{
  "number": 14,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Samaria zal woest worden, want zij is wederspannig geweest tegen haar God; zij zullen door het zwaard vallen, hun kinderkens zullen verpletterd, en hun zwangere vrouwen zullen opengesneden worden.",
      "text1637": "[1] SAmaria sal woest worden; want sy is wederspannich geweest tegen haren Godt: [2] sy sullen door’t sweert vallen, hare [3] kinderkens sullen [a] verplettert, ende [4] hare swangere [vrouwen] sullen [5] opgesneden worden.",
      "text2026": "Samaria zal woest worden, want zij is opstandig geweest tegen haar God; zij zullen door het zwaard vallen, hun kinderen zullen verpletterd, en hun zwangere vrouwen zullen opengesneden worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 zal woest worden: Zo de hoofdstad als het omliggende land. Zie 1 Kon. 13:32, en 1 Kon. 16:24. Dit vers behoort nog tot het voorgaande hoofdstuk; zie de vervulling dezer profetie, 2 Kon. 17:5, 17:6, enz. 1 Koningen 13:32: Want de zaak zal gewisselijk geschieden, die hij door het woord des HEEREN uitgeroepen heeft tegen het altaar, dat te Beth-el is, en tegen al de huizen der hoogten, die in de steden van Samaria zijn. 1 Koningen 16:24: En hij kocht den berg Samaria van Semer, voor twee talenten zilvers, en bebouwde den berg; en noemde den naam der stad, die hij bouwde, naar den naam van Semer, den heer des bergs, Samaria. 2 Koningen 17:5: Want de koning van Assyrië toog op in het ganse land; ja, hij kwam op naar Samaria, en hij belegerde haar drie jaren. 2 Koningen 17:6: In het negende jaar van Hosea, nam de koning van Assyrië Samaria in, en voerde Israël weg in Assyrië, en deed ze wonen in Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden der Meden.",
          "text1637": "So de hooft-stadt als het omliggende lant, siet 1.Reg. 13. op vers 22. ende 16. op vers 24. Dit vers gehoort noch tot het voorgaende capittel. Siet de vervullinge deser Prophetye 2.Reg. 17.5, 6, etc.",
          "text2026": "1 zal woest worden: Zo de hoofdstad als het omliggende land. Zie 1 Kon. 13:32, en 1 Kon. 16:24. Dit vers behoort nog tot het voorgaande hoofdstuk; zie de vervulling van deze profetie, 2 Kon. 17:5, 17:6, enz. 1 Koningen 13:32: Want de zaak zal gewisselijk gebeuren, die hij door het woord van JAHWEH uitgeroepen heeft tegen het altaar, dat te Beth-el is, en tegen al de huizen van de hoogten, die in de steden van Samaria zijn. 1 Koningen 16:24: En hij kocht de berg Samaria van Semer, voor twee talenten zilvers, en bebouwde de berg; en noemde de naam van de stad, die hij bouwde, naar de naam van Semer, de heer van de berg, Samaria. 2 Koningen 17:5: Want de koning van Assyrië toog op in het gehele land; ja, hij kwam op naar Samaria, en hij belegerde haar drie jaren. 2 Koningen 17:6: In het negende jaar van Hosea, nam de koning van Assyrië Samaria in, en voerde Israël weg in Assyrië, en deed ze wonen in Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden van de Meden."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 zij zullen door het zwaard vallen: De inwoners.",
          "text1637": "D’inwoonders.",
          "text2026": "2 zij zullen door het zwaard vallen: De inwoners."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van het Hebr. woord Ps. 8:3. Psalmen 8:3: Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.",
          "text1637": "Siet van ’t Hebr. woort Psal. 8. op vers 3.",
          "text2026": "Zie van het Hebr. woord Ps. 8:3. Psalmen 8:3: Uit de mond van de kinderen en van de zuigelingen hebt U sterkte gegrondvest, vanwege Uw tegenpartijen, om de vijand en wraakgierige te doen ophouden."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 hun zwangere vrouwen: Van Samaria.",
          "text1637": "Van Samaria.",
          "text2026": "4 hun zwangere vrouwen: Van Samaria."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 opengesneden worden: Verg. Hos. 13:8. Hosea 13:8: Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurde hen.",
          "text1637": "Vergel. bov. 13.8.",
          "text2026": "5 opengesneden worden: Verg. Hos. 13:8. Hosea 13:8: Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze daar als een oude leeuw; het wild gedierte van het veld verscheurde hen."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 10:14. Hosea 10:14: Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord worden, gelijk Salman Beth-arbel verstoorde ten dage des krijgs; de moeder werd verpletterd met de zonen.",
          "text1637": "Hos. 10.14.",
          "text2026": "Hosea 10:14. Hosea 10:14: Daarom zal er een groot gedruis ontstaan onder uw volken, en al uw vestingen zullen verstoord worden, gelijk Salman Beth-arbel verstoorde op de dag van de krijgs; de moeder werd verpletterd met de zonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תֶּאְשַׁם֙",
          "strongs": "H816",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "שֹֽׁמְר֔וֹן",
          "strongs": "H8111",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מָרְתָ֖ה",
          "strongs": "H4784",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "בֵּֽ/אלֹהֶ֑י/הָ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֶ֣רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפֹּ֔לוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עֹלְלֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H5768",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְרֻטָּ֔שׁוּ",
          "strongs": "H7376",
          "morph": "HVPi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָרִיּוֹתָ֖י/ו",
          "strongs": "H2030",
          "morph": "HC/Aafpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְבֻקָּֽעוּ",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HVPi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Samaria zal woest worden, want zij is opstandig geweest tegen haar God;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zij zullen door het zwaard vallen, hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kinderen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> verpletterd, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hun zwangere vrouwen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zullen opengesneden worden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Samaria zal woest worden, want zij is wederspannig geweest tegen haar God;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zij zullen door het zwaard vallen, hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kinderkens zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> verpletterd, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hun zwangere vrouwen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zullen opengesneden worden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> SAmaria sal woest worden; want sy is wederspannich geweest tegen haren Godt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> sy sullen door’t sweert vallen, hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kinderkens sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> verplettert, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hare swangere [vrouwen] sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> opgesneden worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederspannig",
          "new": "opstandig",
          "principe": "V455"
        },
        {
          "old": "kinderkens",
          "new": "kinderen",
          "principe": "V62"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "woest",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H816"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תֶּאְשַׁם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              1
            ]
          },
          "toelichting": "תֶּאְשַׁם (H816) betekent 'schuldig zijn, boeten'; het Nederlands geeft het weer met 'zal woest worden'."
