{
  "number": 11,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.",
      "text1637": "ALs Israël [1] een kint was, doe hebb’ ick hem lief gehadt: ende [a] ick [2] hebbe mijnen [3] Sone uyt Egypten geroepen.",
      "text2026": "Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 een kind: zie van het Hebreeuwse woord Jer. 1:6. De zin is: Als Ik Israël eerst tot mijn volk aannam en met hen mijn vebond maakte. Vergelijk Jer. 2:2, en zie de aantekening aldaar. Jeremia 1:6: Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong. Jeremia 2:2: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.",
          "text1637": "Siet van ’t Hebr. woort Ierem. 1. op vers 6. de sin is, als ick Israel eerst tot mijn volck aen nam, ende met hen mijn verbont maekte, verg. Ier. 2.2. ende siet d’aent. aldaer.",
          "text2026": "1 een kind: zie van het Hebreeuwse woord Jer. 1:6. De zin is: Als Ik Israël eerst tot mijn volk aannam en met hen mijn vebond maakte. Vergelijk Jer. 2:2, en zie de aantekening daar. Jeremia 1:6: Toen zei ik: Ach, Heer JAHWEH! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong. Jeremia 2:2: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ik gedenk van de weldadigheid uw jeugd, van de liefde uw ondertrouw, toen u Mij nawandelde in de woestijn, in onbezaaid land."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 heb Mijn: En voerde hem door mijn goddelijke kracht uit de slavernij van Egypte, door de woestijn, naar het beloofde land.",
          "text1637": "Ende voerde hem door mijne Godtlicke kracht uyt de slavernye van Egypten, door de woestijne, nae ’t beloofde lant.",
          "text2026": "2 heb Mijn: En voerde hem door mijn goddelijke kracht uit de slavernij van Egypte, door de woestijn, naar het beloofde land."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk Israël, dat God dikwijls, maar bijzonderlijk Exod. 4:22, door Mozes, in de aanspraak aan Farao, zijn zoon, ja zijn eerstgeboren zoon noemt; welke plaats hiermede dient vergeleken. Maar dat onder deze woorden wijders ene profetie verborgen is van den eniggeboren Zoon des Vaders onzen Heere Jezus Christus, die het Hoofd is van zijn geestelijk Israël of kerk, blijkt Matth. 2:15. Anders: omdat Israël een kind was, dat Ik liefhad, zo heb Ik mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Of: Hoewel Israël een kind is, nochtans heb Ik hem lief; daarom heb Ik, enz., verstaande het eerste lid van Israëls domme onverstandigheid, en het tweede van Christus alleen, wien de Vader uit Egypte geroepen heeft om in Judea het werk onzer verlossing te verrichten. Anderen aldus: Omdat Hij is een kind Israëls, en Ik hem liefheb; daarom heb Ik mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Verstaande beide leden van vers 1 van Christus. Exodus 4:22: Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. Mattheüs 2:15: En was aldaar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.",
          "text1637": "N. Israel, dien Godt dickwijls, maer bysonderlick Exo. 4.22. door Mose, in d’aensprake aen Pharao, sijnen sone, ja sijnen eerst-geborenen sone noemt, welcke plaetse hier mede dient vergeleken. Maer dat onder dese woorden wijders eene prophetie verborgen is van den eenich-geborenen Sone des Vaders onsen Heere Iesu Christo, die het hooft is van sijn geestlick Israel, ofte, kercke, blijckt Matth. 2.15. And. om dat Israël een kint was, dat ick lief hadde, so heb ick mijnen sone uyt Egypten geroepen. ofte, hoewel Israël een kint is, nochtans heb ick hem lief: daerom heb ick, etc. verstaende het eerste lidt van Israels domme onverstandicheyt, ende het tweede van Christo alleen, dien de vader uyt Egypten geroepen hebbe, om in Iudea het werck onser verlossinge te verrichten. Andere aldus: Om dat hy is een kint Israëls, ende ick hem lief hebbe, daerom heb ick mijnen Sone uyt Egypten geroepen. Verstaende beyde leden deses vers van Christo.",
          "text2026": "Namelijk Israël, dat God dikwijls, maar bijzonderlijk Ex. 4:22, door Mozes, in de aanspraak aan Farao, zijn zoon, ja zijn eerstgeboren zoon noemt; welke plaats hiermee dient vergeleken. Maar dat onder deze woorden verder een profetie verborgen is van de eniggeboren Zoon van de Vader onze Heer Jezus Christus, die het Hoofd is van zijn geestelijk Israël of kerk, blijkt Matt. 2:15. Anders: omdat Israël een kind was, dat Ik liefhad, zo heb Ik mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Of: Hoewel Israël een kind is, nochtans heb Ik hem lief; daarom heb Ik, enz., verstaande het eerste lid van Israëls domme onverstandigheid, en het tweede van Christus alleen, wie de Vader uit Egypte geroepen heeft om in Judea het werk onzer verlossing te verrichten. Anderen aldus: Omdat Hij is een kind van Israël, en Ik hem liefheb; daarom heb Ik mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Verstaande beide leden van vers 1 van Christus. Exodus 4:22: Dan zult u tot Farao zeggen: Zo zegt JAHWEH: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. Mattheüs 2:15: En was daar tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden wat van de Heer gesproken is door de profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 2:15. Mattheüs 2:15: En was aldaar tot den dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.",
          "text1637": "Matth. 2.15.",
          "text2026": "Matt. 2:15. Mattheüs 2:15: En was daar tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden wat van de Heer gesproken is door de profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נַ֥עַר",
          "strongs": "H5288",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֹהֲבֵ֑/הוּ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HC/Vqw1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/מִּצְרַ֖יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "קָרָ֥אתִי",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנִֽ/י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> heb Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zoon uit Egypte geroepen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Als Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> heb Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zoon uit Egypte geroepen.",
      "text1637_html": "ALs Israël <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> een kint was, doe hebb’ ick hem lief gehadt: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> hebbe mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Sone uyt Egypten geroepen.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Als",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֛י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kind",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5288"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נַ֥עַר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׂרָאֵ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefgehad",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H157"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וָ/אֹהֲבֵ֑/הוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Egypte",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4714"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/מִ/מִּצְרַ֖יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geroepen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָרָ֥אתִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zoon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִ/בְנִֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:1",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Maar gelijk zij henlieden riepen, alzo gingen zij van hun aangezicht weg; zij offerden den Baäls, en rookten den gesnedenen beelden.",
      "text1637": "[Maer [4] gelijck] sy haerlieden riepen, alsoo gingen sy van [5] haer aengesichte wech; sy offerden den Baals, ende roockten den gesnedenen beelden.",
      "text2026": "Maar zoals zij hen riepen, zo gingen zij van hun aangezicht weg; zij offerden de Baäls, en rookten de gesnedenen beelden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 gelijk zij henlieden riepen: Dit is hier ingevoegd tot aanvulling van den zin, passende op het volgende woordje, alzo. Zie Ps. 48:6. De zin is: Hoe meer Mozes en andere vrome dienstknechten Gods de Israëlieten riepen om bij hun goeden God te blijven, en Hem aan te hangen, hoe meer zij daarentegen, onder de ogen der vrome profeten, afweken tot alle afgoderij, kerende God en zijnen profeten den rug en het dove oor toe, gelijk men zegt. Vergelijk onder vers 7, en boven Hos. 4:7. Psalmen 48:6: Gelijk zij het zagen, alzo waren zij verwonderd; zij werden verschrikt, zij haastten weg. Hosea 11:7: Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot den Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem. Hosea 4:7: Gelijk zij meerder geworden zijn, alzo hebben zij tegen Mij gezondigd; Ik zal hunlieder eer in schande veranderen.",
          "text1637": "Dit is hier ingevoecht tot vervullinge van den sin, passende op het volgende woordeken, alsoo. siet Psal. 48. op vers 6. De sin is, hoe Moses ende andere vroome dienstknechten Godts de Israeliten meer riepen, om by haren goeden Godt te blijven, ende hem aen te hangen, hoe sy meer daer tegen, onder de oogen der vroome Propheten, afweken, tot alle afgoderye, keerende Godt ende sijnen Propheten den rugge ende het doove oor toe, alsmen seyt. Vergel. ond. vers 7. ende bov. 4.7.",
          "text2026": "4 gelijk zij henlieden riepen: Dit is hier ingevoegd tot aanvulling van de zin, passende op het volgende woordje, zo. Zie Ps. 48:6. De zin is: Hoe meer Mozes en andere vrome dienaren van God de Israëlieten riepen om bij hun goede God te blijven, en Hem aan te hangen, hoe meer zij daarentegen, onder de ogen van de vrome profeten, afweken tot alle afgoderij, kerende God en zijn profeten de rug en het dove oor toe, gelijk men zegt. Vergelijk onder vers 7, en boven Hos. 4:7. Psalmen 48:6: Gelijk zij het zagen, zo waren zij verwonderd; zij werden verschrikt, zij haastten weg. Hosea 11:7: Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot de Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem. Hosea 4:7: Gelijk zij meerder geworden zijn, zo hebben zij tegen Mij gezondigd; Ik zal hun eer in schande veranderen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 hun aangezicht weg: Van het aangezicht der profeten, die hen tot God riepen.",
          "text1637": "Van het aengesichte der Propheten, die haer tot Godt riepen.",
