{
  "number": 25,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel);",
      "text1637": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is over het gantsche volck van Iuda; in den vierden jare van Iojakim, sone van Iosia, Coninck van Iuda, (dat was het eerste jaer van Nebucadrezar Coninck van Babel.)",
      "text2026": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is over het hele volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel);",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֞ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׁנָה֙",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רְבִעִ֔ית",
          "strongs": "H7243",
          "morph": "HTd/Aofsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/יהוֹיָקִ֥ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֖הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִ֗יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁנָה֙",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רִ֣אשֹׁנִ֔ית",
          "strongs": "H7224",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֖ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶֽל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is over het hele volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel);",
      "text1637_html": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is over het gantsche volck van Iuda; in den vierden jare van Iojakim, sone van Iosia, Coninck van Iuda, (dat was het eerste jaer van Nebucadrezar Coninck van Babel.)",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschied",
          "new": "gebeurd",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:",
      "text1637": "[1] Het welcke de Propheet Ieremia gesproken heeft tot den gantschen volcke van Iuda, ende tot alle de inwoonders van Ierusalem, seggende:",
      "text2026": "Dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot het hele volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Woord des Heeren.",
          "text1637": "Woort de Heeren.",
          "text2026": "Woord van de Heern."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֜ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֤הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִיא֙",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶ֛ל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֥י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֖ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot het hele volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Het welcke de Propheet Ieremia gesproken heeft tot den gantschen volcke van Iuda, ende tot alle de inwoonders van Ierusalem, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hetwelk",
          "new": "Dat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.",
      "text1637": "Van den dertienden jare Iosie, des soons Amons, des Conincks van Iuda, tot op desen dach toe ( [2] dit is het drie en twintichste jaer) is het woort des HEEREN tot my geschiedt: ende ick hebbe tot ulieden gesproken, [3] vroech op zijnde ende sprekende, maer ghy en hebt niet [4] gehoort.",
      "text2026": "Van het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda, tot op deze dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord van JAHWEH tot mij gebeurd; en ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt niet gehoord.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, deze drie en twintig jaren.",
          "text1637": "Ofte: dese drieentwintich jaren.",
          "text2026": "Of, deze drie en twintig jaren."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 vroeg op zijnde: Dat is, zeer vlijtiglijk, intijds en geduriglijk. Vergelijk boven Jer. 7:13, en hier vers 4. Jeremia 7:13: En nu, omdat gijlieden al deze werken doet, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar gij niet geantwoord hebt; Jeremia 25:4: Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);",
          "text1637": "D. seer vlijtichlick, in tijts ende geduerichlick. Verg. bov. 7. op vers 13. ende hier het volgende vers.",
          "text2026": "3 vroeg op zijnde: Dat is, zeer vlijtiglijk, intijds en geduriglijk. Vergelijk boven Jer. 7:13, en hier vers 4. Jeremia 7:13: En nu, omdat u al deze werken doet, spreekt JAHWEH, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar u niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar u niet geantwoord hebt; Jeremia 25:4: Ook heeft JAHWEH tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar u hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, gehoorzaamd, gelijk ook in het volgende, en elders dikwijls.",
          "text1637": "D. gehoorsaemt, als oock in’t volgende, ende elders dickwijls.",
          "text2026": "Dat is, gehoorzaamd, gelijk ook in het volgende, en elders dikwijls."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁלֹ֣שׁ",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂרֵ֣ה",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֡ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יֹאשִׁיָּ֣הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָמוֹן֩",
          "strongs": "H526",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֨לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֜ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֣ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֗ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "זֶ֚ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֹ֤שׁ",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֶשְׂרִים֙",
          "strongs": "H6242",
          "morph": "HC/Acbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֔ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֑/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֲדַבֵּ֧ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶ֛ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁכֵּ֥ים",
          "strongs": "H7925",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַבֵּ֖ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּֽם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Van het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda, tot op deze dag toe (dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> is het drie en twintigste jaar) is het woord van JAHWEH tot mij gebeurd; en ik heb tot u gesproken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gehoord.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gehoord.",
      "text1637_html": "Van den dertienden jare Iosie, des soons Amons, des Conincks van Iuda, tot op desen dach toe (<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> dit is het drie en twintichste jaer) is het woort des HEEREN tot my geschiedt: ende ick hebbe tot ulieden gesproken, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vroech op zijnde ende sprekende, maer ghy en hebt niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gehoort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dezen",
          "new": "deze",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "geschied;",
          "new": "gebeurd;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);",
      "text1637": "Oock heeft de HEERE tot u gesonden alle sijne knechten de Propheten, [a] [5] vroech op zijnde ende sendende; (maer ghy en hebt [b] niet gehoort, noch uwe oore geneygt om te hooren.)",
      "text2026": "Ook heeft JAHWEH tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar u hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 vroeg op zijnde: Vergelijk boven Jer. 7:13. Jeremia 7:13: En nu, omdat gijlieden al deze werken doet, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar gij niet geantwoord hebt;",
          "text1637": "Vergel. bov. 7. op vers 13.",
          "text2026": "5 vroeg op zijnde: Vergelijk boven Jer. 7:13. Jeremia 7:13: En nu, omdat u al deze werken doet, spreekt JAHWEH, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar u niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar u niet geantwoord hebt;"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 7:13; idem 7:25; Jer. 11:7. Jeremia 7:13: En nu, omdat gijlieden al deze werken doet, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar gij niet geantwoord hebt; Jeremia 7:25: Van dien dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op dezen dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, ten dage als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op dezen dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem!",
          "text1637": "Ierem. 7.13, 25. ende 11.7.",
          "text2026": "Jer. 7:13; idem 7:25; Jer. 11:7. Jeremia 7:13: En nu, omdat u al deze werken doet, spreekt JAHWEH, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar u niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar u niet geantwoord hebt; Jeremia 7:25: Van die dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op deze dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, op de dag als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op deze dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem!"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 11:7; idem 11:8; idem 11:10; Jer. 13:10; idem 13:11; Jer. 16:12; Jer. 17:23; Jer. 18:12; Jer. 19:15; Jer. 22:21. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, ten dage als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op dezen dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 11:8: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iegelijk naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden dezes verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben. Jeremia 11:10: Zij zijn wedergekeerd tot de ongerechtigheden hunner voorvaderen, die Mijn woorden geweigerd hebben te horen; en zij hebben andere goden nagewandeld, om die te dienen; het huis Israëls en het huis van Juda hebben Mijn verbond gebroken, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb. Jeremia 13:10: Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijns harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt. Jeremia 13:11: Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden eens mans, alzo heb Ik het ganse huis Israëls en het ganse huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt de HEERE, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord. Jeremia 16:12: En gijlieden erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, gijlieden wandelt, een iegelijk naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen. Jeremia 17:23: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen. Jeremia 18:12: Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart. Jeremia 19:15: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen. Jeremia 22:21: Ik sprak u aan in uw groten voorspoed, maar gij zeidet: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat gij Mijner stem niet hebt gehoorzaamd.",
          "text1637": "Ierem. 11.7, 8, 10. ende 13.10, 11. ende 16.12. ende 17.23. ende 18.12. ende 19.15. ende 22.21.",
          "text2026": "Jer. 11:7; idem 11:8; idem 11:10; Jer. 13:10; idem 13:11; Jer. 16:12; Jer. 17:23; Jer. 18:12; Jer. 19:15; Jer. 22:21. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, op de dag als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op deze dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 11:8: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iedereen naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden van deze verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben. Jeremia 11:10: Zij zijn teruggekeerd tot de ongerechtigheden hun voorvaderen, die Mijn woorden geweigerd hebben te horen; en zij hebben andere goden nagewandeld, om die te dienen; het huis van Israël en het huis van Juda hebben Mijn verbond gebroken, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb. Jeremia 13:10: Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijn harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt. Jeremia 13:11: Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden van een man, zo heb Ik het gehele huis van Israël en het gehele huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt JAHWEH, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord. Jeremia 16:12: En u erger gedaan hebt dan uw vaderen; want ziet, u wandelt, een iedereen naar het goeddunken van zijn boos hart, om naar Mij niet te horen. Jeremia 17:23: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd; maar zij hebben hun nek verhard, om niet te horen, en om de tucht niet aan te nemen. Jeremia 18:12: Maar zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iedereen het goeddunken van zijn boos hart. Jeremia 19:15: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal over deze stad, en over al haar steden, al het kwaad brengen, dat Ik over haar gesproken heb; omdat zij hun nek verhard hebben, om Mijn woorden niet te horen. Jeremia 22:21: Ik sprak u aan in uw grote voorspoed, maar u zeide: Ik zal niet horen. Dit is uw weg van uw jeugd af, dat u Mijn stem niet hebt gehoorzaamd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שָׁלַח֩",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶ֜ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדָ֧י/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/נְּבִאִ֛ים",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הַשְׁכֵּ֥ם",
          "strongs": "H7925",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁלֹ֖חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֑ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "הִטִּיתֶ֥ם",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVhp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אָזְנְ/כֶ֖ם",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁמֹֽעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ook heeft JAHWEH tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vroeg op zijnde en zendende (maar u hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);",
      "text1637_html": "Oock heeft de HEERE tot u gesonden alle sijne knechten de Propheten, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vroech op zijnde ende sendende; (maer ghy en hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> niet gehoort, noch uwe oore geneygt om te hooren.)",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;",
      "text1637": "Seggende; [c] Bekeeret u doch, een yegelijck van sijnen boosen [6] wech, ende van de boosheyt uwer handelingen; ende [7] woonet in’t lant, dat de HEERE u ende uwen vaderen gegeven heeft, van eeuwe tot in eeuwe.",
      "text2026": "Zeggende: Bekeer u toch, ieder van zijn boze weg, en van de boosheid van uw handelingen, en woont in het land, dat JAHWEH u en uw vaders gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 bozen weg: Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "Siet Gen. 6. op vers 12.",
          "text2026": "6 bozen weg: Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 woont in het land: Dat is, zo zult gij zekerlijk wonen, Ik zal maken dat gij, enz. Zie Ps. 37:3. Psalmen 37:3: Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.",
          "text1637": "D. so sult ghy sekerlick woonen, ick sal maken, dat ghy, etc. siet Psal. 37. op vers 3.",
          "text2026": "7 woont in het land: Dat is, zo zult u zekerlijk wonen, Ik zal maken dat u, enz. Zie Ps. 37:3. Psalmen 37:3: Beth. Vertrouw op JAHWEH, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kon. 17:13; Jer. 18:11; Jer. 35:15; Jona 3:8. 2 Koningen 17:13: Als nu de HEERE tegen Israël en tegen Juda, door den dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb; Jeremia 18:11: Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed. Jeremia 35:15: En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord. Jona 3:8: Maar mens en beest zullen met zakken bedekt zijn, en zullen sterk tot God roepen; en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg, en van het geweld, dat in hun handen is.",
          "text1637": "2.Reg. 17.13. Ierem. 18.11. ende 35.15. Ion 3.8.",
          "text2026": "2 Kon. 17:13; Jer. 18:11; Jer. 35:15; Jona 3:8. 2 Koningen 17:13: Als nu JAHWEH tegen Israël en tegen Juda, door de dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb; Jeremia 18:11: Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen u, en denk tegen u een gedachte; zo bekeert u nu, een iedereen van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed. Jeremia 35:15: En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iedereen van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult u in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar u hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord. Jona 3:8: Maar mens en beest zullen met zakken bedekt zijn, en zullen sterk tot God roepen; en zij zullen zich bekeren, een iedereen van zijn bozen weg, en van het geweld, dat in hun handen is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֗ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שֽׁוּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "נָ֞א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/דַּרְכּ֤/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רָעָה֙",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֵ/רֹ֣עַ",
          "strongs": "H7455",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַעַלְלֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁבוּ֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/אֲדָמָ֔ה",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֧ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/אֲבֽוֹתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֖ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Bekeer u toch, ieder van zijn boze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> weg, en van de boosheid van uw handelingen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> woont in het land, dat JAHWEH u en uw vaders gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> weg, en van de boosheid uwer handelingen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;",
      "text1637_html": "Seggende; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Bekeeret u doch, een yegelijck van sijnen boosen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> wech, ende van de boosheyt uwer handelingen; en<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> woonet in’t lant, dat de HEERE u ende uwen vaderen gegeven heeft, van eeuwe tot in eeuwe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Bekeert",
          "new": "Bekeer",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "bozen",
          "new": "boze",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "vaderen",
          "new": "vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe.",
      "text1637": "Ende en wandelt andere Goden niet na, om die te dienen, ende u voor die neder te buygen: ende en vertoornet my niet door uwer handen werck, op dat ick u geen [8] quaet en doe.",
      "text2026": "En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neer te buigen; en vertoornt Mij niet door het werk van uw handen, opdat Ik u geen kwaad doe.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, kwaad der straffen, dat is, geen ongeluk of ellende toezend, gelijk dikwijls.",
          "text1637": "Verst. quaet der straffen. D. geen ongeluck ofte elende toesende, als dickwijls.",
          "text2026": "Versta, kwaad van de straffen, dat is, geen ongeluk of ellende toezend, gelijk dikwijls."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵּלְכ֗וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "אַֽחֲרֵי֙",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲחֵרִ֔ים",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָבְדָ֖/ם",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/הִשְׁתַּחֲוֺ֣ת",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HC/R/Vvc"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַכְעִ֤יסוּ",
          "strongs": "H3707",
          "morph": "HVhi2mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתִ/י֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַעֲשֵׂ֣ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְדֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָרַ֖ע",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neer te buigen; en vertoornt Mij niet door het werk van uw handen, opdat Ik u geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kwaad doe.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kwaad doe.",
      "text1637_html": "Ende en wandelt andere Goden niet na, om die te dienen, ende u voor die neder te buygen: ende en vertoornet my niet door uwer handen werck, op dat ick u geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> quaet en doe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "neder",
          "new": "neer",
          "principe": "V354"
        },
        {
          "old": "uwer handen werk,",
          "new": "het werk van uw handen,",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, u zelven ten kwade.",
      "text1637": "Maer ghy en hebt nae my niet gehoort, spreeckt de HEERE: op dat ghy my vertoorndet door ’t werck uwer handen, u selven ten quade.",
