{
  "number": 22,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Alzo zegt de HEERE: Ga af in het huis des konings van Juda, en spreek aldaar dit woord.",
      "text1637": "ALsoo seyt de HEERE; Gaet af [in] het huys des Conincx van Iuda, ende spreeckt aldaer dit woort,",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Ga af in het huis van de koning van Juda, en spreek daar dit woord.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֚ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "רֵ֖ד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּֽית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/דִבַּרְתָּ֣",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpq2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֔ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֖ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: Ga af in het huis van de koning van Juda, en spreek daar dit woord.",
      "text1637_html": "ALsoo seyt de HEERE; Gaet af [in] het huys des Conincx van Iuda, ende spreeckt aldaer dit woort,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE:",
          "new": "JAHWEH:",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "des konings",
          "new": "van de koning",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "En zeg: Hoor het woord des HEEREN, gij koning van Juda, gij, die zit op Davids troon, gij, en uw knechten, en uw volk, die door deze poorten ingaan!",
      "text1637": "Ende segt, Hoort het woort des HEEREN, ghy Coninck van Iuda, ghy die sitt op Davids throon, ghy, ende uwe knechten, ende u volck, die door dese poorten ingaen.",
      "text2026": "En zeg: Hoor het woord van JAHWEH, u koning van Juda, u, die zit op Davids troon, u, en uw knechten, en uw volk, die door deze poorten ingaan!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָֽמַרְתָּ֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַ֣ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/יֹּשֵׁ֖ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כִּסֵּ֣א",
          "strongs": "H3678",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דָוִ֑ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲבָדֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַמְּ/ךָ֔",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/בָּאִ֖ים",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שְּׁעָרִ֥ים",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zeg: Hoor het woord van JAHWEH, u koning van Juda, u, die zit op Davids troon, u, en uw knechten, en uw volk, die door deze poorten ingaan!",
      "text1637_html": "Ende segt, Hoort het woort des HEEREN, ghy Coninck van Iuda, ghy die sitt op Davids throon, ghy, ende uwe knechten, ende u volck, die door dese poorten ingaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN, gij",
          "new": "van JAHWEH, u",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE; [a] [1] Doet recht ende gerechticheyt, ende reddet den beroofden uyt de hant des verdruckers: ende den [b] vreemdelinck, den weese, noch de weduwe, en [2] onderdruckt niet, en [3] doet geen gewelt, ende en vergietet geen onschuldich bloet in dese plaetse.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Doe recht en gerechtigheid, en redt de beroofde uit de hand van de verdrukker; en onderdrukt de vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doe geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 Doet recht: Zie 1 Kon. 10:9. 1 Koningen 10:9: Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israël te zetten! Omdat de HEERE Israël in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 10. op vers 9.",
          "text2026": "1 Doet recht: Zie 1 Kon. 10:9. 1 Koningen 10:9: Geloofd zij JAHWEH, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op de troon van Israël te zetten! Omdat JAHWEH Israël in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 onderdrukt … niet: Of, plaagt, berooft niet.",
          "text1637": "Ofte, plaget, beroovet niet.",
          "text2026": "2 onderdrukt … niet: Of, plaagt, berooft niet."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 doet geen geweld: Aan hen, of aan iemand.",
          "text1637": "Aen hen, ofte, aen yemant.",
          "text2026": "3 doet geen geweld: Aan hen, of aan iemand."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 21:12. Jeremia 21:12: O huis Davids! zo zegt de HEERE: Richt des morgens recht, en verlost den beroofde uit den hand des verdrukkers; opdat Mijn gramschap niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uwer handelingen.",
          "text1637": "Ierem. 21.12.",
          "text2026": "Jer. 21:12. Jeremia 21:12: O huis van David! zo zegt JAHWEH: Richt van de morgen recht, en verlost de beroofde uit de hand van de verdrukkers; opdat Mijn toorn niet uitvare als een vuur, en brande, dat niemand blussen kunne, vanwege de boosheid uw handelingen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 7:6. Jeremia 7:6: De vreemdeling, wees en weduwe niet zult verdrukken, en geen onschuldig bloed in deze plaats vergieten; en andere goden niet zult nawandelen, ulieden ten kwade;",
          "text1637": "Ierem. 7.6.",
          "text2026": "Jer. 7:6. Jeremia 7:6: De vreemdeling, wees en weduwe niet zult verdrukken, en geen onschuldig bloed in deze plaats vergieten; en andere goden niet zult nawandelen, u ten kwade;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֣ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֲשׂ֤וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּט֙",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/צְדָקָ֔ה",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַצִּ֥ילוּ",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HC/Vhv2mp"
        },
        {
          "woord": "גָז֖וּל",
          "strongs": "H1497",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עָשׁ֑וֹק",
          "strongs": "H6216",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/גֵר֩",
          "strongs": "H1616",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָת֨וֹם",
          "strongs": "H3490",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַלְמָנָ֤ה",
          "strongs": "H490",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֹּנוּ֙",
          "strongs": "H3238",
          "morph": "HVhj2mp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּחְמֹ֔סוּ",
          "strongs": "H2554",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/דָ֣ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָקִ֔י",
          "strongs": "H5355",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁפְּכ֖וּ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מָּק֥וֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: Doe recht en gerechtigheid, en redt de beroofde uit de hand van de verdrukker; en onderdrukt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Doet recht ende gerechticheyt, ende reddet den beroofden uyt de hant des verdruckers: ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> vreemdelinck, den weese, noch de weduwe, en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> onderdruckt niet, en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> doet geen gewelt, en<i>de</i> en vergietet geen onschuldich bloet in dese plaetse.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE: Doet",
          "new": "JAHWEH: Doe",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des verdrukkers;",
          "new": "van de verdrukker;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "doet",
          "new": "doe",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want indien gijlieden deze zaak ernstiglijk zult doen, zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende den David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden, hij, en zijn knechten, en zijn volk.",
      "text1637": "Want indien ghylieden [4] dese sake [5] eernstelick sult doen, [c] so sullen door de poorten van dit huys Coningen ingaen, sittende [6] den David op sijnen throon, rijdende op wagen ende op peerden, [7] hy, ende sijne knechten, ende sijn volck.",
      "text2026": "Want als u deze zaak ernstig zult doen, zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende voor David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden, hij, en zijn knechten, en zijn volk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 deze zaak: Of, dit woord.",
          "text1637": "Ofte, dit woort.",
          "text2026": "4 deze zaak: Of, dit woord."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 ernstiglijk zult doen: Hebreeuws, doende doen zult.",
          "text1637": "Hebr. doende doen sult.",
          "text2026": "5 ernstiglijk zult doen: Hebreeuws, doende doen zult."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 den David: Dat is, in Davids plaats.",
          "text1637": "D. in Davids plaetse.",
          "text2026": "6 voor David: Dat is, in Davids plaats."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De koning, die er zijn zal.",
          "text1637": "Der Coninck, dieder zijn sal.",
          "text2026": "De koning, die er zijn zal."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 17:25. Jeremia 17:25: Zo zullen door de poorten dezer stad ingaan koningen en vorsten, zittende op den troon van David, rijdende op wagenen en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid.",
          "text1637": "Ierem. 17.25.",
          "text2026": "Jer. 17:25. Jeremia 17:25: Zo zullen door de poorten van deze stad ingaan koningen en vorsten, zittende op de troon van David, rijdende op wagens en op paarden, zij en hun vorsten, de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem; en deze stad zal bewoond worden in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עָשׂוֹ֙",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "תַּֽעֲשׂ֔וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֖ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֑ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָ֣אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בְ/שַׁעֲרֵ֣י",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּ֣יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֡ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "מְלָכִים֩",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבִ֨ים",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֜ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כִּסְא֗/וֹ",
          "strongs": "H3678",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "רֹֽכְבִים֙",
          "strongs": "H7392",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/רֶ֣כֶב",
          "strongs": "H7393",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַ/סּוּסִ֔ים",
          "strongs": "H5483",
          "morph": "HC/Rd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "ה֥וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "ו/עבד/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַמּֽ/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want als u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> deze zaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ernstig zult doen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voor David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hij, en zijn knechten, en zijn volk.",
      "textSV1888_html": "Want indien gijlieden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> deze zaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ernstiglijk zult doen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> zo zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, zittende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> den David op zijn troon, rijdende op wagens en op paarden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hij, en zijn knechten, en zijn volk.",
      "text1637_html": "Want indien ghylieden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> dese sake <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> eernstelick sult doen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> so sullen door de poorten van dit huys Coningen ingaen, sittende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> den David op sijnen throon, rijdende op wagen ende op peerden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hy, ende sijne knechten, ende sijn volck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "indien gijlieden",
          "new": "als u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "ernstiglijk",
          "new": "ernstig",
          "principe": "V106"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "voor",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Indien gij daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt de HEERE, dat dit huis tot een woestheid worden zal.",
      "text1637": "Indien ghy daerentegen dese woorden niet en sullet hooren, so hebbe ick by my gesworen, spreeckt de HEERE, dat dit huys tot eene woestheyt worden sal.",
      "text2026": "Als u daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt JAHWEH, dat dit huis tot een woestheid worden zal.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אִם֙",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC/C"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִשְׁמְע֔וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֖ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "בִּ֤/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁבַּ֨עְתִּי֙",
          "strongs": "H7650",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָרְבָּ֥ה",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶ֖ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּ֥יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als u daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt JAHWEH, dat dit huis tot een woestheid worden zal.</i></span>",
      "text1637_html": "Indien ghy daerentegen dese woorden niet en sullet hooren, so hebbe ick by my gesworen, spreeckt de HEERE, dat dit huys tot eene woestheyt worden sal.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Indien gij",
          "new": "Als u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!",
      "text1637": "Want soo seyt de HEERE van den huyse des Conincks van Iuda; Ghy zijt my een [8] Gilead, eene [9] hoochte Libanons: [maer] so ick u niet en sette [als] eene woestijne, [ende] onbewoonde steden! [10]",
      "text2026": "Want zo zegt JAHWEH van het huis van de koning van Juda: U bent Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een afgebroken rede, in het eedzweren gebruikelijk; zie Deut. 1:35. Deuteronomium 1:35: Zo iemand van deze mannen, van dit kwade geslacht, zal zien dat goede land, hetwelk Ik gezworen heb uw vaderen te zullen geven!",
          "text1637": "Een afgebroken reden in’t eedtsweeren gebruycklick. Siet Deut. 1. op vers 35.",
          "text2026": "Een afgebroken rede, in het eedzweren gebruikelijk; zie Deut. 1:35. Deuteronomium 1:35: Zo iemand van deze mannen, van dit kwade geslacht, zal zien dat goede land, dat Ik gezworen heb uw vaderen te zullen geven!"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zo van mij gezegend met alles wat gewenst en lieflijk is, dat gij het land Gilead gelijk zijt; zie Gen. 37:25. Of, [gelijk sommigen] gij zult mij zijn, enz.; dat is, Ik zal u zo weinig verschonen als Ik Gilead gedaan heb; zie 2 Kon. 15:29. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, den koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het ganse land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië.",
          "text1637": "D. soo van my gesegent met alles wat gewenscht ende lieflick is, dat ghy den lande Gileads gelijck zijt. Siet Gen. 37.25. ofte, (als sommige) ghy [sult] my [zijn] etc. D. ick sal u soo weynich verschoonen, als ick Gilead gedaen hebbe. Siet 2.Reg. 15.29.",
