{
 "number": 24,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "De HEERE deed mij zien, en ziet, er waren twee vijgenkorven, gezet voor den tempel des HEEREN; nadat Nebukadnezar, koning van Babel, gevankelijk had weggevoerd Jechonia, den zoon van Jojakim, den koning van Juda, mitsgaders de vorsten van Juda, en de timmerlieden, en de smeden van Jeruzalem, en hen te Babel gebracht had.",
   "text1637": "DE HEERE dede my [1] sien, ende siet daer waren twee vijgekorven, gesett voor den Tempel des HEEREN: na dat [a] Nebucadrezar, Coninck van Babel, gevanckelick hadde wechgevoert [2] Iechonia den sone Iojakims, den Coninck van Iuda, mitsgaders de Vorsten van Iuda, ende de [3] timmerlieden, ende de smeden, van Ierusalem, ende hen te Babel gebracht hadde.",
   "text2026": "JAHWEH deed mij zien, en ziet, er waren twee vijgenmanden, gezet voor de tempel van JAHWEH; nadat Nebukadnezar, koning van Babel, als gevangene had weggevoerd Jechonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, en ook de vorsten van Juda, en de timmerlieden, en de smeden van Jeruzalem, en hen te Babel gebracht had.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "1 zien, en ziet: Te weten, een gezicht, of in een gezicht, zulks als volgt. Vergelijk boven Jer. 11:18, en zie Gen. 15:1, en Gen. 46:2; Amos 7:1, 7:4, 7:7, en Amos 8:1. Jeremia 11:18: De HEERE nu heeft het mij te kennen gegeven, dat ik het wete; toen hebt Gij mij hun handelingen doen zien. Genesis 15:1: Na deze dingen geschiedde het woord des HEEREN tot Abram in een gezicht, zeggende: Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot. Genesis 46:2: En God sprak tot Israël in gezichten des nachts, en zeide: Jakob, Jakob! En hij zeide: Zie, hier ben ik! Amos 7:1: De Heere HEERE deed mij aldus zien; en ziet, Hij formeerde sprinkhanen, in het begin des opkomens van het nagras; en ziet, het was het nagras, na des konings afmaaiingen. Amos 7:4: Wijders deed mij de Heere HEERE aldus zien; en ziet, de Heere HEERE riep uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en het verteerde een groten afgrond, ook verteerde het een stuk lands. Amos 7:7: Nog deed Hij mij aldus zien; en ziet, de Heere stond op een muur, die naar het paslood gemaakt was, en een paslood was in Zijn hand. Amos 8:1: De Heere HEERE deed mij aldus zien; en ziet, een korf met zomervruchten.",
     "text1637": "T.w. een gesichte, ofte, in een gesichte, sulcx als volgt. Vergel. bov. 11.18. ende siet Gen. 15. op vers 1. ende 46. op vers 2. Amos 7.1, 4, 7. ende 8.1.",
     "text2026": "1 zien, en ziet: Te weten, een gezicht, of in een gezicht, zulks als volgt. Vergelijk boven Jer. 11:18, en zie Gen. 15:1, en Gen. 46:2; Amos 7:1, 7:4, 7:7, en Amos 8:1. Jeremia 11:18: JAHWEH nu heeft het mij te kennen gegeven, dat ik het wete; toen hebt U mij hun handelingen doen zien. Genesis 15:1: Na deze dingen geschiedde het woord van JAHWEH tot Abram in een gezicht, zeggende: Vrees niet, Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot. Genesis 46:2: En God sprak tot Israël in gezichten van de nacht, en zei: Jakob, Jakob! En hij zei: Zie, hier ben ik! Amos 7:1: De Heer JAHWEH deed mij aldus zien; en ziet, Hij formeerde sprinkhanen, in het begin van de opkomens van het nagras; en ziet, het was het nagras, na van de koning afmaaiingen. Amos 7:4: Verder deed mij de Heer JAHWEH aldus zien; en ziet, de Heer JAHWEH riep uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en het verteerde een grote afgrond, ook verteerde het een stuk lands. Amos 7:7: Nog deed Hij mij aldus zien; en ziet, de Heer stond op een muur, die naar het paslood gemaakt was, en een paslood was in Zijn hand. Amos 8:1: De Heer JAHWEH deed mij aldus zien; en ziet, een korf met zomervruchten."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven Jer. 22:24. Jeremia 22:24: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.",
     "text1637": "Siet bov. 22.24.",
     "text2026": "Zie boven Jer. 22:24. Jeremia 22:24: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuwsh, den timmerman, of werkmeester, [betekenende beide timmerlieden en smeden] en den smid, of eigenlijk den slotenmaker; anders: portier, idem, rijken koopman, als die vele koopwaren opsluit, of opgesloten te koop houdt. Alzo 2 Kon. 24:16, en onder Jer. 29:2. 2 Koningen 24:16: En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; dezen bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel. Jeremia 29:2: (Nadat de koning Jechonia, en de koningin, en de kamerlingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem, mitsgaders de timmerlieden en smeden van Jeruzalem waren uitgegaan);",
     "text1637": "Hebr. den timmerman, ofte, werckmeester (beteeckende beydes timmerlieden ende smeden) ende den smidt, ofte, eyg. den slotmaker. And. poortier. item, rijcken koopman, als die vele koopwaren opsluyt, ofte, opgesloten te koope houdt. alsoo 2.Reg. 24.16. ende ond. 29.2.",
     "text2026": "Hebreeuwsh, de timmerman, of werkmeester, [betekenende zowel timmerlieden als smeden] en de smid, of eigenlijk de slotenmaker; anders: portier, idem, rijken koopman, als die vele koopwaren opsluit, of opgesloten te koop houdt. Zo 2 Kon. 24:16, en onder Jer. 29:2. 2 Koningen 24:16: En alle kloeke mannen tot zeven duizend, en timmerlieden en smeden tot een duizend, en alle helden, die ten oorlog geoefend waren; deze bracht de koning van Babel gevankelijk naar Babel. Jeremia 29:2: (Nadat de koning Jechonia, en de koningin, en de kamerlingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem, en ook de timmerlieden en smeden van Jeruzalem waren uitgegaan);"
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "2 Kon. 24:15; 2 Kron. 36:10. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 2 Kronieken 36:10: En met de wederkomst des jaars zond de koning Nebukadnezar henen, en liet hem naar Babel halen, met de kostelijke vaten van het huis des HEEREN; en hij maakte zijn broeder Zedekia koning over Juda en Jeruzalem.",
