{
  "number": 13,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan den Baäl en is gestorven.",
      "text1637": "[1] ALs Ephraim sprack, so beefdemen; hy heeft sich [2] verheven in Israël: maer hy is schuldich geworden aen den [3] Baal ende is [4] gestorven.",
      "text2026": "Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan de Baäl en is gestorven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 Efraïm sprak: Anders: als Efraïm bevende, of [met] beven sprak, verhief hij [zichzelven] in Israël. De zin op een uitkomende. Hebreeuws, als Efraïm sprak, beving; dat is, de stam van Efraïm was in voortijden volgens den zegen van den patriarch Jakob [Gen. 48:19, 48:20] van zulk een aanzien en macht in Israël, dat een ieder, om zo te spreken, beefde als hij met hevigheid iets dreef, zulks dat hij ook ten tijde van Rehabeam het koninkrijk der tien stammen eerst aan zich trok, door den eersten koning Jerobeam, die uit Efraïm was. Zie Richt. 8:1, 8:2, enz. en Richt. 12:1, 12:2, dnz. idem 1 Kon. 11:26, enz. en 1 Kon. 12:20. Genesis 48:19: Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden. Genesis 48:20: Alzo zegende hij ze te dien dage, zeggende: In u zal Israël zegenen, zeggende: God zette u als Efraïm en als Manasse! En hij zette Efraïm voor Manasse. Richteren 8:1: Toen zeiden de mannen van Efraïm tot hem: Wat stuk is dit, dat gij ons gedaan hebt, dat gij ons niet riept, toen gij heentoogt om te strijden tegen de Midianieten? En zij twistten sterk met hem. Richteren 8:2: Hij daarentegen zeide tot hen: Wat heb ik nu gedaan, gelijk gijlieden; zijn niet de nalezingen van Efraïm beter dan de wijnoogst van Abi-ezer? Richteren 12:1: Toen werden de mannen van Efraïm bijeengeroepen, en trokken over naar het noorden; en zij zeiden tot Jeftha: Waarom zijt gij doorgetogen om te strijden tegen de kinderen Ammons, en hebt ons niet geroepen, om met u te gaan? wij zullen uw huis met u met vuur verbranden. Richteren 12:2: En Jeftha zeide tot hen: Ik en mijn volk waren zeer twistig met de kinderen Ammons; en ik heb ulieden geroepen, maar gij hebt mij uit hun hand niet verlost. 1 Koningen 11:26: Daartoe Jerobeam, de zoon van Nebat, een Efrathiet van Zereda, Salomo's knecht (wiens moeders naam was Zerua, een weduwvrouw), hief ook de hand op tegen den koning. 1 Koningen 12:20: En het geschiedde, als gans Israël hoorde, dat Jerobeam wedergekomen was, dat zij henen zonden, en hem in de vergadering riepen, en hem over gans Israël koning maakten; niemand volgde het huis Davids, dan de stam van Juda alleen.",
          "text1637": "And. als Ephraim bevende, ofte, [met] beven sprack, verhief hy [sich selven] in Israel. Den sin op een uytkomende. Hebr. als Ephraim sprack, bevinge. D. de stam Ephraims was in voortijden volgens den segen des Patriarchs Iacobs (Gen. cap. 48.19, 20.) van sulcken aensien ende macht in Israel, dat een yeder, om soo te spreken, beefde als hy met hevicheyt yets dreef, sulcks dat hy oock ter tijt Rehabeams het Coninckrijck der tien stammen eerst aen sich trock, door den eersten Coninck Ierobeam, die uyt Ephraim was. Siet Iud. 8.1, 2, etc. ende 12.1, 2, etc. item 1.Reg. 11.26, etc. ende 12.20.",
          "text2026": "1 Efraïm sprak: Anders: als Efraïm bevende, of [met] beven sprak, verhief hij [zichzelven] in Israël. De zin op een uitkomende. Hebreeuws, als Efraïm sprak, beving; dat is, de stam van Efraïm was in voortijden volgens de zegen van de patriarch Jakob [Gen. 48:19, 48:20] van zulk een aanzien en macht in Israël, dat een ieder, om zo te spreken, beefde als hij met hevigheid iets dreef, zulks dat hij ook ten tijde van Rehabeam het koninkrijk van de tien stammen eerst aan zich trok, door de eerste koning Jerobeam, die uit Efraïm was. Zie Richt. 8:1, 8:2, enz. en Richt. 12:1, 12:2, dnz. idem 1 Kon. 11:26, enz. en 1 Kon. 12:20. Genesis 48:19: Maar zijn vader weigerde het, en zei: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broer groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden. Genesis 48:20: Zo zegende hij ze op die dag, zeggende: In u zal Israël zegenen, zeggende: God zette u als Efraïm en als Manasse! En hij zette Efraïm voor Manasse. Richteren 8:1: Toen zeiden de mannen van Efraïm tot hem: Wat stuk is dit, dat u ons gedaan hebt, dat u ons niet riept, toen u heentoogt om te strijden tegen de Midianieten? En zij twistten sterk met hem. Richteren 8:2: Hij daarentegen zei tot hen: Wat heb ik nu gedaan, gelijk u; zijn niet de nalezingen van Efraïm beter dan de wijnoogst van Abi-ezer? Richteren 12:1: Toen werden de mannen van Efraïm bijeengeroepen, en trokken over naar het noorden; en zij zeiden tot Jeftha: Waarom bent u doorgetogen om te strijden tegen de kinderen Ammons, en hebt ons niet geroepen, om met u te gaan? wij zullen uw huis met u met vuur verbranden. Richteren 12:2: En Jeftha zei tot hen: Ik en mijn volk waren zeer twistig met de kinderen Ammons; en ik heb u geroepen, maar u hebt mij uit hun hand niet verlost. 1 Koningen 11:26: Daartoe Jerobeam, de zoon van Nebat, een Efrathiet van Zereda, Salomo's knecht (wiens moeders naam was Zerua, een weduwvrouw), hief ook de hand op tegen de koning. 1 Koningen 12:20: En het geschiedde, als geheel Israël hoorde, dat Jerobeam wedergekomen was, dat zij heen zonden, en hem in de vergadering riepen, en hem over geheel Israël koning maakten; niemand volgde het huis van David, dan de stam van Juda alleen."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 verheven in Israël: Te weten tot het koninkrijk. Van het Hebreeuwse woord, dat verheffen betekent, komt een ander, dat een prins, vorst, regent, die over anderen verheven is, beduidt, waarop hier gezien wordt.",
          "text1637": "T.w. tot het Coninckrijck. van het Hebr. woort dat verheffen beteeckent, komt een ander, dat een Prince, Vorst, Regent, die over andere verheven is beduydt, waer op hier gesien wort.",
          "text2026": "2 verheven in Israël: Te weten tot het koninkrijk. Van het Hebreeuwse woord, dat verheffen betekent, komt een ander, dat een prins, vorst, regent, die over anderen verheven is, beduidt, waarop hier gezien wordt."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Baäls afgoderij. Zie boven Hos. 2:7, 2:12. Hosea 2:7: Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baäl gebruikt hebben. Hosea 2:12: En Ik zal over haar bezoeken de dagen des Baäls, waarin zij dien gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar boelen nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Baals afgoderye. Siet bov. 2.8, 13.",
          "text2026": "Baäls afgoderij. Zie boven Hos. 2:7, 2:12. Hosea 2:7: Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en de most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot de Baäl gebruikt hebben. Hosea 2:12: En Ik zal over haar bezoeken de dagen van de Baäls, waarin zij die gerookt heeft, en zich versierd met haar voorhoofdsiersel, en haar halssieraad, en is haar boelen nagegaan, maar heeft Mij vergeten, spreekt JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, heeft allen aanzien verloren, is in een zeer ellendigen en verachtelijken staat vervallen, bij God en de mensen, binnen en buiten; [vergelijk de manier van spreken met Ps. 31:13, en Ps. 88:4, 88:5, 88:6, en Ps. 143:3; Jes. 59:10; Amos 2:2; Ef. 2:1; Openb. 3:1, en Openb. 20:5]. Zelfs is de koninklijke waardigheid van hem genomen. Zie 1 Kon. 14:10, 14:11, en 1 Kon. 15:27, 15:28, 15:29, 15:30, en vergelijk vers 3. Psalmen 31:13: Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat. Psalmen 88:4: Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf. Psalmen 88:5: Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is; Psalmen 88:6: Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die Gij niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand. Psalmen 143:3: Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn. Jesaja 59:10: Wij tasten naar den wand, gelijk de blinden, en, gelijk die geen ogen hebben, tasten wij; wij stoten ons op den middag, als in de schemering, wij zijn in woeste plaatsen gelijk de doden. Amos 2:2: Daarom zal Ik een vuur in Moab zenden, dat zal de paleizen van Kerioth verteren; en Moab zal sterven met groot gedruis, met gejuich, met geluid der bazuin. Efeziërs 2:1: En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; Openbaring 3:1: En schrijf aan den engel der Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood. Openbaring 20:5: Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding. 1 Koningen 14:10: Daarom, zie, Ik zal kwaad over het huis van Jerobeam brengen, en van Jerobeam uitroeien wat mannelijk is, den beslotene en verlatene in Israël; en Ik zal de nakomelingen van het huis van Jerobeam wegdoen, gelijk de drek weggedaan wordt, totdat het ganselijk vergaan zij. 1 Koningen 14:11: Die van Jerobeam in de stad sterft, zullen de honden eten; en die in het veld sterft, zullen de vogelen des hemels eten; want de HEERE heeft het gesproken. 1 Koningen 15:27: En Baësa, de zoon van Ahia, van het huis van Issaschar, maakte een verbintenis tegen hem, en Baësa sloeg hem te Gibbethon, hetwelk der Filistijnen is, als Nadab en gans Israël Gibbethon belegerden. 1 Koningen 15:28: En Baësa doodde hem, in het derde jaar van Asa, den koning van Juda, en werd koning in zijn plaats. 1 Koningen 15:29: Het geschiedde nu, als hij regeerde, dat hij het ganse huis van Jerobeam sloeg; hij liet niets over van Jerobeam, wat adem had, totdat hij hem verdelgd had, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst van Zijn knecht Ahia, den Siloniet; 1 Koningen 15:30: Om de zonden van Jerobeam, die zondigde, en die Israël zondigen deed, en om zijn terging, waarmede hij den HEERE, den God Israëls, getergd had. Hosea 13:3: Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.",
          "text1637": "D. heeft allen aensien verlooren, is in eenen seer elendigen ende verachtelicken staet vervallen, by Godt ende de menschen, binnen ende buyten. (Vergel. de maniere van spreken, met Psal. 31.13. ende 88.4, 5, 6. ende 143.3. Iesa. 59.10. Amos 2.2. Ephes. 2.1. Apoc. 3.1. ende 20.5.) selfs is de Conincklicke weerdicheyt van hem genomen. Siet 1.Reg. 14.10, 11. ende 15.27, 28, 29, 30. ende vergel. vers 3.",
          "text2026": "Dat is, heeft allen aanzien verloren, is in een zeer ellendigen en verachtelijken staat vervallen, bij God en de mensen, binnen en buiten; [vergelijk de manier van spreken met Ps. 31:13, en Ps. 88:4, 88:5, 88:6, en Ps. 143:3; Jes. 59:10; Amos 2:2; Ef. 2:1; Openb. 3:1, en Openb. 20:5]. Zelfs is de koninklijke waardigheid van hem genomen. Zie 1 Kon. 14:10, 14:11, en 1 Kon. 15:27, 15:28, 15:29, 15:30, en vergelijk vers 3. Psalmen 31:13: Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat. Psalmen 88:4: Want mijn ziel is van de tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf. Psalmen 88:5: Ik ben gerekend met degenen, die in de kuil nederdalen; ik ben geworden als een man, die krachteloos is; Psalmen 88:6: Afgezonderd onder de doden, gelijk de verslagenen, die in het graf liggen, die U niet meer gedenkt, en zij zijn afgesneden van Uw hand. Psalmen 143:3: Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn. Jesaja 59:10: Wij tasten naar de wand, gelijk de blinden, en, gelijk die geen ogen hebben, tasten wij; wij stoten ons op de middag, als in de schemering, wij zijn in woeste plaatsen gelijk de doden. Amos 2:2: Daarom zal Ik een vuur in Moab zenden, dat zal de paleizen van Kerioth verteren; en Moab zal sterven met groot gedruis, met gejuich, met geluid van de bazuin. Efeziërs 2:1: En u heeft Hij mee levend gemaakt, daar u dood was door de misdaden en de zonden; Openbaring 3:1: En schrijf aan de engel van de Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uw werken, dat u de naam hebt, dat u leeft, en u bent dood. Openbaring 20:5: Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding. 1 Koningen 14:10: Daarom, zie, Ik zal kwaad over het huis van Jerobeam brengen, en van Jerobeam uitroeien wat mannelijk is, de beslotene en verlatene in Israël; en Ik zal de nakomelingen van het huis van Jerobeam wegdoen, gelijk de drek weggedaan wordt, totdat het ganselijk vergaan zij. 1 Koningen 14:11: Die van Jerobeam in de stad sterft, zullen de honden eten; en die in het veld sterft, zullen de vogels van de hemel eten; want JAHWEH heeft het gesproken. 1 Koningen 15:27: En Baësa, de zoon van Ahia, van het huis van Issaschar, maakte een verbintenis tegen hem, en Baësa sloeg hem te Gibbethon, dat van de Filistijnen is, als Nadab en geheel Israël Gibbethon belegerden. 1 Koningen 15:28: En Baësa doodde hem, in het derde jaar van Asa, de koning van Juda, en werd koning in zijn plaats. 1 Koningen 15:29: Het geschiedde nu, als hij regeerde, dat hij het gehele huis van Jerobeam sloeg; hij liet niets over van Jerobeam, wat adem had, totdat hij hem verdelgd had, naar het woord van JAHWEH, dat Hij gesproken had door de dienst van Zijn knecht Ahia, de Siloniet; 1 Koningen 15:30: Om de zonden van Jerobeam, die zondigde, en die Israël zondigen deed, en om zijn terging, waarmee hij JAHWEH, de God van Israël, getergd had. Hosea 13:3: Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat; als kaf van de dorsvloer, en als rook uit de schoorsteen wordt weggestormd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/דַבֵּ֤ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרַ֨יִם֙",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "רְתֵ֔ת",
          "strongs": "H7578",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "נָשָׂ֥א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֖וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֶּאְשַׁ֥ם",
          "strongs": "H816",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/בַּ֖עַל",
          "strongs": "H1168",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּמֹֽת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Baäl en is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gestorven.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Baäl en is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gestorven.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> ALs Ephraim sprack, so beefdemen; hy heeft sich <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verheven in Israël: maer hy is schuldich geworden aen den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Baal ende is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gestorven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "sprak",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1696"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/דַבֵּ֤ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Efraïm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְרַ֨יִם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beefde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7578"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רְתֵ֔ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verheven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5375"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָשָׂ֥א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֖וּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/יִשְׂרָאֵ֑ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schuldig",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H816"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וַ/יֶּאְשַׁ֥ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Baäl",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1168"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/בַּ֖עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gestorven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4191"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וַ/יָּמֹֽת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:1",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen.",
