{
  "number": 8,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Och, dat Gij mij als een Broeder waart, zuigende de borsten mijner moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U kussen, ook zouden zij mij niet verachten.",
      "text1637": "[1] OCh dat ghy my als een Broeder waert, [2] suygende de borsten mijner moeder! dat ick u op de strate vonde, ick soude u [3] cussen, oock en souden sy my niet [4] verachten.",
      "text2026": "Och, dat U mij als een Broeder was, zuigende de borsten van mijn moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U kussen, ook zouden zij mij niet verachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 Och, dat Gij mij als een Broeder waart: Hebreeuws, יִתֶּנְ, wie zal u mij geven als mijn broeder! Zie de aantekening Deut. 5:29, en Ps. 14:7. Dit is een wens der Bruid, of der godzaligen, wensende dien dag te mogen zien en beleven, dat ze Christus haren Bruidegom geworden zijnde haar broeder naar het vlees zou mogen aanschouwen, in het vlees geopenbaard zijnde. Hoezeer vele godzaligen in het Oude Testament hiernaar verlangd hebben zie Matth. 13:17; Joh. 8:56; Hebr. 11:13. Deuteronomium 5:29: Och, dat zij zulk een hart hadden, om Mij te vrezen, en al Mijn geboden te allen dage te onderhouden; opdat het hun en hun kinderen welging in eeuwigheid! Psalmen 14:7: Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwame! Als de HEERE de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israël zal verblijd zijn. Mattheüs 13:17: Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die gij ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die gij hoort, en hebben ze niet gehoord. Johannes 8:56: Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest. Hebreeën 11:13: Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren.",
          "text1637": "Hebr. Wie sal u my geven als mijn broeder! siet de aenteeck. Deut. 5.29. ende Psal. 14.7. Dit is eenen wensch der Bruyt, ofte der godsaligen, wenschende dien dach te mogen sien ende beleven, datse Christum haren Bruydegom (geworden zijnde haren broeder nae den vleesche) souden mogen aenschouwen, in den vleesche geopenbaert zijnde, hoe seer dat vele Godtsalige inden Ouden Testamente hier nae verlangt hebben. siet Matt. 13.17. Ioh. 8.56. Hebr. 11.13.",
          "text2026": "1 Och, dat U mij als een Broeder was: Hebreeuws, יִתֶּנְ, wie zal u mij geven als mijn broer! Zie de aantekening Deut. 5:29, en Ps. 14:7. Dit is een wens van de Bruid, of van de godzaligen, wensende die dag te mogen zien en beleven, dat ze Christus haar Bruidegom geworden zijnde haar broer naar het vlees zou mogen aanschouwen, in het vlees geopenbaard zijnde. Hoezeer vele godzaligen in het Oude Testament hiernaar verlangd hebben zie Matt. 13:17; Joh. 8:56; Hebr. 11:13. Deuteronomium 5:29: Och, dat zij zulk een hart hadden, om Mij te vrezen, en al Mijn geboden te alle dage te onderhouden; opdat het hun en hun kinderen welging in eeuwigheid! Psalmen 14:7: Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwame! Als JAHWEH de gevangenen van Zijn volk zal doen terugkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israël zal verblijd zijn. Mattheüs 13:17: Want voorwaar zeg Ik u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien de dingen, die u ziet, en hebben ze niet gezien; en te horen de dingen, die u hoort, en hebben ze niet gehoord. Johannes 8:56: Abraham, uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij Mijn dag zien zou; en hij heeft hem gezien, en is verblijd geweest. Hebreeën 11:13: Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelfde van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 zuigende de borsten mijner moeder: Geesterlijkerwijze moet men door de moeder verstaan de algemene kerk, het hemelse Jeruzalem, dat onzer aller moeder is; Gal. 4:26. Christus heeft dezelfde borsten gezogen, die wij gezogen hebben, gelijk Hij de sacramenten des Ouden en des Nieuwen Testaments heeft genoten: de besnijdenis, het paaslam, den doop en het heilige avondmaal, om alzo alle gerechtigheid te volbrengen; Matth. 3:15. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Mattheüs 3:15: Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.",
          "text1637": "Geestelicker wijse moetmen door de moeder verstaen, de algemeyne Kercke, het hemelsche Ierusalem, dat onser aller moeder is, Gal. 4.26. Christus heeft de selve borsten gesogen, die wy gesogen hebben, als hy de Sacramenten des Ouden, ende des nieuwen Testaments heeft genooten, de Besnijdenisse, het Paesch-lam, den Doop, ende het H. Avontmael, om alsoo alle gerechticheyt te volbrengen, Mathh. 3.15.",
          "text2026": "2 zuigende de borsten mijn moeder: Geesterlijkerwijze moet men door de moeder verstaan de algemene kerk, het hemelse Jeruzalem, dat onzer van alle moeder is; Gal. 4:26. Christus heeft dezelfde borsten gezogen, die wij gezogen hebben, gelijk Hij de sacramenten van de Ouden en van de Nieuwen Testaments heeft genoten: de besnijdenis, het paaslam, de doop en het heilige avondmaal, om zo alle gerechtigheid te volbrengen; Matt. 3:15. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, dat is ons van alle moeder. Mattheüs 3:15: Maar Jezus, antwoordende, zei tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Kussen is een bewijs van liefde, somtijds ook van eer en gehoorzaamheid. Zie Ps. 2:12; Hoogl. 1:2. Psalmen 2:12: Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen. Hooglied 1:2: Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.",
          "text1637": "Cussen is een bewijs van liefde, somtijts oock van eere, ende gehoorsaemheyt. Siet Psal. 2.12. Cant. 1.2.",
          "text2026": "Kussen is een bewijs van liefde, somtijds ook van eer en gehoorzaamheid. Zie Ps. 2:12; Hoogl. 1:2. Psalmen 2:12: Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne, en u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen. Hooglied 1:2: Hij kusse mij met de kussen van Zijn mond; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die personen worden versmaad, die wat doen of geacht worden te doen, hetwelk niet eerlijk nocht betamelijk is, Gen. 38:23; 2 Sam. 6:16; Jes. 37:22. Dewijl dan de Bruid, haren Bruidegom op de straat openlijk kussende, dat is openbaarlijk Hem voor de mensen belijdende en bekennende haar Zaligmaker te zijn, niets onbetamelijks doen zou, zo zou zij deshalve van geen godzalige personen met reden veracht of bespot worden. Of men kan deze woord ook zouden zij mij niet verachten in dezen zin nemen, alsof de Bruid zeide: Mijne vijanden, de ongelovigen mensen, zouden alsdan mijne hoop, die ik heb van de verschijning van den Messias in het vlees, niet meer bespotten gelijk zij plegen te doen, als de beloften Gods wat lang uitblijven, gelijk Ps. 42:11 te zien is, en 2 Petr. 3:4. Genesis 38:23: Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb dezen bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden. 2 Samuël 6:16: En het geschiedde, als de ark des HEEREN in de stad Davids kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Als zij nu den koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht des HEEREN, verachtte zij hem in haar hart. Jesaja 37:22: Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. Psalmen 42:11: Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God? 2 Petrus 3:4: En zeggen: Waar is de belofte Zijner toekomst? want van dien dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping.",
          "text1637": "Die persoonen worden versmaedt, die wat doen, ofte geacht worden te doen, ’twelck niet eerlick noch betamelick en is, Gen. 38.23. 2.Sam. 6.16. Ies. 37.22. Dewijle van de Bruyt haren Bruydegom op de strate opentlick kussende, D. openbaerlick hem voor de menschen belijdende ende bekennende haren Salichmaker te zijn, niet onbetamelicks doen en soude, so en soudese des halven van geene godtsalige persoonen met reden verachtt ofte bespott worden. Ofte men kan dese woorden (oock en souden sy my niet verachten) in desen sin nemen, als of de Bruyt seyde, Mijne vyanden de ongeloovige menschen, en souden als dan mijne hope, die ick hebbe vande verschijninge des Messiae inden vleesche, niet meer bespotten gelijck sy plegen te doen, als de beloften Godes wat lange uytblijven, als Psal. 42.11. te sien is, ende 2.Pet. 3.4.",
          "text2026": "Die personen worden versmaad, die wat doen of geacht worden te doen, dat niet eerlijk nocht passend is, Gen. 38:23; 2 Sam. 6:16; Jes. 37:22. Omdat dan de Bruid, haar Bruidegom op de straat openlijk kussende, dat is openbaarlijk Hem voor de mensen belijdende en bekennende haar Zaligmaker te zijn, niets onbetamelijks doen zou, zo zou zij deshalve van geen godzalige personen met reden veracht of bespot worden. Of men kan deze woord ook zouden zij mij niet verachten in deze zin nemen, alsof de Bruid zei: Mijn vijanden, de ongelovigen mensen, zouden alsdan mijn hoop, die ik heb van de verschijning van de Messias in het vlees, niet meer bespotten gelijk zij plegen te doen, als de beloften van God wat lang uitblijven, gelijk Ps. 42:11 te zien is, en 2 Petr. 3:4. Genesis 38:23: Toen zei Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar u hebt haar niet gevonden. 2 Samuël 6:16: En het geschiedde, als de ark van JAHWEH in de stad van David kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Als zij nu de koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht van JAHWEH, verachtte zij hem in haar hart. Jesaja 37:22: Dit is het woord, dat JAHWEH over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. Psalmen 42:11: Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij de gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God? 2 Petrus 3:4: En zeggen: Waar is de belofte Zijn toekomst? want van die dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen zo gelijk van het begin van de schepping."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֤י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יִתֶּנְ/ךָ֙",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָ֣ח",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֔/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יוֹנֵ֖ק",
          "strongs": "H3243",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁדֵ֣י",
          "strongs": "H7699",
          "morph": "HNcmdc"
        },
        {
          "woord": "אִמִּ֑/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶֽמְצָאֲ/ךָ֤",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/חוּץ֙",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶשָׁ֣קְ/ךָ֔",
          "strongs": "H5401",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "גַּ֖ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָב֥וּזוּ",
          "strongs": "H936",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Och, dat U mij als een Broeder was,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zuigende de borsten van mijn moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kussen, ook zouden zij mij niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verachten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Och, dat Gij mij als een Broeder waart,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zuigende de borsten mijner moeder! dat ik U op de straat vond, ik zou U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kussen, ook zouden zij mij niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verachten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> OCh dat ghy my als een Broeder waert, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> suygende de borsten mijner moeder! dat ick u op de strate vonde, ick soude u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> cussen, oock en souden sy my niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verachten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "waart,",
          "new": "was,",
          "principe": "W5"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Och",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4310"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ֤י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִתֶּנְ/ךָ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Broeder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H251"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/אָ֣ח"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zuigende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3243"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יוֹנֵ֖ק"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "borsten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7699"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁדֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "moeder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H517"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִמִּ֑/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vond",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4672"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶֽמְצָאֲ/ךָ֤"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "straat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2351"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַ/חוּץ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kussen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5401"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶשָׁ֣קְ/ךָ֔"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ook",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1571"
          ],
          "bronwoorden": [
            "גַּ֖ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verachten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H936"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָב֥וּזוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:1",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Ik zou U leiden, ik zou U brengen in mijner moeders huis, Gij zoudt mij leren; ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en van het sap van mijn granaatappelen.",
      "text1637": "Ick soude [5] u leyden, ick soud’ u brengen [6] in mijnes moeders huys, [7] ghy soudt my leeren: [8] ick soude u van specerie-wijn te drincken geven, ende [9] van ’tsap van mijne granaet-appelen.",
      "text2026": "Ik zou U leiden, ik zou U brengen in het huis van mijn moeder, U zou mij leren; ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en van het sap van mijn granaatappels.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 U leiden: Te weten, met eerbieding en met vreugde; willende Christus, dat is de kennis van Christus, verbreiden in de algemene kerk zo der Joden als der heidenen.",
          "text1637": "T.w. met eerbiedinge ende met vreucht; willende Christum, D. de kennisse Christi, verbreyden in de algemeyne Kercke soo der Ioden als der Heydenen.",
          "text2026": "5 U leiden: Te weten, met eerbieding en met vreugde; willende Christus, dat is de kennis van Christus, verbreiden in de algemene kerk zo van de Joden als van de heidenen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 in mijner moeders: Dat is, in de kerk of verzamelingen der gelovigen, die Gods huizen en tempels zijn, 2 Kor. 6:16; Gal. 4:26; Hebr. 3:6. 2 Korinthiërs 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Hebreeën 3:6: Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en den roem der hoop tot het einde toe vast behouden.",
          "text1637": "D. in de Kercke ofte versamelingen der geloovigen, die Godes huysen ende Tempelen zijn, Gal. 4.26. 2.Cor. 6.16. Hebr. 3.6.",
          "text2026": "6 in mijn moeders: Dat is, in de kerk of verzamelingen van de gelovigen, die Gods huizen en tempels zijn, 2 Kor. 6:16; Gal. 4:26; Hebr. 3:6. 2 Korinthiërs 6:16: Of wat samenvoeging heeft de tempel van God met de afgoden? Want u bent de tempel van de levenden Gods; zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een Volk zijn. Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, dat is ons van alle moeder. Hebreeën 3:6: Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, als wij maar de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe vast behouden."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 Gij zoudt mij: Dit spreekt de kerk tot Christus. Zie Deut. 18:15; Jes. 2:2, 2:3; Micha 4:1, 4:2; Joh. 1:18, en Joh. 4:25, en Joh. 15:15; Hebr. 1:1. Deuteronomium 18:15: Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen; Jesaja 2:2: En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Micha 4:1: Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. Micha 4:2: En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. Johannes 4:25: De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen. Johannes 15:15: Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt. Hebreeën 1:1: God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;",
          "text1637": "Dit spreeckt de Kercke tot Christum. Siet Deut. 18.15. Ies. 2.2, 3. Mich. 4.1, 2.Ioh. 1.18. ende 4.15. ende 15.15. Hebr. 1.1.",
          "text2026": "7 U zoudt mij: Dit spreekt de kerk tot Christus. Zie Deut. 18:15; Jes. 2:2, 2:3; Micha 4:1, 4:2; Joh. 1:18, en Joh. 4:25, en Joh. 15:15; Hebr. 1:1. Deuteronomium 18:15: Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broers, als mij, zal u JAHWEH, uw God, verwekken; naar Hem zult u horen; Jesaja 2:2: En het zal gebeuren in het laatste van de dagen, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot dezelfde zullen alle heidenen toevloeien. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Micha 4:1: Maar in het laatste van de dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. Micha 4:2: En vele heidenen zullen heengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, en in het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Johannes 1:18: Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard. Johannes 4:25: De vrouw zei tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen. Johannes 15:15: Ik heet u niet meer dienaren; want de dienaar weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt. Hebreeën 1:1: God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaders gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon;"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 ik zou U: Dat is, ik zou zulke goede vruchten tot uwe eer voortbrengen, die u zo aangenaam zouden zijn als wijn met specerijen vermengd, of hypocras, of het sap van granaatappelen, iemand wezen kan.",
          "text1637": "Dat is, ick soude sulcke goede vruchten tot uwer eere voortbrengen, die u soo aengename souden zijn als wijn met specerien vermengt, of hypocras, of ’t sap van granaet-appelen, yemant wesen kan.",
          "text2026": "8 ik zou U: Dat is, ik zou zulke goede vruchten tot uw eer voortbrengen, die u zo aangenaam zouden zijn als wijn met specerijen vermengd, of hypocras, of het sap van granaatappelen, iemand wezen kan."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 van het sap: Deze lieflijke drank is geheel het tegendeel van den beker, waarvan gesproken wordt Openb. 17:2, 17:4. Openbaring 17:2: Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij. Openbaring 17:4: En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij.",
          "text1637": "Desen lieflicken dranck is geheel contrarie den beker daer van gesproken wort Apoc. 17.2, 4.",
          "text2026": "9 van het sap: Deze lieflijke drank is geheel het tegendeel van de beker, waarvan gesproken wordt Openb. 17:2, 17:4. Openbaring 17:2: Met welke de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn haar hoererij. Openbaring 17:4: En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en parels, en had in haar hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid haar hoererij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶנְהָֽגֲ/ךָ֗",
          "strongs": "H5090",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲבִֽיאֲ/ךָ֛",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אִמִּ֖/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְּלַמְּדֵ֑/נִי",
          "strongs": "H3925",
          "morph": "HVpi3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁקְ/ךָ֙",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֣יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֶ֔קַח",
          "strongs": "H7544",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עֲסִ֖יס",
          "strongs": "H6071",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רִמֹּנִֽ/י",
          "strongs": "H7416",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"bride-speaks\"><i>Ik zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> U leiden, ik zou U brengen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> in het huis van mijn moeder,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> U zou mij leren;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van het sap van mijn granaatappels.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> U leiden, ik zou U brengen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> in mijner moeders huis,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Gij zoudt mij leren;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ik zou U van specerijwijn te drinken geven, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van het sap van mijn granaatappelen.",
      "text1637_html": "Ick soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> u leyden, ick soud’ u brengen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> in mijnes moeders huys, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ghy soudt my leeren: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ick soude u van specerie-wijn te drincken geven, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van ’tsap van mijne granaet-appelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner moeders huis, Gij zoudt",
          "new": "het huis van mijn moeder, U zou",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "granaatappelen.",
          "new": "granaatappels.",
          "principe": "V1223"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "leiden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5090"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶנְהָֽגֲ/ךָ֗"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "brengen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲבִֽיאֲ/ךָ֛"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "in",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "huis",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1004"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בֵּ֥ית"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "moeder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H517"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִמִּ֖/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3925"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תְּלַמְּדֵ֑/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "drinken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8248"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַשְׁקְ/ךָ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "specerijwijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3196",
            "H7544"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/יַּ֣יִן",
            "הָ/רֶ֔קַח"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              7,
              6
            ]
          },
          "toelichting": "יַיִן הָרֶקַח is met het ene samengestelde woord 'specerijwijn' weergegeven."