     "text1637": "2.Reg. 24.15. 2.Chron. 36.10.",
     "text2026": "2 Kon. 24:15; 2 Kron. 36:10. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, en ook van de koning moeder, en van de koning vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen van het land bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel; 2 Kronieken 36:10: En met de wederkomst van de jaar zond de koning Nebukadnezar heen, en liet hem naar Babel halen, met de kostelijke vaten van het huis van JAHWEH; en hij maakte zijn broer Zedekia koning over Juda en Jeruzalem."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִרְאַ/נִי֮",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVhp3ms/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֒",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִנֵּ֗ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HC/Tm"
    },
    {
     "woord": "שְׁנֵי֙",
     "strongs": "H8147",
     "morph": "HAcmdc"
    },
    {
     "woord": "דּוּדָאֵ֣י",
     "strongs": "H1736",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "תְאֵנִ֔ים",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "מוּעָדִ֕ים",
     "strongs": "H3259",
     "morph": "HVHsmpa"
    },
    {
     "woord": "לִ/פְנֵ֖י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc"
    },
    {
     "woord": "הֵיכַ֣ל",
     "strongs": "H1964",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵ֣י",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַגְל֣וֹת",
     "strongs": "H1540",
     "morph": "HVhc"
    },
    {
     "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֣ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֡ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יְכָנְיָ֣הוּ",
     "strongs": "H3204",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוֹיָקִ֣ים",
     "strongs": "H3079",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָה֩",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "שָׂרֵ֨י",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֜ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הֶ/חָרָ֤שׁ",
     "strongs": "H2796",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הַ/מַּסְגֵּר֙",
     "strongs": "H4525",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/יר֣וּשָׁלִַ֔ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "וַ/יְבִאֵ֖/ם",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶֽל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "JAHWEH deed mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> zien, en ziet, er waren twee vijgenmanden, gezet voor de tempel van JAHWEH; nadat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Nebukadnezar, koning van Babel, als gevangene had weggevoerd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Jechonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, en ook de vorsten van Juda, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> timmerlieden, en de smeden van Jeruzalem, en hen te Babel gebracht had.",
   "textSV1888_html": "De HEERE deed mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> zien, en ziet, er waren twee vijgenkorven, gezet voor den tempel des HEEREN; nadat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Nebukadnezar, koning van Babel, gevankelijk had weggevoerd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Jechonia, den zoon van Jojakim, den koning van Juda, mitsgaders de vorsten van Juda, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> timmerlieden, en de smeden van Jeruzalem, en hen te Babel gebracht had.",
   "text1637_html": "DE HEERE dede my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> sien, ende siet daer waren twee vijgekorven, gesett voor den Tempel des HEEREN: na dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Nebucadrezar, Coninck van Babel, gevanckelick hadde wechgevoert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Iechonia den sone Iojakims, den Coninck van Iuda, mitsgaders de Vorsten van Iuda, ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> timmerlieden, ende de smeden, van Ierusalem, ende hen te Babel gebracht hadde.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "De HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "vijgenkorven,",
     "new": "vijgenmanden,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des HEEREN;",
     "new": "van JAHWEH;",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "gevankelijk",
     "new": "als gevangene",
     "principe": "V78"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "mitsgaders",
     "new": "en ook",
     "principe": "V7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "In den enen korf waren zeer goede vijgen, als de eerste rijpe vijgen zijn; maar in den anderen korf waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden.",
   "text1637": "[In] den eenen korf waren seer goede vijgen, als de [4] eerste rijpe vijgen zijn: maer [in] den anderen korf waren seer boose vijgen, die van wegen de boosheyt niet en konden gegeten worden.",
   "text2026": "In de ene mand waren zeer goede vijgen, als de eerste rijpe vijgen zijn; maar in de andere mand waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "4 eerste rijpe vijgen zijn: Vergelijk Micha 7:1, met de aantekening. Micha 7:1: Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.",
     "text1637": "Verg. Mich. 7.1. met d’aenteeck.",
     "text2026": "4 eerste rijpe vijgen zijn: Vergelijk Micha 7:1, met de aantekening. Micha 7:1: Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in de wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַ/דּ֣וּד",
     "strongs": "H1731",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶחָ֗ד",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "תְּאֵנִים֙",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "טֹב֣וֹת",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HAafpa"
