ֖/י",
          "strongs": "H7699",
          "morph": "HNcmdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָלִֽין",
          "strongs": "H3885",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> dat tussen mijn borsten overnacht.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> dat tussen mijn borsten vernacht.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Mijn Liefste is my een bundelken myrrhe, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> [dat] tusschen mijne borsten vernacht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vernacht.",
          "new": "overnacht.",
          "principe": "V416"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "bundeltje",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6872"
          ],
          "bronwoorden": [
            "צְר֨וֹר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:13",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "mirre",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4753"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/מֹּ֤ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:13",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Liefste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דּוֹדִ/י֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:13",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tussen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H996"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בֵּ֥ין"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:13",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "borsten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7699"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁדַ֖/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:13",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "overnacht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3885"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָלִֽין"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:13",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.",
      "text1637": "Mijn Liefste is my [52] een tros van Cyprus, in de wijngaerden van [53] Engedi.",
      "text2026": "Mijn Liefste is mij een tros van Cyprus, in de wijngaarden van En-gedi.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 een tros van Cyprus: Cyprus is een zekere plant, die een welriekende vrucht of gom, als een bloeienden druiventak, voortbrengt, zoals Hieronymus getuigt. Enigen menen dat hierbij een natuurlijken tros druiven verstaan wordt, genoemd met den naam Cyprus. Hebreeuws, עֵין, Cofer, omdat de druiven van Engedi den smaak hadden van Cyprus, welk kruid daaromtrent veel groeide; zie de kruidenboeken. Hoe het zij, er wordt bij verstaan een uitnemende lieflijke vrucht, bij welke de Heere Christus vergeleken wordt, vanwege zijn welriekende verdiensten en heilzame gaven; het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden, 1 Joh. 1:7. Hij is de verzoening voor onze zonden; 1 Joh. 2:2. 1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 1 Johannes 2:2: En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.",
          "text1637": "Cyprus is een sekere plante, die eene welrieckende vrucht, of gomme, als eenen bloeyenden druyf-tack, voortbrengt, soo Hieronymus getuycht. Eenige meynen, dat hier by eenen natuerlicken tros druyven verstaen wort, genoemt met den name Cyprus. Hebr. Copher, om dat de druyven van Engedi den smaeck hadden van Cyprus, welck kruyt daer ontrent vele groeyde. Siet de Herbarien. Hoe dat het zy, daer wort by verstaen eene uytnemende lieflicke vrucht, by de welcke de Heere Christus vergeleken wort, van wegen sijne welrieckende verdiensten, ende heylsame gaven: het bloet Iesu Christi reynicht ons van alle sonden, 1.Ioan. 1.7. Hy is de versoeninge voor onse sonden. 1.Ioh. 2.2.",
          "text2026": "52 een tros van Cyprus: Cyprus is een zekere plant, die een welriekende vrucht of gom, als een bloeienden druiventak, voortbrengt, zoals Hieronymus getuigt. Enige menen dat hierbij een natuurlijken tros druiven verstaan wordt, genoemd met de naam Cyprus. Hebreeuws, עֵין, Cofer, omdat de druiven van Engedi de smaak hadden van Cyprus, welk kruid daaromtrent veel groeide; zie de kruidenboeken. Hoe het zij, er wordt bij verstaan een uitnemende lieflijke vrucht, bij welke de Heer Christus vergeleken wordt, vanwege zijn welriekende verdiensten en heilzame gaven; het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden, 1 Joh. 1:7. Hij is de verzoening voor onze zonden; 1 Joh. 2:2. 1 Johannes 1:7: Maar als wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 1 Johannes 2:2: En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de gehele wereld."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van deze stad zie de aantekening 1 Sam. 24:1. 1 Samuël 24:1: En David toog van daar op, en hij bleef in de vestingen van En-gedi.",
          "text1637": "Van dese Stadt siet de aenteeck. 1.Sam. c. 24. op vers 1.",
          "text2026": "Van deze stad zie de aantekening 1 Sam. 24:1. 1 Samuël 24:1: En David toog van daar op, en hij bleef in de vestingen van En-gedi."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶשְׁכֹּ֨ל",