      "text2026": "Maar u hebt naar Mij niet gehoord, spreekt JAHWEH; opdat u Mij vertoornde door het werk van uw handen, u zelf ten kwade.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֥ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֖/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֧עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הכעסו/ני",
          "strongs": "H3707",
          "morph": "HVhp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַעֲשֵׂ֥ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְדֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/רַ֥ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Maar u hebt naar Mij niet gehoord, spreekt JAHWEH; opdat u Mij vertoornde door het werk van uw handen, u zelf ten kwade.</i></span>",
      "text1637_html": "Maer ghy en hebt nae my niet gehoort, spreeckt de HEERE: op dat ghy my vertoorndet door ’t werck uwer handen, u selven ten quade.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "vertoorndet",
          "new": "vertoornde",
          "principe": "V433"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "zelven",
          "new": "zelf",
          "principe": "V753"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord;",
      "text1637": "Daerom, soo seyt de HEERE der heyrscharen: Om dat ghy mijne woorden niet en hebt gehoort:",
      "text2026": "Daarom, zo zegt JAHWEH van de legermachten: Omdat u Mijn woorden niet hebt gehoord;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֕ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֑וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "יַ֕עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דְּבָרָֽ/י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Daarom, zo zegt JAHWEH van de legermachten: Omdat u Mijn woorden niet hebt gehoord;</i></span>",
      "text1637_html": "Daerom, soo seyt de HEERE der heyrscharen: Om dat ghy mijne woorden niet en hebt gehoort:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen:",
          "new": "legermachten:",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.",
      "text1637": "Siet ick sal [9] senden, ende nemen alle [10] geslachten van ’t Noorden, spreeckt de HEERE; ende [11] tot Nebucadrezar den Coninck van Babel, mijnen [12] knecht; ende salse brengen [13] over dit lant, ende over de inwoonders van dien, ende over alle dese volcken rontomme: ende ick salse [14] verbannen, ende salse stellen tot eene [15] ontsettinge, ende tot eene [d] aenfluytinge, ende tot [16] eeuwige woestheden.",
      "text2026": "Zie, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt JAHWEH; en tot Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners daarvan, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 alle geslachten: Dat is, alle natiën, die tegen het noorden wonen. Vergelijk boven Jer. 1:15. Jeremia 1:15: Want zie, Ik roep alle geslachten der koninkrijken van het noorden, spreekt de HEERE; en zij zullen komen, en zetten een iegelijk zijn troon voor de deur der poorten van Jeruzalem, en tegen al haar muren rondom, en tegen alle steden van Juda.",
          "text1637": "D. alle natien, die tegen ’t Noorden woonen. Vergel. bov. 1.15.",
          "text2026": "10 alle geslachten: Dat is, alle natiën, die tegen het noorden wonen. Vergelijk boven Jer. 1:15. Jeremia 1:15: Want zie, Ik roep alle geslachten van de koninkrijken van het noorden, spreekt JAHWEH; en zij zullen komen, en zetten een iedereen zijn troon voor de deur van de poorten van Jeruzalem, en tegen al haar muren rondom, en tegen alle steden van Juda."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 tot Nebukadnezar: Versta, zal Ik zenden, gelijk in het voorgaande; of en Nebukadnezar; te weten, zal Ik nemen, enz.",
          "text1637": "Verst. sal ick senden, als in’t voorgaende. ofte, ende Nebucadrezar. T.w. sal ick nemen, etc.",
          "text2026": "11 tot Nebukadnezar: Versta, zal Ik zenden, gelijk in het voorgaande; of en Nebukadnezar; te weten, zal Ik nemen, enz."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dien Ik voorgenomen heb te gebruiken tot uitvoering mijner oordelen over vele volken. Vergelijk Jews. 44:28, en Jes. 45:1, alzo onder Jer. 27:6, en Jer. 43:10. Vergelijk ook onder Jer. 29:4, 29:7, 29:14, 29:20, en Jer. 51:7. Jesaja 45:1: Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: Jeremia 27:6: En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen. Jeremia 43:10: En zeg tot hen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal henenzenden, en Nebukadrezar, den koning van Babel, Mijn knecht, halen, en Ik zal zijn troon zetten boven op deze stenen, die Ik verborgen heb; en hij zal zijn schone tent daarover spannen. Jeremia 29:4: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: Jeremia 29:7: En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben. Jeremia 29:14: En Ik zal van ulieden gevonden worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren. Jeremia 29:20: Gij dan, hoort des HEEREN woord, gij allen, die gevankelijk zijt weggevoerd, die Ik van Jeruzalem naar Babel heb weggezonden! Jeremia 51:7: Babel was een gouden beker in de hand des HEEREN, die de ganse aarde dronken maakte; de volken hebben van haar wijn gedronken, daarom zijn de volken dol geworden.",
          "text1637": "Dien ick voorgenomen hebbe te gebruycken tot uytvoeringe mijner oordeelen over vele volcken. Vergel. Ies. 44.28. ende 45.1. alsoo ond. 27.6. ende 43.10. Vergel. oock ond. 29.4, 7, 14, 20. ende 51.7.",
          "text2026": "Die Ik voorgenomen heb te gebruiken tot uitvoering mijn oordelen over vele volken. Vergelijk Jews. 44:28, en Jes. 45:1, zo onder Jer. 27:6, en Jer. 43:10. Vergelijk ook onder Jer. 29:4, 29:7, 29:14, 29:20, en Jer. 51:7. Jesaja 45:1: Zo zegt JAHWEH tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen van de koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: Jeremia 27:6: En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte van het veld heb Ik hem gegeven, om hem te dienen. Jeremia 43:10: En zeg tot hen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal henenzenden, en Nebukadrezar, de koning van Babel, Mijn knecht, halen, en Ik zal zijn troon zetten boven op deze stenen, die Ik verborgen heb; en hij zal zijn schone tent daarover spannen. Jeremia 29:4: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: Jeremia 29:7: En zoekt de vrede van de stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot JAHWEH; want in haar vrede zult u vrede hebben. Jeremia 29:14: En Ik zal van u gevonden worden, spreekt JAHWEH, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt JAHWEH; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren. Jeremia 29:20: U dan, hoort van JAHWEH woord, u allen, die gevankelijk zijt weggevoerd, die Ik van Jeruzalem naar Babel heb weggezonden! Jeremia 51:7: Babel was een gouden beker in de hand van JAHWEH, die de gehele aarde dronken maakte; de volken hebben van haar wijn gedronken, daarom zijn de volken dol geworden."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 over dit land: Of, tegen, en zo in het volgende.",
          "text1637": "Ofte, tegen, ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "13 over dit land: Of, tegen, en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Deut. 2:34. Deuteronomium 2:34: En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.",
          "text1637": "Siet Deut. 2. op vers 34.",
          "text2026": "Zie Deut. 2:34. Deuteronomium 2:34: En wij namen in die tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderen; wij lieten niemand overblijven."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, schrik; anders, verwoesting. Zie boven Jer. 18:16, en onder vers 18. Jeremia 18:16: Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden. Jeremia 25:18: Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;",
          "text1637": "Oft, schrick. and. verwoestinge. siet bov. 18.16. ende ond. vers 18.",
          "text2026": "Of, schrik; anders, verwoesting. Zie boven Jer. 18:16, en onder vers 18. Jeremia 18:16: Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden. Jeremia 25:18: Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te deze dage;"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 eeuwige woestheden: Hebreeuws, woestheden der eeuwigheid; dat is, langdurige.",
          "text1637": "Hebr. woestheden der eeuwicheyt. D. lanckduerige.",
          "text2026": "16 eeuwige woestheden: Hebreeuws, woestheden van de eeuwigheid (עוֹלָֽם); dat is, langdurige."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, door mijn verborgen goddelijke regering zal Ik hen doen vergaderen en opkomen, alsof zij door boden en opzettelijk bevel kwamen aantrekken; vergelijk onder Jer. 49:14. Jeremia 49:14: Ik heb een gerucht gehoord van den HEERE, en er is een gezant geschikt onder de heidenen, om te zeggen: Vergadert u, en komt aan tegen haar, en maakt u op ten strijde.",
          "text1637": "D. door mijne verborgene godtlicke regeringe sal ickse doen vergaderen ende opkomen, als ofse door boden ende expres bevel quamen aentrecken. Vergel. ond. 49.14.",
          "text2026": "Dat is, door mijn verborgen goddelijke regering zal Ik hen doen vergaderen en opkomen, alsof zij door boden en opzettelijk bevel kwamen aantrekken; vergelijk onder Jer. 49:14. Jeremia 49:14: Ik heb een gerucht gehoord van JAHWEH, en er is een gezant geschikt onder de heidenen, om te zeggen: Vergadert u, en komt aan tegen haar, en maakt u op ten strijde."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 19:8. Jeremia 19:8: En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.",
          "text1637": "Ierem. 19.8.",
          "text2026": "Jer. 19:8. Jeremia 19:8: En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֣י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׁלֵ֡חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לָקַחְתִּי֩",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפְּח֨וֹת",
          "strongs": "H4940",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "צָפ֜וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֣ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶל֮",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַבְדִּ/י֒",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲבִ֨אֹתִ֜י/ם",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֤רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּאת֙",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יֹ֣שְׁבֶ֔י/הָ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֛ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֥ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֖לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "סָבִ֑יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ֣חֲרַמְתִּ֔י/ם",
          "strongs": "H2763",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שַׂמְתִּי/ם֙",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁמָּ֣ה",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִ/שְׁרֵקָ֔ה",
          "strongs": "H8322",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/חָרְב֖וֹת",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HC/R/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zie, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zenden, en nemen alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geslachten van het noorden, spreekt JAHWEH; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> knecht; en zal ze brengen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> over dit land, en over de inwoners daarvan, en over al deze volken rondom; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ze verbannen, en zal ze stellen tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ontzetting, en tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> aanfluiting, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> eeuwige woestheden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ziet, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zenden, en nemen alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> knecht; en zal ze brengen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> ze verbannen, en zal ze stellen tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ontzetting, en tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> aanfluiting, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> eeuwige woestheden.",
      "text1637_html": "Siet ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> senden, ende nemen alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> geslachten van ’t Noorden, spreeckt de HEERE; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> tot Nebucadrezar den Coninck van Babel, mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> knecht; ende salse brengen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> over dit lant, ende over de inwoonders van dien, ende over alle dese volcken rontomme: ende ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> verbannen, ende salse stellen tot eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ontsettinge, ende tot eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> aenfluytinge, ende tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> eeuwige woestheden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "de HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "van hetzelve,",
          "new": "daarvan,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En Ik zal van hen doen vergaan de stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der molens en het licht der lamp.",
      "text1637": "Ende ick sal van hen doen vergaen [e] de [17] stemme der vrolickheyt: ende de stemme der vreuchde; de stemme des bruydegoms, ende de stemme der bruyt: het geluyt der [18] meulens, ende het licht der [19] lampe.",
      "text2026": "En Ik zal van hen doen vergaan de stem van de vrolijkheid en de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van de molens en het licht van de lamp.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 stem der vrolijkheid: Gelijk boven Jer. 7:34. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden.",
          "text1637": "Als bov. 7.34.",
          "text2026": "17 stem van de vrolijkheid: Gelijk boven Jer. 7:34. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem van de vrolijkheid en de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid; want het land zal tot een verwoesting worden."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, molenstenen. Versta, van de handmolens, die in een zo grote volrijke stad in grote menigte waren. Zie Exod. 11:5, en Deut. 24:6, idem Openb. 18:22. De zin is, dat God al het gerief van leeftocht zou wegnemen. Exodus 11:5: En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter den molen is, en alle eerstgeborenen van het vee. Deuteronomium 24:6: Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand. Openbaring 18:22: En de stem der citerspelers, en der zangers, en der fluiters, en der bazuiners, zal niet meer in u gehoord worden; en geen kunstenaar van enige kunst zal meer in u gevonden worden; en geen geluid des molens zal in u meer gehoord worden.",
          "text1637": "Ofte, meulensteenen. verstaet der hantmeulens, die in soo eene groote volckrijcke stadt in groote menichte waren. siet Exod. 11. op vers 5. ende Deut. 24. op vers 6. item Apoc. 18.22. de sin is, dat Godt allen gerijf van leeftocht soude wechnemen.",
          "text2026": "Of, molenstenen. Versta, van de handmolens, die in een zo grote volrijke stad in grote menigte waren. Zie Ex. 11:5, en Deut. 24:6, idem Openb. 18:22. De zin is, dat God al het gerief van leeftocht zou wegnemen. Exodus 11:5: En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot de eerstgeborene van de dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee. Deuteronomium 24:6: Men zal beide molenstenen, immers de bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand. Openbaring 18:22: En de stem van de citerspelers, en van de zangers, en van de fluiters, en van de bazuiners, zal niet meer in u gehoord worden; en geen kunstenaar van enige kunst zal meer in u gevonden worden; en geen geluid van de molens zal in u meer gehoord worden."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, kaars; waardoor men verstaan kan dat God hunne banketten en gastmalen, die zij in den diepen nacht bij grote lampen, of kaarsen en fakkels, hielden, zou doen ophouden; of eenvoudig, dat er gene nachtwaken meer zouden zijn, ten opzien van welke in een zo grote stad, den gansen nacht door, licht placht te zijn; of in het algemeen, dat er geen voorspoed, vreugde, noch troost zou zijn, gelijk zulks in de Heilige Schrift door duisternis, of gebrek van licht, verstaan wordt.",
          "text1637": "Ofte, keersse: waerdoor men verstaen kan, dat Godt hare bancketten ende gastmalen, die sy in de diepe nacht by groote lampen, ofte keerssen ende fackelen, hielden, soude doen ophouden: ofte simpelick, datter geene nacht-waken meer en souden zijn, ten opsien van de welcke in soo eene groote stadt, den gantschen nacht door, licht plach te zijn: ofte, in’t gemeyn, datter geen voorspoet, vreuchde, noch troost soude zijn, gelijck sulcx in de H. Schrift door duysternisse, ofte, gebreck van licht, verstaen wort.",
          "text2026": "Of, kaars; waardoor men verstaan kan dat God hun banketten en gastmalen, die zij in de diepen nacht bij grote lampen, of kaarsen en fakkels, hielden, zou doen ophouden; of eenvoudig, dat er gene nachtwaken meer zouden zijn, ten opzien van welke in een zo grote stad, de gansen nacht door, licht placht te zijn; of in het algemeen, dat er geen voorspoed, vreugde, noch troost zou zijn, gelijk zulks in de Heilige Schrift door duisternis, of gebrek van licht, verstaan wordt."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 24:7; Jer. 7:34; Jer. 16:9; Ezech. 26:13. Jesaja 24:7: De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden. Jeremia 16:9: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem der vreugde en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid. Ezechiël 26:13: Zo zal Ik het gedeun uwer liederen doen ophouden, en het geklank uwer harpen zal niet meer gehoord worden.",
          "text1637": "Ies. 24.7. Ierem. 7.34. ende 16.9. Ezech. 26.13.",
          "text2026": "Jes. 24:7; Jer. 7:34; Jer. 16:9; Ez. 26:13. Jesaja 24:7: De most treurt, de wijnstok kweelt, allen die blijhartig waren, zuchten. Jeremia 7:34: En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem van de vrolijkheid en de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid; want het land zal tot een verwoesting worden. Jeremia 16:9: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal van deze plaats, voor ulieder ogen en in ulieder dagen, doen ophouden de stem van de vreugde en de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid. Ezechiël 26:13: Zo zal Ik het gedeun uw liederen doen ophouden, en het geklank uw harpen zal niet meer gehoord worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַאֲבַדְתִּ֣י",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֗ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "ק֤וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׂשׂוֹן֙",
          "strongs": "H8342",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שִׂמְחָ֔ה",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "ק֥וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חָתָ֖ן",
          "strongs": "H2860",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כַּלָּ֑ה",
          "strongs": "H3618",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "ק֥וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֵחַ֖יִם",
          "strongs": "H7347",
          "morph": "HNcmda"
        },
        {
          "woord": "וְ/א֥וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "נֵֽר",
          "strongs": "H5216",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En Ik zal van hen doen vergaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> stem van de vrolijkheid en de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de molens en het licht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de lamp.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal van hen doen vergaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> stem der vrolijkheid en de stem de vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, het geluid der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> molens en het licht der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> lamp.",
      "text1637_html": "Ende ick sal van hen doen vergaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> stemme der vrolickheyt: ende de stemme der vreuchde; de stemme des bruydegoms, ende de stemme der bruyt: het geluyt der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> meulens, ende het licht der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> lampe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des bruidegoms",
          "new": "van de bruidegom",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.",