          "text2026": "5 hun aangezicht weg: Van het aangezicht van de profeten, die hen tot God riepen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קָרְא֖וּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֚ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "הָלְכ֣וּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/בְּעָלִ֣ים",
          "strongs": "H1168",
          "morph": "HRd/Np"
        },
        {
          "woord": "יְזַבֵּ֔חוּ",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/פְּסִלִ֖ים",
          "strongs": "H6456",
          "morph": "HC/Rd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יְקַטֵּרֽוּ/ן",
          "strongs": "H6999",
          "morph": "HVpi3mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar zoals zij hen riepen, zo gingen zij van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> hun aangezicht weg; zij offerden de Baäls, en rookten de gesnedenen beelden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar gelijk zij henlieden riepen, alzo gingen zij van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> hun aangezicht weg; zij offerden den Baäls, en rookten den gesnedenen beelden.",
      "text1637_html": "[Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gelijck] sy haerlieden riepen, alsoo gingen sy van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> haer aengesichte wech; sy offerden den Baals, ende roockten den gesnedenen beelden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gelijk",
          "new": "zoals",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "henlieden",
          "new": "hen",
          "principe": "V395"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "riepen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָרְא֖וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zo",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3651"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כֵּ֚ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gingen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1980"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הָלְכ֣וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "aangezicht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6440"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/פְּנֵי/הֶ֔ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Baäls",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1168"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לַ/בְּעָלִ֣ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "offerden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2076"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְזַבֵּ֔חוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beelden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6456"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/לַ/פְּסִלִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "rookten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6999"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְקַטֵּרֽוּ/ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:2",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ik nochtans leerde Efraïm gaan; Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik ze genas.",
      "text1637": "Ick nochtans, [6] leerde Ephraim gaen; [7] hy namse op sijne armen, maer sy en bekenden niet, dat ickse [8] genas.",
      "text2026": "Ik toch leerde Efraïm gaan; Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik ze genas.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 leerde Efraïm gaan: Dat is, Ik leerde hen de voeten zetten, gelijk een moeder haar kind doet.",
          "text1637": "D. ick leerdese de voeten setten, gelijck een moeder haer kint doet.",
          "text2026": "6 leerde Efraïm gaan: Dat is, Ik leerde hen de voeten zetten, gelijk een moeder haar kind doet."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 Hij nam ze op Zijn armen: Dit zijn de woorden van den profeet, die hij tussen Gods woorden invoegt, uit verwondering over Gods vriendelijkheid en goedertierenheid, alsof hij zeide: Immers is het waar, dat Hij hen, als een vader, of moeder een kind, [zie vers 1,] inzonderheid als het moede is van het gaan, op de armen gedragen heeft; zie Exod. 19:4; Deut. 1:31, en Deut. 32:11, 32:12; Jes. 63:9, en van Mozes, Num. 11:12. Anders: ik nam hen, of nemende henlieden bij hunne [Hebreeuws zijne] armen; omdat er in het volgende dergelijke verwisseling van het veelvoudig en enkelvoudig getal van Efraïm gebruikt wordt. Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen. Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. Deuteronomium 1:31: En in de woestijn, waar gij gezien hebt, dat de HEERE uw God, u daarin gedragen heeft, als een man zijn zoon draagt, op al den weg, dien gij gewandeld hebt, totdat gij kwaamt aan deze plaats. Deuteronomium 32:11: Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Deuteronomium 32:12: Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem. Jesaja 63:9: In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds. Numeri 11:12: Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt?",
          "text1637": "Dit zijn de woorden des Propheten, die hy tusschen Godts woorden invoecht, uyt verwonderinge van Godts vriendelickheyt ende goedertierenheyt, als of hy seyde: immers ist waer, dat hyse, als een vader, ofte moeder een kint (siet vers 1.) insonderheyt als het moede is van gaen, op d’armen gedragen heeft. Siet Exod. 19.4. Deut. 1.31. ende 32.11, 12. Ies. 63.9. ende van Mose, Num. 11.12. And. ick namse, ofte, nemende haer lieden by hare (Hebr. sijne) armen: om datter in’t volgende diergelijcke verwisselinge van het veelvoudich eende eenvoudich getal van Ephraim gebruyckt wort.",
          "text2026": "7 Hij nam ze op Zijn armen: Dit zijn de woorden van de profeet, die hij tussen Gods woorden invoegt, uit verwondering over Gods vriendelijkheid en goedertierenheid, alsof hij zei: Immers is het waar, dat Hij hen, als een vader, of moeder een kind, [zie vers 1,] in het bijzonder als het moe is van het gaan, op de armen gedragen heeft; zie Ex. 19:4; Deut. 1:31, en Deut. 32:11, 32:12; Jes. 63:9, en van Mozes, Num. 11:12. Anders: ik nam hen, of nemende henlieden bij hun [Hebreeuws zijn] armen; omdat er in het volgende dergelijke verwisseling van het veelvoudig en enkelvoudig getal van Efraïm gebruikt wordt. Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen. Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen van de adelaars gedragen, en u tot Mij gebracht heb. Deuteronomium 1:31: En in de woestijn, waar u gezien hebt, dat JAHWEH uw God, u daarin gedragen heeft, als een man zijn zoon draagt, op al de weg, die u gewandeld hebt, totdat u kwaamt aan deze plaats. Deuteronomium 32:11: Gelijk een adelaar zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Deuteronomium 32:12: Zo leidde hem JAHWEH alleen, en er was geen vreemd god met hem. Jesaja 63:9: In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel van Zijn aangezicht heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds. Numeri 11:12: Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat U tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader de zuigeling draagt, tot dat land, dat U hun vaderen gezworen hebt?"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in al hunne noden en zwarigheden zeer lieflijk en gemeenzaamlijk bijstond en verloste; zie Ps. 30:3, en vergelijk boven Hos. 7:1, en Exod. 15:26. Psalmen 30:3: HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen. Hosea 7:1: Terwijl Ik Israël genees, zo wordt Efraïms ongerechtigheid ontdekt, mitsgaders de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende der straatschenders stroopt daar buiten. Exodus 15:26: En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!",
          "text1637": "D. in alle hare nooden ende swaricheden seer lieflick ende gemeensaemlick bystont ende verloste. siet Psal. 30. op vers 3. ende vergel. bov. 7.1. ende Exod. 15.26.",
          "text2026": "Dat is, in al hun noden en zwarigheden zeer lieflijk en gemeenzaamlijk bijstond en verloste; zie Ps. 30:3, en vergelijk boven Hos. 7:1, en Ex. 15:26. Psalmen 30:3: JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij genezen. Hosea 7:1: Terwijl Ik Israël genees, zo wordt Efraïms ongerechtigheid ontdekt, en ook de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende van de straatschenders stroopt daar buiten. Exodus 15:26: En zei: Is het, dat u met ernst naar de stem van JAHWEH uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de ziekten op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben JAHWEH, uw Heelmeester!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָנֹכִ֤י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִרְגַּ֨לְתִּי֙",
          "strongs": "H8637",
          "morph": "HVcp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֶפְרַ֔יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "קָחָ֖/ם",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "זְרֽוֹעֹתָ֑י/ו",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רְפָאתִֽי/ם",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik toch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> leerde Efraïm gaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ze genas.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik nochtans<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> leerde Efraïm gaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ze genas.",
      "text1637_html": "Ick nochtans, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> leerde Ephraim gaen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hy namse op sijne armen, maer sy en bekenden niet, dat ickse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> genas.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nochtans",
          "new": "toch",
          "principe": "V73"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H595"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אָנֹכִ֤י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leerde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8637"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תִרְגַּ֨לְתִּי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              2
            ]
          },
          "toelichting": "תִרְגַּלְתִּי (H8637) betekent 'leren lopen'; het Nederlands geeft het weer met 'leerde … gaan'. De koppeling staat op 'leerde'."
