{
  "number": 30,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:",
      "text1637": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is, van den HEERE, seggende:",
      "text2026": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/דָּבָר֙",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֥ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, zeggende:",
      "text1637_html": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is, van den HEERE, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschied",
          "new": "gebeurd",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zo spreekt de HEERE, de God Israëls, zeggende: Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek.",
      "text1637": "Soo spreeckt de HEERE, de Godt Israëls, seggende; [1] Schrijft u alle de woorden, die ick tot u gesproken hebbe, in een boeck.",
      "text2026": "Zo spreekt JAHWEH, de God van Israël, zeggende: Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 Schrijf u al de woorden: Zie onder Jer. 36:2. Jeremia 36:2: Neem u een rol des boeks, en schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, over Israël, en over Juda, en over al de volken, van den dag aan, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen van Josia aan, tot op dezen dag.",
          "text1637": "Siet ond. 36.2",
          "text2026": "1 Schrijf u al de woorden: Zie onder Jer. 36:2. Jeremia 36:2: Neem u een rol van het boek, en schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, over Israël, en over Juda, en over al de volken, van de dag aan, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen van Josia aan, tot op deze dag."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֧ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "כְּתָב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֗",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵ֧ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֛ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֥רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "סֵֽפֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo spreekt JAHWEH, de God van Israël, zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo spreekt de HEERE, de God Israëls, zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek.",
      "text1637_html": "Soo spreeckt de HEERE, de Godt Israëls, seggende; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Schrijft u alle de woorden, die ick tot u gesproken hebbe, in een boeck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik de gevangenis van Mijn volk, Israël en Juda, wenden zal, zegt de HEERE; en Ik zal hen wederbrengen in het land, dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het erfelijk bezitten.",
      "text1637": "Want siet, de dagen komen, spreeckt de HEERE, dat ick [2] de gevanckenisse mijns volcx, Israëls ende Iuda, wenden sal, seyt de HEERE: ende ick salse wederbrengen in het lant dat ick haren vaderen gegeven hebbe, ende sy sullen ’t erflick besitten.",
      "text2026": "Want zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik de gevangenis van Mijn volk, Israël en Juda, wenden zal, zegt JAHWEH; en Ik zal hen teruggeven in het land, dat Ik hun vaders gegeven heb, en zij zullen het erfelijk bezitten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 gevangenis … wederbrengen: Of, de gevangenen wederbrengen.",
          "text1637": "Ofte, de gevangene weder brengen.",
          "text2026": "2 gevangenis … wederbrengen: Of, de gevangenen wederbrengen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֠י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֨ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "יָמִ֤ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּאִים֙",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ֠/שַׁבְתִּי",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שְׁב֨וּת",
          "strongs": "H7622",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֧/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֛ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/יהוּדָ֖ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲשִׁבֹתִ֗י/ם",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vhp1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֛רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲבוֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ירֵשֽׁוּ/הָ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik de gevangenis van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Mijn volk, Israël en Juda, wenden zal, zegt JAHWEH; en Ik zal hen teruggeven in het land, dat Ik hun vaders gegeven heb, en zij zullen het erfelijk bezitten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de gevangenis van Mijn volk, Israël en Juda, wenden zal, zegt de HEERE; en Ik zal hen wederbrengen in het land, dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het erfelijk bezitten.",
      "text1637_html": "Want siet, de dagen komen, spreeckt de HEERE, dat ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de gevanckenisse mijns volcx, Israëls ende Iuda, wenden sal, seyt de HEERE: ende ick salse wederbrengen in het lant dat ick haren vaderen gegeven hebbe, ende sy sullen ’t erflick besitten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "wederbrengen",
          "new": "teruggeven",
          "principe": "V1031"
        },
        {
          "old": "vaderen",
          "new": "vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "En dit zijn de woorden, die de HEERE gesproken heeft van Israël en van Juda.",
      "text1637": "Ende dit zijn de woorden die de HEERE gesproken heeft van Israël ende van Iuda.",
      "text2026": "En dit zijn de woorden, die JAHWEH gesproken heeft van Israël en van Juda.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HC/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֗ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֧ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָֽה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En dit zijn de woorden, die JAHWEH gesproken heeft van Israël en van Juda.",
      "text1637_html": "Ende dit zijn de woorden die de HEERE gesproken heeft van Israël ende van Iuda.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE: Wij horen een stem der verschrikking; er is vrees en geen vrede.",
      "text1637": "Want soo seyt de HEERE; [3] Wy hooren eene stemme der [4] verschrickinge: daer is vreese ende geen vrede.",
      "text2026": "Want zo zegt JAHWEH: Wij horen een stem van de verschrikking; er is vrees en geen vrede.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 Wij horen: Hier worden de inwoners van Jeruzalem ingevoerd, aldus klagende ten tijde van het innemen der stad, enz.",
          "text1637": "Hier worden de inwoonders van Ierusalem ingevoert, aldus klagende ter tijt van het innemen der stadt, etc.",
          "text2026": "3 Wij horen: Hier worden de inwoners van Jeruzalem ingevoerd, aldus klagende ten tijde van het innemen van de stad, enz."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, siddering.",
          "text1637": "Ofte, zitteringe.",
          "text2026": "Of, siddering."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹה֙",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ק֥וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲרָדָ֖ה",
          "strongs": "H2731",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁמָ֑עְנוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "פַּ֖חַד",
          "strongs": "H6343",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֽוֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH: Wij horen een stem van de verschrikking; er is vrees en geen vrede.",
      "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Wij horen een stem der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verschrikking; er is vrees en geen vrede.",
      "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Wy hooren eene stemme der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> verschrickinge: daer is vreese ende geen vrede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE:",
          "new": "JAHWEH:",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Vraagt toch en ziet, of een manspersoon baart? Waarom zie Ik dan eens iegelijken mans handen op zijn lenden, als van een barende vrouw, en alle aangezichten veranderd in bleekheid?",
      "text1637": "Vraget doch ende siet, of een manspersoon [5] baert? Waerom sie ick [dan] eens yegelijcken mans handen op sijne lendenen, als eener [a] barender [vrouwe]? ende alle aengesichten verandert in [6] bleeckheyt?",
      "text2026": "Vraag toch en ziet, of een man baart? Waarom zie Ik dan de handen van iedere man op zijn middel, als van een barende vrouw, en alle aangezichten veranderd in bleekheid?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, baren kan, gelijk dikwijls.",
          "text1637": "D. baren kan, als dickwils.",
          "text2026": "Dat is, baren kan, gelijk dikwijls."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, geelheid, de geelzucht; dat is, misverwig, gelijk de geelzuchtige mensen en de landvruchten, wanneer ze door veel vocht verrotten en met honigdauw geslagen zijn. Vergelijk Deut. 28:22. Deuteronomium 28:22: De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.",
          "text1637": "Ofte, geelheyt, de geelsucht: D. misverwich, gelijck de geelsuchtige menschen, ende de lantvruchten, wanneerse door veel vochts verrotten ende met honichdauw geslagen zijn. Vergel. Deut. 28. op vers 22.",
          "text2026": "Of, geelheid, de geelzucht; dat is, misverwig, gelijk de geelzuchtige mensen en de landvruchten, wanneer ze door veel vocht verrotten en met honigdauw geslagen zijn. Vergelijk Deut. 28:22. Deuteronomium 28:22: JAHWEH zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat u omkomt."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 4:31; Jer. 6:24. Jeremia 4:31: Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers! Jeremia 6:24: Wij hebben zijn gerucht gehoord, onze handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft ons aangegrepen, weedom als van een barende vrouw.",
          "text1637": "Ierem. 4.31. ende 6.24.",
          "text2026": "Jer. 4:31; Jer. 6:24. Jeremia 4:31: Want ik hoor een stem als van een vrouw, die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in van de eerste kinds nood is, de stem van de dochter van Sion; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, zeggende: O, wee mij nu, want mijn ziel is moe vanwege de moordenaars! Jeremia 6:24: Wij hebben zijn gerucht gehoord, onze handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft ons aangegrepen, weedom als van een barende vrouw."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שַׁאֲלוּ",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "נָ֣א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְא֔וּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יֹלֵ֖ד",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "זָכָ֑ר",
          "strongs": "H2145",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מַדּוּעַ֩",
          "strongs": "H4069",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "רָאִ֨יתִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גֶּ֜בֶר",
          "strongs": "H1397",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יָדָ֤י/ו",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חֲלָצָי/ו֙",
          "strongs": "H2504",
          "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/יּ֣וֹלֵדָ֔ה",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HRd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נֶהֶפְכ֥וּ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פָּנִ֖ים",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יֵרָקֽוֹן",
          "strongs": "H3420",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Vraag toch en ziet, of een man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> baart? Waarom zie Ik dan de handen van iedere man op zijn middel, als van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> een barende vrouw, en alle aangezichten veranderd in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bleekheid?</i></span>",
      "textSV1888_html": "Vraagt toch en ziet, of een manspersoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> baart? Waarom zie Ik dan eens iegelijken mans handen op zijn lenden, als van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> een barende vrouw, en alle aangezichten veranderd in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bleekheid?",
      "text1637_html": "Vraget doch ende siet, of een manspersoon <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> baert? Waerom sie ick [dan] eens yegelijcken mans handen op sijne lendenen, als eener <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> barender [vrouwe]? ende alle aengesichte<i>n</i> verandert in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bleeckheyt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Vraagt",
          "new": "Vraag",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "manspersoon",
          "new": "man",
          "principe": "V565"
        },
        {