        },
        {
          "tekst": "sap",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6071"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵ/עֲסִ֖יס"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "granaatappels",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7416"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רִמֹּנִֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:2",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.",
      "text1637": "[a] [10] Sijne slincker hant zy onder mijn hooft, ende sijne rechter hant omhelse my.",
      "text2026": "Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 Zijn linkerhand: De Bruid, aanmerkende hare zwakheid, bidt den Bruidegom, dat Hij haar wil troosten en ondersteunen, opdat zij rust moge vinden voor hare ziel, Hoogl. 2:6. Anders: zijne linkerhand is, of ligt, onder mijn hoofd; dat is, Hij draagt middelerwijl zorg voor mij, tonende zijne kracht in mijne zwakheid, Hij ondersteunt mij in mijn grootsten nood, gelijk een getrouw man zijne huisvrouw bijstaat in haar nood en benauwdheid. Hooglied 2:6: Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.",
          "text1637": "De Bruyt aenmerckende hare swackheyt, bidt den Bruydegom, dat hy haer wille troosten ende onderstutten, op datse ruste moge vinden voor hare ziele, Cant. 2.6. And. sijne slinckerhant is, of leyt, onder mijn hooft. D. hy draecht midlerwijle sorge voor my, toonende sijne kracht in mijne swackheyt, hy ondersteunt my in mijnen grootsten noot, gelijck een getrouwe man sijne huysvrouwe bystaet in haren noot ende benautheyt.",
          "text2026": "10 Zijn linkerhand: De Bruid, aanmerkende haar zwakheid, bidt de Bruidegom, dat Hij haar wil troosten en ondersteunen, opdat zij rust mag vinden voor haar ziel, Hoogl. 2:6. Anders: zijn linkerhand is, of ligt, onder mijn hoofd; dat is, Hij draagt middelerwijl zorg voor mij, tonende zijn kracht in mijn zwakheid, Hij ondersteunt mij in mijn grootsten nood, gelijk een getrouw man zijn huisvrouw bijstaat in haar nood en benauwdheid. Hooglied 2:6: Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 2:6. Hooglied 2:6: Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.",
          "text1637": "Cant. 2.6.",
          "text2026": "Hoogl. 2:6. Hooglied 2:6: Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׂמֹאל/וֹ֙",
          "strongs": "H8040",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹאשִׁ֔/י",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ימִינ֖/וֹ",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תְּחַבְּקֵֽ/נִי",
          "strongs": "H2263",
          "morph": "HVpi3fs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Zijn linkerhand zij onder mijn hoofd, en Zijn rechterhand omhelze mij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sijne slincker hant zy onder mijn hooft, ende sijne rechter hant omhelse my.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "linkerhand",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8040"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׂמֹאל/וֹ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:3",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "onder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תַּ֣חַת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:3",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hoofd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7218"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רֹאשִׁ֔/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:3",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "rechterhand",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3225"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וִֽ/ימִינ֖/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:3",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "omhelze",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2263"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תְּחַבְּקֵֽ/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:3",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve lust!",
      "text1637": "[b] [11] Ick besweere u, ghy dochteren Ierusalems, [12] dat ghy die liefde niet op en weckt, noch wacker en maeckt tot dat het [de selve] lust.",
      "text2026": "Ik bezweer u, u dochters van Jeruzalem! dat u die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, voordat het haar lust!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 Ik bezweer u: Dat is, ik beveel u een eed. De Bruid, nu gevoelende de genadige vertroostingen van haren Bruidegom, wens dat zij dezelve steeds moge deelachtig zijn en blijven, verbiedende haren vrienden dezelve te ontrusten of te storen. Zie boven Hoogl. 2:7, en Hoogl. 3:5; te weten door ketterijen, scheuringen of ergernis. Enigen menen dat de Bruidegom in vers 4 spreekt. Hooglied 2:7: Ik bezweer u, gij, dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste! Hooglied 3:5: Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden des velds zijt, dat gij de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste! Hooglied 8:4: Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve lust!",
          "text1637": "D. ick bevelet u op eenen eedt. De Bruyt nu gevoelende de genadige vertrostingen hares Bruydegoms, wenscht dat sy der selver steets moge deelachtich zijn ende blyven, verbiedende hare vrienden de selve te ontrusten, ofte te stooren. Siet bov. 2.7. ende 3.5. te weten, door ketteryen, scheuringen, ofte ergernisse. Eenige meynen dat de Bruydegom in dit vers spreeckt.",
          "text2026": "11 Ik bezweer u: Dat is, ik beveel u een eed. De Bruid, nu gevoelende de genadige vertroostingen van haar Bruidegom, wens dat zij dezelfde steeds mag deelachtig zijn en blijven, verbiedende haar vrienden dezelfde te ontrusten of te storen. Zie boven Hoogl. 2:7, en Hoogl. 3:5; te weten door ketterijen, scheuringen of ergernis. Enige menen dat de Bruidegom in vers 4 spreekt. Hooglied 2:7: Ik bezweer u, u, dochters van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden van het veld bent, dat u die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelfde luste! Hooglied 3:5: Ik bezweer u, u dochters van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden van het veld bent, dat u de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste! Hooglied 8:4: Ik bezweer u, u dochters van Jeruzalem! dat u die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelfde lust!"
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 dat gij die liefde: Anders: waarom, of wat zoudt gijlieden die liefde opwekken, of wakkermaken eer het haar lust? Deze vraag betekent zoveel alsof er stond: wekt deze liefde niet op, het zou ulieden en ons tezamen niet bevorderlijk zijn dat gij uwe moeder, de kerk, harteleed zoudt aandoen. Zie dergelijke manier van spreken boven Hoogl. 2:7, en Hoogl. 3:5. Hooglied 2:7: Ik bezweer u, gij, dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste! Hooglied 3:5: Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden des velds zijt, dat gij de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste!",
          "text1637": "Anders, waerom, of, wat soudt ghy-lieden die liefde opwecken, of, wacker maken eer het haer lust? Dese vrage beteeckent soo veel, als offer stonde, En weckt dese liefde niet op, ’t en soude u lieden nochte ons t’samen niet voorderlick zijn, dat ghy uwe moeder, de kercke, soudet herten-leet aendoen. Siet dergelijcke maniere van spreken bov. c. 2. vers 7. ende c. 3. vers 5.",
          "text2026": "12 dat u die liefde: Anders: waarom, of wat zoudt u die liefde opwekken, of wakkermaken voordat het haar lust? Deze vraag betekent zoveel alsof er stond: wekt deze liefde niet op, het zou u en ons tezamen niet bevorderlijk zijn dat u uw moeder, de kerk, harteleed zoudt aandoen. Zie dergelijke manier van spreken boven Hoogl. 2:7, en Hoogl. 3:5. Hooglied 2:7: Ik bezweer u, u, dochters van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden van het veld bent, dat u die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelfde luste! Hooglied 3:5: Ik bezweer u, u dochters van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden van het veld bent, dat u de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste!"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5. Hooglied 2:7: Ik bezweer u, gij, dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden des velds zijt, dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve luste! Hooglied 3:5: Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden des velds zijt, dat gij de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste!",
          "text1637": "Cant. 2.7. ende 3.5.",
          "text2026": "Hoogl. 2:7; Hoogl. 3:5. Hooglied 2:7: Ik bezweer u, u, dochters van Jeruzalem! die bij de reeën, of bij de hinden van het veld bent, dat u die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelfde luste! Hooglied 3:5: Ik bezweer u, u dochters van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden van het veld bent, dat u de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִשְׁבַּ֥עְתִּי",
          "strongs": "H7650",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּנ֣וֹת",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִָ֑ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "תָּעִ֧ירוּ",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVhi2mp"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "תְּעֹֽרְר֛וּ",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVoi2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אַהֲבָ֖ה",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֥ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/תֶּחְפָּֽץ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HTr/Vqi3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Ik bezweer u, u dochters van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Jeruzalem! dat u die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, voordat het haar lust!</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik bezweer u, gij dochteren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Jeruzalem! dat gij die liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het dezelve lust!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Ick besweere u, ghy dochteren Ierusalems, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> dat ghy die liefde niet op en weckt, noch wacker en maeckt tot dat het [de selve] lust.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij dochteren",
          "new": "u dochters",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "totdat",
          "new": "voordat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dezelve",
          "new": "haar",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "bezweer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7650"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הִשְׁבַּ֥עְתִּי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "u",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶתְ/כֶ֖ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dochters",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1323"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּנ֣וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Jeruzalem",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3389"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְרוּשָׁלִָ֑ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opwekt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5782"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תָּעִ֧ירוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "noch",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּֽ/מַה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wakker",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5782"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תְּעֹֽרְר֛וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              8
            ]
          },
          "anker": "liefde",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H160"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָ/אַהֲבָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voordat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5704"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַ֥ד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "lust",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2654"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ/תֶּחְפָּֽץ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:4",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? Onder den appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uw moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.",
      "text1637": "[13] Wie is sy, die daer op klimt uyt [14] de woestijne, ende [15] haer lieflick leunt op haren Liefsten? [16] Onder den appel-boom [17] hebbe ick u opgeweckt, [18] daer heeft u [19] uwe moeder [20] met smerte voort gebracht, daer heeftse [u] met smerte voort gebracht, [die] u gebaert heeft.",
      "text2026": "Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? Onder de appelboom heb ik u opgewekt, daar heeft u uw moeder met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 Wie is zij: Dit zijn de woorden van den Bruidegom, zich verwonderende over den opgang van een nieuwe gemeente, in ene plaats waar tevoren gene verzameling der gelovigen geweest was. Of, indien dit zijn de woorden van de oude kerk der gelovigen, gelijk sommigen menen, zo is het ene verwondering van de dochters van Jeruzalem over den aanwas, het sterk onwankelbaar geloof en geduld dezer gemeente, zich leunende, steunende, alleenlijk verlatende op de genadige bescherming van haren Bruidegom. Vergelijk Hoogl. 3:6. Hooglied 3:6: Wie is zij, die daar opkomt uit de woestijn, als rookpilaren, berookt met mirre en wierook, en met allerlei poeder des kruideniers?",
          "text1637": "Dit zijn de woorden des Bruydegoms, hem verwonderende over den op-ganck van eene nieuwe Gemeynte, in eene plaetse daer te vooren geene versamelinge der Geloovigen geweest en was: Ofte, Indien dit zijn de woorden van de oude kercke der Geloovigen, gelijck sommige meynen, so is’t eene verwonderinge der dochteren Ierusalems over den aenwas, sterck onwanckelbaer geloove, ende patientie deser Gemeynte, haer leunende, steunende, alleenlick verlatende op de genadige bescherminge hares Bruydegoms. Vergel. Cant. 3.6.",
          "text2026": "13 Wie is zij: Dit zijn de woorden van de Bruidegom, zich verwonderende over de opgang van een nieuwe gemeente, in een plaats waar tevoren gene verzameling van de gelovigen geweest was. Of, als dit zijn de woorden van de oude kerk van de gelovigen, gelijk sommigen menen, zo is het een verwondering van de dochters van Jeruzalem over de aanwas, het sterk onwankelbaar geloof en geduld van deze gemeente, zich leunende, steunende, alleen verlatende op de genadige bescherming van haar Bruidegom. Vergelijk Hoogl. 3:6. Hooglied 3:6: Wie is zij, die daar opkomt uit de woestijn, als rookpilaren, berookt met mirre en wierook, en met allerlei poeder van de kruideniers?"