          "strongs": "H811",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֹּ֤פֶר",
          "strongs": "H3724",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דּוֹדִ/י֙",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִ֔/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כַרְמֵ֖י",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "עֵ֥ין",
          "strongs": "H5872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גֶּֽדִי",
          "strongs": "H5872",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"bride-speaks\"><i>Mijn Liefste is mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> een tros van Cyprus, in de wijngaarden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> En-gedi.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Mijn Liefste is mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> een tros van Cyprus, in de wijngaarden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> En-gedi.",
      "text1637_html": "Mijn Liefste is my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> een tros van Cyprus, in de wijngaerden van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Engedi.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "tros",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H811"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶשְׁכֹּ֨ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:14",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Cyprus",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3724"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/כֹּ֤פֶר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:14",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Liefste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דּוֹדִ/י֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:14",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijngaarden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3754"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/כַרְמֵ֖י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:14",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "En-gedi",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5872",
            "H5872"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֵ֥ין",
            "גֶּֽדִי"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:14",
            "bronindices": [
              4,
              5
            ]
          },
          "toelichting": "עֵין גֶּדִי is als één plaatsnaam 'En-gedi' weergegeven."
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen.",
      "text1637": "Siet, [54] ghy zijt schoone, mijne Vriendinne, siet [55] ghy zijt schoone, uwe oogen zijn [56] duyven-[oogen].",
      "text2026": "Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! Zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 gij zijt schoon: De schoonheid, die de kerk Gods heeft, komt uit genade, verworven door het bloed van Jezus Christus en zijne gerechtigheid. Zie onder, Hoogl. 4:1. Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.",
          "text1637": "De schoonheyt die de kercke Godes heeft, komt uyt genade, verworven door het bloet Iesu Christi, ende sijne gerechticheyt. Siet ond. cap. 4. vers 1.",
          "text2026": "54 u bent schoon: De schoonheid, die de kerk van God heeft, komt uit genade, verworven door het bloed van Jezus Christus en zijn gerechtigheid. Zie onder, Hoogl. 4:1. Hooglied 4:1: Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van de berg Gileads afscheren."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "55 gij zijt schoon: De verdubbeling der woorden dient om de kerk des te meer tegen de vervolgingen harer vijanden te versterken.",
          "text1637": "De verdobbelinge der woorden dient om de kercke des te meer tegen de vervolgingen harer vyanden te verstercken.",
          "text2026": "55 u bent schoon: De verdubbeling van de woorden dient om de kerk van de te meer tegen de vervolgingen haar vijanden te versterken."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, eenvoudig en kuis. Zie onder, Hoogl. 4:1. Hiermede wordt te kennen gegeven de geestelijke zuiverheid, eenvoudigheid en kuisheid der gemeente van Jezus Christus, wier ogen alleen op Hem zien en in Hem alleen de zaligheid en het eeuwige leven zoeken. Zie Ps. 123:1, 123:2; Matth. 10:16. Doch enigen verstaan hier bij de ogen de leraars en opzieners der kerk en wegwijzers der onwetenden, die de scherpste ogen in de gemeente moeten hebben. Zie ook Num. 10:31; Job 29:15; Ps. 33:8; Hoogl. 4:1. Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren. Psalmen 123:1: Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit. Psalmen 123:2: Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij. Mattheüs 10:16: Ziet, Ik zende u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven. Numeri 10:31: En hij zeide: Verlaat ons toch niet; want dewijl gij weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult gij ons tot ogen zijn. Job 29:15: Den blinden was ik tot ogen, en den kreupelen was ik tot voeten. Psalmen 33:8: Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken. Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren.",