    },
    {
     "woord": "מְאֹ֔ד",
     "strongs": "H3966",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "כִּ/תְאֵנֵ֖י",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HR/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/בַּכֻּר֑וֹת",
     "strongs": "H1073",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/דּ֣וּד",
     "strongs": "H1731",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶחָ֗ד",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "תְּאֵנִים֙",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "רָע֣וֹת",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HAafpa"
    },
    {
     "woord": "מְאֹ֔ד",
     "strongs": "H3966",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תֵֽאָכַ֖לְנָה",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVNi3fp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/רֹֽעַ",
     "strongs": "H7455",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "In de ene mand waren zeer goede vijgen, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eerste rijpe vijgen zijn; maar in de andere mand waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden.",
   "textSV1888_html": "In den enen korf waren zeer goede vijgen, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eerste rijpe vijgen zijn; maar in den anderen korf waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden.",
   "text1637_html": "[In] den eenen korf waren seer goede vijgen, als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> eerste rijpe vijgen zijn: maer [in] den anderen korf waren seer boose vijgen, die van wegen de boosheyt niet en konden gegeten worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den enen korf",
     "new": "de ene mand",
     "principe": "V979"
    },
    {
     "old": "den anderen korf",
     "new": "de andere mand",
     "principe": "V979"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "En de HEERE zeide tot mij: Wat ziet gij, Jeremia? En ik zeide: Vijgen; de goede vijgen zijn zeer goed, en de boze zeer boos, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.",
   "text1637": "Ende de HEERE seyde tot my; Wat Siet ghy Ieremia? ende ick seyde, Vijgen: de goede Vijgen zijn seer goet, ende de boose seer boos, die van wegen de boosheyt niet en konnen gegeten worden.",
   "text2026": "En JAHWEH zei tot mij: Wat ziet u, Jeremia? En ik zei: Vijgen; de goede vijgen zijn zeer goed, en de boze zeer boos, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יֹּ֨אמֶר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֜ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֗/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מָֽה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֤ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "רֹאֶה֙",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וָ/אֹמַ֖ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "תְּאֵנִ֑ים",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/תְּאֵנִ֤ים",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/טֹּבוֹת֙",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HTd/Aafpa"
    },
    {
     "woord": "טֹב֣וֹת",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HAafpa"
    },
    {
     "woord": "מְאֹ֔ד",
     "strongs": "H3966",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָֽ/רָעוֹת֙",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HC/Td/Aafpa"
    },
    {
     "woord": "רָע֣וֹת",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HAafpa"
    },
    {
     "woord": "מְאֹ֔ד",
     "strongs": "H3966",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תֵאָכַ֖לְנָה",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVNi3fp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/רֹֽעַ",
     "strongs": "H7455",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En JAHWEH zei tot mij: Wat ziet u, Jeremia? En ik zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Vijgen; de goede vijgen zijn zeer goed, en de boze zeer boos, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.</i></span>",
   "text1637_html": "Ende de HEERE seyde tot my; Wat Siet ghy Ieremia? ende ick seyde, Vijgen: de goede Vijgen zijn seer goet, ende de boose seer boos, die van wegen de boosheyt niet en konnen gegeten worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE zeide",
     "new": "JAHWEH zei",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "gij,",
     "new": "u,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "zeide:",
     "new": "zei:",
     "principe": "W1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:",
   "text1637": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
   "text2026": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֥י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot mij, zeggende:",
   "text1637_html": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot my, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschiedde des HEEREN",
     "new": "kwam het",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Gelijk die goede vijgen, alzo zal Ik kennen de gevankelijk weggevoerden van Juda, die Ik uit deze plaats naar het land der Chaldeeën heb weggeschikt, ten goede.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE, de Godt Israëls; [5] Gelijck die goede vijgen; alsoo sal ick [6] kennen de [7] gevanckelick wechgevoerde van Iuda; die ick uyt dese plaetse nae ’t lant der Chaldeen hebbe wechgeschickt, [8] ten goede.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Gelijk die goede vijgen, zo zal Ik kennen de als gevangene weggevoerden van Juda, die Ik uit deze plaats naar het land van de Chaldeeën heb weggeschikt, ten goede.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "5 Gelijk die goede vijgen: Sommigen vullen deze woorden aldus aan: Gelijk deze vijgen [goed zijn]; of gelijk [gij] deze goede vijgen [kent], enz. Alzo vers 8. Jeremia 24:8: En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want aldus zegt de HEERE), alzo zal Ik maken Zedekia, den koning van Juda, mitsgaders zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland wonen;",