          "old": "eens iegelijken mans",
          "new": "de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van iedere man",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "lenden,",
          "new": "middel,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.",
      "text1637": "[b] ô Wee! [7] want die [8] dach is soo groot, dat sijns gelijcken niet geweest en is: ende het is een tijt van benaeutheyt voor Iacob; noch sal hy daer uyt verlost worden.",
      "text2026": "O wee! want die dag is zo groot, dat zijn gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, immer, zekerlijk is die dag, enz., of, dat die dag zo groot is.",
          "text1637": "Ofte, immers, sekerlick, is die dach, etc. ofte, dat die dach soo groot is!",
          "text2026": "Of, immer, zekerlijk is die dag, enz., of, dat die dag zo groot is."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de bestemde tijd des oordeels over Jakobs nakomelingen [zie Ps. 37:13, en Joël 1:15], dat zij nooit tevoren zo hard zijn gestraft. Psalmen 37:13: De HEERE belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Joël 1:15: Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige. Joël 1:15: Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige.",
          "text1637": "D. de bestemde tijt des oordeels, over Iacobs nacomelingen (siet Psal. 37. op vers 13. ende Ioël 1. op vers 15.) datse noyt te vooren soo hart zijn gestraft.",
          "text2026": "Dat is, de bestemde tijd van het oordeel over Jakobs nakomelingen [zie Ps. 37:13, en Joël 1:15], dat zij nooit tevoren zo hard zijn gestraft. Psalmen 37:13: JAHWEH belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Joël 1:15: Ach, die dag! want de dag van JAHWEH is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige. Joël 1:15: Ach, die dag! want de dag van JAHWEH is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joël 2:11; Zefan. 1:15. Joël 2:11: En de HEERE verheft Zijn stem voor Zijn heir henen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag des HEEREN is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? Zefanja 1:15: Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;",
          "text1637": "Ioël 2.11. Zephan. 1.15.",
          "text2026": "Joël 2:11; Zefan. 1:15. Joël 2:11: En JAHWEH verheft Zijn stem voor Zijn legermacht heen; want Zijn leger is zeer groot, want Hij is machtig, doende Zijn woord; want de dag van JAHWEH is groot en zeer vreselijk, en wie zal hem verdragen? Zefanja 1:15: Die dag zal een dag van de toorn zijn; een dag van de benauwdheid en van de angstes, een dag van de woestheid en verwoesting, een dag van de duisternis en van de donkerheid, een dag van de wolk en van de dikke donkerheid;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֗וֹי",
          "strongs": "H1945",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "גָד֛וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֖וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אַ֣יִן",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HR/Tn"
        },
        {
          "woord": "כָּמֹ֑/הוּ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֵֽת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "צָרָ֥ה",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הִיא֙",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/יַֽעֲקֹ֔ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִמֶּ֖/נָּה",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HC/R/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "יִוָּשֵֽׁעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVNi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> O wee!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> want die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dag is zo groot, dat zijn gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> O wee!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> want die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ô Wee! <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> want die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dach is soo groot, dat sijns gelijcken niet geweest en is: ende het is een tijt van benaeutheyt voor Iacob; noch sal hy daer uyt verlost worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijns",
          "new": "zijn",
          "principe": "V1220"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Want het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen.",
      "text1637": "Want het sal te dien dage geschieden, spreeckt de HEERE der heyrscharen, [dat] ick [9] sijn jock [10] van uwen halse verbreken, ende uwe banden verscheuren sal: ende vreemde sullen [11] sich niet meer van [12] hem doen dienen.",
      "text2026": "Want het zal op die dag gebeuren, spreekt JAHWEH van de legermachten, dat Ik zijn juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen zich niet meer van hem doen dienen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 van uw hals verbreken: Vergelijk boven Jer. 28:11. Jeremia 28:11: En Hananja sprak voor de ogen des gansen volks, zeggende: Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verbreken het juk van Nebukadnezar, den koning van Babel, in nog twee volle jaren, van den hals al der volken. En de profeet Jeremia ging zijns weegs.",
          "text1637": "Vergel. bov. 28.11.",
          "text2026": "10 van uw hals verbreken: Vergelijk boven Jer. 28:11. Jeremia 28:11: En Hananja sprak voor de ogen van de gansen volks, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Zo zal Ik verbreken het juk van Nebukadnezar, de koning van Babel, in nog twee volle jaren, van de hals al van de volken. En de profeet Jeremia ging zijn weegs."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 zich niet meer: Of, dwingen te dienen; zie boven Jer. 25:14. Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; alzo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hunner handen.",
          "text1637": "Ofte, dwingen te dienen. siet bov. 25. op vers 14.",
          "text2026": "11 zich niet meer: Of, dwingen te dienen; zie boven Jer. 25:14. Jeremia 25:14: Want van hen zullen zich doen dienen, die ook machtige volken en grote koningen zijn; zo zal Ik hun vergelden naar hun doen, en naar het werk hun handen."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk Jakob.",
          "text1637": "N. Iacob.",
          "text2026": "Namelijk Jakob."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 zijn juk: Van den koning van Babel; zie boven Jer. 27.",
          "text1637": "Des Conincx van Babel. siet bov. cap. 27.",
          "text2026": "9 zijn juk: Van de koning van Babel; zie boven Jer. 27."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָה֩",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/יּ֨וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֜וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "נְאֻ֣ם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֗וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁבֹּ֤ר",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "עֻלּ/וֹ֙",
          "strongs": "H5923",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עַ֣ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "צַוָּארֶ֔/ךָ",
          "strongs": "H6677",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מוֹסְרוֹתֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H4147",
          "morph": "HC/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנַתֵּ֑ק",
          "strongs": "H5423",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יַעַבְדוּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "ב֥/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ע֖וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "זָרִֽים",
          "strongs": "H2114",
          "morph": "HAampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want het zal op die dag gebeuren, spreekt JAHWEH van de legermachten, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zijn juk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> zich niet meer van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> hem doen dienen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Ik zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> juk van uw hals verbreken, en uw banden verscheuren zal; en vreemden zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> zich niet meer van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> hem doen dienen.",
      "text1637_html": "Want het sal te dien dage geschieden, spreeckt de HEERE der heyrscharen, [dat] ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sijn jock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van uwen halse verbreken, ende uwe banden verscheuren sal: ende vreemde sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> sich niet meer van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> hem doen dienen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te dien dage geschieden,",
          "new": "op die dag gebeuren,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen,",
          "new": "legermachten,",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Maar zij zullen dienen den HEERE, hun God, en hun koning David, dien Ik hun verwekken zal.",
      "text1637": "Maer [13] sy sullen dienen den HEERE haren Godt: ende haren Coninck [c] [14] David, dien ick hen verwecken sal.",
      "text2026": "Maar zij zullen dienen JAHWEH, hun God, en hun koning David, die Ik hun verwekken zal.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jakobs nakomelingen.",
          "text1637": "Iacobs nacomelingen.",
          "text2026": "Jakobs nakomelingen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, den Heere Jezus Christus. Zie 2 Sam. 22:51. 2 Samuël 22:51: Hij is een Toren der verlossingen Zijns konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid.",
          "text1637": "D. den Heere I. Christo. siet 2.Sam. 22.op vers 51.",
          "text2026": "Dat is, de Heer Jezus Christus. Zie 2 Sam. 22:51. 2 Samuël 22:51: Hij is een Toren van de verlossingen Zijn konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 34:23; idem 34:24; Ezech. 37:24; Hosea 3:5. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn. Ezechiël 34:24: En Ik, de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken. Ezechiël 37:24: En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen. Hosea 3:5: Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.",
          "text1637": "Ezech. 34.23, 24. ende 37.24. Hose. 3.5.",
          "text2026": "Ez. 34:23; idem 34:24; Ez. 37:24; Hosea 3:5. Ezechiël 34:23: En Ik zal een enige Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn. Ezechiël 34:24: En Ik, JAHWEH, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, JAHWEH, heb het gesproken. Ezechiël 37:24: En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen. Hosea 3:5: Daarna zullen zich de kinderen van Israël bekeren, en zoeken JAHWEH, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot JAHWEH en tot Zijn goedheid, in het laatste van de dagen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עָ֣בְד֔וּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹֽהֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵת֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "דָּוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מַלְכָּ֔/ם",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָקִ֖ים",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zij zullen dienen JAHWEH, hun God, en hun koning<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> David, die Ik hun verwekken zal.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zij zullen dienen den HEERE, hun God, en hun koning<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> David, dien Ik hun verwekken zal.",
      "text1637_html": "Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> sy sullen dienen den HEERE haren Godt: ende haren Coninck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> David, dien ick hen verwecken sal.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt de HEERE, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.",
      "text1637": "Ghy dan, en vreest niet, [d] ô mijn knecht Iacob, spreeckt de HEERE, en ontsett u niet Israël; want siet, Ick sal u uyt verre [landen] verlossen, ende u zaet uyt den lande harer gevanckenisse: ende Iacob sal wederkomen, ende stille ende gerust zijn, ende daer en sal niemant zijn die [hem] [15] verschricke.",
      "text2026": "U dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt JAHWEH, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land van hun gevangenis; en Jakob zal terugkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, doen sidderen.",
          "text1637": "Ofte, doe zitteren.",
          "text2026": "Of, doen sidderen."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 41:13; Jes. 43:5; Jes. 44:1; Jer. 46:28. Jesaja 41:13: Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u. Jesaja 43:5: Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang. Jesaja 44:1: Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb! Jeremia 46:28: Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.",