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 de woestijn: Men kan hier door de woestijn verstaan de volken dezer wereld, uit welke het volk Gods is verkoren en geroepen; Joh. 15:19. Johannes 15:19: Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.",
          "text1637": "Men kan hier door de woenstyne verstaen de volckeren deser werelt, uyt de welcke het volck Godes is verkoren ende geroepen, Ioh. 15.19.",
          "text2026": "14 de woestijn: Men kan hier door de woestijn verstaan de volken van deze wereld, uit welke het volk van God is gekozen en geroepen; Joh. 15:19. Johannes 15:19: Als u van de wereld was, zo zou de wereld het haar liefhebben; maar omdat u van de wereld niet bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders: zich voegende, of vergezellende tot haren liefste. Het Hebreeuwse woord, dat in den tekst staat, wordt nergens meer gevonden dan hier alleen. Hier wordt te kennen gegeven de zwakheid, die de Bruid bij zichzelve gevoelt, hare sterkte bestaande in Christus haren Bruidegom, aan wien zij met het geloof leunende, versterkt wordt in alle vrees, twijfelmoedigheid, verzoekingen en gevaarlijkheden, als zijnde, door de vereniging met Hem, zijne genaden en weldaden deelachtig gemaakt, want wie den Heere aanhangt, die is één geest met Hem, 1 Kor. 6:17, die hem volmaakt, bevestigt, sterkt en fondeert; 1 Petr. 5:10. 1 Korinthiërs 6:17: Maar die den Heere aanhangt, is een geest met Hem. 1 Petrus 5:10: De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke, en fondere ulieden.",
          "text1637": "And. haer voegende, of, vergesellende tot haren liefsten. Het Hebr. woort dat in den text staet, en wort nergens meer gevonden, dan hier alleen. Hier wort te kennen gegeven, de swackheyt die de Bruyt by haer selven gevoelt, hare sterckte bestaende in Christo haren Bruydgeom, aen den welcken sy met den geloove leunende, versterckt wort in alle vreese, twijffelmoedicheyt, tentatien ende gevaerlickheden, als zijnde, door de vereeniginge met hem, gemaeckt deelachtich sijner genaden ende wel-daden, want wie den Heere aenhangt, die is een geest met hem, 1.Cor. 6.17. die hem volmaeckt, bevesticht, sterckt, ende fondeert, 1.Pet. 5.10.",
          "text2026": "Anders: zich voegende, of vergezellende tot haar liefste. Het Hebreeuwse woord, dat in de tekst staat, wordt nergens meer gevonden dan hier alleen. Hier wordt te kennen gegeven de zwakheid, die de Bruid bij zichzelf gevoelt, haar sterkte bestaande in Christus haar Bruidegom, aan wie zij met het geloof leunende, versterkt wordt in alle vrees, twijfelmoedigheid, verzoekingen en gevaarlijkheden, als zijnde, door de vereniging met Hem, zijn genaden en weldaden deelachtig gemaakt, want wie de Heer aanhangt, die is één geest met Hem, 1 Kor. 6:17, die hem volmaakt, bevestigt, sterkt en fondeert; 1 Petr. 5:10. 1 Korinthiërs 6:17: Maar die de Heer aanhangt, is een geest met Hem. 1 Petrus 5:10: De God nu van alle genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelfde volmake, bevestige, versterke, en fondere u."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 Onder den appelboom: Versta hier bij den appelboom den boom der genade, welks schaduw en vruchten de Bruid aangenaam en vermakelijk zijn.",
          "text1637": "Verstaet hier by den Appel-boom, den boom der genade, wiens schaduwe ende vruchten der Bruyt aengenaem ende vermakelick zijn.",
          "text2026": "16 Onder de appelboom: Versta hier bij de appelboom de boom van de genade, welks schaduw en vruchten de Bruid aangenaam en vermakelijk zijn."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 heb ik u opgewekt: Dit zijn de woorden der Bruid tot haren Bruidegom, dien zij als uit den slaap opwekt door haar ijverig gebed; gelijk Ps. 44:24, en Ps. 68:2, en Ps. 78:65. Psalmen 44:24: Waak op, waarom zoudt Gij slapen, HEERE! Ontwaak, verstoot niet in eeuwigheid. Psalmen 68:2: God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden. Psalmen 78:65: Toen ontwaakte de Heere, als een slapende, als een held, die juicht van den wijn.",
          "text1637": "Dit zijn de woorden der Bruyt tot haren Bruydegom, den welcken sy als uyt den slaep opweckt door haer yverich gebedt, als Psal. 44.24. ende 68.1. ende 78.65.",
          "text2026": "17 heb ik u opgewekt: Dit zijn de woorden van de Bruid tot haar Bruidegom, die zij als uit de slaap opwekt door haar ijverig gebed; gelijk Ps. 44:24, en Ps. 68:2, en Ps. 78:65. Psalmen 44:24: Waak op, waarom zoudt U slapen, JAHWEH! Ontwaak, verstoot niet in eeuwigheid. Psalmen 68:2: God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vluchten. Psalmen 78:65: Toen ontwaakte de Heer, als een slapende, als een held, die juicht van de wijn."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 daar heeft u: Te weten onder dien appelboom.",
          "text1637": "T.w. onder dien appel-boom.",
          "text2026": "18 daar heeft u: Te weten onder die appelboom."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 uw moeder: Of aldus: Daar is uwe moeder van u in arbeid geweest, daar is zij in arbeid geweest, die u gebaard heeft; uwe moeder, dat is de eerste kerk, of verzameling der gelovigen, in welke Christus, bij manier van spreken, geboren is, door het prediken, belijden en het ten uitvoer brengen van zijn Woord, ook door het lijden voor hetzelve.",
          "text1637": "Ofte aldus; Daer is uwe moeder van u in arbeyt geweest, daer isse in arbeyt geweest die u gebaert heeft: Uwe moeder, dat is, de eerste kercke, ofte versamelinge der geloovigen, in de welcke Christus, by maniere van spreken, geboren is, door het prediken, belyden, ende het practizeren sijnes woorts, oock door het lyden voor de selve.",
          "text2026": "19 uw moeder: Of aldus: Daar is uw moeder van u in arbeid geweest, daar is zij in arbeid geweest, die u gebaard heeft; uw moeder, dat is de eerste kerk, of verzameling van de gelovigen, in welke Christus, bij manier van spreken, geboren is, door het prediken, belijden en het ten uitvoer brengen van zijn Woord, ook door het lijden voor hetzelfde."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 met smart: Christus in de wereld voort te brengen door de predikatie van het Evangelie, wordt ons hier afgebeeld door de gelijkenis van ene vrouw, zijnde barenssmart; gelijk Gal. 4:19; Openb. 12:2. Gelijk het kinderbaren geschiedt met vele pijnen en zwarigheid, alzo gaat het ook toe als men Christus in de harten en gemoederen der mensen brengende is, opdat zij in Hem geloven. Dit geschiedt niet dan met veel arbeid, zorg en zwarigheid. Zie 2 Kor. 4:8 tot 2 Kor. 4:11, en 2 Kor. 6:4, 6:5. Galaten 4:19: Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. Openbaring 12:2: En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren. 2 Korinthiërs 4:8: Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd; twijfelmoedig, doch niet mismoedig; 2 Korinthiërs 4:11: Want wij, die leven, worden altijd in den dood overgegeven om Jezus' wil; opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden. 2 Korinthiërs 6:4: Maar wij, als dienaars van God, maken onszelven in alles aangenaam, in vele verdraagzaamheid, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, 2 Korinthiërs 6:5: In slagen, in gevangenissen, in beroerten, in arbeid, in waken, in vasten,",
          "text1637": "Christum in de werelt voort te brengen door de predicatie des Euangelij, wort ons hier afgebeeldt door de gelijckenisse van eene vrouwe, zijnde in barens smerte, als Galat. 4.19. Apoc. c. 12. vers 2. gelijck het kinder-baren geschiet met veel pynen ende swaricheyt, alsoo gaet het oock toe alsmen Christum in de herten ende gemoederen der menschen is brengende, op datse in hem gelooven. Dit en geschiet niet, dan met veel arbeyts, sorge, ende swaricheyt. Siet 2.Cor. 6.4, 5. ende 4.8, .....11.",
          "text2026": "20 met smart: Christus in de wereld voort te brengen door de predikatie van het Evangelie, wordt ons hier afgebeeld door de gelijkenis van een vrouw, zijnde barenssmart; gelijk Gal. 4:19; Openb. 12:2. Gelijk het kinderbaren geschiedt met vele pijnen en zwarigheid, zo gaat het ook toe als men Christus in de harten en gemoederen van de mensen brengende is, opdat zij in Hem geloven. Dit geschiedt niet dan met veel arbeid, zorg en zwarigheid. Zie 2 Kor. 4:8 tot 2 Kor. 4:11, en 2 Kor. 6:4, 6:5. Galaten 4:19: Mijn kinderen, die ik opnieuw arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. Openbaring 12:2: En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren. 2 Korinthiërs 4:8: Als die in alles verdrukt worden, maar niet benauwd; twijfelmoedig, maar niet mismoedig; 2 Korinthiërs 4:11: Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus' wil; opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden. 2 Korinthiërs 6:4: Maar wij, als dienaren van God, maken onszelven in alles aangenaam, in vele verdraagzaamheid, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, 2 Korinthiërs 6:5: In slagen, in gevangenissen, in beroerten, in arbeid, in waken, in vasten,"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֣י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "זֹ֗את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "עֹלָה֙",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּדְבָּ֔ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִתְרַפֶּ֖קֶת",
          "strongs": "H7514",
          "morph": "HVtrfsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דּוֹדָ֑/הּ",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "תַּ֤חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/תַּפּ֨וּחַ֙",
          "strongs": "H8598",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֽוֹרַרְתִּ֔י/ךָ",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVop1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֚מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "חִבְּלַ֣תְ/ךָ",
          "strongs": "H2254",
          "morph": "HVpp3fs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אִמֶּ֔/ךָ",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "חִבְּלָ֥ה",
          "strongs": "H2254",
          "morph": "HVpp3fs"
        },
        {
          "woord": "יְלָדַֽתְ/ךָ",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVqp3fs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup><span class=\"chorus-speaks\"><i> Wie is zij, die daar opklimt uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de woestijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> liefelijk leunt op haar Liefste?</i></span><sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> <span class=\"bride-speaks\"><i>Onder de appelboom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> heb ik u opgewekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daar heeft u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> uw moeder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Wie is zij, die daar opklimt uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de woestijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> liefelijk leunt op haar Liefste?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Onder den appelboom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> heb ik u opgewekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daar heeft u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> uw moeder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> met smart voortgebracht, daar heeft zij u met smart voortgebracht, die u gebaard heeft.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Wie is sy, die daer op klimt uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de woestijne, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> haer lieflick leunt op haren Liefsten? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Onder den appel-boom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hebbe ick u opgeweckt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daer heeft u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> uwe moeder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> met smerte voort gebracht, daer heeftse [u] met smerte voort gebracht, [die] u gebaert heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Wie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4310"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2063"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זֹ֗את"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opklimt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5927"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֹלָה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uit",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4480"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "woestijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4057"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/מִּדְבָּ֔ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leunt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7514"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִתְרַפֶּ֖קֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Liefste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דּוֹדָ֑/הּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Onder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תַּ֤חַת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "appelboom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8598"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/תַּפּ֨וּחַ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opgewekt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5782"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֽוֹרַרְתִּ֔י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daar",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H8033"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֚מָּ/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voortgebracht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2254"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חִבְּלַ֣תְ/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "moeder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H517"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִמֶּ֔/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daar",
          "voorkomen": 3,
          "strongs": [
            "H8033"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֖מָּ/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voortgebracht",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H2254"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חִבְּלָ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gebaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3205"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְלָדַֽתְ/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:5",
            "bronindices": [
              16
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.",
      "text1637": "[21] Sett my als een segel op u herte, als een segel [22] op uwen arm: want [23] de liefde is sterck, [24] als de doot: [25] de yver is hart als het graf: [26] hare colen zijn vyerige colen, [27] vlammen des HEEREN.",
      "text2026": "Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen van JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 Zet mij: Met deze woorden bidt de Bruid Christus om verzekering en bevestiging zijner liefde tot haar, dat zij als een zegel in en op zijn hart moge verzegeld zijn en blijven. Dit ziet op den borstlap van den hogepriester, in welken gegraveerd waren de namen van de twaalf stammen van Israël, in twaalf edele stenen; Exod. 28:21, 28:29. Ten allen tijde zijn zegels gebruikt geweest tot bevestiging van hetgeen men schrijft of belooft, opdat het niet verbroken worde. Zie Neh. 9:28; Jer. 22:24; Hagg. 2:24; Mal. 3:16; 2 Tim. 2:19. Exodus 28:21: En deze stenen zullen zijn met de twaalf namen der zonen van Israël, met hun namen; zij zullen als zegelen gegraveerd worden, elk met zijn naam; voor de twaalf stammen zullen zij zijn. Exodus 28:29: Alzo zal Aäron de namen der zonen van Israël dragen aan den borstlap des gerichts, op zijn hart, als hij in het heilige zal gaan, ter gedachtenis voor het aangezicht des HEEREN geduriglijk. Nehemia 9:28: Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt. Jeremia 22:24: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken. Maleachi 3:16: Alsdan spreken, die den HEERE vrezen, een ieder tot zijn naaste: De HEERE merkt er toch op en hoort, en er is een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, voor degenen, die den HEERE vrezen, en voor degenen, die aan Zijn Naam gedenken. 2 Timotheüs 2:19: Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.",
          "text1637": "Met dese woorden bidt de Bruyt Christum om versekeringe ende bevestinge sijner liefde tot haer, dat sy als een segel in ende op sijn herte mochte versegelt zijn ende blyven. Dit siet op den borst-lap des Hoogen-Priesters, in den welcken gegraveert waren de namen vande twaelf stammen van Israel, in twaelf edele steenen, Exod. 28.21, 29. Tot allen tyden zijn segels gebruyckt geweest tot bevestinge van sulcks alsmen schrijft of belooft, op dat het niet verbroken en worde. Siet Nehem. 9.38. Ierem. 22.24. Hag. 2.23. Malach. 3. vers 16. 2.Tim. 2.19.",
          "text2026": "21 Zet mij: Met deze woorden bidt de Bruid Christus om verzekering en bevestiging zijn liefde tot haar, dat zij als een zegel in en op zijn hart mag verzegeld zijn en blijven. Dit ziet op de borstlap van de hogepriester, in welke gegraveerd waren de namen van de twaalf stammen van Israël, in twaalf edele stenen; Ex. 28:21, 28:29. Ten alle tijde zijn zegels gebruikt geweest tot bevestiging van wat men schrijft of belooft, opdat het niet verbroken worde. Zie Neh. 9:28; Jer. 22:24; Hagg. 2:24; Mal. 3:16; 2 Tim. 2:19. Exodus 28:21: En deze stenen zullen zijn met de twaalf namen van de zonen van Israël, met hun namen; zij zullen als zegelen gegraveerd worden, elk met zijn naam; voor de twaalf stammen zullen zij zijn. Exodus 28:29: Zo zal Aäron de namen van de zonen van Israël dragen aan de borstlap van het gericht, op zijn hart, als hij in het heilige zal gaan, ter gedachtenis voor het aangezicht van JAHWEH geduriglijk. Nehemia 9:28: Maar als zij rust hadden, keerden zij weer om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet U hen in de hand hun vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt U hen van de hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt. Jeremia 22:24: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken. Maleachi 3:16: Alsdan spreken, die JAHWEH vrezen, een ieder tot zijn naaste: JAHWEH merkt er toch op en hoort, en er is een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, voor degenen, die JAHWEH vrezen, en voor degenen, die aan Zijn Naam gedenken. 2 Timotheüs 2:19: Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heer kent degenen, die de Zijn zijn; en: Een iedereen, die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 op Uw arm: De hogepriester droeg de namen der twaalf stammen, niet alleen op zijn hart, maar ook op zijne schouders, ter gedachtenis van de kinderen Israëls. Zie Jes. 49:16. Enigen menen dat door het hart hier betekend wordt de inwendige liefde des Bruidegoms en door den arm het uitwendig bewijs zijner liefde, gelijk Ps. 77:16, en Ps. 86:11. Jesaja 49:16: Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij. Psalmen 77:16: Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela. Psalmen 86:11: Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.",
          "text1637": "De hooge-Priester droech de namen der twaelf stammen, niet alleen op sijn herte, maer oock op sijne schouders, ter gedachtenisse van de kinderen Israels. Siet Iesa. 49.16. Eenige meynen, dat door het herte hier beteeckent wort de inwendige liefde des Bruydegoms, ende door den arm het uytwendich bewijs sijner liefde, als Psal. 77.16. ende 86.11.",
          "text2026": "22 op Uw arm: De hogepriester droeg de namen van de twaalf stammen, niet alleen op zijn hart, maar ook op zijn schouders, ter gedachtenis van de kinderen van Israël. Zie Jes. 49:16. Enige menen dat door het hart hier betekend wordt de inwendige liefde van de Bruidegom en door de arm het uitwendig bewijs zijn liefde, gelijk Ps. 77:16, en Ps. 86:11. Jesaja 49:16: Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij. Psalmen 77:16: U hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela. Psalmen 86:11: Leer mij, JAHWEH! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 de liefde: Te weten de geestelijke liefde der Bruid tot Christus en desgelijks de liefde van Christus tot zijne kerk en uitverkorenen.",
          "text1637": "Te weten, de geestelicke liefde der Bruyt tot Christum, ende van gelijcke de liefde Christi tot sijne kercke ende uytverkorene.",