     "text1637": "Sommige vervullen dese woorden aldus: gelijck dese vijgen [goet zijn]: ofte, gelijck [ghy] dese goede vijgen [kent] etc. alsoo vers 8.",
     "text2026": "5 Gelijk die goede vijgen: Sommigen vullen deze woorden aldus aan: Gelijk deze vijgen [goed zijn]; of gelijk [u] deze goede vijgen [kent], enz. Zo vers 8. Jeremia 24:8: En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want aldus zegt JAHWEH), zo zal Ik maken Zedekia, de koning van Juda, en ook zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland wonen;"
    },
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Voor aangenaam houden, zorg voor hen dragen. Zie Ps. 1:6. Psalmen 1:6: Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.",
     "text1637": "Voor aengenaem houden, sorge voor haer dragen. Siet Psal. 1. op vers 6.",
     "text2026": "Voor aangenaam houden, zorg voor hen dragen. Zie Ps. 1:6. Psalmen 1:6: Want JAHWEH kent de weg van de rechtvaardigen; maar de weg van de goddelozen zal vergaan."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "7 gevankelijk weggevoerden van Juda: Hebreeuws, gevankelijke wegvoering, vervoering, vervaring. Gelijk elders dikwijls.",
     "text1637": "Hebr. gevanckelicke wechvoeringe, vervoeringe, vervaringe. als elders dickwijls.",
     "text2026": "7 gevankelijk weggevoerden van Juda: Hebreeuws, gevankelijke wegvoering, vervoering, vervaring. Gelijk elders dikwijls."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "8 ten goede: Deze woorden kunnen in een goeden zin gevoegd worden bij het woord kennen, of bij het woord weggeschikt; want God kent de zijnen ten goede, en Hij had de zijnen [die Hij onder de gevangenen had] tot hun best verzonden en gekastijd, zullende daaruit zijne kerk nog weder oprichten en bouwen, gelijk volgt.",
     "text1637": "Dese woorden konnen in eenen goeden sin gevoegt worden by het woort, kennen. ofte, by het woort, wechgeschickt: want Godt kent de sijne ten goede, ende hy hadde de sijne (die hy onder de gevangenen hadde) tot haren besten versonden ende gecastijdt, sullende daer uyt sijne kercke noch weder oprichten ende bouwen, als volgt.",
     "text2026": "8 ten goede: Deze woorden kunnen in een goeden zin gevoegd worden bij het woord kennen, of bij het woord weggeschikt; want God kent de zijn ten goede, en Hij had de zijn [die Hij onder de gevangenen had] tot hun best verzonden en gekastijd, zullende daaruit zijn kerk nog weer oprichten en bouwen, gelijk volgt."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֤ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כַּ/תְּאֵנִ֥ים",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HRd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/טֹּב֖וֹת",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HTd/Aafpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "כֵּֽן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אַכִּ֞יר",
     "strongs": "H5234",
     "morph": "HVhi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "גָּל֣וּת",
     "strongs": "H1546",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֗ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "שִׁלַּ֜חְתִּי",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVpp1cs"
    },
    {
     "woord": "מִן",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/מָּק֥וֹם",
     "strongs": "H4725",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֛ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "אֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "כַּשְׂדִּ֖ים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ/טוֹבָֽה",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HR/Aafsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Gelijk die goede vijgen, zo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> kennen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> als gevangene weggevoerden van Juda, die Ik uit deze plaats naar het land van de Chaldeeën heb weggeschikt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ten goede.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Gelijk die goede vijgen, alzo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> kennen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gevankelijk weggevoerden van Juda, die Ik uit deze plaats naar het land der Chaldeeën heb weggeschikt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ten goede.",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE, de Godt Israëls; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Gelijck die goede vijgen; alsoo sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> kennen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gevanckelick wechgevoerde van Iuda; die ick uyt dese plaetse nae ’t lant der Chaldeen hebbe wechgeschickt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ten goede.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "gevankelijk",
     "new": "als gevangene",
     "principe": "V78"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken.",
   "text1637": "Ende ick sal mijn [9] ooge op haer stellen ten goede, ende salse [b] wederbrengen in dit lant: ende ick salse [10] bouwen, ende niet afbreken, ende salse planten, ende niet uytrucken.",
   "text2026": "En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen teruggeven in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Vergelijk Ps. 28:5. Psalmen 28:5: Omdat zij niet letten op de daden des HEEREN, noch op het werk Zijner handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen.",
     "text1637": "Vergel. Psal. 28. op vers 5.",