          "text1637": "Iesa. 41.13. ende 43.5. ende 44.1. Ierem. 46.28.",
          "text2026": "Jes. 41:13; Jes. 43:5; Jes. 44:1; Jer. 46:28. Jesaja 41:13: Want Ik, JAHWEH, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u. Jesaja 43:5: Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van de opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van de ondergang. Jesaja 44:1: Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, die Ik gekozen heb! Jeremia 46:28: U dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt JAHWEH; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, maar met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֡ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּירָא֩",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "עַבְדִּ֨/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֤ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵּחַ֣ת",
          "strongs": "H2865",
          "morph": "HVNj2ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֠י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֤י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מוֹשִֽׁיעֲ/ךָ֙",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhrmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/רָח֔וֹק",
          "strongs": "H7350",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "זַרְעֲ/ךָ֖",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְיָ֑/ם",
          "strongs": "H7628",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁ֧ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֛ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁקַ֥ט",
          "strongs": "H8252",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שַׁאֲנַ֖ן",
          "strongs": "H7599",
          "morph": "HC/Vkq3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מַחֲרִֽיד",
          "strongs": "H2729",
          "morph": "HVhrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U dan, vrees niet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> o Mijn knecht Jakob! spreekt JAHWEH, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land van hun gevangenis; en Jakob zal terugkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hem verschrikke.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij dan, vrees niet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> o Mijn knecht Jakob! spreekt de HEERE, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hem verschrikke.",
      "text1637_html": "Ghy dan, en vreest niet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ô mijn knecht Iacob, spreeckt de HEERE, en ontsett u niet Israël; want siet, Ick sal u uyt verre [landen] verlossen, ende u zaet uyt den lande harer gevanckenisse: ende Iacob sal wederkomen, ende stille ende gerust zijn, ende daer en sal niemant zijn die [hem] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> verschricke.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "spreekt de HEERE,",
          "new": "spreek JAHWEH,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "wederkomen,",
          "new": "terugkomen,",
          "principe": "V769"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.",
      "text1637": "Want ick ben [16] met u, spreeckt de HEERE, om u te verlossen: want ick sal eene voleyndinge maken met alle de heydenen, daer henen ick u verstroyt hebbe; [e] maer met u en sal ick geene [17] voleyndinge maken: maer ick sal u castijden met [18] [f] mate, ende [19] u niet gantsch onschuldich houden.",
      "text2026": "Want Ik ben met u, spreekt JAHWEH, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarheen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u straffen met mate, en u niet geheel onschuldig houden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 met u: Zie Gen. 21:22. Genesis 21:22: Voorts geschiedde het ter zelfder tijd, dat Abimelech, mitsgaders Pichol, zijn krijgsoverste, tot Abraham sprak, zeggende: God is met u in alles, wat gij doet.",
          "text1637": "Siet Gen. 21. op vers 22.",
          "text2026": "16 met u: Zie Gen. 21:22. Genesis 21:22: Verder geschiedde het ter zelfder tijd, dat Abimelech, en ook Pichol, zijn krijgsoverste, tot Abraham sprak, zeggende: God is met u in alles, wat u doet."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 voleinding maken: Zie boven Jer. 4:27. Jeremia 4:27: Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);",
          "text1637": "Siet bov. 4. op vers 27.",
          "text2026": "17 voleinding maken: Zie boven Jer. 4:27. Jeremia 4:27: Want zo zegt JAHWEH: Dit gehele land zal een woestijn zijn (maar Ik zal geen voleinding maken);"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Jer. 10:24. Jeremia 10:24: Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.",
          "text1637": "Siet bov. 10. op vers 24.",
          "text2026": "Zie boven Jer. 10:24. Jeremia 10:24: Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 u niet gans onschuldig houden: Hebreeuws, onschuldig houdende zal Ik u niet onschuldig houden; dat is hier, niet ten enenmale of geheellijk ongestraft laten, gelijk onder Jer. 46:28. Vergelijk boven Jer. 25:29. Jeremia 46:28: Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen.",
          "text1637": "Hebr. onschuldich houdende, en sal ick u niet onschuldich houden. D. hier, niet t´eenemael, ofte geheelick ongestraft laten, als ond. 46.28. Vergel. bov. 25.29.",
          "text2026": "19 u niet geheel onschuldig houden: Hebreeuws, onschuldig houdende zal Ik u niet onschuldig houden; dat is hier, niet ten enenmale of geheellijk ongestraft laten, gelijk onder Jer. 46:28. Vergelijk boven Jer. 25:29. Jeremia 46:28: U dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt JAHWEH; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, maar met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 4:27; Jer. 5:10; idem 5:18; Jer. 46:28. Jeremia 4:27: Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken); Jeremia 5:10: Beklimt haar muren, en verderft ze (doch maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn des HEEREN niet. Jeremia 5:18: Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt de HEERE, geen voleinding met ulieden maken. Jeremia 46:28: Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.",
          "text1637": "Ierem. 4.27. ende 5.10, 18. ende 46.28.",
          "text2026": "Jer. 4:27; Jer. 5:10; idem 5:18; Jer. 46:28. Jeremia 4:27: Want zo zegt JAHWEH: Dit gehele land zal een woestijn zijn (maar Ik zal geen voleinding maken); Jeremia 5:10: Beklimt haar muren, en verderft ze (maar maakt geen voleinding); doet haar spitsen weg, want zij zijn van JAHWEH niet. Jeremia 5:18: Nochtans zal Ik ook in die dagen, spreekt JAHWEH, geen voleinding met u maken. Jeremia 46:28: U dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt JAHWEH; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, maar met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 27:8; Jer. 10:24. Jesaja 27:8: Met mate hebt Gij met hem getwist, wanneer Gij hem wegstiet; als Hij hem wegnam door Zijn harden wind, in den dag des oostenwinds. Jeremia 10:24: Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.",
          "text1637": "Iesa. 27.8. Ierem. 10.24.",
          "text2026": "Jes. 27:8; Jer. 10:24. Jesaja 27:8: Met mate hebt U met hem getwist, wanneer U hem wegstiet; als Hij hem wegnam door Zijn harden wind, in de dag van de oostenwinds. Jeremia 10:24: Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִתְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֛י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/הֽוֹשִׁיעֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HR/Vhc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֶעֱשֶׂ֨ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "כָלָ֜ה",
          "strongs": "H3617",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֣ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֧ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הֲפִצוֹתִ֣י/ךָ",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HVhp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָּׁ֗ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אַ֤ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "אֹֽתְ/ךָ֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶעֱשֶׂ֣ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "כָלָ֔ה",
          "strongs": "H3617",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִסַּרְתִּ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H3256",
          "morph": "HC/Vpq1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/מִּשְׁפָּ֔ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נַקֵּ֖ה",
          "strongs": "H5352",
          "morph": "HC/Vpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֲנַקֶּֽ/ךָּ",
          "strongs": "H5352",
          "morph": "HVpi1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> met u, spreekt JAHWEH, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarheen Ik u verstrooid heb;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> maar met u zal Ik geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> voleinding maken; maar Ik zal u straffen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> mate, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> u niet geheel onschuldig houden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> maar met u zal Ik geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> mate, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> u niet gans onschuldig houden.",
      "text1637_html": "Want ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> met u, spreeckt de HEERE, om u te verlossen: want ick sal eene voleyndinge maken met alle de heydenen, daer henen ick u verstroyt hebbe; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> maer met u en sal ick geene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> voleyndinge maken: maer ick sal u castijden met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> mate, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> u niet gantsch onschuldich houden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "kastijden",
          "new": "straffen",
          "principe": "V787"
        },
        {
          "old": "gans",
          "new": "geheel",
          "principe": "V414"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE: Uw breuk is dodelijk, uw plage is smartelijk.",
      "text1637": "Want soo seyt de HEERE, Uwe [20] breucke is [g] dootlick: uwe [21] plage is smertelick.",
      "text2026": "Want zo zegt JAHWEH: Uw breuk is dodelijk, uw plaag is pijnlijk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 Uw breuk is dodelijk: Gelijk boven Jer. 4:6. Anders: aangaande uwe breuk, zij is dodelijk. Jeremia 4:6: Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.",
          "text1637": "Als bov. 4.6. And. aengaende uwe breucke, sy is dootlick",
          "text2026": "20 Uw breuk is dodelijk: Gelijk boven Jer. 4:6. Anders: aangaande uwe breuk, zij is dodelijk. Jeremia 4:6: Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wonde; gelijk boven Jer. 14:17. Jeremia 14:17: Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is.",
          "text1637": "Ofte, wonde, als bov. 14.17.",
          "text2026": "Of, wonde; gelijk boven Jer. 14:17. Jeremia 14:17: Daarom zult u dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw van de dochter van Mijn volk is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 10:19; Jer. 15:18. Jeremia 10:19: O, wee mij over mijn breuk! mijn plage is smartelijk; en ik had gezegd: Dit is immers een krankheid, die ik wel dragen zal! Jeremia 15:18: Waarom is mijn pijn steeds durende, en mijn plage smartelijk? Zij weigert geheeld te worden; zoudt Gij mij ganselijk zijn als een leugenachtige, als wateren, die niet bestendig zijn?",
          "text1637": "Ierem. 10.19. ende 15.18.",
          "text2026": "Jer. 10:19; Jer. 15:18. Jeremia 10:19: O, wee mij over mijn breuk! mijn plage is smartelijk; en ik had gezegd: Dit is immers een ziekte, die ik wel dragen zal! Jeremia 15:18: Waarom is mijn pijn steeds durende, en mijn plage smartelijk? Zij weigert geheeld te worden; zoudt U mij ganselijk zijn als een leugenachtige, als wateren, die niet bestendig zijn?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֹ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֛ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָנ֣וּשׁ",
          "strongs": "H605",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שִׁבְרֵ֑/ךְ",
          "strongs": "H7667",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "נַחְלָ֖ה",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HVNrfsa"
        },
        {
          "woord": "מַכָּתֵֽ/ךְ",
          "strongs": "H4347",
          "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH: Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> breuk is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> dodelijk, uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> plaag is pijnlijk.",
      "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE: Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> breuk is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> dodelijk, uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> plage is smartelijk.",