        },
        {
          "tekst": "Samaria",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8111"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֹֽׁמְר֔וֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opstandig",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4784"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מָרְתָ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H430"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בֵּֽ/אלֹהֶ֑י/הָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zwaard",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2719"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/חֶ֣רֶב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vallen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5307"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִפֹּ֔לוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kinderen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5768"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֹלְלֵי/הֶ֣ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verpletterd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7376"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְרֻטָּ֔שׁוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zwangere",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2030"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/הָרִיּוֹתָ֖י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "opengesneden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1234"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְבֻקָּֽעוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 13:16",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Bekeer u, o Israël! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid.",
      "text1637": "[b] Bekeert u, ô Israël, tot den HEERE uwen Godt [6] toe: want ghy zijt [7] gevallen om uwe ongerechticheyt.",
      "text2026": "Bekeer u, o Israël! tot JAHWEH, uw God, toe; want u bent gevallen om uw ongerechtigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van deze manier van spreken, zich tot God toe bekeren, Joel 2:12. Joël 2:12: Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.",
          "text1637": "Siet van dese maniere van spreken, sich tot Godt toe bekeeren, Ioel 2. op vers 12.",
          "text2026": "Zie van deze manier van spreken, zich tot God toe bekeren, Joel 2:12. Joël 2:12: Nu dan ook, spreekt JAHWEH, bekeert u tot Mij met uw gehele hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Hos. 4:5, en Hos. 5:5. Hosea 4:5: Daarom zult gij vallen bij dag, ja, zelfs de profeet zal met u vallen bij nacht; en Ik zal uw moeder uitroeien. Hosea 5:5: Dies zal Israël hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israël en Efraïm zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen.",
          "text1637": "Vergel. bov. 4.5. ende 5.5.",
          "text2026": "Verg. Hos. 4:5, en Hos. 5:5. Hosea 4:5: Daarom zult u vallen bij dag, ja, zelfs de profeet zal met u vallen bij nacht; en Ik zal uw moeder uitroeien. Hosea 5:5: Daarom zal Israël hovaardij in zijn aangezicht getuigen; en Israël en Efraïm zullen vallen door hun ongerechtigheid; ook zal Juda met hen vallen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 12:7. Hosea 12:7: Gij dan, bekeer u tot uw God, bewaar weldadigheid en recht, en wacht geduriglijk op uw God.",
          "text1637": "Hose. 12.7.",
          "text2026": "Hosea 12:7. Hosea 12:7: U dan, bekeer u tot uw God, bewaar weldadigheid en recht, en wacht geduriglijk op uw God."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שׁ֚וּבָ/ה",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כָשַׁ֖לְתָּ",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲוֺנֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Bekeer u, o Israël! tot JAHWEH, uw God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> toe; want u bent<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gevallen om uw ongerechtigheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Bekeer u, o Israël! tot den HEERE, uw God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> toe; want gij zijt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gevallen om uw ongerechtigheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Bekeert u, ô Israël, tot den HEERE uwen Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> toe: want ghy zijt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gevallen om uwe ongerechticheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij zijt",
          "new": "u bent",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Bekeer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שׁ֚וּבָ/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׂרָאֵ֔ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tot",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5704"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַ֖ד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H430"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱלֹהֶ֑י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gevallen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3782"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָשַׁ֖לְתָּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ongerechtigheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5771"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/עֲוֺנֶֽ/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:1",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen.",
      "text1637": "Nemet [dese] [8] woorden met u, ende bekeeret u tot den HEERE: segget tot hem; [9] Neemt wech alle ongerechticheyt, ende [10] geeft het [11] goede; so sullen wy [12] betalen de [13] varren onser [c] lippen.",
      "text2026": "Neem deze woorden met u, en bekeer u tot JAHWEH; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de stieren van onze lippen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 geef het: Hebr. neem, dat is, neem en geef, neem om ons te geven, of onder ons uit te delen, breng aan. Zie Gen. 12:15, en Gen. 24:22, en Ps. 68:19. Anders: ontvang [ons] goediglijk, of neem het goede aan; dat is zie aan, of ontvang genadiglijk onze bekering en goede werken, die wij als wedergeboren kinderen doen. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao. Genesis 24:22: En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds. Psalmen 68:19: Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o HEERE God!",
          "text1637": "Hebr. neemt. Dat is, neemt ende geeft, neemt om ons te geven, ofte, onder ons uyt te deylen, brengt aen. Siet Genes. 12. op vers 15. ende 24. op vers 22. ende Psal. 68. op vers 19. And. ontfangt [ons] goedichlick, ofte, neemt het goede aen. D. siet aen, ofte ontfangt genadichlick onse bekeeringe ende goede wercken, die wy als wedergeborene kinderen doen.",
          "text2026": "10 geef het: Hebr. neem, dat is, neem en geef, neem om ons te geven, of onder ons uit te delen, breng aan. Zie Gen. 12:15, en Gen. 24:22, en Ps. 68:19. Anders: ontvang [ons] goediglijk, of neem het goede aan; dat is zie aan, of ontvang genadiglijk onze bekering en goede werken, die wij als wedergeboren kinderen doen. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao. Genesis 24:22: En het geschiedde, als de kamelen voltooid hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, waarvan de gewicht was tien sikkelen gouds. Psalmen 68:19: U bent opgevaren in de hoogte; U hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; U hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de opstandigen om bij U te wonen, o JAHWEH God!"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, allerlei geestelijken en lichamelijken zegen, of goeddaden, weldaden; zie Matth. 7:11; vergeleken met Luk. 11:13. Mattheüs 7:11: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden! Lukas 11:13: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?",
          "text1637": "D. allerley geestlicken ende lichaemlicken segen, ofte, goetdaden, weldaden. Siet Mat. 7.11. Vergel. met Luc. 11.13.",
          "text2026": "Dat is, allerlei geestelijken en lichamelijken zegen, of goeddaden, weldaden; zie Matt. 7:11; vergeleken met Luk. 11:13. Mattheüs 7:11: Als dan u, die boos bent, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden! Lukas 11:13: Als dan u, die boos bent, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven dengenen, die Hem bidden?"
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voor uw onverdiende ganade zullen wij u bewijzen onze schuldige dankbaarheid.",
          "text1637": "Voor uwe onverdiende genade sullen wy u bewijsen onse schuldige danckbaerheyt.",
          "text2026": "Voor uw onverdiende ganade zullen wij u bewijzen onze schuldige dankbaarheid."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 varren onzer lippen: Of aldus: Varren, [te weten de varren, of jonge ossen] onzer lippen. Anders: varren [met] onze lippen; alsof zij zeiden: Wij weten wel dat Gij met het slachten en offeren der beesten niet tevreden zijt, daarom zullen wij U offeren de geestelijke offeranden van lof en dankzegging. Zie Ps. 50:14, en Ps. 69:31, 69:32, en Ps. 116:12, 116:13; Hebr. 13:15, enz. Psalmen 50:14: Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften. Psalmen 69:31: Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken. Psalmen 69:32: En het zal den HEERE aangenamer zijn dan een os, of een gehoornde var, die de klauwen verdeelt. Psalmen 116:12: Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? Psalmen 116:13: Ik zal den beker der verlossingen opnemen, en den Naam des HEEREN aanroepen. Hebreeën 13:15: Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden.",
          "text1637": "Ofte aldus: varren, [T.w. de varren, ofte jonge ossen] onser lippen. And. varren [met] onse lippen, als ofse seyden: wy weten wel, dat ghy met het slachten ende offeren der beesten niet te vreden en zijt, daerom sullen wy u offeren de geestelicke offerhanden van lof ende dancksegginge. Siet Psal. 50.14. ende 69. versen 31, 32. ende 116. versen 12, 13. Hebr. 13. vers 15, etc.",
          "text2026": "13 varren onzer lippen: Of aldus: Varren, [te weten de varren, of jonge ossen] onzer lippen. Anders: varren [met] onze lippen; alsof zij zeiden: Wij weten wel dat U met het slachten en offeren van de beesten niet tevreden bent, daarom zullen wij U offeren de geestelijke offeranden van lof en dankzegging. Zie Ps. 50:14, en Ps. 69:31, 69:32, en Ps. 116:12, 116:13; Hebr. 13:15, enz. Psalmen 50:14: Offert voor God dank, en betaalt de Allerhoogste uw geloften. Psalmen 69:31: Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken. Psalmen 69:32: En het zal JAHWEH aangenamer zijn dan een os, of een gehoornde var, die de klauwen verdeelt. Psalmen 116:12: Wat zal ik JAHWEH vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? Psalmen 116:13: Ik zal de beker van de verlossingen opnemen, en de Naam van JAHWEH aanroepen. Hebreeën 13:15: Laat ons dan door Hem altijd voor God opofferen een offerande van de lofs, dat is, de vrucht van de lippen, die Zijn Naam belijden."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 woorden met u: Versta, de belijdenis uwer zonden met vurige en gelovige gebeden om genade, en oprechte beloften van dankbaarheid, waarvan het voorschrift volgt.",
          "text1637": "Verst. de belijdenisse uwer sonden met vyerige ende geloovige gebeden om genade, ende oprechte beloften van danckbaerheyt, waer van het voorschrift volgt.",
          "text2026": "8 woorden met u: Versta, de belijdenis uw zonden met vurige en gelovige gebeden om genade, en oprechte beloften van dankbaarheid, waarvan het voorschrift volgt."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 Neem weg alle ongerechtigheid: Dat is, vergeef, reken niet toe. Zie Ps. 25:18, en Ps. 32:1. Psalmen 25:18: Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden. Psalmen 32:1: Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.",
          "text1637": "D. vergeeft, rekent niet toe. Siet Psal. 25. op vers 18. ende 32. op vers 1.",
          "text2026": "9 Neem weg alle ongerechtigheid: Dat is, vergeef, reken niet toe. Zie Ps. 25:18, en Ps. 32:1. Psalmen 25:18: Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden. Psalmen 32:1: Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hebr. 13:15. Hebreeën 13:15: Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden.",
          "text1637": "Hebr. 13.15.",
          "text2026": "Hebr. 13:15. Hebreeën 13:15: Laat ons dan door Hem altijd voor God opofferen een offerande van de lofs, dat is, de vrucht van de lippen, die Zijn Naam belijden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קְח֤וּ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "עִמָּ/כֶם֙",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבָרִ֔ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שׁ֖וּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֗י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תִּשָּׂ֤א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עָוֺן֙",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קַח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "ט֔וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/נְשַׁלְּמָ֥ה",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HC/Vph1cp"
        },
        {
          "woord": "פָרִ֖ים",
          "strongs": "H6499",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שְׂפָתֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Neem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> deze woorden met u, en bekeer u tot JAHWEH; zeg tot Hem:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Neem weg alle ongerechtigheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geef het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> goede, zo zullen wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> betalen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> stieren van onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> lippen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Neem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Neem weg alle ongerechtigheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geef het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> goede, zo zullen wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> betalen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> varren onzer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> lippen.",
      "text1637_html": "Nemet [dese] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> woorden met u, ende bekeeret u tot den HEERE: segget tot hem; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Neemt wech alle ongerechticheyt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geeft het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> goede; so sullen wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> betalen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> varren onser <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> lippen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "varren onzer",
          "new": "stieren van onze",
          "principe": "V1170"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Neem",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3947"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קְח֤וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "met",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5973"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עִמָּ/כֶם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "woorden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1697"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דְּבָרִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bekeer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/שׁ֖וּבוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tot",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֑ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zeg",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H559"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִמְר֣וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tot",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵלָ֗י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "alle",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3605"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כָּל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weg",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5375"
          ],
          "bronwoorden": [
            "תִּשָּׂ֤א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              8
            ]
          },
          "toelichting": "תִּשָּׂא ('u zult wegnemen') geeft het Nederlands weer met 'Neem weg'; de koppeling staat op 'weg'."
