{
 "number": 27,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:",
   "text1637": "IN [1] ’tbegin des Coninckrijcks van Iojakim, sone van Iosia, Coninck van Iuda, geschiedde dit woort tot Ieremia, van de HEERE, seggende:",
   "text2026": "In het begin van het koninkrijk van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, kwam dit woord tot Jeremia, van JAHWEH, zeggende:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "1 het begin des koninkrijks van Jojakim: Elf jaren vóór het koninkrijk van Zedekia, als Nebukadnezar nog niet koning van Babel was, gelijk afgenomen wordt uit Jer. 25:1, ontving Jeremia bevel van hetgeen hij doen en zeggen zou ten tijde van den koning Zedekia, gelijk uit het volgende blijkt. Zie vers 3, 27:12. Jeremia 25:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel); Jeremia 27:3: En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen. Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.",
     "text1637": "Elf jaren voor het Coninckrijck van Zedekia, als Nebucadnezar noch geen Coninck van Babel en was, als afgenomen wort uyt cap. 25.1. Doe ontfinck Ieremia bevel van ’tgene hy doen ende seggen soude ter tijt des Conincks Zedekia, als uyt het volgende blijckt. Siet vers 3. ende 12.",
     "text2026": "1 het begin van het koninkrijk van Jojakim: Elf jaren vóór het koninkrijk van Zedekia, als Nebukadnezar nog niet koning van Babel was, gelijk afgenomen wordt uit Jer. 25:1, ontving Jeremia bevel van wat hij doen en zeggen zou ten tijde van de koning Zedekia, gelijk uit het volgende blijkt. Zie vers 3, 27:12. Jeremia 25:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het gehele volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel); Jeremia 27:3: En zend ze tot de koning van Edom, en tot de koning van Moab, en tot de koning van de kinderen Ammons, en tot de koning van Tyrus, en tot de koning van Sidon; door de hand van de boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, de koning van Juda, komen. Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk van de koning van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult u leven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/רֵאשִׁ֗ית",
     "strongs": "H7225",
     "morph": "HR/Ncfsc"
    },
    {
     "woord": "מַמְלֶ֛כֶת",
     "strongs": "H4467",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוֹיָקִ֥ם",
     "strongs": "H3079",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יֹאושִׁיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H2977",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֑ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֞ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/דָּבָ֤ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּה֙",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֔ה",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֥ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "In<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het begin van het koninkrijk van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, kwam dit woord tot Jeremia, van JAHWEH, zeggende:",
   "textSV1888_html": "In<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:",
   "text1637_html": "IN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> ’tbegin des Coninckrijcks van Iojakim, sone van Iosia, Coninck van Iuda, geschiedde dit woort tot Ieremia, van de HEERE, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschiedde dit woord tot Jeremia",
     "new": "kwam dit woord tot Jeremia",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "des koninkrijks",
     "new": "van het koninkrijk",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "geschiedde",
     "new": "gebeurde",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals.",
   "text1637": "Alsoo seyde de HEERE tot my; Maeckt u banden ende [2] jocken, ende [a] doet [3] die aen uwen hals.",
   "text2026": "Zo zei JAHWEH tot mij: Maak u banden en jukken, en doe die aan uw hals.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen onder Jer. 28:10, 28:12, 28:13. Anders betekent het ook disselen, of zelen, waarmede men aan het juk of den dissel gebonden wordt. Zie Lev. 26:13, met de aantekening. Jeremia 28:10: Toen nam de profeet Hananja het juk van den hals van den profeet Jeremia, en verbrak het. Jeremia 28:12: Doch des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia (nadat de profeet Hananja het juk van den hals van den profeet Jeremia verbroken had), zeggende: Jeremia 28:13: Ga henen en spreek tot Hananja, zeggende: Zo zegt de HEERE: Houten jukken hebt gij verbroken, nu zult gij in plaats van die, ijzeren jukken maken. Leviticus 26:13: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.",
     "text1637": "Alsoo wort het Hebr. woort oock genomen ond. 28.10, 12, 13. anders beteeckent het oock diesselen ofte zeelen. daer mede men aen ’t jock ofte den diessel gebonden wort. Siet Levit. 26.13. met d’aent.",
     "text2026": "Zo wordt het Hebreeuwse woord ook genomen onder Jer. 28:10, 28:12, 28:13. Anders betekent het ook disselen, of zelen, waarmee men aan het juk of de dissel gebonden wordt. Zie Lev. 26:13, met de aantekening. Jeremia 28:10: Toen nam de profeet Hananja het juk van de hals van de profeet Jeremia, en verbrak het. Jeremia 28:12: Maar van JAHWEH woord geschiedde tot Jeremia (nadat de profeet Hananja het juk van de hals van de profeet Jeremia verbroken had), zeggende: Jeremia 28:13: Ga heen en spreek tot Hananja, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Houten jukken hebt u verbroken, nu zult u in plaats van die, ijzeren jukken maken. Leviticus 26:13: Ik ben JAHWEH, uw God, Die u uit het land van de Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat u hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "3 die aan uw hals: Dat is, een van dien, [zie Richt. 12:7, en boven Jer. 26:23], en draag dat, om het volk levendig af te beelden de toekomstige dienstbaarheid onder den koning van Babel; [zie onder vers 8, 27:12, en Jer. 28:14], en doe met de andere gelijk volgt. Richteren 12:7: Jeftha nu richtte Israël zes jaren; en Jeftha, de Gileadiet, stierf, en werd begraven in de steden van Gilead. Jeremia 26:23: Die voerden Uria uit Egypte, en brachten hem tot den koning Jojakim, en hij sloeg hem met het zwaard, en hij wierp zijn dood lichaam in de graven van de kinderen des volks. Jeremia 27:8: En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand. Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven. Jeremia 28:14: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ik heb een ijzeren juk gedaan aan den hals van al deze volken, om Nebukadnezar, den koning van Babel, te dienen, en zij zullen hem dienen; ja, Ik heb hem ook het gedierte des velds gegeven.",
     "text1637": "D. een van dien, (siet Iudic. 12. op vers 7. ende bov. 26. op vers 23.) ende draegt dat, om den volcke levendich af te beelden de toekomstige dienstbaerheyt onder den Coninck van Babel: (siet ond. vers 8, 12. ende cap. 28.14.) ende doet met d’andere als volgt.",
     "text2026": "3 die aan uw hals: Dat is, één van die, [zie Richt. 12:7, en boven Jer. 26:23], en draag dat, om het volk levendig af te beelden de toekomstige dienstbaarheid onder de koning van Babel; [zie onder vers 8, 27:12, en Jer. 28:14], en doe met de andere gelijk volgt. Richteren 12:7: Jeftha nu richtte Israël zes jaren; en Jeftha, de Gileadiet, stierf, en werd begraven in de steden van Gilead. Jeremia 26:23: Die voerden Uria uit Egypte, en brachten hem tot de koning Jojakim, en hij sloeg hem met het zwaard, en hij wierp zijn dood lichaam in de graven van de kinderen van het volk. Jeremia 27:8: En het zal gebeuren, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, de koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk van de koning van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt JAHWEH, bezoeking doen door het zwaard, en door de honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand. Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk van de koning van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult u leven. Jeremia 28:14: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ik heb een ijzeren juk gedaan de hals van al deze volken, om Nebukadnezar, de koning van Babel, te dienen, en zij zullen hem dienen; ja, Ik heb hem ook het gedierte van het veld gegeven."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 28:10. Jeremia 28:10: Toen nam de profeet Hananja het juk van den hals van den profeet Jeremia, en verbrak het.",
     "text1637": "Ierem. 28.10.",
     "text2026": "Jer. 28:10. Jeremia 28:10: Toen nam de profeet Hananja het juk van de hals van de profeet Jeremia, en verbrak het."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֤ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֔/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עֲשֵׂ֣ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/ךָ֔",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מוֹסֵר֖וֹת",
     "strongs": "H4147",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מֹט֑וֹת",
     "strongs": "H4133",
     "morph": "HC/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְתַתָּ֖/ם",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq2ms/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "צַוָּארֶֽ/ךָ",
     "strongs": "H6677",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zei JAHWEH tot mij: Maak u banden en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> jukken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> die aan uw hals.",
   "textSV1888_html": "Alzo zeide de HEERE tot mij: Maak u banden en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> jukken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> die aan uw hals.",
   "text1637_html": "Alsoo seyde de HEERE tot my; Maeckt u banden ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> jocken, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> doet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> die aen uwen hals.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Alzo zeide de HEERE",
     "new": "Zo zei JAHWEH",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda, komen.",
   "text1637": "Ende sendtse tot den Coninck van Edom, ende tot den Coninck van Moab, ende tot den Coninck der kinderen Ammons, ende tot den Coninck van Tyrus, ende tot den Coninck van Zidon: door de hant der [4] boden, die te Ierusalem tot Zedekia, den Coninck van Iuda, [5] komen.",
   "text2026": "En zend ze tot de koning van Edom, en tot de koning van Moab, en tot de koning van de kinderen Ammons, en tot de koning van Tyrus, en tot de koning van Sidon; door de hand van de boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, de koning van Juda, komen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, gezanten.",
     "text1637": "Ofte, gesanten.",
     "text2026": "Of, gezanten."