        },
        {
          "tekst": "Efraïm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/אֶפְרַ֔יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "nam",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3947"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָחָ֖/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "armen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2220"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זְרֽוֹעֹתָ֑י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/לֹ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bekenden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָדְע֖וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "genas",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7495"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רְפָאתִֽי/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:3",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ik trok ze met mensenzelen, met touwen der liefde, en was hun, als degenen, die het juk van op hun kinnebakken oplichten, en Ik reikte hem voeder toe.",
      "text1637": "Ick trockse met [9] menschen-zeelen, met touwen der liefde, ende was hen, als de gene die het [10] jock [van] op hare kinnebackens oplichten: ende ick reyckte [11] hem voeder toe.",
      "text2026": "Ik trok ze met menselijke touwen, met touwen van de liefde, en was hun, als degenen, die het juk van op hun kaken oplichten, en Ik reikte hem voer toe.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de halster of muilband, die op de muilen der beesten blijft zolang zij arbeiden, en die men oplicht of afneemt als zij rust en voeder zullen nemen. Alzo [wil God zeggen] heb Ik met Israël gehandeld, gevende hem verlichting, rust en hun voeder, gelijk volgt.",
          "text1637": "D. de halster ofte muylbant, die op de backens der beesten blijft, soo lange sy arbeyden, ende diemen oplicht ofte afneemt als sy ruste ende voeder sullen nemen. Alsoo (wil Godt seggen) heb ick met Israel gehandelt, gevende hem verlichtinge, ruste, ende haer voeder, als volcht.",
          "text2026": "Dat is, de halster of muilband, die op de muilen van de beesten blijft zolang zij arbeiden, en die men oplicht of afneemt als zij rust en voeder zullen nemen. Zo [wil God zeggen] heb Ik met Israël gehandeld, gevende hem verlichting, rust en hun voeder, gelijk volgt."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 hem voeder toe: Efraïm. Hebreeuws, Ik deed spijs, of eten tot hem neigen; dat is, gelijk wij zeggen: Ik reikte het hem toe. Niettegenstaande zulks alles zijn zij zo ongehoorzaam geweest, gelijk in het voorgaande en volgende verhaald is: daarom, enz. gelijk volgt.",
          "text1637": "Ephraim. Hebr. ick dede spijse, ofte, eten tot hem neygen. D. als wy seggen, ick reyckte ’t hem toe. niet tegenstaende sulcks alles, zijn sy soo ongehoorsaem geweest, als in’t voorgaende ende volgende verhaelt is: daerom etc. als volgt.",
          "text2026": "11 hem voeder toe: Efraïm. Hebreeuws, Ik deed voedsel, of eten tot hem neigen (אוֹכִֽיל); dat is, gelijk wij zeggen: Ik reikte het hem toe. Niettegenstaande zulks alles zijn zij zo ongehoorzaam geweest, gelijk in het voorgaande en volgende verhaald is: daarom, enz. gelijk volgt."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, menselijke, waar men mensen mede trekt, lijdelijke, lieflijke en zachte zelen, om hen niet te kwetsen of te bezeren. Vergelijk de manier van spreken met 2 Sam. 7:14; Jes. 8:1. Deze woorden drukken de lieflijkheid, vriendelijkheid en lankmoedigheid Gods in het leiden van zijn volk zeer levendig uit. 2 Samuël 7:14: Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; dewelke als hij misdoet, zo zal Ik hem met een mensenroede en met plagen der mensenkinderen straffen. Jesaja 8:1: Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!",
          "text1637": "D. menschelicke, daermen menschen mede treckt, lijdelijcke, lieflicke ende sachte zeelen, om haer niet te quetsen ofte verzeerigen. Vergel. de maniere van spreken met 2.Sam. 7.14. Ies. 8.1. dese woorden drucken de lieflickheyt, vriendelickheyt ende lankmoedicheyt Godts in het leyden van sijn volck seer levendich uyt.",
          "text2026": "Dat is, menselijke, waar men mensen mee trekt, lijdelijke, lieflijke en zachte zelen, om hen niet te kwetsen of te bezeren. Vergelijk de manier van spreken met 2 Sam. 7:14; Jes. 8:1. Deze woorden drukken de lieflijkheid, vriendelijkheid en lankmoedigheid Gods in het leiden van zijn volk zeer levendig uit. 2 Samuël 7:14: Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; die als hij misdoet, zo zal Ik hem met een mensenroede en met plagen van de mensenkinderen straffen. Jesaja 8:1: Verder zei JAHWEH tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot de roof, is hij spoedig tot de buit!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/חַבְלֵ֨י",
          "strongs": "H2256",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֤ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶמְשְׁכֵ/ם֙",
          "strongs": "H4900",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲבֹת֣וֹת",
          "strongs": "H5688",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אַהֲבָ֔ה",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֶהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/מְרִ֥ימֵי",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HR/Vhrmpc"
        },
        {
          "woord": "עֹ֖ל",
          "strongs": "H5923",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לְחֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H3895",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַ֥ט",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HC/Vhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֖י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹכִֽיל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVhi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik trok ze met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> menselijke touwen, met touwen van de liefde, en was hun, als degenen, die het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> juk van op hun kaken oplichten, en Ik reikte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hem voer toe.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik trok ze met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> mensenzelen, met touwen der liefde, en was hun, als degenen, die het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> juk van op hun kinnebakken oplichten, en Ik reikte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hem voeder toe.",
      "text1637_html": "Ick trockse met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> menschen-zeelen, met touwen der liefde, ende was hen, als de gene die het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> jock [van] op hare kinnebackens oplichten: ende ick reyckte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hem voeder toe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mensenzelen,",
          "new": "menselijke touwen,",
          "principe": "V897"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "kinnebakken",
          "new": "kaken",
          "principe": "V898"
        },
        {
          "old": "voeder",
          "new": "voer",
          "principe": "V899"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "touwen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2256"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/חַבְלֵ֨י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "menselijke",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H120"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָדָ֤ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "trok",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4900"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶמְשְׁכֵ/ם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "touwen",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H5688"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/עֲבֹת֣וֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H160"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַהֲבָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "was",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וָ/אֶהְיֶ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "oplichten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7311"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ/מְרִ֥ימֵי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "juk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5923"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֹ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַ֣ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kaken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3895"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְחֵי/הֶ֑ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "reikte",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5186"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אַ֥ט"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hem",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵלָ֖י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H398"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אוֹכִֽיל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:4",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Hij zal in Egypteland niet wederkeren; maar Assur, die zal zijn koning zijn; omdat zij zich weigerden te bekeren.",
      "text1637": "[12] Hy sal in [13] Egyptenlant niet wederkeeren, maer Assur, die sal sijn Conick zijn: om dat sy haer weygeren te begeeren.",
      "text2026": "Hij zal in Egypteland niet terugkeren; maar Assur, die zal zijn koning zijn; omdat zij zich weigerden te bekeren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 Hij zal: Efraïm.",
          "text1637": "Ephraim.",
          "text2026": "12 Hij zal: Efraïm."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 Egypteland niet wederkeren: Of zij wel zouden mogen wensen liever in Egypte weder te keren, gelijk zij zich derwaarts zullen begeven om hulp en toevlucht tegen den Assyriër te zoeken, zo zal het hun toch alzo niet gelukken, maar de tien stammen zullen in het algemeen van den Assyriër uit hun land worden weggevoerd, en veel zwaarder geplaagd dan tevoren in Egypte; zie boven Hos. 8:13, en Hos. 9:6, en de aantekening aldaar, en vergelijk boven Hos. 10:9. Hosea 8:13: Aangaande de offeranden Mijner gaven, zij offeren vlees, en eten het, maar de HEERE heeft aan hen geen welgevallen. Nu zal Hij hunner ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken; zij zullen weder in Egypte keren. Hosea 9:6: Want ziet, zij gaan daarhenen vanwege de verstoring; Egypte zal ze verzamelen, Mof zal ze begraven; begeerte zal er zijn naar hun zilver, netelen zullen hen erfelijk bezitten, doornen zullen in hun tenten zijn. Hosea 10:9: Sinds de dagen van Gibea, hebt gij gezondigd, o Israël; daar zijn zij staande gebleven; de strijd te Gibea, tegen de kinderen der verkeerdheid, zal ze niet aangrijpen.",
          "text1637": "Of sy wel souden mogen wenschen liever in Egypten weder te keeren, gelijck sy haer derwaerts sullen begeven om hulpe ende toevlucht tegen den Assyrier toe soecken, so en sal ’t hen doch alsoo niet gelucken, maer de tien stammen sullen in’t gemeyn van den Assyrier uyt haer lant worden wechgevoert, ende veel swaerder geplaegt, als te vooren in Egypten. siet bov. 8.13. ende 9.6. ende d’aenteeck. aldaer. ende vergel. bov. 10. op vers 9.",
          "text2026": "13 Egypteland niet terugkeren: Of zij wel zouden mogen wensen liever in Egypte weer te keren, gelijk zij zich daarheen zullen begeven om hulp en toevlucht tegen de Assyriër te zoeken, zo zal het hun toch zo niet gelukken, maar de tien stammen zullen in het algemeen van de Assyriër uit hun land worden weggevoerd, en veel zwaarder geplaagd dan tevoren in Egypte; zie boven Hos. 8:13, en Hos. 9:6, en de aantekening daar, en vergelijk boven Hos. 10:9. Hosea 8:13: Aangaande de offeranden Mijner gaven, zij offeren vlees, en eten het, maar JAHWEH heeft aan hen geen welgevallen. Nu zal Hij hun ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken; zij zullen weer in Egypte keren. Hosea 9:6: Want ziet, zij gaan daarheen vanwege de verstoring; Egypte zal ze verzamelen, Mof zal ze begraven; begeerte zal er zijn naar hun zilver, netelen zullen hen erfelijk bezitten, doornen zullen in hun tenten zijn. Hosea 10:9: Sinds de dagen van Gibeä, hebt u gezondigd, o Israël; daar zijn zij staande gebleven; de strijd te Gibeä, tegen de kinderen van de verkeerdheid, zal ze niet aangrijpen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשׁוּב֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַשּׁ֖וּר",
          "strongs": "H804",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "מַלְכּ֑/וֹ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מֵאֲנ֖וּ",
          "strongs": "H3985",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/שֽׁוּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Hij zal in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Egypteland niet terugkeren; maar Assur, die zal zijn koning zijn; omdat zij zich weigerden te bekeren.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Hij zal in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Egypteland niet wederkeren; maar Assur, die zal zijn koning zijn; omdat zij zich weigerden te bekeren.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Hy sal in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Egyptenlant niet wederkeeren, maer Assur, die sal sijn Conick zijn: om dat sy haer weygeren te begeeren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederkeren;",
          "new": "terugkeren;",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֤א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "terugkeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָשׁוּב֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "in",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Egypteland",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H776",
            "H4714"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶ֣רֶץ",
            "מִצְרַ֔יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              3,
              4
            ]
          },
          "toelichting": "אֶרֶץ מִצְרַיִם is één begrip uit twee grondtokens (H776 en H4714); het hele Nederlandse woord 'Egypteland' draagt beide nummers."