     "text2026": "Vergelijk Ps. 28:5. Psalmen 28:5: Omdat zij niet letten op de daden van JAHWEH, noch op het werk Zijn handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Vergelijk 1 Kon. 8:29; Ps. 32:8; idem onder Jer. 39:12, en Jer. 40:4, gelijk integendeel het oog tegen iemand te zetten of stellen, ten kwade genomen wordt. Zie Amos 9:4. De manier van spreken is in het Hebreeuws enerlei, maar wordt door het bijgevoegde verklaard, en het Hebreeuwse woord verklaard op, over, en ook tegen, naar gelegenheid van zaken. 1 Koningen 8:29: Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. Psalmen 32:8: Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn. Jeremia 39:12: Neem hem, en stel uw ogen op hem, en doe hem niets kwaads; maar gelijk als hij tot u spreken zal, doe alzo met hem. Jeremia 40:4: Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; indien het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar indien het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het ganse land is voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar. Amos 9:4: En al gingen zij in gevangenis voor het aangezicht hunner vijanden, zo zal Ik van daar het zwaard gebieden, dat het hen dode; en Ik zal Mijn oog tegen hen zetten ten kwade, en niet ten goede.",
     "text1637": "Vergel. 1.Reg. 8. op vers 29. ende Psal. 32. op vers 8. item ond. 39.12. ende 40.4. gelijck ter contrarie het ooge tegen yemant te setten of te stellen, ten quade genomen wort. siet Amos 9.4. De maniere van spreken is in’t Hebr. eenderley, maer wort door het bygevoegde verclaert, ende het Hebr. woordeken beteeckent op, over. ende oock, tegen, nae gelegentheyt van saken.",
     "text2026": "Vergelijk 1 Kon. 8:29; Ps. 32:8; idem onder Jer. 39:12, en Jer. 40:4, gelijk integendeel het oog tegen iemand te zetten of stellen, ten kwade genomen wordt. Zie Amos 9:4. De manier van spreken is in het Hebreeuws enerlei, maar wordt door het bijgevoegde verklaard, en het Hebreeuwse woord verklaard op, over, en ook tegen, naar gelegenheid van zaken. 1 Koningen 8:29: Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van die U gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, dat Uw knecht bidden zal in deze plaats. Psalmen 32:8: Ik zal u onderwijzen, en u leren van de weg, die u gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn. Jeremia 39:12: Neem hem, en stel uw ogen op hem, en doe hem niets kwaads; maar gelijk als hij tot u spreken zal, doe zo met hem. Jeremia 40:4: Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; als het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar als het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het gehele land is voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar. Amos 9:4: En al gingen zij in gevangenis voor het aangezicht hun vijanden, zo zal Ik van daar het zwaard gebieden, dat het hen dode; en Ik zal Mijn oog tegen hen zetten ten kwade, en niet ten goede."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 16:15. Jeremia 16:15: Maar: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israëls heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb.",
     "text1637": "Ierem. 16.15.",
     "text2026": "Jer. 16:15. Jeremia 16:15: Maar: Zo waarachtig als JAHWEH leeft, Die de kinderen van Israël heeft opgevoerd uit het land van het noorden, en uit al de landen waarhenen Hij hen gedreven had! want Ik zal hen wederbrengen in hun land, dat Ik hun vaderen gegeven heb."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שַׂמְתִּ֨י",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "עֵינִ֤/י",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶם֙",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/טוֹבָ֔ה",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HR/Aafsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/הֲשִׁבֹתִ֖י/ם",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֑את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְנִיתִי/ם֙",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "אֶהֱרֹ֔ס",
     "strongs": "H2040",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְטַעְתִּ֖י/ם",
     "strongs": "H5193",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "אֶתּֽוֹשׁ",
     "strongs": "H5428",
     "morph": "HVqi1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oog op hen stellen ten goede, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> hen teruggeven in dit land; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oog op hen stellen ten goede, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> hen wederbrengen in dit land; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken.",
   "text1637_html": "Ende ick sal mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ooge op haer stellen ten goede, ende salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wederbrengen in dit lant: ende ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bouwen, ende niet afbreken, ende salse planten, ende niet uytrucken.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "wederbrengen",
     "new": "teruggeven",
     "principe": "V1031"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren.",
   "text1637": "[c] Ende ick sal haer een herte geven om my te kennen, dat ick de HEERE ben: [d] ende sy sullen my [11] tot een volck zijn, ende ick sal haer [12] tot eenen Godt zijn: want sy sullen sich tot my met haer gantsche herte bekeeren.",
   "text2026": "En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik JAHWEH ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun hele hart bekeren.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 tot een volk zijn: Zie Lev. 26:12. Leviticus 26:12: En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.",
     "text1637": "Siet Levit. 26. op vers 12.",
     "text2026": "11 tot een volk zijn: Zie Lev. 26:12. Leviticus 26:12: En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en u zult Mij tot een volk zijn."
