{
  "number": 6,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.",
      "text1637": "[1] KOmet ende laet ons wederkeeren tot den HEERE; want hy heeft verscheurt, ende hy sal ons [2] genesen: hy heeft [3] geslagen, ende hy sal ons [4] verbinden.",
      "text2026": "Kom en laat ons terugkeren tot JAHWEH, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 en laat ons wederkeren tot den HEERE: Sommigen hechten deze woorden aan het laatste van Hos. 5, als zijnde een onderlinge aanspraak tot bekering, die de gelovigen alsdan tot elkander zullen gebruiken.",
          "text1637": "Sommige hechten dese woorden aen het laetste van het voorgaende capittel, als zijnde een onderlinge aensprake ende vermaninge tot bekeeringe, die de geloovige alsdan tot malkander sullen gebruycken.",
          "text2026": "1 en laat ons terugkeren tot JAHWEH: Sommigen hechten deze woorden aan het laatste van Hos. 5, als zijnde een onderlinge aanspraak tot bekering, die de gelovigen alsdan tot elkaar zullen gebruiken."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat Assur en Jareb niet doen konden, boven Hos. 5:14; zie wijders Ps. 30:3. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn. Psalmen 30:3: HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen.",
          "text1637": "Dat Assur noch Iareb niet doen en konde, bov. 5.13. siet wijders Psal. 30. op vers 3.",
          "text2026": "Dat Assur en Jareb niet doen konden, boven Hos. 5:14; zie verder Ps. 30:3. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en de huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en heengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn. Psalmen 30:3: JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij genezen."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vergelijk Ezech. 7:9, met de aantekening. Ezechiël 7:9: En Mijn oog zal niet verschonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE ben, Die slaat.",
          "text1637": "Vergel. Ezec. 7.9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Vergelijk Ez. 7:9, met de aantekening. Ezechiël 7:9: En Mijn oog zal niet sparen, en Ik zal niet sparen; Ik zal u geven naar uw wegen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, Die slaat."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Job 5:18; Ps. 147:3. Job 5:18: Want Hij doet smart aan, en Hij verbindt; Hij doorwondt, en Zijn handen helen. Psalmen 147:3: Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.",
          "text1637": "Siet Iob 5.18. Psal. 147.3.",
          "text2026": "Zie Job 5:18; Ps. 147:3. Job 5:18: Want Hij doet smart aan, en Hij verbindt; Hij doorwondt, en Zijn handen helen. Psalmen 147:3: Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְכוּ֙",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָשׁ֣וּבָה",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqh1cp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ה֥וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "טָרָ֖ף",
          "strongs": "H2963",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִרְפָּאֵ֑/נוּ",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HC/Vqi3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יַ֖ךְ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַחְבְּשֵֽׁ/נוּ",
          "strongs": "H2280",
          "morph": "HC/Vqi3ms/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Kom en laat ons terugkeren tot JAHWEH, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> genezen; Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> geslagen, en Hij zal ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verbinden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> genezen; Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> geslagen, en Hij zal ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verbinden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> KOmet ende laet ons wederkeeren tot den HEERE; want hy heeft verscheurt, ende hy sal ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> genesen: hy heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> geslagen, ende hy sal ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verbinden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Komt",
          "new": "Kom",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "wederkeren",
          "new": "terugkeren",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Kom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3212"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְכוּ֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              0
            ]
          },
          "gids_strongs": [
            "H1980"
          ],
          "toelichting": "De uitlijngids kiest H1980 (הלך) waar MorphHB voor deze vorm van ילך H3212 geeft; MorphHB blijft leidend."
        },
        {
          "tekst": "terugkeren",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/נָשׁ֣וּבָה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "tot",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H413"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֛י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Hij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1931"
          ],
          "bronwoorden": [
            "ה֥וּא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verscheurd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2963"
          ],
          "bronwoorden": [
            "טָרָ֖ף"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "genezen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7495"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יִרְפָּאֵ֑/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "geslagen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5221"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יַ֖ךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verbinden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2280"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יַחְבְּשֵֽׁ/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:1",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.",
      "text1637": "Hy sal ons nae twee dagen [5] levendich maken: op den derden dach sal hy ons doen verrijsen, ende wy sullen voor sijn aengesichte [6] leven.",
      "text2026": "Hij zal ons na twee dagen levend maken; op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 levend maken: Want zij, [Efraïm en Juda, boven Hos. 5:14] waren als doden en begravenen, ten tijde als zij naar Assyrië en Babel waren weggevoerd; [gelijk wij allen geestelijk dood waren door de zonde] zulks dat de verlossing was gelijk ene opwekking uit de doden; zie Ezech. 37, Jes. 26:19, met de aantekening. Gelijk nu de verlossing uit Babel een voorbeeld was van onze geestelijke verlossing door Christus, alzo kunnen deze schone Evangelische woorden van vers 3, en vers 3 wijders bekwamelijk geduid worden op de verrijzenis van onzen Zaligmaker en Hoofd Jezus Christus ten derden dage, en op de heerlijke vruchten, die het ganse lichaam van Christus, dat is, zijne kerk, daarvan geniet. Zie Rom. 6:8, 6:11; Kol. 2:13, en Kol. 3:1, 3:2, 3:3, enz. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en den huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en henengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn. Jesaja 26:19: Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw der moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. Hosea 6:3: Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands. Hosea 6:3: Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands. Romeinen 6:8: Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven; Romeinen 6:11: Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere. Kolossensen 2:13: En Hij heeft u, als gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende; Kolossensen 3:1: Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Kolossensen 3:2: Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Kolossensen 3:3: Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.",
          "text1637": "Want sy, (Ephraim ende Iuda bov. 5.14.) waren als doode ende begravene, ter tijt als sy nae Assyrien ende Babel waren wech gevoert: (gelijck wy alle geestlick doot waren door de sonde, sulcks dat de verlossinge was gelijck eene opweckinge uyt den dooden. Siet Ezech. 37. Iesa. 27.19. met de aenteeck. gelijck nu de verlossinge uyt Babel een voorbeelt was van onse geestelicke verlossinge door Christum, alsoo konnen dese schoone Euangelische woorden van dit ende het volgende vers wijders bequamelick geduyt worden op de verrijsenisse onses Salichmakers ende hoofts Iesu Christi, ten derden dage, ende op de heerlicke vruchten die ’t gantsche lichaem Christi, dat is, sijne kercke, daer van geniet. Siet Rom. 6.8, 11. Coloss. 2.13. ende 3.1, 2, 3, etc.",
          "text2026": "5 levend maken: Want zij, [Efraïm en Juda, boven Hos. 5:14] waren als doden en begravenen, ten tijde als zij naar Assyrië en Babel waren weggevoerd; [gelijk wij allen geestelijk dood waren door de zonde] zulks dat de verlossing was gelijk een opwekking uit de doden; zie Ez. 37, Jes. 26:19, met de aantekening. Gelijk nu de verlossing uit Babel een voorbeeld was van onze geestelijke verlossing door Christus, zo kunnen deze schone Evangelische woorden van vers 3, en vers 3 verder bekwamelijk geduid worden op de verrijzenis van onze Zaligmaker en Hoofd Jezus Christus op de derde dag, en op de heerlijke vruchten, die het gehele lichaam van Christus, dat is, zijn kerk, daarvan geniet. Zie Rom. 6:8, 6:11; Kol. 2:13, en Kol. 3:1, 3:2, 3:3, enz. Hosea 5:14: Want Ik zal Efraïm zijn als een felle leeuw, en de huize van Juda als een jonge leeuw; Ik, Ik zal verscheuren en heengaan; Ik zal wegvoeren, en er zal geen redder zijn. Jesaja 26:19: Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, u, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw van de moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. Hosea 6:3: Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om JAHWEH te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen van het land. Hosea 6:3: Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om JAHWEH te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen van het land. Romeinen 6:8: Als wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven; Romeinen 6:11: Zo ook u, houdt het daarvoor dat u wel van de zonde dood bent, maar voor God levende bent in Christus Jezus, onze Heer. Kolossensen 2:13: En Hij heeft u, als u dood was in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mee levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u vergevende; Kolossensen 3:1: Als u dan met Christus opgewekt bent, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand van God. Kolossensen 3:2: Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Kolossensen 3:3: Want u bent gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als nieuwgeboren kinderen, een nieuw mens, nieuwe creaturen, zullen wij in zijn huis onder zijn vaderlijke gunst gelukzalig leven en met vreugde wandelen in nieuwheid des levens, heiligheid en gerechtigheid, hier, en hierna in eeuwigheid. Zie Gen. 17:1; Ps. 4:7; Ezech. 16:6, met de aantekening; idem, Luk. 1:75; Rom. 6:4, 6:8, 6:11; 2 Kor. 5:15, 5:17; Gal. 6:15; Ef. 2:15, en Ef. 4:24; 1 Thess. 4:17, en 1 Thess. 5:10; 1 Petr. 2:2. Genesis 17:1: Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! Psalmen 4:7: Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE! Ezechiël 16:6: Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef! Lukas 1:75: In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens. Romeinen 6:4: Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Romeinen 6:8: Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven; Romeinen 6:11: Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere. 2 Korinthiërs 5:15: Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is. 2 Korinthiërs 5:17: Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. Galaten 6:15: Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel. Efeziërs 2:15: Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; Efeziërs 4:24: En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid. 1 Thessalonicensen 4:17: Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. 1 Thessalonicensen 5:10: Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij slapen, te zamen met Hem leven zouden. 1 Petrus 2:2: En, als nieuwgeborene kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen;",
          "text1637": "Als nieuw geborene kinderen, een nieuw mensche, nieuwe creature, sullen wy in sijn huys onder sijne vaderlicke gunste, gelucksalichlick leven ende met vreuchde wandelen in nieuwicheyt des levens, heylicheyt ende gerechticheyt, hier, ende hier na in eeuwicheyt. Siet Genes. 17.1. Psal. 4.7. Ezech. 16.6. met d’aenteeck. item Rom. 6.18, 11. 1.Petr. 2.2. Ephes. 2.15. ende 4.24. 2.Cor. 5.17. Gal. 6.15. Rom. 6.4. Luc. 1.75. 2.Cor. 5.15. 1.Thes. 4.17. ende 5.10.",
          "text2026": "Als nieuwgeboren kinderen, een nieuw mens, nieuwe creaturen, zullen wij in zijn huis onder zijn vaderlijke gunst gelukzalig leven en met vreugde wandelen in nieuwheid van het leven, heiligheid en gerechtigheid, hier, en hierna in eeuwigheid. Zie Gen. 17:1; Ps. 4:7; Ez. 16:6, met de aantekening; idem, Luk. 1:75; Rom. 6:4, 6:8, 6:11; 2 Kor. 5:15, 5:17; Gal. 6:15; Ef. 2:15, en Ef. 4:24; 1 Thess. 4:17, en 1 Thess. 5:10; 1 Petr. 2:2. Genesis 17:1: Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen JAHWEH aan Abram, en zei tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! Psalmen 4:7: Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef U over ons het licht Uws aangezichts, o JAHWEH! Ezechiël 16:6: Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zei tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zei tot u in uw bloed: Leef! Lukas 1:75: In heiligheid en gerechtigheid voor Hem, al de dagen onzes levens. Romeinen 6:4: Wij zijn dan met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat, zoals Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in nieuwigheid van het leven wandelen zouden. Romeinen 6:8: Als wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven; Romeinen 6:11: Zo ook u, houdt het daarvoor dat u wel van de zonde dood bent, maar voor God levende bent in Christus Jezus, onze Heer. 2 Korinthiërs 5:15: Als die dit oordelen, dat, als Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Die, Die voor hen gestorven en opgewekt is. 2 Korinthiërs 5:17: Zo dan, als iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. Galaten 6:15: Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel. Efeziërs 2:15: Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet van de geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; Efeziërs 4:24: En de nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid. 1 Thessalonicensen 4:17: Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer wezen. 1 Thessalonicensen 5:10: Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij slapen, te zamen met Hem leven zouden. 1 Petrus 2:2: En, als nieuwgeborene kinderen, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat u door dezelfde mag opwassen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְחַיֵּ֖/נוּ",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVpi3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יֹּמָ֑יִם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmda"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יּוֹם֙",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/שְּׁלִישִׁ֔י",
          "strongs": "H7992",
          "morph": "HTd/Aomsa"
        },
        {
          "woord": "יְקִמֵ֖/נוּ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVhi3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִחְיֶ֥ה",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqi1cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָֽי/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Hij zal ons na twee dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> levend maken; op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> leven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Hij zal ons na twee dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> leven.",
      "text1637_html": "Hy sal ons nae twee dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> levendich maken: op den derden dach sal hy ons doen verrijsen, ende wy sullen voor sijn aengesichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> leven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den derden",
          "new": "de derde",
          "principe": "N1"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "levend",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2421"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְחַיֵּ֖/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dagen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3117"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/יֹּמָ֑יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              0
            ]
          },
          "toelichting": "יֹמָיִם is de tweevoudsvorm van יוֹם; het Nederlands geeft hem weer met 'twee dagen'."