    },
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, zullen komen, zijn gekomen, om verbond met hem te maken tegen de Babyloniërs, of hem in zijn rebellie te stijven. Zie 2 Kron. 36:13. 2 Kronieken 36:13: Daartoe werd hij ook afvallig tegen den koning Nebukadnezar, die hem beëdigd had bij God; en verhardde zijn nek, en verstokte zijn hart, dat hij zich niet bekeerde tot den HEERE, den God Israëls.",
     "text1637": "Ofte, sullen komen, zijn gekomen, om verbont met hem te maken tegen de Babyloniers, ofte hem in sijne rebellye te stijven. siet. Chro. 36.13.",
     "text2026": "Of, zullen komen, zijn gekomen, om verbond met hem te maken tegen de Babyloniërs, of hem in zijn rebellie te stijven. Zie 2 Kron. 36:13. 2 Kronieken 36:13: Daartoe werd hij ook afvallig tegen de koning Nebukadnezar, die hem beëdigd had bij God; en verhardde zijn nek, en verstokte zijn hart, dat hij zich niet bekeerde tot JAHWEH, de God van Israël."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שִׁלַּחְתָּ/ם֩",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HC/Vpq2ms/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "מֶ֨לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֱד֜וֹם",
     "strongs": "H123",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מוֹאָ֗ב",
     "strongs": "H4124",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "מֶ֨לֶךְ֙",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵ֣י",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "עַמּ֔וֹן",
     "strongs": "H5983",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "מֶ֥לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "צֹ֖ר",
     "strongs": "H6865",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "צִיד֑וֹן",
     "strongs": "H6721",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֤ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מַלְאָכִים֙",
     "strongs": "H4397",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/בָּאִ֣ים",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִַ֔ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֥לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָֽה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En zend ze tot de koning van Edom, en tot de koning van Moab, en tot de koning van de kinderen Ammons, en tot de koning van Tyrus, en tot de koning van Sidon; door de hand van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, de koning van Juda,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> komen.",
   "textSV1888_html": "En zend ze tot den koning van Edom, en tot den koning van Moab, en tot den koning der kinderen Ammons, en tot den koning van Tyrus, en tot den koning van Sidon; door de hand der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> boden, die te Jeruzalem tot Zedekia, den koning van Juda,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> komen.",
   "text1637_html": "Ende sendtse tot den Coninck van Edom, ende tot den Coninck van Moab, ende tot den Coninck der kinderen Ammons, ende tot den Coninck van Tyrus, ende tot den Coninck van Zidon: door de hant der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> boden, die te Ierusalem tot Zedekia, den Coninck van Iuda, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> komen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Zo zult gij tot uw heren zeggen:",
   "text1637": "Ende beveelt hen hare Heeren te seggen: Soo seyt de HEERE der [6] heyrscharen, de Godt Israëls: Soo sult ghy tot uwe Heeren seggen:",
   "text2026": "En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Zo zult u tot uw heren zeggen:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 1 Kron. 18:15. 1 Kronieken 18:15: Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier;",
     "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 15.",
     "text2026": "Zie 1 Kron. 18:15. 1 Kronieken 18:15: Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het legermacht; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/צִוִּיתָ֣",
     "strongs": "H6680",
     "morph": "HC/Vpq2ms"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ֔/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹֽנֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H113",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֞ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֤ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָאוֹת֙",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כֹּ֥ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "תֹֽאמְר֖וּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹֽנֵי/כֶֽם",
     "strongs": "H113",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Zo zult u tot uw heren zeggen:",
   "textSV1888_html": "En beveel hun aan hun heren te zeggen: Zo zegt de HEERE der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> heirscharen, de God Israëls: Zo zult gij tot uw heren zeggen:",
   "text1637_html": "Ende beveelt hen hare Heeren te seggen: Soo seyt de HEERE der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> heyrscharen, de Godt Israëls: Soo sult ghy tot uwe Heeren seggen:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH van",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm, en Ik geef ze aan welken het recht is in Mijn ogen.",
   "text1637": "Ick hebbe gemaeckt de aerde, den mensche, ende het vee, die op den aerd-bodem zijn, door mijne groote kracht, ende door mijnen uytgestreckten arm: [7] ende ick [b] gevese aen welcken het [8] recht is in mijne oogen.",
   "text2026": "Ik heb gemaakt de aarde, de mens en het vee, die op de aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekte arm, en Ik geef ze aan wie het recht is in Mijn ogen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "7 en Ik geef ze: Of, daarom geef Ik die, of heb ze gegeven, enz.; te weten de aarde.",
     "text1637": "Ofte, daerom geve ick die, ofte hebbese gegeven, etc. T.w. de aerde.",
     "text2026": "7 en Ik geef ze: Of, daarom geef Ik die, of heb ze gegeven, enz.; te weten de aarde."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "8 recht is in Mijn ogen: Dat is, wien het mij, belieft, of beliefde.",
     "text1637": "D. dien ’t my belieft, ofte beliefde.",
     "text2026": "8 recht is in Mijn ogen: Dat is, wie het mij, belieft, of beliefde."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Dan. 4:14; idem v. 25. Daniël 4:14: Roepende met kracht, en aldus zeggende: Houwt dien boom af, en kapt zijn takken af; stroopt zijn loof af, en verstrooit zijn vruchten, dat de dieren van onder hem wegzwerven, en de vogelen van zijn takken; Daniël 4:25: Te weten, men zal u van de mensen verstoten, en met het gedierte des velds zal uw woning zijn, en men zal u het kruid, als den ossen, te smaken geven; en gij zult van den dauw des hemels nat gemaakt worden, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze, wien Hij wil.",
     "text1637": "Dan. 4.14, 22.",
     "text2026": "Dan. 4:14; idem v. 25. Daniël 4:14: Roepende met kracht, en aldus zeggende: Houwt die boom af, en kapt zijn takken af; stroopt zijn loof af, en verstrooit zijn vruchten, dat de dieren van onder hem wegzwerven, en de vogels van zijn takken; Daniël 4:25: Te weten, men zal u van de mensen verstoten, en met het gedierte van het veld zal uw woning zijn, en men zal u het kruid, als de ossen, te smaken geven; en u zult van de dauw van de hemel nat gemaakt worden, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat u bekent, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken van de mensen, en geeft ze, wie Hij wil."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אָנֹכִ֞י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָשִׂ֣יתִי",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֗רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָדָ֤ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הַ/בְּהֵמָה֙",
     "strongs": "H929",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר֙",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "פְּנֵ֣י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כֹחִ/י֙",
     "strongs": "H3581",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הַ/גָּד֔וֹל",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בִ/זְרוֹעִ֖/י",
     "strongs": "H2220",
     "morph": "HC/R/Ncbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הַ/נְּטוּיָ֑ה",
     "strongs": "H5186",
     "morph": "HTd/Vqsfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְתַתִּ֕י/הָ",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "לַ/אֲשֶׁ֖ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HR/Tr"
    },
    {
     "woord": "יָשַׁ֥ר",
     "strongs": "H3474",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עֵינָֽ/י",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik heb gemaakt de aarde, de mens en het vee, die op de aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekte arm,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> en Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> geef ze aan wie het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> recht is in Mijn ogen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ik heb gemaakt de aarde, den mens en het vee, die op den aardbodem zijn, door Mijn grote kracht, en door Mijn uitgestrekten arm,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> en Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> geef ze aan welken het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> recht is in Mijn ogen.",
   "text1637_html": "Ick hebbe gemaeckt de aerde, den mensche, ende het vee, die op den aerd-bodem zijn, door mijne groote kracht, ende door mijnen uytgestreckten arm: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ende ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gevese aen welcken het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> recht is in mijne oogen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "uitgestrekten",
     "new": "uitgestrekte",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "welken",
     "new": "wie",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.",
   "text1637": "Ende nu, ick hebbe alle dese landen gegeven in de hant [9] Nebucadnezars des Conincx van Babel, [c] mijns [10] knechts: selfs oock het [11] gedierte des velts, heb ick hem gegeven om hem te dienen.",
   "text2026": "En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; zelfs ook het gedierte van het veld heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven Jer. 25:9. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.",
     "text1637": "Siet bov. 25. op vers 9.",
     "text2026": "Zie boven Jer. 25:9. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt JAHWEH; en tot Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelfde, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 gedierte des velds: Manier van spreken, betekenende een volstrekte en volkomen heerschappij. Vergelijk onder Jer. 28:14; Dan. 2:38. Jeremia 28:14: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ik heb een ijzeren juk gedaan aan den hals van al deze volken, om Nebukadnezar, den koning van Babel, te dienen, en zij zullen hem dienen; ja, Ik heb hem ook het gedierte des velds gegeven. Daniël 2:38: En overal, waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de beesten des velds en de vogelen des hemels in uw hand gegeven; en Hij heeft u gesteld tot een heerser over al dezelve; gij zijt dat gouden hoofd.",