          "text2026": "23 de liefde: Te weten de geestelijke liefde van de Bruid tot Christus en evenzo de liefde van Christus tot zijn kerk en uitverkorenen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 als de dood: De zin is: Gelijk de dood door zijne kracht ook den allersterksten mens overwint, Ps. 89:49, alzo is de onderlinge liefde tussen ons beiden zeer sterk, en zij kan in ons niet uitgeblust worden door enigen vijand, of tegenspoed, zelfs ook niet door den dood. Psalmen 89:49: Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.",
          "text1637": "De sin is, Gelijck de doot door hare kracht, oock den alder-stercksten mensche overwint, Psal. 89.49. alsoo is de onderlinge liefde tusschen ons beyden seer sterck, ende sy en kan in ons niet uytgebluscht worden door eenigen vyant, of tegenspoet, selve oock niet door den doot.",
          "text2026": "24 als de dood: De zin is: Gelijk de dood door zijn kracht ook de allersterksten mens overwint, Ps. 89:49, zo is de onderlinge liefde tussen ons beiden zeer sterk, en zij kan in ons niet uitgeblust worden door enige vijand, of tegenspoed, zelfs ook niet door de dood. Psalmen 89:49: Wat man leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld van het graf? Sela."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 de ijver: Of, jaloezie. Dit betekent een heftige brandende liefde. Deze liefde of ijver wordt gezegd hard te wezen gelijk het graf, omdat zij alle zwarigheden verslindt en overwint; Gal. 5:24; Kol. 3:5, gelijk de dood en het graf alles verslinden. Galaten 5:24: Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Kolossensen 3:5: Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.",
          "text1637": "Of, jalousye. dit beteeckent eene heftige brandende liefde. Dese liefde, of yver wort geseyt hart te wesen als het graf, omdat sy alle swaricheden verslindt ende overwint, Gal. 5.24. Col. 3.5. gelijck de doot ende ’t graf alles verslinden.",
          "text2026": "25 de ijver: Of, jaloezie. Dit betekent een heftige brandende liefde. Deze liefde of ijver wordt gezegd hard te wezen gelijk het graf, omdat zij alle zwarigheden verslindt en overwint; Gal. 5:24; Kol. 3:5, gelijk de dood en het graf alles verslinden. Galaten 5:24: Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Kolossensen 3:5: Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 haar kolen: Hier wordt gesproken van de brandende kolen der liefde, die het hart ontsteken en niet kunnen uitgeblust worden.",
          "text1637": "Hier wort gesproken vande brandende kolen der liefde, die het herte ontsteken, ende niet en kunnen uytgebluscht worden.",
          "text2026": "26 haar kolen: Hier wordt gesproken van de brandende kolen van de liefde, die het hart ontsteken en niet kunnen uitgeblust worden."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, grote krachtige vlammen, of vlammen, die van den HEERE ontstoken worden. Versta, de vlammen of het vuur der liefde en van den Geest van Christus, hetwelk met recht groot mag genoemd worden vanwege de sterkte zijner liefde en de krachtige werking zijns Geestes in de harten der uitverkorenen.",
          "text1637": "D. groote krachtige vlammen. Ofte, vlammen die van den HEERE ontsteken worden. Verstaet de vlamme of het vyer der liefde ende des Geests Christi, ’t welck met recht groot mach genoemt worden van wegen de sterckte sijner liefde, ende de krachtige werckinge sijns Geests in de herten der uytverkorenen.",
          "text2026": "Dat is, grote krachtige vlammen, of vlammen, die van JAHWEH ontstoken worden. Versta, de vlammen of het vuur van de liefde en van de Geest van Christus, dat met recht groot mag genoemd worden vanwege de sterkte zijn liefde en de krachtige werking zijns Geestes in de harten van de uitverkorenen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׂימֵ֨/נִי",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַֽ/חוֹתָ֜ם",
          "strongs": "H2368",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לִבֶּ֗/ךָ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כַּֽ/חוֹתָם֙",
          "strongs": "H2368",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "זְרוֹעֶ֔/ךָ",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עַזָּ֤ה",
          "strongs": "H5794",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "כַ/מָּ֨וֶת֙",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַהֲבָ֔ה",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "קָשָׁ֥ה",
          "strongs": "H7186",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "כִ/שְׁא֖וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "קִנְאָ֑ה",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁפֶ֕י/הָ",
          "strongs": "H7565",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "רִשְׁפֵּ֕י",
          "strongs": "H7565",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "שַׁלְהֶ֥בֶתְ",
          "strongs": "H7957",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יָֽה",
          "strongs": "H3050",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> op Uw arm; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de liefde is sterk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als de dood;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> de ijver is hard als het graf;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> haar kolen zijn vurige kolen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vlammen van JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> op Uw arm; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de liefde is sterk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als de dood;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> de ijver is hard als het graf;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> haar kolen zijn vurige kolen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vlammen des HEEREN.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Sett my als een segel op u herte, als een segel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> op uwen arm: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de liefde is sterck, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als de doot: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> de yver is hart als het graf: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hare colen zijn vyerige colen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vlammen des HEEREN.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN.",
          "new": "van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7760"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שִׂימֵ֨/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zegel",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2368"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַֽ/חוֹתָ֜ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hart",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3820"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִבֶּ֗/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zegel",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H2368"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּֽ/חוֹתָם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "arm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2220"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זְרוֹעֶ֔/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּֽי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "sterk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5794"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַזָּ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dood",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4194"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַ/מָּ֨וֶת֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H160"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַהֲבָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7186"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָשָׁ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "graf",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7585"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִ/שְׁא֖וֹל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ijver",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קִנְאָ֑ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kolen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7565"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רְשָׁפֶ֕י/הָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kolen",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H7565"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רִשְׁפֵּ֕י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              16
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vurige",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H784"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵ֖שׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vlammen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7957",
            "H3050"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שַׁלְהֶ֥בֶתְ",
            "יָֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:6",
            "bronindices": [
              17
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H7957"
          ],
          "toelichting": "שַׁלְהֶבֶתְיָה is in MorphHB gesplitst in שַׁלְהֶבֶתְ (H7957) en יָה (H3050); de uitlijngids kent alleen een token voor H7957, zodat het grondwoord met het buurwoord is samengevoegd."
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.",
      "text1637": "[28] Vele wateren en souden [c] dese liefde niet kunnen uyt blusschen: ja de Rivieren en soudense niet [29] verdrincken: al gave yemant al ’t goet van sijn huys voor dese liefde, [30] men soude hem teenemael verachten.",
      "text2026": "Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 Vele wateren: Bij wateren en stromen worden dikwijls in de Heilige Schrift betekend tegenspoeden, vervolgingen, aanvechtingen, die de Heere Christus om onzentwil heeft uitgestaan, en met welke het geloof, de liefde en het geduld der kinderen Gods geoefend en beproefd worden, gelijk Ps. 42:8, en Ps. 69:2; Jes. 8:7, 8:8, en Jes. 59:19; Dan. 9:26, en Dan. 11:22; Matth. 7:27. Zie de aantekening 2 Sam. 22:17. Vergelijk Rom. 8:35-39. Psalmen 42:8: De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan. Psalmen 69:2: Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel. Jesaja 8:7: Daarom ziet, zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrië en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers; Jesaja 8:8: En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken; en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuël! Jesaja 59:19: Dan zullen zij den Naam des HEEREN vrezen van den nedergang, en Zijn heerlijkheid van den opgang der zon; als de vijand zal komen gelijk een stroom, zal de Geest des HEEREN de banier tegen hen oprichten. Daniël 9:26: En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen. Daniël 11:22: En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen gebroken worden, en ook de vorst des verbonds. Mattheüs 7:27: En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot. 2 Samuël 22:17: Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Romeinen 8:35: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?",
          "text1637": "By wateren en stroomen worden dickwijls in de H. Schrift beteeckent tegenspoeden, vervolgingen, aenvechtingen, die de Heere Christus om onsent wille heeft uytgestaen, ende met de welcke het geloove, liefde, ende patientie der kinderen Godes geoeffent ende beproeft worden, als Psal. 42.8. ende 69.2. Ies. 8.7, 8. ende 59.19. Dan. 9.26. ende 11.22. Matt. 7. vers 27. Siet d’aent. 2.Sam. 22. op vers 17. Vergel. Rom. 8.35, ....39.",
          "text2026": "28 Vele wateren: Bij wateren en stromen worden dikwijls in de Heilige Schrift betekend tegenspoeden, vervolgingen, aanvechtingen, die de Heer Christus om onzentwil heeft uitgestaan, en met welke het geloof, de liefde en het geduld van de kinderen van God geoefend en beproefd worden, gelijk Ps. 42:8, en Ps. 69:2; Jes. 8:7, 8:8, en Jes. 59:19; Dan. 9:26, en Dan. 11:22; Matt. 7:27. Zie de aantekening 2 Sam. 22:17. Vergelijk Rom. 8:35-39. Psalmen 42:8: De afgrond roept tot de afgrond, bij het gedruis Uw watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan. Psalmen 69:2: Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel. Jesaja 8:7: Daarom ziet, zo zal de Heer over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren van de rivier, de koning van Assyrië en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers; Jesaja 8:8: En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan de hals reiken; en de uitstrekkingen zijn vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuël! Jesaja 59:19: Dan zullen zij de Naam van JAHWEH vrezen van de nedergang, en Zijn heerlijkheid van de opgang van de zon; als de vijand zal komen gelijk een stroom, zal de Geest van JAHWEH de banier tegen hen oprichten. Daniël 9:26: En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk van de vorsten, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen. Daniël 11:22: En de armen van de overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen gebroken worden, en ook de vorst van het verbond. Mattheüs 7:27: En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelfde huis aangeslagen, en het is gevallen, en zijn val was groot. 2 Samuël 22:17: Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Romeinen 8:35: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard?"
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, overstelpen, of overzwemmen.",
          "text1637": "Of, overstelpen, of, overswemmen.",
          "text2026": "Of, overstelpen, of overzwemmen."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 men zou hem:",
          "text1637": "Hebr. verachtende souden sy hem verachten. D. hy en soudese daer voor geensins kunnen krygen: of men soude sijn goet niet aen-nemen, om hem sijne liefde daer voor te geven: Of, Men soudet t’eenemael versmaden. Gelijck de liefde die daer is tusschen Christum ende sijne kercke, niet en kan gescheyden worden, zijnde t’samen gebonden door den bandt des H. Geestes: Alsoo en kan oock de liefde, noch eenige andre geestelicke gave voor geen gelt gekocht worden, maer ’t is een vry geschenck Godes, die het geeft wien het hem belieft, Act. 8. versen 18, 19, 20. Rom. 9.11, ....19.",
          "text2026": "30 men zou hem:"
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Rom. 8:28. Romeinen 8:28: En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.",
          "text1637": "Rom. 8. vers 38, etc.",
          "text2026": "Rom. 8:28. Romeinen 8:28: En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֗ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֽוּכְלוּ֙",
          "strongs": "H3201",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/כַבּ֣וֹת",
          "strongs": "H3518",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/אַהֲבָ֔ה",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְהָר֖וֹת",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁטְפ֑וּ/הָ",
          "strongs": "H7857",
          "morph": "HVqi3mp/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִתֵּ֨ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֜ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "ה֤וֹן",
          "strongs": "H1952",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּית/וֹ֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אַהֲבָ֔ה",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בּ֖וֹז",
          "strongs": "H936",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "יָב֥וּזוּ",
          "strongs": "H936",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Vele wateren zouden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> men zou hem te enenmale verachten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Vele wateren zouden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> men zou hem te enenmale verachten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Vele wateren en souden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> dese liefde niet kunnen uyt blusschen: ja de Rivieren en soudense niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verdrincken: al gave yemant al ’t goet van sijn huys voor dese liefde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> men soude hem teenemael verachten.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "wateren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4325"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַ֣יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Vele",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7227"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רַבִּ֗ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֤א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kunnen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3201"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֽוּכְלוּ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uitblussen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3518"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/כַבּ֣וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              5
            ]
          },
          "anker": "liefde",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H160"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָֽ/אַהֲבָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "rivieren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5104"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/נְהָר֖וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֣א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verdrinken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7857"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׁטְפ֑וּ/הָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "al",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H518"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gaf",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִתֵּ֨ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "iemand",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H376"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִ֜ישׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              12
            ]
          },
          "anker": "goed",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "al",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3605"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָּל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "goed",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1952"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֤וֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "huis",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1004"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בֵּית/וֹ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              16
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H160"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בָּ/אַהֲבָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              17
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "enenmale",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H936"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בּ֖וֹז"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              18
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verachten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H936"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָב֥וּזוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:7",
            "bronindices": [
              19
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Wij hebben een kleine zuster, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zuster doen in dien dag, als men van haar spreken zal?",
      "text1637": "[31] Wy hebben eene [32] kleyne Suster, [33] die noch geene borsten en heeft: wat sullen wy onse Suster doen in dien dach [34] alsmen van haer spreken sal?",
      "text2026": "Wij hebben een kleine zus, die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zus doen in die dag, als men van haar spreken zal?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 Wij hebben: De kerk van het Oude Testament spreekt hier tot Christus van een nieuwe opgaande kerk, die uit de heidenen zou beroepen worden, die dikwijls beloofd was, gelijk Ps. 2:8, en Ps. 72:8; Jes. 11:10; welke zij hare zuster noemt, ten aanzien van de enigheid des geloofs. De Joodse kerk wordt de oudste dochter genoemd, omdat zij het eerst geroepen is tot de gemeenschap van het verbond. Zie Rom. 9:4, 9:5. Psalmen 2:8: Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting. Psalmen 72:8: En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde. Jesaja 11:10: Want het zal geschieden ten zelven dage, dat de heidenen naar den Wortel van Isaï, Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn. Romeinen 9:4: Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen; Romeinen 9:5: Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.",