        },
        {
          "tekst": "Assur",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H804"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אַשּׁ֖וּר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "die",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֣וּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "koning",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַלְכּ֑/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "omdat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weigerden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3985"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵאֲנ֖וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bekeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לָ/שֽׁוּב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:5",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En het zwaard zal in zijn steden blijven, en zijn grendelen verteren, en opeten, vanwege hun beraadslagingen.",
      "text1637": "Ende het [14] sweert sal in [15] sijne steden blijven, ende sijne [16] grendelen verteeren, ende op-eten: van wegen hare [17] beraetslagingen.",
      "text2026": "En het zwaard zal in zijn steden blijven, en zijn grendels verteren, en opeten, vanwege hun beraadslagingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, krijg, en alle gevolgen van dien; zie Lev. 26:7, en Ps. 22:21. Leviticus 26:7: En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. Psalmen 22:21: Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.",
          "text1637": "D. krijch, ende alle gevolgen van dien. Siet Levit. 26. op vers 7. ende Psal. 22. op vers 21.",
          "text2026": "Dat is, krijg, en alle gevolgen van die; zie Lev. 26:7, en Ps. 22:21. Leviticus 26:7: En u zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. Psalmen 22:21: Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de honds."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 zijn steden blijven: Efraïm.",
          "text1637": "Ephraims.",
          "text2026": "15 zijn steden blijven: Efraïm."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 grendelen verteren: Anders: ledematen, te weten zijns lands leden en delen, als een wild dier, verteren en verslinden, of, zijne ranken [gelijk Ezech. 17:6,] dat is, de dorpen, gelegen buiten de steden, zijnde ten aanzien van de steden gelijk takken van de bomen. Ezechiël 17:6: En het sproot uit, en werd tot een welig uitlopenden wijnstok, doch nederig van stam, ziende met zijn takken naar hem, dewijl zijn wortelen onder hem waren. Zo werd hij tot een wijnstok, die ranken voortbracht en scheuten uitwierp.",
          "text1637": "And. litmaten, T.w. sijns lants leden ende deelen, als een wilt dier, verteeren ende verslinden: ofte, sijne rancken (als Ezech. 17.6.) D. de dorpen, gelegen buyten de steden, zijnde ten opsien van de steden, gelijck tacken van de boomen.",
          "text2026": "16 grendelen verteren: Anders: ledematen, te weten zijns lands leden en delen, als een wild van die, verteren en verslinden, of, zijn ranken [gelijk Ez. 17:6,] dat is, de dorpen, gelegen buiten de steden, zijnde ten aanzien van de steden gelijk takken van de bomen. Ezechiël 17:6: En het sproot uit, en werd tot een welig uitlopenden wijnstok, maar nederig van stam, ziende met zijn takken naar hem, omdat zijn wortelen onder hem waren. Zo werd hij tot een wijnstok, die ranken voortbracht en scheuten uitwierp."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Hos. 10:6. Hosea 10:6: Ja, datzelve zal naar Assur gevoerd worden, tot een geschenk voor den koning Jareb; Efraïm zal schaamte behalen, en Israël zal beschaamd worden vanwege zijn raadslag.",
          "text1637": "Siet bov. 10. op vers 6.",
          "text2026": "Zie boven Hos. 10:6. Hosea 10:6: Ja, datzelfde zal naar Assur gevoerd worden, tot een geschenk voor de koning Jareb; Efraïm zal schaamte behalen, en Israël zal beschaamd worden vanwege zijn raadslag."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/חָלָ֥ה",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "חֶ֨רֶב֙",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עָרָ֔י/ו",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/כִלְּתָ֥ה",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HC/Vpq3fs"
        },
        {
          "woord": "בַדָּ֖י/ו",
          "strongs": "H905",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָכָ֑לָה",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "מִֽ/מֹּעֲצ֖וֹתֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H4156",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zwaard zal in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zijn steden blijven, en zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> grendels verteren, en opeten, vanwege hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> beraadslagingen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zwaard zal in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zijn steden blijven, en zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> grendelen verteren, en opeten, vanwege hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> beraadslagingen.",
      "text1637_html": "Ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sweert sal in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> sijne steden blijven, ende sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> grendelen verteeren, ende op-eten: van wegen hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> beraetslagingen.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "blijven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2342"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/חָלָ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zwaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2719"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֶ֨רֶב֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "steden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5892"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/עָרָ֔י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verteren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3615"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/כִלְּתָ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "grendelen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H905"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַדָּ֖י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              4
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H907"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids voert H907 (בַּד, 'grendel'); MorphHB geeft voor בַדָּיו H905 (בַּד). MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "opeten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H398"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אָכָ֑לָה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beraadslagingen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4156"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִֽ/מֹּעֲצ֖וֹתֵי/הֶֽם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:6",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ],
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grendelen",
          "new": "grendels",
          "principe": "V1566"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot den Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem.",
      "text1637": "Want mijn volck blijft hangen aen de afkeeringe [18] van my: [19] sy roepen [20] het wel tot den Alderhoochsten, [maer] [21] niet een en verhoocht [22] [hem].",
      "text2026": "Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot de Allerhoogste, maar niet één verhoogt Hem.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 van Mij: Hebreeuws, aan mijne afkering; dat is, aan de afkering, of afwijking, waarmede zij van mij steeds afwijken, of die zij tegen mij betonen. Anders: hangen; [te weten, in onzekerheid en twijfelachtigheid om [hunne] afkering van mij; dat is, zij weten niet waarheen zich te keren, nu hier dan daar lopende om hulp. Beiden in een goeden zin.",
          "text1637": "Hebr. aen mijne afkeeringe. D. aen de afkeeringe, ofte, afwijckinge, daermede sy van my steets afwijcken, ofte, die sy tegen my betoonen. And. hangen, (T.w. in onsekerheyt ende twijfelradicheyt) om [hare] afkeeringe van my. D. sy weten niet waer henen haer te keeren, nu hier dan daer loopende om hulpe. beyds in eenen goeden sin.",
          "text2026": "18 van Mij: Hebreeuws, aan mijn afkering; dat is, aan de afkering, of afwijking, waarmee zij van mij steeds afwijken, of die zij tegen mij betonen. Anders: hangen; [te weten, in onzekerheid en twijfelachtigheid om [hun] afkering van mij; dat is, zij weten niet waarheen zich te keren, nu hier dan daar lopende om hulp. Beiden in een goede zin."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 zij roepen: De profeten, vergelijk boven vers 2, en Hos. 7:16. Hosea 11:2: Maar gelijk zij henlieden riepen, alzo gingen zij van hun aangezicht weg; zij offerden den Baäls, en rookten den gesnedenen beelden. Hosea 7:16: Zij keren zich, maar niet tot den Allerhoogste, zij zijn als een bedriegelijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de gramschap hunner tong; dit is hunlieder bespotting in Egypteland.",
          "text1637": "De Propheten, vergel. bov. vers 2. ende cap. 7.16.",
          "text2026": "19 zij roepen: De profeten, vergelijk boven vers 2, en Hos. 7:16. Hosea 11:2: Maar gelijk zij henlieden riepen, zo gingen zij van hun aangezicht weg; zij offerden de Baäls, en rookten de gesnedenen beelden. Hosea 7:16: Zij keren zich, maar niet tot de Allerhoogste, zij zijn als een bedriegelijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de toorn hun tong; dit is hun bespotting in Egypteland."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 het wel tot den Allerhoogste: Mijn volk. Anders: zij roepen Hem wel naar boven.",
          "text1637": "Mijn volck. And. sy roepen hem wel nae boven.",
          "text2026": "20 het wel tot de Allerhoogste: Mijn volk. Anders: zij roepen Hem wel naar boven."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 niet een verhoogt: Dat is, niemand. Zie van dergelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Ezra 4:3. Anders: tezamen verhoogt het [volk] [Hem] niet. Versta, in hunne bijeenkomsten eren zij God niet. Ezra 4:3: Maar Zerubbabel, en Jesua, en de overige hoofden der vaderen van Israël zeiden tot hen: Het betaamt niet, dat gijlieden en wij onzen God een huis bouwen; maar wij alleen zullen het den HEERE, den God Israëls, bouwen, gelijk als de koning Kores, koning van Perzië, ons geboden heeft.",
          "text1637": "D. niemant. Siet van diergelijcken gebruyck des Hebr. woordekens Ezr. 4. op vers 3. And. t’samen en verhoocht het (volck) [hem] niet. verstaet in hare by een komsten en eeren sy Godt niet.",
          "text2026": "21 niet een verhoogt: Dat is, niemand. Zie van dergelijk gebruik van het Hebreeuwse woord Ezra 4:3. Anders: tezamen verhoogt het [volk] [Hem] niet. Versta, in hun bijeenkomsten eren zij God niet. Ezra 4:3: Maar Zerubbabel, en Jesua, en de overige familiehoofden van Israël zeiden tot hen: Het betaamt niet, dat u en wij onze God een huis bouwen; maar wij alleen zullen JAHWEH, de God van Israël, bouwen, gelijk als de koning Kores, koning van Perzië, ons geboden heeft."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den Allerhoogste, dat hij Hem eer zou geven, zich bekerende, en troost en hulp bij Hem zoekende, of Hem voor zijne weldaden dankende. Anders: verhoogt, of verheft [zich]; dat is, niemand heft zich eens op, geeft zich eens daarnaar dat hij zou horen of luisteren, gelijk opmerkenden plegen te doen, tonende met uiterlijke gebaren van het lichaam de beweging huns harten.",