        },
        {
          "tekst": "dag",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3117"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/יּוֹם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "derde",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7992"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הַ/שְּׁלִישִׁ֔י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verrijzen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6965"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְקִמֵ֖/נוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "leven",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2421"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/נִחְיֶ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "aangezicht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6440"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/פָנָֽי/ו"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:2",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen des lands.",
      "text1637": "Dan sullen wy [7] kennen, wy sullen vervolgen, om den HEERE te kennen; syn [8] uytganck is [9] bereyt als de [10] dageraet: ende hy sal [11] tot ons komen als een [12] regen; als de [13] spade regen [ende] vroege regen [14] des lants.",
      "text2026": "Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen, om JAHWEH te kennen; Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen en vroege regen van het land.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zo aangenaam en lieflijk, idem zo zeker en vast, als het aanbreken van den dag en het rijzen der zon, na de nachtelijke duisternis.",
          "text1637": "Soo aengenaem ende lieflick, item soo seker ende vast, als het aenbreken des daechs, ende het rijsen der Sonne, na de nachtlicke duysternisse.",
          "text2026": "Zo aangenaam en lieflijk, idem zo zeker en vast, als het aanbreken van de dag en het rijzen van de zon, na de nachtelijke duisternis."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 tot ons komen: Of, voor ons, tot ons best.",
          "text1637": "Ofte, voor ons, tot onsen besten.",
          "text2026": "11 tot ons komen: Of, voor ons, tot ons best."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, na een langdurige droogte, wanneer men zeer naar regen verlangd heeft. Vergelijk Deut. 32:2; Job 29:23; Ps. 72:6, en Ezech. 34:26. Deuteronomium 32:2: Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Job 29:23: Want zij wachtten naar mij, gelijk naar den regen, en sperden hun mond open, als naar den spaden regen. Psalmen 72:6: Hij zal nederdalen als een regen op het nagras, als de druppelen, die de aarde bevochtigen. Ezechiël 34:26: Want Ik zal dezelve, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een zegen; en Ik zal den plasregen doen nederdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn.",
          "text1637": "D. na eene lanckduerige droochte, wanneermen seer nae regen verlangt heeft. Vergel. Iob 29.23. item Deut. 32.2. Psal. 72.6. ende Ezech. 34.26.",
          "text2026": "Dat is, na een langdurige droogte, wanneer men zeer naar regen verlangd heeft. Vergelijk Deut. 32:2; Job 29:23; Ps. 72:6, en Ez. 34:26. Deuteronomium 32:2: Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Job 29:23: Want zij wachtten naar mij, gelijk naar de regen, en sperden hun mond open, als naar de spaden regen. Psalmen 72:6: Hij zal nederdalen als een regen op het nagras, als de druppelen, die de aarde bevochtigen. Ezechiël 34:26: Want Ik zal dezelfde, en de plaatsen rondom Mijn heuvel, stellen tot een zegen; en Ik zal de plasregen doen nederdalen op zijn tijd, plasregens van zegen zullen er zijn."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 spade regen en vroege regen: Zie Deut. 11:14. De zin is dat God niet zal feilen om zijne weldadigheid aan zijne kerk te bewijzen en te vervolgen, telkens op zijnen tijd, en voornamelijk zijn genadewerk door Christus. Deuteronomium 11:14: Zo zal Ik den regen uws lands geven te zijner tijd, vroegen regen en spaden regen, opdat gij uw koren, en uw most, en uw olie inzamelt.",
          "text1637": "Siet Deut. 11. op vers 14. de sin is, dat Godt niet en sal feylen, om sijne weldadicheyt aen sijne kercke te bewijsen ende te vervolgen, telckens op sijnen tijt, ende specialick sijn genaden-werck door Christum.",
          "text2026": "13 spade regen en vroege regen: Zie Deut. 11:14. De zin is dat God niet zal falen om zijn weldadigheid aan zijn kerk te bewijzen en te vervolgen, telkens op zijn tijd, en voornamelijk zijn genadewerk door Christus. Deuteronomium 11:14: Zo zal Ik de regen uws lands geven op zijn tijd, vroegen regen en spaden regen, opdat u uw koren, en uw most, en uw olie inzamelt."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 des lands: Of, der aarde.",
          "text1637": "Ofte, der aerde.",
          "text2026": "14 van het land: Of, van de aarde."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van zulke samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5. De zin is: Wij zullen door des Heeren genade alsdan hem en zijnen Messias kennen, en vuriglijk ijveren en zorg daarvoor dragen, dat wij in kennis mogen toenemen en wassen, totdat wij eindelijk na dezen de volmaaktheid bekomen. Zie boven Hos. 2:19; 1 Kor. 13:9, 13:10, en vergelijk hiermede hun vorigen staat, boven Hos. 4:1, 4:6, en Hos. 5:4. Psalmen 45:5: En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren. Hosea 2:19: (En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen. 1 Korinthiërs 13:9: Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; 1 Korinthiërs 13:10: Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden. Hosea 4:1: Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is; Hosea 4:6: Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten. Hosea 5:4: Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.",
          "text1637": "Siet van sulcke t’samen-voeginge van twee woorden Ps. 45. op vers 5. De sin is, wy sullen door des Heeren genade alsdan hem ende sijnen Messiam kennen. ende vyerichlick yveren ende sorge daer voor dragen, dat wy in kennisse mogen toenemen ende wassen. tot dat wy eyndelick na desen de volmaecktheyt bekomen. Siet boven 2.20. 1.Corint. 13.9, 10. ende vergel. hier mede haren voorigen staet bov. 4.1, 6. ende 5.4.",
          "text2026": "Zie van zulke samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5. De zin is: Wij zullen door van de Heern genade alsdan hem en zijn Messias kennen, en vuriglijk ijveren en zorg daarvoor dragen, dat wij in kennis mogen toenemen en groeien, totdat wij eindelijk na deze de volmaaktheid bekomen. Zie boven Hos. 2:19; 1 Kor. 13:9, 13:10, en vergelijk hiermee hun vorigen staat, boven Hos. 4:1, 4:6, en Hos. 5:4. Psalmen 45:5: En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord van de waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren. Hosea 2:19: (En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en u zult JAHWEH kennen. 1 Korinthiërs 13:9: Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; 1 Korinthiërs 13:10: Maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal wat ten dele is, te niet gedaan worden. Hosea 4:1: Hoort van JAHWEH woord, u kinderen van Israël! want JAHWEH heeft een twist met de inwoners van het land, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is; Hosea 4:6: Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; omdat u de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat u Mij het priesterambt niet zult bedienen; omdat u de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten. Hosea 5:4: Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest van de hoererijen is in het midden van hen, en JAHWEH kennen zij niet."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is opgang, als wanneer de zon gelijk een bruidegom uit zijne slaapkamer uitgaat, [Ps. 19:6]. Versta, de aankomst van God tot de verlossing van zijn volk uit de Babylonische gevangenschap, en de Heere Christus tot onze geestelijke verlossing. Psalmen 19:6: En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen.",
          "text1637": "D. opganck, als wanneer de Sonne, gelijck een Bruydegom uyt sijne slaepkamer uyt gaet: (Psal. 19.6.) verstaet de aenkomste Godts tot de verlossinge sijns volcks uyt de Babylonische gevanckenisse, ende des Heeren Christi, tot onser geestelicke verlossinge.",
          "text2026": "Dat is opgang, als wanneer de zon gelijk een bruidegom uit zijn slaapkamer uitgaat, [Ps. 19:6]. Versta, de aankomst van God tot de verlossing van zijn volk uit de Babylonische gevangenschap, en de Heer Christus tot onze geestelijke verlossing. Psalmen 19:6: En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gericht, geschikt.",
          "text1637": "Ofte, gericht, geschickt.",
          "text2026": "Of, gericht, geschikt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נֵדְעָ֣ה",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqh1cp"
        },
        {
          "woord": "נִרְדְּפָ֗ה",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/דַ֨עַת֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/שַׁ֖חַר",
          "strongs": "H7837",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָכ֣וֹן",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "מֽוֹצָא֑/וֹ",
          "strongs": "H4161",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָב֤וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "כַ/גֶּ֨שֶׁם֙",
          "strongs": "H1653",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֔/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מַלְק֖וֹשׁ",
          "strongs": "H4456",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "י֥וֹרֶה",
          "strongs": "H3384",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Dan zullen wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> kennen, wij zullen vervolgen, om JAHWEH te kennen; Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> uitgang is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bereid als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dageraad; en Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot ons komen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> regen, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> spade regen en vroege regen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van het land.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dan zullen wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> kennen, wij zullen vervolgen, om den HEERE te kennen; Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> uitgang is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bereid als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dageraad; en Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot ons komen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> regen, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> spade regen en vroege regen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> des lands.",
      "text1637_html": "Dan sullen wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> kennen, wy sullen vervolgen, om den HEERE te kennen; syn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> uytganck is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bereyt als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dageraet: ende hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot ons komen als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> regen; als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> spade regen [ende] vroege regen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> des lants.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des lands.",
          "new": "van het land.",
          "principe": "N3"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "kennen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/נֵדְעָ֣ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vervolgen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7291"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִרְדְּפָ֗ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kennen",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3045"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לָ/דַ֨עַת֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H853"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              3
            ]
          },
          "anker": "JAHWEH",
          "plaats": "voor",
          "status": "niet_afzonderlijk_weergegeven",
          "toelichting": "Het Hebreeuwse lijdend-voorwerpteken אֵת is niet afzonderlijk vertaald."