          "text2026": "Dat is, zo van mij gezegend met alles wat gewenst en lieflijk is, dat u het land Gilead gelijk bent; zie Gen. 37:25. Of, [gelijk sommigen] u zult mij zijn, enz.; dat is, Ik zal u zo weinig sparen als Ik Gilead gedaan heb; zie 2 Kon. 15:29. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kamelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte. 2 Koningen 15:29: In de dagen Pekah, de koning van Israël, kwam Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, en Abel-Beth-Maächa, en Janoah, en Kedes, en Hazor, en Gilead, en Galilea, het gehele land van Nafthali; en hij voerde hen weg naar Assyrië."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 hoogte van Libanon: Zo verheven in eer en hoogheid, als de spits van Libanon, of de hoogste cederen, die daarop staan. Hebreeuws, hoofd.",
          "text1637": "Soo verheven in eere ende hoocheyt, als de spitze Libanons, ofte de hoochste cederen, die daer op staen. Hebr. hooft.",
          "text2026": "9 hoogte van Libanon: Zo verheven in eer en hoogheid, als de spits van Libanon, of de hoogste cederen, die daarop staan. Hebreeuws, hoofd (רֹאשׁ)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹ֣ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּית֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גִּלְעָ֥ד",
          "strongs": "H1568",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֛ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֖/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רֹ֣אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/לְּבָנ֑וֹן",
          "strongs": "H3844",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֲשִֽׁיתְ/ךָ֙",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִדְבָּ֔ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עָרִ֖ים",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נושבה",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVNsfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH van het huis van de koning van Juda: <span class=\"god-speaks\"><i>U bent Mij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Gilead, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup></i></span>",
      "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Gilead, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup>",
      "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE van den huyse des Conincks van Iuda; Ghy zijt my een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Gilead, eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> hoochte Libanons: [maer] so ick u niet en sette [als] eene woestijne, [ende] onbewoonde steden! <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup>",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "des konings",
          "new": "van de koning",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap; die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen.",
      "text1637": "Want ick sal [d] verdervers tegen u [11] heyligen elck met sijn gereetschap: die sullen [12] uwe uytgelesene cederen omhouwen, ende [13] in’t vyer werpen.",
      "text2026": "Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap; die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, daartoe afzonderen, verordineren, beschikken, bereiden, toerusten; zie Jes. 13:3, en vergelijk boven Jer. 6:4. Jesaja 13:3: Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijner hoogheid. Jeremia 6:4: Heiligt den krijg tegen haar, maakt u op, en laat ons optrekken op den middag; o, wee ons! want de dag heeft zich gewend, want de avondschaduwen neigen zich.",
          "text1637": "D. daer toe afsonderen, verordineren, beschicken, bereyden, toerusten. Siet Ies. 13. op vers 2. ende vergel. bov. 6. op vers 4.",
          "text2026": "Dat is, daartoe afzonderen, verordineren, beschikken, bereiden, toerusten; zie Jes. 13:3, en vergelijk boven Jer. 6:4. Jesaja 13:3: Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijn hoogheid. Jeremia 6:4: Heiligt de krijg tegen haar, maakt u op, en laat ons optrekken op de middag; o, wee ons! want de dag heeft zich gewend, want de avondschaduwen neigen zich."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 uw uitgelezen cederen: Hebreeuws, de keur uwer cederen; dat is, [gelijk het volgende uitwijst] uw beste en uitgelezenste huizen van cederhout getimmerd; vergelijk boven Jer. 21:14, en onder vers 14, 22:15, en de manier van spreken met Gen. 23:6. Jeremia 21:14: En Ik zal over ulieden bezoeking doen naar de vrucht uwer handelingen, spreekt de HEERE; en Ik zal een vuur aansteken in haar woud, dat zal verteren al wat rondom haar is. Jeremia 22:14: Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie. Jeremia 22:15: Zoudt gij regeren, omdat gij u mengt met den ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel? Genesis 23:6: Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.",
          "text1637": "Hebr. de keure uwer cederen. D. (als het volgende uytwijst) uwe beste ende uytgelesenste huysen van cederen-hout getimmert. Vergel. bov. 21. op vers 14. ende ond. vers 14.15. ende de maniere van spreken met Gen. 23.6.",
          "text2026": "12 uw uitgelezen cederen: Hebreeuws, de keur uw cederen; dat is, [gelijk het volgende uitwijst] uw beste en uitgelezenste huizen van cederhout getimmerd; vergelijk boven Jer. 21:14, en onder vers 14, 22:15, en de manier van spreken met Gen. 23:6. Jeremia 21:14: En Ik zal over u bezoeking doen naar de vrucht uw handelingen, spreekt JAHWEH; en Ik zal een vuur aansteken in haar woud, dat zal verteren al wat rondom haar is. Jeremia 22:14: Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en glorierijke opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie. Jeremia 22:15: Zoudt u regeren, omdat u u mengt met de ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel? Genesis 23:6: Hoor ons, mijn heer! u bent een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat u uw dode niet zoudt begraven."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 in het vuur werpen: Of, nedervellen ten vuur.",
          "text1637": "Ofte, nedervellen ten vyere.",
          "text2026": "13 in het vuur werpen: Of, neervellen ten vuur."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 15:6. Jeremia 15:6: Gij hebt Mij verlaten, spreekt de HEERE; gij zijt achterwaarts gegaan; daarom zal Ik Mijn hand tegen u uitstrekken en u verderven; Ik ben des berouwens moede geworden.",
          "text1637": "Ier. 15.6.",
          "text2026": "Jer. 15:6. Jeremia 15:6: U hebt Mij verlaten, spreekt JAHWEH; u bent achterwaarts gegaan; daarom zal Ik Mijn hand tegen u uitstrekken en u verderven; Ik ben van de berouwens moe geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/קִדַּשְׁתִּ֥י",
          "strongs": "H6942",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֛י/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַשְׁחִתִ֖ים",
          "strongs": "H7843",
          "morph": "HVhrmpa"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כֵלָ֑י/ו",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָֽרְתוּ֙",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "מִבְחַ֣ר",
          "strongs": "H4005",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲרָזֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H730",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִפִּ֖ילוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vhq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽשׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> verdervers tegen u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heiligen, elk met zijn gereedschap; die zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> uw uitgelezen cederen omhouwen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> in het vuur werpen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> verdervers tegen u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heiligen, elk met zijn gereedschap; die zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> uw uitgelezen cederen omhouwen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> in het vuur werpen.",
      "text1637_html": "Want ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> verdervers tegen u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heyligen elck met sijn gereetschap: die sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> uwe uytgelesene cederen omhouwen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> in’t vyer werpen."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan deze grote stad?",
      "text1637": "Dan sullen vele [14] heydenen voor by dese stadt gaen, ende sullen seggen een yeder tot sijnen naesten; [e] Waerom heeft de HEERE alsoo gedaen, aen dese groote stadt?",
      "text2026": "Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft JAHWEH zo gedaan deze grote stad?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, natiën.",
          "text1637": "Ofte, natien.",
          "text2026": "Of, natiën."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 29:24; 1 Kon. 9:8. Deuteronomium 29:24: En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn? 1 Koningen 9:8: En aangaande dit huis, dat verheven zal geweest zijn, al wie voor hetzelve zal voorbijgaan, zal zich ontzetten en fluiten; men zal zeggen: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan dit land en aan dit huis?",
          "text1637": "Deut. 29.24. 1.Reg. 9.8.",
          "text2026": "Deut. 29:24; 1 Kon. 9:8. Deuteronomium 29:24: En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft JAHWEH aan dit land zo gedaan? Wat is de ontsteking van deze grote toorn? 1 Koningen 9:8: En wat dit betreft huis, dat verheven zal geweest zijn, al wie voor hetzelfde zal voorbijgaan, zal zich ontzetten en fluiten; men zal zeggen: Waarom heeft JAHWEH zo gedaan aan dit land en aan dit huis?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עָֽבְרוּ֙",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֣ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֔ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֑את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָֽמְרוּ֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֵעֵ֔/הוּ",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מֶ֨ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֤ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כָּ֔כָה",
          "strongs": "H3602",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לָ/עִ֥יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/גְּדוֹלָ֖ה",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּֽאת",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dan zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Waarom heeft JAHWEH zo gedaan deze grote stad?</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dan zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> veel heidenen voorbij deze stad gaan, en zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan deze grote stad?",
      "text1637_html": "Dan sullen vele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> heydenen voor by dese stadt gaen, ende sullen seggen een yeder tot sijnen naesten; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Waerom heeft de HEERE alsoo gedaen, aen dese groote stadt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE alzo",
          "new": "JAHWEH zo",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "aan",
          "new": "",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, huns Gods, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden nedergebogen, en die gediend.",
      "text1637": "Ende sy [15] sullen seggen; Om dat sy het verbont des HEEREN hares Godts hebben verlaten; ende hebben sich voor andere Goden nedergebogen, ende die gedient.",
      "text2026": "En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond van JAHWEH, van hun God, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden neergebogen, en die gediend.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 zullen zeggen: Dat is, men zal antwoorden.",
          "text1637": "D. men sal antwoorden.",
          "text2026": "15 zullen zeggen: Dat is, men zal antwoorden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָ֣מְר֔וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַ֚ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָֽזְב֔וּ",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בְּרִ֥ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹֽהֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּֽשְׁתַּחֲו֛וּ",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HC/Vtw3mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲחֵרִ֖ים",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּעַבְדֽוּ/ם",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HC/Vqw3mp/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zullen zeggen: Omdat zij het verbond van JAHWEH, van hun God, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden neergebogen, en die gediend.",
      "textSV1888_html": "En zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zullen zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, huns Gods, hebben verlaten, en hebben zich voor andere goden nedergebogen, en die gediend.",
      "text1637_html": "Ende sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> sullen seggen; Om dat sy het verbont des HEEREN hares Godts hebben verlaten; ende hebben sich voor andere Goden nedergebogen, ende die gedient.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN, huns Gods,",
          "new": "van JAHWEH, van hun God,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "nedergebogen,",
          "new": "neergebogen,",
          "principe": "V378"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Weent niet over den dode, en beklaagt hem niet; weent vrij over dien, die weggegaan is, want hij zal nimmermeer wederkomen, dat hij het land zijner geboorte zie.",
      "text1637": "En weenet niet over den [16] dooden, ende en beklaget hem niet: Weenet [17] vry over dien [18] die wech gegaen is, want hy en sal nemmermeer wederkomen, dat hy het lant sijner geboorte sie.",
      "text2026": "Ween niet over de dode, en beklaagt hem niet; ween vrij over die, die weggegaan is, want hij zal nimmermeer terugkomen, dat hij het land van zijn geboorte zie.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk den vromen koning Josia, die onlangs in den slag tegen Farao Necho gebleven en van het volk zeer beklaagd was, 2 Kon. 23:29; 2 Kron. 35:23, 35:24; deze koning werd weggerukt vóór deze gruwelijke verwoestingen, gelijk voorzegd was, 2 Kon. 22:20. 2 Koningen 23:29: In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte, op tegen den koning van Assyrië, naar de rivier Frath; en de koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo, als hij hem gezien had. 2 Kronieken 35:23: En de schutters schoten den koning Josia. Toen zeide de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond. 2 Kronieken 35:24: En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia. 2 Koningen 22:20: Daarom zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al het kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats brengen zal. En zij brachten den koning het antwoord weder.",
          "text1637": "N. den vroomen Coninck Iosia, die onlancx in den slach tegen Pharao Necho gebleven ende van den volcke seer beklaegt was, 2.Reg. 23.29. 2.Chron. 35.23, 24. desen Coninck wert wechgeruckt voor dese grouwelicke verwoestingen, als voorseyt was. 2.Reg. 22.20.",