      "text1637": "Ende nu zijnse voortgevaren te sondigen, ende hebben sich van haer silver een [5] gegoten beelt gemaeckt, [6] Afgoden [7] nae haer verstant, die altemael [a] [8] smeden-werck zijn: waer van [9] sy [nochtans] seggen; [10] De menschen die offeren, sullen de [11] kalveren [12] kussen.",
      "text2026": "En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die allemaal smedenwerk zijn; waarvan zij toch zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 De mensen: Hebreeuws, de offerande des, of der mensen. De zin is, degenen, die onder de mensen Gode willen offeren moeten deze kalven [als hunne goden] eren. Zie 1 Kon. 12:28, en vergelijk de manier van spreken met Jes. 29:19, alwaar staat: De nooddruftige, of behoeftige des, of der mensen; dat is onder de mensen, die onder de mensen behoeftig zijn, behoeftige mensen; idem, ellendige der schapen, Zach. 11:7, 11:11. Dat is, ellendige schapen, of ellendigste onder de schapen, en dergelijke veel. 1 Koningen 12:28: Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zeide tot hen: Het is ulieden te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israël, die u uit Egypteland opgebracht hebben. Jesaja 29:19: En de zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in den HEERE; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in den Heilige Israëls verheugen. Zacharia 11:7: Dies heb ik deze slachtschapen geweid, dewijl zij ellendige schapen zijn; en ik heb mij genomen twee stokken, den een heb ik genoemd LIEFELIJKHEID, en den anderen heb ik genoemd SAMENBINDERS; en ik heb die schapen geweid. Zacharia 11:11: Dus werd het te dien dage vernietigd, en alzo hebben de ellendigen onder de schapen, die op mij wachtten, bekend, dat het des HEEREN woord was.",
          "text1637": "Hebr. de offerende des, ofte der menschen. De sin is, de gene die onder de menschen Gode willen offeren, die moeten dese kalveren (als hare Goden) eeren, siet 1.Reg. 12.28. ende vergel. de maniere van spreken met Ies. 29.19. alwaer staet: de nootdurftige, ofte, behoeftige des, ofte, der menschen. D. onder de menschen, die onder de menschen behoeftich zijn, behoeftige menschen. Item, elendige der schapen, Zach. 11.7, 11. Dat is, elendige schapen, ofte, elendichste onder de schapen, ende diergelijcke veel.",
          "text2026": "10 De mensen: Hebreeuws, de offerande van de, of van de mensen. De zin is, degenen, die onder de mensen voor God willen offeren moeten deze kalven [als hun goden] eren. Zie 1 Kon. 12:28, en vergelijk de manier van spreken met Jes. 29:19, alwaar staat: De nooddruftige, of behoeftige van de, of van de mensen; dat is onder de mensen, die onder de mensen behoeftig zijn, behoeftige mensen; idem, ellendige van de schapen, Zach. 11:7, 11:11. Dat is, ellendige schapen, of ellendigste onder de schapen, en dergelijke veel. 1 Koningen 12:28: Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zei tot hen: Het is u te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israël, die u uit Egypteland opgebracht hebben. Jesaja 29:19: En de zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in JAHWEH; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in de Heilige van Israël verheugen. Zacharia 11:7: Daarom heb ik deze slachtschapen geweid, omdat zij ellendige schapen zijn; en ik heb mij genomen twee stokken, de één heb ik genoemd LIEFELIJKHEID, en de anderen heb ik genoemd SAMENBINDERS; en ik heb die schapen geweid. Zacharia 11:11: Dus werd het op die dag vernietigd, en zo hebben de ellendigen onder de schapen, die op mij wachtten, bekend, dat het van JAHWEH woord was."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te Dan en Bethel eerst opgericht, en daarna misschien in meer andere plaatsen. Zie 1 Kon. 12:28, gelijk zij van tijd tot tijd in afgoderij zijn toegenomen. 1 Koningen 12:28: Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zeide tot hen: Het is ulieden te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israël, die u uit Egypteland opgebracht hebben.",
          "text1637": "Te Dan ende Bethel eerst opgerecht, ende daer na misschien in meer andere plaetsen. Siet 1.Reg. 12.28. gelijck sy van tijt tot tijt in Afgoderye hebben toegenomen.",
          "text2026": "Te Dan en Bethel eerst opgericht, en daarna misschien in meer andere plaatsen. Zie 1 Kon. 12:28, gelijk zij van tijd tot tijd in afgoderij zijn toegenomen. 1 Koningen 12:28: Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zei tot hen: Het is u te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israël, die u uit Egypteland opgebracht hebben."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met een religieuzen of godsdienstigen kus. Vergelijk Gen. 41:40; 1 Kon. 19:18; Job 31:27, en zie de aantekening aldaar. Genesis 41:40: Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij. 1 Koningen 19:18: Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond, die hem niet gekust heeft. Job 31:27: En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;",
          "text1637": "Met eenen religieusen ofte Godts-dienstigen kus. Vergel. Gen. 41.40. 1.Reg. 19.18. Iob 31.17. ende siet d’aent. aldaer.",
          "text2026": "Met een religieuzen of godsdienstigen kus. Vergelijk Gen. 41:40; 1 Kon. 19:18; Job 31:27, en zie de aantekening daar. Genesis 41:40: U zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen deze troon zal ik groter zijn dan u. 1 Koningen 19:18: Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond, die hem niet gekust heeft. Job 31:27: En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 gegoten beeld gemaakt: Versta, een afgodische kalfsbeeld [waarvan in het volgende] en dergelijke anderen, naardat hun zin en lust opgaf, maar geenszins naar Gods zin. Zie van het woord zonde, inzake van afgoderij, boven Hos. 8:11. Hosea 8:11: Omdat Efraïm de altaren vermenigvuldigd heeft tot zondigen, zo zijn hem de altaren geworden tot zondigen.",
          "text1637": "Verst. een Afgodisch kalfs beeldt (waer van in’t volgende) ende diergelijcke andere, nae dat haren sin ende lust opgaf, maer geensins nae Godes sin. siet van ’t woort sonde, in materie van afgoderye, bov. 8. op vers 11.",
          "text2026": "5 gegoten beeld gemaakt: Versta, een afgodische kalfsbeeld [waarvan in het volgende] en dergelijke anderen, naardat hun zin en lust opgaf, maar in geen geval naar Gods zin. Zie van het woord zonde, inzake van afgoderij, boven Hos. 8:11. Hosea 8:11: Omdat Efraïm de altaren vermenigvuldigd heeft tot zondigen, zo zijn hem de altaren geworden tot zondigen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Hos. 8:4. Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.",
          "text1637": "Siet bov. 8.4.",
          "text2026": "Zie boven Hos. 8:4. Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 naar hun verstand: Die meesterlijk en kunstiglijk fatsoenerende en oppronkende. Vergelijk Jer. 10:3, 10:14, enz. Jeremia 10:3: Want de inzettingen der volken zijn ijdelheid; want het is hout, dat men uit het woud gehouwen heeft, een werk van des werkmeesters handen met de bijl. Jeremia 10:14: Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen.",
          "text1637": "Die meesterlick ende kunstichlick fatsoenerende ende op pronckende. Vergel. Ierem. 10.3, 14, etc.",
          "text2026": "7 naar hun verstand: Die meesterlijk en kunstiglijk fatsoenerende en oppronkende. Vergelijk Jer. 10:3, 10:14, enz. Jeremia 10:3: Want de inzettingen van de volken zijn ijdelheid; want het is hout, dat men uit het woud gehouwen heeft, een werk van de werkmeesters handen met de bijl. Jeremia 10:14: Een ieder mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft, een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want zijn gegoten beeld is leugen; en er is geen geest in hen."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 smedenwerk zijn: Ene bespotting der ijdelheid, dwaasheid en nietigheid dezer afgoderij. Vergelijk boven Hos. 8:6, enz. Hosea 8:6: Want dat is ook uit Israël; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria.",
          "text1637": "Eene bespottinge der ydelheyt, dwaesheyt, ende nieticheyt deser afgoderye. Vergel. bov. 8.6, etc.",
          "text2026": "8 smedenwerk zijn: Een bespotting van de ijdelheid, dwaasheid en nietigheid van deze afgoderij. Vergelijk boven Hos. 8:6, enz. Hosea 8:6: Want dat is ook uit Israël; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 zij nochtans zeggen: De afgodische priesters en regenten. Anders: zij zeggen tot hen, die van Efraïm tot het andere Israëlietische volk.",
          "text1637": "De Afgodische Priesters ende Regenten. And. sy seggen tot hen, die van Ephraim tot het ander Israelitische volck.",
          "text2026": "9 zij nochtans zeggen: De afgodische priesters en regenten. Anders: zij zeggen tot hen, die van Efraïm tot het andere Israëlietische volk."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 8:6. Hosea 8:6: Want dat is ook uit Israël; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria.",
          "text1637": "Hos. 8.6.",
          "text2026": "Hosea 8:6. Hosea 8:6: Want dat is ook uit Israël; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal tot stukken worden, het kalf van Samaria."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַתָּ֣ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "יוֹסִ֣פוּ",
          "strongs": "H3254",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֲטֹ֗א",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּעְשׂ֣וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֩",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מַסֵּכָ֨ה",
          "strongs": "H4541",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/כַּסְפָּ֤/ם",
          "strongs": "H3701",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/תְבוּנָ/ם֙",
          "strongs": "H8394",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עֲצַבִּ֔ים",
          "strongs": "H6091",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשֵׂ֥ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חָרָשִׁ֖ים",
          "strongs": "H2796",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כֻּלֹּ֑/ה",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הֵ֣ם",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֹמְרִ֔ים",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "זֹבְחֵ֣י",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֔ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֲגָלִ֖ים",
          "strongs": "H5695",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִשָּׁקֽוּ/ן",
          "strongs": "H5401",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gegoten beeld gemaakt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> afgoden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> naar hun verstand, die allemaal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> smedenwerk zijn; waarvan zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> toch zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> De mensen, die offeren, zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> kalveren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> kussen.",
      "textSV1888_html": "En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gegoten beeld gemaakt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> afgoden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> naar hun verstand, die altemaal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> smedenwerk zijn; waarvan zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> nochtans zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> De mensen, die offeren, zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> kalveren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> kussen.",
      "text1637_html": "Ende nu zijnse voortgevaren te sondigen, ende hebben sich van haer silver een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gegoten beelt gemaeckt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Afgoden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> nae haer verstant, die altemael <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> smeden-werck zijn: waer van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sy [nochtans] seggen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> De menschen die offeren, sullen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> kalveren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> kussen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "altemaal",
          "new": "allemaal",
          "principe": "V21"
        },
        {
          "old": "nochtans",
          "new": "toch",
          "principe": "V73"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "nu",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6258"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/עַתָּ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voortgevaren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3254"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יוֹסִ֣פוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zondigen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2398"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לַ/חֲטֹ֗א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gemaakt",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וַ/יַּעְשׂ֣וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beeld",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4541"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַסֵּכָ֨ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              4
            ]
          },
          "toelichting": "מַסֵּכָה (H4541) is een gegoten beeld; de koppeling staat op 'beeld'."
        },
        {
          "tekst": "zilver",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3701"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/כַּסְפָּ֤/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verstand",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8394"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ/תְבוּנָ/ם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "afgoden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6091"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֲצַבִּ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "smedenwerk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4639",
            "H2796"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַעֲשֵׂ֥ה",
            "חָרָשִׁ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              9,
              10
            ]
          },
          "toelichting": "מַעֲשֵׂה חָרָשִׁים ('werk van handwerkers') is in het Nederlands samengetrokken tot 'smedenwerk'; dat woord draagt beide grondwoorden (H4639 en H2796)."