      "text1637": "Ende dit gantsche lant sal worden tot eene woestheyt, [20] tot eene ontsettinge: ende dese volcken sullen den Coninck van Babel dienen tseventich jaer.",
      "text2026": "En dit hele land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen de koning van Babel dienen zeventig jaren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 tot een ontzetting: Of, tot ontzettens, of schrikkens toe. Alzo vers 18. Jeremia 25:18: Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;",
          "text1637": "Ofte, tot ontsettens, ofte, schrickens toe. alsoo vers 18.",
          "text2026": "20 tot een ontzetting: Of, tot ontzettens, of schrikkens toe. Zo vers 18. Jeremia 25:18: Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te deze dage;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָֽיְתָה֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֔את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָרְבָּ֖ה",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁמָּ֑ה",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָ֨בְד֜וּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֥ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֛לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְעִ֥ים",
          "strongs": "H7657",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָֽה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En dit hele land zal worden tot een woestheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> tot een ontzetting; en deze volken zullen de koning van Babel dienen zeventig jaren.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En dit ganse land zal worden tot een woestheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.",
      "text1637_html": "Ende dit gantsche lant sal worden tot eene woestheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> tot eene ontsettinge: ende dese volcken sullen den Coninck van Babel dienen tseventich jaer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Maar het zal geschieden, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeeën, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.",
      "text1637": "Maer ’tsal geschieden, alsde [f] tseventich jaren vervult zijn, [dan] sal ick over den Coninck van Babel, ende over dat volck, spreeckt de HEERE, hare ongerechticheyt besoecken, mitsgaders over het lant der Chaldeen: ende sal [21] dat stellen tot [22] eeuwige verwoestingen.",
      "text2026": "Maar het zal gebeuren, als de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over de koning van Babel, en over dat volk, spreekt JAHWEH, hun ongerechtigheid bezoeken, en ook over het land van de Chaldeeën, en zal dat stellen tot eeuwige verwoestingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 dat stellen: Volk, of land der Chaldeën.",
          "text1637": "Volck, ofte, lant der Chaldeen.",
          "text2026": "21 dat stellen: Volk, of land van de Chaldeën."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 eeuwige verwoestingen: Hebreeuws, verwoestingen der eeuwigheid.",
          "text1637": "Hebr. verwoestingen der eeuwicheyt.",
          "text2026": "22 eeuwige verwoestingen: Hebreeuws, verwoestingen van de eeuwigheid (עוֹלָֽם)."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kron. 36:22; Ezra 1:1; Jer. 29:10; Dan. 9:2. 2 Kronieken 36:22: Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzië, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, door den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzië, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Ezra 1:1: In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzië, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, uit den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzië, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Jeremia 29:10: Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats. Daniël 9:2: In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.",
          "text1637": "2.Chron. 36.22. Ezr. 1.1. Ierem. 29.10. Dan. 9.2.",
          "text2026": "2 Kron. 36:22; Ezra 1:1; Jer. 29:10; Dan. 9:2. 2 Kronieken 36:22: Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzië, opdat volbracht wierd het woord van JAHWEH, door de mond van Jeremia, verwekte JAHWEH de geest van Kores, koning van Perzië, dat hij een stem liet doorgaan door zijn gehele koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Ezra 1:1: In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzië, opdat volbracht wierd het woord van JAHWEH, uit de mond van Jeremia, verwekte JAHWEH de geest van Kores, koning van Perzië, dat hij een stem liet doorgaan door zijn gehele koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Jeremia 29:10: Want zo zegt JAHWEH: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik u bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats. Daniël 9:2: In het eerste jaar zijn regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal van de jaren, van die het woord van JAHWEH tot de profeet Jeremia geschied was, in het vervullen van de verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "כִ/מְלֹ֣אות",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְעִ֣ים",
          "strongs": "H7657",
          "morph": "HAcbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָ֡ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶפְקֹ֣ד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶל֩",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּ֨וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֧וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנָ֖/ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "כַּשְׂדִּ֑ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שַׂמְתִּ֥י",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹת֖/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/שִֽׁמְמ֥וֹת",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Maar het zal gebeuren, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over de koning van Babel, en over dat volk, spreekt JAHWEH, hun ongerechtigheid bezoeken, en ook over het land van de Chaldeeën, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dat stellen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> eeuwige verwoestingen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar het zal geschieden, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> de zeventig jaren vervuld zijn, dan zal Ik over den koning van Babel, en over dat volk, spreekt de HEERE, hun ongerechtigheid bezoeken, mitsgaders over het land der Chaldeeën, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dat stellen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> eeuwige verwoestingen.",
      "text1637_html": "Maer ’tsal geschieden, alsde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> tseventich jaren vervult zijn, [dan] sal ick over den Coninck van Babel, ende over dat volck, spreeckt de HEERE, hare ongerechticheyt besoecken, mitsgaders over het lant der Chaldeen: ende sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dat stellen tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> eeuwige verwoestingen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "mitsgaders",
          "new": "en ook",
          "principe": "V7"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.",
      "text1637": "Ende ick sal over dat lant brengen alle mijne woorden, die ick daer over gesproken hebbe: al wat in dit boeck geschreven is, dat Ieremia gepropheteert heeft, over alle dese volcken.",
      "text2026": "En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/הבאיתי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/הִ֔יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דְּבָרַ֖/י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֣רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֑י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֤ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּתוּב֙",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HTd/Vqsmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/סֵּ֣פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נִבָּ֥א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En Ik zal over dat land brengen al Mijn woorden, die Ik daarover gesproken heb; al wat in dit boek geschreven is, wat Jeremia geprofeteerd heeft over al deze volken.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende ick sal over dat lant brengen alle mijne woorden, die ick daer over gesproken hebbe: al wat in dit boeck geschreven is, dat Ieremia gepropheteert heeft, over alle dese volcken."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.",
      "text1637": "Want [g] [23] van haer sullen sich doen dienen, die oock machtige volcken ende groote Coningen zijn: also sal ick haer vergelden nae haer doen, ende nae ’t werck harer handen.",
      "text2026": "Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; zo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk van hun handen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 van hen zullen zich doen dienen: Hebreeuws, hebben zich gediend; dat is, zullen zich zekerlijk van hen laten dienen, gebruikende hen als slaven. De zin is: Gelijk de Chaldeën of Babyloniërs andere grote volken en koningen tenonder gebracht en tot dienstbaarheid gedwongen hebben, alzo zal hun wederom van al zulke volken en koningen geschieden, die alzo wel machtig en groot zijn als zij; te weten de Perzen en Meden. Zie dezelfde manier van spreken boven Jer. 22:13, en onder Jer. 27:7, en Jer. 30:8; Ezech. 34:27, enz. Jeremia 22:13: Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet! Jeremia 27:7: En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen. Jeremia 30:8: Want het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen. Ezechiël 34:27: En het geboomte des velds zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen.",
          "text1637": "Hebr. hebben sich gedient: D. sullen sich sekerlijck van haer laten dienen, gebruyckende haer als slaven. de sin is: gelijck de Chaldeen ofte Babyloniers andere groote volcken ende Coningen t’ondergebracht, ende tot dienstbaerheyt gedwongen hebben, alsoo sal haer wederom van alsulcke volcken ende Coningen geschieden, die alsoo wel machtich ende groot zijn als sy: T.w. de Persen ende Meden. siet deselve maniere van spreken bov. 22. op vers 13. ende ond. 27.7. ende 30.8. Ezech. 34.27, etc.",
          "text2026": "23 van hen zullen zich doen dienen: Hebreeuws, hebben zich gediend; dat is, zullen zich zekerlijk van hen laten dienen, gebruikende hen als slaven. De zin is: Gelijk de Chaldeën of Babyloniërs andere grote volken en koningen tenonder gebracht en tot dienstbaarheid gedwongen hebben, zo zal hun opnieuw van al zulke volken en koningen gebeuren, die zo wel machtig en groot zijn als zij; te weten de Perzen en Meden. Zie dezelfde manier van spreken boven Jer. 22:13, en onder Jer. 27:7, en Jer. 30:8; Ez. 34:27, enz. Jeremia 22:13: Wee die, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijn naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet! Jeremia 27:7: En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijn zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijn eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen. Jeremia 30:8: Want het zal op die dag gebeuren, spreekt JAHWEH van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen. Ezechiël 34:27: En het geboomte van het veld zal zijn vrucht geven, en het land zal zijn inkomst geven, en zij zullen zeker zijn in hun land; en zullen weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik de disselbomen huns juks zal hebben verbroken, en hen gerukt uit de hand dergenen, die zich van hen deden dienen."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 27:7. Jeremia 27:7: En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.",
          "text1637": "Ierem. 27.7.",
          "text2026": "Jer. 27:7. Jeremia 27:7: En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijn zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijn eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עָֽבְדוּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ֤/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֨מָּה֙",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֣ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֔ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְלָכִ֖ים",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "גְּדוֹלִ֑ים",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׁלַּמְתִּ֥י",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HC/Vpq1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/פָעֳלָ֖/ם",
          "strongs": "H6467",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/מַעֲשֵׂ֥ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְדֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; zo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk van hun handen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> van haer sullen sich doen dienen, die oock machtige volcken ende groote Coningen zijn: also sal ick haer vergelden nae haer doen, ende nae ’t werck harer handen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Want alzo heeft de HEERE, de God Israëls, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;",
      "text1637": "Want alsoo heeft de HEERE, de Godt Israëls, tot my [24] geseyt; Neemt [25] desen beker des [h] wijns der grimmicheyt, van mijner hant, ende geeft dien te drincken allen den volcken, tot welcken ick u sende:",
      "text2026": "Want zo heeft JAHWEH, de God van Israël, tot mij gezegd: Neem deze beker van de wijn van de woede van Mijn hand, en geef die te drinken aan al de volken, tot wie Ik u zend;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In een gezicht.",
          "text1637": "In een gesichte.",
          "text2026": "In een gezicht."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 dezen beker des wijns: Of, den beker des wijns dezer grimmigheid; waarmede afgebeeld werden Gods toorn, oordelen en plagen, die Hij dezen volken bereid had en toezenden wil, met last aan Jeremia, om zulks alles voorheen openlijk te verkondigen en aan te zeggen, tot Gods eer, onderwijs en waarschuwing zijns volks, en overtuiging der goddelozen. Vergelijk Ps. 75:9; Jes. 51:17; Openb. 16:19. Psalmen 75:9: Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken. Jesaja 51:17: Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, ja, uitgezogen. Openbaring 16:19: En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden der heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God, om haar te geven den drinkbeker van den wijn des toorns Zijner gramschap.",
          "text1637": "Ofte, den beker des wijns deser grimmicheyt: waermede afgebeelt wierden, Godts toorn, oordeelen ende plagen, die hy desen volcken bereydt hadde ende toesenden wilde, met last aen Ieremia, om sulcx alles voor henen opentlick te vercondigen, ende aen te seggen, tot Godts eere, onderwijs ende waerschouwinge sijns volcks, ende overtuyginge der godtloosen. Verg. Psal. 75.9. Iesa. 51.17. Apoc. 16.19.",
          "text2026": "25 deze beker van de wijn: Of, de beker van de wijn van deze grimmigheid; waarmee afgebeeld werden Gods toorn, oordelen en plagen, die Hij deze volken bereid had en toezenden wil, met last aan Jeremia, om zulks alles voorheen openlijk te verkondigen en aan te zeggen, tot Gods eer, onderwijs en waarschuwing zijn volks, en overtuiging van de goddelozen. Vergelijk Ps. 75:9; Jes. 51:17; Openb. 16:19. Psalmen 75:9: Want in de hand van JAHWEH is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; maar alle goddelozen van de aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken. Jesaja 51:17: Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! u, die gedronken hebt van de hand van JAHWEH de beker Zijn grimmigheid; de droesem van de beker van de zwijmeling hebt u gedronken, ja, uitgezogen. Openbaring 16:19: En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden van de heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God, om haar te geven de drinkbeker van de wijn van de toorn Zijn toorn."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 13:12. Jeremia 13:12: Daarom zeg dit woord tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Alle flessen zullen met wijn gevuld worden. Dan zullen zij tot u zeggen: Weten wij niet zeer wel, dat alle flessen met wijn gevuld zullen worden?",
          "text1637": "Ierem. 13.12.",
          "text2026": "Jer. 13:12. Jeremia 13:12: Daarom zeg dit woord tot hen: Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Alle flessen zullen met wijn gevuld worden. Dan zullen zij tot u zeggen: Weten wij niet zeer wel, dat alle flessen met wijn gevuld zullen worden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹה֩",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֨ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֜ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֤י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֔/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "קַ֠ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כּ֨וֹס",
          "strongs": "H3563",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יַּ֧יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֵמָ֛ה",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֖את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּדִ֑/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁקִיתָ֤ה",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HC/Vhq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֹת/וֹ֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֧ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֛י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׁלֵ֥חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אוֹתְ/ךָ֖",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo heeft JAHWEH, de God van Israël, tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gezegd: <span class=\"god-speaks\"><i>Neem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> deze beker van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> de wijn van de woede van Mijn hand, en geef die te drinken aan al de volken, tot wie Ik u zend;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want alzo heeft de HEERE, de God Israëls, tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gezegd: Neem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dezen beker des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;",
      "text1637_html": "Want alsoo heeft de HEERE, de Godt Israëls, tot my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> geseyt; Neemt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> desen beker des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> wijns der grimmicheyt, van mijner hant, ende geeft dien te drincken allen den volcken, tot welcken ick u sende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dezen",
          "new": "deze",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "des wijns der grimmigheid",
          "new": "van de wijn van de woede",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "aan",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "welke",
          "new": "wie",
          "principe": "V1006"
        },
        {
          "old": "zende;",
          "new": "zend;",
          "principe": "W14"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.",
      "text1637": "Datse drincken, ende beven, ende dul worden van wegen des [26] sweerts, dat ick onder hen sal senden.",
      "text2026": "Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, krijg en oorlog, met alle bittere gevolgen van dien; vergelijk Ps. 22:21; alzo onder vers 27, 25:29. Psalmen 22:21: Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds. Jeremia 25:27: Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.",
          "text1637": "D. krijch ende oorloch, met alle bittere gevolgen van dien. Vergel. Psal. 22. op vers 21. alsoo ond. vers 27, 29.",
          "text2026": "Dat is, krijg en oorlog, met alle bittere gevolgen van die; vergelijk Ps. 22:21; zo onder vers 27, 25:29. Psalmen 22:21: Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de honds. Jeremia 25:27: U zult dan tot hen zeggen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat u niet weer opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שָׁת֕וּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִֽתְגֹּֽעֲשׁ֖וּ",
          "strongs": "H1607",
          "morph": "HC/Vrq3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִתְהֹלָ֑לוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HC/Vrq3cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֶ֔רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֛ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֥י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׁלֵ֖חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּינֹתָֽ/ם",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.",
      "text1637_html": "Datse drincken, ende beven, ende dul worden van wegen des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> sweerts, dat ick onder hen sal senden."