        },
        {
          "tekst": "ongerechtigheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5771"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָוֺן֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geef",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3947"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/קַח"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              11
            ]
          },
          "toelichting": "וְקַח betekent 'en neem/ontvang'; de Nederlandse tekst geeft het weer met 'en geef het goede'. De koppeling volgt de tekst zoals die er staat."
        },
        {
          "tekst": "goede",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2896"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ט֔וֹב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "betalen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7999"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּֽ/נְשַׁלְּמָ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "stieren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6499"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פָרִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "lippen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8193"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׂפָתֵֽי/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:2",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden.",
      "text1637": "[14] Assur en sal ons niet behouden, wy en sullen niet [15] rijden op [16] peerden, ende tot het [17] werck onser handen niet meer seggen, Ghy zijt onse [18] Godt: [19] Immers sal een [20] weese by u ontfermt worden.",
      "text2026": "Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk van onze handen niet meer zeggen: U bent onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 Assur zal ons niet behouden: Wij zullen ons heil en onze welvaart niet meer bij mensen of buiten U zoeken, want zulks is ijdelheid, ja ons verderf; zie Hos. 12:2, enz. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt den oostenwind na; den gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.",
          "text1637": "Wy sullen ons heyl ende welvaert niet meer by menschen, ofte, buyten u soecken, want sulcks is ydelheyt, ja ons verderf, Siet bov. 12. vers 2, etc.",
          "text2026": "14 Assur zal ons niet behouden: Wij zullen ons heil en onze welvaart niet meer bij mensen of buiten U zoeken, want zulks is ijdelheid, ja ons verderf; zie Hos. 12:2, enz. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt de oostenwind na; de gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wij zullen ons vertrouwen niet meer stellen op menselijke middelen, niet meer hier en daar reizen om verbond en hulp. Verg. Hos. 5:13, en Hos. 7:11, en Hos. 12:2. Hosea 5:13: Als Efraïm zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen. Hosea 7:11: Want Efraïm is als een botte duif, zonder hart; zij roepen Egypte aan, zij gaan henen tot Assur. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt den oostenwind na; den gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.",
          "text1637": "Wy sullen ons vertrouwen niet meer stellen op menschelic-ke middelen, niet meer hier ende daer reysen om verbont ende hulpe. Vergel. bov. 5.13. ende 7.11. ende 12.2.",
          "text2026": "Wij zullen ons vertrouwen niet meer stellen op menselijke middelen, niet meer hier en daar reizen om verbond en hulp. Verg. Hos. 5:13, en Hos. 7:11, en Hos. 12:2. Hosea 5:13: Als Efraïm zijn ziekte zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot de koning Jareb; maar die zal u niet kunnen genezen, en zal het gezwel van u niet helen. Hosea 7:11: Want Efraïm is als een botte duif, zonder hart; zij roepen Egypte aan, zij gaan heen tot Assur. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt de oostenwind na; de gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hber. paard.",
          "text1637": "Hebr. peert.",
          "text2026": "Hber. paard."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 werk onzer handen: De afgodische beelden; zie Hos. 13:1, 13:2, enz. Hosea 13:1: Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan den Baäl en is gestorven. Hosea 13:2: En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen.",
          "text1637": "De afgodische beelden. Siet bov. 13.1, 2, etc.",
          "text2026": "17 werk onzer handen: De afgodische beelden; zie Hos. 13:1, 13:2, enz. Hosea 13:1: Als Efraïm sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan de Baäl en is gestorven. Hosea 13:2: En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die allemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, goden.",
          "text1637": "Ofte, Goden.",
          "text2026": "Of, goden."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alzo wordt het Hebr. woord ook gebruikt, 1 Sam. 15:20. Anders: watn toch, of dat toch, enz., biddenderwijze. 1 Samuël 15:20: Toen zeide Saul tot Samuël: Ik heb immers naar de stem des HEEREN gehoord, en heb gewandeld op den weg, op denwelken mij de HEERE gezonden heeft; en ik heb Agag, den koning der Amalekieten, mede gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen.",
          "text1637": "Alsoo wort het Hebreeuws woordeken oock gebruyckt. 1.Sam. 15.20. and. want doch, ofte, dat doch, etc. biddender wijse.",
          "text2026": "Zo wordt het Hebr. woord ook gebruikt, 1 Sam. 15:20. Anders: watn toch, of dat toch, enz., biddenderwijze. 1 Samuël 15:20: Toen zei Saul tot Samuël: Ik heb immers naar de stem van JAHWEH gehoord, en heb gewandeld op de weg, op denwelken mij JAHWEH gezonden heeft; en ik heb Agag, de koning van de Amalekieten, mee gebracht, maar de Amalekieten heb ik verbannen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 wees bij U ontfermd worden: Een zeer bewegenlijk besluit van dit boetvaardig en gelovig gebed, waarmede zij bekennen dat er voor hen nergens enig heil is dan bij God alleen, naardien zij op aarde [als een weeskind] van alle menselijke hulp verlaten zijn, en vertrouwen dat God zulke weesjes, tot Hem om genade schreiende, niet zal verstoten; verg. Klaagl. 5:3, en Ps. 10:14, en Ps. 68:6, en Ps. 146:9; Joh. 14:18. Klaagliederen 5:3: Wij zijn wezen zonder vader, onze moeders zijn als de weduwen. Psalmen 10:14: Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees. Psalmen 68:6: Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid. Psalmen 146:9: De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om. Johannes 14:18: Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.",
          "text1637": "Een seer beweeglick besluyt deses boetveerdigen ende geloovigen gebedts, waermede sy bekennen, datter voor haer nergens eenich heyl en zy, als by Godt alleen, nadien sy op aerden (als een wees-kint) van alle menschelicke hulpe verlaten zijn, ende vertrouwen dat Godt sulcke weeskens, tot hem om genade schreyende, niet en sal verstooten. Vergel. Thren. 5.3. ende Psal. 10.4. ende 68.6. ende 146.9. Iohan. 14.18.",
          "text2026": "20 wees bij U ontfermd worden: Een zeer bewegenlijk besluit van dit boetvaardig en gelovig gebed, waarmee zij bekennen dat er voor hen nergens enig heil is dan bij God alleen, aangezien zij op aarde [als een weeskind] van alle menselijke hulp verlaten zijn, en vertrouwen dat God zulke weesjes, tot Hem om genade huilende, niet zal verstoten; verg. Klaagl. 5:3, en Ps. 10:14, en Ps. 68:6, en Ps. 146:9; Joh. 14:18. Klaagliederen 5:3: Wij zijn wezen zonder vader, onze moeders zijn als de weduwen. Psalmen 10:14: U ziet het immers; want U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, U bent geweest een Helper van de wees. Psalmen 68:6: Hij is een Vader van de wezen, en een Rechter van de weduwen; God, in de woonstede Zijn heiligheid. Psalmen 146:9: JAHWEH bewaart de vreemdelingen; Hij houdt de wees en de weduwe staande; maar de goddelozen weg keert Hij om. Johannes 14:18: Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weer tot u."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַשּׁ֣וּר",
          "strongs": "H804",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יוֹשִׁיעֵ֗/נוּ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhi3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "סוּס֙",
          "strongs": "H5483",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִרְכָּ֔ב",
          "strongs": "H7392",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "נֹ֥אמַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "ע֛וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֖י/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַעֲשֵׂ֣ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יָדֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְרֻחַ֥ם",
          "strongs": "H7355",
          "morph": "HVPi3ms"
        },
        {
          "woord": "יָתֽוֹם",
          "strongs": "H3490",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> rijden op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> paarden, en tot het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> werk van onze handen niet meer zeggen: U bent onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> God.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Immers zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wees bij U ontfermd worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> rijden op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> paarden, en tot het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> God.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Immers zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wees bij U ontfermd worden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Assur en sal ons niet behouden, wy en sullen niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> rijden op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> peerden, ende tot het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> werck onser handen niet meer seggen, Ghy zijt onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Godt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Immers sal een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> weese by u ontfermt worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onzer",
          "new": "van onze",
          "principe": "V1170"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Assur",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H804"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַשּׁ֣וּר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֣א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "behouden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3467"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יוֹשִׁיעֵ֗/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "op",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "paarden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5483"
          ],
          "bronwoorden": [
            "סוּס֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לֹ֣א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "rijden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7392"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִרְכָּ֔ב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 3,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/לֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zeggen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H559"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נֹ֥אמַר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "meer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5750"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ע֛וֹד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H430"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱלֹהֵ֖י/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "werk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4639"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/מַעֲשֵׂ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "handen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3027"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָדֵ֑י/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Immers",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H834"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲשֶׁר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ontfermd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7355"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְרֻחַ֥ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              15