    },
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "12 tot een God zijn: Zie Gen. 17:7. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.",
     "text1637": "Siet. Gen. 17. op vers 7.",
     "text2026": "12 tot een God zijn: Zie Gen. 17:7. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Deut. 30:6; Jer. 32:39; Ezech. 11:19; Ezech. 36:26; idem 36:27. Deuteronomium 30:6: En de HEERE, uw God, zal uw hart besnijden, en het hart van uw zaad, om den HEERE, uw God, lief te hebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel, opdat gij levet. Jeremia 32:39: En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. Ezechiël 11:19: En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven; Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Ezechiël 36:27: En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.",
     "text1637": "Deut. 30.6. Ierem. 32.39. Ezech. 11.19. ende 36.26, 27.",
     "text2026": "Deut. 30:6; Jer. 32:39; Ez. 11:19; Ez. 36:26; idem 36:27. Deuteronomium 30:6: En JAHWEH, uw God, zal uw hart besnijden, en het hart van uw zaad, om JAHWEH, uw God, lief te hebben met uw gehele hart en met uw gehele ziel, opdat u levet. Jeremia 32:39: En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, en ook hun kinderen na hen. Ezechiël 11:19: En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven; Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Ezechiël 36:27: En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat u in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 30:22; Jer. 31:33; Jer. 32:38. Jeremia 30:22: En gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 32:38: Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
     "text1637": "Ier. 30.22. ende 31.33. ende 32.38.",
     "text2026": "Jer. 30:22; Jer. 31:33; Jer. 32:38. Jeremia 30:22: En u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 32:38: Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּי֩",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֨ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ֜ב",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לָ/דַ֣עַת",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "אֹתִ֗/י",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּ֚י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֣י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָיוּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "לִ֣/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/עָ֔ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָ֣נֹכִ֔י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HC/Pp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶהְיֶ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אלֹהִ֑ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יָשֻׁ֥בוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֖/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "לִבָּֽ/ם",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup><span class=\"god-speaks\"><i> En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik JAHWEH ben;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> en zij zullen Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een volk zijn, en Ik zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun hele hart bekeren.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> en zij zullen Mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een volk zijn, en Ik zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Ende ick sal haer een herte geven om my te kennen, dat ick de HEERE ben: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ende sy sullen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot een volck zijn, ende ick sal haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> tot eenen Godt zijn: want sy sullen sich tot my met haer gantsche herte bekeeren.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want aldus zegt de HEERE), alzo zal Ik maken Zedekia, den koning van Juda, mitsgaders zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland wonen;",
   "text1637": "[e] Ende gelijck de boose vijgen, die van wegen de boosheyt niet en konnen gegeten worden; ( [13] Want aldus seytde HEERE) alsoo sal ick [14] maken Zedekia den Coninck van Iuda, mitsgaders sijne Vorsten, ende het overblijfsel van Ierusalem, die in desen lande zijn overgebleven, ende die in Egypten-lant [15] woonen;",
   "text2026": "En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want zo zegt JAHWEH), zo zal Ik maken Zedekia, de koning van Juda, en ook zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland wonen;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 want aldus zegt de HEERE: Of, zekerlijk.",
     "text1637": "Ofte, sekerlick.",
     "text2026": "13 want aldus zegt JAHWEH: Of, zekerlijk."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "14 maken Zedekia: Of, stellen, toerichten; anders: overgeven, en vers 9 aldus begonnen: Ik zal hen, zeg Ik, oergeven, enz. Vergelijk onder Jer. 29:17. Jeremia 24:9: En Ik zal hen overgeven tot een beroering ten kwade, allen koninkrijken der aarde; tot smaadheid, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarhenen Ik hen gedreven zal hebben; Jeremia 29:17: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal het zwaard, den honger en de pestilentie onder hen zenden; en Ik zal ze maken als de afschuwelijke vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.",
     "text1637": "Ofte, stellen, toerichten: And. overgeven, ende ’t volgende vers aldus begonnen: Ick salse, segg’ ick, overgeven, etc. Vergel. ond. 29.17.",
     "text2026": "14 maken Zedekia: Of, stellen, toerichten; anders: overgeven, en vers 9 aldus begonnen: Ik zal hen, zeg Ik, oergeven, enz. Vergelijk onder Jer. 29:17. Jeremia 24:9: En Ik zal hen overgeven tot een beroering ten kwade, allen koninkrijken van de aarde; tot smaadheid, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarhenen Ik hen gedreven zal hebben; Jeremia 29:17: Zo zegt JAHWEH van de legermachten: Ziet, Ik zal het zwaard, de honger en de pestilentie onder hen zenden; en Ik zal ze maken als de afschuwelijke vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, alsdan zullen wonen; zie 2 Kon. 25:26, en onder Jer. 43, Jer. 44. 2 Koningen 25:26: Toen maakte zich al het volk op, van de minste tot den meeste, en de oversten der heiren, en kwamen in Egypte; want zij vreesden voor de Chaldeeën.",
     "text1637": "D. alsdan sullen woonen. siet 2.Reg. 25.26. ende ond. capp. 43.44.",
     "text2026": "Dat is, alsdan zullen wonen; zie 2 Kon. 25:26, en onder Jer. 43, Jer. 44. 2 Koningen 25:26: Toen maakte zich al het volk op, van de minste tot de meeste, en de oversten van de heiren, en kwamen in Egypte; want zij vreesden voor de Chaldeeën."