          "text2026": "Namelijk de vromen koning Josia, die onlangs in de slag tegen Farao Necho gebleven en van het volk zeer beklaagd was, 2 Kon. 23:29; 2 Kron. 35:23, 35:24; deze koning werd weggerukt vóór deze gruwelijke verwoestingen, gelijk voorzegd was, 2 Kon. 22:20. 2 Koningen 23:29: In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte, op tegen de koning van Assyrië, naar de rivier Frath; en de koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo, als hij hem gezien had. 2 Kronieken 35:23: En de schutters schoten de koning Josia. Toen zei de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond. 2 Kronieken 35:24: En zijn knechten namen hem weg van de wagen, en voerden hem op de tweede wagen, die hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijn vaderen; en geheel Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia. 2 Koningen 22:20: Daarom zie, Ik zal u verzamelen tot uw vaderen, en u zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al het kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats brengen zal. En zij brachten de koning het antwoord weer."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 weent vrij: Hebreeuws, weent wenende.",
          "text1637": "Hebr. weenet weenende.",
          "text2026": "17 weent vrij: Hebreeuws, weent wenende."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 die weggegaan is: Te weten Joahas, dien Farao Necho gevankelijk naar Egypte gevoerd had, 2 Kon. 23:33, 23:34, alwaar hij ook gestorven is. Dit duiden sommigen op den koning Jojachin, die daarna gevankelijk gegaan is naar Babel, en aldaar gestorven, 2 Kon. 24:15, en 2 Kon. 25:29, alsook Zedekia, 2 Kon. 25:7, en zetten het over: de weggaande, of die weggaan zal; doch men heeft te letten op de volgende woorden. 2 Koningen 23:33: Doch Farao Necho liet hem binden te Ribla in het land van Hamath, opdat hij te Jeruzalem niet regeren zou; en hij leide het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds. 2 Koningen 23:34: Ook maakte Farao Necho Eljakim, den zoon van Josia, koning, in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar Joahaz nam hij mede, en hij kwam in Egypte, en stierf aldaar. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 2 Koningen 25:29: En hij veranderde de klederen zijner gevangenis, en hij at geduriglijk brood voor zijn aangezicht, al de dagen zijns levens. 2 Koningen 25:7: En zij slachtten de zonen van Zedekia voor zijn ogen, en men verblindde Zedekia's ogen, en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.",
          "text1637": "T.w. Ioahas, dien Pharao Necho gevanckelick nae Egypten gevoert hadde. 2.Reg. 23.33, 34. alwaer hy oock gestorven is. Dit duyden sommige op den Coninck Iojachin, die daer na gevanckelick gegaen is nae Babel, ende aldaer gestorven. 2.Reg. 24.15. ende 25.29. als oock Zedekia 2.Reg. 25.7. ende setten’t over, den wechgaenden, ofte, dien die wechgaen sal, doch men heeft te letten op de volgende woorden.",
          "text2026": "18 die weggegaan is: Te weten Joahas, die Farao Necho gevankelijk naar Egypte gevoerd had, 2 Kon. 23:33, 23:34, alwaar hij ook gestorven is. Dit duiden sommigen op de koning Jojachin, die daarna gevankelijk gegaan is naar Babel, en daar gestorven, 2 Kon. 24:15, en 2 Kon. 25:29, alsook Zedekia, 2 Kon. 25:7, en zetten het over: de weggaande, of die weggaan zal; maar men heeft te letten op de volgende woorden. 2 Koningen 23:33: Maar Farao Necho liet hem binden te Ribla in het land van Hamath, opdat hij te Jeruzalem niet regeren zou; en hij legde het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds. 2 Koningen 23:34: Ook maakte Farao Necho Eljakim, de zoon van Josia, koning, in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; maar Joahaz nam hij mee, en hij kwam in Egypte, en stierf daar. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, en ook van de koning moeder, en van de koning vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen van het land bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 2 Koningen 25:29: En hij veranderde de kleren zijn gevangenis, en hij at geduriglijk brood voor zijn aangezicht, al de dagen zijn levens. 2 Koningen 25:7: En zij slachtten de zonen van Zedekia voor zijn ogen, en men verblindde Zedekia's ogen, en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּבְכּ֣וּ",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מֵ֔ת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HR/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תָּנֻ֖דוּ",
          "strongs": "H5110",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּכ֤וּ",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בָכוֹ֙",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/הֹלֵ֔ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HRd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשׁוּב֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "ע֔וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/רָאָ֖ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹלַדְתּֽ/וֹ",
          "strongs": "H4138",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ween niet over de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dode, en beklaagt hem niet; ween<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> vrij over die,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> die weggegaan is, want hij zal nimmermeer terugkomen, dat hij het land van zijn geboorte zie.",
      "textSV1888_html": "Weent niet over den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dode, en beklaagt hem niet; weent<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> vrij over dien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> die weggegaan is, want hij zal nimmermeer wederkomen, dat hij het land zijner geboorte zie.",
      "text1637_html": "En weenet niet over den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dooden, ende en beklaget hem niet: Weenet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> vry over dien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> die wech gegaen is, want hy en sal nemmermeer wederkomen, dat hy het lant sijner geboorte sie.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Weent",
          "new": "Ween",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "weent",
          "new": "ween",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "dien,",
          "new": "die,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "wederkomen,",
          "new": "terugkomen,",
          "principe": "V769"
        },
        {
          "old": "zijner",
          "new": "van zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE van Sallum, den zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer wederkomen.",
      "text1637": "Want soo seydt de HEERE van [19] Sallum den sone van Iosia, Coninck van Iuda, die inde plaetse van sijnen vader Iosia regeerde; die uyt dese plaetse is uytgegaen: Hy en sal daer nimmermeer wederkomen.",
      "text2026": "Want zo zegt JAHWEH van Sallum, de zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer terugkomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Deze is [naar sommiger gevoelen] Joahaz, ook genoemd Jehoahaz, en Johanan, zoon van Josia. Zie 2 Kon. 23:31; 2 Kron. 36:1, 36:2; vergelijk 2 Kon. 15:13, en 2 Kon. 23:31; 1 Kron. 3:15 wordt ook een vierde zoon van Josia met dezen naam genoemd. 2 Koningen 23:31: Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna. 2 Kronieken 36:1: Toen nam het volk des lands Joahaz, den zoon van Josia, en zij maakten hem koning, in zijns vaders plaats, te Jeruzalem. 2 Kronieken 36:2: Drie en twintig jaren was Joahaz oud, als hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem. 2 Koningen 15:13: Sallum, de zoon van Jabes, werd koning, in het negen en dertigste jaar van Uzzia, den koning van Juda; en hij regeerde een volle maand te Samaria. 2 Koningen 23:31: Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna. 1 Kronieken 3:15: De zonen van Josia nu waren dezen: de eerstgeborene Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia, de vierde Sallum.",
          "text1637": "Dese is (nae sommiger gevoelen) Ioahas, oock genoemt Iehoahaz, ende Iohanan, sone van Iosia, Siet 2.Reg. 23.31. 2.Chro. 36.1, 2. Vergel. 2.Reg. 15.13. ende 23.31. 1.Chro. 3.15. wort oock een vierde soon van Iosia met desen name genoemt.",
          "text2026": "Deze is [naar sommiger gevoelen] Joahaz, ook genoemd Jehoahaz, en Johanan, zoon van Josia. Zie 2 Kon. 23:31; 2 Kron. 36:1, 36:2; vergelijk 2 Kon. 15:13, en 2 Kon. 23:31; 1 Kron. 3:15 wordt ook een vierde zoon van Josia met deze naam genoemd. 2 Koningen 23:31: Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna. 2 Kronieken 36:1: Toen nam het volk van het land Joahaz, de zoon van Josia, en zij maakten hem koning, in zijn vaders plaats, te Jeruzalem. 2 Kronieken 36:2: Drie en twintig jaren was Joahaz oud, als hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem. 2 Koningen 15:13: Sallum, de zoon van Jabes, werd koning, in het negen en dertigste jaar van Uzzia, de koning van Juda; en hij regeerde een volle maand te Samaria. 2 Koningen 23:31: Drie en twintig jaren was Joahaz oud, toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna. 1 Kronieken 3:15: De zonen van Josia nu waren deze: de eerstgeborene Johanan, de tweede Jojakim, de derde Zedekia, de vierde Sallum."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹ֣ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָֽמַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֠הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁלֻּ֨ם",
          "strongs": "H7967",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֜הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֗ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֹּלֵךְ֙",
          "strongs": "H4427",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "תַּ֚חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֣הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֔י/ו",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יָצָ֖א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מָּק֣וֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֑ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשׁ֥וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עֽוֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Sallum, de zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer terugkomen.",
      "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Sallum, den zoon van Josia, koning van Juda, die in de plaats van zijn vader Josia regeerde, die uit deze plaats is uitgegaan: Hij zal daar nimmermeer wederkomen.",
      "text1637_html": "Want soo seydt de HEERE van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Sallum den sone van Iosia, Coninck van Iuda, die inde plaetse van sijnen vader Iosia regeerde; die uyt dese plaetse is uytgegaen: Hy en sal daer nimmermeer wederkomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "wederkomen.",
          "new": "terugkomen.",
          "principe": "V769"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Maar in de plaats, waarhenen zij hem gevankelijk hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.",
      "text1637": "Maer in de plaetse, daer henen sy hem gevancklick hebben wechgevoert, sal hy sterven: ende dit lant en sal hy niet meer sien.",
      "text2026": "Maar in de plaats, waarheen zij hem als gevangene hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֗י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בִּ/מְק֛וֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הִגְל֥וּ",
          "strongs": "H1540",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֹת֖/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֣ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יָמ֑וּת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֖את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִרְאֶ֥ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עֽוֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar in de plaats, waarheen zij hem als gevangene hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.",
      "text1637_html": "Maer in de plaetse, daer henen sy hem gevancklick hebben wechgevoert, sal hy sterven: ende dit lant en sal hy niet meer sien.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "gevankelijk",
          "new": "als gevangene",
          "principe": "V78"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!",
      "text1637": "[20] Wee [f] dien die sijn huys bouwt [21] met ongerechticheyt, ende sijne oppersalen [22] met onrecht: die [23] sijns naesten dienst om niet gebruyckt, ende en geeft hem sijn [24] arbeydts-loon niet.",
      "text2026": "Wee die, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die de dienst van zijn naaste om niet gebruikt, en geeft hem zijn arbeidsloon niet!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 Wee dien: Of, Hei, o gij, die, enz. dit, alsook het volgende, ziet op den koning Jojakim [zie onder vers 18], die beschuldigd wordt van pracht, overdaad, onrechtvaardigheid, gierigheid en tirannie. Jeremia 22:18: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!",
          "text1637": "Ofte, hey, ô ghy, die etc. dit, als oock het volgende, siet op den Coninck Iojakim (siet onder vers 18.) die beschuldicht wort van pracht, overdaet, onrechtveerdicheyt, giericheyt, ende tyrannie.",
          "text2026": "20 Wee die: Of, Hei, o u, die, enz. dit, alsook het volgende, ziet op de koning Jojakim [zie onder vers 18], die beschuldigd wordt van pracht, overdaad, onrechtvaardigheid, gierigheid en tirannie. Jeremia 22:18: Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broer! of, och zus! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!"
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 met ongerechtigheid: Hebreeuws, met niet gerechtigheid; dat is, met gene gerechtigheid, of zonder gerechtigheid.",
          "text1637": "Hebr. met niet gerechticheyt. D. met geene gerechticheyt, ofte, sonder gerechticheyt.",
          "text2026": "21 met ongerechtigheid: Hebreeuws, met niet gerechtigheid (צֶדֶק); dat is, met gene gerechtigheid, of zonder gerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 met onrecht: Hebreeuws, met niet recht.",
          "text1637": "Hebr. met niet recht.",
          "text2026": "22 met onrecht: Hebreeuws, met niet recht (מִשְׁפָּט)."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 zijns naasten dienst: Of, zich dient van zijnen naaste, gebruikende zijnen arbeid, of hem dwingt te dienen; vergelijk onder Jer. 25:14, en Jer. 27:7, en Jer. 30:8, en Jer. 34:9. Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen. Jeremia 27:7: En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen. Jeremia 30:8: Want het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen. Jeremia 34:9: Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreër of een Hebreïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.",
          "text1637": "Ofte, sich dient van sijnen naesten, gebruyckende sijnen arbeyt, ofte, hen dwingt te dienen. Vergel. ond. 25.14. ende 27.7. ende 30.8. ende 34.9.",