     "text1637": "Maniere van spreken, beteeckenende eene absoluyte ende volcomene heerschappye. Vergel. ond. 28.14. Dan. 2.38.",
     "text2026": "11 gedierte van het veld: Manier van spreken, betekenende een volstrekte en volkomen heerschappij. Vergelijk onder Jer. 28:14; Dan. 2:38. Jeremia 28:14: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ik heb een ijzeren juk gedaan de hals van al deze volken, om Nebukadnezar, de koning van Babel, te dienen, en zij zullen hem dienen; ja, Ik heb hem ook het gedierte van het veld gegeven. Daniël 2:38: En overal, waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de beesten van het veld en de vogels van de hemel in uw hand gegeven; en Hij heeft u gesteld tot een heerser over al dezelfde; u bent dat gouden hoofd."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "In het voorgaande dikwijls genoemd Nebukadrezar.",
     "text1637": "In’t voorgaende dickwils genoemt Nebucadrezar.",
     "text2026": "In het voorgaande dikwijls genoemd Nebukadrezar."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 25:9. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.",
     "text1637": "Ierem. 25.9.",
     "text2026": "Jer. 25:9. Jeremia 25:9: Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt JAHWEH; en tot Nebukadnezar, de koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelfde, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/עַתָּ֗ה",
     "strongs": "H6258",
     "morph": "HC/D"
    },
    {
     "woord": "אָֽנֹכִי֙",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "נָתַ֨תִּי֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֲרָצ֣וֹת",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֔לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֛ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "נְבוּכַדְנֶאצַּ֥ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֖ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַבְדִּ֑/י",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/גַם֙",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HC/Ta"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "חַיַּ֣ת",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׂדֶ֔ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "נָתַ֥תִּי",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "ל֖/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/עָבְדֽ/וֹ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van Nebukadnezar, de koning van Babel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> knecht; zelfs ook het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gedierte van het veld heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En nu, Ik heb al deze landen gegeven in de hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van Nebukadnezar, den koning van Babel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> knecht; zelfs ook het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gedierte des velds heb Ik hem gegeven, om hem te dienen.",
   "text1637_html": "Ende nu, ick hebbe alle dese landen gegeven in de hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Nebucadnezars des Conincx van Babel, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> mijns <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> knechts: selfs oock het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gedierte des velts, heb ick hem gegeven om hem te dienen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des velds",
     "new": "van het veld",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en zijns zoons zoon dienen, totdat ook de tijd zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.",
   "text1637": "Ende alle volcken sullen hem, ende sijnen [12] sone, ende sijns soons [13] sone dienen: tot dat oock de tijt [14] sijns eygenen lants kome; dan sullen sich machtige volcken ende groote Coningen van hem [15] doen dienen.",
   "text2026": "En alle volken zullen hem, en zijn zoon, en de zoon van zijn zoon dienen, totdat ook de tijd van zijn eigen land kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem doen dienen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "12 zoon, en zijns zoons: Evilmerodach, van wien zie 2 Kon. 25:27, en onder Jer. 52:31. 2 Koningen 25:27: Het geschiedde daarna in het zeven en dertigste jaar der wegvoering van Jojachin, den koning van Juda, in de twaalfde maand, op den zeven en twintigsten der maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het jaar, als hij koning werd, het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief. Jeremia 52:31: Het geschiedde daarna, in het zeven en dertigste jaar der gevankelijke wegvoering van Jojachin, den koning van Juda, in de twaalfde maand, op den vijf en twintigsten der maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het eerste jaar zijns koninkrijks, het hoofd van Jojachin, den koning van Juda, verhief, en hem uit het gevangenhuis uitbracht.",
     "text1637": "Evilmerodach, van welcken siet 2.Reg. 25.27. ende ond. 52.31.",
     "text2026": "12 zoon, en zijn zoons: Evilmerodach, van wie zie 2 Kon. 25:27, en onder Jer. 52:31. 2 Koningen 25:27: Het geschiedde daarna in het zeven en dertigste jaar van de wegvoering van Jojachin, de koning van Juda, in de twaalfde maand, op de zeven en twintigsten van de maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het jaar, als hij koning werd, het hoofd van Jojachin, de koning van Juda, uit het gevangenhuis, verhief. Jeremia 52:31: Het geschiedde daarna, in het zeven en dertigste jaar van de gevankelijke wegvoering van Jojachin, de koning van Juda, in de twaalfde maand, op de vijf en twintigsten van de maand, dat Evilmerodach, de koning van Babel, in het eerste jaar zijn koninkrijks, het hoofd van Jojachin, de koning van Juda, verhief, en hem uit het gevangenhuis uitbracht."
    },
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 zoon dienen: Belsazar. Zie Dan. 5.",
     "text1637": "Belsazar. Siet Dan. 5.",
     "text2026": "13 zoon dienen: Belsazar. Zie Dan. 5."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "14 zijns eigenen lands kome: Of, de rechte tijd van zijn land. Hebreeuws, de tijd van zijn land, ook, of zelfs, of ja zijns, te weten, lands; of ook dien, te weten, tijd van zijn land, dat zijn land onder het geweld van anderen door Gods regering zal gebracht worden, en de Babylonische monarchie een einde nemen. Vergelijk Dan. 5:26. Daniël 5:26: Dit is de uitlegging dezer woorden: MENE; God heeft uw koninkrijk geteld, en Hij heeft het voleind.",
     "text1637": "Ofte, de rechte tijt sijns lants, Hebr. de tijt sijns lants, oock, ofte, selfs, ofte, ja sijns. T.w. lants, ofte, oock dien, T.w. tijt sijns lants, dat sijn lant onder ’tgewelt van anderen door Godts regeringe sal gebracht werden, ende de Babylonische Monarchye een eynde nemen. Vergel. Dan. 5.26.",
     "text2026": "14 zijn eigen land kome: Of, de rechte tijd van zijn land. Hebreeuws, de tijd van zijn land, ook, of zelfs, of ja zijn, te weten, lands (אַרְצ); of ook die, te weten, tijd van zijn land, dat zijn land onder het geweld van anderen door Gods regering zal gebracht worden, en de Babylonische monarchie een einde nemen. Vergelijk Dan. 5:26. Daniël 5:26: Dit is de uitlegging van deze woorden: MENE; God heeft uw koninkrijk geteld, en Hij heeft het voltooid."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "15 doen dienen: Of, hem dwingen te dienen. Zie boven Jer. 25:14. Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.",
     "text1637": "Ofte, hem dwingen te dienen, siet bov. 25. op vers 14.",
     "text2026": "15 doen dienen: Of, hem dwingen te dienen. Zie boven Jer. 25:14. Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; zo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hun handen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/עָבְד֤וּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "אֹת/וֹ֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּוֹיִ֔ם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "בְּנ֖/וֹ",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶֽת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בְּנ֑/וֹ",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "עַ֣ד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בֹּא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "עֵ֤ת",
     "strongs": "H6256",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "אַרְצ/וֹ֙",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "גַּם",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "ה֔וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עָ֤בְדוּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "ב/וֹ֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "גּוֹיִ֣ם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "רַבִּ֔ים",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מְלָכִ֖ים",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HC/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "גְּדֹלִֽים",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAampa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En alle volken zullen hem, en zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zoon, en de zoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> van zijn zoon dienen, totdat ook de tijd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van zijn eigen land kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> doen dienen.",
   "textSV1888_html": "En alle volken zullen hem, en zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zoon, en zijns zoons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zoon dienen, totdat ook de tijd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zijns eigenen lands kome; dan zullen zich machtige volken en grote koningen van hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> doen dienen.",
   "text1637_html": "Ende alle volcken sullen hem, ende sijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> sone, ende sijns soons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> sone dienen: tot dat oock de tijt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sijns eygene<i>n</i> lants kome; dan sullen sich machtige volcken ende groote Coningen van hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> doen dienen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zijns zoons",
     "new": "de zoon van zijn",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "zijns eigenen lands",
     "new": "van zijn eigen land",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.",
   "text1637": "Ende’t sal geschieden; Het volck ende het Coninckrijck, die hem, Nebucadnezar den Coninck van Babel, niet en sullen dienen, ende [16] dat sijnen hals niet en sal geven onder ’t jock des Conincx van Babel; over dat selve volck sal ick, spreeckt de HEERE, besoeckinge doen door het sweert, ende door den honger, ende door de pestilentie, tot dat ickse sal verteert hebben door sijne [17] hant",
   "text2026": "En het zal gebeuren, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, de koning van Babel, niet zal dienen, en dat zijn hals niet zal geven onder het juk van de koning van Babel; over dat volk zal Ik, spreekt JAHWEH, bezoeking doen door het zwaard, en door de honger, en door de pest, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn hand.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "16 dat zijn hals: Te weten volk of koninkrijk.",
     "text1637": "T.w. volck ofte Coninckrijck.",
     "text2026": "16 dat zijn hals: Te weten volk of koninkrijk."