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;",
      "text1637": "Ende ick nam den beker van des HEEREN hant: ende ick gaf te drincken allen den volcken, tot welcken de HEERE my gesonden hadde:",
      "text2026": "En ik nam de beker uit de hand van JAHWEH, en ik gaf te drinken aan al de volken, tot wie JAHWEH mij gezonden had;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶקַּ֥ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/כּ֖וֹס",
          "strongs": "H3563",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וָֽ/אַשְׁקֶה֙",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HC/Vhw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שְׁלָחַ֥/נִי",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik nam de beker uit de hand van JAHWEH, en ik gaf te drinken aan al de volken, tot wie JAHWEH mij gezonden had;",
      "text1637_html": "Ende ick nam den beker van des HEEREN hant: ende ick gaf te drincken allen den volcken, tot welcken de HEERE my gesonden hadde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "uit de hand",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des HEEREN hand,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "aan",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "welke de HEERE",
          "new": "wie JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;",
      "text1637": "[Naemlick] Ierusalem, ende de steden van Iuda, ende hare Coningen, ende hare Vorsten: om die te stellen tot eene [27] woestheyt, tot eene ontsettinge, tot eene aenfluytinge, ende tot eenen vloeck, [28] gelijck het is te desen dage:",
      "text2026": "Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, zoals het is op deze dag;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven vers 9, 25:11. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. Jeremia 25:11: En dit ganse land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen den koning van Babel dienen zeventig jaren.",
          "text1637": "Als bov. versen 9, 11.",
          "text2026": "Gelijk boven vers 9, 25:11. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt JAHWEH; en tot Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelfde, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden. Jeremia 25:11: En dit gehele land zal worden tot een woestheid, tot een ontzetting; en deze volken zullen de koning van Babel dienen zeventig jaren."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 gelijk het is te dezen dage: Vergelijk Deut. 4:20, 4:38, en Deut. 8:18; 1 Kon. 8:24. Hieruit wordt door sommigen afgenomen dat Jeremia dit beschreven heeft ten tijde van de vervulling dezer profetie. Anders, als [of het ware] te dezen dage; dat is, het zal zo zekerlijk geschieden, alsof men het nu voor ogen zag. De aandachtige lezer kan ook vergelijken 2 Kron. 29:8. Deuteronomium 4:20: Maar ulieden heeft de HEERE aangenomen, en uit den ijzeroven, uit Egypte, uitgevoerd; opdat gij Hem tot een erfvolk zoudt zijn, gelijk het te dezen dage is. Deuteronomium 4:38: Om volken, die groter en machtiger waren dan gij, voor uw aangezicht uit de bezitting te verdrijven; om u in te brengen, dat Hij u hunlieder land ter erfenis gave, als het te dezen dage is. Deuteronomium 8:18: Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is. 1 Koningen 8:24: Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is. 2 Kronieken 29:8: Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.",
          "text1637": "Vergel. Deut. 4, 20, 38. ende 8.18. 1.Reg. 8.24. hier uyt wort by sommige afgenomen, dat Ieremia dit beschreven heeft ten tijde van de vervullinge deser Prophetie. And. als [of het ware] te desen dage. D. ’t sal soo sekerlick geschieden, als ofmen ’t nu voor oogen sage. De aendachtige leser kan oock vergel. 2.Chron. 29.8.",
          "text2026": "28 gelijk het is te deze dage: Vergelijk Deut. 4:20, 4:38, en Deut. 8:18; 1 Kon. 8:24. Hieruit wordt door sommigen afgenomen dat Jeremia dit beschreven heeft ten tijde van de vervulling van deze profetie. Anders, als [of het ware] te deze dage; dat is, het zal zo zekerlijk gebeuren, alsof men het nu voor ogen zag. De aandachtige lezer kan ook vergelijken 2 Kron. 29:8. Deuteronomium 4:20: Maar u heeft JAHWEH aangenomen, en uit de ijzeroven, uit Egypte, uitgevoerd; opdat u Hem tot een erfvolk zoudt zijn, gelijk het te deze dage is. Deuteronomium 4:38: Om volken, die groter en machtiger waren dan u, voor uw aangezicht uit de bezitting te verdrijven; om u in te brengen, dat Hij u hunlieder land ter erfenis gave, als het te deze dage is. Deuteronomium 8:18: Maar u zult gedenken JAHWEH, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te deze dage is. 1 Koningen 8:24: Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat U tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt U gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te deze dage is. 2 Kronieken 29:8: Daarom is een grote toorn van JAHWEH over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als u ziet met uw ogen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֨ם֙",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "עָרֵ֣י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "מְלָכֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שָׂרֶ֑י/הָ",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לָ/תֵ֨ת",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ֜/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָרְבָּ֧ה",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁמָּ֛ה",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁרֵקָ֥ה",
          "strongs": "H8322",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִ/קְלָלָ֖ה",
          "strongs": "H7045",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/יּ֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zoals het is op deze dag;",
      "textSV1888_html": "Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> gelijk het is te dezen dage;",
      "text1637_html": "[Naemlick] Ierusalem, ende de steden van Iuda, ende hare Coningen, ende hare Vorsten: om die te stellen tot eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> woestheyt, tot eene ontsettinge, tot eene aenfluytinge, ende tot eenen vloeck, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> gelijck het is te desen dage:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gelijk",
          "new": "zoals",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "te dezen dage;",
          "new": "op deze dag;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;",
      "text1637": "[29] Pharao, den Coninck van [i] Egypten, ende sijnen knechten, ende sijnen Vorsten, ende al sijn volck:",
      "text2026": "Farao, de koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 12:15, en onder Jer. 46. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.",
          "text1637": "Siet Gen. 12. op vers 15. ende ond. cap. 46.",
          "text2026": "Zie Gen. 12:15, en onder Jer. 46. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 46.",
          "text1637": "Ierem. cap. 46.",
          "text2026": "Jer. 46."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֧ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֛יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדָ֥י/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "שָׂרָ֖י/ו",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַמּֽ/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Farao, de koning van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Farao, den koning van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Pharao, den Coninck van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Egypten, ende sijnen knechten, ende sijnen Vorsten, ende al sijn volck:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;",
      "text1637": "Ende den gantschen [30] gemengden hoop, ende allen Coningen des lants van [31] Uz: ende allen [32] Coningen van der [k] Philistijnen lant, ende [33] Askelon, ende Gaza, ende Ekron, ende het [34] overblijfsel van Asdod:",
      "text2026": "En de hele gemengde hoop, en alle koningen van het land van Uz; en alle koningen van de Filistijnen, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 gemengden hoop: Hierdoor verstaan sommigen ene vermenging van allerlei natiën onder en door elkander wonende, zonder onderscheid of bepaling van steden of bijzondere grenzen. Alzo vers 24. Jeremia 25:24: En allen koningen van Arabië; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;",
          "text1637": "Hier door verstaen sommige eene vermenginge van allerley natien onder ende door malkanderen woonende, sonder onderscheydinge ofte bepalinge van steden ofte bysondere grenzen. alsoo vers 24.",
          "text2026": "30 gemengden hoop: Hierdoor verstaan sommigen ene vermenging van allerlei natiën onder en door elkaar wonende, zonder onderscheid of bepaling van steden of bijzondere grenzen. Zo vers 24. Jeremia 25:24: En alle koningen van Arabië; en alle koningen van de gemengden hoops, die in de woestijn wonen;"
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 10:23, en Job 1:1. Genesis 10:23: En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz. Job 1:1: Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.",
          "text1637": "Siet Iob 1. op vers 1. ende Gen. 10. op vers 23.",
          "text2026": "Zie Gen. 10:23, en Job 1:1. Genesis 10:23: En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz. Job 1:1: Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelfde man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, kleine koningen, vorsten, gouverneurs, drosten, of hoofdbaljuwen. Vergelijk Jer. 47, en zie Richt. 3:3. Richteren 3:3: Vijf vorsten der Filistijnen, en al de Kanaänieten, en de Sidoniërs, en de Hevieten, wonende in het gebergte van den Libanon, van den berg Baäl-hermon, tot daar men komt te Hamath.",
          "text1637": "Verst. kleyne Coningen, Vorsten, Gouverneurs, Drosten, ofte hooft Baillieuwen. Vergel. Ier. c. 47. ende siet Iudic. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Versta, kleine koningen, vorsten, gouverneurs, drosten, of hoofdbaljuwen. Vergelijk Jer. 47, en zie Richt. 3:3. Richteren 3:3: Vijf vorsten van de Filistijnen, en al de Kanaänieten, en de Sidoniërs, en de Hevieten, wonende in het gebergte van de Libanon, van de berg Baäl-hermon, tot daar men komt te Hamath."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Steden der Filistijnen in de Schriftuur bekend.",
          "text1637": "Steden der Philistijnen in de Schriftuere bekent.",
          "text2026": "Steden van de Filistijnen in de Schriftuur bekend."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 overblijfsel van Asdod: Omdat deze stad voor een goed deel bereids verdorven en verwoest was door een zeer langdurige belegering van den koning van Egypte, Psammetichus, die de vader was van Farao Necho, gelijk sommige historiën vermelden. Zie van Asdod 1 Sam. 5:1. 1 Samuël 5:1: De Filistijnen nu namen de ark Gods, en zij brachten ze van Eben-Haëzer tot Asdod.",
          "text1637": "Om dat dese stadt voor een goet deel bereets verdorven ende verwoest was door eene seer lanckduerige belegeringe des Conincks van Egypten, Psammetichi, die vader was van Pharao Necho: als sommige historien vermelden: siet van Asdod. 1Sam. 5. op vers 1.",
          "text2026": "34 overblijfsel van Asdod: Omdat deze stad voor een goed deel bereids verdorven en verwoest was door een zeer langdurige belegering van de koning van Egypte, Psammetichus, die de vader was van Farao Necho, gelijk sommige historiën vermelden. Zie van Asdod 1 Sam. 5:1. 1 Samuël 5:1: De Filistijnen nu namen de ark van God, en zij brachten ze van Eben-Haëzer tot Asdod."
        },
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 47:4. Jeremia 47:4: Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel des eilands van Kafthor, verstoren.",
          "text1637": "Ier. 47.4, etc.",
          "text2026": "Jer. 47:4. Jeremia 47:4: Vanwege de dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want JAHWEH zal de Filistijnen, het overblijfsel van de eilands van Kafthor, verstoren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֶ֔רֶב",
          "strongs": "H6154",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֕ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֖י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/ע֑וּץ",
          "strongs": "H5780",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֗ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵי֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "פְּלִשְׁתִּ֔ים",
          "strongs": "H6430",
          "morph": "HNgmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁקְל֤וֹן",
          "strongs": "H831",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "עַזָּה֙",
          "strongs": "H5804",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "עֶקְר֔וֹן",
          "strongs": "H6138",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֵרִ֥ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁדּֽוֹד",
          "strongs": "H795",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de hele<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> gemengde hoop, en alle koningen van het land van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Uz; en alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> koningen van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Filistijnen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Askelon, en Gaza, en Ekron, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> overblijfsel van Asdod;",
      "textSV1888_html": "En den gansen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> gemengden hoop, en allen koningen des lands van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Uz; en allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> koningen van der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Filistijnen land, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Askelon, en Gaza, en Ekron, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> overblijfsel van Asdod;",
      "text1637_html": "Ende den gantschen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> gemengden hoop, ende allen Coningen des lants van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Uz: ende allen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Coningen van der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Philistijnen lant, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Askelon, ende Gaza, ende Ekron, ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> overblijfsel van Asdod:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den gansen gemengden",
          "new": "de hele gemengde",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des lands",
          "new": "van het land",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der Filistijnen land,",
          "new": "de Filistijnen,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;",
      "text1637": "[l] [35] Edom, ende [m] [36] Moab, ende den [37] kinderen [n] Ammons.",
      "text2026": "Edom, en Moab, en de kinderen Ammons;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie onder Jer. 49:7, enz. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?",
          "text1637": "Siet ond. 49.7, etc.",
          "text2026": "Zie onder Jer. 49:7, enz. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt JAHWEH van de legermachten zo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?"
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie onder Jer. 48.",
          "text1637": "Siet ond. cap. 48.",
          "text2026": "Zie onder Jer. 48."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 kinderen Ammons: Zie onder Jer. 49:1, enz. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt de HEERE alzo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in deszelfs steden?",
          "text1637": "Siet ond. 49.1, etc.",
          "text2026": "37 kinderen Ammons: Zie onder Jer. 49:1, enz. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt JAHWEH zo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in daarvan steden?"
        },
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:7. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?",
          "text1637": "Ier. 49.7, etc.",
          "text2026": "Jer. 49:7. Jeremia 49:7: Tegen Edom zegt JAHWEH van de legermachten zo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden?"
        },
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 48.",
          "text1637": "Ier. c. 48.",
          "text2026": "Jer. 48."
        },
        {
          "marker": "n",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:1. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt de HEERE alzo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in deszelfs steden?",
          "text1637": "Ier. 49.1, etc.",
          "text2026": "Jer. 49:1. Jeremia 49:1: Tegen de kinderen Ammons zegt JAHWEH zo: Heeft dan Israël geen kinderen? Heeft hij geen erfgenaam? Waarom is dan Malcham erfgenaam van Gad, en waarom woont zijn volk in daarvan steden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֱד֥וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "מוֹאָ֖ב",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּֽוֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Edom, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Moab, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Ammons;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Edom, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Moab, en den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Ammons;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Edom, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Moab, ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Ammons.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "En allen koningen van Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.",
      "text1637": "Ende allen [38] Coningen van [o] Tyrus, ende allen Coningen van Zidon: ende den Coningen der [39] eylanden, die aen gene zijde der zee zijn:",
      "text2026": "En alle koningen van Tyrus, en alle koningen van Sidon; en de koningen van de eilanden, die aan de overzijde van de zee zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 koningen van Tyrus: Den enen voor, den anderen na; of, allen regenten, oversten, of overrijken machtigen kooplieden en inwoners, die zich als koningen gedroegen. Zie Jes. 23:8, onder Jer. 47:4, en voorts Joz. 19:29. Jesaja 23:8: Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, welker kooplieden vorsten zijn, welker handelaars de heerlijkste in het land zijn? Jeremia 47:4: Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel des eilands van Kafthor, verstoren. Jozua 19:29: En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib,",
          "text1637": "Den eenen voor, den anderen na: ofte, allen Regenten, oversten, ofte, overrijcke machtige Cooplieden ende inwoonderen, die haer als Coningen droegen. Siet Ies. 23.8. ende ond. 47.4. ende voorts Iosu. 19. op vers 29.",
          "text2026": "38 koningen van Tyrus: De enen voor, de anderen na; of, allen regenten, oversten, of overrijken machtigen kooplieden en inwoners, die zich als koningen gedroegen. Zie Jes. 23:8, onder Jer. 47:4, en verder Joz. 19:29. Jesaja 23:8: Wie heeft dit beraadslaagd over Tyrus, die kronende stad, van welke kooplieden vorsten zijn, van welke handelaars de heerlijkste in het land zijn? Jeremia 47:4: Vanwege de dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want JAHWEH zal de Filistijnen, het overblijfsel van de eilands van Kafthor, verstoren. Jozua 19:29: En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib,"
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, des eilands. Zie Ps. 72:10. Anders: de omtrek, die aan de overvaart van de zee is. Vergelijk onder Jer. 49:23. Psalmen 72:10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren. Jeremia 49:23: Tegen Damaskus. Beschaamd is Hamath en Arpad; omdat zij een boos gerucht gehoord hebben, zijn zij gesmolten; bij de zee is bekommernis, men kan er niet rusten.",
          "text1637": "Hebr. des eylants. Siet Psal. 72. op vers 10. And. de contreye die aen den overvaert van de zee is. Vergel. ond. 49.23.",
          "text2026": "Hebreeuws, van de eilands. Zie Ps. 72:10. Anders: de omtrek, die aan de overvaart van de zee is. Vergelijk onder Jer. 49:23. Psalmen 72:10: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren. Jeremia 49:23: Tegen Damascus. Beschaamd is Hamath en Arpad; omdat zij een boos gerucht gehoord hebben, zijn zij gesmolten; bij de zee is bekommernis, men kan er niet rusten."
        },
        {
          "marker": "o",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 47:4. Jeremia 47:4: Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel des eilands van Kafthor, verstoren.",
          "text1637": "Ier. 47.4.",
          "text2026": "Jer. 47:4. Jeremia 47:4: Vanwege de dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want JAHWEH zal de Filistijnen, het overblijfsel van de eilands van Kafthor, verstoren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵי",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "צֹ֔ר",
          "strongs": "H6865",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "צִיד֑וֹן",
          "strongs": "H6721",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אִ֔י",
          "strongs": "H339",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֖ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵ֥בֶר",
          "strongs": "H5676",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּֽם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Tyrus, en alle koningen van Sidon; en de koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> de eilanden, die aan de overzijde van de zee zijn.",
      "textSV1888_html": "En allen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Tyrus, en allen koningen van Sidon; en den koningen der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> eilanden, die aan gene zijde der zee zijn.",
      "text1637_html": "Ende allen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Coningen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Tyrus, ende allen Coningen van Zidon: ende den Coningen der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> eylanden, die aen gene zijde der zee zijn:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gene zijde der",
          "new": "de overzijde van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;",
      "text1637": "[p] [40] Dedan, ende Thema, ende [41] Buz, ende allen die aen de [q] [42] hoecken afgecortt zijn.",
      "text2026": "Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Volken van steenachtig Arabië, uit Ketura; zie Gen. 25:3, 25:15; Jes. 21:13. Van een anderen Dedan, uit Cham, door Cusch, in Rijk Arabië, of Morenland, zie Gen. 10:7, en van Dedan in Edom, zie onder Jer. 49:8. Genesis 25:3: En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten. Genesis 25:15: Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma. Jesaja 21:13: De last tegen Arabië. In het woud van Arabië zult gijlieden vernachten, o gij reizende gezelschappen van Dedanieten! Genesis 10:7: En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan. Jeremia 49:8: Vliedt, wendt u, woont in diepe plaatsen, gij inwoners van Dedan! want Ik heb Ezau's verderf over hem gebracht, den tijd, dat Ik hem bezocht heb.",
          "text1637": "Volcken van steenachtich Arabien, uyt Kethura: Siet Gen. 25.3, 15. Ies 21.13. van eenen anderen Dedan, uyt Cham, door Cusch, in rijck-Arabien ofte Moorenlant. siet Gen. 10. op vers 7. ende van Dedan in Edom, siet ond. 49.8.",
          "text2026": "Volken van steenachtig Arabië, uit Ketura; zie Gen. 25:3, 25:15; Jes. 21:13. Van een anderen Dedan, uit Cham, door Cusch, in Rijk Arabië, of Morenland, zie Gen. 10:7, en van Dedan in Edom, zie onder Jer. 49:8. Genesis 25:3: En Joksan verwekte Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten. Genesis 25:15: Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma. Jesaja 21:13: De last tegen Arabië. In het woud van Arabië zult u overnachten, o u reizende gezelschappen van Dedanieten! Genesis 10:7: En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan. Jeremia 49:8: Vliedt, wendt u, woont in diepe plaatsen, u inwoners van Dedan! want Ik heb Ezau's verderf over hem gebracht, de tijd, dat Ik hem bezocht heb."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 22:21. Genesis 22:21: Uz, zijn eerstgeborene, en Buz, zijn broeder, en Kemuël, den vader van Aram,",
          "text1637": "Siet Gen. 22.21.",
          "text2026": "Zie Gen. 22:21. Genesis 22:21: Uz, zijn eerstgeborene, en Buz, zijn broer, en Kemuël, de vader van Aram,"
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 hoeken afgekort zijn: Zie boven Jer. 9:26. Jeremia 9:26: Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het ganse huis Israëls heeft de voorhuid des harten.",
          "text1637": "Siet bov. 9. op vers 26.",
          "text2026": "42 hoeken afgekort zijn: Zie boven Jer. 9:26. Jeremia 9:26: Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het gehele huis van Israël heeft de voorhuid van het hart."