        },
        {
          "tekst": "JAHWEH",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3068"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוָ֔ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "dageraad",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7837"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/שַׁ֖חַר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bereid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3559"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נָכ֣וֹן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "uitgang",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4161"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֽוֹצָא֑/וֹ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "komen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H935"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/יָב֤וֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "regen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1653"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַ/גֶּ֨שֶׁם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "spade",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4456"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/מַלְק֖וֹשׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              10
            ]
          },
          "toelichting": "מַלְקוֹשׁ is de late (voorjaars)regen; het Nederlands geeft hem weer met 'de spade regen'. De koppeling staat op 'spade'."
        },
        {
          "tekst": "vroege",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3384"
          ],
          "bronwoorden": [
            "י֥וֹרֶה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              11
            ]
          },
          "toelichting": "MorphHB leest יוֹרֶה als werkwoordsvorm van יָרָה (H3384, 'begieten'); de Nederlandse tekst leest het als de vroege regen. De koppeling staat op 'vroege'."
        },
        {
          "tekst": "land",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H776"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָֽרֶץ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:3",
            "bronindices": [
              12
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Wat zal Ik u doen, o Efraïm! wat zal Ik u doen, o Juda! dewijl uw weldadigheid is als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat.",
      "text1637": "[15] Wat sal ick u doen, ô Ephraim; wat sal ick u doen, ô Iuda? dewijle uwe weldadicheyt is als eene [16] morgen-wolcke, ende als een vroech-komende dauw, die henen gaet.",
      "text2026": "Wat zal Ik u doen, o Efraïm! wat zal Ik u doen, o Juda! omdat uw goedertierenheid is als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 Wat zal Ik u doen: Alsof de Heere zeide: Hoe kan ik u anders doen dan Ik u dagelijks dreig? Hoe zou Ik u kunnen verschonen? Hier komt God weder tot de straf-predikatie, gelijk het gevolg van den tekst uitwijst.",
          "text1637": "Als of de Heere seyde: hoe kan ick u anders doen, als ick u dagelijcks dreyge? Hoe soude ick u konnen verschoonen? hier komt Godt weder tot de straf-predicatie, als het gevolch van den text uytwijst.",
          "text2026": "15 Wat zal Ik u doen: Alsof de Heer zei: Hoe kan ik u anders doen dan Ik u dagelijks dreig? Hoe zou Ik u kunnen sparen? Hier komt God weer tot de straf-predikatie, gelijk het gevolg van de tekst uitwijst."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die haast opkomt en weder vergaat. Vergelijk onder Hos. 13:3. God wil zeggen dat zij somtijds zich hielden en een schijn gaven alsof zij zich wilden bekeren, maar dat zelfs die schijn terstond weder verdween; zo ver was het vandaar, dat zij zich dadelijk zouden bekeren. Hosea 13:3: Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.",
          "text1637": "Die haest opkomt ende weder vergaet. Vergel. ond. 13.3. Godt wil seggen, datse somtijts haer gelieten ende eenen schijn gaven, als ofse haer wilden bekeeren, maer dat selfs dien schijn terstont weder verdween: soo verre wast van daer, datse haer datelick souden bekeeren.",
          "text2026": "Die haast opkomt en weer vergaat. Vergelijk onder Hos. 13:3. God wil zeggen dat zij somtijds zich hielden en een schijn gaven alsof zij zich wilden bekeren, maar dat zelfs die schijn meteen weer verdween; zo ver was het vandaar, dat zij zich dadelijk zouden bekeren. Hosea 13:3: Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat; als kaf van de dorsvloer, en als rook uit de schoorsteen wordt weggestormd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מָ֤ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֶֽעֱשֶׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְּ/ךָ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶפְרַ֔יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מָ֥ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֶעֱשֶׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְּ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַסְדְּ/כֶם֙",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כַּֽ/עֲנַן",
          "strongs": "H6051",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֔קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כַ/טַּ֖ל",
          "strongs": "H2919",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מַשְׁכִּ֥ים",
          "strongs": "H7925",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "הֹלֵֽךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Wat zal Ik u doen, o Efraïm! wat zal Ik u doen, o Juda! omdat uw goedertierenheid is als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Wat zal Ik u doen, o Efraïm! wat zal Ik u doen, o Juda! dewijl uw weldadigheid is als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Wat sal ick u doen, ô Ephraim; wat sal ick u doen, ô Iuda? dewijle uwe weldadicheyt is als eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> morgen-wolcke, ende als een vroech-komende dauw, die henen gaet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "weldadigheid",
          "new": "goedertierenheid",
          "principe": "V937"
        },
        {
          "old": "henengaat.",
          "new": "heengaat.",
          "principe": "V679"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Wat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מָ֤ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "doen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶֽעֱשֶׂה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Efraïm",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶפְרַ֔יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wat",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H4100"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מָ֥ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "doen",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֶעֱשֶׂה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Juda",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3063"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוּדָ֑ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "goedertierenheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2617"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/חַסְדְּ/כֶם֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "morgenwolk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6051",
            "H1242"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כַּֽ/עֲנַן",
            "בֹּ֔קֶר"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              8,
              7
            ]
          },
          "toelichting": "עֲנַן בֹּקֶר ('wolk van de morgen') is in het Nederlands samengetrokken tot 'morgenwolk'; dat woord draagt daarom beide grondwoorden (H6051 en H1242)."
        },
        {
          "tekst": "dauw",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2919"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/כַ/טַּ֖ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "vroegkomende",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7925"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מַשְׁכִּ֥ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "heengaat",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1980"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הֹלֵֽךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:4",
            "bronindices": [
              11
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Daarom heb Ik hen behouwen door de profeten; Ik heb ze gedood door de redenen Mijns monds; en uw oordelen zullen voortkomen aan het licht.",
      "text1637": "Daerom heb ickse [17] behouwen door de Propheten: ick hebse [18] gedoodt door de redenen mijns monts: ende [19] uwe oordee-len sullen [20] voort-komen [aen] ’t licht.",
      "text2026": "Daarom heb Ik hen behouwen door de profeten; Ik heb ze gedood door de redenen van Mijn mond; en uw oordelen zullen voortkomen aan het licht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 behouwen door de profeten: Dat is, hardelijk en scherpelijk bestraft en gescholden, gebruikende [gelijk men zegt] een scherpe harde bijl tot een harden kwast.",
          "text1637": "D. hardelick ende scherpelick bestraft ende gescholden, gebruyckende (alsmen seyt) eene scherpe harde byle, tot eenen harden quast.",
          "text2026": "17 behouwen door de profeten: Dat is, hardelijk en scherpelijk bestraft en gescholden, gebruikende [gelijk men zegt] een scherpe harde bijl tot een harden kwast."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, allen troost en hulp ontzegt, en integendeel het oordeel des doods, of van een dodelijk verderf aangezegd. Zie Jer. 1:10, enz. Jeremia 1:10: Zie, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken, om uit te rukken, en af te breken, en te verderven, en te verstoren; ook om te bouwen en te planten.",
          "text1637": "D. allen troost ende hulpe ontseyt, ende ter contrarie het oordeel des doots, ofte eens dootlicken verderfs, aengeseyt. Siet Ierem. 1. op vers 10, etc.",
          "text2026": "Dat is, allen troost en hulp ontzegt, en integendeel het oordeel van de dood, of van een dodelijk verderf aangezegd. Zie Jer. 1:10, enz. Jeremia 1:10: Zie, Ik stel u te deze dage over de volken en over de koninkrijken, om uit te rukken, en af te breken, en te verderven, en te verstoren; ook om te bouwen en te planten."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 uw oordelen: Versta, de oordelen, vonnissen, of straffen, die Ik over u, o Efraïm en Juda, wil laten gaan. Hebreeuws, uwe oordelen zal, enz.; dat is, elk oordeel, dat gij door uw veelvoudig en langdurig zondigen voor en na verdiend hebt.",
          "text1637": "Verst. de oordelen, vonnissen, ofte straffen, die ick over u, ô Ephraim ende Iuda, wil laten gaen, Hebr. uwe oordeelen sal, etc. D. elck oordeel, dat ghy door u veelvoudich ende lanckduerich sondigen voor ende na verdient hebt.",
          "text2026": "19 uw oordelen: Versta, de oordelen, vonnissen, of straffen, die Ik over u, o Efraïm en Juda, wil laten gaan. Hebreeuws, uw oordelen zal, enz.; dat is, elk oordeel, dat u door uw veelvoudig en langdurig zondigen voor en na verdiend hebt."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 voortkomen aan het licht: Dat is, zullen ten laatste uitbreken, voor den dag komen en in het openbaar voor al de wereld over uw openbare zonden geoefend en voor rechtvaardig bekend worden. Vergelijk de manier van spreken met Job 12:22, en Job 28:11; Micha 7:9; Zef. 3:5. Dit schijnt de eenvoudigste overzetting dezer woorden te zijn. Anders: en, of, opdat uwe oordelen licht zal voortkomen. Job 12:22: Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht. Job 28:11: Hij bindt de rivieren toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht. Micha 7:9: Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid. Zefanja 3:5: De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.",
          "text1637": "D. sullen ten laetsten uytbreken, voor den dach komen ende in’t openbaer voor al de werelt over uwe openbare sonden geoeffent, ende voor rechtveerdich bekent worden. Vergel. de maniere van spreken met Iob 12.22. ende 28.11. Mic. 7.9. Zeph. 3.5. Dit schijnt d’eenvoudichste oversettinge deser woorden te zijn. And. ende, (ofte, op dat) uwer oordelen licht sal voort-komen.",
          "text2026": "20 voortkomen aan het licht: Dat is, zullen ten laatste uitbreken, voor de dag komen en in het openbaar voor al de wereld over uw openbare zonden geoefend en voor rechtvaardig bekend worden. Vergelijk de manier van spreken met Job 12:22, en Job 28:11; Micha 7:9; Zef. 3:5. Dit schijnt de eenvoudigste overzetting van deze woorden te zijn. Anders: en, of, opdat uw oordelen licht zal voortkomen. Job 12:22: Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en van de dood schaduwe brengt Hij voort in het licht. Job 28:11: Hij bindt de rivieren toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht. Micha 7:9: Ik zal van JAHWEH toorn dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid. Zefanja 3:5: De rechtvaardige JAHWEH is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; elke morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; maar de verkeerde weet van geen schaamte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "חָצַ֨בְתִּי֙",
          "strongs": "H2672",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/נְּבִיאִ֔ים",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הֲרַגְתִּ֖י/ם",
          "strongs": "H2026",
          "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אִמְרֵי",
          "strongs": "H561",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "פִ֑/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִשְׁפָּטֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "א֥וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "יֵצֵֽא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom heb Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hen behouwen door de profeten; Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> ze gedood door de redenen van Mijn mond; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> uw oordelen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> voortkomen aan het licht.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom heb Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hen behouwen door de profeten; Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> ze gedood door de redenen Mijns monds; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> uw oordelen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> voortkomen aan het licht.",