        },
        {
          "tekst": "allemaal",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3605"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כֻּלֹּ֑/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1992"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הֵ֣ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zeggen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H559"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֹמְרִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "offeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2076"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זֹבְחֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "mensen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H120"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָדָ֔ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kalveren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5695"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֲגָלִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              16
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kussen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5401"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשָּׁקֽוּ/ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:2",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.",
      "text1637": "Daerom sullen sy zijn [13] als eene morgen-wolcke, ende als een vroech komende dauw, die henen gaet: als kaf van den dorschvloer, ende als roock uyt den [14] schoorsteen wort wech gestormt.",
      "text2026": "Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat; als kaf van de dorsvloer, en als rook uit de schoorsteen wordt weggestormd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 als een morgenwolk: Dat is, zij zullen zo haast en licht met hun gansen bloei vergaan en verstrooid worden, gelijk deze gelijkenissen medebrengen. Vergelijk boven Hos. 6:4. Hosea 6:4: Wat zal Ik u doen, o Efraïm! wat zal Ik u doen, o Juda! dewijl uw weldadigheid is als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat.",
          "text1637": "D. sy sullen soo haest ende licht met haren gantschen fleur vergaen ende verstroyt worden, als dese gelijckenissen medebrengen. Vergel. bov. 6.4.",
          "text2026": "13 als een morgenwolk: Dat is, zij zullen zo haast en licht met hun gansen bloei vergaan en verstrooid worden, gelijk deze gelijkenissen medebrengen. Vergelijk boven Hos. 6:4. Hosea 6:4: Wat zal Ik u doen, o Efraïm! wat zal Ik u doen, o Juda! omdat uw weldadigheid is als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 schoorsteen wordt weggestormd: Of, venster, enig ander rookgat of opening, waardoor de rook wordt uitgelaten.",
          "text1637": "Ofte, venster, eenich ander roockgat, ofte openinge, daer door den roock wort uytgelaten.",
          "text2026": "14 schoorsteen wordt weggestormd: Of, venster, enig ander rookgat of opening, waardoor de rook wordt uitgelaten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיוּ֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/עֲנַן",
          "strongs": "H6051",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֔קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כַ/טַּ֖ל",
          "strongs": "H2919",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מַשְׁכִּ֣ים",
          "strongs": "H7925",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "הֹלֵ֑ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מֹץ֙",
          "strongs": "H4671",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְסֹעֵ֣ר",
          "strongs": "H5590",
          "morph": "HVmi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/גֹּ֔רֶן",
          "strongs": "H1637",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/עָשָׁ֖ן",
          "strongs": "H6227",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֲרֻבָּֽה",
          "strongs": "H699",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zullen zij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat; als kaf van de dorsvloer, en als rook uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> schoorsteen wordt weggestormd.",
      "textSV1888_html": "Daarom zullen zij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> schoorsteen wordt weggestormd.",
      "text1637_html": "Daerom sullen sy zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> als eene morgen-wolcke, ende als een vroech komende dauw, die henen gaet: als kaf van den dorschvloer, ende als roock uyt de<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> schoorsteen wort wech gestormt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henengaat;",
          "new": "heengaat;",
          "principe": "V679"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Daarom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3651"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לָ/כֵ֗ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִֽהְיוּ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "morgenwolk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6051",
            "H1242"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּ/עֲנַן",
            "בֹּ֔קֶר"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              3,
              2
            ]
          },
          "toelichting": "עֲנַן בֹּקֶר ('wolk van de morgen') is in het Nederlands samengetrokken tot 'morgenwolk'; dat woord draagt beide grondwoorden (H6051 en H1242)."
        },
        {
          "tekst": "dauw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2919"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/כַ/טַּ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vroegkomende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7925"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַשְׁכִּ֣ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "heengaat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1980"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הֹלֵ֑ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kaf",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4671"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/מֹץ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weggestormd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5590"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְסֹעֵ֣ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dorsvloer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1637"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/גֹּ֔רֶן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "rook",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6227"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/כְ/עָשָׁ֖ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schoorsteen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H699"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵ/אֲרֻבָּֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:3",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.",
      "text1637": "[15] Ick ben doch de HEERE uwe Godt [b] van Egypten-lant af: [16] daerom en soudt ghy geenen Godt kennen [c] dan my alleen, want daer en is geen Heylant dan Ick.",
      "text2026": "Ik ben toch JAHWEH, uw God, van Egypteland af; daarom zou u geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 Ik ben toch de HEERE, uw God: Gelijk boven Hos. 12:10. Hosea 12:10: Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst;",
          "text1637": "Als bov. 12. vers 10.",
          "text2026": "15 Ik ben toch JAHWEH, uw God: Gelijk boven Hos. 12:10. Hosea 12:10: Maar Ik ben JAHWEH, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen van de samenkomst;"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen: Of, en gij kendet geen god, enz. Versta, te dien tijde, als gij nog in afgoderij niet waart vervallen.",
          "text1637": "Ofte, ende ghy en kendet geenen Godt, etc. verst. te dier tijt, als ghy noch in Afgoderye niet en waert vervallen.",
          "text2026": "16 daarom zoudt u geen God kennen dan Mij alleen: Of, en u kende geen god, enz. Versta, te die tijde, als u nog in afgoderij niet was vervallen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 43:11; Hosea 12:10. Jesaja 43:11: Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij. Hosea 12:10: Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst;",
          "text1637": "Iesa. 43.11. Hose. 12.10.",
          "text2026": "Jes. 43:11; Hosea 12:10. Jesaja 43:11: Ik, Ik ben JAHWEH, en er is geen Heiland behalve Mij. Hosea 12:10: Maar Ik ben JAHWEH, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen van de samenkomst;"
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Sam. 22:32; Ps. 18:32. 2 Samuël 22:32: Want wie is God, behalve de HEERE, en wie is een rotssteen, behalve onze God? Psalmen 18:32: Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?",
          "text1637": "2.Sam. 22.32. Psal. 18.32.",
          "text2026": "2 Sam. 22:32; Ps. 18:32. 2 Samuël 22:32: Want wie is God, behalve JAHWEH, en wie is een rotssteen, behalve onze God? Psalmen 18:32: Want wie is God, behalve JAHWEH? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָנֹכִ֛י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וֵ/אלֹהִ֤ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "זֽוּלָתִ/י֙",
          "strongs": "H2108",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֵדָ֔ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מוֹשִׁ֥יעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhrmsa"
        },
        {
          "woord": "אַ֖יִן",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בִּלְתִּֽ/י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik ben toch JAHWEH, uw God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> van Egypteland af;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> daarom zou u geen God kennen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Ik ben toch de HEERE, uw God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> van Egypteland af;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> daarom zoudt gij geen God kennen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Ick ben doch de HEERE uwe Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> van Egypten-lant af: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> daerom en soudt ghy geenen Godt kennen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> dan my alleen, want daer en is geen Heylant dan Ick.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "zoudt gij",
          "new": "zou u",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H595"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אָנֹכִ֛י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H430"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱלֹהֶ֖י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Egypteland",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H776",
            "H4714"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵ/אֶ֣רֶץ",
            "מִצְרָ֑יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              3,
              4
            ]
          },
          "toelichting": "מֵאֶרֶץ מִצְרָיִם is één begrip uit twee grondtokens (H776 en H4714); het hele Nederlandse woord 'Egypteland' draagt beide nummers."
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H430"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וֵ/אלֹהִ֤ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "alleen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2108"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זֽוּלָתִ/י֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              8
            ]
          },
          "toelichting": "זוּלָתִי ('behalve mij') geeft het Nederlands weer met 'dan Mij alleen'; de koppeling staat op 'alleen'."
        },
        {
          "tekst": "geen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֣א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kennen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תֵדָ֔ע"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Heiland",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3467"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/מוֹשִׁ֥יעַ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geen",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H369"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַ֖יִן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dan",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H1115"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בִּלְתִּֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:4",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land.",
      "text1637": "Ick hebbe u [17] gekent inde woestijne; in seer [18] heeten lande.",
      "text2026": "Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 gekend in de woestijn: Dat is, liefgehad en bezorgd, gelijk Amos 3:2. Zie Ps. 1:6. Amos 3:2: Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken. Psalmen 1:6: Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.",
          "text1637": "D. lief gehadt ende besorcht, als Amos 3.2. Siet Psal. 1. op vers 6.",
          "text2026": "17 gekend in de woestijn: Dat is, liefgehad en bezorgd, gelijk Amos 3:2. Zie Ps. 1:6. Amos 3:2: Uit alle geslachten van de aardbodems heb Ik u alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken. Psalmen 1:6: Want JAHWEH kent de weg van de rechtvaardigen; maar de weg van de goddelozen zal vergaan."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 heet land: En vervolgens, dor, onvruchtbaar, uitermate verdrietelijk. Zie Deut. 8:15, en Deut. 32:10. Hebreeuws, land der hittigheden, of dorrigheden. Deuteronomium 8:15: Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht; Deuteronomium 32:10: Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.",
          "text1637": "Ende volgens, dorren, onvruchtbaren, uyttermaten verdrietlicken. Siet Deut. 8.15. ende 32. vers 10 Hebr. lant der hitticheden, ofte, dorricheden.",
          "text2026": "18 heet land: En vervolgens, dor, onvruchtbaar, bovenmate verdrietelijk. Zie Deut. 8:15, en Deut. 32:10. Hebreeuws, land van de hittigheden, of dorrigheden (אֶרֶץ). Deuteronomium 8:15: Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht; Deuteronomium 32:10: Hij vond hem in een land van de woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְדַעְתִּ֖י/ךָ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּדְבָּ֑ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "תַּלְאֻבֽוֹת",
          "strongs": "H8514",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik heb u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> gekend in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> woestijn, in een zeer heet land.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik heb u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> gekend in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> woestijn, in een zeer heet land.",
      "text1637_html": "Ick hebbe u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> gekent inde woestijne; in seer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> heeten lande.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H589"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲנִ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:5",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gekend",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְדַעְתִּ֖י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:5",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "woestijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4057"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/מִּדְבָּ֑ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:5",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "land",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H776"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/אֶ֖רֶץ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:5",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "heet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8514"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תַּלְאֻבֽוֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:5",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten.",
      "text1637": "Daer na zijn sy, nae dat haerlieder [d] [19] weyde was, satt geworden; alsse satt zijn geworden, heeft sich haer [20] herte verheven: daerom hebben sy my [e] vergeten.",
      "text2026": "Daarna zijn zij, naardat hun weide was, verzadigd geworden; als zij verzadigd zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 weide was: Nadat zij uit de woestijn in de vette landstreek van Gilead en voorts in het land Kanaän, overvloed van alles bekomen en genoten hebben. Zie Deut. 8:7, 8:8, 8:9, 8:10, en Deut. 32:13, 32:14. Deuteronomium 8:7: Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Deuteronomium 8:8: Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; Deuteronomium 8:9: Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult. Deuteronomium 8:10: Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. Deuteronomium 32:13: Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots; Deuteronomium 32:14: Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.",
          "text1637": "Nae dat sy uyt de woestijne inde vette lantstreke van Gilead, ende voorts in’t lant Canaan, overvloet van alles bekomen ende genoten hebben. Siet Deut. 8.7, 8, 9, 10. ende 32.13, 14.",
          "text2026": "19 weide was: Nadat zij uit de woestijn in de vette landstreek van Gilead en verder in het land Kanaän, overvloed van alles bekomen en genoten hebben. Zie Deut. 8:7, 8:8, 8:9, 8:10, en Deut. 32:13, 32:14. Deuteronomium 8:7: Want JAHWEH, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Deuteronomium 8:8: Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; Deuteronomium 8:9: Een land, waarin u brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen u koper uithouwen zult. Deuteronomium 8:10: Als u dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult u JAHWEH, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. Deuteronomium 32:13: Hij deed hem rijden op de hoogten van de aarde, dat hij at de inkomsten van het veld; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit de kei van de rots; Deuteronomium 32:14: Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet van de lammeren en van de rammen, die in Bazan weiden, en van de bokken, met het vette van de nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt u gedronken."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 hart verheven: Waarvan hen God tevoren gewaarschuwd, en terstond daarom gestraft had. Zie Deut. 8:11 en Deut. 32:15, 32:19, 32:20, enz. Deuteronomium 8:11: Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; Deuteronomium 32:15: Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils. Deuteronomium 32:19: Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren. Deuteronomium 32:20: En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.",
          "text1637": "Daer vanse Godt te vooren gewaerschouwt, ende terstont daerom gestraft hadde, Siet Deut. 8.11. ende 32.15, 19, 20, etc.",
          "text2026": "20 hart verheven: Waarvan hen God tevoren gewaarschuwd, en meteen daarom gestraft had. Zie Deut. 8:11 en Deut. 32:15, 32:19, 32:20, enz. Deuteronomium 8:11: Wacht u, dat u JAHWEH, uw God, niet vergeet, dat u niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechte, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; Deuteronomium 32:15: Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (u bent vet, u bent dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde de Rotssteen zijns heils. Deuteronomium 32:19: Als JAHWEH zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochters. Deuteronomium 32:20: En Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hun einde zal wezen; want zij zijn een geheel verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 32:15. Deuteronomium 32:15: Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.",
          "text1637": "Deut. 32.15.",
          "text2026": "Deut. 32:15. Deuteronomium 32:15: Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (u bent vet, u bent dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde de Rotssteen zijns heils."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 8:14. Hosea 8:14: Want Israël heeft zijn Maker vergeten, en tempelen gebouwd, en Juda heeft vaste steden vermenigvuldigd; maar Ik zal een vuur zenden in zijn steden, dat zal haar paleizen verteren.",
          "text1637": "Hos. 8.14.",
          "text2026": "Hosea 8:14. Hosea 8:14: Want Israël heeft zijn Maker vergeten, en tempelen gebouwd, en Juda heeft vaste steden vermenigvuldigd; maar Ik zal een vuur zenden in zijn steden, dat zal haar paleizen verteren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/מַרְעִיתָ/ם֙",
          "strongs": "H4830",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׂבָּ֔עוּ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "שָׂבְע֖וּ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֣רָם",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לִבָּ֑/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֖ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "שְׁכֵחֽוּ/נִי",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarna zijn zij, naardat hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> weide was, verzadigd geworden; als zij verzadigd zijn geworden, heeft zich hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> hart verheven; daarom hebben zij Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> vergeten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarna zijn zij, naardat hunlieder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> hart verheven; daarom hebben zij Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> vergeten.",
      "text1637_html": "Daer na zijn sy, nae dat haerlieder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> weyde was, satt geworden; alsse satt zijn geworden, heeft sich haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> herte verheven: daerom hebben sy my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> vergeten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        },
        {
          "old": "zat",
          "new": "verzadigd",
          "principe": "V1583"
        },
        {
          "old": "zat",
          "new": "verzadigd",
          "principe": "V1583"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "weide",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4830"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/מַרְעִיתָ/ם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7646"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וַ/יִּשְׂבָּ֔עוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zat",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H7646"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׂבְע֖וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verheven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7311"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וַ/יָּ֣רָם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hart",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3820"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִבָּ֑/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daarom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921",
            "H3651"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל",
            "כֵּ֖ן"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              5,
              6
            ]
          },
          "toelichting": "עַל כֵּן is één uitdrukking uit twee grondtokens (H5921 en H3651); het hele Nederlandse woord 'daarom' draagt beide nummers."