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, door zijn dienst, of zijn geweld.",
     "text1637": "D. door sijnen dienst, ofte, sijn gewelt.",
     "text2026": "Dat is, door zijn dienst, of zijn geweld."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הָיָ֨ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּ֜וֹי",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/מַּמְלָכָ֗ה",
     "strongs": "H4467",
     "morph": "HC/Td/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יַעַבְד֤וּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "אֹת/וֹ֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "נְבוּכַדְנֶאצַּ֣ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֨ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִתֵּן֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "צַוָּאר֔/וֹ",
     "strongs": "H6677",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עֹ֖ל",
     "strongs": "H5923",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֑ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶרֶב֩",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָ/רָעָ֨ב",
     "strongs": "H7458",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בַ/דֶּ֜בֶר",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶפְקֹ֨ד",
     "strongs": "H6485",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּ֤וֹי",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/הוּא֙",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HTd/Pp3ms"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "תֻּמִּ֥/י",
     "strongs": "H8552",
     "morph": "HVqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ֖/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יָדֽ/וֹ",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het zal gebeuren, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, de koning van Babel, niet zal dienen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dat zijn hals niet zal geven onder het juk van de koning van Babel; over dat volk zal Ik, spreekt JAHWEH, bezoeking doen door het zwaard, en door de honger, en door de pest, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hand.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En het zal geschieden, het volk en het koninkrijk, dat hem, Nebukadnezar, den koning van Babel, niet zal dienen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dat zijn hals niet zal geven onder het juk des konings van Babel; over datzelve volk zal Ik, spreekt de HEERE, bezoeking doen door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie, totdat Ik ze zal verteerd hebben door zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hand.",
   "text1637_html": "Ende’t sal geschieden; Het volck ende het Coninckrijck, die hem, Nebucadnezar den Coninck van Babel, niet en sullen dienen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> dat sijnen hals niet en sal geven onder ’t jock des Conincx van Babel; over dat selve volck sal ick, spreeckt de HEERE, besoeckinge doen door het sweert, ende door den honger, ende door de pestilentie, tot dat ickse sal verteert hebben door sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hant",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschieden,",
     "new": "gebeuren,",
     "principe": "V40"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "datzelve",
     "new": "dat",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "pestilentie",
     "new": "pest",
     "principe": "V914"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Gijlieden dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.",
   "text1637": "Ghylieden dan, en hoort niet nae uwe [18] Propheten, ende nae uwe waerseg-gers ende nae uwe [19] droomers, ende nae uwe [20] guychelaers, ende nae uwe tooveraers: de welcke tot u spreken, seggende; Ghy en sullet de Coninck van Babel niet dienen.",
   "text2026": "U dan, hoort niet naar uw profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw dromers, en naar uw bezweerders, en naar uw tovenaars, die tot u spreken, zeggende: U zult de koning van Babel niet dienen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Versta, valse profeten, en al zulken, die voorgeven dat zij goddelijke openbaringen en dromen hebben. Zie boven Jer. 23:25, enz. Jeremia 23:25: Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd.",
     "text1637": "Verst. valsche Propheten, ende alsulcke, die voorgeven datse godtlicke openbaringen ende droomen hebben. siet. bov. 23.25. etc.",
     "text2026": "Versta, valse profeten, en al zulken, die voorgeven dat zij goddelijke openbaringen en dromen hebben. Zie boven Jer. 23:25, enz. Jeremia 23:25: Ik heb gehoord, wat de profeten zeggen, die in Mijn Naam leugen profeteren, zeggende: Ik heb gedroomd, ik heb gedroomd."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, dromen; alzo onder Jer. 29:8, gelijk, gevankelijke wegvoering of gevangenis voor gevankelijke weggevoerden, gevangenen, onder Jer. 28:4, 28:6, en Jer. 29:1, 29:4; zie Job 35:13. Jeremia 29:8: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Laat uw profeten en uw waarzeggers, die in het midden van u zijn, u niet bedriegen, en hoort niet naar uw dromers, die gij doet dromen. Jeremia 28:4: Ook zal Ik Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, en allen, die gevankelijk weggevoerd zijn van Juda, die te Babel gekomen zijn, tot deze plaats wederbrengen, spreekt de HEERE; want Ik zal het juk des konings van Babel verbreken. Jeremia 28:6: En de profeet Jeremia zeide: Amen, de HEERE doe alzo! de HEERE bevestige uw woorden, die gij geprofeteerd hebt, dat Hij de vaten van des HEEREN huis, en allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, van Babel wederbrenge tot deze plaats! Jeremia 29:1: Voorts zijn dit de woorden des briefs, dien de profeet Jeremia zond van Jeruzalem tot de overige oudsten, die gevankelijk waren weggevoerd, mitsgaders tot de priesteren, en tot de profeten, en tot het ganse volk, dat Nebukadnezar van Jeruzalem gevankelijk had weggevoerd naar Babel. Jeremia 29:4: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: Job 35:13: Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.",
     "text1637": "Hebr. droomen: alsoo ond. 29.8. gelijck, gevanckelicke wechvoeringe, ofte, gevanckenisse, voor, gevanckelick wechgevoerde, gevangene, ond. 28.4, 6. ende 29.1, 4. siet Iob 35. op vers 13.",
     "text2026": "Hebreeuws, dromen; zo onder Jer. 29:8, gelijk, gevankelijke wegvoering of gevangenis voor gevankelijke weggevoerden, gevangenen, onder Jer. 28:4, 28:6, en Jer. 29:1, 29:4; zie Job 35:13. Jeremia 29:8: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Laat uw profeten en uw waarzeggers, die in het midden van u zijn, u niet bedriegen, en hoort niet naar uw dromers, die u doet dromen. Jeremia 28:4: Ook zal Ik Jechonia, de zoon van Jojakim, koning van Juda, en allen, die gevankelijk weggevoerd zijn van Juda, die te Babel gekomen zijn, tot deze plaats wederbrengen, spreekt JAHWEH; want Ik zal het juk van de koning van Babel verbreken. Jeremia 28:6: En de profeet Jeremia zei: Amen, JAHWEH doe zo! JAHWEH bevestige uw woorden, die u geprofeteerd hebt, dat Hij de vaten van de huis van JAHWEH, en allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, van Babel wederbrenge tot deze plaats! Jeremia 29:1: Verder zijn dit de woorden van de brief, die de profeet Jeremia zond van Jeruzalem tot de overige oudsten, die gevankelijk waren weggevoerd, en ook tot de priesters, en tot de profeten, en tot het gehele volk, dat Nebukadnezar van Jeruzalem gevankelijk had weggevoerd naar Babel. Jeremia 29:4: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, tot allen, die gevankelijk zijn weggevoerd, die Ik gevankelijk heb doen wegvoeren van Jeruzalem naar Babel: Job 35:13: Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Lev. 19:26. Leviticus 19:26: Gij zult niets met het bloed eten. Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen.",
     "text1637": "Siet Levit. 19. op vers 26.",
     "text2026": "Zie Lev. 19:26. Leviticus 19:26: U zult niets met het bloed eten. U zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ֠/אַתֶּם",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2mp"
    },
    {
     "woord": "אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁמְע֨וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqj2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "נְבִיאֵי/כֶ֜ם",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "קֹֽסְמֵי/כֶ֗ם",
     "strongs": "H7080",
     "morph": "HVqrmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל֙",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "חֲלֹמֹ֣תֵי/כֶ֔ם",
     "strongs": "H2472",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "עֹֽנְנֵי/כֶ֖ם",
     "strongs": "H6049",
     "morph": "HVmrmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "כַּשָּׁפֵי/כֶ֑ם",
     "strongs": "H3786",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הֵ֞ם",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֹמְרִ֤ים",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵי/כֶם֙",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תַעַבְד֖וּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "מֶ֥לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶֽל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "U dan, hoort niet naar uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> dromers, en naar uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bezweerders, en naar uw tovenaars, die tot u spreken, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>U zult de koning van Babel niet dienen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gijlieden dan, hoort niet naar uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> profeten, en naar uw waarzeggers, en naar uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> dromers, en naar uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> guichelaars, en naar uw tovenaars, dewelke tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen.",
   "text1637_html": "Ghylieden dan, en hoort niet nae uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Propheten, ende nae uwe waerseg-gers ende nae uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> droomers, ende nae uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> guychelaers, ende nae uwe tooveraers: de welcke tot u spreken, seggende; Ghy en sullet de Coninck van Babel niet dienen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gijlieden",
     "new": "U",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "guichelaars,",
     "new": "bezweerders,",
     "principe": "V1008"
    },
    {
     "old": "dewelke",
     "new": "die",
     "principe": "V75"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.",
   "text1637": "Want sy proheteren u [21] valscheyt: [22] om u verre uyt uwen lande te brengen, ende dat ick u uytstoote, ende ghy omkomet.",
   "text2026": "Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en u omkomt.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, ene leugen; alzo vers 14, 27:16. Jeremia 27:14: Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid. Jeremia 27:16: Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.",
     "text1637": "Ofte, eenen leugen: alsoo vers 14, 16.",
     "text2026": "Of, ene leugen; zo vers 14, 27:16. Jeremia 27:14: Hoort dan niet naar de woorden van de profeten, die tot u spreken, zeggende: U zult de koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid. Jeremia 27:16: Ook sprak ik tot de priesters, en tot dit gehele volk, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Hoort niet naar de woorden uw profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van de huis van JAHWEH zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "22 om u verre uit uw land te brengen: Zie onder vers 15. Jeremia 27:15: Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.",
     "text1637": "Siet ond. op vers 15.",
     "text2026": "22 om u verre uit uw land te brengen: Zie onder vers 15. Jeremia 27:15: Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt JAHWEH, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en u omkomt, u en de profeten, die u profeteren."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "שֶׁ֔קֶר",
     "strongs": "H8267",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הֵ֖ם",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "נִבְּאִ֣ים",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶ֑ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "לְמַ֨עַן",
     "strongs": "H4616",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַרְחִ֤יק",
     "strongs": "H7368",
     "morph": "HVhc"
    },
    {
     "woord": "אֶתְ/כֶם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/עַ֣ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "אַדְמַתְ/כֶ֔ם",
     "strongs": "H127",
     "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִדַּחְתִּ֥י",
     "strongs": "H5080",
     "morph": "HC/Vhq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲבַדְתֶּֽם",
     "strongs": "H6",
     "morph": "HC/Vqq2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want zij profeteren u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> valsheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en u omkomt.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want zij profeteren u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> valsheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt.",