      "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE, Uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> breucke is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> dootlick: uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> plage is smertelick.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE:",
          "new": "JAHWEH:",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "plage",
          "new": "plaag",
          "principe": "V380"
        },
        {
          "old": "smartelijk.",
          "new": "pijnlijk.",
          "principe": "V117"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; gij hebt geen heelpleisters.",
      "text1637": "Daer en is niemant [22] die uwe sake oordeelt, aengaende het [23] geswel: ghy en hebt geen [24] heel-plaesters.",
      "text2026": "Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; u hebt geen heelpleisters.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 die uw zaak oordeelt: Dat is, die de zaak van uw gezwel zich aantrekt en onderzoekt of en hoe gij in deze ellende te helpen zijt.",
          "text1637": "D. die de sake van u geswel sich aentreckt, ende ondersoeckt of ende hoe ghy in dese elende te helpen zijt.",
          "text2026": "22 die uw zaak oordeelt: Dat is, die de zaak van uw gezwel zich aantrekt en onderzoekt of en hoe u in deze ellende te helpen bent."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, de wonde. In deze betekenis wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt Hos. 5:13; Obad.:7, en wordt nergens meer in de Heilige Schriftuur gevonden. Anders: tot verbinding, of uitdrukking, dat is, dat uwe wonden verbonden, uitgedrukt, gezuiverd en geheeld mochten worden. Hosea 5:13: Als Efraïm zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen. Obadja 1:7: Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overmocht; die uw brood eten, zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand in hem.",
          "text1637": "Ofte, de wonde. In dese beteeckeninge wort het Hebr. woort oock gebruyckt. Hose. 5.13. Obad. 7. ende wort nergens meer in de H. Schrifture gevonden. and. tot verbindinge, ofte, uytdruckinge. D. dat uwe wonden verbonden, uytgedruckt, gesuyvert ende geheelt mochten worden.",
          "text2026": "Of, de wonde. In deze betekenis wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt Hos. 5:13; Obad.:7, en wordt nergens meer in de Heilige Schriftuur gevonden. Anders: tot verbinding, of uitdrukking, dat is, dat uwe wonden verbonden, uitgedrukt, gezuiverd en geheeld mochten worden. Hosea 5:13: Als Efraïm zijn ziekte zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot de koning Jareb; maar die zal u niet kunnen genezen, en zal het gezwel van u niet helen. Obadja 1:7: Al uw bondgenoten hebben u tot aan de landpale uitgeleid; uw vredegenoten hebben u bedrogen, zij hebben u overweldigd; die uw brood eten, zullen een gezwel onder u zetten, er is geen verstand in hem."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, helingen, of genezingen der opklimming, of opkoming, opgang; dat is, men legt geen pleisters op uwe wonden, dat de gezondheid zou mogen opkomen, opklimmen; dat is, toenemen, of dat er littekens mochten opkomen. Vergelijk Neh. 4:7, en onder vers 17. Anders: opkomingen van genezingen, door omzetting van de woorden, gelijk in het Hebreeuws somtijds geschiedt. Nehemia 4:7: En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer; Jeremia 30:17: Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt de HEERE; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar.",
          "text1637": "Hebr. heelingen, ofte, genesingen der opclimminge, ofte, opkominge, opganck. D. men leyt geen pleysters op uwe wonden, dat de gesontheyt soude mogen opkomen, opclimmen. D. toenemen, ofte datter litteeckens mochten opkomen, vergel. Neh. 4. op vers 27. ende ond. vers 17. and. opkominge van genesingen, door omsettinge van de woorden, gelijck in’t Hebr. somtijts geschiet.",
          "text2026": "Hebreeuws, helingen, of genezingen van de opklimming, of opkoming, opgang; dat is, men legt geen pleisters op uwe wonden, dat de gezondheid zou mogen opkomen, opklimmen; dat is, toenemen, of dat er littekens mochten opkomen. Vergelijk Neh. 4:7, en onder vers 17. Anders: opkomingen van genezingen, door omzetting van de woorden, gelijk in het Hebreeuws somtijds geschiedt. Nehemia 4:7: En het geschiedde, als Sanballat, en Tobia, en de Arabieren, en de Ammonieten, en de Asdodieten hoorden, dat de verbetering aan de muren van Jeruzalem toenam, dat de scheuren begonnen gestopt te worden, zo ontstaken zij zeer; Jeremia 30:17: Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt JAHWEH; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵֽין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "דָּ֥ן",
          "strongs": "H1777",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "דִּינֵ֖/ךְ",
          "strongs": "H1779",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/מָז֑וֹר",
          "strongs": "H4205",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רְפֻא֥וֹת",
          "strongs": "H7499",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "תְּעָלָ֖ה",
          "strongs": "H8585",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Er is niemand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die uw zaak oordeelt, aangaande het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> gezwel; u hebt geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> heelpleisters.",
      "textSV1888_html": "Er is niemand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die uw zaak oordeelt, aangaande het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> gezwel; gij hebt geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> heelpleisters.",
      "text1637_html": "Daer en is niemant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die uwe sake oordeelt, aengaende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> geswel: ghy en hebt geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> heel-plaesters.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Al uw liefhebbers hebben u vergeten, zij vragen niet naar u; want Ik heb u geslagen met eens vijands plage, met de kastijding eens wreden; om de grootheid uwer ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn.",
      "text1637": "Alle uwe [h] [25] liefhebbers hebben u vergeten, sy en vragen niet nae u: want ick heb u geslagen [met] eens [26] vyants plage, [met] de castijdinge eens wreeden: om de grootheyt uwer ongerechticheyt; [om dat] uwe sonden machtich veel zijn.",
      "text2026": "Al uw liefhebbers hebben u vergeten, zij vragen niet naar u; want Ik heb u geslagen met de plaag van een vijand, met de vergelding van een wrede; om de grootheid van uw ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Op welke gij u verlaten hebt, gelijk Egyptenaars en anderen.",
          "text1637": "Op dewelcke ghy u verlaeten hebt, als Egyptenaers ende andere.",
          "text2026": "Op welke u u verlaten hebt, gelijk Egyptenaars en anderen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 vijands plage: Dat is, zo hard en scherp alsof u een vijand geslagen had; dat men naar het uiterlijke aanzien zou zeggen, een vijand heeft het gedaan; blijvende ondertussen mijne gedachten des vredes bestendig. Zie vers 16, 30:17, 30:18, enz. Jeremia 30:16: Daarom, allen, die u opeten, zullen opgegeten worden, en al uw wederpartijders, zij allen zullen gaan in gevangenis; en die u beroven, zullen ter beroving zijn, en allen, die u plunderen, zal Ik ter plundering overgeven. Jeremia 30:17: Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt de HEERE; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar. Jeremia 30:18: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal de gevangenis der tenten Jakobs wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop, en het paleis zal liggen naar zijn wijze.",
          "text1637": "D. soo hart en scherp, als of u een vyant geslagen hadde: datmen nae’t uyterlicke aensien soude seggen; een vyant heefte’t gedaen: blijvende ondertusschen mijne gedachten des vredes bestandich. siet vers 16, 17, 18, etc.",
          "text2026": "26 vijands plage: Dat is, zo hard en scherp alsof u een vijand geslagen had; dat men naar het uiterlijke aanzien zou zeggen, een vijand heeft het gedaan; blijvende ondertussen mijn gedachten van de vrede bestendig. Zie vers 16, 30:17, 30:18, enz. Jeremia 30:16: Daarom, allen, die u opeten, zullen opgegeten worden, en al uw wederpartijders, zij allen zullen gaan in gevangenis; en die u beroven, zullen ter beroving zijn, en allen, die u plunderen, zal Ik ter plundering overgeven. Jeremia 30:17: Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt JAHWEH; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar. Jeremia 30:18: Zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal de gevangenis van de tenten Jakobs wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop, en het paleis zal liggen naar zijn wijze."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 22:20. Jeremia 22:20: Klim op den Libanon en roep, en verhef uw stem op den Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken.",
          "text1637": "Ierem. 22.20.",
          "text2026": "Jer. 22:20. Jeremia 22:20: Klim op de Libanon en roep, en verhef uw stem op de Basan; roep ook van de veren; maar al uw liefhebbers zijn verbroken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מְאַהֲבַ֣יִ/ךְ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVprmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁכֵח֔וּ/ךְ",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqp3cp/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֖/ךְ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִדְרֹ֑שׁוּ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מַכַּ֨ת",
          "strongs": "H4347",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵ֤ב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "הִכִּיתִי/ךְ֙",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVhp1cs/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "מוּסַ֣ר",
          "strongs": "H4148",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַכְזָרִ֔י",
          "strongs": "H394",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֚ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹ֣ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנֵ֔/ךְ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עָצְמ֖וּ",
          "strongs": "H6105",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "חַטֹּאתָֽיִ/ךְ",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Al uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> liefhebbers hebben u vergeten, zij vragen niet naar u; want Ik heb u geslagen met de plaag van een vijand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup>, met de vergelding van een wrede; om de grootheid van uw ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Al uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> liefhebbers hebben u vergeten, zij vragen niet naar u; want Ik heb u geslagen met eens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> vijands plage, met de kastijding eens wreden; om de grootheid uwer ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn.",
      "text1637_html": "Alle uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> liefhebbers hebben u vergeten, sy en vragen niet nae u: want ick heb u geslagen [met] eens <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> vyants plage, [met] de castijdinge eens wreeden: om de grootheyt uwer ongerechticheyt; [om dat] uwe sonden machtich veel zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "eens vijands plage,",
          "new": "de plaag van een vijand,",
          "principe": "V380"
        },
        {
          "old": "kastijding eens wreden;",
          "new": "vergelding van een wrede;",
          "principe": "V341"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Wat krijt gij over uw breuk, dat uw smart dodelijk is? Om de grootheid uwer ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn, heb Ik u deze dingen gedaan.",
      "text1637": "Wat [i] krijt ghy over uwe breucke, [dat] uwe smerte dootlick is? om de grootheyt uwer ongerechticheyt; [omdat] uwe sonden [k] machtich veel zijn, heb ick u dese dingen gedaen.",
      "text2026": "Wat krijt u over uw breuk, dat uw smart dodelijk is? Om de grootheid van uw ongerechtigheid, omdat uw zonden machtig veel zijn, heb Ik u deze dingen gedaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 13:17. Jeremia 13:17: Zult gijlieden dat dan nog niet horen, zo zal mijn ziel in verborgene plaatsen wenen vanwege den hoogmoed, en mijn oog zal bitterlijk tranen, ja, van tranen nederdalen, omdat des HEEREN kudde gevankelijk is weggevoerd.",
          "text1637": "Ierem. 13.17.",
          "text2026": "Jer. 13:17. Jeremia 13:17: Zult u dat dan nog niet horen, zo zal mijn ziel in verborgen plaatsen wenen vanwege de hoogmoed, en mijn oog zal bitterlijk tranen, ja, van tranen nederdalen, omdat van JAHWEH kudde gevankelijk is weggevoerd."