        },
        {
          "tekst": "vergeten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7911"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁכֵחֽוּ/נִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:6",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg.",
      "text1637": "Dies wert ick hen als een felle [21] leeuw: als een luypaert [22] loerde ick op den wech.",
      "text2026": "Daarom werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op de weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Ik onthaalde hen hard en verschrikkelijk; gelijk eerst dikwijls geschied is ten tijde der richters, door verscheidene omliggende vijanden, daarna als zij van Juda gescheiden waren, door den Assyriër Tiglat-Pilezer, enz. Zie 2 Kon. 15:29. Doch sommigen nemen vers 7 en het volgende in den toekomenden tijd, als ene voorzegging der toekomstige verwoesting door Salmanasser. Vergelijk boven Hos. 5:14; Klaagl. 3:10. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, den koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië. Hosea 13:7: Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn. Klaagliederen 3:10: Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.",
          "text1637": "D. ick tracteerdese hart ende schricklick: gelijck eerst dickwijls geschiedt is ten tijde der Richteren, door verscheydene omliggende vyanden, daerna als sy van Iuda gescheyden waren, door den Assyrier Tiglat-Pileser, etc. Siet 2.Reg. 15.29. Doch sommige nemen dit vers ende het volgende in den toekomenden tijt, als eene voorsegginge der toekomstige verwoestinge door Salmanassar. Vergel. bov. 5.14. Thren. 3.10.",
          "text2026": "Dat is, Ik onthaalde hen hard en verschrikkelijk; gelijk eerst dikwijls geschied is ten tijde van de richters, door verscheidene omliggende vijanden, daarna als zij van Juda gescheiden waren, door de Assyriër Tiglat-Pilezer, enz. Zie 2 Kon. 15:29. Maar sommigen nemen vers 7 en het volgende in de toekomenden tijd, als een voorzegging van de toekomstige verwoesting door Salmanasser. Vergelijk boven Hos. 5:14; Klaagl. 3:10. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, de koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het gehele land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië. Hosea 13:7: Daarom werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op de weg. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en de huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en heengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn. Klaagliederen 3:10: Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 loerde Ik op den weg: Vergelijk Jer. 5:6. Jeremia 5:6: Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.",
          "text1637": "Vergel. Ier. 5.6.",
          "text2026": "22 loerde Ik op de weg: Vergelijk Jer. 5:6. Jeremia 5:6: Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf van de wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelfde uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֱהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑חַל",
          "strongs": "H7826",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/נָמֵ֖ר",
          "strongs": "H5246",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֥רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אָשֽׁוּר",
          "strongs": "H7789",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom werd Ik hun als een felle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leeuw; als een luipaard<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> loerde Ik op de weg.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dies werd Ik hun als een felle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leeuw; als een luipaard<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> loerde Ik op den weg.",
      "text1637_html": "Dies wert ick hen als een felle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leeuw: als een luypaert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> loerde ick op den wech.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "werd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וָ/אֱהִ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "als",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3644"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּמוֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leeuw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7826"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֑חַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "luipaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5246"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/נָמֵ֖ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weg",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1870"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דֶּ֥רֶךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "loerde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7789"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָשֽׁוּר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:7",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurde hen.",
      "text1637": "Ick [23] ontmoettese als een [24] beyr die van jongen berooft is, ende scheurde het [25] slot hares herten: ende ick verslondtse [26] aldaer als een oude leeuw; [27] het wilt gedierte des velts verscheurdese.",
      "text2026": "Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot van hun harten; en Ik verslond ze daar als een oude leeuw; het wild gedierte van het veld verscheurde hen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 ontmoette hen: Of, zal hen ontmoeten, en zo in het volgende.",
          "text1637": "Ofte, salse ontmoeten, ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "23 ontmoette hen: Of, zal hen ontmoeten, en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergelijk 2 Sam. 17:8; Spreuk. 17:12. 2 Samuël 17:8: Wijders zeide Husai: Gij kent uw vader en zijn mannen, dat zij helden zijn, dat zij bitter van gemoed zijn, als een beer, die van de jongen beroofd is in het veld; daartoe is uw vader een krijgsman, en zal niet vernachten met het volk. Spreuken 17:12: Dat een beer, die van jongen beroofd is, een man tegemoet kome, maar niet een zot in zijn dwaasheid.",
          "text1637": "Vergel. 2.Sam. 17.8. Prov. 17.12.",
          "text2026": "Vergelijk 2 Sam. 17:8; Spr. 17:12. 2 Samuël 17:8: Verder zei Husai: U kent uw vader en zijn mannen, dat zij helden zijn, dat zij bitter van gemoed zijn, als een beer, die van de jongen beroofd is in het veld; daartoe is uw vader een krijgsman, en zal niet overnachten met het volk. Spreuken 17:12: Dat een beer, die van jongen beroofd is, een man tegemoet kome, maar niet een zot in zijn dwaasheid."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 slot huns harten: Dat is, hun borst, of hartedeksel, om hun hartebloed te zuigen of te drinken, gelijk verscheurende wilde beesten plegen te doen.",
          "text1637": "D. haer borst, ofte, herten-decksel, om haer herten-bloet te suygen ofte te drincken, gelijck verscheurende wilde beesten plegen te doen.",
          "text2026": "25 slot huns harten: Dat is, hun borst, of hartedeksel, om hun hartebloed te zuigen of te drinken, gelijk verscheurende wilde beesten plegen te doen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 aldaar als een oude leeuw: Op de plaats, gelijk men spreekt, of ter plaatse waar zij de vorenverhaalde boosheid bedreven, in Kanaän, of Gilead. Sommigen duiden het voornamelijk op Tiglat-Pilezers inval, 2 Kon. 15:29. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, den koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië.",
          "text1637": "Op de plaetse, alsmen spreeckt, ofte ter plaetsen, daer sy de vooren verhaelde boosheyt bedreven, in Canaan, ofte Gilead. sommige duyden’t specialick op Tiglath-Pilesers inval. 2.Reg. 15.29.",
          "text2026": "26 daar als een oude leeuw: Op de plaats, gelijk men spreekt, of ter plaatse waar zij de vorenverhaalde boosheid bedreven, in Kanaän, of Gilead. Sommigen duiden het voornamelijk op Tiglat-Pilezers inval, 2 Kon. 15:29. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, de koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het gehele land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 het wild gedierte des velds verscheurde hen: Anders: [of als] een [ander] wild dier des velds, [dat] hen in tweeën spleet, of kliefde. Versta, de wrede heidense vijanden, door wie God aldus met hen gehandeld heeft, of nog handelen wilde.",
          "text1637": "And. [ofte als] een [ander] wilt dier des velts, [dat-]se in twee spleet, ofte, kliefde. verstaet de wreede heydensche vyanden, door dewelcke Godt aldus met hen gehandelt heeft, ofte, noch handelen wilde.",
          "text2026": "27 het wild gedierte van het veld verscheurde hen: Anders: [of als] een [ander] wild van die van het veld, [dat] hen in tweeën spleet, of kloof. Versta, de wrede heidense vijanden, door wie God aldus met hen gehandeld heeft, of nog handelen wilde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶפְגְּשֵׁ/ם֙",
          "strongs": "H6298",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/דֹ֣ב",
          "strongs": "H1677",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שַׁכּ֔וּל",
          "strongs": "H7909",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶקְרַ֖ע",
          "strongs": "H7167",
          "morph": "HC/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "סְג֣וֹר",
          "strongs": "H5458",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "לִבָּ֑/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֹכְלֵ֥/ם",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שָׁם֙",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כְּ/לָבִ֔יא",
          "strongs": "H3833",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חַיַּ֥ת",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂדֶ֖ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תְּבַקְּעֵֽ/ם",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HVpi3fs/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ontmoette hen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> slot van hun harten; en Ik verslond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ze daar als een oude leeuw;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> het wild gedierte van het veld verscheurde hen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ontmoette hen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> slot huns harten; en Ik verslond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ze aldaar als een oude leeuw;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> het wild gedierte des velds verscheurde hen.",
      "text1637_html": "Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ontmoettese als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> beyr die van jongen berooft is, ende scheurde het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> slot hares herten: ende ick verslondtse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> aldaer als een oude leeuw; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> het wilt gedierte des velts verscheurdese.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "huns",
          "new": "van hun",
          "principe": "V205"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "des velds",
          "new": "van het veld",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "ontmoette",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6298"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְגְּשֵׁ/ם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1677"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/דֹ֣ב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "beroofd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7909"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שַׁכּ֔וּל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "scheurde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7167"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אֶקְרַ֖ע"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "slot",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5458"
          ],
          "bronwoorden": [
            "סְג֣וֹר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "harten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3820"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לִבָּ֑/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verslond",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H398"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אֹכְלֵ֥/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8033"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leeuw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3833"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/לָבִ֔יא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gedierte",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2416"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חַיַּ֥ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "veld",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7704"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/שָּׂדֶ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verscheurde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1234"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תְּבַקְּעֵֽ/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:8",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Het heeft u bedorven, o Israël! want in Mij is uw hulp.",
      "text1637": "[28] Het heeft u bedorven, ô Israël, want in [29] my, [30] is uwe hulpe.",
      "text2026": "Het heeft u bedorven, o Israël! want in Mij is uw hulp.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 Het heeft u bedorven: Te weten uw afgoderij en moedwillige boosheid, waarvan vers 2, 13:6, gesproken is. Anders: hij heeft u bedorven; namelijk Efraïm [van wien in het voorgaande en volgende gesproken wordt] heeft Israël [dat is, de tien stammen] in het verderf gebracht, door zijn koning [waarvan in vers 10, en waarop dit ook sommigen duiden. Vergelijk onder Hos. 14:5, 14:6, alwaar hem, Hos. 14:5, staat, en wie het is, in vers 6 verklaard wordt, namelijk Israël. Vergelijk ook boven vers 5, 13:6, alzo elders]. Jerobeam, die met zijne vorsten den tijd van twee en twintig jaren, die hij geregeerd heeft, [1 Kon. 14:20] de gruwelijke afgoderij met alle handelingen en geweld gedreven, gevorderd heeft, waardoor niet alleen Efraïm zelf [gelijk boven vers 1] gestorven is, maar ook gans Israël met hem, door zijn Baäls- en kalvendienst, mitsgaders allerlei andere daaraan klevende goddeloosheid, in den dood en het verderf gestort heeft; zie 1 Kon. 14:15, 14:16, en 1 Kon. 15:30, en 2 Kon. 17:21, 17:22, enz., hetwelk niet anders kon uitvallen. Want bij den waren God alleen [gelijk hier en boven vers 4 beduid wordt] is alle heil en hulp te zoeken en te vinden, dien zij verlatende en elders heil en hulp zoekende, samen bedorven en verloren zijn. Anders: Het is uw verderf, of het heeft u bedorven, o Israël, dat gij tegen mij, tegen uwe hulp, [gerebelleerd hebt]; welke overzetting [die hier verscheiden valt, in een goeden zin] ook eenvoudig en onstraffelijk is. Hosea 13:2: En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen. Hosea 13:6: Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. Hosea 13:10: Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten? Hosea 14:5: Ik zal hunlieder afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd. Hosea 14:6: Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de Libanon. Hosea 14:5: Ik zal hunlieder afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd. Hosea 13:6: Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. Hosea 13:5: Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land. Hosea 13:6: Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. 1 Koningen 14:20: De dagen nu, die Jerobeam heeft geregeerd, zijn twee en twintig jaren; en hij ontsliep met zijn vaderen, en Nadab, zijn zoon, regeerde in zijn plaats. Hosea 13:1: Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan den Baäl en is gestorven. 1 Koningen 14:15: De HEERE zal ook Israël slaan, gelijk een riet in het water omgedreven wordt, en zal Israël uitrukken uit dit goede land, dat Hij hun vaderen gegeven heeft, en zal hen verstrooien op gene zijde der rivier; daarom dat zij hun bossen gemaakt hebben, den HEERE tot toorn verwekkende. 1 Koningen 14:16: En Hij zal Israël overgeven, om Jerobeams zonden wil, die gezondigd heeft, en die Israël heeft doen zondigen. 1 Koningen 15:30: Om de zonden van Jerobeam, die zondigde, en die Israël zondigen deed, en om zijn terging, waarmede hij den HEERE, den God Israëls, getergd had. 2 Koningen 17:21: Want Hij scheurde Israël van het huis van David af, en zij maakten Jerobeam, den zoon van Nebat, koning; en Jerobeam dreef Israël af van achter den HEERE, en hij deed ze een grote zonde zondigen. 2 Koningen 17:22: Alzo wandelden de kinderen Israëls in alle zonden van Jerobeam die hij gedaan had; zij weken daarvan niet af; Hosea 13:4: Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.",
          "text1637": "T.w. uwe afgoderye ende moetwillige boosheyt, waer van versen 2, 6. gesproken is. And. hy heeft u bedorven, N. Ephraim (van welcken in ’t voorgaende ende volgende gesproken wort) heeft Israel (D. de tien stammen) in’t verderf gebracht, door sijnen Coninck (waer van in’t volgende vers, ende daer op dit oock sommige duyden. Vergel. ond. 14.5, 6. alwaer, hem, vers 5. staet, ende wie ’t zy, in’t 6 vers verklaert wort. N. Israel. Vergel. oock bov. 13.5, 6. alsoo elders.) Ierobeam, die met sijne Vorsten den tijt van 22 jaren, die hy geregeert heeft, (1.Reg. 14.20.) de grouwelicke Afgoderye met alle practijken ende gewelt gedreven ende gevordert heeft, waer door niet alleen Ephraim selfs (als bov. vers 1.) gestorven is, maer oock gantsch Israel met sich, door sijnen Baals ende kalveren-dienst, mitsgaders allerleye andere daer aen klevende godtloosheyt, in den doot ende ’t verderf gestort heeft. Siet 1.Reg. 14.15, 16. ende 15.30. ende 17. versen 21, 22, etc. het welcke niet anders en kost uytvallen. want by den waren Godt alleen (als hier ende boven vers 4. betuycht wort) allen heyl ende hulpe te soecken ende te vinden is, dien sy verlatende, ende elders heyl ende hulpe soeckende, te samen bedorven ende verloren zijn. And. ’T is u verderf, ofte, ’t heeft u bedorven, ô Israel, dat ghy tegen my, tegen uwe hulpe, [gerebelleert hebt]: welcke oversettinge (die hier verscheyden valt, in eenen goeden sin) oock eenvoudich ende onstraflick is.",