   "text1637_html": "Want sy proheteren u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> valscheyt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> om u verre uyt uwen lande te brengen, ende dat ick u uytstoote, ende ghy omkomet.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk des konings van Babel, en hem dienen, datzelve zal Ik in zijn land laten, spreekt de HEERE, en het zal dat bouwen en daarin wonen.",
   "text1637": "Maer het volck, dat sijnen hals sal brengen onder ’t jock des Conincks van Babel, ende hem dienen; dat selve sal ick in sijnen lande laten, spreeckt de HEERE, ende het sal dat bouwen ende daer in woonen.",
   "text2026": "Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk van de koning van Babel, en hem dienen, dat zal Ik in zijn land laten, spreekt JAHWEH, en het zal dat bouwen en daarin wonen.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הַ/גּ֗וֹי",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "יָבִ֧יא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "צַוָּאר֛/וֹ",
     "strongs": "H6677",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עֹ֥ל",
     "strongs": "H5923",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֖ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וַֽ/עֲבָד֑/וֹ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִנַּחְתִּ֤י/ו",
     "strongs": "H3240",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אַדְמָת/וֹ֙",
     "strongs": "H127",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וַֽ/עֲבָדָ֖/הּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/יָ֥שַׁב",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "בָּֽ/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar het volk, dat zijn hals zal brengen onder het juk van de koning van Babel, en hem dienen, dat zal Ik in zijn land laten, spreekt JAHWEH, en het zal dat bouwen en daarin wonen.</i></span>",
   "text1637_html": "Maer het volck, dat sijnen hals sal brengen onder ’t jock des Conincks van Babel, ende hem dienen; dat selve sal ick in sijnen lande laten, spreeckt de HEERE, ende het sal dat bouwen ende daer in woonen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "datzelve",
     "new": "dat",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.",
   "text1637": "[23] Daerna sprack ick tot Zedekia, den Coninck van Iuda, nae alle dese woorden, seggende: Brenget uwe halsen onder ’t jock des Conincx van Babel, ende dienet hem ende sijnen volcke, so sullet [24] ghy leven.",
   "text2026": "Daarna sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Breng uw halzen onder het juk van de koning van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult u leven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "23 Daarna sprak ik tot Zedekia: Te weten, ten tijde van den koning Zedekia; vergelijk boven vers 1, en onder Jer. 35:1, met de aantekening. Jeremia 27:1: In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende: Jeremia 35:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:",
     "text1637": "T.w. ter tijt des Conincks Zedekia. Vergel. bov. vers 1. ende ond. 35.1. met d’aenteeck.",
     "text2026": "23 Daarna sprak ik tot Zedekia: Te weten, ten tijde van de koning Zedekia; vergelijk boven vers 1, en onder Jer. 35:1, met de aantekening. Jeremia 27:1: In het begin van het koninkrijk van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van JAHWEH, zeggende: Jeremia 35:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is van JAHWEH, in de dagen van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, zeggende:"
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, levend blijven; alzo vers 17. Jeremia 27:17: Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?",
     "text1637": "D. levendich blijven: alsoo vers 17.",
     "text2026": "Dat is, levend blijven; zo vers 17. Jeremia 27:17: Hoort niet naar hen, maar dient de koning van Babel, zo zult u leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֤ה",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָה֙",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "דִּבַּ֔רְתִּי",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp1cs"
    },
    {
     "woord": "כְּ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/דְּבָרִ֥ים",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֖לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "הָבִ֨יאוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhv2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "צַוְּארֵי/כֶ֜ם",
     "strongs": "H6677",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עֹ֣ל",
     "strongs": "H5923",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֗ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עִבְד֥וּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "אֹת֛/וֹ",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַמּ֖/וֹ",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וִֽ/חְיֽוּ",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Daarna sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Breng uw halzen onder het juk van de koning van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> u leven.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gij leven.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Daerna sprack ick tot Zedekia, den Coninck van Iuda, nae alle dese woorden, seggende: Brenget uwe halsen onder ’t jock des Conincx van Babel, ende dienet hem ende sijnen volcke, so sullet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> ghy leven.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Brengt",
     "new": "Breng",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Waarom zoudt gij sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.",
   "text1637": "Waerom soudet ghy [25] sterven, ghy ende u volck, door het sweert, door den honger, ende door de pestilentie? gelijck als de HEERE gesproken heeft van het volck, dat den Coninck van Babel niet en sal dienen.",
   "text2026": "Waarom zou u sterven, u en uw volk door het zwaard, door de honger en door de pest, zoals JAHWEH gesproken heeft van het volk, dat de koning van Babel niet zal dienen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat zekerlijk geschieden zal zo gij den koning van Babel niet wilt dienen; alzo onder vers 17; vergelijk 2 Sam. 2:22. Jeremia 27:17: Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden? 2 Samuël 2:22: Toen voer Abner wijders voort, zeggende tot Asahel: Wijkt af van achter mij; waarom zal ik u ter aarde slaan? Hoe zou ik dan mijn aangezicht opheffen voor uw broeder Joab?",
     "text1637": "Dat sekerlick geschieden sal, so ghy den Coninck van Babel niet en wilt dienen. alsoo ond. vers 17. Vergel. 2.Sam. 2.22.",
     "text2026": "Dat zekerlijk gebeuren zal zo u de koning van Babel niet wilt dienen; zo onder vers 17; vergelijk 2 Sam. 2:22. Jeremia 27:17: Hoort niet naar hen, maar dient de koning van Babel, zo zult u leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden? 2 Samuël 2:22: Toen voer Abner verder voort, zeggende tot Asahel: Wijkt af van achter mij; waarom zal ik u ter aarde slaan? Hoe zou ik dan mijn aangezicht opheffen voor uw broer Joab?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לָ֤/מָּה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HR/Ti"
    },
    {
     "woord": "תָמ֨וּתוּ֙",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֣ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַמֶּ֔/ךָ",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/רָעָ֣ב",
     "strongs": "H7458",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בַ/דָּ֑בֶר֙",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כַּֽ/אֲשֶׁר֙",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HR/Tr"
    },
    {
     "woord": "דִּבֶּ֣ר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּ֕וֹי",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יַעֲבֹ֖ד",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "מֶ֥לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶֽל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Waarom zou u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> sterven, u en uw volk door het zwaard, door de honger en door de pest, zoals JAHWEH gesproken heeft van het volk, dat de koning van Babel niet zal dienen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Waarom zoudt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> sterven, gij en uw volk door het zwaard, door den honger en door de pestilentie, gelijk als de HEERE gesproken heeft van het volk, dat den koning van Babel niet zal dienen.",
   "text1637_html": "Waerom soudet ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> sterven, ghy ende u volck, door het sweert, door den honger, ende door de pestilentie? gelijck als de HEERE gesproken heeft van het volck, dat den Coninck van Babel niet en sal dienen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zoudt gij",
     "new": "zou u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gelijk als de HEERE",
     "new": "zoals JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "pestilentie",
     "new": "pest",
     "principe": "V914"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.",
   "text1637": "En hooret dan niet nae de woorden der Propheten, die tot u spreken, seggende; Ghy en sullet den Coninck van Babel niet dienen: want sy propheteren u [d] valscheyt.",
   "text2026": "Hoor dan niet naar de woorden van de profeten, die tot u spreken, zeggende: U zult de koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u valsheid.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 14:14; Jer. 23:21; Jer. 29:8. Jeremia 14:14: En de HEERE zeide tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren ulieden een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten. Jeremia 23:21: Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd. Jeremia 29:8: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Laat uw profeten en uw waarzeggers, die in het midden van u zijn, u niet bedriegen, en hoort niet naar uw dromers, die gij doet dromen.",
     "text1637": "Ierem. 14.14. ende 23.21. ende 29.8.",
     "text2026": "Jer. 14:14; Jer. 23:21; Jer. 29:8. Jeremia 14:14: En JAHWEH zei tot mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam; Ik heb hen niet gezonden, noch hun bevel gegeven, noch tot hen gesproken; zij profeteren u een vals gezicht, en waarzegging, en nietigheid, en bedriegerij huns harten. Jeremia 23:21: Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd. Jeremia 29:8: Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Laat uw profeten en uw waarzeggers, die in het midden van u zijn, u niet bedriegen, en hoort niet naar uw dromers, die u doet dromen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַֽל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁמְע֞וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqj2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "דִּבְרֵ֣י",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/נְּבִאִ֗ים",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֹמְרִ֤ים",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵי/כֶם֙",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תַעַבְד֖וּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqi2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֑ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "שֶׁ֔קֶר",
     "strongs": "H8267",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הֵ֖ם",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "נִבְּאִ֥ים",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶֽם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Hoor dan niet naar de woorden van de profeten, die tot u spreken, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>U zult de koning van Babel niet dienen;</i></span> want zij profeteren u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> valsheid.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Hoort dan niet naar de woorden der profeten, die tot u spreken, zeggende: Gij zult den koning van Babel niet dienen; want zij profeteren u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> valsheid.",
   "text1637_html": "En hooret dan niet nae de woorden der Propheten, die tot u spreken, seggende; Ghy en sullet den Coninck van Babel niet dienen: want sy propheteren u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> valscheyt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Hoort",
     "new": "Hoor",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.",
   "text1637": "Want ick en hebse niet gesonden, spreeckt de HEERE, ende sy propheteren valschlick in mijnen Name: [26] op dat ick u uytstoote, ende ghy om komet, ghy ende de Propheten die u propheteren.",