        },
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 5:6. Jeremia 5:6: Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf der wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelve uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden.",
          "text1637": "Ierem. 5.6.",
          "text2026": "Jer. 5:6. Jeremia 5:6: Daarom heeft hen een leeuw uit het woud verslagen, een wolf van de wildernissen zal hen verwoesten; een luipaard waakt tegen hun steden; al wie uit dezelfde uitgaat, zal verscheurd worden; want hun overtredingen zijn vermenigvuldigd, hun afkeringen zijn machtig veel geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "תִּזְעַק֙",
          "strongs": "H2199",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְרֵ֔/ךְ",
          "strongs": "H7667",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אָנ֖וּשׁ",
          "strongs": "H605",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מַכְאֹבֵ֑/ךְ",
          "strongs": "H4341",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עַ֣ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹ֣ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנֵ֗/ךְ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עָֽצְמוּ֙",
          "strongs": "H6105",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "חַטֹּאתַ֔יִ/ךְ",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עָשִׂ֥יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> krijt u over uw breuk, dat uw smart dodelijk is? Om de grootheid van uw ongerechtigheid, omdat uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zonden machtig veel zijn, heb Ik u deze dingen gedaan.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> krijt gij over uw breuk, dat uw smart dodelijk is? Om de grootheid uwer ongerechtigheid, omdat uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zonden machtig veel zijn, heb Ik u deze dingen gedaan.",
      "text1637_html": "Wat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> krijt ghy over uwe breucke, [dat] uwe smerte dootlick is? om de grootheyt uwer ongerechticheyt; [omdat] uwe sonden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> machtich veel zijn, heb ick u dese dingen gedaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Daarom, allen, die u opeten, zullen opgegeten worden, en al uw wederpartijders, zij allen zullen gaan in gevangenis; en die u beroven, zullen ter beroving zijn, en allen, die u plunderen, zal Ik ter plundering overgeven.",
      "text1637": "[27] Daerom, alle die u opeten, sullen [l] [28] opgegeten worden, ende alle uwe wederpartijders, sy alle, sullen gaen in gevanckenisse: ende die u berooven, sullen ter beroovinge zijn, ende alle die u plunderen, sal ick ter plunderinge overgeven.",
      "text2026": "Daarom, allen, die u opeten, zullen opgegeten worden, en al uw tegenstanders, zij allen zullen gaan in gevangenis; en die u beroven, zullen ter beroving zijn, en allen, die u plunderen, zal Ik ter plundering overgeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om te tonen dat Ik u eerst om uwer zonden wil tot uw best gekastijd heb en het daarna mijn tijd is, dat Ik uwen vijanden, die het zo niet gemeend hebben, vergelde en u weder zegene. Vergelijk Jer. 10:25. Jeremia 10:25: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.",
          "text1637": "Om te toonen, dat ick u eerst om uwer sonden wille tot uwen besten gecastijdt hebbe, ende het daerna mijn tijt is, dat ick uwen vyanden, die’t soo niet gemeent en hebben, vergelde, ende u weder segene. Vergel. Ierem. 10.25.",
          "text2026": "Om te tonen dat Ik u eerst om uw zonden wil tot uw best gekastijd heb en het daarna mijn tijd is, dat Ik uw vijanden, die het zo niet gemeend hebben, vergelde en u weer zegene. Vergelijk Jer. 10:25. Jeremia 10:25: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 opgegeten worden: Vergelijk Ps. 14:4, en Ps. 79:7, met de aantekening. Psalmen 14:4: Hebben dan alle werkers der ongerechtigheid geen kennis, die mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen den HEERE niet aan. Psalmen 79:7: Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest.",
          "text1637": "Vergel. Ps. 14.4. ende 79.7. met d´aenteeck.",
          "text2026": "28 opgegeten worden: Vergelijk Ps. 14:4, en Ps. 79:7, met de aantekening. Psalmen 14:4: Hebben dan alle werkers van de ongerechtigheid geen kennis, die mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen JAHWEH niet aan. Psalmen 79:7: Want men heeft Jakob opgegeten, en zij hebben zijn liefelijke woning verwoest."
        },
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 23:22; Jes. 41:11; Jer. 10:25. Exodus 23:22: Maar zo gij Zijner stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uwer vijanden vijand, en uwer wederpartijders wederpartij zijn. Jesaja 41:11: Ziet, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen, die tegen u ontstoken zijn; zij zullen worden als niet, en die lieden, die met u twisten, zullen vergaan. Jeremia 10:25: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest.",
          "text1637": "Exod. 23.22. Iesa. 41.11, Ier. 10.25.",
          "text2026": "Ex. 23:22; Jes. 41:11; Jer. 10:25. Exodus 23:22: Maar zo u Zijn stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uw vijanden vijand, en uw wederpartijders tegenstander zijn. Jesaja 41:11: Ziet, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen, die tegen u ontstoken zijn; zij zullen worden als niet, en die mensen, die met u twisten, zullen vergaan. Jeremia 10:25: Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de geslachten, die Uw Naam niet aanroepen; want zij hebben Jakob opgegeten, ja, zij hebben hem opgegeten, en hem verteerd, en zijn woning verwoest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֞ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֹכְלַ֨יִ/ךְ֙",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יֵאָכֵ֔לוּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צָרַ֥יִ/ךְ",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ֖/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שְּׁבִ֣י",
          "strongs": "H7628",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יֵלֵ֑כוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָי֤וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "שֹׁאסַ֨יִ/ךְ֙",
          "strongs": "H7601",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/מְשִׁסָּ֔ה",
          "strongs": "H4933",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בֹּזְזַ֖יִ/ךְ",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/בַֽז",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Daarom, allen, die u opeten, zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> opgegeten worden, en al uw tegenstanders, zij allen zullen gaan in gevangenis; en die u beroven, zullen ter beroving zijn, en allen, die u plunderen, zal Ik ter plundering overgeven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Daarom, allen, die u opeten, zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> opgegeten worden, en al uw wederpartijders, zij allen zullen gaan in gevangenis; en die u beroven, zullen ter beroving zijn, en allen, die u plunderen, zal Ik ter plundering overgeven.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Daerom, alle die u opeten, sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> opgegeten worden, ende alle uwe wederpartijders, sy alle, sullen gaen in gevanckenisse: ende die u berooven, sullen ter beroovinge zijn, ende alle die u plunderen, sal ick ter plunderinge overgeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders,",
          "new": "tegenstanders,",
          "principe": "V93"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt de HEERE; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar.",
      "text1637": "Want ick sal u de [29] gesontheyt doen rijsen, ende u van uwe [30] plagen genesen, spreeckt de HEERE: om dat sy u noemen, De verdrevene; ’T is [31] Zion [seggen sy], [32] niemant en vraegt nae haer.",
      "text2026": "Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt JAHWEH; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 gezondheid doen rijzen: Of, een pleister opleggen. Vergelijk boven vers 13, en Jer. 8:22, en onder Jer. 33:6; idem Jer. 46:11. Jeremia 30:13: Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; gij hebt geen heelpleisters. Jeremia 8:22: Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen? Jeremia 33:6: Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. Jeremia 46:11: Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.",
          "text1637": "Ofte, een pleyster opleggen. Vergel. bov. op vers 13. ende cap. 8. op vers 22. ende ond. 33.6. item 46.11.",
          "text2026": "29 gezondheid doen rijzen: Of, een pleister opleggen. Vergelijk boven vers 13, en Jer. 8:22, en onder Jer. 33:6; idem Jer. 46:11. Jeremia 30:13: Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; u hebt geen heelpleisters. Jeremia 8:22: Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester daar? Want waarom is de gezondheid van de dochter mijn volks niet gerezen? Jeremia 33:6: Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. Jeremia 46:11: Ga heen op naar Gilead, en haal balsem, u jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt u de medicijnen, er is geen heling voor u."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wonden.",
          "text1637": "Ofte, wonden.",
          "text2026": "Of, wonden."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Spottenderwijze, alsof zij zeiden: dat is nu die Zion, de kerk Gods, waarvan zij altijd zo veel en roemend gesproken, en zo groot gevoel gehad hebben; maar ziet nu eens, enz.",
          "text1637": "Spotscher wijse, als ofse seyden; dat is nu die Zion, de kercke Godts, waer van sy altoos soo veel ende roemelick gesproken, ende soo grooten gevoelen gehadt hebben: maer siet nu eens, etc.",