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wees",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3490"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָתֽוֹם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:3",
            "bronindices": [
              14
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik zal hunlieder afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd.",
      "text1637": "[21] Ick sal haerlieder afkeeringe [22] genesen, ick salse [23] vrywillichlick lief hebben: want mijn toorn is van [24] hem gekeert.",
      "text2026": "Ik zal hun afkering genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 Ik zal hunlieder: Een zeer lieflijk en vaderlijk antwoord en belofte Gods, op het voorgaande boetvaardig gebed.",
          "text1637": "Een seer lieflicke ende vaderlicke antwoorde, ende belofte Godes, op het voorgaende boetveerdich gebedt.",
          "text2026": "21 Ik zal hun: Een zeer lieflijk en vaderlijk antwoord en belofte van God, op het voorgaande boetvaardig gebed."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergevende al hun kwaad, en gevende mijn goed, gelijk zij begeerd hebben, vers 3; zie Ps. 30:3. Hosea 14:3: Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. Psalmen 30:3: HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen.",
          "text1637": "Vergevende al haer quaet, ende gevende mijn goet, als sy begeert hebben. vers 3. Siet Psal. 30. op vers 3.",
          "text2026": "Vergevende al hun kwaad, en gevende mijn goed, gelijk zij begeerd hebben, vers 3; zie Ps. 30:3. Hosea 14:3: Neem deze woorden met u, en bekeer u tot JAHWEH; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. Psalmen 30:3: JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij genezen."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 vrijwilliglijk liefhebben: Of, mildelijk, uit goeder harte [gelijk men zegt]. Verg. Deut. 30:9; Jer. 32:41, 32:42; Joh. 16:26, 16:27, en zie van het Hebr. woord Lev. 7:16; Job 12:21. Deuteronomium 30:9: En de HEERE, uw God, zal u doen overvloeien in al het werk uwer hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede; want de HEERE zal wederkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, gelijk als Hij Zich over uw vaderen verblijd heeft; Jeremia 32:41: En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel. Jeremia 32:42: Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke. Johannes 16:26: In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; Johannes 16:27: Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan. Leviticus 7:16: En zo het slachtoffer zijner offerande een gelofte, of vrijwillig offer is, dat zal ten dage als hij zijn offer offeren zal, gegeten worden, en het overgeblevene daarvan zal ook des anderen daags gegeten worden. Job 12:21: Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen.",
          "text1637": "Ofte, mildelick, uyt goeder herten (alsmen seyt). Vergel. Deut. 30.9. Ier. 32.41, 42. Ioan. 16.26, 27. ende siet van ’t Hebr. woort Levit. 7. op vers 16. Iob 12. op vers 21.",
          "text2026": "23 vrijwilliglijk liefhebben: Of, mildelijk, uit goeder hart [gelijk men zegt]. Verg. Deut. 30:9; Jer. 32:41, 32:42; Joh. 16:26, 16:27, en zie van het Hebr. woord Lev. 7:16; Job 12:21. Deuteronomium 30:9: En JAHWEH, uw God, zal u doen overvloeien in al het werk uw hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uw beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede; want JAHWEH zal terugkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, gelijk als Hij Zich over uw vaderen verblijd heeft; Jeremia 32:41: En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn gehele hart en met Mijn gehele ziel. Jeremia 32:42: Want zo zegt JAHWEH: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, zo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke. Johannes 16:26: In die dag zult u in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u bidden zal; Johannes 16:27: Want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan. Leviticus 7:16: En zo het slachtoffer zijn offerande een gelofte, of vrijwillig offer is, dat zal op de dag als hij zijn offer offeren zal, gegeten worden, en het overgeblevene daarvan zal ook van de anderen daags gegeten worden. Job 12:21: Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt de riem van de geweldigen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 hem gekeerd: Namelijk Israël, die terstond in het volgende vers genoemd wordt, en zie vers 2. Hosea 14:2: Bekeer u, o Israël! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid.",
          "text1637": "Namelick Israel, die terstont in’t volgende vers genoemt wort, ende bov. vers 2.",
          "text2026": "24 hem gekeerd: Namelijk Israël, die meteen in het volgende vers genoemd wordt, en zie vers 2. Hosea 14:2: Bekeer u, o Israël! tot JAHWEH, uw God, toe; want u bent gevallen om uw ongerechtigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶרְפָּא֙",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מְשׁ֣וּבָתָ֔/ם",
          "strongs": "H4878",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֹהֲבֵ֖/ם",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְדָבָ֑ה",
          "strongs": "H5071",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֥ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַפִּ֖/י",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal hun afkering<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> genezen, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> hen vrijwillig liefhebben; want Mijn toorn is van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem gekeerd.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ik zal hunlieder afkering<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> genezen, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem gekeerd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ick sal haerlieder afkeeringe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> genesen, ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vrywillichlick lief hebben: want mijn toorn is van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hem gekeert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        },
        {
          "old": "vrijwilliglijk",
          "new": "vrijwillig",
          "principe": "V171"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "genezen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7495"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶרְפָּא֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "afkering",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4878"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מְשׁ֣וּבָתָ֔/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "liefhebben",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H157"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֹהֲבֵ֖/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vrijwillig",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5071"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נְדָבָ֑ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֛י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gekeerd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֥ב"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "toorn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H639"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אַפִּ֖/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "van",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4480"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִמֶּֽ/נּוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:4",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de Libanon.",
      "text1637": "[25] Ick sal Israël zijn als de dauw, hy sal bloeyen als de lelye: ende hy sal sijne wortelen uytslaen als de [26] Libanon.",
      "text2026": "Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortels uitslaan als de Libanon.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 Ik zal Israël zijn als de dauw: Deze beloften, afbeeldende, door schone gelijkenissen, de genade van Jezus Christus en den overvloed der gaven van den Heiligen Geest, behoren allen tot het nieuwe genadeverbond, gegrond in den Messias, onze Heere Jezus Christus, in wien alle beloften ja en amen zijn, 2 Kor. 1:20, toebehorende het ganse Israël, dat is, aan de ganse kerk der gelovige Israëlieten en heidenen. Verg. Hos. 13:14. 2 Korinthiërs 1:20: Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons. Hosea 13:14: Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,",
          "text1637": "Dese beloften, afbeeldende, door seer schoone gelijckenissen, de genade Iesu Christi ende den overvloet der gaven des H. Geests, gehooren alle tot het nieuw genaden-verbondt, gegrondt in den Messia, onsen Heere Iesu Christo, in welcken alle beloften ja, ende Amen zijn. 2.Cor. 1.20. toebehoorende den gantschen Israel, dat is, der gantscher kercke der geloovigen Israeliten ende heydenen. Vergel. bov. 13. op vers 14.",
          "text2026": "25 Ik zal Israël zijn als de dauw: Deze beloften, afbeeldende, door schone gelijkenissen, de genade van Jezus Christus en de overvloed van de gaven van de Heilige Geest, behoren allen tot het nieuwe genadeverbond, gegrond in de Messias, onze Heer Jezus Christus, in wie alle beloften ja en amen zijn, 2 Kor. 1:20, toebehorende het gehele Israël, dat is, aan de gehele kerk van de gelovige Israëlieten en heidenen. Verg. Hos. 13:14. 2 Korinthiërs 1:20: Want zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, voor God tot heerlijkheid door ons. Hosea 13:14: Maar Ik zal hen van het geweld van het dodenrijk verlossen, Ik zal ze vrijmaken van de dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? dodenrijk! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,"
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de bomen die op den Libanon staan, [alzo in vers 7], alwaar de welriekende wierook, wast, waarvan men houdt dat deze berg zijn naam heeft; want Lebona heet wierook, en deze berg heet in het Hebr. Lebanon. Hosea 14:7: Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als des olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon.",
          "text1637": "D. de boomen die op den Libanon staen, (alsoo vers 7.) alwaer de welrieckende wieroock wast, waer van men houdt dat desen berch sijnen naem heeft: want Lebona heet wieroock, ende dese berch heet in’t Hebr. Lebanon.",
          "text2026": "Dat is, de bomen die op de Libanon staan, [zo in vers 7], alwaar de welriekende wierook, wast, waarvan men houdt dat deze berg zijn naam heeft; want Lebona heet wierook, en deze berg heet in het Hebr. Lebanon. Hosea 14:7: Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als van de olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶהְיֶ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "כַ/טַּל֙",
          "strongs": "H2919",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "יִפְרַ֖ח",
          "strongs": "H6524",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/שּֽׁוֹשַׁנָּ֑ה",
          "strongs": "H7799",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַ֥ךְ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhi3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁרָשָׁ֖י/ו",
          "strongs": "H8328",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/לְּבָנֽוֹן",
          "strongs": "H3844",