          "text1637": "D. eenvoudich, ende kuysch. Siet ond. c. 4. vers 1. Hier mede wort te kennen gegeven de geestelicke suyverheyt, eenvoudicheyt, ende kuyscheyt der Gemeynte Iesu Christi, diens oogen alleen op hem sien, ende in hem alleen de salicheyt ende het eeuwige leven soecken. Siet Psal. 123. versen 1, 2. Matth. 10.16. Doch eenige verstaen hier by de oogen, de Leeraers ende Opsienders der kercke, ende wech-wijsers der onwetenden, die de scherpste oogen in de Gemeynte moeten hebben. Siet oock Iob 29.15. Psal. 32.8. Num. 10. op vers 31. Cant. 4.1.",
          "text2026": "Dat is, eenvoudig en kuis. Zie onder, Hoogl. 4:1. Hiermee wordt te kennen gegeven de geestelijke zuiverheid, eenvoudigheid en kuisheid van de gemeente van Jezus Christus, wier ogen alleen op Hem zien en in Hem alleen de zaligheid en het eeuwige leven zoeken. Zie Ps. 123:1, 123:2; Matt. 10:16. Maar enige verstaan hier bij de ogen de leraars en opzieners van de kerk en wegwijzers van de onwetenden, die de scherpste ogen in de gemeente moeten hebben. Zie ook Num. 10:31; Job 29:15; Ps. 33:8; Hoogl. 4:1. Hooglied 4:1: Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van de berg Gileads afscheren. Psalmen 123:1: Een lied op Hammaäloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemel zit. Psalmen 123:2: Zie, gelijk de ogen van de knechten zijn op de hand hun heren; gelijk de ogen van de dienstmaagd zijn op de hand haar vrouw; zo zijn onze ogen op JAHWEH, onze God, totdat Hij ons genadig zij. Mattheüs 10:16: Ziet, Ik zend u als schapen in het midden van de wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven. Numeri 10:31: En hij zei: Verlaat ons toch niet; want omdat u weet, dat wij ons legeren in de woestijn, zo zult u ons tot ogen zijn. Job 29:15: De blinden was ik tot ogen, en de kreupelen was ik tot voeten. Psalmen 33:8: Laat de gehele aarde voor JAHWEH vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken. Hooglied 4:1: Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van de berg Gileads afscheren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנָּ֤/ךְ",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יָפָה֙",
          "strongs": "H3303",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "רַעְיָתִ֔/י",
          "strongs": "H7474",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִנָּ֥/ךְ",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יָפָ֖ה",
          "strongs": "H3303",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ֥יִ/ךְ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יוֹנִֽים",
          "strongs": "H3123",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"groom-speaks\"><i>Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> u bent schoon, Mijn vriendin! Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> u bent schoon; uw ogen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> duivenogen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gij zijt schoon, Mijn vriendin! Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> gij zijt schoon; uw ogen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> duivenogen.",
      "text1637_html": "Siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> ghy zijt schoone, mijne Vriendinne, siet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> ghy zijt schoone, uwe oogen zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> duyven-[oogen].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij zijt",
          "new": "u bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij zijt",
          "new": "u bent",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2005"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הִנָּ֤/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schoon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3303"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָפָה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vriendin",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7474"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רַעְיָתִ֔/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Zie",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H2005"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הִנָּ֥/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schoon",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3303"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָפָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ogen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5869"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֵינַ֥יִ/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "duivenogen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3123"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יוֹנִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:15",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Zie, gij zijt schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.",