        },
        {
          "marker": "p",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:8. Jeremia 49:8: Vliedt, wendt u, woont in diepe plaatsen, gij inwoners van Dedan! want Ik heb Ezau's verderf over hem gebracht, den tijd, dat Ik hem bezocht heb.",
          "text1637": "Ier. 49.28.",
          "text2026": "Jer. 49:8. Jeremia 49:8: Vliedt, wendt u, woont in diepe plaatsen, u inwoners van Dedan! want Ik heb Ezau's verderf over hem gebracht, de tijd, dat Ik hem bezocht heb."
        },
        {
          "marker": "q",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 9:26. Jeremia 9:26: Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het ganse huis Israëls heeft de voorhuid des harten.",
          "text1637": "Ier. 9.26.",
          "text2026": "Jer. 9:26. Jeremia 9:26: Over Egypte, en over Juda, en over Edom, en over de kinderen Ammons, en over Moab, en over allen, die aan de hoeken afgekort zijn, die in de woestijn wonen; want al de heidenen hebben de voorhuid, maar het gehele huis van Israël heeft de voorhuid van het hart."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "דְּדָ֤ן",
          "strongs": "H1719",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "תֵּימָא֙",
          "strongs": "H8485",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "בּ֔וּז",
          "strongs": "H938",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קְצוּצֵ֥י",
          "strongs": "H7112",
          "morph": "HVqsmpc"
        },
        {
          "woord": "פֵאָֽה",
          "strongs": "H6285",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Dedan, en Thema, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Buz, en allen, die aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> hoeken afgekort zijn;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Dedan, en Thema, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Buz, en allen, die aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> hoeken afgekort zijn;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Dedan, ende Thema, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Buz, ende allen die aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> hoecken afgecortt zijn."
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En allen koningen van Arabië; en allen koningen des gemengden hoops, die in de woestijn wonen;",
      "text1637": "[43] Ende allen Coningen van Arabien: ende alle Coningen des [r] [44] gemengden hoops, die in de [45] woestijne woonen.",
      "text2026": "En alle koningen van Arabië; en alle koningen van de gemengde hoop, die in de woestijn wonen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 En allen koningen van Arabië: Of, te weten, of namelijk, verstaande dat dezen gemeend zijn door de afgekorten aan de hoeken, vers 23. Jeremia 25:23: Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;",
          "text1637": "Ofte, te weten, ofte naemlick, verstaende, dat dese gemeynt zijn door de afgecortte aen de hoecken, vers 23.",
          "text2026": "43 En alle koningen van Arabië: Of, te weten, of namelijk, verstaande dat deze gemeend zijn door de afgekorten aan de hoeken, vers 23. Jeremia 25:23: Dedan, en Thema, en Buz, en allen, die aan de hoeken afgekort zijn;"
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 gemengden hoops: Gelijk boven vers 20. Jeremia 25:20: En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;",
          "text1637": "Als bov. vers 20.",
          "text2026": "44 gemengde hoop: Gelijk boven vers 20. Jeremia 25:20: En de gansen gemengden hoop, en alle koningen van het land van Uz; en alle koningen van de Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;"
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "45 woestijn wonen: Versta, de Arabieren, die niet in vaste steden maar in tenten woonden; zie onder Jer. 49:31, enz.; Richt. 8:11. Jeremia 49:31: Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt de HEERE; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen. Richteren 8:11: En Gideon toog opwaarts, den weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos.",
          "text1637": "Verstaet de Arabiers, die niet in vaste steden, maer in tenten woonden. siet ond. 49.31, etc. ende Iudic. 8.11.",
          "text2026": "45 woestijn wonen: Versta, de Arabieren, die niet in vaste steden maar in tenten woonden; zie onder Jer. 49:31, enz.; Richt. 8:11. Jeremia 49:31: Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt JAHWEH; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen. Richteren 8:11: En Gideon toog opwaarts, de weg dergenen, die in tenten wonen, tegen het oosten van Nobah en Jogbeha; en hij sloeg dat leger, want het leger was zorgeloos."
        },
        {
          "marker": "r",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:31. Jeremia 49:31: Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt de HEERE; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen.",
          "text1637": "Ier. 49.31.",
          "text2026": "Jer. 49:31. Jeremia 49:31: Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt JAHWEH; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עֲרָ֑ב",
          "strongs": "H6152",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֶ֔רֶב",
          "strongs": "H6154",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/שֹּׁכְנִ֖ים",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּדְבָּֽר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> En alle koningen van Arabië; en alle koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> de gemengde hoop, die in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> woestijn wonen;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> En allen koningen van Arabië; en allen koningen des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> gemengden hoops, die in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> woestijn wonen;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Ende allen Coningen van Arabien: ende alle Coningen des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gemengden hoops, die in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> woestijne woonen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des gemengden hoops,",
          "new": "van de gemengde hoop,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "En allen koningen van Zimri, en allen koningen van Elam, en allen koningen van Medië;",
      "text1637": "Ende allen Coningen van [46] Zimri, ende allen Coningen van [s] [47] Elam, ende allen Coningen van Meden:",
      "text2026": "En alle koningen van Zimri, en alle koningen van Elam, en alle koningen van Medië;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, [gelijk enigen menen] waar de nakomelingen van Simran woonden, die Abrahams zoon was uit Ketura; Gen. 25:2. Genesis 25:2: En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.",
          "text1637": "D. (als eenige meynen) daer de nakomelingen van Simran woonden, die Abrahams sone was uyt Kethura. Gen. 25.2.",
          "text2026": "Dat is, [gelijk enige menen] waar de nakomelingen van Simran woonden, die Abrahams zoon was uit Ketura; Gen. 25:2. Genesis 25:2: En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 10:22, en onder Jer. 49:34, enz. Genesis 10:22: Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram. Jeremia 49:34: Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin des koninkrijks van Zedekia, den koning van Juda, zeggende:",
          "text1637": "Siet Gen. 10. op vers 22. ende ond. 49.34, etc.",
          "text2026": "Zie Gen. 10:22, en onder Jer. 49:34, enz. Genesis 10:22: Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram. Jeremia 49:34: Het woord van JAHWEH, dat tot de profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin van het koninkrijk van Zedekia, de koning van Juda, zeggende:"
        },
        {
          "marker": "s",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:34. Jeremia 49:34: Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin des koninkrijks van Zedekia, den koning van Juda, zeggende:",
          "text1637": "Ierem. 49.34.",
          "text2026": "Jer. 49:34. Jeremia 49:34: Het woord van JAHWEH, dat tot de profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin van het koninkrijk van Zedekia, de koning van Juda, zeggende:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "זִמְרִ֗י",
          "strongs": "H2174",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עֵילָ֔ם",
          "strongs": "H5867",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֥י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מָדָֽי",
          "strongs": "H4074",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En alle koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Zimri, en alle koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Elam, en alle koningen van Medië;",
      "textSV1888_html": "En allen koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Zimri, en allen koningen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Elam, en allen koningen van Medië;",
      "text1637_html": "Ende allen Coningen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Zimri, ende allen Coningen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Elam, ende allen Coningen van Meden:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.",
      "text1637": "Ende allen Coningen van’t Noorden, die naeby ende die verre zijn, [48] den eenen met den anderen, ja allen Coninckrijcken der aerde, die op den aerd-bodem zijn: Ende de Coninck van [49] Sesach sal na hen drincken.",
      "text2026": "En alle koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn, de één met de anderen; ja, alle koninkrijken van de aarde, die op de aardbodem zijn. En de koning van Sesach zal na hen drinken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 den een met den anderen: Hebreeuws, den man aan, bij, of met zijnen broeder; dat is, den een zowel als den ander; of die de een aan den ander aan elkander gelegen zijn.",
          "text1637": "Hebr. den man aen, by, ofte, met sinen broeder. D. den eenen soo wel als den anderen, ofte die d’een aen d’ ander, aen malkanderen, gelegen zijn.",
          "text2026": "48 de één met de anderen: Hebreeuws, de man aan, bij, of met zijn broer (אִישׁ); dat is, de één zowel als de ander; of die de één aan de ander aan elkaar gelegen zijn."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 Sesach zal na hen drinken: Hebreeuws, Scheschach; dat is, Babel, of enige andere der voornaamste steden van het koninkrijk van Babylonië, gelijk afgenomen wordt uit onder Jer. 51:41. De oorsprong van den naam is onzeker. Jeremia 51:41: Hoe is Sesach zo veroverd, en de roem der ganse aarde ingenomen! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen!",
          "text1637": "Hebr. Scheschah. D. Babel, ofte eenige andere der voornaemste Steden van ’t Coninckrijck van Babylonien, als afgenomen wort uyt ond. 51.41. Den oorspronck des naems is onseker.",
          "text2026": "49 Sesach zal na hen drinken: Hebreeuws, Scheschach; dat is, Babel, of enige andere van de voornaamste steden van het koninkrijk van Babylonië, gelijk afgenomen wordt uit onder Jer. 51:41. De oorsprong van de naam is onzeker. Jeremia 51:41: Hoe is Sesach zo veroverd, en de roem van de gehele aarde ingenomen! Hoe is Babel geworden tot een ontzetting onder de heidenen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵ֣י",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּפ֗וֹן",
          "strongs": "H6828",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/קְּרֹבִ֤ים",
          "strongs": "H7138",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָֽ/רְחֹקִים֙",
          "strongs": "H7350",
          "morph": "HC/Td/Aampa"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אָחִ֔י/ו",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּמְלְכ֣וֹת",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HTd/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֖ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֲדָמָ֑ה",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֶ֥לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שֵׁשַׁ֖ךְ",
          "strongs": "H8347",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁתֶּ֥ה",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En alle koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> de één met de anderen; ja, alle koninkrijken van de aarde, die op de aardbodem zijn. En de koning van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Sesach zal na hen drinken.",
      "textSV1888_html": "En allen koningen van het noorden, die nabij en die verre zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> den een met den anderen; ja, allen koninkrijken der aarde, die op den aardbodem zijn. En de koning van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Sesach zal na hen drinken.",
      "text1637_html": "Ende allen Coningen van’t Noorden, die naeby ende die verre zijn, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> den eenen met den anderen, ja allen Coninckrijcken der aerde, die op den aerd-bodem zijn: Ende de Coninck van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Sesach sal na hen drincken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den een",
          "new": "de één",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "allen",
          "new": "alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.",
      "text1637": "Ghy sult dan tot hen seggen, Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; [50] Drincket ende wordet droncken, ende spouwet ende vallet neder, [51] dat ghy niet weder op en staet: van wegen des sweerts, dat ick onder u sal senden.",
      "text2026": "U zult dan tot hen zeggen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Drink, en wordt dronken, en spuwt, en valt neer, dat u niet weer opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, uit dien beker der grimmigheid, waarvan boven vers 15. Jeremia 25:15: Want alzo heeft de HEERE, de God Israëls, tot mij gezegd: Neem dezen beker des wijns der grimmigheid van Mijn hand, en geef dien te drinken al den volken, tot welke Ik u zende;",
          "text1637": "T.w. uyt dien beker der grimmicheyt, waer van bov. vers 15.",
          "text2026": "Te weten, uit die beker van de grimmigheid, waarvan boven vers 15. Jeremia 25:15: Want zo heeft JAHWEH, de God van Israël, tot mij gezegd: Neem deze beker van de wijn van de grimmigheid van Mijn hand, en geef die te drinken al de volken, tot welke Ik u zend;"
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 dat gij niet weder opstaat: Of, en staat niet weder op.",
          "text1637": "Ofte, ende en staet niet weder op.",
          "text2026": "51 dat u niet weer opstaat: Of, en staat niet weer op."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֡ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֩",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֜וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׁת֤וּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׁכְרוּ֙",
          "strongs": "H7937",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/קְי֔וּ",
          "strongs": "H7006",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִפְל֖וּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תָק֑וּמוּ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֶ֔רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֛ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֥י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׁלֵ֖חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּינֵי/כֶֽם",
          "strongs": "H996",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U zult dan tot hen zeggen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Drink, en wordt dronken, en spuwt, en valt neer, dat u niet weer opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden.",
      "text1637_html": "Ghy sult dan tot hen seggen, Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> Drincket ende wordet droncken, ende spouwet ende vallet neder, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> dat ghy niet weder op en staet: van wegen des sweerts, dat ick onder u sal senden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen,",
          "new": "legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls: Drinkt,",
          "new": "van Israël: Drink,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "neder,",
          "new": "neer,",
          "principe": "V354"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult zekerlijk drinken!",
      "text1637": "Ende ’tsal geschieden, wanneer sy weygeren sullen den beker van uwer hant te nemen om te drincken; dat ghy tot hen seggen sult; Soo seyt de HEERE der heyrscharen, Ghy sult [52] sekerlick drincken.",
      "text2026": "En het zal gebeuren, wanneer zij weigeren zullen de beker van uw hand te nemen om te drinken, dat u tot hen zeggen zult: Zo zegt JAHWEH van de legermachten: U zult zeker drinken!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 zekerlijk drinken: Hebreeuws, drinkende drinken.",
          "text1637": "Hebr. drinckende drincken.",
          "text2026": "52 zekerlijk drinken: Hebreeuws, drinkende drinken (שְׁתּוֹת)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֗ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֧י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יְמָאֲנ֛וּ",
          "strongs": "H3985",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/קַֽחַת",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כּ֥וֹס",
          "strongs": "H3563",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּדְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁתּ֑וֹת",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֛ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֖וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁת֥וֹ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "תִשְׁתּֽוּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het zal gebeuren, wanneer zij weigeren zullen de beker van uw hand te nemen om te drinken, dat u tot hen zeggen zult: Zo zegt JAHWEH van de legermachten: U zult zeker drinken!",
      "textSV1888_html": "En het zal geschieden, wanneer zij weigeren zullen den beker van uw hand te nemen om te drinken, dat gij tot hen zeggen zult: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zekerlijk drinken!",
      "text1637_html": "Ende ’tsal geschieden, wanneer sy weygeren sullen den beker van uwer hant te nemen om te drincken; dat ghy tot hen seggen sult; Soo seyt de HEERE der heyrscharen, Ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> sekerlick drincken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschieden,",
          "new": "gebeuren,",
          "principe": "V40"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen: Gij",
          "new": "legermachten: U",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "zekerlijk",
          "new": "zeker",
          "principe": "V74"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.",
      "text1637": "Want siet, in de [t] [53] stadt, die [54] nae mijnen Name genoemt is, beginne ick te [55] plagen, ende soudet ghy [56] eenichsins onschuldich gehouden worden? ghy en sult niet onschuldich worden gehouden: want ick [57] roepe het sweert over alle inwoonders der aerde, spreeckt de HEERE der heyrscharen.",
      "text2026": "Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zou u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk Jeruzalem, genoemd Gods stad.",
          "text1637": "N. Ierusalem, genoemt Godts stat.",
          "text2026": "Namelijk Jeruzalem, genoemd Gods stad."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 naar Mijn Naam genoemd is: Hebreeuws, over welke mijn naam genoemd, of uitgeroepen is. Vergelijk boven Jer. 7:10. Jeremia 7:10: En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?",
          "text1637": "Hebr. over dewelcke mijn naem genoemt, ofte, uytgeroepen is. Vergel. bov. 7. op vers 10.",
          "text2026": "54 naar Mijn Naam genoemd is: Hebreeuws, over welke mijn naam genoemd, of uitgeroepen is (שְׁמִ). Vergelijk boven Jer. 7:10. Jeremia 7:10: En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?"