          "text2026": "23 zijn naasten dienst: Of, zich dient van zijn naaste, gebruikende zijn arbeid, of hem dwingt te dienen; vergelijk onder Jer. 25:14, en Jer. 27:7, en Jer. 30:8, en Jer. 34:9. Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; zo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hun handen. Jeremia 27:7: En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijn zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijn eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen. Jeremia 30:8: Want het zal op die dag gebeuren, spreekt JAHWEH van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen. Jeremia 34:9: Dat een iedereen zijn knecht, en een iedereen zijn maagd, zijnde een Hebreër of een Hebreïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broer, zou doen dienen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws eigenlijk, werk, of arbeid; dat is, arbeidsloon, gelijk Num. 22:7, waarzegging, of voorzeggingen, voor, loon der waarzeggingen; zie wijders Lev. 19:13; Jes. 49:4; Ezech. 29:20. Numeri 22:7: Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak. Leviticus 19:13: Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen. Jesaja 49:4: Doch Ik zeide: Ik heb te vergeefs gearbeid, Ik heb Mijn kracht onnuttelijk en ijdellijk toegebracht; gewisselijk, Mijn recht is bij den HEERE, en Mijn werkloon is bij Mijn God. Ezechiël 29:20: Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Hebr. eyg. werck, ofte, arbeyt, D. arbeyts-loon, als Nu. 22.7. waerseggingen, ofte, voorseggingen, voor, loon der waerseggingen. Siet wijders Levit. 19.13. Ies. 49.4. Eze. 29.20.",
          "text2026": "Hebreeuws eigenlijk, werk, of arbeid; dat is, arbeidsloon, gelijk Num. 22:7, waarzegging, of voorzeggingen, voor, loon van de waarzeggingen; zie verder Lev. 19:13; Jes. 49:4; Ez. 29:20. Numeri 22:7: Toen gingen de oudsten van de Moabieten, en de oudsten van de Midianieten, en hadden het loon van de waarzeggingen in hun hand; zo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak. Leviticus 19:13: U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; van de dagloners arbeidsloon zal bij u niet overnachten tot aan de morgen. Jesaja 49:4: Maar Ik zei: Ik heb te vergeefs gewerkt, Ik heb Mijn kracht onnuttelijk en zinloos toegebracht; gewisselijk, Mijn recht is bij JAHWEH, en Mijn werkloon is bij Mijn God. Ezechiël 29:20: Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Levit. 19:13; Deut. 24:14; idem v. 15; Habak. 2:9. Leviticus 19:13: Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen. Deuteronomium 24:14: Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn. Deuteronomium 24:15: Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij. Habakuk 2:9: Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.",
          "text1637": "Lev. 19.13. Deut. 24.14, 15. Habac. 2.9.",
          "text2026": "Lev. 19:13; Deut. 24:14; idem v. 15; Habak. 2:9. Leviticus 19:13: U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; van de dagloners arbeidsloon zal bij u niet overnachten tot aan de morgen. Deuteronomium 24:14: U zult de armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broers is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn. Deuteronomium 24:15: Op zijn dag zult u zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot JAHWEH, en zonde in u zij. Habakuk 2:9: Wee die, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand van het kwaad."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֣וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "בֹּנֶ֤ה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵית/וֹ֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּֽ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HR/Tn"
        },
        {
          "woord": "צֶ֔דֶק",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲלִיּוֹתָ֖י/ו",
          "strongs": "H5944",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HR/Tn"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּ֑ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רֵעֵ֨/הוּ֙",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יַעֲבֹ֣ד",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "חִנָּ֔ם",
          "strongs": "H2600",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וּ/פֹעֲל֖/וֹ",
          "strongs": "H6467",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִתֶּן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Wee<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> die, die zijn huis bouwt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> met ongerechtigheid, en zijn opperzalen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> met onrecht; die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de dienst van zijn naaste om niet gebruikt, en geeft hem zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> arbeidsloon niet!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Wee<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> dien, die zijn huis bouwt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> met ongerechtigheid, en zijn opperzalen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> met onrecht; die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> arbeidsloon niet!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Wee <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> dien die sijn huys bouwt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> met ongerechticheyt, ende sijne oppersalen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> met onrecht: die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sijns naesten dienst om niet gebruyckt, ende en geeft hem sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> arbeydts-loon niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien,",
          "new": "die,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "zijns naasten",
          "new": "de",
          "principe": "N22"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van zijn naaste",
          "principe": "N22"
        },
        {
          "old": "hen",
          "new": "hem",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en doorluchtige opperzalen; en hij houwt zich vensteren uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.",
      "text1637": "Die daer seyt; Ick sal my een [25] seer hooch huys bouwen, ende [26] doorluchtige oppersalen: [27] ende hy houwt sich vensteren uyt, ende het is [28] bedeckt met Ceder, ende [29] aengestreken met [30] Menie.",
      "text2026": "Die daar zegt: Ik zal mij een zeer hoog huis bouwen, en glorierijke opperzalen; en hij houwt zich vensters uit, en het is bedekt met ceder, en aangestreken met menie.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 zeer hoog huis: Hebreeuws, een huis der maten; dat is, zonderling of bovenmate hoog of groot; vergelijk Num. 13:32. Numeri 13:32: Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israëls, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hetzelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte.",
          "text1637": "Hebr. een huys der maten. D. sonderlinge ofte boven maten hooch ofte groot. Vergel. Num. 13. op vers 32.",
          "text2026": "25 zeer hoog huis: Hebreeuws, een huis van de maten (בֵּית); dat is, zonderling of bovenmate hoog of groot; vergelijk Num. 13:32. Numeri 13:32: Zo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen van Israël, zeggende: Dat land, door dat wij doorgegaan zijn, om het te verspieden, is een land, dat zijn inwoners verteert; en al het volk, dat wij in het midden van hetzelfde gezien hebben, zijn mannen van grote lengte."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waarin men lucht kan scheppen, of waar de wind kan doorwaaien, dat is, wijd, luchtig.",
          "text1637": "Daer in men lucht kan scheppen, ofte, daer de wint kan door waeyen, D. wijde, luchtige.",
          "text2026": "Waarin men lucht kan scheppen, of waar de wind kan doorwaaien, dat is, wijd, luchtig."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 hij houwt zich vensteren uit: Anders: die mijne vensters voor zich daar uitscheurt, en dat met ceder beschoten is, en bemaalt het met menie, enz. Verstaande dat Jojakim uit Gods huis heeft laten uitbreken, tot gebruik van zijn gebouw, wat hem beliefde, latende het daarna met allerlei verwen zo overstrijken, dat men het niet kon merken.",
          "text1637": "And. die mijne vensteren voor sich daer uyt scheurt, ende dat met ceder beschoten is, ende bemaelt het met Menie, etc. verstaende dat Iojakim uyt Godts huys hebbe laten uytbreken, tot gerijf van sijn gebouw, wat hem beliefde, latende het daer na met allerleye verwen soo overstrijcken, datmen ’t niet konde mercken.",
          "text2026": "27 hij houwt zich vensteren uit: Anders: die mijn vensters voor zich daar uitscheurt, en dat met ceder beschoten is, en bemaalt het met menie, enz. Verstaande dat Jojakim uit Gods huis heeft laten uitbreken, tot gebruik van zijn gebouw, wat hem beliefde, latende het daarna met allerlei verwen zo overstrijken, dat men het niet kon merken."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 bedekt met ceder: Zijn huis is overal gezolderd en beschoten met cederen balken en planken.",
          "text1637": "Sijn huys is overal gesoldert ende beschoten met cederen balcken ende plancken.",
          "text2026": "28 bedekt met ceder: Zijn huis is overal gezolderd en beschoten met cederen balken en planken."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, gezalfd, of zalvende; dat is, hij laat bestrijken, bemalen of beschilderen.",
          "text1637": "Hebr. gesalft: ofte, salvende. D. hy laet bestrijcken, bemalen ofte beschilderen.",
          "text2026": "Hebreeuws, gezalfd, of zalvende; dat is, hij laat bestrijken, bemalen of beschilderen."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, vermiljoen, of purperblauw; sommigen menen dat het eigenlijk is het Indisch blauw, gemaakt van Indische weede, of, [gelijk sommigen schrijven] gewassen in het Indisch riet, en in het Hebreeuws schaschar genoemd, van een volk in Indië Sasuri genoemd vanwaar het zou komen. De zin is dat hij zijn huis met allerlei vreemde uitstekende kostelijke verwen en schilderijen versierd heeft. Vergelijk Ezech. 23:14, alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gevonden wordt. Ezechiël 23:14: Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan den wand zag, de beelden der Chaldeeën, geschilderd met menie,",
          "text1637": "Ofte, vermilioen, ofte purper-blaeuw, sommige meynen dat het eygentick zy het Indisch-blaeuw, gemaeckt van Indische weedt, ofte, (als sommige schrijven) gewassen in’t Indisch riet, ende in’t Hebr. Schaschar genoemt, van een volck in Indien (Sasuri genoemt) van waer het soude komen. De sin is, dat hy sijn huys met allerleye vreemde uytstekende kostelicke verwen ende schilderijen verciert heeft. Vergel. Ezech. 23.14. alwaer het selve Hebr. woort gevonden wort.",
          "text2026": "Of, vermiljoen, of purperblauw; sommigen menen dat het eigenlijk is het Indisch blauw, gemaakt van Indische weede, of, [gelijk sommigen schrijven] gewassen in het Indisch riet, en in het Hebreeuws schaschar genoemd, van een volk in Indië Sasuri genoemd vanwaar het zou komen. De zin is dat hij zijn huis met allerlei vreemde uitstekende kostelijke verwen en schilderijen versierd heeft. Vergelijk Ez. 23:14, alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gevonden wordt. Ezechiël 23:14: Ja, zij deed tot haar hoererijen nog meer toe; want toen zij geschilderde mannen aan de wand zag, de beelden van de Chaldeeën, geschilderd met menie,"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָ/אֹמֵ֗ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶבְנֶה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לִּ/י֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִדּ֔וֹת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲלִיּ֖וֹת",
          "strongs": "H5944",
          "morph": "HC/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "מְרֻוָּחִ֑ים",
          "strongs": "H7304",
          "morph": "HVPsmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָ֤רַֽע",
          "strongs": "H7167",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "ל/וֹ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "חַלּוֹנָ֔/י",
          "strongs": "H2474",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/סָפ֣וּן",
          "strongs": "H5603",
          "morph": "HC/Vqsmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֔רֶז",
          "strongs": "H730",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָשׁ֖וֹחַ",
          "strongs": "H4886",
          "morph": "HC/Vqa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׁשַֽׁר",
          "strongs": "H8350",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Die daar zegt: Ik zal mij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zeer hoog huis bouwen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> glorierijke opperzalen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> en hij houwt zich vensters uit, en het is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> bedekt met ceder, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aangestreken met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> menie.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Die daar zegt: Ik zal mij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zeer hoog huis bouwen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> doorluchtige opperzalen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> en hij houwt zich vensteren uit, en het is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> bedekt met ceder, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aangestreken met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> menie.",
      "text1637_html": "Die daer seyt; Ick sal my een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> seer hooch huys bouwen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> doorluchtige oppersalen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> ende hy houwt sich vensteren uyt, ende het is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> bedeckt met Ceder, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> aengestreken met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Menie.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "doorluchtige",
          "new": "glorierijke",
          "principe": "V452"
        },
        {
          "old": "vensteren",
          "new": "vensters",
          "principe": "V1228"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Zoudt gij regeren, omdat gij u mengt met den ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?",
      "text1637": "Soudt ghy [31] regeren, om dat ghy u [32] mengt met den Ceder? heeft niet uw’ [33] vader [34] gegeten ende gedroncken, ende [35] recht ende gerechticheyt gedaen, [ende] [36] het ginck hem doe wel?",
      "text2026": "Zou u regeren, omdat u zich mengt met de ceder? Heeft niet uw vader gegeten en gedronken, en recht en gerechtigheid gedaan, en het ging hem toen wel?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uw koninkrijk tegen Gods dreigementen vast en bestendig maken.",
          "text1637": "D. u Coninckrijck tegen Godts dreygementen vast ende bestandich maken.",
          "text2026": "Dat is, uw koninkrijk tegen Gods dreigementen vast en bestendig maken."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, aldus om strijd [gelijk men spreekt] boven uwen vader pronkt en praalt met cederen gebouwen?",
          "text1637": "D. aldus, om strijt (alsmen spreeckt) boven uwen vader pronckt ende praelt met cederen-gebouwen?",
          "text2026": "Dat is, aldus om strijd [gelijk men spreekt] boven uw vader pronkt en praalt met cederen gebouwen?"
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De vrome koning Josia, gelijk onder vers 18. Jeremia 22:18: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!",
          "text1637": "De vroome Coninck Iosias, als ond. vers 18.",
          "text2026": "De vrome koning Josia, gelijk onder vers 18. Jeremia 22:18: Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broer! of, och zus! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!"