      "text1637": "[h] Siet [57] ghy zijt schoon, mijn liefste, [58] ja lieflick: [59] oock groent onse bed-stede.",
      "text2026": "Zie, u bent schoon, mijn Liefste, ja, liefelijk; ook groent onze bedstede.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 gij zijt schoon: Christus is schoon van nature, want Hij is het Lam zonder vlek, Exod. 12. Maar de Bruid is schoon uit genade, door de verdiensten van Christus, Joh. 1:16. Johannes 1:16: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade.",
          "text1637": "Christus is schoon van natueren, want hy is het lam sonder vlecke, Exod. 12. Maer de Bruyt is schoon uyt genade, door de verdiensten Christi. Ioh. 1.16.",
          "text2026": "57 u bent schoon: Christus is schoon van nature, want Hij is het Lam zonder vlek, Ex. 12. Maar de Bruid is schoon uit genade, door de verdiensten van Christus, Joh. 1:16. Johannes 1:16: En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "58 ja, liefelijk: Dat is, niet stuurs, noch trots. Hij nodigt ons zeer vriendelijk, zeggende: Komt tot mij, die belast en beladen zijt, Ik zal u verkwikken; Matth. 11:28. Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.",
          "text1637": "D. niet stuer, noch trots. Hy noodicht ons seer vriendelick, seggende, Komt tot my die belast ende beladen zijt, ick sal u verquicken. Matth. 11.28.",
          "text2026": "58 ja, liefelijk: Dat is, niet stuurs, noch trots. Hij nodigt ons zeer vriendelijk, zeggende: Komt tot mij, die belast en beladen zijt, Ik zal u verkwikken; Matt. 11:28. Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 ook groent onze bedstede: Dat is, er worden dagelijks vele geestelijke kinderen in uwe gemeente geboren, uit het onsterflijke zaad van uw Woord; 1 Petr. 1:23. Hierom wordt de kerk genoemd de moeder aller gelovigen; Gal. 4:26. 1 Petrus 1:23: Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.",
          "text1637": "D. daer worden dagelicx vele geestelicke kinderen in uwe Gemeynte geboren, uyt het onsterffelicke zaet uwes woorts, 1.Petr. 1.23. Hierom wort de kercke genoemt de Moeder aller geloovigen. Galat. 4.25.",
          "text2026": "59 ook groent onze bedstede: Dat is, er worden dagelijks vele geestelijke kinderen in uw gemeente geboren, uit het onsterflijke zaad van uw Woord; 1 Petr. 1:23. Hierom wordt de kerk genoemd de moeder van alle gelovigen; Gal. 4:26. 1 Petrus 1:23: U, die wedergeboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, dat is ons van alle moeder."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 4:1; Hoogl. 5:12. Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin! zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van den berg Gileads afscheren. Hooglied 5:12: Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen.",
          "text1637": "Cant. 4.1. ende 5.12.",
          "text2026": "Hoogl. 4:1; Hoogl. 5:12. Hooglied 4:1: Zie, u bent schoon, Mijn vriendin! zie, u bent schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van de berg Gileads afscheren. Hooglied 5:12: Zijn ogen zijn als van de duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes van de ringen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנְּ/ךָ֨",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָפֶ֤ה",
          "strongs": "H3303",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "דוֹדִ/י֙",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַ֣ף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "נָעִ֔ים",
          "strongs": "H5273",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "עַרְשֵׂ֖/נוּ",
          "strongs": "H6210",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "רַעֲנָנָֽה",
          "strongs": "H7488",
          "morph": "HAafsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> u bent schoon, mijn Liefste,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> ja, liefelijk;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> ook groent onze bedstede.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> gij zijt schoon, mijn Liefste,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> ja, liefelijk;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> ook groent onze bedstede.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Siet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> ghy zijt schoon, mijn liefste, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> ja lieflick: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> oock groent onse bed-stede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij zijt",