          "morph": "HRd/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortels uitslaan als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Libanon.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Libanon.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Ick sal Israël zijn als de dauw, hy sal bloeyen als de lelye: ende hy sal sijne wortelen uytslaen als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Libanon.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "zijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶהְיֶ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dauw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2919"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַ/טַּל֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/יִשְׂרָאֵ֔ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bloeien",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6524"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִפְרַ֖ח"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "lelie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7799"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּ/שּֽׁוֹשַׁנָּ֑ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uitslaan",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5221"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יַ֥ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wortelen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8328"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁרָשָׁ֖י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Libanon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3844"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּ/לְּבָנֽוֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:5",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ],
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wortelen",
          "new": "wortels",
          "principe": "V1565"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als des olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon.",
      "text1637": "Sijne scheuten sullen sich [27] uytspreyden, ende [28] sijne heerlickheyt sal zijn als des olijfbooms: ende hy sal eenen reuck hebben als de Libanon.",
      "text2026": "Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als van de olijfboom, en hij zal een reuk hebben als de Libanon.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. gaan.",
          "text1637": "Hebr. gaen.",
          "text2026": "Hebr. gaan."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 zijn heerlijkheid: Verg. Jes. 60:13; Jer. 11:16; Ezech. 31:3, 31:7, 31:8, 31:9. Jesaja 60:13: De heerlijkheid van Libanon zal tot u komen, de denneboom, de beuke boom en de busboom te gelijk, om te versieren de plaats Mijns heiligdoms, en Ik zal de plaats Mijner voeten heerlijk maken. Jeremia 11:16: De HEERE had uw naam genoemd een groenen olijfboom, schoon van liefelijke vruchten; maar nu heeft Hij met een geluid van een groot geroep een vuur om denzelven aangestoken, en zijn takken zullen verbroken worden. Ezechiël 31:3: Zie, Assur was een ceder op den Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken. Ezechiël 31:7: Alzo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijner takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was. Ezechiël 31:8: De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid. Ezechiël 31:9: Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijner takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden.",
          "text1637": "Vergel. Iesa. 60.13. Ierem. 11.16. Ezech. 31.3, 7, 8, 9.",
          "text2026": "28 zijn heerlijkheid: Verg. Jes. 60:13; Jer. 11:16; Ez. 31:3, 31:7, 31:8, 31:9. Jesaja 60:13: De heerlijkheid van Libanon zal tot u komen, de denneboom, de beuke boom en de busboom te gelijk, om te versieren de plaats Mijns heiligdoms, en Ik zal de plaats Mijner voeten heerlijk maken. Jeremia 11:16: JAHWEH had uw naam genoemd een groenen olijfboom, schoon van liefelijke vruchten; maar nu heeft Hij met een geluid van een groot geroep een vuur om dezelfde aangestoken, en zijn takken zullen verbroken worden. Ezechiël 31:3: Zie, Assur was een ceder op de Libanon, schoon van takken, schaduwachtig van loof, en hoog van stam, en zijn top was tussen dichte takken. Ezechiël 31:7: Zo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijn takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was. Ezechiël 31:8: De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid. Ezechiël 31:9: Ik had hem zo schoon gemaakt door de veelheid zijn takken, dat alle bomen van Eden, die in Gods hof waren, hem benijdden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֵֽלְכוּ֙",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "יֹֽנְקוֹתָ֔י/ו",
          "strongs": "H3127",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וִ/יהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqj3ms"
        },
        {
          "woord": "כַ/זַּ֖יִת",
          "strongs": "H2132",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הוֹד֑/וֹ",
          "strongs": "H1935",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֵ֥יחַֽ",
          "strongs": "H7381",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "ל֖/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/לְּבָנֽוֹן",
          "strongs": "H3844",
          "morph": "HRd/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zijn scheuten zullen zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> uitspreiden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zijn heerlijkheid zal zijn als van de olijfboom, en hij zal een reuk hebben als de Libanon.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zijn scheuten zullen zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> uitspreiden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zijn heerlijkheid zal zijn als des olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon.",
      "text1637_html": "Sijne scheuten sullen sich <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> uytspreyden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> sijne heerlickheyt sal zijn als des olijfbooms: ende hy sal eenen reuck hebben als de Libanon.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des olijfbooms,",
          "new": "van de olijfboom,",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "uitspreiden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3212"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֵֽלְכוּ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              1
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H1980"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids kiest H1980 (הלך) waar MorphHB voor deze vorm van ילך H3212 geeft; MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "scheuten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3127"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֹֽנְקוֹתָ֔י/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zijn",
          "voorkomen": 3,
          "strongs": [
            "H1961"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וִ/יהִ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              3
            ]
          },
          "toelichting": "Het werkwoord וִיהִי staat op het derde 'zijn' van dit vers; de eerste twee zijn bezittelijke voornaamwoorden."
        },
        {
          "tekst": "olijfboom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2132"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַ/זַּ֖יִת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "heerlijkheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הוֹד֑/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "reuk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7381"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/רֵ֥יחַֽ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Libanon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3844"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּ/לְּבָנֽוֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:6",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zij zullen wederkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon.",
      "text1637": "[29] Sy sullen wederkeeren, sittende onder [30] sijne schaduwe; sy sullen ten [31] leven voortbrengen [als] koorn, ende bloeyen als de wijnstock: [32] sijne gedachtenisse sal zijn als de wijn van Libanon.",
      "text2026": "Zij zullen terugkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok; zijn herinnering zal zijn als de wijn van Libanon.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 Zij zullen wederkeren: De ware Israëlieten zullen zich bekeren, waartoe zij vermaand zijn, zie vers 2. Anders: zij zullen wederom zitten. Hosea 14:2: Bekeer u, o Israël! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid.",
          "text1637": "De ware Israeliten sullen haer bekeeren, waer toe sy vermaent zijn bov. vers 2. And. sy sullen wederom sitten.",
          "text2026": "29 Zij zullen terugkeren: De ware Israëlieten zullen zich bekeren, waartoe zij vermaand zijn, zie vers 2. Anders: zij zullen opnieuw zitten. Hosea 14:2: Bekeer u, o Israël! tot JAHWEH, uw God, toe; want u bent gevallen om uw ongerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 zijn schaduw: Onder des Heeren vaderlijke beschutting zich verkwikkende en zeker zijnde; zie Ruth 2:12; Ps. 91:1. Ruth 2:12: De HEERE vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den HEERE, den God Israëls, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen! Psalmen 91:1: Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.",
          "text1637": "Onder des Heeren vaderlicke beschuttinge haer verquickende, ende seker zijnde. siet Ruth 2. op vers 12. Psal. 91.1.",
          "text2026": "30 zijn schaduw: Onder van de Heern vaderlijke beschutting zich verkwikkende en zeker zijnde; zie Ruth 2:12; Ps. 91:1. Ruth 2:12: JAHWEH vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van JAHWEH, de God van Israël, onder Wiens vleugelen u gekomen bent om toevlucht te nemen! Psalmen 91:1: Die in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, die zal overnachten in de schaduw van de Almachtigen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 leven voortbrengen: Dat is, vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen; versta dit inzonderheid van de geestelijke vruchten, die zij als nieuwe en wedergeboren mensen zullen voortbrengen door de kracht van den Heiligen Geest, die ons levend maakt ten goede. Verg. Ps. 72:16, en zie de aantekening aldaar. Psalmen 72:16: Is er een hand vol koren in het land op de hoogte der bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als het kruid der aarde.",
          "text1637": "D. vruchtbaer zijn ende vermenichvuldigen: verstaet dit insonderheyt van de geestelicke vruchten, die sy als nieuwe ende wedergeborene menschen sullen voort-brengen, ende anderen, by middel van leeren ende stichten, doen voortbrengen door de kracht des H. Geests, die ons levendich maeckt ten goede. Vergel. Psal. 72.16. ende siet d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "31 leven voortbrengen: Dat is, vruchtbaar zijn en vermenigvuldigen; versta dit in het bijzonder van de geestelijke vruchten, die zij als nieuwe en wedergeboren mensen zullen voortbrengen door de kracht van de Heilige Geest, die ons levend maakt ten goede. Verg. Ps. 72:16, en zie de aantekening daar. Psalmen 72:16: Is er een hand vol koren in het land op de hoogte van de bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als het kruid van de aarde."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 zijn gedachtenis: De bekeerde Israëls gedachtenis; dat is, naam, faam, gerucht, zal zo aangenaam en welriekend zijn als de edelste wijn van Libanon. Anders: zijne welriekendheid, of reuk, omdat het Hebr. woord, betekenende gedachtenis, somtijds voor reuk schijnt genomen te worden, gelijk een lieflijk reukwerk iemand doet gedenken. Zie Jes. 66:3; idem Lev. 2:2, 2:9; Num. 5:26, en Ps. 20:4, met de aantekening. Sommigen duiden het op de gedachtenis van God, die zeer lieflijk en aangenaam zal zijn bij den gelovige, vanwege zijn overgrote genade. Jesaja 66:3: Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Dezen verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen. Leviticus 2:2: En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, een van welke daarvan zijn hand vol grijpen zal uit deszelfs meelbloem, en uit deszelfs olie, met al deszelfs wierook; en de priester zal deszelfs gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. Leviticus 2:9: En de priester zal van dat spijsoffer deszelfs gedenkoffer opnemen, en op het altaar aansteken, het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. Numeri 5:26: De priester zal ook van dat spijsoffer, deszelfs gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven. Psalmen 20:4: Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.",