      "text1637_html": "Daerom heb ickse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> behouwen door de Propheten: ick hebse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> gedoodt door de redenen mijns monts: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> uwe oordee-len sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> voort-komen [aen] ’t licht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Mijns monds;",
          "new": "van Mijn mond;",
          "principe": "V213"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Daarom",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5921",
            "H3651"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַל",
            "כֵּ֗ן"
          ],
          "transliteraties": [
            "",
            ""
          ],
          "glossen": [
            "",
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              0,
              1
            ]
          },
          "toelichting": "עַל כֵּן is één uitdrukking uit twee grondtokens (H5921 en H3651); het hele Nederlandse woord 'Daarom' draagt beide nummers."
        },
        {
          "tekst": "behouwen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2672"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חָצַ֨בְתִּי֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "profeten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5030"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בַּ/נְּבִיאִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gedood",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2026"
          ],
          "bronwoorden": [
            "הֲרַגְתִּ֖י/ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "redenen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H561"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/אִמְרֵי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "mond",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6310"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פִ֑/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "oordelen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H4941"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/מִשְׁפָּטֶ֖י/ךָ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "licht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H216"
          ],
          "bronwoorden": [
            "א֥וֹר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "voortkomen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3318"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יֵצֵֽא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:5",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen.",
      "text1637": "[21] Want [a] ick hebbe lust tot weldadicheyt, ende [22] niet tot offer: ende tot de kennisse Godts, meer dan tot brand-offeren.",
      "text2026": "Want Ik heb lust tot goedertierenheid, en niet tot offer; en tot de kennis van God, meer dan tot brandoffers.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 Want Ik heb lust tot weldadigheid: Alsof God zeide: Gij zoudt mogen zeggen dat gij immers niet nalaat in het offeren, volgens mijn gebod; maar [wil God zeggen] het is u genoeg bekend wat Ik dienaangaande u geboden en geleerd heb, gelijk volgt. Vergelijk Micha 6:6, 6:7, 6:8. Micha 6:6: Waarmede zal ik den HEERE tegenkomen, en mij bukken voor den hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige kalveren? Micha 6:7: Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel? Micha 6:8: Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?",
          "text1637": "Als of Godt seyde: Ghy soudt mogen seggen, dat ghy immers niet en faillieert in’t offeren, volgens mijn gebodt: maer (wil Godt seggen) ’tis u genoech bekent, wat ick dien aengaende u geboden ende geleert hebbe, als volcht. Vergel. Mich. 6.6, 7, 8.",
          "text2026": "21 Want Ik heb lust tot weldadigheid: Alsof God zei: U zoudt mogen zeggen dat u immers niet nalaat in het offeren, volgens mijn gebod; maar [wil God zeggen] het is u genoeg bekend wat Ik dienaangaande u geboden en geleerd heb, gelijk volgt. Vergelijk Micha 6:6, 6:7, 6:8. Micha 6:6: Waarmee zal ik JAHWEH tegenkomen, en mij bukken voor de hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige kalveren? Micha 6:7: Zou JAHWEH een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel? Micha 6:8: Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist JAHWEH van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?"
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 niet tot offer: Dat is, meer dan tot offer, niet tot offer alleen, gelijk in het volgende lid gezegd wordt; [vergelijk Gen. 32:28; 1 Sam. 15:22; Spreuk. 8:10; Jer. 7:22, en Jer. 16:14 met de aantekening] of eenvoudig niet tot offer; te weten een huichelachtig offer, het uiterlijk offer in zichzelf, zonder geloof en boetvaardigheid, [vergelijk Ps. 50:12, 50:13, 50:14, 50:15; Jes. 1:11, enz.] en dan voorts, meer dan, in het volgende, dat is, en niet tot brandoffers, in gelijk verstande, gelijk tevoren; [vergelijk Luk. 18:14], zodat het volgende verklaard wordt door het voorgaande. Beide manieren van spreken zijn in de Schriftuur van deze stof gebruikelijk; want somtijds wordt het uitwendige [als ook in zijn graad van God ingesteld zijnde] met het inwendige vergeleken, somtijds in zich alleen en zonder het inwendige aangemerkt en kortweg verworpen, ja zeer heftig gescholden, als een trouweloze verbondbreking, gelijk hier ook in het volgende. Genesis 32:28: Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israël; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht. 1 Samuël 15:22: Doch Samuël zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen. Spreuken 8:10: Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud. Jeremia 7:22: Want Ik heb met uw vaderen, ten dage als Ik hen uit Egypteland uitvoerde, niet gesproken, noch hun geboden van zaken des brandoffers of slachtoffers. Jeremia 16:14: Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd! Psalmen 50:12: Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want Mijn is de wereld en haar volheid. Psalmen 50:13: Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken? Psalmen 50:14: Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften. Psalmen 50:15: En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren. Jesaja 1:11: Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken. Lukas 18:14: Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.",
          "text1637": "Dat is, meer dan tot offer, niet tot offer alleen, als in ’t volgende lidt geseyt wort: (Vergel. Genes. 32.28. 1.Sam. 15.22. Prov. 10.8. Ierem. 7.22. ende 16.14. met d’aenteeck.) ofte simpelick niet tot offer. T.w. een huychelsch offer, het uyterlick offer in sich selven, sonder geloove ende boetveerdicheyt, (Vergel. Psa. 50.12, 13, 14, 15. Ies. 1.11, etc.) ende dan voorts, meer dan, in’t volgende. D. ende niet tot brantofferen, in gelijcken verstande, als te vooren: (vergel. Luc. 18.14.) soo dat het volgende verklaert worde door’t voorgaende. beyde manieren van spreken zijn inde Schriftuere van dese materie gebruycklick: want somtijts wort het uytwendige (als oock in sijn graed van Godt ingestelt zijnde) met het inwendige vergeleken, somtijts in sich alleen ende sonder het inwendige aengemerckt ende simpelick verworpen, ja seer heftich gescholden, als eene trouwloose verbont-brekinge, gelijck hier oock in’t volgende.",
          "text2026": "22 niet tot offer: Dat is, meer dan tot offer, niet tot offer alleen, gelijk in het volgende lid gezegd wordt; [vergelijk Gen. 32:28; 1 Sam. 15:22; Spr. 8:10; Jer. 7:22, en Jer. 16:14 met de aantekening] of eenvoudig niet tot offer; te weten een huichelachtig offer, het uiterlijk offer in zichzelf, zonder geloof en boetvaardigheid, [vergelijk Ps. 50:12, 50:13, 50:14, 50:15; Jes. 1:11, enz.] en dan verder, meer dan, in het volgende, dat is, en niet tot brandoffers, in gelijk verstande, gelijk tevoren; [vergelijk Luk. 18:14], zodat het volgende verklaard wordt door het voorgaande. Beide manieren van spreken zijn in de Schriftuur van deze stof gebruikelijk; want somtijds wordt het uitwendige [als ook in zijn graad van God ingesteld zijnde] met het inwendige vergeleken, somtijds in zich alleen en zonder het inwendige aangemerkt en kortweg verworpen, ja zeer heftig gescholden, als een trouweloze verbondbreking, gelijk hier ook in het volgende. Genesis 32:28: Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israël; want u hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overweldigd. 1 Samuël 15:22: Maar Samuël zei: Heeft JAHWEH lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem van JAHWEH? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette van de rammen. Spreuken 8:10: Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud. Jeremia 7:22: Want Ik heb met uw vaderen, op de dag als Ik hen uit Egypteland uitvoerde, niet gesproken, noch hun geboden van zaken van het brandoffer of slachtoffers. Jeremia 16:14: Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat er niet meer zal gezegd worden: Zo waarachtig als JAHWEH leeft, Die de kinderen van Israël uit Egypteland heeft opgevoerd! Psalmen 50:12: Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want van Mij is de wereld en haar volheid. Psalmen 50:13: Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken? Psalmen 50:14: Offert voor God dank, en betaalt de Allerhoogste uw geloften. Psalmen 50:15: En roept Mij aan in de dag van de benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en u zult Mij eren. Jesaja 1:11: Waartoe zal Mij zijn de veelheid uw slachtoffers? zegt JAHWEH; Ik ben zat van het brandoffer van de rammen, en het smeer van de vette beesten, en heb geen lust aan het bloed van de varren, noch van de lammeren, noch van de bokken. Lukas 18:14: Ik zeg u: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 9:13; Matth. 12:7. Mattheüs 9:13: Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. Mattheüs 12:7: Doch zo gij geweten hadt, wat het zij: Ik wil barmhartigheid en niet offerande, gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben.",
          "text1637": "Matt. 9.13. ende 12.7.",
          "text2026": "Matt. 9:13; Matt. 12:7. Mattheüs 9:13: Maar gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. Mattheüs 12:7: Maar zo u geweten hadt, wat het zij: Ik wil barmhartigheid en niet offerande, u zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חֶ֥סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חָפַ֖צְתִּי",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "זָ֑בַח",
          "strongs": "H2077",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַ֥עַת",
          "strongs": "H1847",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֖ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עֹלֽוֹת",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik heb lust tot goedertierenheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> niet tot offer; en tot de kennis van God, meer dan tot brandoffers.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik heb lust tot weldadigheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> ick hebbe lust tot weldadicheyt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> niet tot offer: ende tot de kennisse Godts, meer dan tot brand-offere<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weldadigheid,",
          "new": "goedertierenheid,",
          "principe": "V937"
        },
        {
          "old": "Gods,",
          "new": "van God,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "brandofferen.",
          "new": "brandoffers.",
          "principe": "V1173"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Want",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֛י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "goedertierenheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2617"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֶ֥סֶד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "lust",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2654"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חָפַ֖צְתִּי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "niet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3808"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/לֹא"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "offer",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2077"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זָ֑בַח"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "kennis",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1847"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/דַ֥עַת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "God",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H430"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אֱלֹהִ֖ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "brandoffers",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5930"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מֵ/עֹלֽוֹת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:6",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Maar zij hebben het verbond overtreden als Adam; daar hebben zij trouwelooslijk tegen Mij gehandeld.",
      "text1637": "Maer sy [b] hebben het [23] verbont overgetreden, als [24] Adam: [25] daer hebben sy trouwlooslick tegen my gehandelt.",
      "text2026": "Maar zij hebben het verbond overtreden als Adam; daar hebben zij trouweloos tegen Mij gehandeld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 verbond overtreden: Wat Ik met hen en zij met mij gemaakt hadden, door tussenkomen van offeranden. Zie Ps. 50:5. Psalmen 50:5: Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!",
          "text1637": "Dat ick met hen, ende sy met my gemaeckt hadden, door tusschen komen van offerhanden. Siet Psal. 50. op vers 8.",
          "text2026": "23 verbond overtreden: Wat Ik met hen en zij met mij gemaakt hadden, door tussenkomen van offeranden. Zie Ps. 50:5. Psalmen 50:5: Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!"