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 29:17. Jeremia 29:17: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal het zwaard, den honger en de pestilentie onder hen zenden; en Ik zal ze maken als de afschuwelijke vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.",
     "text1637": "Ierem. 29.17.",
     "text2026": "Jer. 29:17. Jeremia 29:17: Zo zegt JAHWEH van de legermachten: Ziet, Ik zal het zwaard, de honger en de pestilentie onder hen zenden; en Ik zal ze maken als de afschuwelijke vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/כַ/תְּאֵנִים֙",
     "strongs": "H8384",
     "morph": "HC/Rd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/רָע֔וֹת",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HTd/Aafpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תֵאָכַ֖לְנָה",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVNi3fp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/רֹ֑עַ",
     "strongs": "H7455",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֣ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אֶ֠תֵּן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֨הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֤ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "שָׂרָי/ו֙",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֣ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "שְׁאֵרִ֣ית",
     "strongs": "H7611",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִַ֗ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הַ/נִּשְׁאָרִים֙",
     "strongs": "H7604",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אָ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֔את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/יֹּשְׁבִ֖ים",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Td/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָֽיִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup><span class=\"god-speaks\"><i> En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zo zegt JAHWEH), zo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> maken Zedekia, de koning van Juda, en ook zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> wonen;</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> En gelijk de boze vijgen, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden (want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> aldus zegt de HEERE), alzo zal Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> maken Zedekia, den koning van Juda, mitsgaders zijn vorsten, en het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven, en die in Egypteland<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> wonen;",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Ende gelijck de boose vijgen, die van wegen de boosheyt niet en konnen gegeten worden; (<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Want aldus seytde HEERE) alsoo sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> maken Zedekia den Coninck van Iuda, mitsgaders sijne Vorsten, ende het overblijfsel van Ierusalem, die in desen lande zijn overgebleven, ende die in Egypten-lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> woonen;",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "aldus",
     "new": "zo",
     "principe": "V72"
    },
    {
     "old": "de HEERE), alzo",
     "new": "JAHWEH), zo",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "mitsgaders",
     "new": "en ook",
     "principe": "V7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "En Ik zal hen overgeven tot een beroering ten kwade, allen koninkrijken der aarde; tot smaadheid, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarhenen Ik hen gedreven zal hebben;",
   "text1637": "[f] Ende ick salse [16] overgeven tot eene beroeringe ten quade, allen Coninckrijcken der aerde: tot smaetheyt, ende tot een spreeckwoort, tot eene spotrede, ende tot eenen vloeck, in alle de plaetsen, daer henen ickse gedreven sal hebben.",
   "text2026": "En Ik zal hen overgeven tot een beroering ten kwade, aan alle koninkrijken van de aarde; tot smaad, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarheen Ik hen gedreven zal hebben;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, stellen, enz.; zie boven Jer. 15:4 en Deut. 28:25. Jeremia 15:4: En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken der aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om hetgeen hij te Jeruzalem gedaan heeft. Deuteronomium 28:25: De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.",
     "text1637": "Ofte, stellen etc. siet bov. 15.4. ende Deut. 28. op vers 25.",
     "text2026": "Of, stellen, enz.; zie boven Jer. 15:4 en Deut. 28:25. Jeremia 15:4: En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken van de aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om wat hij te Jeruzalem gedaan heeft. Deuteronomium 28:25: JAHWEH zal u geslagen geven voor het aangezicht uw vijanden; door een weg zult u tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult u voor zijn aangezicht vluchten; en u zult van alle koninkrijken van de aarde beroerd worden."
    },
    {
     "marker": "f",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Deut. 28:25; idem v. 37; 1 Kon. 9:7; 2 Kron. 7:20; Jer. 15:4; Jer. 29:18; Jer. 34:17; Jer. 42:18. Deuteronomium 28:25: De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden. Deuteronomium 28:37: En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal. 1 Koningen 9:7: Zo zal Ik Israël uitroeien van het land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, hetwelk Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen; en Israël zal tot een spreekwoord en spotrede zijn onder alle volken. 2 Kronieken 7:20: Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken. Jeremia 15:4: En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken der aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om hetgeen hij te Jeruzalem gedaan heeft. Jeremia 29:18: En Ik zal ze achterna jagen met het zwaard, met den honger en met de pestilentie; en Ik zal ze overgeven tot een beroering, allen koninkrijken der aarde, tot een vloek, en tot een schrik, en tot een aanfluiting, en tot een smaadheid, onder al de volken, waar Ik ze henengedreven zal hebben; Jeremia 34:17: Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde. Jeremia 42:18: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Gelijk als Mijn toorn, en Mijn grimmigheid is uitgestort over de inwoners van Jeruzalem, alzo zal Mijn grimmigheid over ulieden uitgestort worden, als gij in Egypte zult gekomen zijn; en gij zult wezen tot een vervloeking, en tot een ontzetting, en tot een vloek, en tot smaadheid, en zult deze plaats niet meer zien.",