          "text1637": "Des bekeerden Israels gedachtenisse. D. naem, faem, geruchte, sal soo aengenaem ende welrieckende zijn, als d’edelste wijn van Libanon. And. sijne welrieckentheyt, ofte, reucke, om dat het Hebr. woort beteeckenende gedachtenisse, somtijts schijnt voor reuck genomen te worden, gelijck een lieflick reuckwerck yemant doet gedencken. Siet Ies. 66.3. item Levit. 2.2, 9. Num. 5.26. ende Psal. 20.4. met d’aenteeck. Sommige duyden het op de gedachtenisse Godts, die seer lieflick ende aengenaem sal zijn by den geloovigen, van wegen sijne overgroote genade.",
          "text2026": "32 zijn gedachtenis: De bekeerde Israëls gedachtenis; dat is, naam, faam, gerucht, zal zo aangenaam en welriekend zijn als de edelste wijn van Libanon. Anders: zijn welriekendheid, of reuk, omdat het Hebr. woord, betekenende gedachtenis, somtijds voor reuk schijnt genomen te worden, gelijk een lieflijk reukwerk iemand doet gedenken. Zie Jes. 66:3; idem Lev. 2:2, 2:9; Num. 5:26, en Ps. 20:4, met de aantekening. Sommigen duiden het op de gedachtenis van God, die zeer lieflijk en aangenaam zal zijn bij de gelovige, vanwege zijn overgrote genade. Jesaja 66:3: Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond de hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent. Deze verkiezen ook hun wegen, en hun ziel heeft lust aan hun verfoeiselen. Leviticus 2:2: En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, een van welke daarvan zijn hand vol grijpen zal uit daarvan meelbloem, en uit daarvan olie, met al daarvan wierook; en de priester zal daarvan gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk JAHWEH. Leviticus 2:9: En de priester zal van dat spijsoffer daarvan gedenkoffer opnemen, en op het altaar aansteken, het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk JAHWEH. Numeri 5:26: De priester zal ook van dat spijsoffer, daarvan gedenkoffer, een handvol grijpen, en zal het op het altaar aansteken; en daarna zal hij dat water die vrouw te drinken geven. Psalmen 20:4: Hij gedenke al uw spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָשֻׁ֨בוּ֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֣י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "בְ/צִלּ֔/וֹ",
          "strongs": "H6738",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְחַיּ֥וּ",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "דָגָ֖ן",
          "strongs": "H1715",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִפְרְח֣וּ",
          "strongs": "H6524",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַ/גָּ֑פֶן",
          "strongs": "H1612",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "זִכְר֖/וֹ",
          "strongs": "H2143",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/יֵ֥ין",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "לְבָנֽוֹן",
          "strongs": "H3844",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Zij zullen terugkeren, zittende onder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zijn schaduw; zij zullen ten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> zijn herinnering zal zijn als de wijn van Libanon.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Zij zullen wederkeren, zittende onder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zijn schaduw; zij zullen ten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Sy sullen wederkeeren, sittende onder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> sijne schaduwe; sy sullen ten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> leven voortbrengen [als] koorn, ende bloeyen als de wijnstock: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> sijne gedachtenisse sal zijn als de wijn van Libanon.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederkeren,",
          "new": "terugkeren,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gedachtenis",
          "new": "herinnering",
          "principe": "V366"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "terugkeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יָשֻׁ֨בוּ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zittende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3427"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֹשְׁבֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schaduw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6738"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְ/צִלּ֔/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2421"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְחַיּ֥וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "koren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1715"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דָגָ֖ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bloeien",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6524"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יִפְרְח֣וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijnstok",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1612"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַ/גָּ֑פֶן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "herinnering",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2143"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זִכְר֖/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijn",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3196"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/יֵ֥ין"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Libanon",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3844"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְבָנֽוֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:7",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Efraïm! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord, en zal op hem zien; Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden.",
      "text1637": "[33] Ephraim, [34] wat heb’ ick meer met den Afgoden te doen? Ick hebbe [hem] [35] verhoort, ende sal op hem [36] sien, Ick sal [hem] zijn als een groenende [37] denne-boom; uwe [38] vrucht is uyt my gevonden.",
      "text2026": "Efraïm! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord, en zal op hem zien; Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit kan men nemen als woorden van God, die zich zonderling laat gevallen gelijk iemand die verblijd is, dat Efraïm alle afgoderij verworpen heeft en hem daarmede niet meer lastig valt of omsingelt, gelijk tevoren. Zie Hos. 12:1, enz. Of men kan het nemen voor woorden van den bekeerden Efraïm, aldus: Efraïm zal zeggen enz. Hosea 12:1: Die van Efraïm hebben Mij omsingeld met leugen, en het huis Israëls met bedrog; maar Juda heerste nog met God, en was met de heiligen getrouw.",
          "text1637": "Dit kanmen nemen als woorden Godts, die sich sonderlinge laet gevallen (als yemant die verblijdt is) dat Ephraim alle afgoderye verworpen heeft, ende hem daermede niet meer lastich en valt ofte omcingelt, als te vooren. Siet bov. 12.1, etc. ofte men kan ’t nemen voor woorden des bekeerden Ephraims, aldus: Ephraim [sal seggen] etc.",
          "text2026": "Dit kan men nemen als woorden van God, die zich zonderling laat gevallen gelijk iemand die verblijd is, dat Efraïm alle afgoderij verworpen heeft en hem daarmee niet meer lastig valt of omsingelt, gelijk tevoren. Zie Hos. 12:1, enz. Of men kan het nemen voor woorden van de bekeerden Efraïm, aldus: Efraïm zal zeggen enz. Hosea 12:1: Die van Efraïm hebben Mij omsingeld met leugen, en het huis van Israël met bedrog; maar Juda heerste nog met God, en was met de heiligen getrouw."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 wat heb ik meer met de afgoden te doen: Hebr. wat is mij en den afgoden. Zie 2 Sam. 16:10, en van het woord afgoden, in Hos. 8:4. 2 Samuël 16:10: Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan? Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.",
          "text1637": "Hebr. wat [is] my ende den afgoden. siet 2.Sam. cap. 16. op vers 10. ende van ’t woort Afgoden. bov. 8. op vers 4.",
          "text2026": "34 wat heb ik meer met de afgoden te doen: Hebr. wat is mij en de afgoden. Zie 2 Sam. 16:10, en van het woord afgoden, in Hos. 8:4. 2 Samuël 16:10: Maar de koning zei: Wat heb ik met u te doen, u zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want JAHWEH toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt u zo gedaan? Hosea 8:4: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 hem verhoord: Dit schijnt te zien op het gebed in vers 3, 14:4. Anders: Ik zal hem verhoren, of Ik verhoor en aanschouw, of aanzie hem. Hosea 14:3: Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. Hosea 14:4: Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden.",
          "text1637": "Dit schijnt te sien op het gebedt, bov. versen 3, 4. And. ick sal [hem] verhooren, ofte, ick verhoore ende aenschouwe, ofte, aensie hem.",
          "text2026": "35 hem verhoord: Dit schijnt te zien op het gebed in vers 3, 14:4. Anders: Ik zal hem verhoren, of Ik verhoor en aanschouw, of aanzie hem. Hosea 14:3: Neem deze woorden met u, en bekeer u tot JAHWEH; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. Hosea 14:4: Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: U bent onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 op hem zien: Mijn ogen zullen steeds op hem zijn, ten goede, Ik zal mijn aangezicht voor hem niet verbergen. Zie Jer. 24:6, gelijk Ik tevoren op hem loerde ten kwade, Hos. 13:7. Anders: Ik heb hem aangezien; te weten genadiglijk, of op hem gelet. Jeremia 24:6: En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken. Hosea 13:7: Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg.",
          "text1637": "Mijn oogen sullen steets op hem zijn, ten goede, ick sal mijn aengesichte voor hem niet verbergen. Siet Ier. 24.6. gelijck ick te vooren op hem loerde, ten quade. bov. 13.7. And. ick heb hem aengesien. T.w. genadichlick, ofte, op hem gelett.",
          "text2026": "36 op hem zien: Mijn ogen zullen steeds op hem zijn, ten goede, Ik zal mijn aangezicht voor hem niet verbergen. Zie Jer. 24:6, gelijk Ik tevoren op hem loerde ten kwade, Hos. 13:7. Anders: Ik heb hem aangezien; te weten genadiglijk, of op hem gelet. Jeremia 24:6: En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken. Hosea 13:7: Daarom werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op de weg."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 als een groenende denneboom: Die zijne groenigheid, of zijn loof, gelijk de kruidbeschrijvers betuigen den gansen winter door houdt, en met een lieflijke grote schaduw verkwikt; alzo wil God zeggen zal Ik hen verkwikken tegen de hitte aller tegenspoeden en vervolgingen.",
          "text1637": "Die sijne groenicheyt, ofte sijn loof, (als de kruyt beschrijvers betuygen) den gantschen winter door houdt, ende met eene lieflicke groote schaduwe verquickt: alsoo (wil Godt seggen) sal ickse verquicken tegen de hitte aller tegenspoeden ende vervolgingen.",