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 gegeten en gedronken: Dat is, bekwamelijk en vrolijk geleefd; zie Pred. 3:13. Prediker 3:13: Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods.",
          "text1637": "D. bequaemelijck ende vrolick geleeft. siet Eccl. 3.13.",
          "text2026": "34 gegeten en gedronken: Dat is, bekwamelijk en vrolijk geleefd; zie Pred. 3:13. Prediker 3:13: Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave van God."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 recht en gerechtigheid: Gelijk boven vers 3. Jeremia 22:3: Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.",
          "text1637": "Als bov. vers 3.",
          "text2026": "35 recht en gerechtigheid: Gelijk boven vers 3. Jeremia 22:3: Zo zegt JAHWEH: Doet recht en gerechtigheid, en redt de beroofde uit de hand van de verdrukkers; en onderdrukt de vreemdeling niet, de wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 het ging hem toen wel: Hebreeuws, toen was hem goed, of wel; alzo in het volgende. Vergelijk Jes. 3:10, 3:11, alwaar de Hebreeuwse woorden betekenende goed en kwaad, ook alzo gebruikt worden, voor wel en kwalijk gaan. Jesaja 3:10: Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten. Jesaja 3:11: Wee den goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding zijner handen zal hem geschieden.",
          "text1637": "Hebr. doe [was] hem goet, ofte, wel: alsoo in’t volgende. Vergel. Ies. 3.10, 11. alwaer de Hebr. woordekens beteeckenende goet ende quaet, oock alsoo gebruyckt worden, voor wel ende qualick gaen.",
          "text2026": "36 het ging hem toen wel: Hebreeuws, toen was hem goed, of wel (טוֹב); zo in het volgende. Vergelijk Jes. 3:10, 3:11, alwaar de Hebreeuwse woorden betekenende goed en kwaad, ook zo gebruikt worden, voor wel en kwalijk gaan. Jesaja 3:10: Zegt de rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hun werken zullen eten. Jesaja 3:11: Wee de goddeloze, het zal hem kwalijk gaan, want de vergelding zijn handen zal hem gebeuren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲ/תִֽמְלֹ֔ךְ",
          "strongs": "H4427",
          "morph": "HTi/Vqi2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֖ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "מְתַחֲרֶ֣ה",
          "strongs": "H8474",
          "morph": "HVcrmsa"
        },
        {
          "woord": "בָ/אָ֑רֶז",
          "strongs": "H730",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֜י/ךָ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֲ/ל֧וֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָכַ֣ל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁתָ֗ה",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשָׂ֤ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּט֙",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/צְדָקָ֔ה",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֖ז",
          "strongs": "H227",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "ט֥וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zou u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> regeren, omdat u zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> mengt met de ceder? Heeft niet uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> vader<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> gegeten en gedronken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> recht en gerechtigheid gedaan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> en het ging hem toen wel?",
      "textSV1888_html": "Zoudt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> regeren, omdat gij u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> mengt met den ceder? Heeft niet uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> vader<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> gegeten en gedronken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> recht en gerechtigheid gedaan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> en het ging hem toen wel?",
      "text1637_html": "Soudt ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> regeren, om dat ghy u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> mengt met den Ceder? heeft niet uw’ <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> vader <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> gegeten ende gedroncken, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> recht ende gerechticheyt gedaen, [ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> het ginck hem doe wel?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zoudt gij",
          "new": "Zou u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "zich",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.",
      "text1637": "Hy heeft de rechtsake des elendigen ende nootdurftigen gerichtet, doe ginck het [hem] wel: is dat niet my te [37] kennen, spreeckt de HEERE?",
      "text2026": "Hij heeft de rechtzaak van de ellendigen en armen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, een bewijs en vrucht van mijne waren kennis?",
          "text1637": "D. een bewijs ende vrucht van mijner ware kennisse?",
          "text2026": "Dat is, een bewijs en vrucht van van Mij waren kennis?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דָּ֛ן",
          "strongs": "H1777",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "דִּין",
          "strongs": "H1779",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֥י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶבְי֖וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֣ז",
          "strongs": "H227",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "ט֑וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/לוֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "הִ֛יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "הַ/דַּ֥עַת",
          "strongs": "H1847",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֹתִ֖/י",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Hij heeft de rechtzaak van de ellendigen en armen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> kennen? spreekt JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> kennen? spreekt de HEERE.",
      "text1637_html": "Hy heeft de rechtsake des elendigen ende nootdurftigen gerichtet, doe ginck het [hem] wel: is dat niet my te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> kennen, spreeckt de HEERE?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "nooddruftigen",
          "new": "armen",
          "principe": "V384"
        },
        {
          "old": "spreekt de HEERE.",
          "new": "spreek JAHWEH.",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en overlast, om die te doen.",
      "text1637": "Maer uwe oogen ende u herte en zijn niet dan op [38] uwe giericheyt: ende op onschuldich bloet om dat te vergieten, ende op verdruckinge ende [39] overlast, om [die] te doen.",
      "text2026": "Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en overlast, om die te doen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 uw gierigheid: Of, uw gewin.",
          "text1637": "Ofte, u gewin.",
          "text2026": "38 uw gierigheid: Of, uw winst."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, loop, gelijk 2 Sam. 18:27; en voorts aanloop, versta van geweld, overval, vertreding, verplettering, als hier. 2 Samuël 18:27: Voorts zeide de wachter: Ik zie den loop des eersten aan, als den loop van Ahimaäz, Zadoks zoon. Toen zeide de koning: Dat is een goed man, en hij zal met een goede boodschap komen.",
          "text1637": "Hebr. loop, als 2.Sam. 18.27. ende voorts aenloop, verst. van gewelt, overval, vertredinge, verpletteringe, als hier.",
          "text2026": "Hebreeuws, loop, gelijk 2 Sam. 18:27; en verder aanloop, versta van geweld, overval, vertreding, verplettering, als hier. 2 Samuël 18:27: Verder zei de wachter: Ik zie de loop van de eerste aan, als de loop van Ahimaäz, Zadoks zoon. Toen zei de koning: Dat is een goed man, en hij zal met een goede boodschap komen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵ֤ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "עֵינֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִבְּ/ךָ֔",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בִּצְעֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H1215",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֤ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "דַּֽם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּקִי֙",
          "strongs": "H5355",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁפּ֔וֹךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹ֥שֶׁק",
          "strongs": "H6233",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּרוּצָ֖ה",
          "strongs": "H4835",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲשֽׂוֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> overlast, om die te doen.",
      "textSV1888_html": "Maar uw ogen en uw hart zijn niet dan op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> uw gierigheid, en op onschuldig bloed, om dat te vergieten, en op verdrukking en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> overlast, om die te doen.",
      "text1637_html": "Maer uwe oogen ende u herte en zijn niet dan op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> uwe giericheyt: ende op onschuldich bloet om dat te vergieten, ende op verdruckinge ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> overlast, om [die] te doen."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!",
      "text1637": "Daerom seyt de HEERE alsoo van Iojakim, sone van Iosia, Coninck van Iuda; [f] Sy en sullen hem niet [40] beklagen, [41] Och mijn broeder, ofte, och suster! sy en sullen hem niet beklagen; Och Heere, ofte, och sijne Majesteyt!",
      "text2026": "Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broer! of, och zus! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, misbaar bedrijven, over zijnen dood, zie Gen. 23:2, en van Jojakims vader; 2 Kron. 35:24, 35:25. Genesis 23:2: En Sara stierf te Kiriath-arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen. 2 Kronieken 35:24: En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia. 2 Kronieken 35:25: En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; desgelijks alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op dezen dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israël; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen.",
          "text1637": "Ofte, misbaer bedrijven, over sijnen doot. siet Gen. 23. op vers 2. ende van Iojakims vader 2.Chron.35.24, 25.",
          "text2026": "Of, luid weeklagen bedrijven, over zijn dood, zie Gen. 23:2, en van Jojakims vader; 2 Kron. 35:24, 35:25. Genesis 23:2: En Sara stierf te Kiriath-arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen. 2 Kronieken 35:24: En zijn knechten namen hem weg van de wagen, en voerden hem op de tweede wagen, die hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijn vaderen; en geheel Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia. 2 Kronieken 35:25: En Jeremia maakte een klaaglied over Josia; evenzo alle zangers en zangeressen spraken in hun klaagliederen van Josia, tot op deze dag; want zij gaven ze tot een inzetting in Israël; en ziet, zij zijn geschreven in de klaagliederen."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 Och mijn broeder! of, och zuster: Dit zijn formulieren, gebruikelijk in het beklagen van een verstorvene.",
          "text1637": "Dit zijn formulieren, gebruycklick in’t beklagen eens verstorvenen.",
          "text2026": "41 Och mijn broer! of, och zus: Dit zijn formulieren, gebruikelijk in het beklagen van een verstorvene."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 16:4; idem v. 5; idem v. 6. Jeremia 16:4: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn. Jeremia 16:5: Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Jeremia 16:6: Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.",
          "text1637": "Ierem. 16.4, 5, 6.",
          "text2026": "Jer. 16:4; idem v. 5; idem v. 6. Jeremia 16:4: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op de aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door de honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn. Jeremia 16:5: Want zo zegt JAHWEH: Ga niet in het huis van degene, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet heen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt JAHWEH) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Jeremia 16:6: Zodat grote en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֞ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹיָקִ֤ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֨הוּ֙",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִסְפְּד֣וּ",
          "strongs": "H5594",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ל֔/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֥וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "אָחִ֖/י",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/ה֣וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HC/Tj"
        },
        {
          "woord": "אָח֑וֹת",
          "strongs": "H269",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִסְפְּד֣וּ",
          "strongs": "H5594",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ל֔/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֥וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "אָד֖וֹן",
          "strongs": "H113",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ה֥וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HC/Tj"
        },
        {
          "woord": "הֹדֹֽ/ה",
          "strongs": "H1935",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Zij zullen hem niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> beklagen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Och mijn broer! of, och zus! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!",
      "textSV1888_html": "Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Zij zullen hem niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> beklagen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit!",
      "text1637_html": "Daerom seyt de HEERE alsoo van Iojakim, sone van Iosia, Coninck van Iuda; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Sy en sullen hem niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> beklagen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Och mijn broeder, ofte, och suster! sy en sullen hem niet beklagen; Och Heere, ofte, och sijne Majesteyt!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE alzo",
          "new": "JAHWEH zo",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "broeder!",
          "new": "broer!",
          "principe": "O22a"
        },
        {
          "old": "zuster!",
          "new": "zus!",
          "principe": "O22c"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
      "text1637": "Met eene [42] ezels-begraeffenisse sal hy begraven worden: men sal [hem] [g] sleypen ende daer henen [h] werpen, [43] verre wech vande poorten Ierusalems.",
      "text2026": "Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarheen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, men zal hem onbegraven als eens ezels aas, wegwerpen.",
          "text1637": "D. men sal hem onbegraven, als een ezels-aes, wechwerpen.",
          "text2026": "Dat is, men zal hem onbegraven als eens ezels aas, wegwerpen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 verre weg: Buiten dit land, in Babel, of onderweg, als hij naar Babel gevoerd wordt. Vergelijk 2 Kon. 24:6; 2 Kron. 36:6, en onder Jer. 36:30. 2 Koningen 24:6: En Jojakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 2 Kronieken 36:6: Nebukadnezar, de koning van Babel, toog tegen hem op, en bond hem met twee koperen ketenen, om hem te voeren naar Babel. Jeremia 36:30: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.",
          "text1637": "Buyten dit lant, in Babel, ofte onderweegs, als hy nae Babel gevoert wort. Vergel. 2.Reg. 24. op vers 6. ende 2.Chron. 36. op vers 6. ende ond. 36.30.",
          "text2026": "43 verre weg: Buiten dit land, in Babel, of onderweg, als hij naar Babel gevoerd wordt. Vergelijk 2 Kon. 24:6; 2 Kron. 36:6, en onder Jer. 36:30. 2 Koningen 24:6: En Jojakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 2 Kronieken 36:6: Nebukadnezar, de koning van Babel, toog tegen hem op, en bond hem met twee koperen ketenen, om hem te voeren naar Babel. Jeremia 36:30: Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, de koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, van de dag in de hitte, en van de nacht in de vorst."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 15:3. Jeremia 15:3: Want Ik zal bezoeking over hen doen met vier geslachten, spreekt de HEERE: met het zwaard, om te doden; en met de honden, om te slepen; en met het gevogelte des hemels, en met het gedierte der aarde, om op te eten en te verderven.",
          "text1637": "Ier. 15.3.",
          "text2026": "Jer. 15:3. Jeremia 15:3: Want Ik zal bezoeking over hen doen met vier geslachten, spreekt JAHWEH: met het zwaard, om te doden; en met de honden, om te slepen; en met het gevogelte van de hemel, en met het gedierte van de aarde, om op te eten en te verderven."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 36:30. Jeremia 36:30: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.",
          "text1637": "Ier. 36.30.",
          "text2026": "Jer. 36:30. Jeremia 36:30: Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, de koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, van de dag in de hitte, en van de nacht in de vorst."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קְבוּרַ֥ת",
          "strongs": "H6900",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "חֲמ֖וֹר",
          "strongs": "H2543",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "יִקָּבֵ֑ר",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "סָח֣וֹב",
          "strongs": "H5498",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַשְׁלֵ֔ךְ",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HC/Vha"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הָ֖לְאָה",
          "strongs": "H1973",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁעֲרֵ֥י",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִָֽם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> hem slepen en daarheen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> werpen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
      "textSV1888_html": "Met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> hem slepen en daarhenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> werpen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