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Volgende de voetstappen van hun eersten vader, die, hoewel overvloediglijk van mij begaafd en gezegend zijnde, nochtans mijn gebod overtrad en van mij afviel. Vergelijk Job 31:22, en Jes. 43:27, met de aantekening. Anders, als mensen; dat is, als lichtvaardige lieden plegen te doen. Of, als eens mensen, te weten verbond; dat is, alsof zij met een gewoon mens en niet met mij, den almachtigen en rechtvaardigen God, te doen hadden. Job 31:22: Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af! Jesaja 43:27: Uw eerste vader heeft gezondigd, en uw uitleggers hebben tegen Mij overtreden.",
          "text1637": "Volgende de voetstappen hares eersten voor-vaders, die, hoewel overvloedichlick van my begaeft ende gesegent zijnde, nochtans mijn gebodt overtradt ende van my afviel. Vergel. Iob 31.33. ende Ies. 43.27. met d’aenteeck. And. als menschen. D. als lichtveerdige lieden plegen te doen. ofte, als eens menschen. T.w. verbont. D. als ofse met een slecht mensche, ende niet met my, den Almachtigen ende rechtveerdigen Godt, te doen hadden.",
          "text2026": "Volgende de voetstappen van hun eerste vader, die, hoewel overvloediglijk van mij begaafd en gezegend zijnde, nochtans mijn gebod overtrad en van mij afviel. Vergelijk Job 31:22, en Jes. 43:27, met de aantekening. Anders, als mensen; dat is, als lichtvaardige mensen plegen te doen. Of, als eens mensen, te weten verbond; dat is, alsof zij met een gewoon mens en niet met mij, de almachtigen en rechtvaardigen God, te doen hadden. Job 31:22: Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af! Jesaja 43:27: Uw eerste vader heeft gezondigd, en uw uitleggers hebben tegen Mij overtreden."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 daar hebben zij trouwelooslijk: Dat is, daarin, in de wezenlijkheid van het verbond en den godsdienst mij bespottende met hun huichelachtige offers, die zij mij hebben willen opdringen, alsof zij daarmede aan het verbond hadden voldaan. Anders, raad, te weten in mijn heilig land, dat Ik hun had gegeven om mij daarin te dienen en gehoorzaam te zijn.",
          "text1637": "D. daer in, inde substantie des verbonts ende Godts-diensts my bespottende met hare huychelsche offeren, die sy my hebben willen overdringen, als ofse daer mede den verbonde hadden voldaen. And. daer, T.w. in mijn heylich lant, dat ick hen hadde gegeven, om my daer in te dienen, ende gehoorsaem te zijn.",
          "text2026": "25 daar hebben zij trouweloos: Dat is, daarin, in de wezenlijkheid van het verbond en de godsdienst mij bespottende met hun huichelachtige offers, die zij mij hebben willen opdringen, alsof zij daarmee aan het verbond hadden voldaan. Anders, raad, te weten in mijn heilig land, dat Ik hun had gegeven om mij daarin te dienen en gehoorzaam te zijn."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 8:1. Hosea 8:1: De bazuin aan uw mond; hij komt als een arend tegen het huis des HEEREN; omdat zij Mijn verbond hebben overtreden, en zijn tegen Mijn wet afvallig geworden.",
          "text1637": "Hose. 8.1.",
          "text2026": "Hosea 8:1. Hosea 8:1: De bazuin aan uw mond; hij komt als een adelaar tegen het huis van JAHWEH; omdat zij Mijn verbond hebben overtreden, en zijn tegen Mijn wet afvallig geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הֵ֕מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HC/Pp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָדָ֖ם",
          "strongs": "H121",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "עָבְר֣וּ",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְרִ֑ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בָּ֥גְדוּ",
          "strongs": "H898",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> hebben het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> verbond overtreden als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Adam;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> daar hebben zij trouweloos tegen Mij gehandeld.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> hebben het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> verbond overtreden als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Adam;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> daar hebben zij trouwelooslijk tegen Mij gehandeld.",
      "text1637_html": "Maer sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> hebben het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> verbont overgetreden, als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Adam: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> daer hebben sy trouwlooslick tegen my gehandelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "trouwelooslijk",
          "new": "trouweloos",
          "principe": "V463"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "zij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1992"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וְ/הֵ֕מָּה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:7",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Adam",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כְּ/אָדָ֖ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:7",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "overtreden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5674"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָבְר֣וּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:7",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verbond",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1285"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְרִ֑ית"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:7",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8033"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֖ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:7",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "trouweloos",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H898"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בָּ֥גְדוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:7",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Gilead is een stad van werkers der ongerechtigheid; zij is betreden van bloed.",
      "text1637": "[26] Gilead is eene stadt van werckers der ongerechticheyt: sy is [27] betreden van bloet.",
      "text2026": "Gilead is een stad van werkers van de ongerechtigheid; zij is betreden van bloed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 Gilead is een stad: Dit wordt bij sommigen gehouden voor Ramoth Gileads, in den stam van Gad, zijnde ene stad der Levieten, en verordineerd tot een vrijstad, aan de oostzijde van de Jordaan, maar onder deksel van dien, geworden ene spelonk van moedwillige doodslagers en moordenaars. Zie Deut. 4:43; Joz. 20:8, en Joz. 21:38. Nochtans wordt in sommige kaarten ene stad met den naam van Gilead gesteld aan het gebergte Gilead, waar Laban Jakob achterhaalde, waarvan de verstandige lezer kan oordelen. Sommigen zetten het over: Elke stad van Gilead [is ene stad] van, enz. Of, Gilead is [als] een stad, enz. Dat is, het ganse land Gilead is als een enige stad, verenigd in boosheid, en daarom gestraft. Zie 2 Kon. 15:25, 15:29; 1 Kron. 5:25, 5:26. Deuteronomium 4:43: Bezer in de woestijn, in het effen land, voor de Rubenieten; en Ramoth in Gilead, voor de Gadieten; en Golan in Bazan, voor de Manassieten. Jozua 20:8: En aan gene zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts, gaven zij Bezer in de woestijn, in het platte land, van den stam van Ruben; en Ramoth in Gilead, van den stam van Gad; en Golan in Bazan, van den stam van Manasse. Jozua 21:38: Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden; 2 Koningen 15:25: En Pekah, de zoon van Remalia, zijn hoofdman, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem te Samaria, in het paleis van het huis des konings, met Argob en met Arje, en met hem vijftig mannen van de kinderen der Gileadieten; alzo doodde hij hem, en werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, den koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië. 1 Kronieken 5:25: Maar zij hebben tegen den God hunner vaderen overtreden, en de goden der volken des lands nagehoereerd, welke God voor hun aangezichten had verdelgd. 1 Kronieken 5:26: Zo verwekte de God Israëls den geest van Pul, den koning van Assyrië, en den geest van Tiglath-Pilneser, den koning van Assyrië, die voerde hen gevankelijk weg, te weten de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse; en hij bracht hen te Halah, en Habor, en Hara, en aan de rivier Gozan, tot op dezen dag.",
          "text1637": "Dit wort by sommige gehouden voor Ramoth Gileads, in de stamme Gad, zijnde eene stadt der Leviten, ende verordineert tot eene vry-stadt, aen de Oost-zijde van de Iordane, maer onder decksel van dien, geworden eene speloncke van moetwillige doot-slagers ende Moordenaers. Siet Deut. 4.43. Iosu. 20.8. ende 21.38. nochtans wort in sommige kaerten eene stadt met den name van Gilead gestelt aen’t geberchte Gileads, daer Laban Iacob achterhaelde, waer van de verstandige leser kan oordeelen. sommige setten’t over: elcke stadt van Gilead [is eene stadt] van, etc. ofte, Gilead is [als] een stad, etc. D. ’tgantsche lant Gilead is als een eenige stadt, vereenicht in boosheyt, ende daerom gestraft. siet 1.Reg. 15.25, 29. 1.Chro. 5.25, 26.",
          "text2026": "26 Gilead is een stad: Dit wordt bij sommigen gehouden voor Ramoth Gileads, in de stam van Gad, zijnde een stad van de Levieten, en verordineerd tot een vrijstad, aan de oostzijde van de Jordaan, maar onder deksel van die, geworden een spelonk van moedwillige moordenaars en moordenaars. Zie Deut. 4:43; Joz. 20:8, en Joz. 21:38. Nochtans wordt in sommige kaarten een stad met de naam van Gilead gesteld aan het gebergte Gilead, waar Laban Jakob achterhaalde, waarvan de verstandige lezer kan oordelen. Sommigen zetten het over: Elke stad van Gilead [is een stad] van, enz. Of, Gilead is [als] een stad, enz. Dat is, het gehele land Gilead is als een enige stad, verenigd in boosheid, en daarom gestraft. Zie 2 Kon. 15:25, 15:29; 1 Kron. 5:25, 5:26. Deuteronomium 4:43: Bezer in de woestijn, in het effen land, voor de Rubenieten; en Ramoth in Gilead, voor de Gadieten; en Golan in Bazan, voor de Manassieten. Jozua 20:8: En aan de overzijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts, gaven zij Bezer in de woestijn, in het platte land, van de stam van Ruben; en Ramoth in Gilead, van de stam van Gad; en Golan in Bazan, van de stam van Manasse. Jozua 21:38: Van de stam van Gad nu, de vrijstad van de moordenaars, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden; 2 Koningen 15:25: En Pekah, de zoon van Remalia, zijn hoofdman, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem te Samaria, in het paleis van het huis van de koning, met Argob en met Arje, en met hem vijftig mannen van de kinderen van de Gileadieten; zo doodde hij hem, en werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, de koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het gehele land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië. 1 Kronieken 5:25: Maar zij hebben tegen de God hun vaderen overtreden, en de goden van de volken van het land nagehoereerd, welke God voor hun aangezichten had verdelgd. 1 Kronieken 5:26: Zo verwekte de God van Israël de geest van Pul, de koning van Assyrië, en de geest van Tiglath-Pilneser, de koning van Assyrië, die voerde hen gevankelijk weg, te weten de Rubenieten, en de Gadieten, en de halven stam van Manasse; en hij bracht hen te Halah, en Habor, en Hara, en aan de rivier Gozan, tot op deze dag."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 betreden van bloed: Dat is, vol van moorderijen, zodat de voetstappen van het bloed [om zo te spreken] overal staan. Dit schijnt de eenvoudigste zin dezer woorden te zijn. Vergelijk onder Hos. 12:12; 2 Kon. 21:16. Hosea 12:12: Zekerlijk is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel ijdelheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steenhopen op de voren der velden. 2 Koningen 21:16: Daartoe vergoot Manasse ook zeer veel onschuldig bloed, totdat hij Jeruzalem van het ene einde tot het andere vervuld had; behalve zijn zonde, die hij Juda zondigen deed, doende wat kwaad was in de ogen des HEEREN.",