          "text2026": "Spottenderwijze, alsof zij zeiden: dat is nu die Zion, de kerk van God, waarvan zij altijd zo veel en roemend gesproken, en zo groot gevoel gehad hebben; maar ziet nu eens, enz."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 niemand vraagt naar haar: Of, zij heeft geen navrager; dat is, niemand bekommert zich met haar.",
          "text1637": "Ofte, sy en heeft geenen naevrager: D. niemant becommert sich met haer.",
          "text2026": "32 niemand vraagt naar haar: Of, zij heeft geen navrager; dat is, niemand bekommert zich met haar."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַעֲלֶ֨ה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲרֻכָ֥ה",
          "strongs": "H724",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֛/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/מַּכּוֹתַ֥יִ/ךְ",
          "strongs": "H4347",
          "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אֶרְפָּאֵ֖/ךְ",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נִדָּחָה֙",
          "strongs": "H5080",
          "morph": "HVNsfsa"
        },
        {
          "woord": "קָ֣רְאוּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ֔/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "צִיּ֣וֹן",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִ֔יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "דֹּרֵ֖שׁ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik zal u de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> gezondheid doen rijzen, en u van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> plagen genezen, spreekt JAHWEH; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Sion, zeggen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> zij; niemand vraagt naar haar.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want Ik zal u de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> gezondheid doen rijzen, en u van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> plagen genezen, spreekt de HEERE; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Sion, zeggen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> zij; niemand vraagt naar haar.",
      "text1637_html": "Want ick sal u de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> gesontheyt doen rijsen, ende u van uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> plagen genesen, spreeckt de HEERE: om dat sy u noemen, De verdrevene; ’T is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Zion [seggen sy], <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> niemant en vraegt nae haer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal de gevangenis der tenten Jakobs wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop, en het paleis zal liggen naar zijn wijze.",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE; Siet ick sal [33] de gevanckenisse der Tenten Iacobs wenden, ende my over hare wooningen ontfermen: ende de [34] Stadt sal herbouwt worden op haren [35] hoop, ende het [36] Palleys sal [37] liggen nae sijne wijse.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Zie, Ik zal de gevangenis van de tenten van Jakob wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop, en het paleis zal liggen naar zijn wijze.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 de gevangenis der tenten Jakobs wenden: Dat is, de gevangenen van mijn volk doen wederkeren tot hunne woningen, en voorts mijne kerk verlossen uit de geestelijke gevangenschap, door den Messias, en dezelve bouwen en zegenen.",
          "text1637": "D. de gevangene mijns volcks doen wederkeeren tot hare wooningen, ende voorts mijn kercke verlossen uyt de geestelicke gevanckenisse, door den Messiam, ende de selve bouwen ende segenen.",
          "text2026": "33 de gevangenis van de tenten Jakobs wenden: Dat is, de gevangenen van mijn volk doen terugkeren tot hun woningen, en verder mijn kerk verlossen uit de geestelijke gevangenschap, door de Messias, en dezelfde bouwen en zegenen."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jeruzalem en Gods kerk, daardoor afgebeeld.",
          "text1637": "Ierusalem, ende Godts kercke, daer door afgebeeldt.",
          "text2026": "Jeruzalem en Gods kerk, daardoor afgebeeld."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, heuvel; te weten op den berg Zion, waar zij tevoren in haren bloei stond.",
          "text1637": "Ofte, heuvel, T.w. op den berch Zion, daerse te vooren in haren fleur stont.",
          "text2026": "Of, heuvel; te weten op de berg Zion, waar zij tevoren in haar bloei stond."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tempel, of koningshof.",
          "text1637": "Tempel, ofte Conincx hof.",
          "text2026": "Tempel, of koningshof."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gelegen zijn; dat is, staan gelijk tevoren op zijne plaats. Vergelijk Hoogl. 5:12. Hooglied 5:12: Zijn ogen zijn als der duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes der ringen.",
          "text1637": "Ofte, gelegen zijn. D. staen gelijck te vooren op sijne plaetse. Vergel. Cant. 5.12.",
          "text2026": "Of, gelegen zijn; dat is, staan gelijk tevoren op zijn plaats. Vergelijk Hoogl. 5:12. Hooglied 5:12: Zijn ogen zijn als van de duiven bij de waterstromen, met melk gewassen, staande als in kasjes van de ringen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֣ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִי",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׁב֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁבוּת֙",
          "strongs": "H7622",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אָהֳלֵ֣י",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יַֽעֲק֔וֹב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִשְׁכְּנֹתָ֖י/ו",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲרַחֵ֑ם",
          "strongs": "H7355",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִבְנְתָ֥ה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HC/VNq3fs"
        },
        {
          "woord": "עִיר֙",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "תִּלָּ֔/הּ",
          "strongs": "H8510",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַרְמ֖וֹן",
          "strongs": "H759",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּט֥/וֹ",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֵשֵֽׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de gevangenis van de tenten van Jakob wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> stad zal herbouwd worden op haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hoop, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> paleis zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> liggen naar zijn wijze.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de gevangenis der tenten Jakobs wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> stad zal herbouwd worden op haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hoop, en het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> paleis zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> liggen naar zijn wijze.",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; Siet ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de gevanckenisse der Tenten Iacobs wenden, ende my over hare wooningen ontfermen: ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Stadt sal herbouwt worden op haren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hoop, ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Palleys sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> liggen nae sijne wijse.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE: Ziet,",
          "new": "JAHWEH: Zie,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Jakobs",
          "new": "van Jakob",
          "principe": "O26"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "En van hen zal dankzegging uitgaan, en een stem der spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet gering worden.",
      "text1637": "Ende van [38] hen sal [39] dancksegginge uytgaen, ende eene stemme [m] der [40] spelenden: ende ick salse vermeerderen, ende sy en sullen niet vermindert worden, ende ick salse vereerlicken, ende sy en sullen niet [41] geringe worden.",
      "text2026": "En van hen zal dankzegging uitgaan, en een stem van de spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet gering worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn volk of kerk.",
          "text1637": "Mijn volck, ofte, kercke.",
          "text2026": "Mijn volk of kerk."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voor de lichamelijke en voornamelijk de geestelijke verlossing door den Messias.",
          "text1637": "Door de lichamelicke, ende principalick, de geestelicke verlossinge door den Messiam.",
          "text2026": "Voor de lichamelijke en voornamelijk de geestelijke verlossing door de Messias."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die vrolijk zijn of vreugde bedrijven over Gods weldaden; alzo onder Jer. 31:4. Jeremia 31:4: Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.",
          "text1637": "D. die vrolick zijn, ofte vreuchde bedrijven, over Godts weldaden. alsoo ond. 31.4.",
          "text2026": "Dat is, die vrolijk zijn of vreugde bedrijven over Gods weldaden; zo onder Jer. 31:4. Jeremia 31:4: Ik zal u weer bouwen, en u zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! u zult weer versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met de rei van de spelenden."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 gering worden: Of, klein; dat is, verkleind, klein geacht, veracht.",
          "text1637": "Ofte, kleyn. D. verkleynt, kleyn geacht, veracht.",
          "text2026": "41 gering worden: Of, klein; dat is, verkleind, klein geacht, veracht."