          "text1637": "De kercke des Ouden Testaments spreeckt hier tot Christum van eene nieuwe opgaende kerke, die uyt de heydenen soude beroepen worden, die dickwijls belooft was, als Psal. 2.8. ende 72.8. Ies. 11.10. De welcke sy hare Suster noemt, ten aensien van de eenicheyt des geloofs. De Ioodsche kercke wort de outste dochter genoemt, om dat sy eerst beroepen is tot de gemeynschap des verbonts. siet Rom 9.4, 5.",
          "text2026": "31 Wij hebben: De kerk van het Oude Testament spreekt hier tot Christus van een nieuwe opgaande kerk, die uit de heidenen zou beroepen worden, die dikwijls beloofd was, gelijk Ps. 2:8, en Ps. 72:8; Jes. 11:10; welke zij haar zus noemt, ten aanzien van de enigheid van het geloof. De Joodse kerk wordt de oudste dochter genoemd, omdat zij het eerst geroepen is tot de gemeenschap van het verbond. Zie Rom. 9:4, 9:5. Psalmen 2:8: Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden van de aarde tot Uw bezitting. Psalmen 72:8: En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden van de aarde. Jesaja 11:10: Want het zal gebeuren ten zelven dage, dat de heidenen naar de Wortel van Isaï, Die staan zal tot een banier van de volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn. Romeinen 9:4: Welke Israëlieten zijn, van wie is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen; Romeinen 9:5: Van wie zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees betreft, Die is God boven allen te prijzen in eeuwigheid. Amen."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 kleine zuster: Aldus wordt de kerk, uit de heidenen bestaande, genoemd, niet omdat zij klein is ten aanzien van het getal der gelovigen, maar omdat zij later tot de kennis van God in Christus geroepen is; te weten in de volheid des tijds, Ef. 1:10, en Ef. 2:6; want anders heeft deze kleinste of jongste zuster, die zolang onvruchtbaar geweest was, veel meer kinderen gebaard dan de oudste zuster. Efeziërs 1:10: Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is; Efeziërs 2:6: En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;",
          "text1637": "Aldus wort de kercke uyt de heydenen bestaende, genoemt, niet om dat sy kleyne is ten aensien van ’t getal der geloovigen, maer om dat sy later tot de kennisse Godes in Christo geroepen is, T.w. in de volheyt des tijts, Ephes. 1.10. ende 2.6. want anders heeft dese kleynste, of jongste suster, die soo lange onvruchtbaer geweest was, veel meer kinderen gebaert, dan de outste suster.",
          "text2026": "32 kleine zus: Aldus wordt de kerk, uit de heidenen bestaande, genoemd, niet omdat zij klein is ten aanzien van het getal van de gelovigen, maar omdat zij later tot de kennis van God in Christus geroepen is; te weten in de volheid van de tijd, Ef. 1:10, en Ef. 2:6; want anders heeft deze kleinste of jongste zus, die zolang onvruchtbaar geweest was, veel meer kinderen gebaard dan de oudste zus. Efeziërs 1:10: Om in de bedeling van de volheid van de tijden, opnieuw alles tot een te vergaderen in Christus, zowel dat in de hemel is, als dat op de aarde is; Efeziërs 2:6: En heeft ons mee opgewekt, en heeft ons mee gezet in de hemel in Christus Jezus;"
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 die nog geen borsten heeft: Dat is, zij is nog niet manbaar: dat is, de tijd is nog niet gekomen dat de heidenen tot Christus zouden gebracht en aan Hem verhuwelijkt worden.",
          "text1637": "D. sy en is noch niet manbaer, D. de tijt en is noch niet gekomen, dat de heydenen tot Christum souden gebracht, ende aen hem verhouwelickt worden.",
          "text2026": "33 die nog geen borsten heeft: Dat is, zij is nog niet manbaar: dat is, de tijd is nog niet gekomen dat de heidenen tot Christus zouden gebracht en aan Hem verhuwelijkt worden."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 als men van haar spreken zal: Dat is, als hare bekering tot Christus gekomen zal zijn; wat zullen wij dan best doen tot haar hulp, aanwas en bevestiging in de waarheid en het geloof? Dit geeft te kennen en wijst aan het ambt en de liefde der ene particuliere kerk tot de andere, in het mededelen der gaven en in het bidden voor elkander. Zie Hand. 11:19, 11:22, 11:23. Anders: als men tegen haar spreken zal; gelijk Num. 21:5, de Hebreeuwse letter Beth genomen wordt, waar aldus staat: Het volk sprak tegen God en tegen Mozes; alzo Ps. 119:23: Vorsten spraken tegen mij. Zo haast als zich een volk tot den Heere bekeert, stellen zich de goddelozen daartegen met woorden en werken. Handelingen 11:19: Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicië toe, en Cyprus, en Antiochië, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden. Handelingen 11:22: En het gerucht van hen kwam tot de oren der Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij zonden Barnabas uit, dat hij het land doorging tot Antiochië toe. Handelingen 11:23: Dewelke, daar gekomen zijnde, en de genade Gods ziende, werd verblijd, en vermaande hen allen, dat zij met een voornemen des harten bij den Heere zouden blijven. Numeri 21:5: En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood. Psalmen 119:23: Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.",
          "text1637": "D. als hare bekeeringe tot Christum sal gekomen zijn: wat sullen wy dan best doen tot hare hulpe, aenwas, ende bevestinge in de waerheyt ende ’t geloove. Dit geeft te kennen ende wijst aen het ampt ende liefde der eener particuliere kercke tot de andere, in het mede-deelen der gaven, ende in ’t bidden voor malkanderen. Siet Actor. 11. versen 19, 22, 23. Anders, Alsmen tegen haer spreken sal, gelijck Num. 21.5. de Hebr. letter Beth genomen wort, daer aldus staet, Het volck sprack tegen Godt, ende tegen Mosen, alsoo Psal. 119. vers 25. Vorsten spreken tegen my. Soo haest als sich een volck tot den Heere bekeert, so stellen haer de godloose daer tegen met woorden ende wercken.",
          "text2026": "34 als men van haar spreken zal: Dat is, als haar bekering tot Christus gekomen zal zijn; wat zullen wij dan best doen tot haar hulp, aanwas en bevestiging in de waarheid en het geloof? Dit geeft te kennen en wijst aan het ambt en de liefde van de één particuliere kerk tot de andere, in het mededelen van de gaven en in het bidden voor elkaar. Zie Hand. 11:19, 11:22, 11:23. Anders: als men tegen haar spreken zal; gelijk Num. 21:5, de Hebreeuwse letter Beth genomen wordt, waar aldus staat: Het volk sprak tegen God en tegen Mozes; zo Ps. 119:23: Vorsten spraken tegen mij. Zo haast als zich een volk tot de Heer bekeert, stellen zich de goddelozen daartegen met woorden en werken. Handelingen 11:19: Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicië toe, en Cyprus, en Antiochië, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden. Handelingen 11:22: En het gerucht van hen kwam tot de oren van de Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij zonden Barnabas uit, dat hij het land doorging tot Antiochië toe. Handelingen 11:23: Die, daar gekomen zijnde, en de genade van God ziende, werd verblijd, en vermaande hen allen, dat zij met een voornemen van de harten bij de Heer zouden blijven. Numeri 21:5: En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt u ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood. Psalmen 119:23: Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָח֥וֹת",
          "strongs": "H269",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֨/נוּ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "קְטַנָּ֔ה",
          "strongs": "H6996",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁדַ֖יִם",
          "strongs": "H7699",
          "morph": "HC/Ncmda"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מַֽה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "נַּעֲשֶׂה֙",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲחֹתֵ֔/נוּ",
          "strongs": "H269",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יּ֖וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/יְּדֻבַּר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HTr/VPi3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><span class=\"chorus-speaks\"><i> Wij hebben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kleine zus,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zus doen in die dag,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> als men van haar spreken zal?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Wij hebben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kleine zuster,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die nog geen borsten heeft; wat zullen wij onze zuster doen in dien dag,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> als men van haar spreken zal?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Wy hebben eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kleyne Suster, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die noch geene borsten en heeft: wat sullen wy onse Suster doen in dien dach <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> alsmen van haer spreken sal?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zuster,",
          "new": "zus,",
          "principe": "O22c"
        },
        {
          "old": "zuster",
          "new": "zus",
          "principe": "O22c"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "zus",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H269"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָח֥וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kleine",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6996"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קְטַנָּ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "borsten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7699"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/שָׁדַ֖יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H369"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵ֣ין"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "doen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נַּעֲשֶׂה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zus",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H269"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לַ/אֲחֹתֵ֔/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dag",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3117"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/יּ֖וֹם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "spreken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1696"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ/יְּדֻבַּר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:8",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken.",
      "text1637": "[35] So [36] sy een [37] muer is, [38] wy sullen [39] een paleys [40] van silver [41] op haer bouwen: ende so [42] sy een deure is, wy sullense [43] rontom besetten [44] met cederen-plancken.",
      "text2026": "Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Enigen nemen deze woorden voor de woorden van Christus; anderen voor de woorden der zusterkerken, wensende haren welstand.",
          "text1637": "Eenige nemen dese woorden voor de woorden Christi: Andre, voor de woorden der suster-kercken, wenschende haren wel-stant.",
          "text2026": "Enige nemen deze woorden voor de woorden van Christus; anderen voor de woorden van de zuskerken, wensende haar welstand."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten de kerk uit de heidenen.",
          "text1637": "Te weten, de kercke uyt de heydenen.",
          "text2026": "Te weten de kerk uit de heidenen."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 muur is: Dat is, vast en sterk, in het geloof wel gegrond op het fondament van de leer der twaalf stammen Israëls en der apostelen. Zie Openb. 21:14, 21:19. Openbaring 21:14: En de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams. Openbaring 21:19: En de fondamenten van den muur der stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd.",
          "text1637": "D. Vaste ende sterck, in ’t geloove wel gefondeert op het fundament van de leere der twaelf stammen Israels, ende der Apostelen. Siet Apoc. 21. versen 14, 19.",
          "text2026": "37 muur is: Dat is, vast en sterk, in het geloof wel gegrond op het fondament van de leer van de twaalf stammen van Israël en van de apostelen. Zie Openb. 21:14, 21:19. Openbaring 21:14: En de muur van de stad had twaalf fondamenten, en in dezelfde de namen van de twaalf apostelen van het Lam. Openbaring 21:19: En de fondamenten van de muur van de stad waren met allerlei kostelijk gesteente versierd. Het eerste fondament was Jaspis, het tweede Saffier, het derde Chalcedon, het vierde Smaragd."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hierbij kan men verstaan de zusterkerken of de joodse kerken; want door de ledematen derzelve heeft de Heere de heidenen beroepen tot de gemeenschap der heiligen, inzonderheid bij name door de apostelen, die allen geboren Joden waren, die gelijk wijze bouwlieden het fondament van dit zilveren paleis gelegd hebben; 1 Kor. 3:10. 1 Korinthiërs 3:10: Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.",
          "text1637": "Hier by kan men verstaen de suster-kercken, of de Ioodsche kercken, want door de ledematen der selver heeft de Heere de heydenen beroepen tot de gemeynschap der Heyligen, insonderheyt ende by namen door de Apostelen, die alle geborene Ioden waren, die als wijse timmer-lieden het fundament van dit silveren paleys geleyt hebben, 1.Cor. 3.10.",
          "text2026": "Hierbij kan men verstaan de zuskerken of de joodse kerken; want door de ledematen daarvan heeft de Heer de heidenen beroepen tot de gemeenschap van de heiligen, in het bijzonder bij name door de apostelen, die allen geboren Joden waren, die gelijk wijze bouwers het fondament van dit zilveren paleis gelegd hebben; 1 Kor. 3:10. 1 Korinthiërs 3:10: Naar de genade van God, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iedereen zie toe, hoe hij daarop bouwe."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 een paleis: Of, kasteel, of sterke toren, gelijk men pleegt in of aan sterke muren der steden te bouwen.",
          "text1637": "Of, kasteel, of, stercken toren, gelijckmen pleecht in of aen stercke mueren der Steden te timmeren.",
          "text2026": "39 een paleis: Of, kasteel, of sterke toren, gelijk men pleegt in of aan sterke muren van de steden te bouwen."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 van zilver: Dit betekent de zuiverheid, schoonheid en duurzaamheid van dit paleis, versierd zijnde met de gave van Gods Woord en Geest, op welke zij gebouwd zou worden tot ene woonstede Gods; Ef. 2:22. Efeziërs 2:22: Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.",
          "text1637": "Dit beteeckent de suyverheyt, schoonheyt, ende geduersaemheyt van dit paleys, verciert zijnde met de gave van Godes Woort ende Geest, op de welcke sy gebouwt soude worden tot eene woon-stede Godes, Ephes. 2.22.",
          "text2026": "40 van zilver: Dit betekent de zuiverheid, schoonheid en duurzaamheid van dit paleis, versierd zijnde met de gave van Gods Woord en Geest, op welke zij gebouwd zou worden tot een woonstede Gods; Ef. 2:22. Efeziërs 2:22: Op Welke ook u mee gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 op haar bouwen: Dat is, wij zullen haar meer en meer versterken en versieren, te weten door het woord en de predikatie van het heilige Evangelie.",
          "text1637": "D. Wy sullense meer ende meer verstercken ende vercieren, Te weten, door het woort ende de predicatie des Heyligen Euangelij.",
          "text2026": "41 op haar bouwen: Dat is, wij zullen haar meer en meer versterken en versieren, te weten door het woord en de predikatie van het heilige Evangelie."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 zij een deur is: Dat is, staat haar hart open om de predikatie van het goddelijke Woord tot binnen in haar hart te laten komen en dat met vreugde te ontvangen.",
          "text1637": "D. staet haer herte open, om de predicatie des Goddelicken woorts tot binnen in haer herte te laten komen, ende dat met vreuchde te ontfangen.",
          "text2026": "42 zij een deur is: Dat is, staat haar hart open om de predikatie van het goddelijke Woord tot binnen in haar hart te laten komen en dat met vreugde te ontvangen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 rondom bezetten: Of, versterken, besluiten, bevrijden. God de Heere belooft, Zach. 2:5, dat Hij een vurige muur rondom zijne kerk wil zijn. Zacharia 2:5: En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar.",
          "text1637": "Of, verstercken, besluyten, bevryden. Godt de Heere belooft Zach. 2.5. Dat hy eenen vyerigen muer rontsom sijne kercke wil zijn.",
          "text2026": "43 rondom bezetten: Of, versterken, besluiten, bevrijden. God de Heer belooft, Zach. 2:5, dat Hij een vurige muur rondom zijn kerk wil zijn. Zacharia 2:5: En Ik zal haar wezen, spreekt JAHWEH, een vurige muur rondom; en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 met cederen planken: Dat is, met sterke palissaden en andere vastigheden. Cederhout, en de planken daarvan gemaakt, zijn schoon, sterk, duurzaam en goed van reuk. Van zulk hout was de tempel van Salomo getimmerd; 1 Kon. 6:15. Door deze cederen planken mag men hier verstaan het Woord der waarheid, waartegen de poorten der hel niets vermogen; Matth. 16:18, en 2 Kor. 13:8. 1 Koningen 6:15: Ook bouwde hij de wanden van het huis van binnen met cederen planken; van den vloer des huizes tot aan het dak der wanden, beschoot hij ze van binnen met hout; en overdekte den vloer van het huis met dennen planken. Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. 2 Korinthiërs 13:8: Want wij vermogen niets tegen de waarheid, maar voor de waarheid.",
          "text1637": "Dat is, met stercke palisaden, ende andere vasticheden. Cederen-hout, ende de plancken daer van gemaeckt, zijn schoone, sterck, duersam, ende goet van reucke. Van sulck hout was de Tempel Salomons getimmert, 1.Reg. 6.15. Door dese Cederen-plancken machmen hier verstaen het woort der waerheyt, daer tegen de poorten der helle niet en vermogen, Matth. 16.18. ende 2.Cor. 13.8.",
          "text2026": "44 met cederen planken: Dat is, met sterke palissaden en andere vastigheden. Cederhout, en de planken daarvan gemaakt, zijn schoon, sterk, duurzaam en goed van reuk. Van zulk hout was de tempel van Salomo getimmerd; 1 Kon. 6:15. Door deze cederen planken mag men hier verstaan het Woord van de waarheid, waartegen de poorten van het dodenrijk niets vermogen; Matt. 16:18, en 2 Kor. 13:8. 1 Koningen 6:15: Ook bouwde hij de wanden van het huis van binnen met cederen planken; van de vloer van het huis tot aan het dak van de wanden, beschoot hij ze van binnen met hout; en overdekte de vloer van het huis met dennen planken. Mattheüs 16:18: En Ik zeg u ook, dat u bent Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen dezelfde niet overweldigen. 2 Korinthiërs 13:8: Want wij vermogen niets tegen de waarheid, maar voor de waarheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חוֹמָ֣ה",
          "strongs": "H2346",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הִ֔יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "נִבְנֶ֥ה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "טִ֣ירַת",
          "strongs": "H2918",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "כָּ֑סֶף",
          "strongs": "H3701",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC/C"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣לֶת",
          "strongs": "H1817",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הִ֔יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "נָצ֥וּר",
          "strongs": "H6696",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "ל֥וּחַ",
          "strongs": "H3871",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶז",