          "new": "u bent",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2005"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הִנְּ/ךָ֨"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schoon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3303"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָפֶ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Liefste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דוֹדִ/י֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ja",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H637"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַ֣ף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefelijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5273"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָעִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ook",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H637"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bedstede",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6210"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַרְשֵׂ֖/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "groent",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7488"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רַעֲנָנָֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:16",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "De balken onzer huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.",
      "text1637": "[60] De balcken onser huysen zijn Cederen, onse [61] galeryen zijn [62] Cypressen.",
      "text2026": "De balken van onze huizen zijn cederen, onze galerijen zijn cipressen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "60 De balken: De kerk prijst hare woning, om anderen daartoe te nodigen en aan te brengen. Zij noemt de verzamelingen der gelovigen huizen, in het getal van velen, omdat er vele gewone kerken zijn. Bij de balken wordt verstaan de leer der profeten en der apostelen; want daardoor wordt de kerk vast samengebonden in Christus, als het fondament; Ef. 2:20. Deze balken zijn van cederen, dat is sterk en onvergankelijk; want Gods Woord blijft in der eeuwigheid; Jes. 40:8; 1 Petr. 1:25. Van de duurzaamheid van het cederhout, zie Richt. 9:15. Christus, sprekende van de vastigheid en duurzaamheid zijner kerk, zegt: De poorten der hel zullen daartegen niet vermogen; Matth. 16:18. Efeziërs 2:20: Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Jesaja 40:8: Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid. 1 Petrus 1:25: Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is. Richteren 9:15: En de doornenbos zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar indien niet, zo ga vuur uit den doornenbos, en vertere de cederen van den Libanon. Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.",
          "text1637": "De Kercke prijst hare wooninge, om andre daer toe te noodigen ende aen te brengen. Sy noemt de versamelinge der Geloovigen huysen, in ’t getal van velen, om datter vele particuliere Kercken zijn. By de balcken wort verstaen de leere der Propheten ende der Apostelen, want daer door wort de Kercke vast t’samen gebonden, in Christo, als het fondament, Eph. 2.20. Dese balcken zijn van Cederen. D. sterck ende onverganckelick, want Godts woort blijft inder eeuwicheyt, Ies. 40.8. 1.Pet. 1.25. Van de duersaemheyt des Cederen-houts, siet Iud. 9. op vers 15. Christus sprekende van de vasticheyt ende duersaemheyt sijner Kercke, seyt, de poorten der helle en sullen daer tegen niet vermogen. Matth. 16.18.",
          "text2026": "60 De balken: De kerk prijst haar woning, om anderen daartoe te nodigen en aan te brengen. Zij noemt de verzamelingen van de gelovigen huizen, in het getal van velen, omdat er vele gewone kerken zijn. Bij de balken wordt verstaan de leer van de profeten en van de apostelen; want daardoor wordt de kerk vast samengebonden in Christus, als het fondament; Ef. 2:20. Deze balken zijn van cederen, dat is sterk en onvergankelijk; want Gods Woord blijft in eeuwigheid; Jes. 40:8; 1 Petr. 1:25. Van de duurzaamheid van het cederhout, zie Richt. 9:15. Christus, sprekende van de vastheid en duurzaamheid zijn kerk, zegt: De poorten van het dodenrijk zullen daartegen niet vermogen; Matt. 16:18. Efeziërs 2:20: Gebouwd op het fondament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Jesaja 40:8: Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in eeuwigheid. 1 Petrus 1:25: Maar het Woord van de Heer blijft in eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is. Richteren 9:15: En de doornenbos zei tot de bomen: Als u mij in waarheid tot een koning over u zalft, zo komt, vertrouwt u onder mijn schaduw; maar als niet, zo ga vuur uit de doornenbos, en vertere de cederen van de Libanon. Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat u bent Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen dezelfde niet overweldigen."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wandelplaatsen, of welfselen, gelijk Gen. 30:38, 30:41. Genesis 30:38: En hij leide deze roeden, die hij geschild had, in de goten, en in de drinkbakken van het water, waar de kudde kwam drinken, tegenover de kudde; en zij werden verhit, als zij kwamen om te drinken. Genesis 30:41: En het geschiedde, telkens als de kudde der vroegelingen verhit werd, zo stelde Jakob de roeden voor de ogen der kudde in de goten, opdat zij hittig werden bij de roeden.",
          "text1637": "Of, wandel-plaetsen, of welfselen. als Genes. 30.38, 41.",