          "text1637": "Den Alderhoochsten, dat hy hem soude eere geven, sich bekeerende, ende troost ende hulpe by hem soeckende, ofte hem voor sijne weldaden danckende. And. verhoocht, ofte, verheft [sich]. D. niemant heft sich eens op, geeft sich eens daernae, dat hy soude hooren ofte luysteren, gelijck opmerckende plegen te doen, toonende met uyterlicke gebeerden des lichaems de beweginge haers herten.",
          "text2026": "De Allerhoogste, dat hij Hem eer zou geven, zich bekerende, en troost en hulp bij Hem zoekende, of Hem voor zijn weldaden dankende. Anders: verhoogt, of verheft [zich]; dat is, niemand heft zich eens op, geeft zich eens daarnaar dat hij zou horen of luisteren, gelijk opmerkenden plegen te doen, tonende met uiterlijke gebaren van het lichaam de beweging huns harten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַמִּ֥/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְלוּאִ֖ים",
          "strongs": "H8511",
          "morph": "HVqsmpa"
        },
        {
          "woord": "לִ/מְשֽׁוּבָתִ֑/י",
          "strongs": "H4878",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "עַל֙",
          "strongs": "H5920",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִקְרָאֻ֔/הוּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi3mp/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יַ֖חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְרוֹמֵם",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVoi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> van Mij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zij roepen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> het wel tot de Allerhoogste,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> maar niet één verhoogt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Hem.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> van Mij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zij roepen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> het wel tot den Allerhoogste,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> maar niet een verhoogt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Hem.",
      "text1637_html": "Want mijn volck blijft hangen aen de afkeeringe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> van my: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sy roepen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> het wel tot den Alderhoochsten, [maer] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> niet een en verhoocht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> [hem].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "volk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5971"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/עַמִּ֥/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hangen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8511"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תְלוּאִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "afkering",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4878"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִ/מְשֽׁוּבָתִ֑/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tot",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אֶל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Allerhoogste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5920"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "roepen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִקְרָאֻ֔/הוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "één",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3162"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יַ֖חַד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              7
            ]
          },
          "toelichting": "יַחַד ('tezamen') geeft het Nederlands hier weer met 'niet één'; de koppeling staat op 'één'."
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verhoogt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7311"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְרוֹמֵם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:7",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adama, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken.",
      "text1637": "[23] Hoe soud’ ick u overgeven, ô Ephraim? u overleveren, ô Israël? hoe soud’ ick u maken als [b] [24] Adama? u stellen als Zeboim? mijn [25] herte is in my omgekeert, [26] al mijn berouw’ is t’samen ontsteken.",
      "text2026": "Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adama, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is samen ontstoken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 Hoe zou Ik u overgeven: Alsof God zeide: Gij hadt wel verdiend, dat Ik u gans en ten enenmale zou uitroeien, gelijk Ik Sodom, Gomorra, enz. gedaan heb; Gen. 19:24; Deut. 29:23; maar mijne barmhartigheid en trouw, die Ik u in den Messias [waarvan in het volgende] beloofd heb, laten het niet toe. Genesis 19:24: Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel. Deuteronomium 29:23: Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;",
          "text1637": "Als of Godt seyde: ghy hadt wel verdient, dat ick u gantsch ende t’eenemael soude uytroeyen, gelijck ick Sodom, Gomorra, etc. gedaen hebbe, Genes. 19.24. Deut. 29.23. maer mijne barmherticheyt ende trouwe, die ick u in den Messia (waer van in’t volgende) belooft hebbe, en laten’t niet toe.",
          "text2026": "23 Hoe zou Ik u overgeven: Alsof God zei: U hadt wel verdiend, dat Ik u geheel en ten enenmale zou uitroeien, gelijk Ik Sodom, Gomorra, enz. gedaan heb; Gen. 19:24; Deut. 29:23; maar mijn barmhartigheid en trouw, die Ik u in de Messias [waarvan in het volgende] beloofd heb, laten het niet toe. Genesis 19:24: Toen deed JAHWEH zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van JAHWEH uit de hemel. Deuteronomium 29:23: Dat zijn gehele aarde zij zwavel en zout van de verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die JAHWEH heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;"
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, en de andere naburige steden.",
          "text1637": "Verst. ende d’andere nabuerige steden.",
          "text2026": "Versta, en de andere naburige steden."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 hart is in Mij omgekeerd: Menselijkerwijze van God gesproken, om enigszins uit te drukken de grootheid en onbegrijpelijkheid zijner barmhartigheid. Zie Gen. 34:30; 1 Kon. 3:26; Klaagl. 1:20. Genesis 34:30: Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaänieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis. 1 Koningen 3:26: Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het. Klaagliederen 1:20: Resch. Aanzie, HEERE, want mij is bange; mijn ingewand is beroerd, mijn hart heeft zich omgekeerd in het binnenste van mij, want ik ben zeer wederspannig geweest; van buiten heeft mij het zwaard van kinderen beroofd, van binnen is als de dood.",
          "text1637": "Menschelicker wijse van Godt gesproken, om eenichsins uyt te drucken de grootheyt ende onbegrijpelickheyt sijner barmherticheyt. siet Thren. 1.20. Genes. 43.30. 1.Reg. 3.26.",
          "text2026": "25 hart is in Mij omgekeerd: Menselijkerwijze van God gesproken, om enigszins uit te drukken de grootheid en onbegrijpelijkheid zijn barmhartigheid. Zie Gen. 34:30; 1 Kon. 3:26; Klaagl. 1:20. Genesis 34:30: Toen zei Jakob tot Simeon en tot Levi: U hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners van deze lands, onder de Kanaänieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis. 1 Koningen 3:26: Maar de vrouw, waarvan de zoon de levende was, sprak tot de koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zei: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het in geen geval; deze daarentegen zei: Het zij noch het uw noch het mijn, doorsnijdt het. Klaagliederen 1:20: Resch. Aanzie, JAHWEH, want mij is bange; mijn ingewand is beroerd, mijn hart heeft zich omgekeerd in het binnenste van mij, want ik ben zeer opstandig geweest; van buiten heeft mij het zwaard van kinderen beroofd, van binnen is als de dood."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 al Mijn berouw is te zamen ontstoken: Hebreeuws alsof men zeide: Mijne berouwingen, of berouwenissen, of troostelijkheden, zijn tezamen ontbrand. Anders: mijn ingewand. God wordt gezegd berouw te hebben als Hij de verdiende en gedreigde straffen ophoudt, verzacht of wegneemt, en kan voorts door berouw het medelijden en het ingewand, dat van medelijden beroerd en ontstoken is, verstaan worden. Zie Gen. 6:6, en Gen. 43:30. Genesis 6:6: Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart. Genesis 43:30: En Jozef haastte zich; want zijn ingewand ontstak jegens zijn broeder, en hij zocht te wenen; en hij ging in een kamer, en weende aldaar.",
          "text1637": "Hebr. als of men seyde, mijne berouwingen, ofte, berouwenissen, ofte, troostelickheden, zijn t’samen ontbrant. And. mijn ingewant. Godt wort geseyt berouw te hebben, als hy de verdiende ende gedreychde straffen, ophoudt, versacht ofte wechneemt, ende kan voorts door berouw het medelijden, ende het ingewant, dat van medelijden beroert ende ontsteken is, verstaen worden. Siet Genes. 6. op vers 6, ende 43. op vers 30.",
          "text2026": "26 al Mijn berouw is te zamen ontstoken: Hebreeuws alsof men zei: Mijn berouwingen, of berouwenissen, of troostelijkheden, zijn tezamen ontbrand. Anders: mijn ingewand. God wordt gezegd berouw te hebben als Hij de verdiende en gedreigde straffen ophoudt, verzacht of wegneemt, en kan verder door berouw het medelijden en het ingewand, dat van medelijden beroerd en ontstoken is, verstaan worden. Zie Gen. 6:6, en Gen. 43:30. Genesis 6:6: Toen berouwde JAHWEH, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart. Genesis 43:30: En Jozef haastte zich; want zijn ingewand ontstak tegenover zijn broer, en hij zocht te wenen; en hij ging in een kamer, en weende daar."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 19:24. Genesis 19:24: Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel.",
          "text1637": "Genes. 19.24.",
          "text2026": "Gen. 19:24. Genesis 19:24: Toen deed JAHWEH zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van JAHWEH uit de hemel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵ֞יךְ",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֶתֶּנְ/ךָ֣",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרַ֗יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲמַגֶּנְ/ךָ֙",
          "strongs": "H4042",
          "morph": "HVpi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֚יךְ",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֶתֶּנְ/ךָ֣",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כְ/אַדְמָ֔ה",
          "strongs": "H126",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֲשִֽׂימְ/ךָ֖",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ/צְבֹאיִ֑ם",