          "text2026": "28 Het heeft u bedorven: Te weten uw afgoderij en moedwillige boosheid, waarvan vers 2, 13:6, gesproken is. Anders: hij heeft u bedorven; namelijk Efraïm [van wie in het voorgaande en volgende gesproken wordt] heeft Israël [dat is, de tien stammen] in het verderf gebracht, door zijn koning [waarvan in vers 10, en waarop dit ook sommigen duiden. Vergelijk onder Hos. 14:5, 14:6, alwaar hem, Hos. 14:5, staat, en wie het is, in vers 6 verklaard wordt, namelijk Israël. Vergelijk ook boven vers 5, 13:6, zo elders]. Jerobeam, die met zijn vorsten de tijd van twee en twintig jaren, die hij geregeerd heeft, [1 Kon. 14:20] de gruwelijke afgoderij met alle handelingen en geweld gedreven, gevorderd heeft, waardoor niet alleen Efraïm zelf [gelijk boven vers 1] gestorven is, maar ook geheel Israël met hem, door zijn Baäls- en kalvendienst, en ook allerlei andere daaraan klevende goddeloosheid, in de dood en het verderf gestort heeft; zie 1 Kon. 14:15, 14:16, en 1 Kon. 15:30, en 2 Kon. 17:21, 17:22, enz., dat niet anders kon uitvallen. Want bij de waren God alleen [gelijk hier en boven vers 4 beduid wordt] is alle heil en hulp te zoeken en te vinden, die zij verlatende en elders heil en hulp zoekende, samen bedorven en verloren zijn. Anders: Het is uw verderf, of het heeft u bedorven, o Israël, dat u tegen mij, tegen uw hulp, [gerebelleerd hebt]; welke overzetting [die hier verscheiden valt, in een goede zin] ook eenvoudig en onstraffelijk is. Hosea 13:2: En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die allemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen. Hosea 13:6: Daarna zijn zij, naardat hun weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. Hosea 13:10: Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar u van zeide: Geef mij een koning en vorsten? Hosea 14:5: Ik zal hun afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd. Hosea 14:6: Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de Libanon. Hosea 14:5: Ik zal hun afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd. Hosea 13:6: Daarna zijn zij, naardat hun weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. Hosea 13:5: Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land. Hosea 13:6: Daarna zijn zij, naardat hun weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten. 1 Koningen 14:20: De dagen nu, die Jerobeam heeft geregeerd, zijn twee en twintig jaren; en hij ontsliep met zijn vaderen, en Nadab, zijn zoon, regeerde in zijn plaats. Hosea 13:1: Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan de Baäl en is gestorven. 1 Koningen 14:15: JAHWEH zal ook Israël slaan, gelijk een riet in het water omgedreven wordt, en zal Israël uitrukken uit dit goede land, dat Hij hun vaderen gegeven heeft, en zal hen verstrooien op gene zijde van de rivier; daarom dat zij hun bossen gemaakt hebben, JAHWEH tot toorn verwekkende. 1 Koningen 14:16: En Hij zal Israël overgeven, om Jerobeams zonden wil, die gezondigd heeft, en die Israël heeft doen zondigen. 1 Koningen 15:30: Om de zonden van Jerobeam, die zondigde, en die Israël zondigen deed, en om zijn terging, waarmee hij JAHWEH, de God van Israël, getergd had. 2 Koningen 17:21: Want Hij scheurde Israël van het huis van David af, en zij maakten Jerobeam, de zoon van Nebat, koning; en Jerobeam dreef Israël af van achter JAHWEH, en hij deed ze een grote zonde zondigen. 2 Koningen 17:22: Zo wandelden de kinderen van Israël in alle zonden van Jerobeam die hij gedaan had; zij weken daarvan niet af; Hosea 13:4: Ik ben toch JAHWEH, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt u geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En ziet in uwe Baäls, gouden kalven, koningen, vorsten, helden, vastigheden, verbonden, overvloed en rijkdom, enz., waarin gij, naar Efraïms voorbeeld en raad, uw heil gesteld hebt.",
          "text1637": "Ende niet in uwe Baals, goudene kalveren, Coningen, Vorsten, Helden, Vasticheden, Verbonden, Overvloet ende Rijckdom, etc. daer in ghy, nae Ephraims exempel ende raet, u heyl gestelt hebt.",
          "text2026": "En ziet in uw Baäls, gouden kalven, koningen, vorsten, helden, vastigheden, verbonden, overvloed en rijkdom, enz., waarin u, naar Efraïms voorbeeld en raad, uw heil gesteld hebt."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 is uw hulp: Hebreeuws eigenlijk, in mij, in uwe hulp. Van zulke overtolligheid van de Hebreeuwse letter Beth, zie Ps. 54:6. Of aldus: Maar in mij is [dat] tot uwe hulp [dient of strekken kan]. Psalmen 54:6: Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.",
          "text1637": "Hebr. eygentl. in my. in uwe hulpe, van sulcke overtollicheyt van de Hebr. letter Beth, Siet Psal. 54. op vers 6. ofte aldus, maer in my is [dat] tot uwe hulpe [dient ofte strecken kan].",
          "text2026": "30 is uw hulp: Hebreeuws eigenlijk, in mij, in uw hulp. Van zulke overtolligheid van de Hebreeuwse letter Beth, zie Ps. 54:6. Of aldus: Maar in mij is [dat] tot uw hulp [dient of strekken kan]. Psalmen 54:6: Ziet, God is mij een Helper; de Heer is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִֽׁחֶתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H7843",
          "morph": "HVpp3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בִ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/עֶזְרֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H5828",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Het heeft u bedorven, o Israël! want in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> is uw hulp.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Het heeft u bedorven, o Israël! want in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> is uw hulp.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Het heeft u bedorven, ô Israël, want in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> my, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> is uwe hulpe.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "bedorven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7843"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שִֽׁחֶתְ/ךָ֥"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:9",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׂרָאֵ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:9",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּֽי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:9",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hulp",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5828"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְ/עֶזְרֶֽ/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:9",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?",
      "text1637": "[32] Waer is uw’ [33] Coninck [34] nu? dat hy u behoude in alle uwe steden: ende uwe [35] Richters, daer ghy van [36] seydet; Geeft my eenen Coninck ende Vorsten?",
      "text2026": "Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar u van zei: Geef mij een koning en vorsten?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 Waar is uw: Zie van het Hebreeuwse woord, vers 14. Hosea 13:14: Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,",
          "text1637": "",
          "text2026": "31 Waar is uw: Zie van het Hebreeuwse woord, vers 14. Hosea 13:14: Maar Ik zal hen van het geweld van het dodenrijk verlossen, Ik zal ze vrijmaken van de dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? dodenrijk! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,"
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Op wien gij u verlaten hebt, menende dat hij u genoeg behouden zou. Alzo bespot de Heere hun ijdel vertrouwen, sprekende van het toekomende alsof het tegenwoordig ware. Vergelijk boven Hos. 10:3. Hosea 10:3: Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?",
          "text1637": "Siet van’t Hebr. woordeken, op vers 14.",
          "text2026": "Op wie u u verlaten hebt, menende dat hij u genoeg behouden zou. Zo bespot de Heer hun ijdel vertrouwen, sprekende van het toekomende alsof het tegenwoordig ware. Vergelijk boven Hos. 10:3. Hosea 10:3: Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben JAHWEH niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?"
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aldus wordt het Hebreeuwse woord Epho ook gebruikt voor nu, of dan, tot aanvulling van ene rede, Job 9:24, en Job 17:15, en Job 19:6; Jes. 19:12, en Jes. 22:1. Anders: Ik zal, of zou uw koning zijn, waar is [een ander?] dat hij u, enz., of die u behoude, enz., of Ik zal er zijn, [maar] waar is uw koning, enz. Alsof God zeide: Ik ben en blijf eeuwiglijk dezelfde, [zie Exod. 3:14], waarom gij bij mij uwe hulp en heil behoordet gezocht te hebben; maar gij hebt vertrouwd op uwen koning, die nu nergens voorhanden is. Vergelijk boven Hos. 10:15. Job 9:24: De aarde wordt gegeven in de hand des goddelozen; Hij overdekt het aangezicht harer rechteren; zo niet, wie is Hij dan? Job 17:15: Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen? Job 19:6: Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld. Jesaja 19:12: Waar zijn nu uw wijzen? Dat zij u nu te kennen geven of vernemen, wat de HEERE der heirscharen beraadslaagd heeft tegen Egypte. Jesaja 22:1: De last van het dal des gezichts. Wat is u nu, dat gij altegader op de daken klimt? Exodus 3:14: En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden! Hosea 10:15: Alzo heeft Beth-el ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israëls koning is in den dageraad ten enenmale uitgeroeid.",
          "text1637": "Op welcken ghy u verlaten hebt, meynende dat hy u genoech behouden soude. Alsoo bespott de Heere haer ydel vertrouwen, sprekende van het toekomende, als of het tegenwoordich ware. Vergel. bov. 10.3.",
          "text2026": "Aldus wordt het Hebreeuwse woord Epho ook gebruikt voor nu, of dan, tot aanvulling van een rede, Job 9:24, en Job 17:15, en Job 19:6; Jes. 19:12, en Jes. 22:1. Anders: Ik zal, of zou uw koning zijn, waar is [een ander?] dat hij u, enz., of die u behoude, enz., of Ik zal er zijn, [maar] waar is uw koning, enz. Alsof God zei: Ik ben en blijf eeuwig dezelfde, [zie Ex. 3:14], waarom u bij mij uw hulp en heil behoorde gezocht te hebben; maar u hebt vertrouwd op uw koning, die nu nergens voorhanden is. Vergelijk boven Hos. 10:15. Job 9:24: De aarde wordt gegeven in de hand van de goddelozen; Hij overdekt het aangezicht haar rechteren; zo niet, wie is Hij dan? Job 17:15: Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen? Job 19:6: Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld. Jesaja 19:12: Waar zijn nu uw wijzen? Dat zij u nu te kennen geven of vernemen, wat JAHWEH van de legermachten beraadslaagd heeft tegen Egypte. Jesaja 22:1: De last van het dal van het gezicht. Wat is u nu, dat u altegader op de daken klimt? Exodus 3:14: En God zei tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die IK ZIJN ZAL! Ook zei Hij: Zo zult u tot de kinderen van Israël zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot u gezonden! Hosea 10:15: Zo heeft Beth-el u gedaan, vanwege de boosheid uw boosheid; Israëls koning is in de dageraad ten enenmale uitgeroeid."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, regenten, die den koning zouden bijstaan om u te beschermen.",
          "text1637": "Aldus wort het Hebr. woordeken Epho oock gebruyckt voor nu, ofte, dan, tot vervullinge eens redens, Iob 9.24. ende 17.15. ende 19.6. Iesa. 19.1, 2. ende 22. And. ick sal, ofte, soude u Coninck zijn, waer is [een ander]? Dat hy u, etc. ofte, die u behoude, etc. ofte: Ick salder zijn, [maer] waer is u Coninck, etc. als of Godt seyde: Ick ben ende blijve eeuwichlick deselve (siet Exod. 3.14.) daerom ghy by my uwe hulpe ende heyl behoordet gesocht te hebben: maer ghy hebt vertrouwt op uwen Coninck, die nu nergens voor handen is. Vergel. bov. 10.15.",
          "text2026": "Dat is, regenten, die de koning zouden bijstaan om u te beschermen."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ten tijde van den profeet Samuël. Zie 1 Sam. 8:5; ten ware dat die van Efraïm dergelijke woorden, volgens hunne trotsheid, mochten hebben gebruikt ten tijde van Rehabeam, als zij zich van Juda afscheurden en een eigen koning over de tien stammen maakten, hetwelk God door zijn verborgen raad alzo geschikt heeft, en verklaard dat Hij het gedaan heeft [1 Kon. 11:31, 11:35], hoewel de schuld van het volk daarom niet te minder is geweest. 1 Samuël 8:5: En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 1 Koningen 11:31: En hij zeide tot Jerobeam: Neem u tien stukken; want alzo zegt de HEERE, de God Israëls: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Salomo scheuren, en u tien stammen geven. 1 Koningen 11:35: Maar uit de hand zijns zoons zal Ik het koninkrijk nemen; en Ik zal u daarvan tien stammen geven.",
          "text1637": "D. Regenten, die den Coninck bystaen souden om u te beschermen.",
          "text2026": "Ten tijde van de profeet Samuël. Zie 1 Sam. 8:5; tenzij die van Efraïm dergelijke woorden, volgens hun trotsheid, mochten hebben gebruikt ten tijde van Rehabeam, als zij zich van Juda afscheurden en een eigen koning over de tien stammen maakten, dat God door zijn verborgen raad zo geschikt heeft, en verklaard dat Hij het gedaan heeft [1 Kon. 11:31, 11:35], hoewel de schuld van het volk daarom niet te minder is geweest. 1 Samuël 8:5: En zij zeiden tot hem: Zie, u bent oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 1 Koningen 11:31: En hij zei tot Jerobeam: Neem u tien stukken; want zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Salomo scheuren, en u tien stammen geven. 1 Koningen 11:35: Maar uit de hand zijns zoons zal Ik het koninkrijk nemen; en Ik zal u daarvan tien stammen geven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱהִ֤י",
          "strongs": "H165",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "מַלְכְּ/ךָ֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵפ֔וֹא",
          "strongs": "H645",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/יוֹשִֽׁיעֲ/ךָ֖",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhi3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עָרֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֹׁ֣פְטֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HC/Vqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֔רְתָּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְּנָ/ה",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לִּ֖/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׂרִֽים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Waar is uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> koning<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> richters, waar u van zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Geef mij een koning en vorsten?</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Waar is uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> koning<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Waer is uw’ <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Coninck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> nu? dat hy u behoude in alle uwe steden: ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Richters, daer ghy van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> seydet; Geeft my eenen Coninck ende Vorsten?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zeidet:",
          "new": "zei:",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Waar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H165"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱהִ֤י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "koning",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַלְכְּ/ךָ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "nu",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H645"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵפ֔וֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "behoude",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3467"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יוֹשִֽׁיעֲ/ךָ֖"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "al",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3605"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/כָל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "steden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5892"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָרֶ֑י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "richters",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8199"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/שֹׁ֣פְטֶ֔י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "waar",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H834"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲשֶׁ֣ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zei",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H559"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָמַ֔רְתָּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Geef",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תְּנָ/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "koning",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H4428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֶ֥לֶךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vorsten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8269"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/שָׂרִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:10",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.",
      "text1637": "Ick gaf u eenen [f] [37] Coninck in mijnen [38] toorn, ende nam [39] [hem] wech in mijne verbolgentheyt.",