          "text2026": "37 als een groenende denneboom: Die zijn groenigheid, of zijn loof, gelijk de kruidbeschrijvers betuigen de gansen winter door houdt, en met een lieflijke grote schaduw verkwikt; zo wil God zeggen zal Ik hen verkwikken tegen de hitte aller tegenspoeden en vervolgingen."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 uit Mij gevonden: Waarvan in Hos. 13:15. Dat is, door mijn genadige en krachtige werking zult gij zeer vruchtbaar zijn ten goede, uwe vrucht zal er gewis zijn. Zie Joh. 15:1, enz.; Ps. 1:3, enz.; en verg. in vers 6, 14:7, 14:8, en aangaande het woord gevonden, of niet gevonden worden, verg. Micha 1:13; Zef. 3:13; Mal. 2:6; 1 Petr. 2:22; idem Num. 11:22; Ps. 46:2. Hosea 13:15: Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er zal een oostenwind komen, een wind des HEEREN, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal verdrogen; diezelve zal den schat van alle gewenste huisraad roven. Johannes 15:1: Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman. Psalmen 1:3: Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. Hosea 14:6: Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de Libanon. Hosea 14:7: Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als des olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon. Hosea 14:8: Zij zullen wederkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon. Micha 1:13: Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israëls overtredingen gevonden. Zefanja 3:13: De overgeblevenen van Israël zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken. Maleachi 2:6: De wet der waarheid was in zijn mond, en er werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid. 1 Petrus 2:22: Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; Numeri 11:22: Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij? Psalmen 46:2: God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.",
          "text1637": "Waer van bov. 13.15. D. door mijne genadige ende krachtige werckinge sult ghy seer vruchtbaer zijn ten goede, uwe vrucht salder gewis zijn. Siet Ioh. 15.1, etc. Psal. 1.3, etc. ende vergel. bov. versen 6.7, 8. ende aengaende het woort, gevonden, ofte, niet gevonden worden, vergel. Mich. 1.13. Zephan. 3.13. Malach. 2.6. 1.Pet. 2.22. item Num. 11. op vers 22. Psal. 46. op vers 2.",
          "text2026": "38 uit Mij gevonden: Waarvan in Hos. 13:15. Dat is, door mijn genadige en krachtige werking zult u zeer vruchtbaar zijn ten goede, uw vrucht zal er gewis zijn. Zie Joh. 15:1, enz.; Ps. 1:3, enz.; en verg. in vers 6, 14:7, 14:8, en aangaande het woord gevonden, of niet gevonden worden, verg. Micha 1:13; Zef. 3:13; Mal. 2:6; 1 Petr. 2:22; idem Num. 11:22; Ps. 46:2. Hosea 13:15: Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broers; maar er zal een oostenwind komen, een wind van JAHWEH, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, en zijn fontein zal verdrogen; diezelve zal de schat van alle gewenste huisraad roven. Johannes 15:1: Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman. Psalmen 1:3: Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. Hosea 14:6: Ik zal Israël zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de Libanon. Hosea 14:7: Zijn scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als van de olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de Libanon. Hosea 14:8: Zij zullen terugkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen als koren, en bloeien als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van Libanon. Micha 1:13: Span de snelle dieren aan de wagen, u inwoners van Lachis! (deze is van de dochter van Sion het begin van de zonde) want in u zijn Israëls overtredingen gevonden. Zefanja 3:13: De overgeblevenen van Israël zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken. Maleachi 2:6: De wet van de waarheid was in zijn mond, en er werd geen onrecht in zijn lippen gevonden; hij wandelde met Mij in vrede en in rechtmatigheid, en hij bekeerde er velen van ongerechtigheid. 1 Petrus 2:22: Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; Numeri 11:22: Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen van de zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij? Psalmen 46:2: God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶפְרַ֕יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "לִּ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/עֲצַבִּ֑ים",
          "strongs": "H6091",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֧י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֣יתִי",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲשׁוּרֶ֗/נּוּ",
          "strongs": "H7789",
          "morph": "HC/Vqw1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנִי֙",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ/בְר֣וֹשׁ",
          "strongs": "H1265",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רַֽעֲנָ֔ן",
          "strongs": "H7488",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֖/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פֶּרְיְ/ךָ֥",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נִמְצָֽא",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HVNp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Efraïm!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hem verhoord, en zal op hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zien; Ik zal hem zijn als een groenende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> denneboom; uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> vrucht is uit Mij gevonden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Efraïm!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hem verhoord, en zal op hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zien; Ik zal hem zijn als een groenende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> denneboom; uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> vrucht is uit Mij gevonden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Ephraim, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> wat heb’ ick meer met den Afgoden te doen? Ick hebbe [hem] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> verhoort, ende sal op hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> sien, Ick sal [hem] zijn als een groenende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> denne-boom; uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> vrucht is uyt my gevonden.",
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Efraïm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְרַ֕יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "meer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5750"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ע֖וֹד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "afgoden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6091"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לָֽ/עֲצַבִּ֑ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H589"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲנִ֧י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verhoord",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6030"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָנִ֣יתִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zien",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7789"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וַ/אֲשׁוּרֶ֗/נּוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Ik",
          "voorkomen": 3,
          "strongs": [
            "H589"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֲנִי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "denneboom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1265"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ/בְר֣וֹשׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "groenende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7488"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רַֽעֲנָ֔ן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uit",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4480"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִמֶּ֖/נִּי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vrucht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6529"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פֶּרְיְ/ךָ֥"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gevonden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4672"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִמְצָֽא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:8",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die bekenne ze; want des HEEREN wegen zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen, maar de overtreders zullen daarin vallen.",
      "text1637": "[39] Wie is wijs? die verstae dese dingen; [wie is] verstandich? die [40] bekennese: want des HEEREN [41] wegen zijn [42] recht, ende de rechtveerdige sullen daer in [43] wandelen, maer de [44] overtreders sullen daer in vallen.",
      "text2026": "Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die bekenne ze; want de wegen van JAHWEH zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen, maar de overtreders zullen daarin vallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 Wie is wijs: Een schoon besluit dezer profetie, en in het bijzonder van dit hoofdstuk, en der voorgaande Evangelische leringen en beloften. De zin is: dat de ware wijsheid hierin bestaat, en die wijs willen zijn, dat zij dit moeten verstaan en weten, en zich daarnaar regelen; anders zullen zij dwaas zijn in al hunne wijsheid. Zie 1 Kor. 1:18, 1:19, enz., en 1 Kor. 2:2, enz.; en aangaande deze manier van vragen, verg. Deut. 20:5, 20:6, 20:7, 20:8; Ps. 25:12, en Ps. 34:13, en Ps. 107:43. Anders: klagenderwijze aldus: Wie is wijs en verstaat deze dingen? verstandig en weet ze? alsof de profeet zeide: Zeer weinig zijn er, die deze wijsheid hebben. Verg. Jer. 9:12. 1 Korinthiërs 1:18: Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods; 1 Korinthiërs 1:19: Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. 1 Korinthiërs 2:2: Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd. Deuteronomium 20:5: Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in den strijd, en iemand anders dat inwijde. Deuteronomium 20:6: En wie is de man, die een wijngaard geplant heeft, en deszelfs vrucht niet heeft genoten? Die ga henen en kere weder naar zijn huis, opdat hij niet misschien in den strijd sterve en iemand anders die geniete. Deuteronomium 20:7: En wie is de man, die een vrouw ondertrouwd heeft, en haar niet tot zich heeft genomen? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat hij niet misschien in dien strijd sterve, en een ander man haar neme. Deuteronomium 20:8: Daarna zullen de ambtlieden voortvaren te spreken tot het volk, en zeggen: Wie is de man, die vreesachtig en week van hart is? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat het hart zijner broederen niet smelte, gelijk zijn hart. Psalmen 25:12: Mem. Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen. Psalmen 34:13: Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Psalmen 107:43: Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des HEEREN. Jeremia 9:12: Wie is de wijze man, die dit versta? En tot wien heeft de mond des HEEREN gesproken, dat hij het verkondige, waarom het land vergaan en afgebrand zij als een woestijn, dat er niemand doorgaat?",
          "text1637": "Een schoon besluyt deser prophetye, ende in’t bysonder deses capit. ende der voorgaende Euangelische leeringen ende beloften. De sin is, dat de ware wijsheyt hier in bestaet, ende die wijs willen zijn, datse dit moeten verstaen ende weten, ende haer daer nae reguleren: anders sullense dwaes zijn in alle hare wijsheyt. Siet 1.Cor. 1.18, 19, etc. ende 2.2, etc. ende aengaende dese maniere van vragen, Vergel. Deut. 20. versen 5, 6, 7, 8. Psal. 25.12. ende 34.13. ende 107.43. and. klaechs-wijse aldus: wie [is] wijs, ende verstaet dese dingen? verstandich, ende weetse? als of de Propheet seyde: seer weynich zijnder die dese wijsheyt hebben.Vergel. Ier. 9.12.",