        },
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 31:4. Jeremia 31:4: Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.",
          "text1637": "Ierem. 31.4.",
          "text2026": "Jer. 31:4. Jeremia 31:4: Ik zal u weer bouwen, en u zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! u zult weer versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met de rei van de spelenden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָצָ֥א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תּוֹדָ֖ה",
          "strongs": "H8426",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מְשַׂחֲקִ֑ים",
          "strongs": "H7832",
          "morph": "HVprmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִרְבִּתִי/ם֙",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִמְעָ֔טוּ",
          "strongs": "H4591",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכְבַּדְתִּ֖י/ם",
          "strongs": "H3513",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִצְעָֽרוּ",
          "strongs": "H6819",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> dankzegging uitgaan, en een stem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> gering worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> dankzegging uitgaan, en een stem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> gering worden.",
      "text1637_html": "Ende van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hen sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> dancksegginge uytgaen, ende eene stemme <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> spelenden: ende ick salse vermeerderen, ende sy en sullen niet vermindert worden, ende ick salse vereerlicken, ende sy en sullen niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> geringe worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "En zijn zonen zullen zijn als eertijds, en zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden; en Ik zal bezoeking doen over al zijn onderdrukkers.",
      "text1637": "Ende [42] sijne sonen sullen zijn als eertijts, ende [43] sijne gemeynte sal voor mijn aengesichte bevestigt worden: ende ick sal [44] besoeckinge doen over alle sijne onderdruckers.",
      "text2026": "En zijn zonen zullen zijn als vroeger, en zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden; en Ik zal bezoeking doen over al zijn onderdrukkers.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "42 zijn zonen: Van Jakob, uit vers 18. Jeremia 30:18: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal de gevangenis der tenten Jakobs wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop, en het paleis zal liggen naar zijn wijze.",
          "text1637": "Iacobs, uyt vers 18.",
          "text2026": "42 zijn zonen: Van Jakob, uit vers 18. Jeremia 30:18: Zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal de gevangenis van de tenten Jakobs wenden, en Mij over hun woningen ontfermen; en de stad zal herbouwd worden op haar hoop, en het paleis zal liggen naar zijn wijze."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 zijn gemeente: Namelijk Jakobs gemeente.",
          "text1637": "N. Iacobs gemeynte.",
          "text2026": "43 zijn gemeente: Namelijk Jakobs gemeente."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "44 bezoeking doen: Door straffen; zie Gen. 21:1. Genesis 21:1: En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
          "text1637": "Door straffen. siet Gen. 21. op vers 1.",
          "text2026": "44 bezoeking doen: Door straffen; zie Gen. 21:1. Genesis 21:1: En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָי֤וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "בָנָי/ו֙",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/קֶ֔דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲדָת֖/וֹ",
          "strongs": "H5712",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנַ֣/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִּכּ֑וֹן",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVNi3fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/פָ֣קַדְתִּ֔י",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "לֹחֲצָֽי/ו",
          "strongs": "H3905",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> zijn zonen zullen zijn als vroeger, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> bezoeking doen over al zijn onderdrukkers.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> zijn zonen zullen zijn als eertijds, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> bezoeking doen over al zijn onderdrukkers.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> sijne sonen sullen zijn als eertijts, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> sijne gemeynte sal voor mijn aengesichte bevestigt worden: ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> besoeckinge doen over alle sijne onderdruckers.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "eertijds,",
          "new": "vroeger,",
          "principe": "V252"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "En zijn Heerlijke zal uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal hem doen naderen, en hij zal tot Mij genaken; want wie is hij, die met zijn hart borg worde, om tot Mij te genaken? spreekt de HEERE.",
      "text1637": "Ende [45] sijn [46] Heerlicke sal [47] uyt hem zijn, ende sijn Heerscher uyt het midden van hem voortkomen; ende ick sal hem [48] doen naederen, ende hy sal tot my genaken: want [49] wie is hy die [50] met sijn herte borge worde, om tot my te genaken, spreeckt de HEERE?",
      "text2026": "En zijn Heerlijke zal uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal hem doen naderen, en hij zal tot Mij naderen; want wie is hij, die met zijn hart borg worde, om tot Mij te naderen? spreekt JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Jakob, gelijk in het voorgaande.",
          "text1637": "Jacobs, als in’t voorgaende.",
          "text2026": "Van Jakob, gelijk in het voorgaande."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Messias, onze Zaligmaker Jezus Christus [van het Hebreeuwse woord zie Ps. 8:2], die in het volgende zijn Heerser genoemd wordt; gelijk Micha 5:1. Psalmen 8:2: O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen. Micha 5:1: En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.",
          "text1637": "De Messias, onse Salichmaker Iesus Christus. (van’t Hebr. woort het sret. Psal. 8. op vers 2.) die in’t volgende sijn Heerscher genoemt wort. als Mich. 5.1.",
          "text2026": "De Messias, onze Zaligmaker Jezus Christus [van het Hebreeuwse woord zie Ps. 8:2], die in het volgende zijn Heerser genoemd wordt; gelijk Micha 5:1. Psalmen 8:2: O JAHWEH, onze Heer! hoe heerlijk is Uw Naam op de gehele aarde! U, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen. Micha 5:1: En u, Bethlehem Efratha! bent u klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen van de eeuwigheid."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 uit hem zijn: Naar het vlees uit Jakob voortkomen, als volgt.",
          "text1637": "Nae den vleesche uyt Iacob voortkomen, als volgt.",
          "text2026": "47 uit hem zijn: Naar het vlees uit Jakob voortkomen, als volgt."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "48 doen naderen: Dat is, Ik zal hem zalven en daartoe beroepen, dat Hij hogepriester en middelaar zij tussen mij en mijn volk.",
          "text1637": "D. ick sal hem salven, ende daer toe beroepen, dat hy hooge Priester ende Middelaer zy tusschen my ende mijn volck.",
          "text2026": "48 doen naderen: Dat is, Ik zal hem zalven en daartoe beroepen, dat Hij hogepriester en middelaar zij tussen mij en mijn volk."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "49 wie is hij: Te weten anders dan de Messias, Jezus Christus, die mijn Zoon is, alleen daartoe bekwaam, van mij geroepen, en zich tot borg gewilliglijk aanbiedende, om mijn volk met mij te verzoenen en voor hen als advocaat bij mij te verschijnen. Vergelijk Ps. 40:7, 40:8, 40:9, en Ps. 110:4; Hebr. 4:15, en Hebr. 5:4, 5:5, 5:6, enz., en Hebr. 7:22, 7:25, en Hebr. 9:14, 9:15, 9:24, enz. Psalmen 40:7: Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geëist. Psalmen 40:8: Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. Psalmen 40:9: Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. Psalmen 110:4: De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Hebreeën 5:4: En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aäron. Hebreeën 5:5: Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Hebreeën 5:6: Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. Hebreeën 7:22: Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. Hebreeën 7:25: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Hebreeën 9:14: Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen? Hebreeën 9:15: En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden. Hebreeën 9:24: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons;",
          "text1637": "T.w. anders, als de Messias, I. Christus? die mijn Sone is, alleen daer toe bequaem, van my geroepen, ende sich tot borge gewillichlick presenterende, om mijn volck met my te versoenen ende voor hen als advocaet by my te verschijnen. Vergel. Psal. 40.7, 8, 9. ende 110.4. Hebr. 4.14, 15. ende 5.4, 5, 6, etc. ende 7.22, 25. ende 9.14, 15, 24, etc.",
          "text2026": "49 wie is hij: Te weten anders dan de Messias, Jezus Christus, die mijn Zoon is, alleen daartoe bekwaam, van mij geroepen, en zich tot borg gewillig aanbiedende, om mijn volk met mij te verzoenen en voor hen als advocaat bij mij te verschijnen. Vergelijk Ps. 40:7, 40:8, 40:9, en Ps. 110:4; Hebr. 4:15, en Hebr. 5:4, 5:5, 5:6, enz., en Hebr. 7:22, 7:25, en Hebr. 9:14, 9:15, 9:24, enz. Psalmen 40:7: U hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; U hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist. Psalmen 40:8: Toen zei ik: Zie, ik kom; in de rol van het boek is van mij geschreven. Psalmen 40:9: Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijn ingewands. Psalmen 110:4: JAHWEH heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. Hebreeën 4:15: Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, maar zonder zonde. Hebreeën 5:4: En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, zoals als Aäron. Hebreeën 5:5: Zo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Hebreeën 5:6: Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek. Hebreeën 7:22: Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. Hebreeën 7:25: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, zo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Hebreeën 9:14: Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwigen Geest Zichzelven voor God onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levenden God te dienen? Hebreeën 9:15: En daarom is Hij de Middelaar van de nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening van de overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis van de eeuwige erve ontvangen zouden. Hebreeën 9:24: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, dat is een tegenbeeld van het ware, maar in de hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons;"
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 met zijn hart borg worde: Of: zijn hart borg stelle, verborge, verpande, verplichte, verzekere, dat is, wie zou zo stout durven zijn dat hij zich zou stellen als middelaar tussen Mij en den zondigen mens, dan de Messias, van Denwelken in het voorgaande gesproken wordt? Alzo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt Gen. 43:9 en 44:32, Neh. 5:3, Spr. 20:16 en 27:13, enz. Genesis 43:9: Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben! Genesis 44:32: Want uw knecht is voor deze jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben! Nehemia 5:3: Ook waren er, die zeiden: Wij verpanden onze akkers, en onze wijngaarden, en onze huizen, opdat wij in dezen honger koren mogen opnemen. Spreuken 20:16: Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden. Spreuken 27:13: Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.",
          "text1637": "Ofte, sijn herte borge stelle, verborge, verpande, verplichte, versekere, D. wie soude soo stout derven zijn dat hy sich soude stellen als Middelaer tusschen my ende den sondigen mensche, als de Messias, van den welcken in’t voorgaende gesproken wort, alsoo wort het Hebr. woort oock gebruyckt, Gen. 43. vers 9. ende 44.32. Neh. 5.3. Prov. 20.16. ende 27.13. etc.",
          "text2026": "50 met zijn hart borg worde: Of: zijn hart borg stelle, verborge, verpande, verplichte, verzekere, dat is, wie zou zo stout durven zijn dat hij zich zou stellen als middelaar tussen Mij en de zondigen mens, dan de Messias, van Denwelken in het voorgaande gesproken wordt? Zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt Gen. 43:9 en 44:32, Neh. 5:3, Spr. 20:16 en 27:13, enz. Genesis 43:9: Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult u hem eisen; als ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben! Genesis 44:32: Want uw knecht is voor deze jongeling borg bij mijn vader, zeggende: Zo ik hem tot u niet wederbreng, zo zal ik tegen mijn vader alle dagen gezondigd hebben! Nehemia 5:3: Ook waren er, die zeiden: Wij verpanden onze akkers, en onze wijngaarden, en onze huizen, opdat wij in deze honger koren mogen opnemen. Spreuken 20:16: Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden. Spreuken 27:13: Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֨ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "אַדִּיר֜/וֹ",
          "strongs": "H117",
          "morph": "HAamsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֗/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֹֽשְׁל/וֹ֙",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HC/Vqrmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/קִּרְבּ֣/וֹ",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֵצֵ֔א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִקְרַבְתִּ֖י/ו",
          "strongs": "H7126",
          "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִגַּ֣שׁ",
          "strongs": "H5066",
          "morph": "HC/VNq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֑/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מִ֨י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "הוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "זֶ֜ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "עָרַ֧ב",
          "strongs": "H6148",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "לִבּ֛/וֹ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/גֶ֥שֶׁת",
          "strongs": "H5066",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֖/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Heerlijke zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> doen naderen, en hij zal tot Mij naderen; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> wie is hij, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> met zijn hart borg worde, om tot Mij te naderen? spreekt JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Heerlijke zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> uit hem zijn, en zijn Heerser uit het midden van hem voortkomen; en Ik zal hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> doen naderen, en hij zal tot Mij genaken; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> wie is hij, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> met zijn hart borg worde, om tot Mij te genaken? spreekt de HEERE.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Heerlicke sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> uyt hem zijn, ende sijn Heerscher uyt het midden van hem voortkomen; ende ick sal hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> doen naederen, ende hy sal tot my genaken: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> wie is hy die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> met sijn herte borge worde, om tot my te genake<i>n</i>, spreeckt de HEERE?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "genaken;",
          "new": "naderen;",
          "principe": "V307"
        },
        {
          "old": "genaken? spreekt de HEERE.",
          "new": "naderen? spreek JAHWEH.",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "En gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.",
      "text1637": "Ende ghy sullet [n] my tot een [51] volck zijn: ende ick sal u tot eenen [52] Godt zijn:",
      "text2026": "En u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 volk zijn: Zie Deut. 7:6. Deuteronomium 7:6: Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.",
          "text1637": "Siet Deut. 7. op vers 6.",
          "text2026": "51 volk zijn: Zie Deut. 7:6. Deuteronomium 7:6: Want u bent een heilig volk JAHWEH, uw God; u heeft JAHWEH, uw God, gekozen, dat u Hem tot een volk van de eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 God zijn: Zie Gen. 17:7. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.",
          "text1637": "Siet Gen. 17. op vers 7.",
          "text2026": "52 God zijn: Zie Gen. 17:7. Genesis 17:7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u."