   "text2026": "Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt JAHWEH, en zij profeteren vals in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en u omkomt, u en de profeten, die u profeteren.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "26 opdat Ik u uitstote: Dit was wel het oogmerk der valse profeten niet, maar het zou zekerlijk daarop volgen, wil de Heere zeggen, als zij de valse profeten zouden geloven, die ook met hun valse profetieën onder Gods heilige en rechtvaardige regering stonden. Zie 1 Kon. 22:19, enz. en boven Jer. 18:16. 1 Koningen 22:19: Verder zeide hij: Daarom hoort het woord des HEEREN: Ik zag den HEERE, zittende op Zijn troon, en al het hemelse heir staande nevens Hem, aan Zijn rechterhand en aan Zijn linkerhand. Jeremia 18:16: Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden.",
     "text1637": "Dit was wel het oogemerck der valsche Propheten niet, maer ’tsoude sekerlick daerop volgen, wil de Heere seggen, als sy de valsche Propheten souden gelooven, die oock met hare valsche Prophetyen onder Godts heylige ende rechtveerdige regeringe stonden. Siet 1.Reg. 22.19. etc. ende bov. 18. op vers 16.",
     "text2026": "26 opdat Ik u uitstote: Dit was wel het oogmerk van de valse profeten niet, maar het zou zekerlijk daarop volgen, wil de Heer zeggen, als zij de valse profeten zouden geloven, die ook met hun valse profetieën onder Gods heilige en rechtvaardige regering stonden. Zie 1 Kon. 22:19, enz. en boven Jer. 18:16. 1 Koningen 22:19: Verder zei hij: Daarom hoort het woord van JAHWEH: Ik zag JAHWEH, zittende op Zijn troon, en al het hemelse legermacht staande naast Hem, aan Zijn rechterhand en aan Zijn linkerhand. Jeremia 18:16: Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "לֹ֤א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "שְׁלַחְתִּי/ם֙",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֵ֛ם",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HC/Pp3mp"
    },
    {
     "woord": "נִבְּאִ֥ים",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "בִּ/שְׁמִ֖/י",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לַ/שָּׁ֑קֶר",
     "strongs": "H8267",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לְמַ֨עַן",
     "strongs": "H4616",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַדִּיחִ֤/י",
     "strongs": "H5080",
     "morph": "HVhc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶתְ/כֶם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲבַדְתֶּ֔ם",
     "strongs": "H6",
     "morph": "HC/Vqq2mp"
    },
    {
     "woord": "אַתֶּ֕ם",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/נְּבִאִ֖ים",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HC/Td/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הַֽ/נִּבְּאִ֥ים",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶֽם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt JAHWEH, en zij profeteren vals in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> omkomt, u en de profeten, die u profeteren.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren.",
   "text1637_html": "Want ick en hebse niet gesonden, spreeckt de HEERE, ende sy propheteren valschlick in mijnen Name: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> op dat ick u uytstoote, ende ghy om komet, ghy ende de Propheten die u propheteren.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "valselijk",
     "new": "vals",
     "principe": "V248"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de vaten van des HEEREN huis zullen nu haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.",
   "text1637": "Oock sprack ick tot de Priesteren ende tot [27] dit gantsche volck, seggende: Soo seyt de HEERE, En hooret niet nae de woorden uwer Propheten, die u propheteren, seggende; Siet, de [28] vaten van des HEEREN huys sullen nu [e] haest uyt Babel wedergebracht worden: want sy propheteren u valscheyt.",
   "text2026": "Ook sprak ik tot de priesters, en tot dit hele volk, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Hoor niet naar de woorden van uw profeten, die u profeteren, zeggende: Zie, de voorwerpen van het huis van JAHWEH zullen nu haast uit Babel teruggebracht worden; want zij profeteren u valsheid.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "27 dit ganse volk: Dat de priesters en valse profeten aanhing.",
     "text1637": "Dat den Priesteren ende valsche Propheten aenhinck.",
     "text2026": "27 dit gehele volk: Dat de priesters en valse profeten aanhing."
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "28 de vaten van des HEEREN huis: Die ten tijde van Jojakim en Jechonia naar Babel gevoerd waren; 2 Kron. 36:7, 36:10. 2 Kronieken 36:7: Nebukadnezar bracht ook van de vaten van het huis des HEEREN naar Babel, en stelde ze in zijn tempel te Babel. 2 Kronieken 36:10: En met de wederkomst des jaars zond de koning Nebukadnezar henen, en liet hem naar Babel halen, met de kostelijke vaten van het huis des HEEREN; en hij maakte zijn broeder Zedekia koning over Juda en Jeruzalem.",
     "text1637": "Die ter tijt van Ioiakim ende Ierhonia nae Babel gevoert waren 2.Chro. 36.7, 10.",
     "text2026": "28 de vaten van de huis van JAHWEH: Die ten tijde van Jojakim en Jechonia naar Babel gevoerd waren; 2 Kron. 36:7, 36:10. 2 Kronieken 36:7: Nebukadnezar bracht ook van de vaten van het huis van JAHWEH naar Babel, en stelde ze in zijn tempel te Babel. 2 Kronieken 36:10: En met de wederkomst van de jaar zond de koning Nebukadnezar heen, en liet hem naar Babel halen, met de kostelijke vaten van het huis van JAHWEH; en hij maakte zijn broer Zedekia koning over Juda en Jeruzalem."
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 28:3. Jeremia 28:3: In nog twee volle jaren zal Ik tot deze plaats wederbrengen al de vaten van het huis des HEEREN, die Nebukadnezar, de koning van Babel, uit deze plaats heeft weggenomen, en dezelve naar Babel gebracht.",
     "text1637": "Ierem. 28.3.",
     "text2026": "Jer. 28:3. Jeremia 28:3: In nog twee volle jaren zal Ik tot deze plaats wederbrengen al de vaten van het huis van JAHWEH, die Nebukadnezar, de koning van Babel, uit deze plaats heeft weggenomen, en dezelfde naar Babel gebracht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֹּהֲנִים֩",
     "strongs": "H3548",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עָ֨ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֜ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "דִּבַּ֣רְתִּי",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֗ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "כֹּה֮",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֒",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַֽל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁמְע֞וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqj2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "דִּבְרֵ֣י",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "נְבִֽיאֵי/כֶ֗ם",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "הַֽ/נִּבְּאִ֤ים",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶם֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "הִנֵּ֨ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "כְלֵ֧י",
     "strongs": "H3627",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "בֵית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֛ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מוּשָׁבִ֥ים",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVHsmpa"
    },
    {
     "woord": "מִ/בָּבֶ֖לָ/ה",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HR/Np/Sd"
    },
    {
     "woord": "עַתָּ֣ה",
     "strongs": "H6258",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "מְהֵרָ֑ה",
     "strongs": "H4120",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "שֶׁ֔קֶר",
     "strongs": "H8267",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הֵ֖מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "נִבְּאִ֥ים",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶֽם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Ook sprak ik tot de priesters, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> dit hele volk, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Hoor niet naar de woorden van uw profeten, die u profeteren, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Zie, de voorwerpen van het huis van JAHWEH zullen nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> haast uit Babel teruggebracht worden;</i></span> want zij profeteren u valsheid.",
   "textSV1888_html": "Ook sprak ik tot de priesteren, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> dit ganse volk, zeggende: Zo zegt de HEERE: Hoort niet naar de woorden uwer profeten, die u profeteren, zeggende: Ziet, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> vaten van des HEEREN huis zullen nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> haast uit Babel wedergebracht worden; want zij profeteren u valsheid.",
   "text1637_html": "Oock sprack ick tot de Priesteren ende tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> dit gantsche volck, seggende: Soo seyt de HEERE, En hooret niet nae de woorden uwer Propheten, die u propheteren, seggende; Siet, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> vaten van des HEEREN huys sullen nu <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> haest uyt Babel wedergebracht worden: want sy propheteren u valscheyt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "priesteren,",
     "new": "priesters,",
     "principe": "V561"
    },
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    },
    {
     "old": "de HEERE: Hoort",
     "new": "JAHWEH: Hoor",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "uwer",
     "new": "van uw",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "vaten",
     "new": "voorwerpen",
     "principe": "V1649"
    },
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "het",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "wedergebracht",
     "new": "teruggebracht",
     "principe": "V749"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?",
   "text1637": "En hooret niet nae hen, [maer] dienet den Coninck van Babel, so sult ghylieden [29] leven: waerom soude dese Stadt [tot] een woestheyt worden?",
   "text2026": "Hoor niet naar hen, maar dient de koning van Babel, zo zult u leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk vers 12. Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven.",
     "text1637": "Als vers 12.",
     "text2026": "Gelijk vers 12. Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk van de koning van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult u leven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁמְע֣וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqj2mp"
    },
    {
     "woord": "אֲלֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עִבְד֥וּ",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֖ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וִֽ/חְי֑וּ",
     "strongs": "H2421",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "לָ֧/מָּה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HR/Ti"
    },
    {
     "woord": "תִֽהְיֶ֛ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֥יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֖את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "חָרְבָּֽה",
     "strongs": "H2723",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hoor niet naar hen, maar dient de koning van Babel, zo zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?",
   "textSV1888_html": "Hoort niet naar hen, maar dient den koning van Babel, zo zult gijlieden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> leven; waarom zou deze stad tot een woestheid worden?",
   "text1637_html": "En hooret niet nae hen, [maer] dienet den Coninck van Babel, so sult ghylieden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> leven: waerom soude dese Stadt [tot] een woestheyt worden?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Hoort",
     "new": "Hoor",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gijlieden",
     "new": "u",
     "principe": "A2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.",
   "text1637": "Maer so sy Propheten zijn, ende so des HEEREN woort by hen is, laetse nu by den HEERE der heyrscharen [30] voorbidden, op dat de vaten, die in den huyse des HEEREN, ende den huyse des Conincks van Iuda, ende te Ierusalem zijn overgebleven, niet nae Babel en komen.",
   "text2026": "Maar zo zij profeten zijn, en zo het woord van JAHWEH bij hen is, laat hen nu bij JAHWEH van de legermachten voorbidden, opdat de voorwerpen, die in het huis van JAHWEH, en in het huis van de koning van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, bejegenen, aanlopen, tussenkomen; te weten met voorbiddingen; gelijk boven Jer. 7:16, zie aldaar. Jeremia 7:16: Gij dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed voor hen op, en loop Mij niet aan; want Ik zal u niet horen.",
     "text1637": "Hebr. bejegenen, aenloopen, tusschen comen. T.w. met voorbiddingen: als bov. 7.16. siet aldaer.",
     "text2026": "Hebreeuws, bejegenen, aanlopen, tussenkomen; te weten met voorbiddingen; gelijk boven Jer. 7:16, zie daar. Jeremia 7:16: U dan, bid niet voor dit volk, en hef geen geschrei noch gebed voor hen op, en loop Mij niet aan; want Ik zal u niet horen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC/C"
    },
    {
     "woord": "נְבִאִ֣ים",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "הֵ֔ם",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC/C"
    },
    {
     "woord": "יֵ֥שׁ",