          "text2026": "Of, wandelplaatsen, of welfselen, gelijk Gen. 30:38, 30:41. Genesis 30:38: En hij legde deze roeden, die hij geschild had, in de goten, en in de drinkbakken van het water, waar de kudde kwam drinken, tegenover de kudde; en zij werden verhit, als zij kwamen om te drinken. Genesis 30:41: En het geschiedde, telkens als de kudde van de vroegelingen verhit werd, zo stelde Jakob de roeden voor de ogen van de kudde in de goten, opdat zij hittig werden bij de roeden."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit hout is zeer lieflijk, daarom wordt met recht Christus bij hetzelve vergeleken. Anders: van Boratin, in het Latijn Bruta genoemd, hetwelk een boom is, den cypresboom gelijk, zeer lieflijk van reuk, Plin.nat.hist.lib. 12:17. Het Hebreeuwse woord, dat hier in den tekst staat, wordt nergens in de Heilige Schrift gevonden dan hier alleen.",
          "text1637": "Dit hout is seer lieflick, daerom wort met rechte Christus by het selve vergeleken. And. van Boratin, in ’t Latijn Bruta genoemt, ’t welck een boom is den Cypres-boom gelijck, seer lieflick van reucke, Plin. nat. hist. lib. 12. c. 17. Het Hebr. woort dat hier in den text staet, en wort nergens in de H. Schriftuere gevonden, dan hier alleen.",
          "text2026": "Dit hout is zeer lieflijk, daarom wordt met recht Christus bij hetzelfde vergeleken. Anders: van Boratin, in het Latijn Bruta genoemd, dat een boom is, de cypresboom gelijk, zeer lieflijk van reuk, Plin.nat.hist.lib. 12:17. Het Hebreeuwse woord, dat hier in de tekst staat, wordt nergens in de Heilige Schrift gevonden dan hier alleen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קֹר֤וֹת",
          "strongs": "H6982",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "בָּתֵּ֨י/נוּ֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֲרָזִ֔ים",
          "strongs": "H730",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רחיט/נו",
          "strongs": "H7351",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּרוֹתִֽים",
          "strongs": "H1266",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> De balken van onze huizen zijn cederen, onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> galerijen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> cipressen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> De balken onzer huizen zijn cederen, onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> galerijen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> cipressen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> De balcken onser huysen zijn Cederen, onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> galeryen zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> Cypressen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onzer",
          "new": "van onze",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "balken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6982"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קֹר֤וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:17",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "huizen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1004"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בָּתֵּ֨י/נוּ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:17",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "cederen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲרָזִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:17",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "galerijen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7351"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רחיט/נו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:17",
            "bronindices": [
              3
            ]
          },
          "toelichting": "MorphHB leest hier het ketiv רחיט/נו; het qere רַהִיטֵנוּ blijft buiten de tokenlaag. Het Strongnummer H7351 is voor beide gelijk."
        },
        {
          "tekst": "cipressen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1266"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּרוֹתִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 1:17",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "In dit Capittel wort ons voor eerst beschreven, het groot verlangen der Kercke nae Christi genade, vers 1, etc. hare uytwendige verachtsame gestaltenisse, maer inwendige schoonheyt, 5. mitsgaders haer perijckel onder de valsche broederen, 6. ende haer verlangen nae Christum, 7. Een vertroostinge ende onderrichtinge Christi aen sijne Gemeynte, 8. de groote blijtschap der Bruyt van wegen de liefde Christi tot haer, 12. Het welbehagen Christi aen sijne Gemeynte, 15. Ende de liefde der Gemeynte tot haren Bruydegom, 16.",
    "text2026": "In dit hoofdstuk wordt ons allereerst beschreven het grote verlangen van de Kerk naar Christus' genade, vers 1, enz.; haar uiterlijk verachtelijke gestalte, maar innerlijke schoonheid, 5; alsook haar gevaar onder de valse broeders, 6; en haar verlangen naar Christus, 7. Een vertroosting en onderrichting van Christus aan zijn Gemeente, 8; de grote blijdschap van de Bruid vanwege de liefde van Christus tot haar, 12; het welbehagen van Christus in zijn Gemeente, 15; en de liefde van de Gemeente tot haar Bruidegom, 16."
  }
}