      "text1637_html": "Met eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> ezels-begraeffenisse sal hy begraven worden: men sal [hem] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> sleypen ende daer henen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> werpen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> verre wech vande poorten Ierusalems.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "daarhenen",
          "new": "daarheen",
          "principe": "V223"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.",
      "text1637": "[44] Klimt op den [45] Libanon ende [46] roept, ende [47] verheft uwe stemme op den Basan: roept oock van de [48] veyren; [49] maer alle uwe liefhebbers zijn [50] verbroken.",
      "text2026": "Klim op de Libanon en roep, en verhef uw stem op de Basan; roep ook van de doorwaadbare plaatsen; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij dochter mijns volks; dat is, gij volk van Juda.",
          "text1637": "Ghy dochter mijns volcx. D. ghy volck van Iuda.",
          "text2026": "U dochter mijn volks; dat is, u volk van Juda."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Deze bergen waren in het noorden en noord-oosten van Kanaän gelegen, naar Assyrië toe.",
          "text1637": "Dese bergen waren in’t Noorden ende Noord-oosten van Canaan gelegen, nae Assyrien toe.",
          "text2026": "Deze bergen waren in het noorden en noord-oosten van Kanaän gelegen, naar Assyrië toe."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aan de Assyriërs om hulp; dit is spottenderwijze gesproken, gelijk volgt.",
          "text1637": "Aen de Assyriers om hulpe: dit is spotswijse gesproken, als volgt.",
          "text2026": "Aan de Assyriërs om hulp; dit is spottenderwijze gesproken, gelijk volgt."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, geef.",
          "text1637": "Hebr. geeft.",
          "text2026": "Hebreeuws, geef."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, overvaarten; te weten de rivieren, die men moest overgaan naar Egypte, dat de Egyptenaars u te hulp komen. Hebreeuws, Abarim, dat sommigen nemen voor het gebergte Abarim, waarvan Num. 33:47. Numeri 33:47: En zij verreisden van Almon-diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo.",
          "text1637": "Ofte, overvaerten, T.w. der Rivieren, diemen passeren moest nae Egypten, dat d’Egyptenaers u te hulpe komen: Hebr. Abarim, dat sommige nemen voor ’t geberchte Abarim, waer van Num. 33. op vers 47.",
          "text2026": "Of, overvaarten; te weten de rivieren, die men moest overgaan naar Egypte, dat de Egyptenaars u te hulp komen. Hebreeuws, Abarim, dat sommigen nemen voor het gebergte Abarim, waarvan Num. 33:47. Numeri 33:47: En zij verreisden van Almon-diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het is tevergeefs, wil de Heere zeggen, want beiden, Assyriërs en Egyptenaars, zijn van den koning van Babel tenonder gebracht, verwoest en machteloos gemaakt. Vergelijk boven Jer. 2:36; Ezech. 16:26, 16:28, en Ezech. 23:7, 23:8. Jeremia 2:36: Wat reist gij veel uit, veranderende uw weg? Gij zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als gij van Assur beschaamd zijt. Ezechiël 16:26: Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken. Ezechiël 16:28: Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden. Ezechiël 23:7: Alzo dreef zij haar hoererijen met dezelve, die allen de keure der kinderen van Assur waren; en met allen, op dewelke zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich. Ezechiël 23:8: Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort.",
          "text1637": "’Tis te vergeefs, wil de Heere seggen, want beyde Assyriers ende Egyptenaers zijn van den Coninck van Babel t’ondergebracht, verwoest, ende machteloos gemaeckt. Vergel. bov. 2.36. Ezech. 16.26, 28. ende 23.7, 8.",
          "text2026": "Het is tevergeefs, wil de Heer zeggen, want beiden, Assyriërs en Egyptenaars, zijn van de koning van Babel tenonder gebracht, verwoest en machteloos gemaakt. Vergelijk boven Jer. 2:36; Ez. 16:26, 16:28, en Ez. 23:7, 23:8. Jeremia 2:36: Wat reist u veel uit, veranderende uw weg? U zult ook van Egypte beschaamd worden, gelijk als u van Assur beschaamd bent. Ezechiël 16:26: U hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en u hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken. Ezechiël 16:28: Verder hebt u gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat u onverzadelijk was; ja, als u met hen gehoereerd hebt, bent u ook niet verzadigd geworden. Ezechiël 23:7: Zo dreef zij haar hoererijen met dezelfde, die allen de keure van de kinderen van Assur waren; en met allen, op die zij verliefd was, met al derzelver drekgoden, verontreinigde zij zich. Ezechiël 23:8: Zij verliet ook haar hoererijen niet, gebracht uit Egypte; want zij hadden bij haar in haar jeugd gelegen, en zij hadden de tepelen haars maagdoms betast, en zij hadden hun hoererij over haar uitgestort."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Jer. 4:6. Jeremia 4:6: Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.",
          "text1637": "Siet bov. 4. op vers 6.",
          "text2026": "Zie boven Jer. 4:6. Jeremia 4:6: Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֲלִ֤י",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "הַ/לְּבָנוֹן֙",
          "strongs": "H3844",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/צְעָ֔קִי",
          "strongs": "H6817",
          "morph": "HC/Vqv2fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַ/בָּשָׁ֖ן",
          "strongs": "H1316",
          "morph": "HC/Rd/Np"
        },
        {
          "woord": "תְּנִ֣י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "קוֹלֵ֑/ךְ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/צַֽעֲקִי֙",
          "strongs": "H6817",
          "morph": "HC/Vqv2fs"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/עֲבָרִ֔ים",
          "strongs": "H5682",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁבְּר֖וּ",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מְאַהֲבָֽיִ/ךְ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVprmpc/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Klim op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Libanon en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> roep, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> verhef uw stem op de Basan; roep ook van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> doorwaadbare plaatsen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> maar al uw liefhebbers zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> verbroken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Klim op den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Libanon en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> roep, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> verhef uw stem op den Basan; roep ook van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> veren;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> maar al uw liefhebbers zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> verbroken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Klimt op den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Libanon ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> roept, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> verheft uwe stemme op den Basan: roept oock van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> veyren; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> maer alle uwe liefhebbers zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> verbroken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "veren;",
          "new": "doorwaadbare plaatsen;",
          "principe": "V964"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.",
      "text1637": "Ick sprack u aen in uwen [51] grooten voorspoet, [maer] ghy seydet, Ick en sal [i] niet hooren: Dit is uwen [52] wech van uwer [53] jeugt aen, dat ghy mijner stemme niet en hebt gehoorsaemt.",
      "text2026": "Ik sprak u aan in uw grote voorspoed, maar u zei: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat u Mijn stem niet hebt gehoorzaamd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 groten voorspoed: Hebreeuws, voorspoedigheden, of gerustheden; dat is, Ik waarschuwde u toen het u nog zeer welging.",
          "text1637": "Hebr. voorspoedicheden, ofte, gerustheden, D. ick waerschouwde u, doe ’t u noch seer wel ginck.",
          "text2026": "51 grote voorspoed: Hebreeuws, voorspoedigheden, of gerustheden; dat is, Ik waarschuwde u toen het u nog zeer welging."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is, manier van doen. Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "D. maniere van doen. Siet Gen. 6. op vers 12.",
          "text2026": "Dit is, manier van doen. Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 van uw jeugd af: Sedert Ik u tot mijn volk heb aangenomen en u mijne wetten gegeven.",
          "text1637": "Zedert dat ick u tot mijn volck heb aengenomen, ende mijne wetten gegeven.",
          "text2026": "53 van uw jeugd af: Sedert Ik u tot mijn volk heb aangenomen en u mijn wetten gegeven."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 5:23; Jer. 7:23; idem 7:24; idem 7:25; idem 7:26; idem 7:27; idem 7:28; Jer. 11:7; idem 11:8; Jer. 13:10; idem 13:11; Jer. 16:12; Jer. 17:23; Jer. 18:12; Jer. 19:15. Jeremia 5:23: Maar dit volk heeft een afvallig en wederspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan; Jeremia 7:23: Maar deze zaak heb Ik hun geboden, zeggende: Hoort naar Mijn stem, zo zal Ik u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn; en wandelt in al den weg, dien Ik u gebieden zal, opdat het u welga. Jeremia 7:24: Doch zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar gewandeld in de raadslagen, in het goeddunken van hun boos hart; en zij zijn achterwaarts gekeerd, en niet voorwaarts. Jeremia 7:25: Van dien dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op dezen dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende. Jeremia 7:26: Doch zij hebben naar Mij niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, zij hebben het erger gemaakt dan hun vaders. Jeremia 7:27: Ook zult gij al deze woorden tot hen spreken, maar zij zullen naar u niet horen; gij zult wel tot hen roepen, maar zij zullen u niet antwoorden. Jeremia 7:28: Daarom zeg tot hen: Dit is het volk, dat naar de stem des HEEREN, zijns Gods, niet hoort, en de tucht niet aanneemt; de waarheid is ondergegaan, en uitgeroeid van hun mond. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, ten dage als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op dezen dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 11:8: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iegelijk naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden dezes verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben. Jeremia 13:10: Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijns harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt. Jeremia 13:11: Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden eens mans, alzo heb Ik het ganse huis Israëls en het ganse huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt de HEERE, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord. Jeremia 16:12: En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen. Jeremia 17:23: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen. Jeremia 18:12: Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart. Jeremia 19:15: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen.",
          "text1637": "Ierem. 5.23. ende 7.23, 24, 25, 26, 27, 28. ende 11.7, 8. ende 13.10, 11. ende 16.12. ende 17.23. ende 18.12. ende 19.15.",
          "text2026": "Jer. 5:23; Jer. 7:23; idem 7:24; idem 7:25; idem 7:26; idem 7:27; idem 7:28; Jer. 11:7; idem 11:8; Jer. 13:10; idem 13:11; Jer. 16:12; Jer. 17:23; Jer. 18:12; Jer. 19:15. Jeremia 5:23: Maar dit volk heeft een afvallig en opstandig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan; Jeremia 7:23: Maar deze zaak heb Ik hun geboden, zeggende: Hoort naar Mijn stem, zo zal Ik u tot een God zijn, en u zult Mij tot een volk zijn; en wandelt in al de weg, die Ik u gebieden zal, opdat het u welga. Jeremia 7:24: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar gewandeld in de raadslagen, in het goeddunken van hun boos hart; en zij zijn achterwaarts gekeerd, en niet voorwaarts. Jeremia 7:25: Van die dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op deze dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende. Jeremia 7:26: Maar zij hebben naar Mij niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, zij hebben het erger gemaakt dan hun vaders. Jeremia 7:27: Ook zult u al deze woorden tot hen spreken, maar zij zullen naar u niet horen; u zult wel tot hen roepen, maar zij zullen u niet antwoorden. Jeremia 7:28: Daarom zeg tot hen: Dit is het volk, dat naar de stem van JAHWEH, zijn Gods, niet hoort, en de tucht niet aanneemt; de waarheid is ondergegaan, en uitgeroeid van hun mond. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, op de dag als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op deze dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 11:8: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iedereen naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden van deze verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben. Jeremia 13:10: Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijn harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt. Jeremia 13:11: Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden van een man, zo heb Ik het gehele huis van Israël en het gehele huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt JAHWEH, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord. Jeremia 16:12: En u erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, u wandelt, een iedereen naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen. Jeremia 17:23: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen. Jeremia 18:12: Maar zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iedereen het goeddunken van zijn boos hart. Jeremia 19:15: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דִּבַּ֤רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֨יִ/ךְ֙",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שַׁלְוֺתַ֔יִ/ךְ",
          "strongs": "H7962",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖רְתְּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp2fs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁמָ֑ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "זֶ֤ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "דַרְכֵּ/ךְ֙",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/נְּעוּרַ֔יִ/ךְ",
          "strongs": "H5271",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֖עַתְּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קוֹלִֽ/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik sprak u aan in uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> grote voorspoed, maar u zei: Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> niet horen. Dit is uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> weg van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> jeugd af, dat u Mijn stem niet hebt gehoorzaamd.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik sprak u aan in uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> niet horen. Dit is uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> weg van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.",
      "text1637_html": "Ick sprack u aen in uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> grooten voorspoet, [maer] ghy seydet, Ick en sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> niet hooren: Dit is uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> wech van uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> jeugt aen, dat ghy mijner stemme niet en hebt gehoorsaemt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "groten",
          "new": "grote",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij zeidet:",
          "new": "u zei:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij Mijner",
          "new": "u Mijn",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "De wind zal al uw herders weiden, en uw liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult gij zekerlijk beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.",
      "text1637": "[54] De wint sal alle uwe herders weyden, ende uwe [55] liefhebbers sullen in de gevanckenisse gaen: dan sult ghy sekerlick beschaemt ende te schande worden, van wegen alle uwe boosheyt.",
      "text2026": "De wind zal al uw herders weiden, en uw liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult u zeker beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 De wind: Dat is, al uw geestelijke en wereldse regeerders zullen beschaamd staan in hun ijdele inbeeldingen, raadslagen en hoop, enz.; die hen niet meer zullen sterken dan wanneer iemand van den wind meent te leven. Vergelijk Pred. 1:14; Hos. 12:2. Anders: afweiden; dat is, zij zullen verdwijnen als rook voor den wind. Prediker 1:14: Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt den oostenwind na; den gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.",
          "text1637": "D. alle uwe geestlicke ende wereltlicke Regeerders sullen beschaemt staen in hare ydele inbeeldingen, raetslagen ende hope, etc. die hen niet meer sullen stercken, als wanneer yemant van den wint meynt te leven. Vergel. Eccle. 1. op vers 14. Hos. 12.2. And. afweyden, D. sy sullen verdwijnen, als roock voor den wint.",
          "text2026": "54 De wind: Dat is, al uw geestelijke en wereldse regeerders zullen beschaamd staan in hun ijdele inbeeldingen, raadslagen en hoop, enz.; die hen niet meer zullen sterken dan wanneer iemand van de wind meent te leven. Vergelijk Pred. 1:14; Hos. 12:2. Anders: afweiden; dat is, zij zullen verdwijnen als rook voor de wind. Prediker 1:14: Ik zag al de werken aan, die onder de zon gebeuren; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling van de geest. Hosea 12:2: Efraïm weidt zich met wind, en jaagt de oostenwind na; de gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Priesters en valse profeten, waarmede gij geboeleerd hebt.",
          "text1637": "Priesters ende valsche Propheten, daermede ghy geboeleert hebt.",
          "text2026": "Priesters en valse profeten, waarmee u geboeleerd hebt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹעַ֨יִ/ךְ֙",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "תִּרְעֶה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "ר֔וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/מְאַהֲבַ֖יִ/ךְ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HC/Vprmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שְּׁבִ֣י",