     "strongs": "H3426",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "דְּבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אִתָּ֑/ם",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "יִפְגְּעוּ",
     "strongs": "H6293",
     "morph": "HVqj3mp"
    },
    {
     "woord": "נָא֙",
     "strongs": "H4994",
     "morph": "HTe"
    },
    {
     "woord": "בַּֽ/יהוָ֣ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֔וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "לְ/בִלְתִּי",
     "strongs": "H1115",
     "morph": "HR/C"
    },
    {
     "woord": "בֹ֜אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֵּלִ֣ים",
     "strongs": "H3627",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/נּוֹתָרִ֣ים",
     "strongs": "H3498",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/בֵית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בֵ֨ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶ֧לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֛ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בִ/ירוּשָׁלִַ֖ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HC/R/Np"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶֽלָ/ה",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp/Sd"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar zo zij profeten zijn, en zo het woord van JAHWEH bij hen is, laat hen nu bij JAHWEH van de legermachten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> voorbidden, opdat de voorwerpen, die in het huis van JAHWEH, en in het huis van de koning van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.",
   "textSV1888_html": "Maar zo zij profeten zijn, en zo des HEEREN woord bij hen is, laat hen nu bij den HEERE der heirscharen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> voorbidden, opdat de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven, niet naar Babel komen.",
   "text1637_html": "Maer so sy Propheten zijn, ende so des HEEREN woort by hen is, laetse nu by den HEERE der heyrscharen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> voorbidden, op dat de vaten, die in den huyse des HEEREN, ende den huyse des Conincks van Iuda, ende te Ierusalem zijn overgebleven, niet nae Babel en komen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "het",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE der heirscharen",
     "new": "JAHWEH van de legermachten",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "vaten,",
     "new": "voorwerpen,",
     "principe": "V1649"
    },
    {
     "old": "des HEEREN,",
     "new": "van JAHWEH,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven.",
   "text1637": "Want soo seyt de HEERE der heyrscharen van de [31] Pilaren, ende van de Zee, ende van de Stellingen; ende van het overige der vaten, die in dese stadt zijn overgebleven,",
   "text2026": "Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, van de pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige van de voorwerpen, die in deze stad zijn overgebleven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 2 Kon. 25:16, 25:17. 2 Koningen 25:16: De twee pilaren, de ene zee, en de stellingen, die Salomo voor het huis des HEEREN gemaakt had; het koper van al deze vaten was zonder gewicht. 2 Koningen 25:17: De hoogte van een pilaar was achttien ellen, en het kapiteel daarop was koper; en de hoogte des kapiteels was drie ellen; en het net, en de granaatappelen op het kapiteel rondom, waren alle van koper; en dezen gelijk had de andere pilaar, met het net.",
     "text1637": "Siet 2.Reg. 25.16, 17.",
     "text2026": "Zie 2 Kon. 25:16, 25:17. 2 Koningen 25:16: De twee pilaren, de ene zee, en de stellingen, die Salomo voor het huis van JAHWEH gemaakt had; het koper van al deze vaten was zonder gewicht. 2 Koningen 25:17: De hoogte van een pilaar was achttien ellen, en het kapiteel daarop was koper; en de hoogte van de kapiteels was drie ellen; en het net, en de granaatappelen op het kapiteel rondom, waren alle van koper; en deze gelijk had de andere pilaar, met het net."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֤ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַר֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֣ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֔וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/עַמֻּדִ֔ים",
     "strongs": "H5982",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּ֖ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הַ/מְּכֹנ֑וֹת",
     "strongs": "H4350",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל֙",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "יֶ֣תֶר",
     "strongs": "H3499",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֵּלִ֔ים",
     "strongs": "H3627",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/נּוֹתָרִ֖ים",
     "strongs": "H3498",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/עִ֥יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּֽאת",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige van de voorwerpen, die in deze stad zijn overgebleven.",
   "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE der heirscharen, van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> pilaren, en van de zee, en van de stellingen, en van het overige der vaten, die in deze stad zijn overgebleven.",
   "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE der heyrscharen van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Pilaren, ende van de Zee, ende van de Stellingen; ende van het overige der vaten, die in dese stadt zijn overgebleven,",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH van",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "der vaten,",
     "new": "van de voorwerpen,",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de edelen van Juda en Jeruzalem;",
   "text1637": "Die Nebucadnezar, de Coninck van Babel, niet heeft wechgenomen, als hy Iechonia, den sone Iojakims Coninck van Iuda, van Ierusalem nae Babel [f] gevanckelick wechvoerde: mitsgaders alle de [32] Edelen van Iuda ende Ierusalem.",
   "text2026": "Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, de zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel als gevangene wegvoerde, en ook al de edelen van Juda en Jeruzalem;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "32 edelen van Juda en Jeruzalem: Hebreeuws, witte; zie Neh. 2:16. Nehemia 2:16: En de overheden wisten niet, waar ik heengegaan was, en wat ik deed; want ik had tot nog toe den Joden, en den priesteren, en den edelen, en overheden, en den anderen, die het werk deden, niets te kennen gegeven.",
     "text1637": "Hebr. witte. siet Nehem. 2. op vers 16.",
     "text2026": "32 edelen van Juda en Jeruzalem: Hebreeuws, witte; zie Neh. 2:16. Nehemia 2:16: En de overheden wisten niet, waar ik heengegaan was, en wat ik deed; want ik had tot nog toe de Joden, en de priesters, en de edelen, en overheden, en de anderen, die het werk deden, niets te kennen gegeven."
    },
    {
     "marker": "f",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "2 Kon. 24:14; idem v. 15. 2 Koningen 24:14: En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, mitsgaders des konings moeder, en des konings vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen des lands bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel;",
     "text1637": "2.Reg. 24.14, 15.",
     "text2026": "2 Kon. 24:14; idem v. 15. 2 Koningen 24:14: En hij voerde geheel Jeruzalem weg, en ook al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk van het land. 2 Koningen 24:15: Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, en ook van de koning moeder, en van de koning vrouwen, en zijn hovelingen; daartoe de machtigen van het land bracht hij gevankelijk van Jeruzalem naar Babel;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "לְקָחָ֗/ם",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HVqp3ms/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְבֽוּכַדְנֶאצַּר֙",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בַּ֠/גְלוֹת/וֹ",
     "strongs": "H1540",
     "morph": "HR/Vhc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יְכָונְיָ֨ה",
     "strongs": "H3204",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוֹיָקִ֧ים",
     "strongs": "H3079",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֛ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מִ/ירֽוּשָׁלִַ֖ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֑לָ/ה",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp/Sd"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֛ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "חֹרֵ֥י",
     "strongs": "H2715",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֖ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וִ/ירוּשָׁלִָֽם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HC/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, de zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> als gevangene wegvoerde, en ook al de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> edelen van Juda en Jeruzalem;",
   "textSV1888_html": "Die Nebukadnezar, de koning van Babel, niet heeft weggenomen, als hij Jechonia, den zoon van Jojakim, koning van Juda, van Jeruzalem, naar Babel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> gevankelijk wegvoerde, mitsgaders al de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> edelen van Juda en Jeruzalem;",
   "text1637_html": "Die Nebucadnezar, de Coninck van Babel, niet heeft wechgenomen, als hy Iechonia, den sone Iojakims Coninck van Iuda, van Ierusalem nae Babel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> gevanckelick wechvoerde: mitsgaders alle de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Edelen van Iuda ende Ierusalem.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gevankelijk",
     "new": "als gevangene",
     "principe": "V78"
    },
    {
     "old": "mitsgaders",
     "new": "en ook",
     "principe": "V7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "Ja, zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, van de vaten, die in het huis des HEEREN, en in het huis des konings van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:",
   "text1637": "Ia soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; van de vaten, die [in] den huyse des HEEREN, ende den huyse des Conincx van Iuda, ende te Ierusalem zijn overgebleven:",
   "text2026": "Ja, zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, van de voorwerpen, die in het huis van JAHWEH, en in het huis van de koning van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֥ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֛ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֥ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֖וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֵּלִ֗ים",
     "strongs": "H3627",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/נּֽוֹתָרִים֙",
     "strongs": "H3498",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֣ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בֵ֥ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֖ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וִ/ירוּשָׁלִָֽם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HC/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "Ja, zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, van de voorwerpen, die in het huis van JAHWEH, en in het huis van de koning van Juda, en te Jeruzalem zijn overgebleven:",
   "text1637_html": "Ia soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; van de vaten, die [in] den huyse des HEEREN, ende den huyse des Conincx van Iuda, ende te Ierusalem zijn overgebleven:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH van",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Israëls,",
     "new": "van Israël,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "vaten,",
     "new": "voorwerpen,",
     "principe": "V1649"
    },
    {
     "old": "des HEEREN,",
     "new": "van JAHWEH,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 22,
   "textSV1888": "Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.",
   "text1637": "Nae Babel sullense [g] gebracht worden, ende aldaer sullense [33] zijn: tot den dach toe, dat ickse [34] besoecken sal, spreeckt de HEERE; dan sal ickse op voeren, ende salse [h] wederbrengen tot dese plaetse.",
   "text2026": "Naar Babel zullen zij gebracht worden, en daar zullen zij zijn, tot de dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt JAHWEH; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze teruggeven tot deze plaats.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, blijven; alzo onder Jer. 32:5; Ps. 37:18, enz. Jeremia 32:5: En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.) Psalmen 37:18: Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.",
     "text1637": "D. blijven: alsoo ond. 32.5. Psal. 37.18. etc.",
     "text2026": "Dat is, blijven; zo onder Jer. 32:5; Ps. 37:18, enz. Jeremia 32:5: En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en daar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt JAHWEH; ofschoon u tegen de Chaldeeën strijdt, u zult toch geen geluk hebben.) Psalmen 37:18: Jod. JAHWEH kent de dagen van de oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven."