          "strongs": "H730",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup><span class=\"chorus-speaks\"><i> Zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> muur is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> wij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> een paleis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> van zilver<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> op haar bouwen; en zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> zij een deur is, wij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> haar rondom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> bezetten met cederen planken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> muur is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> wij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> een paleis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> van zilver<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> op haar bouwen; en zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> zij een deur is, wij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> haar rondom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> bezetten met cederen planken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> So <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> sy een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> muer is, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> wy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> een paleys <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> van silver <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> op haer bouwen: ende so <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> sy een deure is, wy sullense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> rontom besetten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met cederen-plancken.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Zo",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H518"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "muur",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2346"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חוֹמָ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הִ֔יא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bouwen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1129"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִבְנֶ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָלֶ֖י/הָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "paleis",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2918"
          ],
          "bronwoorden": [
            "טִ֣ירַת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zilver",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3701"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָּ֑סֶף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zo",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H518"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "deur",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1817"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דֶּ֣לֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zij",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הִ֔יא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bezetten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6696"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָצ֥וּר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "haar",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָלֶ֖י/הָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "planken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3871"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ל֥וּחַ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "cederen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָֽרֶז"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:9",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Ik ben een muur en mijn borsten zijn als torens. Toen was ik in Zijn ogen als een, die vrede vindt.",
      "text1637": "[45] Ick ben een muer, ende [46] mijne borsten zijn als torens: [47] Doe was ick in [48] sijne oogen [49] als eene die vrede vindet.",
      "text2026": "Ik ben een muur en mijn borsten zijn als torens. Toen was ik in Zijn ogen als een, die vrede vindt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 Ik ben een muur: Dat is, ik ben opgewassen en sterk geworden in het geloof en de liefde aan Jezus Christus. Met deze woorden geeft de kleine zuster, als profeterende, te kennen hare bereidwilligheid om aan te nemen en te wassen in de leer van het heiilge Evangelie. Anderen nemen dit voor de woorden der Joodse kerk, dankende den Heere Christus voor zijne genade, dat zij ene stad Gods geworden was, of tot de stad Gods was aangenomen. Of, omdat haar geloof sterk was als een muur.",
          "text1637": "Dat is, Ick ben opgewassen, ende sterck geworden, in’t geloove ende liefde aen Iesum Christum. Met dese woorden geeft de kleyne suster, als propheterende, te kennen hare bereyt-willicheyt, om aen te nemen ende te wassen in de Leere des H. Euangelij. Andre nemen dit voor de woorden der Ioodsche kercke, danckende den Heere Christum voor sijne genade, dat sy eene Stadt Godes geworden was, ofte tot de Stadt Godes was aengenomen: Ofte, om dat haer geloove sterck was als een muer.",
          "text2026": "45 Ik ben een muur: Dat is, ik ben opgewassen en sterk geworden in het geloof en de liefde aan Jezus Christus. Met deze woorden geeft de kleine zus, als profeterende, te kennen haar bereidwilligheid om aan te nemen en te groeien in de leer van het heiilge Evangelie. Anderen nemen dit voor de woorden van de Joodse kerk, dankende de Heer Christus voor zijn genade, dat zij een stad van God geworden was, of tot de stad van God was aangenomen. Of, omdat haar geloof sterk was als een muur."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 mijn borsten: De zin dezer woorden is: Mijne borsten zijn hoog opgewassen, of volwassen, gelijk Ezech. 16:7, 16:8. Dat is, de kerkedienst is in mij bevestigd, genoegzaam om Christus' kinderen op te voeden, dezelve spijzende met de melk van Gods Woord; 1 Petr. 2:2. De gelijkenis van torens betekent ook de sterkte, macht en heerlijkheid van de bediening van het heilige Evangelie en de openbare predikatie deszelven uit predikstoelen, of hoge plaatsen, om van allen gehoord te mogen worden. Want het Hebreeuwse woord migdal wordt ook genomen voor een houten predikstoel; Neh. 8:5. Ezechiël 16:7: Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot. Ezechiël 16:8: Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne. 1 Petrus 2:2: En, als nieuwgeborene kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen; Nehemia 8:5: En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, dien zij tot die zaak gemaakt hadden, en nevens hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maäseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam.",
          "text1637": "De sin deser woorden is, Mijne borsten zijn hooge opgewassen, of vol-wassen, als Ezech. 16.7, 8. Dat is, de kercken-dienst is in my bevesticht, genoechsaem om Christo kinderen op te voeden, deselve spysende met de melck van Godes woort, 1.Petr. 2. vers 2. de gelijckenisse van torens, beteeckent oock de sterckte, macht, ende heerlickheyt van de bedieninge des Heyligen Euangelij, ende de openbare predicatie des selven uyt predick-stoelen, ofte hooge plaetsen, om van allen gehoort te mogen worden. Want het Hebr. woort migdal wort oock genomen voor eenen houtenen predick-stoel, Nehem. 8.5.",
          "text2026": "46 mijn borsten: De zin van deze woorden is: Mijn borsten zijn hoog opgewassen, of volwassen, gelijk Ez. 16:7, 16:8. Dat is, de kerkedienst is in mij bevestigd, genoegzaam om Christus' kinderen op te voeden, dezelfde spijzende met de melk van Gods Woord; 1 Petr. 2:2. De gelijkenis van torens betekent ook de sterkte, macht en heerlijkheid van de bediening van het heilige Evangelie en de openbare predikatie dezelfde uit predikstoelen, of hoge plaatsen, om van allen gehoord te mogen worden. Want het Hebreeuwse woord migdal wordt ook genomen voor een houten predikstoel; Neh. 8:5. Ezechiël 16:7: Ik heb u tot tien duizend, als het gewas van het veld, gemaakt; en u bent gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, maar u was naakt en bloot. Ezechiël 16:8: Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd van de minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heer JAHWEH en u werdt de Mijn. 1 Petrus 2:2: En, als nieuwgeborene kinderen, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat u door dezelfde mag opwassen; Nehemia 8:5: En Ezra, de schriftgeleerde, stond op een hogen houten stoel, die zij tot die zaak gemaakt hadden, en naast hem stond Mattithja, en Sema, en Anaja, en Uria, en Hilkia, en Maäseja, aan zijn rechterhand; en aan zijn linkerhand Pedaja, en Misael, en Malchia, en Hasum, en Hasbaddana, Zacharja en Mesullam."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 Toen was ik: Te weten toen ik dit antwoord kreeg van hetwelk vers 9. Dit spreekt de Bruid tot hare speelgenoten. Hooglied 8:9: Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken.",
          "text1637": "T.w. doe ick die antwoorde kreech van de welcke vers 9. Dit spreeckt de Bruyt tot hare speel-genooten.",
          "text2026": "47 Toen was ik: Te weten toen ik dit antwoord kreeg van dat vers 9. Dit spreekt de Bruid tot haar speelgenoten. Hooglied 8:9: Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 Zijn ogen: Te weten in Jezus Christus' ogen. Hiermede wil de Bruid zeggen dat het een onverdiende genade is, die zij van haren Bruidegom ontvangt, dat zij na langdurige zwarigheid en verdriet van Hem getroost wordt. Zie Jes. 54:7, 54:8, enz. Zie ook Ef. 2:12, 2:13, enz. Jesaja 54:7: Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen. Jesaja 54:8: In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser. Efeziërs 2:12: Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.",
          "text1637": "T.w. in Iesu Christi oogen. Hier mede wil de Bruyt seggen, dat het eene onverdiende genade is, die sy van haren Bruydegom ontfangt, dat sy na langduerige swaricheyt ende verdriet van hem getroost wort. Siet Iesa. cap. 54. versen 7, 8, etc. siet oock Ephes. 2. versen 12, 13, etc.",
          "text2026": "48 Zijn ogen: Te weten in Jezus Christus' ogen. Hiermee wil de Bruid zeggen dat het een onverdiende genade is, die zij van haar Bruidegom ontvangt, dat zij na langdurige zwarigheid en verdriet van Hem getroost wordt. Zie Jes. 54:7, 54:8, enz. Zie ook Ef. 2:12, 2:13, enz. Jesaja 54:7: Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen. Jesaja 54:8: In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uw ontfermen, zegt JAHWEH, uw Verlosser. Efeziërs 2:12: Dat u in die tijd was zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden van de belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. Efeziërs 2:13: Maar nu in Christus Jezus, bent u, die eertijds verre was, nabij geworden door het bloed van Christus."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 als een: Wij zijn al tezamen vijanden Gods. Rom. 5:10. Te weten aangezien zijnde in onze verdorvenheid; maar wij gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede met God door onzen Heere Jezus Christus; Rom. 5:1; Jes. 32:17. Het is alsof de Bruid hier zeide: De Bruidegom heeft zich mijn geloof en vlijt laten welgevallen, en Hij is derhalve met mij wel tevreden geweest. Anderen nemen die laatste woroden aldus: Met dit antwoord stelde ik mij gerust en was wel tevreden. Romeinen 5:10: Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven. Romeinen 5:1: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus; Jesaja 32:17: En het werk der gerechtigheid zal vrede zijn; en de werking der gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid.",
          "text1637": "Wy zijn al t’samen vyanden Godes, Rom. 5.10. Te weten, aengesien zijnde in onse verdorventheyt: maer wy gerechtveerdicht zijnde door den geloove, hebben vrede met Godt door onsen Heere Iesum Christum, Rom. 5.1. Ies. 32.17. het is als of de Bruyt hier seyde, de Bruydegom heeft sich mijn geloove ende vlijt laten welgevallen, ende hy is derhalven met my wel te vreden geweest. Andre nemen die laetste woorden aldus, met die antwoorde stelde ick my gerust, ende was wel te vreden.",
          "text2026": "49 als een: Wij zijn al tezamen vijanden Gods. Rom. 5:10. Te weten aangezien zijnde in onze verdorvenheid; maar wij gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus; Rom. 5:1; Jes. 32:17. Het is alsof de Bruid hier zei: De Bruidegom heeft zich mijn geloof en vlijt laten welgevallen, en Hij is daarom met mij wel tevreden geweest. Anderen nemen die laatste woroden aldus: Met dit antwoord stelde ik mij gerust en was wel tevreden. Romeinen 5:10: Want als wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijn Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven. Romeinen 5:1: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heer Jezus Christus; Jesaja 32:17: En het werk van de gerechtigheid zal vrede zijn; en de werking van de gerechtigheid zal zijn gerustheid en zekerheid tot in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "חוֹמָ֔ה",
          "strongs": "H2346",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁדַ֖/י",
          "strongs": "H7699",
          "morph": "HC/Ncmdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּגְדָּל֑וֹת",
          "strongs": "H4026",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "אָ֛ז",
          "strongs": "H227",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֥יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/עֵינָ֖י/ו",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מוֹצְאֵ֥ת",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HR/Vhrfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֽוֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Ik ben een muur en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> mijn borsten zijn als torens.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Toen was ik in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Zijn ogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> als een, die vrede vindt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Ik ben een muur en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> mijn borsten zijn als torens.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Toen was ik in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Zijn ogen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> als een, die vrede vindt.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Ick ben een muer, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> mijne borsten zijn als torens: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Doe was ick in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> sijne oogen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> als eene die vrede vindet.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H589"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲנִ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "muur",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2346"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חוֹמָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "borsten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7699"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/שָׁדַ֖/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "torens",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4026"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּ/מִּגְדָּל֑וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Toen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H227"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָ֛ז"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "was",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָיִ֥יתִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ogen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5869"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְ/עֵינָ֖י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vindt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4672"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/מוֹצְאֵ֥ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vrede",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7965"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁלֽוֹם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:10",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Salomo had een wijngaard, te Baäl-hamon; hij gaf dezen wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend zilverlingen.",
      "text1637": "[50] Salomo hadde eenen wijngaert [51] te Baal Hamon: [52] hy gaf desen wijngaert aen [53] de hoeders, een yeder bracht voor de vrucht desselven [54] duysent [55] silverlingen.",
      "text2026": "Salomo had een wijngaard, te Baäl-hamon; hij gaf deze wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor de vrucht daarvan duizend zilverlingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Men kan deze woorden nemen als van Christus gesproken te zijn, of van de Bruid. Indien het de woorden van Christus zijn, zo is het ene gelijkenis tussen Salomo met zijnen wijngaard en tussen Christus met den zijnen. Salomo kon zelf geen acht hebben op zijne wijngaarden, [gelijk ook David niet had kunnen doen; 1 Kron. 27:27] maar hij stelde ambtlieden om op dezelve te passen, die hem een jaarlijksen penning daarvoor gaven, en zelf genoten zij enig voordeel voor hunne moeite; maar Christus, die altijd bij zijne kerk is, Matth. 28:20; Openb. 2:1, slaat zelf zijn wijngaard gade, en derhalve komen al de vruchten daarvan Hem alleen toe. Indien dit de woorden der Bruid zijn, zo betekenen zij een grotere zorg en naarstigheid in haar nu dan in vorige tijden, toen zij bekende dat zij den wijnstok, dien zij had, dat is die haar toevertrouwd was, niet genoegzaam gehoed of in acht genomen had; Hoogl. 1:6. Van de wijngaarden van Salomo, zie Pred. 2:4. 1 Kronieken 27:27: En over de wijngaarden was Simeï, de Ramathiet; maar over hetgeen dat van de wijnstokken kwam tot de schatten des wijns, was Zabdi, de Sifmiet. Mattheüs 28:20: En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen. Openbaring 2:1: Schrijf aan den engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt: Hooglied 1:6: Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed. Prediker 2:4: Ik maakte mij grote werken, ik bouwde mij huizen, ik plantte mij wijngaarden.",
          "text1637": "Men kan dese woorden nemen als van Christo gesproken te zijn: Ofte van de Bruyt. Indien het de woorden Christi zijn, so is het een gelijckenisse tusschen Salomo met sijnen wijng aert, ende tusschen Christum met den sijnen. Salomon en konde selfs geen achtinge hebben op sijne wijngaerden, (gelijck oock David niet en hadde konnen doen, 1.Chron. 27.27.) maer hy stelde ampt-lieden om op de selve te passen, die hem eenen jaerlickschen penninck daer voor gaven, ende selfs genooten sy eenich profijt voor hare moeyte: maer Christus, die altijt by sijne Kercke is, Matth. 28.20. Apoc. 2.1. slaet selfs sijnen wijngaert gade, ende derhalven komen alle de vruchten daer van hem alleene toe. Indien dit de woorden der Bruyt zijn, So beteeckenen sy eene grootere sorge ende neersticheyt in haer nu, dan in voorige tijden, doe sy bekende, dat sy den wijnstock dien sy hadde, dat is, die haer toe-vertrouwt was, niet genoechsaem gehoedt, of in achtinge genomen en hadde, Cant. 1.6. Van de wijngaerden Salomons, siet Eccles. 2.4.",
          "text2026": "Men kan deze woorden nemen als van Christus gesproken te zijn, of van de Bruid. Als het de woorden van Christus zijn, zo is het een gelijkenis tussen Salomo met zijn wijngaard en tussen Christus met de zijn. Salomo kon zelf geen acht hebben op zijn wijngaarden, [gelijk ook David niet had kunnen doen; 1 Kron. 27:27] maar hij stelde ambtlieden om op dezelfde te passen, die hem een jaarlijksen penning daarvoor gaven, en zelf genoten zij enig voordeel voor hun moeite; maar Christus, die altijd bij zijn kerk is, Matt. 28:20; Openb. 2:1, slaat zelf zijn wijngaard gade, en daarom komen al de vruchten daarvan Hem alleen toe. Als dit de woorden van de Bruid zijn, zo betekenen zij een grotere zorg en naarstigheid in haar nu dan in vorige tijden, toen zij bekende dat zij de wijnstok, die zij had, dat is die haar toevertrouwd was, niet genoegzaam gehoed of in acht genomen had; Hoogl. 1:6. Van de wijngaarden van Salomo, zie Pred. 2:4. 1 Kronieken 27:27: En over de wijngaarden was Simeï, de Ramathiet; maar over wat dat van de wijnstokken kwam tot de schatten van de wijn, was Zabdi, de Sifmiet. Mattheüs 28:20: En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld. Amen. Openbaring 2:1: Schrijf aan de engel van de Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden van de zeven gouden kandelaren wandelt: Hooglied 1:6: Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijn moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin van de wijngaarden. Mijn wijngaard, die ik heb, heb ik niet gehoed. Prediker 2:4: Ik maakte mij grote werken, ik bouwde mij huizen, ik plantte mij wijngaarden."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 te Baäl-Hamon: Anders: in een vruchtbare plaats. Hebreeuws, een meester of heer der menigte; dat is, een plaats, die vele vruchten draagt, verstaande hierbij òf de wereld, onder de veelheid van welker volkeren Christus de zijnen heeft, Ps. 87:4, òf de kerk wordt aldus genoemd, ten aanzien van de menigvuldige vruchten, die zij God geeft, of behoorde te geven, zijnde gesteld in een vruchtbare plaats, over welke God zijnen zegen gestort had. Zie Jes. 5:1. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. Jesaja 5:1: Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel.",
          "text1637": "And. in eene vruchtbare plaetse. Hebr. een meester ofte heere der menichte. D. eene plaetse die vele vruchten draecht, verstaende hier by of de werelt, onder de veelheyt van welckes volckeren, Christus de sijne heeft, Psal. 87.4. Ofte de kercke wort aldus genoemt, ten aensien van de menichvuldige vruchten die sy Gode geeft, of behoorde te geven, zijnde gestelt in eene vruchtbare plaetse, over de welcke Godt sijnen zegen gestort hadde, Siet Ies. 5.1.",