          "strongs": "H7628",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יֵלֵ֑כוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָ֤ז",
          "strongs": "H227",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תֵּבֹ֨שִׁי֙",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi2fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִכְלַ֔מְתְּ",
          "strongs": "H3637",
          "morph": "HC/VNq2fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֹּ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רָעָתֵֽ/ךְ",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> De wind zal al uw herders weiden, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult u zeker beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> De wind zal al uw herders weiden, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> liefhebbers zullen in de gevangenis gaan; dan zult gij zekerlijk beschaamd en te schande worden, vanwege al uw boosheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> De wint sal alle uwe herders weyden, ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> liefhebbers sullen in de gevanckenisse gaen: dan sult ghy sekerlick beschaemt ende te schande worden, van wegen alle uwe boosheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij zekerlijk",
          "new": "u zeker",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "O gij, die nu op den Libanon woont, en in de cederen nestelt! hoe begenadigd zult gij zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als ener barende vrouw!",
      "text1637": "ô Ghy die nu in den [56] Libanon woont, [ende] in de Cederen nestelt; [57] hoe begenadigt sult ghy zijn, als u de smerten sullen aenkomen, het wee als eener barender [vrouwe]!",
      "text2026": "O u, die nu op de Libanon woont, en in de cederen nestelt! hoe begenadigd zult u zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als van een barende vrouw!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 op den Libanon woont, en in de cederen nestelt: Dat is, nu aldus praalt met gebouwen van cederen, die gij van den Libanon haalt. Dit schijnt voornamelijk te zien op des konings huis, waarvan in het volgende.",
          "text1637": "D. nu aldus praelt met gebouwen van Cederen, die ghy van den Libanon haelt. Dit schijnt principalick te sien op des Conincks huys, waer van in’t volgende.",
          "text2026": "56 op de Libanon woont, en in de cederen nestelt: Dat is, nu aldus praalt met gebouwen van cederen, die u van de Libanon haalt. Dit schijnt voornamelijk te zien op van de koning huis, waarvan in het volgende."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 hoe begenadigd: Alsof de Heere zeide: U zal gans gene genade noch gunst wedervaren van de Babyloniërs, maar het tegendeel, gelijk volgt. Anders: hoe gunstrijk, of aangenaam zult gij zijn? of hoe zult gij smeken?",
          "text1637": "Als of de Heere seyde: u en sal gantsch geene genade noch gunst wedervaren van de Babyloniers, maer ’t contrarie, als volgt. And. Hoe gunstrijck, ofte, aengenaem sult ghy zijn? ofte, hoe sult ghy smeecken?",
          "text2026": "57 hoe begenadigd: Alsof de Heer zei: U zal geheel gene genade noch gunst wedervaren van de Babyloniërs, maar het tegendeel, gelijk volgt. Anders: hoe gunstrijk, of aangenaam zult u zijn? of hoe zult u smeken?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ישבתי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/לְּבָנ֔וֹן",
          "strongs": "H3844",
          "morph": "HRd/Np"
        },
        {
          "woord": "מקננתי",
          "strongs": "H7077",
          "morph": "HVPsfsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/אֲרָזִ֑ים",
          "strongs": "H730",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "נֵּחַנְתְּ֙",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVNp2fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/בֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לָ֣/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "חֲבָלִ֔ים",
          "strongs": "H2256",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "חִ֖יל",
          "strongs": "H2427",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/יֹּלֵדָֽה",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HRd/Vqrfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "O u, die nu op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Libanon woont, en in de cederen nestelt!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> hoe begenadigd zult u zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als van een barende vrouw!",
      "textSV1888_html": "O gij, die nu op den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Libanon woont, en in de cederen nestelt!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> hoe begenadigd zult gij zijn, als u de smarten zullen aankomen, het wee als ener barende vrouw!",
      "text1637_html": "ô Ghy die nu in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Libanon woont, [ende] in de Cederen nestelt; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> hoe begenadigt sult ghy zijn, als u de smerten sullen aenkomen, het wee als eener barender [vrouwe]!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ener",
          "new": "van een",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.",
      "text1637": "[Soo waerachtich als] Ick leve, spreeckt de HEERE, of schoon [58] Chonia, de sone Iojakims, des Conincks van Iuda, een [59] zegelrinck ware aen mijne rechterhant; so sal ick [60] u doch [61] van daer wechrucken.",
      "text2026": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH, hoewel Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring was aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, Chonjah; ook genoemd Jechonia, 1 Kron. 3:16, en Jojachin, 2 Kon. 24:6, 24:8. 1 Kronieken 3:16: De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon. 2 Koningen 24:6: En Jojakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 24:8: Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem.",
          "text1637": "Hebr. Chonjahu: oock genoemt Iechonia. 1.Chron. 3.16. ende Iojachin. 2.Reg. 24.6, 8.",
          "text2026": "Hebreeuws, Chonjah; ook genoemd Jechonia, 1 Kron. 3:16, en Jojachin, 2 Kon. 24:6, 24:8. 1 Kronieken 3:16: De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon. 2 Koningen 24:6: En Jojakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 24:8: Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijn moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, nog zo lief en aangenaam jongeling, met verscheiden weldaden van mij versierd en gekroond, en van Davids zaad, dies zij meenden dat de opvolging ongetwijfeld zou zijn, en dat zij van Babel geen nood hadden; zie gelijke manier van spreken Hoogl. 8:6; Hagg. 2:24. Hooglied 8:6: Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN. Haggai 2:24: Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, gij zoon van Sealthiël, Mijn knecht! spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren, spreekt de Heere der heirscharen.",
          "text1637": "D. noch soo lieven ende aengenamen Iongelinck, met verscheydenen weldaden van my verciert ende gecroont, ende van Davids zaet, dies sy meynden dat de successie ongetwijffelt soude zijn, ende datse van Babel geenen noot en hadden. Siet gelijcke maniere van spreken Cant. 8.6. Hag. 2.23.",
          "text2026": "Dat is, nog zo lief en aangenaam jongeling, met verscheiden weldaden van mij versierd en gekroond, en van Davids zaad, daarom zij meenden dat de opvolging ongetwijfeld zou zijn, en dat zij van Babel geen nood hadden; zie gelijke manier van spreken Hoogl. 8:6; Hagg. 2:24. Hooglied 8:6: Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen van JAHWEH. Haggai 2:24: Te die dage, spreekt JAHWEH van de legermachten, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, u zoon van Sealthiël, Mijn knecht! spreekt JAHWEH, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik gekozen, spreekt de Heer van de legermachten."
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hier spreekt God Chonia zelf aan.",
          "text1637": "Hier spreeckt Godt den Chonia selfs aen.",
          "text2026": "Hier spreekt God Chonia zelf aan."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "61 van daar wegrukken: Dit kan men verstaan van de rechterhand, of van Jeruzalem, uit het koninklijke hof en uit Judea, vermits zijn wegvoering naar Babel, als volgt.",
          "text1637": "Dit kanmen verstaen van de rechterhant, ofte, van Ierusalem, uyt het Conincklicke hof ende uyt Iudea, vermits sijne wechvoeringe nae Babel, als volgt.",
          "text2026": "61 van daar wegrukken: Dit kan men verstaan van de rechterhand, of van Jeruzalem, uit het koninklijke hof en uit Judea, vermits zijn wegvoering naar Babel, als volgt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַי",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אָנִי֮",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֒",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִהְיֶ֞ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּנְיָ֤הוּ",
          "strongs": "H3659",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהֽוֹיָקִים֙",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חוֹתָ֖ם",
          "strongs": "H2368",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יַ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְמִינִ֑/י",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מִ/שָּׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "אֶתְּקֶֽ/נְךָּ",
          "strongs": "H5423",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> hoewel Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> zegelring was aan Mijn rechterhand, zo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> u toch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> van daar wegrukken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> u toch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> van daar wegrukken.",
      "text1637_html": "[Soo waerachtich als] Ick leve, spreeckt de HEERE, of schoon <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Chonia, de sone Iojakims, des Conincks van Iuda, een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> zegelrinck ware aen mijne rechterhant; so sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> u doch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> van daer wechrucken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE, ofschoon",
          "new": "JAHWEH, hoewel",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "ware",
          "new": "was",
          "principe": "V818"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "En Ik zal u geven in de hand dergenen, die uw ziel zoeken, en in de hand dergenen, voor welker aangezicht gij schrikt, namelijk in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en in de hand der Chaldeeën.",
      "text1637": "Ende ick sal u geven in de hant der gener die uwe [62] ziele soecken, ende in de hant der gener, voor welcker aengesichte ghy schrickt: naemlick in de hant Nebucadrezars, des Conincks van Babel, ende in de hant der Chaldeen.",
      "text2026": "En Ik zal u geven in de hand van degenen, die uw ziel zoeken, en in de hand van degenen, voor wie u schrikt, namelijk in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "62 uw ziel zoeken: U naar het leven staan, gelijk dikwijls.",
          "text1637": "U nae ’t leven staen: als dickwijls.",
          "text2026": "62 uw ziel zoeken: U naar het leven staan, gelijk dikwijls."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/נְתַתִּ֗י/ךָ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד֙",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מְבַקְשֵׁ֣י",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmpc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשֶׁ֔/ךָ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/יַ֛ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָג֖וֹר",
          "strongs": "H3016",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/יַ֛ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/יַ֥ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּֽים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal u geven in de hand van degenen, die uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> ziel zoeken, en in de hand van degenen, voor wie u schrikt, namelijk in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal u geven in de hand dergenen, die uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> ziel zoeken, en in de hand dergenen, voor welker aangezicht gij schrikt, namelijk in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en in de hand der Chaldeeën.",
      "text1637_html": "Ende ick sal u geven in de hant der gener die uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> ziele soecken, ende in de hant der gener, voor welcker aengesichte ghy schrickt: naemlick in de hant Nebucadrezars, des Conincks van Babel, ende in de hant der Chaldeen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        },
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        },
        {
          "old": "welker aangezicht gij",
          "new": "wie u",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "En Ik zal u, en uw moeder, die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waarin gijlieden niet geboren zijt, en daar zult gij sterven.",
      "text1637": "Ende ick sal u, ende uwe moeder, die u gebaert heeft, uytwerpen in een ander lant, daer in ghylieden niet geboren en zijt: ende daer sult ghy sterven.",
      "text2026": "En Ik zal u, en uw moeder, die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waarin u niet geboren bent, en daar zult u sterven.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הֵֽטַלְתִּ֣י",
          "strongs": "H2904",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתְ/ךָ֗",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "אִמְּ/ךָ֙",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יְלָדַ֔תְ/ךָ",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVqp3fs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַ֚ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אַחֶ֔רֶת",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֻלַּדְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVPp2mp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "תָּמֽוּתוּ",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqi2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal u, en uw moeder, die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waarin u niet geboren bent, en daar zult u sterven.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick sal u, ende uwe moeder, die u gebaert heeft, uytwerpen in een ander lant, daer in ghylieden niet geboren en zijt: ende daer sult ghy sterven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "zijt,",
          "new": "bent,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "En in het land, naar hetwelk hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen.",
      "text1637": "Ende in het lant, nae ’t welcke [63] hare ziele verlangt om daer weder te komen, daer henen en sullen sy niet wederkomen.",
      "text2026": "En in het land, waarnaar hun ziel verlangt om daar weer te komen, daarheen zullen zij niet terugkomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "63 hun ziel verlangt: Hebreeuws, zij hunne ziel opheffen; dat is, begeerte, lust, verlangen naar hebben. Zie Deut. 24:15; Ps. 24:4; alzo onder Jer. 44:14. Deuteronomium 24:15: Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij. Psalmen 24:4: Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert; Jeremia 44:14: Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen.",
          "text1637": "Hebr. sy hare ziele opheffen. D. begeerte, lust, verlangen nae hebben. siet Deut. 24. op vers 15. ende Psal. 24. op vers 4. alsoo ond. 44.14.",
          "text2026": "63 hun ziel verlangt: Hebreeuws, zij hun ziel opheffen (נַפְשָׁ); dat is, begeerte, lust, verlangen naar hebben. Zie Deut. 24:15; Ps. 24:4; zo onder Jer. 44:14. Deuteronomium 24:15: Op zijn dag zult u zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot JAHWEH, en zonde in u zij. Psalmen 24:4: Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert; Jeremia 44:14: Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om daar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weer te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weer te keren, om daar te wonen; maar zij zullen er niet terugkeren, behalve die ontkomen zullen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הֵ֛ם",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "מְנַשְּׂאִ֥ים",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVprmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נַפְשָׁ֖/ם",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/שׁ֣וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשֽׁוּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En in het land, waarnaar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> hun ziel verlangt om daar weer te komen, daarheen zullen zij niet terugkomen.",
      "textSV1888_html": "En in het land, naar hetwelk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> in het lant, nae ’t welcke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> hare ziele verlangt om daer weder te komen, daer henen en sullen sy niet wederkomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "naar hetwelk",
          "new": "waarnaar",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "daarhenen",
          "new": "daarheen",
          "principe": "V223"
        },
        {
          "old": "wederkomen.",
          "new": "terugkomen.",
          "principe": "V769"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?",
      "text1637": "[64] Is dan dese man Chonia een veracht verstroyt [65] afgodisch beelt? of is hy een [66] vat, daer aen men geenen lust en heeft? Waerom zijn, hy ende [67] sijn zaet, uytgeworpen? ja wechgeworpen in een lant, dat sy niet en kennen?",
      "text2026": "Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een voorwerp, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "64 Is dan deze man: Dit wordt vragenderwijze, als in des volks naam, voorgesteld, waarop Gods antwoord volgt. Het blijkt dat men veel van hem gehouden heeft vanwege zijne bevalligheid.",
          "text1637": "Dit wort vraegs-wijse, als in des volcx name, voor gestelt, waer op Godts antwoort volgt. ’t blijckt datmen veel van hem gehouden heeft, van wegen sijne bevallicheyt.",
          "text2026": "64 Is dan deze man: Dit wordt vragenderwijze, als in van het volk naam, voorgesteld, waarop Gods antwoord volgt. Het blijkt dat men veel van hem gehouden heeft vanwege zijn bevalligheid."