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws eigenlijk, kwaad te doen.",
          "text1637": "Hebr. eyg. quaet te doen.",
          "text2026": "Hebreeuws eigenlijk, kwaad te doen."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, onschuldig zijnde, of gehouden wordende, onschuldig gehouden worden? dat is, enigszins ongestraft blijven? Vergelijk onder Jer. 30:11, en Jer. 46:28, en Jer. 49:12, en zie 1 Kon. 2:9. Jeremia 30:11: Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden. Jeremia 46:28: Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden. Jeremia 49:12: Want zo zegt de HEERE: Ziet, degenen, welker oordeel het niet is den beker te drinken, zullen ganselijk drinken; en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden, maar gij zult ganselijk drinken. 1 Koningen 2:9: Maar nu, houd hem niet onschuldig, dewijl gij een wijs man zijt; en gij zult weten, wat gij hem doen zult, opdat gij zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen.",
          "text1637": "Hebr. onschuldich zijnde, ofte, gehouden wordende, onschuldich gehouden worden? D. eenichsins ongestraft blijven? Vergel. ond. 30.11. ende 46.28. ende 49.12. ende siet 1.Reg. 2. op vers 9.",
          "text2026": "Hebreeuws, onschuldig zijnde, of gehouden wordende, onschuldig gehouden worden? dat is, enigszins ongestraft blijven? Vergelijk onder Jer. 30:11, en Jer. 46:28, en Jer. 49:12, en zie 1 Kon. 2:9. Jeremia 30:11: Want Ik ben met u, spreekt JAHWEH, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden. Jeremia 46:28: U dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt JAHWEH; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, maar met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden. Jeremia 49:12: Want zo zegt JAHWEH: Ziet, degenen, van welke oordeel het niet is de beker te drinken, zullen ganselijk drinken; en zoudt u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden, maar u zult ganselijk drinken. 1 Koningen 2:9: Maar nu, houd hem niet onschuldig, omdat u een wijs man bent; en u zult weten, wat u hem doen zult, opdat u zijn grauwe haar met bloed in het graf doet dalen."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "57 roep het zwaard: Dat is, Ik beschik door mijn goddelijke regering dat het, als op een bijzonder bevel, komen zal. Alzo Ezech. 38:21. Vergelijk ook Jes. 13:3, en Jes. 46:11, en Jes. 48:15; Ezech. 36:29; Amos 5:8, en Amos 9:6; Hagg. 1:11. Hierom wordt het ook des Heeren zwaard genoemd, als hebbende van hem bevel, onder Jer. 47:6, 47:7. Zie wijders 2 Kon. 8:1. Ezechiël 38:21: Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heere HEERE; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn. Jesaja 13:3: Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijner hoogheid. Jesaja 46:11: Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijns raads uit verren lande; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen komen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen. Jesaja 48:15: Ik, Ik heb het gesproken, ook heb Ik hem geroepen; Ik zal hem doen komen, en hij zal voorspoedig zijn op zijn weg. Ezechiël 36:29: En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen. Amos 5:8: Die het Zevengesternte en den Orion maakt, en de doodsschaduw in den morgenstond verandert, en den dag als den nacht verduistert; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem, HEERE is Zijn Naam. Amos 9:6: Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; HEERE is Zijn Naam. Haggai 1:11: Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over den most, en over de olie, en over hetgeen de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid der handen. Jeremia 47:6: O wee, gij zwaard des HEEREN! Hoe lang zult gij niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil! Jeremia 47:7: Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld. 2 Koningen 8:1: Elisa nu had gesproken tot die vrouw, welker zoon hij levend gemaakt had, zeggende: Maak u op, en ga heen, gij en uw huisgezin, en verkeer als vreemdeling, waar gij verkeren kunt; want de HEERE heeft een honger geroepen, die ook in het land zeven jaren komen zal.",
          "text1637": "D. ick beschicke voor mijne Godtlicke regeringe, dat het, als op een expres bevel, komen sal. alsoo Ezech. 38.21. Vergel. oock Iesa. 13.3. ende 46.11. ende 48.15. Ezech. 36.29. Amos 5.8. ende 9.6. Hag. 1.11. hierom wort het oock des Heeren sweert genoemt, als hebbende van hem bevel. ond. 47.6, 7. siet wijders 2.Reg. 8. op vers 1.",
          "text2026": "57 roep het zwaard: Dat is, Ik beschik door mijn goddelijke regering dat het, als op een bijzonder bevel, komen zal. Zo Ez. 38:21. Vergelijk ook Jes. 13:3, en Jes. 46:11, en Jes. 48:15; Ez. 36:29; Amos 5:8, en Amos 9:6; Hagg. 1:11. Hierom wordt het ook van de Heern zwaard genoemd, als hebbende van hem bevel, onder Jer. 47:6, 47:7. Zie verder 2 Kon. 8:1. Ezechiël 38:21: Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heer JAHWEH; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broer zijn. Jesaja 13:3: Ik heb aan Mijn geheiligden bevel gegeven; ook heb Ik tot Mijn toorn geroepen Mijn helden, de vrolijken Mijn hoogheid. Jesaja 46:11: Die een roofvogel roept van het oosten, een man Mijn raads uit ver land; ja, Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen komen; Ik heb het geformeerd, Ik zal het ook doen. Jesaja 48:15: Ik, Ik heb het gesproken, ook heb Ik hem geroepen; Ik zal hem doen komen, en hij zal voorspoedig zijn op zijn weg. Ezechiël 36:29: En Ik zal u verlossen van al uw onreinigheden; en Ik zal roepen tot het koren, en zal dat vermenigvuldigen, en Ik zal geen honger op u leggen. Amos 5:8: Die het Zevengesternte en de Orion maakt, en de doodsschaduw in de morgenstond verandert, en de dag als de nacht verduistert; Die de wateren van de zee roept, en giet ze uit op de aardbodem, JAHWEH is Zijn Naam. Amos 9:6: Die Zijn opperzalen in de hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefundeerd; Die de wateren van de zee roept, en giet ze uit op de aardbodem; JAHWEH is Zijn Naam. Haggai 1:11: Want Ik heb een droogte geroepen over het land, en over de bergen, en over het koren, en over de most, en over de olie, en over wat de aardbodem zou voortbrengen; ook over de mensen, en over de beesten, en over allen arbeid van de handen. Jeremia 47:6: O wee, u zwaard van JAHWEH! Hoe lang zult u niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil! Jeremia 47:7: Hoe zoudt u stil houden? JAHWEH heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, daar heeft Hij het besteld. 2 Koningen 8:1: Elisa nu had gesproken tot die vrouw, van welke zoon hij levend gemaakt had, zeggende: Maak u op, en ga heen, u en uw huisgezin, en verkeer als vreemdeling, waar u verkeren kunt; want JAHWEH heeft een honger geroepen, die ook in het land zeven jaren komen zal."
        },
        {
          "marker": "t",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Petr. 4:17. 1 Petrus 4:17: Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?",
          "text1637": "1.Pet. 4.17.",
          "text2026": "1 Petr. 4:17. 1 Petrus 4:17: Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis van God; en als het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֨ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "בָ/עִ֜יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֧ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נִֽקְרָא",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמִ֣/י",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֗י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אָֽנֹכִי֙",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵחֵ֣ל",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הָרַ֔ע",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַתֶּ֖ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2mp"
        },
        {
          "woord": "הִנָּקֵ֣ה",
          "strongs": "H5352",
          "morph": "HVNa"
        },
        {
          "woord": "תִנָּק֑וּ",
          "strongs": "H5352",
          "morph": "HVNi2mp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִנָּק֔וּ",
          "strongs": "H5352",
          "morph": "HVNi2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חֶ֗רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "קֹרֵא֙",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֣י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֖ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָאֽוֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want ziet, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"t\">t</sup> stad, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> plagen, en zou u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want ziet, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"t\">t</sup> stad, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> plagen, en zoudt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.",
      "text1637_html": "Want siet, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"t\">t</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> stadt, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> nae mijnen Name genoemt is, beginne ick te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> plagen, ende soudet ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> eenichsins onschuldich gehouden worden? ghy en sult niet onschuldich worden gehouden: want ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> roepe het sweert over alle inwoonders der aerde, spreeckt de HEERE der heyrscharen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zoudt gij",
          "new": "zou u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen.",
          "new": "legermachten.",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning Zijner heiligheid; Hij zal schrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiventreders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.",
      "text1637": "Ghy sult dan alle dese woorden tot hen propheteren: ende ghy sult tot hen seggen; De HEERE sal [v] [58] brullen uyt der hoochte, ende sijne stemme [59] verheffen uyt de [60] wooninge sijner heylicheyt, hy sal [61] schricklick brullen [62] over sijne woonsteden; hy sal een [63] vreuchdengeschrey, als de [64] [druyven-] treders, uyt-roepen, tegen alle inwoonders der aerde.",
      "text2026": "U zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en u zult tot hen zeggen: JAHWEH zal brullen uit de hoogte, en Zijn stem verheffen uit de woning van Zijn heiligheid; Hij zal verschrikkelijk brullen over Zijn woonstede; Hij zal een vreugdegeschrei, als de druiventreders, uitroepen tegen alle inwoners van de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "58 brullen uit de hoogte: Als een leeuw; figuurlijk gesproken, om de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn uit te drukken; zie Joël 3:16; Amos 1:2. Joël 3:16: En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn. Amos 1:2: En hij zeide: De HEERE zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.",
          "text1637": "Als een leeuw: figuerlick gesproken, om de schrickelicke gevolgen van Godts toorn uyt te drucken. Siet Ioël 3.16. Amos 1.2.",
          "text2026": "58 brullen uit de hoogte: Als een leeuw; figuurlijk gesproken, om de verschrikkelijke gevolgen van Gods toorn uit te drukken; zie Joël 3:16; Amos 1:2. Joël 3:16: En JAHWEH zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar JAHWEH zal de Toevlucht van Zijn volk, en de Sterkte van de kinderen van Israël zijn. Amos 1:2: En hij zei: JAHWEH zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen van de herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, geven.",
          "text1637": "Hebr. geven.",
          "text2026": "Hebreeuws, geven."
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "60 woning Zijner heiligheid: Dat is, zijn heilige woning, te weten den hemel.",
          "text1637": "D. sijne heylige wooninge, te weten, den hemel.",
          "text2026": "60 woning Zijn heiligheid: Dat is, zijn heilige woning, te weten de hemel."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "61 schrikkelijk brullen: Hebreeuws, brullende brullen.",
          "text1637": "Hebr. brullende brullen.",
          "text2026": "61 schrikkelijk brullen: Hebreeuws, brullende brullen."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "62 over Zijn woonstede: Of, tegen zijn lieflijke woonstede; dat is, den tempel, gelijk Ps. 79:7. Psalmen 79:7: Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.",
          "text1637": "Ofte, tegen sijne lieflicke woonstede. D. den Tempel: als Psal. 79.7.",
          "text2026": "62 over Zijn woonstede: Of, tegen zijn lieflijke woonstede; dat is, de tempel, gelijk Ps. 79:7. Psalmen 79:7: Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest."
        },
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, Hedad; zeer na overeenkomende met Hed; dat is, weerklank; Ezech. 7:7. Ezechiël 7:7: De morgenstond is tot u gekomen, o inwoner des lands, de tijd is gekomen, de dag der beroerte is nabij, en er is geen wederklank der bergen.",
          "text1637": "Hebr. Hedad. seer nae overeenkomende met Hed. D. wederklanck. Ezech. 7.7.",
          "text2026": "Hebreeuws, Hedad; zeer na overeenkomende met Hed; dat is, weerklank; Ez. 7:7. Ezechiël 7:7: De morgenstond is tot u gekomen, o inwoner van het land, de tijd is gekomen, de dag van de beroerte is nabij, en er is geen wederklank van de bergen."
        },
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, Hij zal doen uitroepen, of elkander doen toeroepen de [druiven]treders, of [persen-]treders, die ten tijde van den wijnoogst in den arbeid elkander toeroepen of bij beurten toezingen, tot onderlinge vrolijkheid en verwakkering in het werk, [zie Jes. 16:9, 16:10]; alzo, wil God zeggen, zal Hij maken dat de Babyloniërs en anderen elkander lust en moed zullen aanspreken, om als met een algemeen veldgeschrei landen en lieden te overvallen en te verwoesten, zonder zelfs Jeruzalem of den tempell te verschonen; vergelijk onder Jer. 48:32, en Jer. 51:14. Sommigen nemen het aldus: Hij zal [zichzelven] met een vreugdegeschrei antwoorden; alsof de Heere wilde zeggen, dat Hij niet van doen heeft dan iemand hem tot dit oordeel aandrijve of wakker make, dat Hij vanzelf daartoe genegen en wakker is, zichzelven door zijn ijver daartoe drijft. Jesaja 16:9: Daarom beween ik, in de wening over Jaëzer, den wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleale! want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen; Jesaja 16:10: Alzo dat de blijdschap en vrolijkheid weggenomen is van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen, noch enig gejuich gemaakt; de druiventreder treedt geen wijn uit in de wijnbakken, ik heb het vreugdegeschrei doen ophouden. Jeremia 48:32: Boven het geween van Jaëzer zal Ik u bewenen, gij wijnstok van Sibma! uw wijnranken zijn over zee gegaan, zij hebben gereikt tot aan Jaëzers zee; maar de verstoorder is gevallen op uw zomervruchten en op uw wijnoogst; Jeremia 51:14: De HEERE der heirscharen heeft gezworen bij Zijn ziel: Ofschoon Ik u met mensen als met kevers vervuld heb, nochtans zullen zij elkander een vreugdegeschrei over u toeroepen!",
          "text1637": "Ofte, hy sal doen uytroepen, ofte, malcanderen doen toeroepen de [druyven-] treders, ofte, [persen-] treders, die ter tijt des wijnoogsts, in den arbeyt malkanderen toeroepen, ofte by beurten toesingen, tot onderlinge vrolickheyt ende verwackeringe in’t werck, (siet Ies. 16.9, 10.) alsoo, wil Godt seggen, sal hy maken, dat de Babyloniers ende andere, malkanderen sullen lust ende couragie aenspreken, om als met een gemeyn velt-geschrey landen ende luyden te overvallen ende te verwoesten, sonder selfs Ierusalem ofte den Tempel te verschoonen. vergelijckt ond. 48.32. ende 51.14. Sommige nemen ’t aldus: hy sal [sich selven] met een vreuchden-geschrey antwoorden, als of de Heere wilde seggen, dat hy niet van doen en heeft, dat yemant hem tot dit oordeel aendryve ofte wacker make, dat hy van selfs daer toe genegen ende wacker is, sich selven door sijnen yver daer toe drijve.",
          "text2026": "Of, Hij zal doen uitroepen, of elkaar doen toeroepen de [druiven]treders, of [persen-]treders, die ten tijde van de wijnoogst in de arbeid elkaar toeroepen of bij beurten toezingen, tot onderlinge vrolijkheid en verwakkering in het werk, [zie Jes. 16:9, 16:10]; zo, wil God zeggen, zal Hij maken dat de Babyloniërs en anderen elkaar lust en moed zullen aanspreken, om als met een algemeen veldgeschrei landen en mensen te overvallen en te verwoesten, zonder zelfs Jeruzalem of de tempell te sparen; vergelijk onder Jer. 48:32, en Jer. 51:14. Sommigen nemen het aldus: Hij zal [zichzelven] met een vreugdegeschrei antwoorden; alsof de Heer wilde zeggen, dat Hij niet van doen heeft dan iemand hem tot dit oordeel aandrijve of wakker make, dat Hij vanzelf daartoe genegen en wakker is, zichzelven door zijn ijver daartoe drijft. Jesaja 16:9: Daarom beween ik, in de gehuil over Jaëzer, de wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleale! want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen; Jesaja 16:10: Zo dat de blijdschap en vrolijkheid weggenomen is van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen, noch enig gejuich gemaakt; de druiventreder treedt geen wijn uit in de wijnbakken, ik heb het vreugdegeschrei doen ophouden. Jeremia 48:32: Boven het geween van Jaëzer zal Ik u bewenen, u wijnstok van Sibma! uw wijnranken zijn over zee gegaan, zij hebben gereikt tot aan Jaëzers zee; maar de verstoorder is gevallen op uw zomervruchten en op uw wijnoogst; Jeremia 51:14: JAHWEH van de legermachten heeft gezworen bij Zijn ziel: Ofschoon Ik u met mensen als met kevers vervuld heb, nochtans zullen zij elkaar een vreugdegeschrei over u toeroepen!"