          "text1637": "D. vol van moorderyen, so dat de voetstappen des bloets (om soo te spreken) over al staen. Dit schijnt de eenvoudichste sin deser woorden te zijn. Vergel. ond. 12.12. 2.Reg. 21.16.",
          "text2026": "27 betreden van bloed: Dat is, vol van moorderijen, zodat de voetstappen van het bloed [om zo te spreken] overal staan. Dit schijnt de eenvoudigste zin van deze woorden te zijn. Vergelijk onder Hos. 12:12; 2 Kon. 21:16. Hosea 12:12: Zekerlijk is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel ijdelheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steenhopen op de voren van de velden. 2 Koningen 21:16: Daartoe vergoot Manasse ook zeer veel onschuldig bloed, totdat hij Jeruzalem van het een einde tot het andere vervuld had; behalve zijn zonde, die hij Juda zondigen deed, doende wat kwaad was in de ogen van JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גִּלְעָ֕ד",
          "strongs": "H1568",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "קִרְיַ֖ת",
          "strongs": "H7151",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "פֹּ֣עֲלֵי",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֲקֻבָּ֖ה",
          "strongs": "H6121",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/דָּֽם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Gilead is een stad van werkers van de ongerechtigheid; zij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> betreden van bloed.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Gilead is een stad van werkers der ongerechtigheid; zij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> betreden van bloed.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Gilead is eene stadt va<i>n</i> werckers der ongerechticheyt: sy is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> betrede<i>n</i> van bloet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Gilead",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1568"
          ],
          "bronwoorden": [
            "גִּלְעָ֕ד"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:8",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "stad",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7151"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קִרְיַ֖ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:8",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "werkers",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6466"
          ],
          "bronwoorden": [
            "פֹּ֣עֲלֵי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:8",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "ongerechtigheid",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H205"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אָ֑וֶן"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:8",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "betreden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6121"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עֲקֻבָּ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:8",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "bloed",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1818"
          ],
          "bronwoorden": [
            "מִ/דָּֽם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:8",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Gelijk de benden der straatschenders op iemand wachten, alzo is het gezelschap der priesteren; zij moorden op den weg naar Sichem, waarlijk, zij doen schandelijke daden.",
      "text1637": "Gelijck de [28] benden der straetschenders op yemant [29] wachten, [alsoo] is het geselschap der [30] Priesteren; sy moorden [op] den wech nae [31] Sichem: waerlick, sy doen [32] schendelicke daden.",
      "text2026": "Gelijk de benden van de straatschenders op iemand wachten, zo is het gezelschap van de priesters; zij moorden op de weg naar Sichem, werkelijk, zij doen schandelijke daden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 benden der straatschenders: Of, stropende benden, struikrovers, enz., die in die landen, vermits de gebergten en woestijnen, vele waren, inzonderheid bij den vervallen staat des lands.",
          "text1637": "Ofte, stroopende benden, struyckroovers, etc. die in die landen vermits de geberchten ende woestijnen vele waren, insonderheyt by vervalligen staet des lants.",
          "text2026": "28 benden van de straatschenders: Of, stropende benden, struikrovers, enz., die in die landen, vermits de gebergten en woestijnen, vele waren, in het bijzonder bij de vervallen staat van het land."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om den reizenden man af te zetten, te moorden en te plunderen.",
          "text1637": "Om den reysenden man af te setten, te moorden ende te plunderen.",
          "text2026": "Om de reizenden man af te zetten, te moorden en te plunderen."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, regeerders der officieren, zo kerkelijke als burgerlijke. Zie boven Hos. 4:9. Hosea 4:9: Daarom, gelijk het volk, alzo zal de priester zijn; en Ik zal zijn wegen over hem bezoeken, en zijn handelingen hem vergelden.",
          "text1637": "Ofte, Regeerders der Officieren, soo kerckelijcke als politijcke. Siet bov. 4. op vers 9.",
          "text2026": "Of, regeerders van de officieren, zo kerkelijke als burgerlijke. Zie boven Hos. 4:9. Hosea 4:9: Daarom, gelijk het volk, zo zal de priester zijn; en Ik zal zijn wegen over hem bezoeken, en zijn handelingen hem vergelden."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ook ene stad der Levieten en een vrijstad, aan de westzijde van de Jordaan in Kanaän; Joz. 21:21. Zie wijders van Sichems gelegenheid, Richt. 8:31, en Richt. 9:25 met de aantekening. Waaruit blijkt dat aldaar de rovers op de hoogten der bergen plachten te loeren op degenen, die op de heerstraten voorbij reisden. Zo deden nu de priesters, gestijfd door de goddeloze regenten. Een gruwelijk gevolg van afgoderij. Vergelijk boven Hos. 5:1, 5:2, met de aantekening. Anders [naar] de wijze van Sichem, idem, met [enen] schouder; dat is, eendrachtiglijk. Zie Zef. 3:9. Jozua 21:21: En zij gaven hun Sichem, een vrijstad des doodslagers, en haar voorsteden, op den berg Efraïm, en Gezer en haar voorsteden; Richteren 8:31: En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech. Richteren 9:25: En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten der bergen lagen leiden, en al wie voorbij hen op den weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd. Hosea 5:1: Hoort dit, gij priesters! en merkt op, gij huis Israëls! en neemt ter oren, gij huis des konings! want ulieden gaat dit oordeel aan, omdat gij een strik zijt geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor. Hosea 5:2: En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn. Zefanja 3:9: Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.",
          "text1637": "Oock eene stadt der Leviten, ende eene vrystadt, aen de west-zijde dan de Iordane, in Canaan. Iosu. 21.21. Siet wijders van Sichems gelegentheyt Iudic. 8.31. ende 9.25. met d’aenteeck. waer uyt blijckt, dat aldaer de roovers op de hoochten der bergen plachten te loeren, op de gene die op de heer-straten voorby reysden: Soo deden nu de Priesteren, gestijft door de godtloose Regenten. Een grouwelick gevolch van Afgoderye. Vergel. bov. 5.1, 2. met d’aenteeck. And. [nae] de wijse van Sichem: item, met [eenen] schouder, D. eendrachtelick. siet Zephan. 3.9.",
          "text2026": "Ook een stad van de Levieten en een vrijstad, aan de westzijde van de Jordaan in Kanaän; Joz. 21:21. Zie verder van Sichems gelegenheid, Richt. 8:31, en Richt. 9:25 met de aantekening. Waaruit blijkt dat daar de rovers op de hoogten van de bergen plachten te loeren op degenen, die op de heerstraten voorbij reisden. Zo deden nu de priesters, gestijfd door de goddeloze regenten. Een gruwelijk gevolg van afgoderij. Vergelijk boven Hos. 5:1, 5:2, met de aantekening. Anders [naar] de wijze van Sichem, idem, met [een] schouder; dat is, eendrachtiglijk. Zie Zef. 3:9. Jozua 21:21: En zij gaven hun Sichem, een vrijstad van de moordenaars, en haar voorsteden, op de berg Efraïm, en Gezer en haar voorsteden; Richteren 8:31: En zijn bijwijf, dat te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech. Richteren 9:25: En de burgers van Sichem bestelden tegen hem, die op de hoogten van de bergen lage leiden, en al wie voorbij hen op de weg doorging, beroofden zij; en het werd Abimelech aangezegd. Hosea 5:1: Hoort dit, u priesters! en merkt op, u huis van Israël! en neemt ter oren, u huis van de koning! want u gaat dit oordeel aan, omdat u een strik bent geworden te Mizpa, en een uitgespannen net op Thabor. Hosea 5:2: En die afwijken, verdiepen zich om te slachten; maar Ik zal hun allen een tuchtmeester zijn. Zefanja 3:9: Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen de Naam van JAHWEH aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 schandelijke daden: Dat is, zij vergrijpen zich niet uit roekeloosheid, haastigheid of onbedachtzaamheid, maar bedrijven zulke gruwelijke schelmstukken met voorbedacht opzet, waar het Hebreeuwse woord op ziet.",
          "text1637": "D. sy en vergrijpen haer niet uyt roockeloosheyt, haesticheyt ofte onbedachtsaemheyt, maer bedrijven sulcke grouwelicke schelmstucken met voorbedachten opset, daer’t Hebr. woort op siet.",
          "text2026": "32 schandelijke daden: Dat is, zij vergrijpen zich niet uit roekeloosheid, haastigheid of onbedachtzaamheid, maar bedrijven zulke gruwelijke schelmstukken met voorbedacht opzet, waar het Hebreeuwse woord op ziet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/כְ/חַכֵּ֨י",
          "strongs": "H2442",
          "morph": "HC/R/Vpc"
        },
        {
          "woord": "אִ֜ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גְּדוּדִ֗ים",
          "strongs": "H1416",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "חֶ֚בֶר",
          "strongs": "H2267",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽהֲנִ֔ים",
          "strongs": "H3548",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֖רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "יְרַצְּחוּ",
          "strongs": "H7523",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֑כְמָ/ה",
          "strongs": "H7927",
          "morph": "HNp/Sd"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "זִמָּ֖ה",
          "strongs": "H2154",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "עָשֽׂוּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Gelijk de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> benden van de straatschenders op iemand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wachten, zo is het gezelschap van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de priesters; zij moorden op de weg naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Sichem, werkelijk, zij doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> schandelijke daden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gelijk de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> benden der straatschenders op iemand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wachten, alzo is het gezelschap der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> priesteren; zij moorden op den weg naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Sichem, waarlijk, zij doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> schandelijke daden.",