        },
        {
          "marker": "n",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 24:7; Jer. 31:1; idem 31:33; Jer. 32:38. Jeremia 24:7: En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 32:38: Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
          "text1637": "Ierem. 24.7. ende 31.1, 33. ende 32.38.",
          "text2026": "Jer. 24:7; Jer. 31:1; idem 31:33; Jer. 32:38. Jeremia 24:7: En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik JAHWEH ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun gehele hart bekeren. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 32:38: Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וִ/הְיִ֥יתֶם",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq2mp"
        },
        {
          "woord": "לִ֖/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָ֑ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָ֣נֹכִ֔י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> volk zijn, en Ik zal u tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> God zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> volk zijn, en Ik zal u tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> God zijn.",
      "text1637_html": "Ende ghy sullet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> my tot een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> volck zijn: ende ick sal u tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Godt zijn:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, een aanhoudend onweder; het zal blijven op het hoofd der goddelozen.",
      "text1637": "Siet, [53] een [o] onweder des HEEREN, eene grimmicheyt, is uytgegaen, een [54] aenhoudend’ onweder: het sal [55] blijven op den cop der godtloosen.",
      "text2026": "Zie, een onweer van JAHWEH, een woede is uitgegaan, een aanhoudend onweer; het zal blijven op het hoofd van de goddelozen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 een onweder des HEEREN: Zie boven Jer. 23:19. Jeremia 23:19: Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd.",
          "text1637": "Siet bov. 23.19.",
          "text2026": "53 een onweer van JAHWEH: Zie boven Jer. 23:19. Jeremia 23:19: Ziet, een onweer van JAHWEH, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweer, het zal blijven op van de goddelozen hoofd."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 aanhoudend onweder: Of, dat zich vergadert, of een vergaderd onweder; gelijk wij ook zeggen: daar vergadert zich een groot onweder, wanneer de lucht zwart en dik wordt, in het opstaan van een groot onweder. Anders: een vreeslijk, of verschrikkelijk onweder.",
          "text1637": "Ofte, dat sich vergadert, ofte, een vergadert onweder: gelijck wy oock seggen: daer vergadert sich een groot onweder, wanneer de lucht swart ende dick wort, in’t opstaen van een groot onweder. and. een vreeslick, ofte, schricklick onweder.",
          "text2026": "54 aanhoudend onweer: Of, dat zich vergadert, of een vergaderd onweer; gelijk wij ook zeggen: daar vergadert zich een groot onweer, wanneer de lucht zwart en dik wordt, in het opstaan van een groot onweer. Anders: een vreeslijk, of verschrikkelijk onweer."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, pijnlijk, met pijn vallen, beklijven.",
          "text1637": "Ofte, pijnlick, met pijne vallen, beclijven.",
          "text2026": "Of, pijnlijk, met pijn vallen, beklijven."
        },
        {
          "marker": "o",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 23:19; Jer. 25:32. Jeremia 23:19: Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd. Jeremia 25:32: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde.",
          "text1637": "Ierem. 23.19. ende 25.32.",
          "text2026": "Jer. 23:19; Jer. 25:32. Jeremia 23:19: Ziet, een onweer van JAHWEH, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweer, het zal blijven op van de goddelozen hoofd. Jeremia 25:32: Zo zegt JAHWEH van de legermachten: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk, en een groot onweer zal er verwekt worden van de zijden van de aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "סַעֲרַ֣ת",
          "strongs": "H5591",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֵמָה֙",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יָֽצְאָ֔ה",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "סַ֖עַר",
          "strongs": "H5591",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִתְגּוֹרֵ֑ר",
          "strongs": "H1641",
          "morph": "HVrrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַ֛ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹ֥אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֖ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יָחֽוּל",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> onweer van JAHWEH, een woede is uitgegaan, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> aanhoudend onweer; het zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> blijven op het hoofd van de goddelozen.",
      "textSV1888_html": "Ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> aanhoudend onweder; het zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> blijven op het hoofd der goddelozen.",
      "text1637_html": "Siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> onweder des HEEREN, eene grimmicheyt, is uytgegaen, een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> aenhoudend’ onweder: het sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> blijven op den cop der godtloosen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "onweder des HEEREN,",
          "new": "onweer van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "onweder;",
          "new": "onweer;",
          "principe": "V469"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "De hittigheid van des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij gedaan, en totdat Hij daargesteld zal hebben de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij daarop letten.",
      "text1637": "De hitticheyt van des HEEREN toorn en sal haer niet afwenden, tot dat hy gedaen, ende tot dat hy daer gestelt sal hebben de gedachten sijns herten: in’t laetste der dagen sult ghy daer op [56] letten.",
      "text2026": "De hitte van de toorn van JAHWEH zal zich niet afwenden, voordat Hij gedaan, en voordat Hij daargesteld zal hebben de gedachten van Zijn hart; in het laatste van de dagen zult u daarop letten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 daarop letten: Of, verstand daarvan bekomen. Vergelijk boven Jer. 23:20. Jeremia 23:20: Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten.",
          "text1637": "Ofte, verstant daer van bekomen. Vergel. bov. 23.20.",
          "text2026": "56 daarop letten: Of, verstand daarvan bekomen. Vergelijk boven Jer. 23:20. Jeremia 23:20: Van JAHWEH toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijn harten; in het laatste van de dagen zult u met verstand daarop letten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשׁ֗וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "חֲרוֹן֙",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲשֹׂת֥/וֹ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הֲקִימ֖/וֹ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVhc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְזִמּ֣וֹת",
          "strongs": "H4209",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "לִבּ֑/וֹ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַחֲרִ֥ית",
          "strongs": "H319",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּמִ֖ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּתְבּ֥וֹנְנוּ",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVri2mp"
        },
        {
          "woord": "בָֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "De hitte van de toorn van JAHWEH zal zich niet afwenden, voordat Hij gedaan, en voordat Hij daargesteld zal hebben de gedachten van Zijn hart; in het laatste van de dagen zult u daarop<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> letten.",
      "textSV1888_html": "De hittigheid van des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij gedaan, en totdat Hij daargesteld zal hebben de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij daarop<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> letten.",
      "text1637_html": "De hitticheyt van des HEEREN toorn en sal haer niet afwenden, tot dat hy gedae<i>n</i>, ende tot dat hy daer gestelt sal hebben de gedachten sijns herten: in’t laetste der dagen sult ghy daer op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> letten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hittigheid",
          "new": "hitte",
          "principe": "V437"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "totdat",
          "new": "voordat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "totdat",
          "new": "voordat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Zijns harten;",
          "new": "van Zijn hart;",
          "principe": "V201"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Ieremia ontfangt bevel, dese woorden des Heeren in een boeck te schrijven, vers 1, 2, prophetie van de lichamelicke verlossinge uyt Babel, ende de geestelicke door Christum, mitsgaders de genade ende segeningen, die Godt aen sijne kercke sal bewijsen, niet tegenstaende hare groote elenden, benaeutheden, breucken ende wonden, 3. maer Godts onweder sal blijven over de godtloosen, 23.",
    "text2026": "Jeremia ontvangt bevel deze woorden van de HEERE in een boek te schrijven, vers 1, 2. profetie over de lichamelijke verlossing uit Babel en de geestelijke door Christus, alsmede de genade en zegeningen die God aan Zijn kerk zal bewijzen, niettegenstaande hun grote ellende, benauwdheden, breuken en wonden, 3. maar Gods onweer zal blijven over de goddelozen, 23."
  }
}