    },
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "34 bezoeken zal: Dit en het volgende kan men duiden op de genadige bezoeking der Joden, die God uit de gevangenschap van Babel wilde verlossen en met de vaten doen wederkomen; of ook [bij gelijkenis van mensen genomen] van de vaten zelf, wien God, [om zo te spreken] deze weldaad zou bewijzen, dat Hij ze uit de handen dergenen, die ze met geweld onderhielden en schandelijk misbruiken, [Dan. 5:2, 5:3, 5:4], weder aan hun rechte plaats en tot hun recht gebruik zou brengen. Alzo wordt God gezegd het land te bezoeken, Ps. 65:10, enz. Daniël 5:2: Als Belsazar den wijn geproefd had, zeide hij, dat men de gouden en zilveren vaten voorbrengen zou, die zijn vader Nebukadnezar uit den tempel, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; opdat de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen en zijn bijwijven uit dezelve dronken. Daniël 5:3: Toen bracht men voor de gouden vaten, die men uit den tempel van het huis Gods, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; en de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen, en zijn bijwijven dronken daaruit. Daniël 5:4: Zij dronken den wijn, en prezen de gouden, en de zilveren, de koperen, de ijzeren, de houten en de stenen goden. Psalmen 65:10: Gij bezoekt het land, en hebbende het begerig gemaakt, verrijkt Gij het grotelijks; de rivier Gods is vol waters; wanneer Gij het alzo bereid hebt, maakt Gij hunlieder koren gereed.",
     "text1637": "Dit ende het volgende kanmen duyden op de genadige besoeckinge der Ioden, die Godt uyt de gevanckenisse van Babel wilde verlossen, ende met de vaten doen wederkomen: ofte oock (by gelijckenisse van menschen genomen) van de vaten selve, dien Godt, (om soo te spreken) dese weldaet soude bewijsen, dat hyse uyt de handen der gener diese met gewelt onderhielden ende schandelick misbruyckten, (Dan. 5.2, 3, 4.) weder aen hare rechte plaetse ende tot haer recht gebruyck soude brengen. alsoo wort Godt geseyt het lant te besoecken. Psal. 65.10. etc.",
     "text2026": "34 bezoeken zal: Dit en het volgende kan men duiden op de genadige bezoeking van de Joden, die God uit de gevangenschap van Babel wilde verlossen en met de vaten doen wederkomen; of ook [bij gelijkenis van mensen genomen] van de vaten zelf, wie God, [om zo te spreken] deze weldaad zou bewijzen, dat Hij ze uit de handen dergenen, die ze met geweld onderhielden en schandelijk misbruiken, [Dan. 5:2, 5:3, 5:4], weer aan hun rechte plaats en tot hun recht gebruik zou brengen. Zo wordt God gezegd het land te bezoeken, Ps. 65:10, enz. Daniël 5:2: Als Belsazar de wijn geproefd had, zei hij, dat men de gouden en zilveren vaten voorbrengen zou, die zijn vader Nebukadnezar uit de tempel, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; opdat de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen en zijn bijwijven uit dezelfde dronken. Daniël 5:3: Toen bracht men voor de gouden vaten, die men uit de tempel van het huis van God, die te Jeruzalem geweest was, weggevoerd had; en de koning en zijn geweldigen, zijn vrouwen, en zijn bijwijven dronken daaruit. Daniël 5:4: Zij dronken de wijn, en prezen de gouden, en de zilveren, de koperen, de ijzeren, de houten en de stenen goden. Psalmen 65:10: U bezoekt het land, en hebbende het begerig gemaakt, verrijkt U het grotelijks; de rivier van God is vol waters; wanneer U het zo bereid hebt, maakt U hunlieder koren gereed."
    },
    {
     "marker": "g",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "2 Kon. 25:13; 2 Kron. 36:18. 2 Koningen 25:13: Verder braken de Chaldeeën de koperen pilaren, die in het huis des HEEREN waren, en de stellingen, en de koperen zee, die in het huis des HEEREN was; en zij voerden het koper daarvan naar Babel. 2 Kronieken 36:18: En alle vaten van het huis Gods, de grote en de kleine, en de schatten van het huis des HEEREN, en de schatten des konings en zijner vorsten, dit alles voerde hij naar Babel.",
     "text1637": "2.Reg. 25.13. 2.Chron. 36.18.",
     "text2026": "2 Kon. 25:13; 2 Kron. 36:18. 2 Koningen 25:13: Verder braken de Chaldeeën de koperen pilaren, die in het huis van JAHWEH waren, en de stellingen, en de koperen zee, die in het huis van JAHWEH was; en zij voerden het koper daarvan naar Babel. 2 Kronieken 36:18: En alle vaten van het huis van God, de grote en de kleine, en de schatten van het huis van JAHWEH, en de schatten van de koning en zijn vorsten, dit alles voerde hij naar Babel."
    },
    {
     "marker": "h",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "2 Kron. 36:22; Jer. 29:10. 2 Kronieken 36:22: Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzië, opdat volbracht wierd het woord des HEEREN, door den mond van Jeremia, verwekte de HEERE den geest van Kores, koning van Perzië, dat hij een stem liet doorgaan door zijn ganse koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Jeremia 29:10: Want zo zegt de HEERE: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik ulieden bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats.",
     "text1637": "2.Chron. 36.22. Ierem. 29.10.",
     "text2026": "2 Kron. 36:22; Jer. 29:10. 2 Kronieken 36:22: Maar in het eerste jaar van Kores, koning van Perzië, opdat volbracht wierd het woord van JAHWEH, door de mond van Jeremia, verwekte JAHWEH de geest van Kores, koning van Perzië, dat hij een stem liet doorgaan door zijn gehele koninkrijk, zelfs ook in geschrift, zeggende: Jeremia 29:10: Want zo zegt JAHWEH: Zekerlijk, als zeventig jaren te Babel zullen vervuld zijn, zal Ik u bezoeken, en Ik zal Mijn goed woord over u verwekken, u wederbrengende tot deze plaats."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בָּבֶ֥לָ/ה",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp/Sd"
    },
    {
     "woord": "יוּבָ֖אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVHi3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁ֣מָּ/ה",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HC/D/Sd"
    },
    {
     "woord": "יִֽהְי֑וּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "עַ֠ד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "י֣וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "פָּקְדִ֤/י",
     "strongs": "H6485",
     "morph": "HVqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ/ם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַֽעֲלִיתִי/ם֙",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/הֲשִׁ֣יבֹתִ֔י/ם",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/מָּק֖וֹם",
     "strongs": "H4725",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּֽה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Naar Babel zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> zij gebracht worden, en daar zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zij zijn, tot de dag toe, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> ze bezoeken zal, spreekt JAHWEH; dan zal Ik ze opvoeren, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> ze teruggeven tot deze plaats.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Naar Babel zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> zij gebracht worden, en aldaar zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zij zijn, tot den dag toe, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> ze wederbrengen tot deze plaats.",
   "text1637_html": "Nae Babel sullense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> gebracht worden, ende aldaer sullense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zijn: tot den dach toe, dat ickse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> besoecken sal, spreeckt de HEERE; dan sal ickse op voeren, ende salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> wederbrengen tot dese plaetse.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "aldaar",
     "new": "daar",
     "principe": "V36"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "de HEERE;",
     "new": "JAHWEH;",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "wederbrengen",
     "new": "teruggeven",
     "principe": "V1031"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Den Propheet wort belast, een jock aen den hals te dragen, ende van gelijcken vijf naebuerige Coningen toe te senden, met ontbiedinge, datse hare halsen met Iuda onder het jock Nebucadnezars sullen moeten buygen, hoe gewilliger hoe beter, sonder te luysteren nae valsche propheten, vers 1, 2, etc. Al ’t selve houdt hy naderhant den Coninck Zedekia wijtloopich voor, daerneffens propheterende, dat de overgeblevene vaten des Tempels oock nae Babel souden gevoert worden, ende aldaer tot den bestemden tijt toe blijven, 12.",
  "text2026": "De profeet wordt gelast een juk aan de hals te dragen, en evenzo aan vijf naburige koningen er een toe te zenden, met de boodschap dat zij hun halzen met Juda onder het juk van Nebukadnezar zullen moeten buigen, hoe gewilliger hoe beter, zonder te luisteren naar valse profeten, vers 1, 2, enz. Datzelfde houdt hij naderhand de koning Zedekia uitvoerig voor, daarbij profeterend dat de overgebleven vaten van de tempel ook naar Babel zouden worden gevoerd en daar tot de bestemde tijd zouden blijven, 12."
 }
}