      "text1637_html": "Gelijck de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> benden der straetschenders op yemant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wachten, [alsoo] is het geselschap der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Priesteren; sy moorden [op] den wech nae <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Sichem: waerlick, sy doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> schendelicke daden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "der priesteren;",
          "new": "van de priesters;",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "waarlijk,",
          "new": "werkelijk,",
          "principe": "V81"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "wachten",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2442"
          ],
          "bronwoorden": [
            "וּ/כְ/חַכֵּ֨י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "iemand",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H376"
          ],
          "bronwoorden": [
            "אִ֜ישׁ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "benden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1416"
          ],
          "bronwoorden": [
            "גְּדוּדִ֗ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gezelschap",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2267"
          ],
          "bronwoorden": [
            "חֶ֚בֶר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "priesters",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3548"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כֹּֽהֲנִ֔ים"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "weg",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1870"
          ],
          "bronwoorden": [
            "דֶּ֖רֶךְ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "moorden",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7523"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְרַצְּחוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Sichem",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7927"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שֶׁ֑כְמָ/ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "werkelijk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3588"
          ],
          "bronwoorden": [
            "כִּ֥י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "schandelijke",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2154"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זִמָּ֖ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              10
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "doen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H6213"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עָשֽׂוּ"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:9",
            "bronindices": [
              9
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Ik zie een afschuwelijke zaak in het huis Israëls; aldaar is Efraïms hoererij, Israël is verontreinigd.",
      "text1637": "Ick sie eene [33] afschouwelicke sake in den huyse Israëls: aldaer is Ephraims hoererye, Israël is verontreynicht.",
      "text2026": "Ik zie een afschuwelijke zaak in het huis van Israël; daar is Efraïms hoererij, Israël is verontreinigd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 afschuwelijke zaak: Vergelijk Jer. 5:30, en Jer. 18:13, en Jer. 23:14. Jeremia 5:30: Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land. Jeremia 18:13: Daarom, zo zegt de HEERE: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft alzulks gehoord? De jonkvrouw Israëls doet een zeer afschuwelijke zaak. Jeremia 23:14: Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra.",
          "text1637": "Vergel. Ierem. 5.30. ende 18.13. ende 23.14.",
          "text2026": "33 afschuwelijke zaak: Vergelijk Jer. 5:30, en Jer. 18:13, en Jer. 23:14. Jeremia 5:30: Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land. Jeremia 18:13: Daarom, zo zegt JAHWEH: Vraagt nu onder de heidenen; wie heeft zoiets gehoord? De jonkvrouw Israëls doet een zeer afschuwelijke zaak. Jeremia 23:14: Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen van de boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iedereen van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/בֵית֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "רָאִ֖יתִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "שעריריה",
          "strongs": "H8186",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֚ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "זְנ֣וּת",
          "strongs": "H2184",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֶפְרַ֔יִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "נִטְמָ֖א",
          "strongs": "H2930",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik zie een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> afschuwelijke zaak in het huis van Israël; daar is Efraïms hoererij, Israël is verontreinigd.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik zie een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> afschuwelijke zaak in het huis Israëls; aldaar is Efraïms hoererij, Israël is verontreinigd.",
      "text1637_html": "Ick sie eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> afschouwelicke sake in den huyse Israëls: aldaer is Ephraims hoererye, Israël is verontreynicht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Israëls; aldaar",
          "new": "van Israël; daar",
          "principe": "V36"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "huis",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1004"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/בֵית֙"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׂרָאֵ֔ל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "zie",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7200"
          ],
          "bronwoorden": [
            "רָאִ֖יתִי"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "afschuwelijke",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8186"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שעריריה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "daar",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H8033"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֚ם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "hoererij",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2184"
          ],
          "bronwoorden": [
            "זְנ֣וּת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Efraïms",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H669"
          ],
          "bronwoorden": [
            "לְ/אֶפְרַ֔יִם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "verontreinigd",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H2930"
          ],
          "bronwoorden": [
            "נִטְמָ֖א"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              8
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Israël",
          "voorkomen": 2,
          "strongs": [
            "H3478"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יִשְׂרָאֵֽל"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:10",
            "bronindices": [
              7
            ]
          }
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ook heeft hij u, o Juda! een oogst gezet, als Ik de gevangenen Mijns volks wederbracht.",
      "text1637": "Oock heeft [34] hy u, ô Iuda, eenen [35] oogst geset: als ick de [36] gevangene mijns volcks [37] wederbrachte.",
      "text2026": "Ook heeft hij u, o Juda! een oogst gezet, als Ik de gevangenen van Mijn volk wederbracht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 hij u, o Juda: Namelijk Efraïm.",
          "text1637": "N. Ephraim.",
          "text2026": "34 hij u, o Juda: Namelijk Efraïm."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 oogst gezet: Het schijnt dat God hier wil zeggen, dat de tien stammen [van welker goddeloosheid in het voorgaand gesproken is] een kwaad zaad der afgoderij onder die van Juda gezaaid, of een plant, tak, loot, afzetsel daarvan medegedeeld hebben, waarvan Juda niets dan verdriet en ellende heeft ingeoogst; gelijk gebeurd is ten tijde van den koning Achaz, wanneer God, op Juda vertoornd zijnde, hen voor Pekah, den zoon van Remalia, koning van Israël, liet vallen, zodat er honderd twintig duizend van Juda doodgeslagen en twee honderd duizend vrouwen, zonen en dochters gevankelijk werden weggevoerd naar Samaria, met groten roof. Alzo strafte God Juda door Israël zelf, wiens voorbeeld zij in afgoderij begonnen na te volgen. Zie 2 Kron. 28:5, 28:6, enz., en vergelijk de manier van spreken met Jer. 51:33; Joël 3:13; Openb. 14:15. 2 Kronieken 28:5: Daarom gaf hem de HEERE, zijn God, in de hand des konings van Syrië, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij te Damaskus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand des konings van Israël, die hem sloeg met een groten slag. 2 Kronieken 28:6: Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij den HEERE, den God hunner vaderen, verlaten hadden. Jeremia 51:33: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: De dochter van Babel is als een dorsvloer, het is tijd, dat men ze trede; nog een weinig, dan zal haar de tijd des oogstes overkomen. Joël 3:13: Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt henen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hunlieder boosheid is groot. Openbaring 14:15: En een andere engel kwam uit den tempel, roepende met een grote stem tot Dengene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai; want de ure om te maaien is nu gekomen, dewijl de oogst der aarde rijp is geworden.",
          "text1637": "’Tschijnt dat Godt hier wil seggen, dat de 10 stammen (van welcker godtloosheyt in’t voorgaende gesproken is) een quaet zaet der Afgoderye onder die van Iuda gezaeyt, ofte, eene plante, tack, loote, afsetsel daer van mede gedeelt hebben, waer van Iuda niet dan verdriet ende elende heeft inge-oogst: gelijck gebeurt is ten tijde des Conincks Achaz, wanneer Godt, op Iuda vertoornt zijnde, haer voor Pekah den sone van Remalia, Coninck van Israel, liet vallen, so datter hondert ende twintich duysent van Iuda dootgeslagen, ende twee hondert duysent vrouwen, sonen ende dochteren gevanckelick wierden wech-gevoert nae Samaria, met grooten roof. Alsoo strafte Godt Iuda door Israel selfs, wiens exempel sy in Afgoderye begosten na te volgen. siet 2.Chro. 28.5, 6, etc. ende vergel. de maniere van spreken met Ier. 51.33. Ioel 3.13. Apoc. 14.15.",