          "strongs": "H6636",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "נֶהְפַּ֤ךְ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלַ/י֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֔/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַ֖חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נִכְמְר֥וּ",
          "strongs": "H3648",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "נִחוּמָֽ/י",
          "strongs": "H5150",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Adama, u stellen als Zeboim? Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hart is in Mij omgekeerd,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> al Mijn berouw is samen ontstoken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Adama, u stellen als Zeboim? Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hart is in Mij omgekeerd,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> al Mijn berouw is te zamen ontstoken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Hoe soud’ ick u overgeven, ô Ephraim? u overleveren, ô Israël? hoe soud’ ick u maken als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Adama? u stellen als Zeboim? mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> herte is in my omgekeert, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> al mijn berouw’ is t’samen ontsteken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Hoe",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H349"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵ֞יךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "overgeven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶתֶּנְ/ךָ֣"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Efraïm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְרַ֗יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "overleveren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4042"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲמַגֶּנְ/ךָ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׂרָאֵ֔ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Hoe",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H349"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵ֚יךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "maken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶתֶּנְ/ךָ֣"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Adama",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H126"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְ/אַדְמָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "stellen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7760"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲשִֽׂימְ/ךָ֖"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Zeboim",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6636"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ/צְבֹאיִ֑ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "omgekeerd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2015"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נֶהְפַּ֤ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "in",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָלַ/י֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              12
            ]
          },
          "toelichting": "עָלַי ('op mij') geeft het Nederlands weer met 'in Mij'; de koppeling staat op 'in'."
        },
        {
          "tekst": "hart",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3820"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִבִּ֔/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "samen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3162"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יַ֖חַד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ontstoken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3648"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִכְמְר֥וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "berouw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5150"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִחוּמָֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:8",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet wederkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen.",
      "text1637": "Ick en sal de hitticheyt mijns toorns niet uytvoeren; Ick en sal niet [27] wederkeeren om Ephraim te verderven: want ick ben [28] Godt, ende geen mensche, de [29] Heylige in’t midden van u; ende ick en sal [30] in de stadt niet komen.",
      "text2026": "Ik zal de hitte van Mijn toorn niet uitvoeren; Ik zal niet terugkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Ik zal nu niet wederom alzo aan Efraïm doen, dat Ik hem gans zou vernielen, gelijk Ik eenmaal de voorzegde steden gedaan heb. Vergelijk Jes. 12:6, en Jes. 54:5; Ezech. 16:53 met de aantekening aldaar. Jesaja 12:6: Juich en zing vrolijk, gij inwoners van Sion! want de Heilige Israëls is groot in het midden van u. Jesaja 54:5: Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden. Ezechiël 16:53: Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.",
          "text1637": "D. ick en sal nu niet wederom alsoo aen Ephraim doen, dat ick hem gantsch soude vernielen, gelijck ick eenmaels de voorseyde steden gedaen hebbe. Vergel. Ies. 12.6. ende 54.5. Ezech. 16.53. met d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "Dat is, Ik zal nu niet opnieuw zo aan Efraïm doen, dat Ik hem geheel zou vernielen, gelijk Ik eenmaal de voorzegde steden gedaan heb. Vergelijk Jes. 12:6, en Jes. 54:5; Ez. 16:53 met de aantekening daar. Jesaja 12:6: Juich en zing vrolijk, u inwoners van Sion! want de Heilige van Israël is groot in het midden van u. Jesaja 54:5: Want uw Maker is uw Man, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam; en de Heilige van Israël is uw Verlosser; Hij zal de God van de gansen aardbodems genaamd worden. Ezechiël 16:53: Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochters, en de gevangenen van Samaria en haar dochters, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uw gevangenis in het midden van haar."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 God en geen mens: Waarachtig en onveranderlijk in mijne beloften; Num. 23:19; Mal. 3:6, enz. Numeri 23:19: God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken? Maleachi 3:6: Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs! niet verteerd.",
          "text1637": "Warachtich ende onveranderlick in mijne beloften. Num. 23.19. Malach, 3.6, etc.",
          "text2026": "28 God en geen mens: Waarachtig en onveranderlijk in mijn beloften; Num. 23:19; Mal. 3:6, enz. Numeri 23:19: God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken? Maleachi 3:6: Want Ik, JAHWEH, word niet veranderd; daarom bent u, o kinderen van Jakob! niet verteerd."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 71:22, en dienvolgens zal Ik mij nog een volk onder u overig behouden, dat Ik heilig om mij te dienen, enz. Vergelijk Ezech. 16:60. Psalmen 71:22: Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israëls! Ezechiël 16:60: Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.",
          "text1637": "Siet Psal. 71. op vers 22. ende dien volgens, sal ick my noch een volck onder u overich behouden, dat ick heylige, om my te dienen, etc. Vergel. Ezech. 16.60.",
          "text2026": "Zie Ps. 71:22, en dienvolgens zal Ik mij nog een volk onder u overig behouden, dat Ik heilig om mij te dienen, enz. Vergelijk Ez. 16:60. Psalmen 71:22: Ook zal ik U loven met het instrument van de luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige van Israël! Ezechiël 16:60: Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uw jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 in de stad niet komen: Als een vijand, die in een stad invalt en alles daarin vernielt; of gelijk Ik eertijds in de stad Sodom kwam om die te vernielen, gelijk vers 8, hetwelk op de voorgaande woorden: Ik zal niet wederkeren, of wederom keren, enz., zeer wel past. Zie de aantekening. Anders: Ik zal in de stad niet komen; dat is, in geen stoffelijke plaatsen meer wonen, maar in uwe harten. Vergelijk Joh. 4:21. Hosea 11:8: Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adama, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken. Johannes 4:21: Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.",
          "text1637": "Als een vyant, die in eene stadt invalt, ende alles daer in vernielt: ofte, gelijck ick eertijts in de stadt Sodom quam, om die te vernielen, als vers 8. welck op de voorgaende woorden, Ick en sal niet wederkeeren, ofte, wederom komen, etc. seer wel past. Siet d’aenteeck. And. ick en sal in de stadt niet komen, D. in geene materiale plaetsen meer woonen, maer in uwe herten. Vergel. Ioh. 4.21.",
          "text2026": "30 in de stad niet komen: Als een vijand, die in een stad invalt en alles daarin vernielt; of gelijk Ik eertijds in de stad Sodom kwam om die te vernielen, gelijk vers 8, dat op de voorgaande woorden: Ik zal niet terugkeren, of opnieuw keren, enz., zeer wel past. Zie de aantekening. Anders: Ik zal in de stad niet komen; dat is, in geen stoffelijke plaatsen meer wonen, maar in uw harten. Vergelijk Joh. 4:21. Hosea 11:8: Hoe zou Ik u overgeven, o Efraïm? u overleveren, o Israël? Hoe zou Ik u maken als Adama, u stellen als Zeboim? Mijn hart is in Mij omgekeerd, al Mijn berouw is te zamen ontstoken. Johannes 4:21: Jezus zei tot haar: Vrouw, geloof Mij, het uur komt, wanneer u, noch op deze berg, noch te Jeruzalem, de Vader zult aanbidden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶֽעֱשֶׂה֙",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "חֲר֣וֹן",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַפִּ֔/י",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אָשׁ֖וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁחֵ֣ת",
          "strongs": "H7843",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרָ֑יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵ֤ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אָֽנֹכִי֙",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אִ֔ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבְּ/ךָ֣",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "קָד֔וֹשׁ",
          "strongs": "H6918",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָב֖וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עִֽיר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal de hitte van Mijn toorn niet uitvoeren; Ik zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> terugkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> God en geen mens, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Heilige in het midden van u, en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> in de stad niet komen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wederkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> God en geen mens, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Heilige in het midden van u, en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> in de stad niet komen.",
      "text1637_html": "Ick en sal de hitticheyt mijns toorns niet uytvoeren; Ick en sal niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wederkeeren om Ephraim te verderven: want ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Godt, ende geen mensche, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Heylige in’t midden van u; ende ick en sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> in de stadt niet komen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hittigheid Mijns toorns",