      "text2026": "Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Saul. Sommigen duiden het op den eersten koning der tien stammen, Jerobeam, die uit Efraïm was en Israël bedorven heeft, gelijk boven is aangetekend.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Saul. Sommigen duiden het op de eerste koning van de tien stammen, Jerobeam, die uit Efraïm was en Israël bedorven heeft, gelijk boven is aangetekend."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Sam. 8:7, 8:8; 1 Kon. 11:33; boven Hos. 8:4. 1 Samuël 8:7: Doch de HEERE zeide tot Samuël: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. 1 Samuël 8:8: Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook. 1 Koningen 11:33: Daarom dat zij Mij verlaten, en zich nedergebogen hebben voor Astoreth, den god der Sidoniërs, Kamos, den god der Moabieten, en Milchom, den god der kinderen Ammons; en niet gewandeld hebben in Mijn wegen, om te doen wat recht is in Mijn ogen, te weten Mijn inzettingen en Mijn rechten; gelijk zijn vader David. Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.",
          "text1637": "Saul: sommige duyden ’t op den eersten Coninck der 10 stammen Ierobeam, die uyt Ephraim was, ende Israel bedorven heeft, als boven is aengeteeckent.",
          "text2026": "Zie 1 Sam. 8:7, 8:8; 1 Kon. 11:33; boven Hos. 8:4. 1 Samuël 8:7: Maar JAHWEH zei tot Samuël: Hoor naar de stem van het volk in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. 1 Samuël 8:8: Naar de werken, die zij gedaan hebben, van die dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op deze dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; zo doen zij u ook. 1 Koningen 11:33: Daarom zij Mij verlaten, en zich nedergebogen hebben voor Astoreth, de god van de Sidoniërs, Kamos, de god van de Moabieten, en Milchom, de god van de kinderen Ammons; en niet gewandeld hebben in Mijn wegen, om te doen wat recht is in Mijn ogen, te weten Mijn inzettingen en Mijn rechte; gelijk zijn vader David. Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 hem weg in Mijn verbolgenheid: Saul; zie 1 Sam. 15:23, en 1 Sam. 16:1, en 1 Sam. 31:4, 31:6. Sommigen zetten het over:Ik zal [hem] wegnemen, enz., duidende dit op den laatsten koning der tien stammen, Hosea, die van Salmanasser is overheerd, en in welken het koninkrijk van Israël een einde heeft genomen, 2 Kon. 17. Vergelijk boven Hos. 10:3, 10:7, 10:15. Anderen verstaan het in het algemeen van de koningen der tien stammen, met welken God hier te doen heeft, [vergelijk boven Hos. 7:16, en Hos. 8:4], en zetten het over: Ik geef een koning, enz. en neem [hem] enz. 1 Samuël 15:23: Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn. 1 Samuël 16:1: Toen zeide de HEERE tot Samuël: Hoe lang draagt gij leed om Saul, dien Ik toch verworpen heb, dat hij geen koning zij over Israël? Vul uw hoorn met olie, en ga heen; Ik zal u zenden tot Isaï, den Bethlehemiet; want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien. 1 Samuël 31:4: Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit, en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en mij doorsteken, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin. 1 Samuël 31:6: Alzo stierf Saul, en zijn drie zonen, en zijn wapendrager, ook al zijn mannen, te dienzelven dage te gelijk. Hosea 10:3: Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen? Hosea 10:7: De koning van Samaria is afgehouwen, als schuim op het water. Hosea 10:15: Alzo heeft Beth-el ulieden gedaan, vanwege de boosheid uwer boosheid; Israëls koning is in den dageraad ten enenmale uitgeroeid. Hosea 7:16: Zij keren zich, maar niet tot den Allerhoogste, zij zijn als een bedriegelijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de gramschap hunner tong; dit is hunlieder bespotting in Egypteland. Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.",
          "text1637": "Siet 1.Sam. 8, 7, 8. ende 1.Reg. 11.33. bov. 8.4.",
          "text2026": "38 hem weg in Mijn toorn: Saul; zie 1 Sam. 15:23, en 1 Sam. 16:1, en 1 Sam. 31:4, 31:6. Sommigen zetten het over:Ik zal [hem] wegnemen, enz., duidende dit op de laatsten koning van de tien stammen, Hosea, die van Salmanasser is overheerd, en in welke het koninkrijk van Israël een einde heeft genomen, 2 Kon. 17. Vergelijk boven Hos. 10:3, 10:7, 10:15. Anderen verstaan het in het algemeen van de koningen van de tien stammen, met welke God hier te doen heeft, [vergelijk boven Hos. 7:16, en Hos. 8:4], en zetten het over: Ik geef een koning, enz. en neem [hem] enz. 1 Samuël 15:23: Want opstandigheid is een zonde van de toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat u van JAHWEH woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat u geen koning zult zijn. 1 Samuël 16:1: Toen zei JAHWEH tot Samuël: Hoe lang draagt u leed om Saul, die Ik toch verworpen heb, dat hij geen koning zij over Israël? Vul uw hoorn met olie, en ga heen; Ik zal u zenden tot Isaï, de Bethlehemiet; want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien. 1 Samuël 31:4: Toen zei Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit, en doorsteek mij daarmee, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en mij doorsteken, en met mij de spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin. 1 Samuël 31:6: Zo stierf Saul, en zijn drie zonen, en zijn wapendrager, ook al zijn mannen, te dienzelven dage te gelijk. Hosea 10:3: Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben JAHWEH niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen? Hosea 10:7: De koning van Samaria is afgehouwen, als schuim op het water. Hosea 10:15: Zo heeft Beth-el u gedaan, vanwege de boosheid uw boosheid; Israëls koning is in de dageraad ten enenmale uitgeroeid. Hosea 7:16: Zij keren zich, maar niet tot de Allerhoogste, zij zijn als een bedriegelijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de toorn hun tong; dit is hun bespotting in Egypteland. Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Sam. 8:5; 1 Sam. 15:23; 1 Sam. 16:1. 1 Samuël 8:5: En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 1 Samuël 15:23: Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat gij des HEEREN woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat gij geen koning zult zijn. 1 Samuël 16:1: Toen zeide de HEERE tot Samuël: Hoe lang draagt gij leed om Saul, dien Ik toch verworpen heb, dat hij geen koning zij over Israël? Vul uw hoorn met olie, en ga heen; Ik zal u zenden tot Isaï, den Bethlehemiet; want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien.",
          "text1637": "1.Sam. 8.5. ende 15.23. ende 16.1.",
          "text2026": "1 Sam. 8:5; 1 Sam. 15:23; 1 Sam. 16:1. 1 Samuël 8:5: En zij zeiden tot hem: Zie, u bent oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 1 Samuël 15:23: Want opstandigheid is een zonde van de toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat u van JAHWEH woord verworpen hebt, zo heeft Hij u verworpen, dat u geen koning zult zijn. 1 Samuël 16:1: Toen zei JAHWEH tot Samuël: Hoe lang draagt u leed om Saul, die Ik toch verworpen heb, dat hij geen koning zij over Israël? Vul uw hoorn met olie, en ga heen; Ik zal u zenden tot Isaï, de Bethlehemiet; want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶֽתֶּן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֥",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֨לֶךְ֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַפִּ֔/י",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶקַּ֖ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֶבְרָתִֽ/י",
          "strongs": "H5678",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik gaf u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> koning in Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik gaf u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> koning in Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.",
      "text1637_html": "Ick gaf u eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Coninck in mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> toorn, ende nam <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> [hem] wech in mijne verbolgentheyt.",
      "phraseDiff": [],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "gaf",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5414"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶֽתֶּן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:11",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "koning",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֶ֨לֶךְ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:11",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "toorn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H639"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/אַפִּ֔/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:11",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "nam",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3947"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/אֶקַּ֖ח"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:11",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verbolgenheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5678"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/עֶבְרָתִֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:11",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Efraïms ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.",
      "text1637": "[40] Ephraims ongerechticheyt is [41] t’samen-gebonden, sijne sonde is opgeleyt.",
      "text2026": "Efraïms ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 Efraïms ongerechtigheid: Waarvan boven vers 9, enz. Hosea 13:9: Het heeft u bedorven, o Israël! want in Mij is uw hulp.",
          "text1637": "",
          "text2026": "39 Efraïms ongerechtigheid: Waarvan boven vers 9, enz. Hosea 13:9: Het heeft u bedorven, o Israël! want in Mij is uw hulp."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als in een bundel of zak geknoopt, verzegeld en [om zo te spreken] in Gods griffie of schatkamer opgelegd, om te zijner tijd te voorschijn gehaald, ontdekt, geoordeeld en gestraft te worden. Vergelijk Job 14:17; Klaagl. 1:14; Deut. 32:34, en zie de aantekening aldaar. Job 14:17: Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld, en Gij pakt mijn ongerechtigheid opeen. Klaagliederen 1:14: Nun. Het juk mijner overtredingen is aangebonden door Zijn hand, zij zijn samengevlochten, zij zijn op mijn hals geklommen; Hij heeft mijn kracht doen vervallen; de HEERE heeft mij in hun handen gegeven, ik kan niet opstaan. Deuteronomium 32:34: Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?",
          "text1637": "Waer van bov. op vers 9, etc.",
          "text2026": "Als in een bundel of zak geknoopt, verzegeld en [om zo te spreken] in Gods griffie of schatkamer opgelegd, om op zijn tijd te voorschijn gehaald, ontdekt, geoordeeld en gestraft te worden. Vergelijk Job 14:17; Klaagl. 1:14; Deut. 32:34, en zie de aantekening daar. Job 14:17: Mijn overtreding is in een bundeltje verzegeld, en U pakt mijn ongerechtigheid opeen. Klaagliederen 1:14: Nun. Het juk mijner overtredingen is aangebonden door Zijn hand, zij zijn samengevlochten, zij zijn op mijn hals geklommen; Hij heeft mijn kracht doen vervallen; JAHWEH heeft mij in hun handen gegeven, ik kan niet opstaan. Deuteronomium 32:34: Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "צָרוּר֙",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺ֣ן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרָ֔יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְפוּנָ֖ה",
          "strongs": "H6845",
          "morph": "HVqsfsa"
        },
        {
          "woord": "חַטָּאתֽ/וֹ",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Efraïms ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Efraïms ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Ephraims ongerechticheyt is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> t’samen-gebonde<i>n</i>, sijne sonde is opgeleyt.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "samengebonden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6887"
          ],
          "bronwoorden": [
            "צָרוּר֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:12",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ongerechtigheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5771"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֲוֺ֣ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:12",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Efraïms",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְרָ֔יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:12",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opgelegd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6845"
          ],
          "bronwoorden": [
            "צְפוּנָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:12",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zonde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2403"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חַטָּאתֽ/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:12",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Smarten ener barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.",
      "text1637": "[42] Smerten eener barender [vrouwe] sullen hem aenkomen: hy is een onwijs [43] kint; [44] want [anders] en soude hy geenen tijt in de kinder-geboorte blijven staen.",
      "text2026": "Smarten van een barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 Smarten ener barende vrouw: Dat is, zeer grote nood en bangheid, gelijk elders dikwijls.",
          "text1637": "",
          "text2026": "41 Smarten van een barende vrouw: Dat is, zeer grote nood en bangheid, gelijk elders dikwijls."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, als een zeer onvernuftig, of verkeerd, misstaltig kind, dat tot de geboorte niet arbeidt, en zichzelven [om zo te spreken] in den weg is.",
          "text1637": "D. seer groote noot ende bangicheyt, als elders dickwijls.",
          "text2026": "Dat is, als een zeer onvernuftig, of verkeerd, misstaltig kind, dat tot de geboorte niet arbeidt, en zichzelven [om zo te spreken] in de weg is."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 want anders: Of aldus: want hij staat niet tijdig of ter rechter tijd, in de voortbreking der kinderen, dat is, baarmoeder, of arbeid tot de geboorte. Vergelijk 2 Kon. 19:3, en zie de aantekening aldaar. Sommigen verstaan het van den stoel, waar de barende vrouw op zit. De zin is, dat Efraïm, inplaats dat hij intijds zijn nakend verderf door boetvaardigheid zou voorkomen, blijft, tegen alle vermaningen, waarschuwingen en dreigementen, in zijne boosheid en onboetvaardigheid steken, gelijk een kind in de geboorte, dat zichzelf en zijne moeder om hals brengt, daar toch de kleinste onvernuftige creaturen het gevaar in dezen door natuurlijk ingeven weten te ontgaan. 2 Koningen 19:3: En zij zeiden tot hem: Alzo zegt Hizkia: Deze dag is een dag der benauwdheid, en der schelding, en der lastering; want de kinderen zijn gekomen tot aan de geboorte, en er is geen kracht om te baren.",
          "text1637": "D. als een seer onvernuftich, of verkeert, misstaltich kint, dat tot de geboorte niet en arbeyt, ende sich selven (om soo te spreken) in den wech is.",
          "text2026": "43 want anders: Of aldus: want hij staat niet tijdig of ter rechter tijd, in de voortbreking van de kinderen, dat is, baarmoeder, of arbeid tot de geboorte. Vergelijk 2 Kon. 19:3, en zie de aantekening daar. Sommigen verstaan het van de stoel, waar de barende vrouw op zit. De zin is, dat Efraïm, inplaats dat hij intijds zijn nakend verderf door boetvaardigheid zou voorkomen, blijft, tegen alle vermaningen, waarschuwingen en dreigementen, in zijn boosheid en onboetvaardigheid steken, gelijk een kind in de geboorte, dat zichzelf en zijn moeder om hals brengt, daar toch de kleinste onvernuftige creaturen het gevaar in deze door natuurlijk ingeven weten te ontgaan. 2 Koningen 19:3: En zij zeiden tot hem: Zo zegt Hizkia: Deze dag is een dag van de benauwdheid, en van de schelding, en van de lastering; want de kinderen zijn gekomen tot aan de geboorte, en er is geen kracht om te baren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חֶבְלֵ֥י",
          "strongs": "H2256",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יֽוֹלֵדָ֖ה",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "יָבֹ֣אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵן֙",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חָכָ֔ם",
          "strongs": "H2450",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֵ֥ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יַעֲמֹ֖ד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִשְׁבַּ֥ר",
          "strongs": "H4866",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּנִֽים",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Smarten van een barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Smarten ener barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Smerten eener barender [vrouwe] sullen hem aenkomen: hy is een onwijs <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> kint; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> want [anders] en soude hy geenen tijt in de kinder-geboorte blijven staen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ener",
          "new": "van een",
          "principe": "V735"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Smarten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2256"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֶבְלֵ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "barende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3205"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֽוֹלֵדָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "aankomen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָבֹ֣אוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הוּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kind",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בֵן֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "onwijs",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808",
            "H2450"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֣א",
            "חָכָ֔ם"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              4,
              5
            ]
          },
          "toelichting": "לֹא חָכָם ('niet wijs') is in het Nederlands samengetrokken tot 'onwijs'; dat woord draagt beide grondwoorden (H3808 en H2450)."