          "text2026": "51 te Baäl-Hamon: Anders: in een vruchtbare plaats. Hebreeuws, een meester of heer van de menigte; dat is, een plaats, die vele vruchten draagt, verstaande hierbij òf de wereld, onder de veelheid van van wie volkeren Christus de zijn heeft, Ps. 87:4, òf de kerk wordt aldus genoemd, ten aanzien van de menigvuldige vruchten, die zij God geeft, of behoorde te geven, zijnde gesteld in een vruchtbare plaats, over welke God zijn zegen gestort had. Zie Jes. 5:1. Psalmen 87:4: Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met de Moor, deze is daar geboren. Jesaja 5:1: Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 hij gaf dezen: Dat is, hij verhuurde, of verpachtte dezen wijngaard aan de pachters of wachters, opdat zij denzelven zouden bouwen, opdat hij vele vruchten zou voortbrengen.",
          "text1637": "D. hy verhuerde, of verpachtte desen wijngaert aende pachters ofte wachters, op dat sy den selven souden bouwen, op dat hy vele vruchten soude voort-brengen.",
          "text2026": "52 hij gaf deze: Dat is, hij verhuurde, of verpachtte deze wijngaard aan de pachters of wachters, opdat zij dezelfde zouden bouwen, opdat hij vele vruchten zou voortbrengen."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 de hoeders: Door de hoeders of wachters moet men verstaan de profeten des Ouden en de apostelen mitsgaders hunne navolgers in het Nieuwe Testament; zie Matth. 21:33; 1 Kor. 3:9. Mattheüs 21:33: Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands. 1 Korinthiërs 3:9: Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.",
          "text1637": "Door de hoeders, ofte wachters, moetmen verstaen de Propheten des Ouden, ende de Apostelen, mitsgaders hare navolgers inden Nieuwen Testamente. Siet Matth. 21.33. 1.Cor. 3.9.",
          "text2026": "53 de hoeders: Door de hoeders of wachters moet men verstaan de profeten van de Ouden en de apostelen en ook hun navolgers in het Nieuwe Testament; zie Matt. 21:33; 1 Kor. 3:9. Mattheüs 21:33: Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer van het huis, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde die de landbouwers, en reisde buiten 's lands. 1 Korinthiërs 3:9: Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw bent u."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Duizend zilverlingen [of duizend zilveren sikkels], hierbij betekenende de grote vruchtbaarheid van dezen wijngaard, die zoveel voor den eigenaar opbracht, behalve het voordeel of de winst van den pachter of van den huurder. Zie ook Jes. 7:23. Jesaja 7:23: Ook zal het te dienzelfden dage geschieden, dat iedere plaats, alwaar duizend wijnstokken geweest zijn, van duizend zilverlingen, tot doornen en distelen zal zijn;",
          "text1637": "Duysent silverlingen, of, duysent silveren [sikels], hier by beteeckenende de groote vruchtbaerheyt van desen wijngaert, die soo vele voor den eygenaer opbracht, behalven het profijt ofte winste des pachters, ofte des huermans. Siet oock Ies. 7.23.",
          "text2026": "Duizend zilverlingen [of duizend zilveren sikkels], hierbij betekenende de grote vruchtbaarheid van deze wijngaard, die zoveel voor de eigenaar opbracht, behalve het voordeel of de winst van de pachter of van de huurder. Zie ook Jes. 7:23. Jesaja 7:23: Ook zal het op dezelfde dag gebeuren, dat iedere plaats, alwaar duizend wijnstokken geweest zijn, van duizend zilverlingen, tot doornen en distelen zal zijn;"
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van den prijs of waardij van den zilverling, zie Gen. 20:16, en Gen. 23:15. Genesis 20:16: En tot Sara zeide hij: Zie, ik heb uw broeder duizend zilverlingen gegeven; zie, hij zij u een deksel der ogen, allen, die met u zijn, ja, bij allen, en wees geleerd. Genesis 23:15: Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.",
          "text1637": "Vanden prijs, of weerdye des Silverlings, siet Gen. 20.16. ende c. 23. vers 15.",
          "text2026": "Van de prijs of waardij van de zilverling, zie Gen. 20:16, en Gen. 23:15. Genesis 20:16: En tot Sara zei hij: Zie, ik heb uw broer duizend zilverlingen gegeven; zie, hij zij u een deksel van de ogen, allen, die met u zijn, ja, bij allen, en wees geleerd. Genesis 23:15: Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֶּ֣רֶם",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁלֹמֹה֙",
          "strongs": "H8010",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בְּ/בַ֣עַל",
          "strongs": "H1174",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "הָמ֔וֹן",
          "strongs": "H1174",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֶּ֖רֶם",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/נֹּטְרִ֑ים",
          "strongs": "H5201",
          "morph": "HRd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אִ֛ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יָבִ֥א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִרְי֖/וֹ",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥לֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HAcbsa"
        },
        {
          "woord": "כָּֽסֶף",
          "strongs": "H3701",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Salomo had een wijngaard,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> te Baäl-hamon;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> hij gaf deze wijngaard aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> de hoeders, een ieder bracht voor de vrucht daarvan duizend<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zilverlingen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Salomo had een wijngaard,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> te Baäl-hamon;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> hij gaf dezen wijngaard aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zilverlingen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Salomo hadde eenen wijngaert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> te Baal Hamon: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> hy gaf desen wijngaert aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> de hoeders, een yeder bracht voor de vrucht desselven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> duysent <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> silverlingen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dezen",
          "new": "deze",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "deszelfs",
          "new": "de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "daarvan",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "wijngaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3754"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כֶּ֣רֶם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "had",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָיָ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Salomo",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8010"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִ/שְׁלֹמֹה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Baäl-hamon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1174",
            "H1174"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/בַ֣עַל",
            "הָמ֔וֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              3,
              4
            ]
          },
          "toelichting": "בְּבַעַל הָמוֹן is als één plaatsnaam 'Baäl-hamon' weergegeven."
        },
        {
          "tekst": "gaf",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָתַ֥ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              6
            ]
          },
          "anker": "wijngaard",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "wijngaard",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3754"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/כֶּ֖רֶם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hoeders",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5201"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לַ/נֹּטְרִ֑ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ieder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H376"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִ֛ישׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bracht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָבִ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vrucht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6529"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/פִרְי֖/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "duizend",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H505"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶ֥לֶף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zilverlingen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3701"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָּֽסֶף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:11",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Mijn wijngaard, dien ik heb, is voor mijn aangezicht; de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar tweehonderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht.",
      "text1637": "[56] Mijn wijngaert [57] dien ick hebbe, [58] is voor mijn aengesichte: [59] de duysent [silverlingen] zijn voor u, ô Salomo, [60] maer twee hondert zijn voor de hoeders van de vrucht des selven.",
      "text2026": "Mijn wijngaard, die ik heb, is voor mijn aangezicht; de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo! maar tweehonderd zijn voor de hoeders van de vrucht daarvan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 Mijn wijngaard: Dat is, mijne gemeente, gelijk Hoogl. 1:6; Jes. 5:1. Het zijn de woorden van den Bruidegom. Hooglied 1:6: Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin der wijngaarden. Mijn wijngaard, dien ik heb, heb ik niet gehoed. Jesaja 5:1: Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel.",
          "text1637": "D. mijne Gemeynte, als Cant. 1.6. Ies. 5.1. het zijn de woorden des Bruydegoms.",
          "text2026": "56 Mijn wijngaard: Dat is, mijn gemeente, gelijk Hoogl. 1:6; Jes. 5:1. Het zijn de woorden van de Bruidegom. Hooglied 1:6: Ziet mij niet aan, dat ik zwartachtig ben, omdat mij de zon heeft beschenen; de kinderen mijn moeder waren tegen mij ontstoken, zij hebben mij gezet tot een hoederin van de wijngaarden. Mijn wijngaard, die ik heb, heb ik niet gehoed. Jesaja 5:1: Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 dien ik heb: Dat is, die mijne zorg en opzicht bevolen en toevertrouwd is.",
          "text1637": "D. die mijner sorge ende opsicht bevolen ende toevertrouwt is.",
          "text2026": "57 die ik heb: Dat is, die mijn zorg en opzicht bevolen en toevertrouwd is."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "58 is voor mijn: Ik zelf pas er steeds op. Ik zelf draag zorg dat hij wel gebouwd worde: niet doende gelijk Salomo, die het op de wachters liet aankomen. Ik neem zelf mijn wijnberg en mijne schapen aan; Ezech. 34:11, 34:12, enz.; Joh. 10:14; Openb. 2:1. Ezechiël 34:11: Want zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. Ezechiël 34:12: Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid. Johannes 10:14: Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijnen, en worde van de Mijnen gekend. Openbaring 2:1: Schrijf aan den engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden der zeven gouden kandelaren wandelt:",
          "text1637": "Ick selfs passer steedts op, Ick selfs drage sorge, dat hy wel gebouwt worde: niet doende gelijck Salomon, die het op de wachters liet aenkomen, ick neme my selfs mijnes wijn-berchs, ende mijner schapen aen. Ezech. 34.11, 12, etc. Ioh. 10.14. Apoc. 2.1.",
          "text2026": "58 is voor mijn: Ik zelf pas er steeds op. Ik zelf draag zorg dat hij wel gebouwd worde: niet doende gelijk Salomo, die het op de wachters liet aankomen. Ik neem zelf mijn wijnberg en mijn schapen aan; Ez. 34:11, 34:12, enz.; Joh. 10:14; Openb. 2:1. Ezechiël 34:11: Want zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. Ezechiël 34:12: Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, op de dag als hij in het midden zijn verspreide schapen is, zo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, op de dag van de wolke en van de donkerheid. Johannes 10:14: Ik ben de goede Herder; en Ik ken de Mijn, en worde van de Mijn gekend. Openbaring 2:1: Schrijf aan de engel van de Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die in het midden van de zeven gouden kandelaren wandelt:"
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 de duizend zilverlingen: Alsof Hij zeide: Gij Salomo, zult uw volle pacht hebben te weten duizend zilverlingen, vers 11. Hooglied 8:11: Salomo had een wijngaard, te Baäl-hamon; hij gaf dezen wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor deszelfs vrucht duizend zilverlingen.",
          "text1637": "Als of hy seyde, Ghy Salomo sult uwen vollen pacht hebben, te weten, duysent silverlingen, vers 11.",
          "text2026": "59 de duizend zilverlingen: Alsof Hij zei: U Salomo, zult uw volle pacht hebben te weten duizend zilverlingen, vers 11. Hooglied 8:11: Salomo had een wijngaard, te Baäl-hamon; hij gaf deze wijngaard aan de hoeders, een ieder bracht voor daarvan vrucht duizend zilverlingen."
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "60 maar tweehonderd: Dat is, de arbeiders en opzichters van den wijngaard zullen ook het hunne hebben, elk naar evenredigheid van zijnen arbeid. Zie Matth. 20:1, 20:2, enz.; 1 Kor. 3:8. Versta hierbij: Maar mij komen de vruchten van mijnen wijnstok geheel en al toe. Deze eer geven gaarne alle getrouwe kerkedienaars hunnen Heere Christus Jezus; wij mogen planten en natmaken, maar het is God alleen, die den wasdom geeft; 1 Kor. 3:6, 3:7, en 1 Kor. 15:10. Mattheüs 20:1: Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard. Mattheüs 20:2: En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard. 1 Korinthiërs 3:8: En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid. 1 Korinthiërs 3:6: Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven. 1 Korinthiërs 3:7: Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft. 1 Korinthiërs 15:10: Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.",
          "text1637": "D. de arbeyders ende hoeders des wijngaerts sullen oock het hare hebben, elck nae advenant van sijnen arbeyt. Siet Matth. 20. versen 1, 2, etc. 1.Cor. 3.8. Verstaet hier by, Maer my komen de vruchten mijnes wijnstocks geheel ende al toe. Dese eere geven geern alle getrouwe kercken-dienaers haren Heere Christo Iesu, wy mogen planten ende nat maken, maer het is Godt alleen die den wasdom geeft, 1.Cor. 3.6, 7. ende 15.10.",
          "text2026": "60 maar tweehonderd: Dat is, de arbeiders en opzichters van de wijngaard zullen ook het hun hebben, elk naar evenredigheid van zijn arbeid. Zie Matt. 20:1, 20:2, enz.; 1 Kor. 3:8. Versta hierbij: Maar mij komen de vruchten van mijn wijnstok geheel en al toe. Deze eer geven graag alle getrouwe kerkedienaars hun Heer Christus Jezus; wij mogen planten en natmaken, maar het is God alleen, die de wasdom geeft; 1 Kor. 3:6, 3:7, en 1 Kor. 15:10. Mattheüs 20:1: Want het Koninkrijk van de hemel is gelijk een heer van het huis, die met de morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard. Mattheüs 20:2: En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning van de dag, zond hij hen heen in zijn wijngaard. 1 Korinthiërs 3:8: En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iedereen zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid. 1 Korinthiërs 3:6: Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft de wasdom gegeven. 1 Korinthiërs 3:7: Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die de wasdom geeft. 1 Korinthiërs 15:10: Maar door de genade van God ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gewerkt dan zij allen; maar niet ik, maar de genade van God, Die met mij is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּרְמִ֥/י",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/לִּ֖/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HTr/R/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֑/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֶ֤לֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HTd/Acbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁלֹמֹ֔ה",
          "strongs": "H8010",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָאתַ֖יִם",
          "strongs": "H3967",
          "morph": "HC/Acbda"
        },
        {
          "woord": "לְ/נֹטְרִ֥ים",
          "strongs": "H5201",
          "morph": "HR/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "פִּרְיֽ/וֹ",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Mijn wijngaard,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> die ik heb,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> is voor mijn aangezicht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> maar tweehonderd zijn voor de hoeders van de vrucht daarvan.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Mijn wijngaard,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> dien ik heb,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> is voor mijn aangezicht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> de duizend zilverlingen zijn voor u, o Salomo!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> maar tweehonderd zijn voor de hoeders van deszelfs vrucht.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Mijn wijngaert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> dien ick hebbe, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> is voor mijn aengesichte: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> de duysent [silverlingen] zijn voor u, ô Salomo, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> maer twee hondert zijn voor de hoeders van de vrucht des selven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "deszelfs vrucht.",
          "new": "de vrucht daarvan.",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "wijngaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3754"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָּרְמִ֥/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "aangezicht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6440"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/פָנָ֑/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "duizend",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H505"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָ/אֶ֤לֶף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Salomo",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8010"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁלֹמֹ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tweehonderd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3967"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/מָאתַ֖יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hoeders",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5201"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/נֹטְרִ֥ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              6
            ]
          },
          "anker": "vrucht",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het lijdend-voorwerpteken אֶת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "vrucht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6529"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פִּרְיֽ/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:12",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "O gij bewoonster der hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen.",
      "text1637": "[61] O ghy bewoonster [62] der hoven, [63] de metgesellen mercken op uwe stemme: doet[se] [64] my hooren.",
      "text2026": "O u bewoonster van de hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "61 O gij bewoonster: Hier spreekt Christus zijne Bruid aan, die in de hoven woont, dat is, die zich onthoudt in die plaatsen, waar kerken geplant zijn, in verscheidene landschappen en steden.",
          "text1637": "Hier spreeckt Christus sijne Bruyt aen, die in de hoven woont, dat is, die haer onthoudt in die plaetsen, daer Kercken geplant zijn, in verscheydene lantschappen ende Steden.",
          "text2026": "61 O u bewoonster: Hier spreekt Christus zijn Bruid aan, die in de hoven woont, dat is, die zich onthoudt in die plaatsen, waar kerken geplant zijn, in verscheidene landschappen en steden."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "62 der hoven: Of, der gaarden, der luchtingen, der tuinen.",
          "text1637": "Of, der gaerden, der lochtingen, der tuynen.",
          "text2026": "62 van de hoven: Of, van de gaarden, van de luchtingen, van de tuinen."