          "new": "hitte van Mijn toorn",
          "principe": "V213"
        },
        {
          "old": "wederkeren",
          "new": "terugkeren",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֤א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uitvoeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶֽעֱשֶׂה֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hitte",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2740"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֲר֣וֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "toorn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H639"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַפִּ֔/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "terugkeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָשׁ֖וּב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verderven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7843"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/שַׁחֵ֣ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Efraïm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְרָ֑יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H410"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵ֤ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 3,
          "strongs": [
            "H595"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָֽנֹכִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/לֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "mens",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H376"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִ֔ישׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "midden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7130"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/קִרְבְּ/ךָ֣"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Heilige",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6918"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָד֔וֹשׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 3,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/לֹ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "komen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָב֖וֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              16
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "stad",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5892"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/עִֽיר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:9",
            "bronindices": [
              17
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zij zullen den HEERE achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen.",
      "text1637": "Sy sullen den [31] HEERE achterna wandelen, hy sal [32] brullen als een leeuw: wanneer hy brullen sal, dan sullen de [33] kinderen [34] van der zee af al bevende aenkomen.",
      "text2026": "Zij zullen JAHWEH achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 HEERE achterna wandelen: Jezus Christus, den Messias, hun Hoofd en Koning. Vergelijk boven Hos. 3:5. Hosea 3:5: Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.",
          "text1637": "Iesum Christum, den Messiam, haer Hooft, ende Coninck. Vergel. bov. 3.5.",
          "text2026": "31 JAHWEH achterna wandelen: Jezus Christus, de Messias, hun Hoofd en Koning. Vergelijk boven Hos. 3:5. Hosea 3:5: Daarna zullen zich de kinderen van Israël bekeren, en zoeken JAHWEH, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot JAHWEH en tot Zijn goedheid, in het laatste van de dagen."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 brullen als een leeuw: Door de openbare, klare en heldere predikatie van het Evangelie, waardoor Hij zijne uitverkorenen [gelijk een leeuw zijne jongen] bijeen zal roepen, gelijk volgt. Vergelijk Jes. 27:13; Amos 3:8; idem, waardoor Hij niet alleen den zijnen zijn genadewerk zal verkondigen, maar ook zijnen en zijner kerken vijanden, zijne wraak en overwinning, voornamelijk van alle geestelijke vijanden, die Hij, als de rechte leeuw van Juda, zal overwinnen en in triomf voeren. Zie Gen. 49:9; Kol. 2:15; Openb. 5:5, en vergelijk wijders Jes. 31:4, 31:5; Joël 3:16; Amos 1:2. Jesaja 27:13: En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen den HEERE aanbidden op den heiligen berg te Jeruzalem. Amos 3:8: De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? De Heere HEERE heeft gesproken, wie zou niet profeteren? Genesis 49:9: Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Kolossensen 2:15: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd. Openbaring 5:5: En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken. Jesaja 31:4: Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte der herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; alzo zal de HEERE der heirscharen nederdalen, om te strijden voor den berg Sions en voor haar heuvel. Jesaja 31:5: Gelijk vliegende vogelen, alzo zal de HEERE der heirscharen Jeruzalem beschutten, beschuttende zal Hij haar ook verlossen, doorgaande zal Hij haar ook uithelpen. Joël 3:16: En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn. Amos 1:2: En hij zeide: De HEERE zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.",
          "text1637": "Door de openbare, clare ende heldere predicatie des Euangeliums, waer door hy sijne uytvercoorene (gelijck een leeuw sijne jongen) by een sal roepen, als volgt. Vergel. Ies. 27.13. Amos 3.8. item, waer door hy niet alleen den sijnen sijn genaden-werck sal verkondigen, maer oock sijnen ende sijner kercken vyanden, sijne wrake, ende d’overwinninge, principalick aller geestelicker vyanden, die hy, als de rechte Leeuw van Iuda, sal overwinnen ende in triumphe voeren. Siet Genes. 49. op vers 9. Apoc. 5.5. Col. 2.15. ende vergel. wijders Ies. 31.4, 5. Ioël 3.16. Amos 1.2.",
          "text2026": "32 brullen als een leeuw: Door de openbare, klare en heldere predikatie van het Evangelie, waardoor Hij zijn uitverkorenen [gelijk een leeuw zijn jongen] bijeen zal roepen, gelijk volgt. Vergelijk Jes. 27:13; Amos 3:8; idem, waardoor Hij niet alleen de zijn zijn genadewerk zal verkondigen, maar ook zijn en zijn kerken vijanden, zijn wraak en overwinning, voornamelijk van alle geestelijke vijanden, die Hij, als de rechte leeuw van Juda, zal overwinnen en in triomf voeren. Zie Gen. 49:9; Kol. 2:15; Openb. 5:5, en vergelijk verder Jes. 31:4, 31:5; Joël 3:16; Amos 1:2. Jesaja 27:13: En het zal op die dag gebeuren, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen JAHWEH aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. Amos 3:8: De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? De Heer JAHWEH heeft gesproken, wie zou niet profeteren? Genesis 49:9: Juda is een leeuwenwelp! u bent van de roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Kolossensen 2:15: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelfde over hen getriomfeerd. Openbaring 5:5: En één van de ouderlingen zei tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit de stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken. Jesaja 31:4: Want zo heeft JAHWEH tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer ook een volle menigte van de herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; zo zal JAHWEH van de legermachten nederdalen, om te strijden voor de berg van Sion en voor haar heuvel. Jesaja 31:5: Gelijk vliegende vogels, zo zal JAHWEH van de legermachten Jeruzalem beschutten, beschuttende zal Hij haar ook verlossen, doorgaande zal Hij haar ook uithelpen. Joël 3:16: En JAHWEH zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar JAHWEH zal de Toevlucht van Zijn volk, en de Sterkte van de kinderen van Israël zijn. Amos 1:2: En hij zei: JAHWEH zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen van de herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uitverkorenen, die hem de Vader gegeven heeft; Joh. 17:6; Hebr. 2:13. Johannes 17:6: Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. Hebreeën 2:13: En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft.",
          "text1637": "D. uytverkorene, die hem de Vader gegeven heeft. Ioan. 17.6. Hebr. 2.13.",
          "text2026": "Dat is, uitverkorenen, die hem de Vader gegeven heeft; Joh. 17:6; Hebr. 2:13. Johannes 17:6: Ik heb Uw Naam geopenbaard de mensen, die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en U hebt Mij dezelfde gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. Hebreeën 2:13: En opnieuw: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En opnieuw: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 van de zee af: Hebreeuws, zullen sidderen, of beven van de zee [of, het westen] af; dat is sidderende aankomen tot zijne en zijner kerken gemeenschap. Vergelijk Jes. 24:14, en Jes. 49:12, boven Hos. 3:5, en zie de aantekening. Alzo in vers 11. Aangaande de manier van spreken, sidderen, of beven, voor sidderende gaan, komen, enz. Vergelijk 1 Sam. 13:7, en 1 Sam. 16:4. Jesaja 24:14: Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af. Jesaja 49:12: Zie, dezen zullen van verre komen; en zie, die van het noorden en van het westen, en geen uit het land van Sinim. Hosea 3:5: Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen. Hosea 11:11: Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE. 1 Samuël 13:7: De Hebreën nu gingen over de Jordaan in het land van Gad en Gilead. Toen Saul nog zelf te Gilgal was, zo kwam al het volk bevende achter hem. 1 Samuël 16:4: Samuël nu deed, hetgeen de HEERE gesproken had, en hij kwam te Bethlehem. Toen kwamen de oudsten der stad bevende hem tegemoet, en zeiden: Is uw komst met vrede?",
          "text1637": "Hebr. sullen zitteren, ofte, beven van de zee, (ofte, het Westen) af. D. zitterende aenkomen tot sijne ende sijner kercken gemeenschap. Vergel. Ies. 24.14. ende 49.12. bov. 3.5. ende siet d’aenteeck. alsoo in’t volgende vers aengaende de maniere van spreken, zitteren, ofte, beven, voor zitterende gaen, komen. etc. Vergel. 1.Sam. 13.7. ende 16.4.",
          "text2026": "34 van de zee af: Hebreeuws, zullen sidderen, of beven van de zee [of, het westen] af (יָּֽם); dat is sidderende aankomen tot zijn en zijn kerken gemeenschap. Vergelijk Jes. 24:14, en Jes. 49:12, boven Hos. 3:5, en zie de aantekening. Zo in vers 11. Aangaande de manier van spreken, sidderen, of beven, voor sidderende gaan, komen, enz. Vergelijk 1 Sam. 13:7, en 1 Sam. 16:4. Jesaja 24:14: Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid van JAHWEH zullen zij juichen van de zee af. Jesaja 49:12: Zie, deze zullen van verre komen; en zie, die van het noorden en van het westen, en geen uit het land van Sinim. Hosea 3:5: Daarna zullen zich de kinderen van Israël bekeren, en zoeken JAHWEH, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot JAHWEH en tot Zijn goedheid, in het laatste van de dagen. Hosea 11:11: Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt JAHWEH. 1 Samuël 13:7: De Hebreën nu gingen over de Jordaan in het land van Gad en Gilead. Toen Saul nog zelf te Gilgal was, zo kwam al het volk bevende achter hem. 1 Samuël 16:4: Samuël nu deed, wat JAHWEH gesproken had, en hij kwam te Bethlehem. Toen kwamen de oudsten van de stad bevende hem tegemoet, en zeiden: Is uw komst met vrede?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַחֲרֵ֧י",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יֵלְכ֖וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אַרְיֵ֣ה",