          "text2026": "39 Wie is wijs: Een schoon besluit van deze profetie, en in het bijzonder van dit hoofdstuk, en van de voorgaande Evangelische leringen en beloften. De zin is: dat de ware wijsheid hierin bestaat, en die wijs willen zijn, dat zij dit moeten verstaan en weten, en zich daarnaar regelen; anders zullen zij dwaas zijn in al hun wijsheid. Zie 1 Kor. 1:18, 1:19, enz., en 1 Kor. 2:2, enz.; en wat dit betreft manier van vragen, verg. Deut. 20:5, 20:6, 20:7, 20:8; Ps. 25:12, en Ps. 34:13, en Ps. 107:43. Anders: klagenderwijze aldus: Wie is wijs en verstaat deze dingen? verstandig en weet ze? alsof de profeet zei: Zeer weinig zijn er, die deze wijsheid hebben. Verg. Jer. 9:12. 1 Korinthiërs 1:18: Want het woord van het kruis is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht van God; 1 Korinthiërs 1:19: Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid van de wijzen doen vergaan, en het verstand van de verstandigen zal Ik te niet maken. 1 Korinthiërs 2:2: Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. Deuteronomium 20:5: Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga heen en kere weer naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in de strijd, en iemand anders dat inwijde. Deuteronomium 20:6: En wie is de man, die een wijngaard geplant heeft, en daarvan vrucht niet heeft genoten? Die ga heen en kere weer naar zijn huis, opdat hij niet misschien in de strijd sterve en iemand anders die geniete. Deuteronomium 20:7: En wie is de man, die een vrouw ondertrouwd heeft, en haar niet tot zich heeft genomen? Die ga heen en kere weer naar zijn huis; opdat hij niet misschien in die strijd sterve, en een ander man haar neme. Deuteronomium 20:8: Daarna zullen de ambtlieden voortvaren te spreken tot het volk, en zeggen: Wie is de man, die vreesachtig en week van hart is? Die ga heen en kere weer naar zijn huis; opdat het hart zijn broers niet smelte, gelijk zijn hart. Psalmen 25:12: Mem. Wie is de man, die JAHWEH vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg, die hij zal hebben te verkiezen. Psalmen 34:13: Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Psalmen 107:43: Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandig letten op de goedertierenheden van JAHWEH. Jeremia 9:12: Wie is de wijze man, die dit versta? En tot wie heeft de mond van JAHWEH gesproken, dat hij het verkondige, waarom het land vergaan en afgebrand zij als een woestijn, dat er niemand doorgaat?"
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 bekenne ze: Of, weet ze.",
          "text1637": "Ofte, wetese.",
          "text2026": "40 bekenne ze: Of, weet ze."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijne lering en regering. Zie Gen. 18:19, en Ps. 25:4; idem Deut. 32:4; Ps. 25:10. Genesis 18:19: Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. Psalmen 25:4: Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Deuteronomium 32:4: Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij. Psalmen 25:10: Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.",
          "text1637": "Sijne leeringe ende regeringe. Siet Genes. 18. op vers 19. ende Psal. 25. op vers 4. item Deut. 32. op vers 4. Psal. 25. op vers 10.",
          "text2026": "Zijn lering en regering. Zie Gen. 18:19, en Ps. 25:4; idem Deut. 32:4; Ps. 25:10. Genesis 18:19: Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg van JAHWEH houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat JAHWEH over Abraham brenge, wat Hij over hem gesproken heeft. Psalmen 25:4: Daleth. JAHWEH! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Deuteronomium 32:4: Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij. Psalmen 25:10: Caph. Alle paden van JAHWEH zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 7:11, en Ps. 19:9. Psalmen 7:11: Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt. Psalmen 19:9: De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 19.9. ende 7.11.",
          "text2026": "Verg. Ps. 7:11, en Ps. 19:9. Psalmen 7:11: Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt. Psalmen 19:9: De bevelen van JAHWEH zijn recht, verblijdende het hart; het gebod van JAHWEH is zuiver, verlichtende de ogen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met genoegen lust en vreugde. Zie Ps. 119; Matth. 11:30; 1 Joh. 5:3, enz. Mattheüs 11:30: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht. 1 Johannes 5:3: Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar. Johannes 5:3: In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters.",
          "text1637": "Met genoegen, lust, ende vreuchde. Siet Psal. 119. Matth. 11.30. 1.Ioan. 5.3, etc.",
          "text2026": "Met genoegen lust en vreugde. Zie Ps. 119; Matt. 11:30; 1 Joh. 5:3, enz. Mattheüs 11:30: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht. 1 Johannes 5:3: Want dit is de liefde van God, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar. Johannes 5:3: In dezelfde lag een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering van het water."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, afvalligen, zullen zich daaraan ergeren, stoten, sneuvelen en vervallen. Zie Jes. 8:14, en Hos. 7:13; Luk. 2:34; 2 Kor. 2:16, enz. Jesaja 8:14: Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem. Hosea 7:13: Wee hen, want zij zijn van Mij afgezworven; verstoring over hen, want zij hebben tegen Mij overtreden! Ik zou hen wel verlossen, maar zij spreken leugenen tegen Mij. Lukas 2:34: En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden. 2 Korinthiërs 2:16: Dezen wel een reuk des doods ten dode; maar genen een reuk des levens ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?",
          "text1637": "Ofte, afvallige, sullen haer daer aen ergeren, stooten, sneuvelen, ende vervallen. Siet bov. 7.13. ende Iesa. 8.14. Luce 2.34. 2.Cor. 2.16, etc.",
          "text2026": "Of, afvalligen, zullen zich daaraan ergeren, stoten, sneuvelen en vervallen. Zie Jes. 8:14, en Hos. 7:13; Luk. 2:34; 2 Kor. 2:16, enz. Jesaja 8:14: Dan zal Hij u tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen van de aanstoot en tot een rotssteen van de struikeling de twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net de inwoners te Jeruzalem. Hosea 7:13: Wee hen, want zij zijn van Mij afgezworven; verstoring over hen, want zij hebben tegen Mij overtreden! Ik zou hen wel verlossen, maar zij spreken leugens tegen Mij. Lukas 2:34: En Simeon zegende henlieden, en zei tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden. 2 Korinthiërs 2:16: Deze wel een reuk van de dood ten dode; maar genen een reuk van het leven ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֤י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "חָכָם֙",
          "strongs": "H2450",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָ֣בֵֽן",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HC/Vqj3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵ֔לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "נָב֖וֹן",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֵֽדָעֵ֑/ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqj3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יְשָׁרִ֞ים",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכֵ֣י",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/צַדִּקִים֙",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HC/Aampa"
        },
        {
          "woord": "יֵ֣לְכוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָ֔/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/פֹשְׁעִ֖ים",
          "strongs": "H6586",
          "morph": "HC/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "יִכָּ֥שְׁלוּ",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָֽ/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bekenne ze; want de wegen van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> recht, en de rechtvaardigen zullen daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> wandelen, maar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> overtreders zullen daarin vallen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bekenne ze; want des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wegen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> recht, en de rechtvaardigen zullen daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> wandelen, maar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> overtreders zullen daarin vallen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Wie is wijs? die verstae dese dingen; [wie is] verstandich? die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bekennese: want des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wegen zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> recht, ende de rechtveerdige sullen daer in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> wandelen, maer de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> overtreders sullen daer in vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Wie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4310"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ֤י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wijs",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2450"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חָכָם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "versta",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H995"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יָ֣בֵֽן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "deze",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H428"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֵ֔לֶּה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verstandig",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H995"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָב֖וֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bekenne",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יֵֽדָעֵ֑/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּֽי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "recht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3477"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְשָׁרִ֞ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wegen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1870"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דַּרְכֵ֣י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֗ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "rechtvaardigen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6662"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/צַדִּקִים֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wandelen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3212"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֵ֣לְכוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              11
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H1980"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids kiest H1980 (הלך) waar MorphHB voor deze vorm van ילך H3212 geeft; MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "overtreders",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6586"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/פֹשְׁעִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vallen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3782"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִכָּ֥שְׁלוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 14:9",
            "bronindices": [
              13
            ]
          }
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Israel wort vermaent tot ware bekeeringe, ende geleert hoe sy die betuygen sullen, vers 1, etc. met schoone beloften van de toekomstige genade ende segeningen onder den Messia, 4. Vermaen tot vlytich op-mercken, betrachten, ende nakomen deser ende aller godtlicke leeringen, 10.",
    "text2026": "Israël wordt vermaand tot ware bekering, en geleerd hoe zij die zullen betuigen, vers 1, enz. met schone beloften over de toekomstige genade en zegeningen onder de Messias, 4. Vermaning tot ijverig opmerken, betrachten en nakomen van deze en alle goddelijke leringen, 10."
  }
}