        },
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "63 de metgezellen: Het schijnt dat men hier door de metgezellen moet verstaan de andere gelovige Christenen, die even dierbaar geloof verkregen hebben, 2 Petr. 1:1, en de leer der kerken horen en volgen. 2 Petrus 1:1: Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus;",
          "text1637": "’T schijnt datmen hier door de metgesellen moet verstaen, d’andre geloovige Christenen, die even dierbaer geloove vercregen hebben, 2.Pet. 1.1. ende de Leere der Kercken hooren ende volgen.",
          "text2026": "63 de metgezellen: Het schijnt dat men hier door de metgezellen moet verstaan de andere gelovige Christenen, die even dierbaar geloof verkregen hebben, 2 Petr. 1:1, en de leer van de kerken horen en volgen. 2 Petrus 1:1: Simeon Petrus, een dienaar en apostel van Jezus Christus, aan degenen, die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid van onze God en Zaligmaker, Jezus Christus;"
        },
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "64 Mij horen: Te weten, uwe stem.",
          "text1637": "T.w. uwe stemme.",
          "text2026": "64 Mij horen: Te weten, uw stem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/יוֹשֶׁ֣בֶת",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גַּנִּ֗ים",
          "strongs": "H1588",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "חֲבֵרִ֛ים",
          "strongs": "H2270",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מַקְשִׁיבִ֥ים",
          "strongs": "H7181",
          "morph": "HVhrmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/קוֹלֵ֖/ךְ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "הַשְׁמִיעִֽי/נִי",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVhv2fs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup><span class=\"groom-speaks\"><i> O u bewoonster<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> van de hoven!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> de metgezellen merken op uw stem; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> ze Mij horen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> O gij bewoonster<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> der hoven!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> de metgezellen merken op uw stem; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> ze Mij horen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> O ghy bewoonster <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> der hoven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> de metgesellen mercken op uwe stemme: doet[se] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> my hooren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "bewoonster",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3427"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/יוֹשֶׁ֣בֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:13",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hoven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/גַּנִּ֗ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:13",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "metgezellen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2270"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֲבֵרִ֛ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:13",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "merken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7181"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַקְשִׁיבִ֥ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:13",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "stem",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6963"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/קוֹלֵ֖/ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:13",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "horen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8085"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַשְׁמִיעִֽי/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:13",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen.",
      "text1637": "[d] [65] Komt haestelick, mijn Liefste, ende weest ghy gelijck [66] een rhee, of gelijck een welp der herten op de bergen der speceryen.",
      "text2026": "Kom haastig, mijn Liefste! en wees U gelijk een ree, of gelijk een welp van de herten op de bergen van de specerijen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "65 Kom haastelijk: Hebreeuws, vlied. In deze betekenis schijnt het hier niet genomen te worden, want de kerk bidt niet dat Christus van haar vliede of wijke; dat is de bede der Gadarenen. Matth. 8:34; maar vlied betekent hier: kom zo haastiglijk tot ons, als iemand die gejaagd zijnde is vliedende. De Bruid bidt en begeert dat zij moge zien het einde van het rijk van Christus in deze wereld [daar Hij in zijne ledematen wordt vervolgd en gekweld] en tegelijk hare opneming in de hoge hemelen. Nu regeert Christus in het midden zijner vijanden, Ps. 110:2, en dat zal alzo voortaan duren, totdat Hij al zijne vijanden onder zijne voeten zal gebracht hebben, en totdat Hij het koninkrijk aan God zijnen Vader zal overgegeven hebben, 1 Kor. 15:24, 15:25. Naar dezen dag verlangt de Bruid, en wenst dat hij haast moge komen, en dat de Bruidegom haar wil bijstaan, terwijl zij hier beneden in den strijd is. Hoogl. 2:17, en dat Hij zijn laatste toekomst wil bespoedigen tot hare verlossing. Of, als men immers het woord Barach in zijn eigen betekenis zou willen behouden, namelijk voor vluchten of vlieden, zo moest dit de overzetting en de mening zijn: Vlied, mijn liefste.... naar de bergen der specerijen; dat is, naar de hemelen, die hier genoemd worden de bergen der specerijen, ten aanzien van de hoogte, de vreugde en vermakelijkheid, die eeuwiglijk zal zijn aan de rechterhand Gods; Hoogl. 4:6, wordt de hemel genoemd een mirreberg en een wierookbergje. Het is zoveel alsof de Bruid hier aldus sprak: Alhoewel het mij zeer lief zou zijn, dat Gij lichamelijk bij mij waart en steeds bleeft, zo beken ik nochtans dat het mij beter is dat Gij in den hemel zijt, om mij vandaar den Trooster, den Heiligen Geest, te zenden, en mij in uws Vaders huis een plaats te bereiden, opdat Gij mij eindelijk tot u neemt in de eeuwige zaligheid; Joh. 14:2, en Joh. 16:7. Mattheüs 8:34: En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken. Psalmen 110:2: De HEERE zal den scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uwer vijanden. 1 Korinthiërs 15:24: Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. Hooglied 2:17: Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether. Hooglied 4:6: Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden, zal Ik gaan tot den mirreberg, en tot den wierookheuvel. Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Johannes 16:7: Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.",
          "text1637": "Hebr. Vliedt. In dese beteeckenisse en schijnt het hier niet genomen te worden, want de Kercke en bidt niet dat Christus van haer vliede ofte wijcke, dat is de bede der Gadarenen, Matth. 8.34. maer vliedt beteeckent hier, komt soo haestelick tot ons, als yemant die gejaecht zijnde, is vliedende. De Bruydt bidt ende begeert, dat sy moge sien het eynde des Rijcx Christi in dese werelt (daer hy in sijne ledematen wort vervolcht ende gequelt) ende te gelijcke hare opneminge in de hooge hemelen. Nu regneert Christus in het midden sijner vyanden, Psal. 110.2. ende dat sal alsoo voortaen dueren, tot dat hy alle sijne vyanden onder sijne voeten sal gebracht hebben, ende tot dat hy het Coninckrijcke Gode sijnen Vader sal over-gegeven hebben, 1.Cor. 15.24, 25. Nae desen dach verlangt de Bruyt, ende wenscht dat hy haest moge komen, ende dat de Bruydegom haer wille bystaen, terwijle sy hier beneden in den strijt is, Cant. 2.17. ende dat hy sijne laetste toekomste wille spoedigen tot haerder verlossinge. Ofte alsmen immers het woort Barach in sijne eygene beteeckenisse soude willen behouden, namelick voor vluchten of vlieden, so moeste dit de oversettinge ende de meyninge zijn, vliedt, mijn liefste..... nae de bergen der speceryen, D. nae de hemelen, die hier genoemt worden de bergen der speceryen, ten aensien van de hoochte, de vreucht ende vermakelickheyt, die eeuwelick sal zijn aen de rechterhant Godes. Cant. 4.6. wort de hemel genoemt een myrrhe berch, ende een wieroock-bergsken. Het is soo veel als of de Bruyt hier aldus sprake; alhoewel het my seer lief soude zijn, dat ghy lichamelick by my waert ende stedes bleeft, So bekenne ick nochtans, dat het my beter is, dat ghy in den hemel zijt, om my van daer den Trooster den H. Geest te senden, ende my in uwes Vaders huys eene plaetse te bereyden, op dat ghy my eyndelick tot u neemt in de eeuwige salicheyt, Ioh. 14.2. ende 16.7.",
          "text2026": "65 Kom haastig: Hebreeuws, vlied. In deze betekenis schijnt het hier niet genomen te worden, want de kerk bidt niet dat Christus van haar vliede of wijke; dat is de bede van de Gadarenen. Matt. 8:34; maar vlied betekent hier: kom zo haastiglijk tot ons, als iemand die gejaagd zijnde is vliedende. De Bruid bidt en begeert dat zij mag zien het einde van het rijk van Christus in deze wereld [daar Hij in zijn ledematen wordt vervolgd en gekweld] en tegelijk haar opneming in de hoge hemelen. Nu regeert Christus in het midden zijn vijanden, Ps. 110:2, en dat zal zo voortaan duren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten zal gebracht hebben, en totdat Hij het koninkrijk aan God zijn Vader zal overgegeven hebben, 1 Kor. 15:24, 15:25. Naar deze dag verlangt de Bruid, en wenst dat hij haast mag komen, en dat de Bruidegom haar wil bijstaan, terwijl zij hier beneden in de strijd is. Hoogl. 2:17, en dat Hij zijn laatste toekomst wil bespoedigen tot haar verlossing. Of, als men immers het woord Barach in zijn eigen betekenis zou willen behouden, namelijk voor vluchten of vluchten, zo moest dit de overzetting en de mening zijn: Vlied, mijn liefste.... naar de bergen van de specerijen; dat is, naar de hemel, die hier genoemd worden de bergen van de specerijen, ten aanzien van de hoogte, de vreugde en vermakelijkheid, die eeuwig zal zijn aan de rechterhand van God; Hoogl. 4:6, wordt de hemel genoemd een mirreberg en een wierookbergje. Het is zoveel alsof de Bruid hier aldus sprak: Alhoewel het mij zeer lief zou zijn, dat U lichamelijk bij mij was en steeds bleeft, zo beken ik nochtans dat het mij beter is dat U in de hemel bent, om mij vandaar de Trooster, de Heilige Geest, te zenden, en mij in uws Vaders huis een plaats te bereiden, opdat U mij eindelijk tot u neemt in de eeuwige zaligheid; Joh. 14:2, en Joh. 16:7. Mattheüs 8:34: En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun gebied wilde vertrekken. Psalmen 110:2: JAHWEH zal de scepter Uw sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uw vijanden. 1 Korinthiërs 15:24: Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en de Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht. 1 Korinthiërs 15:25: Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben. Hooglied 2:17: Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vluchten; keer om, mijn Liefste! wordt U gelijk een ree, of een welp van de herten, op de bergen van Bether. Hooglied 4:6: Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vluchten, zal Ik gaan tot de mirreberg, en tot de wierookheuvel. Johannes 14:2: In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen; anders zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. Johannes 16:7: Maar Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar als Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "66 een ree: Dat haastelijk heenloopt; dat is, haast u om tot ons te komen. Zie Hoogl. 2:8, 2:9, 2:17. Gelijk dit Hooglied begonnen is met verlangen der Bruid naar haren Bruidegom, dat Hij haar kusse met de kussen zijns monds; alzo eindigt het met verlangen naar de tweede komst van Christus, gelijk Hij zijne kerk zal opnemen in de eeuwige vreugde. De Geest en de Bruid zeggen: kom, en wie het hoort, zegge: kom. Christus zelf zegt: Ik kom haastelijk, Amen. Ja kom, Heere Jezus. De genade onzes Heeren Jezus Christus zij met u allen; Openb. 22:17, 22:20, 22:21. Hooglied 2:8: Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen! Hooglied 2:9: Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp der herten; ziet, Hij staat achter onzen muur, kijkende uit de vensteren, blinkende uit de traliën. Hooglied 2:17: Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether. Openbaring 22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. Openbaring 22:20: Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! Openbaring 22:21: De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.",
          "text1637": "Dat haestelick henen loopt. D. haest u om tot ons te komen. Siet Cant. cap. 2. versen 8, 9, 17. Gelijck dit hooge Liedt begonnen is met verlangen der Bruyt nae haren Bruydegom, dat hy haer cusse met de cussen sijnes monts, Alsoo eyndicht het met verlangen nae de tweede komste Christi, als hy sijne Kercke sal op-nemen in de eeuwige vreucht: de Geest ende de Bruyt seggen komt, ende wie het hoort, die segge komt. Christus selve seyt, Ick kome haestelick, Amen, Ia komt Heere Iesu. De genade onses Heeren Iesu Christi zy met u allen, Apoc. c. 22. versen 17, 20, 21.",
          "text2026": "66 een ree: Dat haastig heenloopt; dat is, haast u om tot ons te komen. Zie Hoogl. 2:8, 2:9, 2:17. Gelijk dit Hooglied begonnen is met verlangen van de Bruid naar haar Bruidegom, dat Hij haar kusse met de kussen zijns monds; zo eindigt het met verlangen naar de tweede komst van Christus, gelijk Hij zijn kerk zal opnemen in de eeuwige vreugde. De Geest en de Bruid zeggen: kom, en wie het hoort, zegge: kom. Christus zelf zegt: Ik kom haastig, Amen. Ja kom, Heer Jezus. De genade onzes Heern Jezus Christus zij met u allen; Openb. 22:17, 22:20, 22:21. Hooglied 2:8: Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen! Hooglied 2:9: Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp van de herten; ziet, Hij staat achter onze muur, kijkende uit de vensteren, blinkende uit de traliën. Hooglied 2:17: Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vluchten; keer om, mijn Liefste! wordt U gelijk een ree, of een welp van de herten, op de bergen van Bether. Openbaring 22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water van het leven om niet. Openbaring 22:20: Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heer Jezus! Openbaring 22:21: De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen. Amen."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Openb. 22:17; idem v. 20. Openbaring 22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. Openbaring 22:20: Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!",
          "text1637": "Apoc. 22.17, 20.",
          "text2026": "Openb. 22:17; idem v. 20. Openbaring 22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water van het leven om niet. Openbaring 22:20: Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heer Jezus!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּרַ֣ח",
          "strongs": "H1272",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "דּוֹדִ֗/י",
          "strongs": "H1730",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/דְמֵה",
          "strongs": "H1819",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֤",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/צְבִי֙",
          "strongs": "H6643",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "א֚וֹ",
          "strongs": "H176",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֹ֣פֶר",
          "strongs": "H6082",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/אַיָּלִ֔ים",
          "strongs": "H354",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָרֵ֥י",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "בְשָׂמִֽים",
          "strongs": "H1314",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup><span class=\"bride-speaks\"><i> Kom haastig, mijn Liefste! en wees U gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> een ree, of gelijk een welp van de herten op de bergen van de specerijen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Komt haestelick, mijn Liefste, ende weest ghy gelijck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> een rhee, of gelijck een welp der herten op de bergen der speceryen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "haastelijk,",
          "new": "haastig,",
          "principe": "V56"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Kom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1272"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּרַ֣ח"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Liefste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1730"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דּוֹדִ֗/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gelijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1819"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּֽ/דְמֵה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ree",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6643"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִ/צְבִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "of",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H176"
          ],
          "bronwoorden": [
            "א֚וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "welp",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6082"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/עֹ֣פֶר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "herten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H354"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָֽ/אַיָּלִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bergen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2022"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָרֵ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "specerijen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1314"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְשָׂמִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "6ADE5C36C07B3CADB5D0AF4CB47D46A889148DC88A94D3C634ADE03E1F467CE3",
            "referentie": "SNG 8:14",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Bruyt wenscht dat de Bruydegom inden vleesche mochte verschijnen, ende haer bywoonen, vers 1, etc. Een verwonderinge van wegen den opganck der Kercke, 5. wensch der Bruyt, om te mogen hebben versekeringe der liefde hares Bruydegoms tot haer, 6, etc. Daer na spreeckt de Bruyt van hare jonge suster, Dat is, van de Gemeynte uyt de Heydenen, 8. Antwoorde daer op, 9. Daer mede stelt haer de Bruyt gerust ende te vreden, 10. De sorge die de Bruydegom selfs over sijnen wijngaert draecht, 11, etc. Doch hy wil oock van andere vercondicht wesen, 13. De Bruyt wenscht nae de haestige verschijninge hares Bruydegoms, 14.",
    "text2026": "De Bruid wenst dat de Bruidegom in het vlees mocht verschijnen en bij haar wonen, vers 1, enz. Een verwondering vanwege de opgang van de Kerk, 5; wens van de Bruid om verzekering te mogen hebben van de liefde van haar Bruidegom tot haar, 6, enz. Daarna spreekt de Bruid over haar jonge zuster, dat is, over de Gemeente uit de heidenen, 8; antwoord daarop, 9; daarmee stelt de Bruid zich gerust en tevreden, 10. De zorg die de Bruidegom zelf over zijn wijngaard draagt, 11, enz. Maar Hij wil ook door anderen verkondigd worden, 13. De Bruid verlangt naar de spoedige verschijning van haar Bruidegom, 14."
  }
}