          "text2026": "35 oogst gezet: Het schijnt dat God hier wil zeggen, dat de tien stammen [van waarvan de goddeloosheid in het voorgaand gesproken is] een kwaad zaad van de afgoderij onder die van Juda gezaaid, of een plant, tak, loot, afzetsel daarvan medegedeeld hebben, waarvan Juda niets dan verdriet en ellende heeft ingeoogst; gelijk gebeurd is ten tijde van de koning Achaz, wanneer God, op Juda vertoornd zijnde, hen voor Pekah, de zoon van Remalia, koning van Israël, liet vallen, zodat er honderd twintig duizend van Juda doodgeslagen en twee honderd duizend vrouwen, zonen en dochters gevankelijk werden weggevoerd naar Samaria, met grote roof. Zo strafte God Juda door Israël zelf, wiens voorbeeld zij in afgoderij begonnen na te volgen. Zie 2 Kron. 28:5, 28:6, enz., en vergelijk de manier van spreken met Jer. 51:33; Joël 3:13; Openb. 14:15. 2 Kronieken 28:5: Daarom gaf hem JAHWEH, zijn God, in de hand van de koning van Syrië, dat zij hem sloegen, en van hem gevankelijk wegvoerden een grote menigte van gevangenen, die zij in Damascus brachten. En hij werd ook gegeven in de hand van de koning van Israël, die hem sloeg met een grote slag. 2 Kronieken 28:6: Want Pekah, de zoon van Remalia, sloeg in Juda honderd en twintig duizend dood op een dag, allen strijdbare mannen, omdat zij JAHWEH, de God hun vaderen, verlaten hadden. Jeremia 51:33: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: De dochter van Babel is als een dorsvloer, het is tijd, dat men ze trede; nog een weinig, dan zal haar de tijd van de oogst overkomen. Joël 3:13: Slaat de sikkel aan, want de oogst is rijp geworden; komt aan, daalt heen af, want de pers is vol, en de perskuipen lopen over; want hun boosheid is groot. Openbaring 14:15: En een andere engel kwam uit de tempel, roepende met een grote stem tot Dengene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai; want het uur om te maaien is nu gekomen, omdat de oogst van de aarde rijp is geworden."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 gevangenen Mijns volks: Hebreeuws, gevangenis mijns volks; te weten van Juda.",
          "text1637": "Hebr. gevanckenisse mijns volcks. T.w. van Iuda.",
          "text2026": "36 gevangenen Mijns volks: Hebreeuws, gevangenis mijns volks (שְׁבוּת); te weten van Juda."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door de vermaning van den profeet Obed, die de Israëlieten, bij de stad Samaria raadde, dat zij de gevangenen van Juda wel behandelen en weder los naar hunne woonplaatsen zouden laten gaan. Want ofschoon God vertoornd was op Juda, omdat zij Israëls afgodische wegen mede begonnen in te gaan, zo was nochtans zijn toorn meer ontstoken over Israël, niettegenstaande deze overwinning, die God hun, voor dezen tijd, om Juda door Israël zelf te tuchtigen, had verleend. Zie 2 Kron. 28:9, enz. Sommigen menen, omdat het wenden der gevangenis, of het wederbrengen der gevangenen van Gods volk, dikwijls gebruikt wordt van de verlossing en den genadetijd van den Messias, dat God daarvan hier ook profeteert, en zetten het aldus over: Nochtans, of evenwel zal Juda u [o Israël, hoezeer gij ook nu vervallen en bedorven zijt] een oogst, of plant zetten, te weten van bekering en geloof, als Ik de gevangenen van mijn volk zal wederbrenge, of doen wederkeren, door de predikatie van het Evangelie, die uit Juda en Zion door Christus en zijne apostelen, enz. zal uitgaan. Zie Jes. 2:3, enz., en vergelijk Joh. 4:4, 4:5, 4:20, 4:29, 4:30, 4:39, 4:41, 4:42, enz. 2 Kronieken 28:9: Aldaar nu was een profeet des HEEREN, wiens naam was Oded; die ging uit, het heir tegen, dat naar Samaria kwam, en zeide tot hen: Ziet, door de grimmigheid des HEEREN, des Gods uwer vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en gij hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan den hemel raakt. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Johannes 4:4: En Hij moest door Samaria gaan. Johannes 4:5: Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. Johannes 4:20: Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. Johannes 4:29: Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus? Johannes 4:30: Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem. Johannes 4:39: En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb. Johannes 4:41: En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil; Johannes 4:42: En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.",
          "text1637": "Door de vermaninge des Propheten Oded, die den Israeliten, by de stadt Samaria, ried, dat sy de gevangene van Iuda wel tracteren, ende weder los nae hare woonplaetsen souden laten gaen. want of wel Godt vertoornt was op Iuda, om datse Israels afgodische wegen mede begonnen in te gaen, soo was nochtans sijn toorn meer ontsteken over Israel, niet tegenstaende dese victorie, die Godt hen, voor desen tijt, om Iuda door Israel selfs te tuchtigen, hadde verleent. Siet 2.Chron. 28.9, etc. Sommige meenen, om dat het wenden der gevanckenisse, ofte, het wederbrengen der gevangene van Godts volck dickwijls gebruyckt wort van de verlossinge uyt de Babylonische gevanckenisse, ende voorts vande geestelicke verlossinge ende den genaden-tijt des Messie, dat Godt daer van hier oock propheteert, ende setten’t aldus over, nochtans, ofte, evenwel sal Iuda u (ô Israel, hoe seer ghy oock nu vervallen ende bedorven zijt) eenen oogst, ofte, plante setten. T.w. van bekeeringe ende geloove, als ick de gevangene mijns volcks sal wederbrengen, ofte doen wederkeeren, door de predicatie des Euangeliums, die uyt Iuda ende Zion door Christum ende sijne Apostelen, etc. sal uytgaen. Siet Iesa. 2.3, etc. ende vergel. Ioh. 4.4, 5, 20, 29, 30, 39, 41, 42, etc.",
          "text2026": "Door de vermaning van de profeet Obed, die de Israëlieten, bij de stad Samaria raadde, dat zij de gevangenen van Juda wel behandelen en weer los naar hun woonplaatsen zouden laten gaan. Want ofschoon God vertoornd was op Juda, omdat zij Israëls afgodische wegen mee begonnen in te gaan, zo was nochtans zijn toorn meer ontstoken over Israël, niettegenstaande deze overwinning, die God hun, voor deze tijd, om Juda door Israël zelf te tuchtigen, had verleend. Zie 2 Kron. 28:9, enz. Sommigen menen, omdat het wenden van de gevangenis, of het wederbrengen van de gevangenen van Gods volk, dikwijls gebruikt wordt van de verlossing en de genadetijd van de Messias, dat God daarvan hier ook profeteert, en zetten het aldus over: Nochtans, of evenwel zal Juda u [o Israël, hoezeer u ook nu vervallen en bedorven bent] een oogst, of plant zetten, te weten van bekering en geloof, als Ik de gevangenen van mijn volk zal wederbrenge, of doen terugkeren, door de predikatie van het Evangelie, die uit Juda en Zion door Christus en zijn apostelen, enz. zal uitgaan. Zie Jes. 2:3, enz., en vergelijk Joh. 4:4, 4:5, 4:20, 4:29, 4:30, 4:39, 4:41, 4:42, enz. 2 Kronieken 28:9: Daar nu was een profeet van JAHWEH, wiens naam was Oded; die ging uit, het legermacht tegen, dat naar Samaria kwam, en zei tot hen: Ziet, door de grimmigheid van JAHWEH, van God uw vaderen, over Juda, heeft Hij hen in uw hand gegeven, en u hebt hen doodgeslagen in toornigheid, die tot aan de hemel raakt. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Johannes 4:4: En Hij moest door Samaria gaan. Johannes 4:5: Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, dat Jakob zijn zoon Jozef gaf. Johannes 4:20: Onze vaders hebben op deze berg aangebeden; en u zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden. Johannes 4:29: Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus? Johannes 4:30: Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem. Johannes 4:39: En velen van de Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord van de vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb. Johannes 4:41: En er geloofden er veel meer om van Zijn woord wil; Johannes 4:42: En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker van de wereld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֕ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֥ת",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "קָצִ֖יר",
          "strongs": "H7105",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שׁוּבִ֖/י",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׁב֥וּת",
          "strongs": "H7622",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עַמִּֽ/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ook heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hij u, o Juda! een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> oogst gezet, als Ik de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> gevangenen van Mijn volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wederbracht.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ook heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hij u, o Juda! een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> oogst gezet, als Ik de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> gevangenen Mijns volks<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wederbracht.",
      "text1637_html": "Oock heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> hy u, ô<i></i> Iuda, eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> oogst geset: als ick de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> gevangene mijns volcks <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wederbrachte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Mijns volks",
          "new": "van Mijn volk",
          "principe": "V213"
        }
      ],
      "woordnummers": [
        {
          "tekst": "Ook",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H1571"
          ],
          "bronwoorden": [
            "גַּם"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              0
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "Juda",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H3063"
          ],
          "bronwoorden": [
            "יְהוּדָ֕ה"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              1
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gezet",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7896"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שָׁ֥ת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              3
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "oogst",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7105"
          ],
          "bronwoorden": [
            "קָצִ֖יר"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              2
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "wederbracht",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7725"
          ],
          "bronwoorden": [
            "בְּ/שׁוּבִ֖/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              4
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "gevangenen",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H7622"
          ],
          "bronwoorden": [
            "שְׁב֥וּת"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              6
            ]
          }
        },
        {
          "tekst": "volk",
          "voorkomen": 1,
          "strongs": [
            "H5971"
          ],
          "bronwoorden": [
            "עַמִּֽ/י"
          ],
          "transliteraties": [
            ""
          ],
          "glossen": [
            ""
          ],
          "confidence": 1.0,
          "reviewstatus": "handmatig_gecontroleerd",
          "herkomst": {
            "dataset": "bsb-full-strongs-usj",
            "versie": "5.6",
            "sha256": "AE1AA404BA62FC7ADBD2319177C9966320AA934568813D61C3A914F8F7E3EE5A",
            "referentie": "HOS 6:11",
            "bronindices": [
              5
            ]
          }
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De boetveerdige Israeliten worden in-gevoert malkanderen vermanende tot bekeeringe, met vertrouwen van Godts genade, vers 1, etc. Godts klachte over Israels onbestandicheyt in ’t goede, ende hartneckicheyt in ’t quade, 4.",
    "text2026": "De boetvaardige Israëlieten worden ingevoerd, elkaar vermanend tot bekering, met vertrouwen op Gods genade, vers 1, enz. Gods klacht over Israëls onbestendigheid in het goede en hardnekkigheid in het kwade, 4."
  }
}