        },
        {
          "marker": "v",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joël 3:16; Amos 1:2. Joël 3:16: En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israëls zijn. Amos 1:2: En hij zeide: De HEERE zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.",
          "text1637": "Ioël 3.16. Amos 1.2.",
          "text2026": "Joël 3:16; Amos 1:2. Joël 3:16: En JAHWEH zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar JAHWEH zal de Toevlucht van Zijn volk, en de Sterkte van de kinderen van Israël zijn. Amos 1:2: En hij zei: JAHWEH zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen van de herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּה֙",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "תִּנָּבֵ֣א",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNi2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֖ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֞ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/מָּר֤וֹם",
          "strongs": "H4791",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁאָג֙",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/מְּע֤וֹן",
          "strongs": "H4583",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשׁ/וֹ֙",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "קוֹל֔/וֹ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁאֹ֤ג",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁאַג֙",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נָוֵ֔/הוּ",
          "strongs": "H5116",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הֵידָד֙",
          "strongs": "H1959",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/דֹרְכִ֣ים",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HR/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "יַֽעֲנֶ֔ה",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥ל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֖י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en u zult tot hen zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>JAHWEH zal brullen uit de hoogte,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"v\">v</sup> en Zijn stem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> verheffen uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> woning van Zijn heiligheid; Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> verschrikkelijk brullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> over Zijn woonstede; Hij zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> vreugdegeschrei, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> druiventreders, uitroepen tegen alle inwoners van de aarde.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij zult dan al deze woorden tot hen profeteren, en gij zult tot hen zeggen: De HEERE zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"v\">v</sup> brullen uit de hoogte, en Zijn stem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> verheffen uit de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> woning Zijner heiligheid; Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> schrikkelijk brullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> over Zijn woonstede; Hij zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> vreugdegeschrei, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> druiventreders, uitroepen tegen alle inwoners der aarde.",
      "text1637_html": "Ghy sult dan alle dese woorden tot hen propheteren: ende ghy sult tot hen seggen; De HEERE sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"v\">v</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> brullen uyt der hoochte, ende sijne stemme <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> verheffen uyt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> wooninge sijner heylicheyt, hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> schricklick brullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> over sijne woonsteden; hy sal een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> vreuchdengeschrey, als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> [druyven-] treders, uyt-roepen, tegen alle inwoonders der aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "schrikkelijk",
          "new": "verschrikkelijk",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.",
      "text1637": "[65] Het geschal sal komen tot aen het eynde der aerden; want de HEERE heeft eenen [66] twist met de volcken, hy sal [67] gerichte houden met allen [68] vleesche: de godtloose die heeft hy den sweerde overgegeven, spreeckt de HEERE.",
      "text2026": "Het geschal zal komen tot aan het einde van de aarde; want JAHWEH heeft een twist met de volken, Hij zal gericht houden met alle vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "65 Het geschal: Of, een gekraak, groot, of vreeslijk gedruis zal er komen, enz.",
          "text1637": "Ofte, een gekraeck, groot, ofte, vreeslick gedruys. salder comen, etc.",
          "text2026": "65 Het geschal: Of, een gekraak, groot, of vreeslijk gedruis zal er komen, enz."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "66 twist met de volken: Of, pleit, twistzaak.",
          "text1637": "Ofte, pleyt, twistsake.",
          "text2026": "66 twist met de volken: Of, pleit, twistzaak."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "67 gericht houden: Of, zich in recht begeven, rechten, pleiten.",
          "text1637": "Ofte, sich in recht begeven, rechten, pleyten.",
          "text2026": "67 gericht houden: Of, zich in recht begeven, rechten, pleiten."
        },
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mensen. Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "D. menschen. siet Gen. 6. op vers 12.",
          "text2026": "Dat is, mensen. Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּ֤א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁאוֹן֙",
          "strongs": "H7588",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "קְצֵ֣ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רִ֤יב",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/יהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֔ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁפָּ֥ט",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "ה֖וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּשָׂ֑ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רְשָׁעִ֛ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "נְתָנָ֥/ם",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֶ֖רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Het geschal zal komen tot aan het einde van de aarde; want JAHWEH heeft een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> twist met de volken, Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> gericht houden met alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Het geschal zal komen tot aan het einde der aarde; want de HEERE heeft een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> twist met de volken, Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> gericht houden met alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> vlees; de goddelozen heeft Hij aan het zwaard overgegeven, spreekt de HEERE.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Het geschal sal komen tot aen het eynde der aerden; want de HEERE heeft eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> twist met de volcken, hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> gerichte houden met allen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> vleesche: de godtloose die heeft hy den sweerde overgegeven, spreeckt de HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de HEERE.",
          "new": "JAHWEH.",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen: Siet een [69] quaet gaetter uyt [70] van volck tot volck: ende een groot onweder salder verweckt worden van de zijden [71] der aerde.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten: Zie, een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweer zal er verwekt worden van de zijden van de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Der straf, dat is ongeluk, ellende. Zie Gen. 19:19. Genesis 19:19: Zie toch, Uw knecht heeft genade gevonden in Uw ogen, en Gij hebt Uw weldadigheid groot gemaakt, die Gij aan mij gedaan hebt, om mijn ziel te behouden bij het leven; maar ik zal niet kunnen behouden worden naar het gebergte heen, opdat mij niet misschien dat kwaad aankleve, en ik sterve!",
          "text1637": "Der straffe, D. ongeluck, elende. Siet Gen. 19. op vers 19.",
          "text2026": "Van de straf, dat is ongeluk, ellende. Zie Gen. 19:19. Genesis 19:19: Zie toch, Uw knecht heeft genade gevonden in Uw ogen, en U hebt Uw weldadigheid groot gemaakt, die U aan mij gedaan hebt, om mijn ziel te behouden bij het leven; maar ik zal niet kunnen behouden worden naar het gebergte heen, opdat mij niet misschien dat kwaad aankleve, en ik sterve!"
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "70 van volk tot volk: Dat is, van het ene volk tot het andere.",
          "text1637": "D. van’t een volck tot het ander.",
          "text2026": "70 van volk tot volk: Dat is, van het ene volk tot het andere."
        },
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "71 der aarde: Anders: des lands. Alzo in vers 33. Jeremia 25:33: En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.",
          "text1637": "And. des lants. alsoo in’t volgende vers.",
          "text2026": "71 van de aarde: Anders: van het land. Zo in vers 33. Jeremia 25:33: En de verslagenen van JAHWEH zullen op die dag liggen van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op de aardbodem zullen zij zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֔וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֥ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "רָעָ֛ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יֹצֵ֖את",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/גּ֣וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גּ֑וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/סַ֣עַר",
          "strongs": "H5591",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּד֔וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יֵע֖וֹר",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּרְכְּתֵי",
          "strongs": "H3411",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten: Zie, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> kwaad gaat er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> uit van volk tot volk, en een groot onweer zal er verwekt worden van de zijden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> van de aarde.",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> kwaad gaat er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> der aarde.",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen: Siet een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> quaet gaetter uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> van volck tot volck: ende een groot onweder salder verweckt worden van de zijden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> der aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen: Ziet,",
          "new": "legermachten: Zie,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "onweder",
          "new": "onweer",
          "principe": "V469"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.",
      "text1637": "Ende de verslagene des [72] HEEREN sullen te dien dage [liggen] van het [een] eynde der aerde tot aen’t [ander] eynde der aerde: sy sullen niet [x] beklaegt, nochte [73] opgenomen, nochte begraven worden; tot mist op den aerd-bodem sullense zijn.",
      "text2026": "En de verslagenen van JAHWEH zullen op die dag liggen van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op de aardbodem zullen zij zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die door des Heeren rechtvaardig oordeel en regering zijn omgekomen.",
          "text1637": "D. die door des Heeren rechtveerdich oordeel ende regeringe zijn omgecomen.",
          "text2026": "Dat is, die door van de Heern rechtvaardig oordeel en regering zijn omgekomen."
        },
        {
          "marker": "73",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie Ps. 26:9. Psalmen 26:9: Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;",
          "text1637": "Hebr. eyg. versamelt, siet Psal. 26. op vers 9.",
          "text2026": "Hebreeuws eigenlijk, verzameld; zie Ps. 26:9. Psalmen 26:9: Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen van het bloed;"
        },
        {
          "marker": "x",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 16:4. Jeremia 16:4: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.",
          "text1637": "Ierem. 16.4.",
          "text2026": "Jer. 16:4. Jeremia 16:4: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op de aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door de honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָי֞וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "חַֽלְלֵ֤י",
          "strongs": "H2491",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֔וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/קְצֵ֥ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "קְצֵ֣ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִסָּפְד֗וּ",
          "strongs": "H5594",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יֵאָֽסְפוּ֙",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִקָּבֵ֔רוּ",
          "strongs": "H6912",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/דֹ֛מֶן",
          "strongs": "H1828",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֲדָמָ֖ה",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֽוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de verslagenen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> JAHWEH zullen op die dag liggen van het ene einde van de aarde tot aan het andere einde van de aarde; zij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"x\">x</sup> beklaagd, noch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> opgenomen, noch begraven worden; tot mest op de aardbodem zullen zij zijn.",
      "textSV1888_html": "En de verslagenen des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"x\">x</sup> beklaagd, noch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.",
      "text1637_html": "Ende de verslagene des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> HEEREN sullen te dien dage [liggen] van het [een] eynde der aerde tot aen’t [ander] eynde der aerde: sy sullen niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"x\">x</sup> beklaegt, nochte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> opgenomen, nochte begraven worden; tot mist op den aerd-bodem sullense zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "te dien dage",
          "new": "op die dag",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "Huilt, gij herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, gij heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een kostelijk vat.",
      "text1637": "[y] Huylet ghy [74] herders, ende schreeuwet, ende wentelt u [75] [inder asschen] ghy [76] heerlicke vander kudde; want [77] uwe dagen zijn vervult, datmen [z] [78] slachten sal: ende van uwe [a] [79] verstroyingen; dan sult ghy vervallen als een [80] kostelick vat.",
      "text2026": "Huil, u herders! en schreeuwt, en wentelt u in de as, u heerlijken van de kudde! want uw dagen zijn vervuld, dat men slachten zal, en van uw verstrooiingen, dan zult u vervallen als een kostelijk voorwerp.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "74",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Regeerders in politie en kerk.",
          "text1637": "Regeerders in Politye ende kercke.",
          "text2026": "Regeerders in politie en kerk."
        },
        {
          "marker": "75",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "75 in de as: Dit is hier ingevoegd uit boven Jer. 6:26. Jeremia 6:26: O dochter Mijns volks! gord een zak aan, en wentel u in de as, maak u rouw eens enigen zoons, een zeer bitter misbaar; want de verstoorder zal ons snellijk overkomen.",
          "text1637": "Dit is hier ingevoecht uyt bov. 6.26.",
          "text2026": "75 in de as: Dit is hier ingevoegd uit boven Jer. 6:26. Jeremia 6:26: O dochter van Mijn volk! gord een zak aan, en wentel u in de as, maak u rouw eens enige zoons, een zeer bitter luid weeklagen; want de verstoorder zal ons snel overkomen."
        },
        {
          "marker": "76",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "76 heerlijken van de kudde: Alzo noemt God de voortreffelijksten en machtigsten onder het volk; alzo vers 35, 25:36; zie van het Hebreeuwse woord Ps. 8:2. Jeremia 25:35: En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde. Jeremia 25:36: Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort. Psalmen 8:2: O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen.",
          "text1637": "Alsoo noemt Godt de voortreffelickste ende machtichste onder den volcke: alsoo vers 35, 36. siet van’t hebreeusch woort Psal. 8. op vers 2.",
          "text2026": "76 heerlijken van de kudde: Zo noemt God de voortreffelijksten en machtigsten onder het volk; zo vers 35, 25:36; zie van het Hebreeuwse woord Ps. 8:2. Jeremia 25:35: En de vlucht zal vergaan van de herder, en de ontkoming van de heerlijken van de kudde. Jeremia 25:36: Er zal zijn een stem van de geroeps van de herderen, en een gehuil van de heerlijken van de kudde, omdat JAHWEH hun weide verstoort. Psalmen 8:2: O JAHWEH, onze Heer! hoe heerlijk is Uw Naam op de gehele aarde! U, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen."
        },
        {
          "marker": "77",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "77 uw dagen zijn vervuld: Die u van God verordineerd zijn; zie Ps. 37:13. Psalmen 37:13: De HEERE belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.",
          "text1637": "Die u van Godt verordineert zijn. Siet Psal. 37. op vers 13.",
          "text2026": "77 uw dagen zijn vervuld: Die u van God verordineerd zijn; zie Ps. 37:13. Psalmen 37:13: JAHWEH belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt."
        },
        {
          "marker": "78",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "78 slachten zal: Te weten, u, of de een den ander.",
          "text1637": "T.w. u, oft, d’een den anderen.",
          "text2026": "78 slachten zal: Te weten, u, of de één de ander."
        },
        {
          "marker": "79",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, de dagen uwer verstrooiingen; [dat is, dat gij verstrooid zult worden] of, uwe verstrooiingen zijn nabij.",
          "text1637": "Verst. de dagen uwer verstroyingen (D. dat ghy verstroyt sult worden) ofte, uwe verstroyingen zijn naeby.",
          "text2026": "Versta, de dagen uw verstrooiingen; [dat is, dat u verstrooid zult worden] of, uwe verstrooiingen zijn nabij."
        },
        {
          "marker": "80",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "80 kostelijk vat: Hebreeuws, vat d er begeerte, of van den lust, van den wens; dat is, schoon, lustig, kostelijk, gewenst [zie 2 Kron. 32:27]; de zin is dat al hunne schoonheid en heerlijkheid vergaan zal, gelijk [bij exempel] een schoon en kostelijk glas, of iets anders, dat van zeer brekelijke stof gemaakt zijnde, in stukken valt, en nergens meer toe deugt noch weder samengezet of hermaakt kan worden. 2 Kronieken 32:27: Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;",
          "text1637": "Hebr. vat der begeerte, ofte, des lusts, des wenschs, D. schoon, lustich, kostelick, gewenscht. (siet 2.Chron. 32. op vers 27.) de sin is, dat alle hare schoonheyt ende heerlickheyt vergaen sal, gelijck (by exempel) een schoon ende kostelick glas, ofte yet anders, dat van seer breecklicke stoffe gemaeckt zijnde, in stucken valt, ende nergens meer toe en deucht, nochte weder t’samen gesett ofte hermaeckt kan worden.",
          "text2026": "80 kostelijk vat: Hebreeuws, vat d er begeerte, of van de lust, van de wens; dat is, schoon, lustig, kostelijk, gewenst [zie 2 Kron. 32:27]; de zin is dat al hun schoonheid en heerlijkheid vergaan zal, gelijk [bij exempel] een schoon en kostelijk glas, of iets anders, dat van zeer brekelijke stof gemaakt zijnde, in stukken valt, en nergens meer toe deugt noch weer samengezet of hermaakt kan worden. 2 Kronieken 32:27: Jehizkia nu had zeer veel rijkdom en eer; en hij maakte zich schatkameren voor zilver en voor goud, en voor kostelijk gesteente, en voor specerijen, en voor schilden, en voor alle begeerlijk gereedschap;"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 9:16; Jer. 13:14; idem 13:24; Jer. 18:17. Jeremia 9:16: En Ik zal hen verstrooien onder de heidenen, die zij niet gekend hebben, zij noch hun vaders; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben. Jeremia 13:14: En Ik zal hen in stukken slaan, den een tegen den ander, zo de vaders als de kinderen te zamen, spreekt de HEERE; Ik zal niet verschonen noch sparen, noch Mij ontfermen, dat Ik hen niet zou verderven. Jeremia 13:24: Daarom zal Ik hen verstrooien als een stoppel, die doorgaat, door een wind der woestijn. Jeremia 18:17: Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs.",
          "text1637": "Ierem. 9.16. ende 13.14, 24. ende 18.17.",
          "text2026": "Jer. 9:16; Jer. 13:14; idem 13:24; Jer. 18:17. Jeremia 9:16: En Ik zal hen verstrooien onder de heidenen, die zij niet gekend hebben, zij noch hun vaders; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben. Jeremia 13:14: En Ik zal hen in stukken slaan, de één tegen de ander, zo de vaders als de kinderen te zamen, spreekt JAHWEH; Ik zal niet sparen noch sparen, noch Mij ontfermen, dat Ik hen niet zou verderven. Jeremia 13:24: Daarom zal Ik hen verstrooien als een stoppel, die doorgaat, door een wind van de woestijn. Jeremia 18:17: Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht van de vijand; Ik zal hun de nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs."
        },
        {
          "marker": "y",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 4:8; Jer. 6:26. Jeremia 4:8: Hierom, gordt zakken aan, bedrijft misbaar en huilt; want de hittigheid van des HEEREN toorn is niet van ons afgekeerd. Jeremia 6:26: O dochter Mijns volks! gord een zak aan, en wentel u in de as, maak u rouw eens enigen zoons, een zeer bitter misbaar; want de verstoorder zal ons snellijk overkomen.",
          "text1637": "Ierem. 4.8. ende 6.26.",
          "text2026": "Jer. 4:8; Jer. 6:26. Jeremia 4:8: Hierom, gordt zakken aan, bedrijft luid weeklagen en huilt; want de hitte van de toorn van JAHWEH is niet van ons afgekeerd. Jeremia 6:26: O dochter van Mijn volk! gord een zak aan, en wentel u in de as, maak u rouw eens enige zoons, een zeer bitter luid weeklagen; want de verstoorder zal ons snel overkomen."