          "strongs": "H738",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁאָ֑ג",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁאַ֔ג",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֶחֶרְד֥וּ",
          "strongs": "H2729",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָנִ֖ים",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּֽם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> JAHWEH achterna wandelen, Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> van de zee af al bevende aankomen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zij zullen den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> HEERE achterna wandelen, Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> van de zee af al bevende aankomen.",
      "text1637_html": "Sy sullen den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> HEERE achterna wandelen, hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> brullen als een leeuw: wanneer hy brullen sal, dan sullen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> van der zee af al bevende aenkomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "achterna",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H310"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַחֲרֵ֧י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֛ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wandelen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3212"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֵלְכ֖וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              1
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H1980"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids kiest H1980 (הלך) waar MorphHB voor deze vorm van ילך H3212 geeft; MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "leeuw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H738"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/אַרְיֵ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "brullen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7580"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׁאָ֑ג"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wanneer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּֽי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Hij",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֣וּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "brullen",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H7580"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׁאַ֔ג"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bevende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2729"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יֶחֶרְד֥וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kinderen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בָנִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zee",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3220"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/יָּֽם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:10",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE.",
      "text1637": "Sy sullen bevende aen-komen als een [35] vogelken uyt [36] Egypten, ende als eene [37] duyve uyt den lande van Assur: ende ick salse doen [38] woonen in hare huysen, spreeckt de HEERE.",
      "text2026": "Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat snellijk vliegt naar zijn aas, of nest, of den strik ontvliedt.",
          "text1637": "Dat snellick vliegt nae sijn aes, ofte, nest, ofte, het strick ontvliedt.",
          "text2026": "Dat snel vliegt naar zijn aas, of nest, of de strik ontvliedt."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in alle plaatsen, waar zij verstrooid zijn, zullen zij zich met ijver begeven tot dien, die hen verlost uit geestelijk Egypte en Assyrië, dat is, de slavernij des duivels en der zonde. Vergelijk Jes. 27:13; Zach. 10:10. Jesaja 27:13: En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen den HEERE aanbidden op den heiligen berg te Jeruzalem. Zacharia 10:10: Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrië; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen.",
          "text1637": "D. in alle plaetsen, daer sy verstroyt zijn, sullense haer met yver begeven tot dien, die haer verlost uyt geestelick Egypten ende Assyrien, dat is, de slavernye des Duyvels ende der sonde. Vergel. Ies. 27.13. Zach. 10.10.",
          "text2026": "Dat is, in alle plaatsen, waar zij verstrooid zijn, zullen zij zich met ijver begeven tot die, die hen verlost uit geestelijk Egypte en Assyrië, dat is, de slavernij van de duivel en van de zonde. Vergelijk Jes. 27:13; Zach. 10:10. Jesaja 27:13: En het zal op die dag gebeuren, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen JAHWEH aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. Zacharia 10:10: Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrië; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Jes. 60:8. Jesaja 60:8: Wie zijn deze, die daar komen gevlogen als een wolk, en als duiven tot haar vensters?",
          "text1637": "Siet Ies. 60.8.",
          "text2026": "Zie Jes. 60:8. Jesaja 60:8: Wie zijn deze, die daar komen gevlogen als een wolk, en als duiven tot haar vensters?"
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 wonen in hun huizen: Dat is, [naar den stijl der profeten]. Ik zal hen planten in mijne kerk, en door Christus geven rust en vrede in hunne conscientiën, en na dit leven, hunne plaats in de hemelse woonsteden. Zie boven Hos. 2:13, 2:17, met de aantekening en onder Hos. 12:10. Hosea 2:13: Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. Hosea 2:17: En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen. Hosea 12:10: Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst;",
          "text1637": "D. (nae den stijl der Propheten) ick salse planten in mijne kercke, ende door Christum geven ruste ende vrede in hare conscienten, ende na dit leven, hare plaetse in de hemelsche woon-steden. Siet bov. cap. 2.13, 17. met d’aenteeck. ende ond. 12.10.",
          "text2026": "38 wonen in hun huizen: Dat is, [naar de stijl van de profeten]. Ik zal hen planten in mijn kerk, en door Christus geven rust en vrede in hun conscientiën, en na dit leven, hun plaats in de hemelse woonsteden. Zie boven Hos. 2:13, 2:17, met de aantekening en onder Hos. 12:10. Hosea 2:13: Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. Hosea 2:17: En Ik zal op die dag een verbond voor hen maken met het wild gedierte van het veld, en met het gevogelte van de hemel, en het kruipend gedierte van de aardbodems; en Ik zal de boog, en het zwaard, en de krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen. Hosea 12:10: Maar Ik ben JAHWEH, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen van de samenkomst;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֶחֶרְד֤וּ",
          "strongs": "H2729",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כְ/צִפּוֹר֙",
          "strongs": "H6833",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/יוֹנָ֖ה",
          "strongs": "H3123",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אַשּׁ֑וּר",
          "strongs": "H804",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הוֹשַׁבְתִּ֥י/ם",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בָּתֵּי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zij zullen bevende aankomen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vogeltje uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Egypte, en als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> wonen in hun huizen, spreekt JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zij zullen bevende aankomen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vogeltje uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Egypte, en als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> wonen in hun huizen, spreekt de HEERE.",
      "text1637_html": "Sy sullen bevende aen-komen als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vogelken uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Egypten, ende als eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> duyve uyt den lande van Assur: ende ick salse doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> woonen in hare huysen, spreeckt de HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE.",
          "new": "JAHWEH.",
          "principe": "G1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "bevende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2729"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֶחֶרְד֤וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vogeltje",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6833"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְ/צִפּוֹר֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Egypte",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4714"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/מִּצְרַ֔יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "duif",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3123"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/כְ/יוֹנָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "land",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H776"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵ/אֶ֣רֶץ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Assur",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H804"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַשּׁ֑וּר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wonen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3427"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/הוֹשַׁבְתִּ֥י/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "in",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "huizen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1004"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בָּתֵּי/הֶ֖ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "spreekt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5002"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נְאֻם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 11:11",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Godts liefde ende vriendelickheyt tegen Israel van Egypten af, (waer onder eene prophetye van Christo verborgen is) met eene tegenstellinge van hare ongehoorsaemheyt, afgoderye, ondanckbaerheyt ende hartneckicheyt, versen 1, 2, 3, 4, 7. Daerom sy nae Assyrien gevoert ende getyranniseert sullen worden, 5, 6. belofte van genadige matiging der straffe, ende Israels bekeeringe tot Christum, door de predicatie des Euangeliums, 8, etc.",
    "text2026": "Gods liefde en vriendelijkheid jegens Israël van Egypte af, (waaronder een profetie over Christus verborgen is) met een tegenstelling van hun ongehoorzaamheid, afgoderij, ondankbaarheid en hardnekkigheid, verzen 1, 2, 3, 4, 7. Daarom zullen zij naar Assyrië gevoerd en getiranniseerd worden, 5, 6. belofte van genadige matiging van de straf en Israëls bekering tot Christus, door de prediking van het Evangelie, 8, enz."
  }
}