     "text1637": "Deut. 28.25, 37. 1.Reg. 9.7. 2.Chro. 7.20. Ier. 15.4. ende 29.18. ende 34.17. ende 42.18.",
     "text2026": "Deut. 28:25; idem v. 37; 1 Kon. 9:7; 2 Kron. 7:20; Jer. 15:4; Jer. 29:18; Jer. 34:17; Jer. 42:18. Deuteronomium 28:25: JAHWEH zal u geslagen geven voor het aangezicht uw vijanden; door een weg zult u tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult u voor zijn aangezicht vluchten; en u zult van alle koninkrijken van de aarde beroerd worden. Deuteronomium 28:37: En u zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u JAHWEH leiden zal. 1 Koningen 9:7: Zo zal Ik Israël uitroeien van het land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen; en Israël zal tot een spreekwoord en spotrede zijn onder alle volken. 2 Kronieken 7:20: Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken. Jeremia 15:4: En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken van de aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om wat hij te Jeruzalem gedaan heeft. Jeremia 29:18: En Ik zal ze achterna jagen met het zwaard, met de honger en met de pestilentie; en Ik zal ze overgeven tot een beroering, allen koninkrijken van de aarde, tot een vloek, en tot een schrik, en tot een aanfluiting, en tot een smaadheid, onder al de volken, waar Ik ze heengedreven zal hebben; Jeremia 34:17: Daarom zegt JAHWEH zo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iedereen voor zijn broer, en een iedereen voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen u, spreekt JAHWEH, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken van de aarde. Jeremia 42:18: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Gelijk als Mijn toorn, en Mijn grimmigheid is uitgestort over de inwoners van Jeruzalem, zo zal Mijn grimmigheid over u uitgestort worden, als u in Egypte zult gekomen zijn; en u zult wezen tot een vervloeking, en tot een ontzetting, en tot een vloek, en tot smaadheid, en zult deze plaats niet meer zien."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/נְתַתִּי/ם֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "ל/זועה",
     "strongs": "H2113",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/רָעָ֔ה",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/כֹ֖ל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מַמְלְכ֣וֹת",
     "strongs": "H4467",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/חֶרְפָּ֤ה",
     "strongs": "H2781",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/מָשָׁל֙",
     "strongs": "H4912",
     "morph": "HC/R/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/שְׁנִינָ֣ה",
     "strongs": "H8148",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לִ/קְלָלָ֔ה",
     "strongs": "H7045",
     "morph": "HC/R/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מְּקֹמ֖וֹת",
     "strongs": "H4725",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶֽׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "אַדִּיחֵ֥/ם",
     "strongs": "H5080",
     "morph": "HVhi1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "שָֽׁם",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HD"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup><span class=\"god-speaks\"><i> En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hen overgeven tot een beroering ten kwade, aan alle koninkrijken van de aarde; tot smaad, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarheen Ik hen gedreven zal hebben;</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hen overgeven tot een beroering ten kwade, allen koninkrijken der aarde; tot smaadheid, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarhenen Ik hen gedreven zal hebben;",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Ende ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> overgeven tot eene beroeringe ten quade, allen Coninckrijcken der aerde: tot smaetheyt, ende tot een spreeckwoort, tot eene spotrede, ende tot eenen vloeck, in alle de plaetsen, daer henen ickse gedreven sal hebben.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "allen",
     "new": "aan alle",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "smaadheid,",
     "new": "smaad,",
     "principe": "V349"
    },
    {
     "old": "waarhenen",
     "new": "waarheen",
     "principe": "V232"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "En Ik zal onder hen zenden het zwaard, den honger en de pestilentie, totdat zij verteerd zullen zijn uit het land, dat Ik hun en hun vaderen gegeven had.",
   "text1637": "Ende ick sal onder haer senden het sweert, den honger ende de pestilentie: tot dat sy verteert sullen zijn uyt den lande, dat ick haer ende haren vaderen gegeven hadde.",
   "text2026": "En Ik zal onder hen zenden het zwaard, de honger en de pest, totdat zij verteerd zullen zijn uit het land, dat Ik hun en hun vaders gegeven had.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שִׁלַּ֣חְתִּי",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HC/Vpq1cs"
    },
    {
     "woord": "בָ֔/ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/רָעָ֣ב",
     "strongs": "H7458",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הַ/דָּ֑בֶר",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "תֻּמָּ/ם֙",
     "strongs": "H8552",
     "morph": "HVqc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/עַ֣ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֲדָמָ֔ה",
     "strongs": "H127",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "נָתַ֥תִּי",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לַ/אֲבוֹתֵי/הֶֽם",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal onder hen zenden het zwaard, de honger en de pest, totdat zij verteerd zullen zijn uit het land, dat Ik hun en hun vaders gegeven had.</i></span>",
   "text1637_html": "Ende ick sal onder haer senden het sweert, den honger ende de pestilentie: tot dat sy verteert sullen zijn uyt den lande, dat ick haer ende haren vaderen gegeven hadde.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "pestilentie,",
     "new": "pest,",
     "principe": "V914"
    },
    {
     "old": "vaderen",
     "new": "vaders",
     "principe": "MR-1KR-007"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Godt toont Ieremie twee vijgekorven, den eenen met seer goede, ende den anderen met seer quade vijgen, vers 1, etc. onderwijst hem daer door, vande genade, die hy sommigen gevangenen wilde bewijsen, ende de straffen die hy wilde laten gaen over de reste, 4, 5, etc.",
  "text2026": "God toont Jeremia twee vijgenmanden, de ene met zeer goede en de andere met zeer slechte vijgen, vers 1, enz. onderwijst hem daardoor over de genade die Hij sommige gevangenen wilde bewijzen, en de straffen die Hij over de rest wilde laten gaan, 4, 5, enz."
 }
}