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּֽי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tijd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6256"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֵ֥ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹֽא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "staan",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5975"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יַעֲמֹ֖ד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kindergeboorte",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4866",
            "H1121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/מִשְׁבַּ֥ר",
            "בָּנִֽים"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:13",
            "bronindices": [
              12,
              9
            ]
          },
          "toelichting": "מִשְׁבַּר בָּנִים ('doorbraak van kinderen') is in het Nederlands samengetrokken tot 'kindergeboorte'; dat woord draagt beide grondwoorden (H4866 en H1121)."
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,",
      "text1637": "[45] [Doch] ick salse van’t [46] gewelt der helle verlossen, ick salse vry maken van den doot: [g] ô Doot, [47] waer zijn [48] uwe pestilentien? helle, waer is u [49] verderf? [50] berouw sal van mijne oogen verborgen zijn.",
      "text2026": "Maar Ik zal hen van het geweld van het dodenrijk verlossen, Ik zal ze vrijmaken van de dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? dodenrijk! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 Doch Ik zal hen: Hier voegt de Heere wederom tussen in een schone Evangelische genadebelofte, tot troost zijner uitverkorenen en boetvaardigen. Vergelijk boven Hos. 12:10, 12:11 met de aantekening. Alsof de Heere zeide: Des volks ontrouw en langwijlige onboetvaardigheid zal evenwel mijne trouw en de waarheid mijner verbondsbeloften niet beletten, noch breken. Zie Rom. 3:3, en Rom. 11:1, enz. Hosea 12:10: Maar Ik ben de HEERE, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen der samenkomst; Hosea 12:11: En Ik zal spreken tot de profeten, en Ik zal het gezicht vermenigvuldigen; en door den dienst der profeten zal Ik gelijkenissen voorstellen. Romeinen 3:3: Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? Romeinen 11:1: Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.",
          "text1637": "",
          "text2026": "44 Maar Ik zal hen: Hier voegt de Heer opnieuw tussen in een schone Evangelische genadebelofte, tot troost zijn uitverkorenen en boetvaardigen. Vergelijk boven Hos. 12:10, 12:11 met de aantekening. Alsof de Heer zei: Van de volks ontrouw en langwijlige onboetvaardigheid zal evenwel mijn trouw en de waarheid mijner verbondsbeloften niet beletten, noch breken. Zie Rom. 3:3, en Rom. 11:1, enz. Hosea 12:10: Maar Ik ben JAHWEH, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen van de samenkomst; Hosea 12:11: En Ik zal spreken tot de profeten, en Ik zal het gezicht vermenigvuldigen; en door de dienst van de profeten zal Ik gelijkenissen voorstellen. Romeinen 3:3: Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? Romeinen 11:1: Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad van Abraham, van de stam Benjamin."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 geweld der hel verlossen: Hebreeuws, van de hand der hel; dat is, van het graf. Zie Job 5:20; Ps. 49:16. De zin is: Ik zal mijn uitverkoren Israël door den Messias Jezus Christus, verlossen van al hun geestelijke vijanden en uit den dood, die het geweld over hen had door de zonde, doen opstaan tot de heerlijkheid van het eeuwige leven. Zie 1 Kor. 15:54, 15:55. Job 5:20: In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards. Psalmen 49:16: Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela. 1 Korinthiërs 15:54: En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. 1 Korinthiërs 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?",
          "text1637": "Hier voecht de Heere wederom tusschen in, een schoone Euangelische genaden-belofte, tot troost sijner uytverkorenen ende boetveerdigen. Vergel. bov. 12.10, 11. met d’aenteeck. als of de Heere seyde: des volcks ontrouwe ende lanckwijlige onboetveerdicheyt, en sal evenwel mijne trouwe, ende de waerheyt mijner verbonts-beloften niet beletten, noch breken. siet Rom. 3.3. ende 11.1, etc.",
          "text2026": "45 geweld van het dodenrijk verlossen: Hebreeuws, van de hand van het dodenrijk (יַּד); dat is, van het graf. Zie Job 5:20; Ps. 49:16. De zin is: Ik zal mijn uitverkoren Israël door de Messias Jezus Christus, verlossen van al hun geestelijke vijanden en uit de dood, die het geweld over hen had door de zonde, doen opstaan tot de heerlijkheid van het eeuwige leven. Zie 1 Kor. 15:54, 15:55. Job 5:20: In de honger zal Hij u verlossen van de dood, en in de oorlog van het geweld van het zwaard. Psalmen 49:16: Maar God zal mijn ziel van het geweld van het graf verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela. 1 Korinthiërs 15:54: En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord gebeuren, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. 1 Korinthiërs 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Dodenrijk, waar is uw overwinning?"
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 waar zijn: Nergens [wil God zeggen]; zij zijn nergens te vinden, als zijnde ten enenmale vernield. Met deze aanspraak bespot God den dood en het graf, als triomferende over hunne nederlaag [vergelijk Jes. 25:8]. Het Hebreeuwse woord is hier tweemaal [gelijk ook boven vers 10] overgezet, waar? uit 1 Kor. 15:55, alwaar de apostel deze plaats alzo aantrekt en verklaart, gelijk de Griekse overzetters [en de Chaldeeuwse ook, vers 10] hadden gedaan, en sommigen der Hebreën zelf voor goed kennen. Anderen ook wel aldus: Dood, Ik zal uwe pestilentie zijn, graf, Ik zal uw verderf zijn. Jesaja 25:8: Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken. Hosea 13:10: Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten? 1 Korinthiërs 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? Hosea 13:10: Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?",
          "text1637": "Hebr. van de hant der helle. D. des grafs. Siet Iob 5. op vers 20. Psal. 49. op vers 16. de sin is, ick sal mijn uytverkoren Israel door den Messiam, Iesum Christum, verlossen van alle hare geestelicke vyanden, ende uyt den doot, die ’t gewelt over haer hadde door de sonde, doen opstaen tot de heerlickheyt des eeuwigen levens. Siet 1.Cor. 15.54, 55.",
          "text2026": "46 waar zijn: Nergens [wil God zeggen]; zij zijn nergens te vinden, als zijnde ten enenmale vernield. Met deze aanspraak bespot God de dood en het graf, als triomferende over hun nederlaag [vergelijk Jes. 25:8]. Het Hebreeuwse woord is hier tweemaal [gelijk ook boven vers 10] overgezet, waar? uit 1 Kor. 15:55, alwaar de apostel deze plaats zo aantrekt en verklaart, gelijk de Griekse overzetters [en de Chaldeeuwse ook, vers 10] hadden gedaan, en sommigen van de Hebreën zelf voor goed kennen. Anderen ook wel aldus: Dood, Ik zal uw pestilentie zijn, graf, Ik zal uw verderf zijn. Jesaja 25:8: Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heer JAHWEH zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid van Zijn volk van de gehele aarde wegnemen; want JAHWEH heeft het gesproken. Hosea 13:10: Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar u van zeide: Geef mij een koning en vorsten? 1 Korinthiërs 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Dodenrijk, waar is uw overwinning? Hosea 13:10: Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar u van zeide: Geef mij een koning en vorsten?"