        },
        {
          "marker": "z",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 65:12; Jer. 12:3. Jesaja 65:12: Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt verkoren hetgeen, waaraan Ik geen lust heb. Jeremia 12:3: Maar Gij, o HEERE! kent mij, Gij ziet mij, en proeft mijn hart, dat het met U is. Ruk ze uit als schapen ter slachting, en heilig ze tot den dag der doding.",
          "text1637": "Iesa. 65.12. Ierem. 12.3.",
          "text2026": "Jes. 65:12; Jer. 12:3. Jesaja 65:12: Ik zal u ook ten zwaarde tellen, dat u allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar u hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar u hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt gekozen wat, waaraan Ik geen lust heb. Jeremia 12:3: Maar U, o JAHWEH! kent mij, U ziet mij, en proeft mijn hart, dat het met U is. Ruk ze uit als schapen ter slachting, en heilig ze tot de dag van de doding."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֵילִ֨ילוּ",
          "strongs": "H3213",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֹעִ֜ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/זַעֲק֗וּ",
          "strongs": "H2199",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִֽתְפַּלְּשׁוּ֙",
          "strongs": "H6428",
          "morph": "HC/Vtv2mp"
        },
        {
          "woord": "אַדִּירֵ֣י",
          "strongs": "H117",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּ֔אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מָלְא֥וּ",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "יְמֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/טְב֑וֹחַ",
          "strongs": "H2873",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְפוֹצ֣וֹתִי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H8600",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/נְפַלְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/כְלִ֥י",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חֶמְדָּֽה",
          "strongs": "H2532",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"y\">y</sup> Huil, u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> herders! en schreeuwt, en wentelt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> de as, u heerlijken van de kudde! want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> uw dagen zijn vervuld, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"z\">z</sup> men slachten zal, en van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> verstrooiingen, dan zult u vervallen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> kostelijk voorwerp.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"y\">y</sup> Huilt, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> herders! en schreeuwt, en wentelt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> de as, gij heerlijken van de kudde! want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> uw dagen zijn vervuld, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"z\">z</sup> men slachten zal, en van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> verstrooiingen, dan zult gij vervallen als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> kostelijk vat.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"y\">y</sup> Huylet ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> herders, en<i>de</i> schreeuwet, ende wentelt u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> [inder asschen] ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> heerlicke vander kudde; want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> uwe dagen zijn vervult, datmen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"z\">z</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> slachten sal: ende van uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> verstroyingen; dan sult ghy vervallen als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> kostelick vat.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Huilt, gij",
          "new": "Huil, u",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "vat.",
          "new": "voorwerp.",
          "principe": "V1649"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "En de vlucht zal vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.",
      "text1637": "Ende de vlucht sal [81] vergaen van de herders, ende de ontkominge van de heerlicke der kudde.",
      "text2026": "En de vlucht zal vergaan van de herder, en de ontkoming van de heerlijken van de kudde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "81",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "81 vergaan van de herders: Of, verloren zijn voor, enz. dat is, daar zal geen ontvlieden zijn voor de regeerders, noch ontkoming voor de machtigen van het volk. Vergelijk Ps. 142:5; Amos 2:14, 2:15, 2:16, enz. Psalmen 142:5: Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel. Amos 2:14: Zodat de snelle niet zal ontvlieden, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden. Amos 2:15: En die den boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden. Amos 2:16: En de kloekhartigste onder de helden zal te dien dage naakt heenvlieden, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Ofte, verloren zijn voor, etc. D. daer en sal geen ontvlieden zijn voor de Regeerders, noch ontkomen voor de machtige des volcx. Vergel. Psal. 142.5. Amos 2.14, 15, 16, etc.",
          "text2026": "81 vergaan van de herder: Of, verloren zijn voor, enz. dat is, daar zal geen ontvluchten zijn voor de regeerders, noch ontkoming voor de machtigen van het volk. Vergelijk Ps. 142:5; Amos 2:14, 2:15, 2:16, enz. Psalmen 142:5: Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvluchten voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel. Amos 2:14: Zodat de snelle niet zal ontvluchten, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden. Amos 2:15: En die de boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden. Amos 2:16: En de kloekhartigste onder de helden zal op die dag naakt heenvluchten, spreekt JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָבַ֥ד",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "מָנ֖וֹס",
          "strongs": "H4498",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רֹעִ֑ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/פְלֵיטָ֖ה",
          "strongs": "H6413",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אַדִּירֵ֥י",
          "strongs": "H117",
          "morph": "HR/Aampc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּֽאן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de vlucht zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> vergaan van de herder, en de ontkoming van de heerlijken van de kudde.",
      "textSV1888_html": "En de vlucht zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> vergaan van de herders, en de ontkoming van de heerlijken der kudde.",
      "text1637_html": "Ende de vlucht sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> vergaen van de herders, ende de ontkominge van de heerlicke der kudde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "herders,",
          "new": "herder,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "Er zal zijn een stem des geroeps der herderen, en een gehuil der heerlijken van de kudde, omdat de HEERE hun weide verstoort.",
      "text1637": "Daer sal zijn eene stemme des geroeps der herderen, ende een gehuyl der heerlicken van der kudde: om dat de HEERE hare weyde verstoort.",
      "text2026": "Er zal zijn een stem van het geroep van de herders, en een gehuil van de heerlijken van de kudde, omdat JAHWEH hun weide verstoort.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ק֚וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "צַעֲקַ֣ת",
          "strongs": "H6818",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רֹעִ֔ים",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ילְלַ֖ת",
          "strongs": "H3215",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אַדִּירֵ֣י",
          "strongs": "H117",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צֹּ֑אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שֹׁדֵ֥ד",
          "strongs": "H7703",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מַרְעִיתָֽ/ם",
          "strongs": "H4830",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Er zal zijn een stem van het geroep van de herders, en een gehuil van de heerlijken van de kudde, omdat JAHWEH hun weide verstoort.",
      "text1637_html": "Daer sal zijn eene stemme des geroeps der herderen, ende een gehuyl der heerlicke<i>n</i> van der kudde: om dat de HEERE hare weyde verstoort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des geroeps der herderen,",
          "new": "van het geroep van de herders,",
          "principe": "V1632"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.",
      "text1637": "Want de [82] Landouwen des vredes sullen uytgeroeyt worden: van wegen de hitticheyt des toorns des HEEREN.",
      "text2026": "Want de akkers van de vrede zullen uitgeroeid worden, vanwege de hitte van de toorn van JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "82",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "82 landouwen des vredes: Of, kooien, herdershutten, lieflijke woningen [omdat het Hebreeuwse woord alzo genomen wordt] des vredes; dat is, waar men in vrede tevoren ging weiden, of in alle zekerheid en voorspoed woonde en meende te zullen blijven wonen.",
          "text1637": "Ofte, koyen, herders-hutten, lieflicke wooningen (om dat het Hebr. woort alsoo genomen wort) des vredes. D. daermen in vrede te vooren ginck weyden, ofte, in alle sekerheyt ende voorspoet woonde, ende meende te sullen blijven woonen.",
          "text2026": "82 akkers van de vrede: Of, kooien, herdershutten, lieflijke woningen [omdat het Hebreeuwse woord zo genomen wordt] van de vrede; dat is, waar men in vrede tevoren ging weiden, of in alle zekerheid en voorspoed woonde en meende te zullen blijven wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נָדַ֖מּוּ",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "נְא֣וֹת",
          "strongs": "H4999",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁל֑וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֖י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חֲר֥וֹן",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> akkers van de vrede zullen uitgeroeid worden, vanwege de hitte van de toorn van JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.",
      "text1637_html": "Want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> Landouwen des vredes sullen uytgeroeyt worden: van wegen de hitticheyt des toorns des HEEREN.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "landouwen des vredes",
          "new": "akkers van de vrede",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "hittigheid des toorns des HEEREN.",
          "new": "hitte van de toorn van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 38,
      "textSV1888": "Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.",
      "text1637": "[83] Hy heeft, als een jonge leeuw, sijne [84] hutte verlaten: [85] want haerlieder lant is geworden tot eene verwoestinge, van wegen de hitticheyt des [86] verdruckers, ja van wegen de hitticheyt sijns toorns.",
      "text2026": "Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hun land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hitte van de verdrukker, ja, vanwege de hitte van Zijn toorn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "83",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "83 Hij heeft: Namelijk de HEERE, van wien in het einde van vers 37 gesproken is. Jeremia 25:37: Want de landouwen des vredes zullen uitgeroeid worden, vanwege de hittigheid des toorns des HEEREN.",
          "text1637": "Namelick, de HEERE, van welcken in’t eynde des voorgaenden verskens gesproken is.",
          "text2026": "83 Hij heeft: Namelijk JAHWEH, van wie in het einde van vers 37 gesproken is. Jeremia 25:37: Want de akkers van de vrede zullen uitgeroeid worden, vanwege de hitte van de toorn van JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "84",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "84 hutte verlaten: Of, hol. Dit kan men alzo verstaan, dat God, als een leeuw uit zijn hol, is uitgegaan als ten roof, om landen en lieden in groten toorn te verderven en als te verscheuren en te verslinden; of, dat Hij de plaats zijner residentie, Zion en den tempel [vanwaar Hij als een jonge leeuw de vijanden placht te verschrikken en te verscheuren], nu verlaten heeft, en het overzulks den vijand licht te doen zal zijn, het Joodse land te vermeesteren, enz.",
          "text1637": "Ofte, hol. dit kanmen alsoo verstaen, dat Godt, als een leeuw uyt sijn hol, is uytgegaen als ten roove, om landen ende luyden in grooten toorn te verderven, ende als te verscheuren ende te verslinden: ofte, dat hy de plaetse sijner residentie, Zion ende den Tempel (van waer hy als een jonck leeuw de vyanden plach te verschricken ende te verscheuren) nu verlaeten heeft, ende over sulcx den vyant licht om doen sal zijn, het Ioodsche lant te vermeesteren, etc.",
          "text2026": "84 hutte verlaten: Of, hol. Dit kan men zo verstaan, dat God, als een leeuw uit zijn hol, is uitgegaan als ten roof, om landen en mensen in grote toorn te verderven en als te verscheuren en te verslinden; of, dat Hij de plaats zijn residentie, Zion en de tempel [vanwaar Hij als een jonge leeuw de vijanden placht te verschrikken en te verscheuren], nu verlaten heeft, en het overzulks de vijand licht te doen zal zijn, het Joodse land te vermeesteren, enz."
        },
        {
          "marker": "85",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zekerlijk.",
          "text1637": "Ofte, Sekerlick.",
          "text2026": "Of, zekerlijk."
        },
        {
          "marker": "86",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, rovers, dat men op God, en ook op den Babyloniër kan duiden. Hebreeuws, verdrukkende; te weten, zwaard, gelijk onder Jer. 46:16, en Jer. 50:16, of land, of stad, gelijk Zef. 3:1. Sommigen zetten het over: Vanwege de hittigheid der duif, omdat het Hebreeuwse woord zulks ook betekent; [zie Ps. 74:8], alsof God wilde zeggen: Die tevoren zo lieflijk en minnelijk was als een duif, is nu geworden als een jonge verscheurende leeuw, en dat om de grote zonden van het volk. Sommigen verstaan door de duif de Assyriërs, van wie enigen schrijven dat zij in hunne banieren het beeld ener duif voerden. Dan moest men door de Assyriërs verstaan de Babyloniërs, als hebbende toen ten tijde de heerschappij over Assyrië. Vergelijk Ezra 6:22. Jeremia 46:16: Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard. Jeremia 50:16: Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land. Zefanja 3:1: Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad! Psalmen 74:8: Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand. Ezra 6:22: En zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap; want de HEERE had hen verblijd, en het hart des konings van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het werk van het huis Gods, des Gods van Israël.",
          "text1637": "Ofte, Roovers, datmen op Godt, ende oock op de Babylonier kan duyden. Hebr. verdruckende. t.w. sweert. als ond. 46.16. ende 50.16. ofte, lant, ofte stadt. als Zeph. 3.1. Sommige setten ’t over: van wegen de hitticheyt der duyve. om dat het Hebr. woort sulcx oock beteeckent: (siet Psal. 74. op vers 8.) als of Godt wilde seggen, die te vooren soo lieflick ende minnelick was als eene duyve, is nu geworden als een jonck verscheurende leeuw, ende dat om de groote sonden des volcx. Sommige verstaen door de duyve de Assyriers, van dewelcke eenige schrijven datse in hare banieren het beelt eener duyve voerden. dan mostmen door de Assyriers verstaen de Babyloniers, als hebbende doe ter tijt de heerschapije over Assyrien. Vergel. Ezr. 6.22.",
          "text2026": "Of, rovers, dat men op God, en ook op de Babyloniër kan duiden. Hebreeuws, verdrukkende; te weten, zwaard, gelijk onder Jer. 46:16, en Jer. 50:16, of land, of stad, gelijk Zef. 3:1. Sommigen zetten het over: Vanwege de hitte van de duif, omdat het Hebreeuwse woord zulks ook betekent; [zie Ps. 74:8], alsof God wilde zeggen: Die tevoren zo lieflijk en minnelijk was als een duif, is nu geworden als een jonge verscheurende leeuw, en dat om de grote zonden van het volk. Sommigen verstaan door de duif de Assyriërs, van wie enige schrijven dat zij in hun banieren het beeld ener duif voerden. Dan moest men door de Assyriërs verstaan de Babyloniërs, als hebbende toen ten tijde de heerschappij over Assyrië. Vergelijk Ezra 6:22. Jeremia 46:16: Hij maakte van de struikelenden veel; ja, de één viel op de ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons terugkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard. Jeremia 50:16: Roeit uit van Babel de zaaier, en die, die de sikkel handelt in de oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iedereen tot zijn volk, en vluchten, een iedereen naar zijn land. Zefanja 3:1: Wee van de ijselijke, en van de bevlekte, van de verdrukkende stad! Psalmen 74:8: Zij hebben in hun hart gezegd: Laat ze ons te zamen uitplunderen; zij hebben alle Gods vergaderplaatsen in het land verbrand. Ezra 6:22: En zij hielden het feest van de ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap; want JAHWEH had hen verblijd, en het hart van de koning van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het werk van het huis van God, van de God van Israël."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עָזַ֥ב",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/כְּפִ֖יר",
          "strongs": "H3715",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "סֻכּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5520",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הָיְתָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "אַרְצָ/ם֙",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁמָּ֔ה",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵי֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חֲר֣וֹן",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּוֹנָ֔ה",
          "strongs": "H3238",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/פְּנֵ֖י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HC/R/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חֲר֥וֹן",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַפּֽ/וֹ",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> hutte verlaten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> want hun land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hitte van de verdrukker,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> ja, vanwege de hitte van Zijn toorn.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> hutte verlaten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> Hy heeft, als een jonge leeuw, sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> hutte verlaten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> want haerlieder lant is geworden tot eene verwoestinge, van wege<i>n</i> de hitticheyt des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> verdruckers, ja van wegen de hitticheyt sijns toorns.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        },
        {
          "old": "hittigheid des verdrukkers,",
          "new": "hitte van de verdrukker,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "hittigheid Zijns toorns.",
          "new": "hitte van Zijn toorn.",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Propheet stelt den volcke voor, door Godts last, sijnen, ende anderer propheten, geduerigen dienst in’t vermanen tot bekeeringe, ende daertegen hare geduerige ongehoorsaemheyt, vers 1, etc. daerom Godt haer (als oock andere volcken) sal straffen, door den Coninck van Babel, met tseventich-jarige dienstbaerheyt, 8. Doch als dan oock den Coninck van Babel vergelden nae sijne verdiensten, ende dese prophetyen, 12. bevestiging deser Propheteyen door’t gesichte van den drinckbeker des godtlicken toorns daeruyt de volcken, by de rijge om, moeten drincken, 15. Afbeeldinge van de schricklickheyt deser straffen, 30.",
    "text2026": "De profeet stelt het volk, op Gods bevel, voor ogen de voortdurende dienst van hem en andere profeten in het vermanen tot bekering, en daartegenover hun voortdurende ongehoorzaamheid, vers 1, enz. daarom God hen (evenals andere volken) zal straffen door de koning van Babel, met zeventigjarige dienstbaarheid, 8. Doch zal Hij dan ook de koning van Babel vergelden naar zijn verdiensten, evenals deze profetieën, 12. bevestiging van deze profetieën door het gezicht van de drinkbeker van de goddelijke toorn, waaruit de volken op hun beurt moeten drinken, 15. Afbeelding van de verschrikkelijkheid van deze straffen, 30."
  }
}