        },
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "65 afgodisch beeld: Of, beeld, dat veracht is en in stukken behoort geslagen te worden, alzo dat de stukken verstrooid worden. Van het Hebreeuwse woord, betekenende een afgod of afgodisch beeld, zie 1 Sam. 31:9; 2 Sam. 5:21. 1 Samuël 31:9: En zij hieuwen zijn hoofd af, en zij togen zijn wapenen uit, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om te boodschappen in het huis hunner afgoden, en onder het volk. 2 Samuël 5:21: En zij lieten hun afgoden aldaar; en David en zijn mannen namen ze op.",
          "text1637": "Ofte, beelt, dat veracht is, ende in stucken behoort geslagen te worden, alsoo dat de stucken verstroyt worden. van het Hebr. woort, beteeckenende eenen Afgodt, ofte, Afgodisch beelt. Siet 1.Sam. 31. op vers 9. ende 2.Sam. 5. op vers 21.",
          "text2026": "65 afgodisch beeld: Of, beeld, dat veracht is en in stukken behoort geslagen te worden, zo dat de stukken verstrooid worden. Van het Hebreeuwse woord, betekenende een afgod of afgodisch beeld, zie 1 Sam. 31:9; 2 Sam. 5:21. 1 Samuël 31:9: En zij hieuwen zijn hoofd af, en zij togen zijn wapenen uit, en zij zonden ze in het land van de Filistijnen rondom, om te boodschappen in het huis hun afgoden, en onder het volk. 2 Samuël 5:21: En zij lieten hun afgoden daar; en David en zijn mannen namen ze op."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "66 vat, waaraan men geen lust heeft: Of, waar niets behagelijks in is; vergelijk onder Jer. 48:38; Hos. 8:8. Jeremia 48:38: Op alle daken van Moab, en op al haar straten is overal misbaar; want Ik heb Moab verbroken als een vat, waar men geen lust aan heeft, spreekt de HEERE. Hosea 8:8: Israël is verslonden; nu zijn zij onder de heidenen geworden, gelijk een vat, waar men geen lust toe heeft.",
          "text1637": "Ofte, daer niet behaechlicx in en is. Vergel. ond. 48.38. Hos. 8.8.",
          "text2026": "66 vat, waaraan men geen lust heeft: Of, waar niets behagelijks in is; vergelijk onder Jer. 48:38; Hos. 8:8. Jeremia 48:38: Op alle daken van Moab, en op al haar straten is overal luid weeklagen; want Ik heb Moab verbroken als een vat, waar men geen lust aan heeft, spreekt JAHWEH. Hosea 8:8: Israël is verslonden; nu zijn zij onder de heidenen geworden, gelijk een vat, waar men geen lust toe heeft."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "67 zijn zaad: Dat is, kinderen, die hij zou mogen krijgen, of gehad heeft, [gelijk enigen besluiten uit Mark. 1:12], hoewel zij hem in het koninkrijk niet zijn opgevolgd, gelijk onder vers 30 te zien is. Marcus 1:12: En terstond dreef Hem de Geest uit in de woestijn. Jeremia 22:30: Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.",
          "text1637": "D. kinderen, die hy soude mogen krijgen, ofte, gehadt heeft, (als eenige besluyten uyt Matth. 1.12.) hoewelse hem in’t Coninckrijcke niet en zijn gesuccedeert, als ond. vers 30. te sien is.",
          "text2026": "67 zijn zaad: Dat is, kinderen, die hij zou mogen krijgen, of gehad heeft, [gelijk enige besluiten uit Mark. 1:12], hoewel zij hem in het koninkrijk niet zijn opgevolgd, gelijk onder vers 30 te zien is. Marcus 1:12: En meteen dreef Hem de Geest uit in de woestijn. Jeremia 22:30: Zo zegt JAHWEH: Schrijft deze zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op de troon van David, en heersende meer in Juda."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/עֶ֨צֶב",
          "strongs": "H6089",
          "morph": "HTi/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נִבְזֶ֜ה",
          "strongs": "H959",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "נָפ֗וּץ",
          "strongs": "H5310",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִ֤ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּה֙",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "כָּנְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3659",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִ֨ם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כְּלִ֔י",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חֵ֖פֶץ",
          "strongs": "H2656",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בּ֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מַדּ֤וּעַ",
          "strongs": "H4069",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "הֽוּטֲלוּ֙",
          "strongs": "H2904",
          "morph": "HVHp3cp"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/זַרְע֔/וֹ",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֻ֨שְׁלְכ֔וּ",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HC/VHq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָדָֽעוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> afgodisch beeld? Of is hij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> voorwerp, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> afgodisch beeld? Of is hij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> Is dan dese man Chonia een veracht verstroyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> afgodisch beelt? of is hy een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> vat, daer aen men geenen lust en heeft? Waerom zijn, hy ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> sijn zaet, uytgeworpen? ja wechgeworpen in een lant, dat sy niet en kennen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vat,",
          "new": "voorwerp,",
          "principe": "V1649"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "O land, land, land! hoor des HEEREN woord!",
      "text1637": "ô Lant, lant, lant! Hoort des HEEREN woor t.",
      "text2026": "O land, land, land! hoor het woord van JAHWEH!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אֶ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְעִ֖י",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "O land, land, land! hoor het woord van JAHWEH!",
      "text1637_html": "ô Lant, lant, lant! Hoort des HEEREN woor t.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN woord!",
          "new": "het woord van JAHWEH!",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Schrijft dezen zelfden man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.",
      "text1637": "[68] Soo seyt de HEERE; [69] Schrijvet desen selven [70] man [71] kinderloos; eenen man [die] niet voorspoedich en sal zijn in sijne dagen: want daer en sal niemant van sijnen zade voorspoedich zijn, [72] sittende op den throon Davids, ende heerschende meer in Iuda.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Schrijf deze zelfde man kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op de troon van David, en heersende meer in Juda.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag des volks.",
          "text1637": "Dit is Godts antwoort op de voorgaende vrage des volcx.",
          "text2026": "Dit is Gods antwoord op de voorgaande vraag van het volk."
        },
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tekent het op ter gedachtenis, als een gewis en onwederroepelijk besluit van God.",
          "text1637": "Teeckent het op ter gedachtenisse, als een gewis ende onwederroepelick besluyt Godts.",
          "text2026": "Tekent het op ter gedachtenis, als een gewis en onwederroepelijk besluit van God."
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Chonia.",
          "text1637": "Chonia.",
          "text2026": "Chonia."
        },
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, geheel ontbloot, of de allerontblootste; te weten van nakomelingen of opvolgers, gelijk sommigen; of gelijk anderen, van land en goed; inplaats dat zij zich inbeelden dat zijn zaad voor altoos zou regeren. Zie hiervan 1 Kron. 3:16. 1 Kronieken 3:16: De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon.",
          "text1637": "Hebr. geheel ontbloot, ofte, d’alderblootste. T.w. van nakomelingen ofte successeurs, als sommige; ofte, als andere, van lant ende goet. in plaetse datse haer inbeelden, dat sijn zaet voor altoos soude regeren. Siet hier van 1.Chron. 3. op vers 16.",
          "text2026": "Hebreeuws, geheel ontbloot, of de allerontblootste; te weten van nakomelingen of opvolgers, gelijk sommigen; of gelijk anderen, van land en goed; inplaats dat zij zich inbeelden dat zijn zaad voor altijd zou regeren. Zie hiervan 1 Kron. 3:16. 1 Kronieken 3:16: De kinderen van Jojakim nu waren: Jechonia zijn zoon, Zedekia zijn zoon."
        },
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "72 zittende op den troon Davids: Sommigen gevoelen dat na de Babylonische gevangenschap niet Salomo's, maar Nathans [Salomo's broeders] nakomelingen het bestuur gehad hebben. Anderen verstaan dat Salathiël zijn eigen rechte zoon door geboorte geweest is, doch Zerubbabel, die hem gevolgd is naar de gevangenschap, is niet meer dan een vorst, bestuurder geweest, gelijk te zien is Hagg. 1:1 en in het boek Ezra, en geenszins koning, zittende op den troon van David. Haggai 1:1: In het tweede jaar van den koning Darius, in de zesde maand, op den eersten dag der maand, geschiedde het woord des HEEREN, door den dienst van Haggai, den profeet, tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiël, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, zeggende:",
          "text1637": "Sommige gevoelen, dat na de Babylonische gevanckenisse niet Salomons, maer Nathans (Salomons broeders) nakomelingen het regiment gehadt hebben. Andere verstaen dat Salathiel sijn eygen rechte sone door geboorte geweest is, doch Zerubbabel, die hem gevolcht is na de gevanckenisse, en is niet meer als een Vorst ofte Gouverneur geweest, als te sien is Hag. 1.1. ende in’t boeck Ezra, ende geensins Coninck, sittende op den throon Davids.",
          "text2026": "72 zittende op de troon van David: Sommigen gevoelen dat na de Babylonische gevangenschap niet Salomo's, maar Nathans [Salomo's broers] nakomelingen het bestuur gehad hebben. Anderen verstaan dat Salathiël zijn eigen rechte zoon door geboorte geweest is, maar Zerubbabel, die hem gevolgd is naar de gevangenschap, is niet meer dan een vorst, bestuurder geweest, gelijk te zien is Hagg. 1:1 en in het boek Ezra, en in geen geval koning, zittende op de troon van David. Haggai 1:1: In het tweede jaar van de koning Darius, in de zesde maand, op de eerste dag van de maand, geschiedde het woord van JAHWEH, door de dienst van Haggai, de profeet, tot Zerubbabel, de zoon van Sealthiël, de vorst van Juda, en tot Josua, de zoon van Jozadak, de hogepriester, zeggende:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֣ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּתְב֞וּ",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִ֤ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּה֙",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "עֲרִירִ֔י",
          "strongs": "H6185",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "גֶּ֖בֶר",
          "strongs": "H1397",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִצְלַ֣ח",
          "strongs": "H6743",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָמָ֑י/ו",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֨א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִצְלַ֜ח",
          "strongs": "H6743",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/זַּרְע֗/וֹ",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֚ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יֹשֵׁב֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כִּסֵּ֣א",
          "strongs": "H3678",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דָוִ֔ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֹשֵׁ֥ל",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בִּ/יהוּדָֽה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Zo zegt JAHWEH: Schrijf deze zelfde man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> zaad voorspoedig zijn, zittende op de troon van David, en heersende meer in Juda.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Zo zegt de HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> Schrijft dezen zelfden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> kinderloos, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen; want er zal niemand van zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> zaad voorspoedig zijn, zittende op den troon Davids, en heersende meer in Juda.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Soo seyt de HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> Schrijvet desen selven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> man <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> kinderloos; eenen man [die] niet voorspoedich en sal zijn in sijne dagen: want daer en sal niemant van sijnen zade voorspoedich zijn, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> sittende op den throon Davids, ende heerschende meer in Iuda.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE: Schrijft dezen zelfden",
          "new": "JAHWEH: Schrijf deze zelfde",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Davids,",
          "new": "van David,",
          "principe": null
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Godt sendt den Propheet te Hove, om aldaer te prediken, watse moesten doen, sose wel wilden varen, vers 1, etc. ende dewijle sy het contrarie deden, dreygt hy den huyse des Conincks ende Ierusalem het uyterste verderf, 6. Prophetie van Sallum, 10. Iojakim, 13. ende Chonia, 24.",
    "text2026": "God zendt de profeet naar het hof om daar te prediken wat zij moesten doen om het goed te hebben, vers 1, enz. en omdat zij het tegendeel deden, dreigt Hij het huis van de koning en Jeruzalem met het uiterste verderf, 6. Profetie over Sallum, 10. Jojakim, 13. en Chonja, 24."
  }
}