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 uw pestilentiën: Dat is, waar is al uw vergif, of uw sterke pestilentie, waarmede gij over mijn volk heerste? Het veelvoudig getal dient tot vergroting of verzwaring, gelijk elders.",
          "text1637": "Nergens (wil Godt seggen), sy zijn nergens te vinden, als zijnde t’eenemael vernielt. met dese aensprake bespott Godt den doot ende het graf, als triumpherende over hare nederlage (Vergel. Ies. 25.8.) het Hebr. woordeken, is hier tweemael (als oock bov. vers 10.) overgesett, waer? uyt 1.Cor. 15.55. alwaer de Apostel dese plaetse alsoo aentreckt ende verklaert, gelijck de griecksche Oversetters (ende de Chaldeeusche oock vers 10.) hadden gedaen, ende sommige der hebreen selfs voor goet kennen. And. oock wel aldus: Doot, ick sal uwe pestilentien zijn, graf, ick sal u verderf zijn.",
          "text2026": "47 uw pestilentiën: Dat is, waar is al uw vergif, of uw sterke pestilentie, waarmee u over mijn volk heerste? Het veelvoudig getal dient tot vergroting of verzwaring, gelijk elders."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, vernieling, verdelging, afsnijding, afhouwing. Een dergelijk Hebreeuws woord is Deut. 32:24; Ps. 91:6; Jes. 28:2. Deuteronomium 32:24: Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs. Psalmen 91:6: Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op den middag verwoest. Jesaja 28:2: Ziet, de Heere heeft een sterke en machtige, er is gelijk een hagelvloed, een poort des verderfs; gelijk een vloed der sterke wateren; die overvloeien, zal Hij ze ter aarde nederwerpen met de hand.",
          "text1637": "D. waer is al u vergift, ofte, uwe stercke pestilentie, daermede ghy over mijn volck heerschtet? het veelvoudich getal dient tot vergrootinge ofte verswaringe, als elders.",
          "text2026": "Of, vernieling, verdelging, afsnijding, afhouwing. Een dergelijk Hebreeuws woord is Deut. 32:24; Ps. 91:6; Jes. 28:2. Deuteronomium 32:24: Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van de karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden van de beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen van het stof. Psalmen 91:6: Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op de middag verwoest. Jesaja 28:2: Ziet, de Heer heeft een sterke en machtige, er is gelijk een hagelvloed, een poort van het verderf; gelijk een vloed van de sterke wateren; die overvloeien, zal Hij ze ter aarde nederwerpen met de hand."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het zal mij van dit genadebesluit nimmermeer berouwen, Ik zal het zekerlijk volbrengen; wat voor Gods ogen verborgen is, dat is er niet, zo zal er dan geen berouw bij God in dezen zijn.",
          "text1637": "Ofte, vernielinge, verdelginge, afsnijdinge, afhouwinge. een diergelijck Hebr. woort is Deut. 32.24. Psal. 91.6. Iesa. 28.2.",
          "text2026": "Dat is, het zal mij van dit genadebesluit nimmermeer berouwen, Ik zal het zekerlijk volbrengen; wat voor Gods ogen verborgen is, dat is er niet, zo zal er dan geen berouw bij God in deze zijn."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 25:8; 1 Kor. 15:55. Jesaja 25:8: Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken. 1 Korinthiërs 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?",
          "text1637": "Iesa. 25.8. 1.Cor. 15.55.",
          "text2026": "Jes. 25:8; 1 Kor. 15:55. Jesaja 25:8: Hij zal de dood verslinden tot overwinning, en de Heer JAHWEH zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid van Zijn volk van de gehele aarde wegnemen; want JAHWEH heeft het gesproken. 1 Korinthiërs 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Dodenrijk, waar is uw overwinning?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ/יַּ֤ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁאוֹל֙",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶפְדֵּ֔/ם",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/מָּ֖וֶת",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶגְאָלֵ֑/ם",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֱהִ֨י",
          "strongs": "H165",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "דְבָרֶי/ךָ֜",
          "strongs": "H1698",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מָ֗וֶת",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֱהִ֤י",
          "strongs": "H165",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "קָֽטָבְ/ךָ֙",
          "strongs": "H6987",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁא֔וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נֹ֖חַם",
          "strongs": "H5164",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִסָּתֵ֥ר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עֵינָֽ/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Maar Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> zal hen van het geweld van het dodenrijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> verlossen, Ik zal ze vrijmaken van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> de dood: o dood! waar zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> uw pestilentien? dodenrijk! waar is uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Doch Ik zal hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> o dood!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> waar zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> uw pestilentien? hel! waar is uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> [Doch] ick salse van’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gewelt der helle verlossen, ick salse vry maken van den doot: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> ô<i></i> Doot, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> waer zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> uwe pestilentien? helle, waer is u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verderf? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> berouw sal van mijne oogen verborgen zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "der hel",
          "new": "van het dodenrijk",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "hel!",
          "new": "dodenrijk!",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "geweld",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3027"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/יַּ֤ד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dodenrijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7585"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁאוֹל֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verlossen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6299"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְדֵּ֔/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dood",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4194"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/מָּ֖וֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vrijmaken",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1350"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶגְאָלֵ֑/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "waar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H165"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱהִ֨י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "pestilentien",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1698"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דְבָרֶי/ךָ֜"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dood",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H4194"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מָ֗וֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "waar",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H165"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱהִ֤י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verderf",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6987"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָֽטָבְ/ךָ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dodenrijk",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H7585"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁא֔וֹל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Berouw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5164"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נֹ֖חַם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verborgen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5641"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִסָּתֵ֥ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ogen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5869"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵ/עֵינָֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:14",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er zal een oostenwind komen, een wind des HEEREN, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal verdrogen; diezelve zal den schat van alle gewenste huisraad roven.",
      "text1637": "Want [51] hy sal vrucht voortbrengen onder de broederen: [doch] daer sal [52] een [53] Ooste-wint komen, een wint [54] des HEEREN, opkomende [55] uyt de woestijne; ende [56] sijn [57] sprinck-ader sal uytdroogen, ende sijne fonteyne sal verdroogen; [58] die selve sal den schat alles [59] gewenschten [60] huysraets rooven.",
      "text2026": "Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broers; maar er zal een oostenwind komen, een wind van JAHWEH, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal verdrogen; die zal de schat van alle gewenste huisraad roven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 hij zal vrucht voortbrengen: Efraïm, hoe ongezien en ongelooflijk het nu schijnt te zijn, zal nochtans in mijne kerk geplant zijnde, als een goede boom, nog goede vruchten voortbrengen, dat is, boetvaardig en gelovig geworden zijnde, goede werken doen. Zie Matth. 3:8, enz. Deze belofte slaat zeer aardiglijk op de gelijkheid van het Hebreeuwse woord Jafri, dat is, hij zal vrucht dragen, of vruchtbaar maken, en van den naam Efraïm. Hij, [de Messias, Efraïms Verlosser, van wien in het voorgaande gesproken is] Hij zal [hem] [Efraïm] vruchtbaar maken. Verstaande ook wijders het volgende tot aan het einde van dit hoofdstuk van Christus' geweld en macht tegen zijne en zijner kerke voorzeide vijanden. Mattheüs 3:8: Brengt dan vruchten voort, der bekering waardig.",
          "text1637": "",
          "text2026": "50 hij zal vrucht voortbrengen: Efraïm, hoe ongezien en ongelooflijk het nu schijnt te zijn, zal nochtans in mijn kerk geplant zijnde, als een goede boom, nog goede vruchten voortbrengen, dat is, boetvaardig en gelovig geworden zijnde, goede werken doen. Zie Matt. 3:8, enz. Deze belofte slaat zeer aardiglijk op de gelijkheid van het Hebreeuwse woord Jafri, dat is, hij zal vrucht dragen, of vruchtbaar maken, en van de naam Efraïm. Hij, [de Messias, Efraïms Verlosser, van wie in het voorgaande gesproken is] Hij zal [hem] [Efraïm] vruchtbaar maken. Verstaande ook verder het volgende tot aan het einde van dit hoofdstuk van Christus' geweld en macht tegen zijn en zijn kerke voorzeide vijanden. Mattheüs 3:8: Brengt dan vruchten voort, van de bekering waard."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hier keert de profeet weder tot de strafpredikatie. Vergelijk boven Hos. 12:12. Hosea 12:12: Zekerlijk is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel ijdelheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steenhopen op de voren der velden.",
          "text1637": "Ephraim, hoe ongesien ende ongelooflick het nu schijnt te zijn, sal nochtans in mijne kercke geplantet zijnde, als een goede boom, noch goede vruchten voortbrengen, D. boetveerdich ende geloovich geworden zijnde, goede wercken doen. Siet Matth. 3.8, etc. Dese belofte slaet seer aerdichlick op de gelijckheyt des Hebr. woorts Iaphri, D. hy sal vrucht dragen, ofte, vruchtbaer maken, ende des naems Ephraim. Vergel. ond. 14.7, 8, 9. And. want hy, (de Messias, Ephraims verlosser, van welcken in’t voorgaende gesproken is) hy sal [hem] (Ephraim) vruchtbaer maken. verstaende oock wijders het volgende tot aen het eynde deses capittels van Christi gewelt ende macht tegen sijne ende sijner kercken voorseyde vyanden.",
          "text2026": "Hier keert de profeet weer tot de strafpredikatie. Vergelijk boven Hos. 12:12. Hosea 12:12: Zekerlijk is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel ijdelheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steenhopen op de voren van de velden."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 oostenwind komen: Versta, den Assyriër, of de verwoesting, die hij zou aanrichten. Vergelijk Ezech. 19:12, en boven Hos. 4:19, en Hos. 12:2. Ezechiël 19:12: Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, en ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd. Hosea 4:19: Een wind heeft haar gebonden in zijn vleugelen, en zij zullen beschaamd worden vanwege hun offeranden. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt den oostenwind na; den gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.",
          "text1637": "Hier keert de Propheet weder tot de strafpredicatie. Verg. bov. 12.12.",
          "text2026": "52 oostenwind komen: Versta, de Assyriër, of de verwoesting, die hij zou aanrichten. Vergelijk Ez. 19:12, en boven Hos. 4:19, en Hos. 12:2. Ezechiël 19:12: Maar hij werd door grimmigheid uitgerukt, en ter aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd; zijn sterke roeden zijn afgebroken en zijn verdroogd; het vuur heeft ze verteerd. Hosea 4:19: Een wind heeft haar gebonden in zijn vleugelen, en zij zullen beschaamd worden vanwege hun offeranden. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt de oostenwind na; de gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 des HEEREN: Dien de Heere door zijn rechtvaardig oordeel tot Efraïms straf verwekken zal, om hem te verstrooien, totdat hen Christus weder vergadere.",
          "text1637": "Verst. den Assyrier, ofte de verwoestinge die hy soude aenrichten. Vergel bov. 4. op vers 19. ende 12. op vers 2. ende Ezech. 19.12.",
          "text2026": "53 van JAHWEH: Die de Heer door zijn rechtvaardig oordeel tot Efraïms straf verwekken zal, om hem te verstrooien, totdat hen Christus weer vergadere."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 uit de woestijn: En dienvolgens geweldig, onverhinderd en glad doorgaande.",
          "text1637": "Dien de Heere door sijn rechtveerdich oordeel tot Ephraims straffe verwecken sal, om hem te verstroyen, tot dat haer Christus weder vergadere.",
          "text2026": "54 uit de woestijn: En dienvolgens geweldig, onverhinderd en glad doorgaande."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Efraïm, en van de andere stammen, die zijn kwaad voorbeeld navolgden.",
          "text1637": "Ende dien volgens geweldich, onverhindert ende glat doorgaende.",
          "text2026": "Van Efraïm, en van de andere stammen, die zijn kwaad voorbeeld navolgden."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 springader zal uitdrogen: Dat is, van al zijn vermogen en rijkdom, dien hij door Gods zegen heeft, zal hij beroofd worden, gelijk in het volgende verklaard wordt.",
          "text1637": "Ephraims, ende der andere stammen, die sijn quaet exempel navolchden.",
          "text2026": "56 springader zal uitdrogen: Dat is, van al zijn vermogen en rijkdom, die hij door Gods zegen heeft, zal hij beroofd worden, gelijk in het volgende verklaard wordt."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, wind, dat is, de vijand, de Assyriër, die bij dien oostenwind vergeleken is.",
          "text1637": "D. van al sijn vermogen, ende rijckdom, dien hy door Godts segen heeft, sal hy verooft worden, als in’t volgende verklaert wort.",
          "text2026": "Te weten, wind, dat is, de vijand, de Assyriër, die bij die oostenwind vergeleken is."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk Nah. 2:9. Nahum 2:9: Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde des voorraads, der heerlijkheid van allerlei gewenste vaten.",
          "text1637": "T.w. wint. D. de vyant, d’Assyrier, die by dien Oosten-wint vergeleken is.",
          "text2026": "Gelijk Nah. 2:9. Nahum 2:9: Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde van de voorraads, van de heerlijkheid van allerlei gewenste vaten."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "59 huisraad roven: Van het Hebreeuwse woord, zie Lev. 15:4, en Ezech. 16:17. Leviticus 15:4: Alle leger, waarop hij, die den vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn. Ezechiël 16:17: Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.",
          "text1637": "Als Nah. 2.9.",
          "text2026": "59 huisraad roven: Van het Hebreeuwse woord, zie Lev. 15:4, en Ez. 16:17. Leviticus 15:4: Alle leger, waarop hij, die de vloed heeft, zal liggen, zal onrein zijn, en alle tuig, waarop hij zal zitten, zal onrein zijn. Ezechiël 16:17: Daartoe hebt u genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en u hebt u mansbeelden gemaakt, en u hebt met dezelfde gehoereerd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ה֔וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ן",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַחִ֖ים",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יַפְרִ֑יא",
          "strongs": "H6500",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "יָב֣וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "קָדִים֩",
          "strongs": "H6921",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "ר֨וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֜ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּדְבָּ֣ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֹלֶ֗ה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֵב֤וֹשׁ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מְקוֹר/וֹ֙",
          "strongs": "H4726",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֶחֱרַ֣ב",
          "strongs": "H2717",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מַעְיָנ֔/וֹ",
          "strongs": "H4599",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁסֶ֔ה",
          "strongs": "H8154",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹצַ֖ר",
          "strongs": "H214",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כְּלִ֥י",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֶמְדָּֽה",
          "strongs": "H2532",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> hij zal vrucht voortbrengen onder de broers; maar er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> oostenwind komen, een wind<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> van JAHWEH, opkomende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> uit de woestijn; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> verdrogen; die zal de schat van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> alle gewenste huisraad roven.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> oostenwind komen, een wind<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> des HEEREN, opkomende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> uit de woestijn; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> verdrogen; diezelve zal den schat van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> alle gewenste huisraad roven.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> hy sal vrucht voortbrengen onder de broederen: [doch] daer sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Ooste-wint komen, een wint <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> des HEEREN, opkomende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> uyt de woestijne; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> sprinck-ader sal uytdroogen, ende sijne fonteyne sal verdroogen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> die selve sal den schat alles <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> gewenschten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> huysraets rooven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "broederen; doch",
          "new": "broers; maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "diezelve",
          "new": "die",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֔וּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "onder",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H996"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בֵּ֥ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              3
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H1121"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids leest בֵּן als H1121 (בֵּן, 'zoon'); MorphHB tagt het als H996 (בֵּין, 'tussen'), wat past bij het Nederlandse 'onder de broers'. MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "broers",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H251"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַחִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voortbrengen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6500"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יַפְרִ֑יא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "komen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָב֣וֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "oostenwind",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָדִים֩"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wind",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7307"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ר֨וּחַ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֜ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "woestijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4057"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/מִּדְבָּ֣ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opkomende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5927"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֹלֶ֗ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uitdrogen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H954"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יֵב֤וֹשׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              12
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H3001"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids voert H3001 (יָבֵשׁ, 'verdorren'); MorphHB geeft voor וְיֵבוֹשׁ H954 (בּוֹשׁ). MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "springader",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4726"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מְקוֹר/וֹ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verdrogen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2717"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יֶחֱרַ֣ב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "fontein",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4599"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַעְיָנ֔/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "die",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֣וּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "roven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8154"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׁסֶ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              16
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H214"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אוֹצַ֖ר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              17
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "alle",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3605"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָּל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              18
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "huisraad",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3627"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּלִ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              20
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gewenste",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2532"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֶמְדָּֽה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:15",
            "bronindices": [
              19
            ]
          }
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Ephraims aensien ende heerlickheyt sterft ende verdwijnt door afgoderye, vers 1, etc. Afbeeldinge van Godes schricklicken toorn over Ephraims snoode ondanckbaerheyt tegen haren eenigen ende goedigen Heylant, van den eersten aen, 4. d’oorsake van Israels verderf, ende aenstaende nooden, is afgoderye, ydel vertrouwen ende domme onboetveerdicheyt, 9. Euangelische genaden-belofte voor Ephraim, na voorgaende verwoestinge, 14.",
    "text2026": "Efraïms aanzien en heerlijkheid sterft en verdwijnt door afgoderij, vers 1, enz. Afbeelding van Gods verschrikkelijke toorn over Efraïms snode ondankbaarheid tegen hun enige en goedige Heiland, van het eerste af, 4. de oorzaak van Israëls verderf en aanstaande noden is afgoderij, ijdel vertrouwen en domme onboetvaardigheid, 9. Evangelische genadebelofte voor Efraïm, na voorgaande verwoesting, 14."
  }
}
